CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

A19a Rapport Rekenkamer Bloemendaal - Rode draad 2018-2025 2026000496.pdf

Raad 21 mei 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel rapport Rekenkamer inzake Onderbesteding en raadsvoorstel Rapport Rekenkamer Rode Draad Onderzoek8.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018 -2025

De Rode Draad

Raadsrapportage Rekenkamer Bloemendaal Februari 2026

Colofon Overveen, 25 februari 2026 Rekenkamer Bloemendaal Mw. B.J. Glashouwer RE RI CISA (voorzitter) Mw. Drs. H.W. Bergsma (lid-rapporteur) Mw. Mr. Dr. I.R. Kist Drs. W.D.M. van der Valk (lid rapporteur)

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

2

Inhoud Samenvatting

4

1

6

Inleiding 1.1

Aanleiding

6

1.2

Doelstelling

6

1.3

Uitvoering van het onderzoek

6

1.4

Leeswijzer

6

2

Gemeentebestuur en rekenkamerfunctie

7

2.1

Gemeenten in nationaal perspectief

7

2.2

Beleidscyclus van de gemeente

7

2.3

De rol van de rekenkamer

8

2.4

Wettelijke grondslag en mandaat

8

2.5

Organisatie, onafhankelijkheid en positionering

8

2.6

Onderzoeksproces en kwaliteitsborging

8

2.7

Samenstelling en werkwijze

9

Onderzoek in beleidsdomeinen

10

3 3.1

Sociaal Domein

10

3.2

Onderwijs

10

3.3

Duurzaamheid en energiebesparingsplicht

11

3.4

Samenwerking

11

3.5

Gemeenschappelijke regeling

11

Rode draad 2018 versus 2026

12

4 4.1

Inleiding

12

4.2

Kaderstelling

12

4.3

Beleidsontwikkeling

13

4.4

Beleidsuitvoering

14

4.5

Evaluatie en controle

15

5

Conclusies en aanbevelingen

16

5.1

Conclusies

16

5.2

Aanbevelingen

18

Bijlage 1 - Terugblik rekenkameronderzoek 2010-2017

19

Bijlage 2 - Rekenkamerrapporten 2018-2025

20

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

3

Samenvatting Aanleiding In 2018 publiceerde de toenmalige rekenkamercommissie een onderzoek naar de leerpunten voor de gemeenteraad van Bloemendaal uit rekenkameronderzoeken over het tijdvak 2010-2017: De rode draad - Rekenkameronderzoek door de jaren heen. Over de periode 2018-2025 voert de rekenkamer een vergelijkbaar onderzoek uit om mogelijke aandachtspunten mee te geven voor de nieuwe raad.

Doel van het onderzoek De doelstelling van dit onderzoek is onveranderd: het vinden en onderzoeken van patronen in de bevindingen van de uitgevoerde onderzoeken. Dit ter ondersteuning voor de taakuitvoering van de raad.

Onderzoeksaanpak De vergelijking met de uitkomsten van de eerste editie van de Rode Draad maakte het daarbij mogelijk om indicaties te verkrijgen van ontwikkelingen in de tijd en daarmee de gemeenteraad te ondersteunen in de uitvoering van haar taken. De focus ligt daarbij op kaderstelling, beleidsvorming, uitvoering, evaluatie & controle door de gemeenteraad.

De Rode Draad 2010-2017 In januari 2018 werden aandachtspunten verwoord. De rekenkamer constateert dat veel van deze aandachtspunten nog steeds aan de orde zijn, zij het bij andere onderzoeksonderwerpen. De conclusies en aanbevelingen zijn terug te lezen in bijlage 1.

De Rode Draad 2018-2025 In deze periode is met name breed onderzoek gedaan t.a.v. het sociaal domein, onderwijs, duurzaamheid en energiebesparing, samenwerkingsverbanden en gemeenschappelijke regelingen. Zie voor samenvattingen van de twaalf gedane onderzoeken bijlage 2.

Conclusies Kaderstelling De rekenkamer stelt vast dat de raad vaak te laat in het beleidsproces betrokken werd, waardoor de mogelijkheid om sturende kaders te formuleren beperkt bleef. Beleidsontwikkeling In diverse in de periode 2018-2025 uitgebrachte rekenkamerrapporten wordt zichtbaar dat de formulering van beleidsdoelen structureel tekortkomingen kenden waardoor het moeilijk was voor de gemeenteraad om te beoordelen of beleid effectief was en of resultaten werden bereikt. Beleidsuitvoering In de huidige rapportageperiode zijn meerdere malen aanbevelingen gegeven over de sturing en beheersing van de uitvoering. Evaluatie en controle Om de kaderstellende en controlerende en rol goed te kunnen uitvoeren heeft de gemeenteraad de juiste informatie nodig over de beoogde en gerealiseerde doeltreffendheid van beleid. Ontbreekt deze informatie of is deze niet volledig, tijdig of niet geheel juist, dan ontbreekt het instrument op basis waarvan verantwoording over het gevoerde beleid kan worden afgelegd en ontbreekt ook de input voor eventuele toekomstige beleidsaanpassingen.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

4

Overkoepelend beeld De rekenkamer constateert dat veel van de aandachtspunten over sturing en beheersing uit eerder onderzoek uit 2010-2017 nog steeds aan de orde zijn. Ook de onderzoeken uit 2018-2025 laten zien dat in alle onderzochte beleidsdomeinen sprake was van aandachtspunten ten aanzien van doelbereiking, besturing en informatievoorziening. De focus van de rekenkamer is in dit verband gericht op manifeste knelpunten en waar deze door onderzoek kunnen worden onderbouwd. De raad kan daardoor in de gelegenheid worden gesteld zich daarover te beraden en tot structurele verbeteringen te komen. Uitsluitend een globale vergelijking van de aanbevelingen die in beide versies van ‘De rode draad’ zijn gedaan, zou dan ook gemakkelijk tot de conclusie kunnen leiden dat de knelpunten die over de periode 2010-2017 zijn gesignaleerd, zich ook in de periode 2018-2025 onverminderd voordeden. Desondanks meent de rekenkamer een positieve lijn waar te nemen in de professionaliteit en (daarmee) kwaliteit waarmee de bestuurlijke processen in de gemeente Bloemendaal verlopen. Voorbeelden daarvan zijn de doortastendheid waarmee recent de al jaren slepende problematiek van de onderwijshuisvesting in Bloemendaal is opgepakt en ook de versterkte aandacht voor de professionalisering van de controlfunctie.

De rekenkamer kijkt daarom uit naar de verdere ontwikkeling van deze lijn en verdere krachtige inzet op geconstateerde aandachtspunten en aanbevelingen. De goede bewaking door de raad van toezeggen van het college van B&W geeft meer grip op de sturing en beheersing en zal daarbij zijn waarde tonen.

Aanbevelingen De aanbevelingen van de rekenkamer richten zich dan ook consequent op het vergroten van de betrokkenheid van de raad bij strategische keuzes, het verbeteren van informatievoorziening en het versterken van effectsturing op de doelbereiking. Dit resulteert in de volgende aanbevelingen: 1. Let op de formulering van beleidsdoelen. Zijn deze concreet en meetbaar, voorzien van indicatoren en streefwaarden? Bevraag het college op deze punten. 2. Vraag het college om vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsvorming en scenario’s. 3. Vraag het college om duidelijke onderbouwing van voorgenomen investeringsbesluiten. Daarbij heeft het de voorkeur om grote investeringsbesluiten te onderbouwen en verduidelijken met scenario’s en risicobeoordelingen waardoor de raad een goede afweging kan maken. 4. Vraag het college de transparantie en kwaliteit van de dossiervorming aantoonbaar te verbeteren en te borgen dat wettelijke termijnen consequent worden nageleefd, inclusief periodieke terugkoppeling aan de raad over de voortgang. 5. Draag het college op de sturing op resultaten verder te ontwikkelen en zodanig in te richten dat deze expliciet aansluit bij de beoogde doelstellingen, met meetbare indicatoren en inzicht in doelbereiking (outcome-sturing). 6.

Vraag het college verantwoordelijkheden binnen samenwerkingsverbanden expliciet en schriftelijk vast te leggen en te zorgen voor structurele afstemming op zowel bestuurlijk als uitvoerend niveau, zodat rolvastheid en aanspreekbaarheid worden versterkt. 7. Draag het college op te voldoen aan de verplichting uit artikel 185a van de Gemeentewet door tijdige, goed vindbare en transparante rapportages aan de raad over de opvolging van rekenkameraanbevelingen, en de monitoring en bewaking hiervan structureel te organiseren.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

5

1

Inleiding

1.1 Aanleiding In 2018 publiceerde de toenmalige rekenkamercommissie een onderzoek naar de leerpunten voor de gemeenteraad van Bloemendaal uit rekenkameronderzoeken dat verricht was in het tijdvak 2010-2017: De rode draad - Rekenkameronderzoek door de jaren heen. Sindsdien is er weer een periode van acht jaar verstreken. De rekenkamer acht het van waarde wederom terug te blikken en de bevindingen mede in het licht van de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen uit 2018 in beschouwing te nemen.

1.2 Doelstelling De doelstelling van het huidige onderzoek is sindsdien onveranderd: het vinden van patronen in de bevindingen van de in 2018-2025 uitgevoerde rekenkameronderzoeken. De meerwaarde van dit meta-onderzoek is, dat op een overstijgend niveau conclusies kunnen worden getrokken over het functioneren van de gemeente, op die onderdelen die raken aan de taken en bevoegdheden van de gemeenteraad en voor zover deze onderwerp van het rekenkameronderzoek zijn geweest. De vergelijking met de uitkomsten van de eerste editie van de Rode Draad maakt het mogelijk om indicaties te verkrijgen van ontwikkelingen in de tijd. De doelstelling is om met de inzichten die dit onderzoek oplevert de gemeenteraad te ondersteunen in de uitvoering van haar taken.

1.3 Uitvoering van het onderzoek Het voorliggende rapport weerspiegelt de inzichten die zijn opgedaan bij de uitvoering van twaalf onderzoeken, welke zijn uitgevoerd in de periode 2018-2025. Vanzelfsprekend dekken zij niet alle werkzaamheden van de gemeente, maar geven zij een indicatie van de stand van zaken en werkwijzen. Juist deze aanpak en de focus op duidelijke patronen resulteren in bevindingen die een voldoende betrouwbaar beeld voor de raad kunnen schetsen om op te kunnen acteren.

1.4 Leeswijzer Volgend op de inleiding, gaat hoofdstuk 2 in op de positie en rol van gemeenten binnen het landsbestuur en wordt de rekenkamerfunctie beschreven In hoofdstuk 3 worden de in de periode 2018-2025 verrichte onderzoeken behandeld, vanuit het perspectief van de beleidsterreinen waarop zij betrekking hadden. Hoofdstuk 4 betreft de vergelijking tussen bevindingen van de onderzoeken Rode Draad 2018 en Rode Draad 2026. Tot slot volgen in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. Bijlage 1 omvat de terugblik op de conclusies en aanbevelingen over 2010-2017. In bijlage 2 leest u de samenvattingen van de twaalf rekenkameronderzoeken 2018-2025.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

6

2

Gemeentebestuur en rekenkamerfunctie

2.1 Gemeenten in nationaal perspectief De gemeente is, na de rijksoverheid en de Nederlandse provincies, de derde bestuurslaag in het Nederlandse staatsbestel. De inrichting en het bestuur van de gemeenten worden geregeld in de Gemeentewet. De taken van gemeenten zijn ingebed in die van het landsbestuur. Vanuit de gemeente gezien is daarbij onderscheid te maken naar: • strikt wettelijke taken; hierbij is de gemeente ‘het loket’. Denk aan het verstrekken van paspoorten en het sluiten van huwelijken; • taken in medebewind; het Rijk bepaalt de regels, de gemeente verzorgt de uitvoering. Voorbeelden zijn jeugdzorg (de wet verplicht de zorg, maar de gemeente beslist welke aanbieders ze contracteert) en bijstand; • autonome taken; de gemeente heeft hier, uiteraard binnen juridische kaders, de volledige bevoegdheid. Denk aan subsidieverlening, openbare werken, onderwijshuisvesting.

2.2 Beleidscyclus van de gemeente Gemeenten ontwikkelen beleid, voeren dat uit en controleren de beleidseffecten. Om dit proces inzichtelijk te maken wordt doorgaans het model van de ‘beleidscyclus’ gevolgd. Hiervan zijn diverse varianten te onderkennen, die onderling vooral verschillen in mate van detaillering. In het kader van dit rapport volstaat het presenteren van de meest basale vorm, waarin vier fasen van beleid worden onderscheiden. Tussen de fasen verschillen de rollen van het college van B&W en de gemeenteraad: 1. Kaderstelling Dit is de fase waarin binnen de vigerende wet- en regelgeving de prioriteiten en randvoorwaarden worden bepaald. Het gaat om de vraag: Wat willen we bereiken en binnen welke grenzen? Rol van het college: voorbereidend, adviserend. Rol van de gemeenteraad: dominant, bepaalt de koers. 2. Beleidsontwikkeling In deze fase worden de kaders vertaald naar een concreet plan van aanpak. Het is het "denkwerk" om de doelen te realiseren. Rol van het college: leidend, werkt de plannen uit. Rol van de gemeenteraad: richtinggevend en toetsend. 3. Beleidsuitvoering In deze fase wordt het plan van aanpak uitgevoerd. Rol van het college: dominant, dagelijks bestuur. Rol van de gemeenteraad: afstandelijk, controlerend. 4.

Evaluatie en controle Aan het eind (soms ook wel lopende het proces) wordt gekeken of de inspanningen het gewenste effect hebben gehad en of het geld goed is besteed. Rol van het college: legt verantwoording af. Rol van de gemeenteraad: dominant, oordeelt over het resultaat.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

7

2.3 De rol van de rekenkamer De vierde fase van de hiervoor beschreven beleidscyclus is nader uit te werken in: •

Evaluatie: zijn de doelen uit de kaderstelling gehaald? De hierbij passende begrippen zijn doelmatigheid (zijn de aangewend middelen efficiënt ingezet?) en doeltreffendheid (zijn de gestelde doelen effectief bereikt?). Het is met name in deze fase van de beleidscyclus waarin de rekenkamer de gemeenteraad ondersteunt, door middel van het doen van onafhankelijk onderzoek.

•

Controle: is de uitvoering volgens de regels en binnen het budget verlopen? Dit wordt ook wel aangeduid met de termen als getrouw beeld (van de administratie) en rechtmatigheid. Daarin speelt naast de rekenkamer met name de controlerend accountant een belangrijke rol.

Vervolgens wordt nu ingegaan op de wettelijke basis, organisatie en werkwijze van de Rekenkamer Bloemendaal. Het biedt inzicht in de onafhankelijkheid en positionering van het orgaan, evenals de manier waarop onderzoeken tot stand komen en worden geborgd.

2.4 Wettelijke grondslag en mandaat De rekenkamer van de gemeente Bloemendaal heeft tot taak onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en of producten (Gemeentewet, artikelen 81a–81o) De rekenkamerfunctie is ingevoerd bij de dualisering in 2005 (Wet dualisering gemeentebestuur van 2002) als onafhankelijk orgaan ter versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

2.5 Organisatie, onafhankelijkheid en positionering De rekenkamer is onafhankelijk en bepaalt zelf de onderwerpen voor het onderzoek. Suggesties voor onderwerpen voor onderzoek kunnen worden voorgedragen door de raad of inwoners van de gemeente Bloemendaal. Deze verzoeken worden door de rekenkamer altijd zorgvuldig gewogen aan de hand van een aantal selectiecriteria. De rekenkamer hanteert een groslijst waar mogelijk te onderzoeken onderwerpen op staan. Na een verkenningsonderzoek wordt bekeken of het doen van onderzoek naar een bepaald onderwerp zinvol is.

2.6 Onderzoeksproces en kwaliteitsborging De rekenkamer legt jaarlijks een jaarverslag en jaarplan met zijn voorgenomen onderzoeken ter kennisneming voor aan de raad. Voor ieder onderzoek formuleert de rekenkamer de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. De onderzoeksopzet wordt ter kennisneming voorgelegd aan de raad. De rekenkamer verricht, conform het gewenste ambitieniveau van de raad - zie de Verordening Rekenkamer Bloemendaal 2023 - jaarlijks één à twee onderzoeken. De rekenkamer stelt de personen die bij het onderzoek zijn bevraagd in de gelegenheid om te reageren op het interviewverslag. De officiële route loopt via ambtelijk- en bestuurlijke wederhoor. De rekenkamer stelt hierbij de bij het onderzoek betrokken ambtenaren in de gelegenheid hun zienswijze op de feitelijke bevindingen kenbaar te maken. Voor zowel het ambtelijke- als bestuurlijke wederhoor is een termijn van tenminste twee weken en maximaal één maand gesteld. Het rapport wordt aangepast als blijkt dat er feitelijke onjuistheden in het rapport voorkomen.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

8

De rekenkamer behoudt zich het recht voor om als laatste een nawoord aan het rapport toe te voegen, als reactie op het bestuurlijke wederhoor. Het bestuurlijke wederhoor wordt integraal in het rapport opgenomen. Na vaststelling door de rekenkamer worden het onderzoeksrapport en het raadsvoorstel met conclusies, aanbevelingen en de reactie van het college, aan de raad aangeboden. Met deze aanbieding wordt het rapport openbaar. De rapporten worden door de rekenkamer gepresenteerd in de raad, in een aan het onderwerp gerelateerde commissie. De raad kan dan vragen stellen aan rekenkamer en college, waarna er een onderlinge discussie volgt. De rekenkamer maakt hier geen deel van uit. Het rapport wordt vergezeld van een raadsvoorstel dat door de griffie wordt opgesteld. De raad beslist welke aanbevelingen worden overgenomen. Het college dient daarover jaarlijks te rapporteren aan de raad (GW art. 185a).

2.7 Samenstelling en werkwijze De rekenkamer is ingaande 1 januari 2026 als volgt samengesteld: Naam

Functie

Benoeming

Aftreden

Tweede

Vertrek

Zittingsduur

wettelijke

wettelijke termijn

Herenakkoord

wordt dan

termijn

mogelijk

Aftreedrooster 1 januari 2027

9 jaar

1 januari 2030

9 jaar

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Mw. B.J. (Boudien)

Lid, voorzitter

1 januari

21 december

21 december

Glashouwer

sinds 8 oktober

2018

2029

2035

RE RI CISA

2018

Dhr. Drs. W.D.M.

Lid

11 maart

21 december

21 december

2021

2029

2035

12 december

12 december

12 december

2024

2030

2036

25 september

25

25 september

2025

september

3037

(Pim) van der Valk Mw. Drs. H.W.

Lid

(Hester) Bergsma Mw. Mr. Dr. I.R. (Irith) Kist

Lid

2031

Artikel 185a van de Gemeentewet luidt: “Het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.” De gemeente Bloemendaal rapporteert jaarlijks in haar Jaarverslag tegen de zomer over de stand van zaken over de opvolging van rekenkameraanbevelingen. Dit gebeurt echter dusdanig impliciet, dat wie deze informatie zoekt, hier intensief naar moet speuren (bijv. op blz. 111/112 van de paragraaf Bedrijfsvoering, Gemeentelijke Jaarverslag 2024). Daarmee zal dit waarschijnlijk ook aan de aandacht van raad ontsnappen. Tegen de zomer van 2026 krijgt de raad de gelegenheid weer kennis te nemen van een update van de stand van zaken. De griffie is belast met de rapportage ten aanzien van de openstaande (door de raad aangenomen) aanbevelingen van de rekenkamer in de jaarstukken van de organisatie. Dit heeft voor zover bekend nog onvoldoende vorm gekregen. De rekenkamer ziet uit naar tijdige, vindbare en transparante rapportage door het college en structurele bewaking van de toezeggingen.

Verdere informatie over de rekenkamer, haar rapporten en jaarverslagen is te vinden op: Rekenkamer, Gemeente Bloemendaal Onderzoeken Rekenkamer, Gemeente Bloemendaal

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

9

3

Onderzoek in beleidsdomeinen

Dit hoofdstuk behandelt (niet limitatief) de bevindingen van de in de periode 2018–2015 verrichte rekenkameronderzoeken, verdeeld naar de beleidsdomeinen en thema’s waar zij betrekking op hadden: sociaal beleid, onderwijs, duurzaamheid en samenwerking. Dit laat zien welke uitdagingen daarin telkens terugkeerden en daarmee als ‘structureel’ zijn te karakteriseren. De analyse maakt duidelijk hoe beleidsintenties zich vertaalden naar de praktijk en waar de uitvoering (blijvende) aandacht nodig heeft.

3.1 Sociaal Domein Het sociaal domein stond in meerdere rekenkamerrapporten centraal, met name in relatie tot de uitvoering van de Participatiewet en het subsidiebeleid. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat de gemeente Bloemendaal onvoldoende zicht had op de maatschappelijke effecten van beleid. De raad werd hierdoor beperkt in zijn vermogen om te sturen op resultaten en om de doelmatigheid van beleid te beoordelen. In het rapport over de uitvoering van de Participatiewet concludeerde de rekenkamer dat “de raad beperkt zicht kreeg op de effecten van re-integratie” (Rk Bloemendaal, Participatiewet 2021, p. 14). Ook werd geconstateerd dat beleidsdoelen vaak procesmatig waren geformuleerd en dat concrete outcome-indicatoren ontbraken. Dit maakte het lastig om succes of falen te definiëren en te toetsen. Het subsidieonderzoek liet een vergelijkbaar beeld zien. De rekenkamer stelde vast dat “doelstellingen onvoldoende concreet en niet voorzien van streefwaarden waren” (Rk Bloemendaal, Zicht op subsidies 2023, p. 12). Hierdoor bleef onduidelijk in welke mate subsidies daadwerkelijk bijdroegen aan de beoogde maatschappelijke effecten. De aanbevelingen richtten zich vooral op het ontwikkelen van outcome-indicatoren, het koppelen van subsidies aan duidelijke beleidsdoelen en het periodiek evalueren van de resultaten.

Volgens de rekenkamer zou dit niet alleen de effectiviteit van beleid verbeteren, maar ook de kaderstellende en controlerende rol van de raad versterken.

3.2 Onderwijs De onderwijshuisvesting werd in 2025 uitgebreid onderzocht en bleek een beleidsdomein met forse structurele uitdagingen. De rekenkamer stelde vast dat plannen uit eerdere jaren onvoldoende waren uitgevoerd, kredieten onbenut bleven en dat het overleg met schoolbesturen weinig structureel was ingericht. In het rapport werd geconcludeerd dat “de gemeente onvoldoende zorgde voor de realisatie van benodigde nieuw- en verbouw” (Rk Bloemendaal, Onderwijshuisvesting 2025, p. 7). Daarnaast werd opgemerkt dat “scenario’s voor renovatie of nieuwbouw niet waren uitgewerkt” (Rk Bloemendaal, Onderwijshuisvesting 2025, p. 9). Deze bevindingen wezen op een gebrek aan langetermijnplanning en een structurele aanpak. De rekenkamer benadrukte dat onderwijshuisvesting vraagt om consistente keuzes, in nauwe samenwerking met schoolbesturen, en dat de raad vroegtijdig betrokken moet worden bij scenarioanalyses. De aanbevelingen waren gericht op het ontwikkelen van een langjarig integraal huisvestingsplan, met duidelijke prioriteiten, financiële onderbouwing en periodieke monitoring. Daarmee kan worden voorkomen dat structurele achterstanden blijven bestaan. De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

10

3.3 Duurzaamheid en energiebesparingsplicht Duurzaamheid en energiebeleid kwamen in diverse onderzoeken naar voren als beleidsdomeinen waar uitvoering en handhaving kwetsbaar waren. Met name de naleving van de energiebesparingsplicht stond centraal in de onderzoeken uit 2024, waaronder de factsheet en de rapportage van de Algemene Rekenkamer. Uit de factsheet bleek dat “rapportages geen adequate informatie gaven over de bereikte resultaten” (Rk Bloemendaal & ODIJ, Factsheet Energiebesparingsplicht 2024, p. 2). Ook de Algemene Rekenkamer benadrukte dat “het toezicht op de energiebesparingsplicht landelijk structureel tekortschiet” (Algemene Rekenkamer, Energiebesparingsplicht 2024, p. 4). De gemeente Bloemendaal was daardoor slechts beperkt in staat om zicht te houden op de daadwerkelijke naleving van de verplichting door bedrijven en instellingen. De rekenkamer wees erop dat dit niet alleen een lokaal, maar ook een landelijk probleem is. De aanbevelingen waren gericht op betere samenwerking met de omgevingsdienst, het verbeteren van rapportages en het koppelen van toezichtsinformatie aan beleidsdoelen op het gebied van duurzaamheid. Ook werd gepleit voor een actiever gebruik van handhavingsinstrumenten.

3.4 Samenwerking Samenwerkingsverbanden vormden een terugkerend thema in de rekenkamerrapporten. Hierbij ging het met name om de ICT-samenwerking met Heemstede en de voorbereidingen op de Omgevingswet. Ook in het rapport Onderwijshuisvesting concludeert de rekenkamer dat er geen sprake is van gezamenlijkheid tussen gemeente en schoolbesturen bij de aanpak van de problemen. Samenwerking kan alleen effectief kan als de governance (d.w.z. besturing en beheersing) en de rolverdeling tussen de stakeholders onderling helder zijn vastgelegd. In de evaluatie van de ICT-samenwerking werd vastgesteld dat “de verantwoordelijkheden in de samenwerking onvoldoende waren vastgelegd” (Rk Bloemendaal, ICT-samenwerking 2019, p. 7). Bij de implementatie van de Omgevingswet kwam een vergelijkbaar beeld naar voren: “de governance en rolverdeling waren onvoldoende uitgewerkt” (Rk Bloemendaal, Omgevingswet 2021, p. 10). Deze bevindingen wijzen op een structureel risico: samenwerking en rolverdeling die niet stevig zijn ingebed in duidelijke afspraken, zijn kwetsbaar voor misverstanden en kunnen leiden tot een gebrek aan democratische controle. De raad heeft in zulke situaties vaak slechts beperkte invloed, terwijl financiële en beleidsmatige risico’s aanzienlijk kunnen zijn.

De rekenkamer adviseerde daarom om samenwerkingsverbanden structureel te evalueren, governance-afspraken expliciet vast te leggen en de raad vroegtijdig te betrekken bij besluiten over deelname. Dit draagt bij aan transparantie en effectiviteit van de samenwerking.

3.5 Gemeenschappelijke regeling De afgelopen jaren is het VTH-stelsel (vergunningverlening, toezicht en handhaving) landelijk kritisch beoordeeld vanwege tekortkomingen in robuustheid, samenhang, onafhankelijkheid en middelen. Intussen doorloopt de ODIJ een ontwikkeltraject gericht op governance, financiering en toekomstige organisatiemodellen, waarvan de besluitvorming in 2026 wordt verwacht. Er zijn goede stappen gezet t.a.v. de organisatieverbetering, maar aandacht blijft nodig. Gemeenten en provincie hebben te beperkt samen gestuurd en opgetrokken in de eigenaarsrol van de ODIJ. De opdrachtgeversrol vanuit de gemeente krijgt vaak de overhand. Zo moeten gemeenteraden en Provinciale Staten – gezien hun rol en verantwoordelijkheid - beter worden betrokken bij de ODIJ met o.m. de juiste informatie voor juiste sturing. De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

11

4

Rode draad 2018 versus 2026

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de ‘rode draden’ in hun onderlinge samenhang ten aanzien van de rekenkameronderzoeken van de afgelopen acht jaar en de argumentatie die daaraan ten grondslag ligt. Een confrontatie met de aanbevelingen van de vorige versie van het onderzoek biedt meerwaarde en zal hier daarom onderdeel van uitmaken. De rol van de raad binnen het gemeentebestuur verschilt in de vier onderscheiden fasen van de beleidscyclus: kaderstelling, beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en evaluatie & controle. Langs de lijn van deze vier fasen wordt in de volgende paragrafen telkens een beschrijving gegeven van: 1. 2. 3. 4.

Rode draad in aanbevelingen onderzoeken 2018-2025. Onderbouwing Rode draad middels citaten uit onderzoeksrapporten 2018- 2025. Rode draad in aanbevelingen onderzoeken 2010-2027. Vergelijking Rode draad aanbevelingen 2018-2025 en 2010-2017.

4.2 Kaderstelling

Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2018-2025 - betrek de raad vroegtijdig bij beleidsvorming en scenario’s (aanbeveling 2); - onderbouw grote investeringsbesluiten met scenariostudies en risicobeoordelingen (aanbeveling 3); - betrek de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek Rode Draad 2010-2017 bij de afwegingen (aanbeveling 7). Onderbouwing Rode draad aanbevelingen 2018-2025 - ‘de raad kreeg pas in een laat stadium inzicht in de scenario’s’ (ICT-samenwerking, 2019 blz. 6); - ‘de raad kreeg pas laat zicht op de financiële consequenties van de keuzes’ (Onderwijshuisvesting in Bloemendaal, 2025, blz. 8); - ‘……. scenario’s voor renovatie of nieuwbouw niet waren uitgewerkt (Onderwijshuisvesting in Bloemendaal, 2025, blz. 9). Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2010-2017 - draag als raad zorg voor de lange termijn doelstellingen en pak daarmee de kaderstellende rol meer op (aanbeveling 1, blz. 6). Vergelijking aanbevelingen rapportages 2026 en 2018 In de onderzoeken van 2018-2025 worden meermaals aanbevelingen gedaan die raken aan de kaderstellende rol van de raad. Ook in de eerste editie van ‘De rode draad’ wordt hier aandacht voor gevraagd. Het vroegtijdig betrekken bij de aanvang van een nieuwe beleidscyclus van de raad was, is en blijft een aandachtspunt.

De rekenkamer stelt vast dat de raad vaak te laat in het beleidsproces betrokken werd, waardoor de mogelijkheid om sturende kaders te formuleren beperkt bleef. Dit bleek bijvoorbeeld in de evaluatie van de ICT-samenwerking waarbij de raad pas in een laat stadium inzicht kreeg in de mogelijke scenario’s. Een vergelijkbare constatering werd gedaan ten aanzien van het Integraal

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

12

Huisvestingsplan Onderwijs, waarbij de raad kreeg pas laat zicht op de financiële consequenties van de keuzes. Door late betrokkenheid wordt de raad feitelijk in een reactieve positie geplaatst: zij kan slechts ja of nee zeggen tegen voorstellen die al grotendeels zijn voorbereid door het college en de ambtelijke organisatie. Dit verzwakt de kaderstellende rol van de raad en beperkt de ruimte voor politieke weging van alternatieven. De rekenkamer adviseert daarom nadrukkelijk om de raad vroegtijdig te betrekken bij beleidsvorming, zodat het duidelijke kaders kan stellen en alternatieve scenario’s kan afwegen. Dit versterkt zowel de kwaliteit van besluiten als de democratische legitimiteit ervan.

4.3 Beleidsontwikkeling

Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2018-2025 - formuleer beleidsdoelen concreet en meetbaar, voorzien van indicatoren en streefwaarden (aanbeveling 1). Onderbouwing Rode draad aanbevelingen 2018-2025 - ‘doelstellingen zijn onvoldoende concreet en niet voorzien van streefwaarden’ (Zicht op subsidies, 2023, blz. 12), - ‘…… formuleer meetbare doelen voor het hoogste resultaat (strategisch, outcome)’ (Uitvoering Participatiewet in Bloemendaal, 2021, blz. 9), - 50,7% van de onderzochte overheden heeft ten aanzien van klachtbehandeling, doelstellingen vastgelegd. In Bloemendaal is dit niet het geval (raadsbrief DoeMee-onderzoek 2023 ‘Klachtenbehandeling’, 21 februari 2024). Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2010-2017 - controleer als raad meer op concrete doelstellingen in beleidsstukken. Controleer ook meer op de herziening en actualisering ervan. Dit zorgt voor en meer betrouwbare overheid richting de burger en een stabielere koers voor de langere termijn (aanbeveling 2, blz. 6). Vergelijking aanbevelingen rapportages 2026 en 2018 In zowel de eerste als de tweede editie van ‘De rode draad’ roept de rekenkamer op tot het standaard aandacht geven aan helder geformuleerde doelen.

In diverse in de periode 2018-2025 uitgebrachte rekenkamerrapporten wordt zichtbaar dat de formulering van beleidsdoelen structureel tekortkomingen kenden. Beleidsdoelen waren vaak niet concreet of meetbaar, waardoor het moeilijk was voor de gemeenteraad om te beoordelen of beleid effectief was en of resultaten daadwerkelijk werden bereikt. Het ontbreken van SMART-doelen (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) leidde ertoe dat beleidsprogramma’s vaak vooral procesmatig konden worden gevolgd, zonder dat duidelijk werd wat de maatschappelijke impact was. Dit beperkt de kaderstellende en controlerende rol van de raad. De rekenkamer deed daarom herhaaldelijk aanbevelingen om beleidsdoelen te voorzien van indicatoren, streefwaarden en duidelijke definities van succes. Zonder dergelijke kaders blijft beleid vatbaar voor interpretatieverschillen en wordt de evaluatie afhankelijk van incidenten in plaats van structurele monitoring.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

13

4.4 Beleidsuitvoering

Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2018-2025 - verbeter transparantie en dossiervorming, inclusief naleving van wettelijke termijnen (aanbeveling 4) - zorg voor outcome-sturing bij de gewenste doelbereiking (aanbeveling 5) - leg verantwoordelijkheden in samenwerkingsverbanden helder vast en werk structureel samen (aanbeveling 6) Onderbouwing Rode draad aanbevelingen 2018-2025 - ‘…… dat de governance en rolverdeling onvoldoende waren uitgewerkt, waardoor onduidelijkheid ontstond over verantwoordelijkheden’ (Implementatie van de Omgevingswet, 2021, blz. 10) Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2010-2017 Het Rode-draad-onderzoek van 2018 bevatte geen expliciete aanbevelingen ten aanzien van beleidsuitvoering. Vergelijking aanbevelingen rapportages 2026 en 2018 In deze rapportage 2026 zijn meerdere malen aanbevelingen gegeven over de governance, sturing en beheersing van de uitvoering. Dat de rapportage van 2018 geen expliciete aanbevelingen over beleidsuitvoering doet, betekent niet dat deze geen verbeterpunten kende. De focus richtte zich toen blijkbaar minder op de uitvoering.

De fase van beleidsuitvoering is er één waarbij de rol van de gemeenteraad het minst dominant en voornamelijk controlerend zal zijn. Die controle heeft dan niet zozeer betrekking op de resultaten van het beleid, als wel dat de eerder gemaakte afspraken en toezeggingen over de beleidsuitvoering worden nagekomen, ook binnen het tijdpad dat daarvoor was vastgesteld. Het is evident dat voor toezicht op het uitvoeringsproces de raad periodiek moet worden voorzien van tijdige, juiste en volledige informatie op meer strategisch niveau. Rekenkameronderzoeken richtten zich dan ook op de informatie die de raad nodig heeft voor zijn rol, hetgeen kan leiden tot aanbevelingen voor verbetering.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

14

4.5 Evaluatie en controle

Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2018-2025 - voldoe aan de verplichting uit de Gemeentewet (art. 185a) met een meer tijdige, vindbare en transparante collegerapportage over de opvolging van rekenkameraanbevelingen en richt de bewaking daarop in (aanbeveling 8, blz. 6). Onderbouwing Rode draad aanbevelingen 2018-2025 - ‘de communicatie naar de raad was fragmentarisch en ad-hoc ingericht’ (Communicatiebeleid gemeente Bloemendaal, januari 2018, blz. 5); - ‘…… de raad beperkt zicht had op de totale omvang en kosten van inhuur’ (Externe inhuur gemeente Bloemendaal, 2018, blz. 2); - ‘…… dat de raad beperkt zicht kreeg op de effecten van re-integratie’ (Uitvoering Participatiewet in Bloemendaal, 2021, blz. 14). Rode draad aanbevelingen onderzoeken 2010-2017 - draag er zorg voor dat het college regelmatig de resultaten van maatregelen en projecten met u als raad deelt en vraag om periodieke voortgangsinformatie. Veranker dit in beleidsstukken en controleer hierop (aanbeveling 3, blz. 6); - veranker de opvolging van de (door de raad aangenomen) aanbevelingen van de Rekenkamer(commissie) in de raad, griffie en college, bijvoorbeeld via een toezeggingenlijst (aanbeveling 4 blz. 6). Vergelijking aanbevelingen rapportages 2026 en 2018 Over beide onderzoeksperiodes worden aanbevelingen gedaan over de evaluatie van de effecten van het uitgevoerde (en soms ook lopende) beleid.

Dit blijft dan ook een punt van aandacht.

Om de kaderstellende en controlerende en rol goed te kunnen uitvoeren heeft de gemeenteraad de juiste informatie nodig over de beoogde en gerealiseerde doeltreffendheid van beleid. De raad kan aan de hand van deze informatie de beoogde maatschappelijke effecten/doelen vaststellen en nadien bepalen of de maatschappelijke doelen die zij gesteld heeft ook daadwerkelijk worden behaald. Vervolgens kan zij deze informatie ook inzetten om de kaders eventueel bij te stellen en anders vorm te geven. Ontbreekt deze informatie of is deze niet volledig, tijdig of niet geheel juist, dan ontbreekt het instrument op basis waarvan verantwoording over het gevoerde beleid kan worden afgelegd en ontbreekt ook de input voor eventuele toekomstige beleidsaanpassingen.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

15

5

Conclusies en aanbevelingen

5.1 Conclusies Met dit onderzoek naar rekenkamerrapporten uit de periode 2018–2025 is beoogd om raadsleden en betrokken stakeholders een samenhangend beeld te geven van de belangrijkste bevindingen en lessen die de afgelopen jaren naar voren kwamen. Het document laat zien dat de thema’s in de vier fasen van de beleidscyclus weliswaar uiteenliepen maar dat dezelfde patronen terugkeerden. Kaderstelling In de rapporten worden meermaals aanbevelingen gedaan die raken aan de kaderstellende rol van de raad. Ook in de eerste editie van ‘De rode draad’ wordt hier aandacht voor gevraagd. Het vroegtijdig betrekken van de raad bij de aanvang van een nieuwe beleidscyclus was, is en blijft een aandachtspunt. De raad werd vaak te laat in het beleidsproces betrokken, waardoor de mogelijkheid om sturende kaders te formuleren beperkt bleef. Door late betrokkenheid wordt de raad feitelijk in een reactieve positie geplaatst: zij kan slechts ja of nee zeggen tegen voorstellen die al grotendeels zijn voorbereid. Beleidsontwikkeling In zowel de eerste als de tweede editie van ‘De rode draad’ roept de rekenkamer op tot het standaard aandacht geven aan helder geformuleerde doelen. In diverse in de periode 2018-2025 uitgebrachte rapporten wordt zichtbaar dat de formulering van beleidsdoelen structureel tekortkomingen kenden.

Beleidsdoelen waren vaak niet concreet of meetbaar, waardoor het moeilijk was voor de gemeenteraad om te beoordelen of beleid effectief was en of resultaten daadwerkelijk werden bereikt. Beleidsuitvoering In deze Rode Draad-rapportage is aandacht gevraagd voor de sturing en beheersing van de uitvoering. Dat de rapportage van 2018 geen expliciete aanbevelingen over beleidsuitvoering doet, betekent niet dat deze toentertijd geen verbeterpunten kende. De aandacht ligt nu tevens op de resultaten van het beleid, de eerder gemaakte afspraken en of toezeggingen over de beleidsuitvoering worden nagekomen, ook binnen het tijdpad dat daarvoor was vastgesteld. Evaluatie en controle Over beide onderzoeksperiodes worden aanbevelingen gedaan over de evaluatie van de effecten van het uitgevoerde (en soms ook lopende) beleid. Dit blijft dan ook een punt van aandacht. Om de kaderstellende en controlerende en rol goed te kunnen uitvoeren heeft de gemeenteraad de juiste informatie nodig over de beoogde en gerealiseerde doeltreffendheid van beleid. De raad kan aan de hand van deze informatie de beoogde maatschappelijke effecten/doelen vaststellen en nadien bepalen of de maatschappelijke doelen die zij gesteld heeft ook daadwerkelijk worden behaald. Vervolgens kan zij deze informatie ook inzetten om de kaders eventueel bij te stellen en anders vorm te geven.

Ontbreekt deze informatie of is deze niet volledig, tijdig of niet geheel juist, dan ontbreekt het instrument op basis waarvan verantwoording over het gevoerde beleid kan worden afgelegd en ontbreekt ook de input voor eventuele toekomstige beleidsaanpassingen.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

16

Overkoepelend beeld De rekenkamer constateert dat veel van de aandachtspunten over sturing en beheersing uit eerder onderzoek uit 2010-2017 nog steeds aan de orde zijn. Voor beide onderzoeksperiodes geldt dat in alle onderzochte beleidsdomeinen sprake was van aandachtspunten in doelbereiking, besturing en informatievoorziening. Of het nu ging om het sociaal domein, onderwijs, duurzaamheid of samenwerking: telkens bleek dat doelen onvoldoende concreet waren, informatievoorziening beperkt was en dat in structurele evaluatie en mogelijkheid tot bijsturing nog onvoldoende was voorzien. De focus van de rekenkamer is in dit verband gericht op manifeste knelpunten en waar deze door onderzoek onderbouwd kunnen worden. Waardoor de raad in de gelegenheid kan worden gesteld zich daarover te beraden en tot structurele verbeteringen te komen. Uitsluitend een globale vergelijking van de aanbevelingen die in beide versies van ‘De rode draad’ zijn gedaan, zou dan ook gemakkelijk tot de conclusie kunnen leiden dat de knelpunten die over de periode 2010-2017 zijn gesignaleerd, zich ook in de periode 2018-2025 onverminderd voordeden. Nuanceringen zijn hier echter op hun plaats. Deze met onderzoek onderbouwde bevindingen en aanbevelingen van de rekenkamer zijn te lezen in de rekenkamerrapportages.

Echter daarnaast kijkt de rekenkamer in de uitvoering van haar taken toekomstgericht naar het overkoepelend beeld. In dat licht gezien is een positieve lijn waarneembaar in de professionaliteit en (daarmee) kwaliteit waarmee de bestuurlijke processen in de gemeente Bloemendaal verlopen. Voorbeelden daarvan zijn de doortastendheid waarmee recent de al jaren slepende problematiek van de onderwijshuisvesting in Bloemendaal is opgepakt en ook de versterkte aandacht voor de professionalisering van de controlfunctie. De rekenkamer kijkt daarom uit naar de verdere ontwikkeling van deze lijn en verdere krachtige inzet op geconstateerde aandachtspunten en aanbevelingen. De goede bewaking door de raad van toezeggen van het college van B&W geeft meer grip op de sturing en beheersing en zal daarbij zijn waarde tonen.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

17

5.2 Aanbevelingen De aanbevelingen van de rekenkamer richten zich consequent op het vergroten van de betrokkenheid van de raad bij strategische keuzes, het verbeteren van informatievoorziening en het versterken van effectsturing op de doelbereiking. Dit resulteert in de volgende aanbevelingen: 1. Let als raad op de formulering van beleidsdoelen. Zijn deze concreet en meetbaar, voorzien van indicatoren en streefwaarden? Bevraag het college op deze punten. 2. Vraag het college om vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsvorming en scenario’s. 3. Vraag het college om duidelijke onderbouwing van voorgenomen investeringsbesluiten. Daarbij heeft het de voorkeur om grote investeringsbesluiten te onderbouwen en verduidelijken met scenario’s en risicobeoordelingen waardoor de raad een goede afweging kan maken. 4. Vraag het college de transparantie en kwaliteit van de dossiervorming aantoonbaar te verbeteren en te borgen dat wettelijke termijnen consequent worden nageleefd, inclusief periodieke terugkoppeling aan de raad over de voortgang. 5. Draag het college op de sturing op resultaten verder te ontwikkelen en zodanig in te richten dat deze expliciet aansluit bij de beoogde doelstellingen, met meetbare indicatoren en inzicht in doelbereiking (outcome-sturing). 6.

Vraag het college verantwoordelijkheden binnen samenwerkingsverbanden expliciet en schriftelijk vast te leggen en te zorgen voor structurele afstemming op zowel bestuurlijk als uitvoerend niveau, zodat rolvastheid en aanspreekbaarheid worden versterkt. 7. Draag het college op te voldoen aan de verplichting uit artikel 185a van de Gemeentewet door tijdige, goed vindbare en transparante rapportages aan de raad over de opvolging van rekenkameraanbevelingen, en de monitoring en bewaking hiervan structureel te organiseren.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

18

Bijlage 1 - Terugblik rekenkameronderzoek 2010-2017 In januari 2018 werden aandachtspunten door de rekenkamer naar voren gebracht. Dit leidde toen tot de volgende conclusies en aanbevelingen.

Rode draad conclusies 2018 1. Het ontbreken van visie en lange termijn doelstellingen in beleidsstukken. 2. Het ontbreken van concrete, meetbare doelstellingen, waardoor het voor de raad lastig is zijn controlerende taak uit te voeren. Als deze doelstellingen er wel zijn, dan worden ze vaak niet herzien of geactualiseerd. 3. Beleidsmaatregelen en projecten worden niet altijd geëvalueerd. 4. Het volgen van de ‘opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer(commissie)’ is niet verankerd in de raad, griffie en college. 5. Meerdere malen zijn besluiten van het college om geen navolging te geven aan een aanbeveling niet gecommuniceerd met de raad. Op basis hiervan ontstaat het beeld dat de raad aan de voorkant onvoldoende gefaciliteerd wordt en daardoor de basis mist om haar controlerende taak goed uit te kunnen voeren.

Rode draad aanbevelingen 2018 1. Draag als raad zorg voor de lange termijn doelstellingen en pak daarmee de kaderstellende rol meer op. 2. Controleer als raad meer op concrete doelstellingen in beleidstukken. Controleer ook meer op de herziening en actualisering ervan. Dit zorgt voor een meer betrouwbare overheid richting de burger en een stabielere koers voor de langere termijn. 3. Draag er zorg voor dat het college regelmatig de resultaten van maatregelen en projecten met u als raad deelt en vraag om periodieke voortgangsinformatie. Veranker dit in beleidsstukken en controleer hierop. 4. Veranker de opvolging van de (door de raad aangenomen) aanbevelingen van de rekenkamer in de raad, griffie en college, bijvoorbeeld via een toezeggingenlijst.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

19

Bijlage 2 - Rekenkamerrapporten 2018-2025 In deze bijlage geeft de rekenkamer een samenvatting en overzicht van de meest voorkomend conclusies en aanbevelingen van de onderzoeken in de periode 2010-2017. Er is gekozen om hier geen opsomming te geven van alle conclusies en aanbevelingen die met enige regelmaat als rode draad in de rapporten terugkeren, maar om deze samen te voegen tot een samenvattend geheel. 1. Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond Rapport OD IJmond: De aanbiedingsbrief vindt u HIER, Deel 1 Het eindrapport voor de raad van Bloemendaal vindt u HIER, Deel 2 De nota van bevindingen vindt u HIER en de bijlage Deelnemers ODIJ in beeld vindt u HIER. (2025) De afgelopen jaren is het VTH-stelsel (vergunningverlening, toezicht en handhaving) kritisch beoordeeld vanwege tekortkomingen in samenhang, onafhankelijkheid en middelen, zoals bevestigd door de commissie-Van Aartsen in 2021, waarna het interbestuurlijke programma IBP-VTH is gestart met robuustheid als een van de kernopgaven. Deze robuustheid wordt gedefinieerd aan de hand van zes criteria, waaronder minimale omvang, voldoen aan kwaliteitsnormen, structurele aandacht voor innovatie, voldoende financieel weerstandsvermogen, inzet op business intelligence en regionale congruentie.

Voor de ODIJ bleek in 2024 dat de robuustheid nog onvoldoende was, waardoor extra middelen zijn gevraagd aan deelnemende gemeenten, waaronder Heemskerk en Bloemendaal, juist in een periode van financiële druk. Omdat raadsleden beperkt zicht hadden op de robuustheid en kosteneffectiviteit van de ODIJ, is een breed regionaal rekenkameronderzoek gestart. Intussen doorloopt de ODIJ een ontwikkeltraject gericht op governance, financiering en toekomstige organisatiemodellen, waarvan de besluitvorming in 2026 wordt verwacht. De uitkomsten van het onderzoek zijn als volgt: OD IJmond is nog niet voldoende robuust, het ontwikkeltraject loopt. Er zijn goede stappen gezet, maar aandacht blijft nodig. Gemeenten en provincie hebben te beperkt samen gestuurd in de eigenaarsrol. Voorts moeten gemeenteraden en Provinciale Staten beter worden betrokken met o.m. de juiste informatie voor juiste sturing. 2. Rapport Onderwijshuisvesting (2025) De rekenkamer concludeert dat Bloemendaal tussen 2018 en 2024 tekortschiet in het realiseren van noodzakelijke nieuwbouw en renovatie voor scholen, doordat samenwerking met schoolbesturen, uitvoeringscapaciteit en planmatige sturing onvoldoende waren georganiseerd, terwijl ook financiële onderbouwing en informatievoorziening richting de raad tekortschoten.

Hoewel een nieuwe uitgangspuntennotitie voor het IHP een eerste stap vormt, is een integrale visie nodig waarin onderwijskundige ambities, ruimtelijke ontwikkelingen en financiële haalbaarheid samenkomen, aangevuld met duidelijke taakverdeling, versterkte uitvoering en een proces dat breed draagvlak creëert bij alle betrokken partijen. 3. NVVR-onderzoek Klachtbehandeling (2024) De brief met aanbevelingen voor de gemeente Bloemendaal vindt u HIER DE factsheet voor Bloemendaal vindt u HIER De rekenkamer startte in 2023 een breed onderzoek naar de klachtbehandeling bij decentrale overheden, waarvan het eindrapport begin 2024 verscheen en later dat jaar in Bloemendaal bestuurlijk werd besproken. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal klachten in Bloemendaal tussen 2019 en 2022 vergelijkbaar is met dat van andere kleinere gemeenten, zowel bij de gemeente zelf als bij de ombudsinstantie. Hoewel Bloemendaal beschikt over adequate De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

20

voorzieningen voor registratie en doorgeleiding van klachten, ontbreekt formalisering op verschillende punten waar andere gemeenten dit wel hebben ingericht. De raad heeft daarom de aanbeveling overgenomen om de bevindingen van TwynstraGudde te beoordelen op relevantie voor Bloemendaal en deze gericht te prioriteren. 4. De aanbiedingsbrief onderzoek Energiebesparingsplicht Bijlage 1 Rapport Algemene Rekenkamer energiebesparingsplicht Bijlage 2 Het rapport van Ecorys: Doemee-onderzoek 2024 - energiebesparingsplicht Bijlage 3 De definitieve factsheet Bloemendaal en ODIJ - energiebesparingsplicht (2024) Eind 2023 startte een landelijk en lokaal verbonden onderzoek naar de energiebesparingsplicht bij bedrijven, waarbij de Rekenkamer Bloemendaal zich aansloot bij het DoeMee-onderzoek van de VvR. De verplichting, die grote energieverbruikers sinds 1993 tot kosteneffectieve besparingsmaatregelen verplicht en hen eens per vier jaar informatie laat aanleveren via RVO, wordt in Bloemendaal uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJmond. Hoewel de gemeente hiermee adequaat toezicht en handhaving heeft belegd, blijkt de gemeenteraad weinig aandacht te hebben voor de uitvoering, waardoor inzicht in prestaties en sturingsmogelijkheden ontbreekt.

De rekenkamer adviseert de raad te bepalen welke aanvullende informatie zij nodig heeft om beter grip te krijgen op toezicht en handhaving door de Omgevingsdienst. 5. Rapport zicht op subsidies (2023) Het rekenkameronderzoek laat zien dat de gemeente Bloemendaal onvoldoende zicht heeft op de doeltreffendheid van haar subsidiebeleid: er ontbreken actuele en duidelijke kaders, effectmetingen worden niet structureel uitgevoerd, alleen subsidies boven € 10.000 worden op doelrealisatie beoordeeld en de verantwoording – met name over incidentele subsidies – is onvolledig. Evaluaties richten zich vooral op uitvoeringsverbeteringen, niet op beleidsresultaten, terwijl de gemeenteraad beperkt wordt geïnformeerd en weinig betrokken is. De rekenkamer adviseert daarom het beleid te actualiseren, een systematische methodiek voor effectmeting te ontwikkelen, verantwoording te verbeteren en de raad proactief te informeren. 6. Rapport De praktijk van de Wob (2022) De Rekenkamercommissie onderzocht hoe Bloemendaal omgaat met Wob-verzoeken en hoe dit zich verhoudt tot de eisen van de nieuwe Wet open overheid. De gemeente beschikt wel over werkinstructies maar niet over vastgesteld beleid, ervaart onvoldoende capaciteit en besluit vaak niet binnen de wettelijke termijn.

Actieve openbaarheid is nog niet uitgewerkt, al worden Wob-besluiten sinds 2020 gepubliceerd en werkt de gemeente aan Woo-implementatie. De raad ontvangt geen structurele verantwoording. Conclusies zijn onder meer dat zorgvuldig wordt gewerkt maar termijnen lastig haalbaar zijn en beleid ontbreekt. Aanbevolen wordt om benodigde middelen voor Woo-uitvoering te bepalen, specifiek uitvoeringsbeleid op te stellen en structureel toezicht door de raad te organiseren. 7. Rapport implementatie omgevingswet (2021) De gemeente Bloemendaal werkt al jaren aan de invoering van de Omgevingswet en heeft een deel van de technische voorbereidingen afgerond, maar een aanzienlijk aantal processen, opleidingen en besluiten moet nog worden voltooid. Hoewel niet wordt verwacht dat de De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

21

invoeringsdatum in gevaar komt, is voortgangsbewaking cruciaal. De gemeenteraad ontvangt wel informatie, maar vindt deze onvoldoende om haar kaderstellende en controlerende rol goed te vervullen. De rekenkamer adviseert het beschikbare uitstel te benutten, besluitvorming beter te spreiden, opleidingen en praktijksessies te intensiveren en de informatievoorziening aan de raad te versterken.

8. Rapport uitvoering participatiewet (2021) De Rekenkamercommissie concludeert dat Bloemendaal de Participatiewet tussen 2015 en 2020 uitvoerde met stabiele bijstandsaantallen en relatief goede uitstroom naar werk, maar zonder scherp meetbare strategische doelen, waardoor de daadwerkelijke doelbereiking moeilijk is vast te stellen. De gemeenteraad ontvangt uitgebreide informatie over processen en financiën, maar krijgt beperkt inzicht in de resultaten voor cliënten en het hoofddoel “zoveel mogelijk mensen aan het werk en, waar nodig, laten meedoen in de maatschappij”. Aanbevolen wordt om outcome-doelen concreet te formuleren, de informatievoorziening aan de raad te stroomlijnen en meer te sturen op effectiviteit, samenwerking met werkgevers en herkenbare monitoring voor cliënten. 9. Samenwerking Bloemendaal Heemstede ict en informatisering (2019) De gezamenlijke rekenkamercommissies concluderen dat Bloemendaal en Heemstede met hun ICT-samenwerking duidelijke vooruitgang boeken, vooral dankzij outsourcing van de infrastructuur, maar dat de aansturing en het beleid rond informatisering nog tekortschieten. Transparantie over kosten ontbreekt, beleidsdoelen zijn onvoldoende uitgewerkt en de betrokkenheid van raden en gebruikers is beperkt.

Hoewel samenwerking voordelen biedt en ontvlechting mogelijk is, zou die financieel onaantrekkelijk zijn en verdere professionalisering hinderen. De commissies adviseren daarom onder meer helder beleid, sterkere regie op outsourcing, betere data governance, duidelijke verantwoordingslijnen, intensievere gebruikersbetrokkenheid en een snellere afronding van de transitie. 10. NVRR onderzoek inclusiebeleid (DOE MEE) De aanbiedingsbrief met daarin de aanbevelingen voor Bloemendaal vindt u HIER (2019) Sinds de ratificatie van het VN-verdrag Handicap in 2016 moeten gemeenten aangeven hoe zij werken aan gelijke kansen voor inwoners met een beperking. De Rekenkamercommissie Bloemendaal nam deel aan een landelijk onderzoek van de NVRR en het College voor de Rechten van de Mens naar de mate waarin gemeenten dit hebben uitgewerkt in beleid. Landelijk blijkt slechts een klein deel van de gemeenten een uitgewerkt inclusiebeleid te hebben. Bloemendaal bevindt zich, net als veel anderen, nog in een verkennende fase. Het bestaande brede beleidsplan voor het sociaal domein bevat wel ambities rond inclusie en toegankelijkheid, maar deze zijn nog beperkt uitgewerkt en niet vertaald in een concrete inclusieagenda met tijdpaden en meetbare resultaten.

De Rekenkamercommissie adviseert daarom om het inclusiebeleid verder te concretiseren in een uitvoerbaar plan met duidelijke mijlpalen, zodat voortgang beter kan worden gevolgd en de gemeenteraad zijn controlerende taak effectief kan vervullen. 11. Evaluatie opvolging aanbevelingen externe inhuur (2018)

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

22

Het evaluatieonderzoek laat zien dat de raad in 2014 drie van de vier aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek naar externe inhuur heeft overgenomen, maar dat alleen aanbevelingen 1 en 4 structureel zijn uitgevoerd, wat heeft bijgedragen aan meer transparantie richting de raad. Aanbeveling 2 (uniforme criteria voor inhuur met aansturing) is wel door de raad aangenomen, maar door het college niet uitgevoerd, zonder dit besluit terug te koppelen aan de raad. De opvolging van aanbevelingen is bovendien niet geborgd binnen raad, college en griffie, waardoor visie, uniformiteit en verantwoording bij inhuur onder aansturing ontbreken en de controlerende rol van de raad wordt beperkt. 12. Communicatiebeleid Bloemendaal (2018) De rekenkamercommissie concludeert dat gemeente Bloemendaal geen actueel communicatiebeleid heeft, waardoor samenhangende doelstellingen en een langetermijnvisie ontbreken en zowel college als raad onvoldoende kunnen sturen en beoordelen. Hoewel op projectniveau maatwerk wordt geleverd en diverse initiatieven zijn genomen om interne communicatie te versterken, blijft inzicht in de effecten beperkt doordat concrete doelen ontbreken. De gemeente beschikt over evaluatie-instrumenten, maar zonder duidelijk vastgestelde ambities blijft onduidelijk hoe resultaten moeten worden geïnterpreteerd, zoals dalende waarderingen in burgerpeilingen.

De raad ontvangt wel informatie per raadsvoorstel, maar mist zicht op het bredere beleid, waardoor de controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan worden ingevuld. De commissie adviseert daarom om gezamenlijk de informatiebehoefte van de raad te bepalen, een langetermijnvisie met meetbare doelstellingen vast te stellen en periodiek te evalueren en rapporteren.

De Rode Draad – Rekenkameronderzoek door de jaren heen 2018-2025

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2712/documents/27161