CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 5 juli 2022

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Agenda en transcript17.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 5 juli 2022

1 BESPREEKSTUKKEN 1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Dames en heren, welkom, het is 20:00 uur. We zaten het ongeveer eruit te kijken, maar Apple heeft over het algemeen de goede tijd te pakken. Ik open deze vergadering. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Onder agendapunt 2 gaan we dan door naar het vaststellen van de agenda. Ik heb begrepen dat er twee moties vreemd aan de orde ingediend gaan worden. Wie mag ik daar als eerste het woord voor geven? Niet allemaal tegelijk. Mijnheer Pel. De heer Pel: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij dienen een motie in namens de coalitie - dus Hart voor Blaricum, VVD, D66 - over de wijziging en de gevolgen van de wet op de gemeenschappelijke regelingen. Ja, ik weet niet of ik daar al iets over mag vertellen, maar... De voorzitter: U hoeft daar nu niks over te vertellen, hoor... De heer Pel: Nee, daarom, dat ga ik straks doen. De voorzitter: U hoeft hem nu alleen maar in te dienen. De heer Pel: Is goed. De voorzitter: Dan doen we dat verhalende deel strakjes. Dank u wel, dat is motie vreemd aan de orde, nummer 1, die gaat zo direct geagendeerd worden onder agendapunt 6A. Er stond er nog eentje op de rol. Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen- de Jong: Het is een beetje rommelig in mijn tas, voorzitter.

De voorzitter: Maar het helpt in ieder geval als u dan toch een microfoon neemt als u spreekt. Ja. Mevrouw Boersen- de Jong: Zo rommelig is het al. De voorzitter: Ja, zo rommelig. Mevrouw Boersen- de Jong: De Blaricumse Partij heeft samen met het CDA en met Partij van de Arbeid-GroenLinks - dat is de juiste volgorde - een motie gemaakt over hetzelfde onderwerp. Het rommelige is dat ik even niet weet hoe de motie nu heet, maar dat weet de griffier wel. De voorzitter: ‘Verzoek om een gemeenschappelijke adviescommissie’. Mevrouw Boersen- de Jong: Helemaal goed.

De voorzitter: Ja? Mevrouw Boersen- de Jong: Ja, dat is hem. De voorzitter: Dat is motie vreemd aan de orde nummer 2 en die wordt ook straks geagendeerd onder agendapunt 6A - hij wordt nu geagendeerd, straks daar besproken. Verder nog bij het vaststellen van de agenda? Dat is niet het geval. Dan is de agenda hierbij vastgesteld. 3. Mededelingen De voorzitter: Agendapunt 3 betreft de mededelingen. Vanuit het college zijn die er niet, in ieder geval vandaag overdag waren die er niet en dat is nog steeds het geval. Zijn er vanuit uw raad nog mededelingen? Dat is ook niet het geval. 4. Jaarstukken 2021 Blaricum De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 4 en dat betreft de jaarstukken 2021 van de gemeente Blaricum. Wie mag ik daarover het woord geven? Mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: ‘...’. De voorzitter: En de microfoon, graag. De heer Kemperman: Ik moet even mijn blaadje opzoeken. Ik kan het niet vinden zo gauw. Nou, ik doe het wel uit het hoofd. Er zijn twee dingen waar wij zorgen over hebben: De Blaricumse Partij heeft dat in de RTG ook al aangekaart, maar we vinden het toch zo belangrijk dat we het hier toch nog een keer neer willen zetten. De... Ja, nu ben ik de tekst kwijt en ik weet niet hoe het allemaal heet, maar... De voorzitter: Ik ga even kijken. Is er nog iemand anders die bij dit onderwerp het woord wenst te voeren vanuit uw raad? Mijnheer Pel.

Ik ga dan eerst mijnheer Pel het woord geven, dan kunt u even opzoeken... De heer Kemperman: Ja. De voorzitter: Waar uw tekst zich bevindt. Mijnheer Pel. De heer Pel: Ja, voorzitter, laat ik eens beginnen met een kort gedicht van de onlangs overleden Remco Campert. Het heet ‘Gemompel’. ‘Hoe duidelijker ik het wil zeggen, hoe slechter ik uit mijn woorden kom’. Dat is iets wat ik me in de oren knoop als ik het ga hebben over de financiën in het jaarverslag uit 2021. Nu wil ik hier aan die duidelijkheid geen misverstand laten bestaan: we hebben een prachtig resultaat neergezet en dat verdient alom complimenten; ik heb er in het RTG ook al iets over gezegd. Ons eigen vermogen zwelt aan tot bijna vijftig miljoen en dat is geen kattenpis. Daar kunnen wij voortaan ook mooie dingen van doen, zodaar we wel erg op onze tellen moeten passen. Belangrijk daarbij is dat we ook zien, hè, dat het mooie resultaat dat er is van bijna drie miljoen natuurlijk is dat enigszins geflatteerd door de opbrengsten uit De Blaricummermeent en de incidentele meevallers, maar als je kijkt naar het structurele resultaat zien we toch nog ruim een miljoen dat daar overblijft - en, ja, dat is volwaardig een mooi resultaat.

Het heeft natuurlijk wel wat te maken met ook de meevallende bijdrage uit het gemeentefonds, ik ga daar straks in de kadernota iets uitgebreider op dat punt in, maar de fractie Hart voor Blaricum is in ieder geval ingenomen met

het resultaat en zullen de vaststelling daarvan en ook de doelen van, zeg maar, de bestemmingen daarmee in onderschrijven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u het gevonden, mijnheer Kemperman? De heer Kemperman: Ik heb het niet gevonden, maar ik ga het gewoon uit het hoofd doen. Dank u wel. De Blaricumse Partij maakt zich over twee zaken zorgen: dat is de rechtsmatigheidscontrole en het overschrijden van kredieten die - dat heb ik in de RTG ook al gezegd - ertoe leiden dat zaken niet netjes worden afgewikkeld. De rechtmatigheidscontrole is een punt waarbij de raad wordt geïnformeerd door het college over rechtmatige uitgaven van begrotingen en die moet worden geïmplementeerd door het college. Als je naar het accountantsverslag kijkt, dan zie je dat rechtmatigheidscontrole, als die ingevoerd moet worden in Blaricum, nog wel een aantal stappen moet nemen voordat we er zijn. Als ik kijk naar de huidige arbeidsmarkt, dan is die erg krap, ook voor ambtenaren van dit kaliber en zal het best een heet hangijzer worden om het voor elkaar te krijgen. De wethouder heeft aangegeven dat ze - als dat niet lukt - mensen van buitenaf gaat inhuren, maar ik heb gezien dat de invoering 1 januari 2023 is en dat er meer gemeenten zijn die dit allemaal moeten doen, dus eigenlijk iedere gemeente.

Dan vraag ik mij af of de arbeidsmarkt niet zo ver afgeroomd is dat je dan het goede personeel kunt krijgen. Het tweede punt wat ik naar voren wil brengen is - en dat vind ik toch wel ernstig en de accountant heeft daar in zijn controlerapport ook op gewezen - er zijn kredietenoverschrijdingen geweest van een aantal door de raad geforceerde budgetten. Die kredietoverschrijdingen zijn nooit aan de raad gemeld, anders dan dat in de raad van mei een raadsvoorstel is geweest waarin de overschrijdingen werden gemeld en dat de raad dat goed mocht keuren. Maar op die manier ontneem je de raad ook zijn budgetrecht, want stel even dat de raad had willen protesteren tegen die uitgaven, dan was dat niet meer mogelijk geweest, omdat de uitgaven al gedaan waren. Ik heb een verzoek aan het college om dit in 2022 en later om dit op een andere manier aan te pakken, zodat de raad zijn budgetrecht kan houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag mijnheer Wiegel ook nog even... De heer Wiegel: Ja, ik zal het niet lang maken, voorzitter. De voorzitter: Seinen naar mij. Ja. De heer Wiegel: Wat de VVD aangaat: wat goed is... De voorzitter: U moet iets dichterbij de microfoon... De heer Wiegel: O. De voorzitter: Ja, het is wel belangrijk dat we goed geluid hebben, ook... De heer Wiegel: Ja. De voorzitter: Voor thuis. De heer Wiegel: Wat de VVD aangaat: wat goed is, is goed.

Dat hoeft geen nadere toelichting. Ik denk dat in de RTG, maar ook in de schriftelijke ronde, is er nadrukkelijk ingegaan op de plussen en de minnen en al dat soort mooie dingen en ik denk dat in die zin de wethouder en haar ambtenaren goed werk hebben verricht. Dus om nu de hele RTG-behandeling over te gaan doen, daar voel ik eerlijk gezegd niet zoveel voor. Ik zou één punt nog door willen geven en dat gaat over de

accountantsverklaring. De accountant komt ook met een aantal aanbevelingen en ik ga er maar even integraal vanuit dat het college die aanbevelingen overneemt en daar iets mee gaat doen, zodat volgend jaar die aanbeveling er niet meer is. Dus in die zin, voorzitter: ik zou ons allemaal, maar nadrukkelijk ook de wethouder Financiën willen feliciteren met het resultaat en haar ambtenaren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee. Wethouder Kennis kan kort, denk ik. Wethouder Kennis: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, wat betreft het Hart voor Blaricum en de VVD heb ik geen vragen gehoord, dus hoef ik vanuit het college ook niet te reageren, behalve: dank voor uw lovende woorden, die zal ik zeker overbrengen aan de ambtenaren. Wat betreft De Blaricumse Partij: u heeft twee zorgen. De eerste gaande over de overschrijdingen die in mei door uw raad zijn goedgekeurd. Wij hebben dit jaar weer voor het eerst - dat heb ik ook in de RTG al aan u verteld weer een zomernota met daarin begrotingswijzigingen. Wij zullen dit jaar, net als we dat daarvoor in 2016 deden - we hebben een paar jaar gehad waarin we in de zomernota geen geld, maar het alleen maar over de voortgang van de stand van zaken ging - gaan we nu weer een zomernota naar uw raad brengen in september waarin begrotingswijzigingen staan, zodat u tijdig daarover kunt beslissen.

Of u daarmee in kunt stemmen en we proberen ook meer actief bij iedere overschrijding die wij kunnen voorzien op enigerlei wijze, om daar ook meteen een raadsvoorstel aan te hangen met een begrotingswijziging daarbij. Dat hebben we in de afgelopen periode ik geloof vijf keer gedaan, dus daar zijn we op dit moment echt heel actief mee bezig, dus als het goed is komt dat niet meer voor. Dan wat betreft de rechtmatigheid: we hebben daar al een vacature voor uitstaan, we zoeken daar een extern iemand die we daar tijdelijk voor gaan inhuren, of proberen misschien zelfs in vaste dienst te nemen, omdat die dan meteen meerdere openstaande delen kan gaan invullen. Ik denk dat we nu nog alle tijd hebben om die persoon aan te trekken. Ook de accountants hebben aangegeven dat zij bereid zijn om ons daarin te ondersteunen en ons daarin te helpen. En het is nog helemaal niet zeker dat het 1 januari 2023 wordt, het zou zomaar uitgesteld kunnen gaan worden, omdat de meeste gemeenten er nog niet klaar voor zijn. Dus ik weet niet of u daarmee even gerustgesteld bent, maar we werken eraan. Als het wel doorgaat, dan zullen we ervoor zorgen dat we er klaar voor zijn. De voorzitter: Dank u wel. Nog behoefte aan een tweede instantie? Niet aan de orde. Dan breng ik het voorstel in stemming. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Zijn er tegenstemmen? Niet aan de orde. Voorstel is aangenomen. 5.

Kadernota 2023-2026 Blaricum De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 5. Dat betreft de kadernota 2023-2026 voor Blaricum. U mag een algemene beschouwing houden, dat is, volgens mij, gevoeglijk bekend. We gaan wel proberen, als dat enigszins lukt, dat binnen tien minuten - maar binnen vijf minuten mag ook - te doen. Ik zou voorstellen dat u aan het eind van uw betoog de eventuele in te dienen moties of amendementen ook meteen meeneemt, dan kunnen de collega’s daar ook nog op reageren. Dan ga ik, even kijken, we doen denk ik even de volgorde coalitie-oppositie - hoe vervelend het ook is om die termen te gebruiken - en ik ga van groot naar klein. Dat betekent dat ik begin bij Hart voor Blaricum. Mijnheer Pel? De heer Pel: Ja, dank u wel. De voorzitter: Gaat u uw gang.

De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. De kadernota. We ontvingen in de aanloop van deze vergadering twee stukken, te weten de kadernota zelf - beleidsarm en met mutaties voor taken, hè, rijkstaken en regelingen - met als resultaat een niet-sluitende begroting voor het jaar 2023-2024. De meicirculaire was daar nog niet in verwerkt. Daaropvolgend kwam een raadsinformatiebrief met de vertaling van de gevolgen van die meicirculaire en meevallende H-BEL-apparaatskosten. De kadernota zelf, 20232026 - en dat is letterlijk de tekst die daar vermeld staat - die laat een zorgelijk beeld van de gemeentelijke financiën zien. Dit kwam voornamelijk door de stijgende bijdrage aan de verbonden partijen en een verhoging van de apparaatskosten van de H-BEL. Nou, namelijk dat structurele tekort waar ik het net over had, 2023-2024, beiden van ruim één ton... Twee ton, sorry. De nagezonden raadsinformatiebrief over de invloed van die meicirculaire levert een compleet ander en zeer positief beeld op. Structurele begrotingssaldo 2023-2026 dat varieert zo van vier ton, zes ton, één miljoen en drieënhalve ton, respectievelijk voor die jaren. Eerlijkheidshalve, de kosten voor een toekomstige BEL, een toekomstbestendige BEL, is daar nog niet in meegenomen. Vandaag wordt ons gevraagd de kadernota vast te stellen en deze financiële gevolgen als uitgangspunt te nemen voor de begroting in het najaar.

Dus niet de geactualiseerde toelichting uit de raadsinformatiebrief waarin een veel rooskleuriger beeld geschetst wordt. Met de vaststelling door de raad dat deze cijfers de beginstand vormen voor de najaarsbegroting en onze begrotingsdiscipline die wij in ons akkoord hebben staan, dat structurele extra uitgaven betekent dat we ook extra bezuinigingen op structurele kosten ter compensatie moeten vinden, die zouden we daar wel van toepassing op willen laten verklaren. De opgesomde PM-posten - waar dus geen bedragen in staan vermeld, maar waar we van vermoeden dat daar best flinke bedragen achter zitten - die nemen we als Hart voor Blaricum maar even ter kennisgeving aan. In de meerjarenbegroting wordt melding gemaakt van het ravijnjaar 2026 en de onzekerheid voor gemeenteland over de toewijzing van middelen uit het gemeentefonds dan. De minister van Binnenlandse Zaken heeft op een recentelijk VNG-congres toegezegd duidelijkheid te verschaffen in het najaar van 2022 over de gevolgen voor de gemeenten. Hart voor Blaricum wil maximale druk laten uitoefenen via de VNG om negatieve gevolgen voor Blaricum en andere gemeenten te beperken. De uitkomst van dat verslag van de minister zal ook meegenomen moeten worden in de begroting voor 2026 - de meerjarenbegroting. De rijksoverheid zadelt lagere overheden steeds meer op met extra taken.

Soms zijn deze niet te voorkomen en niet te voorzien, zoals corona of de opvang van Oekraïners, maar hebben wel een flinke impact op de gemeentelijke organisatie en de middelen. Taken die vaak in samenwerking met andere gemeenten worden uitgevoerd en vaak uiteindelijk in gemeenschappelijke regelingen terechtkomen. Het is niet altijd even duidelijk of daar ook voldoende middelen door het rijk bij verstrekt worden. Wij doen de suggestie om het volgende eens te overwegen als raad: Blaricum besteedt een groot deel van haar uitgaven aan gemeenschappelijke regelingen en zien deze jaar op jaar toch wel stijgen. Het instellen van een financiële commissie vanuit de raad om controle uit te oefenen op begrotingen van de diverse aangesloten partijen zou, wat Hart voor Blaricum betreft, daarbij kunnen helpen. Wij leggen dit ter overweging neer bij de raad. Dus verwacht niet een motie van onze kant uit, maar toch, denk ik, wat stof om over na te denken. Voorzitter, ik sluit af. De kadernota zullen we vaststellen. Hart voor Blaricum ziet uit naar het collegeprogramma waarin de financiële kaders en de ambities voor ons programma verwerkt zijn. Vooralsnog zullen wij, op basis van deze kadernota, geen extra beleid financieel maken, gelet op de zorgelijke cijfers.

Wij spreken wel de verwachting uit dat de bevestiging van de meicirculaire, voorafgaand aan de begrotingsraad in het najaar, een blijvend positief beeld zal opleveren voor een meerjarige, sluitende begroting van Blaricum. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even stoppen. De Blaricumse Partij heeft het woord. Mevrouw Boersen? Ja.

Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, bij de behandeling van de kadernota is het gebruik dat de fracties gedurende vijf tot tien minuten algemene beschouwingen houden, maar ga er nu maar aan staan om bij deze kadernota iets algemeen zinvols te beschouwen. De voorliggende kadernota laat een niet bepaald rooskleurig financieel beeld van Blaricum zien. Het college geeft zelfs de winstwaarschuwing af dat onze financiën broos zijn. Je zou het populair kunnen samenvatten als: ‘pas op, raad, een OZB-verhoging ligt op de loer’. Een paar weken later kon het college ons gelukkig mededelen dat de ontvangen circulaires van het rijk en de herverdeling uit het gemeentefonds een heel andere kijk op onze financiële situatie rechtvaardigen: het valt allemaal erg mee. Enerzijds hoeft er minder uitgegeven te worden, bijvoorbeeld aan de H-BEL en anderzijds zullen we meer geld van het rijk ontvangen. We moeten afwachten hoeveel meer en studeren op superingewikkelde circulaires. De Blaricumse Partij vraagt zich daarom af of het wel zinvol is deze voorliggende kadernota vast te stellen, waarmee we besluiten dat deze kadernota als uitgangspunt voor de begroting 2023 beschouwd moet worden. Wij stellen daarom voor deze kadernota alleen voor kennisgeving aan te nemen en we zouden hierop heel graag een reactie van het college willen krijgen.

Voorzitter, naast het feit dat de in deze kadernota geschetste financiële situatie volledig achterhaald is, valt er ook inhoudelijk weinig over te zeggen. Dit is geen verwijt, maar een constatering. We moeten wachten... Nee, we moeten kennelijk de vertaling van het coalitieconvenant naar een collegeprogramma afwachten. Vooruitlopend daarop dringen wij er bij het college op aan prioriteit te geven aan het centrumplan Bijvanck, Tergooi Ziekenhuis - Tergooi eigenlijk - en vooral aan zaken op het gebied van milieu en duurzaamheid. De magere inhoud van deze kadernota en toch de aan ons toegewezen tien minuten geeft ons de ruimte om een aantal andere, zeer algemene onderwerpen aan te snijden. Zaken die je normaal gesproken niet in een algemene beschouwing op zou nemen, maar het zijn zaken waar we ons echt zorgen over maken. Ten eerste de verdeling van de portefeuilles onder de drie wethouders. Voorzitter, wij zijn ons bewust van het feit dat een portefeuilleverdeling een zaak is van de collegeleden onderling. Desalniettemin vinden wij het onze taak om het college te controleren in al zijn facetten en daar hoort, wat ons betreft, ook bij een juiste verdeling van de werkdruk, vooral in het belang van onze inwoners. Namelijk, een wethouder die te zwaar belast is loopt het risico om niet aan alle dossiers voldoende aandacht te kunnen besteden.

Ik constateer dat, optisch gezien, de lijstjes van de drie portefeuillehouders gelijk zijn - ze zijn even lang - alleen inhoudelijk en qua zwaarte verschillen ze enorm. Verreweg de meeste portefeuilles die er, wat ons betreft, echt toe doen vallen onder de verantwoordelijkheid van wethouder Kennis. U moet denken aan de portefeuille Financiën, aan Ruimtelijke Ordening - waaronder toch ook het hele grote project Tergooi - de introductie van de Omgevingswet inclusief de Omgevingsvisie, Wonen, Volkshuisvesting, het megaproject Bijvanck, de HOV, zelfs inclusief verkeerproblemen op de Floris V Dreef en de Stroomzijde. Voorzitter, ik ga niet verder in detail treden, maar de portefeuilles van de beide andere wetgevers steken hier schraal bij af. Wij zijn benieuwd of u dat met ons van mening bent - dat deze portefeuilleverdeling niet helemaal evenredig is verdeeld over de drie wethouders - en we vernemen graag van u of u bereid bent daar in de toekomst verandering in te brengen. Voorzitter, ik kon het niet laten om toch weer één portefeuille eruit te halen, namelijk de portefeuille Milieu en Duurzaamheid. Wij vinden het een gemiste kans dat deze portefeuille niet aan de wethouder van D66 is toegewezen. In het verleden was het juist D66 als enige partij die op dit vlak echt ambities getoond heeft.

Nota bene het huidige raadslid en fractievoorzitter van D66 is medeoprichter van de Hut van Mie, de lokale energiecoöperatie. Wij weten dan ook zeker dat deze portefeuille het best tot zijn recht zou zijn gekomen bij D66. Nou volgt er een zin die ik maar niet voor zal lezen. Wij hopen... Nee, laat ik het anders zeggen: van D66 willen wij weten hoe zij hier tegenaan kijkt. Het volgende onderwerp betreft de BEL-organisatie. In de laatste RTG heb ik met u mijn zorgen gedeeld omtrent de werkbelasting van de BEL-organisatie. De wethouder die de zorgen deelde zegde toe na het zomerreces met een voorstel te komen om onze organisatie te versterken. Onze partners, Laren en Eemnes, zouden ook in staat zijn die uitbreiding te bekostigen. Helaas voegde de wethouder eraan

toe: ‘ook Laren en Eemnes beschikken over incidenteel geld’. Toen ben ik gaan nadenken. Ik had eigenlijk liever gehad dat zij had gezegd: ‘beschikken over structureel geld’, want mijn vraag is dan ook: kunt u ons zeggen of Eemnes - en met name Laren - bereid en in staat zijn ook een structurele uitbreiding van de BEL-organisatie te bekostigen? Wat heeft het voor zin probleemplekken in de organisatie te inventariseren als je van tevoren al weet dat er geen geld is om gedrieën die problemen op te lossen? Voorzitter, hierbij willen wij ook nog een motie indienen. Die motie hebben we de naam gegeven ‘Instellen Jongerenraad’. Zowel Laren als Eemnes hebben recentelijk een Jongerenraad geïnstalleerd. Maak het u gemakkelijk: in dit geval is, wat ons betreft, afkijken toegestaan. In Eemnes is het meer een kinderraad - tot 15 jaar - terwijl wij meer in de leeftijdsgrens zien, zoals in Laren het geval is - 23 jaar. Wij hebben tijdens onze verkiezingscampagne gemerkt dat er best jongeren geïnteresseerd zijn in de politiek, maar weten niet waarmee ze daar terecht kunnen. Een van onze leden die op de lijst stonden is daar een heel goed voorbeeld van en zou ontzettend graag mee willen doen met het oprichten van een jongereraad.

Wij vragen u in deze motie direct na het zomerreces een plan van aanpak te schrijven en in de begroting middelen op te nemen om in 2023 de installatie concreet verder vorm te geven en te realiseren. Voorzitter en ten slotte: het is een cliché, dat snap ik, ik heb het niet op een andere manier kunnen verwoorden, maar wilt u onze hartelijke dank overbrengen aan al die ambtenaren die altijd maar te pas en te onpas, te hooi en te gras, ad hoc voor ons klaarstaan om uit te voeren wat wij ze als raad en u ze als college gevraagd heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U heeft motie nummer 4 ingediend. Als u nou thuis meerekent, dan denkt u: ‘gaan we van 1 en 2 dan meteen door naar 4?’ Dat heeft ermee te maken dat voor een goed verloop in de logistiek de moties die wij van tevoren al kennen een nummer hebben meegekregen. Motie nummer 4 bij deze ingediend. Ik ga door naar de VVD. Mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Ja, voorzitter, dank u wel. Onze bijdrage zal wat korter zijn dan... De voorzitter: Het geluid is echt slecht. Ja, ik weet niet wat daar exact aan gedaan kan worden, maar we hebben er wel allemaal baat bij dat het wel goed op de band komt en thuis te horen is. De heer Wiegel: Ik ga nog dichterbij zitten. De voorzitter: Ja, dat helpt enorm. De heer Wiegel: Ja, voorzitter, dank u wel.

Onze bijdrage is wat korter dan u normaal van ons gewend bent, vanwege het feit dat wij ook vinden dat het kadernota een redelijk technisch stuk geworden is. Dat is ook niet zo vreemd als je ziet dat het huidige college pas is aangetreden en de vertaling van het coalitieakkoord richting een collegeprogramma nog niet gedaan is. Dus wat krijg je met deze kadernota: je krijgt in feite een stukje bestaand beleid dat doorgezet wordt. Ik neem graag de woorden van mevrouw Boersen over met betrekking tot de complimenten richten het ambtenarenkoor, dat vind ik belangrijk. Er zijn wel een aantal zaken die ik graag even de revue zou willen laten passeren, om daar toch wat meer aandacht voor te vragen. Eén: ik zou zeggen prudent financieel beheer, prudent financieel beleid. Weliswaar hebben wij door een, ja... Nou, je mag niet zeggen ‘een mazzeltje’, dat is niet, denk ik, juist, maar we zijn denk ik wel door de BEL gered met een nieuwe aankondiging vanuit het verdeel van het gemeentefonds. Op grond daarvan ziet het er allemaal, als je dat doorrekent, wat rooskleuriger uit, maar we weten allemaal: wat vandaag rooskleurig is, is morgen niet meer rooskleurig en heeft men iets anders bedacht en vinden ze dat Amsterdam of Utrecht meer zou moeten krijgen, want: ‘ach, die kleine gemeentes hebben het dan niet nodig’.

Dus in die zin hoop ik - en vertrouw ik ook - dat u als wethouder Financiën zeker de vinger

aan de knip houdt. Ik zou ook aandacht willen vragen voor de hogere inflatiecijfers. Je ziet weliswaar zijn de inflatiecijfers gebaseerd op een aantal elementen, met name de energie en dergelijke - maar we ontkomen er niet aan dat inflatie niet zo snel weggaat, dat komt sneller dan het weggaat. Dus ik zou er ook voor willen pleiten dat u straks als die begroting komt nadrukkelijk rekening houdt met wat voor inflatiecijfers we gaan rekenen. Leges en heffingen kostendekkend. Dat is iets dat staat ons nader aan het hart. Ik denk dat het belangrijk is, omdat we misschien ook wel iets in een wat moeilijker financieel tijdgewricht gaan komen, is het belangrijk dat de heffingen en de leges, dat we die nadrukkelijk kostendekkend houden. Blijven investeren in de BEL-combinatie. Ik denk dat dat een prima uitgangspunt is. Ik denk dat als we willen met elkaar zelfstandig blijven, als we willen dat we slagkracht houden, dan zullen we moeten blijven investeren in ons ambtenarenkoor, dan moeten we blijven investeren in het mooie gebouw waarin we nu zitten. Houd evenwel Laren en Eemnes in de gaten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij structurele bijdragen geven, maar dat onze collega-gemeenten een iets ander beleid hebben en dat niet gaan doen.

Dus ik zou er echt voor willen pleiten dat u nadrukkelijk blijft kijken naar dat wij de BEL-combinatie op het juiste niveau houden, zodat ze berekend zijn op hun taken en ook toekomstbestendig zijn, maar houd daarbij ook in de gaten: het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij betalen en andere gemeenten niet. Maar ongetwijfeld bent u dat met me eens. Inflatie. Inflatie heeft als nadeel dat als je nou kijkt naar het renovatieproject, bijvoorbeeld in de Bijvanck, wat over meerdere jaren gaat lopen, dan maken wij ons wel wat zorgen of het programma zoals u dat destijds voor ogen had en dat ook goedgekeurd was in de gemeenteraad, of we dat daadwerkelijk kunnen uitvoeren, simpelweg omdat aanbestedingen gewoon duurder worden terwijl budgetten die we hebben, die blijven gewoon nominaal. We gaan de budgetten niet aanpassen met inflatiegegevens, dus in die zin zal je nadrukkelijk moeten kijken - en dat geldt voor de Bouwfirma, maar nadrukkelijk voor de Bijvanck - is: kan je het programma dat je destijds voor ogen had wel uitvoeren? Zo niet, dan zullen we er met elkaar over moeten spreken hoe we daar een oplossing voor maken. De Blaricumse Partij die komt met een motie: motie ‘Jongerenraad’.

Toch vroeg ik me in alle eerlijkheid af: waarom eigenlijk? Want ik ben ervan overtuigd dat De Blaricumse Partij er ook bij was toen wij het coalitieakkoord verdedigden, ik geloof zelfs dat u ook uw akkoord eraan gegeven heeft, dus ik vroeg me in alle eerlijkheid af: wat is de meerwaarde van uw motie ten opzichte van hetgeen wat wij bedacht hadden - en waar u destijds ook geen opmerkingen over gemaakt heeft, dus ik ga ervan uit dat u het er ook mee eens was? Ik gun u graag de jongeren en ik gun u graag uw motie, maar ik moet eerlijk zeggen: vooralsnog zie ik niet zo zitten wat we nou met die motie aan zouden moeten. Voorzitter, dat wat betreft mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wiegel. Mag ik het woord geven aan Partij van de ArbeidGroenLinks? Mevrouw Kukupessy? Komt dat uit nu? Mevrouw Kukupessy: Ja hoor. De voorzitter: Ja? Mevrouw Kukupessy: Ik kijk straks wel. Dank u wel. PvdA-GroenLinks wil allereerst het college en de ambtenaren bedanken met deze kadernota die weer structureel in evenwicht is. Wat wel jammer is, is dat er zoveel PM-posten zijn. Het zijn vooral - wat al in de RTG verteld werd - regionale posten, maar ook de Malbak staat erin en - dat weet u al - die zou ik graag in de begroting terug willen zien. Dat zouden we heel jammer vinden als dat niet zo zou zijn, omdat dit geen overbodige luxe is.

Al met al is het een beleidsarme kadernota met bestaand beleid. Dat komt ook, onder anderen, omdat er nog geen collegeprogramma is. De komende begroting zien we dus naar uit, omdat daar waarschijnlijk iets meer in zal staan, maar veel ruimte is er niet qua financiën. Het is jammer om te constateren dat de laatste jaren de kadernota meer een PR-begroting is geworden in plaats van dat er kaders worden

gesteld. PvdA-GroenLinks hoopt op een constructieve samenwerking voor de komende jaren. Vragen heb ik niet, daar is de kadernota te summier voor. Dank u. De voorzitter: Dank u. Dan ga ik over naar D66. Mijnheer Uitendaal. De heer Uitendaal: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben luid genoeg, zo te horen. Als je nummer vijf bent in de rij bestaat de kans dat je dingen vertelt die al eerder verteld zijn. Desalniettemin wil ik het volgende melden. Zoals eerder gezegd: de kadernota beschrijft de autonome ontwikkelingen op het begrotingssaldo en vormt daarmee de basis voor 2023, de begroting van 2023. Een van de conclusies is: er is weinig ruimte voor nieuw beleid. Misschien moeten we met elkaar concluderen, of het is zover, dat de vette jaren voorbij zijn. Gelukkig heeft de informatienota een nuancering aangebracht. Er zijn zeker natuurlijk zorgelijke punten, zoals de kosten voor verbonden partijen en de apparaatskosten van de H-BEL en bovenal de onzekerheid die er bestaat over wat er gaat gebeuren, wat de ontwikkelingen zullen zijn met betrekking tot het gemeentefonds. Een ander aandachtspunt is het sociaal domein: een open-einde financiering; een moeilijk te beheersen kostenontwikkeling. Dat zal en blijft onze aandacht houden. Maar we weten dat er ook voor ons, voor onze gemeente, al stappen zijn gezet om het een en ander beter onder controle te houden.

Een andere belangrijke uitdaging betreft de BEL-combinatie. Het heeft er alle schijn van dat er extra middelen vereist zullen zijn om de dienstverlening op het gewenste niveau te brengen c.q. te houden. Naast deze ontwikkelingen in de gemeentelijke context zijn er ook internationale ontwikkelingen die ook hun weerslag kunnen vinden op de financiële huishouding van de bewoners van Blaricum - denk aan inflatie, de oorlog op Europees grondgebied, de aangescherpte ambities van de rijksoverheid op het gebied van de CO2-reductie en de daaraan gekoppelde investeringen voor de huishoudens en in de rest van Nederland is er behoefte aan woningen voor senioren, starters en eenpersoonshuishoudens. Kortom: alle reden om in de toekomst ontwikkelingen nauwlettend te volgen en daar vingen aan de pols te houden en de juiste prioriteiten te bepalen. Blaricum mag dan nu een financieel gezonde gemeente zijn en dat willen we graag zo houden. Bovendien wil ik nu de gelegenheid aangrijpen om onze motie drie in te dienen: die gaat over het isolatiefonds en de, ja... Het isolatiefonds, zoals vermeld in het coalitieakkoord. Dan nu een vraag aan de voorzitter: is dit nu opportuun om te reageren op de vraag van de DBP en de M4 of wordt dit een andere... De voorzitter: Ik zou eerst uw motie nog even... Uw eigen motie even toelichten, misschien. De heer Uitendaal: Oké. De voorzitter: Ja.

De heer Uitendaal: Zonder de hele motie voor te lezen is de bedoeling daarvan om in het collegeprogramma oog te hebben om naast klassieke vormen van subsidie, van stimulering van bewoners om isolatiemaatregelen toe te passen, wat breder te kijken naar andere vormen die mogelijk tot effect hebben dat bredere groepen huishoudens in staat worden gesteld om daadwerkelijk te gaan investeren in isolatiemaatregelen. De kosten zullen stijgen voor iedereen en op een gegeven moment is iedereen toe aan een nieuw contract. Om me heen zie ik al andere voorbeelden genoeg waarbij mensen geconfronteerd worden met factoren van hogere energierekeningen - dat gaat komen en ik denk dat het onze taak is om daarbij te helpen. De essentie van de motie is om het college te laten overwegen om wat breder te kijken naar andere vormen van financiering die voor specifieke doelgroepen effect zouden kunnen hebben. De voorzitter: Dank u wel. U mag ook reageren, inderdaad, op de motie van De Blaricumse Partij.

De heer Uitendaal: Oké. Nou, als eerste reactie op de vraag van De Blaricumse Partij met betrekking tot de portefeuilleverdeling binnen het college: terecht geconstateerd dat dat een activiteit is van het college zelf, dus daar besluit men zelf over. Bovendien heeft in het verleden een heel verstandig iemand gezegd dat je bij de portefeuilleverdeling van colleges ook de pijnlijke en de portefeuilles met moeilijke punten, om die eerlijk te verdelen. Ik denk dat met name met het sociaal domein, zeg maar, wethouder Lanphen, dat die daarbij een zwaar punt heeft. Ja, duurzaamheid heeft onze speciale aandacht, zie daarvoor ons coalitieakkoord, maar dit is de manier waarop ze dat zelf doen en zij gaan daarover. Met betrekking tot de motie van De Blaricumse Partij: één van de dingen... Ten eerste zijn we heel blij dat De Blaricumse Partij ook, zeg maar, de dingen die bij ons in het coalitieakkoord staan onderschrijft. Er wordt in het hoofdstuk Participatie - hoofdstuk twee - wordt er ook, zeg maar, gewerkt aan een Jeugdadviesraad. Echter, in het coalitieakkoord is er een bredere definitie gegeven van datgeen wat we nastreven. Met name zijn genoemd de groepen 7 en 8 van de basisschool en daarnaast zijn ook de groepen benoemd voor de middelbare scholen: leeftijd van 12 tot, pak hem beet, 18 jaar.

De huidige motie M4 beperkt het tot de voorbeelden zoals die bestaan in Eemnes en Laren en we zouden graag het college de tijd geven om wat breder te kijken, ook acht te slaan op datgeen wat er staat in het coalitieakkoord en op basis daarvan met een voorstel te komen. Dus wat ons betreft is het nu wat prematuur om nu al op deze manier conform Laren en Eemnes daarop in te gaan. Dat was mijn betoog, bedankt. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar mevrouw Claushuis, CDA. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. De rijensluiter, hè. De voorzitter: Ja, ik kan er ook niks aan doen. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Er is al heel veel gezegd, bij deze ook namens het CDA: bedankt voor het werk dat verricht is. Ik zal niet op dingen die al gezegd zijn nog een opmerking maken. Wat ik met name nog even na heb gekeken is, zeg maar, de kadernota die vanuit de centrale overheid naar de gemeentes is gestuurd en daar met name het verhaal over de Jeugdzorg, over het sociaal domein - dat dat natuurlijk voor iedereen een zorgpunt is en dat er in 2023 1,45 miljard extra tegemoetkoming zal worden verstrekt voor de tekorten in de Jeugdzorg. Dat is een hervormingsagenda voor de jeugd om een structureel houdbaar jeugdstelsel te realiseren en dat is heel belangrijk, omdat als gevolg van de corona veel jongeren in psychische problemen zijn geraakt.

Dat is bij iedereen bekend en ook in de naaste omgeving is het helaas zo dat de directe hulp niet beschikbaar is, dus het is een heel belangrijk... Maar daar is, denk ik, iedereen van overtuigd, maar toch wil ik dat nog even benadrukken. Daarnaast is er een besparing in het jeugddomein oplopend tot vijfhonderd miljoen in het algemeen in 2025, dus dat is ook een extra opdracht en dat staat hier dat dat een ‘rijksverantwoordelijkheid’ is - dat is natuurlijk wel zo, maar dat heeft ook zeker effect op de gemeentes. Er staat bij: ‘Er zijn minder middelen beschikbaar en er zullen alternatieve inkomsten gegenereerd moeten worden door middel van een eigen bijdrage’. Dus dat lijkt me een hele spannende opdracht, dus daar wil ik nog even de aandacht op vestigen. Er staat ook, zeg maar, dat het nieuwe model van het gemeentefonds per 1 januari 2023, dat er een nieuw verdeelmodel zal zijn. Dat weten we natuurlijk nog niet, maar het maximale effect per inwoner zal plus of min 37,50 euro zijn, dus dat is natuurlijk heel spannend als wij met elfduizend inwoners dat doorrekenen, dat er toch gauw een verschil zou kunnen zijn van een positief of negatief effect van vier ton. Dus daar moeten we wel in denken dat moeten we gewoon afwachten, maar dat is een punt waar we natuurlijk goed rekening mee moeten houden.

Dan hebben we natuurlijk ook de extra opdracht voor de opvang van de Oekraïners: nou dat is natuurlijk een heel zware belasting voor de BEL, op allerlei gebieden. Er is wel toegezegd dat de overheid daar, zeg maar, een tegemoetkoming en een compensatie voor zal

geven, maar het is de vraag of dat voldoende is, omdat natuurlijk het tijdelijke onderwijs, de huisvesting, de lering, het vervoer, de ondersteuning vanuit de Jeugdwet en het WMO, dus je kan het allemaal opnoemen, maar we zijn ons weldegelijk ervan bewust dat het voor het BEL-apparaat in deze moeilijke situatie al een extra belasting gegeven heeft en nog zal geven. Dan kwam ik ook nog tegen dat in het coalitieakkoord, het landelijk coalitieakkoord, een bijdrage wordt gegeven voor de valpreventie bij ouderen, dat daar een extra budget voor uitgetrokken is om zo de netto besparingen in de ZVW en de WLZ te krijgen. Dus we moeten veel investeren in bewegingsprogramma’s en er staat natuurlijk wel de ‘jeugdsportcoach’, maar ik denk ook dat een ‘ouderenbeweegcoach’, dat dat ook een belangrijk verhaal gaat worden, want in de omgeving hoor je ook van heel veel mensen die vallen en wat dat voor kosten oplevert en er zal ook... Dus dat is de algemeen... Zeg maar, de kleinere... Of, de kleinere, de gemeentelijke opdrachten, nou, die zijn natuurlijk allemaal genoemd door de rest van de partijen. We zijn heel nieuwsgierig naar het collegeprogramma wat straks, waarschijnlijk meteen na de zomer, bekend zal worden. Dus dat was even mijn bijdrage, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we rond wat betreft de eerste instantie. Ik zal even de klok stilzetten.

Er zijn bij dit onderwerp twee moties ingediend: motie nummer 3, die ziet op het isolatiefonds, en motie nummer 4, die ziet op een Jongerenraad. In het college hebben we vanochtend besproken dat het niet nodig is dat het college daar verder op ingaat, dat kunt u zo direct in de tweede instantie nog verder met elkaar bediscussiëren. Ik geef wethouder Kennis als wethouder van Financiën toch even de gelegenheid om kort te reageren op wat er net in de eerste instantie met ons gedeeld is. Wethouder Kennis: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, laat ik beginnen met te vertellen dat wij de meicirculaire hebben doorgerekend. Hij wordt nu nog... Voor een laatste toets ligt hij nog een keer bij een externe deskundige die er nog een keer naar kijkt, maar in principe zijn de uitkomsten bekend en die zijn zeer positief voor de gemeente Blaricum en aanmerkelijk positiever dan in de circulaire RIB die wij aan u hebben doen toekomen. Wij praten echt over hele grote bedragen, dus de angst dat wij zullen moeten bezuinigen in de komende periode is in ieder geval op dit moment volgens deze gegevens niet aan de orde. In principe kan dat natuurlijk... Dat u aangaf terecht, mijnheer Wiegel, worden circulaires iedere keer weer opnieuw bekeken, maar het kan niet zo zijn dat er een circulaire in mei 2022 een enorm overschot laat zien, terwijl dat in mei 2023 niet zo zou zijn.

Dus er kan wel wat in geschoven worden, maar wij zullen nooit in de komende jaren in een negatief perspectief terecht komen. Dat even als voorafje. Dat is ook iets waar u eigenlijk allemaal over gesproken heeft, zowel... Nou ja, elke partij heeft het wel even gehad over de inkomsten in de meicirculaire. De kadernota, daarin staan de autonome ontwikkelingen en de kadernota met algemene ontwikkelingen is altijd de basis voor een begroting, dus dat als antwoord naar mevrouw Boersen die zij van: ‘nou ja, ik zou zeggen, laten we die niet aannemen’, of althans, ‘alleen ter kennisname’. Het is normaal zo dat autonome ontwikkelingen altijd via de kadernota vast worden gesteld, omdat die ook allemaal terugkomen in de begrotingen van onze andere partners en die door moeten met hun begroting. Dus die worden nu door de raad vastgesteld, zodat bekend is voor de regionale partners dat deze autonome ontwikkelingen ook door Blaricum zullen worden opgenomen in de begroting. Dus de kadernota zult u toch echt moeten aannemen. Althans, moeten... Ik dring u... Ik zou u vriendelijk willen verzoeken om die aan te nemen. De voorzitter: Niet voor kennisgeving aannemen. Wethouder Kennis: Ja, niet voor kennisgeving, maar vast te stellen, zodat die dus verwerkt kan worden als basis en daarna komt de meicirculaire en het collegeprogramma.

Die zullen dus in de begroting worden verwerkt en die zullen dan ook het positieve beeld wat ik u net schetste

teweegbrengen en daar kunnen dan eventuele moties en voorstellen en ideeën bij de begroting op worden losgelaten. Even kijken of ik nog iets specifieks heb. Ja, wat betreft de portefeuilleverdeling, denk ik, dat al ook al aangegeven is door D66 dat het college daar uiteraard over gaat en dat wij met elkaar er uitgebreid over gesproken hebben en tot deze verdeling zijn gekomen. Ik denk dat u ons de gelegenheid moet geven om daarmee aan de slag te gaan en dan zullen we wel zien hoe het verder gaat in de toekomst. De BEL zal... De mogelijkheden die voor de BEL noodzakelijk zijn, ‘hoe staat dat met Laren en Eemnes?’ heb ik van verschillende kanten gehoord. Nou dat is uiteraard aan Laren en Eemnes, wij gaan niet over hun begrotingen. Wij hebben in ieder geval vanuit de colleges begrepen dat zij er zeker voor zullen gaan om ook de structurele kosten die straks zullen worden doorgevoerd... Of worden voorgesteld in het BEL-voorstel wat we gaan behandelen na de zomer, om daar ook de structurele kosten in op te nemen. U herhaalt, mevrouw Boersen, dat ik gezegd heb: ‘daar waar mogelijk kunnen we ze op incidentele kosten doen’. Dat klopt, dat geldt nog steeds, bijvoorbeeld - wat ik ook toen als voorbeeld aangaf - investeringen in ICT.

Het is voor iedereen prettig om die nooit structureel te laten zijn; ook voor ons als Blaricum is het gewoon prettig als je die incidenteel hebt kunnen betalen, bekostigen, zodat je in de toekomst - ook over vier, vijf, zes, tien jaar - je ze niet op je begroting hebt drukken. Dus dat geldt nog steeds, maar alles wat noodzakelijk is - en dat betreft dan natuurlijk met name FTE’s, dat zijn natuurlijk structurele dingen, die kun je niet incidenteel betalen en daarvan hebben Laren en Eemnes ook aangegeven er alles aan te zullen doen om die kosten in hun begrotingen op te nemen. Verder is het dan natuurlijk aan de raad, daar gaan de colleges niet over. De dank aan de ambtenaren die dus diversen van u hebben aangegeven zullen wij overbrengen. Dan hebben we de Bijvanck, het VVD gaf dat aan. Uiteraard gaan wij heel erg nauwkeurig kijken hoe wij met de financiën van de Bijvanck om kunnen gaan en gaan wij uit van het bedrag, het budget, wat door de raad beschikbaar gesteld is, dat is ons uitgangspunt. We zijn nu al begonnen om te gaan kijken: ‘hoe zitten we met inkoopmogelijkheden en dergelijke’. Mocht het zo zijn dat we moeten gaan bijstellen, mocht het zo zijn dat we tot de conclusie komen dat we niet de hele Bijvanck meer kunnen doen op het niveau dat we hadden voorgesteld, dan komen we daarvoor naar u terug; we gaan niet zelfstandig strepen of veranderen. Elke grotere aanpassing...

Ja, niet als ik een iets ander steentje dan... Maar als het echt aanpassingen zijn, dan komen wij dat, zoals we dat ook bij De Blaricummermeent gedaan hebben, een aanpassing aan het masterplan zoals we dat dan noemen, daarvoor komen we bij u terug. De voorzitter: Als dat nodig is, hè. Wethouder Kennis: Ja, ja, als dat nodig is. Uiteraard. De voorzitter: Voordat nu alle bewoners van de Bijvanck denken: ‘help, wat gebeurt ons nu’. Wethouder Kennis: Ik ga er tot nu toe vanuit dat wij nog steeds gewoon kunnen uitvoeren, dat wat wij hebben afgesproken uit te voeren. Dus ik heb nog geen reden om te denken dat er bezuinigd moet gaan worden. Het ziet er nog niet uit dat dat moet gaan gebeuren. Even kijken, dan hebben we nog... Nou, de BEL heb ik aangegeven dat komt eraan, dat voorstel vanuit de BEL. Daar zijn de BELcolleges mee bezig, het BEL-bestuur. Collegeprogramma komt in de begroting. Dan hebben we de kadernota autonome ontwikkelingen, dat heb ik ook al aangegeven. Dan zijn er nog twee vragen vanuit het CDA over de jeugd en ik denk dat het misschien goed is als mevrouw Lanphen daar zelf op reageert en een vraag van het CDA over de Oekraïneopvang en ik denk dat het goed is als portefeuillehouder de burgemeester daar zelf op reageert.

Ik heb verder, denk ik, geen vragen gehoord die thuishoorden bij een van de andere portefeuillehouders, maar als u zelf iets heeft opgeschreven waarvan u denkt: ‘daar wilde ik nog iets over zeggen’, dan neem ik aan dat de voorzitter u daar het woord voor geeft.

De voorzitter: Dat geldt dan voor mevrouw Lanphen en mevrouw Kukupessy had nog even de Malbak aangestipt. Dus, mevrouw Lanphen, als u die twee onderwerpen voor uzelf neemt en even kijkt of u verder nog iets opgeschreven heeft, dan heeft u hierbij het woord. Gaat u uw gang. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank. Even naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Kukupessy, want ik had niet daar een vraag in gehoord, maar een opmerking dat ze daar graag een bedrag in begroot had gezien, maar we weten nog helemaal niet wat we gaan doen en we zijn nog met de afwerking van de inventarisatie vanuit de enquête en dergelijke bezig. Dus we hebben nu een brief naar Versa gestuurd en ik ga in ieder geval een afspraak maken om met Versa te spreken over hoe verder in dit proces en hoe zij... Nou, de toelichting op die brief te geven. Dus dat is één. Tweede is de Jeugdwet, ik noem het liefst de Jeugdwet en niet de Jeugdhulp, omdat er van alles en nog wat onder valt, hè. Het is zo dat er een informatienota is gestuurd naar de raad na afloop van de stukken voor de raadsvergadering en daarin staat heel expliciet en heel specifiek toegelicht hoe het gegaan is in 2021 met de WMO, de Jeugdwet en de Participatiewet. Daarin zie je dat in totaal er eigenlijk, wat de Jeugdwet betreft, heel goed binnen de begroting c.q. de aangepaste begroting is gewerkt; er is zelfs een beetje op overgehouden.

Wij verwachten dat alle bezuinigingsmaatregelen, beheersingsmaatregelen - hoe je het maar noemen wilt, hè - dat die effect gaan sorteren dit jaar en het komend jaar en dat met name ook het team wat al zelf hulp kan leveren voorafgaand aan allerlei verwijzingen naar zorgaanbieders, dat dat gaat helpen. Daarnaast is het zo dat die hervormingsagenda waar u ook aan refereert, dat is iets wat natuurlijk door de overheid wordt gedaan samen met partijen, samen met zorgaanbieders en daar moet uit komen, denk ik, dat die indicaties duidelijker worden. Want de kraan waar je aan kan draaien is natuurlijk de kraan bij de indicaties en we hebben met z’n allen keer op keer gezegd: ‘de zorg moet komen bij de mensen die het echt nodig hebben en hard nodig hebben’ en dat geldt voor alle onderdelen van het sociaal domein - dat geldt niet alleen maar voor de WMO en de hulp bij het huishouden, maar dat geldt ook hier. Daar zit, denk ik, ook die zinsnede in van eventueel een eigen bijdrage, maar dat is nog helemaal niet bepaald dat dat gaat komen. Dus we volgen de ontwikkelingen en we zijn met u bezorgd dat de jeugd die het nodig heeft, dat die ook op tijd wordt geholpen en ik moet zeggen, ik heb de indruk dat daar, zeker bij maatschappelijke zaken H-BEL, alles aan gedaan wordt om dat te kunnen. Dus dat...

Ik hoop u daarmee in ieder geval te informeren en we krijgen binnenkort een soort visie op het sociaal domein waarvan we hopen dat we dat ook H-BEL-breed gaan vaststellen, dus dat is iets dat we binnen nu en een half c.q. driekwart jaar mogen tegemoetzien. De voorzitter: U krijgt straks een tweede instantie, hè. Mevrouw Lanphen: Ja. De voorzitter: Dat was het, mevrouw Lanphen? Ja, ik kreeg Oekraïne nog even op mijn bordje geschoven, maar ik heb meer ervaren dat u een zorg uitsprak over: blijft het rijk financieren ook zoals ze dat nu doen? Die zorg, die delen we. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat ze die toezeggingen ook nakomen, want het rijk vraagt veel van ons op alle fronten, niet alleen voor Oekraïne, maar ook voor het huisvesten van asielzoekers vanwege de overstroming in Ter Apel en een extra taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Dus wij vinden dat daar ook wel iets tegenover mag staan en dan heb ik dat nog redelijk zacht uitgedrukt. Voldoende zo, denk ik, hè? Gaan we door naar de tweede instantie. Als u dingen gemist heeft mag u dat kwijt, als u nog op elkaar wilt reageren dan kan dat. Ik houd dezelfde volgorde voor het gemak maar even aan. Mijnheer Pel.

De heer Pel: Ja, dank u wel, voorzitter. Even voor de tweede termijn: ik heb hier in mijn beschouwing eigenlijk een aantal statements gemaakt waar ik geen vraagtekens bij heb gezet, maar waar ik wel in de beantwoording uit mag afleiden dat die zo zijn. Eén daarvan is dat wij de verwachting uitspreken dat de bevestiging van de meicirculaire voorafgaand aan de begrotingsraad dat blijvende positieve beeld oplevert. Nou, dat heeft de wethouder ook bevestigd, dat is zelfs nog sterker eerst dan we in de brief hebben gelezen en dat doet ons deugd. Wat me nog meer deugd doet is het feit dat je niet per jaar, zeg maar, die grilligheid gaat zien van het gemeentefonds, alsof het een soort Sinterklaas is: het ene jaar krijg je de roe en de andere keer wat lekkers, maar dat daar een zekere bestendigheid in zit, in dat beleid - en dat zal vast te maken hebben met de ontwikkeling van Blaricum als ons dorp, waardoor we er wat beter voor staan. Wat... Nou, er is al iets gezegd en daar ben ik ook blij mee, met, zeg maar, de portefeuilleverdeling: dat vinden wij bijzonder, dat dat nu ineens naar voren komt. We hebben het in het coalitieakkoord eerder vastgesteld en besproken wat de portefeuilleverdeling is.

Ik wil het niet nalaten om te vermelden dat wij een coalitieakkoord hebben wat wij met drie partijen hebben vastgesteld en wat de raad ook vastgesteld heeft en waar we uit hun midden, uit die partijen, drie capabele bestuurders hebben gezocht om dat beleid te gaan uitvoeren en die hebben onderling die verdeling gemaakt die het beste bij hen past. Daar wil ik het even bij laten, dus dat sowieso. Wat ik wel nog even merkwaardig vind is, zeg maar, het kijken naar de buren - Eemnes, Laren - die allen ook uitgesproken hebben, de zelfstandigheid van hun dorpen te bepleiten en dat natuurlijk middels hun BEL-organisatie ook in de praktijk brengen. Nou, in ieder geval de partijen waar wij nu mee samenwerken in de coalitie, die omarmen die gedachte. Nou, kennelijk is dat niet overal het geval: in eerdere gelegenheden is wel eens gezegd dat er een fusie in de BEL zou moeten komen, zo ver zijn wij nog allemaal niet, maar het lijkt erop dat er enigszins op aangestuurd wordt en dat werpen we voorlopig nog even ver voor ons.

Ja, misschien - daar heb ik nog niet de raad en de mederaadsleden op horen reageren - maar ik heb u wel de suggestie gedaan om eens te kijken naar of het verstandig is, omdat wij heel veel geld besteden aan gemeenschappelijke regelingen en de BEL wordt er nu eens uitgehaald als men zegt: ‘ja dat is een autonome ontwikkeling en dat kost 280 duizend euro extra, hè, namens Blaricum’, maar u vergeet bijvoorbeeld in de regio Gooi en Vechtstreek, daar hebben wij twee posten staan die bij elkaar boven de twee ton uitkomen: GHD en de autonome ontwikkelingen samen. Ja, die GHD wordt gewoon aan de burgers doorbelast, maar dat vind ik eigenlijk nog erger, als ik het zo mag zeggen. Dus laten we het wel in het goede perspectief zien: dat we heel veel gemeenschappelijke regelingen hebben waar wij in de loop der tijd - we hebben het de afgelopen maanden meegemaakt - zien dat er heel veel begrotingen neergelegd worden en, ja, we nemen dat maar even aan en denken: ‘nou, dat zal wel’ en de een heeft een autonome ontwikkeling en de ander heeft weer een andere inflatiecorrectie die die toepast. Hoe staat men daar tegenover, om uit ons midden daar toch een soort van financiële specialisten op gezette tijden naar te laten kijken en dat te volgen, om dat wat meer dan nu hapsnap gebeurt die zaken te volgen? Ambtenaren vanuit ons doen dat ook natuurlijk, maar het zou goed zijn.

Ik zou daar graag een reactie daarop willen hebben. Nogmaals, het was een suggestie. De voorzitter: Maar wilt u een reactie van het college... De heer Pel: Nee, van de raad. De voorzitter: Of een reactie van de uw collega-raadsleden? De heer Pel: Van de raadsleden, ja. Ja, zeker. De voorzitter: Ja, dat zou ik ook denken, maar ik check even.

De heer Pel: Heel goed. De voorzitter: Dank. Ja. De heer Pel: Dan heb ik nog een opmerking over Partij van de Arbeid-GroenLinks die aangeeft dat de kadernota een structureel sluitende begroting aangeeft, maar dat gaf die nou net niet aan, dus dat is pas het geval nadat je die EJB hebt gelezen. Dat is het enige wat me nog even opviel. Nou, dat was het even voor deze tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. U kunt meteen ook reageren op de vraag die mijnheer Pel expliciet u stelt. Ik ga eerst naar De Blaricumse Partij en mevrouw Boersen. Gaat u uw gang. Mevrouw Boersen- de Jong: Nou, laat ik dan meteen met die reactie maar komen. Natuurlijk, mijnheer Pel, steunen wij zo’n financiële commissie, omdat het namelijk mijnheer Kemperman hier rechts van mij was die al tijdens de heidagen daar een warm pleidooi voor heeft gehouden. U was toen nog niet zo ver kennelijk, maar wij doen graag mee - en wij is in dit geval mijnheer Kemperman. Dat was het eerste punt. Het tweede punt, voorzitter is de Jongerenraad. Een aantal van u vinden het overdreven dat wij deze motie indienen.

Ik kan me dat voorstellen, dat u dat nu zegt en ik zal u ook aangeven - mijnheer Wiegel heeft daar heel specifiek om gevraagd - waarom dan nu deze motie? Het was een van onze jongste partijleden die met een groot artikel in de krant heeft gestaan om de Jeugdraad in Blaricum in te stellen, dus het is niet zo dat wij het pikken uit uw coalitieakkoord. Wellicht - maar dat wil ik eigenlijk niet zeggen - is het omgekeerde het geval, maar laten we zeggen dat we allemaal op hetzelfde moment hetzelfde idee hadden. Dat op de eerste plaats. Waarom dan op dit moment toch die motie, ook al staat die in het coalitieconvenant en, uiteraard: ik heb het coalitieakkoord wel... Ik denk dat ik het net zo goed ken inmiddels als u. Ten eerste heb je voor dat instellen van zoiets geld nodig en de kadernota is nou eenmaal het middel om daarvoor geld te reserveren. Als je een stukje geld in de begroting opneemt kan je in ieder geval zeggen: ‘de financiële dekking, die is er’. Dat is één. Twee: in uw coalitieconvenant staat niet: ‘we doen het in 2022’, ‘we doen het in 2023’ - nee, het kan wel dat u het in 2026 doet. Want mijn achterban is zo enthousiast daarvoor dat we eigenlijk liever nu beginnen en niet in 2023. Ik begrijp dat het niet anders kan dan in 2023, dat staat ook in de motie en dat is het tweede punt waarom we hem nu indienen. Het derde punt is: we moeten werken met DVO.

Het is not done om zoveel mogelijk dingen ad hoc te doen, dus proberen wij daar structuur in aan te brengen ten behoeve van de werkdruk in de BEL-organisatie. Als zij weten dat het van Blaricum gevraagd wordt om in 2023 die Jongerenraad in te gaan stellen, dan weten zij ook hoeveel uren zij daarvoor moeten reserveren. Dan wat de Jongerenraad betreft: het maakt ons echt niet uit of het een Jongerenraad is, het is misschien iets te zwart wit gesteld in de motie, excusez le mot... Les mots, de woorden. Maar wij vinden het belangrijk dat er een Jongerenraad komt, en of die nou tot 18 is, of tot 20 of tot 23 - nou, dat laat ik helemaal aan het college over, als er maar een middel komt voor jongeren om hun ideeën te kunnen uiten. Ik doe ook dan een beroep op degenen die al in eerste instantie gezegd hebben: ‘wij steunen die raad niet’ om het toch nog eens een keer te overwegen. Ik denk dat u heel veel jongeren zou teleurstellen, ik ken er een aantal die ook weten dat we vanavond deze motie indienen, die ook zeer teleurgesteld zijn als ze nu met een kluitje in het riet gestuurd worden. Dat wat de Jongerenraad betreft. Dan moet ik even kijken wat ik nog meer heb opgeschreven. Mevrouw Kukupessy: De D66-motie. Mevrouw Boersen- de Jong: De D66-motie, ja, mevrouw Kukupessy. Het instellen van het isolatiefonds, die onderschrijven wij van harte.

Wij hebben nog niet meeondertekend, het is gewoon

een slip of the pen geweest om daar niet op te reageren. Wij zijn ook een partij die de duurzaamheid heel hoog in het vaandel hebben en wij zien ook de problematiek die u zojuist geschetst heeft. Ik heb de wethouder Duurzaamheid daar nog niet over gehoord en ik ben wel erg benieuwd wat hij daarvan vindt. Wat de motie Duurzaamheid... Nou, ja, de portefeuilleverdeling, dat is het laatste wat ik erover wil zeggen: natuurlijk is het aan het college, het is niet omdat ik iemand een bepaalde portefeuille niet gun, maar het is meer om de zwaarte van een portefeuille goed te verdelen over drie mensen. Als je één persoon heel erg zwaar belast, dan kunnen dingen gewoon in het gedrang komen. Het college hoeft daar niet meer op te reageren, ik heb mijn statement gemaakt, het college weet hoe ik erover denk en natuurlijk is het niet aan mij om daar een verandering in aan te brengen, in die verdeling. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik had u al aangegeven dat het college geen behoefte had om op beide ingediende moties te reageren, dat u dat ook vooral heel goed zelf af kunt, volgens ons.

Mevrouw Boersen- de Jong: Ik snap wat u zegt en toch, misschien in dit geval dan niet, maar er zijn toch momenten waarop een raadslid behoefte heeft aan iemand die er wat dieper in zit, die er wat meer op dat moment verstand van heeft, om te weten wat je dan eigenlijk in zo’n motie vraagt. Maar ik accepteer nu dat er geen reactie komt. De voorzitter: Als uw raad hem aanneemt, dan gaat u daar vanzelf een reactie op krijgen van het college. Ik ga door naar de VVD. De heer Wiegel: Ik ga weer dichterbij zitten. De voorzitter: Ja, maar het werkt wel. Ja. De heer Wiegel: Dan werkt het weer, hè. De voorzitter: Ja. De heer Wiegel: Even kijken. Allereerst over de twee moties. Ik moet u eerlijk zeggen: toen ik die moties las, zowel degene van D66 als ook van De Blaricumse Partij, was mijn eerste reactie: ‘goh, een beetje prematuur, waarom nu? Had nog even gewacht tot na het zomerreces, dan hebben we de college-uitwerkingen en dan kan je alsnog wat doen’. Toen heb ik de moties nog eens wat nader gelezen en toen kwam ik tot de slotsom dat als ik kijk naar een motie zoals D66 die voorstelt, die wij ook meeondertekenen als VVD, dan zie je: daar worden elementen toegevoegd. Dus ten opzichte van hetgeen dat wij in het coalitieakkoord hebben staan, worden er elementen toegevoegd en dat is voor ons de reden om te zeggen: ‘nou, beste collega’s, je hebt een punt.

De motie is goed, die moeten we meeondertekenen’. Nu kom ik bij de motie van mevrouw Boersen en dat heb ik toch niet gevonden. Ik ben echt begaan met het lot, zoals u dat daarnet schetste, over mensen die graag betrokken willen zijn - dat vinden wij perfect en u zal niemand in deze raad vinden die dat niet goed vindt - maar ik zou aan u willen voorhouden: houd u motie dan nog even aan. Straks komt de collegeuitwerking en als dan blijkt dat de college-uitwerking u niet bedient zoals u bedient zou willen worden, dan kunt u alsnog weer indienen. Ik ben ervan overtuigd dat ook uw achterban die drie maanden uitstel best wel kan hebben. Ik denk ook als je kijkt naar de tijd die er nodig is om zo’n Jongerenraad in te stellen, dan zal dat ook geen probleem zijn. Dus in die zin denk ik - en dat zal mijn voorstel tegen de uwe zijn - al is het heel sympathiek wat u opgeschreven heeft: houd dat nog even aan, straks komt de college-uitwerking, is die niet afdoende zoals u dat gedacht heeft, dien hem dan weer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11699694/2