Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RONDETAFELGESPREKKEN VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 19 januari 2021
De voorzitter: Want het is nu acht uur geweest, dus Ik wilde toch wel bij de eerste keer dat ik RTG voorzit, toch proberen strak te gaan starten op dit tijdstip. Dus ik zou iedereen welkom willen heten bij deze. En ik zou ook meteen willen verzoeken aan iedereen die niet meedoet aan de discussie om zijn camera en zijn microfoon uit te zetten. En dan praat ik over de eerste groep van de strategische visie, dan blijft het wat overzichtelijk. En dat geldt ook voor de groep die wel meedoet aan de discussie, die wil … Dan is de vraag of die zijn microfoon uit wil zetten. ‘…’ zo direct wel of Jan Hoijtink aansluit … René, is hij al binnen? De heer Wiegel: Ja, Jan komt erbij. Ik heb hem net gesproken en hij belt in, dus hij is er over een minuut. Dus ga rustig door, hij komt er vanzelf bij. De voorzitter: Ok. De heer Slotema: Ben ik er al in? De voorzitter: Wie hoor ik nu? De heer Slotema: Rink Jan, is die er al in? De heer Wiegel: Ja Rink Jan is er. De heer Slotema: Ok. De voorzitter: Dus iedereen graag in zijn camera uit die niet meedoet en zijn microfoon uit en degene die wel meedoen alleen de microfoon uit s.v.p. Ja, bijzondere avond: we hebben een demissionair kabinet in Den Haag, aan de vooravond van een nieuwe president in Amerika en wellicht dat er dit weekend een avondklok gaat komen of niet. Dus beetje vreemd, maar goed het is niet anders.
Het is maar goed dat het in Blaricum zo stabiel en rustig is. En ik hoop dat het eind van de vanavond ook zo blijft. De eerste keer dus voor mij, echt als voorzitter RTG. Ik zal best daar een paar fouten in maken, dus vergeef me dat. Ik ben blij dat Arie op de achtergrond mij daarin gaat assisteren. Ik zou dan ook nu meteen willen beginnen met zo direct de eerste ronde. Waarbij ik een aantekening wil maken: vanwege de duidelijkheid is mijn voorstel dat iedereen in de eerste ronde bij het komend onderwerp gewoon 3 á 4 minuten zijn betoog mag houden, zijn vragen mag stellen. En dat we dan eigenlijk in principe geen interrupties hebben, waardoor de portefeuillehouder, in dit geval burgemeester De Zwart, dan straks in een keer de antwoorden kan geven. En dan in de tweede ronde, dan is er ruimte voor meer discussie en vragen naar elkaar, indien nodig is. Daardoor blijft het wat overzichtelijk. Als jullie daar geen probleem mee hebben dan wil ik dat graag zo gaan opstarten. Ik zie er geen bezwaar tegen, dus dat is dan hetgeen wat we gaan doen. 1.
BV. 60m Herijking strategische visie Blaricum De voorzitter: Het eerste punt op de agenda is de herijking strategische visie. Daar zijn vanuit het ambtelijk apparaat Peter van Dijk aanwezig en vanuit Início zijn dat Sophie Pauwels en Johan Veilinga. Die zullen we later introduceren als het zover is. De strategische visie, voor de luisteraars die het niet hebben bekeken, het is een visie uit 2010 die nu herijkt wordt. In 2019 is dat geëvalueerd en op hoofdlijnen probeert men de ‘…’ 2019
is vastgesteld overeind te houden, dat is wat hier staat. En er is een proces verlopen de afgelopen periode, waarbij een participatieproces is opgestart met inwoners maatschappelijk middenveld. En daar ligt nu een eindproduct dat we ter vaststelling aan de raad van volgende week willen gaan vaststellen. Het is een strategische visie voor de komende jaren. En nog een opmerking vooraf is dat het bijzonder is dat er 621 reacties zijn geweest in Blaricum, oftewel 12 procent van alle huishoudens, waarvan de 50 procent uit het dorp komt, 35 procent uit het Bijvanck en 12 procent uit de nieuwe wijk Blaricummermeent. Punten die erin staan die gaan wij straks behandelen: wonen, de betaalbaarheid, de beschikbaarheid. 25 procent van de inwoners is jonger dan 20 in onze gemeente: opvallend. Dat komt natuurlijk vooral door de wijk die het minste heeft gereageerd want die is volop bezig met het opvoeden: van de kinderen, al dan niet via Teams, Zoom en weet ik wat allemaal. Andere punten die op die lijst staan zijn de bedrijvigheid, negatief is het verdwijnen van Tergooi, kansen wordt geschreven in recreatie en toerisme. En er zijn daar een aantal ambities en daar zullen we het vanavond zeker over hebben: samenleven, wonen, voorzieningen, groen, verkeermobiliteit en duurzaamheid. Dat even als voorafje voor de mensen die meeluisteren en voor degene die nog eventjes dit wilde horen.
Ik stel voor: we hebben één inspreker, die heeft zich al laten horen, Jan Slotema goedenavond. En er is een schriftelijke inbreng van Alex Varekamp, die is … Namens ‘…’ Blaricum heeft die een aantal zaken ingeleverd en die aandachtspunten, die hebben jullie kunnen lezen. ‘…’ op dit moment hoeft te herhalen, maar ik zou in eerste instantie het woord willen geven aan Rink Jan Slotema. Ik heb de klok erbij, want ik probeer vanavond wel een beetje strak in tijd te blijven. Rink Jan, ga je gang, stel je even voor en doe je verhaal en je hebt er 5 minuten voor. Gaat uw gang. De heer Slotema: Dank voorzitter namens Rink Jan Slotema, een inwoner van Blaricum. Ik probeer die 5 minuten te pakken, maar kan er iets overheen gaan. Dank dat u mij de gelegenheid stelt om in te spreken, deze herijking was voor mij in eerste instantie lastig te doorgronden. De kern van mijn inspraak is: de bewoners zijn tevreden en hechten enorm aan hun woonomgeving en zeggen eigenlijk dat Blaricum klaar is en in balans. Nu is het zaak die balans te behouden door die woonomgeving uitstekend op orde te houden en niet te schromen daar de nodige middelen voor beschikbaar te stellen. En door die balans is er op fysiek gebied weinig meer toe te voegen aan deze strategische visie, om meteen ook als basis te dienen voor de omgevingsvisie. Dus er hoeft niet zoveel meer bij.
Dat staat ook in de bestuursopdracht van 2019, dat het zo een basis zou zijn voor de omgevingsvisie. Daarom mijn advies om deze visie aan te laten vullen en uit die visie overbodige zaken te verwijderen en een echte Blaricumse strategische visie van te maken: past het bij de schaal van onze gemeente? Want we zijn maar klein en we zijn geen Zuidwest-Friesland. Enerzijds, anderzijds: enerzijds positief dat het moet gaan over waar Blaricum zelf over gaat. Anderzijds, in het hoofdstuk over actuele opgaven en ontwikkelingen gaat het bijna alleen over alles wat vanuit de regio en provincie over ons heen komt. Enerzijds de inwoners die het wonen, het groen en de openbare ruimte het belangrijkste vinden, anderzijds lees ik nu al voor de tweede keer de opmerking dat het onderhoud van het groen wel heel duur is. Dat acht ik niet passend, want het groen is de basis voor het plezierige wonen en leven in onze gemeente. Enerzijds in 2010 maar liefst 81 pagina’s, maar wel met een heldere sterkte-zwakteanalyse en maar liefst 29 concrete, fysieke en andere projecten. Anderzijds een herijking van dezelfde visie in 25 pagina’s, met nagenoeg geen enkele verwijzing naar die bron van de herijking en zonder evaluatie van wat sinds 2010 wel en niet gelukt is.
Enerzijds in 2010 een visie lopend tot 2030 waarmee wij conform artikel 2.1 van de wet Ruimtelijke Ordening, door de raad de structuurvisie vastgesteld hebben. Anderzijds is in deze herijking, die ook loopt tot 2030, niet de kans gegrepen om meteen als basis te dienen voor de nieuwe omgevingsvisie. In mijn ogen een gemiste kans, maar in die omgevingsvisie komt de integrale strategie voor de fysieke leefomgeving en dat speelt niet zo heel veel meer. Enerzijds in 2010 weet je dat er minder hoge heggen en dichte hekken moeten komen. Anderzijds lees je dat opnieuw in de herijking, terwijl iedereen kan weten dat na al die pogingen in de afgelopen 10 jaar, dat er al een hekkenbeleid is, dat de gemeente niets heeft te
zeggen over de hoogte van de hagen. Afvoeren dus van de agenda. Enerzijds in 2010: al benoemd de zorg over de doorstroming van ouderen en het gebruik over woningen voor starters en jongeren, anderzijds komt het bij mij hypocriet over om dat nu weer als zorg te bestempelen, terwijl net 1000 woningen zijn bijgebouwd, met alle kansen om dit probleem aan te pakken. Blijkbaar kiezen we daar in Blaricum niet voor en moeten we dat nu gewoon uitspreken. Dan een aantal concrete punten die in mijn ogen niet correct zijn en eigenlijk niet meer in deze visie thuis horen: de bewoners geven aan dat ze wonen in het groen en openbare ruimte het belangrijkste vinden, dat ze daarover tevreden zijn en dat willen we houden. Dan schrik je als je leest op de laatste pagina, de allerlaatste alinea, dat voor het behoud van levendige kernen in Blaricum, de komende jaren soms keuzes moet maken die … Blaricum soms keuzes moet maken die moeilijk of pijnlijk zijn. Dan ga je opnieuw lezen waarom die keuzes dan nodig zijn. Hierna 5 redenen waarom die pijnlijke keuzes niet nodig zijn: de eerste, enerzijds is te lezen dat er geen expliciete bouwopgave voor Blaricum is vanuit de regio. Anderzijds staat er dat de provincie zegt dat de bevolking van 2019 tot 2040 nog zal toenemen met 1000 inwoners.
Daar zijn helemaal geen moeilijke of pijnlijke keuzes voor nodig, want alle al bekende en lopende projecten maken die 1000 sinds 2019 makkelijk vol. De Blaricummermeent, het ziekenhuisterrein, appartementen aan de Prins Hendriklaan, de locatie brandweer, de melkfabriek et cetera. In 2009 waren er nog 9100 inwoners en over een paar jaar ruim 12.000. Dus Blaricum heeft ruim aan de bouwplicht voldaan. Ten tweede: enerzijds lees ik dus over primair binnenstedelijk te bouwen en waarde voor landschap, groen en natuur te ontzien, anderzijds willen onze bewoners geen verdichting. En gezien het vorige punt, ook geen enkele reden om onze kern nog verder te verdichten. Enerzijds lees ik dat een zorgpunt van de ondernemers is: de samenwerking in regionaal verband, omdat er een noodzaak is om de verdeling van bedrijven regionaal te optimaliseren. Anderzijds, Blaricum heeft volop ruimte aangeboden, maar er bleek veel te weinig belangstelling. Reden om daar weer 250 extra woningen te bouwen. We hebben daarnaast nog heel veel nieuwe bedrijven kunnen huisvesten, daarmee heeft Blaricum ruim aan zijn plicht voldaan. Voorzitter, nog twee punten dan ben ik er. Enerzijds de wens van de bewoners van de Blaricummermeent om een eigen bakker, supermarkt en snackbar te krijgen.
Anderzijds de uitdrukkelijke afspraak om geen detailhandel toe te staan in deze wijk, om zo de levensvatbaarheid van het net nieuwe winkelcentrum in het Bijvanck niet te ondermijnen. Maak die pijnlijke keuze niet in het belang van de Bijvanck-ondernemers en niet het belang voor alle andere inwoners die in dit centrum winkelen. En als laatste worden vragen opgeworpen of het realistisch en mogelijk is om met dit soort kleine kernen alle maatschappelijke voorzieningen te behouden. Anderzijds hebben wij met uitzondering van de Malbak en de Blaercom geen maatschappelijk eigen voorzieningen. Wij zijn geen Zuidwest-Friesland en ik zie geen enkele reden waarom die Malbak of Blaercom er over 10 jaar niet meer zouden zijn. Tot slot mijn advies: Blaricum is in balans, schrap het nodige in de strategie en vorm om tot basis voor de omgevingsvisie, dan is er weinig extra voor nodig. Dank u voor de aandacht. De voorzitter: Nou dank u wel, ook keurig binnen de tijd. Dit was een betoog, zijn daar nog vragen over of wordt het nu opgepakt en doen we daarmee, iets wat we straks wil … Er heeft iemand een vraag aan mijnheer Slotema. Ellewies zie ik, mevrouw Claushuis, graag. Mevrouw Claushuis: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb nog even een toelichting bij punt 3, voor de pijnlijke keuzes die de heer Slotema aangeeft.
Daar staat ‘reden om daar 250 extra woningen te bouwen’, maar ik heb even niet in beeld waar dat dan zou moeten zijn. Omdat de bedrijven daar niet genoeg belangstelling voor hebben, dus ik vroeg me af waar dat dan is. Ik kan het niet zo voorstellen. De voorzitter: Ok, misschien een kort antwoord?
De heer Slotema: Ja, het gaat in de Blaricummermeent. Er was een groot deel bestemd voor bedrijfshuisvesting. Maar omdat die belangstelling er niet was, zijn de oren ingevuld door die 250 woningen. Daar doel ik op, men heeft de kans gehad om daar iets mee te gaan doen en heeft die kans niet gegrepen. Dus die belangstelling is er blijkbaar niet. De voorzitter: Ok bedankt voor het antwoord. Mevrouw Claushuis: Ja, ok. Nou is het duidelijk, dank u wel. De voorzitter: Ik zie een tweede handje bij mevrouw Lanphen en misschien wil mevrouw Claushuis haar handje mee wil doen weer. Mevrouw Lanphen, gaat uw gang. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank voorzitter, hartelijk dank mijnheer Slotema ook voor de inbreng. Ik neem aan dat mijnheer Slotema voor zichzelf spreekt en niet voor een andere grotere groep misschien. En wat ik in het verhaal hoor, er zit een aantal zeer behartigenswaardige opmerkingen tussen, maar ‘Blaricum is af, het moet blijven zoals het is’, dat is wat ik er uit opmaak. We hebben al genoeg gedaan, we hebben ook absoluut zekere grote stappen gezet, maar ik denk dat we allemaal weten dat er niets aan onze deur voorbij zou gaan en dat er altijd uitdagingen zullen blijven. Dus om alles wat langskomt opzij te wuiven vanuit het uitgangspunt ‘we hebben al genoeg gedaan voor de toekomst’, lijkt mij niet zo heel erg realistisch.
En anderzijds denk ik: we beschrijven hier wat voor dorp willen zijn en daar zal toch altijd, ook omdat maatschappelijke wensen veranderen, zal daar richting aangegeven moeten worden en het zal niet stilstaan. Dus mijn vraag aan de heer Slotema is eigenlijk of hij niet te veel uitgaat van een soort statische situatie in zijn betoog. Waarvan ik dan denk dat dat eigenlijk niet, nergens ongeveer in de wereld zo is. En dus de eerste vraag: namens wie is uw inbreng? Is dat namens uzelf alleen of namens een grotere groep? De voorzitter: Mijnheer Slotema, graag een kort antwoord. De heer Slotema: Dat is lastig voorzitter, een kort antwoord. Ik spreek namens mijzelf, heb ik in het begin ook aangegeven. Ten tweede: alles wat ik gezegd heb, komt uit de stukken. In de stukken staat dat men heel belangrijk vindt wat de inwoners ingebracht hebben. Vervolgens is er ook gesproken nog met een kleine groep anderen en daar zijn allerlei aanscherpingen bijgekomen. En die aanscherpingen, werd ook aangegeven, daar zouden de burgers wel eens van zouden kunnen schrikken. Als ik een voor een die aanscherpingen bekijk en zo lees in de stukken die voorliggen, dan zijn het geen realistische beschrijvingen. Natuurlijk, alles is in verandering, en misschien ook in de wijk Bijvanck die altijd bekend stond als een grijze wijk.
We hebben het ook gezien in de rapporten van Sweco: de Bijvanck is helemaal niet grijs meer. Er komt enorm veel verjonging, overal komen andere situaties. Een tijdje geleden werd er gedacht: ‘minder scholen zijn misschien nodig’, nu helemaal niet, er komen weer allemaal kinderen bij. Het is voortdurend in beweging … Mevrouw Lanphen: Ja. De heer Slotema: Maar het is niet nodig om daarvoor extra te bouwen, extra aan te passen. En dat heb ik proberen te onderbouwen op basis van de stukken die allemaal voorliggen. De voorzitter: Duidelijk, dank u. Mevrouw Lanphen: Dank u wel.
De voorzitter: Is er zo voldoende antwoord mevrouw Lanphen? Mevrouw Lanphen: Ja, dank u wel, dank u wel. De voorzitter: Ok de heer Slotema, dank u wel. Wij gaan over naar het volgende punt. Er is een schriftelijke inbreng geweest van Alex Varekamp en om kort samen te vatten wat hier ook staat, er zijn twee aandachtspunten die hij meldt. Daar kunnen we verder niet mee doen, want hij doet niet mee aan de vergadering, maar ik meld het toch even, ook voor de mensen die meeluisteren. Hij stelt voor om een lijstje te maken met 10 meest urgente en de meest … De 10 duurste projecten. En op de tweede plaats, in de alinea ‘het winkelgebied van het dorp’, stelt hij voor dat te vervangen door: ‘het door deskundigen een studie laten maken over de inrichting plein Oude Dorp, mede om discussie à la blauwe zone te vermijden.’ Dat is gewoon even de mededeling, daar doen we verder niks mee, maar heeft iedereen deze informatie. Dat geldt ook voor meeluisterende dorpsgenoten en uiteraard de pers die dit waarschijnlijk niet heeft gezien of weet ik wat. We gaan nu door naar het volgende punt. Dat zijn de mensen van Início, dat is de partner die zeg maar gevraagd is door de gemeente Blaricum om te kijken wat zij kunnen betekenen voor ons. Início zal zichzelf zo voorstellen, het is een bureau voor stedelijke vernieuwing en beheer, zit in Rotterdam.
Zijn in veel gemeente actief: Amersfoort, Ouderkerk aan de Amstel, Den Haag, Nieuwegein en Delft zijn wat voorbeelden waar het terug te vinden is. En ze willen nu een korte presentatie geven van ongeveer 10 minuten, van wat hun idee is over de adviezen voor de strategische visie Blaricum, dat hebben ze ook gepresenteerd. Ik zie dat Sophie Pauwels van Início het woord gaat voeren, misschien dat u zich even wil voorstellen en vervolgens de komende 10 minuten dan de presentatie wil houden. Mevrouw Pauwels: Ja dank u wel voorzitter ik ben Sophie Pauwels, ik werk ruim 20 jaar bij Início en wij zijn inderdaad een adviesbureau voor stedelijke vernieuwing en beheer. We hebben 10 jaar geleden in 2010 ook de strategische visie voor Blaricum mogen maken en in 2019 hebben wij ook de evaluatie mogen uitvoeren, met als vervolgvraag om ook deze herijking te gaan opstellen. Ik denk dat het voor nu even voldoende is qua voorstellen en mochten er nog vragen zijn over mij of Início, dan zal ik die uiteraard graag beantwoorden op een ander moment. Ik denk dat het goed is om de toelichting van de strategische visie nu kort te doen. De voorzitter: Ik zou willen voorstellen om even de vragen die er eventueel zijn, die even vast te houden tot later. Dus dat we even de presentatie achter elkaar kunnen horen. Mevrouw Pauwels: Dank u wel, ja.
Een en ander is zojuist al vermeld, over wat de strategische visie is. Het gaat over de identiteit van Blaricum en met name in sociaal en cultureel opzicht. Het verhaal wat eigenlijk de mensen van Blaricum ons gebracht hebben, 621 reacties zoals we gehoord hebben. Mensen hebben eigenlijk hun ambities voor de toekomst om fijn te wonen en leven in Blaricum met ons gedeeld. Wij hebben daar eigenlijk een verbindend verhaal van gemaakt, dus de gedeelde ambities uit geanalyseerd en opgeschreven. En dat is dus ook eigenlijk een toetsingskader voor toekomstig beleid, het bevat niet allerlei concrete projecten, het bevat geen uitvoeringsprogramma, maar het vormt wel de basis voor de nog te op te stellen lokale en regionale omgevingsvisie. Zoals gezegd: het is een herijking. Uit de evaluatie is al gebleken dat wat er toen in de visie is opgeschreven, eigenlijk nog steeds op hoofdlijnen gedeeld wordt door de inwoners van Blaricum. Wat dat betreft zie je dat het beeld dat de mensen hebben van Blaricum, dat het eigenlijk heel stabiel is. Blaricum is en blijft een authentiek dorp in het Gooi. En als je nou kijkt naar ‘wat is er dan anders, zo 10 jaar later?’, de bevolking is natuurlijk enorm toegenomen, maar ook vernieuwd. En wij waren natuurlijk benieuwd of daar verandering in is gekomen en er is wel een nuance te maken.
De mensen vinden het dorpse kleinschalige belang, karakter nog steeds heel belangrijk. De ruime opzet, de karakteristieke landelijke architectuur. En dat is een fysieke kant van dat karakter, maar tegelijk vinden mensen de sociale betekenis ook
heel belangrijk. De gemoedelijke sfeer, het gevoel van saamhorigheid, wat je hebt bij zo een dorpse gemeenschap. De natuur en het water zijn nog steeds super belangrijk, belangrijke kernwaarden, het lijkt zelfs alsof mensen dat in toenemende mate belangrijker vinden vergeleken met 10 jaar geleden. En tot slot wat ook opvalt vergeleken met 10 jaar geleden: toen was eigenlijk de wens om de levendigheid te vergroten en op dit moment zie je dat mensen zeggen: ‘die levendigheid en bedrijvigheid, met name in het dorp als gezellig centrum, dat is in evenwicht gekomen. Dat is eigenlijk in balans, we zijn een levendig dorp met een goed sociaal en cultureel klimaat en het is zaak om die goede balans te bewaren. Niet te versterken, maar wel te behouden en dat is eigenlijk over de identiteit. En als je dan kijkt naar wat mensen eigenlijk belangrijk vinden als ontwikkelingsrichting voor de toekomst, dan zie je eigenlijk … Dat behoud is belangrijk, die kernwaarden die moeten we koesteren, maar tegelijk is de blik gericht op de toekomst. Mensen zeggen ook: ‘Blaricum moet ook mee met zijn tijd. We zijn … Aan de ene kant koesteren we de natuur en de groene omgeving en de ruimte die we hebben’, maar tegelijk willen de mensen in Blaricum een moderne, open samenleving zijn met levendige kernen. Dat leidt eigenlijk tot de hoofdambitie van een vitale en verbonden samenleving.
Wat is daarvoor nodig? Wat betekent dat? Kernwoorden zijn eigenlijk: kleinschalig, gemoedelijk, vertrouwd. Mensen vinden het belangrijk dat je in je buurt naar elkaar omkijkt en elkaar helpt, dat is eigenlijk het meest genoemd. En tegelijk vinden mensen ook dat verdraagzaamheid belangrijk is en dat mensen elkaar vrij laten. Het is een beetje zo de tweezijdigheid van de Blaricummers die er eigenlijk 10 jaar geleden ook al in zat. Mensen vinden de traditionele evenementen belangrijk, maar tegelijk ook de buurtactiviteiten in de straat. Omdat eigenlijk al die dingen bijdragen aan die dorpse sfeer, dat onderlinge contact en het gevoel van een gezamenlijke identiteit. En die evenementen die wil men behouden, maar ze moeten wel van en voor de Blaricummers zijn, het moet niet te gek. Mensen zeggen ook: ‘om dit te kunnen behouden allemaal, is het ook belangrijk dat we focussen op onze jonge generatie. Dat die de ruimte heeft om te wonen en te leven in Blaricum.’ En tegelijk zeggen mensen: ‘de gemeente, maar bijvoorbeeld ook verenigingen, moeten zich inzetten om betaalbaar en toegankelijk te zijn voor iedereen. Zowel voor nieuwkomers die zich thuis moeten voelen, maar ook de gewone man moet in Blaricum goed kunnen wonen en genieten van alle voorzieningen die Blaricum heeft.
De ambitie wonen, daarin zeggen mensen eigenlijk dat elk dorpsdeel zijn eigen kwaliteit heeft en dat maakt Blaricum ook veelzijdig en aantrekkelijk voor jong en oud. En dat die verschillende woonkernen wel elk een eigen identiteit hebben, maar wel samen een geheel vormen, dat vindt men belangrijk. En tegelijk elke kern, elke woonkern, heeft een hoge kwaliteit qua woonomgeving. Het moet veilig zijn, het moet gezond zijn, het moet groen zijn en het moet gezellig zijn. Als ambitie wordt aangegeven dat er voldoende passende woningen moeten zijn, dat was in het verleden ook al zo en dat is nog steeds heel belangrijk voor de jonge Blaricumstarters en voor de senioren die willen doorstromen. Op het vlak van voorzieningen geven mensen aan dat als je kijkt naar de winkels en de horeca is eigenlijk het aanbod kwalitatief heel hoogwaardig. Het is heel divers, het bevindt zich voornamelijk in het historisch centrum natuurlijk. En de mensen in het Bijvanck en Blaricummermeent geven aan dat het zo in de toekomst, in de aanloop naar 2030, ook wat levendiger en sfeervoller mag worden. De maatschappelijke voorzieningen, die wil men echt graag op peil houden. En dan hebben we het niet alleen over de buurthuizen, maar het gaat ook over de goede buurtzorg, over gezondheidszorg, primaire gezondheidsvoorzieningen dichtbij, makkelijk bereikbaar.
Het gaat over het basisonderwijs en het gaat ook over voorzieningen voor mensen die langer thuis wonen. Die moeten allemaal dichtbij in de nabije omgeving zijn zodat mensen makkelijk gebruik van kunnen maken. Daarnaast moet er voldoende ruimte zijn voor cultuur, sport en recreatie en dat voor elke leeftijd en voor elke portemonnee. Aanvullend zie je dat niet alle voorzieningen in Blaricum natuurlijk gehuisvest kunnen worden, denk bijvoorbeeld aan het zwembad. Denk aan de bibliotheek, die zeggen ook van: ‘we werken eigenlijk samen in regionale verband, zodat we het aanbod wel in elke gemeente en dus ook in Blaricum, kunnen bieden. Al is het bijvoorbeeld niet met een vaste locatie en op die manier kunnen we wel waarborgen dat alles ook in de gemeente verkrijgbaar is’. Als we dan kijken naar de natuur en het water, dan zien we eigenlijk dat mensen
dat de belangrijkste redenen vinden om trots te zijn op Blaricum, op de plek waar ze wonen. Het gaat over de landschappelijke structuren, de agrarische sfeer en uitstraling, de natuur, de heidegebieden: het wordt ontzettend gewaardeerd. En mensen willen het graag beschermen natuurlijk, maar het wordt niet alleen gewaardeerd om te beschermen, het gaat ook over ontmoeten, genieten en recreëren en het is belangrijk voor de gezondheid. En als we kijken naar dat genieten, dan wordt ook wel weer gesteld: de inwoners staan daarbij centraal. Dus er zijn niet ambities voor allerlei toeristische, recreatieve ontwikkelingen, het gaat vooral om de inwoners zelf. Als we natuur ook nog even bekijken in de directe leefomgeving, vinden mensen het heel belangrijk dat de wijken goed onderhouden zijn, dat er voldoende groen blijft. En we zien natuurlijk in het Bijvanck ook dat er een reconstructie zal gaan plaatsvinden, wat de wijk ook weer groener, veiliger en klimaatbestendiger gaat maken. De ambitie voor verkeer en mobiliteit die mensen hebben is dat de dorpsdelen goed op elkaar aangesloten worden. En dat gaat met name over wandel -en fietspaden, goede veilige en voldoende wandel -en fietspaden, maar ook over het openbaar vervoer. Lopen en fietsen vinden mensen echt wel heel belangrijk, uitgangspunt is echt dat dat volop de ruimte krijgt.
Denk bijvoorbeeld ook aan de regionale snel-verbindingen: het is duurzaam, gezond, veilig, het wordt vaak aangegeven. Met de HOV busverbinding die er komt zal ook het openbaar vervoer verbeteren en de aansluiting met Huizen met Hilversum en verder. En wat als derde eigenlijk veel naar voren is gekomen qua verkeer en mobiliteit, is dat mensen het heel belangrijk vinden dat het winkelgebied in het dorp eigenlijk nog verkeersveiliger en autoluwer wordt. Dat fietsers en voetgangers daar echt de ruimte krijgen en dat de verblijfskwaliteit daar heel hoog is, dus dat er ook met de inrichting rekening gehouden is met ouderen, met mensen met een beperking en dat het prettig is om daar te verblijven. En als laatste, als we kijken naar duurzaamheid en het klimaat, dan is het belangrijk dat Blaricum zich verder blijft inzetten om energieneutraal te worden, klimaatbestendig. En met Bijvanck zien we dat daar ook weer een slag in gemaakt wordt, maar ook met het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad, stimuleren van duurzame mobiliteit. Een ander aspect van dat verduurzamen is eigenlijk dat mensen wel zeggen: ‘duurzamer is niet alleen behouden’. Dus verduurzamen wil ook zeggen: ontwikkeling waarbij je zorgt dat er voor de toekomstige generaties ook voorzien wordt in hun behoeften.
In Blaricum geldt ook wel dat als je echt alles wilt behouden, dat dat soms ook ontwikkeling in de weg staat. Dat is wat er eigenlijk bedoeld wordt, de keuzes die gemaakt moeten worden voor nu korte termijn, maar vooral ook langere termijn, is eigenlijk belangrijk dat er vooropgesteld wordt dat mensen de vitale en verbonden samenleving het belangrijkst vinden en dat dat bij de keuzes voorop staat. Dat is de toelichting. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Pauwels. Het is een mooie samenvatting van datgeen wat we hebben gehad natuurlijk als raad. Ik stel voor, zijn er nu directe vragen? Niet inhoudelijk, maar dingen die onduidelijk zijn in het rapport? Want we gaan straks natuurlijk inhoudelijk op het hele verhaal in en daarbij zou ik mevrouw Pauwels en mevrouw De Zwart als burgemeester, willen vragen om beiden aan het eind van ieders inbreng antwoord te willen geven. Dus zijn er nu onduidelijkheden in hetgeen wat is neergezet? Ik zie dat mijnheer Hoijtink zijn hand heeft opgestoken, in verband met onduidelijkheid. De heer Hoijtink: Ja graag. Ik zou eigenlijk graag willen weten hoe mevrouw Pauwels het verschil ziet tussen een strategie en een strategische visie. De voorzitter: Duidelijk, mevrouw Pauwels. Mevrouw Pauwels: Ik weet niet zeker of ik de vraag helemaal goed begrijp.
De strategische visie omschrijft de ambities voor de komende 10 jaar, de wensen die de inwoners hebben gebracht. Het bevat niet zozeer strategische beleidskeuzes bijvoorbeeld over de fysieke leefomgeving. Als er echt keuzes gemaakt moeten
worden, dan zullen die in de omgevingsvisie landen. Dus dit is eigenlijk de gewenste strategische ontwikkelingsrichting die de mensen hebben aangegeven. De heer Hoijtink: Ok. Mevrouw Pauwels: Ik weet niet of ik daarmee de vraag heb beantwoord? De heer Hoijtink: Nou … De voorzitter: Misschien ‘…’ mijnheer Hoijtink? De heer Hoijtink: Ja nog één verduidelijking dan. Als ik nou die strategische visie, als ik dat nou vertaal als een wensenlijst, is dat dan ongeveer een juiste interpretatie? Want ik heb dit stuk, deze nota, die heb ik gewoon op een andere manier gelezen, geïnterpreteerd … De voorzitter: Mijnheer Hoijtink, even een onderbreking. Het gaat nu om onduidelijkheden in het rapport, de inhoud gaan we zo meteen bespreken dus ‘…’ vragen over? De heer Hoijtink: Nee, ik heb nog geen vragen over de inhoud nu gesteld, ik heb een vraag gesteld over van inderdaad, wat is het verschil tussen het een en ander en of ik het mag zien als een soort wensenlijst dan van de inwoners? De voorzitter: Ok. Nog misschien een kort antwoord en dan ga ik door met iedereen de gelegenheid te geven. Mevrouw Pauwels. Mevrouw Pauwels: De basis is inderdaad wat inwoners hebben aangegeven, dat is het uitgangspunt voor deze visie geweest.
Maar tegelijkertijd is het gecombineerd met de actuele situatie in Blaricum, met eigenlijk maatschappelijke opgaven die natuurlijk ook … Waar Blaricum ook voor staat en daarom is er ook een hoofdstuk gewijd aan een bestaand beleid en de maatschappelijke opgaven. En die zijn gezamenlijk eigenlijk verweven in de ambities. De voorzitter: Ok voor zover nu even duidelijk, denk ik. Als mijnheer Hoijtink zijn handje weer naar beneden wil doen en zijn microfoon uit wil zetten, dan kunnen we in gezamenlijkheid weer verder gaan. Ik zie nog een vraag van mevrouw Lanphen die kort hieraan gekoppeld is. Mevrouw Lanphen: Het is ter verduidelijking voor het rapport op pagina 8, staat iets over de keuze om primair binnenstedelijk te bouwen en waardevol landschap en natuur te ontzien. Daar zijn we het als D66 totaal mee eens, maar daarna staat: ‘bij verdichting moet aandacht zijn voor vergroenen en natuur in de stad.’ En dan even later ook nog: ‘het landschap om de stad wordt steeds belangrijker voor recreatie.’ Is dit een soort algemene opmerking of die geldt dit ook specifiek voor het dorp hier? Dus de vraag aan de opstellers van het rapport. De voorzitter: Heel kort antwoord graag. Mevrouw Pauwels: U bedoelt in hoofdstuk 2? Mevrouw Lanphen: Ja op pagina 8, hoofdstuk 2. 2.4.
Mevrouw Pauwels: Ja dit zijn zaken die voortkomen uit bestaande stukken, bijvoorbeeld ook van het regionale beleid wat gezamenlijk met Blaricum en andere gemeentes gevoerd wordt. Dus dit komt letterlijk uit de bestaande beleidsstukken. Mevrouw Lanphen: Ok, dus gaat niet heel specifiek over Blaricum, maar is algemeen voor onze regio. De voorzitter: Mooi, duidelijk dank u wel. Ik stel voor de handjes even weer weg te halen en microfoons uit te doen. Dan wou ik nu een rondje maken langs de mensen die hun vragen hebben, hun opmerkingen hebben vanuit de raad of vertegenwoordigers. Ik ga beginnen met … Mijn voorstel is dus dat er niet direct antwoord gegeven wordt, maar dat dat even op wordt geteld tot straks als iedereen geweest is. Korte interrupties liever ook niet, ik probeer het een beetje strak te houden. Maar straks als de eerste antwoorden zijn geweest in de tweede ronde dan geef ik wel graag die ruimte, maar nu even graag voor de duidelijkheid de statement en vragen per fractie. En dan begin ik met mevrouw Bakker van Hart voor Blaricum, gaat uw gang. Mevrouw Bakker: Dank u wel voorzitter. Het herijken van de strategische visie na 10 jaar is nodig gebleken, aangezien we veel nieuwe inwoners hebben mogen verwelkomen in de Blaricummermeent. Maar ook in de bestaande dorpsdelen zijn nieuwe inwoners komen wonen.
De strategische visie is straks van groot belang bij het vaststellen van de omgevingsvisie. Hart voor Blaricum is blij dat zoveel inwoners bereid waren om mee te denken en dat zij erg betrokken zijn bij ons dorp. Het is ook bijzonder om te zien dat ondanks zoveel nieuwe inwoners, deze visie niet echt veranderd is. Blaricum authentiek dorp in het Gooi. Onder het kopje ‘uitvoering in het raadsvoorstel’ staat dat na vaststelling van de visie bepaald gaat worden welke onderdelen met prioriteit uitgevoerd gaan worden. Hart voor Blaricum is hierdoor enigszins in verwarring gebracht. Betreft dit nou alleen een visie of moeten we dit alvast zien als uitvoering van de onderdelen die genoemd gaan worden in dit stuk? Wij hebben twee vragen voor u met betrekking tot realisaties van ambities. Er blijkt behoefte te zijn in de Blaricummermeent aan wat kleinschalige winkeltjes. Op dit moment is dit volgens het bestemmingsplan niet mogelijk. Hoe wil dit college hier mee omgaan, wordt het bestemmingsplan eerder gewijzigd? En vraag twee: het is ons opgevallen dat milieu en duurzaamheid is niet echt leeft bij de inwoners. Heeft dit nog invloed op de huidige ambities op dit gebied en wat gaat u eraan doen om onze inwoners meer bewust te maken van de noodzaak voor een milieuvriendelijk en duurzame toekomst van onze omgeving? Dit was het even voor zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Mooi, duidelijk en kort, ik hoop dat de anderen dat op die manier ook kunnen doen. Dat is niet direct aan mijnheer Hoijtink, maar mijnheer Hoijtink, u bent nu aan de beurt. We hebben zo een 3 minuten uitgetrokken voor iedereen om toch een beetje binnen de tijd te blijven. Dus gaat uw gang, mijnheer Hoijtink, VVD. De heer Hoijtink: Dan mag ik inderdaad wel heel kort blijven, dank u wel. Laat ik het kort houden. Bij lezing van dit hele stuk, viel het me inderdaad op van … Er staan een heleboel wensen in en enzovoort, maar het is zelden zo het geval dat je aan alle wensen van iedereen kunt voldoen. Dus dat betekent eigenlijk, dan dringt zich op van er zullen toch wel keuzes gemaakt moeten worden en dat mis ik natuurlijk sowieso in dit stuk. En ook laten we zeggen uitspreken van voorkeuren of iets dergelijks, dat mis ik ook in dit stuk. Het is dus wel mooi en helder geschreven en dat deed mij veel genoegen, maar ik had eigenlijk bijvoorbeeld best wel speerpunten verwacht voor de komende 10 jaar. Of dat nou 5 speerpunten zouden moeten zijn of 10 speerpunten zouden moeten zijn, maar in ieder geval: waar concentreren wij ons nou op de komende 10 jaar? En omdat allerlei intensiveringen als die je wilt hebben in het beleid, ja dan is het meestal ook het geval dat je andere dingen moet laten.
Dus als er dan dingen geïntensiveerd zouden moeten worden, wat zijn dan de dingen die je daarvoor zou willen laten? Of wil je er niks voor laten? En dat hoort wat mij betreft dus bij een
strategie, zo’n vraag. Wil je er dingen voor laten? Ben je dan dus ook inderdaad bereid om bijvoorbeeld de lasten voor de inwoners te verhogen? Wil bepaald niet zeggen dat wij als VVD daar een voorstander van zouden zijn, maar het moet toch altijd uit de lengte of uit de breedte komen. Nou dat zijn van die dingen waarvan ik me afvraag van: ‘waarom gaat het daar niet over in dit stuk?’ Iets anders en dat schoot me te binnen bij de presentatie van mevrouw Pauwels, kijk we hebben hier 3, of zo je wilt 4, dorpsdelen. En er worden allerlei dingen gezegd en toen schoot er door me heen van: ‘Ja, er moet een heel goed voorzieningenniveau zijn, bewinkeling noem het maar op. Maar even zo makkelijk wordt er dus gezegd van de Blaricummermeent van: ‘Nee, er moeten geen winkels komen’. Maar de uitspraak van men, die levendigheid in het dorp, ja geldt dat dan niet voor de Blaricummermeent? Nou in het verlengde daarvan wil ik dus eigenlijk de vraag stellen: hoe logisch is het dat we 3 of 4 best heel verschillende dorpsdelen hebben en dat we geen onderscheid daartussen maken in termen van, althans die aanstalten worden niet gemaakt, in termen van toekomstig beleid.
Is het niet zo dat als er 4 dorpsdelen zijn, dat je zou moeten zeggen: ‘nou die 4 dorpsdelen die zouden misschien wel een stukje, dat zou misschien wel verstandig zijn, om een stukje eigen representatie te hebben, een wijkraad of iets dergelijks. Maar dan per verschillende entiteit, want het zijn toch verschillende entiteiten en zou het inderdaad voor de inwoners zelf … De voorzitter: ‘…’ Kunt u zo meteen proberen om dat samen te vatten in een tweetal vragen? De heer Hoijtink: Ja. Zou het aanbevelenswaardig zijn om de 4 verschillende dorpsdelen of de 3 verschillende dorpsdelen wat mij betreft, om als we erkennen dat dat verschillende, laten we zeggen, entiteiten zijn met verschillende problematieken. Daarmee ook met verschillende zaken die aandacht of extra aandacht verdienen, om dat te vertalen in termen van wijkraden of iets dergelijks, of eigen inspraakachtige organen of wat dan ook. Dat is de eerste vraag. De voorzitter: De tweede vraag. De heer Hoijtink: De tweede vraag is: kunnen er prioriteiten worden gesteld, speerpunten worden gedefinieerd die de meeste aandacht verdienen in de komende jaren, in de komende 10 jaar en kan dan ook aangegeven worden welke zaken wellicht een tandje minder mogen om die realisatie van de speerpunten waar te maken? De voorzitter: Mijnheer Hoijtink, ‘…’ dat ik u even onderbreek. Ik heb het al genoteerd. De heer Hoijtink: ‘…’.
De voorzitter: Duidelijk, 2 vragen. Als u de microfoon weer uit wil zetten, dan ga ik weer door met mevrouw Kukupessy van de Blaricumse Partij. Ook graag in 3 minuten zoals mijnheer Hoijtink net ook probeerde, het verhaal en de vragen te stellen. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel, daar heb ik nooit moeite mee, dat lukt me wel. Wij vinden het een hele goede strategische visie. Wij staan er achter en dank u wel mevrouw Pauwels dat u hem zo opgesteld heeft. Wat wat me ook deugd doet is dat de inwoners graag betaalbare woningen wil, dus voor mij een reden om daarin door te gaan. Ik heb nog wel twee kleine vraagjes/opmerkingen. Op pagina 20 heeft u het over ‘straten zijn veilig en toegankelijk voor alle inwoners’, nou in het dorp, in het centrum is dat redelijk, verder in Blaricum is het nergens. Als ik met een rollator of met een rolstoel door het dorp moet, dan kan dat niet. En dat staat in mijn optiek daar even verkeerd. En een ander punt: mevrouw de burgemeester weet dat ik daar eerder mee gekomen ben, tig jaar terug al, dat is over het autoluw maken van het centrum. Ik zou willen weten wat exact
met autoluw maken gesproken wordt, omdat we een heel klein centrum hebben met middenstanders die afhankelijk zijn van mensen die dicht bij de deur kunnen parkeren. Dus wat is autoluw maken in deze optiek? Dat zijn mijn vragen, dank u. De voorzitter: Heel goed, duidelijk genoteerd. Ik ga door en nu dan met mevrouw Lanphen van D66. Gaat uw gang. Mevrouw Lanphen: Dank u voorzitter. Ten eerste wil ik … Ook dank voor een presentatie waarin een algemene indruk naar voren komt, dat de mensen tevreden zijn zoals het is, dat ze niet zeg maar willen vastpinnen zoals het is, maar wel de mogelijkheid geven om ontwikkelingen mogelijk te maken. En dat ze vooral gesteld zijn op het comfort van de omgeving. Kleine evenementen, geen grootschalige evenementen, ook niet meer dan we nu al hebben. Dus houdt het kleinschalig, houdt het beperkt en houdt het ook vooral lokaal, dat is eigenlijk wat ik hoor. Ik zie ook enorm veel opmerkingen over de woonvoorraad, dat gaat ongetwijfeld vanuit deze strategische visie ook wel een onderdeel worden van onze omgevingsvisie en sluit aan op de technische vraag die we hebben gesteld namelijk en die vraag die stel ik hier nog een graag een keer: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de samenstelling van de woonvoorraad overeenkomt met de veranderende vraag? Er staat ook in: ‘meer kleinschalige woningen, meer woningen voor alleenstaanden’.
Ik lees in het stuk dat ongeveer 85/90 procent van onze woningen eengezinswoningen zijn en wij weten dat 40 procent van de mensen op dit moment alleen in een woning wonen. Dus het sluit niet meer op elkaar aan. Dus mijn eerste vraag eigenlijk aan de wethouder is: hoe zij vanuit deze opmerkingen die hier nu langs komen, gerealiseerd zou zien in de omgevingsvisie en ook in onze aangepaste woonvisie, dat wij ons veel meer gaan richten op de vraag die er is. Dus dat vind ik ook heel erg duidelijk uit het stuk naar voren komen. Verder over het stuk zelf: het is duidelijk een stuk wat vanuit de inwoners komt, vanuit de participatie, heel goed. En dat wij na dit stuk, denk ik ook als raad, keuzes zullen moeten maken voor de toekomst, want dit stuk is niet een hele expliciete toekomstvisie, maar het is een hele expliciete huidige wensenlijst binnen de nabije toekomst. En is mijn vraag ook: mogen we het zo beschouwen? Want in die zin is het veel meer een neerslag van de wensen en de ideeën die in het dorp leven bij inwoners, dan dat het echt een beleidsnota is. Dus die twee vragen, als eerste voor de wethouder. De voorzitter: Duidelijk, dank u wel. Ik ga nu even over naar … Want we hadden nu mijnheer Bruintjes van de Alternatieve partij Blaricum gevraagd, maar die is helaas wegens ziekte niet aanwezig. Ik wens hem van deze plek ook beterschap uiteraard.
Het betekent nu dat ik doorga naar het CDA, naar mevrouw Claushuis. Gaat uw gang. Mevrouw Claushuis: Ja dank u wel voorzitter. Ten eerste: als je het zo leest, dan leven we natuurlijk in een fantastisch dorp en dat is ook zo, dus dat is heel positief. En ik denk dat de aandacht voor de dorpen, als je dat ook op televisieprogramma ziet, groot is, dus dat iedereen er ook veel waarde aan hecht. Dus dat is allemaal heel positief. Ik ben even kwijt, want voorzitter, u noemde een percentage van de reacties die vanuit de Blaricummermeent zijn gekomen? Mevrouw Lanphen: Heel weinig. Mevrouw Claushuis: Is heel weinig? De voorzitter: De voorzitter die spreekt nu even, mevrouw Lanphen mag de microfoon trouwens even uitzetten. Er is voor 12 procent vanuit de Blaricummermeent gereageerd.
Mevrouw Claushuis: Ja. En ik denk dat dat … Ik weet ook niet hoe dat verder in de visie is verwerkt, maar in 2010 hadden we natuurlijk nog geen Blaricummermeent en in 2021 staat er een prachtige wijk. En ik denk dat de mensen die er zijn komen wonen zich nog te weinig hebben kunnen realiseren wat ze zouden kunnen verwachten of daarin over nagedacht hebben. Ze zijn druk met verhuizingsperikelen, zijn jonge gezinnen. Dus ik vind het eigenlijk jammer dat daar niet iets meer focus op is gelegd, want er is natuurlijk wel veel jonge gezinnen. En er wordt ook gezegd dat de Blaricummermeent, ook de Bijvanck levendiger en sfeervoller moeten worden. Nou hebben we natuurlijk straks nog de discussie over de strekdam, daar zit denk ik ook straks de mogelijkheid om ook de waarde die mensen hechten aan het water daar in mee te nemen. Maar we hebben ook de discussie over de skatebaan gehad, wat natuurlijk misschien in ons opzicht ook een gemiste kans zou zijn als je dat goed had opgepakt. Maar ik mis eigenlijk een beetje … Want ik hoor hier vooral de kleinschaligheid, vertrouwdheid, de gemoedelijke sfeer, het elkaar vrijlaten, het elkaar ontmoeten en ik denk dat dat gedeelte in Blaricummermeent nog niet zo erg naar voren is gekomen, omdat mensen die gelegenheid nog niet hebben gehad.
Dus ik zou daar wat meer focus op willen leggen … De voorzitter: Welke vraag zou u eruit willen concluderen? Mevrouw Claushuis: Nou het is eigenlijk ook een beetje wat mijnheer Hoijtink zegt: is het niet … Moet je niet een soort wijkraad daar nog voor oprichten of consulteren? En ligt dat ook in de bedoeling? Dus dat is mijn vraag. En even kijken, dat is eigenlijk het belangrijkste … De voorzitter: Ok, prima. Mevrouw Claushuis: In eerste instantie. De voorzitter: Prima, ok bedankt. Dat is eigenlijk een beetje dezelfde vraag als die mijnheer Hoijtink heeft gesteld, dus dat is mooi straks samen te voegen. Ik ga door naar fractie Van Dijk, met dezelfde achternaam is dat mevrouw Van Dijk die aan de beurt is. Gaat uw gang. Mevrouw Van Dijk: Dank u wel voorzitter. Ik vind ook dat het rapport heel duidelijk is en heel herkenbaar ook. En dat mevrouw Pauwels de toelichting die ze erop heeft gegeven ook duidelijk heeft verwoord, complimenten daarvoor. Ook herkenbaar is in het document dat er echt naar de bewoners is geluisterd. Enerzijds zegt dat vind ik wel opvallend, enerzijds zeggen bewoners dat men wil graag met de toekomst mee wil. Maar aan de andere kant zegt men ook dat men dat wil houden zoals het is, kleinschalig, het groen noem alle voorbeelden maar op.
Wat ik wel, en dat is even in aansluiting van mevrouw Lanphen, wat ik opvallend vind is dat het grootste aandeel van de inwoners het heeft inderdaad over de woningen en met name de woning voor starters en voor ouderen. En ik vind, de nadruk ligt eigenlijk, van de ouderen kan ik nog klein beetje daarin mee gaan, omdat daar toch wel in Blaricumdorp is toch wel een redelijk aantal, althans in de toekomst ouderenwoningen, terwijl ze nu op dit moment wel bezet worden tijdelijk door jongeren, maar afijn dat is even detail. Maar ik vind wel dat een ondergeschoven kindje is de starterswoningen, daar is zoveel behoefte aan en enerzijds zegt de inwoner: ‘daar is behoefte aan’. Maar als je het dan hebt over locaties wil niemand een locatie aanwijzen, want waar dat dan moet komen? Dat is eigenlijk mijn vraag: kan de voorzitter aangeven of tenminste de burgemeester en misschien aangeven waar men had gedacht, waar men moet denken aan woningbouw en dan heb ik het wel zakelijk overduidelijk niet voor woningbouw voor starters en misschien in combinatie met ouderen want daar is wel dringend behoefte aan. En dat was in 2010 zo, dat is in 2020 zo en ik ben bang als het zo doorgaat dat het over 5 jaar nog zo is. Daar wil ik graag een antwoord op, dank u wel.
De voorzitter: Ok, kort en duidelijk een vraag gesteld. Dan gaan we de laatste vragen stellen en dat is mevrouw … Mevrouw Beemsterboer: Beemsterboer. De voorzitter: Beemsterboer, ja sorry hij viel even stil. Mevrouw Beemsterboer fractie Beemsterboer dus, mevrouw Beemsterboer gaat uw gang. Mevrouw Beemsterboer: Dank u wel. De reacties vanuit de inwoners op de enquête, dat is natuurlijk echt geweldig. Dank ook voor het opstellen van dit mooie document en de hele duidelijke presentatie. De omschreven ambities zijn prachtig en voor het grootste deel een ideaalbeeld, denk ik. Onze inwoners zijn heel duidelijk geweest in wat zij het meest belangrijk vinden, maar de haalbaarheid, dat is even een ander verhaal. Ik kan me heel goed vinden in de inspraak van de heer Rinkema en het schrijven van de heer Varekamp ook. En ik hoor of ik lees wollige tekst: korter, bondiger, overbodige zaken, schrappen en de voorkeur voor een top 10 urgente zaken en projecten. En verder de aan de nieuwe tijd aangepaste visie gebruikt als onderlegger voor de omgevingsvisie, perfect. Als ik even kijk naar document het onderwerp ‘woningsplitsing’, dat wordt in dit document niet als oplossing voor huisvesting voor kleine betaalbare woningen beschouwd, ook ik heb het weer over woningen. Helaas zien we dat de sociale huurwoningen die vrijkomen ook geen garantie bieden voor Blaricumse inwoners.
En de heer Rinkema geeft het ook terecht aan: dat het probleem van een gebrek aan starterswoningen voor Blaricum al jarenlang speelt en dat de komst van de woningen in de Blaricummermeent ook geen oplossingen hebben geboden, een gemiste kans, zo zie ik dat ook wel. De omschreven ambities van deze herijking, die kunnen er eigenlijk wat mij betreft gewoon uit. We creëren hiermee namelijk hele grote verwachtingen die we waarschijnlijk met moeite waar kunnen maken. De ambities komen voort uit wat men in de enquête heeft meegekregen vanuit de inwoners en ze spreken hun wensen naar ons uit en naar de gemeente. Ik zie die ambities dus meer als huiswerk voor dit college en voor ons en niet als invulling op een strategische visie en ik zou ook wel willen weten hoe de andere raadsleden erover denken. Het dorpse karakter moet behouden blijven: geen verstening, alternatieve als kleinschalige laagbouw, verduurzaming, meegaan met de tijd en de meningen verschillen enorm. We houden van onze oude gebouwen, de authentieke historie, maar ondertussen slopen we ze en we planten er duurzame dure twee onder een kappers neer met een modern uiterlijk, zonder de gewenste karakteristieke uitstraling. Deze huizen kun je zo in de Blaricummermeent tussen de nieuwbouw zetten. Maar goed, we kunnen het niet iedereen naar de zin maken.
Toch wil iedereen wel graag dat onze kinderen niet ver hoeven uit te vliegen. Hebben wij niet meer dan een soort van voorlopige uitvoeringsprogramma? Mevrouw zei het al, naar aanleiding van deze ambities als opdracht voor de college en raad. Deze door inwoners aangegeven wensen, die ambities, die worden echt de basis voor het ontwerp van de omgevingsvisie. En dan kan de uitvoerbaarheid ook beter worden ingeschat en kunnen wij dit ook beter communiceren waarom iets wel of niet kan. Dus dat is eigenlijk mijn vraag: horen deze ambities wel in deze strategische visie? De voorzitter: Ok, duidelijk. Mevrouw Beemsterboer: Nog 10 seconden, dus denk dat ik het keurig heb gedaan voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Beemsterboer, dat u de tijd zelf ook bijhoudt, hartstikke goed dank u wel. We gaan nu naar de antwoorden en dan zou ik mevrouw De Zwart als eerste willen vragen en dat zij dan eventueel dat kan terugbrengen naar mevrouw Pauwels. Ik stel deze volgorde voor.
Burgemeester De Zwart: Ja, dank u wel voorzitter. Waar nodig zal ik dat doen. Ik ga gewoon maar even het rijtje af en dat begint eigenlijk meteen met hoe verder met deze visie? En ik denk ook wat aanloopproblemen bij een aantal van uw raadsleden van ‘hoe worden we nu geacht hiermee om te gaan?’ Er is zelf bij het vaststellen van de bestuursopdracht besloten om daar geen uitvoeringsnota aan te koppelen, maar ook echt de input te gaan ophalen en daar ziet u nu de resultanten van. Dat dat dilemma’s met zich meebrengt, dat mag evident zijn, want niet alle onze 11,5000 inwoners verdeeld over alle verschillende wijken, vinden altijd hetzelfde. En daar komen we dan precies ook terecht op waar het in de toekomst over zal gaan. Dat hoeft trouwens ook niet dat ze altijd maar hetzelfde vinden, maar in grote lijnen: er is een hele mooie grootse gemene deler over wat onze inwoners wel graag willen zien en wat zij als ambities hebben voor de komende 5 tot 10 jaar. Want ik denk dat mevrouw Lanphen heel terecht zei: ‘het is een dynamisch document en niet een statisch document en het kan heel goed zijn dat met weer een veranderende bevolkingssamenstelling of andere ontwikkelingen die op ons af komen, dat over een 4/5 de conclusie zal zijn dat er misschien weer een bepaalde vorm van herijking nodig is. Kan zomaar gebeuren, er gebeurt veel in dit huidige tijdsbestel.
U heeft een bestuursopdracht gemaakt, daarin speelde inwonersparticipatie een belangrijke rol. We hebben natuurlijk toch wat moeten schuiven met de oorspronkelijke opzet, ook vanwege corona. We denken dat het desondanks goed gelukt is om heel veel input op te halen. Ik kan als onderlegger dienen voor de omgevingsvisie, maar u zou ook kunnen denken: ‘dat gaat al zeer snel op ons pad komen’. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, u gaat als partijen allemaal verkiezingsprogramma’s opstellen. Wat is er mooier en u hecht allemaal inwonerparticipatie om ook input uit dit document daarvoor te kunnen benutten en dat ook te laten landen uiteindelijk in ‘22 in een heel mooi coalitieakkoord of raadsprogramma of hoe u het ook hebben wil. En daar komen dan ook … Sorry, ik moet even een slokje nemen. Daar kunt u ook zelf uw speerpunten uit gaan halen. Ik beluister er eentje, dat is wonen, die komt helder naar voren en u wilt eigenlijk ook meteen antwoorden hebben. Wat u nu tot u neemt is wat uw inwoners u aanreiken en dat is kennelijk iets wat bij u meteen triggerd om te zeggen: ‘nou en wat gaan we er dan nu aan doen?’ Nou dat is heel mooi, dan hebben we in ieder geval één prioriteit, één speerpunt denk ik te pakken. Zo zijn er waarschijnlijk meer, maar deze komt inderdaad, ik geloof wel bij 3 of 4 inbrengen terug, dus dan weten we ook hoe dat in de praktijk gaat werken.
Mevrouw bakker: ‘hoe verder met de visie?’ Eigenlijk reageer ik daar al in algemene zin op, het is een onderlegger voor beleid. Dat wil niet zeggen dat het college tenzij u ons daar natuurlijk als raad opdracht voor geeft, maar het college van plan is om morgen bestemmingsplan maar meteen te gaan aanpassen of volgende week woensdag als u inderdaad dit stuk al dan niet met wijzigingen heeft vastgesteld. Zo werkt het niet, maar u weet wel en dat lijkt me belangrijk, dat in ieder geval bij veel inwoners van de Blaricummermeent wat gereageerd heeft en die trouwens ook via fora als bijvoorbeeld Ditjes en Datjes op Facebook ook al dit soort input leveren, waar een groot aantal van u ook op aangesloten zijn. Dat we rekening zouden kunnen houden met die wens, waren het niet dat er tot nu toe altijd de beleidslijn is geweest dat er geen detailhandel gevestigd zou worden in de Blaricummermeent, omdat dat eventueel ten koste zou kunnen gaan van het winkelcentrum in de Bijvanck, dat is wat de heer Slotema ook aangeeft. Aan de andere kant: er zijn een heleboel nieuwe inwoners bijgekomen in een grote nieuwe wijk en in die zin zou u als raad dus op enig moment kunnen overwegen om toch aanpassingen daarin te willen doen.
Ik geef maar even een voorbeeld hè, ik zeg niet van, dat moeten we dus meteen gaan doen, maar dit is wel wat u aangereikt wordt en waar u op grond daarvan ook iets mee zou kunnen doen. Dan zegt mevrouw Bakker ook: ‘milieu en duurzaamheid leeft niet erg bij onze inwoners, wat wil het college daar aan doen?’ Die kan ik ook meteen terugleggen: wat wil uw raad daaraan doen? Er zijn wel degelijk natuurlijk initiatieven rondom de A27, rondom de Hut van Mie en dergelijke, die ook van onderop vanuit onze bewoners komen. Dat is ook een olievlek die hopelijk groter wordt. Het college doet daar ook best goede pogingen toe om dat zowel bij onze inwoners als bij uw raad goed te laten landen. Dat wil niet altijd zeggen dat dat succesvol is, het staat absoluut wel op uw eigen agenda ook om daar hard aan te trekken en er komt binnenkort weer een mooi voorstel uw
kant op. Mijnheer Hoijtink, u zegt ook: ‘wat is de rol van de dorpsdelen in het toekomstige beleid?’ In de nota heeft u kunnen lezen dat eigenlijk ook per dorpsdeel beschreven wordt wat daar de specifieke wensen zijn, maar dat er ook aangegeven wordt dat er ook behoefte is aan een soort overkoepelende gemeenschappelijkheid. Dus dat mes snijdt aan twee kanten. Dorpsraden, u zou over na kunnen denken. Er zijn ook modernere vormen dan dat, ik noemde net al fora als Ditjes en Datjes en allerlei andere vormen maar zeker nieuwe inwoners elkaar ook vrij makkelijk weten te vinden. En als er behoefte zou zijn aan een dorpsraad, dan ga ik er ook vanuit dat dat ook initiatieven kunnen zijn die van onderop komen. We hebben nu al een 11.5000 inwoners, gemiddelde dorpsdeel in een wat grotere gemeente telt al gauw 20 tot 30.000 inwoners. En die hebben dan vaak een dorpsraad of een andere vorm. In ons dorp, alles kan, als die behoefte er is, dan moeten we daar zeker met elkaar naar kijken. Maar die heb ik nou eigenlijk net niet helemaal beluisterd. Prioriteiten stellen: nogmaals, dat is ook aan u als raad.
Als u echt zegt: ‘er zijn een aantal onderwerpen die ons nu aangereikt worden en die kunnen eigenlijk niet wachten tot 2022 wat ons betreft’, dan kan uw raad die speerpunten definiëren, al dan niet via een motie of een amendement bij het raadsvoorstel of in de uitwerking van deze nota op een later moment. En dan zal het college kijken hoe ze dat namens u op een goede manier kan oppakken. Dan heeft mevrouw Kukupessy een hele specifieke vraag op pagina 20: ‘straten zijn veilig en toegankelijk’. Ik heb net al heel snel op mijn telefoontje geprobeerd net die specifieke passage te pakken te krijgen, maar dat ga ik zo toch even aan Sophie vragen … Ik ga er zelf vanuit Sophie mag ook knikken, dat dat een ambitie is van onze inwoners? Ja. Dus zo moeten we dat lezen, dus het is niet zo, het is zo, maar we zouden graag zien dat het zo is. En datzelfde geldt ook met het autoluw maken van het centrum, dat zegt niet autovrij, maar het zegt wel eigenlijk zou in principe voetgangers en mogelijk ook fietsers, maar in ieder geval voetgangers voorrang moeten hebben in ons centrum boven auto’s. En dat is een ambitie die ook al in de versie van 2010 is geformuleerd, nog niet heel erg goed van de grond is gekomen, anders dan dat we wel heel veel extra parkeerruimte net aan de buitenranden heb kunnen realiseren.
Maar u weet waarschijnlijk ook dat er ook bepaalde dorpsgenoten zijn die … Dat een doorn in het oog is, dat dat nog niet is uitgevoerd of gelukt. En de heer, ik zit even te kijken, ik heb de werkagenda niet zo … Ja Alex Varekamp heb ik ook gesproken en die heeft ook met een aantal inwoners plannen om daarvoor te komen met een initiatief. Ik heb daar ook met hem over gesproken, ik heb hem ook gevraagd om hier in te komen spreken, dat is nog niet gelukt, maar wat niet is kan nog komen. En ik hoop dat op niet al te lange termijn dat dat mogelijk uitmondt in een bewonersinitiatief, we gaan kijken wat het oplevert en dat dat dan ook aan uw raad gepresenteerd zal gaan worden. Het is niet zo trouwens dat hij daar met het college over in gesprek is, we hebben wel naar aanleiding van de strategische visie en wat hij vond van inspraakmogelijkheden een keer van gedachten gewisseld daarover, digitaal. De woonvoorraad bij mevrouw Lanphen, ik denk dat ik daarnet al van heb aangegeven: dat is niet helemaal de discussie voor nu, de discussie voor nu levert u de onderlegger aan om daarin keuzes te maken met elkaar als raad en als politiek. En dit is dus ook geen beleidsvisie in die zin, het is ook geen uitvoeringsnota, het is gewoon een weergave van wat de participatie van onze inwoners en organisaties en maatschappelijk middenveld vooralsnog heeft opgeleverd.
En nogmaals, dat is niet statisch maar ook zeker dynamisch, daar kan nog alles aan toegevoegd worden. Dan mevrouw Claushuis die mist extra focus op de Blaricummermeent en refereert ook aan de wijkraad. Ik denk op zich dat als u ziet wat de input vanuit de Blaricummermeent, ook al was het maar een laag percentage inwoners wat in verhouding tot de andere twee dorpsdelen heeft bijgedragen toch nog oplevert. Dat Blaricummermeent-bewoners zich ook wel heel … U bent er zelf een van, ik weet het. Maar zich best wel heel bewust zijn van de bevoorrechte woonomgeving waarin ze vertoeven, dat wonen ook heel belangrijk vinden, maar ook het feit dat ze Voorland Stichtse Brug zo dichtbij hebben met de ruimte die dat biedt. Ontspanning, recreatie, u gaat dat volgende maand ook zien in de nota toerisme en recreatie en het groen en de mooie voorzieningen ook van onze eigen ouderen dorpsdelen, dat dat ook heel erg tot de verbeelding spreekt. Dus het is … Ik bedoel degene die de moeite hebben genomen om te reageren, lijken wel degelijk een goed beeld te hebben van de omgeving
waarin ze terecht zijn gekomen. Maar volgens mij stelt u ook: ‘dat kan altijd nog mooier en beter en breder’ en ook dat blijft natuurlijk aandachtspunt, niet alleen voor de komende 10 jaar vanaf vandaag, maar dat is ook een continuproces. Dan mevrouw Van Dijk: ook u begint over de woningen en u benoemt ook heel specifieke dilemma van: ‘het is ontzettend leuk dat we constateren dat we het willen, maar waar moet het dan komen?’ Dat wordt natuurlijk ook het interessante aan die omgevingstafel straks, dat je ook al die verschillende wensen met elkaar om tafel gaat brengen om te kijken: hoe lossen we dat nou op? De wens die geuit is door onze inwoners wordt door ons niet meteen voorzien en ook niet door uw inwoners van: ‘en waar gaan we dat dan doen en hoe?’ Maar dat die wens er is, is evident en dat dat op gespannen voet staat met wensen die anderen weer hebben ten aanzien van de ontwikkelingen in het dorp. Binnen steeds is wel erg groot gedacht voor Blaricum, maar inbreidingslocaties heette dat altijd, volgens mij is die term een beetje weggeraakt. Maar dat dat staat dan op gespannen voet inderdaad met zaken als groenvoorzieningen, parkeermogelijkheden en allerlei andere ruimtelijke ordeningsproblematiek, maar die gaan we nu hier niet oplossen. We hebben meer een onderlegger voor wat de wensen zijn en hoe we ze gaan oplossen, dat is dan een vervolg.