01 Raadsvoorstel onderzoek Onderbesteding VvR 2026000618.pdf
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad.
Raadsvergadering d.d. Portefeuillehouder Registratienummer Productiedatum
: : : :
21 mei 2026 Wethouder Scholte 2026000618 8 april 2026
Onderwerp Rekenkamer onderzoek Onderbesteding Voorgesteld besluit: De raad van de gemeente Bloemendaal; Gelezen het rapport van de rekenkamer zoals aangeboden op 25 maart 2026 ;
b e s l u i t: 1. Kennis te nemen van het rekenkamerrapport ‘’ Onderbesteding ‘’ inclusief de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen. 2. De aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de rekenkamers over te nemen: 3. Het college, voor zover van toepassing, op te dragen de opvolging van de aanbevelingen vorm te geven; 4. Het college op te dragen de raad daarover in de reguliere jaarstukken, of zoveel eerder als mogelijk te rapporteren. 5. De uitvoering van deze aanbevelingen te monitoren en te bewaken; De raad voornoemd, d.d.
de griffier,
de voorzitter,
-2-
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van het rekenkamerrapport ‘’ Onderbesteding ‘’ inclusief de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen. 2. De aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de rekenkamers over te nemen: 3. Het college, voor zover van toepassing, op te dragen de opvolging van de aanbevelingen vorm te geven; 4. De uitvoering van deze aanbevelingen te monitoren en te bewaken; 5. Het college op te dragen de raad daarover in de reguliere jaarstukken, of zoveel eerder als mogelijk te rapporteren. Inleiding Volksvertegenwoordigers worden bij de jaarrekening regelmatig verrast door onverwacht grote positieve financiële resultaten. Dat geldt voor gemeenten, maar ook bij provincies is dit een bekend verschijnsel. De oorzaken voor dit soort ‘meevallers’ kunnen legio zijn en zijn lang niet altijd positief, maar behoeven ten minste aandacht en vaak ook actie. Meer kennis opdoen over de omvang en oorzaken van dit fenomeen, dat doorgaans ‘onderbesteding’ wordt genoemd, was voor de Vereniging van Rekenkamers aanleiding om een DoeMee onderzoek uit te voeren naar meevallers in de jaarrekeningen. Meevallers is een wat onnauwkeurig woord voor vormen van onderbesteding. Het omvat goedkoper werken, geen geld kunnen uitgeven en ook extra inkomsten.
Het doel van het landelijk onderzoek was, om ‘onderbesteding’ onder de aandacht van volksvertegenwoordigers te brengen, hun omvang en aard te bepalen en daarmee de raad grip te geven op de materie, ter bevordering van de uitvoering van hun taken. Het doel voor de rekenkamer was tevens om de werking van en de rollen binnen de planning & control-cyclus (P&C) van Bloemendaal op deze wijze de volle aandacht te geven. Onderbesteding komt in alle stappen binnen de P&C-cyclus aan de orde en kan, mits deze de juiste aandacht in de verantwoording krijgt, tot kwaliteitsverbetering leiden.
Conclusies deelnemende rekenkamers De Rekenkamer komt tot de volgende centrale conclusies. 1. Extra baten vormen de belangrijkste oorzaak voor meevallers. Hierbinnen spelen inkomsten vanuit het gemeentefonds en andere rijksbijdragen een hoofdrol. In de regel zijn dit middelen die pas in de loop van een jaar beschikbaar komen en dan lang niet altijd meer besteed kunnen worden omdat er bij gemeenten nog een doorlooptijd voor besluitvorming nodig is. 2. De tweede belangrijke oorzaak van onderbesteding bij gemeenten is onderbezetting in de ambtelijke capaciteit. Bij kleine gemeenten is dit van meer belang dan bij grote gemeenten. Dit leidt ook tot overschotten op de begroting. Vaak wordt onderbezetting van personeel deels opgevangen door inhuur, maar compenseert dit niet volledig. 3. Gemeenten huren daarom personeel van derden in. De begrotingen daarvoor zijn structureel te laag en de combinatie van kosten eigen personeel en inhuur overschrijdt in de regel de totaal voor personeel begrote bedragen. Dit leidt bij de personeelskosten juist weer tot overbesteding, dus tekorten op de begroting. 4. Bij de middelen voor fysieke infrastructuur: wegen, woningbouw, schoolgebouwen, sportaccommodaties en riolen blijkt overal dat de afschrijvingen op kapitaalgoederen lager zijn dan begroot. Daarnaast valt de gronduitgifte bij veel gemeenten, en zeker vanaf 2020, tegen.
Het zijn aanwijzingen voor vertragingen in de voortgang van investeringen die kunnen zijn veroorzaakt door planningsoptimisme bij de voorbereiding, maar ook door vertragingen bij de uitvoering van de investeringen. 5. In de eind december van het begrotingsjaar vaststaande begroting zijn extra baten en lasten opgenomen ten opzichte van de begroting zoals vastgesteld aan het begin van het jaar. Bij de jaarrekening blijkt dat regelmatig meer dan 25% van de extra beschikbare middelen niet meer wordt besteed. 6. Op lokaal niveau zijn inschattingen van baten soms ook te conservatief. Het blijkt dat belastingen anders dan OZB, leges en huuropbrengsten regelmatig worden onderschat. 7. In algemene zin zijn, onder invloed van de extra lasten, ook extra baten ontstaan. De extra middelen die gemeenten kregen voor deze extra lasten zijn niet allemaal volledig besteed. Het meest zichtbare voorbeeld vanaf 2022 zijn de lasten voor opvang Oekraïners waar het Rijk middelen voor
-3-
beschikbaar heeft gesteld. De meer verdiepende deelconclusies zijn beschreven in het rapport. Aanbevelingen deelnemende rekenkamers De rekenkamer Bloemendaal doet conform het rapport de volgende aanbevelingen: 1. Bespreek bij elke begrotingswijziging waarin om extra lasten voor het lopende jaar wordt gevraagd hoe realistisch het is dat het project nog wordt uitgevoerd. Autorisatie van een project kan tussentijds, maar bezie of de financiële en personele consequenties niet beter vanaf het volgende begrotingsjaar kunnen worden opgenomen. 2. Bespreek bij elk signaal van het college over extra baten hoe realistisch het is dat die baten nog kunnen worden ingezet. Weeg af of een bestemmingsreserve gericht op besteding in volgende jaren niet de betere oplossing is. 3. Wees bij de behandeling van kadernota en of begroting kritisch op de eigen baten uit belastingen, leges en huren. Die worden vaak onderschat. 4. Vraag het college van B&W om informatie over kostensoorten op hoofdlijnen zodat kritische signalen zoals rond personeel en afschrijvingen inzichtelijk zijn. 5. Vraag het college van B&W om informatie over formatie, gemiddelde bezetting en ziekteverzuim bij de begrotingsdocumenten. Gebruik dat om te toetsen of ambities haalbaar zijn. Daarnaast komt de rekenkamer voor Bloemendaal met de volgende aanbevelingen: 1.
Zorg voor besef bij alle actoren in raad, college en organisatie voor wat betreft hun rol en taak in de Planning en Control-cyclus. 2. Benut het momentum van de raadsverkiezingen van maart 2026 om de nieuwe raad te scholen in de kaderstellende en controlerende rol t.a.v. de Planning & Control-producten en de (tijdige) beïnvloedingsmogelijkheden daaromtrent. 3. Neem goede nota van P&C-producten als Kadernota, Begroting, Tussenrapportages, Begrotingsaanpassingen, Jaarrekening, de daarbij gebrachte boodschap en de bijbehorende sturingsmogelijkheden. Dit om als raadslid de invloed vooraf en achteraf (tijdig) uit te kunnen oefenen. 4. Vraag het college om bij verantwoordingsrapportages expliciet aandacht te besteden aan situaties van onderbesteding en de oorzaken daarvan. 5. Blijf gedurende de raadsperiode regelmatig aandacht hebben voor de scholingsbehoefte van de raad t.a.v. financiën en planning & control.
Communicatie aspecten Het rapport is openbaar gemaakt op het raadsinformatiesysteem Voorstel Voorgesteld wordt de aanbevelingen uit het rapport over te nemen, deze te doen uitvoeren, de uitvoering hiervan te monitoren en te bewaken en hierover regulier in de Jaarstukken of zoveel eerder als mogelijk te rapporteren. Door de aanbevelingen over te nemen, geeft de raad ook aan de slag te gaan met de aanbevelingen die aan haar worden gedaan. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief Rekenkamer Onderbesteding VvR (2026000573) 2. Eindrapport DoeMee 2025 Onderbesteding VvR (2026000574)