Vaststelling Stedenbouwkundig Plan Craibosch Bijlage Onderbouwing en ABS rapport
Tekst van het document
MEMO
Project:
Craibosch Blaricum
Datum:
05-09-2024
Betreft:
Onderbouwing zorgprogramma fase SP
Tijdens het overleg van 21-08-2024 tussen het kernteam van de gemeente Blaricum en de initiatiefnemers is gesproken over de onderbouwing van de regionale zorgvraag in relatie tot het in het stedenbouwkundig plan opgenomen zorgprogramma. De initiatiefnemers hebben ABF-Research een uitgebreid kwantitatief onderzoek laten verrichten naar de ontwikkeling van de vraag naar zorg in de regio Gooi en Vechtstreek. Dit onderzoek is cijfermatig onderbouwd op zowel gemeentelijk als regionaal niveau. Daarna heeft ABF-Research de onderzoeksresultaten verbonden aan de woningvoorraad van de regio Gooi en Vechtstreek en de betreffende gemeenten. Op basis daarvan is een cijfermatige onderbouwing gegeven van de ontwikkeling van de behoefte aan zorggeschikte woningen. Voor de specifieke onderzoeksresultaten wordt verwezen naar de betreffende rapportage en bijlagen. In deze memo wordt een nadere toelichting gegeven op de volgende onderwerpen: I.
De regionale ontwikkeling van de vraag naar zorg;
II.
De regionale ontwikkeling van de vraag naar zorggeschikte woningen;
III.
Definitie prijssegmenten zorggeschikte woningen;
IV.
Een vertaling van de onderdelen I en II naar het opgenomen zorgprogramma. (Clustering besparing WMO-uitgaven);
V.
Voordelen ten aanzien van nieuwbouw en clustering van zorgwoningen.
I.
De regionale ontwikkeling van de vraag naar zorg
Uit de rapportage van ABF blijkt dat de vraag naar zorg in de regio Gooi en Vechtstreek in de periode 2023 tot 2040 in rap tempo toe zal nemen als gevolg van een vergrijzende bevolking. De vergrijzing vindt voornamelijk plaats onder personen en huishoudens vanaf 75 jaar. Het aandeel personen 75+ loopt in die periode op van 10,8 naar 14,8 procent van alle personen en het aantal huishoudens 75+ gaat van 17,0 procent naar 24,0 procent van alle huishoudens. In de gemeente Blaricum wordt dezelfde bevolkingsontwikkeling verwacht; het aandeel personen 75+ loopt hier naar verwachting zelfs op van 1.375 naar 1.845; een stijging van circa 34%. Gezondheidsbeperkingen en mobiliteitsproblemen treden vanaf de leeftijd van 75 jaar in aanmerkelijk hogere mate op dan op jongere leeftijden. Geconcludeerd kan worden dat er zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau sprake is van een toenemende vergrijzing met als gevolg een stijgend aandeel personen ouder dan 75 jaar. De vraag naar verschillende typen ouderenzorg zal daarom naar verwachting fors toenemen. II.
De regionale ontwikkeling van de vraag naar zorggeschikte woningen
Het stijgend aantal ouderen in de regio Gooi en Vechtstreek betekent een toename van de vraag naar voor ouderen geschikte woningen. Op basis van het Fortuna-model is deze opgave door ABF-Research in beeld gebracht. De meeste woningen in zowel de huur- als de koopsector in de regio Gooi en Vechtstreek worden niet als voor ouderen geschikte woningen gezien en behoren vanuit dat oogpunt tot de categorie overige woningen. Het gaat in de Gooi en Vechtstreek om 72 procent van de huurwoningen en 77 procent van de koopwoningen. Het overige deel van de woningvoorraad is wel meer geschikt voor ouderen. Op basis van haar model concludeert ABF Research dat in de regio Gooi en Vechtstreek in de periode 2023-2040 in totaliteit 4.950 zorggeschikte woningen aan de voorraad toegevoegd moeten worden om tegemoet te komen aan de toenemende zorgvraag. Daarin is het type zorg niet nader gespecificeerd en dit aantal is met name een gevolg van het aandeel 75-plussers dat significant toeneemt. Los van deze voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen geschikte woningtypen neemt, vanwege de vergrijzing, ook het aantal huishoudens 65+ dat in een ander soort woning (categorie overig) woont toe. Het gaat in de periode tot 2040 om een groei van 5.660 huishoudens (zie Figuur 5-8). In totaal stijgt het benodigde aantal woningen voor huishoudens 65+ dus met 10.620 woningen.
Bijna de helft van deze opgave (47 procent) zou in de Gooi en Vechtstreek dus gericht moeten zijn op een uitbreiding van de voor oudere huishoudens en huishoudens met een beperking geschikte woningvoorraad. Van de totale opgave van 4.960 geschikte woningen hebben circa 2.120 woningen (zo’n 43 procent) betrekking op de meer specifiek geschikte voorraad van aangepaste en geclusterde ouderenwoningen. In de gemeente Blaricum neemt de vraag naar voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen geschikte woningen naar verwachting toe van circa 580 in 2022 tot circa 730 in 2040; een stijging van circa 26%.
2
Geconcludeerd kan worden dat zowel regionaal als op gemeentelijk niveau sprake is van een toenemende vraag naar voor ouderen met een mobiliteitsbeperking geschikte woningen en dat als gevolg daarvan een uitbreiding of aanpassing van de bestaande voorraad moet plaatsvinden om aan deze toekomstige vraag te kunnen voldoen. III.
Definitie prijssegmenten zorggeschikte woningen
Om vraag en aanbod voor wonen met zorg onder huishoudens 65+ beter op elkaar te laten aansluiten zouden er tussen 2023 en 2040 in de Gooi en Vechtstreek dus 4.960 voor ouderen geschikte woningen bij moeten komen. Die uitbreiding zou moeten bestaan uit 840 geclusterde ouderenwoningen, 1.280 aangepaste woningen en 2.850 nultredenwoningen. De gewenste toename van geclusterde ouderenwoningen in de Gooi en Vechtstreek betreft voor driekwart huurwoningen. Meer dan de helft daarvan wordt bij voorkeur gerealiseerd in het geliberaliseerde huursegment. De toename van aangepaste ouderenwoningen heeft grotendeels (voor 71 procent) betrekking op de koopsector, waarvan 80 procent bij voorkeur een koopprijs boven de NHG-grens (€ 355.000, prijspeil 2022). Ook bij nultredenwoningen wordt de toename vaker voorzien in de koopsector (64 procent), waarvan het grootste deel (84 procent) eveneens in het dure segment. Volgens de laatste woningmarktverkenning (zie Tabel 5-2) is uitbreiding van de woningvoorraad in de Gooi en Vechtstreek meer gewenst in de koopsector dan in de huursector. In de huursector vindt de uitbreiding met name plaats in het geliberaliseerde huursegment en in het koopsegment vindt de stijging van de vraag ongeveer evenredig plaats over de prijsklassen < € 355.000 en < € 355.000.
IV.
Vergelijking marktvraag met beoogd zorgprogramma Craibosch
Op basis van de onderzoeksresultaten van de studie van ABF Research kan de vertaling gemaakt worden naar het in het stedenbouwkundige plan opgenomen programma van zorgwoningen. Bij benadering zijn daarin circa 220 tot 240 zorgwoningen opgenomen als indicatie voor het toekomstige programma van zorgwoningen. Vanuit de Nota van Randvoorwaarden wordt de voorwaarde gesteld dat deze zorgwoningen qua programmering evenredig verdeeld worden over sociaal, middelduur en duur. Met deze parameters in gedachten zal in het vervolgtraject een verfijning plaatsvinden van het indicatieve programma van 220-240 zorgwoningen naar aantallen gespecificeerd naar: Type zorg: doelgroep, licht, matig of zwaar; Type appartement: koop of huur; Prijssegment woning: sociaal, middelduur of duur (met inachtneming van de gewijzigde NvR). In ieder geval kan op basis van de studie van ABF Research geconcludeerd worden dat het gros van het te realiseren programma van zorggeschikte woningen van Craibosch tegemoetkomt aan de vraagontwikkeling binnen de gemeente Blaricum. Verder is de vraag naar woningen voor ouderen met een mobiliteitsbeperking in de regio Gooi en Vechtstreek dusdanig groot als gevolg van de toenemende vergrijzing, dat het zorgprogramma in Craibosch naar alle waarschijnlijkheid een regionale aantrekkingskracht zal hebben.
Ook in relatie tot nieuwbouwinitiatieven in de directe omgeving zoals Trappenberg in Huizen (circa 270 eenheden) of de nieuwbouwontwikkeling van de gemeente Blaricum en De Alliantie in het Oude Dorp van Blaricum (circa 30
3
eenheden) zal het zorgprogramma van Craibosch naar verwachting een belangrijke bijdrage geven aan de groeiende vraag. In de komende maanden hebben de initiatiefnemers een groot aantal gesprekken met potentiële zorgverleners en afnemers op de planning staan. Op basis van deze gesprekken is het de bedoeling om het zorgprogramma verder af te pellen en, waarbij in samenspraak met potentiële gebruikers wordt afgestemd welke functionele eisen en zorgwoningtypen gewenst zijn, en welke aanvullende voorzieningen daarbij horen en in welke mate. Immers: clustering van zorggeschikte woningen en de nabijheid van zorgvoorzieningen, draagt bij aan het efficiënt kunnen organiseren van schaarse zorgvoorzieningen en -personeel. Dit biedt financiële en operationele voordelen voor alle stakeholders. V.
Voordelen van nieuwbouw en clustering van zorggeschikte woningen
Naast een analyse van de kwantitatieve onderbouwing van de verwachte toekomstige vraag naar zorg en naar zorggeschikte woningen is het ook belangrijk om de bestaande voorraad woningen van de gemeente Blaricum te analyseren. De woningvoorraad van de gemeente Blaricum bestaat namelijk grotendeels (circa 88%) uit eengezinswoningen (Metropoolregio Amsterdam, 2023). Eengezinswoningen kenmerken zich doorgaans als een woning gelegen op de begane grond zonder andere woningen boven of onder de woning in kwestie. Veelal zijn deze woningen voorzien van een woonkamer, traditioneel op de begane grond, en twee of meer slaapkamers op andere etages. Met andere woorden: het gaat hier om woningen die niet zorggeschikt zijn. In het licht van de vergrijzende bevolking van de gemeente Blaricum vraagt de bestaande woningvoorraad daarom om significante investeringen om te zorgen voor zorggeschikt aanbod. In dat geval valt te denken aan het rolstoeltoegankelijk maken & het verwijderen van drempels, het realiseren van zogeheten MIVAbadkamers, het plaatsen van trapliften, etc. Het aanpassen van de bestaande woningvoorraad levert naar verwachting een aanzienlijke kostenpost op welke betaald moet worden uit de WMO-budgetten van de gemeente. Echter, wanneer nieuwbouw van zorggeschikte woningen plaatsvindt, bevordert dit mogelijk de doorstroming.
Aan senioren wordt een aantrekkelijk alternatief geboden wat de kans op een verhuisbeweging vergroot. Zij laten een niet-zorggeschikte woning achter in ruil voor een zorggeschikte woning. De zorggeschikte woningen worden in dat geval nieuw vervaardigd en bekostigd door de markt. Het gevolg is dat de gemeente in dat geval geen WMO-budget hoeft aan te wenden voor het zorggeschikt maken van de betreffende bestaande woning. Door daarnaast geclusterde woonvormen te realiseren, kan de zorgexploitatie efficiënter ingericht worden. Het kost immers minder (reis)tijd om de bewoners van vijf appartementen binnen één appartementencomplex te verzorgen dan om de bewoners van vijf appartementen verspreid over de gemeente te verzorgen.
4
Wonen met zorg Regio Gooi&Vechtstreek
In opdracht van
Datum
ABF Research
april 20244
Auteur(s)
Kenmerk
Judith Willems
r2024-0015JWI
Wim Faessen
ABF Research Verwersdijk 8, 2611 NH Delft +31 (0) 15 27 99 300 • info@abf.nl • www.abfresearch.nl Copyright ABF Research 2024 De informatie in dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. ABF Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onnauwkeurigheden of onvolledigheden. Het gebruik van (onderdelen van) dit rapport is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld
Inhoudsopgave Samenvatting
4
01 Inleiding
14
1.1
Fortuna-model in het kort
15
1.2
Recent Rijksbeleid
19
1.3
Leeswijzer rapport
21
02 Ontwikkeling bevolking en huishoudens
22
03 Wonen met zorg intramuraal
26
3.1
Cliënten Verpleging & Verzorging
27
3.2
Cliënten Gehandicaptenzorg
33
3.3
Cliënten Geestelijke gezondheidszorg
36
04 Volledig & Modulair Pakket Thuis
40
05 Langer zelfstandig wonen
46
5.1
Ontwikkeling huishoudens met mobiliteits-beperkingen
47
5.2
Geschikt wonen voor ouderen
51
5.3
Opgave voor ouderenhuisvesting 2023-2040
54
5.4
Opgave naar eigendomsvorm en prijsklasse
57
Bijlagen
60
Bijlage A: Uitkomsten Wonen met zorg intramuraal
61
Bijlage B: Uitkomsten langer zelfstandig thuiswonen
65
Bijlage C: Begrippenlijst
69
Samenvatting Deze samenvatting kan als zelfstandig document worden gelezen en bevat alle relevante informatie om zicht te krijgen op de opgave Wonen met zorg in de regio Gooi&Vechtstreek. In de afzonderlijke hoofdstukken van de rapportage wordt het gehanteerde model nader toegelicht en zijn meer tabellen en figuren opgenomen, voorzien van toelichting en/of duiding. Achterin deze publicatie zijn 3 bijlagen opgenomen. Bijlagen A en B betreffen cijferoverzichten van respectievelijk de Wlz-prognoses en de gewenste woningvoorraad (voor ouderen) en Bijlage C bevat een aantal definities en toelichting op kernbegrippen.
Aanleiding verkenning wonen met zorg Nederland vergrijst in hoog tempo. De sterke toename van het aantal huishoudens van 75 jaar of ouder gaat gepaard met een stijging van de vraag naar intensieve (intramurale) zorg en een groeiende behoefte aan voor ouderen geschikte woningen. Gezondheidsbeperkingen en mobiliteitsproblemen treden vanaf de leeftijd van 75 jaar in aanmerkelijk hogere mate op dan op jongere leeftijden. Het aanbod van zorg en huisvesting in onze samenleving blijft achter bij de snelgroeiende doelgroep. Als reactie hierop heeft de minister van VWS in juli 2022 het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO1) aan de Kamer aangeboden met als centraal uitgangspunt voor de ouderenzorg: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’. Een omvangrijke groep mensen maakt zodoende niet langer aanspraak op een duur intramuraal verblijf, maar blijft – zeker met een lichte maar ook met een zwaardere zorgvraag – zelfstandig wonen binnen de reguliere woningmarkt. Het Volledig Pakket Thuis (VPT), het Modulair Pakket Thuis (MPT) en het Persoonsgebonden budget (Pgb) ondersteunen deze ontwikkeling. Het WOZO-rapport is een verdere stimulering van het extramuraliseringsbeleid, voortbordurend op de maatregel Scheiden Wonen en Zorg.
Een uitbreiding van de intramurale capaciteit wordt “als onhaalbaar gezien, voornamelijk als gevolg van toenemende schaarste aan zorgpersoneel, en deze zal er dus ook niet komen”2. De eerste inzet van de minister is gericht op behoud van de huidige intramurale capaciteit (circa 130.000 verpleeghuisplaatsen landelijk), met de mogelijkheid van een kleine uitbreiding van ongeveer 5.000 plaatsen tot 2026 op basis van bestaande, reeds in gang gezette plannen. Mogelijk wordt dit aantal verpleeghuisplaatsen in instellingen nog iets verder uitgebreid, tot 7.000 of 8.0003, maar of deze uitbreiding er ook gaat komen is nog niet duidelijk. In dit rapport wordt daarom uitgegaan van een stabilisatie van het totaal aantal reguliere verpleeghuisplaatsen in instellingen vanaf 2026 op 135.000 landelijk. Daarbij zijn er sinds de invoering
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/04/wozo-programma-wonen-ondersteuning-en-zorg-voor-
ouderen 2 3
https://www.npostart.nl/meldpunt/25-03-2022/POW_05197527 https://nos.nl/artikel/2468576-minister-waarschijnlijk-toch-extra-verpleeghuisplekken-de-komende-jaren
Wonen met zorg
van de maatregel Scheiden Wonen en Zorg een toenemend aantal verpleeghuisplaatsen in tehuizen die worden benut vanuit een VPT of MPT. In 2023 betreft dat landelijk een kleine 10 procent van het totale intramurale aanbod (138.000 conform CBS). Voor de op deze wijze ingerichte intramurale capaciteit blijft ook na 2026 ruimte voor groei. Daarnaast zal een verdere verwachte groei aan plaatsen gefinancierd vanuit de Wet Langdurige zorg (Wlz) voortaan moeten worden gerealiseerd in andere vormen van verpleegzorg, thuis of in kleinschalige woonvoorzieningen. In 2030 moeten conform het Rijksbeleid 40.000 nieuwe verpleegzorgplekken extramuraal, buiten de muren van de bestaande instellingen, zijn gerealiseerd. Vanuit doelmatigheidsoverwegingen komen geclusterde woonvormen het meest in aanmerking voor levering van Wlz-zorg thuis; complexen waar ouderen bij elkaar wonen en waar de zorg door een zorgaanbieder aan huis wordt geleverd. Deze woningen dienen ‘zorggeschikt’ te zijn voor Wlz-zorg thuis (verpleegzorg). Met de informatie uit het prognosemodel Wonen met zorg (Fortuna) brengt ABF Research de huidige situatie en toekomstige vraag naar wonen en zorg op lokaal niveau in kaart, geheel in lijn met het streven van de overheid en het Aanjaagteam Wonen Welzijn Zorg voor Ouderen4. Op verzoek van de Projectvennootschap Blaricum B.V.
wordt de brede intra- en extramurale opgave wonen en zorg in dit rapport uitgewerkt voor de regio Gooi&Vechtstreek. Het rapport biedt inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van de verschillende leeftijdsgroepen, in de verwachte zware (intramurale) zorgvraag van de toekomstige bevolking en in de gewenste woningvoorraad voor ouderen, waarmee de opgave aan voor ouderen geschikte woningen en het benodigde zorgvastgoed tot 2040 in de Gooi&Vechtstreek duidelijk wordt. Voor de 6 onderscheiden gemeenten van de regio Gooi&Vechtstreek is deze opgave eveneens gekwantificeerd en in een Excel-bijlage opgenomen. Tot de regio behoren de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren.
Samengevat levert deze Fortuna-rapportage een beeld op van: ●
Verwachte ontwikkeling zware (intramurale) zorg
●
Verwachte ontwikkeling van het gebruik van Volledig Pakket Thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT)
●
Kwantificering van de opgave van voor ouderen geschikte woningen op de reguliere woningmarkt
Geclusterde woonvorm met Wlz-indicatie versus geclusterde ouderenwoning In het WOZO-programma, Actielijn 4 (Wonen en zorg voor ouderen) is dus voorzien dat de instellingscapaciteit nog maar beperkt zal worden uitgebreid en dat de verwachte toename van de vraag naar intramurale zorg voor een groot deel via verpleegzorgplekken buiten de instellingsmuren wordt opgevangen, veelal in de vorm van zelfstandige geclusterde woonvormen. De beoogde doelgroep voor de geclusterde woonvorm zorggeschikte woningen voor ouderen met een Wlzindicatie mag niet verward worden met de huishoudens met mobiliteitsbeperkingen en/of de 4
Het Aanjaagteam is er voor alle publieke en private partijen die aan de lat staan om in de komende jaren nieuwe woonzorgconcepten voor ouderen te ontwikkelen en tot stand te brengen. De voorloper Taskforce Wonen en Zorg heeft per 1 maart 2023 zijn activiteiten beëindigd.
Wonen met zorg
huishoudens die een geclusterde ouderenwoning zoeken. In de berekening van de verwachte vraag naar geclusterde ouderenwoningen in het Fortuna-model wordt geen rekening gehouden met een mogelijke noodzaak of levering van zorg aan het huishouden. Wel zijn geclusterde ouderenwoningen op voorhand (meer) geschikt om ook (intramurale) zorg aan het huishouden te leveren als dat nodig is. De opgave van verpleegzorgplaatsen maakt geen onderdeel uit van de gewenste uitbreiding van de voorraad voor ouderen geschikte woningen. Er is dus geen sprake van overlap tussen de woonvormen met Wlz-indicatie en de geclusterde ouderenwoningen zoals die in het Fortuna-model worden bepaald.
Nationale Woon- en Bouwagenda In navolging van WOZO is door de ministeries van BZK en VWS het Programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ geïnitieerd, dat onderdeel is van de Nationale Woon- en Bouwagenda.5 Hierin is geformuleerd dat van de 900.000 woningen die tot en met 2030 gebouwd moeten worden, minstens 290.000 woningen op ouderen gericht dienen te zijn. Het gaat daarbij specifiek om drie vormen, te weten 170.000 nieuwe nultredenwoningen, 80.000 reguliere geclusterde woningen en 40.000 zorggeschikte woningen. De opgave voor het aantal te bouwen nultreden en geclusterde woningen tot en met 2030 is gebaseerd op de Primos-module Wonen met Zorg / Fortuna 2021 en geldt nog steeds als de gewenste uitbreiding. De geclusterde woningen zullen conform het Rijksbeleid wel allemaal moeten worden gerealiseerd in een complex met een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. De opgave voor het aantal zorggeschikte woningen (voor verpleegzorg) is bepaald door het RIVM. De bouw van deze extra verpleegzorgplekken in de vorm van zorggeschikte woningen is meegenomen in de nieuwbouwplannen waarmee in de prognoses Wonen met Zorg / Fortuna wordt gerekend.
5
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/themas/nationale-woon-en-bouwagenda
Wonen met zorg
Gooi&Vechtstreek is een sterk vergrijzende regio In 2023 wonen in Gooi&Vechtstreek 244.000 personen en zijn er 111.220 huishoudens. Volgens de Primos-prognose 2023 loopt het inwonertal op naar 260.300 personen in 2040 en zijn er tegen die tijd 123.690 huishoudens. Naar verhouding zal verreweg de sterkste groei optreden onder personen en huishoudens vanaf 75 jaar. Het aandeel personen 75+ loopt in die periode op van 10,8 naar 14,8 procent van alle personen en het aantal huishoudens 75+ gaat van 17,0 procent naar 24,0 procent van alle huishoudens. De aantallen huishoudens in de leeftijdscategorieën 65-74 jaar respectievelijk jonger dan 65 jaar nemen in diezelfde periode naar verhouding slechts beperkt toe; bij beide leeftijdsgroepen is in relatieve zin sprake van een afname. Figuur S-1: Bevolking (links) en huishoudens (rechts) naar 3 leeftijdsklassen, groeicijfers tov 2023, Gooi&Vechtstreek (2023-2040) Bron: ABF, Primos/Fortuna 2023
Vergrijzing motor achter sterke groei zware (intramurale) zorgvraag V&V De sterke vergrijzing en met name de sterke toename van het aantal huishoudens van 75 jaar of ouder is de belangrijkste oorzaak van de verwachte groei in wonen met Wlz-zorg V&V. Het totale aantal intramuraal verblijvende cliënten in deze sector in de Gooi&Vechtstreek, in 2023 zo’n 2.430, zal in 2040 naar verwachting zijn gestegen tot ongeveer 2.960 cliënten, een toename met 530 plaatsen6. Het totale aanbod ligt daarmee in 2040 22 procent hoger dan de huidige capaciteit. Door de beoogde bevriezing van de reguliere intramurale capaciteit blijft de aanbodontwikkeling na 2026 zeer beperkt en uitsluitend nog het gevolg van de toename van het aantal plaatsen in verpleeghuizen die worden benut vanuit een VPT of MPT. In 2023 betreft landelijk een kleine 10 procent van de totale intramurale capaciteit een dergelijke verpleegzorgplaats; naar verwachting is dat in 2040 opgelopen tot 20 procent. Bovenstaande uitkomsten zijn het resultaat van de aanbodraming. In deze aanbodraming is ervan uitgegaan dat het bestaande aanbod ook cliënten uit andere gemeenten faciliteert. Naast de aanbodraming is er ook een vraagraming gemaakt. In de vraagraming wordt uitgegaan van alleen de
6
In deze prognose is geen rekening gehouden met huidige wachtlijsten, omdat informatie hierover ontbreekt of onvoldoende betrouwbaar is.
Wonen met zorg
vraag naar intramurale zorg vanuit de gemeenten zelf, in dit geval Gooi&Vechtstreek, en wordt gesimuleerd dat er géén verhuizingen naar een zorginstelling tussen gemeenten plaatsvinden. Veel ouderen zijn bij ongewijzigd beleid op latere leeftijd naar verwachting aangewezen op zware (intramurale) verpleeghuiszorg. Volgens de vraagraming blijkt er met een gewenste toename van 1.720 plaatsen sprake van een aanzienlijk hogere uitbreidingsopgave in de V&V-sector in de Gooi&Vechtstreek voor de periode 2023 tot 2040 dan volgens de aanbodraming.
Opgave om zware zorgvraag V&V anders -deels extramuraal- te organiseren De te verwachten totale vraag naar zware (intramurale) zorg V&V van de eigen bevolking in de Gooi&Vechtstreek in 2040 komt van – naar schatting – 4.145 cliënten. Het recht op verblijf in de Wlz is zoals gezegd echter niet meer realistisch door het personeelstekort en het tekort aan verblijfplaatsen. Een verpleeghuisplek wordt een schaars goed, uitsluitend beschikbaar voor zeer complexe (zware) cliënten met door de bank genomen een kortere verblijfsduur. In de Gooi&Vechtstreek zal dan ook voor 1.185 cliënten met een Wlz-zorgvraag een verpleegzorgplaats buiten de muren van de huidige zorginstellingen moeten worden geregeld, hoofdzakelijk voor cliënten met dementiezorg. Voor de zorglevering is hierbij de zorgaanbieder verantwoordelijk, voor de huisvesting de client zelf en indirect veelal de corporatie of een private partij. Indien deze zorg niet, of niet meer, bij cliënten thuis kan plaatsvinden, zijn er extra verpleegzorgplaatsen nodig, te realiseren buiten de muren van de bestaande instellingen. Zoals eerder aangegeven zijn geclusterde woonvormen het meest geschikt voor levering van intramurale zorg thuis.
Figuur S-2: Cliënten met Wlz-zorg, Gooi&Vechtstreek (2040) Bron: ABF, Fortuna 2023
4.500 4.000 3.500
Extramuraal
1.185
Intramuraal
530
Intramuraal
2.430
3.000 2.500 2.000
4.145
1.500 1.000 500 0 Vraag intramurale zorg in 2040
Wonen met zorg
Opgave verpleegzorgplaatsen extramuraal Toename intramurale capaciteit tot 2040 Huidige intramurale capaciteit
Lichte toename omvang sectoren GHZ en GGZ De Gehandicaptenzorg (GHZ) in de Gooi&Vechtstreek telt in 2023 in totaal 630 cliënten, waarvan 255 personen zwaar verstandelijk gehandicapt zijn. In 2040 zijn er volgens de aanbodraming circa 570 cliënten; dit betekent een toename met 60 cliënten. Vanuit de vraagraming wordt het aantal cliënten voor de jaren 2023 en 2040 met in totaal 545 respectievelijk 520 personen iets lager ingeschat, resulterend in een iets geringere afname ( 25 cliënten). Omdat gegeven de eigen bevolking de intramurale zorgvraag in de GHZ-sector lager is dan volgens de aanbodraming worden mogelijk cliënten uit de omgeving opgevangen in de Gooi&Vechtstreek. Volgens de registratie van het CAK wonen er in de Gooi&Vechtstreek 75 cliënten in een intramurale instelling in de sector Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) gefinancierd vanuit de Wlz. Naar verwachting ligt dit aantal in 2040 met 280 cliënten significant hoger. Vanuit de vraagraming wordt het aantal cliënten voor de jaren 2023 en 2040 op in totaal 245 respectievelijk 280 personen ingeschat. De te verwachten toename met 210 (aanbodraming) dan wel 35 (vraagraming) cliënten betreft volledig de vraag naar GGZ-Wonen.
Stijging
verwacht
van
marktaandeel
VPT
en
MPT
sector
V&V
in
de
Gooi&Vechtstreek Sinds de introductie van de leveringsvormen Volledig Pakket Thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT) is intensieve Wlz-zorg ook in de thuissituatie mogelijk. Beide leveringsvormen sluiten aan bij de trend zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen. Daarbij is in de V&V-sector sprake van actieve sturing hierin middels een verdere inkadering van de toegang tot de verpleeghuizen, waardoor de te verwachten groei van VPT en MPT binnen deze sector aanzienlijker groter is dan op basis van de demografische ontwikkeling verwacht mag worden. Op 1 januari 2023 telt de Gooi&Vechtstreek in de V&V circa 415 VPT-cliënten en zo’n 685 MPTcliënten en dat komt neer op 12 respectievelijk 19 procent van het totaal aantal cliënten V&V (Wlz verblijf+VPT+MPT) in de Gooi&Vechtstreek. Landelijk liggen deze percentages met respectievelijk 8 procent en 18 procent iets lager. Volgens het trendscenario, waarin de sterke groei in de afgelopen jaren van het gebruik van VPT en MPT in de V&V wordt doorgezet, mag een verdere toename worden verwacht van het aantal VPTcliënten in de Gooi&Vechtstreek van 415 in 2023 naar 1.285 in 2040; het aantal MPT-cliënten klimt van 685 in 2023 naar 1.555 in 2040.
Marktaandeel VPT en MPT sectoren GHZ en GGZ in de Gooi&Vechtstreek veel geringer en – na een lichte toename tot 2027 – stabiel Op 1 januari 2023 maken in de Gooi&Vechtstreek in de sectoren GHZ en GGZ respectievelijk 70 en 15 cliënten gebruik van een VPT; voor het MPT liggen de aantallen op respectievelijk 345 en 35 cliënten. De verwachte groei van het aantal cliënten in deze sectoren ten gevolge van de demografische ontwikkelingen is nihil. Ook voor de sectoren GHZ en GGZ geldt echter dat zich in de afgelopen jaren een groei heeft voorgedaan die groter is dan demografisch te verklaren, een trend waarvan wordt
Wonen met zorg
verwacht dat deze nog een paar jaar doorzet. Voor beide leveringsvormen wordt in de eerste jaren dan ook een lichte toename van het aantal cliënten verwacht, gevolgd door een stabiel beeld daarna in de periode 2027-2040. In de GHZ wordt een stabilisatie rond zo’n 75 VPT- en 365 MPT-cliënten voorzien; in de GGZ op 20 VPT- en een kleine 50 MPT-cliënten.
Ouderen hebben veel vaker mobiliteitsbeperkingen Met het stijgen van de leeftijd nemen fysieke beperkingen veelal flink toe. Van de thuiswonende huishoudens 75+ kampt in de Gooi&Vechtstreek, evenals landelijk, bijna de helft met mobiliteitsbeperkingen. Op oudere leeftijd worden mensen ook meer met andere gezondheidsbeperkingen, zoals dementie of hart- en vaatziekten, geconfronteerd. Hierover is helaas geen informatie beschikbaar. Geschikt wonen voor ouderen (op de reguliere woningmarkt) heeft derhalve in dit rapport alleen betrekking op de relatie met een- of meer mobiliteitsbeperkingen. Figuur S-3: Huishoudens naar mobiliteitsbeperking en leeftijd, totaal (links), 65+ (midden) en 75+ (rechts), Gooi&Vechtstreek (2023) Bron: ABF, Fortuna 2023
Stijging 75-plussers met mobiliteitsbeperkingen leidt tot opgave in geschikte voorraad Ook voor de reguliere woningmarkt heeft de sterke vergrijzing consequenties en bepaalt deze voor een groot deel de opgave aan ouderenhuisvesting. De sterke vergrijzing in de Gooi&Vechtstreek in combinatie met het steeds langer zelfstandig thuis wonen resulteert tussen 2023 en 2040 per saldo in een toename met 3.080 huishoudens met mobiliteitsbeperkingen op de reguliere woningmarkt in de Gooi&Vechtstreek. Deze groei concentreert zich met 3.750 huishoudens bij de 75-plussers. Omdat het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen jonger dan 75 jaar gaat afnemen, is de toename over alle huishoudens iets lager dan die onder 75-plussers. Deze toename van 3.750 huishoudens bestaat voor 80 procent uit alleenstaanden. Alleenstaanden zijn in het algemeen kwetsbaarder dan samenwonenden, waar de partner eventueel mantelzorg bieden kan. Deze stijging van het aantal huishoudens van 75-plussers met mobiliteitsbeperkingen is van invloed op de gewenste uitbreiding en aanpassingen in de woningvoorraad.
Wonen met zorg
Figuur S-4: Ontwikkeling huishoudens naar leeftijd en mate van mobiliteitsbeperking, Gooi&Vechtstreek (2023-2040) Bron: ABF, Fortuna 2023
1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200
0 -200
-400 <65
65-74 Licht MB
Matig MB
75+ Zwaar MB
Tot 2040 in totaal 4.950 voor ouderen geschikte woningen extra gewenst in de Gooi&Vechtstreek; opgave voor huishoudens 65+ gelijk (4.960 woningen) In totaal wordt het aantal voor ouderen geschikte woningen in de Gooi&Vechtstreek in 2023 ingeschat op 26.770 woningen, waarvan 43% procent in de huursector. Voor het merendeel gaat het om nultredenwoningen, 19.800 in totaal; het aantal aangepaste woningen wordt ingeschat op 3.930 en het aantal geclusterde ouderenwoningen op 3.010. Tot 2040 zijn er 4.950 voor ouderen geschikte woningen extra gewenst. Wordt alleen naar de vraag onder huishoudens 65+ gekeken dan zouden er totaal 4.960, geschikte woningen extra nodig zijn. Op de middellange termijn (tot 2031) zijn voor de huishoudens 65+ dan 3.030 geschikte woningen extra nodig en op de wat langere termijn, tussen 2031 en 2040, nog eens 1.930. De gewenste uitbreiding kan worden gerealiseerd door nieuwbouw maar ook (deels) door woningaanpassingen of verbouw of labeling binnen de bestaande woningvoorraad.
Accent uitbreiding geschikte voorraad voor huishoudens 65+ op duurdere prijsklassen Om vraag en aanbod voor wonen met zorg onder huishoudens 65+ beter op elkaar te laten aansluiten zouden er tussen 2023 en 2040 in de Gooi&Vechtstreek dus 4.960 voor ouderen geschikte woningen bij moeten komen. Die uitbreiding zou moeten bestaan uit 840 geclusterde ouderenwoningen, 1.280 aangepaste woningen en 2.850 nultredenwoningen. De gewenste toename van geclusterde ouderenwoningen in de Gooi&Vechtstreek betreft voor driekwart huurwoningen. Minder dan de helft daarvan, 46 procent, wordt bij voorkeur gerealiseerd in het sociale huursegment.
Wonen met zorg
De toename van aangepaste ouderenwoningen heeft grotendeels (voor 71 procent) betrekking op de koopsector, waarvan 80 procent bij voorkeur een koopprijs boven de NHG-grens (€ 355.000, prijspeil 2022). Ook bij nultredenwoningen wordt de toename vaker voorzien in de koopsector (64 procent), waarvan het grootste deel (84 procent) eveneens in het dure segment. Figuur S-5: Gewenste toename geschikte ouderenwoningen naar eigendom en prijsklasse (prijspeil 2022) voor huishoudens 65+, Gooi&Vechtstreek (2023-2040) Bron: ABF, Fortuna 2023 NB Door de hogere aantallen heeft
de grafiek voor de nultredenwoningen een sterk afwijkende Y-as.
800 700
Geclusterde ouderenwoningen
600 500 400 300 200 100 0 Huur < aftop.gr.
800 700
Huur < lib.gr. Huur ≥ lib.gr.
Koop ≤ 355 dzd
Koop > 355 dzd
Koop ≤ 355 dzd
Koop > 355 dzd
Aangepaste woningen
600 500 400 300 200 100 0 Huur < aftop.gr.
Huur < lib.gr. Huur ≥ lib.gr.
Wonen met zorg
(vervolg Figuur S-5)
Wonen met zorg
01 Inleiding Naast een compacte introductie over wonen met zorg en het huidige overheidsbeleid wordt in dit hoofdstuk een korte toelichting op het gebruikte onderzoeksmodel en de inhoud en opbouw van deze publicatie gegeven.
1.1 Fortuna-model in het kort Introductie wonen met zorg Nederland vergrijst in hoog tempo. De sterke toename van het aantal huishoudens van 75 jaar of ouder gaat gepaard met een stijging van de vraag naar intensieve (intramurale) zorg en een groeiende behoefte aan voor ouderen geschikte woningen. Gezondheidsbeperkingen en mobiliteitsproblemen treden vanaf de leeftijd van 75 jaar in aanmerkelijk hogere mate op dan op jongere leeftijden. Het aanbod van zorg en huisvesting in onze samenleving blijft achter bij de snelgroeiende doelgroep onder oudere huishoudens. Als reactie hierop heeft de minister van VWS in juli 2023 het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO7) aan de Kamer aangeboden met als centraal uitgangspunt voor de ouderenzorg: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’. Een omvangrijke groep mensen maakt zodoende niet langer aanspraak op een duur intramuraal verblijf, maar blijft – zeker met een lichte maar ook met een zwaardere zorgvraag – zelfstandig wonen binnen de reguliere woningmarkt. Het Volledig Pakket Thuis (VPT), het Modulair Pakket Thuis (MPT) en het Persoonsgebonden budget (Pgb) ondersteunen deze ontwikkeling. Het WOZO-rapport omvat een verdere stimulering van het extramuraliseringsbeleid, voortbordurend op de maatregel Scheiden Wonen en Zorg.
Hoewel Scheiden Wonen en Zorg het aantal cliënten in intramurale woonsituaties dempt zal de totale omvang van de doelgroep met een zware zorgvraag door de vergrijzing blijven toenemen. Dit doet zich vooral voor in de sector Verpleging en verzorging. Met de informatie uit het prognosemodel Wonen met zorg (Fortuna) brengt ABF Research de huidige situatie en toekomstige vraag naar wonen en zorg op lokaal niveau in kaart, geheel in lijn met het streven van de overheid en het Aanjaagteam Wonen Welzijn Zorg voor Ouderen8.
Prognosemodel voor Wonen met zorg ABF Research heeft een aantal prognosemodellen ontwikkeld waarvan de resultaten het beleid van gemeenten, corporaties, zorgaanbieders en andere partijen in Nederland kunnen ondersteunen. Deze prognoses bieden inzicht in verwachte ontwikkelingen tot op (binnen)gemeentelijk niveau.
7
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/07/04/wozo-programma-wonen-ondersteuning-en-zorg-voor-
ouderen 8
Het Aanjaagteam is er voor alle publieke en private partijen die aan de lat staan om in de komende jaren nieuwe woonzorgconcepten voor ouderen te ontwikkelen en tot stand te brengen. De voorloper Taskforce Wonen en Zorg heeft per 1 maart 2023 zijn activiteiten beëindigd.
Wonen met zorg
15
Specifiek gaat het om de volgende drie prognosemodellen:
16
●
de bevolkings- en huishoudensprognose Primos Bevolking,
●
het woningmarktsimulatiemodel Primos Woningmarkt (Socrates), en
●
de prognose Primos Wonen met zorg (Fortuna), onderscheiden in Intramuraal, Extramuraal, Volledig Pakket Thuis en Modulair Pakket Thuis.
De Fortuna-prognose sluit aan op de uitkomsten van zowel de Primos-prognose als de Socratesprognose. Het Fortuna-model brengt zowel de ontwikkeling van het aantal personen met een zware (intramurale) zorgvraag gefinancierd vanuit de Wlz als de vraag van oudere huishoudens naar een voor hen geschikte woning in beeld. De huidige situatie vormt daarbij het startpunt. Deze startsituatie wordt onder andere ‘gemeten’ via registraties en gekoppelde databestanden. Voor de intramurale huisvesting vormt het CAK de belangrijkste bron. Koppeling van intramurale prevalenties (gebruik) aan de verwachte demografische ontwikkeling biedt zicht op de toekomstige behoefte aan wonen met zorg. Voor een beeld van de reguliere woningmarkt worden bronnen als BRP, BAG en WOZ geraadpleegd. Woonwensen worden gemeten in het Woononderzoek Nederland (WoON). Om de opgave voor geschikte ouderenhuisvesting in beeld te brengen (Fortuna Extramuraal) wordt de huidige verdeling op de toekomst geprojecteerd, op basis van de verwachte demografische ontwikkeling en afgestemd op de woningmarktontwikkeling. In het prognosemodel wordt rekening gehouden met een aantal relevante factoren, van toepassing op Fortuna Intramuraal, Fortuna Extramuraal of op beide onderdelen: ●
de verwachte ontwikkelingen in intramurale instellingen (uitstroom, doorstroom, sterftekansen, bezettingsgraad op basis van trends in de registraties);
●
bevriezing van de reguliere verpleeghuiscapaciteit vanaf 2026;
●
de huidige huisvestingssituatie (zorgvastgoed, woningvoorraad);
●
de
verwachte
mutaties
in
de
woningvoorraad
(nieuwbouw,
sloop,
omzettingen
en
huurstijgingen), via het Socrates-model; ●
relevant overheidsbeleid (zoals toewijzingsregels voor sociale huurwoningen, passend toewijzen en extramuraliseringsbeleid) en het beleid van verhuurders van woningen, via het Socratesmodel;
●
economische verwachtingen.
Wonen met zorg
Figuur 1-1: Schematische weergave prognose Wonen met zorg (ABF, Fortuna)
17
Registratie- en databestanden Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) Basisregistraties Personen (BRP) Waardering onroerende zaken (WOZ) Woononderzoek Nederland (WoON) Verantwoordingsinformatie corporaties (dVi) Microbestanden (CBS) Centraal Administratiekantoor (CAK)
↓ Fortuna Extramuraal
VPT & MPT
Intramuraal
Mobiliteitsbeperkingen Nultredenwoningen
Wlz Extramuralisering
Aangepaste woningen Geclusterde ouderenwoningen
Scheiden Wonen Zorg
Verpleging en Verzorging
V&V
Gehandicaptenzorg
Zorggeschikte woningen
Geestelijke Gezondheidszorg
↑
↑
Socrates
Primos
Samenhang tussen zelfstandig en onzelfstandig wonen De prognoses geven een beeld van de verwachte ontwikkeling in de woonsituatie van de bevolking en de huishoudens. In Figuur 1-2 is de samenhang tussen zelfstandig (particulier) en onzelfstandig (intramuraal) wonen goed te zien. De meeste personen wonen zelfstandig als particulier huishouden in een koop- of huurwoning op de gewone woningmarkt (rechter deel schema). Een deel daarvan betreft geschikte huisvesting voor wonen met zorg. Slechts een klein deel van de bevolking woont onzelfstandig in een intramurale instelling. De intramurale instellingen in de zorg hebben betrekking op drie sectoren: Verpleging en Verzorging (V&V), landelijk de grootste sector, Gehandicaptenzorg (GHZ) en Geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Anno 2023 wordt van de in totaal 105.800 bewoonde woningen in de Gooi&Vechtstreek 38 procent gehuurd en is 62 procent in eigendom van de bewoner(s). De totale voorraad voor ouderen geschikte woningen – al dan niet met zorg – daarbinnen wordt ingeschat op in totaal 26.770 woningen, 25 procent van alle woningen. Van de 40.670 huurwoningen in de Gooi&Vechtstreek is een groot deel in bezit van een woningcorporatie. De doelgroep van de corporaties bestaat uit huishoudens met een laag inkomen, in concreto een inkomen beneden de toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen.
De afgelopen jaren hebben woningcorporaties in toenemende mate ook te maken gekregen met personen met een zorgproblematiek, het gevolg van vergrijzing onder de eigen huurders en van overheidsbeleid om meer aandachtsgroepen te huisvesten, zoals statushouders en uitstromers uit de GGZ.
Wonen met zorg
In 2023 wonen in de Gooi&Vechtstreek zo’n 3.135 personen in een intramurale instelling gefinancierd vanuit de Wlz, waarvan de V&V-sector de meeste cliënten telt (2.430). De GHZ-sector in de regio omvat 630 personen en er zijn in 75 intramurale Wlz-cliënten in de GGZ-sector. Figuur 1-2: Samenhang onderdelen prognose wonen en wonen met zorg (ABF, Primos/Socrates/Fortuna)
Bevolking
Intramuraal (institutionele huishoudens)
Woningen
Clienten Wlz
V&V
Extramuraal (particuliere huishoudens)
GHZ
GGZ
Huur
Koop
Overig
Geschikt Geclusterde ouderenwoning Aangepaste woning
Zorggeschikte woningen Wlz
Volledig Pakket Thuis
BAR Bewoonde Andere Ruimte
Nultredenwoning
Ouderenhuishoudens (65+)
Modulair Pakket Thuis
Voor de prognose wonen met zorg extramuraal zijn verschillende scenario’s doorgerekend, op basis van andere inkomensverwachtingen (zie rapporten op rijksoverheid9). Standaard worden de uitkomsten van het Middenscenario gebruikt. Zo ook in dit rapport.
Samengevat levert deze Fortuna-rapportage een beeld op van: ●
Verwachte ontwikkeling zware (intramurale) zorg
●
Verwachte ontwikkeling van het gebruik van Volledig Pakket Thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT)
●
Kwantificering van de opgave van voor ouderen geschikte woningen op de reguliere woningmarkt
Onderzoek voor de Gooi&Vechtstreek Op verzoek van de Projectvennootschap Blaricum B.V. wordt deze brede intra- en extramurale opgave wonen en zorg in dit rapport uitgewerkt voor de Gooi&Vechtstreek. Het rapport biedt inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van de verschillende leeftijdsgroepen, in de verwachte zware (intramurale) zorgvraag10 en in de gewenste woningvoorraad (voor ouderen) in de
9
Woningmarktverkenning 2023-2037 | Rapport | Rijksoverheid.nl
10
Wlz-cliënten in de sectoren GHZ en GGZ zijn op verzoek van de opdrachtgever in dit rapport buiten beschouwing gelaten.
Wonen met zorg
18
regio, waarmee de opgave tot 2040 aan benodigd(e) zorg(vastgoed) en voor ouderen geschikte woningen in de Gooi&Vechtstreek duidelijk wordt. Voor de 6 onderscheiden gemeenten van de regio is deze opgave eveneens gekwantificeerd en in een Excel-bijlage opgenomen. Tot de regio behoren de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren.
1.2 Recent Rijksbeleid Op 4 juli 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport middels een brief aan de Tweede Kamer een eerste uitwerking gegeven van het programma “Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen” (WOZO)11. Wonen en zorg moet op een andere wijze worden georganiseerd, vanuit de overtuiging dat “we anders willen, we anders moeten en we anders kunnen”. De norm wordt: zelf als het kan; thuis als het kan; digitaal als het kan. In aansluiting op dit programma hebben de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, en de minister voor Langdurige Zorg en Sport op 23 november 2023 in een brief aan de Tweede Kamer onder andere laten weten dat van de 900.000 te bouwen woningen tot en met 2030 minstens 290.000 woningen geschikt voor ouderen moeten zijn. Voor ouderen met een zorgvraag geldt dat niet alleen de woning moet aansluiten op de woonwensen, maar dat aan meer randvoorwaarden voldaan moet worden om plezierig wonen met een zorgvraag mogelijk te maken. In het WOZOprogramma is ingegaan op deze noodzakelijke randvoorwaarden.
Enkele van de meest vitale randvoorwaarden voor ouderen met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg), die met name door ActiZ zijn benoemd, zijn de versterking van de wijkinfrastructuur, de toegang tot de (intensieve) verpleegzorg, de inrichting van het zorglandschap en een stabiele financiering om de transitie mogelijk te maken12. Het WOZO-rapport is een verdere stimulering van het extramuraliseringsbeleid, voortbordurend op de maatregel Scheiden Wonen en Zorg. Een uitbreiding van de intramurale capaciteit wordt “als onhaalbaar gezien, voornamelijk als gevolg van toenemende schaarste aan zorgpersoneel, en deze zal er dus ook niet komen”13. De eerste inzet van de minister is gericht op behoud van de huidige intramurale capaciteit (circa 130.000 verpleeghuisplaatsen landelijk), met de mogelijkheid van een kleine uitbreiding van ongeveer 5.000 plaatsen tot 2026 op basis van bestaande, reeds in gang gezette plannen. Mogelijk wordt dit aantal verpleeghuisplaatsen in instellingen nog iets verder uitgebreid, tot 7.000 of 8.00014. Na de val van het kabinet op 7 juli 2023 is onduidelijk of deze verdere uitbreiding er nog gaat komen.
11
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/07/04/wozo-programma-wonen-ondersteuning-en-zorg-voorouderen 12 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b02c031a0d6f3b17a3002c526b3ee4b8acf2f1d1/pdf 13
https://www.npostart.nl/meldpunt/25-03-2022/POW_05197527
14
https://nos.nl/artikel/2468576-minister-waarschijnlijk-toch-extra-verpleeghuisplekken-de-komende-jaren
Wonen met zorg
19
In dit rapport wordt daarom uitgegaan van een stabilisatie van het landelijk totaal aantal reguliere verpleeghuisplaatsen in instellingen vanaf 2026 op 135.000. Daarnaast zijn er sinds de invoering van de maatregel Scheiden Wonen en Zorg een toenemend aantal verpleeghuisplaatsen in tehuizen die worden benut vanuit een VPT of MPT. In 2023 betreft dat landelijk een kleine 10 procent van het totale intramurale aanbod (138.000 conform CBS). Voor de op deze wijze ingerichte intramurale capaciteit blijft ook na 2026 ruimte voor groei. Daarnaast zal een verdere verwachte groei aan plaatsen gefinancierd vanuit de Wet Langdurige zorg (Wlz) voortaan moeten worden gerealiseerd in andere vormen van verpleegzorg, thuis of in kleinschalige woonvoorzieningen. In 2030 moeten conform het Rijksbeleid 40.000 nieuwe verpleegzorgplekken extramuraal, buiten de muren van de bestaande instellingen, zijn gerealiseerd. Vanuit efficiencyoverwegingen komen geclusterde woonvormen het meest in aanmerking voor levering van Wlz-zorg thuis; complexen waar ouderen bij elkaar wonen en waar de zorg van buiten komt. Deze woningen dienen ‘zorggeschikt’ te zijn voor Wlz-zorg thuis (verpleegzorg).
Geclusterde woonvorm met Wlz-indicatie versus geclusterde ouderenwoning In het WOZO-programma, Actielijn 4 (Wonen en zorg voor ouderen) is dus voorzien dat de instellingscapaciteit nog maar beperkt zal worden uitgebreid en dat de verwachte toename van de vraag naar intramurale zorg via verpleegzorgplekken buiten de instellingsmuren wordt opgevangen, veelal in de vorm van zelfstandige geclusterde woonvormen. De beoogde doelgroep voor de geclusterde woonvorm zorggeschikte woningen voor ouderen met een Wlz-indicatie mag niet verward worden met de huishoudens met mobiliteitsbeperkingen en/of de huishoudens die een geclusterde ouderenwoning zoeken. In de berekening van de verwachte vraag naar geclusterde ouderenwoningen in het Fortuna-model wordt geen rekening gehouden met een mogelijke noodzaak of levering van zorg aan het huishouden. Wel zijn geclusterde ouderenwoningen op voorhand (meer) geschikt om ook (intramurale) zorg aan het huishouden te leveren als dat nodig is. De opgave van verpleegzorgplaatsen maakt geen onderdeel uit van de gewenste uitbreiding van de voorraad voor ouderen geschikte woningen. Er is dus geen sprake van overlap tussen de woonvormen met Wlz-indicatie en de geclusterde ouderenwoningen zoals die in het Fortuna-model worden bepaald.
Nationale Woon- en Bouwagenda In navolging van WOZO is door de ministeries van BZK en VWS het Programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ geïnitieerd, dat onderdeel is van de Nationale Woon- en Bouwagenda15. Hierin is geformuleerd dat van de 900.000 woningen die tot en met 2030 gebouwd moeten worden, minstens 290.000 woningen op ouderen gericht dient te zijn. Het gaat daarbij specifiek om drie vormen, te weten 170.000 nieuwe nultredenwoningen, 80.000 reguliere geclusterde woningen en 40.000 zorggeschikte woningen.
15
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/themas/nationale-woon-en-bouwagenda
Wonen met zorg
20
De opgave voor het aantal te bouwen nultreden en geclusterde woningen tot en met 2030 is gebaseerd op de Primos-module Wonen met Zorg / Fortuna 2021 en geldt nog steeds als de gewenste uitbreiding. De geclusterde woningen zullen conform het Rijksbeleid wel allemaal moeten worden gerealiseerd in een complex met een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. De opgave voor het aantal zorggeschikte woningen (voor verpleegzorg) is bepaald door het RIVM. De bouw van deze extra verpleegzorgplekken in de vorm van zorggeschikte woningen maakt deel uit van de nieuwbouwplannen waarmee in de diverse ABF-prognosemodellen, dus ook in Primos Wonen met Zorg / Fortuna, wordt gerekend.
1.3 Leeswijzer rapport In hoofdstuk 2 wordt gestart met de verwachte ontwikkeling van bevolking en huishoudens in Gooi&Vechtstreek. De demografische verwachtingen bepalen immers voor een belangrijk deel de toekomstige vraag naar intramurale zorgplaatsen en voor ouderen geschikte woningen. De hoofdstukken 3 en 4 betreffen zorg gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Hoofdstuk 3 geeft de ontwikkeling van de vraag naar intramurale huisvesting in de sectoren Verpleging & verzorging, Gehandicaptenzorg en Geestelijke gezondheidszorg. De ontwikkelingen in het gebruik van het Volledig Pakket Thuis en het Modulair Pakket Thuis zijn vervolgens onderwerp van hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 gaat de aandacht uit naar de toekomstige omvang en samenstelling van – voornamelijk oudere – huishoudens met mobiliteitsbeperkingen en wordt aansluitend ingegaan op de voor ouderen geschikte woningenvoorraad en de opgave aan geschikte ouderenhuisvesting. De achterliggende cijfers van de figuren en tabellen (bijlage A en B) en de begrippenlijst (bijlage C) zijn achterin de publicatie te vinden.
Wonen met zorg
21
02 Ontwikkeling bevolking en huishoudens In dit hoofdstuk wordt de verwachte ontwikkeling van bevolking en huishoudens in de Gooi&Vechtstreek in de periode 2023-2040 beschreven. Demografische ontwikkelingen bepalen immers voor een belangrijk deel de toekomstige vraag naar (intramurale) zorgplaatsen en geschikte woningen.
Sterke toename 75-plussers
23
In 2023 wonen in Gooi&Vechtstreek 244.000 personen, die samen 111.220 huishoudens vormen. Volgens de Primos-prognose 2023 loopt het inwonertal op naar 260.300 personen en 123.690 huishoudens in 2040. Figuur 2-1 toont voor de periode 2023-2040 de relatieve ontwikkeling van de omvang van de bevolking en de huishoudens in de Gooi&Vechtstreek naar 3 leeftijdsklassen. Duidelijk is dat de sterkste groei gaat optreden onder 75-plussers en 75-plushuishoudens. In absolute zin stijgt het aantal inwoners van 75 jaar en ouder in de regio Gooi&Vechtstreek van 26.470 personen in 2023 naar 38.460 personen in 2040, terwijl het aantal huishoudens met 75plussers in diezelfde periode toeneemt van 18.860 naar 29.650. In de bijlagen zijn de cijfers voor de jaren 2023, 2025, 2031, 2035 en 2040 opgenomen.16 Figuur 2-1: Bevolking en huishoudens naar 3 leeftijdsklassen, groeicijfers t.o.v. 2023, Gooi&Vechtstreek, (2023-2040) Bron: ABF, Primos/Fortuna 2023
160 Bevolking
index (2023=100)
140 120 100 80 60 40 20
2023 <65 190,7 duizend 65-74 26,8 duizend 75+ 26,5 duizend
2040 <65 192,1 duizend 65-74 29,7 duizend 75+ 38,5 duizend
0 2023
2025
2027
2029
<65
16
2031 65-74
2033
2035
2037
2039
75+
Het jaar 2031 is gekozen om aan te sluiten bij het tijdvak uit de genoemde Nationale Woon- en Bouwagenda.
Wonen met zorg
(vervolg Figuur 2-1)
24
160 Huishoudens 140
index (2023=100)
120 100
80 60 40 20
2023 <65 74,7 duizend 65-74 17,6 duizend 75+ 18,9 duizend
2040 <65 76,2 duizend 65-74 17,8 duizend 75+ 29,7 duizend
0 2023
2025
2027
2029
<65
2031
2033
65-74
2035
2037
2039
75+
Tabel 2-1 toont voor 2023 en 2040 het relatieve aandeel van de bevolking per leeftijdsklasse. In 2023 bedraagt in de regio Gooi&Vechtstreek het aantal 75-plussers 10,8 procent van de bevolking. In 2040 zal dit percentage naar verwachting zijn gegroeid tot 14,8 procent, ofwel een absolute groei van 3,9 procentpunt. In de regio Gooi&Vechtstreek is deze groei daarmee iets lager dan gemiddeld in heel Nederland. De ontwikkeling van het aantal personen in de leeftijdscategorie 65-74 jaar is zowel landelijk als in de Gooi&Vechtstreek aanzienlijk gematigder dan de toename van oudere personen. Het aandeel personen tot 65 jaar in de Gooi&Vechtstreek neemt in de komende 17 jaar - ondanks een lichte stijging van het aantal - af met 4,3 procentpunt. Tabel 2-1: Percentage van de bevolking naar leeftijdsklassen, Gooi&Vechtstreek en Nederland (2023-2040) Bron: ABF, Primos/Fortuna 2023 <65 Nederland Gooi&Vecht streek 2023 79,8% 78,2% 2040 75,0% 73,8% Ontwikkeling % 2023-2040 -4,7% -4,3%
65-74 Nederland Gooi&Vecht streek 11,0% 11,0% 11,5% 11,4% 0,5% 0,4%
>=75 Nederland Gooi&Vecht streek 9,2% 10,8% 13,5% 14,8% 4,3% 3,9%
Tabel 2-2 toont een vergelijkbaar beeld voor de huishoudens, waarbij de verschillen in ontwikkeling per leeftijdsklasse nog wat scherper naar voren komen. Van alle huishoudens in de Gooi&Vechtstreek is 67,2 procent jonger dan 65 jaar. In overeenstemming met de verwachte ontwikkeling van de
Wonen met zorg
leeftijdsverdeling van de bevolking neemt het aandeel huishoudens jonger dan 65 jaar af naar 61,6 procent in 2040. Het aandeel huishoudens van 65-74 jaar gaat licht afnemen, van 15,8 procent naar 14,4 procent. Het aandeel huishoudens 75+ gaat daarmee sterk stijgen in de komende 17 jaar. In de Gooi&Vechtstreek vormen huishoudens 75+ momenteel 17,0 procent van het totaal aantal huishoudens en de verwachting is dat dit percentage in 2040 is toegenomen tot 24,0 procent, ofwel een toename met 7,0 procentpunt. Dit is iets hoger dan de landelijke groei van 6,5 procentpunt. Tabel 2-2: Ontwikkeling huishoudens naar leeftijdsklassen, Gooi&Vechtstreek en Nederland (2023-2040) Bron: ABF, Fortuna 2023 <65 Nederland Gooi&Vecht streek 2023 70,8% 67,2% 2040 63,9% 61,6% Ontwikkeling 2023-2040 -6,9% -5,6%
Wonen met zorg
65-74 Nederland Gooi&Vecht streek 15,2% 15,8% 15,5% 14,4% 0,4% -1,4%
>=75 Nederland Gooi&Vecht streek 14,0% 17,0% 20,5% 24,0% 6,5% 7,0%
25
03 Wonen met zorg intramuraal In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige stand en de te verwachten ontwikkeling tot 2040 van de omvang van het aantal Wlz-cliënten met een intramurale zorgvraag in de sectoren Verzorging en Verpleging (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en Geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Bijlage A omvat een uitgebreid cijferoverzicht hiervan en in bijlage C is een toelichting
op
de
gehanteerde
begrippen
zorgprofielcategorieën en zorgzwaartepakketten).
opgenomen
(zoals
Dit hoofdstuk geeft de te verwachten ontwikkeling van de omvang van het aantal Wlz-cliënten met een (intramurale) zorgvraag. In dit verband moet worden opgemerkt dat voor de sector V&V het verblijf in een instelling geen vanzelfsprekendheid meer is en in recente plannen van de overheid17 alleen nog voor de allerzwaarste zorgvraag gereserveerd blijft. De te verwachte toename van de intramurale capaciteit is zeer gering en blijft beperkt tot een toename van het aantal plaatsen in een tehuis die worden benut vanuit een VPT of MPT. De vraag naar intramurale zorg die de aanwezige capaciteit overstijgt zal voortaan extramuraal, middels verpleegzorgplaatsen buiten de muren van de bestaande instellingen, moeten worden gefaciliteerd, bij voorkeur in de vorm van geclusterde woonvormen18. De omvang van deze groep cliënten met een zware zorgvraag die in de toekomst extramuraal moet worden opgevangen is met Fortuna Intramuraal goed te kwantificeren. Personen met een Wlz-indicatie krijgen zorg toegekend in de vorm van een zorgprofiel. Een zorgprofiel
beschrijft
de
zorg
en/of
ondersteuning
die
nodig
is
aan
de
hand
van
zorgzwaartepakketten (ZZP’s). De registratie bij het CAK van het aantal cliënten dat gebruik maakt van Wlz-zorg verloopt aan de hand van deze ZZP’s en zijn tevens het uitgangspunt in de prognose. Voor elke sector zijn diverse ZZP’s ontwikkeld. Er is géén overlap tussen de 3 sectoren; een cliënt kan op een bepaald moment slechts voor één ZZP een indicatie hebben. Voor de V&V-sector zijn de prognoses per zorgzwaartepakket (ZZP) uitgewerkt. Bij de sectoren GHZ en GGZ zijn in het rekenmodel verschillende ZZP’s samengevoegd tot 7 respectievelijk 3 hoofdcategorieën, dit in verband met het geringe aantal cliënten bij sommige ZZP’s. De indelingen zijn opgenomen in de begrippenlijst (bijlage C). Tevens zijn in de begrippenlijst alle ZZP’s nader toegelicht, zowel met een omschrijving als met overzichten naar verscheidenheid aan nuances en onderlinge verschillen op diverse relevante invalshoeken. De intensiteit van de verschillende ZZP’s is daarbij schematisch weergegeven, zodat een beeld wordt verkregen van het onderscheid tussen de vele verschillende pakketten.
3.1 Cliënten Verpleging & Verzorging De sector verpleging en verzorging heeft formeel in totaal 9 zorgprofielen, waarvan er actueel nog 6 worden geïndiceerd19. ZZP10 is komen te vervallen en voor de laagste 3 zorgprofielen worden gegeven de extramuralisering20 in de ouderenzorg geen indicaties meer afgegeven en is het aantal
17 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/07/04/wozo-programma-wonen-ondersteuning-en-zorg-voorouderen 18
Omdat voor deze verpleegzorgplaatsen een zorgzwaarte-indicatie (ZZP) noodzakelijk is wordt deze opgave elders in dit rapport aangeduid met ‘geclusterde woonvormen Wlz’ ter onderscheiding van de opgave reguliere geclusterde ouderenwoningen. 19
Met ingang van 2018 is palliatief-terminale zorg (PTZ) onderdeel van het zorgprofiel dat de cliënt al heeft en wordt PTZ bekostigd vanuit dat pakket conform voorheen ZZP VV10, mits is voldaan aan de daarvoor opgestelde criteria (o.a. terminaalverklaring). De indicatie door het CIZ is vervallen, waardoor de PTZ sneller kan worden geleverd. Financiering van PTZ voor cliënten zonder Wlz-indicatie verloopt via de Zorgverzekeringswet. Dezelfde zorg wordt dus vanuit verschillende wetgevingen bekostigd. 20
In de V&V krijgen nieuwe cliënten sinds 2013 geen indicatie ZZP1 of ZZP2 meer en vanaf 2014 ook geen ZZP3.
Wonen met zorg
27
cliënten dat in 2023 nog gebruikt maakt van een dergelijk zorgprofiel nihil. Voor de V&V zijn 3 hoofdcategorieën gedefinieerd.
Categorieën verpleging en verzorging (V&V) De intramurale huisvesting voor ouderen en andere zorgbehoevenden in de sector Verpleging en Verzorging valt uiteen in drie hoofdgroepen: Beschut wonen omvat alle plaatsen in intramurale instellingen die worden bewoond door personen met een ZZP1-4. Deze cliëntengroep betreft als gevolg van de extramuralisering nagenoeg uitsluitend nog personen met een ZZP4 en een relatief lichte zorgvraag, die steeds vaker extramuraal zal (moeten) worden ingevuld. Beschermd wonen betreft woon- en verblijfsvormen met 24-uurs nabije zorg en bescherming. Met 'nabij' wordt gedoeld op zorg die permanent aanwezig is. In het algemeen betreft het onzelfstandig wonen. Concreet betekent dit dat alle plaatsen in intramurale instellingen voor zover bewoond door personen met een ZZP5-8 tot het beschermd wonen worden gerekend. Ook bij deze cliëntengroep zal in toenemende mate een deel extramuraal (moeten) worden ingevuld. Intramuraal overig omvat alle plaatsen in intramurale instellingen voor zover bewoond door personen met een ZZP9. Deze cliëntengroep verblijft relatief kortdurend in een intramurale omgeving. Ook de zogenaamde sectorvreemde ZZP’s zijn aan deze categorie toegedeeld. Dit betreft de in V&V-instellingen verblijvende personen met een ZZP in de GGZ of Gehandicaptensector.
3.1.1
V&V: Cliënten Verpleging en Verzorging in 2023 Cliënten beschermd wonen vormen de grootste groep Tabel 3-1 geeft het aantal cliënten met verblijf in de V&V-sector in de Gooi&Vechtstreek in 2023, die in totaal 2.430 personen omvat. Daarvan woont 10 procent beschut, 89 procent beschermd en de resterende 1 procent omvat de categorie overige intramurale woonvormen. Verreweg het grootste deel van de cliënten woont dus beschermd; in de Gooi&Vechtstreek gaat het om 2.160 personen. Hierbinnen wordt een nader onderscheid gemaakt naar personen met een ZZP5 of 7 (overwegend grondslag psychogeriatrisch) en personen met een ZZP6 of 8 (overwegend grondslag somatiek). Dit in verband met een sterk uiteenlopende zorgvraag van de desbetreffende cliënten en de direct daaraan gelieerde vastgoedvraag. In de Gooi&Vechtstreek is de groep cliënten met ZZP5 of ZZP7 bijna 3 keer zo groot dan de groep cliënten met ZZP6 of ZZP8. In bijlage A zijn alle ZZP’s V&V afzonderlijk opgenomen.