CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

VVGB Aanpassen trailerhelling en aanleg nieuwe steiger Stichtseweg 99 Bijlage Natuurtoets

Rondetafelgesprek 19 september 2023, gemeente blaricumBij agendapunt: Verklaring Van Geen Bedenkingen aanpassen huidige trailerhelling en aanleg nieuwe steiger KNRM3.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets KNRM Blaricum projectnummer: P001993 Onderwerp:

Natuurtoets KNRM Blaricum

Datum:

27-03-2023

1.1

Inleiding

1.1.1 Kader De initiatiefnemer is van plan om de boothelling bij het KNRM reddingsstation aan het Gooimeer in Blaricum te vervangen en iets uit te breiden. Om het plan aan de natuurwet- en regelgeving te toetsen, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of het plan vanuit ecologisch oogpunt uitvoerbaar is. Uit de natuurtoets kan ook blijken dat aanvullend on1

derzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het projectgebied ten behoeve van de natuurtoets op 15 maart 2023 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: onbewolkt, droog, circa 0˚C en een zwakke wind. 1.1.2 Projectgebied en voornemen Het projectgebied ligt aan de oever van het Gooimeer nabij de Stichtseweg 99 ten noordoosten van Blaricum (figuur 1). Het wordt begrensd door het Gooimeer aan de west- en zuidzijde en door grasveld aan de noord- en oostzijde. Het projectgebied bestaat uit de huidige boothelling met een betegelde kade die door metalen damwandplaten is gescheiden van het permanent oppervlaktewater met twee aanlegsteigers. De waterbodem rondom de steigers bestaat uit zandgrond zonder watervegetatie. Door de metalen damwand is ook geen oevervegetatie langs het water aanwezig. Op de zuidoostelijke hoek van het projectgebied staat een lantaarnpaal. In het projectgebied is geen bebouwing of opgaande begroeiing aanwezig.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het projectgebied (rood omlijnd). Bron luchtfoto: www.ruimtelijkeplannen.nl.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

2

Foto’s 1 t/m 4. Impressie van het projectgebied op 15 maart 2023. Linksboven het aanzicht op het projectgebied vanuit het noorden. Rechtsboven het aanzicht op het verhardde deel van het projectgebied vanuit het noordwesten. Linksonder de steigers in het projectgebied. Rechtsonder de bestaande boothelling.

De plannen bestaan uit het verbreden van de bestaande boothelling naar 5 meter (figuur 2). Hiervoor wordt de zuidelijke steiger vervangen en verlengd en worden een derde steiger in het midden aangelegd. De nieuwe middelste steiger wordt in totaal 20 meter lang en 2 meter breed en de nieuwe zuidelijke steiger wordt in totaal 13,5 meter lang en 1,5 meter breed. De boothelling wordt verbreed van 2,5 meter tot 5 meter en wordt onderwater verlengd tot 12 meter om een vlakker talud te creëren. Aan de binnenzijde van de middelste en de zuidelijke steiger worden 12 meter lange stalen damwandplaten in de grond aangebracht ter bescherming van de nieuwe boothelling. Ook worden op de kade de tegels vervangen door stelconplaten.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

3

Figuur 2. Overzicht van de geplande toekomstige situatie.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

4

1.2

Soortenbescherming

1.2.1 Wet- en regelgeving Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb artikel 3.1 - 3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb artikel 3.5 - 3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb artikel 3.10 - 3.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb artikel 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. 1.2.2 Inventarisatie Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna

2

(NDFF) op 21 maart 2023 blijkt dat in de directe omgeving (0 – 1 km) van het projectgebied diverse beschermde dier- en plantensoorten bekend zijn. In dit geval gaat het specifiek om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, een reptiel (ringslang) een libel (Kempense heidelibel) en een vaatplant (groenknolorchis). Hierna worden per soortgroep alle relevante soorten besproken. PLANTEN Het projectgebied bestaat volledig uit verharding of permanent oppervlaktewater. Tijdens het veldbezoek zijn tussen de tegels en langs de randen van het projectgebied zijn enkele algemene (tred)plantensoorten waargenomen, zoals straatgras, smalle weegbree, paardenbloem, kleine veldkers, madelief en ridderzuring. Deze soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. In het water in het projectgebied is tijdens het veldbezoek geen (onder)watervegetatie waargenomen. De beschermde plantensoort groenknolorchis is bekend vanuit de directe omgeving van het projectgebied (NDFF). Het projectgebied bestaat volledig uit verharding of permanent oppervlaktewater. Geschikt habitat voor groenknolorchis die is aangewezen op natte, voedselarme en zwak zure tot kalkhoudende grond is niet aanwezig in het projectgebied. Gezien de terreingesteldheid, het aanwezig biotoop en de voedselrijkdom worden groenknolorchis en andere beschermde plantensoorten niet in het projectgebied verwacht.

2 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

5

VOGELS Uit de omgeving van het projectgebied zijn verschillende vogelsoorten bekend waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals huismus, gierzwaluw, buizerd en ransuil (NDFF). In het projectgebied is geen bebouwing of opgaande begroeiing aanwezig waarin deze soorten een jaarrond beschermd nest kunnen hebben. Het grasland direct rondom het projectgebied vormt mogelijk onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en buizerd. Het projectgebied zelf is echter in de huidige situatie ongeschikt als foerageergebied door het ontbreken van een goed ontwikkelde vegetatie. Direct ten zuidoosten van het projectgebied is een kleine rietkraag aanwezig waarin algemene vogelsoorten, zoals meerkoet of fuut, kunnen broeden. Nesten van de te verwachten algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. VLEERMUIZEN Uit de omgeving van het projectgebied zijn geen vleermuissoorten bekend. Desondanks zullen enkele relatief algemene en wijdverspreide vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis hoogstwaarschijnlijk voorkomen in de omgeving van het projectgebied. In het projectgebied is geen bebouwing of opgaande begroeiing aanwezig, waardoor beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten.

Wel kan het projectgebied een klein onderdeel vormen van het foerageergebied van weinig kritische soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger waarvan bekend is dat ze enige lichtverstoring, zoals van de aanwezige lantaarnpaal, kunnen verdragen. Het stuk oppervlaktewater vormt, vanwege de aanwezige lichtverstoring, het zeer kleine oppervlakte en de onderbreking van de aanwezige steigers, naar alle waarschijnlijkheid geen onderdeel van het foerageergebied van watergebonden soorten als water- en meervleermuis die zeer gevoelig zijn voor kunstlicht. Het Gooimeer buiten het projectgebied en de invloedsfeer van de bestaande straatlantaarn kan wel onderdeel vormen van het foerageergebied van deze soorten. In het projectgebied zijn geen doorgaande structuren van opgaande beplanting of watergangen aanwezig. De aanwezigheid van een essentiële vliegroute van vleermuizen binnen het projectgebied kan worden uitgesloten. De bosrand direct ten oosten van het projectgebied vormt wel onderdeel van een doorgaande structuur en kan hierdoor ook onderdeel vormen van een vliegroute van vleermuizen. Ook kan over het meer een vliegroute aanwezig zijn van meer- en watervleermuis. Gezien de aanwezige lichtverstoring zullen deze soorten echter niet vlak langs de oever bij het plangebied vliegen.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

6

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Het grasland rondom het projectgebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals huisspitsmuis en veldmuis. Binnen het projectgebied is echter geen geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig. Bovendien geldt voor deze soorten in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de directe omgeving van het projectgebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde bever, boommarter en hermelijn bekend (NDFF). Geschikt leefgebied voor bever, zoals bosgebied aan het water en beschutte oevers, is niet aanwezig binnen het projectgebied. Bever wordt dan ook niet in het projectgebied verwacht. Boommarter is aangewezen op gebieden met grote bomen, die ontbreken in het projectgebied. De aanwezigheid van boommarter in het projectgebied kan daarom worden uitgesloten. Voor hermelijn is eveneens geen geschikt leefgebied aanwezig, zoals kleinschalig cultuurlandschap met takkenrillen en beschutte rechtlijnige elementen. Hermelijn wordt dan ook niet in het projectgebied verwacht. Ook andere beschermde niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zijn niet te verwachten gelet op de inrichting van het projectgebied en/of de bekende verspreiding (NDFF). REPTIELEN Uit de omgeving van het projectgebied is ringslang bekend (NDFF).

De boothelling en bestrating zijn ongeschikt voor ringslang vanwege het ontbreken van beschutting in en rondom het water en het ontbreken van broeihopen. Hierdoor kan de aanwezigheid van ringslang in het projectgebied worden uitgesloten. De soort kan wel voorkomen in de wijdere omgeving van het projectgebied, buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. ONGEWERVELDEN Uit de gegevens van de NDFF komt de Kempense heidelibel naar voren in de omgeving van het projectgebied (NDFF). Deze soort is aangewezen op ondiepe moerassen en brede verlandingszones met moerasvegetatie, een biotoop dat niet aanwezig is in het projectgebied. Hierdoor kan de aanwezigheid van Kempense heidelibel in het projectgebied worden uitgesloten. AMFIBIEËN Het permanente oppervlaktewater vormt geschikt biotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het projectgebied zijn geen niet-vrijgestelde amfibieënsoorten bekend (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving (NDFF) zijn niet-vrijgestelde amfibieënsoorten ook niet te verwachten in het projectgebied.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

7

VISSEN Beschermde vissensoorten zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving (NDFF) kan de aanwezigheid van beschermde vissensoorten in het projectgebied ook worden uitgesloten.

1.2.3 Toetsing VOGELS Bij uitvoering van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Ook gaat geen foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten bij wet verboden is. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli, maar ook in de periode half februari tot eind september kunnen broedgevallen voorkomen. VLEERMUIZEN Als gevolg van de plannen gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied verloren. Het plangebied vormt vanwege de geringe grootte en de aanwezige lichtverstoring van de lantaarnpaal hooguit een zeer klein onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en hoogwaardiger foerageergebied voorhanden. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied of verblijfplaatsen treden niet op.

Wel moet een toename van lichtverstoring van de potentiele vliegroute langs de bomenrij en over het water tijdens de aanlegfase en gebruiksfase worden voorkomen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van gerichte armaturen of vleermuisvriendelijke amberkleurige verlichting. OVERIGE SOORTGROEPEN Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen in het water en langs de randen van het projectgebied verblijfplaatsen en leefgebied van enkele algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

8

1.3

Gebiedsbescherming

1.3.1 Wet- en regelgeving Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening NH2020.

BIJZONDER PROVINCIAAL LANDSCHAP EN GANZENFOERAGEERGE BIEDEN Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid (Omgevingsverordening NH2020) wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bijzonder provinciaal landschap (BPL). Dat zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening NH2020 ganzenfoerageergebieden opgenomen. 1.3.2 Inventarisatie De gronden van het projectgebied zijn niet aangewezen in het kader van Natura 2000, bijzonder provinciaal landschap of ganzenfoerageergebieden. Het projectgebied ligt circa 350 meter ten noordwesten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ (figuur 3). Een deel van het projectgebied is aangewezen als NNN (figuur 4). Dit betreft een deel van de betegelde weg in het noordoosten van het projectgebied en een stuk van de oever ter hoogte van de boothelling. Het betegelde deel van de weg heeft als beheer- en ambitietype N14.03 Haagbeuken- en essenbos en de oever heeft als beheer- en ambitietype N04.02 Zoete plas (figuur 5 en 6).

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

9

De verharding op de oever en de boothelling zijn ongeschikt voor ontwikkeling van deze beheertypen. Rondom het plangebied zijn ook het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (figuur 5) en de ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N16.04 Vochtig bos met productie en N10.02 Vochtig hooiland (figuur 6) aanwezig.

Figuur 3. Locatie van het projectgebied (rood omlijnd) en het Natura 2000-gebied (blauw). Bron luchtfoto: www.ruimtelijkeplannen.nl

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

10

Figuur 4. Locatie van het projectgebied (rood omlijnd) en het NNN (groen). Bron luchtfoto: www.ruimtelijkeplannen.nl.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

11

Figuur 5 en 6. Locatie van het projectgebied (rood omlijnd) en de beheertypen (boven) en ambitietypen (onder) van het NNN: N04.02 Zoete plas (blauw), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (geelgroen), N14.03 Haagbeuken- en essenbos (donkergroen), N16.04 Vochtig bos met productie (bruin) en

N10.02

Vochtig

hooiland

(lichtgroen).

Bron:

https://geoapps.noord-

holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

12

1.3.3 TOETSING NATURA 2000-GEBIEDEN Het projectgebied ligt niet in en grenst niet direct aan het Natura 2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten door externe werking mogelijk. Het projectgebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door een bosschage, een dijk en de snelweg A27 die op de dijk ligt. Hierdoor is er geen zicht vanuit het plangebied op het Natura 2000-gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de verstoring in het tussenliggende gebied en de aard van het plan (vervanging van de bestaande boothelling van het KNRM), kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ is niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is ‘Naardermeer’ op circa 10,8 km ten westen van het projectgebied. Voor het project wordt uitsluitend een bestaande kleine boothelling verbreed op ruime afstand van de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten (> 10,8 kilometer). Hierdoor wordt in de aanleg- en gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden verwacht.

NATUURNETWERK NEDERLAND De oever en een deel van de verharde weg van het projectgebied maken deel uit van het NNN. Hiervoor zijn de beheer- en ambitietypen N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N04.02 Zoete plas aangewezen. Volgens artikel 6.43 lid 4 van de Omgevingsverordening NH2020, mag een ruimtelijk plan in het NNN niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden of de samenhang tussen die gebieden of tot een significantie aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Het noordoostelijke gedeelte van het projectgebied is aangewezen als N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Dit beheertype omvat structuurrijke natte bossen gedomineerd door boomsoorten als gewone es, haagbeuk, gladde iep en esdoorn. Dit deel van het projectgebied bestaat reeds uit een verharde, betegelde weg waar geen boomgroei mogelijk is. Bij uitvoering van de plannen worden de tegels vervangen door stelconplaten. Dit levert dan ook geen wijziging op in de aanwezige kenmerken en waarden of de potentie van het gebied voor het natuurtype N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Daarnaast veranderd het gebruik van het projectgebied na uitvoering van de plannen niet. Er wordt alleen gebruik gemaakt van een grotere reddingsboot.

Hierdoor kan een significante aantasting van de oppervlakte en samenhang van het NNN en de wezenlijke kenmerken en waarden van dit deel van het NNN worden uitgesloten.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

13

De oever en een klein deel van het oppervlaktewater in het westelijke gedeelte van het projectgebied is aangewezen als N04.02 Zoete plas. N04.02 Zoete plas omvat kleine en grote wateren met helder, stilstaand, voedselrijk water met onderwatervegetatie en verlanding vanaf de oever. In de huidige situatie is de oever in het plangebied beschoeid met hout en met damwandplaten. Ten tijde van het veldbezoek bestond de bodem rondom de kade en langs de steigers uit zand zonder vegetatie. Zowel in het water als op de oever zijn in de huidige situatie dan ook geen geschikte omstandigheden aanwezig voor goede ontwikkeling van het beheertype N04.02 Zoete plas. Als gevolg van de plannen 2

wordt hooguit circa 50 m zandbodem vervangen door een flauw oplopende betonnen bodem. Ook de nieuwe steigers en de damwandplaten hierlangs worden geplaatst op zandgrond. Na uitvoering van de plannen veranderd het gebruik van het plangebied niet. Significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in dit deel van het plangebied en van de oppervlakte en samenhang van het NNN kunnen worden uitgesloten. In de gebruiksfase is geen sprake van een gewijzigd gebruik van de KNRM-boothelling, dus een toename van verstoring van het omringende NNN kan eveneens worden uitgesloten. In de aanlegfase kan wel tijdelijk sprake zijn van verstorende activiteiten. Vanwege de soortenbescherming van de Wnb is het al nodig om bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels en om verstoring van vleermuizen door een toename van verlichting te voorkomen. Verstoring van broedvogels en vleermuizen die kenmerkend zijn voor de omringende beheertypen kan dan worden uitgesloten. Voor het beheertype N04.02 Zoete plas zijn ook kenmerkende vissoorten aangewezen, te weten bittervoorn, grote modderkruiper, kleine modderkruiper, kroeskarper, kwabaal, paling, rivierdonderpad, riviergrondel, ruisvoorn, snoek, tiendoornige stekelbaars, vetje, zeelt. Een deel van deze soorten kan voorkomen in het omringende water.

De werkzaamheden kunnen zeer tijdelijk zorgen voor onderwatergeluid. Vanwege de grootte van het meer en de tijdelijkheid van de werkzaamheden, zal de aanlegfase echter niet leiden tot het verdwijnen van kenmerkende vissoorten. De aanwezige vissen kunnen tijdelijk uitwijken naar delen van het meer buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Voor de beheertypen om het plangebied zijn geen andere verstoringsgevoelige diersoorten van vogels en vissen als kenmerkend gedefinieerd. Verstoring tijdens de aanlegfase zal niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. BIJZONDER PROVINCIAAL LANDSCHAP EN GANZENFOERAGEERGEBIEDEN Het bijzonder provinciaal landschap en ganzenfoerageergebieden in Noord-Holland kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen bijzonder provinciaal landschap of ganzenfoerageergebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

14

1.4

Beschermde houtopstanden

1.4.1 Wet- en regelgeving 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. 1.4.2 Inventarisatie en toetsing In het projectgebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Noord-Holland is niet nodig.

1.5

Conclusie

Voor dit plan is op 15 maart 2023 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het projectgebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens is geconcludeerd dat negatieve effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing van de Wnb of Wnb vergunning is niet nodig. 1.5.1 Soortenbescherming Uit de toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen geen verblijfplaatsen, nesten of leefgebied van beschermde soorten verloren gaan. Wel moet (licht)verstoring van de potentiële vliegroute van vleermuizen langs de bomenrij en over het water worden voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van naar beneden gerichte armaturen die geen lichtuitstraling veroorzaken op de bomen of het meer of door gebruik te maken van vleermuisvriendelijke amberkleurige verlichting. Wanneer verstoring niet voorkomen kan worden, is nader onderzoek naar deze potentiële vliegroute nodig. MAATREGELEN BROEDVOGELS Voor andere beschermde soorten is geen ontheffing van de Wnb nodig, mits bij uitvoering van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen en de algemene zorgplicht van de Wnb in acht wordt genomen.

Negatieve effecten op broedende vogels worden bij voorkeur voorkomen door buiten het broedseizoen te werken, dus buiten de periode (half februari) half maart tot half juli (eind september). Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het projectgebied gaan broeden vanwege de continue verstoring.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

15

Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het projectgebied voorafgaand aan de start te laten inventariseren op broedgevallen door een broedvogeldeskundige. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen.

1.5.2 Gebiedsbescherming Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is niet noodzakelijk. Het plan leidt niet tot een significante aantasting van de oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken van het NNN. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Het plan leidt tot slot niet tot aantasting van beschermde houtopstanden. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Noord-Holland vanwege in het kader van de Wnb beschermde houtopstanden is niet nodig.

datum 27-03-2023

projectnummer P001993

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13172682/1