02 RvO Bloemendaal 2026 2026000409.pdf
Tekst van het document
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bloemendaal 2026 Intitulé Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bloemendaal 2026
De raad van de gemeente Bloemendaal; gelet op artikel 16, 82 en 84 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Bestuur & Middelen d.d. 12 februari 2026; besluit de volgende verordening vast te stellen:
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Bloemendaal 2026 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - raad: de gemeenteraad van de gemeente Bloemendaal - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens vervanger; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; -
wet: Gemeentewet.
Artikel 2. Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1.
De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
2.
De raad benoemt uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. 1/19
3.
De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid en indien een agendapunt wordt behandeld dat tot de portefeuille van de voorzitter behoort.
Artikel 3. Het presidium 1.
Er is een presidium. Het presidium is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de wet.
2.
De fractievoorzitters zijn lid van het presidium.
3.
Alle leden kunnen zich bij verhindering laten vervangen door een raadslid of in geval van een eenmansfractie door een duo-commissielid.
4.
Elk lid of diens vervanger heeft één stem in het presidium.
5.
De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium.
6.
Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies, behalve waar het de taken van de agendacommissie en de werkgeverscommissie betreft.
7.
Het presidium is tevens een platform voor overleg over vertrouwelijke onderwerpen.
8.
De voorzitter kan op eigen initiatief dan wel op verzoek van één of meer leden van het presidium een extra vergadering beleggen.
9.
De voorzitter of de leden van het presidium kunnen het presidium voorstellen om derden uit te nodigen om deel te nemen aan de vergaderingen. Het presidium besluit hierover.
10.
De agenda van het presidium wordt gepubliceerd.
11.
Van een vergadering van het presidium wordt een beknopt zakelijk verslag gemaakt. Dit verslag is openbaar. Een verslag van een vergadering met gesloten deuren is in te zien door andere raadsleden en duo-commissieleden en berust bij de griffier.
Artikel 4. De agendacommissie 1.
Er is een agendacommissie. De agendacommissie is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de wet.
2.
De plaatsvervangend voorzitter en de commissievoorzitters zijn lid van de agendacommissie.
3.
De voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie.
4.
De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a.
het voorbereiden, technisch en procedureel uit werken, op elkaar afstemmen en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen en beeldvormende avonden;
b.
bewaken van een goed verloop van de vergaderingen en het presidium hierover adviseren;
c.
het voorbereiden van het jaarlijkse vergaderschema van de raad en van de raadscommissies;
d.
het voorbereiden van werkbezoeken en overige bijeenkomsten;
e.
het bespreken van de bestuurlijke termijnagenda van zaken die in de raadscommissies en de raad aan de orde komen.
Artikel 5. De griffier 1.
De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en de agendacommissie en kan aanwezig zijn bij raadscommissievergaderingen en beeldvormende bijeenkomsten.
2/19
2.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
3.
De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen deelnemen in alle vergaderingen en bijeenkomsten.
Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1.
Er is een commissie van onderzoek van de geloofsbrieven die bestaat uit vijf leden. Deze vijf leden zijn afkomstig uit vijf verschillende fracties, tenzij de gemeenteraad bestaat uit minder dan vijf fracties.
2.
De leden van de commissie worden door de raad benoemd voor de duur van de raadsperiode.
3.
In een samenstelling van telkens drie leden, treden deze leden op bij toerbeurt. De voorzitter van de raad nodigt telkens als er aanleiding voor is drie leden uit, waarbij er zoveel als mogelijk rekening gehouden wordt met het voorkomen van een situatie waarin een lid van de commissie de geloofsbrieven van een fractie- of partijgenoot moet onderzoeken.
4.
Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en de te benoemen duo-commissieleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad en de benoeming van duocommissieleden tot de commissies. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. De geloofsbrieven kunnen worden ingezien door raadsleden.
5.
Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
6.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
7.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 7. Benoeming wethouders 1.
De commissie van onderzoek van de geloofsbrieven als bedoeld in artikel 6 van dit reglement onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
2.
De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester deelt de conclusies, aanbevelingen en eventuele beheersmaatregelen uit de risicoanalyse met de raad.
3.
De commissie van onderzoek van de geloofsbrieven brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De geloofsbrieven zijn in te zien door raadsleden.
Artikel 8. Fracties 1.
Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
2.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3.
De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4.
Gedurende de zittingsperiode kunnen fracties wijzigen door samenvoeging, splitsing of afscheidingen.
3/19
5.
Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
6.
Veranderingen in samenstelling of tenaamstelling van fracties worden zo spoedig mogelijk aan de voorzitter gemeld.
Artikel 9. Duo-commissieleden 1.
Elke fractie met drie of minder leden kan maximaal drie personen als duo-commissielid voordragen, met de restrictie dat de som van het aantal raadsleden en alle duo-commissieleden van die fractie niet meer dan vier bedraagt.
2.
Voorafgaand aan de benoeming wordt een geloofsbrievenonderzoek uitgevoerd door de commissie van onderzoek van de geloofsbrieven.
3.
Duo-commissieleden worden, in overeenstemming met de voordracht als bedoeld in het eerste lid, benoemd door de raad voor de duur van de zittingsperiode van de raad.
4.
Personen die als duo-commissielid worden voorgedragen, dienen bij de laatstgehouden raadsverkiezingen geplaatst te zijn op de kandidatenlijst.
5.
Het lidmaatschap van duo-commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie vervalt per direct indien: -
die fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad; of
-
op verzoek van de fractie die het duo-commissielid voor benoeming heeft voorgedragen.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 10. Oproep en agenda 1.
De voorzitter zendt uiterlijk zes dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
2.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
3.
Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, tweede lid, van toepassing.
4.
De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
5.
De raadsgriffier draagt zorg voor de bewaking van: -
de volledigheid van de voorstellen;
-
het in de adviezen herkenbaar formuleren van het resultaat van de commissiebehandeling;
-
een duidelijke en heldere verwoording van de te nemen besluiten;
-
een tijdige verzending van de raadsagenda en voorstellen.
Artikel 11. Ter inzage leggen van raadstukken 1.
Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeenteraad geplaatst.
2.
Informatie van de raad of aan de raad verstrekt informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier.
4/19
Artikel 12. Openbare kennisgeving 1.
Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, op de website van de gemeenteraad en op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.
2.
De openbare kennisgeving vermeldt: -
de datum, aanvangstijd en plaats van de raadsvergadering alsmede de agendapunten;
-
de wijze waarop en de plaats waar eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.
Artikel 13. Tijd en plaats van vergaderen 1.
De vergaderingen van de raad vinden in de regel één keer in de vijf weken plaats overeenkomstig het jaarlijks vast te stellen vergaderschema.
2.
De vergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen uiterlijk om 23.00 uur.
3.
De raad heeft de mogelijkheid tot verlenging met een half uur, indien de vergadering naar verwachting binnen die tijd kan worden afgerond. Een voorstel tot verlenging van de vergadering met meer dan een half uur kan alleen worden aangenomen als geen van de leden zich daartegen verzet.
4.
Indien de vergadering niet binnen de genoemde tijdslimieten kan worden voltooid, wordt de vergadering geschorst voor een week of tot de voorziene datum in het vergaderschema. Indien dit geen geschikte vergadertijd oplevert en hier in het vergaderschema niet reeds in was voorzien, wordt door de voorzitter na raadpleging van de agendacommissie een vergadertijd vastgesteld.
5.
De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
6.
In geval van een vergadering als bedoeld in artikel 17 van de wet, bepaalt de voorzitter de plaats, dag en aanvangsuur van de bedoelde vergadering.
Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 14. Presentielijst 1.
De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
2.
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
3.
Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, stelt de griffier daarvan in kennis.
Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1.
Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2.
Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
3.
Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4.
Het derde lid is niet van toepassing op de rapporteur van een commissie.
5.
Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
5/19
Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.
Onverminderd artikel 21 van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
2.
Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
3.
Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.
Artikel 17. Voorstellen van orde 1.
Raadsleden en de voorzitter kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
2.
Een voorstel van orde kan niet gaan over de datum of uur van de vergadering anders dan bedoeld in artikel 13, derde lid.
3.
Een voorstel van orde kan een verzoek tot schorsing van de vergadering betreffen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken. De voorzitter geeft het woord aan het lid dat om schorsing heeft gevraagd.
4.
Een voorstel van orde waarover in dezelfde vergadering reeds gestemd is wordt niet opnieuw in stemming gebracht.
5.
Indien de stemmen over een ordevoorstel staken is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 18. Spreektijd 1.
Voor het verlenen van spreektijd geldt het 60/20/20 principe, waarbij 60% van de vergaderduur bestaat uit spreektijd voor de raad, 20% voor het college en 20% voor technische zaken als schorsingen en stemmingen.
2.
Voor het verdelen van spreektijd voor de raad geldt het 40/60 principe, waarbij 60% van de spreektijd evenredig wordt verdeeld over de fracties en de overige 40% wordt verdeeld naar rato van grootte van de fractie.
3.
De raad kan op voorstel van de voorzitter of een raadslid bij aanvang of in de loop van de vergadering andere regels stellen over spreektijd voor de gehele vergadering dan wel voor een of meerdere agendapunten.
4.
Een ordevoorstel tot meer spreektijd, kan één keer per vergadering worden gedaan, waarbij 30 minuten naar rato wordt verdeeld als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
5.
De voorzitter waarschuwt de spreker wanneer de spreektijd ten einde loopt. Zodra de toegestane spreektijd is verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit zijn betoog te beëindigen.
6.
Indien sprake is van een voortzetting van een geschorste vergadering zoals bedoeld in artikel 13, vierde lid, kan de voorzitter aan de raad een voorstel doen over de spreektijden.
Artikel 19. Handhaving orde en interrupties 1.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a.
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.
een lid hem via de voorzitter interrumpeert. De voorzitter kan interrupties toestaan. Interrupties dienen te bestaan uit een vraag zonder inleiding of uit een korte mededeling.
6/19
2.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
3.
De voorzitter is bevoegd om een deelnemer aan de vergadering die door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord te ontzeggen.
4.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Artikel 20. Vaste agendapunten 1.
Vóór de sluiting van de raadsvergadering komen de volgende agendapunten aan de orde: -
Mededelingen
-
Vaststellen van de besluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering(en)
-
Lijst van toezeggingen van het college aan de raad
-
Lijst van openstaande moties
-
Lijst ingekomen stukken aan de raad
-
Vragenhalfuur
2.
Tijdens de agendapunten als bedoeld in het eerste lid worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.
3.
Dit artikel is niet van toepassing op bijzondere raadsvergaderingen, raadsvergadering zoals bedoeld in artikel 17 van de wet, of raadsvergadering die betrekking hebben op de behandeling van jaarrekening, kadernota, zomernota en begroting.
Artikel 21. Ingekomen stukken 1.
Bij de raad ingekomen stukken van derden worden digitaal beschikbaar gesteld aan de raadsleden en op de Lijst van ingekomen stukken geplaatst.
2.
In beginsel worden stukken die binnenkomen tot twee werkdagen voor de eerstvolgende raadsvergadering waarin de lijst wordt behandeld, op deze lijst geplaatst. Er kan een uitzondering gemaakt worden voor ingekomen stukken die direct betrekking hebben op agendapunten van de eerstvolgende raadsvergadering.
3.
Het overzicht en de stukken zijn, waar nodig geanonimiseerd, via de website van de gemeenteraad te raadplegen.
4.
De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
5.
Raadsleden kunnen schriftelijk tot uiterlijk 11.00 uur op de dag van de raadsvergadering een verzoek doen tot agendering van stukken die staan op de Lijst van ingekomen stukken. De griffie voegt een voorstel toe welke raadscommissie het betreft.
6.
De raad besluit tijdens de raadsvergadering over de agendering van een ingekomen stuk, waarbij agendering plaatsvindt wanneer een verzoek door ten minste negen raadsleden wordt gesteund.
7.
Behandeling vindt plaats in de eerstvolgende vergadering van de desbetreffende commissie.
Artikel 22. Vragenhalfuur 1.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen raadsleden vragen stellen over actualiteiten aan het college.
7/19
2.
Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden die vragen uiterlijk op de dag van de vergadering om 11.00 uur bij de griffier die daarvan terstond kennisgeeft aan de voorzitter en het college.
3.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld, waarbij iedere fractie ten minste in de gelegenheid wordt gesteld om desgewenst één vraag te stellen.
4.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een beknopte toelichting daarop te geven. Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst de gelegenheid om één aanvullende vraag te stellen. De voorzitter kan besluiten hiervan af te wijken.
5.
De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om aan het college of de burgemeester één aanvullende vraag te stellen over hetzelfde onderwerp.
6.
De voorzitter kan voorstellen de vragen schriftelijk te laten beantwoorden door het college. Het college beantwoordt de vragen binnen veertien dagen na de vergadering.
Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 23. Stemverklaring 1.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten middels een stemverklaring.
2.
Een stemverklaring duurt hooguit 30 seconden en gaat niet af van de spreektijd.
Artikel 24. Besluit 1.
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders besluit.
2.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor het te nemen besluit.
Artikel 25. Stemming 1.
De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
2.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.
3.
Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.
4.
Stemming wordt in beginsel gehouden door middel van hoofdelijke digitale stemopneming, waarbij ieder lid dat aan de vergadering deelneemt door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar maakt of hij voor of tegen het voorstel stemt.
5.
In geval van hoofdelijke stemming bij naamoproeping roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder kloksgewijs.
6.
Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
7.
De voorzitter kan de raad voorstellen bij handopsteking te stemmen.
8/19
8.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan bij digitale stemopneming deze vergissing herstellen tot de voorzitter de stemming sluit. In geval van hoofdelijke stemming door naamoproeping kan een raadslid zijn vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
9.
De voorzitter deelt de uitslag terstond na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 26. Volgorde stemming over amendementen en moties 1.
Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
2.
Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
3.
Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
4.
Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 27. Stemming over personen 1.
Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.
2.
Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
3.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
5.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a.
een blanco stembriefje;
b.
een ondertekend stembriefje;
c.
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d.
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e.
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
6.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
7.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 28. Herstemming over personen 1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 9/19
2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
3.
Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 29. Beslissing door het lot 1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
2.
Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
3.
Vervolgens neemt de voorzitter van de gemeenteraad een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Paragraaf 4. Verslaglegging Artikel 30. Besluitenlijst 1.
De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen.
2.
Van de raadsvergadering wordt tevens een beeldverslag vastgelegd.
3.
Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval: -
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
-
een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
-
een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
-
een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
-
het dictum van de genomen besluiten;
-
de voorstellen van orde die zijn gedaan;
-
de toezeggingen die zijn gedaan;
-
een overzicht van de onderwerpen waarover mondelinge vragen zijn gesteld in het vragenhalfuur; en
-
bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
4.
Een concept-besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.
5.
De leden van de raad, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht een voorstel tot aanpassing van de besluitenlijst aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk is weergegeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór de vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend.
6.
De besluitenlijst wordt ter vaststelling geagendeerd in de eerstvolgende vergadering.
7.
Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 10/19
8.
Elektronisch beschikbare (beeld)verslagen en (concept-)besluitenlijsten worden op de website van de gemeenteraad geplaatst, voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daar niet tegen verzet. De concept-besluitenlijst wordt na vaststelling vervangen door de besluitenlijst.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 31. Toepassing reglement op besloten vergaderingen 1.
Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
2.
In aanvullingen op de namen van de aanwezige raadsleden, staan op de presentielijst van een besloten vergadering ook de namen van alle andere aanwezigen.
3.
Tenzij de aard van de vergadering zich daartegen verzet, mogen duo-commissieleden, wethouders, behandelend ambtenaren, medewerkers van de griffie en bodes aanwezig zijn bij een besloten vergadering.
Artikel 32. Verslag besloten vergadering 1.
Van een besloten vergadering wordt een beknopt schriftelijk verslag gemaakt.
2.
Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier en kunnen worden ingezien door raadsleden. Duo-commissieleden kunnen inzage krijgen, tenzij de aard van de vergadering zich daartegen verzet.
3.
Deze verslagen en besluitenlijsten worden in de eerstvolgende reguliere raadsvergadering ter vaststelling geagendeerd. Alvorens een raadslid ten aanzien van het verslag, de besluitenlijst en/of het eventueel opheffen van de geheimhouding een voorstel wil doen waarbij naar de inhoud van de besloten vergadering wordt verwezen, worden de deuren van de vergadering gesloten.
4.
De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 33. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 34. Amendementen en subamendementen 1.
Alleen op verzoek van de indiener kan het concept van een amendement of subamendement tot uiterlijk vijf werkdagen voor de raadsvergadering voor wensen en bedenkingen worden voorgelegd aan het college. Het college reageert uiterlijk twee werkdagen voor de raadsvergadering schriftelijk op dit verzoek.
2.
Tijdens de raadsvergadering dienen raadsleden amendementen en subamendementen, voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben, schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
3.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
4.
Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
11/19
Artikel 35. Moties 1.
Alleen op verzoek van de indiener kan het concept van een motie tot uiterlijk vijf werkdagen voor de raadsvergadering voor wensen en bedenkingen worden voorgelegd aan het college. Het college reageert uiterlijk twee werkdagen voor de raadsvergadering schriftelijk op dit verzoek.
2.
Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
3.
De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft tijdens de raadsvergadering.
4.
Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
5.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
6.
Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
7.
Een door de raad aangenomen motie wordt binnen dertien weken na de stemming in de raadsvergadering afgehandeld c.q. uitgevoerd, tenzij in de motie een ander tijdstip van afhandeling is vermeld.
8.
De griffie zorgt voor een overzicht van aangenomen moties en voor het monitoren van de afhandeling.
9.
Indien het college geen uitvoering geeft aan de door de raad aangenomen motie of wanneer het college de termijn van dertien weken voor de afhandeling c.q. uitvoering niet haalt, wordt de raad hierover binnen de termijn van dertien weken schriftelijk geïnformeerd.
Artikel 36. Initiatiefvoorstel 1.
Raadsleden kunnen een initiatiefvoorstel indienen. Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk via de griffier bij de voorzitter ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college.
2.
De indiener van het initiatiefvoorstel wordt in de gelegenheid gesteld om zijn voorstel tijdens de eerstvolgende commissie- of raadsvergadering bij het agendapunt Mededelingen in maximaal drie minuten toe te lichten. In deze termijn zijn interrupties niet toegestaan en krijgen andere leden of het college niet het woord. Deze toelichting gaat niet af van de reguliere spreektijd.
3.
Het college kan binnen zes weken na schriftelijke indiening als bedoeld in het eerste lid schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen, danwel de raad informeren hiervan af te zien.
4.
De agendacommissie plaatst het initiatiefvoorstel op de agenda van een commissievergadering nadat het college zijn wensen en bedenkingen heeft gegeven, tenzij het college kenbaar maakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel indien de in het derde lid vermelde termijn is verstreken. De agendacommissie kan op verzoek van de indiener besluiten dat het initiatiefvoorstel niet in een commissievergadering behandeld zal worden.
5.
Na behandeling in de raadscommissie dan wel indien besloten is dat behandeling in de raadscommissie niet zal plaatsvinden, wordt het initiatiefvoorstel ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
Artikel 37. Raadsvoorstel 1.
Een voorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2.
De raad of een raadscommissie als bedoeld in artikel 42 kan besluiten dat een raadsvoorstel niet rijp is voor besluitvorming en zendt daarmee raadsvoorstel terug aan het college.
12/19
Artikel 38. Interpellatie 1.
Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de de raad en het college.
3.
Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.
4.
De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 39. Inlichtingen 1.
Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.
2.
De griffier brengt de verzoeken tot inlichtingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3.
Een verzoek tot inlichtingen bestaat uit: a
Schriftelijke vragen, zoals nader uitgewerkt in artikel 40;
b
Technische vragen, zoals nader uitgewerkt in artikel 41; of
c
Mondelinge vragen zoals nader uitgewerkt in artikel 22.
Artikel 40. Schriftelijke vragen 1.
Een schriftelijk vraag is een vraag waarin het college of de burgemeester wordt gevraagd een standpunt in te nemen of toe te lichten.
2.
Beantwoording van schriftelijke vragen gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.
3.
Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de vragensteller toegezonden en geplaatst op de Lijst Ingekomen Stukken.
4.
De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 41. Technische vragen 1.
Een technische vraag is een vraag met een informatief of feitelijk karakter.
2.
Beantwoording van technische vragen gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.
3.
Beantwoording van technische vragen wordt rechtstreeks aan de vragensteller toegezonden en door de griffier geplaatst op het raadsinformatiesysteem ter kennisname door de raad.
Hoofdstuk 4. Raadscommissies Artikel 42. Instelling raadscommissies 1.
Er zijn in de gemeente Bloemendaal drie raadscommissies zoals bedoeld in artikel 82 van de wet: a.
Commissie Bestuur & Middelen, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: Bestuurlijke aangelegenheden; Regionale onderwerpen en samenwerkingsverbanden, 13/19
Economische ontwikkeling; Financiën; Organisatie; Communicatie; Personeelszaken; Automatisering; Informatievoorziening; Juridische zaken; Burgerzaken; Interne zaken; Openbare orde en veiligheid; Rampenbestrijding; Politie; Brandweer; Vergunningen en Handhaving; Parkeerbeheer; Beheer openbare ruimte; Gebouwenbeheer; Gemeentelijke huisvesting; Handhaving.
2.
b.
Commissie Samenleving, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: Coördinatie WMO; Seniorenbeleid; Jongerenbeleid; Wonen; Jeugdwerkloosheid; Sociale Zaken; Kinderopvang; Gehandicaptenzorg; Vluchtelingenbeleid; Volksgezondheid; Onderwijs; Scholenbouw; Toerisme en Recreatie; beleidsontwikkeling; VVV; Strand; Evenementen; Werkgelegenheid; Regio Kennemerland; Cultuur; Sport; Welzijnsvoorzieningen; Vrijwilligersbeleid; Dieren(welzijn).
c.
Commissie Grondgebied, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: Ruimtelijke ordening en ruimtelijke projecten; Natuur en Landschap; Grondzaken; Monumenten; Regio Kennemerland; Verkeer en vervoer; Parkeerbeleid; Milieubeleid.
Er is daarnaast een Algemene Commissie, zijnde een commissie als bedoeld in artikel 82 van de wet, waarin enkel op voorstel van de agendacommissie commissieoverstijgende onderwerpen worden behandeld. De agendacommissie besluit per vergadering welke commissievoorzitter de taken van de voorzitter vervult.
Artikel 43. Taken en werkwijze 1.
2.
3.
De commissies hebben tot taak: a.
het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 42 genoemde onderwerpen;
b.
het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;
c.
het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 42 genoemde onderwerpen.
Iedere commissievergadering bestaat uit twee delen: a.
Raadsvoorstellen: de commissie bespreekt de raadsvoorstellen met als doel te komen tot een advies voor de besluitvorming in de raadsvergadering.
b.
Overige onderwerpen: de commissie neemt de ruimte om met elkaar en met het college van gedachten te wisselen over overige politiek relevante onderwerpen binnen het beleidsterrein van de commissie.
Technische of informatieve vragen worden zoveel mogelijk ruim vóór de commissievergadering gesteld.
Artikel 44. Samenstelling raadscommissies 1. 2.
Raadsleden en duo-commissieleden zijn lid van alle commissies als bedoeld in artikel 42. Per commissievergadering is het aantal deelnemende leden als volgt bepaald: Fracties bestaande uit één, twee of drie raadsleden hebben één deelnemend commissielid per commissie. Fracties bestaande uit vier raadsleden hebben voor de duur van de zittingsperiode van de raad twee deelnemende commissieleden in één door de fractie gekozen commissie en één commissielid in de andere commissies. Fracties bestaande uit meer dan vier raadsleden hebben twee deelnemende commissieleden per commissie.
Artikel 45. Commissievoorzitter 1.
De voorzitter van een commissie wordt door de raad uit zijn midden benoemd.
2.
Indien de voorzitter is verhinderd om een vergadering voor te zitten, wordt hij vervangen door een voorzitter van één van de andere raadscommissies dan wel door de plaatsvervangend voorzitter van de 14/19
raad. Indien dit niet mogelijk blijkt wordt hij vervangen door een door de raadscommissie uit haar midden aan te wijzen lid van de commissie. 3.
De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.
4.
De voorzitter is belast met: a.
het leiden van de vergadering;
b.
het handhaven van de orde;
c.
het doen naleven van deze verordening;
d.
hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
5.
Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen en doet daarvan schriftelijke mededeling aan de raad.
6.
De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.
Artikel 46. Commissiegriffier 1.
De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
2.
Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.
3.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door de griffier van de raad of een op de griffie werkzame ambtenaar.
4.
Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Artikel 47. Oproep en agenda commissievergadering Artikelen 10, 11 en 13, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op commissievergaderingen. Artikel 48. Opening commissievergadering en presentielijst 1.
Op een commissievergadering is artikel 14 van dit reglement aangaande de presentielijst overeenkomstig van toepassing.
2.
Een commissievergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal toegestane deelnemende commissieleden zoals volgt uit artikel 44 van dit reglement, of diens vervangers, aanwezig is.
3.
Als op grond van het tweede lid de vergadering niet binnen een kwartier na het vastgestelde tijdstip kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het oorspronkelijke tijdstip is gelegen.
4.
Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal toegestane deelnemende commissieleden aanwezig is.
Artikel 49. Vergaderorde commissie 1.
Op een commissievergadering zijn de volgende artikelen uit dit reglement over raadsvergaderingen van overeenkomstige toepassing: Artikel 15 over spreektermijnen; Artikel 16 over deelname aan de beraadslaging door anderen; Artikel 17 over het doen van voorstellen van orde; Artikel 18, eerste, derde, vierde en vijfde lid, waarbij de spreektijd voor de raadscommissie gelijk wordt verdeeld over de fracties. 15/19
2.
Op een commissievergadering is artikel 19 over handhaving van de orde en interrupties overeenkomstig van toepassing. Aanvullend kan de voorzitter een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zonodig doet de voorzitter hem verwijderen.
Artikel 50. Inspreken bij commissievergaderingen 1.
Inwoners, ondernemers en instellingen van de gemeente Bloemendaal kunnen aan het begin van iedere openbare commissievergadering inspreken.
2.
Er kan alleen worden ingesproken over onderwerpen die op de agenda van de betreffende commissievergadering staan. Elke inspreker krijgt maximaal drie minuten spreektijd.
3.
Het agendapunt ‘Inspreken in de commissie’ is na de opening van de vergadering en het vaststellen van de agenda, het eerste punt op de agenda en hiervoor is maximaal een half uur beschikbaar.
4.
Insprekers kunnen zich tot 16.00 uur op de dag voorafgaand aan de commissievergadering bij de griffier aanmelden onder vermelding van het onderwerp waarover zij het woord willen voeren. De voorzitter stelt de sprekerslijst vast.
5.
De voorzitter biedt de leden van de commissie de gelegenheid aan de insprekers naar aanleiding van hun inspreektekst één verhelderende vraag te stellen. De voorzitter ziet erop toe dat dit niet leidt tot een discussie met de insprekers.
6.
Het woord kan niet worden gevoerd over: -
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan;
-
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
-
zaken die buiten de formele bevoegdheid van de raad vallen;
-
een gedraging waarover een klacht in de zin van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Artikel 51. Advies van de commissie 1.
Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging.
2.
Nadat de beraadslaging is gesloten, oordeelt de commissie of het voorstel rijp is voor besluitvorming door de raad en of het wenselijk is dat de commissie een advies voor behandeling aan de raad uitbrengt.
3.
Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, adviseren de leden van de commissie op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
4.
De commissie kan de volgende adviezen uitbrengen aan de raad:
5.
-
Bespreekpunt op de raadsvergadering, indien een lid daarom verzoekt;
-
Hamerpunt op de raadsvergadering, indien de commissie daar unaniem toe besluit.
Geen advies wordt uitgebracht over onderwerpen die informerend zijn behandeld.
Artikel 52. Vaste agendapunten van de commissievergadering 1.
Vóór de sluiting van de commissievergadering komen de volgende agendapunten aan de orde: 16/19
-
Mededelingen
-
Vaststellen van de besluitenlijst van de voorgaande commissievergadering(en)
-
Lijst van toezeggingen van het college aan de raad
-
Vragenhalfuur
2. Tijdens de agendapunten als bedoeld in het eerste lid worden geen interrupties toegelaten. 3. Op het vragenhalfuur in de commissie is artikel 22 van overeenkomstige toepassing. Artikel 53. Besluitenlijst 1.
Artikel 30, met uitzondering van het derde lid, is overeenkomstig van toepassing op de besluitenlijst van vergaderingen van commissies zoals bedoeld in artikel 42.
2.
Uit de besluitenlijst van een commissievergadering blijkt in ieder geval: - de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; - een aantekening van welke leden zich hebben afgemeld; - een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; - de besluiten van de commissie of de raadsvoorstellen rijp zijn voor besluitvorming door de raad en de adviezen van de commissie over de behandeling van de raadsvoorstellen door de raad; - de voorstellen van orde die zijn gedaan; - de toezeggingen die zijn gedaan; - een overzicht van de onderwerpen waarover mondelinge vragen zijn gesteld in het vragenhalfuur.
Artikel 54. Besloten commissievergadering en geheimhouding 1. 2.
Artikel 31 over een besloten vergadering en artikel 32 over geheimhouding zijn overeenkomstig van toepassing op raadscommissies als bedoeld in artikel 42. Als de raad op grond van artikel 89, derde en vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Hoofdstuk 5. Beeldvormende bijeenkomsten Artikel 55. Beeldvormende bijeenkomsten 1.
Ten behoeve van de beeldvorming van de raad kunnen beeldvormende bijeenkomsten worden georganiseerd. Deze bijeenkomsten, als bedoeld in artikel 82 van de wet, hebben tot doel het informeren van de raad en/of het ophalen van input van de raad. De raad van Bloemendaal kent de volgende beeldvormende bijeenkomsten: a. Themasessie b. Technische avond c. Werksessie
2.
De voorbereiding en agendering van beeldvormende bijeenkomsten is de taak en bevoegdheid van de agendacommissie. De leden van de agendacommissie verzorgen tevens het voorzitterschap van deze bijeenkomsten, waarbij zij worden ondersteund door een op de griffie werkzame ambtenaar. 17/19
3.
Beeldvormende bijeenkomsten vinden in de regel eens per vijf weken plaats en worden zoveel mogelijk vooraf opgenomen in het vergaderschema.
4.
Het college heeft de gelegenheid om een beknopte toelichting op aan de orde zijnde stukken te geven en te reageren op de inbreng van andere deelnemers.
5.
Onderwerpen kunnen terugkerend van aard zijn en desgewenst in de jaarplanning voor beeldvormende bijeenkomsten worden opgenomen.
Artikel 56. Themasessie 1.
Een themasessie is openbaar en kan gaan over één of meer thema's.
2.
Een themasessie is bedoeld voor het uitwisselen van informatie over en het bespreken van een thema tussen raadsleden, duo-commissieleden en collegeleden (en hun ambtelijke ondersteuning) en eventueel genodigden. Tijdens een themasessie worden geen standpunten verkondigd of besluiten genomen.
3.
Aan een themasessie kan worden deelgenomen door belangstellenden.
Artikel 57. Technische avond 1.
Een technische avond is niet openbaar en bestaat in beginsel uit een technische toelichting door het college over een specifiek inhoudelijk onderwerp.
2.
Een technische avond is bedoeld voor het uitwisselen van informatie tussen raadsleden, duocommissieleden en collegeleden (en hun ambtelijke ondersteuning) en eventueel genodigden. Tijdens een technische avond worden geen standpunten verkondigd of besluiten genomen.
3.
Aan een technische avond kan niet worden deelgenomen door belangstellenden.
Artikel 58. Werksessie 1.
Een werksessie is niet openbaar en kan gaan over één of meer onderwerpen.
2.
Een werksessie is bedoeld voor het bespreken van een thema tussen raadsleden en duocommissieleden waarbij het karakter niet puur informatief is, maar input wordt verlangd van de raad.
3.
Tijdens een werksessie worden standpunten uitgewisseld maar geen besluiten genomen.
4.
Aan een werksessie kan niet worden deelgenomen door belangstellenden.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen Artikel 59. Toehoorders en pers 1.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen en bijeenkomsten uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
3.
Degenen die van een openbare raads- of commissievergadering geluid- en beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
4.
Artikel 26, eerste en tweede lid van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van de raadscommissies en op beeldvormende bijeenkomsten.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 60. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 18/19
Artikel 61. Afwijken van het reglement De raad of een raadscommissie zoals bedoeld in artikel 42 kan besluiten van dit reglement af te wijken, tenzij: a. b.
Een lid zich daartegen verzet; of De afwijking in strijd is met de wet.
Artikel 62. Intrekking oude reglement Het Reglement van Orde van vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Bloemendaal 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 63. Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
2.
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bloemendaal 2026.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 maart 2026.
De voorzitter,
De griffier,
19/19