01 Raadsvoorstel Regionale financiering excessieve casuïstiek jeugdhulp 2026000273.pdf
Tekst van het document
Bloemendaal Aan de gemeenteraad VVD
D66
HvB
GRL
PvdA
CDA
LB
ZB
Totaal
Voor Tegen Aangenomen / Verworpen Raadsvergadering d.d. Commissie Portefeuillehouder Zaaknummer Productiedatum
Samenleving mevrouw T. van Heerikhuize (wethouder) 1370969 18 april 2026
Onderwerp Dit voorstel gaat over de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek in de jeugdregio Zuid-Kennemerland IJmond. De werkwijze is erop gericht het financiële risico van toekomstige instroom van excessieve casuïstiek gezamenlijk op te vangen en te zorgen dat er ruimte blijft voor niet-excessieve/reguliere casuïstiek om opgepakt te worden. Voorgesteld besluit: De raad van de gemeente Bloemendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2026
besluit:
voor de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek: a) eenmalig een bedrag van 6 68.493 beschikbaar te stellen en dit te verwerken in de begroting 2026; b) en hiervoor vanaf 2027 structureel een bedrag van C 136.986 op te nemen in de begroting.
De raad voornoemd, d.d.
de griffier,
de voorzitter,
2-
-
Voorgesteld besluit De raad besluit: voor de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek: a) eenmalig een bedrag van ë 68.493 beschikbaar te stellen en dit te verwerken in de begroting 2026; b) en hiervoor vanaf 2027 structureel een bedrag van ë 136.986 op te nemen in de begroting. Aanleiding en beoogd effect Aanleiding De gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond werken sinds 2015 samen op het gebied van jeugdzorg1. Deze samenwerking is de afgelopen járen doorontwikkeld en sinds 1 januari 2026 werken de twee regio’s hierin onder de noemer van jeugdregio Zuid-Kennemerland IJmond (hierna: ZKIJ). De inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg per 1 januari 2026 verplicht verdere versterking en formalisering van de samenwerking. Gemeenten moeten hier gezamenlijk invulling aan geven. De gemeenten werken als strategische partners samen met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Vanuit deze samenwerking worden zaken als zorggebruik (soort zorg en zorgzwaarte- en duur) gemonitord en besproken. Hieruit is gebleken dat bepaalde casuïstiek een disproportioneel deel van het lumpsumbudget van de consortia2 in beslag neemt. Het gaat hier om zogenoemde ‘excessieve casuïstiek’.
Excessieve casuïstiek betreft jeugdhulptrajecten die gepaard gaan met uitzonderlijk hoge kosten vanwege de inzet van combinaties van zeer intensieve (hoog)specialistische zorg. Het is voornamelijk zorg die acuut ingezet dient te worden en veelal een verblijfscomponent kent. Consortia hebben hier vanaf het begin van de contractering een deel van hun lumpsumbudget voor gereserveerd. De gemeenten in ZKIJ hebben medio 2024 besloten om dit risico van de consortia over te nemen, zodat het lumpsumbudget ingezet kon worden voor de grote groep jeugdigen die de zorg nodig hadden. Momenteel worden de excessieve casussen daarom apart gefinancierd door de individuele gemeenten waar deze jeugdigen wonen. Hierdoor kunnen gemeenten - gezien de onvoorspelbaarheid van de casuïstiek en de noodzaak voor snelheid en maatwerk - geconfronteerd worden met grote financiële lasten. Hoewel Bloemendaal op dit moment geen lopende excessieve casuïstiek kent of recent heeft gehad die los door de gemeente gefinancierd worden, zijn deze trajecten onvoorspelbaar en kunnen zij zich ook in kleinere gemeenten voordoen. Juist om deze schommelingen op te vangen is regionale risicodeling gewenst. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten regionaal samen te werken om de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp duurzaam te borgen en financiële risico’s beter beheersbaar te maken.
In dat licht constateren de gemeenten in de jeugdregio ZKIJ dat de huidige wijze van bekostiging van excessieve casuïstiek kan leiden tot onevenredige belasting van individuele gemeenten en onvoldoende bijdraagt aan financiële voorspelbaarheid in de regio. Vanuit deze wettelijke context hebben de gemeenten in de jeugdregio ZKIJ toegewerkt naar het instellen van een regionale financiering voor excessieve casuïstiek. Dit wordt gezien als een logische vervolgstap in het versterken van regionale samenwerking en risicodeling, met als doel de continuïteit van zorg voor de meest kwetsbare jeugdigen te borgen. Hiermee organiseren we voor lange termijn 1 Koepelterm voor specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering 2 Samenwerkingsverbanden van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders die worden gefinancierd via een lumpsummethode
-3meer regie op de kosten en drukkend effect op de begroting. Over deze ontwikkeling is uw raad geïnformeerd per brief dd. 20 januari 2026 (corsa: 2026000196). Beoogd effect Met de regionale financiering van excessieve casuïstiek wordt voldaan aan de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Daarnaast draagt deze werkwijze bij aan het beheersbaar maken van financiële risico’s en het organiseren van solidariteit tussen gemeenten. Ook vergroot het de mogelijkheid om meer grip te krijgen op zeer kostbare zorgtrajecten en het actief sturen op afschaling en doorstroom - en daarmee op kostenbeheersing waar dat inhoudelijk verantwoord is. Met de regionale werkwijze wordt bovenal ruimte gecreëerd bij de consortia voor het oppakken van de nietexcessieve/reguliere jeugdhulp. Hiermee zorgen we ervoor dat de budgettaire ruimte van de consortia niet enkel wordt ingevuld door een klein aantal jeugdigen met een zeer zware zorgbehoefte (en daarmee uitzonderlijk hoge kosten), maar beschikbaar blijft voor een grotere groep die de hulp hard nodig heeft. Politieke keuzeruimte De benodigde middelen zijn momenteel niet begroot. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om de financiële kaders te wijzigen.
Gedachtegang De werkwijze zorgt voor solidaire en regionale risicodeling in de financiering van excessieve casuïstiek Het werken met een regionaal budget voor de financiering van excessieve casuïstiek is een vervolgstap in het versterken van regionale samenwerking en risicodeling, met als doel de continuïteit van zorg voor de meest kwetsbare jeugdigen te borgen. Het voorkomt daarnaast dat de zorg voor velen in het gedrang komt door de noodzakelijke (maar zeer dure) zorg voor enkelen. Ook organiseren we voor de lange termijn meer regie op de kosten. Met de voorgestelde werkwijze wordt een regionaal budget in het leven geroepen, met een omvang van C 5.000.000 per jaar en een ingroeipad van twee jaar. De regio werkt toe naar invoering van de werkwijze vanaf 1 juli 2026, met terugwerkende kracht voor de nieuwe instroom vanaf 1 januari 2026. Daarmee kan structureel voorkomende, maar moeilijk voorspelbare excessieve casuïstiek regionaal opgevangen worden. Tegelijkertijd is het streven om, waar mogelijk, het beroep op deze voorziening te beperken en het benodigde budget in de toekomst af te bouwen, bijvoorbeeld door betere sturing, vroegsignalering en beheersing van kosten. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing: -
-
De regio ZKIJ streeft ernaar om zo spoedig mogelijk een beoordelingscommissie op te zetten voor de beoordeling van excessieve casuïstiek. De beoordelingscommissie richt het proces in voor en voert regie op aanmelding en toetsing van nieuwe casussen en bespreekt dit met de consortia. De beoogde beoordelingscommissie bestaat uit een beleidsadviseur jeugdzorg, een controller/financieel adviseur excessieve casuïstiek, een contractmanager jeugdzorg en vertegenwoordigers van consortia met kennis van zowel proces als ínhoud. De samenwerkende gemeenten verwerken het benodigde budget voor 2026 eenmalig in hun begroting. De samenwerkende gemeenten verwerken het benodigde budget voor 2027 structureel in hun begroting. Individuele gemeenten blijven excessieve casussen die vóór 1 januari 2026 zijn gestart, vergoeden tot uitstroom. De casussen die onder regie van de beoordelingscommissie instromen tussen 1 januari tot en met 30 juni 2026, worden nog betaald door de individuele gemeenten. De beoordelingscommissie
-4monitort deze uitgaven. De betalingen worden beschouwd als voorschot op de regionale financiering in afwachting tot de formele ingangsdatum per 1 juli 2026. De financiering van de nieuwe werkwijze wordt separaat georganiseerd van de reguliere lumpsumfinanciering van de consortia. Het gezamenlijke budget wordt over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van het profijtbeginsel, gekeken naar gewogen zorgzwaarte. Daarmee wordt aangesloten bij de bestaande verdeelsystematiek van de lumpsumfinanciering. Zo worden administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt. Met deze gewogen verdeelsleutel wordt gekeken naar de gerealiseerde inzet van verblijfs- en pleegzorg in het voorafgaande kalenderjaar. Deze vormen van specialistische jeugdhulp vertegenwoordigen de zwaarste en meest kostbare categorieën van zorg en vormen daarmee een passende indicator voor de mate waarin gemeenten worden geconfronteerd met excessieve casuïstiek. Door de bijdrage te baseren op het gebruik van deze zware zorgvormen, ontstaat een evenwichtige verdeling van de kosten. Gemeenten die in voorgaande járen meer jeugdigen in verblijf hebben gehad, leveren een grotere bijdrage aan het gezamenlijke budget. Hiermee wordt recht gedaan aan verschillen tussen gemeenten, zoals de beperkte instroom van excessieve casuïstiek in Bloemendaal Voor de bepaling van de verdeelsleutel geldt een peildatum van 31 december.
De data wordt vervolgens herijkt op 1 februari van het daaropvolgende jaar, zodat de verdeling aansluit bij de meest recente gerealiseerde zorginzet. Kanttekeningen en risico’s A. Het 'risico’ bestaat dat er in een jaar geen Bloemendaalse excessieve casuïstiek voorkomt Het kan voorkomen dat het budget enkel ingezet wordt voor jeugdigen uit andere gemeenten. Dit is echter het idee achter de werkwijze; alle gemeenten dragen bij en kunnen gebruik maken van het budget als een casus excessief wordt. Dat we op dit moment geen excessieve casus hebben in Bloemendaal, wil niet zeggen dat die er nooit zal komen. Dit is een vorm van risicodeling idee waarmee we instemmen, waarbij tegelijkertijd het solidariteitsbeginsel wordt gehandhaafd. B. Het is niet vooraf te voorspellen hoeveel excessieve casussen er zullen zijn in een jaar Een ander risico is dat het totaal beschikbare budget sneller uitgenut wordt dan verwacht, omdat het aantal excessieve casussen hoger is t dan verwacht. De totstandkoming van het budget op basis van historische data (gerealiseerde trajecten) is dan niet meer passend om de huidige ontwikkeling op te kunnen vangen. Het gaat echter om uitzonderlijke zorgsituaties waarbij een grote stijging niet in de lijn der verwachtingen ligt. Daarnaast kunnen er ook minder excessieve casussen ontstaan, waardoor er budget overblijft. C.
De werkwijze gaat enkel in als alle zeven regiogemeenten instemmen Indien één van de regiogemeenten niet instemt met de regionale financiering, kan deze in de voorgestelde vorm niet worden ingevoerd. Dit betekent dat ook de beoogde inrichting van een regionale beoordelingscommissie en de daarmee samenhangende regie en sturing op excessieve casuïstiek niet tot stand komt. In dat geval blijven gemeenten individueel verantwoordelijk voor zowel de financiering als de afwegingen rondom deze casuïstiek. Daarnaast ontbreekt in dat scenario de gebundelde expertise en uitvoeringskracht die nodig is om deze complexe casuïstiek goed te beoordelen en te sturen. Gemeenten zullen in dat geval opnieuw met elkaar in overleg moeten treden over een passende uitvoering. Tot dat moment blijft de huidige situatie van individuele bekostiging van kracht.
-5-
Alternatieven Het alternatief is dat de voorgestelde werkwijze niet wordt ingevoerd en de regiogemeenten de excessieve casuïstiek individueel blijven financieren. Het financiële risico wordt dan niet regionaal gedragen, maar blijft een lokale aangelegenheid. Dit kan leiden tot forse incidentele kosten, druk op het lumpsumbudget en verdringing van lichtere vormen van jeugdhulp, met als gevolg toenemende knelpunten en crisissituaties in de regio. Mocht er in Bloemendaal een excessieve casus ontstaan, dan dienen de kosten in zijn geheel uit de huidige begroting gedekt te worden. De regionale financiering zorgt ervoor dat we in een dergelijk geval minder kosten hebben, doordat de casus vanuit het regionale budget betaald kan worden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, blijft de wettelijke opgave bestaan om regionaal de beschikbaarheid van deze excessieve zorg te borgen, waardoor gemeenten opnieuw met elkaar in overleg zullen moeten treden overeen passende uitvoering. Overwegingen van het college Het college vindt het van belang dat er goed gekeken wordt naar de complexiteit van casussen en hoe de middelen worden verdeeld over de verschillende doelgroepen. De regionale financiering fungeert als ethisch vangnet dat garandeert dat niemand wordt opgegeven, ongeacht hoe complex de zorgvraag is.
Daarnaast voorkomt het dat de zorg voor velen in het gedrang komt door de noodzakelijke (maar zeer dure) zorg voor enkelen. Middelen Financiële middelen In het portefeuillehoudersoverleg van 12 december 2025 is door de portefeuillehouders jeugd afgesproken om uitvoering te geven aan de voorgestelde regionale werkwijze. De benodigde middelen voor de uitvoering van de werkwijze kunnen niet vanuit de huidige jeugdhulpbudget betaald worden. De raad wordt daarom gevraagd om extra middelen beschikbaar te stellen. Gelijktijdig wordt gewerkt aan de formalisering van de samenwerkingsafspraken rondom de financiering van de excessieve casuïstiek, zodat de voorwaarden en concrete afspraken helder zijn wanneer het budget gereed staat. Het beoogde startmoment is 1 juli 2026. De financiële impact van de voorgestelde regionale samenwerking is niet volledig nieuw. Reeds eerder (2024) zijn afspraken gemaakt over de financiering van onder meer excessieve jeugdhulpcasuïstiek, waarbij deze kosten niet langer door de consortia worden gedragen, maar door de gemeenten. Waar de begrotingsmethodiek in Bloemendaal zo is geregeld dat de begroting waar nodig achteraf aangepast wordt, zal dit met de nieuwe werkwijze naar de voorkant worden gehaald. Zo wordt - voor excessieve casuïstiek - fluctuatie uit de begroting gehaald.
Daarnaast is de uitvoering van de Jeugdwet binnen de gemeentelijke begroting reeds opgenomen in de risicoparagraaf als onderdeel van de open-einderegelingen. Dit betekent dat de uitgaven niet vooraf vastliggen, maar afhankelijk zijn van de daadwerkelijke zorgvraag. Participatie Niet van toepassing. Communicatie Communicatie met de consortia verloopt via het regionale contractmanagement. De raden van de regiogemeenten worden op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen via de portefeuillehouder sociaal domein en de regionale kwartaalinformatiebrieven.
6
-
-
Samenwerking (Heemstede) In gemeente Heemstede wordt een gelijkluidend voorstel voorgelegd aan het college en de raad. In de overige vijf regiogemeenten is budget binnen de huidige jeugdhulpbegroting of heeft reeds een begrotingswijziging plaatsgevonden. In het portefeuillehoudersoverleg van 12 december 2025 is door de portefeuillehouders jeugd afgesproken om uitvoering te geven aan de voorgestelde regionale werkwijze. Vervolgproces/evaluatie Vervolg Als alle zeven gemeenten in ZKIJ hebben ingestemd met de werkwijze, wordt deze vanaf 1 juli 2026 uitgevoerd (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026). De beoordelingscommissie voert vervolgens regie op de inzet van de middelen voor excessieve casussen en doet dit in overleg met de consortia. Wanneer een casus wordt aangemeld dan bepaalt de beoordelingsomissie welk deel van het beschikbare budget wordt gereserveerd voor de betreffende casus in welk jaar. De beoordelingscommissie stuurt gedurende de looptijd op afschaling van de zorg en het beperken van de kosten. In het geval dat de beoordelingscommissie meer aanmeldingen krijgt dan verwacht en van mening is dat het budget niet toereikend is, dan dient de commissie zich te wenden tot het portefeuillehoudersoverleg jeugd met een inhoudelijk voorstel.
Evaluatie De omvang van het budget zal jaarlijks worden herijkt op basis van inhoudelijke gronden en worden voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg jeugd. De regio ZKIJ volgt daarin dezelfde P&C-cyclus als het vaststellen van het reguliere lumpsumbudget. De beoordelingscommissie heeft geen mandaat om boven het bedrag van het budget uit te keren, stuurt op afschaling en dient zich bij dreigende overschrijding tot het portefeuillehoudersoverleg jeugd te richten met een inhoudelijk voorstel. Na twee jaar wordt de nieuwe werkwijze geëvalueerd. Bijlagen Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van Bloemendaal,
iemeester.
, gemeentesecretaris.