CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Regio G&V begroting 2023 en resultaatbestemming 2021 Bijlage Jaarstukken 2021

Gemeenteraad 24 mei 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Ontwerp-programmabegroting 2023-2026 en Bestemmingsvoorstel 2021 Regio Gooi en Vechtstreek39.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jaarstukken 2021 Voor inwoners, met gemeenten

Ons kenmerk

21.0008848

Datum

14 juli 2022

Contactpersoon

Sabien von dem Borne

E-mail

s.vondemborne@regiogv.nl

INHOUD AANBIEDINGSBRIEF

3

ALGEMENE EN FINANCIËLE BESCHOUWINGEN

4

Algemene beschouwingen

4

Financiële beschouwingen

7

Jaarrekening in een oogopslag

13

Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2021

14

Toelichting op de balans per 31 december 2021

15

Waarderingsgrondslagen

18

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

20

PROGRAMMA’S

21

Sturing

22

Inkoop en Contractbeheer

28

Maatschappelijke Dienstverlening Veilig Thuis

33

Jeugd en Gezin

38

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

43

Regionale Ambulance Voorziening en Meldkamer (RAV)

46

Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

49

PARAGRAFEN

53

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

54

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

63

Paragraaf financiering

65

Paragraaf bedrijfsvoering

70

Paragraaf verbonden partijen

74

Paragraaf COVID-19

77

BIJLAGEN

82

Bijlage 1 Kerngegevens

83

Bijlage 2 Staat van reserves en voorzieningen

84

Bijlage 3 Langlopende leningen

88

Bijlage 4 Afschrijvingsoverzicht 2021

89

Bijlage 5 Tarieventabel

90

Bijlage 6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

91

Bijlage 7 SISA verantwoordingsinformatie 2021

93

Bijlage 8 Lijst afkortingen

94

Bijlage 9 Controleverklaring

95

2

AANBIEDINGSBRIEF Voor u ligt de jaarrekening 2021 van de Regio Gooi en Vechtstreek die volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) is opgesteld. Door het vaststellen van de programmabegroting 2021-2024 in het algemeen bestuur van 2 juli 2020 zijn de afspraken die gemaakt zijn met de deelnemende gemeenten over wat de Regio in 2021 wil bereiken, wat voor diensten er geleverd worden en wat het mag kosten definitief geworden. In de jaarrekening 2021 wordt verantwoording afgelegd of de doelstellingen gerealiseerd zijn, of de diensten geleverd zijn en wat het gekost heeft. In de jaarrekening van de Regio Gooi en Vechtstreek zijn de activiteiten en de overige samenwerkingstaken verwerkt over de verschillende programma’s, waarbij de aandacht is uitgegaan naar de activiteiten binnen de verschillende programma onderdelen, de doelstellingen per programma onderdeel en de financiële onderbouwing daarvan. De jaarstukken 2021 bevatten op grond van het BBV het volgende:  Het jaarverslag, met daarin de programmaverantwoording en paragrafen  De jaarrekening, met de balans, het overzicht van baten en lasten en de toelichtingen Naast deze aanbiedingsbrief is de verdere indeling als volgt: 1. Algemene en Financiële beschouwingen a. Algemene beschouwingen b. Financiële beschouwingen c.

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021 (jaarrekening in één oogopslag) d. Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2021 e. Toelichting op de balans per 31 december 2021 2. Programma’s 3. Paragrafen 4. Bijlagen Ook dit jaar is, overeenkomstig de jaarstukken 2020 , in aanvulling op de programmabegroting 2021, een paragraaf toegevoegd, waarin een dwarsdoorsnede wordt gepresenteerd ten aanzien van de lasten en baten gerelateerd aan COVID-19. In de bijlagen gaan we onder andere nader in op de kerngegevens, het verloop van de reserves en voorzieningen en de langlopende geldleningen. De jaarstukken als geheel bieden u inzicht in datgene wat er inhoudelijk is gerealiseerd, wat dat heeft gekost en in de financiële positie van de Regio als geheel. Bussum, 14 juli 2022 Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, de secretaris,

de voorzitter,

M. van der Linden

G. van der Top

3

ALGEMENE EN FINANCIËLE BESCHOUWINGEN Algemene beschouwingen Algemeen De jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek (verder aangeduid als Regio) zijn opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Dat houdt in dat de specifieke inrichtingseisen uit dat besluit zijn gevolgd. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft zijn baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De prijsgrondslag is historische kosten. Een verdere uitwerking van onze waarderingsgrondslagen vindt u op pagina 17. Het jaar 2021 Medewerkers van de Regio Gooi en Vechtstreek hebben in 2021 gedaan waar ze goed in zijn: het verlenen van diensten aan de inwoners en gemeenten van de Regio Gooi en Vechtstreek. Dit is en blijft de kern van het werk van de Regio Gooi en Vechtstreek. Afgelopen jaar nog steeds onder bijzondere omstandigheden. Al in het begin van de COVID-19 crisis heeft de Rijksoverheid onze diensten als onmisbaar betiteld als het gaat om het draaiende houden van de samenleving in onze regio.

Voorbeelden te over: het vaccinatieprogramma van de GGD, het ophalen van het huishoudelijk afval, de consulten vanuit Jeugd & Gezin, de verzuimaanpak vanuit het RBL, de dienstverlening vanuit het werkgeverservicepunt voor werkgevers en werkzoekenden, de financiering van een deel van de (gemeentelijke) zorg, de werkzaamheden vanuit Veilig Thuis, het uitvoeren van het Wmo- en leerlingenvervoer en de ambulancedienst. Essentiele onderdelen voor het functioneren van onze regio. De COVID-19 maatregelen maakten het werk anders en de vragen en/of problemen van onze inwoners waren ook intenser en/of complexer. Hierdoor was de werkdruk bij sommige onderdelen van onze organisatie erg hoog. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Jeugd en Gezin, Veilig Thuis en de RAV. Er moest anders worden gewerkt. De COVID-19 maatregelen hebben ook effecten op het ziekteverzuim binnen de organisatie, wat vooral aan het begin van het jaar goed zichtbaar was. Zeker bij de contactberoepen was het devies om bij twijfel thuis te blijven. Hierdoor kwam de druk bij die collega’s te liggen, die nog konden blijven werken. Er is veel waardering voor al onze collega’s dat zij, onder deze omstandigheden, het mogelijk hebben gemaakt dat de dienstverlening aan onze inwoners altijd is gecontinueerd.

Het afgelopen jaar stond ook in het teken van financiële opdrachten en daaraan gekoppelde onzekerheden:  Het per 1 januari 2022 uittreden van de gemeente Weesp uit de gemeenschappelijke regeling, waarbij de uitvoering van taken voor deze gemeente vervalt voor de Regio, alsmede de financiering ervan aan de Regio;  De bezuinigingsopgave aan de Regio, als gevolg waarvan de gemeentelijke bijdrage naar beneden is bijgesteld;  Het (geprognotiseerde) financiële tekort bij de GAD, wat is ontstaan als gevolg van structureel lagere opbrengsten uit grondstoffen en structureel hogere kosten voor inzameling, verwerking en transport. In totaal ging het hierom een aanzienlijk financieel pakket c.q. ombuigingen (€ 5,8 miljoen). De insteek van het algemeen bestuur was om daarbij een balans te vinden tussen het wettelijke takenpakket van de Regio, de kwaliteit van de dienstverlening, de kosten voor gemeenten c.q. de inwoners en een interne opgave tot versobering. Een extra dimensie was daarbij dat de gemeenten hebben aangegeven dat het vertrek van Weesp geen financiële gevolgen mag hebben voor de gemeenten binnen de gemeenschappelijke regeling. Eind 2021 is er met Amsterdam en Weesp overeenstemming bereikt over de vergoeding van de frictiekosten. Conform afspraak wordt deze vergoeding voor 15 maart 2022 aan de Regio overgemaakt. Hiervoor is er een reserve frictiekosten ingesteld.

De middelen worden bij ontvangst in 2022 gedoteerd. Voor de inzet van deze middelen zal in de loop van 2022 een bestedingsvoorstel worden opgesteld. De resultaten van al onze inspanningen zijn terug te vinden in dit jaarverslag. In deze algemene terugblik aandacht voor de belangrijkste zaken in 2021. Uiteraard worden de resultaten per eenheid verderop in het jaarverslag verder toegelicht en verantwoord. Kern van onze organisatie is en blijft het leveren van een goede dienstverlening aan onze inwoners en de gemeenten. Onder deze bijzondere omstandigheden is dat ook dit jaar gelukt.

4

GGD Deze algemene beschouwingen dienen dit jaar te beginnen met de GGD. Het jaar 2021 heeft voor de GGD volledig in het teken gestaan van COVID-19. Zeven dagen per week hebben de medewerkers van de GGD gewerkt aan het bestrijden van de COVID-19 pandemie. Van het bouwen van teststraten, het houden van bron en contactonderzoek tot het uitvoeren van het vaccinatieprogramma. Met heel veel extra (tijdelijke) collega’s is (en wordt) deze klus opgepakt. Daarnaast is er gewerkt aan andere GGD-thema’s: de overige activiteiten op het gebied van infectieziekten (al trok het reizigersspreekuur nauwelijks klanten, epidemiologie en gezondheidsbevordering, toezicht kinderopvang, medische milieukunde), forensische geneeskunde en de GHOR. Dit werk ging ook allemaal door of won zelfs aan belang. Denk aan campagnes rond gezondheidsbevordering. Een thema dat ook de komende jaren hoog op de agenda zal staan. GAD De dienstverlening heeft in 2021 erg onder druk gestaan door COVID-19. Niet zoals 2020 toen Nederland massaal ging opruimen. Dit jaar stond de reguliere uitvoering veelal onder druk door de gevolgen van Corona. Zowel in de uitvoering als op cruciale plekken op kantoor werd de GAD geconfronteerd met veel (langdurige) uitval van medewerkers. Desondanks is het gelukt om de dienstverlening in 2021 te continueren voor de inwoners.

Afgelopen jaar heeft voor een groot gedeelte in het teken gestaan om de begroting van 2022 van de GAD sluitend te krijgen, het vaststellen van een nieuwe grondstoffenvisie en het wel of niet door gaan met apart inzamelen van PMD. Door de veranderingen in de grondstoffenmarkt zijn de verwerkingskosten en opbrengsten erg in beweging, wat in zijn algemeenheid resulteert in hogere kosten. Het algemeen bestuur heeft voor de zomer een pakket aan maatregelen neergelegd dat bestond uit een mix van een beperkte stijging van de tarieven (zeker t.o.v. landelijke ontwikkelingen), een versobering van de dienstverlening en efficiencymaatregelen in de uitvoering. Onderdeel hiervan was dat er afspraken met de verenigingen zijn gemaakt die actief waren bij het ophalen van oud papier en karton over het stop zetten van deze ondersteuning. Positief is om te melden dat het geprognotiseerde verlies van het voorjaar 2021 beperkt is gebleven. Zoals al eerder gemeld is de grondstoffenmarkt continu in beweging. Mede door COVID-19 is de hoogte van deze fluctuaties per afvalstroom veel hoger. Voor de GAD heeft dit hogere opbrengsten opgeleverd, daarnaast is er voordeel op de kapitaallasten (VANG-programma en verplaatsen investering nieuw wagenpark naar 2022).

Maatschappelijke dienstverlening Het jaar 2021 heeft ook voor Veilig Thuis voor een groot deel in het teken gestaan van het continueren van onze dienstverlening ondanks de COVID-19 omstandigheden. Door andere vormen onderwijs, andere werkwijzen van zorgaanbieders en de afname van de zichtbaarheid van de politie op straat nam het zicht op veiligheid ten aanzien van kwetsbare inwoners af. Dit zagen we terug in een afname van politiemeldingen en een toename van meldingen en adviesvragen vanuit bezorgde burgers en familieleden. Daarnaast nam de ernst en urgentie van de meldingen toe, ondanks dat in absolute aantallen de instroom nagenoeg stabiel bleef. Binnen deze context bleef Veilig Thuis het gehele jaar 24/7 bereikbaar en voerde haar dienstverlening over de volle breedte uit. Jeugd en Gezin Door COVID-19 maatregelen zijn er wijzigingen geweest in de werkwijze van Jeugd & Gezin. Met hulp van extra inzet is het gelukt om alle wettelijk verplichte consulten uit te voeren en in te kunnen gaan op de extra vragen, die bij ouders en de jeugd leefden. Daarnaast hebben we alle vaccinatieprogramma’s voor zuigelingen, kinderen en jongeren kunnen continueren (in totaal gaat het hierom 12 verschillende vaccinaties). Daarmee is de vaccinatiegraad in onze regio op peil gebleven. De specifieke cijfers zijn terug te vinden bij het programma Jeugd en Gezin.

De aanvullende dienstverlening voor gemeenten als het gaat om opvoedondersteuning is ook door gegaan; soms, in overleg met de gemeenten, in een aangepaste vorm. Juist in deze tijd was het van belang om kwetsbare gezinnen te ondersteunen. Ook vanuit RBL (Regionaal Bureau Leerlingzaken) is hard gewerkt om de gevolgen van COVID-19 zoveel als mogelijk te beperken. Leerplichtambtenaren en jeugdartsen hebben samen intensief opgetrokken om het verzuim op scholen zo goed mogelijk te begeleiden. Het aantal verzuimmeldingen nam af mede omdat het onderscheid tussen ziekteverzuim en ongeoorloofd verzuim minder duidelijk was en leerplichtambtenaren een groot deel van de tijd niet konden en/of mochten handhaven. Er is in deze tijd daarom extra veel contact gezocht met de scholen. Daarnaast is er vanuit het jongerenteam extra aanbod gecreëerd voor jongeren met vragen. Een flink aantal jongeren heeft met hulp van dit jongerenteam weer de weg naar school of werk gevonden.

5

Inkoop & Contractbeheer Achter de schermen van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten in het sociaal domein werkt Inkoop & Contractbeheer. Zij hebben ervoor gezorgd dat de zorg en ondersteuning die inwoners nodig hebben gecontracteerd is en dat zorgaanbieders die dienstverlening leveren tijdig worden betaald. Het jaar 2021 stond vooral in het teken van het zo goed mogelijk inregelen van de nieuwe contracten. Voor sommige vormen van ondersteuning zijn tijdelijke maatwerkafspraken gemaakt. In het verband met de COVID-19 is ook uitvoering gegeven aan regelingen voor continuïteitsbijdrages en vergoeding van meerkosten. Op deze manier kon de continuïteit van (gemeentelijke) zorg en ondersteuning in 2021 voor iedereen in de Regio worden gegarandeerd. RAV In 2021 heeft de RAV haar hoogwaardige dienstverlening kunnen continueren. Ambulances worden ingezet als A1, A2 of een B rit. Bij een A1 rit rijdt de ambulance met spoed naar de melding om er zo snel mogelijk te zijn (over het algemeen binnen 15 minuten). Bij een A2 rit is er geen spoed maar moet de ambulance wel direct gaan rijden om er binnen 30 minuten te zijn. Een B rit is een bestelde rit om bijvoorbeeld patiënten van een ziekenhuis naar een verpleeghuis te rijden (waarbij er dus geen spoed is). In 2021 heeft de RAV 19.470 ritten gereden, een stijging van 11% ten opzichte van het aantal ritten in 2020.

Het overschrijdingspercentage is 8,5%. Hiermee voldoet de RAV niet aan de landelijke norm van 5% overschrijdingspercentage voor A1 ritten. De verklaring hiervoor is gelegen in een stijging van het totaal aantal ritten, de vele COVID-19 gerelateerde inzetten en een toename van burenhulpritten voor de regio Utrecht. Gelukkig heeft deze overschrijding van de tijd geen gevolgen gehad voor de kwaliteit van de ambulancezorg richting onze inwoners. Regionale samenwerkingsagenda We mogen trots zijn op de inhoudelijke koers die de gemeenten met de RSA hebben ingeslagen. Op veel onderwerpen binnen het Sociaal en Fysiek domein hebben de gemeenten gezamenlijk succes geboekt. Daarnaast zijn er initiatieven ondernomen om het proces van regionale besluitvorming verder te verbeteren. Het advies van de werkgroep van raadsleden onder leiding van de burgemeester van Laren, de heer Mol, biedt daarvoor voldoende handvatten. Een vervolgopdracht en een ronde langs de raden door de voorzitter van de Regio (de heer Broertjes) en de voorzitter van de werkgroep van raadsleden (de heer Mol) heeft ervoor gezorgd dat de spelregels voor de nieuwe periode helder zijn. Tegelijkertijd zijn in 2021 ook de nodige resultaten geboekt op de diverse uitvoeringsprogramma’s binnen de RSA. Tot slot Het is helder dat alle dienstverlening van onze eenheden in het teken van COVID-19 heeft gestaan.

Onze eenheden vervullen vitale en cruciale functies in de samenleving. Met trots kunnen wij melden dat dit is gelukt. De dienstverlening naar onze inwoners en gemeenten heeft in 2021 nooit stil gelegen. De doelen en taken voor de Regio Gooi en Vechtstreek zijn in 2020 vastgelegd in de programmabegroting 2021. Naast het behalen van resultaten voor gemeenten en het verlenen van diensten aan onze inwoners is het voor de Regio Gooi en Vechtstreek van groot belang dat dit binnen de daarvoor vastgestelde financiële kaders gebeurt. In de hierna volgende financiële beschouwingen wordt aan de hand van aandacht voor de kostenontwikkeling en de (begrotings-)wijzigingen het resultaat gepresenteerd. Het eindresultaat 2021 komt uit op € 929.915 voordelig, na mutatie van reserves zoals opgenomen in begroting.

6

Financiële beschouwingen Daar waar de primaire programmabegroting 2021-2024 een lasten- en batentotaal liet zien van € 89,15 miljoen, is door een aantal begrotingswijzigingen het totaal van de begroting uiteindelijk op € 115,405 miljoen inclusief mutatie reserves (zie ook tabel met begrotingswijzigingen) gekomen. In deze jaarstukken presenteert de Regio een gerealiseerd totaal aan lasten en baten ter hoogte van € 122,446 miljoen. Deze extra stijging ter hoogte van ongeveer € 7,0 miljoen wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de COVID-19 kosten, totaal ongeveer € 5,3 miljoen van deze stijging in de lasten. Een overzicht inzake de baten en lasten over de verschillende programma’s is opgenomen in de Jaarrekening in één oogopslag (zie pagina 12). Begrotingswijzigingen In 2020 en 2021 zijn door het algemeen bestuur de volgende begrotingswijzigingen voor 2021 (incidenteel en structureel) vastgesteld. Bedragen x € 1.000

2020-08 2020-11 2020-12 2020-13 2020-15 2020-16 2020-20 2020-21 2021-01 2021-02 2021-03 2021-04 2021-05 2021-06 2021-07 2021-08 2021-09 2021-10 2021-11 2021-12 2021-13

Omschrijving

I/S*

Bedrag 2021

Dotatie reserve

Bijdrage gemeenten

Programmabegroting 2021-2024 Regionaal Energiebesparing BV Vervoer Actualisatie Werken aan Werk Actualisatie Perspectief op Werk Mensenhandel MDA++ Bestuursrapportage 2020 Regioconservator Energieopwek Schakelfunctionaris Regionaal Leerhuis Actualisatie WAW en POW Inburgeringstrajecten Dak- en Thuisloosheid Laaggeletterdheid Tijdelijke versterking VT Regionaal Mobiliteits Team Bestuursrapportage 2021 Bestuursrapportage 2021 Meerkostenregeling SUWI Gewijzigde begroting 2021-2024

I/S S I I I I I I I I S I I I I I I I/S I I I

87.731 445 5.171 44 -74 155 138 864 40 112 60 27 711 25 823 242 330 372 182 13.876 546 129 111.949

1.424 119 130 534 549 108 593 3.456

-44.646 -222 -5.171 -40 -40 -72 -60 -27 -1.245 -25 -182 -551 -52.281

Bijdrage Bijdrage centrum derden gemeente -23.984 -115 -1.372 -242 -330 -480 4.472 -546 -129 -22.726

Onttrekking reserve

-18.167 -222 -10 -40 -18.608 -37.047

-2.358 -44 -45 -155 -138 -829 218 -3.351

* I = incidenteel, S = structureel

Ontwikkeling salarissen Op 27 januari 2022 hebben de VNG, de WSGO, FNV Overheid en FDO-MHA een akkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO gesloten. De nieuwe cao’s lopen van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. Op hoofdlijnen is in deze nieuwe cao SGO het volgende opgenomen:  In totaal is sprake van een salarisverhoging van 3,9%. Hiervan is per 1 december 2021 1,5% geeffectueerd en volgt per 1 april 2022 nog een stijging van 2,4%.  Voor 2021 ontvangt de medewerker een eenmalige uitkering van € 1.200 bruto totaal, bestaande uit € 900 bruto als looncompensatie voor 2021 en € 300 bruto als Coronacompensatie. De financiële gevolgen van de ontwikkelingen die betrekking hebben op 2021 zijn verwerkt in deze jaarstukken. Aangezien er in 2021 rekening gehouden is met een salarisstijging van 2,5% is, worden deze extra lasten opgevangen binnen de begroting.

7

De stijging per 1 april 2022 kan ook opgevangen worden binnen de Regiobegroting 2022-2025. Omdat deze stijging wordt geeffectueerd met ingang van april, biedt ook de begroting 2022 voldoende ruimte om deze loonontwikkeling te bekostigen. Voor 2023 wordt in de Regiobegroting 2023-2026 een extra stijging meegenomen in de loonkosten. Naast deze loonontwikkelingen is voor 2022 een aantal nieuwe artikelen opgenomen inzake een thuiswerkvergoeding (met ingangsdatum 1 januari 2022), het verlofsparen (met ingangsdatum 1 januari 2022), het betaald ouderschapsverlof (met ingangsdatum 2 augustus 2022) en de verlofharmonisatie (met ingangsdatum 1 januari 2023). De financiële doorvertaling hiervan is nog niet afgerond. Mochten deze ontwikkelingen nog gevolgen hebben, worden deze op een later moment kenbaar gemaakt. Ontwikkeling materiële kosten Bij het opstellen van de begroting 2021 is rekening gehouden met een inflatiepercentage van 1,5%. Consumentenprijzen waren in 2021 gemiddeld 2,7% hoger dan in 2020, maakte het CBS bekend. Vorig jaar was de prijsstijging 1,3%. Vooral de prijsontwikkeling van energie droeg bij aan de hogere inflatie in 2021. De financiële consequenties zijn meegenomen in de exploitatie 2021.

Vennootschapsbelasting (VPB) In de begroting 2021 was de verwachting opgenomen dat de onderdelen Kantoor-Winkel-Dienstenafval en Reizigersvaccinaties mogelijk VPB-plichtig konden zijn. Voor zowel de verhuur van kantoorruimten als voor de RAV is geen VPB-verplichting begroot, omdat er geen winst verwacht werd en de Regio zich niet kwalificeert als ondernemer, omdat er geen winst gemaakt wordt op deze verhuur. In verband met COVID-19 is onze dienstverlening reizigersvaccinatie in 2021 net als in 2020 beduidend lager geweest dan begroot. Door het wegvallen van de inkomsten op de reizigersvaccinatie leidt dit niet tot een afdracht VPB. Voor het ophalen van Kantoor-Winkel-Diensten bedrijfsafval wordt verwacht dat de lasten boven de baten uitstijgen, als gevolg waarvan er geen af te dragen VPB is. Op basis van deze schatting is geen VPB last opgenomen in de jaarrekening 2021. Begrotingsrechtmatigheid 2021 In het controleprotocol Begrotingsjaren 2019 t/m 2021 Regio Gooi en Vechtstreek is een aantal nadere aanwijzingen gegeven over de reikwijdte van de accountantscontrole. Het kader voor de accountantscontrole van 1 de jaarrekening bestaat enerzijds uit de door het algemeen bestuur vastgestelde goedkeurings - en 2 rapporteringstoleranties en anderzijds uit het normen- en toetsingskader voor de rechtmatigheidscontrole.

In het normenkader worden de wet- en regelgeving benoemd, die voor de Regio van belang zijn (externe regelgeving, verordeningen en algemeen- en dagelijks bestuursbesluiten voor zover zij een nadere uitwerking zijn van hogere wet- en regelgeving en betrekking hebben op de financiële rechtmatigheid). Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Over alle aspecten van het begrotingscriterium wordt door de accountant gerapporteerd in zijn rapport van bevindingen.

1 De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming, de verstrekking van de af te geven controleverklaring. 2 De rapporteringstolerantie is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstoleranties. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. Voor de rapporteringstolerantie geldt als maatstaf dat de accountant op het niveau van programma’s in de begroting elke fout of onzekerheid groter dan of gelijk aan € 50.000 rapporteert. Deze tolerantie is afzonderlijk van toepassing op de aspecten getrouwheid en financiële rechtmatigheid. De goedkeuringstolerantie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde bedragen in de jaarrekening. Van de accountant wordt naast deze kwantitatieve benadering bij de weging van fouten en onzekerheden ook een kwalitatieve beoordeling verwacht (deskundigheidsoordeel).

8

De aspecten van het begrotingscriterium worden als volgt in de controle op de rechtmatigheid getoetst: Begrotingscriterium Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend. Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd. Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten Kostenoverschrijdingen bij open einde (subsidie) regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een overschrijding. Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Kostenoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt. a. Geconstateerd tijdens het verantwoordingsjaar b.

Geconstateerd na het verantwoordingsjaar Kostenoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren: jaar van investeren afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

Onrechtmatig maar telt niet mee voor het oordeel

Onrechtmatig en telt mee voor het oordeel X

X X

X X

X X

X X

In formele zin is er sprake van een begrotingsonrechtmatigheid, omdat op een aantal posten de lasten de begroting overschrijden. Echter, omdat deze overschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten dan wel er sprake is van lasten die binnen het bestaande beleid passen (en derhalve binnen de kaders van door het algemeen bestuur afgegeven mandaat tot het doen van uitgaven vallen) worden deze overschrijdingen niet meegewogen in het oordeel van de accountant. Op de programma’s zelf worden deze formele begrotingsonrechtmatigheden, waarbij de hogere lasten de begroting overschrijden maar waar direct gerelateerde opbrengsten tegenover staan, verder toegelicht.

9

Resultaat 2021 Het resultaat voor bestemming reserves bedraagt € 2.306.913 voordelig. Na bestemming, dat wil zeggen na het muteren van reserves zoals opgenomen in de begroting ter hoogte van € 1.376.995, bedraagt het voordelig resultaat € 929.919. In het onderstaande overzicht zijn deze begrote mutaties van reserves in kaart gebracht. De mutaties worden bij de verschillende programma’s toegelicht. Bedragen x € 1.000

Resultaat voor mutatie reserves

-2.307 (V)

Onttrekkingen reserves Programma Sturing: Werkkamer Programma Sturing: Transformatieplan Jeugd Programma Sturing : Werken aan Werk Programma Sturing : Visit Gooi en Vecht Programma Sturing en Inkoop : Perspectief op Werk Programma Sturing, Inkoop en Veilig Thuis : Bescherming en Opvang Programma RAV: Reserve nieuwbouw RAV Regio: Reserve frictiekosten RAV

-120 -276 -284 -26 -832 -485 -1 -55

Dotaties reserves Programma Sturing: Werken aan Werk Programma Jeugd en Gezin : Laaggeletterdheid Programma Jeugd en Gezin : RMC Jeugdwerkloosheid Programma Sturing en Inkoop: Dak- en Thuisloosheid Programma Sturing en Inkoop : Bescherming en Opvang Programma Inkoop: Perspectief op Werk Regio: Eigen Risicodragerschap

342 180 107 855 1.424 419 130 1.377 (N)

Resultaat na mutatie reserves

-930 (V)

Dit resultaat is als volgt tot stand gekomen: Totstandkoming resultaat na mutatie reserves

-930 (V)

Resultaat* voor mutatie reserves Sturing -1.570 Inkoop en Contractbeheer 139 Maatschappelijke Dienstverlening (VT) -193 Jeugd en Gezin -168 GGD 259 RAV -886 GAD 95 Regio algemeen# 87 Regio P&O# -69

Mutaties** reserves 1.052 -201 165 287 0 -1 0 76 0

Resultaat* na mutatie reserves -519 -61 -28 119 259 -887 95 162 -69

-2.307

1.377

-930

Programma

#opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering * waarbij + een negatief resultaat en – een positief resultaat vertegenwoordigt ** waarbij - een onttrekking en + een dotatie vertegenwoordigt

Het resultaat van de Regio komt daarmee op € 929.919 positief. Dit resultaat is voor het grootste gedeelte ontstaan bij de RAV (€ 887.420), enerzijds als gevolg van een hogere bijdrage vanuit de NZa, anderzijds als gevolg van een vergoeding ontvangen van Politie Nederland voortkomend uit de opgelopen vertraging in de totstandkoming van de gemeenschappelijke meldkamer. Daarnaast kon een aantal geplande projecten in 2021 niet of niet conform planning worden uitgevoerd, veelal als gevolg van de coronacrisis. De uitvoering ervan wordt doorgeschoven naar 2022. Dit resultaat wordt enigszins gedrukt door de hogere kosten die voortkomen uit de toenemende noodzaak van een bij de vraag aansluitende interne dienstverlening en het stafbureau, als ook de hogere kosten bij de GGD.

10

Corona heeft de kwetsbaarheid van onze kleine regionale GGD blootgelegd. Duidelijk is dat er meer personele inzet nodig is om de uitvoering van de wettelijke taken te garanderen, zoals op de bestrijding van de infectieziekten. Volgend hierop wordt een voorstel gedaan ten aanzien van het muteren van reserves die nog niet in de begroting zijn meegenomen. Wanneer mutaties aan een reserve niet in de begroting of een begrotingswijziging zijn opgenomen, is het een bevoegdheid van het algemeen bestuur om in te stemmen met deze mutaties. Resultaatbestemmingsvoorstellen Naast de reeds begrote mutaties reserves is er ook een aantal voorstellen ten aanzien van het muteren van reserves opgenomen in de bestemming van het rekeningresultaat. Deze mutatievoorstellen hebben allemaal een verplichtend karakter, als gevolg van het feit dat het bijvoorbeeld bijdragen betreft die toegekend worden ten gunste van bepaalde kosten, zoals de centrumgemeentebijdragen inzake Bescherming en Opvang, de bijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR ) en de bijdrage Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) of het betreft ‘subsidie gebonden’ middelen met een terugbetaalverplichting. Voorgesteld wordt in te stemmen met een zestal dotaties en een onttrekking. De totale hoogte van deze mutaties komt op € 1.225.378.

De volgende mutaties worden voorgesteld: 1) Het doteren van € 200.112 aan de reserve Werken aan Werk; een aantal projecten dat gepland stond voor 2021 wordt doorgeschoven naar 2022 als gevolg van vertraging in de uitvoering door COVID-19. 2) Het doteren van € 95.807 aan de reserve Dak en Thuisloosheid; een aantal projecten dat gepland stond voor 2021 wordt doorgeschoven naar 2022 als gevolg van vertraging in de uitvoering door COVID-19. 3) Het doteren van € 97.051 aan de reserve Bescherming en Opvang; een aantal projecten dat gepland stond voor 2021 wordt doorgeschoven naar 2022 als gevolg van vertraging in de uitvoering door COVID-19. 4) Het doteren van € 32.258 aan de reserve Laaggeletterdheid; een aantal projecten dat gepland stond voor 2021 wordt doorgeschoven naar 2022 als gevolg van vertraging in de uitvoering door COVID-19. 5) Het doteren van € 754.920 aan de reserve aanvaardbare kosten (RAK). Wanneer er middelen resteren vanuit bijdrage van de zorgverzekeraar worden deze toegevoegd aan de RAK. 6) Het doteren van € 132.500 aan de nieuw te vormen reserve Nieuwe Meldkamer Ambulancezorg 2025; Politie Nederland verstrekt een vergoeding van € 265.000 voor frictiekosten die ontstaan door vertraging van de e Meldkamer Midden Nederland. In 2021 is de 1 termijn van € 132.500 ontvangen. 7) Het onttrekken van € 87.270 aan de reserve Rampenbestrijding.

Deze reserve wordt aangewend ter dekking van eventuele tekorten bij de rampenbestrijding. Bij de bestrijding van COVID-19 heeft de Regio meer kosten gemaakt bij de GGD-GHOR dan dat bekostigd wordt vanuit het RIVM. Wanneer bovenstaande (verplichte) mutaties van reserves worden uitgevoerd, resteert een nadelig resultaat van € 295.460, wat neerkomt op 0,26% van het lastentotaal van € 111.949.812. Ten aanzien van de reserve Bescherming en Opvang hebben gemeenteraden bij het instellen ervan afgesproken dat de bestemmingsreserve maximaal € 2 miljoen mag bedragen. Ultimo 2021 komt de reserve op een totale hoogte van € 3.035.780. Ten aanzien van dit overschot à € 1.035.780 wordt voorgesteld:  € 545.707 te reserveren voor de vergoeding van de meerkosten Sociaal domein 2021. Ook in 2021 maken aanbieders meerkosten om de zorg te continueren in deze coronacrisis. Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt over compensatie meerkosten over de periode 1 januari 2021 tot 1 januari 2022. Gemeenten zijn voor deze meerkosten tot 1 januari 2022 gecompenseerd door het Rijk via de decentralisatie uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In 2021 zijn er nog geen vergoedingen uitgereikt voor aangepaste dienstverlening binnen de regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van de corona maatregelen. De verwachting is dat zorgaanbieders deze kosten nog in rekening zullen brengen bij de Regio.

 Een bedrag ter hoogte van € 490.073 (€ 1.035.780 -/- € 545.707) te restitueren aan gemeenten, wat verrekend kan worden met het negatieve resultaat van € 295.460. Dit betekent dat na verrekening van bovenstaande en bedrag van € 194.613 kan worden gerestitueerd aan gemeenten. Voor deze hierboven vermelde voorstellen inzake de resultaatbestemming wordt een voorstel opgesteld dat voor zienswijze aan gemeenteraden wordt voorgelegd. Het algemeen bestuur besluit op 14 juli 2022 inzake de bestemming van het resultaat, met inachtneming van de ontvangen zienswijzen.

11

Resultaat na mutatie reserves Voorstellen onttrekkingen/dotaties reserves** 1) Restant middelen Werken aan werk (RMT) toevoegen aan reserve 2) Restant middelen Dak- en Thuisloosheid toevoegen aan reserve 3) Restant middelen Bescherming en Opvang toevoegen aan reserve 4) Restant middelen Laaggeletterdheid toevoegen aan reserve 5) Restant middelen RAV toevoegen aan Reserve RAK 6) Middelen RAV toevoegen aan Nieuwe Meldkamer Ambulancezorg 2025 7) Extra lasten GHOR onttrekken aan Reserve Rampenbestrijding

-930 (V) 200 96 97 32 754 133 -87 1.225

Verrekenen met gemeenten subtotaal

295 (N)

Restitutie overschrijding reserve Bescherming en Opvang

-490 (V)

Verrekenen met gemeenten 2021

-195 (V)

** waarbij - een onttrekking en + een dotatie vertegenwoordigt

12

Jaarrekening in een oogopslag De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Lasten, verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Baten en winsten worden verantwoord voor zover zij daadwerkelijk op balansdatum zijn gerealiseerd. Het resultaat wordt bepaald door het verschil aan baten en lasten toegerekend aan het jaar waar zij betrekking op hebben. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021 Begroting 2021 Programma Sturing Inkoop en Contractbeheer Maatschappelijke Dienstverlening Veilig Thuis Jeugd en Gezin GGD Regionale Ambulance Voorziening Grondstoffen en Afvalstoffendienst Regio P&O Subtotaal programma's (1)

77.779

Saldo -837 3 -720 -2.009 -594 -1.259 -2.834 -142 -8.392

Baten 15.084 19.944 4.186 10.547 20.040 10.521 30.830 142 111.294

101.845

Saldo -817 -608 -899 -2.295 -594 -1.259 -2.834 -142 -9.450

Baten 15.702 21.729 4.236 10.593 25.755 11.150 30.805 108 120.078

5.398 3.467 99 235 117 9.316

760

626

6.024 3.467 99 235 117 9.942

5.424 3.459 99 235 117 9.334

1.219

760

6.184 3.459 99 235 117 10.094

-

10 10

10 10

-

10 10

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten (1+2+3)

86.798

87.731

-934

112.054

Algemene dekkingsmiddelen Bijdragen gemeenten Bijdrage Rijk Bijdragen derden Overige baten Subtotaal algemene dekkingsmiddelen (4)

68.630 1.500 15.794 874 86.798

-

-68.630 -1.500 -15.794 -874 -86.798

Mutaties reserves Sturing Inkoop en Contractbeheer Maatschappelijke Dienstverlening Veilig Thuis Jeugd en Gezin GGD RAV Grondstoffen en Afvalstoffendienst FB/Staf/Regio Subtotaal mutaties reserves (5)

1.074 1.228 1 55 2.358

1.046 378 1.424

Gerealiseerd resultaat

89.155

89.155

Overhead Bedrijfsvoering RVE gerelateerde overhead RVE Sturing RVE Inkoop Regio P&O Subtotaal overhead (2) Vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting Subtotaal Vennootschapsbelasting (3)

Baten 6.385 23.287 3.856 9.474 3.540 9.661 29.826 142 86.171

Lasten 5.548 23.290 3.136 7.465 2.946 8.402 26.991

626

bedragen x € 1.000 Realisatie 2021

Begroting 2021 na wijziging Lasten 14.266 19.336 3.287 8.252 19.446 9.262 27.995

Lasten 13.005 21.102 3.303 8.221 25.303 9.250 27.922 108.107

Saldo -2.697 -627 -932 -2.372 -453 -1.900 -2.883 -108 -11.971

1.219

6.752 3.578 254 280 20 10.883

5.533 3.578 254 280 20 9.665

10 10

-

-

-

111.949

-105

121.297

118.990

-2.307

75.007 18.821 17.976 249 112.054

-

-75.007 -18.821 -17.976 -249 -112.054

77.089 24.969 18.407 832 121.297

-

-77.089 -24.969 -18.407 -832 -121.297

-28 -850 -1 -55 -934

2.232 1.228 -165 1 55 3.351

2.066 973 287 130 3.456

-166 -255 165 287 -1 76 105

1.014 1.174 -165 1 55 2.079

2.066 973 287 130 3.456

1.052 -201 165 287 -1 76 1.377

-

115.405

115.405

-

123.376

122.446

930

13

Balans Regio Gooi en Vechtstreek 2021 (bedragen x € 1.000)

ACTIVA

(bedragen x € 1.000)

31-12-2021

31-12-2020

Vaste activa

- Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

- Algemene reserve

1.199

1.199

- Bestemmingsreserve

11.546

9.770

Eigen vermogen 12.545

13.001

18.104

18.415 30.649

- Gerealiseerde resultaat boekjaar

930

31.416

Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd > 1 jaar

31-12-2020

Vaste Passiva

Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut

31-12-2021

PASSIVA

-2 13.675

10.966

Voorzieningen 8.052

759 8.052

- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 759

- Egalisatievoorzieningen

-

-

1.437

1.431 1.437

1.431

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar - Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

Totaal vaste activa

38.701

32.175

Vlottende activa

-

- Overige schulden

51.644

43.734

5.870

-

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

12.190 5.870

12.190

Overlopende passiva

- Vorderingen op openbare lichamen

5.981

13.298

- rekening-courantverhouding met het Rijk

27.179

22.289

- Overige vorderingen en uitzettingen

31.337

Netto -vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar -

- rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen

Totaal vaste passiva

31.337 36.532

Vlottende passiva

Voorraden - Gereed product en handelsgoederen

36.532

-

-

2.031

3.163 35.191

38.750

- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

6.843

6.535

- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingjaren

13.160

10.683 20.003

17.219

Liquide Middelen - Kassaldi

-

-

- Banksaldi

658

651 658

Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.967

651

1.566 2.967

1.566

Totaal vlottende activa

38.816

40.968

Totaal vlottende passiva

25.874

29.409

TOTAAL GENERAAL

77.517

73.143

TOTAAL GENERAAL

77.517

73.143

14

Toelichting op de balans per 31 december 2021 (Bedragen x € 1.000)

Activa VASTE ACTIVA De materiële vaste activa bestaan uit: Investeringen met economisch nut:

2021

2020

Overige investeringen met economisch nut Boekwaarde begin boekjaar Afschrijvingen in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

13.001 -1.049 593 12.545

13.715 -1.216 503 13.001

Waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing wordt geheven Boekwaarde begin boekjaar Afschrijvingen in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

18.415 -2.350 2.039 18.104

18.220 -2.275 2.469 18.415

Totaal materiële activa:

30.649

31.416

Voor een onderverdeling en het verloopoverzicht van de materiële vaste activa verwijzen wij naar bijlage 4. De investeringen 2021 waarvoor een heffing wordt geheven, betreffen voornamelijk investeringen in het kader van VANG. Investeringen met economisch nut betreffen investeringen in ambulances voor de RAV. Bij de Regio zijn er ultimo 2021 geen investeringen met maatschappelijk nut aanwezig. Het verloopoverzicht van de financiële vaste activa is als volgt: Financiële activa: Overige uitzettingen met een rente-typische looptijd > 1 jaar Boekwaarde begin boekjaar Afschrijvingen in boekjaar Investeringen in boekjaar Boekwaarde einde boekjaar

2021

2020

759 -750 8.043 8.052

9 0 750 759

In 2020 is de Regio een lening aangegaan van € 8.000.000, welke in 2021 is doorgeleend aan Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. Het kortlopende deel van deze lening bedraagt € 1.750.000. De opgenomen lening is op de balans opgenomen onder vaste schulden met een rente-typische looptijd van langer dan één jaar. Verder is onder de post financiële vaste activa een uitzetting bij TNT, Parkeer BV Bussum, Dudok Wonen, (Zorg- en Veiligheidshuis) en FransVast (vaccinatie en testlocatie COVID-19 aan Franse Kampweg in Bussum) opgenomen. VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente-typische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening courantverhoudingen met het Rijk Rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen en uitzettingen Totaal uitzettingen

2021 5.981 27.179 0 2.031 35.191

2020 13.298 22.289 0 3.163 38.750

De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit vorderingen op de deelnemende gemeenten, de zorgverzekeraars en de vordering op het RIVM voor de COVID-19 PCR diagnostiek. Voor verdere informatie over het schatkistbankieren verwijzen wij naar de paragraaf financiering op pagina 64. De overige vorderingen en uitzettingen bestaan grotendeels uit nog te ontvangen bijdragen Nedvang van de Stichting Afvalfonds en detacheringsvergoedingen over het vierde kwartaal 2021.

15

Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten ING Totaal liquide middelen

2021 655 3 658

2020 651 0 651

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2021

2020

2.967

1.566

De post overlopende activa bestaat uit gelden welke in 2021 reeds zijn betaald, maar betrekking hebben op volgende begrotingsjaren. Voorbeelden hiervan zijn erfpacht, licenties, verzekeringen, BCF & omzetbelasting en abonnementen.

Passiva VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat in boekjaar Totaal eigen vermogen

2021

2020

1.199 11.546 930 13.675

1.199 9.770 -2 10.966

Van het te verwerken voordelig resultaat 2021 van € 929.915 wordt voorgesteld € 1.225.378 te muteren op bestemmingsreserves en € 295.463 te verrekenen worden met de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit de reserve Bescherming en Opvang € 1.035.780 gerestitueerd aan de regiogemeenten. Voor een onderverdeling, verloopoverzicht en toelichting op de reserves verwijzen we naar de staat van reserves en voorzieningen, welke is opgenomen in bijlage 2. Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen Totaal voorzieningen

2021 0 1.437 1.437

2020 0 1.431 1.431

Voor een toelichting en het verloopoverzicht van de voorzieningen verwijzen we eveneens naar de staat van reserves en voorzieningen, welke is opgenomen in bijlage 2.

Vaste schulden met een rente-typische looptijd > 1 jaar Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

2021

2020

36.532

31.337

De vaste schulden met een rente-typische looptijd van langer dan één jaar bestaan uit leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. In 2021 is een nieuwe lening afgesloten van € 8.500.000 met een looptijd van 10 jaar en een rentepercentage van 0,05%. Een specificatie van de leningen is opgenomen in bijlage 3.

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jaar Overige schulden

2021 5.870

2020 12.190

De netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar bestaan uit het crediteurensaldo per 31-12-2021 en de betalingen onderweg ultimo 2021.

16

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingjaren Totaal overlopende passiva

2021

2020

6.843

6.535

13.160

10.683

20.003

17.219

De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van verplichtingen gerelateerd aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten van een vergelijkbaar volume), bestaan voornamelijk uit te betalen kosten inzake afdracht loonbelasting en pensioenpremies december 2021, afrekeningen NZa, afrekeningen FLO, volwasseneducatie. Op 27 januari 2022 is de Cao Gemeenten (van 1 januari 2021 tot en met 2023 ) vastgesteld. De salarissen stegen per 1 december 2021 met 1,5%. Daarnaast is er sprake van een eenmalige uitkering van € 1.200. Daarvan is € 300 een corona-onkostenvergoeding. Hoewel de salarisverhoging over december 2021 en de eenmalige uitkering in februari 2022 zijn uitgekeerd aan medewerkers, is deze verplichting tot uitbetaling opgenomen per programma als last. De reservering hiervoor op de balans bedraagt € 525.757. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, bestaan ultimo 2021 voornamelijk uit:  Verplichtingen Beschermd Wonen € 11.334.939  Afrekeningen NZa € 971.834  Meerjarige subsidies voor diverse projecten € 853.707 (o.a. POK-gelden vanuit decembercirculaire 2021, meerjarige subsidiegelden)

17

Waarderingsgrondslagen Algemeen Deze jaarrekening is opgesteld volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 8 oktober 2020 de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Op 16 december 2021 heeft het algemeen bestuur de verordening bijgesteld; ook deze verordening is daarom van toepassing op deze jaarstukken. De gehanteerde grondslagen van waardering zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

Continuïteit De jaarrekening is opgesteld onder de veronderstelling van continuïteit van de Regio en diens activiteiten, mede in het licht van de aanvulling van tekorten door de aangesloten gemeenten, op grond van de rechtsvorm gemeenschappelijke regeling. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaand jaar. Sinds juli 2019 hebben er geen wijzigingen aan het BBV plaatsgevonden. In het BBV is aangegeven dat er een staat van baten en lasten met toerekening naar taakvelden opgenomen moet zijn, waarbij de overheadkosten in zowel de begroting als de jaarrekening zichtbaar moeten zijn. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Te denken valt aan kosten met betrekking tot de P&O, financiën, automatisering, huisvesting, inkoop, informatievoorziening. Er is naar aanleiding van de geldende BBV-voorschriften een aantal taakvelden opgenomen.

De volgende taakvelden zijn voor de Regio van toepassing: 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds 0.9 Vennootschapsbelasting 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 187.1 Volksgezondheid 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.3 Wonen en bouwen Onder het taakveld 0.4 Overhead zijn onderstaande onderdelen toegedeeld:  leidinggevenden primair proces (hiërarchisch), exclusief projectleiding;  financiën, toezicht en controle gericht op eigen organisatie;  P&O/HRM;  inkoop; 18

      

interne en externe communicatie; juridische zaken; bestuurszaken en bestuursondersteuning; informatievoorziening en automatisering (ICT); facilitaire zaken; DIV; managementondersteuning primair proces.

Activa De materiële vaste activa bestaan uitsluitend uit investeringen met een economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, waaronder heffingen. Na een besluit van het algemeen bestuur om een investeringskrediet te verstrekken wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief vanaf het moment van ingebruikname. De waardering van de materiële vaste activa vindt plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In overeenstemming met de financiële verordening worden de materiële vaste activa met een economisch nut lineair afgeschreven in maximaal: 40 jaar: Nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen 10 jaar: Renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen 10 jaar: Technische installaties in bedrijfsgebouwen 5 jaar: Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen 5 jaar: Vaste telefooninstallaties, kantoormeubilair 5 jaar: Aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen 3 jaar: Kantoorautomatisering (hard en software) 8 jaar: Zware transportmiddelen, huisvuilwagen, aanhangwagens, lichte motorvoertuigen 6 jaar: Ambulances en personenauto’s 10 – 12 jaar: Overige activa, zoals ondergrondse inzamelvoorzieningen Bij de aanvraag van investeringskredieten kan gemotiveerd afgeweken worden van de te hanteren termijn zoals

hierboven opgenomen. Activa die voldoen aan één van de volgende eisen worden niet geactiveerd (uitgezonderd gronden en terreinen):  Een verkrijgingsprijs van € 25.000 of minder.  Een jaarlijkse vervanging van het materieel, zoals inzamelvoorzieningen. De financiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, gewoonlijk de nominale waarde. De vlottende activa bestaan uit de voorraden, de uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa. De voorraden worden tegen marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs. De uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar worden, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De overlopende activa worden eveneens gewaardeerd tegen de nominale waarde. Passiva De passiva (financieringsmiddelen) worden onderscheiden in de vaste passiva en de vlottende passiva. De vaste passiva bestaan uit het eigen vermogen (reserves), de voorzieningen en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (langlopende schulden). Informatie over de aard en de reden van de reserves en de voorzieningen staat opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen (bijlage 2).

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen vinden hun oorsprong in verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (artikel 44 BBV), en een waarschijnlijke uitstroom van middelen noodzakelijk is. Langlopende schulden worden tegen de nominale waarde gewaardeerd, verminderd met gedane aflossingen (artikel 46 BBV). De vlottende passiva bestaan uit de kortlopende schulden en de overlopende passiva en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de kortlopende schulden worden, indien van toepassing, de bedragen opgenomen met een fiscale grondslag. 19

Grondslagen voor bepaling van het resultaat Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Resultaten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelsbeloningen Onder personeelslasten zijn begrepen de in het in boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen dan wel schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.  Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenbegroting, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Nederlandse pensioenregelingen We hebben een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de beleidsdekkingsgraad (de gemiddelde dekkingsgraad van de laatste 12 maanden) lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP bedroeg 103,9% over 2021 gemiddeld.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. Rente Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten, indien van toepassing, wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten van de vaste activa. De afschrijvingstermijn bedraagt maximaal de economische levensduur. Boekwinsten en -verliezen met betrekking tot materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten worden verantwoord op basis van de historische kosten en worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

20

PROGRAMMA’S       

Sturing Inkoop en contractbeheer Maatschappelijke dienstverlening Jeugd en gezin Gemeentelijke gezondheidsdienst Regionale ambulancevoorziening Grondstoffen en afvalstoffendienst

21

Programma

Sturing

Onderdelen  Beleid en bestuur  Consultatie en adviesteam  Zorg- en veiligheidshuis  Visit Gooi en Vecht  Doelgroepenvervoer Relevante beleidsdocumenten  Regionale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2019 – 2022  Woonvisie Gooi en Vechtstreek 2016 – 2030  Regionale detailhandelsvisie  Marktbewerkingsplan werken aan werk Gooi en Vechtstreek 2019 - 2021  Beleidsplan bescherming en opvang Gooi en Vechtstreek  Transformatieplan jeugd  Convenant energietransitie samen op pad  Uitvoeringsplan van afval naar grondstof  Koersdocument Gooi en Vechtstreek 2040 (in ontwikkeling) Deelnemende gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp, Wijdemeren en Eemnes (partieel)

Wat wilden we bereiken? Onderdeel

Doel

Wat wilden we bereiken?

Beleid en bestuur – Bouwen en wonen Beleid en bestuur Cultuur en recreatie Beleid en bestuur Economie en werk Beleid en bestuur Gezondheid en ondersteuning Beleid en bestuur Jeugd en onderwijs Beleid en bestuur Milieu en duurzaamheid Beleid en bestuur Ruimte en mobiliteit Consultatie en adviesteam

1.1 1.2

Een door provincie en gemeenten gedragen woonagenda Gooi en Vechtstreek Kwaliteitstoerisme en behoud van cultureel erfgoed

1.3

Het woon-werk klimaat in Gooi en Vechtstreek te versterken

1.4

Een door gemeenten en partners gedragen beleidsplan bescherming en opvang 2021 en verder

1.5

Zorg en veiligheidshuis

3.1

Met gemeenten, zorgverleners en het onderwijs zorgen dat kinderen ‘zo thuis mogelijk’ kunnen opgroeien Een regionale energiestrategie 1.0 en nieuw beleid voor de circulaire verwerking van (huishoudelijke) grondstoffen Uitvoering van een breed gedeelde en samenhangende visie Gooi en Vechtstreek 2040 Passende ondersteuning voor kinderen met vragen op het terrein van complexe jeugdzorg en ernstige enkelvoudige dyslexie Het terugdringen van criminaliteit en recidive en het bieden van zorg en veiligheid aan (kwetsbare) personen met complexe multiproblematiek en hun omgeving

Visit Gooi en Vecht

3

1.6 1.7 2.1

3

Visit Gooi en Vecht is aan de begroting toegevoegd middels begrotingswijziging 2020-1

22

Wat hebben we bereikt? Bouwen & Wonen Het woonakkoord Gooi en Vechtstreek is ondertekend door de provincie en de gemeenten. Dit akkoord gaat uit van 11.500 nieuwe woningen tot 2040. Ten aanzien van betaalbaarheid van de woningvoorraad is de al gerealiseerde doelstelling ‘aantal sociale huurwoningen op peil’ omgezet naar ‘aandeel sociale huurwoningen groeit mee met de groei van de woningvoorraad’. De ambitie voor midden huurwoningen is doorgetrokken van 1.000 woningen in 2030 naar 1.500 woningen in 2040. Cultuur & Recreatie In 2021 is het regionale cultuur en recreatie programma afgerond en opgeleverd. Er zijn mooie dingen samen met de maatschappelijke instellingen gerealiseerd: o.a. cultuureducatie met kwaliteit, de Regioconservator en het Erfgoedfestival. Corona heeft uiteraard enorme impact gehad op de afronding van het programma. In het kader van de gemeentelijke bezuinigingen op de Regio zijn de beleidsmatige activiteiten per 2022 beëindigd. De Regioconservator en het Erfgoedfestival worden wel voortgezet. Economie & Werk Met de regionale arbeidsmarktprogramma’s Werken aan werk en Perspectief op werk is er een substantiële bijdrage geleverd om de impact van corona op de regionale arbeidsmarkt op te vangen. Deze bijdrage loopt in 2022 en 2023 nog door.

Met passende leerwerkarrangementen willen gemeenten en partners de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt overbruggen. Ook is er een human capital agenda opgesteld om gezamenlijk strategisch te sturen op een optimale inzet van het menselijk kapitaal in Gooi en Vechtstreek. Tot slot is er onderzoek gedaan naar de noodzakelijke ruimte voor werklocaties en de herijking van het transformatiefonds voor werklocaties. De uitkomsten dienen als input voor de nieuwe bestuursperiode. Gezondheid & Ondersteuning Het beleidsplan bescherming en opvang 2022 – 2026 is door de gemeenteraden met een breed draagvlak vastgesteld. In 2021 zijn veel projecten uit het beleidsplan bescherming en opvang 2017 – 2020 uitgevoerd. Ook zijn er, o.a. als gevolg van corona, projecten vertraagd of gestopt. De inkoop van maatschappelijke ondersteuning is in 2021 gerealiseerd. Voor een goede overgang van inwoners naar nieuwe zorgorganisaties zijn er transitieovereenkomsten voor de dagbesteding gesloten. In het kader van financieel gezonde gemeentefinanciën zijn maatregelen verkend, waarmee gemeenten kunnen besparen op de uitgaven voor maatschappelijke ondersteuning. Jeugd & Onderwijs Het transformatieplan jeugd is volgens afspraak uitgevoerd. Er zijn onderwijszorgarrangementen gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11527371/1