CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 2 Was-wordtlijst APV Bloemendaal 2026 2026000601.pdf

Raad 21 mei 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel vaststellen APV Bloemendaal 20269.509 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer: 1347054 Algemeen Plaatselijke Verordening Bloemendaal Was Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; l.

parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; n. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; o. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; p. woning: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Woningwet.

Wordt In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. deelauto: motorvoertuig zoals bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, welke herhaaldelijk voor korte duur (tijd) en tegen betaling georganiseerd wordt aangeboden in de openbare ruimte door een aanbieder; h. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; i. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; j. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; k. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; l.

openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; m. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; n. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; o. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; p. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

q. woning: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Woningwet. Toelichting: Om het aanbieden van deelauto’s toe te staan in de gemeente Bloemendaal, worden deelauto’s toegevoegd. In artikel 5.2 staan de regels voor deelauto`s. Artikel 2:6 Beperkingen verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te (doen) verspreiden dan wel openlijk aan te (doen) bieden of te (doen) verspreiden, op door het bieden of te (doen) verspreiden, op door het college aangewezen openbare plaatsen. college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis- 3. Het verbod is niet van toepassing op het huisaan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is 5. vervalt paragraaf 4.1.3.3.

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Artikel 2:9 straatartiest 1. Het is verboden op door de burgemeester 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen en tijden op of aan de weg aangewezen wegen en tijden op of aan de weg als straatartiest op te treden of muziek ten als straatartiest op te treden of muziek ten gehore te brengen. gehore te brengen. 2. Het is verboden zonder ontheffing van de 2. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester op andere dan krachtens het burgemeester op andere dan krachtens het eerste lid aangewezen wegen en tijden als eerste lid aangewezen wegen en tijden als straatartiest op te treden of muziek ten gehore te straatartiest op te treden of muziek ten gehore te brengen. brengen. 3. Het tweede lid geldt niet als: 3. Het tweede lid geldt niet als: a. met ten hoogste twee personen wordt a. met ten hoogste twee personen wordt opgetreden; opgetreden; b. geen draaiorgels, geluidversterkende b.

geen draaiorgels, geluidversterkende apparatuur of slaginstrumenten, zoals apparatuur of slaginstrumenten, zoals trommels, bongo’s en dergelijke worden trommels, bongo’s en dergelijke worden gebruikt; gebruikt; c. het optreden niet langer duurt dan een c. het optreden niet langer duurt dan een half uur en half uur en d. het optreden niet plaatsvindt tussen d. het optreden niet plaatsvindt tussen 18.00 en 09.00 uur. 18.00 en 09.00 uur. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is 4. vervalt paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: omgevingsvergunning van het bevoegd a. een uitweg te maken naar de weg;

gezag een uitrit aan te leggen naar de weg of een bestaande uitrit te veranderen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als: a. de weg onaanvaardbaar wordt beschadigd; b. ondergrondse structuren, verkeersof straatmeubilair een belemmering vormen; c. door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; d. het openbaar groen door de uitrit op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; e. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; f. het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten; g. deze in strijd is met het vigerende omgevingsplan. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Toelichting: de beleidsregels zijn in 2008 in werking getreden en inmiddels sterk verouderd. Naast dat de beleidsregels niet in lijn zijn met de terminologie van de Omgevingswet, vraagt de uitvoering om een meer werkbare regel. Dit maakt dat deze regel is genoemd in de memo ‘Knelpunten uitvoering Omgevingswet’ waarvan het college van B&W besloten heeft deze knelpunten aan te pakken. Met dit voorstel tot wijziging is hier opvolging aan gegeven. Artikel 2:25 Vergunning evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een 1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een 3.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator klein evenement, als de organisator voorafgaand aan het evenement melding voorafgaand aan het evenement melding hiervan heeft gedaan middels een door de hiervan heeft gedaan middels een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier: burgemeester vastgesteld meldingsformulier: • bij een evenement met minder dan 50 • bij een evenement met minder dan 50 aanwezigen tenminste 10 werkdagen van aanwezigen tenminste 10 werkdagen tevoren; van tevoren; • bij een evenement met tussen de 50 en • bij een evenement met tussen de 50 en 100 aanwezigen tenminste 15 werkdagen van 100 aanwezigen tenminste 15 tevoren. werkdagen van tevoren. 4. De burgemeester kan, indien het een 4. De burgemeester kan, indien het een evenement met minder dan 50 aanwezigen evenement met minder dan 50 aanwezigen betreft, binnen drie werkdagen na ontvangst van betreft, binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding en, indien het een evenement met de melding en, indien het een evenement met

b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; b. in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; e. wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

tussen de 50 en 100 aanwezigen betreft, binnen tussen de 50 en 100 aanwezigen betreft, binnen zes werkdagen na ontvangst van de melding, zes werkdagen na ontvangst van de melding, besluiten een klein evenement te verbieden als besluiten een klein evenement te verbieden als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet 5. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. -gala’s. 7. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, 7.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de burgemeester de tweede lid, kan de burgemeester de vergunning weigeren indien: vergunning weigeren indien: a. voor een evenement dat als B of C a. voor een evenement dat als B of C evenement is geplaatst op de door de evenement is geplaatst op de door de Veiligheidsregio Kennemerland vastgestelde Veiligheidsregio Kennemerland vastgestelde evenementenkalender niet minimaal 3 maanden evenementenkalender niet minimaal 3 maanden voor de beoogde datum van de beoogde voor de beoogde datum van de beoogde activiteit een volledige aanvraag is ingediend en activiteit een volledige aanvraag is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is; aanvraag niet mogelijk is; b. voor een overig evenement niet minimaal b. voor een overig evenement niet minimaal 8 weken voor de beoogde datum van de 8 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit een volledige aanvraag is beoogde activiteit een volledige aanvraag is ingediend en daardoor een behoorlijke ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 8.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning artikel 1:8 wijzigt, weigert, of trekt de voor een vechtsportevenement als bedoeld in burgemeester een vergunning voor een artikel 2:24, tweede lid, onder f, intrekken, vechtsportevenement als bedoeld in artikel wijzigen of weigeren als de organisator of de 2:24, tweede lid, onder f, in als de organisator aanvrager van de vergunning in enig opzicht van of de aanvrager van de vergunning in enig slecht levensgedrag is of de wijze van opzicht van slecht levensgedrag is of de wijze bedrijfsvoering door de organisator of aanvrager van bedrijfsvoering door de organisator of een nadelig effect heeft op het woon- en aanvrager een nadelig effect heeft op het woonleefklimaat en de openbare orde en veiligheid in en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid de omgeving van het evenement. in de omgeving van het evenement. 9. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 9. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Naar aanleiding van een aantal juridische procedures is de ervaring dat de huidige formulering tot discussie leidt.

Daarom passen we de bepaling aan van `kan` naar `moet`. Dit levert een sterkere juridische positie bij motiveringen op en betere handhavingspraktijk. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder of in afwijking van een exploiteren zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester. vergunning van de burgemeester. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 de burgemeester de vergunning slechts geheel weigert de burgemeester de vergunning of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel geheel of gedeeltelijk als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving de a. de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

b. de exploitant of de leidinggevende in enig b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of opzicht van slecht levensgedrag is; of c. de wijze van bedrijfsvoering door de c. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende een nadelig exploitant of de leidinggevende een nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat en de effect heeft op het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van openbare orde en veiligheid in de omgeving van de openbare inrichting. de openbare inrichting. 3. De burgemeester weigert de vergunning 3. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of de exploitatie van de indien de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het openbare inrichting in strijd is met het Omgevingsplan. Omgevingsplan. 4. Geen vergunning is vereist voor de openbare 4. Geen vergunning is vereist voor de openbare inrichting die zich bevindt in: inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; b.

een zorginstelling; c. een museum; of c. een museum; of d. een bedrijfskantine of -restaurant. d. een bedrijfskantine of -restaurant. 5. De burgemeester kan de vergunning ook 5. De burgemeester kan de vergunning ook ambtshalve verlenen. ambtshalve verlenen. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning voor een weigert of trekt de burgemeester een openbare inrichting intrekken of wijzigen als vergunning voor een openbare inrichting in de exploitant of leidinggevende van de openbare als de exploitant of leidinggevende van de inrichting in enig opzicht van slecht openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is of de wijze van bedrijfsvoering levensgedrag is of de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende een door de exploitant of de leidinggevende een nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid in de en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de openbare inrichting. omgeving van de openbare inrichting. 7. Op de aanvraag om een vergunning is 7.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Naar aanleiding van een aantal juridische procedures is de ervaring dat de huidige formulering tot discussie leidt. Daarom passen we de bepaling aan van `kan` naar `moet`. Dit levert een sterkere juridische positie bij motiveringen op en betere handhavingspraktijk. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een een vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden a.

de woon- en leefsituatie in de omgeving aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de van de speelgelegenheid of de openbare omgeving van de speelgelegenheid of de orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloed door de exploitatie van de worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid of de wijze van speelgelegenheid of de wijze van bedrijfsvoering bedrijfsvoering door de exploitant; door de exploitant; b. de exploitatie van de speelgelegenheid in b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan; of strijd is met het omgevingsplan; of c. de exploitant in enig opzicht van slecht c. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is. levensgedrag is.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken of wijzigen als de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is of de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant een nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de speelgelegenheid 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 weigert of trekt de burgemeester de vergunning in als de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is of de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant een nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de speelgelegenheid. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: Naar aanleiding van een aantal juridische procedures is de ervaring dat de huidige formulering tot discussie leidt. Daarom passen we de bepaling aan van `kan` naar `moet`. Dit levert een sterkere juridische positie bij motiveringen op en betere handhavingspraktijk. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van 1. Het is voor personen verboden op een achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een openbare plaats die deel uitmaakt van een door door het college aangewezen gebied, het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of flessen, alcoholhoudende drank te gebruiken of flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. c.

straatfeesten en overige activiteiten die c. straatfeesten en overige activiteiten die plaatsvinden op de weg en waarvoor plaatsvinden op de weg en waarvoor overeenkomstig artikel 2:25, lid 3, van deze overeenkomstig artikel 2:25, lid 3, van deze verordening melding is gedaan of op grond van verordening melding is gedaan of op grond van deze verordening vergunning is verleend door deze verordening vergunning is verleend door de burgemeester. de burgemeester. Toelichting: leeftijd weggehaald zodat er ook gehandhaafd kan worden op minderjarigen die zich in de openbare ruimte met alcohol op straat bevinden. Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. de weg. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet 2.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4. woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of

krachtens de Omgevingswet, de provinciale krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de omgevingsverordening of de waterschapsverordening. waterschapsverordening. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is 6. vervalt paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te 1.

De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen: en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is 3.

vervalt paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Artikel 2:73c Bezigen van vuurwerk door professionele toepassers 1. Ter voorkoming dan wel beperking van geluidhinder is het voor professionele toepassers verboden vuurwerk af te steken tussen 24.00 uur en 07.00 uur. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de activiteit expliciet deel uitmaakt van een evenement waarvoor vergunning is verleend op grond van artikel 2:25. Toelichting: Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat professioneel vuurwerk in de nachtelijke uren mag worden afgestoken. Professioneel vuurwerk wordt niet alleen afgestoken bij evenementen, maar soms ook bij besloten feesten zoals een verjaardag, een bruiloft of een examenfeest.

Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te het verboden zich op een openbare plaats op te houden of zich op of aan wegen in of op een houden of zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer voertuig te bevinden of daarmee heen en weer

of rond te rijden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

of rond te rijden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Toelichting: Met ingang van 1 juli 2025 zijn artikel 2a en lijst Ia aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft enkele groepen stoffen die sterk lijken op middelen die op lijst I van de Opiumwet staan. De artikelen 2:74 en 2:74a van de APV zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel de designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de APV-artikelen, is het wenselijk om hierin ook de substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de toegankelijk gebouw middelen of substanties artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan Opiumwet of daarop gelijkende waar te wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten gebruiken, toe te dienen, dan wel behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorbereidingen daartoe te verrichten of ten voorhanden te hebben.

behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Toelichting: Met ingang van 1 juli 2025 zijn artikel 2a en lijst Ia aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft enkele groepen stoffen die sterk lijken op middelen die op lijst I van de Opiumwet staan. De artikelen 2:74 en 2:74a van de APV zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel de designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de APV-artikelen, is het wenselijk om hierin ook de substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen. Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. De houder van een inrichting kan een 1.

De houder van een inrichting kan een incidentele festiviteit houden waarbij de waarden incidentele festiviteit houden waarbij de waarden als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. gesteld. 2. Het college stelt een formulier vast voor het 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. doen van een kennisgeving. 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. formulier vermeld. 4. Het aantal dagen of dagdelen per 4.

Het aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar waarop incidentele festiviteiten kalenderjaar waarop incidentele festiviteiten voor de strandpaviljoens op het strand voor de strandpaviljoens op het strand gehouden kunnen worden, wordt nader bepaald gehouden kunnen worden, wordt nader bepaald door het college met een maximum van 12 door het college met een maximum van 12 dagen per kalenderjaar. dagen per kalenderjaar. 5. Het aantal dagen of dagdelen waarop 5. Het aantal dagen of dagdelen waarop incidentele festiviteiten gehouden kunnen incidentele festiviteiten gehouden kunnen worden, bedraagt voor de volgende inrichting worden, bedraagt voor de volgende inrichting categorieën: categorieën:

a. Inrichtingen waar een of meer a. Inrichtingen waar een of meer voorzieningen of installaties aanwezig voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het beoefenen van sport, zijn voor het beoefenen van sport, alsmede sportscholen, sporthallen en alsmede sportscholen, sporthallen en sportterreinen: 4 per kalenderjaar sportterreinen: 4 per kalenderjaar b. Openluchttheater: 12 per kalenderjaar b. Openluchttheater: 12 per kalenderjaar c. Overige inrichtingen: 4 per kalenderjaar c. Overige inrichtingen: 4 per kalenderjaar 6. Het is een inrichting genoemd in het vijfde lid 6. Het is een inrichting genoemd in het vijfde lid onder a, toegestaan om tijdens maximaal 4 onder a, toegestaan om tijdens maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van deze festiviteit het weken voor de aanvang van deze festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. college daarvan in kennis heeft gesteld. 7.

Het college kan, wanneer een incidentele 7. Het college kan, wanneer een incidentele festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als incidentele festiviteit als festiviteit terstond als incidentele festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 8. Een incidentele festiviteit kan worden 8. Een incidentele festiviteit kan worden gehouden: gehouden: a. tot 24.00 uur op vrijdagen en a. tot 24.00 uur op vrijdagen en zaterdagen, of op een andere dag zaterdagen, of op een andere dag voorafgaand aan een feestdag; voorafgaand aan een feestdag; b. tot 23.00 uur op andere dan onder a b. tot 23.00 uur op andere dan onder a genoemde dagen; genoemde dagen; c. tot 0.00 uur indien ontheffing van de c. tot 24.00 uur indien ontheffing van de sluitingstijd is verleend; sluitingstijd is verleend; d. tot 23.00 uur in het geval van een d. d. tot 23.00 uur in het geval van een Openluchttheater. Openluchttheater. 9. Het equivalente geluidsniveau LAeq 9.

Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt tijdens veroorzaakt door de inrichting bedraagt tijdens incidentele festiviteiten niet meer dan 65 dB(A), incidentele festiviteiten niet meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. op een hoogte van 1,5 meter. 10. De geluidswaarde genoemd in het negende 10. De geluidswaarde genoemd in het negende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. beschouwing gelaten. 11. Bij het ten gehore brengen van muziek in 11. Bij het ten gehore brengen van muziek in een inrichting blijven ramen en deuren van de een inrichting blijven ramen en deuren van de inrichting gesloten en mogen deuren slechts inrichting gesloten en mogen deuren slechts geopend worden voor het onmiddellijk doorlaten geopend worden voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. van personen of goederen. 12. Het college kan ten aanzien van een 12.

Het college kan ten aanzien van een festiviteit voorwaarden stellen met betrekking tot festiviteit voorwaarden stellen met betrekking tot de duur van de festiviteit en kan maatregelen de duur van de festiviteit en kan maatregelen voorschrijven die geluidhinder beperken. voorschrijven die geluidhinder beperken. 13. Het equivalente geluidsniveau LAeq 13. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt tijdens veroorzaakt door de inrichting bedraagt tijdens incidentele festiviteiten niet meer dan 80 dB(c), incidentele festiviteiten niet meer dan 80 dB(c), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. op een hoogte van 1,5 meter. Toelichting: Tijdstip bij lid 8 c klopte niet. Artikel 4:27a Vergunningplicht wijzigen gevelkleur en stuken gevel 1. Het is de rechthebbende op een onroerende vervalt zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder of in afwijking van een

omgevingsvergunning de kleur van gevels voor zover zichtbaar vanaf de weg van zich op deze zaak bevindende opstallen te wijzigen, op de gevels schilderingen aan te brengen, of de gevels te stuken dan wel te gedogen dat zulks plaatsvindt. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet wanneer voorschriften op grond van de Omgevingswet, de Woningwet, de Erfgoedwet dan wel de krachtens die wetten vastgestelde verordeningen van toepassing zijn. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd wanneer de gevelkleur(en), het stukwerk of gevelschildering(en) hetzij op zichzelf hetzij in verband met de woonomgeving niet voldoet(n) aan redelijke eisen van welstand. Toelichting: op grond van landelijke wet- en regelgeving valt schilderen niet onder bouwen en daarom is deze activiteit niet vergunningplichtig. Het stuken van een woning valt wel onder bouwen, maar is normaliter vergunningvrij op basis van artikel 2.27 onder i van de bruidsschat. De landelijke wetgever heeft ingevolge artikel 2.29, onder a Bbl, gewoon onderhoud aan een bouwwerk vergunningvrij gemaakt voor zover daarbij detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet wijzigen. Overige gevallen zijn vergunningplichtig. Voor monumenten of bouwwerken in beschermd stads- of dorpsgezicht gelden (deels) strengere regels.

Daarnaast gelden regels en beleidsregels voor welstandsexcessen. De landelijke wetgever heeft in de genoemde regelingen bepaald in welke gevallen de genoemde activiteiten vergunningvrij zijn en daarmee meteen ook welke vergunningplichtig zijn. Daarmee zijn alle gevallen geregeld en is de APV regeling niet meer van toepassing. Art. 5.2 Parkeren van voertuigen op de weg voor het herstellen, slopen, verhuren, verkopen of verhandelen 1. Het is verboden om zonder vergunning van 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een voertuig op de weg te parkeren het college een voertuig op de weg te parkeren met het kennelijke doel dit voertuig te herstellen, met het kennelijke doel dit voertuig te herstellen, te slopen, te verhuren, te verkopen dan wel te te slopen, te verhuren, te verkopen dan wel te verhandelen. verhandelen. 2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid 2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. vervoeren van personen tegen betaling. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet 3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor een voertuig waarvan de gebreken niet: eenvoudig te herstellen zijn en dit herstel niet a. voor een voertuig waarvan de gebreken langer vergt dan één uur, gedurende de tijd die eenvoudig te herstellen zijn en dit herstel nodig is en gebruikt wordt voor deze niet langer vergt dan één uur, gedurende de werkzaamheden. tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze 4. Het college kan nadere regels stellen met werkzaamheden. betrekking tot de vergunning als bedoeld in het b. voor personenauto’s zoals bedoeld in eerste lid: artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, die a. in het belang van het uiterlijk aanzien van worden ingezet als deelauto en worden de gemeente; aangeboden vanaf een vaste parkeerplaats b. in het belang van de veiligheid van het die met een verkeersbesluit is aangeduid met publiek; het verkeersbord E08 uit Bijlage 1 van het c. in het belang van de doorstroming van het RVV 1990 (parkeergelegenheid), voorzien verkeer; van het onderbord ‘deelauto’ of ‘autodelen’. d. ter voorkoming van onevenredig 4. Het college kan nadere regels stellen met ruimtegebruik. betrekking tot de vergunning als bedoeld in het 5. Het college kan in de nadere regels als eerste lid: bedoeld in het vierde lid in elk geval een

maximum stellen aan het aantal aanbieders waaraan een vergunning wordt verleend of het aantal voertuigen waarvoor vergunning wordt verleend. Hierbij kan het college onderscheidt maken naar categorie en type voertuig. 6. Onverminderd artikel 1:8 van deze verordening kan het college de vergunning weigeren op grond van de belangen zoals genoemd in het vierde lid. 7. Het college weigert de vergunning in ieder geval indien een maximum als bedoeld in het vijfde lid is vastgesteld en dit maximum is bereikt. 8. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. 9. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het ook met vergunning verboden is om voertuigen op de weg te parkeren in verband met de doelen zoals benoemd in het eerste lid.

a. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. in het belang van de veiligheid van het publiek; c. in het belang van de doorstroming van het verkeer; d. ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik. 5. Het college kan in de nadere regels als bedoeld in het vierde lid in elk geval een maximum stellen aan het aantal aanbieders waaraan een vergunning wordt verleend of het aantal voertuigen waarvoor vergunning wordt verleend. Hierbij kan het college onderscheidt maken naar categorie en type voertuig. 6. Onverminderd artikel 1:8 van deze verordening kan het college de vergunning weigeren op grond van de belangen zoals genoemd in het vierde lid. 7. Het college weigert de vergunning in ieder geval indien een maximum als bedoeld in het vijfde lid is vastgesteld en dit maximum is bereikt. 8. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. 9. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het ook met vergunning verboden is om voertuigen op de weg te parkeren in verband met de doelen zoals benoemd in het eerste lid. Toelichting: Om het aanbieden van deelauto’s toe te staan in de gemeente Bloemendaal, worden deelauto’s in artikel 5:2 derde lid daarom uitgezonderd van het verbod.

Dit geldt alleen voor personenauto’s zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, die worden ingezet als deelauto en worden aangeboden vanaf een vaste parkeerplaats die met een verkeersbesluit is aangeduid met het verkeersbord E08 uit Bijlage 1 van het RVV 1990 (parkeergelegenheid), voorzien van het onderbord ‘deelauto’ of ‘autodelen’. Art. 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.Het is verboden een woonwagen, 1.Het is verboden een woonwagen, magazijnwagen, aanhangwagen of ander magazijnwagen, aanhangwagen of ander soortgelijk voertuig dat uitsluitend of mede voor soortgelijk voertuig dat uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden is bestemd andere dan verkeersdoeleinden is bestemd en/of wordt gebruikt, met het oog op de en/of wordt gebruikt, met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of het verdeling van beschikbare parkeerruimte of het uiterlijk aanzien van de gemeente, langer dan op uiterlijk aanzien van de gemeente, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben. plaatsen of te hebben.

2.Het is verboden een kampeerwagen, caravan, 2.Het is verboden een kampeerwagen, caravan, vouwwagen of ander soortgelijk voertuig dat vouwwagen of ander soortgelijk voertuig dat voor de recreatie is bestemd en/of wordt voor de recreatie is bestemd en/of wordt gebruikt, met het oog op de verdeling van gebruikt, met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of het uiterlijk beschikbare parkeerruimte of het uiterlijk aanzien van de gemeente, langer dan op drie aanzien van de gemeente, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben. plaatsen of te hebben. 3.Het college kan van het in het eerste en 3.Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod, met uitzondering tweede lid gestelde verbod, met uitzondering voor kampeermiddelen, ontheffing verlenen. voor kampeermiddelen, ontheffing verlenen. 4.Het eerste en tweede lid zijn niet van 4.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten toepassing op beperkingengebiedactiviteiten

met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 5.Op de aanvraag om ontheffing is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 5. vervalt

Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Art. 5.7 parkeren van reclamevoertuigen 1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien 1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. daarmee handelsreclame te maken. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. verbod. 3.Op de aanvraag om ontheffing is artikel 3. vervalt 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld.

Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Art. 5.8 parkeren van grote voertuigen 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren, in verband met het oog op de parkeren, in verband met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte en het verdeling van beschikbare parkeerruimte en het uiterlijk aanzien van de gemeente. uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op 2.Het eerste lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan op drie achtereenvolgende niet langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. gehouden. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet 3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4.Het college kan wegen of weggedeelten 4.Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. verbod niet van toepassing is. 5.Het college kan van het in het eerste lid 5.Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen. genoemde verbod ontheffing verlenen. 6.Op de aanvraag om ontheffing is artikel 6. vervalt 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Art. 5.13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2.Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; of b. door instellingen met het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving, als uiterlijk veertien werkdagen vóór de inzameling of werving digitaal melding wordt gedaan bij het college onder vermelding van het doel waarvoor en de tijdsperiode waarin wordt ingezameld; of c. door een andere door het college aangewezen instelling. 4.Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen).

1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2.Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; of b. door instellingen met het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving, als uiterlijk veertien werkdagen vóór de inzameling of werving digitaal melding wordt gedaan bij het college onder vermelding van het doel waarvoor en de tijdsperiode waarin wordt ingezameld; of c. door een andere door het college aangewezen instelling. 4. vervalt

Toelichting: Deze bepaling wordt geschrapt omdat in het omgevingsrecht ook geen vergunning van rechtswege meer bestaat en een deel van de APV-bepalingen op den duur naar het omgevingsplan worden overgeheveld. Daarnaast zijn er middelen waarmee men kan afdwingen dat op tijd op een aanvraag wordt beslist, zoals een ingebrekestelling en een dwangsom bij niet tijdig beslissen. art. 5.40 Vaartuigen op het strand 1. Het is verboden een vaartuig: 1. Het is verboden een vaartuig: a. op het strand te hebben; a. op het strand te hebben; b. b. op het strand te brengen; b. b. op het strand te brengen; c. zich daarmee van het strand af in zee te c. zich daarmee van het strand af in zee te begeven; of begeven; of d. zich daarmee in zee binnen 1000 meter d. zich daarmee in zee binnen 300 meter van de kustlijn te begeven of te varen. van de kustlijn te begeven of te varen. 2. Onder het in dit artikel bedoelde vaartuig zijn 2. Onder het in dit artikel bedoelde vaartuig zijn niet begrepen opblaasboten en kano's, mits aan niet begrepen opblaasboten en kano's, mits aan deze vaartuigen geen motor kan worden deze vaartuigen geen motor kan worden bevestigd. bevestigd. 3. Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig 3.

Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig een snelle motorboot als bedoeld in het een snelle motorboot als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement is, dient dit te Binnenvaartpolitiereglement is, dient dit te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 8.01 voldoen aan het bepaalde in de artikelen 8.01 tot en met 8.05 van het tot en met 8.05 van het Binnenvaartpolitiereglement, met uitzondering Binnenvaartpolitiereglement, met uitzondering van vaartuigen behorende tot of voor van vaartuigen behorende tot of voor hulpverlening in gebruik van de hulpverlening in gebruik van de hulpverleningsdiensten en Vrijwillige hulpverleningsdiensten en Vrijwillige Bloemendaalse Reddingsbrigade. Bloemendaalse Reddingsbrigade.

4. Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. 5. Het college kan delen van het strand aanwijzen, waar een activiteit als bedoeld in het eerste lid voor bepaalde vaartuigen met ontheffing van het college is toegestaan. 6. Een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde en veiligheid; b. het beperken en voorkomen van overlast; c. het uiterlijk aanzien van het strand; of d. d. de veiligheid van personen en goederen.

4. Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. 5. Het college kan delen van het strand aanwijzen, waar een activiteit als bedoeld in het eerste lid voor bepaalde vaartuigen met ontheffing van het college is toegestaan. 6. Een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde en veiligheid; b. het beperken en voorkomen van overlast; c. het uiterlijk aanzien van het strand; of d. d. de veiligheid van personen en goederen. 7. Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig een waterscooter of jetski betreft is het verboden zich daarmee in zee binnen 1000 meter van de kustlijn te begeven of te varen. Toelichting: Ter verduidelijking is de jetski expliciet benoemt. Aansluiten bij de regio, andere gemeenten in de omgeving hebben dit ook benoemd. Makkelijker voor politie en handhaving om te handhaven.

art. 5.45 Verbod op het strand te rijden 1. Het is verboden zonder ontheffing van 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders op het voor burgemeester en wethouders op het voor publiek toegankelijke strand: publiek toegankelijke strand: a. een motorvoertuig of een bromfiets te a. een motorvoertuig of een bromfiets te berijden of te hebben; berijden of te hebben; b. in het tijdvak van 15 mei tot 15 b. in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober, september, tussen 09.00 en 18.00 uur, tussen 09.00 en 18.00 uur, zich op een zich op een in beweging zijnde in beweging zijnde zeilvoertuig te zeilvoertuig te bevinden of een fiets te bevinden of een fiets te berijden. berijden. c. in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober, c. In het tijdvak van 15 mei tot 15 tussen 09.00 en 18.00 uur, met rij- of september, tussen 09.00 en 18.00 uur, trekdieren te rijden of deze aldaar te met rij- of trekdieren te rijden of deze hebben. aldaar te hebben. 2. Het college kan personen en instellingen 2. Het college kan personen en instellingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. genoemde verbod niet geldt. 3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid 3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde en veiligheid; a.

de openbare orde en veiligheid; b. het beperken en voorkomen van b. het beperken en voorkomen van overlast; overlast; c. c. het uiterlijk aanzien van het strand; of c. c. het uiterlijk aanzien van het strand; of d. de veiligheid van personen en d. de veiligheid van personen en goederen. goederen. Toelichting: gelijktrekking periode provincie. Nu loopt onze termijn van 15 mei t/m 15 september. De provincie hanteert 1 mei tot 1 oktober.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2712/documents/27316