CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

C33 Beslissingsruimte bij wijzigingsbevoegdheid Rijnierse (motie 4) 2026000259.pdf

Commissie Grondgebied 9 juni 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 9: C32, C33, A18 Bouwplan Rijnierse - geagendeerd door HvB904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

it Bloemendaal

Gemeente Bloemendaal Postbus 201 2050 AE Overveen

Leden van de gemeenteraad

t 14 023

Datum Zaaknummer

6 mei 2026 1371658

Onderwerp Verzonden Bijlagen

Beslissingsruimte bij wijzigingsbevoegdheid Rijnierse (motie 4) Notulen Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Plan Rijnierse

Geachte leden van de gemeenteraad,

Inleiding Tijdens de raadsvergadering van 5 maart is een motie (motie 4: geen wijziging bestemming Rijnierse) over Rijnierse aangehouden. Aan deze aanhouding ligt ten grondslag dat onduidelijk was wat de vrije afwegingsruimte binnen de wijzigingsbevoegdheid is en of gebruik kan worden gemaakt van deze discretionaire bevoegdheid. Hierbij merken wij op dat er op dit moment nog geen aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend. Wel heeft het college een conceptverzoek ontvangen, dat ter beoordeling bij het college voorligt.

Overwegingen Wiiziqinqşplannen onder de Omqevinqswet Onder de Wet ruimtelijke ordening was het mogelijk om planologische kaders te scheppen in een wijzigingsplan op grond van een wijzigingsbevoegdheid in het toenmalige bestemmingsplan. Dus bijvoorbeeld vaststelling van een wijzigingsplan waarbij de bestemming van 'bedrijf, binnen de kaders van de wijzigingsbevoegdheid, wordt gewijzigd naar ‘wonen’. Op grond van het wijzigingsplan, zoals vastgesteld door het college, konden vervolgens de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Onder de Omgevingswet is het niet meer mogelijk om planologische kaders te scheppen in een wijzigingsplan. De regels voor wijziging kunnen nog wel benut worden voor nieuwe ontwikkelingen, maar dat resulteert niet in een nieuw wijzigingsplan op basis waarvan vergunningen kunnen worden verleend, maar direct in een vergunning. Concreet betekent dit dat wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, aan de bepalingen van de (oude) wijzigingsbevoegdheid wordt getoetst. Dat brengt met zich mee dat het onderliggende initiatief voldoende concreet zal moeten zijn uitgewerkt.

BLOEMENDAAL

OVERVEEN

AERDENHOUT

BENNEBROEK

VOGELENZANG

2026000259

www.bloemendaal.nl

2-

-

De beoordeling van een aanvraag met betrekking tot de wiiziainasbevoeqdheid De regels voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan vormen de randvoorwaarden voorde verlening van de omgevingsvergunningen voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit. In het geval van de voormalige timmerwerkplaats aan de Zijlweg zijn de randvoorwaarden voor het verlenen van de omgevingsvergunning te vinden in artikel 34 (algemene wijzigingsregels) van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Verder bepaalt de bruidsschat dat bouwaanvragen vergund kunnen worden, als deze passen binnen de kaders voor een wijzigingsplan. Het college heeft hier beslissingsruimte. Als is voldaan aan de randvoorwaarden uit artikel 34 heeft dat niet per definitie tot gevolg dat een vergunning moet worden verleend. Het college zal moeten bepalen of het bouwplan uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar is. Dit is in lijn met de jurisprudentie onder de Wet ruimtelijke ordening dat bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid de goede ruimtelijke ordening moest worden beoordeeld. De beslissingsruimte zit dus in het feit dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief nog niet vaststaat, ondanks dat sprake is van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

Indien het initiatief voldoet aan de randvoorwaarden in artikel 34 van het omgevingsplan betreft het een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij een ETFAL-beoordeling moet worden geschreven. Normaliter moet een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit verleend worden als aan de voorwaarden in het omgevingsplan is voldaan. In onderliggende geval is sprake van een wijzigingsbevoegdheid, waardoor in overeenstemming met de rechtspraak en de bruidsschat sprake is van beslissingsruimte in de vorm van een ETFAL-beoordeling.

Het college is in beginsel bevoegd Indien de potentiële aanvraag voldoet aan de randvoorwaarden in artikel 34 van het omgevingsplan betreft het een OPA (een binnenplanse omgevingsplanactiviteit). De gemeenteraad komt dan geen bindend adviesrecht toe. Dit maakt dat, indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ontvangen, de bevoegdheid tot het toe -of afwijzen van deze aanvraag geheel bij het college ligt. Enkel in het geval dat het plan niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 34 van het omgevingsplan, betreft het initiatief een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). In dat geval komt de gemeenteraad, bij het toevoegen van meer dan één woning, wel bindend adviesrecht toe. Alvorens een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, dient het college te beoordelen over de haalbaarheid van het reeds ingediende conceptverzoek. De daarop volgende aanvraag dient het college te beoordelen zoals deze voorligt. De aanvraag moet worden getoetst aan de randvoorwaarden in het omgevingsplan Indien aan deze randvoorwaarden is voldaan, wordt een ETFAL-beoordeling geschreven. Als uw gemeenteraad het college middels motie 4 wil houden aan een andere invulling van de wijzigingsbevoegdheid, zou dit logischerwijs strijdigheden met de wet en geldende rechtsbeginselen opleveren.

Denk hierbij aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het verbod op willekeur en het motiveringsbeginsel. Het college ontraadt daarom de motie aan te nemen en het college de ruimte te geven om de juiste objectieve beoordeling op basis van geldend recht te schrijven.

Conclusie De aanvraag tot realisatie van woningen binnen het gebied waar de wijzigingsbevoegdheid voor is gegeven, is dus een binnenplanse activiteit als aan de regels voor de wijzigingsbevoegdheid is voldaan. Vervolgens moet het college beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beslissingsruimte zit dus in de ETFAL-beoordeling, die zowel positief als negatief kan uitvallen. De beslissingsruimte strekt zodoende niet zo ver dat op andere gronden dan de gronden met betrekking tot de fysieke leefomgeving kan worden geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Daarom ontraadt het college anderszins gebruik te maken van de

-3wijzigingsbevoegdheid, waarbij geen (ruimtelijke) afweging aan dit gebruik ten grondslag ligt. Dit zou strijdigheden opleveren met de wet en de geldende algemene beginselen van behoorlijk bestuur burgemeester en wethouders van Bloemend, aal,

retaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2667/documents/27413