CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 - Deel 1A - Basisbrandweereenheid 2026001242.pdf

Commissie Bestuur en Middelen 3 september 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Dekkingsplan Brandweer16.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONCEPT 0.3 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 2 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Deel 1A  Tankautospuit Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 3 MANAGEMENTSAMENVATTING Regio – De Veiligheidsregio Kennemerland is één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland, gelegen in de provincie Noord-Holland. De Veiligheidsregio Kennemerland voert diverse veiligheidstaken uit namens de gemeentebesturen van: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De regio kent een uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en door de lucht. De infrastructuur verbindt de havens, tunnels, stations, emplacementen en de luchthaven Schiphol. Kennemerland is een drukke, dichtbevolkte regio in de Randstad. Er wonen ongeveer een half miljoen inwoners (568.475 in 2025). Met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ongeveer 1.200 inwoners / km2 behoort het tot de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Haarlem is de grootste en oudste stad van de regio, met vele historische monumenten. Wonen, werken, verkeer, recreatie en natuur zijn dikwijls nauw verweven in de regio.

De regio trekt ook grote aantallen bezoekers naar bijvoorbeeld evenementen (o.a. Awakenings, Dance Valley en Mysteryland), de kust en de Bazaar in Beverwijk. Repressieve inrichting – Brandweer Kennemerland bestaat uit 7 beroepskazernes, 3 gecombineerde kazernes en 12 vrijwillige kazernes. Daarnaast is er een logistieke groep vrijwilligers die zorgt voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten. Voor de basisbrandweerzorg kent brandweer Kennemerland een onderverdeling in een dagsituatie (DAG) en een avond/nacht/weekendsituatie (ANW). In de DAG (maandag t/m vrijdag tussen 07.30 en 17.00 uur) zijn 3 kazernes niet operationeel. Voor de basisbrandweerzorg zijn in de DAG 20 tankautospuiten beschikbaar. In de ANW zijn alle kazernes operationeel en dan zijn er 23 tankautospuiten beschikbaar voor de basisbrandweerzorg. Systematiek – Voor het opstellen van dit dekkingsplan is gebruik gemaakt van de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen en het beoordelingskader voor Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierbij worden de prestaties van de brandweer niet alleen op snelheid, maar ook op capaciteit, paraatheid en werkdruk beschreven en beoordeeld. Het ministerie van J&V heeft deze systematiek al omarmd en is voornemens de noodzakelijke wijzigingen hiervoor in de wet te verwerken.

Kennemerland heeft zich ambtelijk en bestuurlijk altijd in positieve zin verbonden aan deze ontwikkeling, en hier zelfs een belangrijke bijdrage aan geleverd. Conclusie – Kijkend naar de opkomst van de eerste TS6 snelheid scoort brandweer Kennemerland op alle gebieden goed of voldoende. Kijkend naar de objecten kan worden geconcludeerd dat bij ruim 95% van alle objecten binnen 10 minuten een eerste brandweereenheid (TS6) voor de deur staat. Ook op het gebied van capaciteit doet de brandweer het goed. In 91% van de objecten kunnen 3 of meer tankautospuiten aanwezig zijn binnen 15 minuten. Ook bij het leveren van bijstand (basispeloton brandweerzorg) in het kader van grootschalig optreden blijft de opkomsttijd in alle gebieden goed of voldoende scoren. De paraatheid is goed, maar kritiek voor de combikazernes. De werkdruk is goed te benoemen. Dit op zich positieve beeld kan helaas niet tot de conclusie leiden dat de brandweerzorg in Kennemerland op alle vlakken voldoende is. De landelijke systematiek gaat uit van de opkomst bij specifieke objecten en stelt daar wettelijke minimumeisen aan. Om financiºle redenen heeft het bestuur van de VRK in het verleden besloten om de brandweerzorg in Kennemerland op dat wettelijke minimum te organiseren, dat in het Besluit veiligheidsregio’s is gesteld voor gebouwbranden.

Maar van de brandweer wordt uiteindelijk wel meer verwacht dan alleen het bestrijden van gebouwbranden. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 4 Inleiding Voor u ligt dekkingsplan 2027-2030 dat door brandweer Kennemerland is opgesteld op basis van de landelijke systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. Minimaal eens per vier jaar stelt de brandweer dit plan op voor onze Veiligheidsregio. Het plan beschrijft welke operationele prestaties wij de komende jaren gaan leveren met welke kazernes, met welke basisbrandweereenheden en in welke organisatievorm. Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks een dekkingsplan vaststellen. Het voorgaande dekkingsplan is geldig tot en met 2026. Veiligheidsregio’s zijn wettelijk verplicht om minimaal eens per vier jaar of wanneer de situatie binnen de Veiligheidsregio significant is gewijzigd een dekkingsplan aan het algemeen bestuur ter vaststelling voor te leggen. Dit dekkingsplan is een actualisatie van het voorgaande dekkingsplan 2023-2026 dat wij hebben opgesteld. Het opstellen gebeurt op basis van een landelijk opgestelde standaard voor dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s eenduidig en met elkaar vergelijkbaar.

In dit dekkingsplan zult u zien dat in de basis eerst de verwachte prestaties beschreven worden die de brandweer kan presenteren op het gebied van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van deze verwachte prestaties wordt per gebied een waardering in de zin van goed/voldoende/onvoldoende gegeven. Hiernaast worden de zogenaamde aandachtobjecten specifiek onderzocht en beschreven, waar de opkomsttijd bij deze objecten meer dan 3 minuten boven de streeftijd is. Met daarbij welke maatregelen de brandweer neemt en/of adviseert voor deze objecten. Hiernaast wordt nu ook beschreven of er objecten zijn die buiten de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt worden en welke maatregelen de brandweer neemt en/of adviseert voor deze objecten. In ieder geval dienen de eigenaren/bewoners van deze objecten hiervan geïnformeerd te worden. Deze methodiek van dekkingsplannen werkt niet alleen door in een blik op het beoordelen van de brandweerprestaties. Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor het voorkomen en bestrijden van brand en incidenten nog meer in elkaar opgaan.

Met dit dekkingsplan beogen wij nog beter te kunnen afwegen en beoordelen of de brandweerzorg zoals die in onze Veiligheidsregio is ingericht voldoet aan wat wij van een professionele brandweerorganisatie mogen verwachten. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 5 Toelichting Het idee achter RemBrand was om meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid waarbij het eerst gekeken werd naar de gehele keten van brandveiligheid en niet alleen naar de opkomsttijden en de voertuigbezetting. Hierbij werd gezocht naar het antwoord op de vraag hoe we op het gebied van brandveiligheid nu echt iets kunnen veranderen. De wens om te kunnen veranderen vraagt om een aantal randvoorwaarden waaronder transparante informatie. Het spoor van het rapport RemBrand en de Inspectie J&V komen bij elkaar in de wens om te komen tot een nieuwe systematiek voor het opstellen van een dekkingsplan. Een methodiek die meer recht doet aan de praktijk. In de oude systematiek bleken de theoretische prognose - en de in de praktijk gerealiseerde opkomsttijden sterk af te wijken. Om te komen tot een echte verandering op het gebied van brandveiligheid is een betrouwbaar beeld van de repressieve prestatie noodzakelijk. Het toepassen van deze methodiek heeft geleid tot een verbeterd en meer integraal vormgegeven dekkingsplan.

Het dekkingsplan is een weergave van de prestatie die door de brandweer wordt geleverd op het gebied van dekking, waarbij die laatste uit meerderen factoren bestaat. Repressie is echter slechts ØØn van de interventiekenmerken. Wanneer er wordt gekeken naar de gehele keten van brandveiligheid, waarmee ook de andere interventiekenmerken in beeld komen, ontstaat de behoefte aan een brandrisicoprofiel. De gegevens uit het dekkingsplan zijn input voor een dergelijk document omdat ze inzichtelijk maken waar onze repressieve prestatie aanleiding geeft om breder in de keten van brandveiligheid te kijken.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 6 Inhoudsopgave 1 Dekking bijstellen (processtap 1) 7 1.1 Interne ontwikkelingen 7 1.2 Externe ontwikkelingen 10 2 Dekking beschrijven (Processtap 2) 12 2.1 Doel 12 2.2 Beschrijving onderdelen 12 3 Dekking beoordelen (Processtap 3) 24 3.1 Doel 24 3.2 Indeling gebieden in categorieºn 24 3.3 Beoordeling 25 3.4 Conclusies en aanbevelingen 30 4 Dekkingsplan vaststellen (Processtap 4) 33 5 Uitvoering bijstellen (Processtap 5) 34 6 Dekking uitvoeren (Processtap 6) 35 7 Uitvoering beoordelen (Processtap 7) 36 7.1 Methodiek 36 7.2 Resultaten 2023-2025 gebouwbrand 37 Bronvermelding 39 Bijlagen 1. De landelijke methodiek 2. Bepaling meldkamertijd 3. Bepaling uitruktijd eenheden VRK 4. Uitruktijd eenheden omliggende regio’s 5. Opstellen objectenlijst 6. Locatieoverzicht overschrijdingen categorie I objecten 7. Vastgestelde uitgangspunten, kaders en randvoorwaard en 1 Dekking bijstellen (processtap 1) Brandweer Kennemerland wil het dekkingsplan toekomstbestendig opstellen. Daarom wordt in dit dekkingsplan gebruik gemaakt van de systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’ met het daarin opgenomen beoordelingskader. Deze systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniform werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking.

Door deze toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften, zodat de regio’s op onderdelen vergelijkbaar worden. Verder biedt de systematiek een goede mogelijkheid om de gemeenten te adviseren over compenserende maatregelen om de brandweerzorg te waarborgen voor objecten of gebieden waar de norm wordt overschreden. Hiernaast is er een informatieplicht aan bewoners als je er meer dan 18 min over doet ter plaatse te komen. Door het toepassen van deze systematiek zal de brandweer Kennemerland afwijken van de huidige1,in het Besluit Veiligheidsregio’s, genoemde tijdsnormen. Het bestuur van de Veiligheidsregio2 mag voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststellen die afwijken van de tijdnormen, mits de keuze van de locatie en de afwijking gemotiveerd worden. Brandweer Kennemerland heeft de onderstaande redenen om hiervoor te kiezen:  | Een dekkingsplan op basis van de methodiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’ geeft een realistisch beeld van de prestaties die van de brandweer verwacht mogen worden.

Dit omdat niet alleen naar de opkomst van een eerste eenheid (snelheid) wordt gekeken, maar ook naar de tijd waarin 3 eenheden op een locatie kunnen zijn (slagkracht). Verder geeft deze methodiek ook handvatten om eventueel inzicht te kunnen geven in de paraatheid en werkdruk van de brandweer. Tot slot heeft deze systematiek ook meer informatiewaarde voor het bestuur en biedt het een betere basis voor verantwoording en besluitvorming. Hiermee wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het niveau van het dekkingsplan.  | De normen uit de Gebiedsgerichte opkomsttijden zullen binnen afzienbare termijn de landelijke norm gaan worden. In ieder geval wordt dit verwacht binnen de geldigheidsduur van dit dekkingsplan.  | De methodiek sluit beter aan bij het beschouwen van de mogelijke locaties (gebieden en/of objecten) waar de norm overschreden wordt.  | Door dit dekkingsplan op te stellen op basis van deze systematiek voldoet de brandweer Kennemerland aan de wens van de minister van J&V om met de systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’ te werken vanaf 20233. In het kader van het dekkingsplan is een bestuursvoorstel4 geschreven, waarin de uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden zijn vastgesteld. Deze is als bijlage 7 toegevoegd. 1.1 Interne ontwikkelingen In 2022 is brandweer Kennemerland gestopt met het gebruik van brandkranen.

Sindsdien wordt gebruik gemaakt van de watervoorziening door watertankwagens en bij grotere incidenten van oppervlaktewater door middel van pomp- en slangensystemen. Met de implementatie van dit bluswatersysteem binnen brandweer Kennemerland zijn de beroepskazernes en combikazernes op gaan treden als TS4-kazernes, waarbij voor gebouwbranden gewerkt gaat worden met de combinatie van TS4 + WT2 = TS6. De bezetting van de combikazernes (Beverwijk-Oost, Heemstede en Zandvoort-Noord) staat tijdens kantooruren zwaar onder druk en is niet toekomstbestendig. Het aantal (kantoor-/ werkplaats) medewerkers dat een repressieve functie kan vervullen is beperkt en het blijkt in de praktijk steeds lastiger om de bezetting rond te krijgen. Ook kijkend naar de toekomst wordt dit steeds lastiger door ouder wordend personeel en uitval door lichamelijke klachten. Ook ontstaat er steeds meer onbalans tussen het kunnen vervullen van de 1 | Op 1 november 2021 geldende Bvr. 2 | Op 1 november 2021 is door de BCOV besloten dat de VRK het dekkingsplan opstelt op basis van de normen uit de systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. 3 | Brief aan Veiligheidsberaad van de minister van J&V d.d. 19-12-2022 met kenmerk 4367735. 4 | Op 29 oktober 2025 is door de BCOV conform dit voorstel besloten de uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden vast te stellen.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 7 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 8 hoofdtaak van de mensen en de verplichting om op de kazerne te blijven voor de repressieve taak. Het inhuren van de hoogstnoodzakelijk capaciteit is duur en kent juridische onzekerheden. Tot 2016 moesten op werkdagen dagelijks 16 plekken gevuld te worden. In Heemstede TS4, in Beverwijk-Oost TS4+WT2 en Zandvoort-Noord TS4+WT2. Om de roosterdruk te verlagen heeft brandweer Kennemerland besloten per januari 2026 de bezetting in Beverwijk-Oost terug te brengen naar 4 personen. De watertankwagen wordt sindsdien weer door de vrijwilligers bemenst. Uit onderzoek is gebleken dat dit kan binnen gebiedsgerichte opkomsttijden. Het werken met TS4 in Beverwijk- Oost heeft geen invloed op de opkomsttijd van de eerste brandweereenheid. Wel zal de realisatie van de wettelijke opkomsttijd (met TS6) veranderen. Dit omdat de watertankwagen door vrijwilligers bemenst zal worden en daardoor vertraagd zal uitrukken. Binnen de gemeente Beverwijk betekent dit, dat een vertraging in de wettelijke opkomsttijd (met TS6) van 3 tot 4 minuten. Ondanks deze vertraging blijft de waardering van de gebiedsgebonden opkomsttijden overal goed of voldoende. De kazerne Bennebroek is sinds het voorjaar 2024 ook tijdens kantoortijden (DAG) operationeel.

Voorheen was dat niet het geval. De nieuwbouw van de kazerne in 2023 heeft een impuls gegeven aan deze kazerne, waarmee nu ook overdag een bezetting geleverd kan worden. Binnen het district Noordwest 4 (NW4)5 wordt veel samengewerkt op het gebied van brandweerzorg. Zeker op het gebied van Incident Bestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) vindt veel plaats door deze vorm van brandweerzorg samen te organiseren. Dat vindt plaats met de Adviseurs Gevaarlijke Stoffen (AGS), de Coördinator VerkenningsEenheden C-VE) en de specialistische IBGS-eenheden als gaspakkenteams en ontsmettingteams. Sinds 2025 verzorgen de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland en Amsterdam-Amstelland binnen NW4 het optreden met de specialistische eenheid gevaarlijke stoffen (gaspakkenteam). De veiligheidsregio’s Noord- Holland Noord en Kennemerland verzorgen binnen NW4 de basis ontsmettingseenheid. Daarnaast leveren deze twee regio’s ook de landelijke dekking van een van de zes grootschalige ontsmettingseenheden. Het streven is om de werkwijze van de twee brandweerkazernes in Zandvoort anders in te richten buiten kantoortijd. Nu rukt, ongeacht de locatie van een incident, de ene week de kazerne Noord (Linnaeusstraat) als eerste uit en de andere week de kazerne Centrum (Duinstraat). Het streven is dat beide kazernes in de toekomst gaan uitrukken op basis van operationele grenzen met minimaal een TS4.

Hierdoor is de dekking niet anders dan in de huidige situatie waarbij om en om met TS6 wordt uitgerukt, maar krijgt de burger wel de snelste hulp ter plaatse. Om dit te bewerkstelligen is het vinden en binden van vrijwilligers in Zandvoort van groot belang. In dit dekkingsplan is de opkomsttijd voor de kazernes van Zandvoort bepaald op 2x TS4, wat aansluit bij de huidige werkwijze van om- en om uitrukken. Tijdens kantooruren (werkdagen tussen 07.30 en 17.00 uur) is alleen de kazerne aan de Linnaeusstraat operationeel en bemenst als combikazerne. Repressieve inrichting De repressieve organisatie van de brandweer Kennemerland bestaat op 1 januari 2026 uit 7 beroepskazernes6, 3 gecombineerde kazernes7 en 12 vrijwillige kazernes8. Daarnaast is er een logistieke groep vrijwilligers die zorgt voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten. Voor de basisbrandweerzorg kent brandweer Kennemerland een onderverdeling in een dagsituatie (DAG) en een avond/nacht/weekendsituatie (ANW). In de DAG (maandag t/m vrijdag tussen 07.30 en 17.00 uur) zijn 3 kazernes9 niet operationeel. Voor de basisbrandweerzorg zijn in de DAG 20 tankautospuiten beschikbaar. In de ANW zijn alle kazernes operationeel en dan zijn er 23 tankautospuiten beschikbaar voor de basisbrandweerzorg.

Voor de dekking binnen de Veiligheidsregio Kennemerland levert elke brandweerkazerne ØØn operationele tankautospuit met uitzondering van de bedrijfsbrandweer Tata Steel. Vanuit deze kazerne rukken twee operationele tankautospuiten uit. Naast deze operationele tankautospuiten beschikt brandweer Kennemerland over 9 flex-pool TS-en. Dit zijn tankautospuiten die ook operationeel inzetbaar zijn en gebruikt worden als reserve bij onderhoud/defecten en voor opleidingen en trainingen. Hiermee kunnen de basis operationele tankautospuiten op de kazernes altijd in de sterkte blijven. 5 Noord-Holland Noord, Zaanstreek-Waterland, Kennemerlan d en Amsterdam-Amstelland 6 Inclusief Schiphol 7 Dit is een kazerne, waar tijdens kantooruren een dagdie nstbezetting (beroeps) aanwezig is. Buiten kantooruren is dit een vrijwillige kazerne. 8 Inclusief Tata Steel 9 Beverwijk-West, Spaarndam en Zandvoort-Centrum Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 9 Met Schiphol Nederland BV vinden op dit moment gesprekken plaats in het kader van de actualisatie van het Convenant Brandweerzorg Schiphol. Hierbij wordt verkend of de huidige inrichting van de brandweerzorg op Schiphol (deels gefinancierd vanuit de Veiligheidsregio Kennemerland) nog afdoende is.

In de huidige situatie is er een dedicated bemenste TS6 op Schiphol-Sloten (24/7) en een springbemensing op Schiphol-Rijk tussen de TS6 en de vliegtuigbrandbestrijding (24/7). Een mogelijke uitkomst van de verkenning is dat alleen ØØn 24/7 bemenste TS10 voldoende is om aan de opkomstprestaties en slagkrachtprestaties te kunnen voldoen. De uitkomsten van de verkenning zijn ten tijde van het opstellen nog onvoldoende bekend om meegenomen te worden in dit plan. Daarom is de huidige situatie op Schiphol in dit plan als uitgangspunt meegenomen. Interne repressieve afspraken Voor de alarmering van vrijwilligers maakt brandweer Kennemerland gebruik van een zogenaamd twee-weg pagersysteem. Hierbij geven vrijwilligers bij een alarmering aan of zij opkomen naar de kazerne. Indien er onvoldoende opkomst wordt bevestigd om de eenheid te kunnen bemensen binnen 45 seconden, dan wordt een her-alarmering gedaan om te proberen alsnog voldoende opkomst te realiseren. Als dit binnen 45 seconden weer onvoldoende opkomst geeft, dan krijgt de meldkamer een signaal. Deze kan dan een opvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren. Hulpmiddelen op voertuigen Alle primair gestreepte voertuigen binnen brandweer Kennemerland zijn uitgerust met een navigatiesysteem, waarbij de incidentlocatie direct automatisch na een alarmering ingeschoten wordt.

Omdat deze navigatie toegespitst is op de hulpdiensten en ook het wegenmateriaal in het systeem door de hulpdiensten aangepast kan worden, draagt dit bij aan een snellere opkomst. Dit doordat dit systeem rekening houdt met calamiteitenroutes en andere routes die hulpdiensten ten opzichte van andere weggebruikers wel kunnen en mogen gebruiken. Operationele grenzen en dynamisch alarmeren Brandweer Kennemerland werkt met interregionale operationele grenzen, waarbij meldkamers elkaars eenheden direct kunnen alarmeren. Hierdoor ontstaat geen vertraging in opkomsttijden. Afspraken rondom het operationeel optreden met buurregio’s zijn vastgelegd in convenanten. Door de interregionale inzet van eenheden krijgt de burger de meest snelle hulp die geboden kan worden. Sinds eind 2025 is brandweer Kennemerland gestart met het dynamisch alarmeren. Deze nieuwe vorm van alarmeren is de toekomst. Bij Dynamisch Alarmeren kijkt een computersysteem (inzetselectieserver) naar de (gevraagde) eenheid die het snelste ter plaatse kan zijn in relatie tot de incidentlocatie. Het systeem weet welke eenheden beschikbaar zijn en waar deze zich bevinden. Het berekent welke tijd de eenheid nodig heeft om ter plaatse te komen. Deze tijd bestaat uit de uitruktijd van de betreffende eenheid en de rijtijd van die eenheid.

Een uitzondering op het werken met operationele grenzen en de snelste hulp vormen de uitrukgebieden van de (bedrijfs)brandweer Tata Steel en (bedrijfs)brandweer Schiphol. Beide hebben een eigen afgesproken verzorgingsgebied, waarin zij als eerste bij een incident opereren. Dit is vastgelegd in convenanten. Omdat het hier in beide gevallen gaat om specifieke gebieden met specifieke risico’s is hier voor de ‘best passende’ brandweerzorg gekozen. Beide (bedrijfs)brandweren treden in de basis niet op buiten het met hun afgesproken gebied. Uitruk op maat Binnen brandweer Kennemerland wordt gewerkt volgens het principe van uitruk op maat. Alle vrijwillige kazernes kunnen uitrukken als TS4 kazerne indien bij een alarmering een tekort is om als ‘volwaardige’ TS6 uit te kunnen rukken. Uitgangspunt blijft het uitrukken als TS6 waar het kan. Voor de berekening van de opkomsttijd bij gebouwbranden wordt er vanuit gegaan dat als TS6 wordt uitgerukt11. De beroepskazernes Haarlem-Oost, Haarlem-West, Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Velsen rukken 24/7 uit als TS4. De combikazerne Zandvoort rukt overdag uit als TS4. 10 Onderzocht wordt ook of dat een TS6 moet zijn, of dat ee n TS4 vanuit de Veiligheidsregio Kennemerland als voldoende wordt beschouwd 11 Dit lijkt op basis van de kennis van nu ook de nu in de praktijk meest voorkomende situatie.

Bij de jaarlijkse verantwoording van de prestaties zal meegenomen worden of als TS6 of als TS4 is uitgerukt. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 10 Bij een gebouwbrand in het primaire uitrukgebied van deze kazernes, rukt de eerste TS uit in combinatie met een watertankwagen (WT2), waarmee deze een samengestelde TS6 vormt12. De combikazernes Beverwijk-Oost en Heemstede rukken overdag (altijd) uit als TS4 kazerne. Op de kazerne Beverwijk-Oost staat wel een watertankwagen, maar deze wordt 24/7 door vrijwilligers bemenst. 1.2 Externe ontwikkelingen Geografie De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) is één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. De Veiligheidsregio Kennemerland voert diverse veiligheidstaken uit namens negen gemeentebesturen in het zuidwesten van de provincie Noord-Holland: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De Veiligheidsregio Kennemerland grenst aan de veiligheidsregio’s Noord- Holland Noord, Zaanstreek-Waterland, Amsterdam-Amstelland en Hollands Midden. Kennemerland wordt aan de gehele westzijde begrensd door de Noordzee. Het gemeentelijk ingedeeld gebied reikt tot 1 km vanaf de kust. De Noordzee is druk bevaren. Het aantal windmolens voor de kust zal de komende tijd toenemen. De kuststrook met strand, duinen en bos strekt zich uit over vijf gemeenten.

Het uitgestrekte bos- en duingebied aan de kust heeft de status van Natura 2000 gebied vanwege haar grote ecologische waarde (nationaal en internationaal). De regio wordt doorsneden door het Noordzeekanaal. Het gebied is verder ook vrij waterrijk door het Spaarne, de Ringvaart, de Zijkanalen van het Noordzeekanaal en het Uitgeestermeer. In het oosten van de regio bevinden zich polders. De grootste daarvan is de Haarlemmermeerpolder, omgeven door de Ringvaart. Het recreatiegebied Spaarnwoude is een groene buffer tussen Haarlem, Velsen en Amsterdam. De regio kent een uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en door de lucht. De infrastructuur verbindt de havens, tunnels, stations, emplacementen en de luchthaven Schiphol. Ook kunnen het elektriciteitsnet (hoogspanning), het drinkwaternet en buisleidingen voor de distributie van aardgas en andere stoffen tot de fysieke infrastructuur worden gerekend. Dit zijn veelal vitale voorzieningen. Deze en andere kenmerken zorgen ervoor dat Kennemerland een levendige en dynamische regio is met een hoog risicoprofiel. 12 In het geval van woningbrand hebben deze beroeps- en combikazernes de keuze om als TS6 uit te rukken, waarbij dan de WT2 buitendienst gezet wordt.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 11 Demografie Uit de data van het CBS valt af te leiden dat het verzorgingsgebied van de veiligheidsregio meer dan een half miljoen inwoners (568.475 in 2025)13 telt. Met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ongeveer 1.200 inwoners/ km2 behoort het tot de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Haarlem is de grootste en oudste stad van de regio, met vele historische monumenten. Wonen, werken, verkeer, recreatie en natuur zijn dikwijls nauw verweven in de regio. De regio trekt ook grote aantallen bezoekers naar bijvoorbeeld evenementen (o.a. Awakenings, Dance Valley en Mysteryland), de kust en de Bazaar in Beverwijk. De risico’s in de regio Volgens de Wvr (artikel 15, lid 2) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit rapport beperken we ons tot het maatgevende brandrisico, wat de kern van gebiedsgerichte opkomsttijden is. Hiervoor hanteren we een gebouwbrand aan als uitgangspunt. Het regionale risicoprofiel is los van dit dekkingsplan aan het bestuur aangeboden. Meldkamer Noord-Holland Op 14 mei 2019 is de Meldkamer Noord-Holland (MKNH) in gebruik genomen. Deze bestaat uit de voormalige meldkamers in Alkmaar, Zaandam en Haarlem.

De MKNH is de gemeenschappelijke meldkamer voor brandweer, politie en ambulance in de veiligheidsregio’s Noord-Holland Noord, Zaanstreek-Waterland en Kennemerland. Op de meldkamer beantwoorden centralisten 24/7, onder andere via het alarmnummer 112, hulpvragen door inzet van de hulpverleningsdiensten. Daarnaast coördineren zij deze inzet en het opschalen van hulpdiensten, als blijkt dat incidenten omvangrijker zijn, of uitgroeien tot een crisis. Rechtspositie vrijwilligers Er bestaat momenteel een reºel risico dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de Europese wet- en regelgeving. Deze wetgeving bepaalt dat gelijk werk ook gelijk moet worden beloond. Om vrijwilligheid te behouden moet een fundamenteel onderscheid worden gemaakt tussen de vrijwilligers en de beroepsmedewerkers. Daarbij gaat het onderscheid tussen verplicht en niet verplicht gelden. De vrijwilliger werkt daadwerkelijk op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan voor vrijwilligers niet meer mogelijk. Voor beroepsmedewerkers verandert er niets.

Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de kazernering van de kazerne Beverwijk-Oost op de zaterdagen (09.00 – 17.00) en de zon- en feestdagen (12.00 – 17.00). Verlaging maximum snelheid bebouwde kom De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2020 ingestemd met een motie van GroenLinks en de SGP om de norm voor de maximumsnelheid in de bebouwde kom te verlagen van 50 naar 30 km/u. Een limiet van 50 kilometer per uur is nog toegestaan op doorgaande wegen als de verkeersveiligheid niet in gevaar is. Zo hopen de partijen het aantal verkeersdoden te doen dalen. Uitzonderingen zijn nog wel mogelijk, bijvoorbeeld op doorgaande wegen of plekken waar dit veilig kan. Naar aanleiding van het landelijke beleid zijn diverse gemeenten binnen de veiligheidsregio Kennemerland gestart met de invoering van deze snelheidsverlaging. Tege lijkertijd is het belangrijk om oog te houden voor de gevolgen voor de hulpdiensten. Een structurele verlaging van 50 naar 30 km/u kan namelijk een negatief effect hebben op de opkomsttijd van brandweer, zeker als dit g epaard gaat met snelheidsbeperkende maatregelen zoals drempels of versmallingen. Hogere opkomsttijden kunnen van invloed zijn op het (levensreddend) optreden van hulpverleners. In algemene zin geldt: hoe lager de snelheid, hoe later wij ter plaatse kunnen zijn.

Dit ef fect is extra merkbaar bij vrijwillige kazernes, waar niet all een het uitrukken met de tankautospuit, maar ook de aanrijtijd van de vrijwilligers naar de kazerne zelf toeneemt. De vertraging werkt hier dus dubbel. 13 Bron: cbs.nl Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 12 2 Dekking beschrijven (Processtap 2) 2.1 Doel In dit hoofdstuk wordt, met behulp van de handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden, de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. 2.2 Beschrijving onderdelen De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn er beoordelingskaders beschikbaar. Ondanks het feit dat er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moet hij wel worden beschreven. Op die manier ontstaat er meer inzicht in de dekking. Het is belangrijk dat deze processtap afzonderlijk wordt uitgevoerd. Factor Onderwerp Snelheid Maatgevend scenario Snelste hulp ter plaatse Capaciteit Slagkracht Grootschalige en langdurige inzetten Paraatheid Beschikbaarheid Gelijktijdigheid Restdekking Werkdruk Voor de factoren snelheid en capaciteit is de prognose van de opkomsttijd van belang.

Onder de prognose verstaan we in dit verband de verwachte opkomsttijd voor een specifieke locatie. De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een bepaalde hoeveelheid hulpverleners op de incidentlocatie arriveert. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze drie tijdselementen bepalen samen de opkomsttijd. Onderstaand figuur illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen. Voor het bepalen van de meldkamertijd en de uitruktijd van de eenheden wordt gebruik gemaakt van de ruwe incidentgegevens die brandweer Kennemerland maandelijks van de meldkamer ontvangt. In bijlage 2 (bepalen meldkamertijd) en bijlage 3 (bepalen uitruktijd) is beschreven hoe de berekening hiervan heeft plaatsgevonden en welke filters zijn toegepast. Ook de resultaten staan daar vermeldt. Voor de berekening van de rijtijd wordt gebruik gemaakt van het routenetwerk van SafetyCT (levering Q3 2025). Dit routenetwerk is verrijkt met de speedprofiles van TomTom, wat een realistisch beeld geeft over de werkelijke snelheden die de brandweer kan rijden. De maximaal haalbare snelheid op wegen is beperkt tot 100 km/u conform de brancherichtlijn optische en geluidssignalen. Voor de objecten is gebruik gemaakt van de levering van de kernregistratie objecten 2.0 (KRO) van december 2025.

Voor de objecttyperingen ‘portiekwoningen’ is op basis de inventarisatie in het kader van het dekkingsplan 2013 een verrijking opgesteld. Deze lijst is in 2022 door Operationele Voorbereiding in samenwerking met Risicobeheersing nog eens geheel nagelopen en getoetst op juistheid voor het

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 13 dekkingsplan 2023-2026. Op basis van deze controleslag is de lijst vanuit de KRO verrijkt met de in de VRK aanwezige portiekwoningen14. Hiernaast is voor de objecten ‘gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’ op basis van de Witte kaart15 (GHOR4all) een lijst opgesteld met de objecten die in deze categorie meetellen. Het gaat hierbij om de objecten met als categorie in de witte kaart: ‘verpleeg- en verzorgingsinstellingen’, ‘ziekenhuizen’, ‘categorale woonvormen’, ‘gehandicaptenzorg’ en ‘revalidatiecentrum’. Deze objecten zijn ook op een ‘uitzonderingslijst’ geplaatst om zo in het dekkingsplan mee te kunnen nemen en op de aandachtspuntenlijst te kunnen plaatsen. Omdat de bedrijfsbrandweer Tata Steel werkt met opkomstplaatsen in de alarmering zijn deze opkomstplaatsen ook als objecten (overige gebruiksfunctie) opgenomen. Daarmee kan ook een goede analyse van de prestaties van de brandweer in de praktijk (processtap 7) uitgevoerd worden. Voor de uiteindelijke totaalberekeningen van de opkomsttijd is het computerprogramma Care van SafetyCT (versie 2.12.3) gebruikt. Dit is toegespitst op dekkingsplanberekeningen en is ingericht om conform de handreiking de vereiste resultaten en benodigde data op te leveren. Hierin is versie V21 van de GGO module gebuikt.

Vervolgens zijn met behulp van Excelformats grafieken gegenereerd en is QGIS16 gebruikt voor het visualiseren van het geheel. Snelheid Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de 1e tankautospuit (TS) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid genoemd. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 als basisbrandweereenheid voor. Indien er met een andere bezetting wordt gewerkt, moet het samenstel van eenheden een vergelijkbare slagkracht hebben als die van een TS6. Binnen Kennemerland is dit bij de beroepskazernes met een watertankwagen het samenstel van TS4 en WT2. In Zandvoort is dit 2x TS4. 14 Een portiekwoning is een gebouwvorm met meerdere woningen, waarbij vanaf de toegang van deze woningen maar naar ØØn kant verticaal gevlucht kan worden via ØØn besloten trappenhuis. De woningen komen rechtstreeks uit in het trappenhuis. 15 Een kaart met daarop de zorginstellingen en het gebruik da arvan 16 Een opensource geografisch informatiesysteem 17 Visie Grootschalig Brandweeroptreden 2.0, september 2018 (vastge steld in RBC op 21 september 2018)

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 14 DAG ANW Opkomsttijd 1ste TS6 S-curve opkomst 1ste TS6 DAG

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 15 S-curve opkomst 1ste TS6 ANW Capaciteit Capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Net als voor de factor snelheid dient ook voor capaciteit aandacht besteed te worden in het dekkingsplan. De dekking van een veiligheidsregio wordt immers niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling. Slagkracht De basisbrandweerzorg voorziet in een slagkracht tot maximaal drie tankautospuiten en ØØn bijzonder voertuig onder leiding van een officier van dienst. Het uitgangspunt is dat een inzet met meer dan drie tankautospuiten onder de noemer van grootschalig brandweeroptreden (GBO) valt. Met capaciteit hangen ook begrippen als voortzettingsvermogen en aflossing samen. Het begrip restdekking neem je op onder paraatheid, omdat het hierbij gaat om de beschikbaarheid van eenheden die bij grootschalige of langdurige inzetten tijdelijk verandert. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten ter plaatse te krijgen. Dit is onderdeel van de basisbrandweerzorg. Voor basisbrandweerzorg wordt dit weergegeven in de tijd die nodig is om drie basisbrandweereenheden ter plaatse te krijgen.

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 16 DAG ANW Aantal TS-en dat binnen 15 minuten aanwezig kan zijn DAG ANW Opkomsttijd 3x TS

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 17 S-curve slagkracht DAG S-curve slagkracht ANW Grootschalige en langdurige inzetten (GBO) In de voorgaande paragrafen is de snelheid en slagkracht die betrekking heeft op de basisbrandweerzorg beschreven. De basisbrandweerzorg organiseert een slagkracht tot een maximum van drie tankautospuiten en ØØn bijzonder voertuig onder leiding van een Officier van Dienst. Indien een incident om meer dan drie tankautospuiten vraagt dan spreken we over Grootschalig Brandweeroptreden. Dat kan zijn doordat meer dan vier ‘eigen’ eenheden worden ingezet bij een incident in de ‘eigen’ regio. Maar hieronder wordt ook verstaan het bijstand leveren met vier basisbrandweereenheden (peloton) aan een andere regio. In de visie op GBO17 verwacht de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) onder andere dat iedere veiligheidsregio in staat is om een peloton basis brandweerzorg te kunnen leveren. Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland wordt voor de opschaling grootschalige inzetten, conform de kazerne volgorde tabel, gealarmeerd op basis van interregionale operationele grenzen. Dit wil zeggen dat de eerste acht basisbrandweereenheden bij een incident de snelste acht eenheden zijn. Indien een incident vraagt om meer dan twee pelotons, dan wordt bijstand gevraagd aan een omliggende regio.

Voor aflossing of een niet spoedeisende inzet van een peloton wordt in samenspraak met de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) een peloton geformeerd. Hierbij kan dan vooraf rekening gehouden worden 17 Visie Grootschalig Brandweeroptreden 2.0, september 2018 (vastge steld in RBC op 21 september 2018)

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 18 met inzetduur en restdekking in de regio om een zo optimaal mogelijke brandweerzorg te houden tijdens de inzetduur van het peloton. Voor incidenten buiten de Veiligheidsregio Kennemerland, waar de brandweer gevraagd wordt een peloton te leveren, wordt gewerkt met een vooraf vastgesteld peloton. Dit peloton kan en dient binnen een uur na aanvraag geformeerd te zijn op een uitgangsstelling in de eigen regio. Vanaf die locatie vertrekt het peloton dan als geheel naar de bijstand vragende regio voor een inzet. Naast het peloton voor bijstand heeft brandweer Kennemerland altijd de beschikking over een peloton voor grootschalig optreden bij vliegtuigongevallen binnen het werkingsgebied van het Crisisbestrijdingsplan Schiphol. Hiervoor levert brandweer Kennemerland een peloton en levert brandweer Amsterdam-Amstelland een peloton. De alarmering van het bijstandspeloton van brandweer Kennemerland vindt plaats in afstemming met de ACB, op basis van de vooraf vastgestelde kazerne volgorde tabel (KVT). Voor de inzet van het peloton basis brandweerzorg worden primair de kazernes Bennebroek, Beverwijk-West, IJmuiden en Spaarndam ingezet.

DAG ANW Opkomsttijd 1ste TS6 bij inzet peloton GBO Wanneer dit peloton wordt ingezet, dan zijn deze eenheden niet meer beschikbaar voor inzet in de eigen regio en heeft dit gevolgen voor de opkomst van de 1ste TS rondom die kazernes. Bij langdurige incidenten in de Veiligheidsregio Kennemerland zijn meerdere eenheden niet meer beschikbaar voor de primaire dekking in hun verzorgingsgebied. Om zoveel als mogelijk een optimale brandweerzorg te kunnen blijven garanderen wordt in deze gevallen de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) gealarmeerd. De ACB heeft als rol om in samenspraak met de operationeel leidinggevende ter plaatse en de meldkamer te bekijken hoe met eenheden in de regio geschoven kan worden om een zo optimale brandweerzorg voor de overige incidenten in de regio te kunnen waarborgen. Paraatheid De paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan paraat kan zijn. Dit is de mate waarin de brandweer erin kan voorzien dat een aangewezen eenheid naar een incident kan uitrukken en daadwerkelijk kan optreden. De papieren werkelijkheid van een dekkingsplan is statisch: eenheden lijken dan altijd paraat. In de praktijk is dat echter niet altijd het geval. Diverse factoren hebben invloed op de paraatheid van eenheden.

Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Om als brandweer te kunnen voldoen aan de opkomst en capaciteitscriteria, moet zij beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en beschikbaar materieel. Dit heeft invloed op de wijze waarop verschillende brandweerkazernes ingezet kunnen worden bij meldingen van brand die bij de meldkamer brandweer binnenkomen. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er gebruik wordt gemaakt van zogenaamde springbemanning. Sinds begin 2022 lukt het om de periode dat een eenheid niet beschikbaar was op grove basis vanuit het meldkamersysteem (GMS) op te vragen. Op basis van de geregistreerde buitendienst stellingen van eenheden en de geregistreerde reden is een inschatting gemaakt hoeveel procent een eenheid niet beschikbaar is. De verwachte beschikbaarheid van een brandweerkazerne is uitgedrukt in een percentage per jaar.

Kazerne18 19 | Verwachte beschikbaarheid per jaar Badhoevedorp | > 95% Bennebroek | > 95% Beverwijk Oost | > 95% Beverwijk West20 | 80-85 % Haarlem-Oost | > 95% Haarlem-West | > 95% Halfweg-Zwanenburg | > 95% Heemskerk | > 95% Heemstede | > 95% Hoofddorp | > 95% IJmuiden | 90-95 % Lisserbroek | > 95% Nieuw-Vennep | > 95% Rijsenhout | > 95% Schiphol-Rijk | > 95% Schiphol-Sloten | > 95% Spaarndam | > 95% Tata Steel 1 | > 95% Tata Steel 2 | > 95% Uitgeest | > 95% Velsen | > 95% Zandvoort-Centrum | > 95% Zandvoort-Noord | > 95% Ondanks de bovengenoemde cijfers over de beschikbaarheid, staat de paraatheid van de combikazernes (Beverwijk-Oost, Heemstede en Zandvoort-Noord) staat tijdens kantooruren zwaar onder druk en is niet toekomstbestendig. Het aantal (kantoor-/ werkplaats)medewerkers dat een repressieve functie kan vervullen is beperkt en het blijkt in de praktijk steeds lastiger om de bezetting rond te krijgen. Ook kijkend naar de toekomst wordt dit steeds lastiger door personeel dat op hogere leeftijd toch in dienst blijft, en ook meer mogelijkheden 18 | De kazernes Beverwijk-West, Spaarndam en Zandvoort-Centrum zijn overdag niet beschikbaar 19 | De beschikbaarheid is bepaald aan de mate dat een kazerne operationeel is. Dat wil zeggen normaal op basis van 168 uur (7x24) per week.

Voor de posten die tijdens kantooruren niet beschikbar zijn is dat op basis van 120,5 uur per week. 20 | De kazerne Beverwijk-West staat op zaterdag van 9-17 en op zon- en feestdagen van 12-17 buitendienst. Dan is de kazerne Beverwijk-Oost fysiek bemenst. Daardoor is de verwachte beschikbaarheid laag. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 19 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 20 krijgt om werk en privØ te combineren. Ook ontstaat er steeds meer onbalans tussen het kunnen vervullen van de ‘koude’ hoofdtaak van de mensen (bijv. Vakbekwaamheid of programmamanagement) en de verplichting om op de kazerne te blijven voor de repressieve taak. Het inhuren van de hoogstnoodzakelijk capaciteit is duur en kent juridische onzekerheden. Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid ontstaat als de meldkamer een beroep wil doen op een eenheid die reeds is ingezet. Inzicht in de kans op gelijktijdigheid is relevant voor de paraatheid. Het zegt namelijk iets over de mate waarin de brandweer erin kan voorzien dat de snelste eenheid ter plaatse komt. Gelijktijdigheid geeft daarmee inzicht in de kwaliteit van de dekking. Voor gelijktijdigheid zijn de frequentie van incidenten en de duur van de incidenten de bepalende factoren.

Onderstaande tabel geeft de kans weer op jaarbasis (het aantal keer) dat dit voorkomt binnen het verzorgingsgebied van een kazerne. Kazerne Kans (verwacht maximaal aantal keer) gelijktijdigheid per jaar DAG ANW Badhoevedorp 1 2 Bennebroek 0 1 Beverwijk Oost 3 2 Beverwijk West - 2 Haarlem-Oost 3 8 Haarlem-West 5 11 Halfweg-Zwanenburg 1 1 Heemskerk 1 2 Heemstede 2 2 Hoofddorp 3 6 IJmuiden 1 2 Lisserbroek 0 1 Nieuw-Vennep 2 3 Rijsenhout 0 1 Schiphol-Rijk 1 1 Schiphol-Sloten 4 8 Spaarndam - 1 Tata Steel 1 1 Uitgeest 0 1 Velsen 3 5 Zandvoort-Centrum - 1 Zandvoort-Noord 1 1 De kans op gelijktijdigheid is bepaald door te kijken naar de frequentie van incidenten per kazerne per dag. Door deze af te zetten tegen de mediaan inzettijd van de kazerne en met behulp van een ‘matlab

simulatiemodel’21 wordt de gelijktijdigheid berekend. Dit is voor dit dekkingsplan berekend over de periode januari 2022 t/m december 2025. Restdekking Bij grootschalige en langdurige inzetten worden veel eenheden ingezet. Het aantal ingezette eenheden kan zo groot zijn, dat de beschikbaarheid van eenheden voor de rest van de regio fors terugloopt. Dit doet zich zowel voor bij een incident in het eigen verzorgingsgebied als in geval van bijstand. De inzet van een groot aantal eenheden tegelijkertijd heeft ontegenzeggelijk invloed op de dekking van (een deel van) het verzorgingsgebied. Om inzicht te krijgen in de mate waarop een kazerne bijdraagt aan de regionale dekking is per kazerne uitgerekend hoeveel aandachtsobjecten en objecten in CAT I buurten een opkomsttijd van meer dan 10 minuten (buiten de bandbreedte) hebben als betreffende kazerne niet beschikbaar is. Dit is afgezet tegen het aantal aandachtsobjecten en objecten in CAT I buurten een opkomsttijd van meer dan 10 minuten als alleen de kazernes van de VRK de dekking binnen de Veiligheidsregio Kennemerland leveren. Hoe meer ‘extra’ aandachtsobjecten en objecten in CAT I buurten met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten (buiten de bandbreedte) dan ontstaan, des te belangrijker is de kazerne voor de regionale dekking.

Bij een gelijk aantal objecten, dan is de volgende sortering het aantal objecten dat extra verschuift van buurtcategorie goed naar voldoende. Onderstaande tabel geeft voor beide situaties weer in welke volgorde een kazerne bijdraagt aan de dekking binnen de Veiligheidsregio Kennemerland. Hoe hoger op de lijst, hoe meer objecten bij uitval van die kazerne buiten de bandbreedte bereikt worden. Dit geldt alleen voor gebouwbranden. De brandweer doet meer. Daarom is ongeacht de positie op deze lijst is elke kazerne binnen de Veiligheidsregio Kennemerland van belang. Hoe dichter de brandweerkazerne bij het incident, hoe eerder een eerste eenheid hulp kan verlenen. Daarnaast leveren de kazernes een belangrijke bijdrage in ondersteunende voertuigen als watertankwagens, red- en hulpverleningsvoertuigen, waterongevallen voertuigen en systemen voor grootschalige watervoorzieningen. Ook leveren diverse kazernes een of meerdere eenheden voor de bestrijding van natuurbranden.

Bijdrage aan regionale dekking (van hoog naar laag) DAG | ANW Kazerne | Extra objecten +10 | Kazerne | Extra objecten +10 Heemskerk | 16.908 | Zandvoort-Noord | 12.285 Zandvoort-Noord | 11.102 | Zandvoort-Centrum | 12.285 Haarlem-Oost | 10.557 | Haarlem-Oost | 9.921 Velsen | 7.686 | Badhoevedorp | 6.317 Haarlem-West | 4.411 | Haarlem-West | 5.518 Badhoevedorp | 4.001 | Velsen | 1.715 Bennebroek | 1.616 | Bennebroek | 1.496 Hoofddorp | 887 | Hoofddorp | 916 Nieuw-Vennep | 439 | Nieuw-Vennep | 438 Halfweg-Zwanenburg | 315 | Uitgeest | 416 Uitgeest | 100 | Halfweg-Zwanenburg | 315 IJmuiden | 19 | Heemskerk | 211 Lisserbroek | 0 | Heemstede | 141 Rijsenhout | 0 | IJmuiden | 29 Heemstede * | - | Spaarndam | 15 Beverwijk-Oost * | - | Beverwijk-West | 9 Spaarndam ** | - | Lisserbroek | 0 Beverwijk-West ** | - | Rijsenhout | 0 21 | In het simulatiemodel worden uitrukken gegenereerd die een realistische representatie zijn van de uitrukken in het verleden. Door de simulaties een groot aantal keer te herhalen (50.000x) kan een realistische kans op gelijktijdigheid berekend worden (aantal overlappen gedeeld door het totaal aantal simulaties).

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 21 Bijdrage aan regionale dekking (van hoog naar laag) DAG | ANW Kazerne | Extra objecten +10 | Kazerne | Extra objecten +10 Zandvoort-Centrum ** | - | Beverwijk-Oost | 0 Schiphol-Sloten | 0 | Schiphol-Sloten | 0 Schiphol-Rijk | 0 | Schiphol-Rijk | 0 Tata Steel | 0 | Tata Steel | 0 * | Kazerne rukt overdag alleen als TS4 uit, daarom komt hij laag op de lijst. Een naburige kazerne levert altijd namelijk de opkomsttijd van de verplichte TS6. ** | kazerne overdag niet in de sterkte. De Algemeen Commandant Brandweer heeft als rol om in samenspraak met de operationeel leidinggevende ter plaatse en de meldkamer te bekijken hoe met eenheden in de regio geschoven kan worden om een zo optimale brandweerzorg voor de overige incidenten in de regio te kunnen waarborgen. Hierbij kan van deze lijst gebruik gemaakt worden om te bepalen welke kazernes (hoe hoger op de lijst) als eerste weer bezet moeten worden. Dit zodat bij incidenten de regionale dekking zoveel als mogelijk gewaarborgd blijft. Het is bij restdekking dus slim kazernes laag op de lijst een kazerne hoog op de lijst te laten herbezetten. Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie Werkdruk heeft een rechtstreekse relatie met het aantal keer per jaar dat een brandweereenheid wordt gealarmeerd in verband met een incident.

Om hier inzicht in te kunnen krijgen dient hier de alarmeringsfrequentie te worden beschreven. De definitie van alarmeringsfrequentie is daarmee: ‘het totaal aantal alarmeringen (van alle incidenttypen) van iedere brandweereenheid op jaarbasis’. Werkdruk is dus de belasting van een eenheid. Dit wordt (mede) bepaald via het jaarlijkse aantal incidenten waar een eenheid voor wordt gealarmeerd. Dit getal bestaat uit alle alarmeringen die een eenheid op jaarbasis verwerkt, ongeacht om welk type het gaat; de prioriteit; loos of echt; eigen regio of bijstand; eerstelijns of opschaling. Het aantal alarmeringen van een tankautospuit is ØØn van de factoren die management en bestuur inzicht geeft in de haalbaarheid en kosteneffectiviteit van de huidige wijze waarop de repressieve organisatie is ingericht. Werkdruk is zodoende bepalend voor de organisatievorm van de brandweerzorg. Het bepaalt mede de keus voor de plaatsing van een vrijwilligers- of juist een beroepskazerne in een bepaald gebied. Werkdruk en gelijktijdigheid hebben een sterke correlatie. Naarmate er meer incidenten zijn is de kans dat er gelijktijdig iets gebeurt hoger. Daar het landelijk ontbreekt aan een norm en het dekkingsplan (slechts) de repressieve prestatie weergeeft, wordt dit gegeven in dit document niet verder uitgewerkt.

Kazerne | Gemiddelde inzetfrequentie per jaar DAG | ANW Badhoevedorp | 55 | 116 Bennebroek | 7 | 39 Beverwijk Oost | 144 | 122 Beverwijk West | - | 116 Haarlem-Oost | 185 | 415 Haarlem-West | 215 | 451 Halfweg-Zwanenburg | 29 | 61 Heemskerk | 49 | 104 Heemstede | 97 | 87 Hoofddorp | 170 | 330 IJmuiden | 31 | 94 Lisserbroek | 13 | 26 Nieuw-Vennep | 92 | 156 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 22 Kazerne | Gemiddelde inzetfrequentie per jaar DAG | ANW Rijsenhout | 18 | 30 Schiphol-Rijk | 78 | 57 Schiphol-Sloten | 341 | 459 Spaarndam | - | 42 Tata Steel | 68 | 75 Uitgeest | 12 | 27 Velsen | 133 | 261 Zandvoort-Centrum | - | 50 Zandvoort-Noord | 74 | 72 De werkdruk voor dit dekkingsplan is berekend over de periode januari 2022 t/m december 2025. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 23 3 Dekking beoordelen (Processtap 3) 3.1 Doel Hier wordt een beoordeling van de verwachte repressieve dekking gegeven voor de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en bij de bestuurlijke wensen van de brandweerregio.

3.2 Indeling gebieden in categorieºn In de handreiking wordt aangegeven dat de indeling van het verzorgingsgebied plaatsvindt op basis van de CBS-wijkindeling (CBS wijk en buurtindeling), waarbij wordt gekeken naar de adressendichtheid (het aantal adressen per km2) en naar het aantal objecten van het jaar 1900 of ouder. Het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio wordt daarmee in drie verschillende categorieºn ingedeeld. Categorie | Overheersend karakter van het gebied | Referentie- | Bandbreedte waarde in | in minuten* minuten I |  | Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame | 7 | 4-10 personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen)  | Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen)  | Portiekwoningen  | Woongebouwen hoger dan 20 meter II |  | Woningen | 10 | 7-13  | Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie) III |  | Verspreid liggende woningen | 15 | 12-18  | Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie) * | De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller. Het eindresultaat van de indeling in categorieºn is te zien in de afbeelding hiernaast. Van de totaal 411 buurten die we in onze regio kennen zijn er 37 ingedeeld in categorie I.

Dit zijn de oude binnensteden, gebouwen met slapende niet zelfredzame personen, portiekwoningen en gebouwen hoger dan 20 meter. Er vallen 302 gebieden in categorie II. Dit zijn reguliere woningen en gebouwen voor zelfredzamen. Tenslotte zijn er 72 buurten als categorie III bestempeld. Dit zijn de resterende gebieden. Dit betreft verspreid liggende woningen en gebouwen inclusief industrie. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 | 24 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 25 3.3 Beoordeling Beoordeling op snelheid TS6 gebiedsgericht Voor elk gebied (CBS buurt) kan de mediaan van de verwachte opkomsttijd van de eerste tankautospuit (TS6)22 bepaald worden. Dit vindt plaats door de mediaan te berekenen van de opkomsttijd van alle objecten per gebied te berekenen. De opkomsttijd wordt vervolgens per gebied wordt vergeleken met de bijbehorende referentiewaarde en bandbreedte. De opkomsttijd per gebied wordt als volgt beoordeeld: Goed de opkomsttijd is lager dan de referentiewaarde; Voldoende de opkomsttijd is hoger dan de referentiewaarde, maar lager dan de maximale bandbreedte; Onvoldoende de opkomsttijd is hoger dan de maximale bandbreedte. In dat geval is aanvullende duiding nodig.

Zet dit gebied op een aandachtspuntenlijst, waarop alle gebieden worden geplaatst die in de beoordeling onvoldoende scoren en nadere beschouwing vragen. DAG ANW Opkomsttijd 1ste TS6 Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland worden tijdens de DAG-situatie 384 van de 411 gebieden binnen de referentietijd bereikt. De overige 27 gebieden worden buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte bereikt. In de ANW-situatie worden 377 van de 411 gebieden binnen de referentietijd bereikt. De overige 34 gebieden worden buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte bereikt. Geen van de buurten wordt buiten de bandbreedte bereikt. 22 In Kennemerland kan dit ook de combinatie van een TS4 + WT 2 zijn

Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1A: basisbrandweereenheid Concept 0.3 26 Op objectniveau blijkt uit de analyse dat bij meer dan 95% van de objecten binnen 10 minuten een eerste TS6 voor de deur kan staan bij een incident. Beoordeling aandachtsobjecten op snelheid TS6 Het dekkingsplan is gebiedsgericht. Dit wil zeggen dat er naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) wordt gekeken. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor de objecten uit categorie I met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten en de objecten met een opkomsttijd hoger dan 18 minuten. Categorie I objecten met opkomst van meer dan 10 minuten Het gaat hierbij om de objecten23 met de functie ‘cel’, ‘gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’, ‘portiekwoning’ en ‘woongebouw hoger dan 20 meter’. Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland worden 482 van de in totaal 27.597 objecten met een van deze functies niet bereikt binnen de maximale opkomsttijd van 10 minuten. In bijlage 6 is een lijst opgenomen, gerubriceerd op gemeente, plaats en straat (locaties) waar zich de objecten bevinden uit categorie I met meer dan 3 minuten overschrijding. Daarin is ook weergegeven hoeveel objecten het betreft per locatie en wat de maximale overschrijding is.

DAG ANW Beoordeling opkomst 1ste TS6 op categorie I objecten Het merendeel van de objecten uit categorie I met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten ligt in de gemeente Zandvoort. Het betreft hier 72% van de 482 objecten. Dat wil zeggen 345 objecten. 23 Verblijfsobject vanuit Basisregistratie Adressen en Gebouwen. In de meeste gevallen zal in ØØn pand meer dan ØØn verblijfsobject aanwezig zijn.

Objecten met opkomsttijd hoger dan 18 minuten Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland zijn er 21 objecten die niet binnen de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt kunnen worden. Deze locaties zijn: Gemeente | Plaats | Straat (locatie) | Aantal objecten met | Max. overschrijding overschrijding | (minuut) Beverwijk | Wijk aan Zee | Strand Zuiderbad | 2 | 00:05 Heemskerk | Heemskerk | Zwarteweg | 2 | 01:50 Uitgeest | Uitgeest | Markervaart | 1 | 08:24 Stierop | 1 | 01:31 Velsen | Velsen-Noord | Reyndersweg | 15 | 00:11 Beoordeling op capaciteit Voor de beoordeling van capaciteit wordt gekeken naar slagkracht en grootschalig optreden. Beoordeling slagkracht Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland lukt het om in de meeste gebieden binnen 15 minuten een slagkracht van minimaal drie tankautospuiten te kunnen leveren. In de DAG-situatie lukt dit in 378 van de 411 gebieden en in de ANW-situatie in 369 van de 411 gebieden. Op objectniveau blijkt uit de analyse dat bij 91% van de objecten binnen 15 minuten 3 of meer tankautospuiten aanwezig kunnen zijn. In de handreiking is een beoogd beoordelingskader opgenomen voor slagkracht. Slagkracht is naast snelheid essentieel om slachtoffers te voorkomen en schade te beperken. Het beoogde beoordelingskader is gebaseerd op de inzichten van de eerder gehanteerde methodiek en zal na landelijk onderzoek24 herijkt worden.

De gehanteerde methodiek is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. De waarden in deze methodiek zijn referentiewaarden. Het beoogde beoordelingskader is een koppeling van slagkracht en opkomsttijden en ziet er als volgt uit: Risiconiveau | TS 1 (min) | TS 2 (min) | TS 3 (min) | RV (min)25 1 | 4-10 (7) | 6-12 (9) | 8-12 (10) | 4-10 (7) 2 | 7-13 (10) | 12-18 (15) 3 | 12-18 (15) Op basis van de snelheidsberekeningen uit hoofdstuk 2, is bepaald worden of een 2e en 3e TS buiten de genoemde bandbreedte in een bepaalde buurt ter plaatse komen. Dit is inzichtelijk gemaakt onderstaande een tabel, waarin wordt aangegeven in hoeveel buurten de bandbreedte wordt overschreden. Voor de onderstaande tabel geldt dat de grijs gearceerde vakjes niet behoeven te worden ingevuld vanuit de handreiking. 24 | Deze methodiek behoeft een actualisatie vanuit de nieuwe inzichten op het gebied van risicobeheersing en rookverspreiding. Daarnaast is het nodig hiervoor de nodige data te verzamelen. 25 | Hierbij is het Redvoertuig als optie meegenomen, voor het geval een veiligheidsregio ook deze eenheid in haar dekkingsplan meeneemt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2706/documents/27878