CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling RSA 2023-2026 regio G&V Bijlage RSA 2023-2026

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststelling regionale samenwerkingsagenda (RSA) 2023-2026 regio G&V7.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026

IJSSALON

oer

Verv

Kenmerk: Datum: 21 maart 2023 Contact: j.agricola@regiogv.nl

RSA.1

INHOUD

RSA.2

INLEIDING

3

OPGAVEN

7

Trends & ontwikkelingen

7

Bouwen & wonen

9

Economie & innovatie

12

Gezondheid & ondersteuning

15

Jeugd & onderwijs

18

Milieu & duurzaamheid

21

Ruimte & mobiliteit

23

Werk & participatie

26

BIJLAGEN

29

INLEIDING

RSA.3

Gerhard van den Top Regiovoorzitter Samen met onze regiogemeenten zorgen we dat de samenleving kan functioneren en leveren we een bijdrage aan gezondheid, welzijn en vitaliteit van onze inwoners. Stel je eens voor dat het afval niet wordt opgehaald, dat niemand reageert als je een ambulance nodig hebt, gezinnen met problemen nergens terecht kunnen en jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben aan hun lot worden overgelaten. Het maakt mij trots hoe we dit voor alle inwoners ‘gewoon’ goed doen!

In opdracht van de zeven gemeentebesturen van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren voert de Regio gemeentelijke taken uit. Dit betreft vooral dienstverlening aan inwoners. Daarnaast werken gemeenten samen in de beleidsvoorbereiding op regionale opgaven. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en/of de eigen raad. De Regionale Samenwerkingsagenda is ondersteunend aan deze beleidsmatige samenwerking.

1.

Gemeenteraden stellen de Regionale Samenwerkingsagenda lokaal vast. Het streven is om met elkaar dezelfde samenwerkingsagenda vast te stellen. Mochten er toch afwijkingen zijn tussen de vastgestelde agenda’s van gemeenten, dan stelt het algemeen bestuur vast hoe zij daar invulling aan geeft.

Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. De regiogemeenten bepalen gezamenlijk wanneer er sprake is van een regionale maatschappelijke opgave. De regionale opgaven voor de komende vier jaar zijn in kaart gebracht op basis van urgentie, impact, meerwaarde van gezamenlijke aanpak en budgettaire consequenties. De Regionale Samenwerkingsagenda beschrijft de regionale opgaven waarop gemeenten samenwerken maar is niet kaderstellend. Vanuit de samenwerking op de regionale opgaven worden door de colleges kaderstellende producten opgeleverd, zoals een visie of verordening, die door de lokale raden wordt vastgesteld. De autonomie blijft bij gemeenten.

Doel van de Regionale Samenwerkingsagenda is om de gemeenteraden in staat te stellen te sturen op de samenwerking op de regionale opgaven, in beleidsvoorbereiding en belangenbehartiging. Door erkenning van de regionale opgaven en de onderlinge afstemming hierover kunnen de gemeenteraden hun eigenaarschap op de regionale samenwerking beter invullen. De regionale samenwerkingsagenda bestaat uit drie elementen;

RSA.4

2. 3.

een omschrijving van regionale opgaven waarop gemeenten willen samenwerken een duiding vanuit gemeenteraden op welke regionale opgaven zij onderling als gemeenteraden intensiever in gesprek willen een agenda-tool die inzicht en overzicht geeft voor de gemeenteraden wanneer welk onderwerp in de raad kan worden geagendeerd

Omschrijving regionale opgaven

De regionale opgaven zijn geclusterd in zeven thema’s. Voor elk thema stemmen de portefeuillehouders

vanuit de gemeenten de samenwerking af in het portefeuillehoudersoverleg. De leden van het algemeen bestuur zijn voorzitter van één van de portefeuillehoudersoverleggen. Het credo van de gemeenten binnen de samenwerking is: regionaal wat moet, lokaal wat kan. Bij de beschrijving van regionale opgaven wordt daarom expliciet benoemd waarom regionale samenwerking nodig is. Ook wordt bij de opgaven beschreven binnen welke al vastgestelde kaders de opgaven nader worden ingevuld. Dit kunnen kaders zijn die door de gemeenteraden zijn vastgesteld of kaders vanuit hogere overheden.

Gesprek tussen gemeenteraden

De besluitvorming op regionale opgaven wordt bestuurlijk voorbereid. De gemeenteraden worden bij de start betrokken met een startnotitie en worden geïnformeerd met informatiebrieven of een webinar. In de Regionale Samenwerkingsagenda geven de gemeenteraden daarnaast aan op welke regionale opgaven zij als gemeenteraden onderling het gesprek willen voeren en standpunten willen uitwisselen. Vanwege de agendadruk en behoefte aan focus beperkt dit zich tot een aantal opgaven. Gemeenteraden hebben eind 2022 een zienswijze uitgebracht op de startnotitie Regionale Samenwerkingsagenda 2023-2026. Hierin hebben zij aangegeven op welke onderwerpen zij met elkaar het gesprek willen voeren. Een aantal onderwerpen die in de zienswijzen zijn benoemd worden geagendeerd in de context van een besluitvormingstraject. Voor vier focusopgaven worden in deze raadsperiode themasessies georganiseerd zodat de raden met elkaar in gesprek kunnen gaan. Afhankelijk van de invulling kunnen hierbij ook stakeholders worden uitgenodigd. Tijdens het Regiopodium van 13 maart 2023 hebben de daar aanwezige raadsleden input meegegeven voor de invulling van deze themasessies.

gelijktijdige informatievoorziening is van groot belang om met elkaar een zorgvuldig proces te doorlopen en te zorgen dat gemeenteraden dezelfde informatiepositie hebben. Daarom richten het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen de besluitvormingstrajecten en zienswijzetrajecten in volgens de aanbevelingen van de regionale raadswerkgroep ‘ Verbetering Governance Regio’.

De focusopgaven zijn: • arbeidsmarkt & werkgelegenheid • bereikbaarheid & mobiliteit • landschap (programma landelijk gebied) • sociaal domein (integraal zorgakkoord, normalisering zorg)

Voor het totaaloverzicht worden in de agenda ook opgenomen de producten vanuit de Regio in het kader van de planning en controlcyclus (begroting, bestuursrapportage en jaarrekening) en de verzoeken om wensen en bedenkingen vanuit de metropoolregio Amsterdam (MRA).

Agenda-tool

Gemeenteraden aan zet

In de agenda wordt voor alle raadstrajecten aangegeven wat er wanneer in de raad kan worden geagendeerd. Dit geeft inzicht en overzicht voor de raadsleden. De agenda wordt regelmatig geactualiseerd. Het tijdpad van trajecten is vaak niet meteen bij het begin van de bestuursperiode bekend. Bijvoorbeeld omdat uitwerking vanuit Rijk of provincie nog moet worden afgewacht. Of omdat binnen een traject nog proceskeuzes gemaakt moeten worden op basis van de behandeling van de startnotitie in de raden. De geactualiseerde agenda wordt door het algemeen bestuur aangeboden aan de gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen aan de hand van de agenda het gesprek voeren met hun college of hun afgevaardigde in het algemeen bestuur. De volgende besluitvormingstrajecten zijn bij vaststelling van deze agenda in beeld en zijn in de eerste versie van de agenda opgenomen:

Als er richting gegeven moet worden of besluiten genomen moeten worden, dan doet de gemeenteraad dit lokaal. Een eenduidige en

Regiopodia zijn bedoeld voor de uitwisseling van kennis, beelden en inzichten. Er is behoefte om onderling het gesprek te voeren. Tegelijkertijd kennen alle gemeenteraden een hoge agendadruk. Om hierop in balans te blijven hanteren we de volgende uitgangspunten; • Een fysiek Regiopodium is gericht op de dialoog en wordt georganiseerd voor de vier themasessies op de focusopgaven of voor onderwerpen waarvoor een besluitvormings- of zienswijzetraject loopt in de raden. • Een digitaal Regiopodium (Webinar) wordt ingezet om de gemeenteraden te informeren over de voortgang of ontwikkelingen op overige trajecten. De fysieke regiopodia en de webinars zijn vaak op maandagavond voorafgaand aan de fractievergaderingen.

Onderwerp

Raadsbesluit

Verantwoordelijk PFHO/AB

Huisvestingsverordening

Vaststellen

Bouwen en Wonen

Volkshuisvestingsprogramma doelgroepen (woonzorgvisie)

Vaststellen

Bouwen en Wonen

Regionale energiestrategie (RES) 2.0

Vaststellen

Milieu en Duurzaamheid

Gemeenschappelijke regeling

Vaststellen

Algemeen bestuur

Afweging PMD bronscheiding of nascheiding

Zienswijze

Milieu en Duurzaamheid Algemeen Bestuur

RSA.5

Vertaling in bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s De beleidsvoorbereiding en bestuurlijke afstemming op de regionale opgaven ligt bij zeven portefeuillehoudersoverleggen. Zij vertalen per portefeuillehoudersoverleg de regionale opgaven in een bestuurlijk uitvoeringsprogramma waarin een handelingsperspectief wordt gegeven voor de bestuurlijke beleidsvoorbereiding op regionale opgaven en op het realiseren van concrete projecten om binnen een opgave verbeterslagen te slaan. De besluitvormende bevoegdheid in de samenwerking blijft altijd bij gemeenten. Het uitvoeringsprogramma wordt gevoed vanuit de wensen van gemeenten, de Regionale Samenwerkingsagenda, Rijksbeleid en autonome en actuele ontwikkelingen. De uitvoeringsprogramma’s

RSA.6

worden periodiek geactualiseerd. Na vaststelling is het uitvoeringsprogramma openbaar en in te zien op de website van de Regio.

Communicatie en evaluatie

Over de voortgang die wordt geboekt in de regionale samenwerking los van de besluitvormingstrajecten wordt met de raden gecommuniceerd via informatiebrieven, webinars en de producten in het kader van de P&C cyclus. Aan het eind van deze RSAperiode worden de resultaten weer integraal met de raden gedeeld. Voor de verkiezingen wordt de scope en invulling van de RSA geëvalueerd zodat dit meegegeven kan worden aan de nieuwe gemeenteraden voor de volgende periode van regionale samenwerking.

Trends en ontwikkelingen

We bevinden ons in een tijdperk van transitie1.

OPGAVEN

Trends & ontwikkelingen RSA.7

Fundamentele veranderingen zijn nodig in de manier waarop we als samenleving basale functies in de maatschappij invullen zoals vervoer, voedselproductie, wonen, zorg en energievoorziening. Ook moeten we ons aanpassen aan de klimaatverandering. Door de demografische ontwikkeling in Nederland draagt in 2050 de helft van de bevolking de zorg voor de andere helft.2 Dit alles heeft impact op de inrichting van de maatschappij, de inrichting van het landschap maar ook rechtstreeks op inwoners die hun woonomgeving, koopkracht en positie op de arbeidsmarkt zien veranderen. Digitalisering biedt hierin kansen maar ook uitdagingen. Het overheidsbeleid wordt daarbij steeds meer gemonitord op brede welvaart en ‘sustainable development goals’ in plaats van op economische groei. Het gaat niet meer om expansie maar om het beter benutten van ruimte en middelen en het vliegwieleffect wat daaruit kan ontstaan.

regionale samenwerkingsverbanden ontstaan waarin partijen alert moeten en willen zijn op enerzijds het belang van samenwerken om de doelstellingen te halen en anderzijds de democratische legitimiteit te waarborgen. Het Rijk kiest ervoor in deze fase weer meer regie te nemen op de ruimtelijke ontwikkeling en legt daarbij de taak (en de budgetten) bij de provincie om hier samen met gemeenten uitvoering aan te geven. Bijvoorbeeld op het gebied van landschapsbehoud, wonen en energietransitie. In het sociaal domein wordt acht jaar na de decentralisaties de balans opgemaakt. Wat wilden we bereiken met de decentralisaties en is dat gelukt? Dit leidt tot herijking van de ambities maar ook tot herziening van de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten waar het gaat om sturing en bekostiging.

De uitdagingen waarvoor we staan vragen om radicale aanpassingen. Dit tijdperk geeft ruimte voor dynamiek en innovatie. Maar het leidt ook tot afname van vertrouwen in de gevestigde instituties, het vasthouden aan bestaande zekerheden en angst voor de toekomst. Gevolg hiervan is polarisatie tussen innovatie en toekomstgerichtheid enerzijds en de wens tot behoud van de gevestigde orde anderzijds. Onze overkoepelende opgave is om de kansen van de transities pakken, slim te bundelen en onze omgeving zorgvuldig te begeleiden op weg naar een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Daarbij is het belangrijk iedereen mee te nemen en te laten meeprofiteren. Dit vereist onderlinge solidariteit. Met name als het gaat om kwetsbare doelgroepen en het voorkomen van kansongelijkheid waarbij de rekening niet bij volgende generaties wordt gelegd. Transitie betekent ook beweging in de taak- en rolverdelingen tussen overheden. Naast de traditionele bestuurslagen uit het huis van Thorbecke zijn allerlei 1 De SER onderscheidt vijf grote transities: globalisering, digitalisering, verduurzaming, flexibilisering en vergrijzing gecombineerd met verstedelijking. 2 Door de dubbele vergrijzing (de groep ouderen wordt groter door de naoorlogse geboortepiek en de gemiddelde leeftijd stijgt) zal in 2050 de verhouding beroepsbevolking versus ouderen en jongeren 50/50 zijn.

RSA.8

Deze herijkingen vragen de komende jaren een bovengemiddelde inzet van menskracht en middelen. Leeswijzer bij de beschrijving van opgaven De regionale opgaven zijn geclusterd in zeven thema’s. Bouwen &Wonen, Economie & Innovatie, Gezondheid & Ondersteuning, Jeugd & Onderwijs, Milieu & Duurzaamheid, Ruimte & Mobiliteit en Werk & Participatie. Bij elk thema worden drie aspecten benoemd; • een beschrijving gegeven van de opgave • waarom regionale samenwerking op dit thema (regionaal wat moet, lokaal wat kan) • binnen welke al vastgestelde kaders wordt de opgave nader ingevuld

Bouwen & wonen RSA.9

Nanning Mol Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Bouwen en Wonen Voor iedereen is wonen van waarde, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend. Gooi en Vechtstreek wil een ‘complete regio’ zijn met een passend woningaanbod voor jong, oud, rijk, arm, kleine en grote huishoudens, valide en mindervalide mensen. Samen zorgen we ervoor dat voor alle generaties en elke portemonnee betaalbare huizen beschikbaar zijn, zodat we een vitale en inclusieve regio worden. Wonen moet weer vanzelfsprekend zijn.

Passend woningaanbod voor alle huishoudens Het aantal huishoudens in Nederland groeit en de woningmarkt staat onder druk. Ook in de regio groeit het aantal huishoudens, mede door toename van het aantal alleenstaanden en ouderen. Met de nationale bouwagenda stuurt het Rijk met regionale Woondeals tussen provincies en regio’s op verhoging van de bouwproductie en het ‘fair share’ principe: • 1/3 nieuwbouw is sociaal + 1/3 nieuwbouw is betaalbaar (tot Nationale Hypotheek Garantie); • 1/3 voorraad is sociaal (in Gooi en Vechtstreek is nu 25% sociaal); • 1/3 woningtoewijzingen is aan aandachtsgroepen.

De uitwerking van de woondeal naar doelgroepen wordt op regionaal niveau vertaald in volkshuisvestingsprogramma’s onder leiding van de provincie Noord-Holland. Figuur 1: Rijksoverheid, programma woningbouw, Regie op de bouwopgave: de regionale woondeals

Actualisering Huisvestingsverordening De landelijke Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om de verdeling van schaarse (huur)woningen te reguleren. Dit moet worden vastgelegd in een Huisvestingsverordening (HVV) die maximaal vier jaar geldig is. Op dit moment hebben gemeenten een gelijkluidende lokaal vastgestelde Huisvestingsverordening. Deze is geldig tot 1 juli 2023. De nieuwe HVV moet tenminste worden afgestemd met de buurgemeenten en corporaties. Een eenduidige HVV is in het belang van de regionaal opererende woningcorporaties en de woningzoekenden. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Gooi en Vechtstreek is een deelregio binnen de woningmarktregio Metropoolregio Amsterdam. • De woningcorporaties opereren regionaal. • De woonruimteverdeling van sociale woningen en de urgentieverlening is regionaal georganiseerd. • Gemeenten moeten hun woningbouwopgaven regionaal afstemmen in het kader van provinciaal beleid. Daarom sluit de provincie regionale woonakkoorden met de gemeenten. • Voor kwetsbare doelgroepen is er een wisselwerking met het regionale beleid Bescherming en Opvang. • Voor toegang tot subsidieregelingen is vaak regionale samenwerking randvoorwaarde (WBI, provinciale regelingen).

In maart 2023 zijn de regionale Woondeals tussen Rijk en regio’s getekend. Gooi en Vechtstreek maakt onderdeel uit van de Woondeal MRA. De bouwopgave in de Woondeal is gebaseerd op de afspraken in het woonakkoord Gooi en Vechtstreek. Het Woonakkoord gaat, gelet op de groei van de bevolking en het aantal huishoudens, uit van een opgave om de komende 20 jaar 9.800 woningen (Regio, exclusief Weesp) toe te voegen aan de voorraad, waarbij de behoefte tot 2030 het grootst is (+ 6.900). 3 In de woonvisie 2016-2030 hebben de regiogemeenten hun ambitie op wonen en woningbouw tot 2030 vastgelegd. In 2021 hebben de gemeenten met de provincie en de woningcorporaties actuele en aangescherpte ambities voor bouwen en betaalbaarheid neergelegd in het Woonakkoord, voor de periode tot 2040.

RSA.10

Vastgestelde kaders Woonakkoord (2021)3

Gemeenten

Woonvisie 2016-2030

Gemeenten

Huisvestingsverordening

Gemeenten

Beleidsplan bescherming en opvang 2022-2025

Regio Gooi en Vechtstreek

Woonagenda 2020-2025

Provincie

Omgevingsverordening

Provincie

Beleidsplan bescherming en opvang 2022-2025

Regio Gooi en Vechtstreek

Huisvestingswet

Rijk

Nationale bouw- en woonagenda

Rijk

Huisvestingswet

Rijk

RSA.11

Economie & innovatie RSA.12

Gert Zagt Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Economie en Innovatie Werk draagt bij aan de ontplooiing van onze inwoners en is van groot maatschappelijk belang. Gooi en Vechtstreek wil een woon-werkregio in balans zijn, waarbij de werkgelegenheid aansluit op de beroepsbevolking. Ik zie en ervaar dat de ruimte voor economie in de regio schaars is. Daarom vind ik het belangrijk dat we als regio kiezen voor bedrijven die passen bij ons gebied en die bijdragen aan onze maatschappelijke ambities.

Het Centraal Planbureau maakt in het ‘Centraal economisch plan 2022 de economische impact van de oorlog in Oekraïne en de corona-epidemie inzichtelijk. De hogere energieprijzen werken ongelijk door in de koopkracht van huishoudens. Tegelijk groeit de economie en blijft de arbeidsmarkt krap. Bij blijvend hoge prijzen van energie en andere vaste lasten kunnen tussen de 670.000 en 1,2 miljoen huishoudens moeite krijgen met het betalen van hun maandelijkse lasten. Dat komt neer op tussen de 9% en 15% van alle huishoudens. Deze ontwikkeling laat zien dat het onzekere tijden zijn voor inwoners, bedrijven en overheden.

Ruimte voor werkgelegenheid De werkgelegenheid in de regio loopt niet gelijk op met de beroepsbevolking. In de regio is de ruimte voor werk, met name op formele kantorenlocaties en bedrijventerreinen de afgelopen 15 - 20 jaar sluipenderwijs afgenomen. Deze ontwikkeling bedreigt de economische kracht van Gooi en Vechtstreek omdat bedrijven uit de regio met een uitbreidings- of verplaatsingswens niet in de regio terecht kunnen. Verhoudingsgewijs verplaatsen zich veel bedrijven naar een locatie buiten de regio met medeneming van werkgelegenheid. Bedrijven van buiten de regio kunnen zich lastig vestigen. In deze periode heeft een gestage bevolkingsgroei plaatsgevonden. De balans banen-beroepsbevolking is inmiddels 0,9. Dit is met name een probleem voor praktijkgeschoolde inwoners, aangezien deze over het algemeen binnen een straal van 7-10 km van hun woning werk (moeten) vinden.

Figuur 2: Centraal Planbureau, Centraal economisch plan 2022

De noodzaak voor behoud van ruimte voor werkgelegenheid is groter dan ooit omdat er naast de traditionele werkzaamheden op bedrijventerreinen ook ruimte gevonden moet worden voor verduurzaming en circulaire economie. Duurzaam investeren in kansrijke sectoren Balans tussen wonen en werken is belangrijk voor de leefbaarheid in de regio. Kwalitatief en kwantitatief; dit betekent dat er voldoende werkgelegenheid is en dat deze ook aansluit bij de samenstelling van de beroepsbevolking. Doordat de ruimte voor economie in de regio schaars is, is het van belang dat de regio kiest voor bedrijven die passen bij het ecosysteem van de regio en die bijdragen aan de maatschappelijke ambities. Figuur 3 laat zien dat de economische groei van het Gooi en de Vechtstreek drijft op ICT- en media: ruim 17 procent van het bruto regionaal product en een aandeel van 12% van de werkgelegenheid in 2019. De zorgsector is met 14% werkgelegenheid een nóg grotere werkgever in het Gooi en de Vechtstreek. Ook de zakelijke dienstverlening, groot- en detailhandel zijn groeisectoren. Iets minder dan de helft van alle werkzame inwoners heeft een baan in het Gooi en de Vechtstreek zelf: in 2019 zo’n 61.000 personen. Er is sprake van behoorlijke inkomende en uitgaande pendel, waarbij met name de media-gerelateerde bedrijvigheid aantrekkingskracht uitoefent op werknemers uit andere delen van Nederland.

Daarnaast is toerisme en recreatie een kansrijke sector. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Het ‘daily urban system’ voor wonen en werk voor de inwoners van Gooi en Vechtstreek is regionaal of zelfs bovenregionaal (MRA en regio Utrecht). • Gooi en Vechtstreek is één van de 35 arbeidsmarktregio’s waarin wordt samengewerkt op bijvoorbeeld werkgeversdienstverlening.

RSA.13

•

•

•

•

In de NOVEX MRA (voorheen Verstedelijkingsstrategie) hebben Rijk en Regio gekozen voor een polycentrisch verstedelijkingsmodel4 waarin groei van inwoners en arbeidsplaatsen geconcentreerd worden bij OV knooppunten. Dit model gaat uit van spreiding van economische activiteiten in de Metropoolregio Amsterdam rondom de centrumgemeenten. Dit uitgangspunt wordt vanuit de MRA verder uitgewerkt in een bedrijventerreinenstrategie. De provincie stelt kaders voor planning van nieuwe bedrijventerreinen en bedrijvenlocaties. Binnen de MRA zijn hierover afspraken gemaakt in de uitvoeringsstrategie Plabeka. De gemeenten in Gooi en Vechtstreek maken onderdeel uit van ROM Utrecht via het aandeelhoudersschap van Hilversum. Hierdoor kunnen bedrijven uit onze regio ook meeprofiteren van de dienstverlening van de ROM op het gebied van investeren, internationaliseren en innoveren. Voor toegang tot rijksmiddelen voor het stimuleren van economische ontwikkeling is regionale samenwerking vaak voorwaarde (Regiodeals). Figuur 3: MRA, economische verkenningen, ICT zeer bepalend voor economische groei in Gooi en Vechtstreek

* De bolgrootte (omvang 2019) geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van de andere deelregio’s. Bron: CBS (bewerking TNO)

4 Een alternatief model zou zijn de economische activiteit te centraliseren in Amsterdam.

RSA.14

Vastgestelde kaders Uitvoeringsstrategie Plabeka

Gemeenten en provincies binnen de MRA

Plabeka monitor

Gemeenten en provincies binnen de MRA

Omgevingsverordening

Provincie

NOVEX MRA (Verstedelijkingsstrategie)

Gemeenten en provincies binnen de MRA, Rijk

Gezondheid & ondersteuning RSA.15

Joke Lanphen Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Gezondheid en Ondersteuning Samen met de collega-bestuurders zetten we ons in voor een gezonde Gooi en Vechtstreek waar iedereen moet kunnen meedoen aan de samenleving. Reden genoeg om de gezondheid van alle inwoners van de regio zo optimaal mogelijk te faciliteren en te ondersteunen. Ik geloof in de kracht van mensen. Hoe meer we samendoen, hoe beter dit lukt.

Het aantal inwoners in het Gooi en de Vechtstreek groeit van 257.000 inwoners in 2020 met 5,5% naar 272.000 inwoners in 2050. In dezelfde periode verdubbelt het aantal 80-plussers naar 30.000 in 2050. Ook het aantal 65-plussers stijgt met 4,9% naar 42.000 en het aantal jongeren met 4,4% naar 62.000 in 2050. De beroepsbevolking krimpt echter van 143.000 in 2020 met -3,5% naar 138.000 in 2050. In 2050 is de omvang van de beroepsbevolking in het Gooi en de Vechtstreek bijna net zo groot als de omvang van het overige deel van de bevolking. Acht jaar na de decentralisaties in het sociaal domein maken zowel het Rijk als gemeenten de balans op. Zijn de verwachtingen waargemaakt? En waar is aanpassing

nodig? De decentralisaties hebben geleid tot meer participatie door inwoners in de zorginvulling en meer kansen op verbinding tussen zorg, werk en onderwijs. Maar de route naar passende zorg wordt nog steeds vooral klassiek met individuele ondersteuning ingevuld. Het systeem van sturing, financiering en instroom tussen Rijk en gemeenten blijkt gebrekkig waardoor gemeenten onvoldoende regie kunnen nemen in de nieuwe verantwoordelijkheden en het financieel vangnet onvoldoende blijkt. Om de gewenste verandering te realiseren is herijking van het systeem nodig en ketensamenwerking tussen gemeenten en andere zorgpartijen. Grafiek 1: CBS, Bevolkingsontwikkeling 1995 – 2020 en bevolkingsprognose 2020 – 2050 Corop regio Gooi en Vechtstreek (incl. Weesp)

RSA.16

Samenwerken aan passende zorg thuis Steeds meer mensen leven steeds langer met chronische gezondheidsklachten en leven steeds langer zelfstandig thuis. Gevolg van de vergrijzing en decentralisatie van grote delen van de zorg thuis is dat de zorgbehoefte onder ouderen steeds meer toeneemt. De houdbaarheid van de zorg komt voor gemeenten (financieel) en zorgorganisaties (voldoende arbeidskrachten) steeds meer onder druk te staan. Elk jaar groeit het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning ontvangt vanuit de gemeenten. Daarnaast komt de houdbaarheid onder druk te staan door de toegenomen complexiteit van de samenleving. De toegenomen mentale druk groeit steeds vaker uit in een psychische klacht of aandoening. Steeds vaker zien we dat mensen wegens tekorten in de zorg langer moeten wachten op passende zorg. Goede, toegankelijk en betaalbare zorg vraagt dus om nieuwe interventies. Het kabinet, de gemeenten, de zorgaanbieders, de zorgverzekeraars, de medewerkers in de zorg en de patiëntenorganisaties hebben daarom afspraken gemaakt. Die afspraken staan in het Integraal Zorgakkoord. De partijen willen een passende inzet van zorg bereiken door: 1. goed samen te werken met de langdurige en verzekerde zorg bij het mogelijk maken van het langer zelfstandig thuis wonen met zorg; 2. lichtere vormen van zorg en ondersteuning binnen de reguliere werkuren in de wijk vorm te geven; 3.

specialistische vormen van zorg en ondersteuning op maat gezamenlijk vorm te geven, waarbij de menselijke maat centraal staat. Gezondheid & preventie voorop Passende zorg gaat over gezondheid in plaats van over ziekte. De inzet verschuift van zorg naar leefstijl en preventie. Ook dit komt terug in het Integraal Zorgakkoord maar wordt ook uitgewerkt in het Gezond en Actief Levenakkoord (GALA). Om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden is het van belang de beweging van zorg naar gezondheid te realiseren door te

zorgen voor een gezondere bevolking door: 1. een groene en gezonde leefomgeving; 2. wijkgerichte inzet op preventieve en kortdurende leefstijl- en gezondheidsinterventies; 3. gezondheidsverschillen tussen inwoners en wijken te verkleinen. De doelstellingen van GALA sluiten aan bij de kerntaken van de GGD maar ook bij het lokale sportbeleid. Bescherming & Opvang Verreweg het grootste deel van onze inwoners geeft het eigen leven vorm en weet de weg te vinden in onze samenleving. Een kleine groep heeft (tijdelijk) bescherming en opvang nodig. Het gaat om mensen die beperkingen hebben, kampen met een psychische aandoening, verslaving, dak- of thuisloos zijn of te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. Bescherming en opvang omvat openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. De druk op deze voorzieningen neemt toe. Extramuralisering5, toename van schuldenproblematiek en de druk op de woningmarkt maakt dat de doelgroep groeit. Ook heeft de coronacrisis inwoners in een kwetsbare positie extra hard geraakt. Een passende plek om te wonen en een toegankelijke en veilige omgeving zijn belangrijke voorwaarden om mee te kunnen doen aan de samenleving.

•

•

regionaal inzetbaar en kennen ook een koppeling met inzet vanuit de GGD. Inkoop en contractbeheer van individuele voorzieningen zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek belegd omdat dit vanuit expertise en schaalgrootte lokaal slechts beperkt mogelijk is. Bescherming en opvang is een centrumgemeentetaak die is overgedragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. Het Rijk werkt aan doordecentralisatie van deze taak van centrumgemeente naar alle gemeenten. Regionale samenwerking en afstemming blijft dan verplicht. Vastgestelde kaders Beleidsplan Bescherming en Opvang

Gemeenteraden

Integraal zorgakkoord

Min VWS, zorgpartijen en VNG

Gezond en actief leven akkoord (GALA)

Min VWS, gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars

Brede SPUK regeling6

Rijk

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo

Rijk

Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Het integraal zorgakkoord (IZA) zet in op ketensamenwerking op regionale schaal. De ketenpartners zijn over het algemeen regionaal georganiseerd. • Subsidieregelingen vanuit IZA, SPUK en GALA zijn 5 De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) wordt steeds minder binnen instellingen en steeds meer ambulant verzorgd waarbij patiënten zorg aan huis krijgen. 6 De Brede SPUK-regeling is voor alle gemeenten in werking gesteld om diverse afspraken uit te kunnen voeren. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Preventieakkoord.

RSA.17

Jeugd & onderwijs RSA.18

Karin van Hunnik Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Jeugd en Onderwijs We staan opnieuw aan het begin van hervormingen in de jeugdzorg en het onderwijs. De scheidslijn daartussen vervaagt. Ik zie dat in onze regio die verandering al is ingezet, samen met onze partners. Ik wil dat jeugdigen en jongvolwassenen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Onderwijs is de basis en waar nodig wordt dit gecombineerd met toegankelijke zorg. Beschikbare en betaalbare jeugdzorg heeft mijn prioriteit en ik zet maximaal in op de beweging van zorg naar preventie.

Het aantal kinderen met jeugdzorg nam de afgelopen jaren flink toe. De hoeveelheid zorg per kind bleef stabiel. Waar in 2015 één op de tien jongeren jeugdhulp ontving, is dit in 2021 gestegen naar één op de 7,5. In het Gooi en de Vechtstreek is dat beeld wel wisselend: in Hilversum heeft één op de tien jongeren hulp, in Huizen één op de 7.5. De toename zien we vooral bij de lichtere vorm van begeleiding, de ambulante jeugdhulp. Ondanks de toegenomen ondersteuningsbehoefte onder ouders en kinderen bezuinigt het Rijk op de jeugdzorg. Aan deze bezuinigingsopgave is een landelijke hervormingsagenda verbonden. Met de gestegen vraag is ook de arbeidsmarktkrapte toegenomen. Dit maakt dat de werkdruk in delen van de jeugdzorg erg hoog is. Jeugdprofessionals maken zich zorgen of zij hun werk nog naar behoren kunnen uitoefenen. Ook corona heeft een behoorlijk impact op de ontwikkeling van de gezondheid van kinderen en jongeren. GGD Gooi en Vechtstreek doet hier onderzoek naar. De verwachting is dat de negatieve gevolgen voor de meeste kinderen vanzelf overgaan, waarbij kinderen in kwetsbare posities hier mogelijk meer tijd en/of hulp bij nodig hebben.

In wijk en regio jeugdzorg op maat Hervormingen zijn nodig om ervoor te zorgen dat jongeren en gezinnen tijdig de juiste hulp ontvangen. Hervormingen zijn ook nodig om de jeugdzorg betaalbaar te houden. Het Rijk heeft in de hervorming van de jeugdzorg meerdere wetstrajecten ingezet, waaronder de verplichting tot regionale samenwerking en het opstellen van een regiovisie. Gemeenten hebben zich binnen de VNG aan deze richting gecommitteerd met de Norm van Opdrachtgeverschap. In de regiovisie jeugd; Een toekomst met perspectief hebben de gemeenten in Gooi en Vechtstreek invulling gegeven aan de regionale samenwerking in het kader van de Norm van Opdrachtgeverschap. Drie lijnen worden ingezet om in wijk en regio te zorgen voor aan passende inzet van jeugdzorg: 1. beschikbaarheid van lichte en preventieve jeugdzorg (vorming van wijkteams) daar waar kinderen en hun ouders (zorg)vragen stellen (school, huisartsenpraktijk, wijkcentra, sportvereniging); 2. versterken van de verbinding tussen de lichte en preventieve jeugdzorg en de verwijzers (normaliseren en demedicaliseren); 3. specialistische vormen van zorg en ondersteuning

op maat gezamenlijk vorm te geven, waarbij de menselijke maat en administratieve lastenvermindering centraal staan. Kansrijke start voor ouders en kinderen Met een kansrijke start voor ouders en kinderen wordt de kansongelijkheid verkleind en ook het beroep op jeugdzorg. Hierop wordt ingezet door: 1. gezondheidsverschillen met gerichte ondersteuning te verkleinen; 2. het aanleren van gezondheidsvaardigheden en versterken van (stevig) ouderschap; 3. vroegtijdig kinderen en hun omgeving (ouders, school, huisarts, sport) preventief en licht te ondersteunen bij zorgvragen. De inzet verschuift van zorg naar leefstijl en preventie en is net als bij Gezondheid & Ondersteuning gekoppeld aan het Gezond en Actief Levenakkoord (GALA) Dit vraagt samenwerking met stakeholders zoals het onderwijs, zorgaanbieders en de GGD. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • De jeugdwet benoemt de noodzaak van samenwerking maar stelt dit niet verplicht. Het wetsvoorstel «Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen» regelt verplichte regionale samenwerking tussen gemeenten bij de organisatie van bepaalde vormen van zorg. Via de Norm van Opdrachtgeverschap geven gemeenten hier al invulling aan. • Subsidieregelingen vanuit IZA, SPUK en GALA zijn regionaal inzetbaar en kennen ook een koppeling met inzet vanuit de GGD.

• Inkoop en contractbeheer van individuele voorzieningen zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek belegd omdat dit vanuit expertise en schaalgrootte lokaal slechts beperkt mogelijk is. • De onderwijsinstellingen hebben zowel lokaal als regionaal afstemming met gemeenten.

RSA.19

Vastgestelde kaders Gezond en actief leven akkoord (GALA)

Min VWS, gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars

Norm voor opdrachtgeverschap

VNG-resolutie

Hervormingsagenda jeugd 2022-2028

Rijk en VNG

Brede SPUK regeling7

Rijk

Jeugdwet

Rijk

7 De Brede SPUK-regeling is voor alle gemeenten in werking gesteld om diverse afspraken uit te kunnen voeren. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Preventieakkoord.

RSA.20

Milieu & duurzaamheid RSA.21

Bart Rebel Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Milieu en Duurzaamheid De uitstoot van schadelijke stoffen voor het milieu moet drastisch naar beneden om daarmee de klimaatverandering binnen de perken te houden. Die afspraak geldt ook voor onze regio. Daarvoor moeten we de omslag maken naar een toekomstbestendige economie, overgaan op duurzame energie en ons energiegebruik sterk verminderen. Daarbij is ook aandacht nodig voor de grondstoffen die we (her)gebruiken. Ik wil mij inzetten om mee te werken aan die grote doelen, want de toekomst begint niet morgen, maar vandaag. Er ligt een wereldwijde opgave om de opwarming van de aarde te beperken zodat klimaatverandering hanteerbaar blijft. We moeten onze uitstoot van broeikasgassen drastisch terugbrengen, om het doel uit het Parijsakkoord (2015) van maximaal 1.5°C te halen en daarmee de klimaatverandering te beperken. We moeten de omslag maken naar een toekomstbestendige economie en ons gebruik van energie en grondstoffen sterk verminderen. Daarbij moeten we ook aandacht hebben voor de grondstoffen die we gebruiken. Energietransitie & energiebesparing We staan voor de uitdaging onze CO2 uitstoot in 2030 te verminderen en deze per 2050 volledig terug te dringen. Aan die doelen hebben het Rijk en gemeenten zich verbonden via het nationaal Klimaatakkoord.

Het Rijk vult dit in via het Nationaal Programma RES, een landelijke isolatieprogramma en via extra inzet op verduurzaming van het bedrijfsleven. Daartoe is ook extra geld beschikbaar vanuit een klimaat- en transitiefonds. Voor de (regio)gemeenten richt de pijler Energietransitie zich op het verduurzamen van de gebouwde omgeving (besparing) en hernieuwbare energie (opwek) via de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte.

Een circulair Gooi en Vechtstreek In het Gooi en de Vechtstreek gaat net als in de rest van Nederland, de natuurkwaliteit en biodiversiteit achteruit. Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is de biodiversiteitscrisis even groot als de klimaatcrisis. Het werken aan een toekomstbestendige leefomgeving kan worden versterkt vanuit de ruimtelijke ordening maar ook op wijkniveau. De wijze waarop we produceren en consumeren leidt tot uitputting van grondstoffen en geeft te grote globale afhankelijkheid. Daarbij is de impact van vervuilende stoffen in ons milieu groot voor de natuur en onze eigen gezondheid. Een circulaire economie draagt in belangrijke mate bij aan het terugdringen van broeikasgassen (CO2) en het voorkomen van verdere klimaatverandering. Bijvoorbeeld door het terugdringen en voorkomen van afval, het stimuleren van kringloopbedrijvigheid en de deeleconomie, slimme retourlogisitiek en het verduurzamen van bouw- en materiaalketens in de regio. Het ontwikkelen van hubs en het creëren van ruimte voor circulaire bedrijvigheid horen daarbij. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Vanuit het nationaal programma RES is Nederland verdeeld in 31 energieregio’s. Gooi en Vechtstreek is een

8 OER is het rijksprogramma Opwek Energie op Rijksgrond. Voor onze regio gaat het vooral om het onderzoeken van de mogelijkheden tot opwek zonne-energie langs de A1 en A27.

RSA.22

• •

•

• •

deelregio binnen de energieregio Noord-Holland Zuid. Gemeenten stemmen gezamenlijk af met het Rijk in het OER-programma8. De regiogemeenten hebben met de provincie geïnvesteerd in de ketensamenwerking op verduurzaming van woningen via het Energiedienstenbedrijf. Gemeenten hebben regionaal samen de analysefase van de energietransitie en de warmtetransitie ingevuld. In hoeverre samenwerking in de uitvoering gewenst is moet nader worden ingevuld vanuit de lokale ambities. Arbeidskrapte, expertise en schaalvoordelen kunnen redenen zijn voor samenwerking. Gemeenten kiezen in elk geval voor kennisuitwisseling. Ruimtelijke en landschappelijke inpassing van energie-opwek moet worden afgestemd waar dit buurgemeenten raakt. De afvalinzameling- en verwerking wordt regionaal uitgevoerd door de GAD, onderdeel van de Regio Gooi en Vechtstreek. Vastgestelde kaders Regionale energiestrategie 1.0

Gemeenten energieregio Noord-Holland Zuid

Grondstoffenvisie 2021

Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek

Uitvoeringsplan GAD 2023-2026

Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek

Landelijk afvalbeheerplan (LAP)

Rijk

VANG-programma

Rijk en gemeenten

Nationaal Klimaatakkoord

Rijk, gemeenten, bedrijven

VN akkoord over klimaatverandering

Verenigde Naties

Ruimte & Mobiliteit RSA.23

Hugo Bellaart Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Ruimte en Mobiliteit We koesteren ons unieke landschap; we bouwen niet in ons historisch groen. Maar als we niet gaan uitbreiden dan moeten we inbreiden. En hoe je het ook wendt of keert, de ruimte blijft beperkt. Het gebruik van die ruimte, de bereikbaarheid en de mobiliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik maak mij sterk om keuzes te maken die passen in de omgeving.

Het Koersdocument Gooi en Vechtstreek 2040 is bouwsteen voor de lokale omgevingsvisies. Het beschrijft de belangrijkste regionale opgaven in relatie tot de ruimtelijke inrichting van het Gooi en de Vechtstreek. Deze opgaven komen ook terug in de NOVEX MRA (Verstedelijkingsstrategie), waarover op schaal van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt afgestemd met het Rijk. Behoud van de groene en gezonde leefomgeving Het landschap in Gooi en Vechtstreek is uniek. De grote diversiteit in het landschap is van grote waarde als drager van cultuurhistorische waarden, vanwege de aanwezige biodiversiteit, landbouw, en recreatieve mogelijkheden. Het is een belangrijk onderdeel van de prettige woon- en leefomgeving en het vestigingsklimaat. Vitale natuur is cruciaal voor een leefbare regio. Mensen hebben natuur nodig voor hun gezondheid, schoon drinkwater, gezond voedsel en schone lucht. We willen dit landschap behouden, waar nodig herstellen en waar mogelijk versterken en ontwikkelen. De gevolgen van klimaatverandering (hevigere regenval, langere periodes van droogte en hitte en mogelijke overstroming of tijdelijke wateroverlast) worden al zichtbaar in de fysieke leefomgeving en leiden tot

RSA.24

problemen, nu en in de toekomst. We moeten ons voorbereiden en aanpassen aan de klimaatverandering om een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Het gaat bijvoorbeeld om wateropslag, het tegengaan van hittestress en een goede luchtkwaliteit. Maar ook om de opgave om de uitstoot van broeikassen te verminderen. In de natuur en landbouw ontstaan uitdagingen door verdroging en verzilting. Provincie en Waterschap hebben voorgesteld om samen met gemeenten een gebiedsgerichte agenda op te stellen, waarbij de regio een rol heeft als verbinder richting het bovenregionale. Daarin worden afspraken gemaakt bij welke opgaven de provincie en Waterschap in de lead zijn en bij welke opgaven de gemeenten. Deze zouden gebiedsgericht en integraal kunnen landen in gebiedsaanpakken en lokaal beleid. Stedelijke verdichting rondom OV knooppunten Inwoners van het Gooi en de Vechtstreek bewegen zich door de regio voor hun werk, voorzieningen of om te recreëren. Ook de woningmarkt kent een belangrijke regionale factor. Met het schaarser worden van de ruimte, maar ook door veranderingen op het gebied van digitalisering en demografie, wordt het steeds belangrijker om wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit in samenhang te zien. Een gebiedsgerichte aanpak biedt de kans om in een ontwikkeling de

opgaven te laten samenkomen en zo bij te dragen aan de leefbaarheid en een toekomstbestendig sterk netwerk van steden en dorpen. Aantrekkelijke en toegankelijke OV knooppunten van waaruit werk, wonen en recreëren te bereiken zijn dragen bij aan de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de kernen. Met een gevarieerd woon-, werk- en voorzieningenprogramma bij gebiedsontwikkelingen rondom de knooppunten op de Gooicorridor kan de economische activiteit worden vergroot. Voor de bestaande kleinere kernen die verder gelegen zijn van OV knooppunten is behoud van de leefbaarheid belangrijk en snelle ontsluiting richting de bestaande OV knooppunten in de regio, o.a. via fiets. Een bereikbaar Gooi en Vechtstreek Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor prettig wonen, werken en recreëren en voor de leefbaarheid van alle kernen en voor een goed vestigingsklimaat. Mensen moeten zich eenvoudig en met een goed ervaren kwaliteit door ons gebied kunnen verplaatsen. Bij voorkeur met een zo laag mogelijke belasting voor natuur en milieu. Voor de leefbaarheid van alle kernen is bereikbaarheid belangrijk. De druk op het wegennet neemt toe. Gebruik van het openbaar vervoer (bus, trein) en de fiets is belangrijk om het wegennet te ontlasten en om te komen tot duurzamer vervoer.

Voor kwetsbare groepen is dit juist belangrijk omdat zij het alternatief van de auto niet altijd hebben en vervoersarmoede dreigt. Voor recreatie en toerisme zijn duidelijke ‘landingsplekken’9 in de regio van belang. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Concrete ruimtelijke ontwikkelingen zijn lokaal belegd. Regionale afstemming is belangrijk wanneer een ontwikkeling regionale impact heeft, om de regionale opgaven te monitoren of waar ontwikkelingen letterlijk bij elkaar moeten aansluiten op de gemeentegrenzen. • Gezamenlijke belangenbehartiging geeft gemeenten

• •

•

•

• •

•

•

een krachtiger stem. Daarom trekken gemeenten samen op vanuit een gedeelde propositie. De ruimtelijke ontwikkelingen in omliggende regio’s bieden kansen en bedreigingen voor onze regio. Ook hierin brengen de regiogemeenten samen onze belangen in, bijvoorbeeld in MIRT Amsterdam Bay Area. De provincie stelt regionale afstemming als voorwaarde voor grotere ontwikkelingen in de provinciale omgevingsverordening. De afstemming met het Rijk over ruimtelijke ontwikkeling en infrastructurele investeringen vindt plaats via de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Gooi en Vechtstreek is een deelregio binnen de MRA. Gemeenten hebben een gezamenlijk belang in bereikbaarheidsopgaven waar het gaat om doorstroming verkeer op provinciale en rijkswegen en op het spoor. Gemeenten met een station hebben een eigen positie maar ook de inwoners van omliggende gemeenten zijn gebruiker van de stations(gebieden). Rondom het spoor werken de regiogemeenten samen met andere gemeenten, NS, Prorail en de betrokken provincies samen in het actieprogramma Gooicorridor. De ‘ketenreis’10 van inwoners van beperkt zich niet tot gemeentegrenzen. De provincie is verantwoordelijk voor het openbaar (bus)vervoer. De provincie is verdeeld in drie concessiegebieden. Gooi en Vechtsteek is een van deze concessiegebieden. De provincie kiest op de landschappelijke opgaven voor een gebiedsgerichte aanpak op regionale schaal.

Bijvoorbeeld in het provinciaal plan landelijk gebied (PPLG) en in de veenweidestrategie. Op landschap zijn stakeholders regionaal of bovenregionaal georganiseerd en valt er op regionale schaal meer te bereiken dan lokaal. Zo werken gemeenten, provincie en gebiedspartijen samen in het platform Gooi, Vecht en Diemerscheg aan het Groene uitwegprogramma. De bestuurlijke

ambities zijn neergelegd in de Gebiedsagenda landschap. Ook participeren de regiogemeenten in het Goois Natuurreservaat. Vanuit de MRA loopt het programma Toekomstbestendige Heuvelrug waarin Regio Gooi en Vechtstreek, de provincie, het waterschap en de drinkwaterbedrijven samenwerken. Een deel van de regio maakt ook deel uit van NOVEX Groene Hart. Vastgestelde kaders Gooise natuuragenda 2020-2025

Regiogemeenten en gemeente Amsterdam

Omgevingsverordening

Provincie

NOVEX MRA (Verstedelijkingsstrategie)

Gemeenten en provincies binnen de MRA, Rijk

Multimodaal Toekomstbeeld MRA

Gemeenten en provincies binnen de MRA, Rijk

Programma Bereikbare steden

Hilversum e.a. gemeenten binnen de MRA

MIRT Oostkant Amsterdam

Rijk, provincies, regio’s

Nationaal Plan Landelijk Gebied (NPLG)

Rijk

Nationaal Deltaplan

Rijk

Diverse kaders mbt landschap11

Rijk

9 Startpunten waar vandaan een recreant de regio kan verkennen of de natuur kan ingaan. Bijvoorbeeld een knooppunt waar deelfietsen beschikbaar zijn. 10 Met ketenreis wordt bedoeld de reis die een inwoner maakt van huis tot bestemming. Hierbij kan hij gebruik maken van verschillende vervoersvormen (modaliteiten) als fiets, OV en auto. 11 Bijvoorbeeld NNN, Natura 2000, Kaderrichtlijn Water, Stikstofbeleid, Water en Bodemsturend, startpakket ruimtelijke arrangementen

RSA.25

Werk & participatie RSA.26

Mirjam Havinga Algemeen bestuur Regio Gooi en Vechtstreek Portefeuille: Werk en Participatie In verschillende arbeidsmarktsectoren zijn tekorten en tegelijkertijd staat een grote groep mensen in onze regio aan de kant. Gezamenlijke initiatieven zi jn nodig om inwoners van de regio te matchen met beschikbaar werk. Inwoners en werkgevers moeten elkaar weten te vinden en soms is maatwerk dan nodig om het beste resultaat te bereiken. Ik maak mij sterk voor een regio waar iedereen kan meedoen, niemand aan de kant staat of buiten de boot valt.

Krapte arbeidsmarkt met impact op vitale sectoren De arbeidsmarkt wordt al een aantal jaren krapper. Die beweging is in 2013 ingezet en is, behoudens een trendbreuk door corona, niet meer gestopt, zoals uit figuur 1 blijkt .

Figuur 4: CBS, Openstaande vacatures en werkloze beroepsbevolking

mensen. Voor een groot deel gaat het om het bereiken, verleiden, mobiliseren, om- en bijscholen van onbenut arbeidspotentieel. Voor een deel bestaat de mismatch eruit dat kennis en vaardigheden niet aansluiten bij hetgeen nu gevraagd wordt op de arbeidsmarkt en voor een ander deel is het een persoonlijke keuzes van mensen om niet te werken (denk aan het voorrang geven aan de opvoeding van kinderen). Daarnaast is er een groep Nederlanders met een grote afstand tot werk, doordat zij belemmerd worden in termen van gezondheid, schulden en andere problemen. Inclusieve arbeidsmarkt & samenleving Om de krapte op de arbeidsmarkt aan te kunnen pakken, is het noodzakelijk met het onderwijs en bedrijven werk te maken van een inclusieve arbeidsmarkt. Beperkingen, taalbarrières, seksuele geaardheid of andere zaken zijn nog te vaak impliciete uitsluitingsgronden op de

In 2021 werd voor het eerst in 50 jaar het punt bereikt dat er meer vacatures zijn dan werklozen. Die tendens heeft zich sindsdien alleen maar doorgezet. Na het eerste kwartaal 2022 kon het aantal van 451.000 vacatures genoteerd worden tegenover 338.000 werklozen. Op 133 vacatures zijn dat 100 werklozen. De krapte op de arbeidsmarkt heeft invloed op het functioneren van vitale diensten in onze samenleving. De kwaliteit van de zorg, onderwijs, openbaar vervoer, energievoorziening en vele andere vitale sectoren wordt sterk beïnvloed door een gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel. Mismatch tussen werk en werkzoekenden We spreken van een mismatch op de arbeidsmarkt op het moment dat er wel aanbod is van mensen die zouden kunnen werken, maar nu niet aan het werk zijn. In totaal gaat het, gemeten na het eerste kwartaal 2022, om een onbenut arbeidspotentieel van 1,1 miljoen

RSA.27

arbeidsmarkt. Met de juiste ondersteuning moet het mogelijk worden om dit onbenutte arbeidspotentieel inclusief in te zetten op de arbeidsmarkt. Waarom regionaal samenwerken op dit thema? • Gooi en Vechtstreek is één arbeidsmarktregio waarbinnen gemeenten en UWV de werkgeversdienstverlening en werknemersdienstverlening vormgeven. • Op grond van wet SUWI moet de werkgeversdienstverlening in elke arbeidsregio vanuit één publiek aanspreekpunt worden georganiseerd. • Subsidieregelingen waarmee werk- en omscholingsprojecten mee worden gefinancierd stellen vaak samenwerking tussen gemeenten, UWV en andere partijen als voorwaarde. • De aanpak van jeugdwerkeloosheid kent een verbinding met het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) dat ook onderdeel is van de Regio Gooi en Vechtstreek. • Het Rijk werkt aan een kader voor de uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur waarbij alle sociale partners samenwerken om werkgevers en werkzoekenden goed worden bediend en het niet uitmaakt in welke inkomenssituatie de werkzoekende zit (loondienst, WW, WAO of bijstand). Vooruitlopend hierop wordt met de regionale partners gewerkt aan de oprichting en inrichting van een regionaal werkcentrum. Vastgestelde kaders Participatiewet

Rijk

Wet SUWI

Rijk

Wet Banenafspraak

Rijk

Wet Quotum Arbeidsbeperkten (Wet BQA)

Rijk

RSA.28

BIJLAGEN

RSA.29

Bijlage 1 De regionale samenwerking in een notendop Voor inwoners, met gemeenten De Regio Gooi en Vechtstreek is verlengd lokaal bestuur. In opdracht van de zeven gemeentebesturen van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren voert de Regio gemeentelijke taken uit. De gemeenten kiezen voor samenwerking als hiermee meer kwaliteit, kostenbesparing en efficiency geboden kan worden. Daarnaast is er steeds vaker een plicht tot gemeentelijke samenwerking vanuit het Rijk. Vanaf 2015 is de regie op maatschappelijke opgaven vanuit het Rijk overgedragen naar gemeenten. Eerst op jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg. Later ook op klimaat, energietransitie, woon- en omgevingsbeleid. In veel gevallen gaat deze decentralisatie gecombineerd met een plicht tot gemeentelijke samenwerking op deze opgaven. Een groot deel van de samenwerking betreft uitvoeringstaken. Vanuit een wettelijk kader wordt dienstverlening georganiseerd voor onze inwoners. De beleidsvoorbereiding voor de overgedragen taken ligt bij de Regio. Meestal is er weinig beleidsruimte vanuit het wettelijk kader. Waar wel keuzes gemaakt kunnen worden, op de onderdelen Grondstoffen-en Afvalstoffendienst (GAD) en Bescherming & Opvang, worden de gemeenteraden bij de beleidsvoorbereiding betrokken via een zienswijzeprocedure.

Naast de dienstverlening aan inwoners faciliteert de Regio de afstemming en samenwerking tussen gemeenten op opgaven die vragen om een aanpak op regionale schaal. Deze afstemming vindt vooral plaats in de portefeuillehoudersoverleggen. De regie ligt bij het algemeen bestuur (AB). De AB-leden zijn voorzitter van een van de zeven portefeuillehoudersoverleggen. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen

RSA.30

college en de eigen raad. De gemeenteraden sturen op de regionale samenwerking via de planning en controlcyclus van de Regio en via de Regionale Samenwerkingsagenda. Samenwerking met stakeholders De regionale opgaven kunnen niet alleen door de gemeenten opgelost worden. Samenwerking met mede overheden, bedrijven, onderwijs en tal van maatschappelijke partners is nodig om met elkaar tot een passende inzet te komen. In de uitwerking van regionale opgaven worden de relevante partners betrokken in expertmeetings of via de reguliere afstemmingsoverleggen die er met regionale stakeholders zijn. Samenwerking met de provincie Tijdens de vorige provinciale bestuursperiode hebben de regiogemeenten met de provincie Noord-Holland een gebiedsgerichte samenwerkingsagenda opgesteld. Doel van de agenda is resultaten te boeken op onderwerpen

die voor zowel de provincie als voor de regiogemeenten urgent zijn. Door deze intensievere samenwerking moeten de doelen beter of sneller worden bereikt. In 2023 wordt een nieuwe samenwerkingsagenda worden opgesteld als de provincie een nieuw coalitieakkoord heeft. Samenwerking binnen de MRA De regiogemeenten (exclusief Eemnes) participeren als deelregio Gooi en Vechtstreek in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De MRA heeft een eigen cyclus waarin de raden worden geconsulteerd. In 2023 wordt gestart met de invulling van de MRA agenda 3.0. De Regio Gooi en Vechtstreek coördineert de afstemming over MRA ‘producten’ binnen de deelregio. Voor het gewenste inzicht en overzicht worden raadsconsultaties vanuit de MRA opgenomen in de agenda-tool van de Regionale Samenwerkingsagenda. Meer informatie over de deelname van Gooi en Vechtstreek aan de MRA vindt u hier.

voor inwoners

Uitvoeringstaken vanuit wettelijk kader

Beleidsarm

met inwoners

• •

Autonomie bij gemeenten

Vrijwillige samenwerking Op initiatief van hogere overheden

Faciliteren gemeentelijke samenwerking: • Coördinatie beleidsvoorbereiding • Coördinatie afstemming tussen gemeenten • Lobby en afstemming in bovenregionale trajecten • Informeren en communiceren resultaten samenwerking

RSA.31

RSA.32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12964774/1