02 Bijlage 1 - na AB 1-7-26 - Nota zienswijzen en reactie 2026001256.pdf
Tekst van het document
BEZOEKADRES Stationsplein 48b, 1948 LC Beverwijk BEZOEKADRES Koetserstraat 2a, 1531 NX Wormer 0251-263 863 POSTADRES Postbus 325, 1940 AH Beverwijk info@odijmond.nl www.odijmond.nl Vastgesteld door het AB op 13 mei 2026. Aangevuld met AB besluit van 1 juli 2026 (zie onder artikel 21 en ambtshalve wijzigingen). Nota zienswijzen en reactie Concept 9e wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (verder: gemeenschappelijke regeling) Hieronder vindt u eerst artikelsgewijs een samenvattend overzicht van de ontvangen zienswijzen van de raden en staten van de deelnemers op het concept 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling met een reactie. In de reactie staat of de zienswijze leidt tot aanpassing van de concepttekst van de 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Daarna volgt een schematisch overzicht van alle deelnemers met de volledige tekst van de ontvangen zienswijze per deelnemer en twee ambtshalve voorgestelde aanpassingen. Leeswijzer: Daar waar u leest bestuur, is dit het dagelijks of algemeen bestuur van Omgevingsdienst IJmond. Het algemeen bestuur bestaat uit 15 leden afkomstig van de colleges van de deelnemende gemeenten en de Provincie Noord-Holland. Het gaat dan om 14 wethouders en 1 gedeputeerde. Het dagelijks bestuur bestaat uit 5 leden die zijn gekozen uit de 15 leden van het algemeen bestuur.
Een overzicht van de leden vindt u op: Bestuur - Omgevingsdienst IJmond Artikelsgewijs overzicht zienswijzen met reactie Algemeen (instellen gemeenschappelijke adviescommissie) Gemeente Bloemendaal wil raads- en statenrapporteurs aanstellen en regionale adviescommissies vormen met daarin een raads- en statenlid per gemeente en provincie die zowel het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling als de raden en Staten adviseren in de voorbereiding van besluitvorming. Hiermee wil de gemeente uitvoering geven aan de mogelijkheid die de Wet gemeenschappelijke regelingen geeft in de artikelen 24 en 24a. Reactie: De wens om een gemeenschappelijke regionale adviescommissie in te stellen kan alleen worden uitgevoerd als de raden en staten gezamenlijk een voorstel hiervoor indienen bij het Algemeen Bestuur. Deze procedure is al geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, zodat geen aparte bepaling hiervoor nodig is in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. Een raads- of statenrapporteur staat niet letterlijk in de Wet gemeenschappelijke regelingen, Gemeente- of Provinciewet. Het vloeit indirect voort uit de algemene controlerende bevoegdheden van de raden en staten uit de Gemeente- en Provinciewet om toezicht te houden op het gemeente- en provinciebestuur en de verbonden partijen, zoals Omgevingsdienst IJmond.
Het gaat dan om een raads- of statenlid die zich specifiek bezighoudt met ØØn of meer verbonden partijen en daarover rapporteert en adviseert aan de raad. Het Algemeen Bestuur van Omgevingsdienst IJmond bestaat uit de wethouders en een gedeputeerde van de deelnemende gemeenten en provincie. Zij zijn inhoudelijk op de hoogte van 2/ 16 alle stukken en besluiten van Omgevingsdienst IJmond. Via de algemene informatieplicht leggen zij verantwoording af aan hun eigen college, raad of staten. Daarnaast heeft iedere gemeente een ambtelijke contactpersoon (ook wel accounthouder genoemd) voor Omgevingsdienst IJmond. Omgevingsdienst IJmond heeft zelf drie accounthouders (ØØn voor regio IJmond, ØØn voor regio Zaanstreek-Waterland en ØØn voor regio Kennemerland) als direct aanspreekpunt voor de deelnemende gemeenten en provincie. Dit zal ook worden vastgelegd in de nieuwe dienstverleningsovereenkomsten tussen de gemeenten, provincie en Omgevingsdienst IJmond. Deze contactpersonen of accounthouders zorgen voor de tijdige informatie uitwisseling en het beantwoorden van (raads)vragen met en van de deelnemende gemeenten en provincie. Een aparte bepaling in de gemeenschappelijke regeling voor een raads- of statenrapporteur is gezien de bestaande mogelijkheden, zoals hierboven omschreven, niet nodig.
De individuele raden en staten kunnen zelfstandig een raads- of statenrapporteur uit hun midden aanwijzen als zij dit wensen. Deze zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 9, tweede lid (Besluitvorming) Gemeente Haarlem wil de stemverhoudingen bepalen op basis van alleen de verplichte taken in plaats van op basis van de verplichte en facultatieve taken, omdat de gemeente Haarlem stelt dat de facultatieve taken niet structureel zijn en daarmee de stemverhoudingen tijdelijk (bewust) kunnen worden gewijzigd. Gemeente Haarlem stelt voor om artikel 9, tweede lid, te wijzigen in: De gewogen stemverhouding voor besluiten over wettelijke taken per deelnemer wordt bepaald op basis van de jaarlijkse financiºle bijdrage van de deelnemer aan de dienst. Dat zijn de verplichte taken van de deelnemer, als percentage van de totale begroting van alleen de verplichte taken. Projecten worden hierin niet meegerekend. in plaats van de tekst in de 9e wijziging gemeenschappelijke regeling: De gewogen stemverhouding per deelnemer wordt bepaald op basis van de jaarlijkse financiºle bijdrage van de deelnemer aan de dienst. Dat zijn zowel de verplichte taken als de facultatieve taken van de deelnemer, als percentage van de totale begroting. Projecten worden hierin niet meegerekend.
Reactie: Het bestuur van Omgevingsdienst IJmond heeft gezamenlijk een bewuste afweging gemaakt om de stemverhouding te baseren op de volledige financiºle inbreng van de deelnemers. Hiervoor worden zowel de verplichte als de niet-verplichte taken meegerekend, behalve projecten die minder dan 2 jaar duren. De huidige stemverhouding is niet gekoppeld aan de volledige inbreng van taken, waardoor in de praktijk tussen de deelnemers geen gelijke grondslag meer bestond voor de stemverhouding. Door actualisering van de stemverhouding wordt meer recht gedaan aan de zeggenschap van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling en de door hen ingebrachte taken. Het is ook als ØØn van de uitgangspunten opgenomen, die het Algemeen Bestuur op 9 juli 2025 vaststelde. De uitgangspunten zijn vervolgens naar de colleges van de deelnemers gestuurd voor instemming. Het tijdelijk (bewust) wijzigen van de stemverhoudingen is niet mogelijk, omdat niet-verplichte taken niet zomaar kunnen worden ingebracht en teruggenomen. Hiervoor zijn in de 3/ 16 gemeenschappelijke regeling bepalingen vastgelegd die ook in de dienstverleningsovereenkomsten worden uitgewerkt. Projecten (incidenteel) met een looptijd korter dan 2 jaar zijn in de 9e wijziging reeds uitgesloten: deze tellen niet mee in de stemverhouding. De zienswijze is ontvangen en bevat een helder signaal vanuit de gemeenteraad van Haarlem.
Haarlem heeft ervoor gekozen uitsluitend de wettelijk verplichte taken bij ODIJmond onder te brengen. De zienswijze van de raad is erop gericht om blijvend invloed te houden op de manier waarop deze taken worden uitgevoerd. Haarlem vindt het van belang dat de uitvoering van de verplichte taken op een adequaat kwaliteitsniveau blijft. ODIJmond waarborgt dit onder meer door te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. Daarbij geldt dat de organisatie zich net boven de vastgestelde ondergrens van die kwaliteitscriteria bevindt, waardoor er nauwelijks mogelijkheden zijn om de uitvoering van de verplichte taken anders in te richten of efficiºnter te organiseren. Omgevingsdiensten en de ILT zijn van mening dat versterking van het VTHA-stelsel vraagt om een uitbreiding van het wettelijke basistakenpakket. Ook op Rijksniveau is er de mogelijkheid om het (minimale) uitvoeringsniveau structureel te borgen door keuzes te maken in het takenpakket dat verplicht bij een omgevingsdienst wordt belegd. ODIJmond loopt hierop vooruit door een deel van de adviestaken nu al als verplicht te beschouwen. Het gaat hierbij om werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de wettelijke taken. Het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte taken binnen de GR ODIJmond is gemaakt vanuit de bereidheid van de deelnemers om taken bij ODIJmond onder te brengen.
De verschuiving van taken van het niet- verplichte naar het verplichte domein draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de organisatie en aan de continuïteit van het gewenste dienstverleningsniveau. Binnen de niet-verplichte taken bevinden zich meerdere milieutaken die de uitvoering van de VTHA-taken ondersteunen en versterken. Doordat andere deelnemers deze taken voor de langere termijn bij ODIJmond hebben belegd, wordt de organisatie verder verstevigd. Het is dan ook gerechtvaardigd dat deze structurele inbreng gepaard gaat met bijbehorende zeggenschap. In de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling zijn de afspraken over het kunnen beºindigen van niet-verplichte taken dan ook beter geregeld. Tot slot heeft het bestuur van ODIJmond op 9 juli 2025 besloten het minimale uitvoeringsniveau van de verplichte taken vast te leggen en dit niveau voor een periode van ten minste vier jaar te borgen. Met deze afweging kiest het bestuur ervoor dat deze zienswijze niet leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Specifiek voor Haarlem, die deze zienswijze indiende, betekent dit dat de stemverhouding wijzigt van 21 naar 12%. Daarmee blijft Haarlem qua stemverhouding, op de gemeente Velsen na (13%), de grootste deelnemer.
De raad kan zijn invloed uitoefenen via de informatieplicht, zijn collegelid in het algemeen bestuur of het indienen van een zienswijze op de begroting van Omgevingsdienst IJmond. Het collegelid welke zitting neemt in het algemeen bestuur kan zijn mening geven of 4/ 16 vragen stellen als het onderwerp is geagendeerd in het algemeen bestuur en neemt deel aan de stemming bij besluitvorming. Hoofdstuk 3 Taken en bevoegdheden (artikelen 19-23) Gemeente Zandvoort wil dat de inhoud van de huidig geldende dienstverleningsovereenkomst voor de bouwtaken leidend blijft, zolang deze niet is opgezegd en dat de daarin vastgelegde afspraken en verplichtingen van kracht blijven tot een formele beºindiging of wijziging. Gemeente Uitgeest vraagt om blijvende aandacht aan uitvoerbaarheid, transparantie in kostenontwikkeling en een evenredige verdeling van risico’s tussen de deelnemers. Ook wordt gevraagd om daarbij zorgvuldig te blijven kijken naar de positie en ontwikkelrichting van individuele deelnemers, zodat maatwerk mogelijk blijft binnen collectieve afspraken waar dit nodig en gerechtvaardigd is. Reactie: Het gaat hier niet om een bepaling in de gemeenschappelijke regeling zelf, maar om de uitwerking daarvan in een dienstverleningsovereenkomst. Met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling herijken wij de afspraken met onze deelnemers.
De gemeenschappelijke regeling richt zich op collectieve afspraken. Deze afspraken vertalen wij in 2026 naar dienstverleningsovereenkomsten. Ook hierbij richt de inzet zich op zoveel mogelijk uniformiteit, zodat de efficiºntie gewaarborgd blijft. Tegelijk zien wij verschillende ontwikkelingen bij onze deelnemers. Zo heeft Zandvoort de wens om de VTH-bouwtaak te harmoniseren met Haarlem en speelt bij enkele deelnemers een mogelijke fusie met gemeenten buiten ons werkgebied. Bij de verdere uitwerking van de dienstverleningsovereenkomsten houden wij rekening met deze ontwikkelrichtingen. Of en in hoeverre dit tot maatwerk leidt, wordt – ook in collectief verband – bestuurlijk besproken en waar mogelijk gezamenlijk vastgelegd. Deze zienswijzen leiden daarom niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Hoofdstuk 5 Financiºle bepalingen (artikelen 26-32) Gemeente Zandvoort wil bepalingen opnemen dat een overschrijding van het vooraf afgesproken aantal uitvoeringsuren alleen kan na akkoord van de betreffende opdrachtgevende partij op een vooraf reeds geprognosticeerde overschrijding. Reactie: De gemeenschappelijke regeling bevat alleen een algemene bepaling. In de nieuwe dienstverleningsovereenkomst zal worden vastgelegd hoe zal worden omgegaan met een te verwachten overschrijding van het vooraf afgesproken aantal uren voor de uitvoering van taken.
Deze zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 30 (Rekeningresultaat) Gemeenten Haarlem en Zandvoort willen een maximumbedrag van € 260.000,- opnemen voor de algemene reserve. Reactie: ODIJmond bevindt zich momenteel in een traject om het weerstandsvermogen te actualiseren. De besluitvorming hierover is voorzien medio 2026. De berekening van het 5/ 16 weerstandsvermogen wordt uitgevoerd door een onafhankelijke, externe partij en is gebaseerd op een inventarisatie en beoordeling van de geïdentificeerde risico’s. Omdat niet-verplichte taken voor de langere termijn bij de dienst zijn belegd en op dezelfde wijze worden georganiseerd als de verplichte taken – waaronder via medewerkers in vaste dienst en structurele investeringen in materieel en systemen – worden deze taken meegenomen bij de bepaling van de algemene reserve. De gemeenschappelijke regeling bepaalt dat het Algemeen Bestuur verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een risico-inventarisatie ten behoeve van de financiºle weerbaarheid. Op basis hiervan stelt het Algemeen Bestuur het weerstandsvermogen vast, uitgedrukt in een weerstandsratio. Daarbij worden de voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording en de financiºle verordening gevolgd.
Jaarlijks wordt in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en de jaarstukken inzicht gegeven in de beschikbare weerstandscapaciteit, de belangrijkste risico’s en het bijbehorende beleid. Deze informatieverplichting vloeit eveneens voort uit het Besluit begroting en verantwoording. Daarnaast hanteert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor een robuuste omgevingsdienst een minimale weerstandsratio van 0,8. In de verplichte paragraaf over het weerstandsvermogen in de begroting en de jaarstukken is uitgebreid opgenomen welke risico’s zijn onderkend, wanneer de laatste risico-inventarisatie heeft plaatsgevonden, hoe de risico’s worden gewaardeerd en hoe het weerstandsvermogen wordt berekend. Verwezen wordt naar de begroting 2026, hoofdstuk 5 vanaf pagina 17. Omdat het afdekken van risico’s plaatsvindt op basis van een actuele risico-inventarisatie, is in de negende wijziging van de gemeenschappelijke regeling geen vast bedrag meer opgenomen. De ingediende zienswijze geeft dan ook geen aanleiding tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Gemeente Purmerend wil aan artikel 30, eerste lid, van de gemeenschappelijke regeling over het rekeningresultaat toevoegen dat de financiºle verrekening naar rato van de jaarlijks ingebrachte bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling per deelnemer plaatsvindt.
Reactie: Door de toezegging aan gemeente Purmerend dat het in de financiºle verordening van Omgevingsdienst IJmond of in de nieuwe dienstverleningsovereenkomst bij de financiºle bepalingen zal worden verwerkt, leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 31, derde lid (Financiering) Gemeente Haarlem wil de garantstelling voor het betalen van rente en aflossing van de betrokken deelnemers baseren op de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar voor de wettelijke taken en dus niet voor de facultatieve taken. Gemeente Haarlem stelt voor om artikel 31, derde lid, te wijzigen in: 6/ 16 De betrokken deelnemers staan garant voor het betalen van rente en aflossing van de geldlening en in rekening-courant op te nemen gelden voor zover door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. De betrokken deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar voor de wettelijke taken. in plaats van de tekst in de 9e wijziging gemeenschappelijke regeling: De betrokken deelnemers staan garant voor het betalen van rente en aflossing van de geldlening en in rekening-courant op te nemen gelden voor zover door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt.
De betrokken deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar. Reactie: Voor een toekomstbestendige omgevingsdienst maakte het bestuur bewust de gezamenlijke afweging om de financiering te herijken en stelde hiervoor op 9 juli 2025 uitgangspunten vast. EØn van de financiºle uitgangspunten is het afrekenen per deelnemer op basis van alle taken, dus op basis van de verplichte Øn niet-verplichte taken en dat geldt ook voor de garantstelling om ongelijkheid tussen de deelnemers te voorkomen. De projecten die minder dan twee jaar duren worden niet meegerekend. Deze zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 33, tweede lid (Archiefbescheiden) De inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet is uitgesteld naar 1 januari 2027. Daarom zijn in artikel 33, eerste lid, de woorden "Archiefwet 1995" vervangen door "geldende Archiefwet". Dit is ook opgenomen in de toelichting bij dit artikel. In het tweede lid staat nog “Archiefwet 1995”. Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in artikel 33, tweede lid, de woorden "Archiefwet 1995" te vervangen door "geldende Archiefwet". Dit voorkomt opnieuw een wijzigingsprocedure van de gemeenschappelijke regeling kort na vaststelling van de 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling.
Reactie: Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Bijlage 1 (Tabel Dienstverlening ODIJmond) Onder het kopje Toezicht staat Label C vermeld als plustaak (+). Dit gaat over een specifiek onderdeel van energietoezicht: de energielabel C-verplichting voor kantoorgebouwen. Het Omgevingsbesluit bepaalt dat deze taak onder het landelijke basistakenpakket van de omgevingsdienst valt. Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in bijlage 1 van de gemeenschappelijke regeling achter Label C ‘+’ te wijzigen in ‘B’. Reactie: Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Deze aanpassing heeft geen financiºle gevolgen. De inzet van uren en afspraken voor de uitvoering van deze taak zijn al verwerkt in de SOLL en herijking van de financieringen leiden niet tot nieuwe afspraken. 7/ 16 Toelichting Artikel 19 tot en met 21 Taken en bevoegdheden De vereiste instemming zoals verwoord in de artikelen 19 tot en met 21 richt zich zowel op uitbreiding als op vermindering van taken. Dit kan leiden tot interpretatieverschillen en de vraag of het Algemeen Bestuur dan een gewenste vermindering van taken door een deelnemer kan weigeren, terwijl deze bevoegdheid bij de deelnemer ligt.
Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in de toelichting bij deze artikelen de volgende tekst toe te voegen: Een deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond kan besluiten om de dienstverlening te willen aanpassen door minder of meer taken door Omgevingsdienst IJmond te laten uitvoeren. Dit kan financiºle gevolgen hebben voor de overige deelnemers. In de Gemeenschappelijke Regeling en de daarop gebaseerde dienstverleningsovereenkomsten wordt geregeld hoe deze financiºle gevolgen verrekend kunnen of moeten worden. Bij het Algemeen Bestuur ligt de verantwoordelijkheid om hierbij de collectieve (financiºle) belangen van de deelnemers in het samenwerkingsverband te behartigen en te zorgen dat de omgevingsdienst zijn taken goed kan blijven uitvoeren. Daar is de vereiste instemming van het Algemeen bestuur voor bedoeld. De vereiste instemming kan nooit de autonome bevoegdheden van de deelnemers opzijzetten en een besluit tot vermindering van taken van de deelnemers tegenhouden. De verplichte taken betreffen de basis van de samenwerking binnen de regeling. Voor aanpassing van het niveau van uitvoering van de verplichte taken is instemming van het algemeen bestuur nodig omdat een gezamenlijk niveau van uitvoering is afgesproken (level playingfield is een verplichting vanuit de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht).
Het beºindigen van verplichte taken door een individuele deelnemer betekent uittreding uit de gemeenschappelijke regeling. Bij facultatieve taken heeft iedere deelnemer keuze in het uitbreiden of afbouwen van taken volgens de bepalingen in de GR en de DVO. Reactie: Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. 8/ 16 Overzicht volledige zienswijzen per deelnemer Deze nota bevat alleen de reactie op de zienswijzen over de voorgestelde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond. In het overzicht hieronder staan de volledige zienswijzen zoals is ontvangen van de deelnemende gemeenten en provincie en daarin vindt u ook de zienswijzen op de Kadernota 2027. Een reactie op de zienswijzen over de Kadernota 2027 volgt bij de begroting 2027. Beverwijk Zienswijze gemeenteraad Het college heeft de concept 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond aan de raad voorgelegd voor een zienswijze. De wijziging is op 5 maart 2026 door de gemeenteraad behandeld. De gemeenteraad heeft in de vergadering besloten: 1. Geen zienswijze naar voren te brengen op de 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling.
Bloemendaal Zienswijze De raad van gemeente Bloemendaal besluit: 1. Kennis te nemen van het stuk "Besluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (9e wijziging)’’ met bijbehorende bijlagen. 2. Een zienswijze in te dienen bij de voorgenomen 9e wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. 3. In deze zienswijze aan te geven dat de Gemeente Bloemendaal positief is over de voorgestelde technische aanpassingen aan de gemeenschappelijke regeling ODIJ en tevens aan te geven dat ter stond invulling gegeven dient te worden aan art. 24 en 24a Wgr door raads- en Statenrapporteurs aan te stellen en regionale adviescommissies te vormen met daarin per gemeente/provincie een raads/Statenlid om in de voorbereiding van besluitvorming het AB van de GR ODIJ en de raden/Staten te adviseren. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Zie hierboven bij artikelsgewijs overzicht zienswijzen met reactie. Edam-Volendam Zienswijze gemeenteraad ln de vergadering van 19 februari 2026 heeft de gemeenteraad van de gemeente Edam- Volendam kennisgenomen van het ontwerp 9" wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond en besloten geen zienswijze ofwel een positieve zienswijze in te dienen. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t.
Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. 9/ 16 Haarlem Zienswijze gemeenteraad De raad van gemeente Haarlem besluit ten aanzien van de 9e Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (GR ODIJ) de volgende zienswijze ter kennis van het Dagelijks Bestuur van de GR ODIJ te brengen: 1. Bij artikel 30 op te nemen dat het maximum voor de algemene reserve € 260.000,- is. 2. De stemverhoudingen niet te bepalen op basis van de facultatieve taken, maar alleen op de verplichte taken en artikel 9, tweede lid als volgt te wijzigen: De gewogen stemverhouding per deelnemer wordt bepaald op basis van de jaarlijkse financiºle bijdrage van de deelnemer aan de dienst. Dat zijn zowel de verplichte taken als de facultatieve taken van de deelnemer, als percentage van de totale begroting. Projecten worden hierin niet meegerekend; wordt: De gewogen stemverhouding voor besluiten over wettelijke taken per deelnemer wordt bepaald op basis van de jaarlijkse financiºle bijdrage van de deelnemer aan de dienst. Dat zijn de verplichte taken van de deelnemer, als percentage van de totale begroting van alleen de verplichte taken. Projecten worden hierin niet meegerekend. 3.
De garantstelling voor het betalen van rente en aflossing van de betrokken deelnemers te baseren o de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar voor de wettelijke taken (dus niet de facultatieve taken) en artikel 31, derde lid als volgt te wijzigen: De betrokken deelnemers staan garant voor het betalen van rente en aflossing van de geldlening en in rekening-courant op te nemen gelden voor zover door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. De betrokken deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar; wordt: De betrokken deelnemers staan garant voor het betalen van rente en aflossing van de geldlening en in rekening-courant op te nemen gelden voor zover door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. De betrokken deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van de omzet van die deelnemer in het voorgaande jaar voor de wettelijke taken. Zienswijze is gericht op artikelen: 9, 30 en 31. Zie artikelsgewijs overzicht hierboven. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Zie hierboven bij artikelsgewijs overzicht zienswijzen met reactie.
Heemskerk Zienswijze gemeenteraad Op 17 december 2025 ontvingen wij het wijzigingsvoorstel voor de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond), met het verzoek hierop binnen acht weken een zienswijze te geven. De gemeenteraad heeft het voorstel op 5 maart 2026 behandeld en hiervan kennisgenomen. Gemeente Heemskerk hecht belang aan een gezonde leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers. ODIJmond vervult daarin een belangrijke uitvoerende rol, waarvoor een goed en structureel functionerende Omgevingsdienst noodzakelijk is. De voorgestelde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling en de herijking van de financieringsstructuur zien wij als een noodzakelijke stap om de continuïteit en uitvoeringskracht van ODIJmond te waarborgen. Met het vastleggen van de aangepaste financieringsstructuur en het actualiseren van de verdeelsleutel wordt de in de afgelopen jaren ontstane scheefgroei tussen deelnemers gecorrigeerd. Daarnaast zorgt de aangepaste governancestructuur voor meer 10/ 16 duidelijkheid in de rollen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en wordt invulling gegeven aan aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek. Wij vragen daarbij aandacht voor een adequate monitoring van de urenbesteding, zodat tijdig kan worden bijgestuurd op taken en ingezette uren. Met voornoemde maatregelen wordt de basis op orde gebracht.
Voor gemeente Heemskerk is het van belang dat deze basis ook in de toekomst op orde blijft. Wij zien dit met vertrouwen tegemoet. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Heemstede Zienswijze gemeenteraad De gemeenteraad van Heemstede heeft kennis genomen van het besluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (9e wijziging). De raad dient een positieve zienswijze in en kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen, zoals opgenomen in het wijzigingsbesluit. Met de voorgestelde wijzigingen brengt de Gemeenschappelijke regeling de basis op orde en ontstaat een heldere samenwerking tussen ODIJmond en haar deelnemers. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Landsmeer Zienswijze gemeenteraad (inclusief aangenomen amendement) De raad van gemeente Landsmeer stelt vast dat zowel de voorgestelde wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling als de Kadernota 2027 bijdragen aan een evenwichtiger en stevigere basis voor onze regionale samenwerking. De verduidelijking van taken en verantwoordelijkheden en de rechtvaardiger balans tussen opdracht en middelen vormen daarbij een goed uitgangspunt.
In de vergadering van 5 maart heeft de gemeenteraad conform het voorstel kennisgenomen van zowel het Ontwerp 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling als de Kadernota 2027 van de Omgevingsdienst IJmond. Naar aanleiding hiervan heeft de raad het volgende besloten: 1. Ten aanzien van de 9e wijziging Gemeenschappelijke Regeling: De raad heeft besloten een zienswijze in te dienen: Met de voorgestelde wijzigingen brengen we als Gemeenschappelijke Regeling de basis op orde, wat ervoor zorgt dat we als deelnemers toekomstbestendig kunnen samenwerken. 2. Ten aanzien van de Kadernota 2027: Wij stellen het op prijs dat wij in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven op de Kadernota 2027 van de Omgevingsdienst IJmond (OD). Deze zienswijze van de gemeente Landsmeer is het resultaat van de beraadslagingen in de gemeenteraad van Landsmeer. Wij hebben ervoor gekozen deze zienswijze op te stellen, omdat vanaf komend jaar aanzienlijk meer financiºle middelen van de gemeente Landsmeer worden gevraagd. Op 25 september 2025 heeft een afvaardiging van uw bestuur onze gemeenteraad toegesproken. Tijdens deze bijeenkomst heeft u aangegeven meer aandacht te willen besteden aan klanttevredenheid en de monitoring daarvan.
Dit achten wij van groot belang, mede omdat inwoners die in de afgelopen periode gebruik hebben gemaakt van uw dienstverlening hierover diverse opmerkingen hebben gemaakt. Wij zijn dan ook verheugd te constateren dat de OD wordt versterkt en dat wordt ingezet op het “op orde brengen van de basis”. De gemeenteraad van Landsmeer begrijpt dat hiervoor extra middelen noodzakelijk zijn. 11/ 16 De gemeenteraad mist echter een nadere uitwerking op ØØn belangrijk punt: op welke wijze gaat de OD toezien op de verbetering van de klantervaring? En hoe wordt gemonitord dat de kwaliteit van de dienstverlening daadwerkelijk verbetert? Wij verzoeken daarom om bij de uitwerking van de dienstverleningsniveaus in 2026 expliciet aandacht wordt besteed aan de monitoring van de kwaliteit van de dienstverlening en de ervaringen van inwoners en bedrijven. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Een reactie volgt bij de begroting 2027 en de ontvangen zienswijzen op de kadernota 2027.bb Oostzaan Zienswijze gemeenteraad In de vergadering van 5 maart 2026 heeft de gemeenteraad de 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling ODIJ, de Kadernota 2027 ODIJ en het Uitvoeringsprogramma 2026 ODIJ besproken.
De raad constateert dat de ODIJ de afgelopen twee jaar zorgvuldig heeft toegewerkt naar deze stukken en de raad hierbij actief heeft betrokken, onder meer via de begrotingswijziging ODIJ 2025, het webinar Toekomstbestendig ODIJmond en diverse raadsinformatiebijeenkomsten, waaronder die van 16 september 2025. Daarnaast heeft de raad kennisgenomen van de gerealiseerde besparing ten aanzien van de financiºle bijdrage aan de ODIJ. In dit kader wordt in deze reactie nogmaals verwezen naar de brief van 23 juli 2024 van de Waterlandgemeenten aan de ODIJ, met als onderwerp ‘Gemeenschappelijke Regeling in relatie tot de gemeentelijke financiën’. In deze brief is aandacht gevraagd voor de aanzienlijke financiºle uitdagingen waarvoor gemeenten de komende jaren staan en is de ODIJ verzocht een bezuinigingsslag door te voeren. De raad heeft begrip voor het feit dat het herstellen van de balans tussen benodigde capaciteit en de huidige en toekomstige opgaven, het inlopen van achterstanden, het actualiseren van het bedrijvenbestand en het herijken van de gemeenschappelijke regeling en de financieringsstructuur ertoe hebben geleid dat de gevraagde bezuinigingsopgave anders is ingevuld, namelijk door een besparing op stimuleringsprojecten.
Tegelijkertijd hecht de gemeenteraad er blijvend waarde aan dat de ODIJ zich blijft richten op zo efficiºnt mogelijk werken en verwacht dat de ODIJ zich ook in de toekomst blijft inzetten voor verdere mogelijke besparingen, conform de eerder door de Waterlandgemeenten verzonden brief. Zodoende heeft de gemeenteraad conform voorstel besloten: 1. Als zienswijze ten aanzien van de 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) aan de ODIJ kenbaar te maken dat de raad kan instemmen met deze wijziging. 2. Als wensen en bedenkingen ten aanzien van de Kadernota ODIJ 2027 aan de ODIJ kenbaar te maken dat de raad kennis heeft genomen van de Kadernota en verwacht dat de ODIJ – conform de brief van 23 juli 2024 van de Waterlandgemeenten aan de ODIJ – blijft inzetten op mogelijke bezuinigingen, gelet op de aanzienlijke financiºle uitdagingen waarvoor gemeenten de komende jaren staan. 3. Kennis te nemen van het Uitvoeringsprogramma ODIJ 2026. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. 12/ 16 Provincie Noord-Holland Zienswijze provinciale staten Provinciale Staten besluit op 30-3-2026 geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond.
(hamerstuk) Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Purmerend Zienswijze gemeenteraad ln de vergadering van 9 februari 2026 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van de 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond. Vía deze brief maken wij kenbaar dat de raad van gemeente Purmerend kan instemmen met de voorgestelde 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond. Wel had de gemeente Purmerend in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 december 2025 een opmerking gemaakt over artikel 30, eerste lid van het wijzigingsvoorstel. Hier moet naar onze mening aan toegevoegd worden dat financiºle verrekening naar rato per deelnemer plaatsvindt. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 december 2025 heeft de directeur van Omgevingsdienst IJmond de toezegging gedaan dat de verrekening wordt toegevoegd aan de financiºle verordening die wordt geactualiseerd in 2026. Wij vertrouwen erop dat deze wijziging wordt verwerkt bij de eerstvolgende wijziging van de financiºle verordening.
Zienswijze is gericht op artikel: 30 Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, omdat de financiºle verrekening naar rato per deelnemer in de financiºle verordening zal worden opgenomen bij de eerstvolgende wijziging. Uitgeest Zienswijze gemeenteraad De raad van gemeente Uitgeest besluit de volgende zienswijze af te geven ten aanzien van de 9de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond: a. De raad geeft een positieve zienswijze af ten aanzien van de 9de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. b. De raad is van mening dat met het programma ‘Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJmond’ een belangrijke stap is gezet om de organisatie bestuurlijk en financieel in control te brengen en te laten voldoen aan de landelijke robuustheidseisen Øn herkent de noodzaak om de basis van de samenwerking te versterken en duidelijkheid te creºren over rollen, verantwoordelijkheden, stemverhoudingen en financiºle spelregels. c. De raad is van mening dat de 9de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond bijdraagt aan een duidelijker en meer evenwichtig samenwerkingskader.
Door stemverhoudingen, mandatering, continuïteit, flexibiliteit, uittreding en desintegratie explicieter te regelen en de herijkte financieringsstructuur in de regeling te verankeren, ontstaat meer stabiliteit en transparantie binnen het samenwerkingscollectief. d. De raad acht het van belang dat bij de verdere uitwerking blijvende aandacht wordt besteed aan uitvoerbaarheid, transparantie in kostenontwikkeling en een evenredige verdeling van risico’s tussen de deelnemers, waarbij de raad nadrukkelijk vraagt om zorgvuldig te blijven 13/ 16 kijken naar de positie en ontwikkelrichting van individuele deelnemers, zodat maatwerk mogelijk blijft binnen collectieve afspraken waar dit nodig en gerechtvaardigd is. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Zie hierboven bij artikelsgewijs overzicht zienswijzen met reactie. Velsen Zienswijze gemeenteraad Op 17 december 2025 ontvingen wij van u het Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) met het verzoek een zienswijze over het wijzigingsvoorstel binnen acht weken kenbaar te maken aan u. Daarnaast ontvingen wij van u de Kadernota 2027 met het verzoek wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van ODIJmond. Het voorstel is op 5 maart 2026 door de gemeenteraad behandeld.
De gemeenteraad nam kennis van het Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling ODIJmond en de Kadernota 2027. Een toekomstbestendige ODIJmond met de basis op orde In 2024 startte het bestuur van ODIJmond een proces om toe te werken naar een toekomstbestendige Omgevingsdienst. Onderdeel daarvan is het op orde brengen van de basis door het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling en het herijken van de financieringsstructuur. Daarnaast werkte ODIJmond in de 2024 en 2025 aan het inlopen op achterstanden in de uitvoering van wettelijke en bovenwettelijke VTH-milieu taken en het actualiseren van haar bedrijvenbestand. Wij constateren dat dit proces gedegen is doorlopen. Positieve zienswijze Gemeente Velsen is verantwoordelijk voor een gezonde leefomgeving voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. ODIJmond speelt een belangrijke rol bij het verbeteren daarvan en het voorkomen van excessen. Vandaar dat het van cruciaal belang is dat de Omgevingsdienst naar behoren functioneert. Wij zijn positief gestemd over de wijziging van de gemeenschappelijke regeling en het herijken van de financieringsstructuur. De scheefgroei die in de afgelopen jaren is ontstaan tussen deelnemers wordt rechtgetrokken met het verankeren van de nieuwe financieringsstructuur en het actualiseren van de verdeelsleutel in de gemeenschappelijke regeling.
Dit zien wij ook terugkomen in de uitwerking van de nieuwe financieringsstructuur in de Kadernota 2027. Hierin daalt de structurele bijdrage inclusief lopende projecten en plustaken voor gemeente Velsen. Dit is een gunstig financieel effect voor gemeente Velsen. Over de bijdrage aan nieuwe projecten of plustaken neemt de raad een apart besluit. Zo zullen wij de raad bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2026 een voorstel doen voor de Velsense financiºle bijdrage aan het Programma Gezonde Leefomgeving voor de periode 2026-2030. Daarnaast is er via het inrichten van een robuuste governance structuur meer rolscherpte aangebracht tussen opdrachtgever- opdrachtnemer. Dit is een uitwerking van de aanbeveling opgenomen in het Rekenkameronderzoek naar de robuustheid en toekomstbestendigheid van ODIJmond. Met deze wijziging wordt de basis op orde gebracht. Voor gemeente Velsen is het van belang dat deze basis in de toekomst op orde blijft. Wij zien dit met vertrouwen tegemoet. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t. Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. 14/ 16 Waterland Zienswijze gemeenteraad Geen zienswijze in de raadsvergadering op 5 maart 2026. De gemeenteraad heeft de bespreking verdaagd naar 28 mei 2026. Zienswijze is gericht op artikel: n.v.t.
Reactie en verwerking zienswijze De raadsvergadering van 28 mei 2026 valt buiten de wettelijke zienswijzetermijn van acht weken. Het gevolg hiervan is dat de gemeenteraad geen zienswijze heeft ingediend. Wormerland Zienswijze gemeenteraad In de vergadering van 10 maart 2026 heeft de gemeenteraad de 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling ODIJ, de Kadernota 2027 ODIJ en het Uitvoeringsprogramma 2026 ODIJ besproken. De raad constateert dat de ODIJ de afgelopen twee jaar zorgvuldig heeft toegewerkt naar deze stukken en de raad hierbij actief heeft betrokken, onder meer via de begrotingswijziging ODIJ 2025, het webinar Toekomstbestendig ODIJmond en diverse raadsinformatiebijeenkomsten, waaronder die van 16 september 2025. De gemeenteraad spreekt zijn waardering uit voor de wijze waarop dit ontwikkeltraject is vormgegeven. Daarnaast heeft de raad kennisgenomen van de gerealiseerde besparing ten aanzien van de financiºle bijdrage aan de ODIJ. In dit kader wordt in deze reactie nogmaals verwezen naar de brief van 23 juli 2024 van de Waterlandgemeenten aan de ODIJ, met als onderwerp ‘Gemeenschappelijke Regeling in relatie tot de gemeentelijke financiën’. In deze brief is aandacht gevraagd voor de aanzienlijke financiºle uitdagingen waarvoor gemeenten de komende jaren staan en is de ODIJ verzocht een bezuinigingsslag door te voeren.
De raad heeft begrip voor het feit dat het herstellen van de balans tussen benodigde capaciteit en de huidige en toekomstige opgaven, het inlopen van achterstanden, het actualiseren van het bedrijvenbestand en het herijken van de gemeenschappelijke regeling en de financieringsstructuur ertoe hebben geleid dat de gevraagde bezuinigingsopgave anders is ingevuld, namelijk door een besparing op stimuleringsprojecten. Tegelijkertijd hecht de gemeenteraad er blijvend waarde aan dat de ODIJ zich blijft richten op zo efficiºnt mogelijk werken en verwacht dat de ODIJ zich ook in de toekomst blijft inzetten voor verdere mogelijke besparingen, conform de eerder door de Waterlandgemeenten verzonden brief. Zodoende heeft de gemeenteraad conform voorstel besloten: 1. Als zienswijze ten aanzien van de 9e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) aan de ODIJ kenbaar te maken dat de raad kan instemmen met deze wijziging. 2. Als wensen en bedenkingen ten aanzien van de Kadernota ODIJ 2027 aan de ODIJ kenbaar te maken dat de raad kennis heeft genomen van de Kadernota en verwacht dat de ODIJ blijft inzetten op mogelijke bezuinigingen, conform de eerder door de Waterlandgemeenten verzonden brief van 23 juli 2024. 3. Kennis te nemen van het Uitvoeringsprogramma ODIJ 2026.
Zienswijze is gericht op artikel: Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. 15/ 16 Zandvoort Zienswijze gemeenteraad De raad van gemeente Zandvoort besluit: 1. Als zienswijze naar voren te brengen dat de raad nog wensen en bedenkingen heeft bij het ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond, namelijk: a. Dat de gemeente Zandvoort bij Hoofdstuk 3 Taken en bevoegdheden, in het bijzonder bij artikel 22, opmerkt dat zolang de lopende Dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de Wabo- taken niet is opgezegd, de inhoud van de huidige DVO leidend blijft. Dit betekent dat afspraken en verplichtingen zoals vastgelegd in de bestaande overeenkomst van kracht zijn totdat een formele beºindiging of wijziging plaatsvindt. b. Dat gemeente Zandvoort bij artikel 30 opmerkt dat behouden van een maximum voor de algemene reserve van €260.000,- wenselijk is. c. Dat in Hoofdstuk 5 Financiºle bepalingen moet worden opgenomen dat een overschrijding van het vooraf afgesproken aantal uitvoeringsuren alleen kan plaatsvinden na een akkoord van de betreffende opdrachtgevende partij op een vooraf reeds geprognosticeerde overschrijding.
Zienswijze is gericht op artikel: H3 (artikelen 19-23), H5 (artikelen 26-32) en 30 Reactie en verwerking zienswijze Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Zie hierboven bij artikelsgewijs overzicht zienswijzen met reactie. Overzicht ambtshalve voorgestelde aanpassingen Ambtshalve voorgestelde aanpassingen Artikel 21, tweede lid (Facultatieve taken) Het Algemeen Bestuur besloot op 1 juli 2026 (nummer AB 2026-023) tot een tekstuele aanpassing van artikel 21 tweede lid na signalen van de raad van gemeente Waterland en discussie over de interpretatie van de bevoegdheid van het Algemeen Bestuur. De tekstuele aanpassing van artikel 21 houdt geen inhoudelijke wijziging van bevoegdheden in, maar brengt tekst van het artikel in overeenstemming met de bedoeling van de deelnemers en de toelichting op het artikel. Verwerking De tekst van artikel 21 tweede lid in het oorspronkelijke wijzigingsvoorstel luidde: 2. Een deelnemer kan het algemeen bestuur schriftelijk verzoeken om aanpassing van de dienstverlening. Bij het verminderen van de dienstverlening worden de frictiekosten gedragen door de deelnemer die de dienstverlening wil verminderen. In de dienstverleningsovereenkomst worden hier afspraken over vastgelegd.
Voor aanpassing van deze dienstverlening is instemming van het algemeen bestuur nodig als het financiºle effect meer dan 3% van de facultatieve taken van de betreffende deelnemer is. en is na het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 juli 2026 gewijzigd in: 2. Indien een deelnemer besluit tot aanpassing van de dienstverlening, worden de frictiekosten gedragen door de betreffende deelnemer. In de dienstverleningsovereenkomst worden hier afspraken over vastgelegd. Over de gevolgen van de aanpassing van deze dienstverlening besluit het algemeen bestuur als het financiºle effect meer dan 3% van de facultatieve taken van de betreffende deelnemer is. 16/ 16 Artikel 33, tweede lid (Archiefbescheiden) De inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet is uitgesteld naar 1 januari 2027. Daarom zijn in artikel 33, eerste lid, de woorden "Archiefwet 1995" vervangen door "geldende Archiefwet". Dit is ook opgenomen in de toelichting bij dit artikel. In het tweede lid staat nog “Archiefwet 1995”. Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in artikel 33, tweede lid, de woorden "Archiefwet 1995" te vervangen door "geldende Archiefwet". Dit voorkomt opnieuw een wijzigingsprocedure van de gemeenschappelijke regeling kort na vaststelling van de 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Reactie en verwerking Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling zoals is voorgesteld.
Bijlage 1 (Dienstverlening ODIJmond) Onder het kopje Toezicht staat Label C vermeld als plustaak (+). Dit gaat over een specifiek onderdeel van energietoezicht: de energielabel C-verplichting voor kantoorgebouwen. Het Omgevingsbesluit bepaalt dat deze taak onder het landelijk basistakenpakket van de omgevingsdienst valt. Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in bijlage 1 van de gemeenschappelijke regeling achter Label C ‘+’ te wijzigen in ‘B’. Reactie en verwerking Reactie: Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Deze aanpassing heeft geen financiºle gevolgen. De inzet van uren en afspraken voor de uitvoering van deze taak zijn al verwerkt in de SOLL en herijking van de financieringen leiden niet tot nieuwe afspraken. Toelichting Artikel 19 tot en met 21 Taken en bevoegdheden De vereiste instemming zoals verwoord in de artikelen 19 tot en met 21 richt zich zowel op uitbreiding als op vermindering van taken. Dit kan leiden tot interpretatieverschillen en de vraag of het Algemeen Bestuur dan een gewenste vermindering van taken door een deelnemer kan weigeren, terwijl deze bevoegdheid bij de deelnemer ligt.
Daarom wordt ambtshalve voorgesteld om in de toelichting bij deze artikelen de volgende tekst toe te voegen: Een deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond kan besluiten om de dienstverlening te willen aanpassen door minder of meer taken door Omgevingsdienst IJmond te laten uitvoeren. Dit kan financiºle gevolgen hebben voor de overige deelnemers. In de Gemeenschappelijke Regeling en de daarop gebaseerde dienstverleningsovereenkomsten wordt geregeld hoe deze financiºle gevolgen verrekend kunnen of moeten worden. Bij het Algemeen Bestuur ligt de verantwoordelijkheid om hierbij de collectieve (financiºle) belangen van de deelnemers in het samenwerkingsverband te behartigen en te zorgen dat de omgevingsdienst zijn taken goed kan blijven uitvoeren. Daar is de vereiste instemming van het Algemeen bestuur voor bedoeld. De vereiste instemming kan nooit de autonome bevoegdheden van de deelnemers opzijzetten en een besluit tot vermindering van taken van de deelnemers tegenhouden. De verplichte taken betreffen de basis van de samenwerking binnen de regeling. Voor aanpassing van het niveau van uitvoering van de verplichte taken is instemming van het algemeen bestuur nodig omdat een gezamenlijk niveau van uitvoering is afgesproken (level playingfield is een verplichting vanuit de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht).
Het beºindigen van verplichte taken door een individuele deelnemer betekent uittreding uit de gemeenschappelijke regeling. Bij facultatieve taken heeft iedere deelnemer keuze in het uitbreiden of afbouwen van taken volgens de bepalingen in de GR en de DVO. Reactie en verwerking Dit leidt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling zoals is voorgesteld.