CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 - Deel 1A - Basisbrandweereenheid 2026001242.pdf

Raad 17 september 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 13: Raadsvoorstel Dekkingsplan Brandweer16.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 27 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 28 Categorie Capaciteit Onder referentie waarde Tussen referentiewaarde – bandbreedte Boven bandbreedte Aantal buurten Cat. 1 1e TS 0 37 2e TS 2 3e TS 21 Cat. 2 1e TS 0 302 2e TS 0 3e TS Cat. 3 1e TS 0 72 2e TS 3e TS Totaal aantal buurten 411 Beoordeling slagkracht DAG Categorie Capaciteit Onder referentie waarde Tussen referentiewaarde – bandbreedte Boven bandbreedte Aantal buurten Cat. 1 1e TS 0 37 2e TS 4 3e TS 28 Cat. 2 1e TS 0 302 2e TS 1 3e TS Cat. 3 1e TS 0 72 2e TS 3e TS Totaal aantal buurten 411 Beoordeling slagkracht ANW Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 29 Beoordeling grootschalig basisoptreden Voor het leveren van bijstand aan andere Veiligheidsregio’s dient Kennemerland structureel 1 peloton te kunnen leveren (4 tankautospuiten) binnen een opkomsttijd van 60 minuten op de grens van de regio Kennemerland. Hieraan kan worden voldaan met het vooraf vastgestelde peloton, bestaande uit de kazernes Bennebroek, IJmuiden, Spaarndam en Beverwijk-West.

DAG ANW Opkomsttijd 1ste TS6 bij inzet GBO Bij inzet van het peloton voor Grootschalig Brandweeroptreden zal de dekking op gebieden verminderen omdat de ingezette kazernes langdurig niet meer beschikbaar zijn in de ‘eigen’ regio. Ondanks dit blijkt dat zowel in de DAG als in de ANW hierdoor geen van de buurten binnen de Veiligheidsregio Kennemerland buiten de bandbreedte bereikt. Beoordeling op paraatheid Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven. Beschikbaarheid De beschikbaarheid van kazernes binnen de Veiligheidsregio Kennemerland is op orde. Op drie kazernes (Beverwijk-West, Spaandam en Zandvoort-Duinstraat) zijn tijdens werkuren geen of onvoldoende vrijwilligers om operationeel te kunnen zijn. Ondanks dit is de dekking binnen Kennemerland toch op orde, omdat in de nabijheid van deze kazernes beroepskazernes uitrukken overdag. Daarmee blijven snelle opkomsttijden geborgd. Bij de vrijwillige kazernes wordt gewerkt op basis van vrije instroom. Dit wil zeggen dat pas bij een alarmering bekend wordt of er voldoende personeel opkomt om de brandweerauto de weg op te krijgen. Middels alarmontvangers met een ‘terugmeldfunctie’ geven vrijwilligers aan bij een alarm of zij opkomen.

Daarmee ziet de meldkamer of er voldoende opkomst is. Zo niet, dan kan direct een opvolgende eenheid opgeroepen worden. Gelijktijdigheid Meerdere meldingen binnen het verzorgingsgebied van een kazerne op hetzelfde moment komen binnen de Veiligheidsregio Kennemerland weinig voor. De kans op deze gelijktijdige incidenten, waarbij het nodig is om een buurkazerne te alarmeren, is het grootst bij de beroepskazernes. Dit is verklaarbaar omdat deze kazernes ook een grootste verzorgingsgebied hebben door de relatief snelle uitruktijd.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 30 Door de gunstige ligging van de kazernes binnen Kennemerland zal bij een gelijktijdig incident een eenheid van een omliggende kazerne nog steeds snel ter plaatse zijn. Restdekking Met name bij grootschalige of langdurige inzetten is het van belang restdekking te organiseren. Dit doen we binnen Kennemerland door bij deze incidenten de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) standaard mee te laten alarmeren of door de meldkamer te laten informeren. Op basis van de beschikbare informatie over het incident, de duur en de nog beschikbare eenheden kan de ACB kazernes met groter risico laten herbezetten door voertuigen en personeel van kazernes met een lager risico (verplaatsing voertuigen en personeel). Daarmee wordt, ook tijdens een grootschalig incident, snelle inzet voor overige alarmeringen gegarandeerd. Beoordeling op werkdruk De werkdruk van zowel de beroepskazernes als de vrijwillige kazernes in Kennemerland lijkt acceptabel. Binnen Kennemerland zijn geen kazernes die aangeven de werkdruk te hoog te vinden. Ook uit de laatste jaren gehouden belevingsonderzoeken en medewerker tevredenheidsonderzoeken komen geen signalen die wijzen op een te hoge werkdruk.

3.4 Conclusies en aanbevelingen Regionaal beeld Conclusie De Veiligheidsregio Kennemerland is een levendige en dynamische regio door de uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoor en door de lucht. Daarnaast Tata Steel, Schiphol, het Noordzeekanaal en het IJmondgebied belangrijke verbindingsknooppunten in de regio. Kijkend naar de opkomst van de eerste TS6 snelheid scoort brandweer Kennemerland op alle gebieden goed of voldoende. Kijkend naar de objecten kan worden geconcludeerd dat bij ruim 95% van alle objecten binnen 10 minuten een eerste brandweereenheid (TS6) voor de deur staat. Ook op het gebied van capaciteit doet de brandweer het goed. In 91% van de objecten kunnen 3 of meer tankautospuiten aanwezig zijn binnen 15 minuten. Ook bij het leveren van bijstand (basispeloton brandweerzorg) in het kader van grootschalig optreden blijft de opkomsttijd in alle gebieden goed of voldoende scoren. De paraatheid is goed, maar kritiek voor de combikazernes. De werkdruk is goed te benoemen. Dit op zich positieve beeld kan helaas niet tot de conclusie leiden dat de brandweerzorg in Kennemerland op alle vlakken voldoende is. De landelijke systematiek gaat uit van de opkomst bij specifieke objecten en stelt daar wettelijke minimumeisen aan.

Om financiºle redenen heeft het bestuur van de VRK in het verleden besloten om de brandweerzorg in Kennemerland op dat wettelijke minimum te organiseren, dat in het Besluit veiligheidsregio’s is gesteld voor gebouwbranden. Maar van de brandweer wordt uiteindelijk wel meer verwacht dan alleen het bestrijden van gebouwbranden. Aanbeveling  Behoud de huidige mate van spreiding en slagkracht van d e kazernes binnen de Veiligheidsregio Kennemerland.  Kom in de komende beleidsperiode met een analyse en voo rstel of er andere organisatievormen voor de combikazernes mogelijk zijn. De continuïteit van de bezetting op deze drie kazernes staat onder druk en is niet toekomstbestendig. Daarom is een programma Toekomstige Paraatheid gestart. Dit programma werkt toe naar een oplossingsvisie waarbij de knelpunten geadresseerd zijn. Die visie heeft mogelijk regionale impact. Er is op dit moment nog geen richting bepaald. Bij het bepalen van die richting wordt ook rekening gehouden met de impact op dit dekkingsplan. De aanbeveling is om de dwarsverbanden tussen het programma en dit dekkingsplan te blijven onderzoeken. Categorie I objecten met overschrijding Conclusie In de Veiligheidsregio Kennemerland zijn 482 objecten uit categorie I die buiten de bandbreedte (dus met een opkomsttijd hoger dan tien minuten) worden bereikt.

Deze objecten zijn te clusteren naar 34 straten in een plaats (zie bijlage 6). De typering van de objecten is gebaseerd op de gegevens uit de kernregistratie objecten (KRO), de verrijkingen van objecten portiekwoningen en de verrijking van de witte kaart. Verre uit de meeste aandachtsobjecten bevinden zich in de gemeente Zandvoort (345 stuks in 17 straten). Dit komt doordat de brandweerkazernes in Zandvoort een specifieke uitrukwijze kennen. Hierbij wordt de ene week vanuit de ene locatie uitgerukt en de andere week vanuit de andere locatie. Het streven van brandweer Kennemerland is dat beide kazernes minimaal gelijktijdig als TS4 kunnen uitrukken. Daarmee wordt in ieder geval de opkomst van een eerste eenheid in 50% van de gevallen verbeterd. Pas als beide kazernes in Zandvoort buiten kantooruren als TS6 kunnen uitrukken zal het aantal objecten met een overschrijding in Zandvoort substantieel afnemen. Voor de overige objecten in de gemeenten lijkt een oplossing in de repressieve kant van de brandweerzorg geen optie. Bij deze objecten is de eerste eenheid of al een beroepskazerne, waardoor alleen de locatie van de objecten ten opzichte van de kazerne een andere uitkomst kan geven. In die gevallen dat de eerste eenheid een vrijwillige kazerne is, kan alleen het veranderen van de organisatievorm van vrijwillig naar beroeps een ander beeld geven.

Beide lijken economisch in relatie tot de aantallen objecten niet reºel. Aanbeveling aan de kant van incidentbestrijding  | Blijf investeren in de werving van nieuwe vrijwilligers voor beide kazernes in Zandvoort om de kans te vergroten dat buiten kantooruren beide kazernes gelijktijdig operationeel zijn.  | Blijf (net zoals n.a.v. het dekkingsplan 2023-2026) bij een gebouwbrand in een portiekwoning standaard het redvoertuig mee alarmeren. Voor portiekwoningen kan de inzet van een redvoertuig handig zijn, om zo ingesloten mensen via een tweede vluchtweg te kunnen redden indien nodig .  | Blijf (net zoals n.a.v. het dekkingsplan 2023-2026) voor de aandachtsobjecten met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten, welke een directe aansluiting van het OMS26 op het meldkamersysteem direct de brandweer alarmeren (1 tankautospuit onder prio 1) in plaats van eerst de verificatie te doen of het een daadwerkelijke melding betreft. Aanbeveling aan de kant van risicobeheersing  | Blijf inzetten op de reeds genomen activiteiten op het gebied van brandveilig leven en brandveilig gebruik van gebouwen. De tijdsoverschrijding bij objecten kan niet worden opgelost door brandpreventieve maatregelen. Desondanks zin preventieve maatregelen wel zinvol. Het voorkomen van brand blijft het beste.

Mocht er toch brand ontstaan, dan is het tijd ontdekken van de brand en het beperken van de gevolgen van de brand het twee na beste. Sinds 1 juli 2022 is het in Nederland verplicht om op elke verdieping van een woning, inclusief huurwoningen, minstens ØØn werkende rookmelder te hebben in de (gezamenlijke) vluchtweg. De inspanningsverplichting hiervoor ligt bij de eigenaar/gebruiker van de woning. Vanuit Risicobeheersing worden jaarlijks al de volgende activiteiten uitgevoerd om brandveiligheid binnen de veiligheidsregio Kennemerland te stimuleren:  | Woningcheck - Van de gemeente ontvangt brandweer Kennemerland de adressen van senioren. Deze bewoners worden vervolgens uitgenodigd voor een vrijblijvend en gratis woningbezoek. Tijdens dit bezoek geven onze voorlichters advies over hoe zij hun woning brandveiliger kunnen maken. Daarnaast delen wij informatie over valpreventie en de crisisorganisatie, zodat bewoners breder worden ondersteund in hun veiligheid. Daarnaast geven we ook woningbezoeken die nog niet de stempel ‘senior’ hebben. Brandweer Kennemerland is van mening dat brandveiligheid voor iedereen is een geen leeftijd kent.  | Centrale voorlichtingen - Op verzoek verzorgen wij centrale voorlichtingen voor bedrijven, VvE’s, woningcorporaties en diverse andere organisaties.

Tijdens deze sessies geven we praktische informatie en tips over brandveiligheid en het voorkomen van incidenten.  | Lesgeven op basisscholen - Wij geven brandveiligheidslessen op basisscholen in de hele regio. De nadruk ligt op groep 4 en groep 7, omdat uit onderzoek blijkt dat kinderen in deze leeftijden informatie het beste opnemen . Daarnaast verzorgen we lessen voor andere groepen, en soms ook voor middelbare scholen en MBO-instellingen. 26 | Openbaar Meld Systeem (automatische brandmeldingen) Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 31 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 32 Bovengenoemde maatregelen zorgen ervoor dat wij verschillende leeftijdsgroepen binnen de samenleving op diverse manieren bereiken. Zo kunnen we hen informeren over hoe zij zo brandveilig mogelijk kunnen leven Øn wat zij moeten doen als het toch misgaat. Aan de gemeenten wordt het volgende geadviseerd:  Onderzoek in samenwerking met het team Operationele V oorbereiding van brandweer Kennemerland of en welke infrastructurele maatregelen mogelijk zijn om de bereikbaarheid van deze objecten te verbeteren of als nu te behouden. Dit kan mogelijk leiden tot het wel binnen de maximale opkomsttijd bereiken van de objecten.

 Betrek brandweer Kennemerland voortijdig (of blijf betrekken) bij wijzigingen van de infrastructuur in de gemeente. Objecten met een opkomsttijd hoger dan 18 minuten Conclusie Ondanks de snelle opkomst van de brandweer binnen de Veiligheidsregio Kennemerland zijn er toch 21 objecten die niet binnen de 18 minuten bereikt kunnen worden. De oorzaak hiervan is:  19 objecten zijn ‘strand gebonden’. Het gaat hierbij om twee objecten aan Strand Zuiderbad te Wijk aan Zee, twee objecten aan de Zwarteweg te Heemskerk en de 15 objecten aan de Reyndersweg te Velsen- Noord. Door de ligging op het strand is de bereikbaarheid niet ideaal en resulteert dit in een lange aanrijtijd die nodig om bij deze objecten te kunnen komen.  Twee objecten aan de Markervaart en Stierop te Uitgee st liggen ver in de polder aan smalle fietspaden. Ook hierdoor kan de brandweer niet snel ter plaatse zijn. Brandweer Kennemerland streeft ernaar alle objecten binnen de maximale opkomsttijd te kunnen bereiken. Kijkend naar de ligging van de objecten is dat voor deze objecten niet realiseerbaar. Het nemen van repressieve maatregelen, zoals verplaatsen van kazernes of het versnellen van de uitruktijd door de organisatievorm van vrijwillig naar beroeps om te vormen, is voor deze locaties economisch niet uit te leggen. Daarmee accepteert de brandweer de overschrijding op deze objecten.

Aanbeveling  Schrijf de gebruiker/bewoner van deze objecten aan en l eg uit dat de brandweer niet binnen de maximale opkomsttijd aanwezig kan zijn en wat de oorzaak is.  Biedt de gebruiker/bewoner een vrijblijvende brandvei ligheidscheck aan en/of een toelichtend gesprek over het niet halen van de opkomsttijd aan door risicobeheersing en operationele voorbereiding. Aan de gemeenten wordt het volgende geadviseerd:  Onderzoek in samenwerking met het team Operationele V oorbereiding van brandweer Kennemerland of en welke infrastructurele maatregelen mogelijk zijn om de bereikbaarheid van deze objecten te verbeteren. Dit kan mogelijk leiden tot het wel binnen de maximale opkomsttijd bereiken van de objecten.  Betrek brandweer Kennemerland voortijdig (of blijf betrekken) bij wijzigingen van de infrastructuur in de gemeente. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 33 4 Dekkingsplan vaststellen (Processtap 4) Dit dekkingsplan (2027-2030) is opgesteld door het toepassen van de methodiek voor dekkingsplannen op basis van Gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Deze is echter nog niet opgenomen in de regelgeving. Het ministerie van J&V heeft de systematiek wel al omarmd en is voornemens de noodzakelijke wijzigingen hiervoor zo spoedig mogelijk in de wet te verwerken.

Kennemerland heeft zich ambtelijk en bestuurlijk altijd in positieve zin verbonden aan deze ontwikkeling, en hier zelfs een belangrijke bijdrage aan geleverd. Omdat de regelgeving nog niet aangepast is, kan het bestuur gebruik maken van de in de huidige wet genoemde mogelijkheid om af te wijken van de normtijden. Dit is ook al gedaan bij het voorgaande dekkingsplan 2023-2026. Dit kan door het ruimhartig gebruik maken van de mogelijkheid gemotiveerd af te wijken. Deze ruimte biedt de huidige regelgeving. Het bestuur wordt daarom wederom gevraagd in te stemmen dit dekkingsplan op basis van de landelijke systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. Door het toepassen van de systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’ zal de Veiligheidsregio Kennemerland afwijken van de huidige in het Besluit Veiligheidsregio’s genoemde tijdsnormen. Het bestuur van de Veiligheidsregio mag voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststellen die afwijken van de tijdnormen, mits de keuze van de locatie en de afwijking gemotiveerd worden. De Veiligheidsregio Kennemerland heeft de onderstaande redenen om hiervoor te kiezen:  Een dekkingsplan op basis van de systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’ geeft een realistisch beeld van de prestaties die van de brandweer verwacht mogen worden.

Dit omdat niet alleen naar de opkomst van een eerste eenheid (snelheid) wordt gekeken, maar ook naar de tijd waarin 3 eenheden op een locatie kunnen zijn (slagkracht). Verder geeft de systematiek ook handvatten om eventueel inzicht te kunnen geven in de paraatheid en werkdruk van de brandweer. Tot slot heeft de systematiek ook meer informatiewaarde voor het bestuur en biedt het een betere basis voor verantwoording en besluitvorming. Hiermee wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het niveau van het dekkingsplan.  De normen uit de Gebiedsgerichte opkomsttijden zullen binnen afzienbare termijn de nieuwe landelijke norm gaat worden. In ieder geval wordt dit verwacht binnen de geldigheidsduur van dit dekkingsplan 2026-2030.  De systematiek sluit beter aan bij het beschouwen van de m ogelijke locaties (gebieden en/of objecten) waar de norm overschreden wordt. Op 29 oktober 2025 heeft de BCOV besloten (op basis van de uitgangspunten notitie), dat dit dekkingsplan voor de beleidsperiode 2027-2030 wordt opgesteld op basis van de systematiek voor dekkingsplannen op basis van Gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Dit dekkingsplan is daar het resultaat van en wordt na de conceptvaststelling door de BCOV op 1 juli 2026 aan de gemeenten toegezonden. De definitieve vaststelling van het onderhavige dekkingsplan staat gepland voor de vergadering van de BCOV/AB van februari 2027.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 34 5 Uitvoering bijstellen (Processtap 5) Na vaststelling van het dekkingsplan door het bestuur van de Veiligheidsregio, zal brandweer Kennemerland komende beleidsperiode invulling geven aan de inrichting van de brandweerzorg zoals in het plan is beschreven. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 35 6 Dekking uitvoeren (Processtap 6) In de eerste plaats wordt hiermee inhoud gegeven aan een adequate hulpverlening. In de tweede plaats dient hierbij sprake te zijn van de zorgvuldige registratie van de hulpverlening, zodat de geleverde repressieve prestaties kunnen worden gemonitord, deze informatie kan worden gebruikt bij de verantwoording en tevens gebruikt kan worden om de repressieve prestaties cyclisch te kunnen verbeteren. Brandweer Kennemerland zal jaarlijks op basis van haar registraties in het bestuurlijke jaarverslag verantwoorden of de gerealiseerde repressieve brandweerzorg is geleverd volgens dit bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan. Dit zal gebeuren op basis van de systematiek die in het volgende hoofdstuk is beschreven.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 36 7 Uitvoering beoordelen (Processtap 7) 7.1 Methodiek Hier wordt beschreven of de gerealiseerde repressieve brandweerzorg is geleverd volgens het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Wilcoxon signed-rank test methodiek. Het is de bedoeling dat er minimaal ØØn keer per jaar een rapportage wordt opgesteld. Op basis van de gemaakte berekeningen volgens deze methodiek kan met behulp van onderstaande dashboard het verschil tussen de prognose en de realisatie worden afgelezen. De groene, oranje en rode vlakken zijn afhankelijk van de onzekerheidsmarge. Hoe meer metingen hoe kleiner het groene vlak zal worden. Gestreefd moet daarom worden om steeds een vergelijkbaar aantal metingen mee te nemen in de berekeningen. Als de wijzer in het groene vlak staat, dan voldoet de prognose ten opzichte van de realisatie en heeft de brandweer volgens plan gepresteerd. Van ieder geregistreerd incident wordt de prognose en realisatie t.o.v. elkaar geplaatst in onderstaande diagram. Op de X-as wordt de prognose weergegeven en op de Y-as wordt de realisatie weergegeven. Als de prognose en realisatie precies overeenkomen, dan ligt het punt precies op de diagonaal. Dan komen prognose en realisatie dus precies overeen.

Alle punten die binnen de blauwe stippellijnen vallen, beschouwen we als “binnen de verwachting”. Dat is de bandbreedte van min 3 en plus 3 minuten. Wanneer een punt (ver) buiten de blauwe stippellijn valt, dan is het de moeite waard om dat incident is nader te onderzoeken om een verklaring te kunnen geven voor het verschil.

7.2 Resultaten 2023-2025 gebouwbrand Hieronder wordt het beeld te geven hoe de gerealiseerde repressieve brandweerzorg 2023 t/m 2025 eruit zag ten opzichte van de prognose uit het uit dekkingsplan 2023-2026. Vanaf 2023 wordt aan het bestuur jaarlijks hierover gerapporteerd. In de periode 2023-2025 zijn er 253 gebouwbranden met bruikbare tijden geregistreerd. waarvan ook de prognose op basis van de adresgegevens te herleiden waren. Het betreft 270 incidenten tijdens kantooruren27 (DAG) en 606 incidenten buiten kantooruren (ANW). DAG situatie Aantal metingen = | 270 | Afwijking 3 minuten 81,9% 221 12,6% 5,6% | 34 15 sneller | langzamer vlakken op basis van alpha 0,01 en 0,05 | Sneller | Binnen 3 min | Langzamer Prognose Sneller | Langzamer 20 | < -5 | -5 | -4 | -3 | -2 | -1 | +1 | +2 | +3 | +4 | +5 | > +5 19 18 | 1 | 41,5% 17 | 2 | 67,8% 16 15 | 3 | 81,9% 14 13 | 4 | 89,6% 12 11 | 5 | 94,4% 10 9 | < 5 > | 100% 8 7 | Percentage dat bereikt wordt tot de afstand van de prognose (min) 6 5 4 3 2 1 0 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 Prognose Uit de analyse blijkt dat tijdens werkdagen 82% van de gebouwbranden binnen de verwachte tijd bereikt worden door de brandweer. De totaalscore valt in het groene vlak ‘binnen de prognose’. Dit houdt in dat de afwijking in opkomsttijd is ten opzichte van de prognose uit het dekkingsplan.

De brandweer heeft conform plan gepresteerd. 27 | Kantooruren zijn van 07.30 tot 17.00 uur op maandag t/m vrijdag, met uitzondering van landelijke officiºle feestdagen. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 37 ANW situatie Aantal metingen = | 606 | Afwijking 3 minuten 84,0% 509 12,5% 3,5% | 76 21 sneller | langzamer vlakken op basis van alpha 0,01 en 0,05 | Sneller | Binnen 3 min | Langzamer Prognose Sneller | Langzamer 20 | < -5 | -5 | -4 | -3 | -2 | -1 | +1 | +2 | +3 | +4 | +5 | > +5 19 18 | 1 | 42,7% 17 16 | 2 | 70,0% 15 | 3 | 84,0% 14 13 | 4 | 90,3% 12 11 | 5 | 93,6% 10 9 | < 5 > | 100% 8 7 | Percentage dat bereikt wordt tot de afstand van de prognose (min) 6 5 4 3 2 1 0 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 Prognose Uit de analyse blijkt dat buiten kantoortijden 84% van de gebouwbranden binnen de verwachte tijd bereikt worden door de brandweer. De totaalscore valt in het groene vlak ‘binnen de prognose’. Dit houdt in dat de afwijking in opkomsttijd is ten opzichte van de prognose uit het dekkingsplan. De brandweer heeft conform plan gepresteerd. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 38 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 39 Bronvermelding 1.

Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekking splannen, Brandweer Nederland, versie 3.0 2. Format rapport Landelijke uniforme systematiek voor De kkingsplannen, Brandweer Nederland, juli 2021 3. Visie 2.0 Grootschalig brandweeroptreden, Brandwee r Nederland, september 2018 4. Ter Plaatse! Onderzoek naar de opkomsttijden en dekking splannen van de brandweer, Inspectie Veiligheid en Justitie, Juni 2012 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 40 Bijlage 1 - De landelijke methodiek De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniform werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften, zodat de regio’s op onderdelen vergelijkbaar worden. De landelijk uniforme systematiek bevat ook het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid.

Het kader wordt toegepast bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid (TS6). Dekkingsplanproces in zeven stappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren: Stap 1. Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap. Stap 2. Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat minimaal de twee verplichte factoren snelheid en capaciteit.

Daarnaast kan de brandweer de beschrijving aanvullen met de factoren paraatheid en werkdruk. Die laatste twee zijn niet verplicht, maar geven wel meer inzicht. Stap 3. Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking minimaal aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte opkomsttijden en het kader Grootschalig Brandweeroptreden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid en capaciteit, eventueel aangevuld met paraatheid en werkdruk. Het resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 41 Stap 4. Dekkingsplan vaststellen Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen ØØn of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer. Stap 5. Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht. Stap 6. Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulp verlenen aan mens en dier.

Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulpverlening en de registratie daarvan. Stap 7. Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Zo nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 42 Bijlage 2 – Bepaling meldkamertijd De meldkamertijd is de tijd die een meldkamer nodig heeft om een incidentmelding aan te nemen, triage te plegen en passende eenheden te alarmeren. De meldkamertijd is voor het gehele werkingsgebied van de meldkamer hetzelfde. Bepaal de meldkamertijd op basis van waarnemingen van een heel jaar, met een minimum van vijftig waarnemingen. Maak hierbij gebruik van de mediaan. Dit is de middelste waarde van alle waarden, nadat zij zijn gesorteerd van klein naar groot. Gebruik hierbij ook altijd je gezond verstand.

Zijn er bijvoorbeeld wijzingen geweest die substantiºle invloed hebben op de meldkamertijd? Denk bijvoorbeeld aan de samenvoeging van meldkamers of wijzing van het uitvraagprotocol. In dat geval kan het nodig zijn om de meldkamertijd bij te stellen. Richt je bij de bepaling van de meldkamertijd op gebouwbranden. Om een representatieve tijd te bepalen voor het meldkamerproces, selecteer je alleen de volledige prio 1 ritten naar daadwerkelijke branden. Gebruik het volgende specifieke filter:  Telefonische meldingen.  Daadwerkelijke gebouwbranden: - Let op de afsluitcode (volgens lokale meldkamerafspraken) . - Alarmeringsclassificatie gebouwbrand GMS niveau 2. - Volledige prio 1 ritten - Expliciet niet meenemen in de berekening: test/oef/inf o. - Minimaal 50 meldingen Voor dit dekkingsplan is de meldkamer tijd bepaald over de bovenstaande specifieke filters met daaraan toegevoegd dat:  Het incident plaats heeft gevonden binnen de Veilighe idsregio Kennemerland  Het een incident betrof met de inzet van een TS  Geen incidenten aangemaakt door de meldkamer Tata Ste el Voor het bepalen van de meldkamertijd heeft brandweer Kennemerland gebruik gemaakt van de incidentdata die maandelijks vanuit de meldkamer wordt verkregen (dump uit GMS van alle incidentrecords).

Het resultaat is een mediaan meldkamertijd over de periode januari 2025 t/m december 2025 van 1.07 minuut over 277 incidenten. De mediaantijd in de DAG situatie is 01.02 minuut over 75 incidenten. In de ANW is de mediaantijd 01.12 minuut over 202 incidenten. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 43 Bijlage 3 – Bepaling uitruktijd eenheden brandweer Kennemerland De uitruktijd is de tijd tussen de alarmering (status opdracht) van een eenheid en de uitruk naar een incident (status uitruk / GPS beweging / stop stilstand). Gebruik het volgende specifieke filter om de uitruktijd te bepalen:  Prio-1-ritten. De uitruktijd is anders dan bij prio-2-incidenten.  Eerste golf alarmeringen.  Neem alleen alarmeringen mee binnen de eerste twint ig minuten vanaf start incident. Later gealarmeerde eenheden rijden regelmatig met een lagere prioriteit.  Volledige prio-1-ritten. Het is niet altijd duidelijk wanneer een incident is afgeschaald. Daarom kan je alleen volledige prio-1-ritten in je berekening meenemen. Er moet wel zijn geregistreerd of de rit onderweg van prioriteit is veranderd. Voor het bepalen van de uitruktijden heeft brandweer Kennemerland gebruik gemaakt van de incidentdata die maandelijks vanuit de meldkamer wordt verkregen (dump uit GMS van alle incidentrecords) sinds 2018. Bepaal met de gefilterde gegevensset de uitruktijd.

Deze is specifiek voor typen eenheden en de organisatie van die eenheden. Optioneel kan je ook een schatting maken naar tijdstip op de dag, datum en eventuele actuele situaties (zoals tijdelijke kazernering). De uitruktijd bepaal je altijd op basis van recente hele jaren en minimaal vijftig waarnemingen. Dit is onder andere belangrijk om seizoenseffecten op te heffen. Bij een aantal van vijftig waarnemingen is bovendien de onzekerheidsmarge kleiner dan tien seconden. Bij veel vrijwillige kazernes is dit aantal niet altijd haalbaar. In dat geval neem je meerdere jaren mee in de berekening. Weeg daarbij wel af of de situatie van enkele jaren terug nog steeds representatief is voor de hedendaagse kazerne. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de kazerne is verplaatst, er een nieuw paaltje in de weg staat of de vrijwilligers inmiddels verder weg wonen van de kazerne. Dit zijn factoren die de uitruktijd beïnvloeden en waar je gedegen rekening mee moet houden. Zijn er vervolgens nog steeds minder dan vijftig waarnemingen of kan je geen goede tijd bepalen, gebruik dan de expertise van de specialist dekkingsplannen. Voor een aantal kazernes28 wordt ook over een periode van 6 jaar niet het minimale aantal van 50 prio 1 incidenten gehaald. Omwille van de nauwkeurigheid van de data is niet verder dan 6 jaar terug gegaan en in die gevallen de tijd die dan gerealiseerd is over die 6 jaar gebruikt.

De volgende tabel geeft aan wat de mediaan uitruktijd weer van brandweer Kennemerland. Per kazerne is aangegeven over welke periode deze is bepaald en het aantal incidenten dat het betreft. 28 Bennebroek (DAG), Lisserbroek DAG) en Uitgeest (DAG) Kazerne | Situatie | Uitruktijd | Periode | Aantal waarnemingen Badhoevedorp | DAG | 03.34 | Januari 2024 – december 2025 | 79 ANW | 03.09 | Januari 2025 – december 2025 | 88 Bennebroek | DAG * | 04.21 | Januari 2024 – december 2025 | 24 ANW | 04.06 | Januari 2023 – december 2025 | 58 Beverwijk Oost | DAG | 01.20 | Januari 2025 – december 2025 | 66 ANW | 03.44 | Januari 2025 – december 2025 | 56 Beverwijk West | DAG | - | - | - ANW | 02.37 | Januari 2025 – december 2025 | 66 Haarlem-Oost | DAG | 01.23 | Januari 2025 – december 2025 | 84 ANW | 01.32 | Januari 2025 – december 2025 | 200 Haarlem-West | DAG | 01.17 | Januari 2025 – december 2025 | 109 ANW | 01.24 | Januari 2025 – december 2025 | 208 Halfweg-Zwanenburg | DAG | 03.52 | Januari 2023 – december 2025 | 54 ANW | 03.56 | Januari 2024 – december 2025 | 73 Heemskerk | DAG | 03.38 | Januari 2023 – december 2025 | 69 ANW | 04.01 | Januari 2025 – december 2025 | 82 Heemstede | DAG | 01.11 | Januari 2024 – december 2025 | 113 ANW | 03.50 | Januari 2024 – december 2025 | 90 Hoofddorp | DAG | 01.34 | Januari 2025 – december 2025 | 70 ANW | 01.48 | Januari 2025 – december 2025 | 144

IJmuiden | DAG | 03.50 | Januari 2022 – december 2025 | 57 ANW | 04.05 | Januari 2025 – december 2025 | 52 Lisserbroek | DAG | 03.34 | Januari 2020 – december 2025 | 43 ANW | 03.04 | Januari 2024 – december 2025 | 50 Nieuw-Vennep | DAG | 01.17 | Januari 2024 – december 2025 | 97 ANW | 01.21 | Januari 2025 – december 2025 | 92 Rijsenhout | DAG | 03.54 | Januari 2020 – december 2025 | 61 ANW | 04.12 | Januari 2022 – december 2025 | 61 Schiphol-Rijk ** | DAG | 01.48 | Januari 2021 – december 2025 | 58 ANW | 01.47 | Januari 2022 – december 2025 | 54 Schiphol-Sloten ** | DAG | 01.33 | Januari 2024 – december 2025 | 85 ANW | 02.02 | Januari 2025 – december 2025 | 71 Spaarndam | DAG | - | - | - ANW | 03.56 | Januari 2023 – december 2025 | 60 Tata Steel 1 | DAG | 04.59 | Januari 2024 – december 2025 | 75 ANW | 08.11 | Januari 2024 – december 2025 | 62 Tata Steel 2 | DAG | 06.27 | Januari 2023 – december 2025 | 69 ANW | 08.28 | Januari 2023 – december 2025 | 72 Uitgeest | DAG | 04.49 | Januari 2020 – december 2025 | 40 ANW | 04.35 | Januari 2021 – december 2025 | 67 Velsen | DAG | 01.09 | Januari 2025 – december 2025 | 59 ANW | 01.06 | Januari 2025 – december 2025 | 122 Zandvoort-Noord | DAG | 01.19 | Januari 2024 – december 2025 | 75 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 44 Kazerne | Situatie | Uitruktijd | Periode | Aantal waarnemingen ANW |

04.45 | Januari 2024 – december 2025 | 66 Zandvoort-Centrum | DAG | - | - | - ANW | 04.43 | Januari 2022 – december 2025 | 64 * | Kazerne is pas sinds 2024 overdag operationeel. Daardoor maar beperkte periode en aantal waarnemingen. ** | De brandweer Schiphol wordt deels direct door haar eigen Regiecentrum gealarmeerd. In die gevallen wordt het incident pas later met de Meldkamer Noord-Holland (MKNH) gedeeld. In deze gevallen is de uitruktijd onbetrouwbaar die vanuit het GSM wordt geanalyseerd. Voor Schiphol is daarom voor de bepaling van de uitruktijd gekeken naar de incidenten, waarvan redelijkerwijs en met grote betrouwbaarheid, die gestart zijn vanuit de MKNH. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 45 Bijlage 4 – Uitruktijd eenheden omliggende veiligheidsregio’s Van de eenheden van omliggende regio’s beschikt brandweer Kennemerland niet over de data om hiervan zelf de uitruktijd te kunnen bepalen. Voor deze eenheden wordt dan ook aan de omliggende regio’s gevraagd de uitruktijd aan te leveren. Dit wordt door de omliggende regio’s, waar het kan en zij er al mee werken, gebaseerd op de GGO.

De onderstaande uitruktijden zijn verkregen van de omliggende regio’s: Kazerne | Situatie | Uitruktijd | Kazerne | Situatie | Uitruktijd 10 Akersloot | DAG | 04.30 | 13 Amsterdam IJsbrand | DAG | 01.46 ANW | 04.10 | ANW | 01.41 10 Alkmaar beroeps | DAG | 01.15 | 13 Amsterdam Osdorp | DAG | 01.34 ANW | 01.47 | ANW | 01.43 10 Castricum | DAG | 04.45 | 13 Amsterdam Pieter | DAG | 01.39 ANW | 03.59 | ANW | 01.45 10 Heerhugowaard 1 | DAG | 01.30 | 13 Amsterdam Teunis | DAG | 01.41 ANW | 05.35 | ANW | 01.40 10 Heiloo | DAG | 04.45 | 13 Amstelveen Beroeps | DAG | 01.54 ANW | 05.10 | ANW | 01.46 10 Limmen | DAG | 04.45 | 13 Amstelveen Vrijwillig | DAG | 02.55 ANW | 05.07 | ANW | 05.15 10 Stompetoren | DAG | 04.45 | 13 Uithoorn 1 | DAG | 02.25 ANW | 03.14 | ANW | 04.05 11 Assendelft | DAG | 03.00 | 16 Hillegom | DAG | 03.42 ANW | 03.17 | ANW | 03.42 11 Krommenie | DAG | 03.45 | 16 Kaag | DAG | 06.29 ANW | 03.29 | ANW | 06.29 11 Wormerveer | DAG | 01.00 | 16 Leimuiden | DAG | 03.56 ANW | 04.44 | ANW | 03.56 11 Zaandam Prins Bernardplein | DAG | 01.15 | 16 Lisse | DAG | 03.29 ANW | 01.00 | ANW | 03.29 13 Aalsmeer 1 | DAG | 03.13 | 16 Roelofarendsveen | DAG | 03.30 ANW | 04.10 | ANW | 03.30 13 Amsterdam Anton | DAG | 01.49 | 16 Sassenheim | DAG | 04.23 ANW | 02.00 | ANW | 04.23 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 46 Voorlopig Dekkingsplan

2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 47 Bijlage 5 – Opstellen objectenlijst Onderstaande beschrijving geeft aan hoe vanuit de KRO29 tot en objectenlijst is gekomen die gebruikt wordt voor de dekkingsplanberekeningen. 1. Objecten met meerdere gebruiksfuncties krijgen de funct ie met het hoogste risico. Volgorde voor bepalen functie: Volgorde Functie 1 Celfunctie 2 Gezondheidszorgfunctie 3 Logiesfunctie 4 Onderwijsfunctie 5 Woonfunctie 6 Winkelfunctie 7 Bijeenkomstfunctie 8 Industriefunctie 9 Sportfunctie 10 Kantoorfunctie 11 Overige gebruiksfunctie 2. Objecten zonder gebruiksfunctie in de KRO krijgen de functie ‘Overige gebruiksfunctie’. 3. Voor de objecttyperingen ‘portiekwoningen‘ is op basis de inventarisatie in het kader van het dekkingsplan 2013 een verrijking opgesteld Deze lijst is in 2022 door de sector Risicobeheersing van Brandweer Kennemerland nog eens geheel nagelopen en getoetst op juistheid. Op basis van deze controleslag is de lijst vanuit de KRO verrijkt met de in de VRK aanwezige portiekwoningen. 4. Voor de objecttypering ‘verminderd zelfredzamen’ is op basis van de witte kaart een controle gedaan en de lijst verrijkt met de objecten die vallen onder de categorie ‘verpleeg- en verzorgingsinstellingen’, ‘ziekenhuizen’, ‘categorale woonvormen’, ‘gehandicaptenzorg’ en ‘revalidatiecentrum’.

Op basis van deze controleslag is de lijst vanuit de KRO verrijkt met de in de VRK aanwezige objecten voor verminderd zelfredzamen. 5. De opkomstplaatsen van Tata Steel (294 stuks) zijn als o bject (overige gebruiksfunctie) toegevoegd. 6. De objecten op het adres Tata Steel (alleen in ge meente Velsen in de KRO) (107 stuks) zijn uit de lijst verwijderd. 29 KRO Adres 20, december 2025 Bijlage 6 – Locatieoverzicht overschrijdingen categorie I objecten Onderstaande lijst geeft weer hoeveel objecten uit categorie I op welke locatie worden overschreden en wat de maximale overschrijding is. Gemeente | Plaats | Straat (locatie) | Aantal | Max.

tijd objecten | overschrijd met | ing overschrijd ing Beverwijk | Beverwijk | Creutzberglaan | 1 | 03:20 Wijk aan Zee | Burgemeester Rothestraat | 1 | 04:03 Dorpsduinen | 1 | 04:54 Relweg | 3 | 05:27 Voorstraat | 11 | 04:40 Bloemendaal | Bloemendaal | Zocherlaan | 4 | 03:08 Haarlemmermeer | Hoofddorp | Duinbeek | 1 | 03:17 Randduin | 3 | 03:20 Nieuw-Vennep | Leusveld | 12 | 03:32 Remmersteinpark | 1 | 03:03 Spaarndam | Dijkgraaf | 6 | 03:30 Gemaal | 6 | 03:03 Heemstede | Heemstede | Eekhoornlaan | 42 | 04:06 Glipper Dreef | 7 | 03:11 Overijssellaan | 4 | 03:02 Velsen | Santpoort-Zuid | Van Dalenlaan | 25 | 03:29 Van den Bergh van Eysingaplantsoen | 9 | 03:13 Zandvoort | Bentveld | Bramenlaan | 67 | 03:53 Zandvoort | Burgemeester van Alphenstraat | 37 | 03:21 Celsiusstraat | 1 | 04:09 de Favaugeplein | 12 | 03:24 Flemingstraat | 30 | 04:05 Galileistate | 100 | 03:49 Haltestraat | 2 | 03:22 Herman Heijermansweg | 1 | 03:50 Ir G Friedhoffplein | 15 | 04:02 Keesomstraat | 2 | 04:43 Linnaeusstraat | 2 | 03:04 Lorentzstraat | 1 | 03:32 Patrijzenstraat | 16 | 03:25 Seinpostweg | 44 | 03:57 Van Lennepweg | 3 | 03:04 Watertorenplein | 11 | 03:45 Zandvoortselaan | 1 | 04:36 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 48 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 49 Bijlage 7 – Vastgestelde uitgangspunten, kaders en

randvoorwaarden Op 29 oktober 2025 heeft de bestuurscommissie openbare veiligheid (BCOV) onderstaande uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden vastgesteld als basis voor het dekkingsplan 2027-2030. Uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden Het dekkingsplan 2027-2030 wordt net als het huidige dekkingsplan opgesteld op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit gebeurt op basis van een landelijk opgestelde standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s in de nabije toekomst eenduidig en met elkaar vergelijkbaar. In de eerste stap voor het dekkingsplan maakt de brandweer inzichtelijk of ontstane of voorgenomen wijzigingen in de ruimtelijke orde, gebruik gebouwen en/of organisatie van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. In het dekkingsplan wordt beschreven welke interne en externe ontwikkelingen er zijn die regionale dekking beïnvloeden. Deze worden systematisch in kaart gebracht. Interne ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld wijzigingen in de locatie van de kazernes en de voertuigen die daar staan. Hier heeft brandweer Kennemerland direct invloed op. Op sommige ontwikkelingen heeft de brandweer Kennemerland geen (directe) invloed. Denk bijvoorbeeld aan de bouw van een nieuwe woonwijk. Dit noemen we externe ontwikkelingen.

Voor het opstellen van het dekkingsplan conform de landelijke systematiek en het doorlopen van de eerste inrichtingsstappen vormen onderstaande uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden de basis. Operationele uitgangspunten Onderstaande uitgangspunten bepalen hoe brandweereenheden in het nieuwe dekkingsplan mee gewogen worden in beschrijving en beoordeling van de dekking:  De beroepskazernes Haarlem-Oost, Haarlem-West, Hoofddorp , Nieuw-Vennep en Velsen rukken 24/7 uit als TS430  De kazernes Beverwijk-Oost, Heemstede en Zandvoort-Noord rukken tijdens kantoortijden uit als TS431.  Bij gebouwbranden rukt de eerste TS uit in combinati e met een watertankwagen (WT2), waarmee deze een samengestelde TS632 vormt.  In Zandvoort wordt momenteel buiten kantoortijden d e ene week vanuit de kazerne Centrum (Duinstraat) en de andere week vanuit de kazerne Noord (Linnaeusstraat) uitgerukt voor de inzet van de 1ste TS33. Streven is komen tot minimaal de situatie dat de beide kazernes gelijktijdig operationeel zijn op basis van TS4 met eigen verzorgingsgebied buiten kantoortijden. Tijdens kantooruren (werkdagen tussen 07.30 en 17.00 uur) is alleen de kazerne Noord operationeel en bemenst als combikazerne. 30 In het geval van woningbrand hebben deze beroepskazernes momenteel nog de keuze om als TS6 uit te rukken. Hierbij laat men dan de watertankwagen staan en zet deze buitendienst.

Brandweer Kennemerland is voornemens deze keuze te beºindigen en loopt hiervoor momenteel een traject binnen de organisatie. De reden van beºindiging is voornamelijk de visie op brandbestrijding en de benodigde hoeveelheid bluswater aan het begin van het incident. Dit vraagt dat de watertankwagen ook direct mee uitrukt. 31 De kazerne Zandvoort heeft momenteel dezelfde keuzemogelijkh eid als de beroepskazernes. Ook voor deze kazerne geldt de voorgenomen wijziging van brandweer Kennemerland. Kazerne Heemstede heeft geen watertankwagen en rukt tijdens kantoortijden altijd uit als TS4. Kazerne Beverwijk heeft een watertankwagen, welke vanaf begin 2026 door de vrijwilligers bemenst gaat worden. Daarmee is tijdens kantoortijden dan voor de tankautospuit nog enkel een TS4 bemensing aanwezig, die ook altijd als TS4 zal uitrukken. 32 Een TS6 bestaat uit een chauffeur, bevelvoerder en 2x2 mansc happen. In het geval van de TS4+WT2 bemensen 2 manschappen van de TS6 de WT2 en de overige 4 personen (chauffeur, bevelvoerder en 2 manschappen) de TS4. Op het incident kunnen de 2 manschappen van de WT2 weer assisteren bij de TS4, die op die manier weer een TS6 is. 33 Rekenkundig wordt in het dekkingsplan daarom met TS4 g erekend, om een zo realistisch mogelijke prognose van de opkomsttijd te krijgen.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 50  Voor de dekking binnen de Veiligheidsregio Kennemerla nd levert elke brandweerkazerne ØØn tankautospuit34 met uitzondering van de bedrijfsbrandweer Tata Steel. Vanuit deze kazerne rukken twee tankautospuiten uit.  Vooruitlopend op de landelijke besluitvorming rondom de ‘rechtspositie vrijwilligers’ is het uitgangspunt dat vrijwillige kazernes uitrukken op basis van het vrije instroomprofiel. Dit wil zeggen zonder piket en kazernering. Rekenkundige uitgangspunten De onderstaande uitgangspunten worden gebruikt voor het berekenen van de dekking:  Voor de berekeningen beoordeling van de opkomsttijden wordt uitgegaan van de huidige infrastructuur en (open)bluswatervoorziening.  De combinatie van TS4+WT2 op de beroeps- en combiposte n levert een TS6 op. De berekening van de opkomsttijd vindt plaats op basis van de TS6 35. Kaders De onderstaande kaders zijn in het verleden al eerder vastgestelde (bestuurlijke) besluiten en maken ook onderdeel uit van het huidige vigerende dekkingsplan. In het nieuwe dekkingsplan worden deze ongewijzigd weer meegenomen.  Er wordt gewerkt met interregionale operationele gr enzen, waarbij meldkamers elkaars eenheden direct kunnen alarmeren. Hierdoor ontstaat geen vertraging in opkomsttijden.

Afspraken rondom het operationeel optreden met buurregio’s zijn vastgelegd in convenanten.  De combipost Heemstede rukt overdag uit als TS4 en telt daarbij niet mee in de opkomsttijd voor de 1ste TS6.  Vrijwillige posten kunnen uitrukken als TS-flex 36. Voor gebouwbranden wordt uitgegaan dat als TS6 wordt uitgerukt37.  De eenheden van de brandweer Tata Steel en brandwee r Schiphol treden alleen op binnen de met deze brandweren afgesproken verzorgingsgebieden. Randvoorwaarden  De formatie van posten is op orde, waardoor voldoende opgeleide mensen beschikbaar zijn voor het bezetten van de voertuigen.  De brandweermensen zijn gediplomeerd, vakbekwaam en vold oen aan de wettelijk gestelde eisen.  De preventieve voorzieningen in gebouwen binnen de Vei ligheidsregio Kennemerland zijn op orde. De gebouweigenaar is hiervoor verantwoordelijk.  Kazernes zijn niet alleen belangrijk voor een zo snel mo gelijke hulpverlening aan de burgers van de Veiligheidsregio Kennemerland, maar ook voor het zo optimaal mogelijk spreiding van specialistische eenheden. Kazernes en eenheden zijn daarom dusdanig over de regio Kennemerland verspreid, dat hiermee specialismen zo optimaal mogelijk beschikbaar zijn en dat er voldoende slagkracht beschikbaar is voor grootschalige incidenten. 34 Op enkele kazernes staan meerdere tankautospuiten.

Deze zijn primair bedoeld als reserve tankautospuit en oefentankautospuit (flexpool-TS). In het geval van grootschalig en/of langdurig optreden kunnen deze voertuigen ook ingezet worden om restdekking op kazernes te organiseren. 35 Dit wil zeggen dat de gerealiseerde opkomsttijd die t ijd is dat er een TS6 (6 personen) ter plaatse zijn. Dat kan ook in een samenstel van TS4 (4 personen) + WT2 (2 personen). 36 Dat wil zeggen als TS6 bij voldoende opkomst van vrijwillig ers of als TS4 indien een keer minder mensen beschikbaar zijn. 37 Dit lijkt op basis van de kennis van nu ook de nu in de praktijk meest voorkomende situatie. Bij de jaarlijkse verantwoording van de prestaties zal meegenomen worden of als TS6 of als TS4 is uitgerukt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2715/documents/27878