Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RONDETAFELGESPREKKEN VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 20 januari 2022
Opening De voorzitter: Even deze wegklikken. Goed. Goedenavond, dames en heren. Het is acht uur. Wij gaan inderdaad beginnen aan deze laatste RTG. Ik wil u allemaal verzoeken om even uw microfoon uit te doen, dan mag u straks uitgebreid het woord. Anders wordt het een beetje rommelig hier en daar. Voorafgaand aan de verkiezingen van maart de laatste RTG, dames en heren. Hopelijk ook de laatste vergadering waarbij ik mijn pantoffels kan aanhouden. Aanstaande dinsdag dus ook de laatste raadsvergadering voor de huidige raadsleden, mits zij natuurlijk herkozen zouden worden. Ik verwelkom raadsleden, fractievertegenwoordigers, collegeleden, ambtelijke ondersteuning en vooral de kijkers en de luisteraars. Nog even kort de huishoudelijke mededelingen. Als u niet aan het woord bent, wilt u dan uw microfoon uitzetten en dit herhalen als u aan het woord bent geweest? Als u vanavond het woord niet heeft, dan gelieve uw camera uit te zetten. Ik geef u de tijd om ook vragen te stellen en te reageren, mocht u willen interrumperen. Dan kunt u even uw handje opsteken en dan ga ik mijn best doen om u aan het woord te laten als ik het allemaal op tijd zie. We maken vanavond geen gebruik van de chat zoals de andere keren ook, want ik ga ervan uit dat ik u allen voldoende gelegenheid geef om het woord te voeren. 0.
Agenda De voorzitter: U heeft allemaal de agenda ontvangen en ik neem aan dat hier geen vragen meer over zijn. Wel heb ik even een ordevoorstel voor punt 2 van deze avond. Dat gaat over het verzoek van geen bedenkingen van de gemeenteraad voor het herbouwen van bijgebouwen in verband met het restaureren van de monumentale boerderij aan het Fransepad 11. Aangezien er zich geen insprekers hebben gemeld over dit onderwerp is in het presidium afgesproken dat dit voorstel dan rechtstreeks als bespreekstuk naar de raad van volgende week dinsdag 25 januari wordt verschoven. Als u zich er allemaal in kunt vinden, ja, dan begin ik graag met punt 1. Dus ik kijk even rond. Ik zie geen verschrikte gezichten; ik zie geen handjes. Kijk, dat is mooi.
1.
Ruimte voor niet-geagendeerde onderwerpen De voorzitter: Dan gaan wij meteen verder met punt 1. Dat is ruimte voor de niet-geagendeerde onderwerpen. Wij heten daarom ook welkom, althans ik hoop dat hij er is, de heer Frans Ruijter. De heer Frans Ruijter, initiatief van burgers betrokken bij Blaricum burgers Breek de Week Bellijn 2021 en dan nu met zijn inspraak over het plein der verbinding. De heer Ruijter: Ja. De voorzitter: Mijnheer Ruijter is aanwezig. De heer Ruijter: Ja. Ben ik te horen, Ramona? De voorzitter: Zeker. Zeker. De heer Ruijter: Ja. Ik krijg de camera niet aan. Ik ben al een paar keer erin en eruit gegaan, maar dat wil niet lukken. Maar dan doen we het zo maar.
De voorzitter: Ik vind dit wel heel jammer eigenlijk. De heer Ruijter: Ja. Op een andere gelegenheid konden we gezellig een borreltje kussen en elkaar ook weer een keer live zien. De voorzitter: Heel goed. Daar houd ik u aan, dan. De heer Ruijter: Oké. De voorzitter: Mijnheer … De heer Ruijter: Maar gelet op … De voorzitter: Ja? De heer Ruijter: Gelet op de tijd en dat jullie ook verder willen en dat ik zeker niet wil dat het zo’n vergadering wordt als gisterenavond, dan … De voorzitter: Gisterenavond. Dat klopt, inderdaad. Daar ben ik het helemaal mee eens. U weet dus ook dat ik u moet vragen om het aan de vijf minuten te houden. De heer Ruijter: Ja. De voorzitter: En ik kan weleens een oogje dichtknijpen, maar dat hangt van mijn bui af, dus we gaan vanavond kijken hoe we ervoor staan. De heer Ruijter: Nou, dan krijg … Dan krijg ik wel een kwartier hier. De voorzitter: Ik zeg niks. De heer Ruijter: Nou. De voorzitter: Ik geef u vijf minuten. De heer Ruijter: Oké. Oké. De voorzitter: U mag beginnen. De heer Ruijter: Nou. Wij zijn inderdaad van Breek de Week Bellijn. Dat is opgericht met de eerste kerst in de coronatijd dat mensen ons konden bellen. Het was een burgerinitiatief. We hebben een brief naar jullie gestuurd en ik neem aan dat die door iedereen gekregen heeft en gelezen heeft, dus over inhoudelijk die brief ga ik gewoon niks vertellen.
Daar staan de feiten in waar we het over willen hebben. Ik wil enkel nog wat dingen erbij aanstippen, omdat vanuit de gemeente ook het beroep is gedaan om de initiatieven vanuit verschillende sociaalmaatschappelijke organisaties om mee te denken hoe we na de pandemie de draad weer op zouden kunnen pakken met elkaar om het dorp weer levend te maken. Laten we hopen dat het inderdaad allemaal weer snel kan. Wij hebben de koppen bij elkaar gestoken en zijn tot het idee gekomen om in het dorpscentrum een plein der verbinding te maken. Voor het centrum werd zoals het nu is in de jaren veel overleg gevoerd met vele partijen onder leiding van een veel te duur verkeersbureau Van Roon. Mijnheer Van
Roon heeft later een huis in Frankrijk gebouwd. Dat heeft hij zelfs Mooi Blaricum genoemd. De mooiste creaties werden voorgesteld: autovrij met mooie toegangspoortjes. Alleen de slagboom om tol te heffen ontbrak nog. Maar gelukkig kwam men op tijd bij zinnen en de gemeente Blaricum betrok Ton Weenink erbij van de Grontmij die toen de Blaricum Bijvanck aan het afronden was. Samen met gemeentewerken werd in 1985 het dorpscentrum zoals het er nu bij ligt, vreselijk, door wethouder Lily Ewals in gebruik genomen, nu bijna veertig jaar geleden. Maar er is zoveel veranderd dat het goed is eens kritisch met elkaar ernaar te kijken of het nog voldoet aan de eisen die we er nu aan stellen en om het te upgrade. De dorpskern was bij de gelegenheden altijd bruisend. Denk alleen maar aan de Blaricumse kermis die hier vanaf 1959 gehouden wordt. We gaan ook naar de jaarwisseling toen. Zelf woonde ik aan de middenweg en u heeft mij als kleine jonge bij de jaarwisseling … De voorzitter: Mijnheer Ruijter, klein momentje. Er is iemand doorheen aan het praten en dat is heel storend. Ik houd de tijd gewoon in de gaten hoor, dus u krijgt ook extra tijd. Maar wil degene die de microfoon open heeft hem sluiten? De heer Ruijter: Ja? Een slimme stoorzender. De voorzitter: We hebben … De heer Ruijter: Ik ga verder. Ik ga verder. De voorzitter: Ja, is goed.
De heer Ruijter: Bij de jaarwisseling zelf woonde ik aan de middenweg en mochten wij als kleine jongens bij de jaarwisseling tot aan de hoek bij de Dorpsstraat, waar vroeger Radio Wilke was, kijken naar de drommen mensen die naar het centrum gingen. Niet alleen vanaf de Dorpsstraat, maar ook vanaf de Meentweg, Torenlaan en Huizeweg kwamen de mensen in het centrum om elkaar Nieuwjaar te wensen. Spontaan werd midden op de kruising de zevensprong gehouden. Henk Vos van de boekhandel, die zat waar nu de Blaricumse ijshandel is, opende zijn deuren en verkocht midden in de nacht zijn laatste vuurwerk. Dat mocht toen allemaal nog. Wat waren we blij dat toen we ouder waren we ons ook in dat gezellige feestgedruis mochten mengen. Het was ontmoetingsplek bij uitstek. Ik weet dat we niet in het verleden moeten leven en dat zeker niet moeten verheerlijken, maar we kunnen er wel uit leren, want zonder verleden geen toekomst. Er heeft jarenlang een witte ronde bank gestaan onder de lindeboom die net voor de ingang van Gall&Gall stond. Daar zat elke morgen het geweten van Blaricum. Die luisteren namen als Stijn Beek, Tiemen Kalis, Piet Eckhard, Gijs Dorresteijn en Harry Hardeman. Die namen op maandagen de verrichtingen van de plaatselijke voetbalclub door en op andere dagen werden vele zaken aangaande het dorp besproken.
Ik heb er in mijn boek Heb je nog nieuws? een hele mooie foto van en een verhaal over geschreven. Ons advies: creëer je een breed draagvlak om met elkaar wat moois en vooral bruikbaar plein der verbinding van te maken. Benut de expertise die in ons dorp ruimschoots aanwezig is en houd dure adviesbureaus buiten de deur. Ik herhaal: houd dure adviesbureaus buiten de deur. In 2026 bestaat de mooie Muziektent, een geschenk van de heer Boissevain, dan honderd jaar. Een mooie reden om met elkaar goed te vieren in een mooi opgeknapt dorpscentrum waar de Erfgooiersboom ook weer, ook trouwens een geschenk aan de gemeente, tot zijn recht komt. Ik zou zeggen: wat ik jammer vind, is dat moet wel in het dorp zijn, misschien een standplaats of een marktplaats. Daar is discussie over bij de gemeente, begrijp ik, maar het stoort mij elke week als ik zie hoe onze mooie Muziektent en Erfgooiersboom weer door allerlei marktkramen wordt omgeven. Dat is eigenlijk een, ja, beetje een doorn in mijn oog. Dit was mijn … Binnen vijf minuten gebleven, Ramona?
De voorzitter: Ja. Het is echt … Het is fantastisch. De heer Ruijter: Nou, brand los met de vragen. De voorzitter: Binnen vijf minuten en een prachtige geschiedenisles er nog bij. Nou, wat willen we nog meer deze avond? Ik ga even vragen wie er een vraag heeft voor de heer Ruijter. Die mag inderdaad zijn handje opsteken. Ik zie al twee handjes. Even kijken. Ik begin met de heer Van Urk Dam. Vertel. De heer Van Urk Dam: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Ruijter, dank u wel voor dit mooie idee. Ik zie dit ook al voor me en ik kan me ook verheugen op het moment dat de corona ondergeschikt raakt en we weer samen kunnen komen. Maar in oktober zijn in Huizen 789 ingevulde enquêtes ontvangen door de gemeente, terwijl Huizen zo’n 41 of 42.000 inwoners telt. Dat is nog geen 2 procent die de enquête heeft ingevuld. Dat wil uiteraard niet zeggen dat hier in Blaricum geen animo voor is, want dat geloof ik ook wel. Is het dan de bedoeling dat er in Blaricum ook een enquête plaats zal gaan vinden? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Dat is uw vraag. De heer Ruijter, heeft u daar een antwoord op? De heer Ruijter: Ja, daar heb ik wel een antwoord op. Ik zeg al: een breed draagvlak creëren. Als u dit vraagt en ze antwoorden niet. Het is net als met verkiezingen: als je er duizend voor uitnodigt om te komen stemmen, dan komen er maar vijfhonderd. Dan is dat de gemeenschap.
De voorzitter: Duidelijk. De heer Van Urk Dam: Oké, dank u wel. De heer Ruijter: Misschien, mag ik een vraag voor zijn, hebben wij zelf al iets ondernomen? Zou ik een hele goede vraag vinden van jullie. Ja, wij hebben inderdaad zelf al wat ondernomen. We hebben Thijs Blokstra, een kennis van ons, hij heeft al om een begin te maken een heel leuk schetsje gemaakt voor het vooral waar de schapen van Tineke Bot staan en dat grasveldje daar. Dus er is al een idee, maar ideeën moeten uitgewerkt worden en als je ideeën inbrengt, dan weet ik als geen ander dat niet al je ideeën erdoor komen, maar met elkaar kom je tot een compromis. Ik hoor net: alleen gaat sneller, maar met elkaar gaat beter. De voorzitter: Dat is een … Ga ik nu opschrijven. De heer Ruijter: Dat zegt mijn kleinzoon van drie tegen mij. De voorzitter: Prachtig. Dan … Mevrouw …: Dat is ‘…’. Mevrouw Haan: Ik zal even … Ik ben Daniëlle Haan. Ik zit naast Frans Ruijter. Wij kunnen elkaar niet zien. Ik ben van het clubje Bellijn en ja, waar het vooral om gaat: betrokkenheid van burgers. Dan is een enquête natuurlijk en middel, maar u ‘…’. Wat zijn de ideeën? Wat leeft om het ook vooral echt goed in de praktijk te kunnen brengen? En de politieke partijen hebben het onderwerp natuurlijk ook al opgepakt met het oog ook op de komende gemeenteraadsverkiezingen. Blaricum moet bruisender. De voorzitter: Goed.
Ik heb mijnheer Pel die heeft zijn handje opgestoken. Die wil ik heel graag even het woord geven.
De heer Pel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, dank u wel, mijnheer Ruijter. Ik heb u al even laten weten toen we de brief kregen hoe ingenomen wij waren als Hart voor Blaricum met dit initiatief. Ik heb u ook laten weten dat het heel mooi uitkomt, omdat ik uw bijlage dacht dat u al sneak preview had van het verkiezingsprogramma van Hart voor Blaricum waarin wij ook het opwaarderen van de Muziektent als een belangrijk issue voor het dorp hebben. We hebben er nog meer, hè, maar daar zullen we het niet over hebben. Maar dat was ons echt uit het hart gestolen, omdat het is een muziektent en je wil daar ook natuurlijk zaken organiseren, kleinschalig, liefst wel achtig om dat mogelijk te maken. Dus ja, ik denk dat het alleen maar krachtiger wordt als we dat straks in de toekomst ook gezamenlijk met de mensen die het initiatief aan uw kant ook ondernomen hebben dat we dat ook zo gaan oppakken. Dus ja, wat mij betreft is dat een heel breed collectief dus. Ik kan alleen maar zeggen, het is niet zozeer een vraag, maar wij willen van harte natuurlijk met u samenwerken raadsbreed om daar een heel mooi plan van te maken. Ja, ik ben het ook eens met u om dat vooral niet bij externen neer te leggen, want als wij als Blaricum dus dat niet zouden kunnen invullen, ja, dan hebben we ook geen idee wat we daar willen bereiken. Dus dat wil ik u even meegeven.
Dus geen vraag, maar alom instemming met dit initiatief. De voorzitter: Goed. Ik zie dat mevrouw Francken haar enthousiasme wil delen of ook nog een vraag heeft daarbij. Mevrouw Francken: Ja, u nodigt me wel uit om dat allebei te doen. Dat is heel aardig. Het is altijd heel leuk als er initiatieven van de inwoners komen. Daar zitten vaak de allerbeste ideeën tussen. Dus ja, dat we nog iets met het centrum zouden kunnen gaan doen, verbeteren de plek en uitnodigender maken is natuurlijk een fantastisch idee als inwoners daar hun schouders onder willen zetten, maar ik heb eigenlijk ook vooral een vraag aan mijnheer Ruijter. Dat is: hebben jullie ook plannen voor de andere wijken? Want als ik het goed begrijp, is dit voor Blaricum-dorp, tenminste daar ga ik vanuit als ik het zo hoor, maar we hebben natuurlijk nog andere wijken in het dorp. Is het dan de bedoeling dat we dat ook gaan doen? Of is dat meer aan die wijken zelf om dat initiatief te nemen? Dat zou ik graag willen weten. De voorzitter: De heer Ruijter. De heer Ruijter: Nou, in de eerste plaats weet ik als geen ander hoe de vier dorpsdelen in mekaar steken, want we hebben ze ook genoemd in de brief: Blaricum-dorp, Blaricum-Crailo, Blaricum-Bijvanck en de Blaricummer Meent.
Niet het oude dorp, maar dit gaat hier puur om Blaricum-dorp, maar dat neemt niet weg dat we zeker ook willen kijken of zeker willen kijken ook naar als er behoefte aan is om een goed dorpscentrum of een centrum in bijvoorbeeld de Bijvanck te krijgen, in de Blaricummer Meent wordt het denk ik wat moeilijker, maar, qua ligging, want er is geen winkelcentrum, dus daar heb je eigenlijk niet echt een centrum zoals wij in de andere twee dorpsdelen hebben … Mevrouw Francken: Ja. De heer Ruijter: Maar altijd bereid om ermee over na te denken. Maar je moet ergens beginnen. Mevrouw Haan: Maar er is al duidelijk een kleine verbinding, hebben we het genoemd. De voorzitter: Mevrouw Haan hoor ik nu weer, hè? Ja. Mevrouw Francken: Een kleinverbinding?
Mevrouw Haan: Een kleine verbinding. Dus ook juist dat de kernen bij elkaar worden gebracht. Mevrouw Francken: Oké. Mevrouw Haan: Dat is een hele belangrijke gedachte. Mevrouw Francken: Ja. Mevrouw Haan: Voor jong en oud. Mevrouw Francken: Ja. Dus dat is dan ook echt meer de wijken, hè, ook? Zou ik maar zeggen. De heer Ruijter: Ja. Mevrouw Haan: Ja. De heer Ruijter: Ja. Mevrouw Francken: Ja. Ik heb het begrepen. Dank jullie wel. Bedankt voor het antwoord. De heer Ruijter: Graag gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank je wel. Nou, mijnheer Ruijter of Frans, het is altijd leuk als mensen zo enthousiast zijn en ik denk dat niet alleen Hart voor Blaricum maar de andere partijen daar ook helemaal achter staan. Zeg maar om die verbinding, dan zou je eigenlijk wat op Burgemeester Le Coultredreef moeten doen, want dat is de weg van verbinding, hè. Dus dat is … Maar ik weet ook dat er bijvoorbeeld in de Blaricummer Meent ook heel veel kennis zit met op heel veel verschillend gebied. De kunst is natuurlijk dat je die mensen te pakken krijgt, hè dus. Maar goed, daar zullen jullie ook wel over nagedacht hebben, op welke manier ook via de sociale media dat je mensen oproept om iets in de ideeënbus te doen, een virtuele ideeënbus. Maar ik denk dat het heel goed is en het is blij te horen dat er weer positieve stemming is.
Nou ja, ik denk dat er geen betere spokesman zou kunnen zijn dan de heer Ruijter, met alle kennis en geschiedenis erachter, dus we zijn heel blij. Dank je wel. De voorzitter: Oké. Goed te horen. Dus mijnheer Ruijter, een ideeënbus? Waar zouden mensen zich kunnen aanmelden? Stel iemand in Crailo, iemand in Blaricummer Meent heeft een heel goed idee, wat kunnen ze dan doen? De heer Ruijter: Nou, ik denk dat het heel verstandig is zo gauw als er vanuit jullie, nou ik proef een beetje, de onderschrijving komt van om het verder uit te gaan werken, om er ook verder ideeën te gaan ontwikkelen, ja, wij erover na gaan denken hoe we die input daar vanuit alle dorpsdelen kunnen krijgen en, nogmaals, om een zo breed mogelijk draagvlak te krijgen om iets te realiseren. Natuurlijk, er zit een heleboel kennis. Misschien is het een idee, wat maar zo bij me opwelt, om op de site van de gemeente of op de Facebookpagina van de gemeente daar ons burgerinitiatief op te zetten en kijken: wie wil er meedenken? Want als ik één ding graag wil, ja, ik ben Blaricummer … Ik voel me Blaricummer en ik wil dat ook nog jaren blijven ook als ik voort ouder word met mijn rollator wil ik ook bij de Muziektent rustig kunnen zitten.
Mevrouw Claushuis-Rademaker: En nog even een opmerking over de enquête: zeg maar in Huizen slaat ie misschien niet aan, maar in Blaricum zijn er geloof ik meer dan zeshonderd reacties geweest op de briefkaartenactie die geweest is in verband met de omgevingsvisie en de ideeën voor het dorp, dus ik denk dat er genoeg animo is. Dus ik zou het zeker niet met Huizen vergelijken. De voorzitter: Nee, dat komt denk ik omdat er in de brief en de ontvanger daar naar wordt gerefereerd ook, maar in ieder geval heeft het met Blaricum natuurlijk niet te maken, want iedereen gaat reageren op zo’n enquête hier. Dat lijkt me heel logisch. De heer Ruijter: Zoals wij in de brief gezet hebben: een zeer belangrijke pijler in het hele gebeuren is en blijft natuurlijk de ondernemers, hè. Ondernemers die hebben natuurlijk een hele grote stem, tenminste moeten goed meegenomen worden in het proces. De voorzitter: U noemde de bob inderdaad in uw schrijven, dat klopt. Ja. Ik heb een hele hoop handjes. Ik weet niet wie zijn handje nog heeft staan die hem alweer kan laten zakken, maar ik ga even verder met mevrouw Kukupessy. Die heeft hem ook opgestoken. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, dank je wel. Kleine verbinding vind ik een perfecte naam. We zijn namelijk vier dorpsdelen in één dorp, dus ik kan niet een betere naam verzinnen dan deze.
Muziektent: ja, ook de Blaricumse Partij heeft al een paar keer gevraagd om daar meer leven in te blazen. Toen was het antwoord van de burgemeester: kan. Het staat open. Laat de mensen zich maar aanmelden. Dus dat weet ik nog heel goed. Het grasveld bij de schapen dat is jaren geleden ook al een keer onderzocht en dat kon op de een of andere manier niet doorgaan. Er was toen sprake van een terras en een boerenmarkt. Ik weet niet meer uit mijn hoofd waarom dat niet kon toentertijd, dat zou nagekeken moeten worden. Als daar iets dergelijks gebeurt, en je noemde het zelf ook al, Frans, de ondernemers zou het heel goed zijn om de horeca hierbij te betrekken. Dat was het. Bedankt. De voorzitter: Geen directe vraag, maar ook inderdaad het … De heer Ruijter: Maar … De voorzitter: Ja? De heer Ruijter: Mag ik daar effen op reageren? De voorzitter: Ja, zeker. De heer Ruijter: Ook ik vond de beeldspraak heel leuk: in de Muziektent muziek blazen, dat is op zich een hele leuke natuurlijk. Goed, Bea. Wat wij ook, en dat staat ook duidelijk in die brief, dat we het samen met de politiek natuurlijk willen doen en dat het geen, wat er ook gebeurt, nooit een concurrentie mag zijn van de bestaande horeca. De voorzitter: Duidelijk. Goed, ik heb nog twee handjes staan. Ik heb een handje van de heer Hoijtink en een handje van mevrouw Van Dijk. Ik begin even met de heer Hoijtink.
U heeft een prachtige kleur op de achtergrond. De heer Hoijtink: Ja. Ja, ik zie het. Ja. Nee, ik … Ja, het is eigenlijk heel eenvoudig. Het is een prachtig initiatief, alleen maar toe te juichen en tot mijn vreugde zag ik ook een glimlachende wethouder kreeg ik in b eeld, dus ik
neem aan dat we ervan uit mogen gaan dat zij dit ook binnen het college ook met de nodige warmte zal ondersteunen en dat dat dus ook gewoon gaat betekenen dat de gemeente zich inderdaad hier actief ook mede voor gaat inzetten. Dat lijkt me prachtig. De voorzitter: U wilt zo nog even een reactie ook van de wethouder? De heer Hoijtink: Verbindingen tussen de dorpsdelen dat vinden wij ook erg belangrijk en ja, dat als VVD, dus het kan alleen maar heel goed uit gaan werken allemaal. Dank je wel. De voorzitter: Goed. Nou, het zijn inderdaad allemaal steunbetuigingen. Ik weet niet of er iemand nog een prangende vraag heeft. Ik zie mevrouw Van Dijk nog. Die geef ik nog even het woord en dan wil ik hem even afsluiten met de wethouder. ‘…’. Oh, wat zingt dat. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ik kreeg hem effen niet uit. Zo. De voorzitter: U was bij de Muziektent? Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ik vind het heel leuk. Wat zeg je? Sorry. De voorzitter: U maakt een toeterend geluid. Ik zeg u was begonnen alvast bij de Muziektent. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja. Ik weet niet wat er aan de hand is hier in huis, maar het spookt. Maar goed. Het zal zijn omdat het de laatste keer is of zo.
Maar in ieder geval, ik vind het een heel leuk initiatief en ik vroeg me af of mijnheer Ruijter een tipje van de sluier op kan lichten: is het idee van een soort van, ja, ik denk dan aan een Frans terras? Het ‘…’ die verdwijnt natuurlijk, dus er gaat al een heel stukje weg van een beetje het leven hier in het dorp. Maar wie gaat het faciliteren? Daar was ik eigenlijk een beetje nieuwsgierig naar. Want iemand moet toch een beetje het voortouw nemen om de boel daar een beetje te regisseren? Dus misschien kan je daar een antwoord op geven. De voorzitter: De heer Ruijter, wie gaat hier regisseren? De heer Ruijter: Nou, ik vond weer de beeldspraak leuk: het Franse terras. Dus het zijn allemaal wel inkoppertjes, hè. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja. De heer Ruijter: Nou kijk, op de eerste plaats zal de regie in mijn optiek bij de gemeente moeten liggen, want die is de overheid moet de regie nemen. Maar daarnaast kan je de input die we uit de burgerij krijgen die moet gecentraliseerd worden en die moet uitgewerkt worden. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja. Ja, maar dat betekent dus dat je daar zeg maar een ambtenaar voor moet inzetten en die dan de boel zeg maar, nou ja, op touw zet en het ook helemaal organiseert. Of zie ik dat nou verkeerd? De heer Ruijter: Dan houd je wel ook de goede regie omdat dan de lijnen goed zijn … Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja.
De heer Ruijter: Maar wil je het burgerinitiatief? Ja, dan zullen we met een werkgroepje aan de gang moeten die dat uitwerkt en dan met een advies komt. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Oké. Oké. De heer Ruijter: Maar dat zullen wij … Dat hangt ook af van, nou, ik mag de conclusie wel trekken denk ik dat eenieder van jullie uit positief is, dus dan kunnen wij gaan kijken hoe dat we zo’n werkgroepje samen gaan stellen en dat aan de gemeente laten weten hoe of wat. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Oké. Oké. Nou, vol verwachting klopt ons hart. Toch? De voorzitter: Zo is het. Mijnheer Ruijter, ik ga u even bedanken voor deze bijdrage. Ik ga nog wel even een reactie vragen aan de wethouder. Mevrouw Klingenberg. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Dank u wel, voorzitter. Nou, het is natuurlijk een hele hoop initiatief. We hebben die brief ook binnen zien komen in het college en iedereen was blij gestemd erover, dus de gemeente zal de medewerking verlenen, maar het lijkt me wel goed als er inderdaad een werkgroepje komt. Het is een burgerinitiatief en ik denk dat het daar dus ook uitgewerkt moet worden en dat we niet dat naar de gemeente halen. Wat ik in het begin van de vergadering had willen vragen aan de heer Ruijter: hij had zo’n mooie inspraak. Ik denk dat dat ook gelijk dienst kan doen bij NH Gooi in de column. De voorzitter: Daar zal hij ongetwijfeld gebruik van maken.
Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Dat denk ik. Ja. De voorzitter: Ja, zeker. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Maar een mooi initiatief. De voorzitter: Ja, goed. Nogmaals bedankt, heer Ruijter. De heer Ruijter: Volgende week zaterdag ben ik eer bij de radio en dan zal ik dit zeker zonder meer meenemen. De voorzitter: Daar gaan we naar luisteren. Dank u wel. Goed. Ook mevrouw Haan. Goed. We gaan gezien de tijd door. Ik heb inderdaad gevraagd nu om jullie enthousiasme te delen. Het is mijn eigen schuld dat het allemaal veel te lang duurt. We gaan lekker door. 3.
Contourendocument Omgevingsvisie Blaricum De voorzitter: We gaan door naar het volgende vergaderpunt. Dat is agendapunt 3: contourendocument Omgevingsvisie Blaricum. Hier wordt de raad gevraagd om in te stemmen met het contourendocument waarin zijn opgenomen de te maken strategische keuzes ter ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied van de gemeente en de kaders voor de vorm van de omgevingsvisie en de kaders voor het participatieproces wat doorlopen wordt bij het opstellen van de omgevingsvisie. Het is een hele mond vol. We hebben ambtelijke ondersteuning. Die komt vanavond via de heer Van Amelsfoort en mevrouw Van der Marel. Welkom. De wethouder hierbij is mevrouw Van Klingenberg. Mevrouw Klingenberg, sorry. Ik ga even op volgorde van de grootste naar de kleinste fractie kijken of er vragen zijn. Dan begin ik bij de heer Pel.
De heer Pel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Die hebben wij inderdaad. Ik zal voor deze eerste termijn mij beperken tot één vraag. Dat is wel mijn belangrijkste vraag. Ik wil in eerste instantie aangeven dat wij als raad en ook als partij gevraagd hebben om deze contourennota destijds, dat hebben we per motie gedaan, omdat we het belangrijk vonden om zeg maar voor de volgende raadsperiode ook al wat zaken mee te kunnen geven die zeg maar al bepaald zijn door de verschillende strategische visies en beleidsstukken die er zijn. Nou, dat is op zich mooi gelukt. Het is een heel uitvoerig document geworden en daar wil ik ook de opstellers mee complimenteren zoals het geworden is, maar soms kan je ook iets te ver doorschieten. Daar heb ik een vraag over. Dat gaat om het volgende: de omgevingsvisie, en dat werd ook in de inleiding gesteld, die is vormvrij. Dat is dus wettelijk niet bepaald hoe die eruit moet gaan zien. Dat maakt het tegelijkertijd ook moeilijk natuurlijk, dus dan is het wel handig om wat handvaten te krijgen en die zijn hier natuurlijk ook aangereikt. We hebben ook gemeend juist die contourennota op te laten stellen voor de volgende raad om daarmee ook weer verder te kunnen bouwen. Ik heb een vraag over met name de LOF, en dat is de leefomgevingsfoto’s.
Dat is een uitgebreid verhaal waarin zeg maar via een soort beoordelingssysteem de verschillende issues die er liggen ook beoordeeld zijn. Nou is mijn vraag, want daar staat namelijk ook letterlijk zo genoemd, en ik citeer even: opgaven waar de gemeente de komende tijd aan moet werken zijn in de vorm van de LOF in beeld gebracht. Het zijn er heel veel en dat is mooi gedaan natuurlijk, maar mijn vraag is: het kan niet zo zijn dat wij nu een soort opdrachten meekrijgen voor de volgende raad waaraan gewerkt zou moeten worden. Het is natuurlijk aan de politiek en aan de partijen straks die in coalitieverband of waar dan ook gaan bepalen hoe ze zeg maar in die menukaart, want dat wordt ook genoemd, hoe ze gaan werken. Dus mijn vraag is: hoe moeten wij dit nu zien, die leefomgevingsfoto’s ten opzichte van … Het kan in onze ogen althans geen to do lijst zijn, en dat is wel wat hier ongeveer staat. Dat is mijn vraag. Dan kom ik mijn tweede termijn wel op een aantal detailzaken terug. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dank u wel. Ik wil hem graag meteen laten beantwoorden. Wie mag ik daarvoor het woord geven? Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Ik zal wel beantwoorden voor zover ik dat weet. De omgevings… U hoort mij, ja? De omgevingsvisie dat is eigenlijk opgehaald uit alle documenten die in de gemeente Blaricum liggen. En het is opgehaald bij het college en bij de raadsleden.
U heeft daar drie avonden over gehad dat u het een en ander geïnformeerd werd en u heeft ook input geleverd. De punten die daar staan dat is meer een ambitie, of het zijn aandachtspunten. Het zijn alle punten waar je aan kunt denken op dat onderwerp. In die zin is het zeker niet zo, tenminste zo heb ik dat ook niet geïnterpreteerd, dat het dan een opgave is waar je aan moet gaan voldoen. Het zijn aandachtspunten en het is een streven naar, maar het is niet zo dat u dat verplicht bent om op alle punten daar … Nou ja, dat het een verplichting wordt. De voorzitter: Oké. De heer Pel: Nee, oké. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Het Is natuurlijk een verplichting, maar het is niet zo dat je zegt: je moet alle punten. Het is een opdracht. De heer Pel: Ja, maar zo staat hij er natuurlijk wel. Als je zegt bij 1.3 geloof ik staat er: opgaven waar de gemeente de komende tijd aan moet werken zijn in de vorm van de LOF in beeld gebracht. Dat betekent, ja, je kunt het zo opvatten, maar het glas is halfleeg of halfvol, dus. Het is natuurlijk goed om dingen mee te krijgen die belangrijk zijn en waar nog misschien iets ligt, maar we moeten natuurlijk voor de volgende raad kunnen
wij niet meegeven en vaststellen: dit zijn de punten waar je aan moet werken. Zo kan je het ook uitleggen natuurlijk. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Nee. Het is meer een helikopterview van: waar moet je allemaal aan denken? Waar kun je allemaal denken. Op die manier. De heer Pel: Ja. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Maar … En Antea die heeft het natuurlijk zo opgesteld. Ik weet niet of dat ambtelijk … Ik heb nu niemand naast mij zitten, dat zij nog een aanvulling erop hebben. Maar ik denk dus dat is mijn interpretatie. De heer Pel: Oké. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Die ik u nu gegeven heb. De heer Pel: Ja, dank u wel. De voorzitter: Oké. Is er nog een aanvulling op nodig vanuit … Mevrouw Van der Marel zie ik beeld. Mevrouw Van der Marel: Ja. Mag ik … Mag ik … De voorzitter: Ja. Mevrouw Van der Marel: Wat zeggen? De voorzitter: Natuurlijk. Mevrouw Van der Marel: Die leefomgevingsfoto dat is een soort samenvatting van al die beleidsstukken die we doorgenomen hebben, alle landelijk beleid, provinciaal beleid, ons eigen beleid. Dus dat zijn …Is zoiets als klimaat bijvoorbeeld. Dat zijn wel zaken waar je als gemeente mee geconfronteerd gaat worden en waar je aan zal moeten werken. Die leefomgevingsfoto’s dat is een soort basis en met die basis en met gesprekken met de raad, met het bestuur, ambtelijke inbreng, daarmee samen is uiteindelijk dat contourendocument gemaakt.
En daar staan opgaven in en strategische onderwerpen die u mee kan geven, maar dat is niet de to do list. Maar de basis is de leefomgevingsfoto. De voorzitter: Mijnheer Pel, is dit zo voldoende voor u voor de eerste vraag? De heer Pel: Ja. Nee, ik begrijp de uitleg, maar ik zal nog even zien in hoeverre dat ook nog een extra verduidelijking zou moeten betekenen in het besluit wat we nemen. Het zou kunnen dat we daar een amendement voor opmaken om dat onderdeel en de uitleg die nu hieraan gegeven is dan ook nog maar expliciet te maken. Dat zou kunnen. De voorzitter: Ik ga het woord geven aan mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, de VVD is niet altijd heel erg enthousiast over beleidsstukken, maar wij moeten zeggen: dit is een uitstekend stuk. Dus dat moet ook gezegd worden. Als een stuk goed is, mag dat ook duidelijk worden verwoord. Het is een overzicht. Wij zien de LOF absoluut niet
absoluut niet als een soort blauwdruk voor het toekomstige coalitieakkoord of zaken die wij allemaal beslist moeten meenemen. Het is een heel mooi overzicht van opgaven die er wellicht liggen voor ons voor de toekomst waarin wij absoluut ook keuzes zullen willen maken. Wij kunnen niet alles tegelijk oppakken, maar het is wel een heel mooi menu waar wij in de toekomst best wellicht gebruik van kunnen maken. Het contourendocument zelf is gewoon een prima overzicht en wij konden het ons niet beter denken. Dus wij hebben ook verder helemaal geen vragen. Wij gaan ook niet op al die details in. Dit overzicht is uitstekend voor straks om in de Omgevingswet verder te gaan gebruiken. Dus ik heb geen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de heer Kemperman van de Blaricumse Partij. Heeft u vragen? De heer Kemperman: Ik heb geen vragen. Ik ben een beetje verrast dat ik de beurt krijg, want ik had verwacht dat mevrouw Kukupessy ernaar zou kijken. Ja, ik ben straks aan de beurt met de delegatie, maar wij hebben nu verder geen vragen. Het is voor ons een beetje, wat mevrouw Dobber zegt, een opsomming van datgene wat we in de toekomst met z’n allen moeten gaan doen. Ja, daar hebben we nu nog even geen vragen over, omdat, ja, het is allemaal nieuw en we moeten natuurlijk ervaren hoe het gaat. De voorzitter: Ja. De heer Kemperman: Dank u wel. De voorzitter: Prima. Duidelijk. Goed.
Mevrouw Francken van D66. Heeft u vragen? Mevrouw Francken: Nou, ik ga er graag even op door, want ik sluit me bij alle voorgaande sprekers eigenlijk wel aan dat het is een heel volledig stuk en het is heel compleet. In onze steunfractie waren er wel klachten hoe weinig toegankelijk het is, hoe lastig het is om te lezen. Dat is een puntje wat ik dan toe wil voegen dat het wel gewoon overzichtelijk is en heeft over waar het om moet gaan. Ik heb natuurlijk ook in die werkgroep gezeten om dit allemaal mee voor te bereiden, net zoals Bea Kukupessy. Dus ik neem aan, René, dat Bea het op zich met de inhoud denk ik wel eens is, want die is goed op de hoogte. Maar wat ik nog wilde vragen, is eigenlijk twee dingen. Dat eerste sluit aan op wat mijnheer Pel net heeft gezegd: wij hebben zoiets van: ja, oké. Dat is er allemaal, maar wat is nu het proces van hoe we dat zouden moeten gaan aanpakken? Daar hebben wij wel behoefte aan als D66 om daar een richtlijn in te krijgen. We vroegen ons af of dat eigenlijk niet bij dit stuk hoort om dat te maken. Ik weet niet of dat ook iets is wat de richting van denken van mijnheer Pel, dus dat hoor ik graag.
Verder omdat wij best moeite hadden om het te lezen en niet zo makkelijk leesbaar vroegen we ons af, omdat het toch heel belangrijk is dat we de inwoners hierbij gaan betrekken, of het niet een goede idee zou zijn dat hier nog een publieksversie van wordt gemaakt. Dus twee vragen. De voorzitter: Twee vragen. Hartstikke goed. Richtlijn over het proces en of we een publieksversie moeten maken. Mevrouw Klingenberg, wilt u daarop antwoorden of wilt u het doorgeven aan de ambtelijke ondersteuning? Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Het wordt over een jaar geëvalueerd. Ik denk dat het ook iets is het is gewoon een basisdocument en dat wordt naderhand uitgewerkt, want we krijgen ook nog de inspraak met de inwoners. Dat komt allemaal nog. Dus ik persoonlijk denk dat dat een beetje vroeg is nu, maar het is misschien beter als er ambtelijk ook antwoord op komt. Mevrouw Francken: Ja, graag.
Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Het is gewoon, ja, de leesbarheid dat is de leesbaarheid. De publieksversie dat weet ik niet of dat op dit moment zinvol is. Daar kan Marjolein van der Marel misschien antwoord op geven. De voorzitter: Mevrouw Van der Marel. Mevrouw Van der Marel: Ja. Nou, uw vraag over die publieksversie die sluit eigenlijk aan bij de volgende vraag: wat is het vervolg? Dit is de opstap. Nou, dit is eigenlijk de derde stap in het proces van het opstellen van de omgevingsvisie. Hierna gaat de nieuwe raad op basis van het contourendocument een plan van aanpak vaststellen voor de aanbesteding van de omgevingsvisie. Dus dat is de volgende stap die we gaan doen. Die omgevingsvisie dat zal voor een heel groot deel dat proces voor een heel groot deel in participatie zijn, want bij het opstellen van de strategische visie heeft participatie plaatsgevonden, maar dit document dat is, ja, eigenlijk op basis van bestaande informatie gemaakt en op basis van input van het bestuur en van ambtenaren. Dus dit is … Het is echt nog wel een document van ons zal ik maar zeggen en dat moet naar buiten. Dat gaat hierna naar buiten. Ik kan mij heel goed voorstellen dat we in dat stadium op een gegeven moment een versie maken voor het publiek of op een andere manier ervoor zorgen dat die informatie ook toegankelijk wordt voor onze inwoners.
Dus wat mij betreft zou dat de volgende stap zijn en daar, ja, ik bedoel omgevingsvisie we zijn verplicht om participatie te doen, maar ik denk dat u dat ook allemaal heel graag wil, de inbreng van, nou ja, de buitenwacht zullen we maar zeggen. De voorzitter: Ja, goed. Dus voor de participatie wordt er dan een versie gemaakt die ook voor tante Truus en ome Jaap, ja, leesbaar is. Mevrouw Van der Marel: Op een of andere manier. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van der Marel: En die vorm is nog te bepalen. De voorzitter: Ja. Duidelijk. Is het zo duidelijk, mevrouw Francken? Mevrouw Francken: Ja, op zich wel. Alleen mijn vraag was eigenlijk ook vooral gericht naar voor de raad, hè. Dus het zou prettig zijn als wat er nu gezegd wordt dat er een bureau komt en, nou ja, dat staat er dan niet in, maar wat dan de opdracht wordt of wat we ongeveer voor ons kunnen zien hoe het gaat lopen is toch wel prettig als je aan zo’n ingewikkelde materie gaat beginnen. Dus ja, ik ben nog niet helemaal tevreden met het antwoord. Maar goed, ik laat het er even bij. De voorzitter: Ik ga even naar mevrouw Claushuis. Hoe staat u erin? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, de moeilijkheid die mevrouw Francken schetst dat is bij ons ook een beetje zo. Het is natuurlijk alles wordt erin genoemd, maar omdat alles genoemd wordt, is het ook heel moeilijk om daar concreet iets uit te halen.
Ik vind het wel een heel goed stuk, want het dekt wel de lading en het is natuurlijk een landelijke opdracht die alle gemeentes hebben. Ik denk in dit soort gevallen dat het gewoon wat duidelijker wordt naar de buitenwereld als je een concreet project of een concreet voorbeeld hebt van iets wat gedaan moet worden en wat er dan allemaal bij komt kijken. Want het is gewoon zo veel omvattend en het is ook niet voor niks al een aantal keren uitgesteld, omdat er eigenlijk ik geloof in de laatste vijftig jaar nog niet zo’n grote wetsverandering is geweest. Dus als kleine gemeente
hebben wij daar natuurlijk een opdracht in, maar vergeet niet dat iedereen daarmee zit, dus er zullen ook wel landelijke ook voorbeelden zijn dat mensen kunnen zien: wat houdt het precies in als je daarmee aan de slag gaat? Dus ik vind het een goed document, maar het is nog heel breed. Dat gaat natuurlijk in de toekomst gewoon vanzelf zich uitwijzen. Maar er ligt een belangrijke opdracht voor ons in de toekomst. De voorzitter: Meer per onderwerp richting de participatie om het wat helder … Ja, ja. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja, tuurlijk. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Ik denk dat je op een gegeven moment krijg je ook die omgevingstafels, er is al een paar keer mee geoefend ook, met bepaalde onderwerp en ik denk ook dat al doende krijg je het ook meer in de vingers: wat betekent het nou eigenlijk? Dus om daar nu al een publieksversie van te maken denk ik dat dat wel heel, ja, we staan nog zo in de kinderschoenen en in het begin van alles dat je misschien beter kan wachten tot je wat onderwerpen hebt waar het aan de orde is, wat mevrouw Claushuis ook aangeeft. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, en ik denk dat de meeste mensen, de bewoners die hebben er wel van gehoord, maar ik denk dat niemand kan uitleggen wat het nou precies inhoudt. Daarom leest het denk ik ook niet.
Het is, ja, Omgevingswet, iedereen heeft ervan gehoord, maar niemand weet: ja, hoe beschrijf je dat nou? Ik heb er zelf moeite mee om als iemand vraagt: wat houdt het in? Om daar dan al heel concreet antwoord op te geven. Maar ik denk dat daar meerdere mensen mee zitten, dus het is wel belangrijk dat we daar ook nog samen over nadenken, maar dat komt vanzelf. De voorzitter: Mevrouw Francken, u had een interruptie of u? Want ik zie uw handje nu ineens verdwijnen. En uw geluid ook. Mevrouw Francken, u heeft uw geluid uit. Het ziet er heel leuk uit, maar ik hoor niets. Mevrouw Francken: Ja, dat had ik nou juist eens op tijd gedaan. Nou staat ie weer aan. Nee, ik reageerde eigenlijk vooral ook op de wethouder, want zij interpreteert mijn vraag volgens mij ook als dat mensen dan bijvoorbeeld zouden kunnen zien hoe die omgevingstafels gaan werken, maar ik bedoel eigenlijk meer het hele document. Dat volledige document, hoe gaan we hier nou mee aan de slag? Dat we daar meer zicht op krijgen. Nog niet aan de omgevingstafel toe, maar wat voor proces van werken, waar we voor staan. Dus ja, dat wilde ik nog even toevoegen, dat ik toch denk dat dat fijn zou zijn als we dat zouden krijgen. De voorzitter: Ik ga eens aan mevrouw Van Dijk vragen of ze het daarmee eens is. Mevrouw Francken: Ja, sorry. Maar … Dank je wel. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja.
Nou, ik heb zelf ook deelgenomen aan die werkgroep, dus ik ben al vanaf redelijk in het begin al meegenomen in het hele proces. Het is natuurlijk dit is een samenstel van de … Nou ben ik toch even de naam kwijt. Van de bestemmingsplannen met alle beleidsstukken erin verwerkt, dus het is één groot document geworden die een basis vormt voor het komen tot een Omgevingswet. Dat is natuurlijk nog helemaal niet klaar. Hierin worden de kaders aangegeven: waar staan we? Waar moeten we naartoe? Het is natuurlijk sowieso nog niet klaar voor de burger, want die kan hier geen chocola van maken. Dat moet echt mevrouw Van der Marel en de heer Van Amelsfoort die zijn daar heel gedreven in om de raadsleden daarin mee te nemen en het bestuur uiteraard ook om te komen tot één, dus dat samenraapsel van wat ons nu
voorligt, om daar gewoon één geheel van te maken en dat het ook duidelijk voor iedereen leesbaar is en uiteraard op een bepaald moment dat er geparticipeerd wordt door de inwoners. Maar dat is nu nog niet aan de orde, want die begrijpen dit nog helemaal niet. Dat kan je ze nu nog niet eens aandoen. Dat wilde ik even meegeven. De voorzitter: Nou, een mooie toevoeging. U heeft geen vraag, maar ik vind het wel een mooie toevoeging. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Nee, ik heb geen … Nee, want ik vind het een heel mooi document. Ik vind het heel duidelijk. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Dijk-de Jong: En ja, kijk wij hebben natuurlijk sowieso in die werkgroep gezeten, die sessies bijgewoond in het BEL-kantoor, dus we zijn eigenlijk vanaf het begin tot het eind aan de hand meegenomen. Het is inderdaad heel ingewikkeld, maar dan is het wel een beetje duidelijk als je dat meekrijgt. Ja? De voorzitter: Ja. Bedankt voor de uitleg ook. Hebben we mijnheer Van Urk Dam. Vertel. Heeft u nog een vraag? De heer Van Urk Dam: Nou, mijn vraag was eigenlijk hetzelfde zoals mevrouw Claushuis al zei, meerdere mensen zitten hiermee. Mijn vraag was: hoe gaat dit document zich vertalen? Hoe wordt hier vorm aan gegeven? Dan is het zoals mevrouw Klingenberg zegt, ja, de publiekversie is nog wat prematuur, dus ik wacht dat inderdaad af. Ik heb verder dan ook geen vragen hierover. Laat ik het hier even bij.
De voorzitter: Dank u. Is er nog een aanvulling van mevrouw Van der Marel? De heer Van Amelsfoort? Mevrouw Van der Marel: Nee, ik heb geen aanvulling. Ik zie het eigenlijk als een oproep voor het vervolg. Een oproep om vooral ervoor te zorgen dat wij iets maken wat voor onze inwoners goed behapbaar is. De voorzitter: Prima. Goed. Nou, als ik verder … Even kijken, ik zie nog een handje van mijnheer Pel. U heeft nog een vraag? De heer Pel: Nou, we beginnen gewoon aan de tweede ronde, denk ik. Niet? De voorzitter: Nou, ik zie verder geen handjes, dus ik denk het. De heer Pel: Oké. Nou, in ieder geval heeft mevrouw Francken gevraagd: hoe ziet u die vervolgstappen ten aanzien van het plan van aanpak? Er wordt in het stuk inderdaad gerefereerd aan een plan van aanpak wat nog opgesteld zal moeten worden in waarschijnlijk als de vaststelling van de drie gemeentes er ook is, hè, want dat zal denk ik wel belangrijk zijn. Ik begrijp dat er een proces is waar de drie gemeentes Eemnes, Laren en Blaricum eenzelfde soort proces ingaan. Natuurlijk is de inhoud anders, maar het proces is dacht ik hetzelfde. Ik zie mevrouw Van der Marel nee schudden, dus dat mag ze zo zeggen. Maar in ieder geval dat plan van aanpak om zeg maar te divergeren, met een moeilijk woord, om daar zeg maar weer een begrijpelijk en een publieksvriendelijke versie te krijgen dat zal nog plaatsvinden, denk ik.
Dat moet ook, want het zou iets te veel gevraagd zijn om dat nu hier neer te zetten, want dat zal best een heel ingewikkeld proces zijn om verder te komen, omdat die visie, die omgevingsvisie natuurlijk wel heel erg belangrijk gaat worden, omdat alles daaraan opgehangen gaat worden wat wij in de toekomst gaan doen. Dus tegelijkertijd kun je dus zeggen: ja, het is een heel lijvig stuk en het ziet er mooi uit. Dat ben ik met iedereen eens. Zo begon ik ook
mijn betoog dat ik echt waardering heb voor de opstelling van wat er nu staat. Ik zou alleen wel willen vragen om nog een aantal onderdelen, want anders nemen we dat maar voor lief aan dat het zo is, nog eens even goed gaan kijken of dat wel zo is als beweerd wordt. Dan noem ik een paar dingen om mee te nemen, zonder dat die bediscussieerd hoeven te worden. Dat is dat tot twee keer toe genoemd wordt dat de wijk de Bijvanck een versteende wijk zou zijn met weinig groen. Nou, laat ik nou net zeggen dat het omgekeerde het geval is. Het is namelijk bij de laatste hittestressmeting is gezegd dat die wijk is opgezet met 40 procent groen. Daar is wel wat verloren gegaan met verstening aan parkeerplaatsen, maar die is nog steeds een hele groene wijk als je het vergelijkt met de Blaricummer Meent, wat ook een hele mooie wijk is, maar de hoeveelheid groen is daar aanzienlijk. Dus dat moet je echt gaan corrigeren, omdat je daar misschien de verkeerde stappen gaat nemen. Natuurlijk mag het nog meer groen zijn, ik woon in die wijk, van mij mag dat, maar laten we het vertrekpunt goed nemen. Hetzelfde geldt voor de agrarische functie waar gesteld wordt dat het houden van paarden de agrarische functie versterkt. Ik dacht dat het net andersom was: dat we moeten kijken dat er diversiteit is van het houden van dieren.
Met name runderen, schapen en dergelijke is wel agrarisch, paarden is mooi meegenomen, omdat het zekere inkomens ook verschaft. Dan is er nog een stukje over demografie wat ik nog mee wil geven. Goed om naar te kijken, want er staat namelijk dat we een groei gaan doormaken in de jaren 2018 tot 2034 van 12,24 inwoners per 1000 inwoners. Dat is 150 inwoners bij elkaar. 12 maal 12, weet u wel? Afgerond. Dat lijkt me erg laag voor die periode. Is het ook, want ik dacht dat de provincie Noord Holland in zijn becijferingen tot 2040 tot een veel hoger aantal uitkomt. Ik vind het wel van belang, het lijkt hier muggenzifterij, maar demografie is natuurlijk wel de opmaat waarop je ook je wonen en anderszins zaken gaat baseren, dus die groei, hoe lastig dat ook is om in de toekomst te kijken, daar moet je wel een beetje een idee over hebben. Dus dat zou ik mee willen geven. De voorzitter: U wilt nu even een reactie op die drie punten, neem ik aan, mijnheer … De heer Pel: Ik hoef geen reactie, maar ik wil vragen of dat nog eens goed bekeken kan worden, want ik heb het idee, en zo zijn er nog wat andere dingen, dat dat misschien toch wat anders ligt dan dat er … Ik hoef er nu geen reactie, want het is ‘…’ dat ik daar misschien mee overval, maar het waren wel dingen die mij opvielen, dus misschien dat die nagekeken kan worden.
Als er een latere reactie komt, daar is geen brandende haast mee natuurlijk. Maar … De voorzitter: Goed. De heer Pel: Graag nog even nazien. Ik kan me haast niet voorstellen dat het zo is. Vandaar. De voorzitter: Goed. Dat is even een opdracht. Goed. Even kijken. Mevrouw Dobber, heeft u nog een … Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja. De voorzitter: Een vraag … Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja. De voorzitter: Voor de tweede ronde? Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, ik vroeg me net af, want mevrouw Van der Marel die knikte net nee toen het ging over …
De voorzitter: De drie gemeenten. Mevrouw Dobber-Spruijt: De uitvoering van het contourendocument van de drie gemeentes. De voorzitter: Ja. Mevrouw Dobber-Spruijt: Misschien zou ze daar nog even een reactie op willen geven? Want het knikken van nee zou ik ook graag even in woorden willen horen hoe dat zit. De voorzitter: Heeft u daarnaast nog een vraag voor de tweede ronde? Mevrouw Dobber-Spruijt: Nee, ik heb verder geen vragen. Nee, hoor. Dit was de enige vraag. De voorzitter: Dan gaan we snel naar mevrouw Van der Marel. Waarom zat u nee te knikken? Mevrouw Van der Marel: Nou, omdat we dit contourendocument in één proces voor alle drie de gemeentes hebben gedaan. Dat was efficiënt en dat betekende ook dat we ambtelijk maar, nou, één werkgroep hadden en dat we dat niet drie keer in verschillende hoedanigheden moesten doen, dus daar waren we heel blij mee. Maar we hebben ons gerealiseerd dat voor de omgevingsvisie we als drie gemeentes toch wel verschillende uitgangspunten hebben. Ik bedoel we hebben als Blaricum de strategische visie, Laren heeft alleen maar een oudere structuurvisie, die heeft eigenlijk wat dat betreft niks, en Eemnes die heeft een hele uitgebreide toekomstvisie. Dus we hebben gezegd dat in principe elke gemeente zijn eigen omgevingsvisie maakt en ook zijn eigen proces doorloopt met als gedachte: nou, de omgevingsvisie die is wel heel erg van het dorp.
Het is je eigen visie op je eigen dorp. Dan kan ik me ook wel voorstellen dat er enige gemeenschappelijkheid in te vinden is, dus als u als drie raden op een gegeven moment zou zeggen: nou, we willen dat toch wel in één proces stoppen. Nou, dan kijken we daarnaar. Maar op dit moment was de gedachte: nou, tot hier en hierna wordt het echt van de gemeente. De voorzitter: Mooi. Nou, volgens mij is dat een prima uitleg en ook het bewijs waarom u nee zat te knikken. Even kijken, mijnheer Kemperman, u gaf aan: ja, we hebben in principe geen vragen. U was wel aangegeven als woordvoerder, vandaar dat ik u aan het woord liet. Maar ik zie u nee knikken, u heeft nog geen … Nee, u heeft geen vragen. Dan gaan we even verder. Mevrouw Francken, heeft u nog een nabrander voor dit onderwerp? Ook niet? Nou nee, prima. Mevrouw Claushuis dan? Ook niet? Nee. Mevrouw Van Dijk? Mevrouw Van Dijk-de Jong: Nee, dank u wel. De voorzitter: Nee? En mijnheer Van Urk Dam? De heer Van Urk Dam: Nee, hoor. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat is fijn. Prachtig. Dan gaan we dit onderwerp afsluiten. Ik ga ervan uit dat dit als bespreekstuk naar de raadsvergadering gaat. Ik zie ja knikken, dus ook dat. 4.
Adviesrecht en Delegatie De voorzitter: Ik wil vragen aan, even kijken, mevrouw Van der Marel en de heer Van Amelsfoort of ze nog even kunnen blijven zitten, want het volgende onderwerp is adviesrecht en delegatie. Ik wilde even kijken of zij het onderwerp willen introduceren of dat dat nu niet nodig is. Ik weet niet wie daar antwoord op kan
geven? Het is … Even kijken, hoor. Het onderwerp gaat over voordat de Omgevingswet in werking treedt is het mogelijk dat er besluiten worden genomen over de wijze waarop de onderwerpen adviesrecht en delegatie worden ‘…’. Wil een van de twee beleidsmedewerkers daar nu al wat over zeggen of zal ik gewoon de raad even vragen om hun vragen te stellen? De heer Van Amelsfoort: Wij … Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Mag ik daar iets over zeggen, Ramona? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Mevrouw Klingenberg. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Eén is dat we beleidsarm overgaan. Dat is een heel … De voorzitter: Ja. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Belangrijk iets. Dus alle bestemmingsplannen die liggen ten grondslag aan zeg maar hetgeen zoals dat nu ook geregeld is: wat doet college en waar is de bevoegdheid van de raad ? Dan hebben we nu binnenplans dat doet het college van burgemeester en wethouders, buitenplans dat doet de raad. Dan hebben ze het over OPA’s. dat is de omgevingsplanactiviteiten. Dat is allemaal buitenplans en dat is eigenlijk nu ook allemaal gerelateerd aan de raadsleden. Dan heb je een lijst A en een lijst B, dat zit bij de stukken, en dat is eigenlijk precies conform zoals het ging, zoals het nu ook afgesproken is. Dus ik weet niet of dat … Het gaat over wie mag beslissen, de raad of het college? Zoals het nu ingedeeld is, wordt het straks ook ingedeeld.
Je hebt nu bijvoorbeeld de kruimolen. Als je het voorbeeld neemt van de Albert Heijn. Daar gaat de raad nu over. Dan moet u aangeven dat u geen bezwaar heeft. Maar dat geen bezwaar dat geldt niet meer, maar dat is verklaring van geen bedenkingen, maar nu wordt dat gewoon een bindend adviesrecht. Dus het is een andere aanduiding, maar het resultaat is hetzelfde. Bij Albert Heijn heb je nu moeten we jullie vragen een verklaring van geen bedenkingen en straks dan geldt het adviesrecht, dus dan zijn we ook verplicht om aan de raad te vragen: hoe hadden jullie dat gedacht? Kunnen we dat wel of kunnen we dat niet doen? Misschien kan een van de ambtenaren het meer duidelijk … Ik zie Joop. De heer Van Amelsfoort: Ja. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Het meer duidelijk uitleggen, maar ik denk dat er niet veel verandert. De heer Van Amelsfoort: Dank je, voorzitter. Mijn naam is Joop van Amelsfoort. Marjolein en ik hebben een korte presentatie. Daar komen de onderdelen terug die de wethouder net benoemt. Wellicht is het goed om daar heel eventjes doorheen te lopen, omdat het eigenlijk toch ook wel een stevig technisch karakter heeft, met name dat bindend adviesrecht.
Marjolein, kun jij de plaatjes eventjes laten zien? De voorzitter: Om hoeveel sheets gaat dat precies? De heer Van Amelsfoort: Pardon? De voorzitter: Om hoeveel sheets gaat het exact? De heer Van Amelsfoort: Ja, wij denken dat we met tien minuutjes ongeveer klaar zijn. De voorzitter: Tien minuten.
De heer Van Amelsfoort: Maar dat hangt ook af van natuurlijk de vragen die jullie stellen. De voorzitter: Ja. De heer Van Amelsfoort: Marjolein, jij tovert de presentatie op het scherm nu? Ja. Ja, daar komt ie. Ik zie dat ik bevroren ben, maar ik neem aan dat iedereen mij wel goed kan verstaan? De voorzitter: Ja, wij horen u. De heer Van Amelsfoort: Even een schot voor de boeg. De presentatie die sturen wij morgen door naar de griffier met de vraag om die door te zetten naar jullie, dus dan kunnen jullie in alle rust daar nog eens doorheen scrollen. De voorzitter: Ja. De heer Van Amelsfoort: Een klein stapje … De voorzitter: Ik zie dat het 22 pagina’s zijn, dus ik hoop inderdaad dat wij het binnen die tien minuten kunnen … De heer Van Amelsfoort: Ja, op een gegeven moment gaat het snel, voorzitter. Een klein stapje terug. We hebben van de zomer die klankbordgroep gehad. Daar zaten ook vier raadsleden in van de raad van Blaricum. Toen hebben wij het bindend adviesrecht, dat overzicht wat nu gereedligt, hebben wij samengesteld. Nou, in december stond het op de raad, maar ik zeg al: het heeft toch een behoorlijk technisch karakter. Er is een amendement voorbereid door de VVD. Wij vinden het dus eigenlijk ook wel heel fijn dat we nou eventjes nog die techniek kunnen laten zien.
Nog één opmerking vooraf: binnen de BEL-organisatie hebben we natuurlijk het liefst één uniform lijstje dat zowel voor Blaricum, Eemnes als in Laren gaat gelden, maar dat is natuurlijk geen wet van Meden en Perzen. Als de raad van Blaricum zegt: luister, we maken op onderdelen een andere keuze, dan staat u dat vrij. Maar nogmaals, ambtelijk vinden we het fijn als we uiteindelijk met één lijst kunnen gaan werken. Marjolein, de volgende. Marjolein? De volgende. De voorzitter: Oh jee. Mevrouw …: Oh jee. Hij doet het niet. De heer Van Amelsfoort: Ik heb hem al. Ik heb hem al. Ik heb hem al. Dus twee onderwerpen: bindend adviesrecht en delegatie. Eventjes de kaders, hè. Want ja, je kunt wel een overzicht gaan stellen, ik zeg dan wel eens populair een lijstje gaan maken, maar vanuit welke gedachtegang kom je nou tot zo’n overzicht? Nou, de wethouder gaf het net al aan, bij alles wat we met die Omgevingswet doen, gaan we in beginsel beleidsneutraal over. Oftewel, de afspraken die we nu hebben die willen we, hè, en de bevoegdheden, de bevoegdheidsverdeling die er nu is tussen raad en college en op de andere onderdelen zetten we in beginsel een-op-een door. Wat we ook doen is: we volgen de VNG minimumlijst.
De VNG heeft een overzicht gemaakt met acties die voor 1 juli afgewikkeld moeten worden, en juli is nog steeds de beoogde ingangsdatum van de wet, en dan vinden we dat … De heer …: Ik wil even onderbreken als het mag, want ik zie alleen … De heer Van Amelsfoort: Jazeker.
De heer …: Steeds de eerste slide en voor de rest zie ik niks. De heer Van Amelsfoort: En hoe is dat bij de andere deelnemers? Mevrouw …: Precies hetzelfde. Mevrouw …: Ik kan zelf de … Mevrouw …: Drukken en dan kun je hem zelf naar de volgende zetten. Mevrouw …: Ja. Mevrouw …: Beetje vreemd, maar dat kan bij mij wel. Mevrouw …: Dat heb ik ook gedaan. Mevrouw …: Ja. De heer Van Amelsfoort: Oké. De voorzitter: De presentatie is nu uit beeld. De heer Van Amelsfoort: Ik zal eens … Marjolein, zal ik hem eens kijken of ik hem op mijn scherm kan gaan toveren? Mevrouw Van der Marel: Ik heb hem er nog een keer opgezet, maar op een of andere manier … We hebben het zo geoefend, maar ik geloof niet dat jullie hem zien bewegen. Mevrouw …: Nee, maar je kan dus wel op die pijltjes drukken. Mevrouw …: Ja. Mevrouw …: En dan kan je dus zelf … De heer Van Amelsfoort: Oké. Mevrouw …: Naar de volgende bladzijde. De heer Van Amelsfoort: Nou. Mevrouw Van der Marel: Nou, dan zijn we langzamerhand bij dia nummer 5. De voorzitter: Fijn. Mevrouw …: Dat is … De heer van Amelsfoort: Ja. Mevrouw …: Hoe zit dat ook alweer?
Mevrouw …: Hoe zit dat ook alweer ja? De heer Van Amelsfoort: Nou, dan kunnen we gelijk door naar dia 6. Oftewel vanaf 1 juli, het moment dat de wet in werking treedt, nou dan lees ik maar even voor wat er in Artikel 16 van de Omgevingswet staat: de gemeenteraad krijgt een bindend adviesrecht voor een aanvraag op een omgevingsvergunning, voor in door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat adviesrecht dat is bindend. Nou, dit is best wel een complexe zin, maar als je hem heel erg platslaat, dan komt het erop neer dat de gemeenteraad een aantal initiatieven kan aanwijzen. Dus een inwoner die heeft een wens, die wil iets realiseren, dat past niet in het bestemmingsplan, straks zeggen we in het omgevingsplan en in een aantal gevallen kan de raad dus een lijstje maken met type initiatieven dat wanneer die zich aandienen het college eerst bindend advies bij de gemeenteraad moet gaan vragen. Daar komt het in de kern op neer. Dan gaan we door naar de volgende slide. Dat is nummertje 7. Vanaf 1 juli, op moment dat die wet in werking treedt, zijn er drie manieren om van het omgevingsplan af te wijken. De wethouder refereerde daar zojuist al aan. Het kan binnenplans, oftewel dan zegt het omgevingsplan: college, u mag hier zelf afwijken van het omgevingsplan.
Bijvoorbeeld: een dakgoot mag vijf meter hoog zijn en het omgevingsplan zegt dat de wethouder met 10 procent zou mogen afwijken. Nou, daar kan het college zelfstandig een besluit over nemen. Dan komt die de buitenplanse afwijkingen, oftewel dan wordt er via een vergunning afgeweken van het omgevingsplan. Die sub 2 dat is belangrijk voor dat bindend adviesrecht, want sub 3, dat is de derde manier om van een omgevingsplan af te wijken, en dan kan dat door voor een bepaald initiatief, voor een bepaald deelgebiedje een omgevingsplan op te stellen. En daar komt ie: het omgevingsplan is een exclusieve bevoegdheid van de raad. Daar heeft het college, uiteraard bereidt het college dat voor, maar het is de raad die daarover beslist. Dus we hebben drie smaken: binnenplans, buitenplans en het opstellen van een omgevingsplan voor een bepaald initiatief. Dat is dus iets anders dan het omgevingsplan waar de gemeente de komende jaren aan gaat werken, want dat is het plan voor de totale gemeente, maar het kan zijn dat binnen een bepaald initiatief, nu noemen we dat ook wel een postzegelplan, dat daar een klein omgevingsplannetje voor opgesteld moet worden. Gaan we naar de volgende slide. De bekende was wordt lijst. Nu hebben we dus binnenplans, dat gaf ik zojuist aan, dat is college. Nou, dat is straks bij in werking treden van de wet precies hetzelfde, verandert niks.