CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Raadscommissie 09.04.2024

Rondetafelgesprek 9 april 2024, gemeente blaricumBij agendapunt: AGENDA - De hieronder genoemde tijden achter de onderwerpen zijn indicatief. In werkelijkheid kan hiervan worden afgeweken voor wat betreft de aanvangstijd en duur.19.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE 2 VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 9 april 2024

Opening De voorzitter: Dames en heren, het is inmiddels acht uur. Ik mag u welkom heten bij deze eerste raadscommissie. Mijn naam is Ramona Beemsterboer, ik mag vanavond uw voorzitter zijn. Ik heet u allemaal welkom, raadsleden, collegeleden, fractievertegenwoordigers, ambtelijke ondersteuning, gasten en hopelijk ook luisteraars. Eerste raadscommissie, ja, met een nieuwe naam, dan verandert er natuurlijk ook het één ander met betrekking tot de inhoud van de vergadering. En ik neem de veranderingen even kort met u door. De raadsleden en fractievertegenwoordigers aan tafel hebben voorafgaand aan deze raadscommissie zoveel mogelijk, liefst al hun technische vragen over het voorstel al schriftelijk ingediend. En wie zit aan deze tafel, die heet vanaf nu de deelnemer. Het eerste termijn bestaat nog steeds uit het stellen van politieke vragen, daar blijft het bij. Dus voor de deelnemers hier aan tafel, vraag uzelf af, welke informatie heb ik nou nodig om een standpunt in te kunnen nemen bij de eerstvolgende raadsvergadering? U krijgt ruimte voor uw betoog en de strikt politieke vragen die u omtrent dit onderwerp nog heeft. In de tweede termijn is er vanaf heden geen ruimte meer om aanvullende vragen te stellen. Dit termijn is echt bedoeld om met elkaar standpunten uit te wisselen met elkaar. Dus de collegeleden kunnen niet bevraagd worden.

Mochten zij een opmerking tussendoor hebben, dan kan dat natuurlijk, maar u gaat met elkaar in debat. En ook hier spreekt u ook weer telkens via de voorzitter, net als anders, dus bevragen elkaar dus ook via de voorzitter. We gaan even kijken wie er allemaal aan tafel zitten vandaag. Dat is voor Hart voor Blaricum, de heer Pel, voor de VVD, de heer Wiegel, voor D66 zie ik de heer Meijer, De Blaricumse Partij, zie ik mevrouw Boersen, voor het CDA, mevrouw Claushuis, PvdA/GroenLinks, mevrouw Kukupessy, en naast mij zit wethouder Cornelis. Vanavond bespreken wij de agendapunten ‘voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent’ en ‘zienswijze PMD bron- of nascheiding’, om onze mening voor de raadsvergadering van 16 april aanstaande te vormen. 1.

Ruimte voor niet geagendeerde onderwerpen De voorzitter: We starten met agendapunt 1, dat is de ruimte voor de niet geagendeerde onderwerpen. En hier zijn verder geen insprekers voor gemeld.

2.

Rondvraag raadsleden en fractievertegenwoordigers / mededelingen De voorzitter: Dus dat betekent dat wij meteen doorgaan naar de rondvraag, mededelingen, van de deelnemers van de raadscommissie. Maar ook deze zijn niet vooraf aangevraagd, dus dan ga ik er ook vanuit dat er geen mededelingen zijn. Dat gaat lekker snel.

3.

Informeren – Interactie (informeren, input geven en vragen, en adviseren) met raads- en collegeleden die naast hun functie van raads- of collegelid de gemeente Blaricum vertegenwoordigen De voorzitter: We komen bij punt 3. Zijn er nog deelnemers of collegeleden die naast hun functie de gemeente Blaricum vertegenwoordigen in andere gremia, en hierover een update willen of kunnen geven? En ik heb begrepen dat wethouder Lanphen en wethouder Kennis beiden een punt willen bespreken. En ik zie dat wethouder Kennis als eerste aan tafel schuift. Daar is zij, ga uw gang.

Wethouder Kennis: Dank u wel, voorzitter. Nou, het is niet zozeer een gremium wat ik vertegenwoordig namens de gemeente waar ik in zit. Maar ik vond het wel leuk om u even te vertellen dat wij vorige week woensdag onze eerste Omgevingstafel voor, in het kader van de Omgevingswet Craibosch gehad hebben. En we zijn daar, hebben daar de hele middag gezeten met 32 deelnemers van alle ketenpartners die we hebben. En om een hele kleine greep te geven uit de mensen, provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Waternet, Connexxion, GNR, archeologisch bedrijf, gemeente Huizen, gemeente Hilversum, OFGV, PBN, veiligheidsregio, GGD, GAD, GHOR, brandweer, de Omgevingsdienst, waterschap. Nou, en ga zo maar door. Dus we waren echt met alles en iedereen vertegenwoordigd en het was voor al deze mensen de eerste keer dat ze zo’n echte, officiële Omgevingstafel hebben meegemaakt. En daar is de stedenbouwkundige visie van Craibosch dus uitgebreid besproken en iedereen heeft daar, ook in discussie met elkaar, het gehad over, hoe zij het vonden. Over het algemeen werd het trouwens als erg mooi ervaren, maar dat is een ander verhaal. Ik vond het wel leuk om u te vertellen dat wij dat gehad hebben. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Veel mensen ook. U had het Olympisch Stadion afgehuurd meteen, of niet? Wethouder Kennis: Nee, we zaten in Tergooi.

De voorzitter: In Tergooi zelf? Wethouder Kennis: Op locatie. De voorzitter: Oké. Wethouder Kennis: En inderdaad, heel veel mensen. Wat gewoon natuurlijk heel leuk is, want daardoor blijkt dat het leeft. En dat iedereen … De voorzitter: Ook leuk vindt. Wethouder Kennis: Dit ook leuk vindt om het op deze manier met elkaar te gaan bespreken. De voorzitter: Prima, dank u, goed. Gaan wij naar wethouder Lanphen. Ga uw gang. Wethouder Lanphen: Hartelijk dank. Naar aanleiding van de raadsvergadering eind maart, dacht ik, het is misschien goed om te vertellen dat wij gisteren de zitting hebben gehad bij de rechtbank, waarin de omwonenden van Tergooi om een voorlopige voorziening vroegen, naast hun bezwaar. Ze hebben dus een bezwaar, maar ze hebben daarbovenop ook een voorlopige voorziening gevraagd. Die zitting hebben we bijgewoond, zowel de burgemeester als ik. En daar was het COA aanwezig met een advocaat, wij waren met onze advocaat, en de omwonenden waren er met hun advocaat uiteraard. En de rechter heeft toegezegd dat we volgende week tussen dinsdag en vrijdag haar besluit krijgen. Dan loopt natuurlijk de bezwaarperiode nog, dus dat moet nog gewoon door onze eigen bezwarencommissie worden afgehandeld. Maar dan wordt het helder of de omgevingsvergunning voorlopig wordt geschorst of niet. Dat is het eerste ding in mijn portefeuille, wat actueel is.

En het tweede zeer actuele ding is dat we gehoord hebben dat we op 22 mei een zitting zullen hebben over de Woensberg. Want zoals u weet heeft de provincie daar een bezwaar op ingediend, naast ook een aantal omwonenden. Die bezwaren zijn allemaal ongegrond en onontvankelijk verklaard. Maar daarna is de provincie in beroep gegaan op dat bezwaar. Die beroepszaak die loopt bij de rechter en die dient op 22 mei. Dat is even om iedereen mee te nemen in alle wetenswaardigheden waarin wij verkeren.

De voorzitter: Toe maar. En na deze datum, dan hoop ik dat u weer even toelichting geeft over hoe het is afgelopen. Goed, dank u wel. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, mag ik een vraag stellen over het eerste onderwerp? Is dat, hoort dat bij de orde, of hoort dat niet bij de orde? Het is puur een technische vraag. De heer…: (Buiten de microfoon) Het eerste onderwerp was van wethouder Kennis. Mevrouw Boersen-de Jong: Nou, dan het tweede onderwerp. De voorzitter: Het tweede onderwerp; een korte vraag. Mevrouw Boersen-de Jong: Het tweede onderwerp. Het eerste, het tweede onderwerp van vanavond en het eerste onderwerp van wethouder Lanphen. De heer…: (Buiten de microfoon) Precies. Mevrouw Boersen-de Jong: Mag dat? De voorzitter: Een korte vraag, ja. Mevrouw Boersen-de Jong: Heeft u gevraagd namens de gemeente, in de rechtszaak, bij de omwonenden of er al meteen een uitspraak in de bodemprocedure gedaan zou kunnen worden? Is dat aan de orde geweest? De voorzitter: Wethouder Lanphen. Wethouder Lanphen: Wij hebben helemaal het woord niet gevoerd, dat heeft de advocaat gedaan. Mevrouw Boersen-de Jong: Maar het is niet aan de orde geweest? Wethouder Lanphen: Ik begrijp ook niet wat u bedoelt. Mevrouw Boersen-de Jong: Een uitspraak in hoofdzaak.

Wethouder Lanphen: Als u de hoofdzaak bedoelt, het bezwaar zelf, het bezwaar moet door de bezwarencommissie worden behandeld en niet door de rechter. De voorzitter: Goed, laten we het bij, dank u wel. In het kader van de tijd en invulling van deze avond, wil ik voorstellen om toch wel uiterlijk tot een uur of tien de stukken te gaan behandelen. 4.

Voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent De voorzitter: We komen aan bij punt 4, dat is het voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent. Met dit raadsvoorstel vraagt het college uw raad om voorbereidingskrediet en budget beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van onderzoek, communicatie, en het voorleggen van keuzes aan de raad met betrekking tot de waterkwaliteit en het waterbeheer in de Blaricummermeent. Kortom, aan de raad te besluiten of zij akkoord gaan met het voorbereidingskrediet van 98.000 euro, en of er krediet beschikbaar kan worden gesteld voor het vervangen van het zandfilter in de Blaricummermeent, en deze af te schrijven in dertig jaar,

en daarmee ook het voorbereidingskrediet op dertig jaar te stellen. Technische vragen die zijn reeds gesteld en ik heb ook gezien dat de vragen zijn beantwoord. Voor dit onderwerp hebben zich geen sprekers gemeld, insprekers gemeld. Wethouder Cornelis is aanwezig. U heeft ambtelijke ondersteuning bij u, zie ik. Wethouder Cornelis: Pieter Hogeveen. De voorzitter: En dat is de heer Hogeveen, welkom. De heer Hogeveen: Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, we gaan dus beginnen met de eerste termijn. En ik zie dat inmiddels er wat verschuiving is geweest aan tafel. De heer Hammouti is aangekomen voor De Blaricumse Partij; welkom. Verder hebben we nog dezelfde mensen aan tafel. Eerste termijn, de politieke vragen. Ik ga beginnen met de heer Pel, die steekt een hand al op, ga uw gang. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Het was wel stoom en kokend water waarin de vragen beantwoord zijn, en ook gelezen en verwerkt moesten worden. Dat is even de introductie voor de nieuwe werkwijze waarin we denk ik ook een beetje lering moeten trekken over het feit dat we alle vragen, technische vragen, zoveel mogelijk vooraf stellen. Maar die moeten dan ook wel op tijd beantwoord worden. Ze zijn beantwoord, maar nogmaals, met stoom en kokend water zijn ze ook, moeten, hebben we ze ook moeten verwerken. Daarnaast wil ik, heb ik een tweetal vragen, dat mogen er ook maar twee zijn, politieke vragen.

En de eerste vraag heeft te maken met het feit dat wij begrepen hebben, ondubbelzinnig, dat de verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit ligt bij het waterschap, niet bij de gemeente. En mijn vraag aan de wethouder is, is hij dan bereid om het onderwerp wat wij bespreken, het voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent, te wijzigen in, voorbereidingskrediet onderzoek zandfilter? Dat is de eerste vraag. Want wij zijn dus niet verantwoordelijk voor die waterkwaliteit. Dat wij iets met een zandfilter willen gaan doen, al dan niet, dat is een ander verhaal. Ten tweede zou ik willen vragen in hoeverre in deze fase van een onderzoek, het dan al gepast is om inwoner-communicatie op te gaan tuigen? Omdat dat misschien ook, zeker gezien die waterkwaliteit, een verwachting schept die niet helemaal waargemaakt kan worden. Dat zijn even de vragen die ik nu heb, politiek. De voorzitter: We kunnen afspreken, aangezien het Reglement van Orde duidelijk is dat inderdaad in het eerste termijn politieke vragen mogen worden gesteld. Als er meer zijn dan twee is dat haalbaar, maar we maken er geen heel lang epistel van. Dus, u houdt het bij deze twee vragen? De heer Pel: (Buiten de microfoon) Deze twee vragen. De voorzitter: Heel fijn, dank u wel. Wethouder Cornelis, wilt u daar meteen antwoord opgeven, of wilt u eerst alle vragen afwachten? Wethouder Cornelis: Liever niet, nee.

De voorzitter: Dat snap ik. Dan zou ik zeggen, ga uw gang. Wethouder Cornelis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Over de eerste vraag, ik begrijp waar de heer Pel naartoe wil. En het is zo dat, de titel die we nu hebben, sluit misschien iets beter aan bij het feit dat wij een vergunning hebben gekregen van het waterschap, waarmee het waterschap ons wil dwingen om de

waterkwaliteit te maken zoals zij die hebben voorgeschreven in de keur en al die andere documenten die u heeft ontvangen. Zolang de inhoud van het voorstel op zich niet wijzigt, en ik heb wel één opmerking bij uw tweede vraag, dat zal een wijziging inhouden. Maar zolang de rest van het voorstel niet wijzigt, kunnen we de titel veranderen, maar het komt er dus op neer dat wij zo snel mogelijk en in eigen regie willen uitzoeken hoe wij aan die vergunning kunnen voldoen, of, als aan die vergunning voldaan kan worden zonder zandfilter; daarom is, ja, zandfilter, waterkwaliteit. Dan gaat de vlag helemaal uit, want dan vragen we of de vergunning gewijzigd kan worden. Maar die uitkomst verwacht ik niet, laat ik daar duidelijk in zijn. Dan uw tweede vraag, inwoners-communicatie. Wij hebben, en ja, ik weet niet hoe dit nou formeel erin zit, maar wij hebben ondertussen, mede naar aanleiding van de vragen, besloten om de 60 mille die gevoteerd stond voor Haskoning en communicatie, om daar de 20 mille van communicatie als stelpost van op te nemen, en alleen als dat nodig is te hebben. Het is voorgekomen eerder dat we bij dit proces, wat langer of korter kan duren, moeite hadden om snel genoeg te reageren. Dat willen we voorkomen. Maar als het niet nodig is, doen we alles met eigen communicatiemensen.

En dat is dus een wijziging op het eerdere gestelde, omdat we tot de conclusie kwamen dat dat inderdaad niet helemaal opgeschreven was, zoals we ook zouden willen bedoelen. Maar we willen wel, niet apart naar de raad toe moeten, wat een enorme vertraging zou opgeven, als er wél dingen moeten zijn. En het kan goed zijn dat we naar de zomer toe toch bepaalde keuzes aan de inwoners willen voorleggen. Bijvoorbeeld, we zijn er nog niet uit, u gaat hem nog niet hebben, gaan we vaker schutten, of gaan we er tijdens werken? Dat soort zaken. En dat moet toch georganiseerd worden, en dan hebben we waarschijnlijk haast, dus dan hebben we de mogelijkheid om dat goed te doen. De voorzitter: Mijnheer Pel. De heer Pel: Ik heb daar toch wat moeite mee, omdat in die zin u dus eerder naar inwoners gaat om alternatief te bespreken, nog voordat u bij de raad komt om dat financieel af te tikken en budgettair. En daar, en dat is denk ik niet gepast in deze situatie. En uw eerste antwoord op, als ik het even heel kort zeg, is dat, door het woord waterkwaliteit te blijven handhaven, terwijl u weet dat de verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit bij het waterschap ligt, brengt u uzelf in de problemen en brengt u ons in de problemen als gemeente, naar de inwoners toe, die verwachtingen hebben ten aanzien van de waterkwaliteit die de gemeente Blaricum voor hen gaat regelen.

De voorzitter: Wethouder Cornelis. Wethouder Cornelis: De twee, de eerste, uw eerste opmerking over de tweede vraag is, zo hadden we het niet bedoeld hoor. Als er consequenties zijn op basis van dit onderzoek, die met de raad gedeeld zouden moeten worden, doen we dat eerst. Maar als we nog geen uitkomsten hebben en we willen toch voorkomen dat er in september blauwalg komt, en we willen de, dan is het goed mogelijk dat we de inwoners vragen en zeggen, jongens, het weer is zo en zo geweest, filter weten we nog niet. Wat gaan we doen? We hebben, waarschijnlijk hebben we dan keuzes, bijvoorbeeld minder vaak schutten of op andere dagen. En ja, daar willen we, dat is één voorbeeld. En als er wel wat met de raad besloten wordt … Voordat we besluiten, we willen nu vooral feiten verzamelen. Wij willen weten, hoe voldoen we aan die vergunning? En als die vergunning simpeler kan, hoe vragen we dat? En dat willen we in eigen regie doen, en daar is dit krediet voor bedoeld. Heb ik nou uw vragen allebei beantwoord? O ja, zandfilter en water… De heer Pel: (Buiten de microfoon) Ik ga de discussie niet verder … Wethouder Cornelis: Nee, nee, nou ja, waar ik …

De heer Pel: (Buiten de microfoon) Ik denk dat anderen ook de discussie moeten voeren. En we voeren samen met elkaar een andere discussie. Wethouder Cornelis: Het is voor mij geen halszaak. Maar de basis is dat wij aan een vergunning moeten voldoen, en dat kunnen wij nu niet. En die vergunning die staat wel bol van allerlei dingen die, niet alleen zandfilter, dat zijn drie pagina's van het ding. Het is zo’n lijst, u hebt hem gehad. Maar de andere pagina's gaan over allerlei aspecten. Hoe heette het ook weer? Een heel systeem wat bedoeld is, pompidompidompidom. Als er die vraag, ja, de EKR, de ecologische kwaliteitsratio van 0.6, nou, dat is een … De voorzitter: Die had ik ook niet onthouden hoor, dus ja … Wethouder Cornelis: Dat is een … Als u dat per se wilt veranderen in zandfilter, is het mij best. Maar uiteindelijk is het gevolg dat wij moeten voldoen aan de eisen die in onze vergunning staan, of de vergunning veranderen. De heer Hogeveen: (Buiten de microfoon) Ik mag jou niet … De voorzitter: Mijnheer Hogeveen, u mag het woord hoor. De heer Hogeveen: Ik ga jou hier niet zitten afvallen, Frans, maar het is natuurlijk … Een zandfilter is het onderdeel van de waterkwaliteit. Dus het is niet alleen het zandfilter. En terecht dat u zegt, het gaat toch om het zandfilter, maar het is een groter onderwerp in z’n algeheel. Dus je moet het, je moet het gewoon integraal bekijken.

Het is niet alleen het zandfilter, maar het één hangt aan het ander. De sluis heeft te maken met een zandfilter, en de pomp die achterin in die smalle sloot staat, ligt in de sloot, die heeft daar ook weer mee te maken. Dus we moeten het, in z’n totaal moeten we het gaan bekijken. De heer Pel: (Buiten de microfoon) Dat snap ik, maar het zandfilter … De voorzitter: Mijnheer Pel. De heer Pel: Sorry. Het zandfilter is een onderdeel van de keten die wij hebben. Wij hebben dat laten ontwerpen door ingenieursbureaus, andere partijen. En die hebben op een gegeven moment ook het signaal afgegeven, we hebben een werkend watersysteem. De heer Hogeveen: Nee, dus niet. De heer Pel: Dat blijkt dus niet te werken, omdat het onderdeel wat niet goed werkt, zoals ik begrepen heb, is dat zandfilter. Dat werkt dus niet. Dus we moeten daar iets mee. Maar om nu te vertalen dat wij dus nu ineens voor de hele waterkwaliteit opgesteld staan, dat gaat me te ver. En dat is waar ik u onder de aandacht breng, wat ik zeg, zorg dat je daarop gaat acteren. De heer Hogeveen: Dat zijn dan wel … De voorzitter: Mijnheer Hogeveen.

De heer Hogeveen: Sorry. Oké, maar dat is ons helemaal duidelijk. De heer Pel: Voor ons is het ook niet zo’n punt, maar … De heer Hogeveen: Maar we moeten straks zien te voorkomen dat, als we bij u terugkomen … We zien te voorkomen dat als we straks bij u terugkomen, raad, dat het niet alleen het zandfilter is, maar dat we dan naar het totale pakket gaan kijken. De voorzitter: Het is inderdaad denk ik de communicatie naar de inwoners toe, die … We geven aan de ene kant aan, het water, daar is Waternet voor verantwoordelijk. En nu geven we eigenlijk aan, maar het zandfilter is ook onderdeel van, en daar moeten wij weer over beslissen. Het wordt redelijk ingewikkeld om het uit te leggen. De heer Hogeveen: Precies. En het loopt al vanaf 2008. En door de recessie heeft ook, zeg maar... Kan ik praten, of niet? De voorzitter: U kan praten, de microfoon staat nog steeds aan. De heer Hogeveen: Kijk, dit proces loopt al vanaf 2008. Toen heeft er, is er een PvE opgesteld door DHV. Dat is toen aanbesteed en toen heeft een aannemer heeft het zandfilter aangelegd. Vervolgens is de recessie ontstaan en heeft een tijd een niet werkend systeem, of tenminste, het heeft stilgelegen. En om dat systeem weer op … Toen is er addendum tussen Waternet en deze gemeente, en toen is Waternet, die zou dat gaan beheren.

Alleen, het was niet te beheren, want het systeem, dat had zo’n tijd stilgelegen, dus we moeten nu gaan kijken, hoe gaan we het op gang brengen? De heer Pel: Voorzitter, we hebben een, ik heb een sterk déjà vu met de sluis. Die lag namelijk ook jarenlang stil, en die verzakt aan alle kanten. En op een gegeven moment hebben we daar maar een oplossing voor gevonden, om dat maar af te kopen en dergelijke. Het lijkt er sterk op dat het hier ook het geval is. De voorzitter: Wethouder Cornelis, wilt u nog even een aftrap doen, of zegt u, ik laat het hierbij? Wethouder Cornelis: Nou, heel kort. Hoofdzaak is, wij voldoen nu niet aan onze vergunning. En we kunnen niet, want zandfilter doet het niet. Wij willen zelf weten wat we hieraan kunnen doen. Wij hebben net zoveel vragen als iedereen heeft, en het is ingewikkeld. Wij willen, wij vragen een krediet, met aangepaste post communicatie, voor als het nodig is. En zeker niet om iets te communiceren wat we eerst aan de raad moeten vragen, maar wel om de ruimte te hebben. En in het hele verhaal kun je kiezen hoe je het wilt noemen, maar in de vergunning, als het … Een hoofdpunt is nog, dat als het Waternet zijn verantwoordelijkheid wil uitoefenen, dan doen ze dat door ons een opdracht te geven, zoals die in die vergunning staat. Dus wij moeten uitzoeken hoe we daaraan voldoen.

De voorzitter: U begrijpt de vergelijking met de sluis? Wethouder Cornelis: Oh ja. Sterker nog, betreur ik dat? Ja, en niet zo’n beetje. Kan ik iets anders doen dan zeggen, mensen, geef ons een beetje geld, want we moeten uitzoeken wat we nou weer moeten? Nou, het zou niet erg handig zijn om daar uitstelgedrag of andere dingen over te vertonen. We moeten nu gewoon

zorgen dat we de best mogelijke oplossing vinden, en dat in eigen regie. We willen dat deze keer niet aan anderen, of aan combinaties van partijen overlaten. De voorzitter: Helder, dank u wel. Ik denk dat we zo even genoeg hebben gezegd, mijnheer Pel. Ja? Wie kan ik nog meer … Mijnheer Meijer, u heeft een vraag, of misschien wel twee. Ga uw gang. De heer Meijer: Dank u wel, voorzitter. Er is heel veel te doen over waterkwaliteit. Ik heb het dus allemaal bekeken hoe dat zit met allerlei normen. Er zijn dus WKR normen, landelijk, Europees. We streven naar bepaalde grenzen in nitraat en fosfor. Dat zijn kennelijk twee belangrijke componenten van waterkwaliteit. We krijgen water uit het Gooimeer. Daar is ook, wordt ook toezicht, er is oppervlaktewater. Onder oppervlaktewater wordt eigenlijk al het water verstaan wat aan de oppervlakte is, behalve rivieren en dat soort zaken, die vallen onder Rijkswaterstaat. Dus wij krijgen water wat eigenlijk al aan een bepaalde norm voldoet. En ik neem aan dat nitraat en fosfor ook wel eigenlijk een rol spelen in, op de Blaricummermeent. Ik heb daar een vraag over gesteld, kunnen we dat monitoren? En kunnen we dan op een gegeven zeggen, hé, het gaat de verkeerde kant op? Dus we moeten ergens aan andere knoppen gaan draaien, om dat naar beneden te krijgen. Dat schijnt moeilijk te zijn.

Het antwoord was dat, ja, dat gaat eigenlijk niet, want dan ben je alweer te laat. Dus, er zijn eigenlijk twee vragen. Er staat in de beantwoording over die waterkwaliteit, het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, wordt maandelijks gemeten. Er is een EKR, een ecologische kwaliteitsratio van 0,6 of hoger. Ik weet niet hoe zich dat verhoudt tot bijvoorbeeld nitraat- en fosfaatgehaltes. Bovendien zijn er nog andere verontreinigingsfactoren die een rol kunnen spelen, chemisch, biochemisch, wat uit het afvalwater enzovoort, PFAS gaat een rol spelen. Dus wat bedoelen we nou eigenlijk op de Blaricummermeent met díe kwaliteit? Waar streven we nou eigenlijk naar? En wat is die 0,6 EKR? Dat is de vraag. De voorzitter: Dat waren de vragen? De heer Meijer: Ja. De voorzitter: Prima. De heer Meijer: Tot zover. De voorzitter: Tot zover; u mag uw vragen nu stellen, als het politieke vragen zijn, want in de tweede termijn gaat dat niet meer. De heer Meijer: Oké, dan doe ik het tweede deel er … De voorzitter: Gooi er nog maar eentje achteraan. De heer Meijer: Achteraan. Dat gaat eigenlijk over de aanleg van dat zandfilter, en de metingen die daar achteraan zijn gekomen. Ik neem aan dat op een gegeven ogenblik is geconstateerd dat het zandfilter ergens positief aan bijdraagt.

Kennelijk is dat niet voldoende, want we zijn erachter gekomen dat het systeem, het is een vrij complex systeem, dat circuleert op die Blaricummermeent. Er wordt water ingelaten, er wordt water uitgelaten, er wordt geschut, enzovoort. De conclusie was, er is iets fout gegaan. Misschien het zandfilter, we weten het niet zeker. Het zandfilter is kennelijk geen ijzerzand, of wel? Weet ik niet. Kunnen we niet stellen dat er al bij het ontwerp en de uitvoering iets verkeerd is gegaan? En dat wij daarbij misschien degenen die dat

hebben ontworpen en/of hebben uitgevoerd, ook aansprakelijk kunnen stellen? Ik heb die vraag ook bij de technische vragen gesteld. Nou, het is niet zozeer een technische vraag, maar meer over verantwoordelijkheid. En ja, als we daar één van die ondernemers of ingenieursbureaus aansprakelijk kunnen stellen, dan betekent dat waarschijnlijk dat we een claim kunnen leggen. De voorzitter: Had u nog geen antwoord gehad op die technische vraag? Had u nog geen antwoord gehad op die technische vraag? De heer Meijer: Er staat een beetje een ontwijkend antwoord. De voorzitter: Oké, oké. De heer Meijer: Er staat niet een duidelijk … De voorzitter: We willen wat duidelijkheid van de heer Cornelis. Wethouder Cornelis, beginnen we bij die eerste, de EKR 0,6 en wat houdt dat in? Wethouder Cornelis: Dat is een lang verhaal, en de heer Hogeveen kan mij daarbij helpen. De voorzitter: En die gaat er een kort verhaal van maken natuurlijk, zodat het voor ons allemaal interessant blijft. Wethouder Cornelis: De hoofd… Maar een paar andere dingen kan ik wel uit de wereld helpen, verwarringen. Het probleem in de Blaricummermeent is voor het eerst opgevallen toen we een blauwalg uitbraak hadden. De vraag is, hoe komt dat? Nou, dat heeft te maken met nitraten en fosfaten, en niet met E-coli en andere dingen.

Op zich, zoals u ook in andere rapporten over waterkwaliteit en zo heeft kunnen lezen, is de kwaliteit voor gifstoffen, en dan bedoelen we niet PFAS, maar wel gifstoffen en E-coli en dat soort zaken, van het Gooimeer en het Eemmeer, verbeterd de afgelopen jaren. Maar iedereen die de politiek gevolgd heeft en de strijd met de boeren en de mest en de andere dingen, die weet dat er in de tussentijd bij delen van het jaar, een steeds hogere concentratie nitraten in het water terechtkomt. En zoals het nu gaat met de politiek, blijft het nog wel even zo, Het zijn die nitraten die … Ja, sorry, misschien moet ik er niet over speculeren, maar vergeeft u mij. Maar die nitraten, als die eenmaal binnendijks belanden bij de Blaricummermeent, die zouden gefilterd worden door het zandfilter. En waarmee je dan dus in de tweede helft van het jaar met name, dat gehalte kunt reduceren. Blauwalgjes eten de nitraten. De plantjes krijgen het eerst, als er minder plantjes zijn, krijgen we blauwalg, vooral als het warm is. Dat is een ingewikkeld verhaal, wat ik probeerde uit te leggen in de vragen. Het antwoord is dus, er moet iets gebeuren om te zorgen dat je óf dat Gooimeer water, met die door het seizoen heen, af en toe heel hoge nitraatconcentraties, niet binnenkrijgt. Dat kan niet als je wilt schutten met een sluis, het komt altijd binnen op termijn.

En hoe doe je dat dan? Hoe dat nou precies zit, dan schakel ik over naar het tweede deel van uw vraag. Wij willen dit onderzoek doen om wat meer feiten te hebben, die we zelf hebben laten uitzoeken. Wat er gebeurd is, om uw eerste sequentie, in 2011 kon het filter afgeleverd worden, maar niet getest worden, want er was geen water. Het heeft daarna door de bouwcrisis heel lang stilgelegen. En in 2021 is er opgestart met water, en dat jaar ging alles goed. Nou, nogal wiedes, je begon met 100 procent zoet water zowat. Vervolgens, in 2022, werd het warm en we kregen de nitraten niet weg en het zandfilter bleek niet te werken. Toen is er een bijeenkomst geweest van het Waternet, in eerste instantie, die we toen hebben, er zijn velen van u bij geweest, waar we een expert hebben gehad. Die heeft toen nog gezegd, dat kunt u nalezen in de presentatie, dat ze zouden kijken hoe ze het waterfilter werkend

zouden kunnen krijgen. En daarna is ons verteld dat zij na testen denken dat dat niet kan. Nu zijn wij zover dat we zeggen, ja, leuk en aardig. En nou gaan we zelf zorgen dat we u om wat extra geld vragen, om er een groepje experts op te zetten, want we zeiden, ja, wat nu? En dan denk ik dat ik de meeste van uw vragen beantwoord heb, behalve de details van de EKR 0,6. Pieter, kan jij er nog wat meer over zeggen, zonder dat het een enorm verhaal wordt? De voorzitter: Ik geloof dat mijnheer Meijer nog een … De heer Meijer: Er was nog een vraag over aansprakelijkheid. Wethouder Cornelis: Nou, op dit moment kan ik, en ik bedoel letterlijk wat ik zeg. Wij zullen naar beste geweten proberen te handelen in het belang van onze gemeente en haar inwoners. Als dat dus betekent dat wij via de manier die wij u nu voorstellen, dingen vinden die maken dat iemand anders dan wij voor de rekening opdraait, dan gaan we daar als een idioot achteraan. Kunt u rustig van me aannemen. Maar ik wil niet de indruk wekken dat ik op dit moment, gezien de documenten die wij nu kennen, veel hoop heb dat dat een makkelijke weg zal zijn. Misschien is het wel zelfs helemaal niet mogelijk. Ik wil niet teleurstellen, maar dat is de reden voor het voorzichtige antwoord. Maar ons belang is niets anders dan de beste uitkomst voor onze gemeente en haar inwoners.

Is dat, dat is toch niet zo onduidelijk? De voorzitter: Mijnheer Meijer, is het duidelijk voor u zo? Want ik denk, als we ook nog een uitleg over de EKR 0,6, zitten we wel erg in de technische kant, en dat, denk ik dat dat te ver gaat. De heer …: Daar kan ik heel kort over zijn. De voorzitter: U kunt daar heel … De heer …: De heer Cornelis heeft het al keurige verwoord, dus ik heb geen aanvullingen. De voorzitter: Nee, oké. Ik heb compleet biologieles gehad, vanavond, dus ik … Mijnheer Meijer, was het ook zo voor u voldoende? De heer Meijer: Nee. Wat ik vreemd vind, dat er met verschillende normen … Ik weet niet precies, misschien kan u … De voorzitter: Stelt u maar de vraag, dan kijken wij wie erop kan antwoorden. De heer Meijer: Een ambtenaar daar toch een antwoord op geven. Wat betekent EKR 0,6? Wat is dat? Is dat een verzameling van normen, van nitraat, fosfaat? De voorzitter: Is dit een vraag die ervoor zorgt dat u uw standpunt zo kan nemen over dit onderwerp, over het kredietplan? De heer Meijer: Ik wil natuurlijk weten, zijn we wel handig bezig? Want er zijn natuurlijk wel meer in dit land van dit soort situaties geweest, waar filters zijn gebouwd enzovoort. Maar daar werd gewoon gekeken naar nitraat en fosfaat. En EKR zal daar ongetwijfeld mee te maken hebben. Ik wil graag die link van die EKR …

De voorzitter: Mag ik u vragen om deze schriftelijk in te dienen, voorafgaand aan de raadsvergadering? Ik denk dat dat voor alle partijen hier, ook aan tafel en in de zaal, wat fijner is. Want dit is erg, het gaat erg de diepte in. En we willen dat de mensen wel gewoon de aandacht er een beetje bij houden vanavond. Vindt u dat een probleem? De heer Meijer: Nee, ik begrijp dat het een vrij technische vraag is, die nu achteraf is opgekomen, terwijl … De voorzitter: Snap ik. De heer Meijer: Maar dat is achteraf opgekomen, omdat ik vanmiddag pas die antwoorden heb gelezen. De voorzitter: Dat begrijp ik, dat begrijp ik, dat is korte termijn geweest. De heer Meijer: Oké. De voorzitter: Maar ik ben allang blij dát er antwoorden zijn gekomen, dat is natuurlijk heel erg fijn. Nou, als u die nog wil stellen voor de raadsvergadering, dan weet ik zeker dat de wethouder zijn best gaat doen om dat te beantwoorden. De heer Meijer: Dat ga ik zeker doen. De voorzitter: Prima. Mag ik, u bent niet mevrouw Dobber, maar u bent mijnheer Wiegel, het woord geven. U heeft vast ook wat politieke vragen. De heer Wiegel: Nou ja, goed, in die zin, voorzitter, ik zal u niet bevragen over de EKR 0,6 norm. Ik zou ook geen idee weten dat het er überhaupt is hoor, dus laat ik daarvan af zijn. Ik vind ook niet dat je zo laatst, dat je je daar druk over hoeft te maken. Maar goed, vooruit.

Maar eigenlijk, als ik ernaar kijk, dan moeten we alles richten aan een vergunning. We hebben uiteindelijk een vergunning gekregen. Nu is de vraag, als we die vergunning zien, dan is de constatering dat we geen zandfilter hebben. In 2021, overigens, zie ik wel uit de stukken, dat die zandfilter gewoon werkt, anders dan zouden we dat anders opgeschreven hebben. Dus de eerste vraag die ik daarbij heb is, wat is er nou in de tussentijd gebeurd? Maar de tweede vraag is, als wij dat zandfilter nou opnieuw werkend krijgen om één of andere reden, wat moeten we dan nog meer doen? Want dan voldoen we toch aan de vergunning? Wat is dan eigenlijk nog, wat is dan eigenlijk nog punt één? Waarvoor moeten wij nog allerlei andere onderzoeken doen? Is dat omdat we dat leuk vinden? Nou, dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Is dat, omdat we denken, daar gaan we lipservice plegen naar de mensen die in de Blaricummermeent en in die omgeving willen wonen? Is dat de reden? Kijk, we hebben natuurlijk wel een, ja, ik wil niet over de sluiswig praten, ook richting de heer Pel, maar daar komen we straks in tweede termijn nog wel even op. Het is natuurlijk wel geld van ons allemaal. Dus elke euro die wij gaan uitgeven, of dat dat nou die 98.000 euro is, we ook met het zetten van onze handtekening nu, geven we u in feite kwitering om een zandfilter opnieuw in te regelen, 30 jaar af te schrijven.

Dat betekent dat we de kapitaallasten voor het bestaande zandfilter ook moeten afschrijven, dus het is nogal een behoorlijk bonnetje. Mijn vraag is, nogmaals, en ik denk dat dat de kern is en de rest is er allemaal afgeleide van, die vergunning is dat, het enige, is dat die zandfilter? Met andere woorden, als we die zandfilter opnieuw regelen, voldoen wij dan aan de vergunning? De voorzitter: Dat waren uw vragen? Dank u wel. Wethouder Cornelis.

Wethouder Cornelis: Het antwoord is vrij simpel. En dit testen en waarom het niet zo evident is, is ook helaas vrij simpel. Als het zandfilter goed genoeg filtert, dan werkt het hoogst waarschijnlijk. Maar dat weten wij op dit moment niet. Uw eerdere opmerking, in 2021 heeft het blijkbaar even gewerkt, nou, achteraf is de constatering dat het waterschap denkt dat het nauwelijks, in termen van minder dan 1 procent of zo van wat de doorvoersnelheid had moeten zijn, gewerkt heeft. Dat is bekeken en dat heb ik u net geschetst. Het komt erop neer dat we dus nu een manier moeten zien te vinden, om te bereiken wat we moeten bereiken. Namelijk, een goede waterschap tevredenstellende kwaliteit. Als het buiten het systeem kan, als het zonder zandfilter kan, dan gaat de vlag uit. Maar dan moeten we er wel een manier op verzinnen. En we weten gewoon te weinig op dit moment, we weten te weinig zelf. En we willen dus heel graag, juist omdat het geld van ons allemaal is, zorgen dat wij daar in eigen regie het beste antwoord voor de gemeente is. En dat is inderdaad een hoop geld. Het beste antwoord zal zijn, het goedkoopste, wat aan de normale normen voldoet. We gaan er geen zwembad van maken met hoge kwaliteit water. De heer Pel: Voorzitter? De heer Wiegel: (Buiten de microfoon) Voorzitter, mag ik even een vraag stellen? De voorzitter: We gaan ienemienemutte doen.

Gaat u ermee akkoord, mijnheer Wiegel? Want u wil, u zat er al … De heer Wiegel: (Buiten de microfoon) Dat is goed, maar laat hem eerst maar even gaan, en dan … Tenminste, als het van de voorzitter mag, we gaan niet de voorzitter … De voorzitter: Dank u wel, hartelijk dank. Als u hem uit wil zetten. De heer Wiegel: Het woord van … Even naar aanleiding van het antwoord van de wethouder. Dat is een interessante, want u zegt, als wij een zandfilter hebben, dan moeten we toch nog toetsen. Ik zie in de stukken dat wij vanaf 2021 gehouden werden om dat de monitoren, dus we zouden het al moeten weten. Dus de vraag is dan even, waarvoor moeten we dan nu wederom allerlei onderzoeken gaan doen om het alsnog weer te weten? Terwijl het een kwestie in mijn ogen zou moeten zijn, dat ergens in een ambtenarenregister zien wij, elke maand zien we daar gegevens van en dan toetsen we dat met de vergunning. Klopt het wel, klopt het niet? Wethouder Cornelis: Oké. De heer Wiegel: Zo eenvoudig zie ik dat. Maar misschien dat ik het te eenvoudig zie. De voorzitter: Mag ik de heer Pel nog even aan het woord laten, dan kunnen we zo meteen in één keer … De heer Pel: Voorzitter, op die vraag of het zandfilter in 2021 werkte, al dan niet. Daar hebben we al een technische vraag over gesteld, en een antwoord gekregen. En het antwoord luidt, nee, hij heeft dus niet gewerkt. Dus dat is het simpele antwoord.

In 2021 heeft het zandfilter niet gewerkt. Wat in dit verband heel erg interessant is, is namelijk dat Royal Haskoning, het ingenieursbureau, de metingen heeft verricht, en daar hebben we een uitvoerig rapport van gekregen, over de waterkwaliteit. Dus al die vragen die de heer Meijer heeft over fosfaat en nitraat, die kan hij daar, in 60 diagrammen, op iedere maand van het jaar 2022, kan hij dat nalezen. Maar het bijzondere is, dat de aanbeveling van Haskoning er één is, die zegt, de tijdsspanne waarin je die meting gedaan hebt, is te kort om de trend te kunnen bekijken. Want zo slecht was de

waterkwaliteit niet door het hele jaar. Alleen op dat moment, dat weten we allemaal, in de zomer met die droogte en die enorme hitte, is die blauwalg ontstaan. Niet daarvoor en niet daarna. In de jaren daarvoor niet, in de jaren daarna, in 2023 ook niet. Dus Haskoning zegt, mag ik jullie aanbevelen, gemeente, om een langere termijn te nemen om te monitoren. En waarom doen we dat dan niet? Dan hebben we een langere meetperiode om te weten of dat zandfilter, precies zoals de heer Wiegel zegt, überhaupt nodig was of niet. Dat zou ik dan willen … De voorzitter: Wethouder Cornelis, kunt u daar antwoord op geven? Of vindt u dit een interessante voor de tweede termijn? Dan mag u namelijk niks zeggen. Wethouder Cornelis: Nou ja, het is belangrijk dat we met steun van zoveel mogelijk mensen hier aan de slag kunnen hiermee. Dus ik doe m’n best om alle redelijke vragen redelijk te beantwoorden, binnen de orde van de vergadering. En ik moet nog een beetje wennen aan het nieuwe systeem, maar daar gaan de voorzitter en co mij mee helpen. De voorzitter: Komt goed. Wethouder Cornelis: Eerste vraag. Van belang is dus of je genoeg kunt filteren. En die metingen die hebben dingen, we willen zelf narekenen of dat het, hoe groot dan het zandfilter zou moeten zijn en hoe we dat doen. En we weten een deel. Dat is ook ondertussen gevonden en dat komt naar u toe. Maar dat is het hele antwoord niet.

En we moeten weten hoeveel er gefilterd moet worden, of hoeveel er niet in mag komen. Voor mijnheer Pel. Er is volgens de experts die we ondertussen gesproken hebben en die mij van de zomer, afgelopen zomer, ook uitvoerig bijgepraat hebben over ik dit moest zien, is hun commentaar dat we vorig jaar, vorige zomer aan de blauwalg ontsnapt zijn wegens de gigantische week regen in het midden van het jaar, die heel veel zoet water toegevoegd heeft. En dat we anders … Ik was de twee weken daarvoor gewaarschuwd dat we afstevenden, maak je borst maar nat voor het commentaar, dit kan nooit lang meer duren, nog zo’n week, en we krijgen groei die we niet willen. Nou, toen begon het heel hard te regenen en we hebben het einde van het seizoen gehaald. Dat is een volkomen, niet nagemeten stelling, maar wel reden waarom wij nu willen zeggen, we willen zelf, onder eigen regie, al die berekeningetjes laten maken, zodat we veel betere antwoorden hebben voor de raad over wat we als koers hebben. En dan zijn we af van heel veel van deze discussie. En ja, dat is het bedrag ons dus wel waard. Maar we moeten iets doen. En ik ben net zo ontevreden met de ingewikkeldheid en de vele dingen waar het aan zou kunnen liggen. Ik probeer gewoon, met uw hulp, te zeggen, oké, we gaan nu uitzoeken, wat nu? En dat willen we in eigen regie doen en niet meer die of die of die vertrouwen.

Het moet op zo'n manier gebeuren dat we het kunnen narekenen, dat u allemaal begrijpt wat we aan het doen zijn. De voorzitter: Goed. U wilde nog wat zeggen, mijnheer Hogeveen? De heer Hogeveen: Nee, nee. De voorzitter: Het is zo voldoende? De heer Hogeveen: Ik kijk even … De voorzitter: U heeft goedkeuring gekregen? Ja? Heel goed. Vindt u het goed als ik doorga naar de volgende, of had u nog een … Ja? Mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Ik had er wel een poging op willen wagen. Want ik vroeg me toch af, ik kijk nou even naar het convenant met waterschap Amstel en Gooi en Vechtstreek, en dan met name onder artikel 9, het zand filter. Ik vind het zo raar dat, als je zegt, in ‘21 ga je het monitoren, we gaan er tegenaan en noem maar wat op. En

we zitten nu in ’24, begin ’24, en we komen tot de conclusie, het heeft nooit gewerkt eigenlijk. Dat is toch een raar verhaal? Dat is toch een verhaal, ik snap niet hoe je dat kan uitleggen? En daarnaast vind ik, en als je dan zegt, oké, dat werkt dan niet, hebben wij in de vergunning dan ook iets voor blauwalg staan? Want er is bijna geen water meer te vinden in Nederland waar geen blauwalg plaatsvindt. We zijn er allemaal niet dol op, maar het is wel de realiteit. Dus ik vraag me gewoon af, in die vergunning, hebben wij dan afgetekend dat wij garanderen dat er geen blauwalg plaatsvindt? De voorzitter: Ik zie dat de heer Hogeveen daar een antwoord op gaat geven. De heer Hogeveen: Er staat, in de vergunning staat niets over blauwalg. Kijk, dit is de vergunning van … De heer …: Dat is gewoon een inspanningsverplichting, meer niet. De voorzitter: Oké, goed. Mevrouw Kukupessy, ga uw gang. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. We zitten nou eenmaal in de problemen en ik vind dit een moeilijke discussie worden. Maar die problemen moeten opgelost worden. Het is voor ons allemaal niet nieuw dat het zandfilter niet goed werkt. Want ik weet nog dat mevrouw De Zwart al zei dat er problemen waren, dus het is niet van afgelopen zomer, het is al van eerder. Dus ja, ik heb daar verder eigenlijk geen problemen mee, want dat is fout. Het moet gewoon goed worden. Zo simpel is het.

En het krediet was mijn vraag, maar die heeft u eigenlijk bij mijnheer Wiegel al verteld. Want mijn vraag was ook, is dit het enige wat we voorlopig moeten betalen van het zandfilter? Maar dat zal pas blijken uit het onderzoek, dus ik heb verder geen vragen. Dank u. De voorzitter: Oké, dank u wel. En daarbij ook de heer Wiegel bedankt voor het beantwoorden van … Oké, goed. Ik zoek altijd de verbinding tussen die twee. Oké, goed. Blaricumse Partij, de heer Hammouti. Heeft u vragen? De heer Hammouti: Ja, ik heb vragen. De voorzitter: Dat is mooi. De heer Hammouti: Sommige zijn al gesteld. Ik begrijp dus dat waterkwaliteit een andere invulling heeft, maar goed, een oproep om in de toekomst de termen beter in te lichten. Ik had een vraag over die varianten. Weten we al wat die precies doen al, waar onderzoek naar gedaan wordt? De voorzitter: Dat was uw enige vraag? De heer Hammouti: (Buiten de microfoon) Ik had er nog één. De voorzitter: U mag hem nog een keer, ook nog ééntje stellen, dan gaan wij hem hier ondertussen noteren. De heer Hammouti: Ik had eigenlijk een ingeving. Ik denk, nou, wij zijn vast niet de enige gemeente met dit probleem. Kunnen we niet eens kijken bij andere gemeenten die hetzelfde probleem hebben? De voorzitter: Goed. Dat waren uw vragen? Dank u wel. Wethouder Cornelis, de varianten.

Wethouder Cornelis: De varianten zijn in elk geval, wat er gebeurt als we het bestaande zandfilter opnieuw inrichten, of een upflow systeem. Dat is op één andere plek geprobeerd, ik ben er dus een beetje nerveus over, in hoeverre we dan een proefkonijn zijn, maar dat is dus gedeeld in het onderzoek. Of dat gebruikt kan worden? Dat is wellicht compacter, het zou ook voordelen hebben. Of een echt compact zandfilter, een industrieel filter eventueel, dat bovengronds kan worden aangelegd, dan krijg je tanks van hogere capaciteit,

maar die moeten waarschijnlijk regelmatig geregenereerd worden. Dat zijn allemaal zaken, die wil je afwegen tegen de benodigde zuiveringscapaciteit die bedoeld is om het systeem aan het einde van ieder seizoen stabiel te krijgen. En dan hoop ik dat ik die vraag zo goed beantwoord heb. De voorzitter: De heer Hammouti. De heer Hammouti: Ik kon er niet helemaal uit opmaken. Ik krijg een opsomming en nu … Misschien had ik die vraag eerder moeten stellen in de technische … De voorzitter: Wethouder Cornelis. Wethouder Cornelis: Vrij geparafraseerd, we bekijken een aantal opties naast elkaar. En we proberen een manier te vinden om het probleem zo pijnloos mogelijk voor alle betrokkenen op te lossen. Maar daarvoor willen we, dat rekenwerk moet door beroeps gedaan worden. Gokken is in dit geval levensgevaarlijk. Voor je het weet hebben we niet één, maar twee sluisgevallen. En dat vind ik helemaal niet iets wat … De voorzitter: Wenselijk is. Wethouder Cornelis: Wat moet gebeuren. De voorzitter: En dan, nou we het hebben over die mensen die dit gaan uitzoeken, die hebben ook al bij andere gemeentes gekeken, om terug te komen op die tweede vraag? Wethouder Cornelis: Ja, maar de situatie in de Blaricummermeent komt niet erg vaak voor in Nederland.

Het is een kunstmatig water zonder aanvoer, wat rechtstreeks gekoppeld is aan een relatief groot buitenwater, wat weer gevoed wordt door een rivier met problemen. En ja, daar zijn er niet zo heel veel van. In de meeste gevallen zijn ze, of helemaal dicht, en dan pompen ze alleen maar naar buiten. Of ze zijn dusdanig hoog dat ze helemaal open naar buiten zijn. En dit is dus een vrij zeldzaam geval. De voorzitter: Dat hebben wij weer. Precies, oké, dank u wel. Dat was voldoende zo? Goed. Mevrouw Claushuis, ga uw gang. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nou, er is overkoepelend natuurlijk al heel veel gezegd. Het gaat natuurlijk om de inwoners of de aanwoners aan de Meentsroom en de Blaricummermeent, dat die ervaren dat daar problemen zijn. In hoeverre zijn wij dan in staat … Dit is die eerste 98.000 euro die gevraagd wordt, om dat goed te keuren door de gemeenteraad. Kan het ook niet zo zijn dat een conclusie op een gegeven moment is, er is overmacht? Het is, wat u zelf zegt, probleemloos oplossen, dat denk ik niet, dat kan nu al niet meer, want we zitten in de problemen. Kan de conclusie dan niet zijn dat je gewoon, dat je te maken hebt met overmacht, met een natuurverschijnsel, dat je ook een eerlijke communicatie naar je inwoners moet doen.

Is het misschien, is het op bepaalde tijden gewoon niet op te lossen? Want dan gaan we nu heel veel technische rapporten schrijven, we gaan heel veel doen, maar het kan natuurlijk gewoon zo zijn dat je zegt, een aantal weken per jaar kan daar gewoon niet gezwommen en kan het niet gebruikt worden, landelijk ook. Wat zeg je? De voorzitter: Dat het ook een landelijk probleem is. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, het is een landelijk probleem. Dus wij zitten hier in ons kleine Blaricum, proberen we dingen op te lossen, die misschien heel veel geld gaan kosten. Maar moeten we daar niet eens een heel verstandige conclusie over trekken, jongens, we kunnen beter een heel duidelijke communicatie … Die is er natuurlijk al met ik geloof met Blaricum Meent Het onder andere. Dat je gewoon eerlijk bent, want daar hebben mensen meer aan, dan dat je zegt, we gaan nog een jaar lang meten, we gaan dingen onderzoeken, en het is gewoon niet op te lossen. Dat is mijn overkoepelend, horend wat hier allemaal speelt.

Ik denk, in hoeverre moet je de realiteit onder ogen zien? En er zijn nou eenmaal in het leven dingen die overmacht zijn. En de natuur gaat z’n gang en de opwarming is natuurlijk, wat we allemaal weten, een probleem. Dus ik denk niet dat we in een klein Blaricumpje, dat we, dat zou mooi zijn, want dan zou iedereen er gebruik van kunnen maken, dat we bepaalde dingen kunnen oplossen. Dat is eigenlijk een open vraag en niet zozeer een … Dus die discussie moet je misschien ook gaan voeren. De voorzitter: Ik vind het een hele leuke voor de tweede termijn, eerlijk gezegd. Maar misschien wil wethouder Cornelis nog wat toelichten? Wethouder Cornelis: Puur theoretisch is wat u zegt mogelijk, maar dan moeten we wel een beter verhaal hebben dan dat wij dat denken, omdat het ons toch ook wel uitkomt of zo. Dan moet je dat ook kunnen aantonen. En dat kunnen we op dit moment niet. Het tweede feit is, wij voldoen niet aan de vergunning die we hebben, en dat is wel een zwak punt in ons verhaal. Als iemand klaagt over water en je voldoet niet aan de bijbehorende vergunning, dan is er, sta je toch bepaald zwak, tenzij je echt een heel goed verhaal hebt. En dat betekent dat wij gewoon werk te doen hebben, want die kennis hebben wij in de gemeente allemaal niet. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Maar de vraag is … De voorzitter: Mevrouw Claushuis.

Mevrouw Claushuis-Rademaker: Waar dan de grens ligt, hè? Sorry, voorzitter. Want je begint met die 98.000 euro. Nou hebben we wel mooi twee ton bespaard op onze mooie dam met onder water, die we niet gebruiken. Dus zeggen we dan, is twee ton de grens, of … Dat kan natuurlijk oneindig zijn, dus waar eindigt dit verhaal? De voorzitter: Wethouder Cornelis. Wethouder Cornelis: Nou, theoretisch kan het dus zijn dat er niks aan te doen is. In die zin, we hebben eerder een dijk verhoogd van een kans van 1 op 400, naar 1 op 1000, zo moet je dit ook zien. Die kans die moet waarschijnlijk aanzienlijk verlaagd worden, de kans op blauwalg. En theoretisch is het dus mogelijk dat er niks aan te doen is. Ik denk niet dat dat een goede uitkomst is. Als het zo is, dan zal het uit de berekeningen moeten blijken, want dan moet je dat heel goed uitleggen. En bovendien, de andere, oneindig kan niet, want oneindig geld heeft Blaricum niet, dus dat kan nooit gebeuren. Maar ik ben helemaal niet blij met de huidige onzekerheid over hoe duur de oplossing uiteindelijk gaat zijn. En dus willen we dat onderzoeken. En we willen een aantal scenario's naast elkaar hebben. En we willen het zélf onderzoeken, zonder dat we iemand anders hebben die meestuurt. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende zo? Ja? Dan hebben wij in principe iedereen gehad.

En dan gaan we over naar het tweede termijn, en dat wil zeggen dat we … Dit gedeelte is er niet nu. Ik wijs nu naast mij, daar zit de wethouder, en die mogen ook allemaal niks zeggen. Heeft u een stelling nodig om mee te beginnen, of heeft u zelf al een idee, dat ga ik eens aan mijn collega vragen? En zo ja, wilt u dat dan via mij doen, zoals ze het ook doen in de Tweede Kamer? Dan zeg ik, ik zou zeggen, wie trapt hem af? Mijnheer Pel. Ik had al een vermoeden. Mijnheer Hammouti?

De heer Hammouti: Ik vraag me af, waar moeten we het over hebben? Want eerst moeten er dus onderzoek plaatsvinden, voordat we inhoudelijk met elkaar kunnen bediscussiëren. Dus dan vraag ik me af … U mag met een stelling komen, daar wil ik best over praten. Ik zie niet in waar we het over moeten hebben. De voorzitter: Ik vind het een goede stelling. Mijnheer Pel, kunt daar antwoord op geven? De heer Pel: Ja. Nou, wij kunnen natuurlijk wachten, want dan zijn we heel snel klaar. Dan gaan we gewoon wachten tot een onderzoek gelopen is, en dan kunnen we daarop reageren. Maar dat is geloof ik niet de bedoeling voor vanavond. Vanavond gaan we het hebben over datgene wat nu gepasseerd is. De vragen die hebben we al, technische vragen hebben we al gesteld en antwoord op gekregen. En er zijn nog gewoon een aantal losse eindjes, ook politiek, die we nu neerleggen. Kijk, en nu horen we eigenlijk de ware reden waarom dit onderzoek nodig is, we voldoen niet aan de vergunning. Maar dat staat op geen enkele manier in het raadsvoorstel. Dat had ik dan wel willen zien. Want de aanleiding tot dit onderzoek is dus kennelijk, wij voldoen niet aan de vergunning. En dan moet je kijken welke mogelijkheden er zijn, zoals een zandfilter, als dat zou kunnen, om dat wél te doen. Het afgelopen jaar is er een aaneenschakeling geweest van convenanten, van onduidelijke brieven.

Ik geef u een paar voorbeelden, ik zal ze niet allemaal in extenso vertellen. Maar het convenant in 2011, lang geleden, dat ging nog uit van een waterkwaliteit die voor ons normenstelsel, dat heette BIGO, het staat nog ergens vermeld. Ik zal het niet vertellen, maar dat was volgens Waternet, destijds was dat het normenkader waarin we dat zouden doen. Het convenant is op 8 november 2011 door onze toenmalige burgemeester getekend. En op 1 december, nog geen drie weken later, is dat hele BIGO, is verklaard niet meer geldig te zijn. Dus we hebben al iets getekend, wat al niet meer verklaard was. Later zien we in een convenant dat wij zelf hebben getekend, en naar aanleiding van het vervreemden van de sluis, toen hadden we een extra convenant nodig, dat wij stellen dat het watersysteem in de Blaricummermeent werkzaam is. Dat hebben we zelf gesteld. Hij was dus niet werkbaar, want dat zandfilter werkte dus niet. Nou, hier staan er ook nog zaken vermeld, daar wil ik het over hebben. Er staat, niemand weet wat zo’n zandfilter gaat kosten. In welke gradatie? Dat wordt allemaal uitgezocht. Ik vind het prima dat het uitgezocht wordt, daar gaat het niet om. Maar het kan wel een miljoen gaan kosten in extenso. Wie zegt mij dat dertig jaar afschrijving daar van toepassing is? We gaan nu die 98.000 euro, als dat het zou zijn, in dertig jaar afschrijven.

Misschien loopt dat filter in tien jaar alweer vol. Dat is niet ondenkbaar, hè? De voorzitter: Bij een interruptie even de hand opsteken, want dat is … De heer Pel: Ik stel nu een paar dingen. De voorzitter: Oké. De heer Pel: Dus dit is wel omgeven met zoveel onzekerheden, dat wij als raad hier … We moeten er wel iets mee, maar of het zo breed moet zijn als het nu is, dat vraag ik mij af. De voorzitter: Mijnheer Wiegel, u wilt hierop reageren, ga u gang. De heer Wiegel: In die zin, voorzitter, dank u wel. We voldoen niet aan de vergunning. Ik heb nadrukkelijk gevraagd aan de wethouder, is dat puur en alleen vanwege het zandfilter, of is dat vanwege andere normen die erin staan? Voor zover ik begrepen heb, maar ik ben ook benieuwd naar jullie reactie, gaf de wethouder terug, nee, dat heeft puur alleen te maken met dat zandfilter. Dan is de volgende vraag, wat moet er dan aan het zandfilter veranderen om dat ding weer werkend te krijgen, of dat apparaat, of hoe je het wil noemen? Ik

blijf toch ook een beetje zitten met … En ik zou jullie willen uitnodigen om eens te kijken naar het addendum convenant Blaricummermeent 2011, bijlage 4, en dan met name het artikel 1, en even daarboven. Hoe moet ik nou duiden als raadslid, dat er staat in 2011, ‘de aanleg van de Blaricummermeent dusdanig is afgerond, dat het watersysteem volledig functioneert, conform vergunning, en alle waterstaatkundige objecten klaar zijn en geschikt zijn voor overdracht’. Als ik dat zou lezen als goedwillende amateur, dan zou ik zeggen, nou, ik kan lekker gaan slapen, want alles is voor elkaar. Ik begrijp inmiddels ook dat blauwalg interessant is, maar niet een onderdeel uitmaakt van de vergunning. Dus ik zou ook willen verzoeken dat we niet over blauwalg praten, want dat heeft helemaal niks te maken met dit stukje in de tekst. Maar het is toch wel bijzonder dat wij vanaf 2021, door de toenmalige wethouder niet meer in kennis gesteld zijn van, jongen, hou er rekening mee; in 2021 deed hij het wel, maar een paar maanden daarna deed hij het niet. En wat zeg ik? Wij, als gemeente, moesten wij monitoren, moesten wij plannen, moesten wij iets doen. Hebben we dat überhaupt gedaan? Nou kunnen we de film niet teruglezen, dus dat begrijp ik ook wel. We moeten nu door. Maar we moeten het wel even in de gaten houden, dat we niet weer in de val komen.

Dat we straks weer één of ander zandfilter maken, en dat we na de woorden van de heer Pel, ben ik met hem eens, dat we na drie of vier jaar weer tot de conclusie komen dat het zandfilter verstopt is, of niet werkt of zo. De heer Pel: Voorzitter? De voorzitter: De heer Hammouti stak ook zijn vinger op. Ga uw gang. De heer Hammouti: Maar is dit een exercitie om te kijken waar we de mist in zijn gegaan? En dan schuld, op zich, er is geconstateerd dat het niet werkt. Nu is er onderzoek, hoe gaan we dat fixen? Ik kan moeilijk zeggen, in de afgelopen, vanaf 2011 zegt u, ergens zijn er steken gevallen. Misschien zijn er geen steken gevallen. Maar als u nóg een onderzoek wil naar wat er mis is gaat, dan steun ik dat van harte. De voorzitter: De heer Wiegel. De heer Wiegel: Voorzitter, kijk, in die zin hebben we een rekencommissie en dergelijke, maar daar wil ik het helemaal niet over hebben. Het gaat me niet om terug te kaarten, het gaat me om te leren van wat we in het verleden dan wellicht niet goed gedaan hebben. En hoe kunnen we nu voorkomen dat we het wél goed doen? De voorzitter: Gewoon dat het in de toekomst, dat het in de toekomst niet gebeurt. De heer Wiegel: Ik denk dat dat de insteek zou moeten zijn. De voorzitter: Mijnheer Pel, ik geef u nu het woord en daarna mevrouw Claushuis.

De heer Pel: Over de werking van die zandfilter in het verleden, daar staat in diezelfde kolommetjes van wie verantwoordelijk was voor die zandfilter, staat dat het waterschap verantwoordelijk was voor het operationeel en functioneel beheer, en ook inspecties zou houden. En de gemeente, als eigenaar, voor het groot onderhoud. En we zijn, net als destijds zijn we nu gekomen, door het uitblijven van het functioneel en inspectie verhaal, naar een feit dat we nu een groot onderhoud nodig hebben. Dus ik kan even niet zien waar wij nu als gemeente in gebreke gebleven zijn. Als je het zo wil, als je wil zwartepieten, dan weet ik een andere zwarte Piet. De voorzitter: De heer Wiegel.

De heer Wiegel: (Buiten de microfoon) Ik vind dat een hele interessante. De voorzitter: Misschien wilt u de microfoon aan doen, dank u wel. De heer Wiegel: Ik vind dat een hele interessante, want dat is natuurlijk de spijker op zijn kop. Op het moment dat we eigenlijk zeggen, wij hebben met elkaar het convenant aangegaan, jullie doen de dagelijkse gang van zaken, wij doen het groot onderhoud één keer in de zoveel tijd, want, in feite, als je een groot, zou willen zeggen, daar komt het dan op neer, dan zou ik zeggen, laten we nog eens even met het Waternet van gedachten wisselen, hoe hebben jullie nou die afgelopen jaren jullie regulier onderhoud gedaan? En waarvoor hebben jullie nou andere partijen, en waarvoor hebben jullie ons in het ongewisse gelaten dan? De voorzitter: Oké, goed, dank u wel. Mevrouw Claushuis, ga uw gang. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik wil eigenlijk nog even een stapje terugdoen. Want er staat, ‘het water moet werkzaam zijn, of functioneren’. Wat is functioneren? Moet je ervan kunnen drinken, moet je erin kunnen zwemmen, mag het niet stinken? Dus dat is even de vraag.

Maar ook het tweede, is het zo dat, als je dat, als die zandfilter inderdaad optimaal zo werken, het onderhoud, of het nou de gemeente is als eigenaar of de waterschap, is het dan zo dat het probleem opgelost is? Want dan kan je zeggen, we hebben een fantastisch werkend zandfilter, maar het probleem is er nog. Want dat weet je natuurlijk niet. Sorry, daar moeten we even aan wennen. Maar dat is natuurlijk een … Want ja, hoe kom je erachter? Dat is mijn vraag ook. Is het dan opgelost, als het zandfilter werkt? En, wat werd er toentertijd verstaan, in 2011, over een werkend systeem, of hoe is dat omschreven? Ik heb nieuwe lenzen, dus ik kan niet zo goed lezen vandaag. Die heb ik voor het eerst in, dus ik moet even schakelen. Wat de heer Wiegel net opnoemde, want hoe is dat geduid toentertijd? Of, waaraan moet je voldoen? Een werkzaam … Ja, het water stroomt door en je kan er een bootje op varen. Maar dat is mij niet helemaal duidelijk in welke kaders dat toen gesteld is. De heer Pel: Als ik daarop mag reageren … De voorzitter: De heer Pel. De heer Pel: Dan lees ik het eventjes op, want ik heb het destijds opgeschreven, want ik viel er ook over.

Bij de overwegingen van die bijlage die er was, en dat was getekend door Blaricum zelf en door het waterschap, en bij die overwegingen staat, ‘dat de aanleg van de Blaricummermeent dusdanig afgerond is, dat het watersysteem volledig functioneert, conform vergunning’. Zo staat die letterlijk, lees hem maar na. En daar hebben we het over, conform vergunning. En ik ben het met u eens dat, het is geen zwemwater, dat weet iedereen. Waar we met het klimaat in Nederland altijd een probleem hebben waarin we nu zien, als we het over de wegen hebben en met de rioleringen, we hebben het laatst nog vastgesteld, dat men zegt, we laten toe bij een enorme stortbui dat er misschien een straat blank komt te staan. Misschien laten we het straks ook toe dat het misschien eens in de vier jaar, of vijf jaar, of drie jaar, dat er een week blauwalg is. We hebben natuurlijk ook, in Huizen hebben we de Aanloophaven, niet zo ver hiervandaan, daar zit helemaal geen sluis in. Dat loopt gewoon, binnendijks loopt dat water erin vanaf het Gooimeer. Dus daar zal ook wel iets mee aan de hand zijn. Zo vreemd is dat niet, dat wil ik er alleen maar bij zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kukupessy, u heeft daar ook een mening over.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14065892/2