CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript rondetafelgesprek 15 november 2022

Rondetafelgesprek 15 november 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Opening22.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN HET RONDETAFELGESPREK VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 15 november 2022

Opening De voorzitter: Dames en heren, het is inmiddels exact acht uur, dus ik wilde graag gaan beginnen. Welkom allemaal, welkom raadsleden, collegeleden, fractievertegenwoordigers, ambtelijke ondersteuning, gasten en luisteraars, niet te vergeten. Mijn naam is Ramona Beemsterboer van Hart voor Blaricum en ik ben vanavond uw voorzitter. Nou, na een week vol spanning over een gezonken stoomboot zijn we gelukkig weer gerustgesteld en Sinterklaas is weer aangekomen in het land, droog. Hoewel, met dit weer wordt het vannacht een hele uitdaging natuurlijk, maar goed. Aanstaande zaterdag gaan we hem ook weer verwelkomen in Blaricum, heb ik vernomen, maar voor vanavond is het hier een heerlijk avondje hier in het gemeentehuis van Blaricum. Dus welkom bij het rondetafelgesprek van 15 november. Wij zien aan deze tafel de volgende raadsleden en fractievertegenwoordigers. Van Hart voor Blaricum zien wij op dit moment even mijnheer Pel. Dag, mijnheer Pel. Voor de VVD zien we mevrouw Dobber, voor D66 zien we de heer Meijer. Het wordt heel verwarrend, want voor het CDA zien we de heer Meijer. Ze hebben alleen een andere voorletter. Voor GroenLinks/PvdA de heer Veldhuis en voor de Blaricumse Partij de heer Hammouti. Welkom allemaal. Agenda De voorzitter: Vanavond bespreken wij een aantal belangrijke punten om onze mening voor de raadsvergadering van 22 november te vormen.

De twee onderwerpen op de agenda voor vanavond zijn de startnotitie regionale samenwerkingsagenda 2023, 2026 regio gooi en Vechtstreek en ik ga de twee gasten zo aan u voorstellen. Ook hebben we de verklaring van geen bedenkingen, functiewijziging van wonen naar kantoor en dit betreft het pand aan de Oude Naarderweg 1 en hiervoor hebben zich maar liefst twee insprekers aangemeld en zij krijgen van mij straks het woord. 1.

Ruimte voor niet geagendeerde onderwerpen De voorzitter: We starten de agenda met indien u wenst in te spreken en dit betreft niet geagendeerde onderwerpen, maar er hebben zich voor vanavond op dat gebied geen insprekers gemeld.

2.

Rondvraag raadsleden en fractievertegenwoordigers / mededelingen De voorzitter: Even kijken, we gaan door met de rondvraag of ruimte voor mededelingen voor de raadsleden en de fractievertegenwoordigers. Ik begreep dat er een vraag is vanuit mevrouw Boersen en vanuit mevrouw Kukupessy. U had vragen ingediend voor de RTG, mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Niet dat ik weet. De voorzitter: Nee, oké. Prima, die vervallen dan. Kijk, dat gaat goed met de tijd. Mevrouw Boersen, u mag beginnen. Mevrouw Boersen: Ik heb maar even de krant meegenomen. In de krant van vorige week ergens heeft een artikel gestaan: Blaricum op de blaren, dat is een goede ontwikkeling. Daar staan dingen in als dat de … Het gaat over de kostenverdeling van de BEL organisatie, het. De BEL organisatie kost een x-bedrag en hoe gaan

we die kosten dan omslaan onder Laren, Blaricum en Eemnes? Er is een motie ingediend in Laren, door Liberaal Laren en die gaat uit van een kostenverdeling naar rato van het aantal inwoners. Nou werd ik daardoor een beetje op het verkeerde been gezet, want in mijn ogen is er een andersoortige manier van kostenverdeling. Dus mijn vraag is, er wordt ook ingespeeld op in de raad van Eemnes op een heel onaangename manier, maar daar moeten we dan maar over heen stappen en het accepteren zoals Eemnes daar heeft gereageerd. Maar mijn vraag is aan de wethouder: kunt u al een uiteenzetting geven hier vanavond hoe de kostenverdeling er in werkelijkheid uitziet, zodat ook Liberaal Laren daarvan op de hoogte is. Dan kunnen zij dat misschien ergens in de krant lezen, of zegt u, dat begrijp ik ook heel goed, als u zegt van, dat is heel ingewikkeld, dat u zegt van nou, ik doe dat liever met een rib, een raadsinformatie brief. Dus ik laat het even aan u over. Ik ben heel erg benieuw hoe uw uiteenzetting zal zijn. De voorzitter: Goed, dank u wel. Naast mij zit wethouder Kennis, wilt u daar antwoord op geven? Wethouder Kennis: Jazeker.

Laat ik beginnen om te zeggen dat inderdaad uw constatering juist is, de DVO verdeling is nooit gegaan op inwonersaantal en Liberaal Laren heeft geheel niet gehinderd door enige kennis, gemeend een motie in te moeten dienen die vervolgens is overgenomen door de raad. Dat vind ik heel jammer, maar goed, dat is zo. Wat wij als college nog veel meer betreuren, is de reactie van onze collega’s in Eemnes, want we hebben nog niet zo heel lang geleden met elkaar afgesproken dat we weer er met zijn drieën voorgaan om de BEL combinatie op een goede manier te faciliteren zodat we alle drie ook onze zelfstandigheid konden behouden en dat was een heel aangename bijeenkomst die we toen gehad hebben. Maar wij dachten dat we met elkaar het op een positieve manier gingen in steken om dan vervolgens kort daarna in de krant te moeten lezen dat de plek ‘…’ is, dat Blaricum op de blaren zou moeten zitten, dat vinden wij heel jammer, dat dit soort dingen in het openbaar gezegd worden is triest. Maar goed, dat is zo. U heeft gelijk, de DVO verdeling is dus gebaseerd op een heleboel verschillende onderdelen. Daar zitten vaste lasten bij zoals het gebouw die niet op inwonersaantal gaan, uiteraard. Want een gebouw heb je met zijn drieën. Ik vergelijk het altijd met een banketbakkerij of een bakkerij. Je hebt met zijn drieën een winkel, dus die betaal je met ze drieën.

Je hebt met zijn drieën een oven, dus die betaal je met ze drieën. Je hebt met zijn drieën een bakker, die betaal je met ze drieën een vervolgens haal je boodschappen, brood en als je een brood haalt, betaal je minder en als je vijf broden haalt, betaal je meer. Op die basis is de DVO tot nu toe gebaseerd geweest. Een stukje op inwoners en dan heb ik het bijvoorbeeld over mor meldingen, omdat dat heel moeilijk is te constateren hoeveel mor meldingen wanneer gegeven worden en daarvan hebben we gezegd, nou, oké, hoe meer inwoners je hebt, hoe meer kans er is dat je mor meldingen krijgt, dus de mor meldingen gaan op inwonersaantal. Zo is dat, een aantal punten zijn dus op inwoners gegaan, afhalen van paspoorten en dergelijke. Alle vaste lasten zijn in principe gewoon een derde, een derde, een derde. Overhead, financiën, HRM, communicatie, ICT, noem ze maar op. Die heb je gewoon nodig of je nou veel of weinig inwoners hebt, het is gewoon, je kan niet zonder ICT. We hebben daar drie en een half jaar geleden een heel lange discussie over gehad, daar zijn diverse scenario’s ontwikkeld, daar is een extern bureau mee bezig geweest en uiteindelijk hebben we afgesproken, dit wordt de verdeling voor de komende vier jaar. Dat is tot en met 2023. Dus voor volgend jaar ligt die verdeling nog vast.

We hebben toen ook gezegd, we gaan eind 2022, begin 2023 voor de begrotingen van 2023 opnieuw om de tafel om te kijken, is die verdeling nog reëel? Nou, dat gaat nu plaatsvinden, dus we zijn met de drie wethouders financiën op het moment in gesprek daarover en ik had het fijn gevonden als zowel Laren als Eemnes hadden kunnen wachten totdat dat was uitgekristalliseerd en we het via een officieel voorstel aan de raad nog hadden kunnen voorleggen in plaats van dat het nu in de openbaarheid gebracht is, in een voorgaand stadium. Maar zoals u zegt, nou zij het gedaan hebben, leek het ons toch de mogelijkheid om dan toch ook maar even te reageren. Dus ik hoop dat u hier voldoende reactie aan heeft. Mevrouw Boersen.

Mevrouw Boersen: Dank u wel. Prima, het is me duidelijk en ik heb gezien dat de burgemeester van Laren voor een ander onderwerp op onze publieke tribune zit. Misschien kan hij de raad van Laren aanraden om eens de band terug te luisteren en het antwoord van onze wethouder tot zich te nemen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog mededelingen vanuit de raadsleden? Fractievertegenwoordigers. Mijnheer Meijer, en dan heb ik het over mijnheer Meijer van D66. De heer Meijer (D66): Dank u wel. Ik wil het even hebben over de financiële crisis die dreigt te ontstaan bij veel verenigingen, clubs en ook kleine ondernemingen. Het is zo, de situatie bij de verenigingen is sinds de corona crisis qua ledenaantal ernstig in een situatie geraakt waarbij veel leden zijn opgestapt of vooral de oudere leden bij bijvoorbeeld bridgeverenigingen, die het dan in een kleine ruimte met veel mensen niet meer zagen zitten om bij elkaar te komen. Dat betekent dat je soms wel bijna een derde van het aantal van je leden kwijt bent. Je houdt dezelfde faciliteiten, je moet zelf de zaal huren. Dat geldt natuurlijk voor allerlei clubs. Dus het betekent een hogere last voor de leden. Daaroverheen is gekomen de oorlog en de energiecrisis daardoor ontstaan. Dat betekent nog een keer dat de lasten, zaalhuur en dat soort dingen, zwembaden en ijsbanen is helemaal een drama, want die slurpen energie.

Nou, er staan dus financieel staan die verenigingen er nu over het algemeen, bijzonder slecht voor. Ik heb er zelf ook mee te maken. Dat betekent dat je bepaalde dingen gewoon niet meer kunt doen en als je helemaal niet meer je begroting rond krijgt, dan betekent het eigenlijk einde vereniging. Dus mijn vraag is, punt één, weet de wethouder hoe de situatie in Blaricum is met betrekking tot verenigingen en clubs en ook de kleinere bedrijven, die zitten eigenlijk met het zelfde soort probleem. Het tweede deel van de vraag is: wordt er ook aan een noodfonds gewerkt? Het ministerie van EZK heeft aangekondigd dat zij bezig zijn met een energiecompensatie plan, maar dat geldt niet voor iedereen. Voor huishoudens is het gelimiteerd boven een bepaalde hoeveelheid gebruik en voor bedrijven zit er een ondergrens aan, dus je moet dan wel een behoorlijk bedrag aan energie besteden, wil je daarvoor in aanmerking komen. Daarmee zijn de clubs en de verenigingen nog helemaal niet geholpen, want ze zijn niet verplicht om in te schrijven bij een Kamer van Koophandel. Maar degene die het wel doen, die hebben ook die problemen, diezelfde problemen.

Dus ik hoop dat wij vanuit de gemeente en vanuit het college punt één, daar veel aandacht voor krijgen en dat er voor de noodsituaties die ontstaan, omdat de regeling van EZK pas volgend jaar ergens rond maart tot uitkering gaat leiden, dat die situaties op tijd worden onderkend. De voorzitter: Oké, dank u wel, helder. Wethouder Lanphen geef ik het woord. Wethouder Lanphen: Ja, als eerste, want waarschijnlijk is er financieel ook nog wel iets toe te voegen. Het is zo dat, we zijn nu met een rondje bezig langs alle velden, noem ik dat, langs alle sportverenigingen. De sportverenigingen zijn bij ons ook allemaal bekend want een groot deel van hen krijgt een jongerensubsidie om de jongerendeelname te stimuleren. We hebben net afgelopen week een sportcafé gehouden, dat is eigenlijk een oploop van alle sportverenigingen uit de BEL gemeenten om met elkaar te spreken over hoe het een en ander gaat. Ook met de buurtsportcoaches, dat zijn tien, ongeveer tien, het is een beetje wisselend met stagiaires, heel enthousiaste jonge mensen die proberen om de inwoners in beweging te krijgen en die doen ook heel veel goed werk. Wij halen dus heel specifiek op bij de verenigingen hoe het met hen gaat. Ze hebben hier nog niet heel veel vragen over gesteld en we vragen ook hoeveel leden ze hebben.

Nou, over het algemeen gaat dat nog steeds goed en we zagen ook in de cijfers van NOC, NSF die ook alle cijfers van de aangesloten leden verzamelen, dat het aantal leden eigenlijk in de afgelopen tijd, 2021 en 2022, relatief heel goed op peil is gebleven. Dat was eigenlijk wel verbazend, wat ons betrof, maar de bridgeverenigingen en dergelijke zijn niet zo erg bij ons bekend. Dus ik zou u eigenlijk aanraden om iedereen die een vraag heeft, om die te adviseren om een brief te sturen, zodat we daar ook meer over weten. Want ik zou ook niet precies

weten wie het allemaal zijn. Daar is geen lijst van, volgens mij. Dat is de vraag over, zeg maar, de verenigingen en dat in beeld te brengen. Dus ik zou hopen dat we dat dan gezamenlijk kunnen, dat in beeld brengen van hoe gaat het ermee en ik ben het met u eens dat verenigingen heel belangrijk zijn, als als het ware het sociale cement voor de samenleving. Dat daar zeker ook een eigen keuze in zit om wel of niet deel te nemen aan een vereniging, dus het moet niet zo zijn dat het om niet is en dat iedereen zogenaamd lid is, maar nooit komt. Daar heb je ook helemaal niks aan. Want de verenigingen vragen ook om een verenigingsleven en een bijdrage van de leden en wat ik merkte, ook in dat sportcafé, dat steeds meer mensen al hun, als het ware sociale activiteiten en verplichtingen binnen de verenigingen afkopen en eigenlijk meer consumptief lid worden dan verenigingslid. Dat is hun zorg. Dat is natuurlijk ook vreselijk jammer. Dus ik zou willen concluderen, laten we proberen om de verenigingen die een probleem hebben, een brief te laten schrijven en dan weet ik nog niet wat we ermee kunnen doen, maar dan krijgen we het wel in beeld. De heer Meijer (D66): Mag ik daar even op reageren? De voorzitter: U mag even kort reageren, ja.

De heer Meijer (D66): De KNRB, dat is de Koninklijke Nederlandse Roeibond plus het Olympisch comité en nog een organisatie, een grote sportorganisatie, die hebben zelf, aan de hand van vragen uit hun organisaties, bij de minister een aanvraag gedaan om deze situatie financieel op te lossen en op redelijk korte termijn. Dat doen ze niet omdat daar een paar bridgeverenigingen toevallig in de problemen komen, er zijn veel meer verenigingen die in de problemen komen. Er zijn ook huizen, zoals de Blaercom, waarvan ik zeker weet dat zij dus die hoge energiekosten ook niet zomaar eventjes ergens vandaan toveren. De voorzitter: Wethouder Lanphen. Wethouder Lanphen: Dat is heel moeilijk te zeggen, want er zijn nog een aantal verenigingen, buurthuizen enzovoorts, sportinstellingen, die nog een vast contract hebben. Dus die hebben op dit moment helemaal geen probleem. Dus de situatie is niet overal vergelijkbaar, dat is het ene. Het andere is dat wij ook dat sportcafé ook hebben benoemd dat er een regeling in de maak is voor sportverenigingen ieder geval, want daar spraken wij mee, dus daar hadden wij het over, rondom energie compensatie, voor zover dat kan. Wat ze ook hoorde, kort geleden, ik weet niet meer wanneer, maar enkele dagen terug, is dat die energiecompensatie voor MKB bedrijven teruggebracht is van een grens van 12,5 procent van je omzet aan kosten naar 7.

Dus je komt veel eerder in aanmerking voor steun dan voorheen, omdat dat toch eigenlijk niet goed bedacht was. Ik geef even het woord aan mijn buurvrouw over het eventuele noodfonds, omdat ik daar niet de finesses van weet. De voorzitter: Wethouder Kennis. Wethouder Kennis: Ja, dank u wel. Nou, laat ik beginnen met te zeggen dat wij, denk ik, als gemeente, college, maar ook als raad zeer makkelijk benaderbaar zijn en dat ik regelmatig aangeef bij verenigingen van jongens, als je problemen hebt, laat het weten en dat zeg ik ook tegen iedereen die van ons herinneringen krijgt die geen gemeentelijke belastingen heeft betaald of kan betalen. Die bellen we na en dan zeggen we ook van, als het financiële problemen zijn, laat het weten, want dan kunnen we altijd met elkaar kijken, hoe gaan we dat oplossen. Dat geldt ook voor alle verenigingen. Maar we hebben tot nu toe helemaal geen signalen gekregen vanuit de verenigingen, sportverenigingen, wat mijn collega net ook al aangeeft, of vanuit andere organisaties, dat er echt financiële problemen zijn. Dus ik kan alleen maar nu, misschien kan de krant het ook opschrijven, mocht het zo zijn, meld je en dan gaan we … Kijk, niet gezegd dat we iets kunnen doen, maar als we niet

weten dat het zo is en ook niet weten hoe het is en hoe de verhoudingen liggen, dan gaan we door en dan kunnen we in ieder geval niks doen. Een noodfonds hebben wij niet, we hebben wel in de begroting opgenomen, dat was voor de corona, een fors bedrag dat we beschikbaar hielden voor coronasteun. Daar is in principe ook heel weinig gebruik van gemaakt, ook toen bleek dat onze MKB met name gouden tijden meemaakte en dus echt geen steun nodig had. Dat is misschien nu anders, hoor, dat weet ik niet, maar wij hebben … Wij hebben altijd in de begroting reserveringen of mogelijkheden via algemene reserve of wat dan ook, om iets te doen als het echt nodig is. Maar dan moeten we het wel horen. De voorzitter: Goed. Dus de lijntjes tussen u en de verenigingen zijn ook kort, begrijp ik en men weet dat ze aan de bel kunnen trekken indien nodig. Mooi. Is dat een goed antwoord, mijnheer Meijer? De heer Meijer (D66): Nou, dank u wel voor het antwoord. Ik zou persoonlijk zeggen van nou, laten we het dan ook die verenigingen nog een keer duidelijk maken dat die mogelijkheden er zijn, want ik heb de indruk dat niet alle verenigingen zo makkelijk naar de gemeente stappen. De voorzitter: Ik ben ervan overtuigd dat het college die meeneemt. Dank u wel. Mijnheer Meijer, van het CDA dit keer, u had ook nog een mededeling. De heer Meijer (CDA): Ja, dank u wel, voorzitter.

Namens het CDA Blaricum ben ik onlangs naar een bijeenkomst geweest, een symposium, van de metropoolregio Amsterdam. Het verslag daarvan heb ik aan de griffier gestuurd, ook de link. U kunt dat helemaal terugkijken in de video-opnames die daar gemaakt zijn. Het was een haast paradijselijke ervaring, zo zeggen wij dat dan bij het CDA, want het was in de gevangenis, in de koepelgevangenis van Haarlem, maar alle cellen waren leeg. Dus er zijn blijkbaar geen mensen meer die afgestraft moeten worden, want de cellen waren leeg. Maar het echte verhaal is natuurlijk dat dat een prachtig voorbeeld is van een herbestemming van het gebouw. Dus het wordt gebruikt als conferentiecentrum. Het was een erg aardige bijeenkomst. Wat ik al zei, de verslagen zijn voor u ter beschikking, maar er komen twee vragen voor, als het mag, twee wethouders, daarvoor kort uit voort en het verslagje dat ik gemaakt heb is maar één bladzijde, dus het zal u niet veel tijd kosten om daar even na te kijken. De eerste is wat de wethouder van Oostzaan mij tijdens die bijeenkomst wist te vertellen dat uit dat fonds wat blijkbaar bij de MRA bestaat, dat wist ik helemaal niet, gemeenten subsidie kunnen aanvragen voor 4000 euro per keer voor het aanleggen van elektrische laadpalen.

Dus dat is eigenlijk mijn vraag aan wethouder Kennis, weten wij dat hier in Blaricum en gaan we daar gebruik van maken? De tweede vraag heeft meer te maken met wethouder Cornelis. Ik heb natuurlijk weer gevraagd naar de plannen van de uitbreiding van de A27, of daar nou noodzaak toe is, omdat wij natuurlijk hier in Blaricum daar niet op zitten te wachten. Wat me duidelijk werd, is dat, als dus de visie op de regio is, geen woningen bouwen maar steden, en dat wordt bijvoorbeeld in de polder, in de Flevopolder geprobeerd, rondom Almere en de clou is, daarbij ook werkgelegenheid creëren. Dus niet alleen woningen, want anders ga je alleen maar verkeersbewegingen opvoeren en ik heb begrepen, en dat schijnt in evenwicht te zijn, dat als de plannen worden doorgezet om de brug en of dijk tussen Almere en Amsterdam aan te leggen, die hele verbreding op zijn minst opschuift in tijd of misschien wel helemaal niet nodig zal blijken te zijn. Dus eigenlijk is mijn vraag: zou u zo goed willen zijn, als u daar iets van weet, ons daarover te informeren? Dus laadpalen, heel simpel en de verbreding A27. De voorzitter: Dit is genoteerd, neem ik aan. Wil er iemand op reageren of … Wethouder …: De laadpalen kan ik zo op reageren. De voorzitter: Daar kunt u op reageren, goed.

Wethouder …: Die hebben wij altijd al via de MRA krijgen wij de laadpalen en daardoor hebben we een zeer laag tarief, bedrag wat wij zelf bij moeten dragen en daarom hebben we ook de afspraak, zoveel palen per jaar mag je zetten, want iedereen wil palen. Dus je kan niet zeggen, we willen dertig palen, het wordt gefaseerd neergezet en wil je er meer, dan moeten je ze zelf gaan neerzetten en dan krijg je ook een ander kostenplaatje. De voorzitter: Goed. En de andere antwoorden, is het handig als u die later ontvangt, aangezien … U kunt het nu ook geven, ja. Wethouder Cornelis: Ik kan in elk geval iets zeggen … Ben ik te verstaan? De voorzitter: U mag even via de microfoon komen. Wethouder Cornelis is nu rennend onderweg naar de microfoon. Wethouder Cornelis: De MRA heeft het daarover, dat klopt, dat evenwicht dat is ons nog niet geworden, maar er is wel wat aan de hand waar we dus met die brug aan het stoeien zijn. De regio Gooi en Vechtstreek zit daar ook boven op en hebben daar echt wel een flink ding van gemaakt en ik leef in blijde verwachting van de communicatie van iets meer helderheid.

Maar wat helder is, is dat het oorspronkelijke plan door de noodzaak om die bruggen meer aan te pakken dan eerst bedacht was, veel meer geld ging kosten en over dat geld, nou, daar zou zeer binnenkort over gecommuniceerd kunnen worden, dat hoop ik ook, want dat zou inderdaad kunnen maken dat het uitgesteld wordt. Hoe lang, dat durf ik dus nu niet te zeggen, speculeren is altijd gevaarlijk, zeker voor een wethouder en zeker over de toekomst. Dan zijn wij niet zo gerust als dat uitstel, dat dat een prettig evenwicht zal zijn. Dus dan zijn zowel de wethouder in Laren als wij en tot op zekere hoogte ook Eemnes, zijn aan het kijken wat daar dan de gevolgen van zouden zijn. Maar op dit moment hebben we nog geen vaste punten in het universum voor de komende paar jaar. Maar we bereiden ons voor op de diverse scenario’s. En wat ons betreft, komt de beste informatie daarvoor uit het regio Gooi en Vechtstreek overleg en dat is binnenkort weer. Dat kan ik nu zeggen. De heer Meijer (CDA): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Er was verder geen mededeling? Ik zie nog een mededeling, zeg. Nee, mijnheer Meijer had net al een voorschot in principe om, in principe al naar punt vier te gaan zelfs, of er mensen, raadsleden of collegeleden naast hun functie ook de gemeente Blaricum vertegenwoordigen binnen externe organisaties en die hier een update over willen geven. Het ‘…’ had ook vragen.

We zijn nog steeds bij ‘…’. Mijnheer Veldhuis. De heer Veldhuis: Ik kan wachten, hoor. De voorzitter: Nee, maar zegt u het maar. De heer Veldhuis: Als het niet goed is, dan hoor ik het graag van u, voorzitter. Het viel ons op dat de toerit tot de vluchtelingenomgeving erg donker is. In hoeverre is er nagedacht over extra verlichting naar die omgeving? Naar de Hoensberg. De voorzitter: Oké. Mevrouw Joan de Zwart komt even aan tafel. Mevrouw De Zwart: Goedenavond, voorzitter.

De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw De Zwart: Het is nog een beetje vroeg, denk ik, daarvoor op dit moment. Het wordt waarschijnlijk pas eind maart, begin april dat we daar kunnen gaan huisvesten. Er zal ook beveiliging komen en dan tegen die tijd gaan we ook over zaken als verlichting en dergelijke nadenken. Maar nu is het echt nog bouwverkeer waar we het over hebben. Ja? Dank u wel. De voorzitter: Goed, voldoende zo. Dank u wel. 3.

Informeren De voorzitter: Mijnheer Pel. Ik ga gewoon meteen naar u toe. De heer Pel: We zijn nu bij punt drie aangekomen en dat gaat over het informeren over raadsleden of collegeleden die een nevenfunctie hebben naast het raadswerk dat hier is. Ik doe dat vanuit de situatie dat ik uw vertegenwoordiger ben in de MRA, dat kwam daarnet al naar voor, de metropoolregio Amsterdam. Dat is een lobbyorganisatie, als je het zo wilt noemen, van 32 gemeenten en twee provincies. Noord-Holland en Flevoland. Om te beginnen, wij zijn vanuit de regio dus met zes vertegenwoordigers daar present. Dat is ook voor deze termijn ook voor het eerst dat we voltallig met die zes ook aanwezig zijn en we hebben ook de handen ineen geslagen met die zes om elkaar te vinden op punten waarvan wij zeggen, daar zijn wij als regiovertegenwoordigers, als je het zo wil noemen, we zijn vertegenwoordigers van onze gemeente, beter in staat om onze punten te maken binnen de raadtafel waar wij zitten. De raadtafel adviseert, gevraagd en ongevraagd het bestuur van de MRA over procesachtige zaken. Dus niet over de inhoud.

De MRA, voor uw begrip, en u heeft misschien vandaag nog in de krant kunnen lezen, is best succesvol, want die heeft van het Rijk toch … Het Rijk heeft vandaag bekendgemaakt dat ze ruim 7 miljard te besteden hebben aan de ontwikkeling van openbaar vervoer vooral en een beetje aan de wegen en van die 7 miljard gaat ongeveer 4 miljard naar de MRA, naar de metropoolregio. U moet dan denken aan het verlengen van, zeg maar, de Schiphol verbinding voor trein en metro en dergelijke. Nou, dat zijn allemaal majeure investeringen. Dus het is wel een succesvolle organisatie, als je het zo wil noemen. We zijn daar als Blaricum misschien niet direct voor onze gemeente hier, maar wel als inwoners toch wel van afhankelijk wat daar het succes van is. Een van die zaken die wij met elkaar besproken hebben als vertegenwoordigers van de gemeente naar de raadtafel, en daar zijn we succesvol in geweest, dat was vorige week precies een week geleden op 8 november is namelijk dat wij de termijnagenda die dus aangeeft op welke termijn in het jaar de raden van de MRA geïnformeerd worden over de voortgang en over de beslispunten die daar liggen, dat die termijnagenda dus ook overlegd gaat worden aan de verschillende raden en staten om daar van te voren hun oordeel over te geven of die termijnagenda goed uitkomt.

Dat was best een issue, omdat het bestuur van de MRA zei dat de termijnagenda informerend van karakter was, dus dat die besluitvorming daar niet voor nodig zou zijn. We hebben toch gemeend met in ieder geval, ik noem het maar even, de kracht van die zes gemeenten, om te zorgen dat die termijnagenda wel degelijk voorgelegd wordt eerst aan de raden en staten, ter goedkeuring, voordat die ingevuld gaat worden. Het lijkt niet zo ingewikkeld, maar het is wel … En ook niet zo belangrijk, maar het is wel belangrijk omdat wij namelijk in de samenwerkingsconvenant met de MRA afgesproken hebben dat die termijnagenda altijd onderworpen zal zijn aan raden en staten en dat je dus niet bij de eerste de beste gelegenheid kan zeggen, hij is nu niet zo belangrijk en we slaan die stap maar over. Dat wil ik u even meegeven, dat dat gebeurd is en dat we die termijnagenda dus aanstonds gaan aanschouwen om daar iets van te vinden. Dat even over de MRA. De voorzitter: Dank u wel. Waren er verder nog? Nee, nee, verder niemand.

4.

Startnotitie Regionale samenwerkingsagenda 2023-2026 regio G&V De voorzitter: Dan gaan wij gauw door naar het agendapunt nummer 4, de startnotitie regionale samenwerkingsagenda van regio Gooi en Vechtstreek 2023-2026. De startnotitie is de eerste stap naar de vaststelling van de regionale samenwerkingsagenda. De gemeenteraad wordt gevraagd haar zienswijze te geven op de startnotitie. Mevrouw …: Wij hebben gasten en ik zou ze willen uitnodigen om hier dicht bij mij te komen zitten. De voorzitter: Nou, ja, precies, dat wilde de voorzitter net zeggen. Mevrouw Agricola, spreek ik dat goed uit? Mevrouw Agricola: Bijna, Agricola. De voorzitter: Sorry, nog één keer. Mevrouw Agricola: Agricola. De voorzitter: Agricola. Prachtige naam. En daarnaast de heer Mol. Hartelijk welkom. U komt toelichting geven op de stukken die wij hebben ontvangen. Ook kunt u gewoon aan tafel blijven om eventuele vragen te beantwoorden tijdens dit onderwerp. Ik weet niet of u zichzelf even wil voorstellen aan ons. Dan zou ik zeggen: gaat uw gang. U mag op het knopje drukken, als die rood wordt, dan mag u … Mevrouw Agricola: Gaat helemaal goed. Dank u voor uitnodiging. Mijn naam is Jacqueline Agricola, ik ben manager beleid en bestuur bij de regio Gooi en Vechtstreek en vanuit die functie de ambtelijk trekker voor de regionale samenwerkingsagenda waar mijnheer Mol de bestuurlijk trekker is.

Ons werd gevraagd om hier aan te schuiven. Het is natuurlijk heel fijn, even een algemene toelichting te geven. Een deel van u zat ook in deze raad toen we de vorige ronde regionale samenwerkingsagenda liepen. Die heeft toen geresulteerd, in 2019, in de vaststelling van zeven versies van de regionale samenwerkingsagenda. Dat was natuurlijk een resultaat waar eigenlijk niemand, raden, bestuurders, of ambtenaren heel erg gelukkig mee waren. Dus deze keer doen we een poging om met elkaar tot een eensluidende samenwerkingsagenda te komen. We hebben natuurlijk gekeken van wat is er nou nodig om tot die eensluidende agenda te komen, wat is misschien ook vorige keer niet helemaal goed gegaan en dat maakt dat er nu een andersoortig voorstel ligt voor de inhoud van die regionale samenwerkingsagenda en een belangrijk onderdeel daarvan is dat deze startnotitie geeft een voorstel voor de scope en reikwijdte en inhoud van het stuk. Dat is al een belangrijk element. Er is in de vorige bestuursperiode is het traject gelopen voor de verbetering bestuurlijke besluitvorming, regionale besluitvorming. Er zijn een aantal aanbevelingen uit gekomen, die zijn overgenomen door het algemeen bestuur. Een belangrijke daarin is een startnotitie. Dus begin het traject bij de startnotitie, zodat u als gemeenteraad er in het begin nog wat van kan vinden.

Het idee van deze startnotitie is dat we voorstellen is maak van de regionale samenwerkingsagenda geen kaderstellend document, want dat maakt dat het lijkt alsof er autonomie wordt overgedragen naar het algemeen bestuur. Dat is helemaal niet de bedoeling en dat maakt ook dat u op basis van het speerpunt van eigenlijk een heel korte tekst, zal moeten accorderen, terwijl nu het idee is van, we stellen alleen de opgave vast waarop er wordt samengewerkt en op het moment dat die trajecten gaan lopen, dan start het netjes met een startnotitie, net als dit traject, waarmee u dus invulling kunt geven aan die scope, aan die reikwijdte, aan de inhoud en aan het proces en dat zet u veel beter in positie. We vragen dus bij deze startnotitie van nou, he, kunt u zich vinden in deze scope en reikwijdte van die regionale samenwerkingsagenda en die bestaat dan eigenlijk uit drie elementen. Het eerste element is een beschrijving van de opgave waarop regionaal wordt samengewerkt, dus echt een feitelijke beschrijving, geen kaderstelling.

Kunt u zich erin vinden, bent u het ermee eens dat dit opgaven zijn waar we regionaal op samenwerken, of eigenlijk ook regionaal op samenwerken, want er zitten vaak ook nog wel lokale componenten in. De tweede vraag die we stellen is, kunt u zich vinden in die scope en reikwijdte zoals die nu wordt beschreven en het proces wat we daar dus op lopen? Het derde is, een element wat ook deel is van die rsa is, merk dat u behoefte heeft en goed in positie bent als u inzicht hebt in het moment dat er dus raadstrajecten gaan lopen op die onderwerpen. Dus als u een zienswijze wordt gevraagd, als u een besluit moet nemen, dus het idee is om een agendatool te ontwikkelen waarin u kunt zien wat er wanneer en op welke wijze bij u langs komt. Die is adaptief, of die wordt bijgesteld. Dus elke keer dat we van een traject weer weten wanneer dat ongeveer kan gaan lopen, dan wordt het aan die agenda toegevoegd. Het idee is, u stelt het algemeen bestuur vast, die wordt u dan een aantal keren per jaar toegestuurd en het staat natuurlijk op de website van de regio. Volgend element is, vragen, bent u het ermee eens dat dit de regionale opgaven zijn? U heeft ook al een aantal keren aangegeven behoefte te hebben aan focus.

De vraag aan u is, binnen die lijst van regionale opgaven, wat zijn nou de opgaven waarvan u zegt, daar werken we niet alleen bestuurlijk op samen, maar dat is een onderwerp waarover ik ook, wij ook met onze collega gemeenteraden actief in gesprek willen. Het idee is: focus op drie, maximaal vier van die onderwerpen waarvoor wij dan kunnen gaan faciliteren, dat in het traject wat over het algemeen leidt tot een lokale zienswijze lokale besluitvorming, dat we ook zorgen dat u dat gesprek met uw collega gemeenteraden kan voeren. Dat is in het kort wat er nu voorligt. De voorzitter: Mijnheer Mol, u heeft een aanvulling. De heer Mol: Dank, dank ook, voorzitter, voor de gastvrijheid en dat we hier mogen aanschuiven. Ik denk dat, in aanvulling op mevrouw Agricola die het heel goed heeft ingeleid, dat het toch nog wel goed is om even te vermelden dat de rsa, zoals die nu voorligt, eigenlijk het resultaat is van wat de gemeenteraden, ook de gemeenteraad van Blaricum heeft aangegeven vorige ronde, we willen dat die besluitvorming anders staat. We willen op een andere manier met elkaar in gesprek over welk probleem lossen we nou op in deze regio en met welke oplossing en wij willen daar als gemeenteraden aan de voorkant bij betrokken worden.

Dus wij hebben als algemeen bestuur gezegd: we gaan niet in een klein kamertje een totaalplan voor de regio weer voorbereiden voor een nieuwe periode met alle oplossingen panklaar en we trekken de gemeenteraden langs om te vragen: wilt u hier alstublieft mee akkoord gaan, wat wij hebben bedacht wat goed voor u is? Nee, we willen eerst met een agenda komen van nou, dit zijn ongeveer de dilemma’s waar we mee leven, bent u het ermee eens dat dit opgaven zijn waar we iets mee moeten met elkaar? Zijn er bepaalde onderwerpen waar u een accent wil leggen van nou, wij vinden het belangrijk dat we de komende periode iets met bouwen en wonen gaan doen voor meer doelgroepen? Of meer gaan inzetten op het sociaal domein en de zorg? Daarom zijn wij hier ook vanavond om echt te luisteren naar u van ‘…’ daar zien wij echt wel pijnpunten waar we de komende jaren iets mee moeten. Dan komen we dus niet weer bij u terug met een totaalagenda, maar eigenlijk met een soort agendatool waar in staat van, nou, dit hebben we opgehaald bij de raden. De komende jaren willen we met deze paar punten aan de slag en op deze momenten gaan we dan terug komen om daar met u verder over te praten. Dat is eigenlijk rsa 2.0, nieuwe stijl. Dus we zijn benieuwd wat u daarvan vindt en waar wat u betreft de accenten moeten liggen.

De voorzitter: Dus eigenlijk zijn de signalen uit de vorige termijn ook vanuit Blaricum, we hoeven niet meer te tekenen bij het kruisje, dit keer. Dat wordt inderdaad gedekt nu. De heer Mol: U maakt uw eigen kruisje, nu, kan je ze meteen bij gaan tekenen. De voorzitter: De precies, we gaan ons eigen kruisje maken. We gaan beginnen met een vragenrondje. De griffier zegt terecht, wilt u even uw microfoon uit doen? Ja, dit is uit, inmiddels. We gaan beginnen met de

eerste instantie. Voor Hart voor Blaricum zit inmiddels de heer Landman aan tafel en die wil ik dan ook maar meteen het woord geven. De heer Landman: Dank u wel, voorzitter. Aan het begin zijn het heel geruststellende woorden, natuurlijk, die we horen en de praktijk moet straks ook uit gaan wijzigen of dat ook inderdaad zo gaat plaatsvinden. Dat doen we vandaag met acht miljoen mensen op deze wereld, dus het wordt een beetje vol. De heer …: Acht miljard. De heer Landman: Acht miljard. Ik wilde even kijken of jullie nog opletten en dat is duidelijk zo. Het is gebruikelijk bij een rtg dat ik meestal eerst een inleiding doe en vervolgens een betoog houd en vervolgens twee vragen stel, maar ik draai het een beetje om. Ik denk dat ik maar meteen begin met de twee vragen, dat werkt wat makkelijker. Op 10 maart 2019 is de regionale samenwerkingsagenda, de vorige, gestart met vijf in plaats van twintig speerpunten, nu dan tenminste. Is daar een evaluatie op geweest? Dat was even de vraag.

En wat is er te vertellen vanuit de projectwethouders, hoe waren die ervaringen en welke veranderingen zijn er vooral richting de vorige rsa? Er wordt nu net duidelijk al aangegeven hoe die veranderingen zijn, maar wat voor resultaat is er tot nu toe … Is er iets te vertellen, is er toch een soort resultaat geweest of is het helemaal plat gebleven, zonder invulling gebleven? Net ook al genoemd is die A27 en de A1. Wat gaat er zo meteen gebeuren? Ik bedoel, in Lelystad gaat Schiphol Airport wel komen, wat betekent de functie van Utrecht? Wat gebeurt er met Amersfoort? Wat betekent dat voor de verbinding van de A27 richting de achterlanden? Allemaal ontzettende zaken die in dat rsa besproken gaan worden. En wat net al gesteld is van, we moeten zoeken naar de weg, letterlijk en figuurlijk en we willen natuurlijk voorkomen dat als er zo meteen door de meerderheid van de gemeente binnen de rsa toch besloten wordt, na lang overleg, dat men toch iets anders vind dan Blaricum vindt, wat heeft het dan voor consequenties? Het kan niet zo zijn, dat is net al een beetje gezegd en ook te lezen, van als ze afwijken van de meerderheid, in hoeverre kunnen we dan toch ons eigen standpunt blijven uitdragen en wordt dat dan in het voorcircuit voldoende gedekt, om het maar zo te stellen? ‘…’ Hart voor Blaricum is voorstander van de rsa.

De legitimiteit van de besluitvorming vanuit de rsa is natuurlijk toch bijzonder, want rsa is niet een gekozen orgaan, maar blijft een samenwerkingsverband. Maar met elkaar samenwerken is natuurlijk van heel groot belang. Een paar dingen die we dus willen inbrengen, maar we moeten kijken hoe dat zo meteen gaat aan de hand van de antwoorden die er zijn en wat er voorgesteld wordt vanuit het bestuur, de dingen die wij van belang vinden, om nu al toch even te melden, want je moet in het voorschiet toch even aangeven wat je wil, is dat wij toch als Hart voor Blaricum stellen dat we bijvoorbeeld de vrijwillige brandweer willen behouden, maar ook op het terrein van Tergooi waar het straks binnen de afspraken die gaan komen over de verdeling van de woningen, dat Blaricum nu eigenlijk al stelt, of Hart voor Blaricum in ieder geval stelt, dat wij toch meer richting de middenhuur willen en niet direct aan datgeen wat nu al voorgelegd wordt in de nieuwe rsa om een bepaalde verdeling te krijgen. Van een derde, een derde, een derde. Zo zijn er nog veel andere onderwerpen waar we nog wel wat vragen over hebben, waarbij we toch proberen om te kijken hoe, als een gemeente anders denkt, in dit geval, Blaricum anders denkt, hoe je dan niet door de meerderheid wordt overruled.

Hoe kan je daarbinnen toch je eigen mening blijven ventileren? Hoe werkt dat straks? In het voorstel zal dat prima gaan, dat overleg wat nu gesteld werd, maar op een gegeven moment ga je toch iets uitrollen en hoe gaat het dan? Wordt het dan dat de meerderheid die agenda samenstelt en in hoeverre kan je dus als kleinere gemeente binnen die grote groep toch je eigen mening voldoende ventileren? De voorzitter: U heeft toch inmiddels, denk ik, al een vraag of vier gesteld in een heel korte tijd, dus ik zou u willen vragen om de rest te bewaren voor een eventuele tweede termijn.

De heer Landman: Ja, hoor. Mevrouw: Wat zijn de twee vragen die u stellen wil? De heer Landman: De twee vragen heb ik aan het begin al gesteld. De voorzitter: Juist, over de evaluatieresultaten van de vorige termijn en over de A27-A1. De heer Landman: En zo meteen, in de tweede ronde, kom ik nog even terug. Dank u. De voorzitter: Prima, goed, dank u wel. Wie mag ik het woord geven? De heer …: Oh, sorry ‘…’. De voorzitter: Als dat mag, want het is wel zo … Ja. Mevrouw Agricola. Mevrouw Agricola: Ja, een evaluatie van het proces, dat is eigenlijk dat traject geweest van die verbetering regionale besluitvorming, dat ging niet alleen maar over de rsa, maar wel grotendeels over de rsa. Dat is de aanleiding geweest voor die werkgroep om dat proces te evalueren en vandaaruit met aanbevelingen te komen. Die zijn toen door het algemeen bestuur overgenomen. Als het gaat om de inhoud van de rsa, zoals die toen voorlag met de speerpunten, daar wordt, is in de loop van de bestuursperiode is daarop gerapporteerd via raadsinformatiebrieven en via uw eigen college. Af en toe een regionaal webinar.

Dus daar is op onderwerp, loopt er natuurlijk een informatiestroom en daar is eind vorig jaar, dat was nog voor de verkiezingen, is er ook regionaal magazine uitgebracht waarin de resultaten van die rsa periode werden beschreven in een tijdschrift vorm dus ook heel leuk voor de … Digitaal is het beschikbaar en ook echt een aanrader voor in het kerstreces, zeer leesbaar. De voorzitter: De vragen over de A27, dat wilt u nu, de heer Landman? Ja, hoe zit het met de verbinding, wat gaat er gebeuren met die verbinding? De heer …: ‘…’. De voorzitter: Als u hem weer even uitzet, kan hij de vraag afmaken en dan kunnen we hem daarna weer aanzetten. Om het makkelijk te maken. De heer Mol: Ja. Dan kunnen we in het voorcircuit zorgen dat we inderdaad dat goed kunnen inbrengen, laat ik het zo stellen. Waarbij de anderen misschien anders denken, hoe gaat dat zo meteen? Mevrouw …: Dus eigenlijk een afwijkende mening van een gemeente, hoe ga je daarmee om? Mevrouw Agricola: Ja, in het algemeen, heel veel van dit soort lobby en belangenbehartiging trek je samen op en vaak meer samen dan alleen de regio. Dus samen sta je sterker dus de regiogemeenten trekken, waar ze hetzelfde belang hebben, met elkaar op in de MRA, maar ook bijvoorbeeld in samenwerkingsverbanden. Wij werken bijvoorbeeld vaak samen met Amersfoort als we hetzelfde belang hebben, regio Amersfoort.

Hoe groter je stem, hoe meer kans dat je gehoord wordt. Is er dan een gemeente die volledig de andere kant uitgaat, rechtsaf of linksaf, als we toch op wegen blijven. Ja, dat kan natuurlijk altijd. Die autonomie heeft de gemeente en je ziet bijvoorbeeld dat als we zienswijzen of input leveren in de MRA op onderwerpen, dat we

dat proberen zoveel mogelijk samen te doen namens die zes gemeenten, maar dat er ruimte is om daar lokaal iets aan toe te voegen door een van de gemeente en als er een afwijkend standpunt is. De heer Landman: Dat betekent dus dat je niet overruled kan worden door een meerderheid. De heer Mol: Ik loop al best een tijdje mee in het openbaar bestuur en ik heb een ding geleerd, als je binnen een regionale samenwerking een oplossing probeert te forceren wat zeer tegen het zere been is van een van de deelnemers, lukt dat nooit en moet je dat ook eigenlijk gewoon nooit willen. Ik denk dat, het is precies zoals mevrouw Agricola zegt, deze werkwijze van deze rsa is duidelijk het resultaat van de evaluatie van de vorige regionale samenwerkingsagenda. Dat aan de voorkant ophalen hoe de raden in de wedstrijd zitten, hoe zij de problemen zien die opgelost moeten worden en naar welke oplossingsrichting zij kijken en dat wij altijd met de agenda een richting kiezen waarin de deelnemers zich kunnen vinden en die opgave is in een regio met maar zes gemeenten nog veel groter dan in een veel groter verband. Dus als wij er in deze regio voor zouden kiezen dat vijf iets een heel goed idee vinden en een daarvan het echt een ontzettend slecht idee, dan is dat sowieso een pad wat we helemaal niet met elkaar moeten willen bewandelen.

Maar het goede nieuws is, nu weten we dat een keer aan de voorkant in kaart te brengen. Dus als u zo helder dit standpunt weergeeft, wij zijn hier ook om goed te luisteren, dan weten we hoe dat zit. Overigens, uit uw inbreng hoor ik ook een beetje, want een van onze vragen was, waar zien we nou eigenlijk de opgave, dat ik u naar voren hoor brengen. Nou, we vinden bereikbaarheid, maar ook de woonopgave een belangrijk speerpunt vanuit Blaricum om in brengen van nou, daar zouden we nou de komende periode echt eens een keer regionaal een goed gesprek met elkaar over moeten hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Mol. Ik ga verder met mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Dank u wel. De VVD is voor een goede regionale samenwerking uiteraard. Heeft wel een paar vragen en wij sluiten aan bij Hart voor Blaricum. Wij vonden ook dat een evaluatie waarbij wij als gemeente ook iets hadden kunnen zeggen zonder dat we alleen een heel mooie krant krijgen van u, dus dat daar ook enige discussie over is, hadden wij wel op zijn plaats gevonden. Wij vinden het ook mooi om na vier jaar, vorige keer na drie jaar, om na vier jaar in principe ook een beoordeling te kunnen maken van hetgeen de regio voor ons betekent en dat kan ook naar beide kanten toe.

Nu hebben we een beetje het idee dat het eigenlijk alleen vanuit de regio een opsomming is van punten die er allemaal gebeurd zijn, maar we weten ook dat er punten niet gebeurd zijn. Ik denk dat dat op zich goed is, om dat ook met elkaar te benoemen en om te kijken hoe we daar dan in de volgende rsa gevolg aan kunnen geven verder. Dus die mogelijkheid is er op dit moment niet, want er komt nu gewoon een soort regionale samenwerkingsagenda met punten naar voren die voor ons uit de lucht komen vallen. Niet onlogisch, want de punten die u noemt, zijn uiteraard heel goed, denken wij. Alleen ze zijn totaal niet concreet terwijl de vorige rsa behoorlijk concreet was. Het waren gewoon concrete punten als zijnde een regionaal energieloket moeten we hebben, over jeugdhulp, het waren heel concrete punten waarop wij de regio kunnen afrekenen en ik denk dat dat ook belangrijk is. Dus wij vinden hem eigenlijk helemaal niet concreet. Als we het hebben over milieu en duurzaamheid, even daarop terugkomend, dan staat er energietransitie en energiebesparing. Ja, dat is zoiets enorms, daar kunnen wij van alles aanhangen met elkaar. En als dat het punt wordt waarop wij nu moeten zeggen, ja, dit zijn de punten waar we de komende vier jaar met elkaar mee aan de gang gaan, dan kan er van alles op ons pad komen, daar hebben wij geen enkele invloed, eigenlijk, op hoe we dat punt gaan invoeren.

Dus circulair Gooi en Vechtstreek, ja, dat is ook een punt, dat kan van alles zijn. Dus wij zouden eigenlijk op een aantal punten wel iets concreter willen zijn. Nou kunnen wij dat natuurlijk ook als gemeente aan u mee gaan geven, de punten die wij vinden, maar dan ben ik bang dat het eenzelfde Poolse landdag wordt als de vorige keer, want dan

gaan alle gemeentes hun punten bij elkaar verzamelen en dan zijn we eigenlijk nog helemaal niet veel verder gekomen. Dus ik wou heel graag van u toch een beetje een beeld zien van hoe u het nu anders ziet dan de vorige keer. Want het feit dat het weinig concreet is, ja, geeft ons eigenlijk niet het gevoel dat we hier enig vat op gaan krijgen. Dat is punt een. Punt twee is, vorige keer werd er gesproken over de zaken die altijd bij de regio liggen, dus alle onderwerpen die we eigenlijk sowieso al bij de regio hebben belegd en een aantal speerpunten. Nu wordt over die aantal punten die bij de regio belegd wordt, eigenlijk helemaal geen melding meer gemaakt. We hebben het eigenlijk alleen nog maar over de speerpunten en we zouden wel graag zien dat dat een beetje duidelijk is van wat hebben we sowieso allemaal al bij de regio belegd en wat komt daar nu bij? Dus die duidelijke knip zien wij ook wel heel graag. Nou, dat zijn eigenlijk in eerste instantie even twee dingen die ik graag beantwoord wil zien. De voorzitter: Volgens mij wilt u graag reageren, de heer Mol. De heer Mol: Dank, voorzitter. Mevrouw Lanphen wilde dat ook graag, maar ik dacht, ik vind het toch wel fijn om even iets weg te hebben, wat ik begrijp de zorg van mevrouw Dobber heel erg goed.

Om even nog een keer in te gaan op de evaluatie van de vorige ronde van de rsa, wij hebben natuurlijk een tweede rondes iets gevonden over de wijze waarop besluitvorming en het bestuur van de regio daar een invulling wordt gegeven. Daarin zijn we als gemeentebesturen niet mals geweest. We hebben behoorlijk stevige verregaande uitspraken daarover gedaan en we beschouwen eigenlijk als algemeen bestuur die twee rondes als de evaluatie van de wijze van samenwerking en de wijze van besluitvorming, bij ons in de regio. Daar hebben de gemeenteraden echt behoorlijk wat van gevonden over hoe dat werd … Hoe die samenwerking en die besluitvorming plaatsvond. Dat heeft ertoe geleid dat we nu op een heel andere manier een regionale samenwerkingsagenda gaan vormgeven en als u zegt, ik vind hem niet concreet genoeg en ik vind hem niet voldoende afrekenbaar, overigens, wij zijn zelf de regio, met elkaar, dus dan rekenen we ook onszelf af. Daar heeft u helemaal gelijk in, want dit is een startnotitie die helemaal aan het begin staat van het proces waarmee wij tot een regionale samenwerkingsagenda gaan komen die uitgewerkt is, die concrete doelen bevat, die een ambitie bevat en waar ook veel meer staat uitgewerkt in wat de regio allemaal doet. Maar dit is als startnotitie echt bedoeld om bij u op te halen, bent u het met ...

Vindt u het een goed idee om langs deze route die samenwerkingsagenda te gaan maken, die precies voldoet aan die randvoorwaarden die u daaraan stelt en kunt u zich vinden in deze onderwerpen die die agenda gaat bevatten? Die zijn veel meer uitgewerkt conform de randvoorwaarden die u daar stelt, dus op die punten kan ik u geruststellen, maar het is met name bedoeld om bij u op te halen echt een startnotitie, vindt u dit een goede richting als wij langs deze richting met u op weg gaan. Dus ik snap uw zorg heel goed, het is eigenlijk de bedoeling dat we daar een invulling gaan geven aan die voorwaarden die u stelt, gaandeweg het opstellen van de regionale samenwerkingsagenda. Maar in tegenstelling tot het verleden, halen we u er helemaal aan de voorkant bij. Mag ik het zo zeggen, voorzitter? Wethouder Lanphen: Zal ik iets toevoegen? De voorzitter: Ja, mevrouw Lanphen. Wethouder Lanphen: Ja, ik heb langer als raadslid gefunctioneerd dan als wethouder en ik ben nu ook namens de gemeente Blaricum lid van het algemeen bestuur van de regio. Het is zo dat de regio doet heel veel gedelegeerde taken voor ons. 90 procent van activiteiten zijn dingen waar we het hier gemiddeld nooit over hebben. De GGD, de regionale ambulancevoorziening, de afvalstoffenophaalsysteem enzovoort enzovoort.

Een heel klein deel van de regio is actief met beleidsvoorbereiding van zaken waarvan wij met elkaar zeggen, dat kunnen we beter samen doen als gezamenlijke gemeenten in het Gooi dan ieder voor zich alleen, want

daar hebben we ieder voor zich alleen mogelijk ook niet de competentie voor in huis. Wat we nu hier doen is dat we eigenlijk ophalen van zijn dit de onderwerpen waarop wij willen samenwerken en dan pas in een tweede instantie komt er een startnotitie over wat er gaat gebeuren en waar we naartoe willen werken en wat wij van de regio, als het ware, willen krijgen, ik moet zeggen, ik ben de wethouder sociaal domein, maar altijd al in het sociaal domein heel erg geïnteresseerd geweest en de regio heeft daar natuurlijk immens veel werk voor ons verzet. Ik wil dat niet onder stoelen of banken steken, maar dat was gigantisch. Dat hadden we absoluut nooit zelf kunnen doen. Dus er is een meerwaarde in het samendoen. Wat we willen weten is, wat willen de gemeenten met elkaar samen doen, op welke onderwerpen, zijn dit ook herkenbare problemen en thema’s waarvan we met elkaar vinden, hier moeten we wat mee als gemeente en dit kunnen we beter met elkaar dan ieder voor zich doen. Op het moment dat dan echt een traject gaat starten, komt er nog een nieuwe startnotitie. Dus wat we nu alleen willen weten, eigenlijk van iedereen, van alle gemeenten is, zijn dit de dingen waarop u wilt samenwerken en waarop u ondersteunt wilt worden in de beleidsvoorbereiding? Want dat wordt natuurlijk door de regio gedaan.

Of zijn die dingen waarvan u zegt, bijvoorbeeld bouwen en wonen, dat doe ik liever alleen. Nou, dat kan allemaal, maar dat wordt dus nu opgehaald en er wordt dus ook weggebleven van allerlei exacte targets die gehaald zouden moeten worden, want die komen pas later. Maar wat we wel graag willen weten is van alle raden, en gelukkig gaat de heer Mol naar alle raden toe, ik ben alleen hier aanwezig, is waarvan men zegt, dit kunnen we inderdaad beter samen doen dan ieder voor zich. Daar is dus een heel lijstje opgesteld waar voor een deel ook gewoon de thema’s in terugkomen waaraan gewerkt wordt. In mijn gevoel zit er niks nieuws, maar dan kijk ik even naar mevrouw Agricola, maar volgens mij niet. De targets komen pas later. Maar de vraag is wel heel expliciet aan alle raden en alle raadsleden van, geef mee als jullie het gevoel hebben … De luchtvaart of zo, dat staat hier niet in. Dat is toch echt een punt waar je ook met elkaar gezamenlijk aan moeten werken, dus dat moet je vooral niet vergeten. Of jeugd en onderwijs, dat moeten we gewoon ieder voor zich doen. Weet je, daar gaat het nu eigenlijk heel expliciet om. Er zit nog geen zienswijze vanuit de gemeente Blaricum bij, maar die zienswijze die willen we ook graag ophalen bij de raad, want het moet een zienswijze zijn van de raad. Dus het is best wel ingewikkeld. De voorzitter: Mevrouw Dobber.

Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, ik begrijp het, het is heel hoog over. Zo zie ik het dan. En dat betekent, wordt er dan nu van ons verwacht dat wij de diepte ingaan, vervolgens, in de zienswijze of is dat iets dat pas later komt? Wethouder Lanphen: Op ieder thema wat uitgewerkt gaat worden, daar komt weer een nieuwe startnotitie en dan kan je daar dus, als het ware, dieper op ingaan. Wat nu heel belangrijk is, is om te zeggen: dit omarmen wij wel of niet en waarom wel of niet, of dit missen wij, dit willen wij er nog aan toegevoegd hebben. Mevrouw Dobber-Spruijt: Maar dan kom ik nog even terug, dan denk ik dat er haast niks gemist kan worden, want dit is ongeveer alles wat wij in de gemeente doen. Dus dan is er niet iets waarvan ik denk van, daar ben ik het helemaal niet mee eens, nee, dit vind ik prima. Maar het gaat me om de uitwerking uiteindelijk. Ik ben niet, althans, de VVD denkt er niet zo over dat we zeggen, we gaan op al deze punten alles samen doen. Wat wel en wat niet? Dus op het moment dat er wel een startnotitie komt en er wordt gezegd, we gaan wat betreft, nou, laten we het even bij milieu en duurzaamheid houden, we gaan op dat punt daar en daarop samenwerken en wij zeggen als gemeente Blaricum, nou, dat zijn we eigenlijk helemaal niet van plan. Dat doen wij al zelf of dat gaan we zelf doen.

Ja, is dat dan nog mogelijk of wordt er dan gezegd, ja, maar u heeft gezegd in de startnotitie dat u op het onderdeel milieu en duurzaamheid en energiebesparing en op energietransitie wil samenwerken. Daar zou ik, dan zou ik nu in die val gaan lopen, ben ik bang. Dus hoe

concreet is het dan? Dit zijn de onderwerpen, nou ja, ik denk dat niemand hier tegen is dat we, denk ik, hier op deze punten gaan samenwerken, maar op het moment dat je de diepte in gaat, zou het wel eens kunnen zijn dat we dan wel zeggen van, nou, ik weet niet of we daar nou zoveel trek in hebben. Dus dat is wel eventjes de afweging. De voorzitter: Voor uw eerste instantie, mevrouw Dobber, inderdaad. Mijnheer Mol gaat nog even reageren daarop. De heer Mol: Ik denk dat het zeker niet de bedoeling is dat u het gevoel hebt dat u in de val gaat lopen. Als eenmaal … Als u hier met deze startnotitie instemt, dan weten we met elkaar dat wij de komende jaren een keer op een thema bij u langs gaan komen. Dan kunt u er vanzelf inhoudelijk de diepte over ingaan. Het is nu wel de kans om voor u aan te geven van nou, er zijn thema’s waar wij van vinden dat dat een regionale opgave is. We hebben allemaal enorm hoge kosten in het sociaal domein, we weten dat dat komt omdat er heel veel inwoners gebruik maken van heel dure voorzieningen en we weten dat het een kans is om wat meer te gaan investeren in het voorveld. Dat kinderen gezond opgroeien, dat mensen vitaal oud worden, dat we wat meer focussen op een gezonde leefomgeving binnen het sociaal domein, binnen welzijn om ook die hele dure zorgvoorzieningen te ontlasten.

En wij vinden, en u kunt dan aangeven, daar kunnen wij als Blaricum niet alleen voor aan de lat staan, dat is misschien een mooie regionale opgave. En als we nou twee of drie dingen heel goed kunnen doen de komende vier jaar in de regio, zouden wij daar een accent willen leggen. Ik denk dat het een mooie kans is om bijvoorbeeld als gemeente in de zienswijze aan te geven, wij vinden dat op een en twee punten, of drie punten, de regio echt een zware opgave heeft om daar de komende jaren wat ambitie te stellen. Dus het is niet de bedoeling dat u in de val loopt, het is juist een kans om als gemeente aan te geven, laten we die dingen nou eens een keer de komende jaren echt meters maken. Het is precies als mevrouw Lanphen zegt, de regio doet onwaarschijnlijk veel maar we moeten wel met elkaar weten wat, wat u betreft, accenten moeten liggen. Want die halen we nu aan de voorkant op. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik ga even naar de heer Meijer van D66. Heeft u vragen voor de eerste instantie? De heer Meijer: Ja, ik ben een beetje verbaasd over sommige van de insprekers … De voorzitter: Even de microfoon aan en iets dichterbij alstublieft. De heer Meijer: Sorry, ik was even de microfoon vergeten. Zat nog even te denken want … De voorzitter: Dan mag u het nog een keer herhalen.

De heer Meijer: Ja, het komt een beetje op mij af nu opeens want er worden nu op een aantal punten concrete dingen genoemd waarvan ik denk, daar zijn we op dit moment eigenlijk nog niet aan toe. U vraagt aan ons eigenlijk, wat vindt u nu van deze notitie en wat vindt u van de wijze waarop wij te werk zouden willen gaan. Ik hoor daar niets in waarvan ik zeg, dat vind ik nou helemaal fout. Wat ik me wel afvraag is inderdaad de democratische legitimatie van dingen die dus eigenlijk per gemeente min of meer worden beslist. Dus de samenwerking vind ik inderdaad wel prima, maar dan moet je ook wel heel duidelijk van tevoren gaan zeggen wat je dan samen wil doen. En dan moet je het er wel heel erg over eens zijn, want anders heeft het helemaal geen zin. En we hebben natuurlijk speerpunten maar duurzaamheid en energie is natuurlijk voor ons als partij een zeer belangrijk iets en dat vindt al plaats in de regionale, in de RES, in de Regionale Energiestrategie, ja dank u wel. Ik vind dat, dat soort gebieden is het uitermate belangrijk, want dat zijn de dingen die je gewoon

in de regio beter kunt organiseren. Zo meteen hebben we vuilafvalproblematiek en dat soort zaken. Ik zie wel degelijk een aantal grote voordelen voor de wijze waarop dit gaat. Maar ik wil nu niet op alle onderwerpen … De voorzitter: U heeft geen concrete vraag. Het is meer van, zo heb ik dit ervaren en zo … De heer Meijer: Ik heb een vraag. Hoe zit het eigenlijk de verhouding tussen de regio, de regionale agenda en bijvoorbeeld de MRA. Want daar zitten overlappende gebieden in. Is daar ook een vorm van samenwerking. De voorzitter: Mooie vraag. Wie gaat hem beantwoorden? Mevrouw …: Ik denk Jacqueline. De voorzitter: Mevrouw Agricola. Mevrouw Agricola: Ja, dat klopt natuurlijk helemaal wat u zegt dat die balans er is en dat sluit ook aan bij de val die u noemt. De opgaven die hier genoemd zijn, zijn opgaven waarvan vanuit het verleden, vanuit de coalitieakkoorden, vanuit autonome ontwikkelingen, vanuit het Rijk, het idee is daar zou je regionaal op moeten samenwerken. Maar dat schakelt tussen een lokale schaal en een regionale schaal en een bovenregionale schaal. Want soms, een stikstofdossier, dat zal een provinciale schaal zijn. Als we kijken wat we doen op infrastructuur en mobiliteit, neem bijvoorbeeld een fietsnetwerk, natuurlijk bepaalt u zelf hoe u die fietspaden aanlegt maar het is wel leuk als ze op de gemeentegrens aansluiten.

En dan is het nog mooier als voor echte doorfietsroutes wat natuurlijk echt de bedoeling is ook met die snelfietsen, iemand straks van Amersfoort naar Amsterdam heen en weer kan, dan gaan ze door onze regio. Dus je schakelt met elkaar op dat regionale en dat MRA-niveau om te zorgen dat die fietspaden aansluiten. Maar natuurlijk is het de gemeente die ze aanlegt en die uiteindelijk vergunningsbesluiten en kostenramingen en die schetsen van die fietspaden maakt. Dus zo schakelen die drie niveaus in elkaar. Er wordt volgend jaar gestart met een nieuwe MRA-agenda, dus die gaat een stukje overlappen met deze RSA, die loopt een stukje aan vooruit en natuurlijk kunnen de gemeenten van Gooi- en Vechtstreek hun inbreng in die MRA-agenda vanuit die Regionale samenwerkingsagenda samen vormgeven. Maar kan het ook best zijn dat u vanuit lokale gedachte daar input in heeft. De voorzitter: Goed, dank u wel. Mijnheer Meijer, zo even voldoende voor de eerste instantie? U twijfelt. Mevrouw…: Hij denkt en denkt. De heer Meijer: Ja, ik zie toch wat problemen voor me. Op die onderwerpen die u noemt ben ik het helemaal mee eens, dus regionaal netwerk fietspaden, aansluiten van infrastructuur met name ook als je hele grote wijken gaat nemen bijvoorbeeld nu wat er gebeurt bij Crailo waar een gigantisch plan ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12138282/2