CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota activabeleid 2025-2030 2025001453.pdf

Raad 25 september 2025, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Nota Activabeleid10.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Startmoment van afschrijven De gemeente Bloemendaal start met afschrijven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt / verworven wordt.

Afspraak 13 De afschrijvingen starten in het jaar volgend op het jaar na de aanschaf of voltooiing van het activum. Dit betekent dat er niet wordt afgeschreven in het jaar van afronding c.q. ingebruikname van een investering.

Restwaarde en circulaire economie De restwaarde is de waarde van een activum aan het eind van de gebruikstermijn op basis van het prijspeil op het moment van ingebruikneming. Omdat activa gedurende de afschrijfperiode technisch en economisch slijten/verouderen, wordt tot op heden afgeschreven naar een boekwaarde van € 0. De gemeente staat voor de uitdaging om circulair te bouwen. In het Grondstoffenakkoord / Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 is de landelijke ambitie opgenomen voor de omschakeling naar een volledig circulaire economie met een transitieagenda voor onder andere het onderdeel Bouw (woningen en bedrijfsruimten/kantoren inclusief klimaatinstallaties en infrastructuur zoals wegen en bruggen/viaducten). Het hergebruik of het recyclen van deze onderdelen zou binnen de gemeente nader kunnen worden gestimuleerd door voor deze onderdelen materiële activa rekening te houden met een circulaire restwaarde vanwege hergebruik of het recyclen van de grondstoffen en materialen. Op het moment dat hiervoor een uniforme beleidslijn is te formuleren, zullen we deze via een toekomstig P&C product (bijvoorbeeld in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen) aan de raad voorleggen.

Afspraak 14 Zodra voor het hanteren van een circulaire restwaarde een uniforme beleidslijn is te formuleren, wordt deze via een toekomstig P&C product (bijvoorbeeld in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen) aan de raad voorgelegd.

Rentetoerekening De rentetoerekening per programma wordt jaarlijks bepaald op basis van het vastgestelde renteomslag percentage, berekend over de boekwaarde van de investering per 1 januari van dat jaar.

Pagina | 26

Afspraak 15 Aan de geactiveerde activa wordt rente toegerekend over de boekwaarde op 1 januari van het betreffende activum.

Pagina | 27

8 8.1

Bestuurlijke verantwoording en procedures Inpassing in de planning- en controlcyclus

Investeringen nemen een zelfstandige positie in binnen de planning- en control cyclus. Het investeringsplan maakt onderdeel uit van zowel de Kadernota als de programmabegroting. Daarnaast komt de stand van zaken van de investeringen aan de orde in alle producten van de planning- en control cyclus. Hiermee vormen zij een integraal onderdeel van de cyclus van plannen, uitvoeren en verantwoorden.

Kadernota In de Kadernota wordt inzicht gegeven in het investeringsplan, de investeringsbehoeften en wordt het investeringsvolume bepaald. Deze dient dus om de ruimte te bepalen van de mogelijke investeringen die in de programmabegroting voor het komende jaar kunnen worden opgenomen.

Programmabegroting In de programmabegroting worden de kapitaallasten van de uit het investeringsplan voortvloeiende investeringen voor het komende begrotingsjaar en voor de daaropvolgende drie jaar weergegeven. De investeringsvoorstellen voor het komende begrotingsjaar hebben het karakter om geautoriseerd te worden, terwijl de verkenning voor de komende jaren veelal indicatief is ten behoeve van een goed begrotingsbeleid. Deze worden dan ook door de raad alleen voor kennis aangenomen. Bij de begrotingsbehandeling worden – met het vaststellen van de financiële positie - de investeringskredieten voor de betreffende jaarschijf waarvan het investeringsbedrag lager is dan € 500.000 meteen geautoriseerd. Voor de nieuwe investeringen met een investeringsbedrag van € 500.000 of hoger en de overige niet in de begroting opgenomen investeringen vindt de autorisatie plaats via een afzonderlijk raadsbesluit. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen (voor het komende begrotingsjaar) hij op een later tijdstip een afzonderlijk voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.

Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar, die niet in het investeringsplan zijn opgenomen, legt het college – vooraf aan het aangaan van verplichtingen – een separaat investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van het krediet aan de raad voor.

Tussenrapportages Bij de tussenrapportages wordt inzicht verschaft in het verloop van de in uitvoering zijnde investeringen. Daarbij gaat het zowel over de uitvoering in tijd als de toereikendheid van de beschikbaar gestelde middelen. Vertraging in de uitvoering kan reden zijn voor lagere exploitatielasten en ook deze gevolgen worden gemeld.

Pagina | 28

Jaarrekening In de jaarrekening legt het college verantwoording af over de realisatie van de in de begroting opgenomen investeringen, alsmede de afwikkeling van investeringen die nog doorliepen van voorgaande jaren. In de jaarrekening wordt een overzicht verstrekt van alle lopende investeringskredieten en wordt duidelijk aangegeven welke investeringskredieten kunnen worden afgesloten.

8.2

Procedures

Autorisatie van investeringen De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust – in het kader van het budgetrecht – bij de raad. De investeringskredieten voor het eerstvolgende begrotingsjaar waarvan het investeringsbedrag lager is dan € 500.000 en die starten in het nieuwe jaar worden bij de vaststelling van de begroting beschikbaar gesteld, tenzij de raad een voorbehoud maakt om een investering op een later moment te autoriseren. De investeringskredieten voor het eerstvolgende begrotingsjaar waarvan het investeringsbedrag € 500.000 of hoger is en de overige niet in de begroting opgenomen investeringen worden bij afzonderlijk raadsbesluit beschikbaar gesteld. Dat kan in diezelfde begrotingsvergadering of op een later moment mits wordt voldaan aan de onderbouwingscriteria zoals opgenomen in bijlage 3. De lasten van de investeringen (kapitaallasten) zijn in de programmabegroting en de meerjarenraming opgenomen.

Wijzigen van kredieten Wijziging van de omvang en/of het doel van een investering is niet mogelijk zonder een nieuw besluit van de raad. Met de raad is immers een afspraak gemaakt omtrent een bepaalde inzet van middelen voor een vastgesteld doel en binnen een vastgestelde periode. Hiervan kan niet zonder een besluit van de raad worden afgeweken.

Afsluiten van kredieten Investeringskredieten worden voor een specifiek doel beschikbaar gesteld. Dat specifieke doel kan of moet binnen een bepaalde periode gerealiseerd worden. Om te voorkomen dat kredieten oneindig blijven openstaan is het gewenst om een bepaalde orde termijn af te spreken, waarbinnen het doel gerealiseerd kan worden en dus het krediet kan worden afgesloten. Voorgesteld wordt om hiervoor een termijn van twee begrotingsjaren te hanteren. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt via een integraal overzicht van alle lopende investeringskredieten gerapporteerd over de voortgang en de daadwerkelijk af te sluiten kredieten. Indien er redenen zijn om de orde termijn van twee jaar te verlengen, dan zal dit in dat overzicht gemotiveerd worden toegelicht.

Pagina | 29

9

Tenslotte

9.1 Citeertitel Deze nota wordt aangehaald als de Nota Activabeleid gemeente Bloemendaal 2025-2030.

9.2 Hardheidsclausule Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die een gegronde reden vormen om af te wijken van hetgeen in deze nota is opgenomen, bijvoorbeeld omdat voldaan moet worden aan veranderingen in de huidige wet- en regelgeving. Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad op voorstel van het college het recht om anders te beslissen dan is opgenomen in deze nota mits het besluit voldoet aan de actuele wet- en regelgeving.

9.3 Wijziging van de nota Conform artikel 11 van de Verordening Financieel Beheer Bloemendaal 2025 biedt het college de raad tenminste eens in de vier jaar een (geactualiseerde) nota activabeleid aan. Indien wet- en regelgeving of andere omstandigheden dit in de tussentijd vereisen, wordt deze nota opnieuw beoordeeld op toepasbaarheid en actualiteit, en waar nodig aangepast of aangevuld. Dergelijke wijzigingen hoeven niet te leiden tot een nieuwe nota activabeleid maar kunnen bijvoorbeeld ook via toekomstige P&C producten (begroting of tussentijdse rapportages) aan de raad worden voorgelegd. Deze maken na goedkeuring door de raad integraal onderdeel uit van het vigerende activabeleid van de gemeente Bloemendaal.

9.4 Inwerkingtreding De nota treedt in werking op 1 januari 2026.

Pagina | 30

Bijlage 1

Termijnen van afschrijvingen Activa

Termijn

•

Ondergrondse inzamelcontainers

15 jaar

•

Rolemmers (alleen bij massale inkoop/omwisseling)

15 jaar

Afval

(Bedrijfs)gebouwen •

Nieuwbouw

40 jaar

•

Verbouwkosten: gebruiksduur verlengend

40 jaar

•

Verbouwkosten: niet gebruiksduur verlengend

25 jaar

•

Uitbreiding

40 jaar

•

Technische installaties (beveiliging, etc.)

5 jaar

Duurzame aanpassingen •

Zonnepanelen

20 jaar

•

Warmtepompen

10 jaar

•

Dak-/muurisolatie

25 jaar

Bedrijfsmiddelen •

Auto’s en zwaar materieel

8 jaar

•

Gereedschap en hulpmiddelen

10 jaar

Gronden en terreinen •

Grond

niet

Groen/plantsoenen •

Aanleg

50 jaar

•

Herinrichting/renovatie

30 jaar

Grond- , weg- en waterbouwkundige werken Riolering •

Riolering (vernieuwing)

70 jaar

•

Gemalen bouwkundig

45 jaar

•

Gemalen elektro + mechanisch

15 jaar

•

Persleidingen

45 jaar

•

Drukriolering bouwkundig

45 jaar

•

Drukriolering elektro + mechanisch

15 jaar

•

IBA’s (individuele behandeling van afvalwater)

20 jaar

•

Randvoorzieningen bouwkundig

70 jaar

•

Randvoorzieningen elektro + mechanisch

15 jaar

•

Drainage / DT-riolering

40 jaar

•

Infiltratievoorzieningen

70 jaar

•

Deep Wells

5 jaar

Begraafplaatsen •

Aanleg begraafplaatsen

40 jaar

Weg- en waterbouw •

Eerste aanleg wegen, fiets- en voetpaden

50 jaar

•

Reconstructie en herinrichting wegen, fiets- en wandelpaden

25 jaar

•

Civiele kunstwerken (bruggen): hout

30 jaar

Pagina | 31

•

Civiele kunstwerken (bruggen): staal en beton

50 jaar

•

Verkeersregelinstallaties

15 jaar

•

Openbare verlichting: masten

40 jaar

•

Openbare verlichting: armaturen

20 jaar

•

Infrastructurele maatregelen

20 jaar

•

Beschoeiingen

30 jaar

•

Voorziening ligplaatsen

15 jaar

•

Parkeerautomaten

8 jaar

ICT (indien sprake is van eigenaarschap) •

Automatiseringsprojecten(hard- en software)

3 jaar

•

Website

3 jaar

•

Mobiele apparatuur (telefoon, etc.)

3 jaar

Kantoorinrichting •

Meubilair, inventaris en kantoorapparatuur

10 jaar

Onderwijs •

Schoolgebouw: nieuwbouw

40 jaar

•

Schoolgebouw: verbouw gebruiksduur verlengend

40 jaar

•

Schoolgebouw: verbouw niet gebruiksduur verlengend

25 jaar

•

Uitbreiding schoolgebouwen

25 jaar

•

Gymnastieklokalen: nieuwbouw

40 jaar

•

Gymnastieklokalen: verbouw gebruiksduur verlengend

40 jaar

•

Gymnastieklokalen: verbouw niet gebruiksduur verlengend

25 jaar

•

Brandbeveiliging

10 jaar

Sportvelden Kunstgrasvelden •

Toplaag

10 jaar

•

Sporttechnische laag

20 jaar

•

Onderbouw (zand en drainage)

35 jaar

Natuurgras •

Toplaag

10 jaar

•

Onderbouw (inclusief drainage)

15 jaar

Overig sport •

Tennisveld gravel

15 jaar

Pagina | 32

Bijlage 2

Begrippen

Hierna wordt een aantal kernbegrippen omschreven. Activa De bezittingen van de gemeente, zoals gronden, gebouwen, voertuigen en infrastructuur. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa. Activeren Het opnemen van investeringen op de balans. De jaarlijkse kosten (afschrijvingen) worden ten laste van de exploitatie gebracht. Activa met een economisch nut Gemeentelijk bezit dat kan bijdragen aan het genereren van inkomsten verhandelbaar is.

en/of

Afschrijven Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. De technische en economische gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslast in enig jaar. Afwaarderen activa Het verlagen van de boekwaarde van een bezit indien de waarde door schade, veroudering of marktomstandigheden is afgenomen. Agio/disagio Agio en disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het hogere c.q. lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio en disagio kan ook betrekking hebben op aandelen. Annuïtaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij de jaarlijkse kapitaallasten gedurende de gehele afschrijvingsperiode van de investering gelijk blijven. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind van de periode ligt deze verhouding andersom. Boekwaarde Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen. Boekwinst / -verlies Als het activum wordt verkocht of buiten gebruik gesteld tegen een prijs die hoger c.q. lager is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop of afstoting.

Componentenbenadering Dit houdt in dat verschillende samengestelde delen van een materieel vast activum afzonderlijk worden afgeschreven, elk naargelang zijn eigen waarde verloop.

Pagina | 33

Desinvesteren activa De definitieve buiten gebruik stelling van duurzame (materiële) productiemiddelen (bijvoorbeeld bij verkoop of sluiting) Economische levensduur De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. Met andere woorden: slijtage van activa door veroudering. Financiële vaste activa Activa die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals deelnemingen, aandelen en verstrekte geldleningen. Immateriële vaste activa Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening) Investeringen Uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend. Investeringskrediet Het bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering. Investering met een economisch nut Activa die verhandelbaar zijn (waar dus een markt voor is) of die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen of prijzen. Investeringen met een maatschappelijk nut Activa waarmee geen middelen gegenereerd kunnen worden en die ook niet verhandelbaar zijn, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen, zoals wegen, groenvoorziening, bruggen etc. Kapitaalgoederen Goederen die meerdere jaren meegaan.

Kapitaallasten De jaarlijks terugkerende exploitatielasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de toegerekende rente. Lineaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van de dalende boekwaarde neemt de jaarlijks toegerekende rentelast af.

Pagina | 34

Materiële vaste activa Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend. Renovatie Het herstellen, verbeteren en/of vernieuwen van een bestaand gebouw, met als doel om het weer in goede staat te brengen en eventueel aan te passen aan de moderne normen en behoeften. Een significante kwaliteitsverbetering en levensduur verlengend. Restwaarde De restwaarde vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde, tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van het) activum, op het moment dat het activum buiten bedrijf wordt gesteld. Technische levensduur Het aantal jaren dat een object werkelijk meegaat voordat het versleten is of tot het moment waarop het geen productieve prestaties meer kan leveren. Toegerekende rente Een vergoeding (administratief) voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De toegerekende rente is onderdeel van de kapitaallasten. Vaste activa Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen, gronden en verstrekte geldleningen. De vaste activa worden onderverdeeld in: immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa.

Verkrijgingsprijs Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen, inclusief de bijkomende kosten. Vervaardigingsprijs De kosten die zijn gemaakt ten behoeve van het vervaardigen van een activum. Vlottende activa De bezittingen van een gemeente waarvoor het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan 1 jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. Voorbeelden zijn: voorraden en debiteuren. Voorraden Dit zijn goederen die in bewaring worden gehouden voor later gebruik. Voorbeelden zijn: grond- en hulpstoffen, gereed product en handelsgoederen. Waarderingsgrondslag

Pagina | 35

Uitgangspunten en methoden op basis waarvan de waarde van een bezit wordt bepaald. Bijvoorbeeld voor het opstellen van de jaarrekening of een andere financiële verantwoording.

Pagina | 36

Bijlage 3

Onderbouwing investeringsaanvragen

De raad kan alleen investeringskredieten accorderen die in voldoende mate zijn onderbouwd en gespecificeerd. Investeringsaanvragen moeten dan ook de volgende elementen bevatten: • Specificatie van de investeringsaanvraag (inclusief: looptijd, investeringsbedrag, uitsplitsing naar eventuele deelprojecten); • Deelprogramma waartoe de investering behoort; • Betreft het een vervanging- of uitbreidingsinvestering. Indien het een vervangingsinvestering betreft wordt aangeven of er nog een inhaalafschrijving dient plaats te vinden op het te vervangen activum; • Afschrijvingstermijn, inclusief aanvullende motivatie wanneer de termijn eventueel afwijkt van de afschrijvingstabel; • Wijze van dekking; • Jaarlijkse exploitatielasten, d.w.z. de kapitaallasten en overige exploitatiekosten; • Liquiditeitsplanning, waarin is aangegeven in welk tempo de investeringsbedragen zullen worden aangewend; • Eventueel te hanteren circulaire restwaarde voor investeringen in gebouwen en infrastructuur met een concrete onderbouwing en uitwerking; • Eventuele betrokken partijen en bijdragen van - en aan derden; • Eventueel aan te vragen subsidies; • Voor investeringen worden eventuele risico’s benoemd die met de investering samenhangen en op welke wijze het college deze risico’s (gaat) beheersen.

Pagina | 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2605/documents/26154