03 Bijlage 2 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 - Deel 1 - Beknopte versie 2026001241.pdf
Tekst van het document
CONCEPT 0.3 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 2 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Deel 1 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 3 MANAGEMENTSAMENVATTING Regio – De Veiligheidsregio Kennemerland is één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland, gelegen in de provincie Noord-Holland. De Veiligheidsregio Kennemerland voert diverse veiligheidstaken uit namens de gemeentebesturen van: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De regio kent een uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en door de lucht. De infrastructuur verbindt de havens, tunnels, stations, emplacementen en de luchthaven Schiphol. Kennemerland is een drukke, dichtbevolkte regio in de Randstad. Er wonen ruim een half miljoen inwoners (568.475 in 2025). Met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ongeveer 1.200 inwoners / km2 behoort het tot de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Haarlem is de grootste en oudste stad van de regio, met vele historische monumenten. Wonen, werken, verkeer, recreatie en natuur zijn dikwijls nauw verweven in de regio. De regio trekt ook grote aantallen bezoekers naar bijvoorbeeld evenementen (o.a.
Awakenings, Dance Valley en Mysteryland), de kust en de Bazaar in Beverwijk. Repressieve inrichting – Brandweer Kennemerland bestaat uit 7 beroepskazernes, 3 gecombineerde kazernes en 12 vrijwillige kazernes. Daarnaast is er een logistieke groep vrijwilligers die zorgt voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten. Systematiek – Voor het opstellen van dit dekkingsplan is gebruik gemaakt van de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen en het beoordelingskader voor Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierbij worden de prestaties van de brandweer niet alleen op snelheid, maar ook op capaciteit, paraatheid en werkdruk beschreven en beoordeeld. Het ministerie van J&V heeft deze systematiek al omarmd en is voornemens de noodzakelijke wijzigingen hiervoor in de wet te verwerken. Kennemerland heeft zich ambtelijk en bestuurlijk altijd in positieve zin verbonden aan deze ontwikkeling, en hier zelfs een belangrijke bijdrage aan geleverd. Conclusie – Kijkend naar de uitkomsten van dit dekkingsplan voor zowel de basisbrandweerzorg als voor de ondersteunende voertuigen kan geconcludeerd worden dat: - Opkomsttijd: goed of voldoende. - Capaciteit: goed. - Leveren van bijstand in het kader van grootschalig optre den: goed voor basisbrandweerzorg en grootschalige watervoorziening. Onvoldoende voor technische hulpverlening.
- Paraatheid en werkdruk: goed, maar kritiek voor combikaze rnes. Ook bijna alle ondersteunende voertuigen kunnen binnen de gestelde normen ter plaatse zijn binnen de Veiligheidsregio Kennemerland. Ook de paraatheid van deze voertuigen scoort goed. Dit op zich positieve beeld kan helaas niet tot de conclusie leiden dat de brandweerzorg in Kennemerland op alle vlakken voldoende is. De landelijke systematiek gaat uit van de opkomst bij specifieke objecten en stelt daar wettelijke minimumeisen aan. Om financiºle redenen heeft het bestuur van de VRK in het verleden besloten om de brandweerzorg in Kennemerland op dat wettelijke minimum te organiseren, dat in het Besluit veiligheidsregio’s is gesteld voor gebouwbranden. Maar van de brandweer wordt uiteindelijk wel meer verwacht dan alleen het bestrijden van gebouwbranden. De Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) heeft een onderzoek uitgevoerd naar het Grootschalig en Specialistisch Brandweeroptreden (GBO-SO) en heeft hierover op 25 november 2025 het rapport ‘Grenzen bereikt’ gepubliceerd. Brandweer Kennemerland herkent zich in de conclusies van dit rapport. De bevindingen kloppen deels ook voor de regio Kennemerland. Op het gebied van grootschalig optreden (GBO-SO) kan brandweer Kennemerland kan niet structureel voldoen aan de afgesproken normen uit de visie GBO 2.0 voor bovenregionale en landelijke slagkracht.
Wat brandweer Kennemerland wel kan is: Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 4 - Met eØn basispeloton (basisbrandweerzorg) structureel b ijstand leveren, zonder dat de dekking en/of slagkracht binnen de VRK in het geding komt conform de afspraken GBO. - Ook kan brandweer Kennemerland een peloton Grootschali ge Watervoorziening leveren voor bijstand. Hierbij is dan 50% van de beschikbare capaciteit niet meer voor de eigen regio beschikbaar. Dat zou in de basis voldoende moeten zijn voor een grootschalig incident in de eigen regio. De door de VRK gestelde en gewenste opkomsttijden van dit peloton staan dan wel onder druk. - Een peloton Redding en Technische Hulpverlening is ech ter niet structureel beschikbaar voor bijstand. Brandweer Kennemerland heeft slechts twee (beroeps)kazernes voor deze taak opgeleid. Daarnaast beschikt de brandweer ook maar over twee benodigde hulpverleningsvoertuigen (HV’s). Daarmee kan dit peloton niet structureel geleverd worden. Bij een inzet buiten de regio is dan geen slagkracht meer beschikbaar binnen de eigen regio voor bijvoorbeeld luchtvaartincidenten op Schiphol. Ook bij onderhoud en storingen aan de HV’s is het peloton niet beschikbaar.
Het bestuur van de VRK heeft ook de conclusie getrokken dat er op het gebied van natuurbrandbestrijding de komende beleidsperiode maatregelen nodig zijn om hierop beter voorbereid te zijn. In de ontwerpprogrammabegroting zijn middelen opgenomen om als brandweer beter voorbereid te zijn op een grote natuurbrand. De paraatheid van de combikazernes (Beverwijk-Oost, Heemstede en Zandvoort-Noord) staat tijdens kantooruren zwaar onder druk en is niet toekomstbestendig. Het aantal (kantoor-/ werkplaats)medewerkers dat een repressieve functie kan vervullen is beperkt en het blijkt in de praktijk steeds lastiger om de bezetting rond te krijgen. Ook kijkend naar de toekomst wordt dit steeds lastiger door personeel dat op hogere leeftijd toch in dienst blijft, en ook meer mogelijkheden krijgt om werk en privØ te combineren. Ook ontstaat er steeds meer onbalans tussen het kunnen vervullen van de ‘koude’ hoofdtaak van de mensen (bijv. Vakbekwaamheid of programmamanagement) en de verplichting om op de kazerne te blijven voor de repressieve taak. Het inhuren van de hoogstnoodzakelijk capaciteit is duur en kent juridische onzekerheden.
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 5 Inleiding Voor u ligt een beknopte versie van het dekkingsplan 2027-2030 dat door brandweer Kennemerland is opgesteld op basis van de landelijke systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. Minimaal eens per vier jaar stelt de brandweer dit plan op voor onze Veiligheidsregio. Het plan beschrijft welke operationele prestaties wij de komende jaren gaan leveren met welke kazernes, met welke basisbrandweereenheden en in welke organisatievorm. Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks een dekkingsplan vaststellen. Het voorgaande dekkingsplan is geldig tot en met 2026. Veiligheidsregio’s zijn wettelijk verplicht om minimaal eens per vier jaar of wanneer de situatie binnen de Veiligheidsregio significant is gewijzigd een dekkingsplan aan het algemeen bestuur ter vaststelling voor te leggen. Het door brandweer Kennemerland opgestelde dekkingsplan bestaat uit twee delen. Rapport 1A beschrijft de basisbrandweerzorg (tankautospuit) en is geheel opgesteld conform de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen welke op 1 juli 2022 door het Veiligheidsberaad is vastgesteld. Rapport 1B beschrijft de ondersteunende voertuigen. Hiervoor is eveneens gebruik gemaakt van deze systematiek waar dat kan.
In deze beknopte weergave wordt voor de diverse brandweereenheden beschreven wat de opkomst is op basis van snelheid en wat de waardering is voor die eenheid ten opzichte van de norm. Dit is voor beide situaties gedaan die brandweer Kennemerland kent, namelijk tijdens kantooruren1 (dagsituatie - DAG) als daarbuiten (avond/nacht/weekend situatie - ANW). Daarnaast geeft deze beknopte versie de beoordeling op hoofdlijnen weer. Tot slot zijn per eenheid de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Dit dekkingsplan is een actualisatie van het voorgaande dekkingsplan 2023-2026 dat wij hebben opgesteld. Het opstellen gebeurt op basis van een landelijk opgestelde standaard voor dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s eenduidig en met elkaar vergelijkbaar. Deze methodiek van dekkingsplannen werkt niet alleen door in een blik op het beoordelen van de brandweerprestaties. Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor het voorkomen en bestrijden van brand en incidenten nog meer in elkaar opgaan.
Met dit dekkingsplan beogen wij nog beter te kunnen afwegen en beoordelen of de brandweerzorg zoals die in onze Veiligheidsregio is ingericht voldoet aan wat wij van een professionele brandweerorganisatie mogen verwachten. Voor verdere detailinformatie over de betreffende eenheid kan het volledige rapport (deel 1A voor basisbrandweereenheid en deel 1B voor ondersteunende eenheden) geraadpleegd worden. 1 Maandag t/m vrijdag 07.30 – 17.00 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 6 Inhoudsopgave 1 De landelijke systematiek 7 2 Tankautospuit 9 2.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 9 2.2 Beoordeling op hoofdlijnen 10 2.3 Conclusie en aanbevelingen 10 3 Redvoertuig 13 3.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 13 3.2 Beoordeling op hoofdlijnen 14 3.3 Conclusie en aanbevelingen 14 4 Hulpverleningsvoertuig 15 4.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 15 4.2 Beoordeling op hoofdlijnen 16 4.3 Conclusie en aanbevelingen 16 5 Waterongevallenvoertuig 17 5.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 17 5.2 Beoordeling op hoofdlijnen 18 5.3 Conclusie en aanbevelingen 18 6 Specialistische eenheid gev.
stoffen 20 6.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 20 6.2 Beoordeling op hoofdlijnen 21 6.3 Conclusie en aanbevelingen 21 7 Watertankwagen 22 7.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 22 7.2 Beoordeling op hoofdlijnen 23 7.3 Conclusie en aanbevelingen 23 8 Samenstel dompelpompwagen en slangenwagen 24 8.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 24 8.2 Beoordeling op hoofdlijnen 25 8.3 Conclusie en aanbevelingen 25 9 Tankautospuit natuurbrand 26 9.1 Snelheid en waardering opkomst 1ste eenheid 26 9.2 Beoordeling op hoofdlijnen 27 9.3 Conclusie en aanbevelingen 27 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 7 1 De landelijke systematiek De landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijke uniforme werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door deze toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften, zodat de regio’s op onderdelen vergelijkbaar worden. De landelijk uniforme systematiek bevat ook het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden.
Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Het kader wordt toegepast bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid (TS6). Dekkingsplanproces in zeven stappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren: Stap 1. Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap. Stap 2. Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer bij processtap 2 de verwachte dekking in het verzorgingsgebied.
Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn er beoordelingskaders beschikbaar. Ondanks het feit dat er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moet hij wel worden beschreven. Op die manier ontstaat er meer inzicht in de dekking. Stap 3. Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking minimaal aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte opkomsttijden en het kader Grootschalig Brandweeroptreden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid en capaciteit, eventueel aangevuld met paraatheid en werkdruk. Het resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten.
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 8 Stap 4. Dekkingsplan vaststellen Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen ØØn of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer. Stap 5. Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht. Stap 6. Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulp verlenen aan mens en dier.
Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulpverlening en de registratie daarvan. Stap 7. Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Zo nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 9 2 Tankautospuit 2.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste TS6 DAG Snelheid 1ste TS6 ANW Waardering 1ste TS6 DAG Waardering 1ste TS6 ANW
Aandachtsobjecten DAG | Aandachtsobjecten ANW 2.2 Beoordeling op hoofdlijnen | Op het gebied van snelheid (1ste TS6) worden de meeste gebieden binnen de referentietijd bereikt. Een beperkt aantal gebieden wordt buiten de normtijd, maar binnen de bandbreedte (+3 minuten) bereikt. | Er zijn in de DAG 103 en in de ANW 450 van de 27.597 aandachtsobjecten2 die buiten de maximale opkomsttijd (10 minuten) bereikt worden. | Er zijn 21 objecten die niet binnen de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt kunnen worden. | Op het gebied van slagkracht blijkt dat in bijna de gehele Veiligheidsregio Kennemerland binnen 15 minuten minimaal drie tankautospuiten ter plaatse kunnen zijn. | Bij de inzet van het peloton brand voor bijstand (GBO) worden nog steeds alle gebieden binnen de referentietijd of binnen de bandbreedte bereikt. | De verwachte beschikbaarheid van de meeste kazernes is meer dan 95%. | De kans op gelijktijdigheid van incidenten binnen het verzorgingsgebied van een kazerne is laag (max. 11 keer per jaar). | De werkdruk van de kazernes lijkt acceptabel. 2.3 Conclusie en aanbevelingen Regionaal beeld Conclusie De Veiligheidsregio Kennemerland is een levendige en dynamische regio door de uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoor en door de lucht.
Daarnaast zijn Tata Steel, Schiphol, het Noordzeekanaal en het IJmondgebied belangrijke verbindingsknooppunten in de regio. Kijkend naar de opkomst van de eerste TS6 snelheid scoort brandweer Kennemerland op alle gebieden goed of voldoende. Kijkend naar de objecten kan worden geconcludeerd dat bij ruim 95% van alle objecten binnen 10 minuten een eerste brandweereenheid (TS6) voor de deur staat. Ook op het gebied van capaciteit doet de brandweer het goed. In 91% van de objecten kunnen 3 of meer tankautospuiten aanwezig zijn binnen 15 minuten. Ook bij het leveren van bijstand (basispeloton brandweerzorg) in het kader van grootschalig optreden blijft de opkomsttijd in alle gebieden goed of voldoende scoren. Verder is ook de paraatheid en werkdruk goed te benoemen. Wel dient hierbij de kanttekening gemaakt te worden dat de continuïteit van de bezetting op de drie combikazernes onder druk staat en niet toekomstbestendig is. 2 | Het gaat hierbij om de objecten met de functie ‘cel’, ‘gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’, ‘portiekwoning’ en ‘woongebouw hoger dan 20 meter’. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 | 10 Dit op zich positieve beeld kan helaas niet tot de conclusie leiden dat de brandweerzorg in Kennemerland op alle vlakken voldoende is.
De landelijke systematiek gaat uit van de opkomst bij gebouwbranden en stelt daar een wettelijke minimumeisen aan. Om financiºle redenen heeft het bestuur van de VRK in het verleden besloten om de brandweerzorg in Kennemerland op het wettelijke minimum te organiseren dat in het Bvr is gesteld voor gebouwbranden. De brandweer heeft meer taken dan gebouwbrandbestrijding. Aanbeveling | Behoud de huidige mate van spreiding en slagkracht van de kazernes binnen de Veiligheidsregio Kennemerland. | Kom in de komende beleidsperiode met een analyse en voorstel of er andere organisatievormen voor de combikazernes mogelijk zijn. De continuïteit van de bezetting op deze drie kazernes staat onder druk en is niet toekomstbestendig. Daarom is een programma Toekomstige Paraatheid gestart. Dit programma werkt toe naar een oplossingsvisie waarbij de knelpunten geadresseerd zijn. Die visie heeft mogelijk regionale impact. Er is op dit moment nog geen richting bepaald. Bij het bepalen van die richting wordt ook rekening gehouden met de impact op dit dekkingsplan. De aanbeveling is om de dwarsverbanden tussen het programma en dit dekkingsplan te blijven onderzoeken. Categorie I objecten met overschrijding Conclusie In de Veiligheidsregio Kennemerland zijn 482 objecten uit categorie I die buiten de bandbreedte (dus met een opkomsttijd hoger dan tien minuten) worden bereikt.
Deze objecten zijn te clusteren naar 34 straten in een plaats (zie bijlage 6). De typering van de objecten is gebaseerd op de gegevens uit de kernregistratie objecten (KRO), de verrijkingen van objecten portiekwoningen en de verrijking van de witte kaart. Veruit de meeste aandachtsobjecten bevinden zich in de gemeente Zandvoort (345 stuks in 17 straten). Dit komt doordat de brandweerkazernes in Zandvoort een specifieke uitrukwijze kennen. Hierbij wordt de ene week vanuit de ene locatie uitgerukt en de andere week vanuit de andere locatie. Het streven van brandweer Kennemerland is dat beide kazernes minimaal gelijktijdig als TS4 kunnen uitrukken. Daarmee wordt in ieder geval de opkomst van een eerste eenheid in 50% van de gevallen verbeterd. Pas als beide kazernes in Zandvoort buiten kantooruren als TS6 kunnen uitrukken zal het aantal objecten met een overschrijding in Zandvoort substantieel afnemen. Voor de overige objecten in de gemeenten lijkt een oplossing in de repressieve kant van de brandweerzorg geen optie. Bij deze objecten is de eerste eenheid of al een beroepskazerne, waardoor alleen de locatie van de objecten ten opzichte van de kazerne een andere uitkomst kan geven. In die gevallen dat de eerste eenheid een vrijwillige kazerne is, kan alleen het veranderen van de organisatievorm van vrijwillig naar beroeps een ander beeld geven.
Beide lijken economisch in relatie tot de aantallen objecten niet reºel. Aanbeveling aan de kant van incidentbestrijding | Blijf investeren in de werving van nieuwe vrijwilligers voor beide kazernes in Zandvoort om de kans te vergroten dat buiten kantooruren beide kazernes gelijktijdig operationeel zijn. | Blijf (net zoals n.a.v. het dekkingsplan 2023-2026) bij een gebouwbrand in een portiekwoning standaard het redvoertuig mee alarmeren. Voor portiekwoningen kan de inzet van een redvoertuig handig zijn, om zo ingesloten mensen via een tweede vluchtweg te kunnen redden indien nodig. | Blijf (net zoals n.a.v. het dekkingsplan 2023-2026) voor de aandachtsobjecten met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten, welke een directe aansluiting van het OMS3 op het meldkamersysteem direct de brandweer alarmeren (1 tankautospuit onder prio 1) in plaats van eerst de verificatie te doen of het een daadwerkelijke melding betreft. Aanbeveling aan de kant van risicobeheersing | Blijf inzetten op de reeds genomen activiteiten op het gebied van brandveilig leven en brandveilig gebruik van gebouwen. De tijdsoverschrijding bij objecten kan niet worden opgelost door brandpreventieve maatregelen. Desondanks zin preventieve maatregelen wel zinvol. Het voorkomen van brand blijft het beste.
Mocht er toch brand ontstaan, dan is het tijdig ontdekken van de brand en het beperken van de gevolgen van de brand het twee na beste. 3 | Openbaar Meld Systeem (automatische brandmeldingen) Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 | 11 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 12 Sinds 1 juli 2022 is het in Nederland verplicht om op elke verdieping van een woning, inclusief huurwoningen, minstens ØØn werkende rookmelder te hebben in de (gezamenlijke) vluchtweg. De inspanningsverplichting hiervoor ligt bij de eigenaar/gebruiker van de woning. Vanuit Risicobeheersing worden jaarlijks al de volgende activiteiten uitgevoerd om brandveiligheid binnen de veiligheidsregio Kennemerland te stimuleren: Woningcheck - Van de gemeente ontvangt brandweer Kenn emerland de adressen van senioren. Deze bewoners worden vervolgens uitgenodigd voor een vrijblijvend en gratis woningbezoek. Tijdens dit bezoek geven onze voorlichters advies over hoe zij hun woning brandveiliger kunnen maken. Daarnaast delen wij informatie over valpreventie en de crisisorganisatie, zodat bewoners breder worden ondersteund in hun veiligheid. Daarnaast geven we ook woningbezoeken die nog niet de stempel ‘senior’ hebben. Brandweer Kennemerland is van mening dat brandveiligheid voor iedereen is een geen leeftijd kent.
Centrale voorlichtingen - Op verzoek verzorgen wij centrale voorlichtingen voor bedrijven, VvE’s, woningcorporaties en diverse andere organisaties. Tijdens deze sessies geven we praktische informatie en tips over brandveiligheid en het voorkomen van incidenten. Lesgeven op basisscholen - Wij geven brandveiligheidslessen op basisscholen in de hele regio. De nadruk ligt op groep 4 en groep 7, omdat uit onderzoek blijkt dat kinderen in deze leeftijden informatie het beste opnemen . Daarnaast verzorgen we lessen voor andere groepen, en soms ook voor middelbare scholen en MBO-instellingen. Bovengenoemde maatregelen zorgen ervoor dat wij verschillende leeftijdsgroepen binnen de samenleving op diverse manieren bereiken. Zo kunnen we hen informeren over hoe zij zo brandveilig mogelijk kunnen leven Øn wat zij moeten doen als het toch misgaat. Aan de gemeenten wordt het volgende geadviseerd: Onderzoek in samenwerking met het team Operationele V oorbereiding van brandweer Kennemerland of en welke infrastructurele maatregelen mogelijk zijn om de bereikbaarheid van deze objecten te verbeteren of als nu te behouden. Dit kan mogelijk leiden tot het wel binnen de maximale opkomsttijd bereiken van de objecten.
Objecten met een opkomsttijd hoger dan 18 minuten Conclusie Ondanks de snelle opkomst van de brandweer binnen de Veiligheidsregio Kennemerland zijn er toch 21 objecten die niet binnen de 18 minuten bereikt kunnen worden. De oorzaak hiervan is: 19 objecten zijn ‘strand gebonden’. Het gaat hierbij om twee objecten aan Strand Zuiderbad te Wijk aan Zee, twee objecten aan de Zwarteweg te Heemskerk en de 15 objecten aan de Reyndersweg te Velsen- Noord. Door de ligging op het strand is de bereikbaarheid niet ideaal en resulteert dit in een lange aanrijtijd die nodig om bij deze objecten te kunnen komen. Twee objecten aan de Markervaart en Stierop te Uitgee st liggen ver in de polder aan smalle fietspaden. Ook hierdoor kan de brandweer niet snel ter plaatse zijn. Brandweer Kennemerland streeft ernaar alle objecten binnen de maximale opkomsttijd te kunnen bereiken. Kijkend naar de ligging van de objecten is dat voor deze objecten niet realiseerbaar. Het nemen van repressieve maatregelen, zoals verplaatsen van kazernes of het versnellen van de uitruktijd door de organisatievorm van vrijwillig naar beroeps om te vormen, is voor deze locaties economisch niet uit te leggen. Daarmee accepteert de brandweer de overschrijding op deze objecten.
Aanbeveling Schrijf de gebruiker/bewoner van deze objecten aan en l eg uit dat de brandweer niet binnen de maximale opkomsttijd aanwezig kan zijn en wat de oorzaak is. Biedt de gebruiker/bewoner een vrijblijvende brandvei ligheidscheck aan en/of een toelichtend gesprek over het niet halen van de opkomsttijd aan door Risicobeheersing en Operationele Voorbereiding. Aan de gemeenten wordt het volgende geadviseerd: Onderzoek in samenwerking met het team Operationele V oorbereiding van brandweer Kennemerland of en welke infrastructurele maatregelen mogelijk zijn om de bereikbaarheid van deze objecten te verbeteren. Dit kan mogelijk leiden tot het wel binnen de maximale opkomsttijd bereiken van de objecten. Betrek brandweer Kennemerland voortijdig (of blijf betrekken) bij wijzigingen van de infrastructuur in de gemeente. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 13 3 Redvoertuig 3.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste RV DAG Snelheid 1ste RV ANW Waardering 1ste RV DAG Waardering 1ste RV ANW
3.2 Beoordeling op hoofdlijnen | Alle gebieden worden binnen de normtijd van 18 minuten bereikt. | In 90% van de gebieden lukt het om een capaciteit van drie redvoertuigen binnen 20 minuten ter plaatse te hebben. | Brandweer Kennemerland heeft de beschikking over vijf redvoertuigen. | De verwachte beschikbaarheid is voor vier redvoertuigen meer dan 95%. Voor ØØn redvoertuig is dit 80%. | De kans op gelijktijdigheid is laag (max. 4 keer per jaar). 3.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie Met de huidige spreiding en aantallen redvoertuigen kan brandweer Kennemerland snel en adequaat hulp bieden. Overal binnen de regio kan een eerste redvoertuig binnen de maximale norm van 18 minuten aanwezig zijn. In een groot deel van de regio (66% ANW en 71% DAG) kan een eerste voertuig zelfs binnen 10 minuten aanwezig zijn. Aanbevelingen Behoud het aantal redvoertuigen op de huidige locaties om effectieve inzet te houden op het huidige niveau. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 | 14 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 15 4 Hulpverleningsvoertuig 4.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste HV DAG Snelheid 1ste HV ANW Waardering 1ste HV DAG Waardering 1ste HV ANW
4.2 Beoordeling op hoofdlijnen | Binnen de normtijd van 18 minuten wordt 80% van het wegennetwerk bereikt. | Brandweer Kennemerland heeft de beschikking over twee hulpverleningsvoertuigen. Hiermee kan niet structureel voldaan worden aan het kunnen leveren van een peloton RTHV4 ten behoeve van bijstand. | De verwachte beschikbaarheid van de twee hulpverleningsvoertuigen is tussen de 90-95%. | De kans op gelijktijdigheid is laag (max. 1 keer per jaar). 4.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie Met de huidige spreiding van de twee hulpverleningsvoertuigen kan 80% van de regio binnen de normtijd van 18 minuten bereikt worden. Tot juni 2021 stond de HV Haarlem-Oost op kazerne Velsen, wat een betere dekking (95% binnen 18 minuten) opleverde. In het kader van minder belastende specialisaties op kazernes (geen HV op een kazerne met een duiktaak) en betere mogelijkheden tot uitwisseling van personeel over kazernes is gekozen de HV’s te stationeren op Haarlem-Oost en Hoofddorp. Landelijk is afgesproken dat elke regio een peloton ‘redding en technische hulpverlening’ moet kunnen leveren voor bijstand. Brandweer Kennemerland heeft slechts 2 (beroeps)kazernes voor deze taak opgeleid. Daarnaast beschikt de brandweer ook maar over 2 benodigde hulpverleningsvoertuigen (HV’s). Daarmee kan dit peloton niet structureel geleverd worden.
Bij een inzet buiten de regio is dan geen slagkracht meer beschikbaar binnen de eigen regio voor bijvoorbeeld luchtvaartincidenten op Schiphol. Ook bij onderhoud en storingen aan de HV’s is het peloton niet beschikbaar. Aanbevelingen | Behoud voor nu de huidige standplaatsen Haarlem-Oost en Hoofdorp, ondanks dat een andere spreiding een betere dekking kan opleveren. In het kader van de oefenbelasting in specialisaties (wens geen HV op kazernes met duiktaak) verkiest brandweer Kennemerland dit boven een betere dekking. | Onderzoek in de komende beleidsperiode welke taken op het gebied van technische hulpverlening door de basisbrandweereenheid gedaan moeten kunnen worden en welke ondersteuning dan nodig is vanuit het specialisme THV. Sluit hierbij aan op de landelijke visie THV. Kom op basis hiervan met een voorstel of en zo ja welke inrichting op het gebied van THV voor Kennemerland aan te bevelen is. 4 | Bestaat uit 2x HV, 2X ondersteunde TS en 1x pelotonscommandant Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 | 16 Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 17 5 Waterongevallenvoertuig 5.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste WO DAG Snelheid 1ste WO ANW Waardering 1ste WO DAG Waardering 1ste WO ANW
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 18 5.2 Beoordeling op hoofdlijnen Binnen 15 minuten (‘beperkt effectief’) wordt een percentage van 95% behaald. Binnen 9 minuten (‘effectief’) wordt een percentage van 30% behaald. Brandweer Kennemerland heeft de beschikking over drie w aterongevallenvoertuigen. De verwachte beschikbaarheid van twee waterongevallenvoert uigen is meer dan 95%. Voor ØØn waterongevallenvoertuig is dit tussen de 90-95%. De kans op gelijktijdigheid is laag (max. 1 keer per ja ar). 5.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie De algemene conclusie uit het waterrisicoprofiel is dat de regio Kennemerland tot de categorie veiligheidsregio’s met de hoogste risico’s op waterongevallen in Nederland behoort, en dat de organisatie van de waterongevallenbestrijding voor het grootste deel effectief is ingericht. Het MT Brandweer, en het bestuur van de VRK, heeft ingestemd met de methodiek en uitkomsten van het risicoprofiel waterongevallenbestrijding. Het is van belang dat de kazernes met een WO-taak zo dicht mogelijk bij de gebieden zitten waar de meeste uitrukken te verwachten zijn. De duikredding kent scherpe opkomsttijden om een effectieve of beperkt effectieve inzet te kunnen doen. Er zijn vijf hotspots5, dit zijn gebieden waar de meeste incidenten plaatsvinden, te benoemen in de regio Kennemerland.
Voor deze gebieden en het overgrote deel van de regio kan vanuit de huidige kazernes met een WO-taak een (beperkt) effectieve duikredding uitgevoerd worden. Binnen de gehele regio kan een oppervlakteredding effectief6 worden uitgevoerd. (Deze hotspotgebieden vallen niet in de rood gearceerde delen van de regio). Opkomst 1ste WO 5 Kaartje rechts: Heatmap meldingen waterongevallen, uit Upd ate Risicoprofiel waterongevallenbestrijding brandweer Kennemerland, 2024 6 Binnen tijdvak 0-18 minuten is oppervlakteredding effectie f.
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 19 Het uitvoeren van een grijpredding is onderdeel van het takenpakket van de basisbrandweereenheden (TS). Oppervlakteredding en duikredding is binnen brandweer Kennemerland een gecombineerde taak (uitgevoerd met het waterongevallenvoertuig). Dit biedt de meeste flexibiliteit bij de uitruk om in te spelen op de ontwikkelingen tijdens een incident. Voor inzet van twee WO-voertuigen (middel-incident) geldt dat de hulpverlening effectief is wanneer deze binnen 9 minuten aanwezig is. Dit soort meldingen komt vooral voor bij type ‘zwemwater’. Een groot deel van het zwemwater valt voor het 1e WO-voertuig niet binnen het effectieve gebied en wordt niet voldoende snel bereikt (0-9 minuten). Wanneer er vervolgens naar het ‘beperkt effectieve’ gebied (in tijdvak 9-15 min) wordt gekeken, valt al het officiºle zwemwater en ook bijna al het overige water hierbinnen. Afhankelijk van de locatie is de opkomst van het 2e WO-voertuig beperkt effectief of zeer beperkt effectief. Aanbevelingen Behoud het huidige plaatsingsmodel en de aantallen voertuigen. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 20 6 Specialistische eenheid gev. stoffen 6.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Het bijzondere van deze eenheid, is dat sinds 2025 Kennemerland niet meer zelf hierover beschikt.
Binnen het district Noordwest 4 (NW4)7 worden de twee beschikbare eenheden door de kazernes Assendelft en Amsterdam-Pieter geleverd. Snelheid 1ste GS-S DAG Snelheid 1ste GS-S ANW Waardering 1ste GS-S DAG Waardering 1ste GS-S ANW 7 Noord-Holland Noord, Zaanstreek-Waterland, Kennemerlan d en Amsterdam-Amstelland
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 21 6.2 Beoordeling op hoofdlijnen Bijna het gehele wegennetwerk binnen de Veiligheidsr egio Kennemerland kan binnen de normtijd (30 minuten) bereikt worden. Brandweer Kennemerland beschikt zelf niet meer over een specialistische eenheid gevaarlijke stoffen. De paraatheid van de eenheden is afhankelijk van de kazernes Assendelft en Amsterdam-Pieter. Verwacht wordt dat deze kazernes in meer dan 95% van de tijd beschikbaar zijn voor een eventuele inzet. Binnen de vier veiligheidsregio’s NW4 verzorgen de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland en Amsterdam-Amstelland het optreden met de specialistische eenheid gevaarlijke stoffen (gaspakkenteam). De veiligheidsregio’s Noord-Holland Noord en Kennemerland verzorgen binnen NW4 de basis ontsmettingseenheid. Daarnaast leveren deze twee regio’s ook de landelijke dekking van een van de zes grootschalige ontsmettingseenheden. Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland kan een pel oton in 98% van de gevallen binnen de norm van 30 minuten aanwezig zijn. De kans op gelijktijdigheid is verwaarloosbaar. 6.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie Sinds 2025 verzorgen de veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland en Amsterdam-Amstelland binnen NW4 het optreden met de specialistische eenheid gevaarlijke stoffen (gaspakkenteam).
De veiligheidsregio’s Noord- Holland Noord en Kennemerland verzorgen binnen NW4 de basis ontsmettingseenheid. Daarnaast leveren deze twee regio’s ook de landelijke dekking van een van de zes grootschalige ontsmettingseenheden. Zowel een eerste specialistische eenheid gevaarlijke stoffen als het peloton kan binnen de Veiligheidsregio Kennemerland bijna altijd binnen 30 minuten aanwezig zijn. Daarmee wordt aan de norm uit het besluit veiligheidsregio’s voldaan. Aanbevelingen Behoud de huidige wijze van samenwerken op het gebied van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen in NW4 verband. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 22 7 Watertankwagen 7.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste WT DAG Snelheid 1ste WT DAG Waardering 1ste WT na 1ste DAG Waardering 1ste WT na 1ste TS ANW
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 23 7.2 Beoordeling op hoofdlijnen Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland kan overal e en watertankwagen binnen maximaal 7 minuten na aankomst van de tankautospuit ter plaatse zijn. In 90% van de objecten kan een 2 de watertankwagen binnen 15 minuten ter plaatse zijn en een 3de watertankwagen in 20 minuten. Brandweer Kennemerland heeft de beschikking over acht wa tertankwagens. De verwachte beschikbaarheid is voor zeven watertankwagens m eer dan 95%. Voor ØØn watertankwagen is dit tussen de 90-95%. De kans op gelijktijdigheid wordt geschat op maximaal t wee keer per jaar. 7.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie De watertankwagen is voor brandweer Kennemerland belangrijk als primaire bluswatervoorziening sinds het niet meer gebruik maken van brandkranen. Met de acht watertankwagens lukt het om in alle buurten gemiddeld met maximaal 7 minuten na aankomst van de eerste tankautospuit ter plaatse te zijn. Hiermee is de dekking goed te noemen. Ook is het met de plaatsing en spreiding van de acht watertankwagens mogelijk te voorzien in water bij gelijktijdige incidenten of om in voldoende water te voorzien bij grotere branden tot het moment dat de watervoorziening is geregeld met het samenstel van dompelpompwagen en slangenwagen (grootschalige watervoorziening).
Aanbevelingen Behoud het huidige plaatsingsmodel en de aantallen voertuigen. Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 24 8 Samenstel dompelpompwagen en slangenwagen 8.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste DP DAG Snelheid 1ste DP ANW Snelheid 1ste SL DAG Snelheid 1ste SL ANW
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 25 Waardering 1ste DP & SL DAG Waardering 1ste DP & SL ANW 8.2 Beoordeling op hoofdlijnen Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland kan in het overgrote deel van de regio een combinatie van een dompelpompwagen en een slangenwagen binnen 20 minuten na alarmering aanwezig zijn. In de DAG-situatie lukt dit in 17 gebieden niet, maa r wel binnen de 23 minuten. In de ANW-situatie lukt het in 59 gebieden niet binnen de 20 minuten, maar wel binnen de 23 minuten. Er zijn dan 16 gebieden (zuidelijke kustlijn Zandvoort en havengebied IJmuiden), waar het net iets langer dan 23 minuten duurt. Brandweer Kennemerland beschikt over 4 dompelpompwagen s en 4 slangenwagens. Hiermee kunnen 2 pelotons grootschalig watervoorziening samengesteld worden. Binnen de eigen regio lukt het om binnen de landeli jke norm van 30 minuten 1 peloton op het incident te hebben. In het kader van bijstand aan andere regio’s in geval van grootschalig brandweer optreden kan Brandweer Kennemerland conform de landelijke afspraken 1 peloton grootschalige watervoorziening leveren. Doordat Kennemerland 2 pelotons heeft, is in die gevallen ook nog voldoende potentieel in de eigen regio aanwezig voor een incident. De verwachte beschikbaarheid is meer dan 95%. De kans op gelijktijdigheid is verwaarloosbaar.
8.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie Het samenstel van dompelpompwagen en slangenwagen vormt de basis voor het grootschalige watertransport bij de grotere branden. In het overgrote deel van de Veiligheidsregio Kennemerland kan het systeem binnen 20 minuten ter plaatse zijn. In een beperkt deel (16 buurten) duurt het buiten kantoortijden iets langer. Hier is de opkomsttijd maximaal 25 minuten, waardoor daar de beoordeling onvoldoende is. Algemeen is de dekking en opkomst goed te noemen. Landelijk is afgesproken dat elke veiligheidsregio een peloton grootschalige watervoorziening voor bijstand aan een andere regio moet kunnen leveren. Brandweer Kennemerland beschikt over twee pelotons, zodat in die situatie altijd nog ØØn systeem beschikbaar blijft voor de eigen regio. Dat zou in de basis voldoende moeten zijn voor een grootschalig incident in de eigen regio. De door de VRK gestelde en gewenste opkomsttijden van dit peloton staan dan wel onder druk. Aanbevelingen Behoud het huidige plaatsingsmodel en de aantallen voertuigen.
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 26 9 Tankautospuit natuurbrand 9.1 Snelheid en waardering opkomst 1 ste eenheid Snelheid 1ste TST DAG Snelheid 1ste TST ANW Waardering 1ste TST DAG Waardering 1ste TST ANW
Voorlopig Dekkingsplan 2027-2030 | deel 1: beknopte versie Concept 0.3 27 9.2 Beoordeling op hoofdlijnen Een beperkt deel van het wegennetwerk in de natuurgeb ieden kan binnen de gewenste opkomsttijd van 10 minuten bereikt worden. Het overgrote deel (87%) van de natuurgebieden in Ke nnemerland kan in de DAG binnen 15 minuten met een eerste 4x4 aangedreven tankautospuit bereikt worden. In de ANW ligt dit lager op 68%. Brandweer Kennemerland heeft de beschikking over 4 terr einvaardige tankautospuiten. Hiermee kan 1 peloton gevormd worden voor inzet in de eigen regio. De voertuigen van brandweer Kennemerland zijn niet con form de landelijke norm voor terreinvaardige tankautospuiten voor natuurbrand8. De verwachte beschikbaarheid is voor drie voertuigen meer dan 95%. Voor ØØn voertuig is dit tussen de 90-95%. Meerdere meldingen (gelijktijdigheid) binnen de nat uurgebieden komen weinig voor. 9.3 Conclusie en aanbevelingen Conclusie De opkomst van een tankautospuit natuurbrand is in de DAG situatie beter dan in de ANW-situatie. Dit heeft als oorzaak dat drie van de vier kazernes waar deze eenheden staan in de DAG-situatie bemenst zijn met dagdienstpersoneel. Dat zorgt voor een snellere uitruktijd wat direct in de opkomsttijd terug te zien is.
Hoewel de kans op een natuurbrand gelijk blijft, is te zien dat door klimaatverandering de kans op snelle uitbreiding groter is geworden. Het snel ter plaatse hebben van specialistische voertuigen wordt daarom steeds belangrijker. Het huidige aantal natuurbrandbestrijdingsvoertuigen is hiervoor niet voldoende. Wanneer een van de Terreinvaardige Tankautospuiten buiten dienst staat ontstaat er een gat in de dekking van de natuurgebieden. Om een goede dekking bij buitendienststelling op te kunnen vangen of om landelijk bijstand te kunnen verlenen zijn zes terreinvaardige blusvoertuigen nodig. Als tussenoplossing is in 2025 een 5e Terreinvaardige Tankautospuit aangekocht zoals geadviseerd in de Visie Natuurbrand 2022 en vooruitlopend op het Uitvoeringsplan Natuurbrand 2026. Hierdoor zijn er aan de noordkant van de regio twee van deze voertuigen gestationeerd, en drie aan de midden- en zuidkant. Aanbevelingen Er is een visie natuurbrand vastgesteld voor de VRK. Hierin zijn, gelet op de klimaatverandering en een aantal uitgangspunten uitgewerkt: Het huidige aantal natuurbrandbestrijdingsvoertuigen is niet voldoende om de regio voldoende te dekken bij buitendienststelling van een van de voertuigen. Om dit wel dekkend te houden is een uitbreiding van vier naar zes voertuigen nodig.
Daarbij dienen deze voertuigen rijdend te kunnen blussen en voorzien te zijn van een grotere watertank in verband met het creºren van een natte stoplijn. De huidige stallingslocaties moet herzien worden bij ver vanging van de huidige natuurbrandvoertuigen vanwege paraatheidsontwikkelingen in de DAG-situatie (opkomsttijden) en in combinatie met andere specialismen. 8 Een tankautospuit natuurbrand conform het landelijke mode l zou onder ander ook rijdend moeten kunnen blussen, een hogere bodemvrijheid hebben en ook waterkanonnen op de bumper en dak moeten hebben.