CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 6 Korte toelichting op Participatiewet IOAW IOAZ 2026001253.pdf

Commissie Samenleving 2 september 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Aanpassen reintegratieverordening1.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Korte toelichting op Participatiewet, IOAW, IOAZ Participatiewet: Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Hierbij gaat de voorkeur uit naar betaald werk, maar als dit niet mogelijk is, kan het ook gaan om vrijwilligerswerk. De Participatiewet vervangt de Wet Werk en Bijstand (WWB), de oude Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Het tweede doel van de Participatiewet is zorgen dat iedereen een inkomen heeft, ook mensen die niet in staat zijn in het eigen levensonderhoud te voorzien. De Participatiewet geeft een (aanvulling op het) inkomen tot het toepasselijke "sociaal minimum" (artikel 7). Er bestaat alleen recht op een bijstandsuitkering (sociale bijstand) voor zover er geen andere, voorliggende, wettelijke regeling is. De bijstand is namelijk het laatste vangnet. De gemeente (of formeel het college van burgemeester en wethouders, het college) heeft de wettelijke taak om deze wet uit te voeren (artikel 7), maar kan dit ook samen met andere gemeenten in een samenwerkingsverband (artikel 8c) oppakken.

De gemeente Bloemendaal werkt samen met de gemeente Heemstede en heeft dit belegd bij de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken (IASZ). Toelichting en achtergrond op de wijzigingen in de Re-integratieverordening ingaande 1 januari 2026 Op 1 januari 2026 is de Wet van school naar duurzaam werk in werking getreden. Deze wet moet voorkomen dat jongeren uitvallen van school zonder dat zij over een startkwalificatie beschikken en/of zonder werk thuis komen te zitten. Door deze wet is de Participatiewet uitgebreid met het artikel 7a. Hierdoor hebben gemeenten de wettelijke opdracht gekregen om alle jongeren tot 27 jaar die onder de Wet van school naar duurzaam werk vallen te ondersteunen bij het vinden van een opleiding, leerwerktraject of werk. Het gaat om een beperkte doelgroep. Als gevolg hiervan moeten gemeenten de Re-integratieverordening aanpassen om deze in overeenstemming te brengen met de wet. 1. De wijzigingen in de Re-integratieverordening dragen bij aan het doel om jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning te bieden. De wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk bestaat uit vier samenhangende maatregelen: 1. Scholen bieden aanvullende loopbaanbegeleiding tijdens het onderwijs en tot één of twee jaar na diplomering, gericht op de overgang naar vervolgonderwijs of werk. 2.

Doorstroompunten begeleiden jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar naar school of naar werk. 3. Gemeenten bieden jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning richting school, werk of een combinatie van beide. 4. Alle partijen werken verplicht samen in een aanvullend regionaal programma. Door het wijzigen van de Re-integratieverordening voorziet de gemeente in regels en ondersteuningsmogelijkheden om jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning te bieden en om deze jongeren beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk én bij het behouden van werk. Het preventieve aspect betekent dat gemeenten niet alleen kunnen reageren op problemen, maar in samenwerking met het doorstroompunt actief kunnen zorgen voor begeleiding en ondersteuning die voorkomt dat jongeren uitvallen op de arbeidsmarkt. 2. Het besluit draagt bij aan het uitvoeren van de bredere verordeningsplicht van de gemeente. Het Rijksoverheid heeft gemeenten opdracht gegeven om de verordening aan te passen als gevolg van de Wet Van school naar duurzaam werk en gemeenten zijn verplicht om de nieuwe doelgroep op te nemen in hun re-integratiebeleid. Hierdoor kunnen gemeenten zorgen voor begeleiding en ondersteuning die voorkomt dat jongeren uitvallen op de arbeidsmarkt.

De Beleidsregels re-integratie Participatiewet, IOAW, IOAZ Bloemendaal 2024 zullen na vaststelling van het wijzigen van de Re-integratieverordening worden aangepast. 3. Het wijzigen van de Re-integratieverordening zorgt voor een eenduidig beleid in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond De gewijzigde Re-integratieverordening is ontwikkeld en afgestemd met de regiogemeenten Haarlem, Zandvoort, Bloemendaal, Heemskerk, Bloemendaal, Beverwijk en Velsen. Voor (PRO/VSO)scholen, (MBO)onderwijsinstellingen en het Doorstroompunt, welke belangrijke ketenpartners zijn in de uitvoering van de Wet van school naar duurzaam werk, is een eenduidig beleid in de regio overzichtelijk en draagt dit bij aan een samenhangende en doelgerichte aanpak binnen de arbeidsmarktregio, zonder onderscheid te maken naar de woonplaats van de jongere. 4. Input onderwijs en doorstroompunt In het kader van de Wet van school naar duurzaam werk wordt samengewerkt met de regiocoördinator van het praktijkonderwijs (PRO) en het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), evenals met vertegenwoordiging van het middelbaarberoepsonderwijs (mbo) en coördinator van het doorstroompunt. Deze vertegenwoordigers is om een reactie op de voorgestelde keuzes gevraagd. De opgehaalde input is betrokken bij het verder uitwerken van de beleidskeuzes.

Hiermee wordt geborgd dat het onderwijs en het Doorstroompunt betrokken worden bij de totstandkoming van beleid. Dit draagt bij aan een goede onderlinge samenwerking en beleid dat aansluit bij de uitvoeringspraktijk. 5. De wijziging van de Re-integratieverordening zorgt ervoor dat de doelgroep van de Wet van school naar duurzaam werk aan de Re-integratieverordening wordt toegevoegd. Mede aan de hand van de input van regiogemeenten, onderwijs, het doorstroompunt en de participatieraad is besloten de volgende wijzigingen door te voeren: - Jongeren tot 27 jaar worden toegevoegd aan de doelgroep van de Re- integratieverordening. - Een weigeringsgrond (artikel 3, eerste lid, onderdeel f) en een inhoudelijk artikel (artikel 13D) worden toegevoegd. o Besloten is om de leeftijdsgrens van zestien jaar als facultatieve weigeringsgrond onder artikel 3 eerste lid, niet op te nemen in de re-integratieverordening. In de praktijk komt het namelijk voor dat jongeren onder 16 jaar al ondersteuning ontvangen bijvoorbeeld via de PRO/VSO dienstverlening. Om deze reden is het niet wenselijk om de leeftijdsgrens van zestien jaar als weigeringsgrond op te nemen. o Wanneer een school de gemeente om ondersteuning van een jongere verzoekt, is het de taak van de school om het overgangsdocument aan de gemeente te verstrekken.

Als het overgangsdocument ontbreekt, kunnen gemeenten bepalen dat dit een reden is om een voorziening te weigeren. Besloten is om deze facultatieve weigeringsgrond onder artikel 3, eerste lid, sub f, wel op te nemen in de Verordening. o Besloten is het artikel ‘Specifieke ondersteuning’ niet op te nemen in de re- integratieverordening. Dit artikel zou de mogelijkheid bieden om een specifieke vorm van ondersteuning (zoals een inloopspreekuur) vast te leggen. Er is voor gekozen beleidsruimte te behouden zodat in de praktijk kan worden onderzocht welke vorm van specifieke ondersteuning wenselijk en effectief is. Door deze vorm niet vast te leggen in een verordening behoudt de gemeente ruimte om deze vorm ondersteuning waar nodig aan te passen. o Inhoudelijk artikel 13D is toegevoegd aan de verordening. Dit artikel houdt verband met de manier waarop gemeenten procesmatig omgaan met verzoeken om een voorziening van scholen of onderwijsinstellingen. o Vooruitlopend op deze wijziging van de Re-integratieverordening is in 2026 een re-integratietraject op grond van de Participatiewet beschikbaar gesteld aan een jonge schoolverlater. Dit is waarom de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 moet ingaan. IAOW: De IOAW is een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Het vult je inkomen aan tot het sociaal minimum, is bedoeld voor wie is geboren vóór 1 januari 1965 en na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar werkloos is geworden. De IOAW kijkt niet naar je eigen vermogen. IAOZ: De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen is een uitkering voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen van 55 jaar tot de AOW-leeftijd. Deze regeling vult het inkomen aan tot het sociaal minimum (bijstandsniveau) als je stopt met je bedrijf vanwege te weinig inkomsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2700/documents/27884