CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Sociaal Domein HBEL-maatregelen Bijlage 4 Een toekomstbestendig social domein lokale maatregelen

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente blaricumBij agendapunt: HBEL-maatregelen Sociaal Domein11.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een toekomstbestendig sociaal domein: lokale maatregelen HBEL-gemeenten februari 2021

gemeente Huizen gemeente Blaricum gemeente Eemnes gemeente Laren

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Oorzaken kostenstijgingen 3. Uitgangspunten voor de ontwikkeling van maatregelen 4. Een overzicht van de maatregelen: vier sporen 5. Beschrijving van de maatregelen 5.1. Wmo begeleiding regulier lokaal organiseren 5.2. Lichte begeleiding jeugd lokaal organiseren 5.3. Lichte ambulante jeugd ggz lokaal organiseren door de inzet van een praktijkondersteuner jeugd GGZ (POH-er) 5.4. Onderzoek lumpsum financiering specialistische begeleiding Wmo en jeugd 5.5. Vormen van dagbesteding als algemene voorziening en ontschot organiseren 5.6. Aanpassen normenkader tijdinzet huishoudelijke hulp 5.7. Toetsen financiële zelfredzaamheid bij aanvragen huishoudelijke hulp 5.8. Versterken/verbinden voorveld met de uitvoeringsdienst 5.9. Beëindigen Regeling tegemoetkoming chronisch zieken (RTC) en een aantal vergoedingen onderbrengen bij de bijzondere bijstand 5.10. Versoberen mantelzorgcompliment 5.11. Analyse van toewijzingen en verlengingen binnen de eigen uitvoeringsdienst 5.12. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer 6. Grip op het sociaal domein

2

1. Inleiding Landelijk gezien is er sprake van grote kostenstijgingen in het sociaal domein. De HBEL gemeenten vormen hierop helaas geen uitzondering. Uit de eerste rapportage van de VNG-visitatiecommissie over de financiële beheersbaarheid Sociaal Domein: “Grip op het Sociaal Domein” komt een voor onze gemeenten herkenbaar beeld naar voren: kostenstijgingen door toename van de aanvragen en duur en intensiteit van de trajecten. En frustratie over de beperkte beleidsvrijheid van gemeenten om echt te kunnen sturen op de uitgaven door onder andere de rijksregelgeving en de verwijzingen naar jeugdhulp door andere verwijzers waarbij gemeenten geen sturing hebben op omvang, duur en intensiteit van deze hulp. Een steeds groter wordende groep van financieel draagkrachtige inwoners maakt gebruik van voorzieningen in het kader van de WMO en de Jeugdwet. Er is op dit moment geen zicht op eventuele veranderingen in rijksbeleid. De afgelopen jaren hebben we al veranderingen ingezet in het sociaal domein. Meer welzijn, minder zorg en het versterken van de sociale basis staan daar bij centraal. Speerpunten hierbij zijn onder meer een veilig, gezond en kansrijk opgroeiklimaat, stimuleren van deelname van inwoners aan de samenleving, langer comfortabel thuis wonen, financiële zelfredzaamheid, voorkomen van gezondheidsproblemen, faciliteren van burgerinitiatieven en een inclusieve samenleving.

De huidige ontwikkelingen maken maatregelen noodzakelijk waarbij we zoveel mogelijk de ingezette koers willen behouden. Maatregelen zijn of worden ontwikkeld op HBEL-niveau en regionaal niveau. In dit document leest u de maatregelen die we op lokaal en HBEL-niveau nemen om het sociaal domein betaalbaar te houden in de komende jaren, voorafgegaan door een korte analyse van de kostenstijgingen (in eerdere rapportages en informatiebrieven staan uitgebreidere analyses) en de uitgangspunten die de basis zijn voor het ontwikkelen van deze maatregelen.

2. Oorzaken kostenstijgingen De kostenstijgingen in het sociaal domein zijn onveranderd een gevolg van ontwikkelingen die overal in Nederland spelen: - Complexere samenleving: grotere groep kwetsbare inwoners en gezinnen loopt vast - Vergrijzing (in HBEL hoger dan het landelijk gemiddelde) - Rijksbeleid: invoeren van het abonnementstarief, ambulantisering van de GGZ Bij de voorzieningen zien wij dan vervolgens onveranderd deze ontwikkelingen: - Toename aanvragen en toewijzingen Wmo hulp bij het huishouden en begeleiding - Bij jeugd en Wmo worden beschikkingen omvangrijker en declaraties hoger - Zorgstapeling. Uit landelijke onderzoeken komt naar voren dat één van de redenen van kostenstijging is binnen Jeugd dat er “stapeling” van zorgtrajecten plaatsvindt. Er zijn twee vormen van stapeling te onderscheiden:  Verticale stapeling houdt in dat er voor één klant meerdere zorgaanbieders tegelijkertijd zijn aangesteld met een zorgtraject of meerdere voorzieningen worden ingezet;  Horizontale stapeling is dat er na de afloop van een zorgtraject met een resultaatdoelstelling en na benutting van het bijbehorende budget toch opnieuw, ondanks het niet behalen van de doelstellingen, een indicatie wordt gesteld en daarmee nieuw budget beschikbaar komt voor het (her)opstarten van het een volgend zorgtraject.

3

3. Uitgangspunten voor de ontwikkeling van maatregelen Maatregelen moeten zoveel mogelijk aansluiten bij onze visie en ambitie, en zo mogelijk de realisatie hiervan versnellen. Deze visie en ambitie vertaald in de volgende uitgangspunten, die als basis dienen voor de ontwikkeling en uitvoering van de maatregelen: - Een beweging van minder zorg, meer welzijn. - Meer inzet van laagdrempelige en flexibele ondersteuning. Dit vertalen we naar meer inzet van algemene voorzieningen, lokale begeleidingsteams, een poh-er, en andere lokale voorzieningen met betrekking tot zorg, welzijn en participatie. - Ondersteuning richt zich op doen wat nodig is. Dit betekent ook niet doen wat niet nodig is. Het gesprek aangaan met de inwoner wat echt nodig is, en wat niet noodzakelijk is. Ondersteuning om mee te kunnen doen aan de samenleving, waarbij niet altijd alle problemen opgelost hoeven te worden. Normaliseren, niet problematiseren of medicaliseren. Ondersteuning met zo mogelijk een eindpunt in zicht. - Wijze van organiseren en financiering die flexibiliteit in ondersteuning ondersteunen. Lumpsum financiering en financieringsvormen in het voorveld gaan samen met afspraken over resultaten voor groepen mensen. Dit biedt ruimte voor ondersteuning op maat per client.

Dit in tegenstelling tot geïndiceerde ondersteuning, hier worden bij de inkoop afspraken gemaakt over de inzet per client, en is minder flexibiliteit mogelijk. Aanvullend voordeel is dat deze werkwijze de administratieve lasten terugbrengt. - Samenwerking tussen organisaties in lokale netwerken. Om de inwoner de best passende ondersteuning te geven en zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale mogelijkheden. Omdat een aantal belangrijke partijen (welzijn, huisartsen) lokaal veel autonomie hebben en elkaar persoonlijk kennen belangrijk is voor vertrouwen en samenwerking, ligt het zwaartepunt van de samenwerking op lokaal niveau. - Samenwerking werkt het beste met een overzichtelijk aantal partijen. Een overzichtelijk aantal partijen helpt ook de inwoner bij het vinden van de best ondersteuning. Ten opzichte van de huidige situatie is bij een aantal vormen van ondersteuning het terugbrengen van het aantal aanbieders gewenst, bijvoorbeeld bij het leveren van begeleiding. Er moet voldoende diversiteit zijn om een goede match tussen inwoner en ondersteuner te maken, deze diversiteit kan binnen een organisatie aanwezig zijn. - Een uitvoeringsdienst/toegang die is aangesloten op deze lokale netwerken. Deze uitvoeringsdienst is een (niet de enige) toegang voor inwoners voor deze lokale ondersteuning en zo nodig een toegang voor geïndiceerde ondersteuning.

Een lokale toegang die integraal werkt en het totale overzicht heeft op de lokale mogelijkheden en regionale vormen van ondersteuning. - Samenwerking en verbinding lokaal-regionaal is belangrijk. Met als uitgangspunt lokaal wat kan, regionaal wat moet of specifieke voordelen biedt, en een toegang die lokaal is belegd. - Samenvattend maken we de beweging naar meer flexibiliteit in de ondersteuning per client, laagdrempeligheid, minder administratieve lasten, meer de lokale samenwerking. Aandachtspunten zijn passende ondersteuning bij minder aanbieders voor ondersteuning, een aanzuigende werking door laagdrempeligheid en de mogelijkheid/wenselijkheid van wachtlijsten.

4

4. Een overzicht van de maatregelen: vier sporen We onderscheiden vier sporen om in de uitgaven in het sociaal domein te besparen, waarbij we de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en ook het huidige rijksbeleid als een gegeven beschouwen. 1. Transformatie: de reeds ingezette ontwikkeling wordt doorgezet om het volume van de inzet van maatwerkvoorzieningen terug te brengen door ondersteuning anders te organiseren met waar mogelijk een budgetplafond. Daarnaast organiseren we deze ondersteuning dichter bij huis, zodat we meer regie hebben op de inzet van ondersteuning en (lokale) samenwerking beter te organiseren is. De maatregelen zijn:

Maatregel Ambulante begeleiding volwassenen lokaal organiseren Ambulante begeleiding jeugd lokaal organiseren Lichte ambulante jeugd ggz lokaal organiseren door de inzet van een praktijkondersteuner jeugd GGZ (POH-er) Onderzoek lumpsum financiering specialistische begeleiding Wmo Onderzoek lumpsum financiering specialistische begeleiding Jeugd Vormen van dagbesteding als algemene voorziening en ontschot organiseren Aanpassen normenkader tijdinzet huishoudelijke hulp Versterken/verbinden voorveld met de uitvoeringsdienst

Verwachte netto besparing per 2024 Huizen Blaricum Eemnes Laren 175.000 33.000 13.000 34.000 37.000 15.000

15.000 -

-

28.000 -

330.000

30.000

50.000

115.000

220.000

97.000

-

20.000

54.000

7.700

4.000

27.000

900.000

171.000

143.000

167.000

Pm

Pm

Pm

Pm

2. Het verlagen van de lasten door het versoberen van bestaande regelingen en voorzieningen. De maatregelen zijn: Verwachte netto besparing per 2024 Maatregel Huizen Blaricum Eemnes Laren Besparing bewindvoering adviesrecht (1) 8.000 3.200 2.800 2.000 Beëindigen Regeling tegemoetkoming chronisch 53.000 46.000 34.000 53.000 zieken (RTC) en een aantal vergoedingen onderbrengen bij de bijzondere bijstand Versoberen mantelzorgcompliment 69.000 11.000 Ad 1: deze maatregel wordt niet in dit document beschreven, maar wordt later dit jaar uitgewerkt in het beleidsplan schuldhulpverlening. 3. Toegang: We onderzoeken hoe we bij onze eigen uitvoeringsdienst aanpassingen kunnen doorvoeren wat betreft de werkwijze van toewijzen van voorzieningen, wat kan leiden tot het afgeven van lagere indicaties. Hier aan gekoppeld is een traject van waardengericht werken, waarbij we met betrokkenen de discussie aangaan over de waarden die gekoppeld zijn aan onze dienstverlening, de verantwoordelijkheid van de gemeente, aan de grenzen van onze ondersteuning, ontzorgen en normaliseren. Verwachte netto Maatregel besparing per 2024 Analyse van toewijzingen en verlengingen binnen de eigen Besparingen afhankelijk van uitvoeringsdienst, wat kan leiden tot het afgeven van lagere indicaties. uitkomsten analyses Hieraan gekoppeld een traject van waardengericht werken. en vervolg.

5

4. Verhogen van de structurele baten binnen het sociaal domein door waar dat mogelijk is de gemeentelijke inkomsten structureel te verhogen. In de praktijk zijn de mogelijkheden hiervoor beperkt. Verwachte netto besparing per 2024 Maatregel Huizen Blaricum Eemnes Laren Verhogen incassoratio terugvordering (1) Pm Pm Pm Pm Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer 6.250 1.000 Ad 1: deze maatregel wordt niet in dit document beschreven, maar wordt op een later moment uitgewerkt,

6

5. Beschrijving van de maatregelen 5.1. Wmo begeleiding regulier lokaal organiseren

Aanleiding Wmo begeleiding regulier laat de laatste jaren een toename in omvang zien. Een toename van aantal inwoners, maar vooral van omvang van de ondersteuning per inwoner. Tegelijkertijd wordt het voorveld weinig ingezet bij deze casussen terwijl daar wel mogelijkheden liggen. In het huidige systeem (p x q financiering) is er een prikkel bij aanbieders tot maximalisatie van de omzet. Bij de algemene voorziening begeleiding regulier in de eigen organisatie kunnen we meer sturen op kortere, minder intensieve trajecten van begeleiding en op samenwerking met het voorveld. Ambitie en doelen Met deze maatregel beogen we: Mensen met een lichte begeleidingsbehoefte naar tevredenheid te helpen. Bij deze ondersteuning gebruik te maken van andere voorzieningen in het voorveld. Gemiddeld kortere en/of minder intensieve trajecten te realiseren in vergelijking met geïndiceerde trajecten begeleiding individueel regulier. Op basis van behoefte en mogelijkheden, nieuwe vormen van ondersteuning ontwikkelen (groepsgewijs, maatjes, etc). En hiermee een kostenbesparing te realiseren door: Goedkopere trajecten per inwoner (doordat trajecten minder in omvang zijn) Minder gemeentelijke capaciteit nodig is om indicaties te stellen. Door vaste capaciteit is te sturen op de totale kosten en de beheersbaarheid hiervan (waarbij wel wachtlijsten kunnen optreden)

Afbakening/doelgroep De ondersteuning is bedoeld voor mensen die nu voor ge-indiceerde begeleiding wmo regulier in aanmerking komen: zonder deze begeleiding niet thuis zouden kunnen wonen of zouden verwaarlozen. Bij de ondersteuning gaat het daarbij om mensen die lichte of matige beperkingen hebben op het terrein van sociale zelfredzaamheid, bewegen en verplaatsen/fysieke zelfredzaamheid, (probleem)gedrag, psychisch functioneren, geheugen en de oriëntatie. In de praktijk gaat het veelal om ouderen met geheugenproblemen, mensen met psychische of psychosociale problemen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap. Op basis van de cijfers van eind 2019 gaat het bij de lichte begeleiding om in totaal 366 unieke inwoners. De inwoners zijn als volgt verdeeld over de gemeenten: Huizen 262 unieke inwoners Blaricum 39 unieke inwoners Eemnes 32 unieke inwoners Laren 33 unieke inwoners De doelgroep is grofweg in twee groepen op te delen: mensen die een afgebakende vraag/behoefte hebben en die met een tijdelijk traject ondersteund worden, en mensen die langdurig/structureel ondersteuning nodig hebben. Bij de eerste groep mensen is het verkorten van trajecten een ambitie, bij beide groepen minder intensieve trajecten en inzet van andere vormen van ondersteuning.

De ondersteuning bij begeleiding regulier is relatief ‘standaard’, dit maakt dat het mogelijk is op de schaal van de HBEL dit met een vast team te organiseren is. Daar waar de benodigde ondersteuning niet in het lokale team aanwezig is, kan ge-indiceerde ondersteuning worden ingezet.

Activiteiten, positionering, organisatie In den lande wordt op diverse plekken de lichte of reguliere ondersteuning als voorliggende voorziening georganiseerd. Veelal in de vorm van een buurt- of wijkteam. Winst van deze vorm is effectieve inzet gericht op passende ondersteuning in plaats van het uitnutten van indicaties, de verbinding met lokale voorliggende mogelijkheden en een slag in efficiëntie omdat het indicatieproces niet nodig is. Omdat deze wijkteams vaak bestaan uit medewerkers van verschillende organisaties, wordt gerapporteerd dat de afstemming tussen organisaties tijd kost, net zoals de afstemming van disciplines van de gemeente die vaak niet in het wijkteam zitten, zoals werk & inkomen. De buurtteams van Incluzio voor de gemeente Utrecht zijn hiervoor een goed voorbeeld. 7

Door de algemene voorziening binnen de gemeentelijke organisatie te positioneren, kan de begeleider direct (binnen de eigen organisatie) gebruik maken van de kennis en kunde van collega begeleiders. Als inzet vanuit bijvoorbeeld werk & inkomen of schuldhulpverlening nodig is, kan deze ook snel worden ingezet. Er komen twee teams met begeleiders: een team dat zich richt op jongeren tot 27 jaar en een team dat zich richt op volwassen van 27 jaar en ouder. Dit is eenzelfde indeling als de teams met consulenten. Het team tot 27 jaar bevat zowel begeleiders Wmo als begeleiders Jeugd. Alle begeleidingsvragen komen langs deze teams, zonder dat voorafgaand een indicatie nodig is. Deze teams hebben het overzicht over het totaal van mensen dat ondersteuning krijgt. Omdat niet hoeft te worden gewerkt naar de kaders van de indicaties, is er de vrijheid om de ondersteuning zo goed mogelijk aan te passen aan de behoeften en mogelijkheden. Dit kunnen bijvoorbeeld ook activiteiten in groepsverband zijn. Onderzoek van Movisie naar ervaringen in den lande laat zien dat een caseload van 25 reëel is. Om 366 inwoners te kunnen bedienen, is naar verwachting 14,6 fte aan medewerkers nodig. Bij de berekening is uitgegaan van gemiddeld salarisschaal 8. Dit is een hogere inschaling dat nu wordt gehanteerd.

Hiermee is ruimte voor de inzet van professionals die naast de reguliere begeleiding ook vaardigheden hebben op de beheersing van de in- en uitstroom en/of specialistische begeleiding kunnen leveren. Daar bovenop is rekening gehouden met 25% indirecte kosten. Implementatie Er wordt een ingroeitraject gehanteerd. De start is met nieuwe instroom. Bij succes wordt er stapsgewijs opgeschaald. Op het moment dat een opschaling betekent dat hiermee een groot aandeel mensen wordt ondersteund die voorheen werden ondersteund aanbieders op basis van geïndiceerde individuele begeleiding, komen we op het punt dat we de regionale inkoop afspraken voor lichte begeleiding kunnen of moeten opzeggen. In de vernieuwde inkoop afspraken die per begin 2021 van kracht zijn, is voorzien in de mogelijkheid van tussentijds stoppen met een opzegtermijn.

Resultaten in het land Er wordt in het land op een groot aantal plekken gewerkt met lokale teams. Een pilot in Hilversum waarbij lichte begeleiding als algemene voorziening wordt ingezet door een netwerk van partijen, laat een besparing van ongeveer 25% zien ten opzichte van geïndiceerde reguliere begeleiding. Hierbij wordt opgemerkt dat de samenwerking nog verbeterd kan worden en de hulpvraag nog sneller bij de juiste professional kan komen. Deze pilot werkte tot nu toe alleen met inwoners en die een nieuwe instroom zijn, niet met mensen die voor herindicatie in aanmerking komen. Financiën

Gemeente Huizen Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

€ € €

2021 . . .

Gemeente Blaricum Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € . € .

Gemeente Eemnes Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € . € .

2023 . . .

2024 € . € . € 175.000

2022 € . € . € .

2023 € . € . € .

2024 € . € . € .

2022 € . € . € .

€ € €

€ € €

2022 . . .

€ € €

2023 . . .

€ € €

2024 . . .

8

Gemeente Laren Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € 91.324 € .

€ € €

2022 . . .

€ € €

2023 . . .

€ € €

2024 . . .

Betreft indicatieve berekeningen, waarbij zowel ten aanzien van de te realiseren besparingen/opbrengsten als van de investering sprake zal zijn van bandbreedtes.

9

5.2. Lichte begeleiding jeugd lokaal organiseren Aanleiding Begeleiding laat de laatste jaren een toename in omvang zien. Een toename van aantal inwoners, maar vooral van omvang van de ondersteuning per inwoner. In het huidige systeem (p x q financiering) is er een prikkel bij aanbieders tot maximalisatie van de omzet. Bij de algemene voorziening begeleiding in de eigen organisatie kunnen we meer sturen op kortere, minder intensieve trajecten van begeleiding en op samenwerking met het voorveld. Ambitie en doelen Met deze maatregel beogen we: Mensen met een lichte begeleidingsbehoefte naar tevredenheid te helpen. Bij deze ondersteuning gebruik te maken van andere voorzieningen in het voorveld. Gemiddeld kortere en/of minder intensieve trajecten te realiseren in vergelijking met trajecten lichte begeleiding. Op basis van behoefte en mogelijkheden, nieuwe vormen van ondersteuning ontwikkelen (groepsgewijs, maatjes, etc) En hiermee een kostenbesparing te realiseren door: Goedkopere trajecten per inwoner (doordat trajecten minder in omvang zijn) Minder gemeentelijke capaciteit nodig is om indicaties te stellen.

Door vaste capaciteit is te sturen op de totale kosten en de beheersbaarheid hiervan (waarbij wel wachtlijsten kunnen optreden) Afbakening/doelgroep Door in te zetten op die begeleiding die relatief ‘standaard’ is, waarbij enkele grote doelgroepen te onderscheiden zijn, is het mogelijk dit op de schaal van de HBL met een vast team te organiseren is. Daar waar de benodigde ondersteuning niet in het lokale team aanwezig is, kan geïndiceerde ondersteuning worden ingezet. Ondersteuning kan zich onder meer richten op begeleiden bij: tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties); sociaal-emotionele problematiek; sociale participatie (bijvoorbeeld hulp bij de opbouw van een sociaal netwerk); Op basis van de cijfers van eind 2019 gaat het bij de lichte begeleiding om in totaal 120 unieke jeugdigen. De jeugdigen zijn als volgt verdeeld over de gemeenten: - Huizen 96 unieke jeugdigen - Blaricum 11 unieke jeugdigen - Laren 13 unieke jeugdigen Positionering, activiteiten, organisatie In den lande wordt op diverse plekken de lichte ondersteuning als voorliggende voorziening georganiseerd. Veelal in de vorm van een buurt- of wijkteam.

Winst van deze vorm is effectieve inzet gericht op passende ondersteuning in plaats van het uitnutten van indicaties, de verbinding met lokale voorliggende mogelijkheden en kostenbesparing omdat het indicatieproces niet nodig is. Omdat deze wijkteams vaak bestaan uit medewerkers van verschillende organisaties, wordt gerapporteerd dat de afstemming tussen organisaties tijd kost, net zoals de afstemming van disciplines van de gemeente die vaak niet in het wijkteam zitten, zoals werk & inkomen. Door de algemene voorziening binnen de gemeentelijke organisatie te positioneren, kan de begeleider direct (binnen de eigen organisatie) gebruik maken van de kennis en kunde van collega begeleiders. Als inzet vanuit bijvoorbeeld werk & inkomen, leerlingenvervoer of schuldhulpverlening nodig is, kan deze ook snel worden ingezet. De overgang naar volwassenheid is beter te maken omdat de WMO ondersteuning in huis is. Als de ondersteuning ontoereikend is, kan worden doorverwezen naar geïndiceerde ondersteuning.

10

De begeleider Jeugd worden gepositioneerd in een team met begeleiders dat zich richt op jongeren tot 27 jaar. Dit is eenzelfde indeling als de teams met consulenten. Dit team bevat zowel begeleiders Wmo als begeleiders Jeugd. Omdat niet hoeft te worden gewerkt naar de kaders van de indicaties, is er de vrijheid om de ondersteuning zo goed mogelijk aan te passen aan de behoeften en mogelijkheden. Dit kunnen bijvoorbeeld ook activiteiten in groepsverband zijn. Onderzoek van Movisie naar ervaringen in den lande laat zien dat een caseload van 25 reëel is. Om de inwoners te kunnen bedienen, is naar verwachting 4,8 fte aan medewerkers nodig. Bij de berekening is uitgegaan van gemiddeld salarisschaal 8. Dit is een hogere inschaling dat nu wordt gehanteerd. Hiermee is ruimte voor de inzet van professionals die naast de reguliere begeleiding ook vaardigheden hebben op de beheersing van de in- en uitstroom en/of specialistische begeleiding kunnen leveren. Daar bovenop is rekening gehouden met 25% indirecte kosten. Implementatie Er wordt een ingroeitraject gehanteerd. De start is met nieuwe instroom. Bij succes wordt er stapsgewijs opgeschaald.

Op het moment dat een opschaling betekent dat hiermee een groot aandeel mensen wordt ondersteund die voorheen werden ondersteund aanbieders op basis van geïndiceerde individuele begeleiding, komen we op het punt dat we de regionale inkoop afspraken voor lichte begeleiding kunnen of moeten opzeggen. In de vernieuwde inkoop afspraken die per begin 2021 van kracht zijn, is voorzien in mogelijkheid van tussentijds stoppen met een opzegtermijn. Resultaten in het land Er wordt in het land op een groot aantal plekken gewerkt met lokale teams. Een bekend voorbeeld is Incluzio in Utrecht dat werkt met buurtteams, ook voor lichte jeugdbegeleiding, zie de alinea onder het kopje ‘positionering’. Financiën

Gemeente Huizen Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € . € .

€ € €

2022 . . .

Gemeente Blaricum Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € . € .

2022 € . € . € .

2023 € . € . € .

2024 € . € . € .

Gemeente Laren Investering Opbrengsten Netto bezuiniging

2021 € . € . € .

2022 € . € . € .

2023 € . € . € .

2024 € . € . € .

€ € €

2023 . . .

€ € €

2024 . . .

Betreft indicatieve berekeningen, waarbij zowel ten aanzien van de te realiseren besparingen/opbrengsten als van de investering sprake zal zijn van bandbreedtes.

11

5.3. Lichte ambulante jeugd ggz lokaal organiseren door de inzet van een POH-er Aanleiding Belangrijke verwijzers naar ambulante jeugd ggz zijn huisartsen en in mindere mate de gemeente. Huisartsen en de gemeente zien de afgelopen jaren dat het aantal indicaties, de omvang en uitnutting toeneemt bij de ambulante jeugd ggz. In het huidige systeem (p x q financiering) is er een prikkel bij aanbieders tot maximalisatie van de omzet. Huisartsen geven aan tot nu toe vrijwel alle ggz hulpvragen door te zetten naar geïndiceerde hulpverlening, bij gebrek aan een alternatief, waarbij de geïndiceerde hulp als relatief ‘zwaar’ wordt ervaren in relatie tot de vraag. Er is behoefte aan een alternatief voor een deel van de geïndiceerde jeugd ggz. Om zo passende hulp te bieden en om verwijzingen naar jeugdhulp te verminderen. Op basis van ervaringen in den lande, hebben partijen de verwachting dat de inzet van een POH-er jeugd GGZ (praktijkondersteuner huisartsen) hiervoor een veelbelovend alternatief is. Ambitie Met deze maatregel beogen we: Onderdelen van jeugdhulp, met name die pakketten die nu door de huisartsen worden ingezet, als voorliggende voorziening te laten verzorgen.

Samenwerking tussen groepspraktijken en gemeente te versterken op casusniveau om de juiste zorg in te zetten waarbij het voorveld en andere gemeentelijke ondersteuning benut kan worden in plaats van geïndiceerde jeugdhulp. Doel Met deze laatste maatregel beogen we: Mensen met een hulpbehoefte naar tevredenheid te helpen. Gemiddeld kortere en/of minder intensieve trajecten te realiseren in vergelijking met trajecten geïndiceerde ambulante jeugd ggz. Minder geïndiceerde trajecten ambulante jeugd ggz en meer gebruik te maken van afgeschaalde hulp door gebruik te maken van de inzet van voorzieningen in het voorveld. Versterken van de samenwerking tussen groepspraktijken, gemeentelijke consulenten en gemeentelijke begeleiders, gericht op signalering en waar nodig in samenwerking een brede (integrale) aanpak van problematiek in de gezinnen en/of huishoudens En hiermee een kostenbesparing te realiseren door goedkopere trajecten per client (doordat trajecten minder in omvang zijn). Afbakening/doelgroep Jeugdhulp als voorliggende voorziening, richt zich op relatief eenvoudige hulpvragen gericht op jeugdigen (18-) waarvoor geen specialistische ggz nodig is. En die door een generalistische jeugdhulpverlener te geven is. Dit is te organiseren op de lokale schaal, gezien omvang in de HBL. In 2019 zijn totaal in HBL-verband 550 unieke jeugdigen met trajecten van ambulante jeugd ggz geweest.

De verdeling is als volgt: -

Huizen Blaricum Laren

355 Jeugdigen 93 Jeugdigen 102 Jeugdigen

Activiteiten, positionering, organisatie De POH-er heeft als belangrijkste taken het leveren van kortdurende hulp, het versterken van de samenwerking met gemeentelijke consulenten en begeleiders en waar passend het inzetten van/toeleiden naar voorliggende voorzieningen. Jeugdhulp als voorliggende voorziening, houdt in dat de huisarts (of consulenten) mensen doorverwijzen naar deze hulpverlener zonder indicatie, zonder p x q financiering, met een vaste capaciteit waarbinnen alle hulpvragen opgepakt worden. De verwachting is dat door deze andere werkwijze de trajecten via de POH-er gemiddeld kortere en/of minder intensief zijn dan vergelijkbare trajecten waarbij geïndiceerde zorg wordt ingezet.

12

Als deze ondersteuning ontoereikend is, kan worden doorverwezen (door de huisarts of consulent) naar geïndiceerde ondersteuning. In den lande wordt op diverse plekken vormen van hulp als voorliggende voorziening georganiseerd. Veelal in de vorm van een poh-er bij een huisartspraktijk of in een lokaal wijkteam. Winst van deze vorm is effectieve inzet gericht op passende ondersteuning in plaats van het uitnutten van indicaties (kortere en/of minder intensieve trajecten) en de verbinding met lokale mogelijkheden. De POH-er wordt gepositioneerd bij de groepspraktijken of huisartsen. Deze positionering sluit aan bij behoefte huisartsen en betekent dat de hulpverlener zo dicht mogelijk bij de belangrijkste verwijzers zit, wat laagdrempeligheid en korte lijnen mogelijk maakt. De lokaal gepositioneerde POH-er betekent ook een versterking van de lokale samenwerking tussen huisartsen met de gemeente en jeugd en gezin doordat afspraken worden gemaakt over gezamenlijk overleg tussen de POH-er en gemeentelijke consulenten en gemeentelijke begeleiders. Gezamenlijk optrekken is gericht op signalering en waar nodig in samenwerking een brede (integrale) aanpak vormgeven van de problematiek in de gezinnen en/of huishoudens. In onze regio bestaat het C&A team. Dit team heeft voor huisartsen een adviesrol bij jeugd over de inzet van specialistische ggz.

De POH-er en het C&A team hebben hiermee afgebakende en aanvullende taken ten opzichte van elkaar. Resultaten in het land Onderzoek van skjeugd (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) geeft inzicht in de effecten in de POH-ers die zij hebben onderzocht in het land. Uitkomst is dat de POH-er zelf 41% van de trajecten afrond, bij 47% verwijst en 12% anders. Het onderzoek heeft ook een rekenmodel voor de financiële opbrengsten opgeleverd. Dit model geeft aan dat een kostenbesparing van 25% op de gemeentelijke kosten voor ambulante jeugd ggz reëel is, waarbij we alleen kijken naar die trajecten waarbij de POHer is ingezet. Regelmatig komen nieuwe onderzoeken met resultaten over de inzet van de POH-er. Positieve effecten op de kwaliteit van de hulp komen regelmatig naar voren. De resultaten over de verwachte financiële effecten lopen uiteen. Financiën Blaricum en Laren nemen de POH-er zelf in dienst, zodat hieronder alleen de investering en opbrengst van Huizen wordt vermeld.

Gemeente Huizen

2021

2022

2023

2024

Investering

€ 50.821

€ 50.821

€ 50.821

€ 50.821

Opbrengsten

€ 58.821

€ 60.821

€ 63.321

€ 65.821

Netto bezuiniging

€ 8.000

€ 10.000

€ 12.500

€ 15.000

Betreft indicatieve berekeningen, waarbij zowel ten aanzien van de te realiseren besparingen/opbrengsten als van de investering sprake zal zijn van bandbreedtes.

13

5.4. Specialistische begeleiding Wmo en Jeugd via een lumpsum financiering organiseren Aanleiding Specialistische begeleiding laat de laatste jaren een toename in omvang zien. Een toename van aantal inwoners, maar vooral van omvang van de ondersteuning per inwoner. In het huidige systeem (p x q financiering) is er een prikkel bij aanbieders tot maximalisatie van de omzet. Een andere manier van financieren geeft andere prikkels. Bij een lumpsum financiering is de prikkel om met een afgebakende capaciteit vooraf gestelde doelen te behalen. Ambitie en doelen Met deze maatregel beogen we: - Mensen met een specialistische begeleidingsbehoefte naar tevredenheid helpen. - Bij deze ondersteuning gebruik te maken van andere voorzieningen, zoals het voorveld. - Gemiddeld kortere en/of minder intensieve trajecten te realiseren in vergelijking met de huidige trajecten specialistische begeleiding. - Op basis van behoefte en mogelijkheden, nieuwe vormen van ondersteuning ontwikkelen (groepsgewijs, maatjes, etc).

En hiermee een kostenbesparing te realiseren door: - Goedkopere trajecten per inwoner (doordat trajecten minder in omvang zijn) - Door vaste capaciteit te sturen op de totale kosten en de beheersbaarheid hiervan (waarbij wel wachtlijsten kunnen optreden) - Administratieve lastenvermindering en minder overheadskosten Afbakening/doelgroep De ondersteuning is bedoeld voor mensen die nu voor geïndiceerde specialistische begeleiding wmo of jeugd in aanmerking komen. De doelgroep is grofweg in twee groepen op te delen: mensen die een afgebakende vraag/behoefte hebben en die met een tijdelijk traject ondersteund worden, en mensen die langdurig/structureel ondersteuning nodig hebben. Bij de eerste groep mensen is het verkorten van trajecten een ambitie, bij beide groepen minder intensieve trajecten en inzet van andere vormen van ondersteuning. De totale doelgroep die op deze wijze wordt gefinancierd is ongeveer 446 inwoners/gezinnen: 281 vanuit de wmo en 165 vanuit jeugd met de volgende verdeling: - Huizen 134 unieke jeugdigen & 199 unieke inwoners - Blaricum 19 unieke jeugdigen & 23 unieke inwoners - Eemnes 0 unieke jeugdigen & 27 unieke inwoners - Laren 12 unieke jeugdigen & 32 unieke inwoners Wat is lumpsum financiering? Bij lumpsum financiering besteedt een gemeente de ondersteuning voor een complete doelgroep aan voor een vast bedrag.

Er ontstaat zodoende een maximum aan uitgaven voor de gemeente en omzetgarantie voor de zorgaanbieders. Zorgaanbieders krijgen de vrijheid om de ondersteuning in te vullen naar eigen inzicht. Voor gemeenten is dit aantrekkelijk omdat zij vooraf zekerheid hebben over de uitgaven, er sprake is van beperkte geldstromen en het vereist administratief relatief weinig handelingen. Afspraken kunnen worden gemaakt over prestaties zoals aantallen, de kwaliteit van de ondersteuning en de tevredenheid van cliënten. De afspraken over kwaliteit en tevredenheid kunnen dezelfde zijn als bij de huidige inkoop afspraken. Wanneer er vooraf prijs- en volumeafspraken zijn gemaakt is er niet meer de mogelijkheid om als gemeente te schuiven of zelfstandig te innoveren met zorgaanbod. Innovatie gebeurt dan in samenwerking met de aanbieder. Voor de verantwoording over de financiën, processen, doelen en resultaten wordt gebruik gemaakt van de methodiek van horizontaal toezicht. Hierbij ligt de focus niet op controle van gegevens achteraf, maar op samenwerking gedurende het hele proces. Hierbij is een uitgangspunt dat alle partijen vooraf overleg zoeken over zaken waarover een verschil van mening kan bestaan. 14

Activiteiten en positionering Er wordt ingezet op 1 zorgaanbieder voor specialistische jeugdbegeleiding en 1 aanbieder voor specialistische Wmo begeleiding die gefinancierd wordt om de zorg te regelen. Uitgangspunt is caseload van 20. Activiteiten in de ondersteuning van cliënten is in aanvang gelijk aan de huidige ondersteuning. Door de ruimte voor innovatie die deze systematiek biedt, kunnen andere activiteiten doorontwikkeld worden als dit ten goede komt aan doelstellingen zoals passende ondersteuning en efficiëntie. Specialistische begeleiding kopen we op dit moment regionaal in binnen de regio Gooi en Vechtstreek. Samen met de Regio werken we een pilot uit om deze nieuwe werkwijze op te zetten. Dit kan binnen de bestaande inkoop-afspraken. Opschalen bij succes heeft tot gevolg dat er wijzingen worden aangebracht in het huidige stelsel en werkwijze van inkopen (nu open-house met open-einde financiering). De bestaande afspraken bieden mogelijkheden voor het wijzigen van de afspraken. Klantreis Mensen kunnen terecht bij deze organisatie(s) op basis van verwijzing. Vanuit de Wmo komt de verwijzing vanuit de gemeente. Bij Jeugd zijn ook de andere bestaande verwijzers mogelijk. Hier verandert niets ten opzichte van de huidige werkwijze.

Ten opzichte van de huidige werkwijze, is een verschil dat cliënten en verwijzers in de nieuwe situatie veelal niet meer zelf kunnen kiezen welke aanbieder zij inzetten. Als men aanspraak wil maken op gemeentelijke vergoeding, kan dat alleen bij deze ene aanbieder waarmee de lumpsum afspraken zijn gemaakt. Als men naar een andere aanbieder wil, moet men dat zelf betalen. In de praktijk gaat het vaak op kostbare trajecten die mensen met een gemiddeld inkomen niet zomaar zelf kunnen betalen. Binnen de term specialistische begeleiding wordt een grote diversiteit aan hulpvragen opgepakt. Indien een ondersteuningsvraag niet kan worden opgepakt door de partij(en) waarmee de lumpsum afspraken worden gemaakt, moet het mogelijk zijn dat de ondersteuning door een andere partij wordt geleverd. Dit moet echter een uitzondering zijn, en is niet de oplossing voor eventuele wachtlijsten. (boven)Regionale expertteams kunnen de rol oppakken om in deze gevallen te adviseren over passende hulp. Financiën Uitgangspunt voor de berekening van de besparingen: - Salarisschaal voor deze functiegroep is FGW 45 o.b.v. CAO Gehandicaptenzorg, omgerekend is dit max. schaal 8 o.b.v. het gemeentelijke loonhuis - Een caseload van 20 personen. De huidige caseload is ruim 15 personen. O.b.v. van onderzoek1 is een caseload van 28 zeer gebruikelijk. - Vermindering van overhead.

Concentratie bij één aanbieder betekent dat aanzienlijk minder overhead nodig is. Schaalvoordelen worden meer benut. - In de lumpsum methodiek wordt één prijsafspraak gemaakt met de aanbieder voor de hele doelgroep/populatie. In deze prijsafspraak zitten alle kosten. De verwachte besparingen zijn per 2024. De komende jaren zullen een ingroeimodel laten zien, waarbij meespelen: - De snelheid van overgaan van bestaande cliënten naar de nieuwe aanbieder. - Kosten gemoeid met het opzeggen van bestaande inkoop-afspraken. - Investeringen voor de nieuwe werkwijze (deze zijn beperkt, denk aan het aanpassen van systemen). Dit zal lokaal moeten worden uitgevoerd. - Vermindering van de administratieve last - Verhoging van mate van samenwerking met zorgaanbieder op het gebied van controle en verantwoording. Dit kan door middel van horizontaal toezicht. Bij specialistische begeleiding, kunnen er grote verschillen zijn tussen casussen wat betreft de intensiteit van de begeleiding. Dit betekent dat een enkele, zeer intensieve casus een groot effect kan hebben op het totaal van inzet. Bij de nieuwe werkwijze, uitgaande van een vast bedrag/capaciteit, 1 https://www.integraalwerkenindewijk.nl/sites/integraalwerkenindewijk.nl/files/iww_imce/bestanden/iww-caseload-

lokale-teams.pdf

15

betekent dit dan een toename van complexe/tijdsintensieve casussen het gevolg kan hebben dat (tijdelijk) de beschikbare capaciteit voor het totaal ontoereikend is. Dat kan zich uiten in wachtlijst en de wens voor extra (tijdelijke) investeringen.

Wmo Gemeente Huizen Netto bezuiniging

€

Gemeente Blaricum Netto bezuiniging

2022 € .

2023 € .

2024 € .

Gemeente Eemnes Netto bezuiniging

2022 € .

2023 € .

2024 € .

Gemeente Laren Netto bezuiniging

2022 € .

2023 € .

2024 € .

Jeugd Gemeente Huizen Netto bezuiniging

2022 € .

2023 € .

2024 € .

Gemeente Blaricum Netto bezuiniging

2022 € .

2023 € .

2024 € .

Gemeente Laren Netto bezuiniging

€

2022 .

2022 .

€

€

2023 .

2023 .

€

€

2024 .

2024 .

Bovenstaande besparingen zijn indicatief.

16

5.5. Vormen van dagbesteding in een algemene voorziening organiseren en ontschot organiseren

Aanleiding Dagbesteding en werkervaringsplakken kennen verschillende vormen. Vanuit verschillende perspectieven (Wmo, participatie) wordt dagbesteding ingezet met verschillende doelen. Het organiseren, werven en/of beheren van werkervaringsplekken gebeurt binnen de gemeente vanuit Meedoen. Versa organiseert vormen van dagbesteding in het kader van de Wmo. (daarnaast doen diverse zorginstellingen en UWV dit voor hun cliënten). Meer samenhang kan winst opleveren voor een deel van de cliënten en voor de gemeenten.

Ambitie en doelen Bezien vanuit de inwoner en vanuit de uitvoeringsdienst kan dit palet aan vormen van daginvulling overzichtelijker georganiseerd worden en kan dit meer in samenhang worden georganiseerd. Waardoor mensen op de best passende plek kunnen meedoen. Al deze plekken noemen we participatieplekken. Met dit project beogen we: 1. Continuïteit en flexibiliteit in de ondersteuning door het ontschotten van begeleiding (en de coördinatie) van plekken 2. Toename van lokale participatieplekken: 3. Minder kosten bij dagbesteding en begeleiding op plekken door lichte dagbesteding als algemene voorziening te organiseren. Afbakening/doelgroep Waar hebben we het over bij participatieplekken? Binnen dit project hebben we het over die plekken waar een daginvulling wordt geboden, zonder dat er inkomsten/loon voor de client tegenover staan, en waar wel (beperkte) begeleiding aanwezig beschikbaar is. Vormen van participatieplekken: dagbesteding en werkervaringsplekken Een drietal vormen worden onderscheiden: 1. Belevingsgericht Mensen leren om te gaan met hun beperkingen en hoe zij zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven leven. De activiteiten zijn er tevens op gericht om verdere achteruitgang zoveel mogelijk te voorkomen. De belevingsgerichte dagbesteding geeft structuur en een zinvolle invulling van de dag.

Het voorkomt ook dat iemand geen sociale contacten meer heeft en geïsoleerd raakt. Denk bijvoorbeeld aan geheugenhuis of koffie om de hoek. 2. Arbeidsmatig Deze vorm van dagbesteding biedt een alternatief voor werk of school voor mensen die geen betaald werk kunnen doen. Het is een vorm van werken met professionele begeleiding. De activiteiten dragen bij aan de persoonlijke ontwikkeling van de klant en helpen hem om zo zelfstandig mogelijk te leven. Denk bijvoorbeeld aan kinderboerderij De Warande of vrijwilligers bij koffie om de hoek. 3. Ontwikkelingsgericht Deze vorm van dagbesteding werkt ernaar toe dat iemand kan doorstromen naar een betaalde baan, een participatieplek of vrijwilligerswerk. Klanten leren hier vaardigheden die ze nodig hebben op de werkvloer. Daarbij leren ze om zo zelfstandig mogelijk te leven. Ook inwoners met een P-wet uitkering met nauwelijks tot geen afstand tot de arbeidsmarkt kunnen op deze plekken worden ingezet in het kader van de tegenprestatie. Daarmee hebben we als resultaat dat ook kwalitatief goede krachten op deze plekken zitten, wat voor re-integratie positief kan werken (snel weer aansluiting op de arbeidsmarkt). Tussen dagbesteding en werkervaringsplekken zit vaak een kloof qua wet- en regelgeving. Organisatorisch zijn deze vormen ook vaak vanuit verschillende kokers georganiseerd.

Dagbesteding valt veelal onder de Wmo of WLZ, vanuit gemeente of zorgkantoor. Werkervaringsplekken vallen veelal onder de participatiewet, vanuit gemeente of UWV. Binnen de gemeente zijn verschillende mensen bezig met dagbesteding en werkervaringsplekken. Vanuit de inwoner of organisaties waar

17

deze plekken zijn, is de behoefte dat er een doorgaande lijn is tussen dagbesteding en werkervaringsplekken. Hierdoor: Is bij verandering in de mogelijkheden van inwoner qua participatie, een doorgaande lijn mogelijk voor de inwoner, is continuïteit in begeleiding geborgd en is er zekerheid is voor de organisatie. Is meer overzicht en meer efficiëntie mogelijk voor alle partijen, en kan er meer gebruik worden gemaakt van lokale mogelijkheden. Verschillende partijen zoeken bij dezelfde organisaties plekken voor ‘hun’ doelgroep. Daarnaast bieden diverse organisaties voor diverse groepen dagbesteding aan. In de HBEL wordt dit op dit moment als volgt georganiseerd vanuit de gemeente: Plekken: Geïndiceerde dagbesteding (licht – matig – zwaar) via zorgaanbieders op diverse locaties. Geïndiceerde dagbesteding voor inwoners uit de HBEL, vindt ook buiten de HBEL plaats. Mensen reizen dan hiervoor op en neer. Dagbesteding via algemene voorzieningen. Zoals bijvoorbeeld in Huizen Koffie om de Hoek, het Geheugenhuis, Tijd voor Meedoen, in Blaricum activiteiten in de Blaercom, in Eemnes in het Huis van Eemnes en in Laren in het Brinkhuis. Werkervaringsplekken via Meedoen: dit zijn ongeveer 62 plekken bij ruim 20 non-profit organisaties in de HBEL, zoals de voedselbank, Tergooi Ziekenhuis, De Bolder, wijkcentra, kringloopcentra, Cordaan.

Projecten voor specifieke groepen, zoals Kringloop werkt! (10), Jude catering (10), Next Step (TvM)(50 plekken) Vrijwilligerswerk via de vrijwilligerscentrale. Aanvullende begeleiding bij dagbesteding en werkervaringsplekken: Vanuit geïndiceerde begeleiding (niet de bedoeling, maar zijn signalen dat dit soms gebeurd) Meedoen Makelaar (vanuit Versa) Jobcoach (nu ongeveer 6-8 personen) Eind 2019 maakt in Huizen 47, Blaricum 12, Eemnes 4 en Laren 17 inwoners gebruik van geïndiceerde lichte dagbesteding. De huidige Meedoen populatie bestaat uit 72 personen op HBEL niveau. Analyse van clientbestanden laat zien dat geen enkele client die een Wmo indicatie voor lichte dagbesteding heeft, nu bekend is bij Meedoen. Dit was ook het geval in de afgelopen twee jaar. Er zit dus nu geen mensen die én naar een geïndiceerde Wmo dagbesteding gaan, én op een Meedoen plek actief zijn. Het kan wel zo zijn dat mensen actief zijn op een Meedoen plek en gebruik maken van inloop voorzieningen zoals Tijd voor Meedoen en Om de Hoek. Binnen de huidige Meedoen populatie zijn 8 mensen die vanuit de Wmo een indicatie hebben voor reguliere begeleiding en 4 mensen die een indicatie voor specialistische begeleiding hebben.

Met het zelf intern organiseren van ambulante begeleiding, ligt het voor de hand om te onderzoeken wat de gevolgen en kansen zijn om voor deze mensen de begeleiding vanuit 1 plek/begeleider vorm te geven. Activiteiten en organisatie 1. Continuïteit en flexibiliteit in de ondersteuning door het ontschotten van begeleiding (en de coördinatie) van plekken Totaaloverzicht van participatieplekken: plekken voor lichte dagbesteding en plekken waar zonder loon arbeidsmatige werkzaamheden worden verricht. Vanuit één gemeentelijke plek, Zicht op Werk (ZOW), deze plekken organiseren, beheren, matchen. Bij mensen bij persoonlijke ontwikkeling makkelijker de ondersteuning of plek aanpassen. Bijvoorbeeld bij iemand vanuit de uitkering waarbij het werken (even) niet lukt. Mensen die op de best passende plekken meedoen. Continuïteit in begeleiding en integrale ondersteuning. Als er een behoefte is aan een plek, kan deze worden gematcht via de centrale coördinatie van ZOW. Eventuele benodigde begeleiding kan ingezet worden via het lokale begeleidingsteam of ZOW. Daar waar de dagbesteding een arbeidsmatig of ontwikkelings-karakter heeft, ligt begeleiding vanuit ZOW voor de hand, bij belevingsgerichte dagbesteding de begeleiding van het lokale ambulante team. 18

2. Toename van lokale participatieplekken: 100-150 plekken/cliënten vanuit Meedoen, waaronder 10-20 talige plekken (plekken waar mensen de Nederlandse taal kunnen leren of verbeteren) Lokale plekken algemene voorziening dagbesteding in plaats van regionale geïndiceerde plekken Voor een (groot) de 65+ groep met geheugenproblemen is een voorziening zoals het Geheugenhuis, een alternatief voor geïndiceerde lichte dagbesteding. Voor een deel van de volwassenen met ggz problemen is ‘Om de hoek’ een alternatief. Voor uitbreiding van deze voorzieningen is voldoende fysieke ruimte en voldoende vrijwilligers een voorwaarde. Corona-maatregelen zijn een beperkende factor voor uitbreiding op dit moment. 3. Minder kosten bij dagbesteding en begeleiding op plekken door lichte dagbesteding als algemene voorziening te organiseren: Voor de mogelijkheden van dagbesteding (18-65 jaar) gebruik maken van bestaande afspraken vanuit ZoW, zoals beschutte plekken bij TvM en zo mogelijk Versa. Zo mogelijk, bij de begeleiding van groepen mensen, mensen vanuit de participatiewet inzetten. Daar waar iemand naast de beschikbare begeleiding bij dagbesteding (tijdelijk) aanvullende begeleiding nodig heeft op die plek, zelf de begeleiding uitvoeren.

Hiermee een verschuiving realiseren van zorg naar het voorveld, waardoor meer van lokale mogelijkheden gebruik wordt gemaakt, inwoners dicht bij huis daginvulling kunnen vinden. En hiermee een kostenbesparing te realiseren door doordat groepen groter zijn en/of professionele begeleiding minder intensief (en meer gebruik van andere begeleiding, zoals vrijwilligers of begeleiding op de plek zonder vergoeding van de gemeente. Lichte dagbesteding als algemene voorziening organiseren, heeft gevolgen voor de inkoopcontracten die de gemeenten afsluiten met zorgaanbieders voor geïndiceerde dagbesteding. Het is binnen de afspraken mogelijk om een algemene voorziening te organiseren. Financiën

Netto besparing Huizen Blaricum Eemnes Laren

2021

2022

2023

2024

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

19

5.6 Aanpassen normenkader Huishoudelijke hulp Aanleiding De invoering van het abonnementstarief in de Wmo heeft geleid tot een aanzuigende werking, o.a. een toestroom van het aantal inwoners, dat gebruik maakt van de voorziening hulp bij het huishouden. Landelijk ervaren veel gemeenten net als in de HBEL-gemeenten dat met name de hogere inkomens meer dan voorheen gebruik maken van de Wmo. Deze aanzuigende werking heeft de laatste jaren een forse toename van de kosten tot gevolg. In 2019 is een nieuw normenkader ontwikkeld in het land. Resultaten in het land geven aan dat dit andere normenkader tot een lagere tijdsinzet leidt per client, terwijl de gewenste resultaten wel worden behaald. Ambitie Kosten besparen door een ander normenkader te hanteren voor huishoudelijke hulp, waarbij mensen wel de benodigde ondersteuning ontvangen. Doelgroep Inwoners die nu of in de toekomst behoefte hebben aan hulp bij het huishouden. Het totaal aantal huishoudens dat nu in de HBEL gebruik maakt van huishoudelijke hulp bedraagt 1.643. Dit is als volgt onderverdeeld: Huizen 1.076 unieke inwoners Blaricum 203 unieke inwoners Eemnes 162 unieke inwoners Laren 202 unieke inwoners Gezien de groei in de afgelopen jaren, zullen bij start van deze maatregel de aantallen waarschijnlijk hoger zijn.

activiteiten In 2019 is een nieuw landelijk ontwikkeld normenkader voor het bepalen van het benodigd aantal uren HH gepubliceerd, getoetst en goed bevonden door de rechterlijke instanties. In het kader van het project ‘analyse van toewijzingen en verlengingen binnen de eigen uitvoeringsdienst’ is een eerste toetsing van aanvragen in de HBEL met dit nieuwe normenkader gedaan en hierop een analyse gemaakt. Dit levert de schatting op dat met dit nieuwe normenkader 30% minder uren wordt geïndiceerd. Het nieuwe normenkader is recent ontwikkeld volgens actuele opvattingen over en methoden van huishoudelijke ondersteuning voor zelfstandig wonende mensen. Objectief is onderzocht welke inzet van professionele ondersteuning noodzakelijk is in gemiddelde situaties. Daarnaast is in beeld gebracht welke afwijkingen op de standaardsituatie toegepast kunnen worden, zodat voor iedere individuele situatie maatwerk kan worden geboden. Voorwaarde voor implementatie is volgens de Centrale Raad van Beroep wel dat het normenkader integraal wordt gehanteerd; het hanteren van losse elementen of het weglaten van enkele onderdelen is dus niet toegestaan. Deze uitspraak kan ook impliceren dat er niet tegelijkertijd elementen aan het gesprek en toetsing kan worden toegevoegd.

alternatieven Onderdelen van HH als algemene voorziening organiseren Een algemene voorziening kan worden opgezet voor bijvoorbeeld een boodschappendienst, was- en strijkservice en/of maaltijdenservice. De marges in deze sector zijn zodanig, dat tot nu toe blijkt dat deze diensten als lokale algemene voorziening niet goedkoper zijn dan de werkwijze nu en bij het hanteren van een nieuw normenkader. Ontwikkelingen worden in het oog gehouden. Zo is nu de mogelijkheid van een was- en strijkservice met participatie- of werkervaringsplaatsen onderwerp van gesprek. Daarnaast wordt verkend of het kansen biedt om regionaal op te trekken bij onderdelen van HH als algemene voorziening organiseren. 20

Implementatie In 2021 wordt ingezet op de implementatie, waarbij ook bij alle lopende indicaties een herindicatie plaatsvindt met gebruik van het nieuwe normenkader. Hierbij worden overgangstermijnen van maximaal zes maanden gehanteerd. Voor deze herindicaties wordt extra capaciteit ingezet waardoor dit eind juni afgerond moet zijn. Dit brengt extra kosten in dit jaar met zich mee, maar hierdoor wordt de maximaal mogelijke besparing zo snel mogelijk gerealiseerd, vanaf 2022. Juridisch is het toegestaan om op lopende indicaties een herindicatie uit te voeren bij een nieuw normenkader. Dit kan wel onrust geven en bezwaren oproepen. Resultaten in het land Diverse gemeenten, zoals Utrecht en Amsterdam, werken zonder problemen met het nieuwe normenkader. Hier ligt het gemiddeld aantal geïndiceerde uren fors lager dan bij ons. Financiën Dit project heeft een eenmalige investering in 2021 nodig om alle indicaties te herindiceren o.b.v. het nieuwe KPMG normenkader. De investering wordt vooralsnog geraamd op: Huizen €290.000 Blaricum €35.000 Eemnes €35.000 Laren €35.000 Over de wijze van verrekening van de werkelijke investeringskosten worden nog definitieve afspraken gemaakt. De verwachte netto besparingen voor de HBEL gemeenten zijn als volgt:

Netto besparing Huizen Blaricum Eemnes Laren

2022 € €

.

2023

2024

€

.

€

.

171.000 €

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

€

.

21

5.7 Toetsen financiële zelfredzaamheid bij aanvragen huishoudelijke hulp Laren Aanleiding Sinds de invoering van het abonnementstarief Wmo is er een toename in het aantal beschikkingen voor Wmo maatwerkvoorzieningen, met name bij huishoudelijke hulp. De toename van het aantal mensen die een beroep op de Wmo doet heeft ertoe geleid dat de tekorten in het Sociaal Domein sterker toenemen. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is gebleken dat met name bij inwoners met een middeninkomen een sterke toename is te zien. Bij de hogere inkomens is ook een stijging geconstateerd, maar deze is lager. De VNG heeft gemeenten opgeroepen om nadere maatregelen te nemen. De maatregelen zijn gericht op beheersing van de kosten huishoudelijke hulp waarbij zorgvuldigheid en maatwerk het uitgangspunt blijft. Gemeente Laren heeft aangegeven gehoor te willen geven aan deze oproep en wil zich inzetten op de volgende maatregelen: - Het gesprek en toepassing financiële draagkrachtnorm; - Afwijzen op grond van voorzienbaarheid. Ambitie Het inperken van nieuwe aanvragen huishoudelijke hulp waar uit gedegen onderzoek is gebleken dat de aanvrager financieel in staat is om zelf particuliere huishoudelijke hulp te regelen. Het bij voorbaat afwijzen van een voorziening op grond van het inkomen is niet aan de orde. Maatwerk blijft geboden.

Doelgroep De maatregelen worden toegepast in de gemeente Laren, bij inwoners die een eerste aanvraag doen voor huishoudelijke hulp. Activiteiten Financiële draagkracht meenemen in het gesprek Bij deze maatregel wordt feitelijk onderzoek gedaan naar de financiële draagkracht van de inwoner. De consulent zal middels een vragenlijst bij de inwoner nagaan of deze zelf in staat is om in oplossingen te voorzien, in het kader van financiële zelfredzaamheid. Met een grondig onderzoek zal moeten blijken of de inwoner hier wel of niet toe in staat is. Voorzienbaarheid Hierbij moet worden gedacht aan de inwoner die al particulier hulp heeft, dit prima zelf kon betalen, maar door de invoering van het abonnementstarief ervoor gekozen heeft om de particuliere hulp te stoppen en Wmo ondersteuning aan te vragen. In een dergelijk geval kan de inwoner gewezen worden op het feit dat hij zelf een probleem heeft gecreëerd door te stoppen met de particuliere hulp terwijl daar geen financiële noodzaak voor bestond. Deze maatregel wordt in lijn getrokken met voorzienbaarheid bij het inadequaat verhuizen en heeft juridisch gezien ook kans van slagen. Deze maatregelen vragen om extra eisen aan onderzoeken en rapportages. Er zijn inmiddels vele juridische uitspraken geweest over de eigen kracht en financiële zelfredzaamheid.

Vaak kwam het er op neer dat er onvoldoende/ondeugdelijk onderzoek is gedaan of dat de motivering onvoldoende was. Implementatie De consulenten van de uitvoeringsorganisatie Maatschappelijke Zaken HBEL voeren de werkwijze uit met ondersteuning van de Juridische Kwaliteitsmedewerkers (JKM). De VNG adviseert en biedt gemeenten ondersteuning in het verdere proces. De uitvoeringsdienst HBEL doet op deze manier ervaring op met deze werkwijze. Wanneer deze werkwijze succesvol blijkt te zijn, kan deze ook voor de andere HBEL-gemeenten worden geïmplementeerd. Resultaten in het land Voor het wettelijk invoeren van het abonnementstarief heeft de rechtspraak altijd het standpunt ingenomen dat inkomensbeleid voorbehouden is aan het Rijk. Het doel van het abonnementstarief is om stapeling van zorgkosten te voorkomen. Het Rijk ziet echter geen mogelijkheid om vast te kunnen 22

stellen of er sprake is van een stapeling van zorgkosten bij een individuele burger. De gemeente kan dit wel onderzoeken om zo te kunnen vaststellen of de inwoner behoort bij de doelgroep waarvoor het abonnementstarief bedoeld is. Het is daarom mogelijk dat de rechtspraak haar eerdere standpunt nu wijzigt en een onderzoek naar de draagkracht van de inwoner door de gemeente toestaat. Financiën Voor de uitvoering van de voorgestelde wijzigingen in de verordening wordt geen extra financiën aangevraagd. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande capaciteit. De verwachting is dat deze wijziging leidt tot een vermindering van de groei in het aantal beschikkingen en eventueel een daling in de uitgaven voor huishoudelijke hulp. De omvang is nu nog niet in te schatten.

23

5.8 Verbinden uitvoeringsdienst – voorveld Aanleiding en ambitie Meerdere van de in dit document beschreven maatregelen, betekenen een nieuwe wijze van lokaal organiseren van ondersteuning. Zoals de lichte begeleiding jeugd en volwassenen, lichte jeugdhulp (POH) en participatieplekken. Samenwerking met overige lokale partijen in dit veld, en met gemeentelijke consulenten, is een belangrijke voorwaarde voor het succes van deze maatregelen. Om de samenwerking tussen de betrokkenen verder te ontwikkelen, worden de lokale netwerken verder ontwikkeld. Activiteiten Op basis van doelgroepen worden relevante netwerken opgezet, versterkt en onderhouden. Concreet worden deze netwerken vormgegeven door bijvoorbeeld: - Overzicht relevante partijen in het voorveld up to date te houden: organisatie, activiteiten, contactgegevens per organisatie.

- Werkafspraken tussen partijen: wie doet wat, hoe vinden we elkaar - Periodieke bijeenkomsten met relevante partijen - Gezamenlijk (casus)overleggen - Gezamenlijk ontwikkelingen te signaleren in de behoeften en ondersteuningsmogelijkheden van de doelgroep, en hierop ondersteuning ontwikkelen (bv groepsgewijze of wijkgerichte activiteiten) - Fysieke aanwezigheid op elkaars locaties Kernpartners lokaal netwerk jeugd: gemeentelijke consulenten, gemeentelijke begeleiders, Jeugd en gezin, huisartsen/poh-er jeugd ggz, jongerenwerkers Versa, C&A team Kernpartners volwassenen/Wmo: gemeentelijke consulenten, gemeentelijke begeleiders, Versa welzijn (om de hoek, geheugenhuis, amw, sociaal team), TvM, vrijwilligerscentrale. Een schil verder komen onder meer het fact-team (ggz-centraal) en Kwintes (BW locatie) in beeld. Kernpartners participatieplekken: coördinator participatieplekken, TvM, Versa, Blaercom, Brinkhuis, Huis van Eemnes. Financiën Geen. Maatregel levert op zichzelf geen besparingen op, is ondersteunend aan diverse andere maatregelen.

24

5.9 Beëindigen Regeling tegemoetkoming chronisch zieken (RTC) en een aantal vergoedingen onderbrengen bij de bijzondere bijstand Aanleiding Vanaf 2015 hebben gemeenten de taak gekregen om inwoners met een chronische aandoening en/of beperking te compenseren ter vervanging van de door het Rijk voor deze doelgroep afgeschafte compensatieregelingen WTCG en CER. Het betreft een “kan” bepaling. Dat betekent dat gemeenten niet verplicht zijn om hun inwoners met een chronische aandoening tegemoet te komen. Hierbij is het niet de bedoeling van het Rijk dat gemeenten het eigen risico van de zorgverzekering aan inwoners vergoeden. Sinds de start van de regeling in 2015, moest de begroting jaarlijks naar boven worden bijgesteld. De vergoeding van het verplicht eigen risico is hier een belangrijke oorzaak van. Ambitie De ambitie is: - Kosten besparen - Tegemoet blijven komen aan de extra financiële lasten die personen met een chronische aandoening kunnen hebben als gevolg van hun aandoening. - Een regeling voor de mensen die het nodig hebben, bijvoorbeeld te bepalen via een inkomenstoets. - Tegemoetkoming in die kosten die niet anderszins vergoed worden, zoals bijvoorbeeld via de belastingdienst. - Geen noodzaak voor vergoeden van het verplichte eigen risico.

Dit wordt gerealiseerd door de RTC-regeling in de huidige vorm af te schaffen en in de bijzondere bijstand een aantal vergoedingen van bijzondere kosten op te nemen.

Doelgroep Inwoners met een chronische aandoening en/of beperking met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm. Op basis van een inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm, wordt de omvang van de doelgroep in HBEL als volgt geschat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10041619/1