Verruiming inkomensgrens minimaregelingen rvs
Tekst van het document
BESLISVOORSTEL RAAD BLARICUM Besluitvormend orgaan Gemeente Blaricum - Gemeenteraad Gemeentecode Blaricum Onderwerp Verruiming inkomensgrens minimaregelingen Portefeuillehouder G.C. Knoop (Blaricum Openbaar Ja Korte inhoud Verruiming van de huidige inkomensgrens van 110% naar 120% van de geldende bijstandsnorm, zodat de doelgroep werkenden met een bescheiden inkomen wordt bereikt met aanvullende regelingen van de gemeente. Besluiten 1.
In te stemmen met de verruiming van de huidige inkomensgrens van 110% naar 120% van de geldende bijstandsnorm en deze in te laten gaan per 1 januari 2022.
Aanleiding voorstel In de Participatiewet is opgenomen dat inwoners die niet over middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, recht hebben op bijstand. Dit geldt zowel voor een bijstandsuitkering als voor aanvullende minimaregelingen. Voor de bijstandsuitkering geldt de bijstandsnorm welke, afhankelijk van de gezinssituatie, verschillende hoogtes kent. De bijstandsnorm wordt door de Rijksoverheid vastgesteld. De inkomensgrens voor minimaregelingen bepalen de colleges van gemeenten zelf. Voor de HBEL-gemeenten geldt voor de minimaregelingen een huidige inkomensgrens van 110% van de geldende bijstandsnorm. Voor het Kindarrangement geldt de inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm. Steeds vaker blijkt dat juist de werkenden met een bescheiden inkomen tussen de 110% en 120% van de bijstandsnorm minder koopkracht hebben zonder de regelingen van de gemeente dan de doelgroep met een inkomen rond de 110% van de bijstandsnorm (zie Pagina 1 van 5
tabel). Een gezin met een inkomen van 110% met gemeentelijke regelingen heeft meer vrij besteedbare middelen dan een gezin met een inkomen van 120%. Doel De koopkracht van werkenden met een bescheiden inkomen wordt verhoogd, zodat schuldenontwikkeling en hierdoor een beroep op de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt voorkomen. Toelichting besluit (argumenten)
1.1 De doelgroep van werkenden met een bescheiden inkomen wordt beter bereikt. Door verruiming van de inkomensgrens naar 120% van de geldende bijstandsnorm wordt ook de gemeentelijke minimaregelingen voor deze doelgroep toegankelijk gemaakt.
1.2 Analyse verruiming van de inkomensgrens Om te bepalen welke doelgroep de gemeentelijke hulp het hardst nodig heeft, is al eerder in het kader van het Kindarrangement (een minimaregeling van de BEL-gemeenten voor kinderen uit armere gezinnen) een analyse gemaakt van de doelgroepen die, op basis van inkomen en het al dan niet ontvangen van aanvullende gemeentelijke regelingen, de grootste kans om in financiële problemen te komen. Hiervoor is een berekening gemaakt van de vrij besteedbare middelen (koopkracht) van werkende en niet werkende minima. In onderstaande tabellen wordt uitgegaan van huishoudens met een gemiddeld aantal kinderen en gemiddelde vaste lasten en gebruik van alle mogelijke landelijke en lokale voorzieningen. Voor huishoudens zonder kinderen geldt eenzelfde beeld. Alleenstaande ouder
100%
110%
120%
130%
Inkomen netto incl. vakantietoeslag
1075
1.182
1.290
1.397
Toeslagen
844
844
844
844
Kinderbijslag gemiddeld
177
177
177
177
Minimaregelingen
110
110
0
0
Totaal inkomsten
2.206
2.313
2.311
2.418
Vaste lasten
-1.800
-1.800
-1.838
-1.838
406
513
473
580
Vrij te besteden/koopkracht
Pagina 2 van 5
Meerpersoonshuishouden
100%
110%
120%
130%
met kinderen Inkomen netto incl. vakantietoeslag
1.536
1.690
1.843
1.997
Toeslagen
670
670
667
606
Kinderbijslag gemiddeld
177
177
177
177
Minimaregelingen
115
115
0
0
Totaal inkomsten
2.498
2.652
2.687
2.780
Vaste lasten
-2.000
-2.000
-2.038
-2.038
498
652
649
742
Vrij te besteden/koopkracht
Uit de tabellen blijkt dat huishoudens tot en met een inkomen van 120% van de bijstandsnorm de minst vrij te besteden middelen overhouden. Voor huishoudens met een inkomen rond de 120% van de bijstandsnorm geldt daarbij dat zij zelfs minder te besteden hebben dan huishoudens met een inkomen van 110% van de bijstandsnorm. Bij een inkomen rond 130% van de bijstandsnorm is de koopkracht aanzienlijk groter.
1.3 Vastleggen nieuwe inkomensgrens Om uitvoering te kunnen geven aan de uitbreiding van de minimaregelingen dient de draagkrachtregeling Bijzondere Bijstand te worden verhoogd van 110% naar 120% van de geldende bijstandsnorm. De inkomensgrens is opgenomen in de richtlijnen Bijzondere Bijstand Blaricum. De richtlijnen blijven verder inhoudelijk ongewijzigd. Het vaststellen van de Richtlijnen Bijzondere Bijstand is een bevoegdheid van het college. Vastgesteld wettelijk- en beleidskader Participatiewet Richtlijnen Bijzondere Bijstand Blaricum Relatie BEL-gemeenten en BEL Combinatie Eenzelfde raadsvoorstel wordt aangeboden aan de gemeenten Eemnes en Laren. Kanttekeningen De inkomensgrens is vastgelegd in de richtlijnen Bijzondere Bijstand. Als u niet instemt met de verruiming van de inkomensgrens dan wordt de doelgroep werkenden met een bescheiden inkomen niet bereikt. Daarnaast heeft het invloed op een separaat voorstel dat voorligt om een aantal forfaitaire vergoedingen op te nemen in de richtlijnen Bijzondere Bijstand in verband met de beëindiging van de Regeling Tegemoetkoming Chronisch zieken en gehandicapten waarbij de inkomensgrens van belang is.
Pagina 3 van 5
Financiën Op basis van 100% gebruik kost de verruiming op jaarbasis € 25.341,- . In de praktijk ligt het gebruik van minimaregelingen door rechthebbenden eerder rond de 35%. Dit is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Voor het bepalen of het budget voldoende ruimte biedt, wordt gerekend met het landelijk gemiddelde. Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Verruiming
Verruiming obv
Bijzondere
Bijzondere Bijstand
Bijzondere
landelijk
Bijstand 120%
gemiddelde 35%
€ 25.341,-
€ 8.869,-
Bijstand € 96.293,-
€ 101.460,-
De begroting voor 2022 is nog niet bepaald. Deze is in concept in de eerste week van juli beschikbaar. Omdat de meerjarenbegroting 2022-2024 gelijk is aan de begroting 2021 kunnen we nu alleen uitgaan van de begroting 2021. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 bestaat een overschot van € 5.167,-. Dit is onvoldoende om de verruiming,
uitgaande van een gebruik van 35%, ad € 8.869,- te dekken. Het verschil ad € 3.702,- zal worden opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2025. Begrotingswijziging nodig? Nee Uitvoering Gelijktijdig met dit voorstel, wordt uw raad op basis van een separaat voorstel, voorgesteld om de RTC-regeling per 1 januari 2022 te beëindigen. In plaats daarvan wordt op basis van bijzondere bijstand en de daarbij behorende inkomensgrens (120% van de geldende bijstandsnorm) een aantal forfaitaire vergoedingen opgenomen van de meest voorkomende extra kosten die personen met een chronische ziekte en/of handicap hebben. De forfaitaire vergoedingen worden opgenomen in de richtlijnen Bijzondere Bijstand Blaricum, welke ingaan per 1 januari 2022. Afdeling Maatschappelijke Zaken in Huizen voert de Participatiewet uit op basis van een uniforme regeling voor de HBEL-gemeenten. Communicatie Na besluit van uw raad over het verhogen van de inkomensgrens zal het college hierna een voorstel ontvangen om de Richtlijnen Bijzondere Bijstand Blaricum opnieuw vast te stellen met hierin opgenomen de inkomensnorm van 120%. De richtlijnen Bijzondere Bijstand Blaricum wordt op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt en gepubliceerd. Bijlagen Raadsbesluit ‘Verruiming inkomensgrens minimaregeling’.
Pagina 4 van 5
Steller (jkani). Registratiedatum 18 juni 2021
Pagina 5 van 5