CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Rondetafelgesprek 6 april 2021, gemeente blaricumBij agendapunt: Opening24.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RONDETAFELGESPREKKEN VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 6 april 2021

1.

Opening De voorzitter: Ik heet iedereen van harte welkom. De mensen thuis, de mensen van het college. Ik zie Maria Klingenberg voor het eerst in de RTG, welkom. Anne-Marie Kennis zie ik, en natuurlijk de raadsleden, en de ambtelijke ondersteuning, want die is er vanavond ook. Wethouder Knoop: En Gerard Knoop. De voorzitter: Sorry, Gerard. Ik had je niet gezien. Wethouder Knoop: Ja, ja. De voorzitter: Je bent bij mij niet in beeld, maar ik zie je nu onderaan. Wethouder Knoop: Ik heb net nog contact met je gehad, maar het is … De voorzitter: Ja. Wethouder Knoop: Ik ben erbij, hoor. Ik ben erbij. De voorzitter: Geweldig. Welkom, welkom ook. Het hele college, laat ik het dan zo zeggen, want dan heb ik tenminste iedereen meegenomen. Mevrouw …: Alleen Joan niet, Christien. De voorzitter: Nee, die is er niet had ik begrepen. Had ik begrepen. Mevrouw …: Oké. De voorzitter: Eventjes voor de goede orde de bekende spelregels. Graag de microfoontjes uit als er niet gesproken wordt door de persoon. Dan graag een handje opsteken voor een interruptie. Als we ons daaraan houden dan hebben we inderdaad de meest effectieve avond die maar mogelijk is.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dan zou ik willen beginnen met de agenda, de agendabepaling, want daar gaan we iets in veranderen. In het presidium is besloten dat het onderwerp Zienswijze onderhandelingsresultaat uittreden Amsterdam wat betreft het Goois Natuurreservaat en de Gooise Natuuragenda mocht er een inspreker gaan we dat bespreken, maar mocht dat niet het geval zijn dan gaat dat onderwerp naar de mening vormende raad van april. Dus dat betekent dat hij vanavond van de agenda wordt afgehaald, want er heeft zich geen inspreker gemeld voor dit onderwerp. Dat betekent dus dat het eerste onderwerp wordt afgevoerd hierbij. Ik hoop dat iedereen zich daarin kan vinden. Het is het presidium die dit zo heeft vastgesteld. Zijn daar nog verder op- of aanmerkingen over? Ik zie verder geen handjes. Dan ga ik er vanuit dat dat akkoord is. Dan betekent het dat wij … Ik had al gemeld dat er geen insprekers …

Wethouder Knoop: Voorzitter, ik heb nog een handje. De voorzitter: Ja. Wethouder Knoop: Ik heb een handje. De voorzitter: Oh, sorry. Mijnheer Knoop, ik vergeet … Wethouder Knoop: Ja. De voorzitter: U de hele avond, ben ik bang. Gaat uw gang. Wethouder Knoop: Ja, nee. Ik heb een handje. Ik vind het ontzettend jammer dat we dit niet bespreken, want er ligt zo’n ontzettend mooi resultaat over het onderhandelingsresultaat met Amsterdam. Maar goed, dat komt nog aan de orde in de raad, maar het geeft wel aan: als er mooie dingen zijn te vertellen, dan is er minder interesse misschien, en als er minder mooie dingen zijn, dan is er heel veel interesse. Maar goed, zo zij de politiek. Zo is het ook landelijk natuurlijk en ik vind het heel erg fijn om te constateren dat het CDA met zijn prominente mijnheer Rutte steunt en dat moet u deugd doen als de vertegenwoordiger van de VVD in Blaricum. De voorzitter: Nou, dank u wel, mijnheer Knoop, voor deze inleiding. Ja, het onderwerp gaat helaas niet door, maar het is niet minder belangrijk, denk ik, dus we gaan daar uitgebreid over spreken in de raadsvergadering. Wethouder Knoop: Oké. De voorzitter: Mochten er vragen zijn, dan graag de technische vragen zo spoedig mogelijk richting het college over dit onderwerp. Wethouder Knoop: Ja, oké. 3.

Ruimte voor niet geagendeerde onderwerpen De voorzitter: Dan heb ik u al gezegd dat er geen insprekers zijn op niet geagendeerde onderwerpen. Er zal straks wel een inspreker zijn op het onderwerp van de brandweerhuisvesting, maar daar komen we later bij dat onderwerp op terug.

4.

Rondvraag raadsleden en fractievertegenwoordigers / mededelingen De voorzitter: Dan wil ik graag nu doorgaan naar het agendapunt 2, dat is de rondvraag / mededelingen van raadsleden en fractievertegenwoordigers. Ik heb op dit punt twee raadsleden gehoord die graag iets willen vragen en die zou ik graag het woord willen geven. In eerste instantie is dat Ellewies Claushuis, die had een vraag. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. Dank je wel, voorzitter. Ja, ik weet dat er al diverse keren over gesproken is en dat er ook vragen over gesteld is, maar ik wil hem toch nog een keer aan de orde stellen, omdat dat nu actueel is. De lente is begonnen, dus de asperges die komen ok weer de grond uit. Helaas in Blaricum niet zo veel. Ik heb daar toch een vraag over de boerderij die eigendom is van de ASB, de aspergeboerderij, even voor de toehoorders die dat niet weten. Nou, we hebben allemaal op het oog op Blaricum kunnen zien dat er lange

rijen staan en dat het er ontzettend gezellig, pittoresk en landelijk uitziet, dat er heel geanimeerd gebeuren is, alleen is er toch nog steeds een discussie over de gang van zaken en dat is in het kader van gelijke monniken, gelijke kappen, zoals ik het hier maar wil noemen. Dat er een niet-Blaricums bedrijf daar fantastische asperges verkoopt daar gaat het niet om, maar dat dat eigenlijk niet conform de regels is of de opstellingen die gedaan zijn door de ASB. Op de site staat ook: de eigendommen worden in beginsel gepacht van alle in Blaricum wonende agrarische ondernemers zijn aangesloten bij de ASB. Ja, en dan is degene die uit Venray komt is natuurlijk geen Blaricumse boer, dus ik heb daar toch vragen over, over hoe dat gezien ook de andere boerderijen die wel door boeren worden geëxploiteerd … Ja, daar heb ik van diverse kanten vragen over gehoord: kan dat nog een keer uitgelegd worden in groter verband wat daar de visie van is van de ASB? Ik denk dat ik daar de heer Knoop voor moet aanspreken. Dus hoe gaat dat in de toekomst in zijn werk? De voorzitter: Nou, dan gaan we mijnheer Knoop meteen de vraag stellen. Mijnheer Knoop, de ASB en de aspergeboerderij? Gaat uw gang. U moet nog wel even uw microfoon aanzetten. Wethouder Knoop: Ja. U verstaat mij nu, hè? De voorzitter: Ja.

Wethouder Knoop: Het is zo dat het bestuur van de ASB al lange tijd aandacht heeft, en meer dan aandacht, voor de situatie rond de boerderij en de aspergeteelt in Blaricum. Er zijn ook vragen gesteld aan de exploitant, mijnheer Knoop, ook aan mijnheer Knoop en zijn dochters, hoe dat zit, want wij willen eigenlijk niet ook als bestuur, ik spreek even als bestuurslid van de ASB, dat er asperges worden geïmporteerd uit een ander deel van Nederland, en in dit geval Limburg, naar Blaricum met dat we niet in eigenlijk op het grondgebied van de ASB wordt geteeld. Dat laatste dat is niet vervelend bedoeld, maar dat is bedoeld om ook vooral het agrarische karakter van Blaricum te behouden en te verstevigen. Dus ze moeten echt geteeld worden. Nou, concreet betekent het dat de discussie en het overleg met de familie die de erven van de eigenaar dat die in gang is gezet en het komt er op neer dat de gesprekken hebben geleid tot voor kort tot de conclusie dat de dochters van mijnheer Knoop, en die zijn erven, die hebben recht op het gebruik van dat perceel en de boerderij, dat die komen nu binnenkort met een businessplan waaruit blijkt hoe zij denken de komende jaren daadwerkelijk de aspergeteelt te gaan exploiteren en dat wordt voorgelegd aan het ASB-bestuur.

Als dat een voldragen businessplan is, moet dat ook gaan gebeuren en daar zullen wij ook als ASB-bestuur als het nodig is in faciliteren. Dat kan zijn dat er leningen worden verstrekt om dingen mogelijk te maken. Maar op dit moment is de afspraak, en dat is ook toegezegd door de erven, dat zij komen op korte termijn met een businessplan om de aspergeteelt in Blaricum weer zelf ter hand te nemen. De voorzitter: Nou, dit is mooi nieuws. Mevrouw Ellewies Claushuis, bent u hiermee akkoord met dit antwoord? Nog verdere vragen hierover? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee, ik heb geen verdere vragen. Ik wil wel benadrukken dat ik het zelf ook heel belangrijk vind dat heel sympathiek is dat dat gewoon doorgaat, maar dat ze in het kader van de juiste beoordeling dat ik toch vind dat dat inderdaad bekend moet zijn hoe de toekomst hiervan eruitziet. Wethouder Knoop: Ja. Dat is helemaal terecht en als het goed is komt dat businessplan. Ik zal u daarover als het goed is de eerstvolgende keer in een raad over informeren of dat allemaal gaat lukken. Als dat niet lukt, in het ergste geval, in een ander scenario, dan moeten wij echt serieus gaan omkijken naar een andere exploitant van de boerderij …

De voorzitter: Duidelijk antwoord. Ik zie nog een handje van mevrouw Lanphen. Was dat voor uw vraag of ging dat hierover? Mevrouw Lanphen: Dat was voor mijn vraag, om duidelijk te maken dat ik een vraag wil stellen, ja. De voorzitter: Ja, prima. Gaat uw gang met uw vraag, mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Het is ons opgevallen, en ook ongetwijfeld meerdere raadsleden, dat er weer grote kapvergunningen worden aangevraagd. We zijn door een van de inwoners benaderd over een verleende kapvergunning, door meerdere inwoners zelfs. We zijn ook her en der wezen kijken en ik wil eigenlijk het college vragen en de betreffende wethouder om daar toch goed op te letten wat er gaande is en vooral ook daar informatie over te geven waarom dingen wel of niet gehonoreerd worden zodat inwoners het begrijpen, want er is heel veel onbegrip bij inwoners, heel veel onrust, en men zoekt nu ook de raadsleden op en de politiek op om daar hun ongenoegen over kenbaar te maken. Dus dit is een signaal waarvan ik denk dat onze nieuwe wethouder daar de portefeuillehouder van is en die wil ik daarop heel graag even attenderen. De voorzitter: Dit is meer een oproep aan mevrouw Klingenberg. Misschien wil mevrouw Klingenberg daar even op reageren. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Ja, binnenkort komt er een nieuw groenbeleidsplan.

Dat is in de maak, dus daar krijgen jullie zeer binnenkort over te horen. Het is zelfs zo: ik zit nog maar twee weken, maar ik heb al verschillende mensen gehoord die inderdaad commentaar hebben op het kapbeleid, omdat er dan vaak een heel perceel wordt kaalgekapt en de mensen weten niet waarom. Dus het heeft de aandacht en er komt binnenkort een voorstel. Mevrouw Lanphen: Dank u wel. De voorzitter: Tevreden met het antwoord? Ja. Mevrouw Lanphen: Dank u wel. De voorzitter: Ik zie mijnheer Uijldert heeft hier ook nog iets op te melden. Mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Ja, dank u wel. Ja, ook in de Bijvanck. Ik wil mevrouw Lanphen even bijvallen. Ook in de Bijvanck hier in de buurt is er veel onrust over diverse kapvergunningen die zijn aangevraagd, dus bij dezen. De voorzitter: Nog een oproep. Dan zie ik nog een handje van mevrouw Kennis, die wil ook nog iets hierover kwijt? Wethouder Kennis: Ja, heel even als het mag, voorzitter. De voorzitter: Ja, zeker. Wethouder Kennis: Ik heb een verzoek gedaan aan de afdeling vergunningverlening. Dat was voordat mevrouw Klingenberg ingetreden is, dus vandaag dat ik dat gedaan heb, om in ieder geval in de advertentieteksten duidelijk erbij te vermelden waarom een kapvergunning wordt verleend. Dus bijvoorbeeld: kapvergunning wordt verleend in verband met bouwkavel, wordt verleend in verband met oprit, zodat er daar

wat meer duidelijkheid is, en dat als er geen … Dus of er is herplant of er is een reden waarom er geen herplantplicht is, en dat dat gewoon in de advertentie komt te staan. Dan geeft dat voor de inwoners een stuk meer duidelijk. Ik heb bij de afdeling handhaving neergelegd, en dat gaat dan over illegale kap, om te gaan kijken wat de mogelijkheden zijn voor een bestuurlijke boete bij illegale kap zodat dat niet alleen meer is: foei, u heeft gekapt en u moet herplanten, maar dat daar ook een forse bestuurlijke boete bijkomt. Dus dat zijn twee dingen die ook in gang gezet zijn. Dat nog even in aanvulling op mevrouw Klingenberg. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Dan gaan alle handjes nu omhoog die ook nog iets daaraan toe willen voegen. Ik zie Janny van Dijk, die wil graag iets melden daarover nog. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, ik wil daar even nog een aanvulling op geven. Dank u wel, voorzitter, trouwens. Bij de herplantplicht zou ik het op prijs stellen, of tenminste zou ik de aandacht voor willen vragen, dat er daarna ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt wat daar voor teruggezet wordt, want ik heb me laten vertellen dat als er bomen gekapt worden, dat dar krentenbomen in de plaats worden neergezet of kleine struikjes.

Dar wil ik toch wel aandacht voor vragen dat het niet toch een beetje een slinkse wijze wordt van grote bomen kappen om kleine struikjes voor terug te zetten. Dank u wel. De voorzitter: Nog een oproep. Dan zie ik nog een handje van mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Ja, nog even. De voorzitter: Of was het nog het vorige handje? De heer Uijldert: De vraag namelijk waarom er gekapt wordt, wat de reden voor kap is, ja, daar heb ik al tien, vijftien jaar geleden of zo al vaak om gevraagd, dus ik hoop dat het nu eindelijk lukt om dat inderdaad bij de vergunningen te vermelden. Dat dat bekend is, want ook hier in de buurt vragen mensen zich af: waarom moeten die bomen weg? Dus ik hoop dat dat lukt. De voorzitter: Oké. Mijnheer Bruintjes wil graag iets toevoegen. De heer Bruintjes: Ja, dank u wel. Ik weet dat de heer Uijldert volgens mij een keer een kleed eruit gegooid heeft: kappen met kappen. Die vind ik nog steeds een van de betere die ook ooit gehoord heb, want waarom zou je kappen? Ik denk dat je ook de ‘…’ over waarom je wil kappen. Als je dan wil kappen en er komt geen herplantplicht, omdat er geen plek zou zijn, dan zou ik als gemeente toch minimaal de kosten van herplant van een volwassen boom in rekening brengen. Dat zou ik ook graag willen zien bij degene die gewoon een boom gesloopt heeft om geen vergunning aan te ‘…’.

Dus die bestuurlijke boete die mag wat mij betreft behoorlijk zijn. Dat schrikt af, en ik vind ook dat het onbeschoft is dat het gewoon overal gebeurt. De voorzitter: Het is duidelijk. Dank u wel. Tot slot mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Ja, dank u wel. We hebben natuurlijk onlangs heb ik de vraag gesteld of wij in gesprek kunnen met de ‘…’ commissie. Dat gaat gelukkig allemaal gebeuren, maar dan was wel mijn vraag; op moment dat een kavel wordt goedgekeurd, wordt er dan ook van tevoren rekening mee gehouden hoeveel bomen daarvoor moeten sneuvelen? Daar was ik eigenlijk wel benieuwd naar. Dat zou misschien ook wat kunnen oplossen, dus. De voorzitter: Oké. Mevrouw Klingenberg, kunt u daar iets over zeggen? Of wordt het mevrouw Kennis?

Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Dat is prima. Ik denk dat het een goede zaak zou zijn. Nu wordt vaak een heel perceel kaal gekapt. Dat je gewoon zegt: nou, wat is de tekening? Waar is bestemming bouwen? Daaromheen dat in principe gewoon moet blijven staan. Dus daar wordt in het groenbeleidsplan ook naar gekeken hoe we daar mee omgaan. Is dat voldoende antwoord? Mevrouw Beemsterboer: Zeker. Dank u wel. De voorzitter: Ja? Oké. Ik zie nog één handje van mijnheer Uijldert, maar ik denk dat dat nog een vorig handje was. Klopt dat? De heer Uijldert: Dat is een oud handje, excuus. De voorzitter: Oud handje. Goed zo. Nou, dan denk ik dat we deze vragenronde achter ons kunnen laten. De twee personen die een vraag wilden stellen zijn aan bod geweest. 5.

Informeren – Interactie De voorzitter: Ik zou graag door willen gaan naar het derde punt, het informerende punt over de raads- en collegeleden die een vertegenwoordigende functie hebben in een andere organisatie. Ik weet niet of er vanuit deze vertegenwoordigers iets te melden is onder dit agendapunt. Is het college … Is daar een punt om te melden aan de raad? Ik zie geen handjes. Wethouder …: Ik heb mijn handje opgestoken, voorzitter. Wethouder Pel: ‘…’, voorzitter. Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Pel. Of mijnheer Knoop, hoor ik. Wethouder Knoop: Ja, ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Wethouder Knoop: Nou ja, het GNR is van tafel nu en dat komt weer terug naar de raad. De voorzitter: Ja. Wethouder Knoop: Maar ik moet u zeggen dat wij als colleges in de regio verheugd zijn op het resultaat over Amsterdam. Wij zullen ook, wij hebben vrijdag een uitvoerig overleg hoe wij omgaan met die afkoopsom en hopelijk binnenkort ook van de provincie en wij komen met een ontwerp ingroeimodel. Dat houdt in een voorstel op welk moment en met welke bedragen de gemeenten het gat wat ontstaat door defect van Amsterdam en de provincie de komende jaren gaan dekken.

Dat is een lange termijnverhaal, dat is over de komende 16 à 20 jaar, maar daar gaan we aan werken, dus u kunt hopelijk nog in deze coalitietijd met ons bespreken, wij samen als raden, hoe we dat gaan aanpakken zodat we dat goed beleggen voor de komende 10 à 20 jaar. De voorzitter: Oké. Dank u vriendelijk. Toch nog even iets over de GNR. Dan zie ik een handje van mevrouw Kennis vanuit het college.

Wethouder Kennis: Ja, ik … Nou ja, wij zijn momenteel eigenlijk in alle portefeuillehoudersoverleggen druk bezig met praten over bezuinigingsmogelijkheden. Er is vanuit de regio vanuit gemeenten aan alle GR’en verzocht om een bezuiniging van minimaal 3 procent te vinden op de gemeentelijke bijdrage, en daar zijn nu vanuit de regio allerlei voorstellen over gedaan vanuit de diverse gemeenschappelijke regelingen, en daar wordt nu eigenlijk in ieder portefeuillehoudersoverleg druk over gediscussieerd wat welke gemeente waarvan vindt. Dat is dus wel een onderwerp wat uiteraard heel belangrijk is, maar waarin de terugkoppeling op dit moment voor mij niet zo heel veel terug te koppelen is. Dus vandaar dat u denkt misschien: nou, heeft zij geen overleggen gehad? Ja zeker, diverse, en daar is ook heftig gediscussieerd, maar het heeft nog geen resultaat waarvan ik zeg: dit is iets om u mee lastig te vallen. Dus vandaar. De voorzitter: Oké. Dank u vriendelijk. Nou zie ik nog een aantal handjes, maar het kan ook zijn dat het een reactie is ergens op, dus dat ga ik eventjes na. Want ik zie een handje van Rob Bruintjes nog? De heer Bruintjes: Ja. De voorzitter: Is dat een inbreng of is dat een reactie? De heer Bruintjes: Nee, inbreng. Oh, sorry. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Bruintjes: En een reactie. Het is eigenlijk beide. De voorzitter: Oh.

Namens welke organisatie gaat u iets mededelen nu? De heer Bruintjes: Nou ja, over de veiligheidsregio. De voorzitter: Prima. Gaat uw gang. De heer Bruintjes: Ik zit inmiddels een paar jaar in die club en ik heb gemerkt dat er heel weinig uitgekomen is en dat er heel veel eigenlijk al, ja, haast niet anders beslist kan worden zoals er beslist wordt. Dat is eigenlijk de belangrijkste zaak waarvan ik vind dat de vertegenwoordiging in die veiligheidsregio een groter mandaat zou mogen hebben als ze momenteel hebben. Dat is hetgeen wat ik wil zeggen hierover. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan zie ik een hand van Willem Pel. De heer Pel: Ja. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Pel: We gaan het zo direct hebben over de zienswijze MRA, maar ik wil even vanuit de vertegenwoordiging namens de raad in de MRA mededelen dat volgende week, 13 april, wij een bijeenkomst hebben van de MRA waar wij het gaan hebben op een onderdeel wat u ook tegengekomen bent voor de woordvoerders in ieder geval in de zienswijze. Dat gaat over de raadstafel waar wij aan deelnemen, wat namelijk die raadstafel in dat geheel van die nieuwe governance zou moeten gaan betekenen. Dus daar gaan wij het over hebben. Dat zal een sessie zijn waarin verschillende groepen zich uit gaan spreken over wat die rol en verantwoordelijkheid kan zijn.

Je zou het een beetje kunnen vergelijken met wat wij ook in de rol van die regioambassadeurs zien. Dat wordt een beetje ons in de schoenen geschoven, mag ik het zo zeggen. Maar

goed, het is een beetje vooruitlopend, maar dat wilde ik effen mededelen ook dat we dat dus volgende week dinsdag hebben. Wie nog input heeft en ook de input die ik vanavond ophaal uit de discussie, zal ik daar natuurlijk inbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik nog een hand van Joke Lanphen. Mevrouw Lanphen: Ja, hartelijk dank, voorzitter. Ik wil ten eerste onze griffier danken voor het mooie overzicht met alle functies en ik zou ervoor willen pleiten dat onze vertegenwoordigers, zoals Willem Pel dat nu ook net doet, en ook Rob Bruintjes, ons vooral aangehaakt doet blijven, want dat is ook eigenlijk hetgeen wat er nu in het stuk van de MRA staat: dat het belangrijk is dat de raden aangehaakt blijven en dat ze dus ook gebruik maken van deze ronde om ons te informeren over of te bevragen over. Dan wil ik direct ook reageren op de vraag van Willem Pel en de vraag van Rob Bruintjes. Rob Bruintjes die zegt: ik vind eigenlijk dat de vertegenwoordiging meer mandaat moet krijgen. Nou is mij niet duidelijk of hij zichzelf bedoelt of de burgemeester die in de veiligheidsregio zit, dus dat was een beetje onduidelijk wat zijn vraag was. Daar komt ook geen reactie op van de raadsleden, dus ik zou dat willen bepleiten dat dat wel gedaan wordt. Tweede, wat Willem Pel doet, is eigenlijk vragen om input voor volgende week.

Dat heeft niet zozeer effect op onze zienswijze, denk ik, op het advies van die transitiecommissie, maar ik denk dat zoals ook de regiovertegenwoordigers het ook voor de MRA-vertegenwoordigers belangrijk is dat zij de verantwoordelijkheid die de formele vertegenwoordigers in die organisatie hebben zich niet in de schoenen laten schuiven, want er staat ook dat de mensen in de algemene vergadering de raden moeten informeren. Wat er gebeurt in de regio is dat uiteindelijk de portefeuillehouders en ook de regiobestuurders daar onze regioambassadeurs verantwoordelijk voor houden, terwijl zij dat eigenlijk niet zijn. Dus ik wilde dat heel graag de heer Pel meegeven voor volgende week. De voorzitter: ’…’. De heer Pel: Dank je wel. Mevrouw Lanphen: En ik heb nog even een vraag aan Rob Bruintjes wie hij bedoelt. Ik weet niet wie hij bedoelt. De voorzitter: Wat bedoel je met wie hij bedoelt? Mevrouw Lanphen: Rob zegt dat hij een breder mandaat wil voor de … De voorzitter: Ja. Mevrouw Lanphen: Vertegenwoordigende veiligheidsregio. De voorzitter: Ja. Mevrouw Lanphen: Gaat dat over zichzelf of gaat het over de burgemeester? Het is mij niet helder. De voorzitter: Dan geef ik graag het woord aan Rob Bruintjes, want die had zijn hand al opgestoken. De heer Bruintjes: Ja, bedankt. Doet ie het? U hoort mij nu wel? De voorzitter: U bent in … Ja, ja, ja.

De heer Bruintjes: Ja. De voorzitter: U bent in de lucht. De heer Bruintjes: ‘…’. Oké. Waar het mij om gaat is in de tijd dat ik in de commissie heb gezeten, merkte ik dat er veel dingen eigenlijk een beetje over je hoofd geregeld werd, omdat je onvoldoende geïnformeerd bent. Als je daarover geïnformeerd wilde worden, dat er een stuk irritatie ontstond. Zo: nou, ik vind het gewoon klap vervelend. Dan kan ik dat zei, dat geef ik toe, maar in dit geval wilde ik gewoon graag weten: hoe zit dat nou met name met ‘…’ van Blaricum, maar ook andere zaken die ‘…’. Dus wat mij betreft, en wat meerdere betreft, op een hoger niveau zouden moeten komen. Daarmee dacht ik zeker niet alleen aan mezelf, maar ik weet dat er een vertegenwoordiger is met heel veel vakkennis en die ook daar heel erg inderdaad om vroeg: ik wil eerder geïnformeerd worden, beter geïnformeerd worden. Ja, die hamerde daar constant op. dus het is voor de vertegenwoordiger of –ster vanuit Blaricum die deze functie bekleed en daar hangt wat mij betreft geen naam aan. Maar ik wil je wel danken voor de steun. Dus veel plezier ‘…’. Dank je wel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Lanphen: ‘…’.

De voorzitter: Zijn er nog meer die hierop willen reageren? Mevrouw Lanphen, wilt u hier op reageren? Mevrouw Lanphen: Ja, ik wil eigenlijk suggereren als de heer Bruintjes zou vinden dat de mensen in deze werkgroep een groter mandaat zouden moeten krijgen, dat hij vanuit die veiligheidsregio met een voorstel moet komen, want dit kunnen we niet op deze manier bespreken. De heer Bruintjes: Ik heb het idee dat de heer Pel het goed voor elkaar heeft, want dat hoor je regelmatig: goede informatie, goed geïnformeerd, duidelijk. En dat was bij het brandweerverhaal, bij het veiligheidsregioverhaal niet het geval. Maar ja, dat is in feite bijna afgelopen, want hij is zo groot geworden nu met zo veel vertegenwoordigers dat ik me afvraag wat die mensen nog kunnen doen. maar dat is een persoonlijk iets. De voorzitter: Ja, dit is iets wat we inderdaad misschien als raad dan zelf nog eens een keertje moeten bespreken in hoeverre we daar toch meer mandaat kunnen krijgen, maar ik denk dat de persoon die daar namens onze raad in zit, dat die op een gegeven moment met dat voorstel moet komen. De heer Bruintjes: Ja. De voorzitter: Want er moet wel iets op papier komen hierover. Dus wellicht, mijnheer Bruintjes, is het aan u om een voorstel in te brengen in het presidium om dit misschien een keer op de agenda te krijgen. De heer Bruintjes: Ik vind het een prima voorstel.

Ik ga er mee aan de gang. De voorzitter: Uitstekend. Goed. Dan kunnen we dit onderwerpen verder afsluiten? Ik kan u alleen mededelen als regioambassadeur dat wij op 12 april weer een vergadering hebben. Ik heb de agenda nog niet gezien, maar mocht u dingen hebben, dan hoor ik dat ook heel graag. Ramona en ik gaan daar 12 april samen weer naartoe. Dus dat is even wat betreft de regioambassadeurs. Dan denk ik dat we alle vertegenwoordigers hebben gehad die iets wilden vertellen.

6.

Zienswijze t.a.v. voorstel transitiecommissie MRA De voorzitter: Dan zou ik willen gaan naar het eerste onderwerp, wat eigenlijk de GNR was, maar die gaan we dan afsluiten, die komt volgende raadsvergadering aan bod. Dan gaan we naar het onderwerp van de Metropoolregio Amsterdam, afgekort de MRA. Het is een bestuurlijk netwerk van 32 gemeentes, 2 provincies en de vervoersregio Amsterdam. In 2018 is afgesproken de MRA-samenwerking te evalueren. Een evaluatiecommissie heeft in de zomer van 2019 een rapport gepresenteerd genaamd: Meer richting en resultaat, waarna een regiegroep aan de gang is gegaan om een voorstel uit te werken voor zowel de doelen als de profilering als de governance van de MRA. Ten behoeve van een gezamenlijk regionale zienswijze is het voorstel dat nu voorligt getoetst aan eerder door de regio Gooi en Vechtstreek ingebrachte aandachtspunten. De zienswijze, het concept daarvan dat gaan wij vanavond met elkaar bespreken. Daarvan wil ik graag inderdaad achtereenvolgens de woordvoerders heb ik doorgekregen voor vanavond. Ik zie een aantal handjes. Ik zie in ieder geval het handje van mijnheer Wiegel van de VVD. Gaat uw gang. De heer Wiegel: Ja, voorzitter, enthousiasme om gelijk maar meteen het woord te geven. Het was er eentje, omdat ik de heer Knoop graag wil bedanken voor de vriendelijke woorden richting het adres van de heer Rutte.

Er zijn tijden dat mensen het nodig hebben en ik denk dat hij het wel nodig heeft, dus vandaar mijn vriendelijke dank namens de VVD. MRA: als ik het doorlees, ik heb het een paar keer doorgelezen, komen er een paar onderwerpen bij mij de revue passeren die eigenlijk een beetje in willekeurige volgorde. 1) de legitimiteit. Er is een beetje gekozen voor inhoud boven vorm, maar dan vraag ik me af in alle eerlijkheid, voorzitter, hoe lang dat en tot welk niveau kan dat dan blijven? Dat we toch ook enige legitimiteit zouden moeten krijgen. Naar de woorden van de heer Pel die al aangeeft: volgende week praten we in de raadstafel praten we over de legitimiteit en ook de gewijzigde opstelling van de raadstafel. In die zin ben ik ook uitermate benieuwd, ik denk evenzeer de heer Pel wat daar de gevolgen van zijn, hoe wij als raad daar in gaan acteren. Dan kom ik eigenlijk gelijk op het eerste onderwerp, voorzitter, en dat is een bijzinnetje in de zienswijze die zegt: jongens, houd rekening mee met de kleine gemeenten. Nou, dat is een cri de coeur die ook ons wel aanspreekt als VVD, maar het is een beetje kinderachtig gom iets te vragen: houd rekening met me, terwijl je niet aangeeft: waar moeten ze dan rekening mee houden? Dat zouden wij als kleinere gemeente dan willen hebben.

Dat bracht me eigenlijk op het volgende, en daarbij dat ik ook blij ben dat ik als eerste kan: wij brengen de groene longen, wij brengen een stuk recreatiegebied brengen we in, we brengen mooie woningen in. Dus we zijn wel degelijk een vis van belang, denk ik, binnen het hele MRA-gebied. Maar ik vind dat we onvoldoende, voorzitter, onvoldoende rekenschap geven van wat wij nou eigenlijk zelf willen. Nou is dat misschien ook niet zo makkelijk. Nou weet ik dat de portefeuillehouder niet aanwezig is, maar ik denk dat het wel iets is wat we met elkaar eens een revue zouden moeten laten passeren, want er komt een moment als deze zienswijze doorgaat dat straks die MRA terugkomt en zegt: goh, dames en heren, u wilde dat wij rekening met u gingen houden, maar wat wil je dan eigenlijk? Dan zou ik een schot voor de boeg willen geven en ik wil ook eens peilen in hoeverre de collega’s wat die ervan vinden. Kijk, we hebben nog steeds de geluidswal, we hebben nog steeds de Bouwvenen en we hebben nog steeds het idee dat we daar iets mee zouden moeten doen.

daar zijn we een beetje … Nou ja, tegenwerkt wil ik niet weten, maar we zijn op formele gronden zijn we in de achterkant zijn we gedrukt, want het hoefde nog allemaal niet, maar zouden wij nou niet eens als gemeenteraad met elkaar eens een motie in elkaar kunnen sleutelen of iets dergelijks waarmee we zeggen: nou, beste MRA, we willen met jullie meegaan in welke vorm dan ook, maar wij vinden eigenlijk in de vorm van een motie of in welke vorm dan ook, daar moeten we met elkaar maar eens over discussiëren, dus laten we het niet over de vorm hebben, maar laten we over het idee praten, dat we gaan zeggen: nou, wij vinden bijvoorbeeld de geluidswallen rond de A27 en het doorzetten richting het strand, om maar eens wat te noemen, dat vinden wij een belangrijke. Wat vinden jullie daarvan? Nou, dat zijn dingen waarvan ik denk,

nogmaals zienswijze prima, keurig in elkaar gezet, en ik denk ook dat we weinig tijd hebben, want we worden een beetje onder snelheidsdruk gezet, maar goed het zij dan maar zo, maar ik denk dat als we iets willen, dan is dit nu het moment om als raad met elkaar de handen ineen te slaan en een motie of iets dergelijks in elkaar te sleutelen. Maar ik ben benieuwd naar de reactie van de collega’s. Dank je wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mijnheer Wiegel. Nou, dit daagt misschien anderen uit om hierop te reageren. Ik zou het volgende woord willen geven aan mijnheer Pel van het Hart voor Blaricum. Gaat uw gang. De heer Pel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, die handschoen nemen we wel op, maar het doet mij een beetje voorkomen als wij het hebben over de MRA, als wij het hebben over de regio en als wij het hebben over Blaricum, van die poppetjes, die matroesjka poppetjes die je steeds in elkaar schuift, daar zitten we een beetje mee. Daar hebben we het vanavond ook over. Wij hebben ons georganiseerd in de regio Gooi en Vechtstreek. Nou, en er is heel veel over te doen en daar is ook het onderwerp over democratische legitimiteit en slagkracht is daar een geliefkoosd onderwerp; daar spreken we met z’n allen veel en vaak over, en dat moet ook zo. Als we kijken naar de zienswijze zoals die nu er voorligt, heb ik toch wel sterk de indruk die zienswijze is door de regio geschreven.

Dat moeten we ons realiseren. Die is niet door onszelf geschreven, die heeft niet onze wethouder geschreven, maar die wordt namens de regio voor al die gemeenten wordt die straks ingeleverd bij de MRA. Je ziet ook als je het leest dan zie je een grote mate van instemming over datgene wat gebeurt en wat staat te gebeuren binnen de MRA. Uit die zienswijze, nou, collega Wiegel had het er al even over, waarin de aandacht gevraagd wordt voor kleine gemeenten, maar ja hoe en op welke wijze staat nog niet vermeld. Overigens zijn betoog om daar eens wat verder over te spreken om te kijken wat wij dan echt verlangen van die MRA dat ondersteun ik van harte, maar ik wil het vanavond toch nog even hebben over de zienswijze zelf zoals die er nu ligt. Dan valt mij een paar dingen op. Waar niet over gesproken wordt, dat is namelijk de bezetting van het voorstel waarin straks een ambtenarenapparaat binnen de MRA opgetuigd gaat worden. Het huidige secretariaat gaat plaats maken voor een soort directie-achtige functie. Daar wordt als je de stukken leest wordt gezegd: wij voorzien voorlopig een minimale vaste bezetting van 30 Fte’s, ambtenaren, met daar aangevuld nog eens een soort flexibele schil van ambtenaren die vanuit de regio’s komen en die toch al werken op de onderwerpen die wij als MRA ook belangrijk vinden.

Nou, dat is nogal wat, want ik zou dan wel eens even willen weten, want we hebben nu een bekostigingsstructuur van de MRA waarin wij op dit moment 1, 53 euro per inwoner vragen. Ik vraag me af wat dat gaat betekenen straks, maar dat is even een financieel inhoudelijke zaak. Dus dat is mijn vraag: waarom dat niet in de visie ook geadresseerd is? Want het lijkt alsof we dan nu gewoon zeggen: nou ja, doet u maar. Als zet u daar duizend man neer, al wilt u daar een heel ministerie van maken vinden wij dat best. Ik vind dat daar wel van onze kant kaders geschetst mogen worden. Een tweede, en dat wordt herhaaldelijk in de zienswijze en ook in de stukken van de transitiecommissie wordt dat beschreven, is dat vooral die democratische legitimiteit van gemeenten en staten, want dat zijn eigenlijk de enige organen die dus verkozen zijn in dit gremium, het is niet de regio die gekozen wordt en het is ook niet de MRA die gekozen wordt door burgers, dat wij gemeenten en dat zijn de provinciale staten die daar deel uit van maken. Het wordt te pas en te onpas wordt ons bevestigd dat dat vooral gerespecteerd gaat worden en dat dat ook meegenomen gaat worden.

Wat dat we wel zien, en dat is een vraag van meer inhoudelijkheid, is dat het proces dat wordt waarschijnlijk langs de weg van de platforms en regio en misschien ook die nieuwe raadstafel, maar dat gaan we volgende week nog even zien, zal dat waarschijnlijk ingestoken worden hoe het proces van informatieverschaffing en meenemen van raden en staten een rol krijgt, maar inhoudelijk denkt men dat via de lijn van wensen en bedenkingen te doen. Daar heb ik mijn bedenkingen tegen, want ik zou uitgezocht willen zien of ook raden ook bemachtigd zijn om belangrijke besluiten die in de maak zijn om die ook te mogen amenderen of van moties voorzien, maar het amendementsrecht vind ik er al een belangrijke in. Wij hebben hem een paar keer namelijk gebruikt, ook

binnen de regio. Het is een beetje vergelijkbaar met wat binnen de regio zich afspeelt. Dus dat proces, en het wordt hier ook beschreven, dat proces van via de inhoud wensen en bedenkingen ophalen, en ik vermoed zo, dat is niet helemaal duidelijk hoe dat gaat, maar dat loopt dan via de regio. Die gaat al die wensen en bedenkingen van die zeven of negen gemeentes ophalen, die doet daar een strik om, en sommige daarvan zeggen ze: ja, dat is wel een hele rare wens of dat is een hele rare bedenking, die laat ik even vallen, en het zouden best onze wensen en bedenkingen kunnen zijn over die A27 even genoemd bijvoorbeeld, die er dan afvallen. Wij hebben dan heel weinig nog te zeggen. Dus dat is mijn tweede punt: hoe wordt dat geregeld? Wat ik begrepen heb voor de Gemeentewet is het zo dat alleen bij verleende bevoegdheden aan colleges, dat is aan onze raden, dus de wethouders, dat daar wanneer een voorstel in de maak is wensen en bedenkingen gevraagd kunnen worden en opgehaald kunnen worden bij raden, maar we hebben hier met een heel ander gremium te maken. Dat heet namelijk MRA en dat is niet een legitiem gremium en hier wordt ook van ditzelfde instrument gebruik gemaakt. Ik wil uitgezocht hebben of dat wel op zijn plaats is hier. Nou, dat zijn mijn eerste twee vragen die ik heb.

Dus het ene heeft te maken met het aantal Fte’s die men denkt te krijgen en het tweede heeft met die wensen en bedenkingen te maken. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik denk dat mevrouw Kennis hier een antwoord op gaat geven. Klopt dat, mevrouw Kennis? U bent het collegelid die dit gaat oppakken, neem ik aan? Wethouder Kennis: Nee, ik … De voorzitter: Oh. Wethouder Kennis: Kan u vertellen dat in het presidium uitgebreid besproken is of het noodzakelijk was dat er een bestuur … Iemand vanuit het college aanwezig was die vragen ging beantwoorden en dat daar expliciet is afgesproken dat de heer Wiegel en de heer Pel dit samen zouden doen en dat het niet noodzakelijk was, want Joan was er niet … De voorzitter: Nee. Wethouder Kennis: Dat het niet noodzakelijk was. Ik heb dat vandaag nog geverifieerd bij de griffier. Dat is uitdrukkelijk zo afgesproken in het presidium dat er vanuit het college niemand was en ook geen ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: Nou … Wethouder Kennis: Dus ik weet niet waar dit vandaag komt, maar … De voorzitter: Dat mijnheer Pel zijn eigen antwoord moet gaan formuleren, dus dat lijkt mij een beetje lastig worden. De heer Pel: Ja, dat lijkt mij ook. Ja. Ik geloof niet dat het op die manier ook in het presidium ook aan de orde geweest is. We weten wel dat er gezegd werd: nou, wij spreken erover.

We zullen het over die zienswijze hebben, maar het is niet zo dat wij nu plaatsvervangend wethouders zijn voor dit onderwerp. De voorzitter: Ik zou willen voorstellen dat deze vragen dan als technische vraag misschien zouden kunnen worden ingediend, omdat mevrouw De Zwart niet aanwezig is. Die zal daar dan waarschijnlijk een antwoord op moeten gaan formuleren. Dus om even een snelle reactie hierop te geven lijkt mij dat we dat in de vorm

van een technische vraag dan moeten doen en dat misschien met name op elkaar reageren op dit onderwerp en geen vragen stellen aan iemand. Ik hoop dat u het daar mee eens kunt zijn. Mevrouw Kennis: Ja, we hebben dat specifiek gevraagd, omdat mevrouw De Zwart aangaf er bij deze RTG niet te kunnen zijn. De RTG’s werden omgewisseld van de onderwerpen van volgende week naar deze week en andersom. De voorzitter: Oké. Wethouder Kennis: Toen heeft mevrouw De Zwart aangegeven: ja, maar dan ben ik er dus niet bij. Toen is door het presidium, heeft zij mij verteld en is mij vandaag nog weer een keer door de griffier bevestigd, want ook de heer Van Dijk die ambtelijk de MRA doet is niet aanwezig om vragen te beantwoorden, omdat gezegd is: er hoeft geen ambtelijke en geen bestuurlijke ondersteuning te zijn. De voorzitter: Oké. Wethouder Kennis: Nou kan ik wel iets zeggen, want met betrekking tot de ambtenaren binnen de MRA is het wel zo dat er vanuit de regio op dit moment ambtelijke inzet binnen de MRA wordt gegeven en dat wordt gedaan door een paar van onze grotere gemeenten. De financiën daarvan zijn hoofdelijk omgeslagen en ook de gemeente Blaricum betaalt daar jaarlijks aan bij.

Dat is uit mijn hoofd gezegd een bedrag van iets van 6.000 euro en dat is dus voor de ambtenaar uit Hilversum en de ambtenaar uit Huizen geloof ik die daar … Ik zou het stuk even op moeten zoeken waarin dat precies besloten is. Dat is een voorstel geweest vanuit de regio, omdat wij steeds als kleine gemeente geen ambtelijke ondersteuning konden leveren wordt dat door de grote gemeenten gedragen. In het begin deden zij dat gewoon vanuit de grote gemeenten zeg maar, op een gegeven moment is gesteld: ja, maar het is natuurlijk niet reëel dat de kleine gemeenten nooit iets bijdragen omdat ze zeggen: wij hebben geen ambtenaren te leveren. Toen is er een financiële som gemaakt en door doen wij als Blaricum ook aan mee. Dus er is wel degelijk ondersteuning binnen de MRA van ambtenaren uit de regio. Als ik goed begrepen heb was dat de vraag van de heer Pel. De voorzitter: Nou, dat is maar een deel van het antwoord, denk ik. Klopt dat, mijnheer Pel? De heer Pel: Nou, het andere deel had te maken met de vaste kern van aantal ambtenaren die opgeschaald wordt naar een circa 30 Fte’s. Volgens mij is dat meer dan dat er nu rondloopt in Amsterdam. Wethouder Kennis: Ja, dat klopt ook. Maar op moment dat dat een financiële bijdrage … Zal leiden tot een verhoging van de financiële bijdrage, zal dat altijd via de raad moeten gaan.

Dus het kan niet zo zijn dat niet door de raad besloten wordt om de bijdrage van 1,53 euro te verhogen. Er is al een verzoek voor geweest, vorig jaar is dat al geweest. Dat is toen afgewezen. Dat zal dit jaar ongetwijfeld opnieuw komen, maar dat komt in alle gevallen bij de raad terecht. De heer Pel: Nee, maar ik zeg alleen even dat de actie die gedaan is om de governance van de MRA scherp te krijgen en dat die met zich meeneemt dat het ook een apparaat wordt die slagvaardig wil zijn en die dus zich ook gaat omringen met meer mensen die wij gaan betalen. Daar komt het op neer. Wethouder Kennis: Ja. Dat is juist. De heer Pel: En dat vind ik juist vervelend, ja.

Wethouder Kennis: Dat is juist. Het is ook … De heer Pel: Maar je moet het nu wel meenemen in een zienswijze. Wethouder Kennis: Ja. De heer Pel: Je kan natuurlijk zeggen dat je zegt: ja, ik heb het gelezen, maar ik vind dat in de zienswijze vind ik dat misschien wat aan de forse kant. Wethouder Kennis: Ja. De heer Pel: En eerst willen zien hoe dat gaat opereren. Dat zou best wel een zienswijze kunnen zijn. Ik denk dat we dat mee kunnen nemen, want die zienswijze, nogmaals, die is wel door de regio opgesteld. Ik denk dat wij ook een vertegenwoordiger hebben vanuit de regio die ook in de transitiecommissie zit, wat op zich natuurlijk verleidelijk is om het dan ook op die manier op te gaan schrijven. Wethouder Kennis: Ja. Nee, dat lijkt mij prima, maar ja, dan zal denk ik in de raadsvergadering een amendement moeten worden ingediend om die zienswijze aan te passen hiermee. Het speelt natuurlijk sowieso hoor je en lees je er ook veel over en dat wordt dan voornamelijk in verband gebracht met de burgemeester van Amsterdam die bezig is om hier een heel groot verhaal van te maken. Ik denk dat dat wel degelijk iets is waar je op moet letten, ja. Dus dat ben ik met u eens. Ja. De voorzitter: Oké.

Dan wil ik eventjes eigenlijk alleen de handjes omhoog zien van mensen die even over het proces willen hebben hoe we dit verder gaan aanvliegen, want vragen kunnen eigenlijk moeilijk beantwoord worden vanavond. Dat zou betekenen dat we op elkaar kunnen reageren en kunnen kijken in hoeverre we tot een aantal punten kunnen komen voor een amendement de komende raadsvergadering. Ik weet niet of dat een goede insteek is voor vanavond, want de vragen zullen moeilijk beantwoord worden vanavond. Dus ik wil graag de handjes hebben van de mensen die daar eventjes een opmerking over willen maken. Dan zie ik het handje van mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: Dat klopt. De voorzitter: Hoe zou u dit proces willen aanvliegen nu? De heer Kemperman: Ja, ik denk dat we … Ik heb wel vragen. Ik heb een paar vragen die door college Pel en/of Wiegel beantwoord zouden kunnen worden. De rest van de vragen zal ik gewoon naar de griffier sturen en die kan ze dan verder geleiden naar onze burgemeester. Ik denk dat dat het proces zou moeten zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Lanphen, D66. Hoe denkt u erover? Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Ik zou graag willen reageren op de dingen die gesteld zijn en ik heb een aantal schriftelijke vragen al ingediend vanmiddag. Weliswaar aan het eind van de middag, maar ik neem aan dat die doorgezet worden.

Ik denk dat het belangrijk is dat de inzichten die we nu met elkaar … Kunt u mij nog horen? Want ik werd even uit de vergadering gegooid. De voorzitter: Ja, u was even weg. Ja. Mevrouw Lanphen: Ben ik er weer? Ja.

De voorzitter: U bent er weer. Mevrouw Lanphen: Oké, goed. Dat een aantal van de vragen die we nu met elkaar genereren dat die meegenomen kunnen worden. Ik ben het met de heer Pel overigens eens dat er in de zienswijze staat dat er, nou ja, aandacht moet zijn voor de kleine gemeenten en ik vind het inderdaad veel sterker als wij daarin zouden omschrijven hoe wij dat zouden zien. De voorzitter: We gaan even niet inhoudelijk nu op in. Ik wou even alleen het proces doen. U krijgt zo de beurt om eventjes uw gedachtes hierover te laten gaan, maar even … Mevrouw Lanphen: ‘…’. De voorzitter: Geen vragen stellen, behalve aan mijnheer Wiegel en aan mijnheer Pel zo dadelijk. Bent u het daarmee eens dat we het op die manier aanvliegen en dat u even aangeeft hoe u er in zit in het onderwerp? Mevrouw Lanphen: Ik zit er in die zin in dat ik het belangrijk vind dat de MRA de taken uitvoert die zij zou moeten uitvoeren die bovenregionaal en ook internationaal zijn, en dat dat niet door de individuele gemeenten kan worden gedaan, dus ik stem in met het fenomeen MRA. Ik realiseer dat we als Blaricum een onderdeel zijn van de MRA, dat we ons zo misschien niet altijd voelen, maar dat zijn wij wel inmiddels. Dan denk ik dat we daar ook onze vruchten van zouden kunnen plukken als we het goed doen, dus daarmee ben ik het mee eens.

Ik denk dat de zienswijze inhoudelijk kan worden aangepast en dat het niet zozeer om bedenkingen gaat dan om toevoegingen op onze zienswijze. Nu is de zienswijze een regionaal stuk en het is dus net zo als bij onze MRA … Of onze RSA is het heel erg moeilijk hoe je vanuit die individuele gemeenten één regionaal stuk aanpast. Dat is even over het proces. Later kom ik op de inhoud terug. De voorzitter: Prima. Mijnheer Bruintjes, even over het proces. Hoe ziet u dat nu vanavond? De heer Bruintjes: Het proces is eigenlijk wat ons betreft simpel. Ik zal even wachten als de rest er uit ligt, maar oké. De meesten weten wel hoe we er over denken. De MRA is al meerdere keren zeker in bij de bijeenkomst in Bussum eigenlijk, dat wij zeiden: jongens, kijk uit, de MRA gaat de kleinere dorpen volledig overschaduwen. De voorzitter: We gaan even niet inhoudelijk, mijnheer Bruintjes. Even niet inhoudelijk op het onderwerp. Ik wil heel even weten … We gaan geen vragen stellen vanavond, behalve aan mijnheer Wiegel en mijnheer Pel. Bent u het daarmee eens, op deze manier? Dan gaan we daarna alle raadsleden af om hun gedachtes over de MRA te inventariseren. De heer Bruintjes: Ja, dat is even kort door de bocht. De voorzitter: Nou, kort door de bocht.

Dat is eventjes een situatie die ontstaat doordat de portefeuillehouder niet aanwezig is, dus wij kunnen niet op dit moment alle vragen beantwoorden, dus er zullen vragen overblijven die als technische vraag gesteld kunnen worden aan de portefeuillehouder. Mocht het zijn dat er vragen zijn die door mijnheer Pel of mijnheer Wiegel beantwoord kunnen worden, dan gebeurt dat. De heer Bruintjes: Ik hoorde nog een opmerking wat een vraag was, omdat de vraag werd doorgespeeld naar de heer Pel en de heer Wiegel. De voorzitter: Ja.

De heer Bruintjes: Ja, als dat mag, kan ik een kleine opmerking toch niet ontzegd worden. Maar goed, dat gebeurt. Ik ben het er niet mee eens in elk geval. De voorzitter: Maar u krijgt zo het woord om u inhoudelijk uit te laten over dit onderwerp. Dan geef ik even het woord aan Janny van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, dank je wel. De voorzitter: Janny van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Voorzitter. Dank u wel, voorzitter. De intentie van vanavond was dat we vanavond onderling de zienswijze zouden bespreken met de raad. We hadden daar de portefeuillehouder niet voor nodig, want daarom is het een week vervroegd. Wij zouden zaken aangeven, omdat de heer Pel en Wiegel volgende week die raadstafel hebben, zouden wij eventuele zaken aangeven die zijn volgende week dan mee zouden kunnen nemen. Dus daarom was de portefeuillehouder hierin niet nodig. Dat wil ik even meegeven. De voorzitter: Oké. Duidelijk. Heel duidelijk. Dan geef ik het woord aan Ellewies Claushuis, CDA. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel. Ik had eigenlijk meer een vraag over inderdaad over de procedure, want in hoeverre kan je al een amendement indienen op een zienswijze? Moet dat niet al een … Is dat mogelijk, technisch? Dat vroeg ik me eigenlijk af. De voorzitter: Ja, het lijkt mij op zich niet een probleem om een amendement op een zienswijze in te dienen.

Er ligt een raadsvoorstel, dus dan kan er een amendement op ingediend worden. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Oké. Nee, dan is dat duidelijk. De voorzitter: Ja? Dan heb ik denk ik iedereen gehad wat betreft het proces. Dan stel ik voor, mijnheer Pel en mijnheer Wiegel zijn geweest wat betreft het inhoudelijke deel. Mochten er nog vragen tevoorschijn komen uit uw inbreng, ik geef u zo dadelijk allemaal het woord, dan gaan we even kijken of dit een vraag is voor mijnheer Pel of mijnheer Wiegel. Zo niet, dan kunt u die als technische vraag stellen. Uiteraard kunt u met elkaar ook discussiëren over deze zienswijze, want ik begrijp dat er nog wel wat wijzigingen in de zienswijze gaan komen en die kunnen we dan nu in ieder geval inventariseren wat dat zou moeten zijn. Dus ik zou het woord willen geven achtereenvolgens aan de partijen. Mevrouw Van Dijk zie ik nog een handje opsteken. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, ik wil wel ingaan op wat u net stelde. Kan dat al of moet ik nog heel even wachten? De voorzitter: Wat zegt u? Oh, u wil alvast inbrengen. Ja, dat is prima. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja. Oké. De voorzitter: Dat is goed. Begint u maar met uw inbreng. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Nou, in zoverre, ik vind dus inderdaad in de zienswijze staat dus dat samenwerken, betekent ook compromissen sluiten.

Ja, in hoeverre, wij zijn natuurlijk een hele kleine gemeente en we moeten daar inderdaad voor waken dat we niet ondergesneeuwd worden. Daarom denk ik ook de zienswijze die door de regio is opgesteld, ja, wie zijn wij om daar nu nog, want we hebben daar toch maanden eigenlijk

aan gewerkt inmiddels, om daar nu nog veranderingen in aan te brengen? In hoeverre gaat daar dan de regio dat nog meenemen? Dat moeten we ons natuurlijk wel realiseren. We kunnen wel allerlei amendementen indienen, maar wat is daar nog de kracht van? Dat wil ik even meegeven. Dank u. De voorzitter: Oké. Kan de heer Pel hier nog iets op zeggen? Of mijnheer Wiegel. De heer Pel: Ja, ik wil daar wel iets op zeggen dat laatste. Als wij unaniem het er nu mee eens zouden zijn dat wij deze zienswijze maar voor kennisgeving aan moeten nemen en moeten ondertekenen, dan moet iedereen dat vooral doen, maar dan hadden we ons een hele discussie kunnen besparen vanavond, want daar gaat het dus niet om. Het gaat erom of wij die zienswijze wel of niet ondersteunen, dus dan pikken wij alle zaken maar even op die daar een rol in kunnen spelen. Ik zal mijn punten die ik eerste termijn heb neergelegd, die twee vragen, zal ik ook nog even schriftelijk meegeven zodat dat uitgezocht kan worden. Mocht dat een positief antwoord opleveren, dan zal ik daar van mijn kant althans kijken of ik daar ook een amendement voor mee kan geven. Dat is één ding. Ja, samenwerken is compromissen sluiten. We hebben het daar vorige keer natuurlijk ook wij hebben daar een hele avond aan besteed met z’n allen, dat weet u nog wel, en daar hebben we het uitvoerig over gehad.

Natuurlijk is het zo dat wij gezegd hebben met z’n allen: de bovenregionale zaken die willen wij … Daar moeten we echt wel vaker aan meewerken, maar die kunnen natuurlijk wel dichtbij komen. Ik wijs u even op het feit dat als je de stukken ook goed leest en we hebben daar nog niet zo lang geleden ook over de verdichtingsstrategie een memo gekregen hoe dat er uit ziet. Dat raakt ons op dit moment als Blaricum niet zo intensief, maar stel je nou voor dat je een plaats was die wat groter was, dan had dat je wel geraakt en dat zijn nou typisch dingen die vanuit die MRA komen. Dus ik vind dan wel degelijk dat je dan als een van de gemeentes mag kijken daar waar het misschien de grote zaak kan dienen, de ontwikkeling van de metropoolregio, maar wel wetende wat zeg maar dan ook de prijs is die je daarvoor moet betalen. Dat snapt iedereen dat dat zo werkt ja, dus wij moeten ook … Dat is ook dacht ik door de voorzitter vorige keer naar voren gekomen, wij moeten ook juist in de regio zelf, ‘…’ regio, moeten we juist het vertrouwen optuigen ‘…’ destijds ook gezien, kijken hoe wij kunnen opschakelen als regio naar de MRA. Maar dat is denk ik van belang om te zoeken naar onze naburige dorpen: Laren, Huizen, noem ze maar op, waar dat om gaat.

Dan is zo’n … Om het heel concreet te maken, dan zo’n onderwerp als de A27 en geluidsoverlast of fijnstof is natuurlijk wel een onderwerp wat ons raakt en waar wij iets voor terug kunnen vragen, ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer … De heer Pel: Dingen ook die anderen ook noemen en daar zal ik notie van maken en kijken of dat meegenomen kan worden in een amendement of wat dan ook. De voorzitter: Prima. De heer Wiegel: Ja, in het verlengde daarvan … De voorzitter: Mijnheer Wiegel, ja. De heer Wiegel: Kan ik me ook nog voorstellen, daarom als ik weet hoe de collega’s er tegenaan kijken, is wel een relatie maken met de Omgevingswetten. Die Omgevingswet die staat eraan te komen en die markeert ook wat wij met onze leefomgeving willen aandoen. Los van de A27, wat ik denk ik een hele praktische invulling vind om onze noden helder onder het voetlicht te krijgen, zou ik me ook kunnen voorstellen dat we iets in de motie invlechten dat we een soort referentie maken naar de omgevingsvisie. Het punt met dit soort dingen is, het is iets wat langzaam werkend fenomeen wat maar elke keer door blijft gaan. De heer Pel vraagt aandacht,

terecht de aandacht voor de financiën. Ik denk dat het een belangrijke is wat onze financiën betreft. Hoe meer financiën er heen gaan naar een gremium waar geen democratische afdichting op zit, hoe meer het risico loopt dat die club gewoon voor zichzelf bezig gaat. Ik ben helemaal eens met de gedachte: we zeggen daar bovenregionaal: fine, internationaal: perfect, maar we moeten voor zover we vinden dat Blaricum een zelfstandige gemeente is, moeten we dat toch wel even blijven markeren. Misschien is dan de omgevingsvisie nog niet zo’n gekke om via die kant wat aandacht te vragen. Maar dat even ter aanvulling. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan geef ik het woord aan Joke Lanphen, D66. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Kunt u mij verstaan? De voorzitter: Ja, ik kan u zeker verstaan. Ja. Mevrouw Lanphen: Ja. Ik denk wat wij zien is dat er een instituut ontstaat met een eigen bestuur bestaande uit regionale vertegenwoordigers en voorzitter van, althans de burgemeester van Amsterdam en de commissaris van de koning van Noord-Holland en Flevoland die elkaar maandelijks zien. Daarnaast is er een algemene vergadering waar ook allemaal regionale en provinciale bestuurders inzitten en niemand vanuit de individuele gemeenten. Die vragen heb ik allemaal gesteld om dat helder te krijgen, maar zo lijkt het erop in dit stuk.

Dus dit gaat eigenlijk onze deur voorbij allemaal, behalve wanneer er een agenda en een begroting wordt voorgelegd, want dat gaat naar alle raden en alle Statenleden. Dus onze raadstafel, dan onze één enkelvoudige vertegenwoordiger van onze gemeente daarin die is een hele belangrijke persoon om als het nodig is ho en halt te roepen en ons ook te waarschuwen. Daarnaast moeten we vertrouwen op onze regionale vertegenwoordigers die wel in de verschillende commissies zitten en zou ik willen dat wij ook instellen, en dat vraag ik dan aan de heer Pel, omdat hij volgende week als enige namens ons iets kan zeggen over het functioneren van die raadstafel, dat wij ook veel beter worden geïnformeerd. Ik heb dus niet voor niks net gezegd dat ik het heel belangrijk vind dat wij door onze vertegenwoordigers in die ronde die we één keer per maand hebben even worden geattendeerd op zaken die spelen, want dat gebeurt tot nu toe in mijn ogen veel te weinig, maar ook die raadstafel die heeft heel weinig bevoegdheden: die mag adviseren, die mag signaleren, maar daar hoeft in principe die algemene vergadering en ook dat bestuur zich niks van aan te trekken.

Dus het allerbelangrijkste wat ik de heer Pel wil meegeven voor volgende week is dat helder wordt hoe besluitvorming plaatsvindt, want op moment dat wij vanuit Blaricum iets anders zeggen dan iemand vanuit Zaandam, hoe wordt dat tegen elkaar afgewogen en hoe komt er dan uiteindelijk een besluit tot stand? Dit is precies hetzelfde als waar we in de regio mee van doen hebben en ik begrijp dat we natuurlijk niet altijd eensgezind en gelijkgezind zullen zijn, dus dit vind ik een heel groot dilemma. Heb ik ook in een van mijn schriftelijke vragen gesteld, maar dit mag wat mij betreft volgende week ook aan de orde komen, omdat die raadstafel heel specifiek juist over het besluitvormingsproces moet adviseren. Dus dat zou ook een vraag zijn van mij nu aan de heer Pel, wat hij daarover denkt. De heer Pel: Mag ik daar nu al een reactie op geven, voorzitter? Want mevrouw Lanphen geeft aan, die zegt: ja, hoe kunnen wij daar nu voor zorgen dat wij als individuele gemeente, u noemt daar het voorbeeld van bijvoorbeeld Zaandam of zo, dat we daar ook invloed hebben op besluiten die genomen worden? Wat ik begrijp vanuit de MRA is dat men vooral gokt op het ontwikkelen en krachtiger maken van de regio’s. Dat is in de vorige raadstafel, en eerder ook, naar voren gekomen.

Daar is het zo dat de regio Gooi en Vechtstreek veelal als een voorbeeld gekozen wordt, omdat de mate van, want wij hebben een gemeenschappelijke regeling zoals iedereen weet. De mate waarin dat georganiseerd is nou eenmaal een stuk verder op weg is dan de andere regio’s. Dus men gokt op het feit dat de deelregio’s, en dat zijn er zeven in totaal, dat die zeven deelregio’s zich sterker ontwikkelen zodat die ook een sterkere tegenlicht … Tegenmacht heet dat

tegenwoordig, geloof ik, ten opzichte van de MRA en wat daar besloten wordt. Want dat zie je ook in dei vertegenwoordiging van die platforms wordt het bijna allemaal, dus dat is de inhoudelijke kant van de MRA, wordt dat vooral vanuit die regio bemand. Dus daar zie je niet dat jij met je wethouder uit Blaricum of uit Laren daar zit, maar waarschijnlijk met een portefeuillehouder uit jouw regio. Mevrouw Lanphen: Ja, maar de portefeuillehouder in onze regio, Willem, als ik dat zeggen mag, dat zijn gewoon onze wethouder. Dat zijn geen andere mensen dan onze wethouder. De heer Pel: Nee, maar het zijn … Mevrouw Lanphen: De ene keer ‘…’. De heer Pel: Wat ik had moeten zeggen: die vertegenwoordiging is dan vanuit een regio in een platform en dat wordt ook in de zienswijze onderschreven. Mevrouw Lanphen: Ja, ja, ja. De heer Pel: We vinden het fijn dat we nu ook evenredig vertegenwoordigd zijn, want dat was zelfs voor die tijd niet het geval. Dus men gokt een beetje op de vertegenwoordiging van sterke regio’s en daar zit wat. Mevrouw Lanphen: Ja, wat jij zegt is … De voorzitter: Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Dat de regio’s sterker worden, maar de regio’s die worden vertegenwoordigd door de verschillende wethouders, de portefeuillehouders. Dat kan ook onze wethouder zijn van een kleine gemeente.

Het is niet per definitie een wethouder van een grote gemeente en dat zou bijvoorbeeld iets kunnen zijn waar jullie iets over zeggen dat de wethouders die daar aan tafel zitten dat dat niet per se altijd de wethouders van de grootste gemeentes zouden moeten zijn. De heer Pel: Nee, dat is zo. Mevrouw Lanphen: Dan krijg je als kleine gemeente ook meer positie. De heer Pel: Nou, ik heb het genoteerd. Dank je wel. De voorzitter: Ja? De heer Pel: Ja. Mevrouw Lanphen: Ja. De voorzitter: Mevrouw Lanphen, dit wilde u kwijt? Mevrouw Lanphen: Ja, om mee te geven voor volgende week. De voorzitter: Ja, prima. Mevrouw Lanphen: Verder wacht ik mijn antwoorden op de vragen af, ja.

De voorzitter: Heel goed. Dank u wel. Dan zie ik het handje van mijnheer Bruintjes. Uw inbreng graag. De heer Bruintjes: Sorry. Nu hoort u me wel. De voorzitter; Ik hoor u, ja. De heer Bruintjes: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Bruintjes: ‘…’. Ja, even richting de beide heren vertegenwoordiging: ik weet dat we lang geleden over de macht van de regio gesproken hebben en dat die macht vooral zat in eenheid. Op dit moment moet ik zeggen dat bij ons in de regio dat eenheid toch niet echt ver te zoeken is, maar dat daar toch nog wel hard aan gewerkt moet worden. Dan pas krijg je een stevige inbreng, steviger inbreng dan dat momenteel het geval is. We hebben die aangegeven ook die A1, bij de ALV waar we met de provincie in een soort ambtelijk gevecht zitten en waarbij we een groot deel gewoon verloren hebben. Nou zijn er meer van dat soort zaken die je, denk ik, in je regio beter kan vertegenwoordigen met een paar sterke personen, maar er is toen gezegd: er zouden geen personen bijkomen. Nou, dat is inmiddels losgelaten. Dat vind ik wel jammer, dat bepaalde beloftes die gedaan waren in het verleden vrij snel losgelaten zijn, en dat is een gevoel wat ik mee wil geven. Het andere is richting, ja, de vertegenwoordigers dat die regio zo sterk mogelijk houden. Ik had het idee dat mijnheer Pel op dezelfde lijn zat. Dank u. De voorzitter: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10027993/2