A32a Reactie t.b.v. raadsvergadering 17 september 2026 – woonwagenstandplaatsen 2026001398.pdf
Tekst van het document
Geachte griffie, Graag verzoek ik u onderstaande brief vóór de raadsvergadering van 17 september 2026 onder de aandacht te brengen van alle leden van de gemeenteraad en te betrekken bij het ingekomen stuk “Reacties op moties over woonwagenstandplaatsen en Knarrenhof” ( 2026001091 ) . Geachte leden van de gemeenteraad, Naar aanleiding van de raadsinformatiebrief van het college van 11 augustus 2026 over de afdoening van de moties en toezeggingen inzake woonwagenstandplaatsen, willen wij onze zorgen uitspreken. Het college schrijft dat, gelet op de ingezette beleidsontwikkeling en lopende trajecten, de betreffende moties en toezeggingen “als afgedaan kunnen worden beschouwd.” Wij verzoeken de gemeenteraad nadrukkelijk hiermee niet in te stemmen zolang de daadwerkelijke woonwagenopgave nog niet concreet is uitgevoerd. Van 11 naar inmiddels 16 standplaatsen Het oorspronkelijke behoefteonderzoek wees op een behoefte van circa 11 extra woonwagenstandplaatsen . Inmiddels is de gemeente ervan op de hoogte dat deze behoefte verder is opgelopen naar 16 standplaatsen . Dat is voor ons een belangrijk signaal: zolang de uitvoering achterblijft, blijft de behoefte doorgroeien. Jongeren worden volwassen, gezinnen groeien en nieuwe generaties hebben eveneens behoefte aan een eigen standplaats.
Daarom vinden wij het moeilijk te begrijpen dat juist op dit moment wordt voorgesteld de moties als afgedaan te beschouwen. Twee verkennende standplaatsen is nog geen uitvoering van de opgave In de raadsinformatiebrief schrijft het college dat voor twee aanvullende woonwagenstandplaatsen in Overveen verkennende gesprekken worden gevoerd met betrokken partijen. Iedere daadwerkelijke uitbreiding is uiteraard welkom. Maar wij vragen de raad wel onderscheid te maken tussen verkennende gesprekken over twee standplaatsen en daadwerkelijke uitvoering van een woonwagenopgave die inmiddels 16 standplaatsen bedraagt. Voor zover uit de raadsinformatiebrief blijkt, is nog niet duidelijk: • waar deze twee standplaatsen precies moeten komen; • met welke partijen hierover wordt gesproken; • wanneer hierover een besluit wordt genomen; • wanneer deze plaatsen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden; • welke locaties voor de overige behoefte worden onderzocht; • hoeveel standplaatsen op die locaties mogelijk zijn; • welke financiële middelen hiervoor beschikbaar zijn; • en binnen welke termijn de volledige opgave wordt uitgevoerd. Wij vinden daarom dat de moties nog niet als uitgevoerd of afgedaan kunnen worden beschouwd. De raad heeft om méér gevraagd dan beleidsontwikkeling In eerdere moties heeft de gemeenteraad het college juist opgedragen om verder te gaan dan alleen onderzoek.
Er is onder andere gevraagd om locaties voor woonwagenstandplaatsen aan te wijzen en om, indien Blekersveld onvoldoende ruimte biedt, te komen tot minimaal 11 standplaatsen op alternatieve locaties, inclusief planning en financiering . Dat zijn concrete opdrachten. Het feit dat beleidsontwikkeling loopt, de Omgevingsvisie wordt opgesteld en verkennende gesprekken plaatsvinden, betekent naar onze mening nog niet dat deze opdrachten zijn uitgevoerd. Wij vragen de gemeenteraad daarom kritisch te beoordelen wanneer een motie daadwerkelijk als “afgedaan” mag worden beschouwd. Niet iedereen wil huren via een woningcorporatie Daarnaast willen wij nadrukkelijk aandacht vragen voor de manier waarop de standplaatsen uiteindelijk gerealiseerd en uitgegeven worden. Niet iedere woonwagenbewoner wil een woonwagen huren van een woningcorporatie. Binnen de groep belanghebbenden zijn ook mensen die zelf een woonwagen willen kopen of laten bouwen . Zij hebben niet noodzakelijk een complete huurwoonwagen van een woningcorporatie nodig, maar vooral een geschikte standplaats waarop zij hun eigen woonwagen kunnen plaatsen. Wij begrijpen daarom niet waarom de uitvoering afhankelijk zou moeten worden van woningcorporaties wanneer bewoners zelf bereid zijn in hun woonwagen te investeren.
Wij verzoeken de gemeente daarom verschillende modellen naast elkaar serieus te onderzoeken: • huur van alleen de standplaats/grond met een woonwagen in eigendom van de bewoner; • zelf een woonwagen kopen of laten bouwen; • koop of een andere passende vorm van gronduitgifte waar dat mogelijk is; • en huur via een woningcorporatie voor degenen die daar juist wél behoefte aan hebben. Wij vragen daarbij vooral om keuzevrijheid . Laat eerst onderzoeken hoeveel van de 16 belanghebbenden behoefte hebben aan corporatiehuur en hoeveel mensen juist een eigen woonwagen willen financieren. Op basis daarvan kan veel gerichter worden bepaald welke rol woningcorporaties daadwerkelijk moeten hebben. Wat is de actuele stand van zaken? Voor de vergadering van 17 september verzoeken wij de gemeenteraad het college daarom concreet te vragen: 1. Waarom worden de woonwagenmoties als afgedaan beschouwd terwijl de standplaatsen nog niet daadwerkelijk zijn gerealiseerd? 2. Wat is de exacte stand van zaken van de twee aanvullende standplaatsen in Overveen? 3. Over welke locatie wordt hiervoor gesproken en met welke partijen? 4. Welke concrete locaties zijn momenteel in beeld voor de overige standplaatsen? 5. Hoe wordt de inmiddels bij de gemeente bekende behoefte van 16 standplaatsen verwerkt in de verdere uitvoering? 6.
Wanneer komt er een concreet uitvoeringsplan met locaties, aantallen, planning en financiering? 7. Wat is de actuele stand van zaken van eerder onderzochte of aangedragen locaties? 8. Welke rol krijgen woningcorporaties precies en waarom? 9. Is het college bereid bewoners zelf te laten aangeven of zij behoefte hebben aan een huurwoonwagen, een eigen woonwagen op gehuurde grond of een andere eigendomsconstructie? 10. Is het college bereid om realisatie van standplaatsen waar bewoners zelf hun woonwagen financieren niet onnodig afhankelijk te maken van de planning of bereidheid van woningcorporaties? Ons verzoek aan de gemeenteraad Wij vragen de gemeenteraad nadrukkelijk om de moties over woonwagenstandplaatsen nog niet als afgedaan te beschouwen . De behoefte is niet verdwenen. Integendeel: de eerder vastgestelde behoefte van circa 11 is inmiddels opgelopen naar 16. Er zijn nog geen 16 nieuwe standplaatsen gerealiseerd. Voor het grootste deel van de behoefte ontbreken nog concrete locaties en een uitvoeringsplanning. Zelfs de twee plaatsen die nu worden genoemd bevinden zich volgens de brief nog in een verkennende fase. Wij vragen daarom niet om opnieuw erkenning, opnieuw onderzoek of opnieuw de mededeling dat het onderwerp aandacht heeft. Wij vragen om uitvoering.
Wij verzoeken de raad de moties pas als afgedaan te beschouwen wanneer ten minste duidelijk en controleerbaar is: waar de standplaatsen komen, hoeveel er worden gerealiseerd, wanneer zij worden gerealiseerd, hoe zij worden gefinancierd en welke mogelijkheden bewoners krijgen om een eigen woonwagen te plaatsen. Na meerdere moties, onderzoeken, gesprekken en participatiemomenten vinden wij dat de tijd is gekomen om van beleidsontwikkeling naar daadwerkelijke realisatie over te gaan. Wij hopen daarom dat de gemeenteraad op 17 september 2026 kritisch zal beoordelen of het college de opdrachten van de raad werkelijk heeft uitgevoerd voordat deze moties administratief en politiek worden afgesloten. Graag ontvangen wij een bevestiging dat deze brief aan de gemeenteraad is verstrekt en wordt betrokken bij de vergadering van 17 september 2026. En deze brief formeel te registreren en toe te voegen aan het woonwagen dossier Bloemendaal. Met vriendelijke groet,