Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 20 april 2021
1.
Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Welkom allemaal, het is acht uur. Ik hoor de kerkklokken van het Vitus ook slaan. Dat loopt gelijk met Apple dus dan weten we van twee kanten dat het goed gaat. Ik begin met de inventarisatie van de aanwezigen. U weet zo langzamerhand hoe het werkt. Als u de microfoons open wil zetten en als ik uw naam afroep ook even wil doorpraten totdat ik u ook in beeld heb of totdat een van de griffieleden u in beeld heeft. De wethouders mogen hun microfoon uitzetten want die hoeven hier niet aan mee te doen. Fijn dat jullie er zijn, desalniettemin maar de heer Pel. De heer Pel: Ja, voorzitter, ik ben aanwezig en welkom alle kijkers en luisteraars voor vanavond. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Landman. De heer Landman: Ook vanuit de Blaricummermeent, goedenavond allemaal. De voorzitter: Goedenavond, welkom. Mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Vanaf de Bijvank, ook goedenavond allemaal. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Bakker heb ik in beeld. Mevrouw Bakker: Ja, goedenavond, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Een beetje schemerig, moet ik er wel bij zeggen. Mevrouw Bakker: Ja, maar het wordt zo donker, dan is het over. De voorzitter: Dan is het over. Mijnheer Wiegel heb ik ook in beeld. De heer Wiegel: Ja, voorzitter ‘…’. De voorzitter: Dank u. Daarna mogen de microfoons weer uit als u aan de beurt bent geweest. Mevrouw Dobber.
Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, ook vanuit de Bijvank. Hartelijk welkom, allemaal. De voorzitter: Welkom. De heer Hoitink. De heer Hoitink: Ik ben er, beste aanwezigen. De voorzitter: Ja. Dan mevrouw Kukupessy, heb ik al in beeld, wil ik nog even horen. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, ook aanwezig. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kemperman.
De heer Kemperman: Ook aanwezig, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ja. Mevrouw Francken heb ik in beeld maar alleen wat geluid nodig met de microfoon open. Microfoon nog even graag open. Mevrouw Francken: Ja, ik had hem alweer uitgezet. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Francken: Goedenavond, allemaal. De voorzitter: Mevrouw Lanphen heb ik in beeld. Mevrouw Lanphen: Ik ben ook aanwezig zoals u ziet. De voorzitter: Dank u. De heer Bruintjes, voor zover ik nu kan zien, nog niet binnen. Die verwachten we dan mogelijk later ter vergadering. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, goedenavond, allemaal, ik ben er ook. U hebt mij in beeld? De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw …: Joan, ik heb Rob aan de telefoon en hij komt er niet in. De voorzitter: Dat gaan we dan even buiten de vergadering om via de griffie regelen. Mevrouw …: Oké, dank je. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Van Dijk heb ik ook in beeld. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Goedenavond, allemaal, ik ben aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Ja, goedenavond, voorzitter, goedenavond allemaal. Hebt u mij in beeld? De voorzitter: Nou, alleen uw mooie foto. Dat kan aan mij liggen dus ik vraag even aan de griffie of zij u wel in beeld hebben. Mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Ik heb de camera aan. Mevrouw …: Nee, nee, ik zie alleen een plaatje.
De voorzitter: Alleen een plaatje. De heer Uijldert: Bij mij is ze in beeld. De voorzitter: Wat zei je, Satyamo?
De heer Uijldert: Dat ze bij mij in beeld is. De voorzitter: Ja, het vervelende is, het moet ook echt even bij mij in beeld zijn. Maar even nog doorpraten graag, mevrouw Beemsterboer. We babbelen even gezellig door. Mevrouw Beemsterboer: We gaan even gezellig doorbabbelen. Ik moet zeggen, ik was erg content met het weer vandaag dus … De voorzitter: Mooi, en u bent in beeld. Mevrouw Beemsterboer: Kijk, dat is mooi. De voorzitter: Weliswaar niet voor mij maar wel voor de griffie en daarmee ook onderdeel van de vergadering. De griffie zal proberen de heer Bruintjes ondertussen binnen te halen. Ik wou toch starten met de vergadering. 2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Aan de orde is agendapunt 2, betreft het vaststellen van de agenda. Wie wil er bij dit onderdeel het woord voeren anders dan over de in te dienen moties vreemd aan de orde. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, ik wilde graag een agendavoorstel doen, burgemeester, en dat is, ik zag al in de voorbereiding dat anderen dat al hebben aangegeven maar wij nog niet, dat wij, wat ons betreft het stuk eerste wijziging 2020 APV dat dat een hamerstuk kan worden. De voorzitter: Mag ik een agendanummer van u hebben? Mevrouw Francken: 11. De voorzitter: Agendapunt 11. Is er iemand die er bezwaar tegen heeft dat het agendapunt 11 een hamerstuk wordt? Dat is niet aan de orde, kan agendapunt 11 een hamerstuk worden. Ik stel u wel voor, we gaan zo even verder met de andere ordevoorstellen die u mogelijk heeft, dat we hem wel laten staan onder agendapunt 11 maar hem dan op die plek als hamerstuk ook afdoen. Dan hoeft niemand daarbij nog het woord te voeren. Ja? Had u nog andere agendavoorstellen, mevrouw Francken? Mevrouw Francken: Jazeker. Ik heb een volgend voorstel. Wij zouden het een goed idee vinden om het rapport besluitvorming huisvesting brandweer, dat aan te houden tot er meer duidelijkheid is over de aanpassing van huisvestingsverordening vanuit de regio.
Met dien verstande dat we wel ervan uitgaan Dan dat de portefeuillehouder gaat kijken of er scooters kunnen gefaciliteerd worden in de tussentijd voor de brandweerlieden waar dat zinvol is. Dat is mijn voorstel om voor vanavond het stuk van de agenda te halen. De voorzitter: Is er iemand … Nee, ik stel de vraag verkeerd om. Kan iedereen instemmen met het afvoeren van agendapunt 6 van de agenda? Krijg ik … Bent u er allemaal nog? Kan ik agendapunt 6 afvoeren van de agenda of niet? De heer …: Ja hoor, wat mij betreft wel. Mevrouw …: Ja hoor.
De heer …: Zeker. De heer …: Ja hoor. De voorzitter: Prima. De heer …: Wat ons aangaat ook, voorzitter. De voorzitter: Agendapunt 6 wordt afgevoerd van de agenda. Nou, als het echt een ordevoorstel is ga ik het toch even anders doen want dan wil ik per fractie toch wel even horen dat u daarmee instemt. Mag ik horen van de, ik kijk eventjes, de fractie ‘…’. Mijnheer Pel, kunnen wij agendapunt 6, rapport huisvesting vrijwillige brandweerlieden, afvoeren van de agenda? De heer Pel: Ja, dat kan. De voorzitter: Mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Ja hoor, kan best. De voorzitter: Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Voorzitter, ik heb het zelf voorgesteld. De voorzitter: Ja, want u dient zelf het voorstel in dus dat lijkt me evident. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, dat kan. De voorzitter: Mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Zeker. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, dat kan, akkoord. De voorzitter: Dat kan. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, is akkoord. De voorzitter: En de heer Bruintjes is er nog niet. Agendapunt 6 wordt afgevoerd van de agenda. Mevrouw …: Voorzitter, mag ik daar iets over vragen? De voorzitter: Nee, het spijt me zeer, het is gewoon een ordevoorstel van de raad. Dus het agendapunt is afgevoerd. De raad heeft er ook geen besluit over genomen, het wordt ook geen hamerstuk.
Verder nog … De heer Landman: Voorzitter, mag ik bij punt 2 nog wat melden?
De voorzitter: Ik ben nog bezig met mevrouw Francken of zij nog meer ordevoorstellen heeft voor de agenda, mijnheer Landman. Mevrouw Francken niet meer? Mevrouw Francken: Ik had weer mijn microfoon uitgezet, sorry. Nee, ik heb verder geen voorstellen meer, dank u. De voorzitter: Ja, dus dan mijnheer Landman, had u bij het vaststellen van de agenda nog een punt. Gaat uw gang. De heer Landman: Ja, namens de coalitie stel ik voor om agendapunt 10, ook daar als hamerstuk door te schuiven. De voorzitter: Dat is niet … Dat is het voorstel om daar een hamerstuk van te maken. De heer Landman: ‘…’. De voorzitter: Geen verwarring krijgen over wat we besluiten met elkaar. Agendapunt 10 betreft het preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs 2021 tot en met 2024. Mevrouw Lanpher: Ik wil daar niet mee instemmen. De voorzitter: Mag ik even mijnheer Landman uit laten praten en ik begrijp dat mevrouw Lanpher er niet mee in kan stemmen dus het punt blijft op de agenda staan. De heer Landman: Het was namens de VVD en de coalitie, voorzitter. De voorzitter: Ja, ik begrijp het maar het is altijd zo als één lid van de raad of één fractie binnen de raad toch wil dat het punt blijft staan, dan blijft ‘ie staan. Verder nog agendavoorstellen? Mevrouw Lanpher, uw handje mag weer omlaag tenzij u nog een agendavoorstel hebt.
Geen agendavoorstellen meer? Dan geef ik nu de heer Pel de gelegenheid om twee moties vreemd aan de orde in te dienen. Gaat uw gang. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Dat gaat over de eerste motie die heet ‘welkom steuntje in de rug’ en die gaat over de 29 nieuwe bewoners in de Blaricummermeent in het zorgappartementencomplex die net verhuisd zijn en de tweede vado die gaat over de toewijzingscriteria voor de sociale huurwoningen. Ik zou graag na de mededelingen nog iets willen wijzigen in de woordvoerderschappen ten aanzien van een aantal punten die op de agenda staan. De voorzitter: Ja, dat laatste is goed, ook niet nodig want ik loop u, per voorstel loop ik iedereen toch wel even langs. Dus ik denk dat we dat niet, dat we daar niet veel tijd aan moeten besteden. U dient in motie vreemd aan de orde nummer 1 ‘welkom steuntje in de rug’, motie vreemd aan de orde nummer 2 ‘toewijzingscriteria sociale huurwoningen’. Beide moties vreemd aan de orde worden geagendeerd onder agendapunt 11 a. Verder nog bij het vaststellen van de agenda? Nee? Dan is de agenda hierbij vastgesteld. 3.
Mededelingen De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de mededelingen waar de heer Pel net al aan refereerde. Ik heb begrepen dat ik het woord mag geven aan mevrouw Beemsterboer. U hebt het woord.
Mevrouw Beemsterboer: Dank u wel, voorzitter. Als eenmansfractie met de wens om ook na de verkiezingen van 2022 actief raadslid te blijven, heb ik nagedacht over de toekomst. Ik ben 46 jaar, jongste gemeenteraadslid en ik wil me graag blijven inzetten voor de toekomst van ons mooie dorp en het liefst op de manier zoals ik dat nu doe maar dan wel met een sterke en aansprekende fractie. Dat betekent voor mij aansluiten bij een andere partij. Mijn voorkeur gaat uit naar een lokale partij. Het was voor mij moeilijk om de juiste weg te vinden, het afgelopen anderhalf jaar heb ik als tijdelijk fractievoorzitter en daarna als eenmansfractie alle portefeuilles op mijn bord gehad en dat zorgt ervoor dat je je niet voor de volle 100% kunt richten op de zaken die mij na aan het hart liggen. Voor wat betreft het aansluiten bij een lokale partij heb ik de afweging gemaakt welke partij voor mij, qua programma, het dichtst bij mijn idealen komt voor Blaricum. Het is uitgezocht of het mogelijk is meteen aan te sluiten bij een partij en deel te nemen aan die fractie en dat is mogelijk. Na intensieve kennismaking en overleg maak ik bij deze dan ook graag bekend dat ik vanaf heden aansluit als fractielid bij de grootste lokale partij, Hart voor Blaricum. Ik verheug me op de samenwerking en op een lange, gezonde toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Beemsterboer, ik zei net al tegen de heer Pel dat het niet nodig is naar aanleiding van uw mededelingen alvast de woordvoerderschappen voor alle agendaonderdelen te gaan wijzigen. Dat pakken we per agendaonderdeel op, wat mij betreft. Zijn er nog anderen die mededelingen hebben vanuit uw raad? Dat is niet het geval. Zijn er nog collegeleden die mededelingen hebben? Dat was vanochtend in ieder geval niet het geval dus ik ga ervan uit dat dat nog steeds zo is. 4.
Zienswijze onderhandelingsresultaat uittreden Amsterdam, Uittredingsovereenkomst en de Gooise Natuuragenda De voorzitter: Gaan wij door naar agendapunt 4. Dat betreft de zienswijze op het onderhandelingsresultaat van het uittreden van Amsterdam uit het Gooische natuurreservaat en de uittredingsovereenkomst en de Gooische natuuragenda. Ik heb als woordvoerder staan mevrouw Francken, de heer Hoitink en mevrouw Van Dijk. Daar zal ik in ieder geval mee beginnen en dan zie ik straks wel of er nog leden van uw raad zijn die daarop aan willen sluiten. Ik begin bij mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met de motie die wij hebben gemaakt om dit onderwerp met u door te nemen. Het gaat dus over het uittreden van Amsterdam uit de GNR. Wij hebben daar, bij dat raadsvoorstel, een aantal vragen gesteld aan het college en een van de antwoorden van de portefeuillehouder bracht ons op het idee om dit voorstel vanavond te doen. De wethouder heeft namelijk in een van die antwoorden aangegeven dat wij als participant uit de GNR willen stappen. De besprekingen met de provincie Noord-Holland zich concentreren op onder welke voorwaarden gekomen kan worden tot een bepaalde afkoopsom ter compensatie van de overblijvende participanten in de GNR.
Wij, ik lees het stukje even nu uit de motie voor maar ik wil hier aan toevoegen dat wij in onze fractie van D66 niet zo blij waren met die afkoopsom. We vinden het eigenlijk iets waar we zorgelijk overseinen dat ze denken, het lijkt wel een heel aardig bedrag op korte termijn maar op de lange termijn zal zo’n bedrag toch opdrogen. Het feit, ik ga even door met de motie, dat de bespreking met de provincie Noord-Holland ‘…’ en er stappen worden ondernomen om het overleg weer vlot te trekken, was voor ons inderdaad de aanleiding om het volgende voorstel te doen. Overwegende dat Stichting Gooische Natuurreservaten een uitzonderingspositie inneemt ten opzichte van de 12 provinciale landschappen landelijke en regionale organisaties die zich bezighouden met beheer van natuurterreinen zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de GNR terreinen grote natuur en recreatieve waarde hebben maar in tegenstelling tot de andere hierboven genoemde organisaties voor 65% door de lokale gemeente worden bekostigd. De bekostiging van de overige organisaties door landelijke en provinciale
middelen, subsidies en fondsen en leden, zo ook als bij de GNR gebeurt, wijkt duidelijk af van de bekostiging met merendeels gemeentelijke middelen van het GNR. De inwoners van Het Gooi dragen ook bij aan die middelen en voor overige organisaties daarmee, dragen wij dubbel bij aan de lokale en landelijke natuur. De provincie Noord-Holland geeft aan uit het bestuur van de GNR te willen treden omdat dit vanuit de optiek van good governance niet overeenstemt met haar rol als subsidiegever aan natuurorganisaties. Ons voorstel is nu het verzoek aan het college in hervatte besprekingen met de provincie Noord-Holland over de uittreding uit het GNR-bestuur haar alsnog te bewegen haar jaarlijkse bijdrage aan de GNR te continueren in de vorm van een subsidie in plaats van te komen tot een afkoopsom, zoals met Amsterdam. Omdat een afkoopsom in de loop der jaren opdroogt en derhalve aanvullingen bekostiging door de gemeente in de Gooi en Vechtstreek noodzakelijk zou maken. Dit is onze motie, ik heb daar eigenlijk op dit moment niet zo heel veel aan toe te voegen. Ik ben benieuwd naar de reactie van de collega’s in de raad en ook van onze portefeuillehouder. De voorzitter: Dank u wel. U hebt zojuist motie nummer 3 ingediend, maakt onderdeel uit van de beraadslaging. Ik geef het woord aan mevrouw Van Dijk.
En mijnheer Bruintjes die steekt zijn hand op om te laten weten dat hij om zestien over acht ook ter vergadering is gekomen. Welkom ook, mijnheer Bruintjes. Mevrouw Van Dijk, u hebt het woord. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik even ingaan op de zienswijze, het wel of niet indienen van een zienswijze. De gemeente Amsterdam wenst uit te treden als participant uit het Goois Natuurreservaat. Vanuit de Gooise gemeente is gezocht naar een oplossing voor de situatie. De gemeente Amsterdam en de Gooise gemeenten hebben middels een afkoopsom van € 5,2 miljoen overeenstemming bereikt over de uittreding van de gemeente Amsterdam uit het GNR. De colleges van alle gemeentes hebben ingestemd met de uitkomsten van de onderhandeling. Onderdeel van de onderhandelingen was de Gooise natuuragenda waarin de intentie om de natuur in het Gooi te beschermen en te behouden. De agenda moet nog nader worden uitgewerkt. Alle partijen blijven zich inzetten voor de Gooische natuur, dus ook gemeente Amsterdam, ook al is zij geen participant meer van het GNR. De coalitie heeft kennis genomen van het onderhandelingsresultaat uittreden gemeente Amsterdam uit het GNR. De uittredingsovereenkomst van de natuuragenda, wij zullen geen zienswijzen indienen. Dan wil ik nu even ingaan op de motie ingediend door D66.
Ik hoor iets op de achtergrond, klopt dat? De voorzitter: Er zit in ieder geval een ruis op de lijn. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, een soort hik. Nou ja, ik ga maar gewoon door. De provincie en gemeenten zijn momenteel nog in onderhandeling over de uittreding uit het GNR. De provincie wil juist af van een jaarlijkse bijdrage en heeft om die reden dan ook juist gekozen voor een uittredingsovereenkomst waarin een afkoopsom ‘…’. De provincie committeert zich wel aan deelname aan deelname aan de Gooise natuuragenda. Nu weer switchen naar een jaarlijkse bijdrage door de provincie is een onbegaanbare weg, een voorbeeld van zwabberend beleid en veel schade bij de rechter die dan een uitspraak zal moeten doen. Wij zullen de motie dus niet steunen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat was mevrouw Van Dijk. Als u uw microfoon weer uitzet, is de ruis ook meteen weg. Dan weten we waar die vandaan kwam. Mijnheer Hoitink. De heer Hoitink: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik wil eigenlijk gelijk maar reageren op wat mevrouw Van Dijk zegt omdat … Hoe wij over die motie denken, als VVD, dat lijkt wel duidelijk, we hebben hem mede ondertekend. Mevrouw Van Dijk heeft, die verwijst naar die natuuragenda en dat is voor ons een soort feitelijk best wel boterzacht document in de zin dat het is een intentieverklaring, althans, zo interpreteren wij het. Het
is een intentieverklaring van Amsterdam en kennelijk ook van de provincie dat ze dus geven om de natuur in Het Gooi. En, ja, die natuuragenda die geldt tot 2025, hebben wij begrepen, dus wat er daarna gebeurt daar is nog helemaal niets van bekend. Ze kunnen alle kanten uit en dat die hele natuuragenda, opnieuw, voor zover we weten, heeft geen enkele juridische status dus ik denk dat we ons daar voorlopig maar niet al te blij over moeten maken. Een ander ding, en dat wil ik nog wel even opmerken over de gemeente Amsterdam, er is kennelijk ergens in 2012 door hen besloten dat ze uit willen treden. De redenen daarvoor zijn me niet helemaal bekend. Wat de reden die ze toen hebben aangevoerd. Wat de aantrekkelijkheid van de gemeente Amsterdam die heeft natuurlijk ook voor een niet onbelangrijk deel te maken met de ommelanden, zoals dat tegenwoordig nog wel eens wordt genoemd. Ja, het GNR is toch ook een stuk, noem het dan maar, groene long voor Amsterdam en ze hechten er belang aan, dat stellen ze zelf, maar als het er dan om gaat om inderdaad op langere duur zich te committeren zoals dat het geval is geweest vanaf geloof ik 1932 of iets dergelijks. Ja, dat commitment dat kunnen ze dan nu nog wel met de mond belijden maar dat belijden ze dus in ieder geval niet met de daad.
Die 5,2 miljoen dat is eigenlijk een soort juridische verplichting maar verder vind ik het toch betreurenswaardig dat ze uitstappen en als ze dezelfde kant zou gaan met de provincie, en daar ziet het er wel naar uit, dan zegt het, wat ik al zei, het mee tekenen aan die motie zegt genoeg. Daar wil ik het even bij laten nu. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen handjes meer, dat betekent dat ik overga naar de portefeuillehouder binnen het college, de heer Knoop. U hebt het woord. Wethouder Knoop: Ja, voorzitter, laat ik stellen dat wij als bestuur van het GNR, waar ik inzit namens Blaricum, ook niet hebben staan te springen dat Amsterdam en de provincie op een gereed moment hebben gezegd: we willen uitstappen. Maar het werd wel een feit. Dat heeft in eerste instantie bij de gemeente Amsterdam geleid tot een juridische procedure tot de hoge Raad. Daar heeft Amsterdam geen gelijk gekregen. Maar het, laten we maar zeggen, de samenwerking tussen participanten die niet echt willen, dat geldt voor Amsterdam en voor de provincie, wordt moeilijk. Het is, om het maar zo te zeggen, een ongelukkig huwelijk. We hebben heel duidelijk besloten, als Gooische gemeenten, om te kijken of wij tot een overbrugging kunnen komen van de geschillen en we hebben bewust gekozen voor een procedure om te komen tot een afkoopsom.
Dat is in een intentieverklaring neergelegd, dat is door de colleges gemandateerd. Dus het is juridisch ook een heel slechte zaak als wij opnieuw tegen de provincie, Amsterdam zijn we klaar mee, zouden zeggen we gaan toch maar eventjes weer met u ons richten op de afkoopsom. Dat is een slechte zaak. Het is ook een slechte zaak voor de verhouding tussen het Gooi en de provincie in de toekomst, want de provincie blijft wel subsidiënt, niet zozeer van het Goois Natuurreservaat maar wel in het kader van de subsidie natuur en landschap. Dus goede verhoudingen zijn van uitermate groot belang. En wat mijnheer Hoitink zegt, met de natuuragenda, ja, dat is geen hard contract maar het is work in progress dus wij zullen in alle goede bestuurlijke verhoudingen de komende jaren zowel met Amsterdam als met de provincie, daar zijn ook plannen voor, om aan die natuuragenda inhoud te geven. Ik sluit me aan bij wat mevrouw Van Dijk heeft gezegd, het is een onbegaanbare weg. Dit gaat leiden tot onbehoorlijk bestuur. Daar gaan we schade van ondervinden als het komt bij de rechter. Ik denk ook dat andere gemeenten van de G5 dit beslist niet willen. Dus ik ontraad u sterk deze motie, om die eigenlijk in te dienen want het leidt tot niets. Maar ik begrijp dat de coalitie zegt van, wij gaan deze motie niet ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel. Tweede instantie, mevrouw Francken.
Mevrouw Francken: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, subsidie voor natuur en landschap, ik ben een beetje overvallen door de portefeuillehouder want daar heb ik eigenlijk nog nooit van gehoord, dat ben ik ook niet
tegengekomen. Maar het ging ons nu juist om die bijdrage van de provincie wel te behouden en ik heb moeite met dat het een onbegaanbare weg is. Soms is voortschrijdend, nadat Amsterdam op deze manier is uitgetreden, helemaal niet zo gek om te kijken van kunnen we het de tweede keer beter doen. Ik snap ook niet zo goed waarom nou, als we dit toch nog eens aan de orde zouden stellen als mogelijkheid, waarom dat de politieke samenwerking negatief zou beïnvloeden. Het zijn toch gewoon dingen waar het met elkaar over kan hebben? Hetzelfde geldt voor andere gemeentes, ja, misschien hebben ze hier ook nog niet ... Zijn ze hier nog niet opgekomen en zeggen ze, hee, dat is helemaal misschien niet zo’n gek idee. Want de GNR is toch een kleine organisatie vergeleken met al die andere natuurorganisaties en is kwetsbaar. En wat krijgen we straks als we gaan opdrogen met het geld wat we krijgen, ja, dan moeten we onze inwoners nog meer vragen om mee te betalen en moeten we misschien van die automaten bij de ingang zetten dat mensen toegang moeten gaan betalen. Is dat wat we willen? Ik bedoel, de Hoge Veluwe heeft inkomsten uit toegang, en dat is ook best een bedrag, en dat is 75% van hun inkomsten. Maar ja, dan zouden we ook zoiets op den duur moeten doen hier, automaten waar je een kaartje moet trekken en dat je moet betalen als je de Tafelberg opgaat, zal ik maar zeggen.
Dus ik vind het jammer dat er niet wat meer flexibiliteit is om hier toch nog eens opnieuw naar te kijken en op zijn minst even aan de orde te stellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een handje van de heer Bruintjes. Mijnheer Bruintjes. De heer Bruintjes: Ja, daar is ‘ie. Sorry dat ik wat laat inschakelde, er ging wat fout. Ik heb alles belezen natuurlijk voordat deze vergadering begon en nu beluisterd. Ja, natuurlijk is het, zijn allerlei ideeën zijn leuk, vooral richting mevrouw Francken, maar waarom zou je al die leuke ideeën doen als we nog aan het begin staan van een lang traject en misschien een onbegaanbare weg. Maar ja, daarvan hebben we er in Blaricum een heleboel. Dus dat is niet zo’n probleem. Ik denk dat u te vlot bent met uw ideeën en commentaar en dat was de reden ook dat ik met de coalitie ook meestem en dus tegenstem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruintjes. Mijnheer Hoitink. Mijnheer Bruintjes, uw handje mag weer omlaag. De heer Hoitink: Ja, dank u wel. Voorzitter, ik wilde graag nog even reageren op wat de wethouder zei. Is het correct dat ik meende op te kunnen merken dat het contract eigenlijk met de provincie ook al volledig uitonderhandeld is, de afkoopsom van de provincie? Dat is vraag één, dat hoor ik graag zo nog even.
Een andere vraag is van ja, de argumenten die dus worden gebruikt in de motie, vindt de wethouder die wel of niet op zichzelf valide? Het feit dat er een soort uitzonderingspositie is waar het dus die GNR gebieden betreft en waarbij dus de inwoners van Blaricum en de andere gemeenten die er deel van uitmaken, van het bestuur, dat die inwoners inderdaad eigenlijk een beetje dubbel betalen. Is dat een op zich valide argument? En mocht ‘ie daar ja tegen zeggen, wat ik niet zonder meer verwacht, mag ik wel zeggen, maar mocht hij daar ja tegen zeggen, op die vraag, is dat argument gebruikt tijdens de onderhandelingen of is er hier sprake van een nieuw argument wat helemaal nog niet aan de orde is geweest? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen handjes. Ik ga nog een keer terug naar de heer Knoop en u weet dat er dan in principe ook geen derde instantie is dus als er dan nog dingen overblijven bij u mag u die straks als stemverklaring meenemen. Mijnheer Knoop. Wethouder Knoop: De eerste vraag van mijnheer Hoitink, zijn de onderhandelingen met de provincie uitonderhandeld? Nee. Dat is het niet, maar wij merken nu wel dat de deal die wij gesloten hebben met Amsterdam een impuls teweegbrengt bij de provincie om ook daadwerkelijk wellicht, ik zeg het even voorzichtig, wellicht een versneld proces teweegbrengt om ook met de provincie de zaak af te ronden. Maar
die onderhandelingen moeten weer op gang worden gebracht. Maar de provincie heeft in ieder geval kenbaar gemaakt dat ze dat wel willen. Dat is een. Ja, en wij hebben ook in het Gooi besloten om onze prachtige natuur in stand te houden door een Goois Natuurreservaat op te richten met zelfs een eeuwigdurende participanten. Nou is eeuwigdurend, dat zie je maar met Amsterdam en met de provincie, relatief, maar daar hebben wij bewust voor gekozen en dat wij misschien via belastinggeld ook aan andere dingen betalen, dat zal best maar die keuze ligt helemaal ten grondslag aan het feit dat wij in de regio Gooi en Vechtstreek heel erg hechten aan het goed in stand houden en beheren en zelfs, waar mogelijk, uitbreiden ‘…’ van het Goois Natuurreservaat. Ja, en daar is over ooit afgesproken dat daar een bijdrage wordt geleverd door de diverse gemeenten en dat blijft zo, vooralsnog. De voorzitter: Goed, we gaan het voorstel in stemming brengen, dat gaat nu vooral over het onderhandelingsresultaat met Amsterdam. Agendapunt 4. Ik neem aan dat we overgaan tot hoofdelijke stemming want ik ga er niet vanuit dat u unaniem bent noch dat u geen stemverklaring wil afleggen. Ik begin bij de heer Pel. Voor of tegen? De heer Pel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal voor dit voorstel van de zienswijze stemmen. De voorzitter: Dank u wel. En als u een stemverklaring heeft mag dat ook meteen.
Mijnheer Landman, voor of tegen? De heer Landman: Ook ik ben voor het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Wilt u nog heel even doorpraten? De heer Landman: Ik ben ook voor het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Ja, u bent in beeld bij de griffie, fijn. Dan mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Ook ik ben voor het voorstel. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Bakker, even doorpraten graag. Mevrouw Bakker: Ik ben voor het voorstel, voorzitter. Hebt u mij in beeld? De voorzitter: Dank u wel. De griffie heeft u in beeld en zo komen we er samen netjes uit. Laten we het zo zeggen. Mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Ja, voorzitter, ik ben ook voor het voorstel. De heer …: Voorzitter, mag ik een opmerking maken over de volgorde gehanteerd? De voorzitter: Wat is het … Ja, ik snap … Hoezo? De heer …: Zou het niet moeten zijn dat u mevrouw Beemsterboer nu eerst in stemming moet laten brengen? De voorzitter: U bent allemaal individuele leden, we gaan het vandaag even netjes doen zoals ik het voor me heb liggen. U mag ook niet in fractieverband uw stemmen uitbrengen. We zullen de volgende keer zorgen dat
het allemaal netjes in orde is. Dank u wel. Maar ik vermoed, met deze agenda, dat er anders brokken gebeuren onderweg. Dank u wel. Mijnheer Wiegel was voor, mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Voor, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoitink. De heer Hoitink: Het zal misschien uw verbazing wekken maar ik ben voor omdat het hier Amsterdam betreft en de motie die is ingediend zich met name natuurlijk richt op de bijzondere omstandigheid van de provincie die anders is dan die van Amsterdam. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ik stem voor het voorstel. De voorzitter: Ik heb u even niet in beeld, kunt u nog heel even praten? Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ik stem voor het voorstel, mevrouw de voorzitter. Hebt u mij in beeld? De voorzitter: Ja, het blijft een uitdaging, digitaal vergaderen. We gaan deze zomer gewoon het terras uitzoeken om onze vergadering te houden. Mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: Ik ben voor het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Voorzitter, ik ben voor het voorstel maar ik wil er graag bij zeggen dat ik het jammer vind dat ons amendement niet aangenomen is met de afspraken rond de provincie Noord-Holland. De voorzitter: Ik ga u even in de rede vallen, mevrouw Francken, voordat u over uw eigen benen struikelt.
‘…’ wordt in stemming gebracht, tenzij u hebt besloten om hem in te trekken, na de stemming over het voorstel. Mevrouw Francken: Oké. Nee, ik ga wel stemmen dus ik … Of ik hem helemaal … De voorzitter: U wilt de motie wel in stemming brengen? Mevrouw Francken: Ja, ja. De voorzitter: Ja, dat gaan we dan zo direct doen. Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Ik ben het eens met het raadsbesluit, want dat is, dacht ik, wat er van mij gevraagd wordt. De voorzitter: Ja, uitstekend. De heer Bruintjes. De heer Bruintjes: Ja, voor, voorzitter en ook voor het terras. De voorzitter: Ja, dat zijn wij allemaal, denk ik. Mevrouw Claushuis.
Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik ben ook voor het voorstel. De voorzitter: Mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ik ben voor het voorstel. De voorzitter: En mevrouw Beemsterboer, behorende bij de fractie van Hart voor Blaricum. Mevrouw Beemsterboer: Ja, maar ik ben ook voor het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. En in beeld bij de griffie ook? Ja. Perfect. Dan gaan we nu motie nummer 3 in stemming brengen. Daar ga ik weer bij u allen langs. De heer Pel. De heer Pel: Ja, voorzitter, mijn stemverklaring is Hart voor Blaricum, denken net zoals zovelen in de regio heel graag zowel Amsterdam als de provincie Noord-Holland graag als contribuanten voor hetgeen ‘…’ had willen behouden. Maar het is, zoals het verhaspelde spreekwoord zegt, met onwillige honden slecht kersen eten en dat geldt voor de provincie Noord-Holland denk ik ook. En we zitten in een stadium, wat uitgelegd is, waarin het juridisch heel erg lastig is om van koers te veranderen. Het zij zo dus het betekent dat ik tegen de motie zal stemmen. De voorzitter: Tegen, iemand op de achtergrond bij u of ergens op een andere achtergrond vinden dat ook een goed idee, als ik het goed beluister. Mijnheer Bruintjes, wilde u al uw stem uitbrengen op de motie nummer drie? De heer Bruintjes: Ik zou hem graag willen uitbrengen.
De voorzitter: Zullen we dat doen en zet u dan de microfoon daarna uit? De heer Bruintjes: Ik ben gewoon voor en dan zit ik hem meteen uit. De voorzitter: Bent u voor de motie? De heer Bruintjes: Ik ben voor de motie. Ik moet langer praten, he? De voorzitter: Voor de motie, oké. Maak mee uit, als u nu uw microfoon uitzet dan gaat het helemaal goed. Ga ik door naar mijnheer Landman. De heer Landman: Ja, ik zal geen stemverklaring doen maar ik ben tegen de motie. De voorzitter: Ja. Mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Ook ik ben tegen de motie. De voorzitter: Ja. Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Ik ben tegen de motie, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Wiegel.
De heer Wiegel: Ja, voorzitter, ik ben voor de motie met de aantekening dat ik het jammer vind dat dat de coalitie niet probeert het college wat meer onder druk te krijgen om toch richting de provincie te gaan. De voorzitter: Dan mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ik ben voor de motie. De voorzitter: De heer Hoitink. De heer Hoitink: Ik ben voor de motie om de simpele reden dat als onderhandelingen nog niet ten einde zijn gekomen valt ieder argument, althans, ik ben nooit anders gewend geweest in mijn leven, valt ieder argument gewoon in te brengen, zeker ieder natuurlijk uiteraard nieuw argument. Ik heb toch, meen ik te moeten concluderen dat er een nieuw argument op tafel is gekomen en ik zie volstrekt niet een maar omdat niet ter sprake zou kunnen worden gebracht in die onderhandelingen die dus helemaal nog niet zijn afgerond. Dus ik vind het een heel merkwaardige opstelling dat dat argument gewoon kennelijk helemaal niet ‘…’. Het is kennelijk niet van waarde. Nou, ik vind dat onbegrijpelijk, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw ‘…’. Mevrouw …: Dank u wel, ik ben tegen de motie en sluit me bij de stemverklaring van de heer Pel aan. De voorzitter: De heer Kemperman. De heer Kemperman: Ik ben gewoon tegen de motie, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Francken.
Mevrouw Francken: Voorzitter, ik ben uiteraard voor de motie en ik wil eraan toevoegen dat ik het ontzettend jammer vind en vind dat we als raad op deze manier steken laten vallen naar onze inwoners die heel erg op onze GNR-’s zijn gesteld en heel veel waard is. De voorzitter: Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben voor de motie. Regeren is vooruitzien en dit zal mogelijk leiden tot het verhogen van de bijdrage waardoor we genoodzaakt worden om te fuseren met een ander landschap. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik ben tegen de motie en een onwillig kind kan je niet met de haren erbij slepen. Ik wil ook bij zeggen dat GNR iedereen positief gestemd is en het erg belangrijk vindt. De voorzitter: Mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ik ben tegen de motie. De voorzitter: En mevrouw Beemsterboer van Hart voor Blaricum, zeg ik er dan vandaag voor een keer maar iedere keer bij.
Mevrouw Beemsterboer: Ook ik ben tegen de motie. De voorzitter: Dat betekent dat de motie is verworpen met negen stemmen tegen en zes stemmen voor. 5.
Zienswijze t.a.v. voorstel transitiecommissie MRA De voorzitter: Gaan wij door naar agendapunt 5 en dat betreft de zienswijze ten aanzien van het voorstel van de transitiecommissie MRA. De heer Pel en de heer Wiegel zijn samen namens uw raad ambassadeurs voor dit onderwerp en hebben het onderwerp ook in het ronde tafelgesprek behandeld als semi portefeuillehouders, ik mag wel zeggen, als portefeuillehouders. Dat zal ook nu in uw raad zo verlopen. Er is ook door de beide heren een zienswijze of een amendement op de zienswijze opgesteld. Ik stel voor dat dat formeel nu als eerste wordt ingediend door de heer Pel of de heer Wiegel, ik weet niet welke afspraken u daarover gemaakt heeft, en dan kan daar verder het debat over gevoerd worden. Wie mag ik van u twee als eerste het woord geven? De heer Pel: Ja, dat hebben we niet echt afgesproken maar ik zal daar een poging toe wagen. Wij gaan een amendement indienen wat overigens door alle partijen in deze raad is ondertekend. Maar daar wil ik nog eventjes toch wel iets bij aangeven. Nou, ik zou zeggen, beste raadsleden, beste college, namens uw raad zijn René Wiegel en ondergetekende vertegenwoordigers van Blaricum in de MRA voor wat betreft de raadtafel, dat is een groepje van afgevaardigden van de 32 gemeenten die aangesloten zijn bij de MRA.
Over het voorstel van die gewijzigde governance structuur van de MRA hebben wij al eens eerder aan de raadsavond belegd en onze inbreng hebben wij ook recentelijk in de MRA ‘…’ delen daarover. Ook mochten we onlangs middels het regioseminar een en ander vernemen van de transitiecommissie die over de implementatie van die governance structuur een aanpak heeft gepresenteerd. Er ligt nu een zienswijze van de regio Gooi en Vechtstreek, die heeft dat voor ons gemaakt dus dat betekent in alle gemeenten van de regio ligt dezelfde zienswijze voor. Maar die heeft dus in grote trekken lijkt dat op een herhaling van de aanpak van die transitiecommissie. Nou, wat ik al zei, raad breed gesteund brengen we nu namens Hart voor Blaricum en VVD een amendement in op die zienswijze waarop we een aantal wensen en bedenkingen eigenlijk additioneel van toepassing op die zienswijze. Dat, ik zal heel kort even vertellen welke dat zijn het gaat om een vijftal punten en we komen er straks nog even op terug welke dat zijn. Dat is zeg maar de raadtafel die ingesteld wordt krijgt iets meer bevoegdheden maar we willen graag zien dat er in die raadtafel een soort dwingend adviesrecht is om een startnotitie te kunnen afgeven op bepaalde onderwerpen, zoals wij dat ook inmiddels hebben afgesproken binnen de regio Gooi en Vechtstreek.
Daarnaast willen we een inzichtelijke procedure voor de behandeling van wensen en bedenkingen die gemaakt kunnen worden in de toekomst op belangrijke besluiten. Want het is zo dat wij als kleine gemeente, dat geldt voor andere gemeentes evenzo, dat wij natuurlijk dat hele circuit, dat hele pad moeten afleggen eerst via de regio Gooi en Vechtstreek en dan vervolgens kijken of die wensen en bedenkingen nog overeind gebleven zijn richting het MRA. Grote kans dat ze onderweg kwijt raken. Nou, dat kan, dat is nou eenmaal all in the game maar je wil dan wel weten waarom je die kwijtraakt of waarom we gehonoreerd zullen worden. Daarnaast hebben we gezegd, wij zouden graag willen zien dat de samenstelling van het bestuur meer democratisch gekozen bestuurders gaat kennen. Dat komt nu omdat een groot deel van het voorstel luidt nu dat een groot deel van het bestuur bestaat uit de burgemeester van Amsterdam als voorzitter, twee commissarissen van de Koning van zowel provincie NoordHolland als Flevoland en de burgemeester van Almere en een verdwaalde wethouder misschien. Wij willen graag zien dat in dat bestuur ook meer wethouders zijn waarschijnlijk gedeputeerde opgenomen worden. Dat zijn dus democratisch verkozen bestuurders en dat heeft ook te maken met het feit dat die ook meer aangesproken kunnen worden op hun verantwoordelijkheden.
Daarnaast heb ik nog gezegd, wij willen graag zien dat in de begroting van de MRA ook zichtbaar gemaakt worden wanneer er, noem het maar even, Pro
Deo krachten om niet krachten die ingezet worden vanuit de verschillende regio’s of vanuit de provincie, gebruikt worden voor het ambtelijk apparaat. Nou, en dan is er nog een punt over de aanstaande procesgang waarin, zeg maar, voor de zomer en na de zomer voor een nieuw ontwerp van het convenant ook een zienswijze als tussenstap voorgelegd kan worden. Daar bestaat dus het amendement uit. Nou, lang verhaal maar ik moest hem even zo brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dat is amendement nummer 1 wat hierbij is ingediend. U gaf zelf al aan, mijnheer Pel, u hebt al een toelichting gegeven en het amendement wordt ook raadsbreed ondersteund. Dan is dus even de vraag, met die wetenschap, wie er op dit moment nog iets aan het betoog van de heer Pel wenst toe te voegen. De heer Wiegel: Nou, voorzitter, als u me toestaat. De voorzitter: Zeker. De heer Wiegel: Ik heb niet zoveel toe te voegen aan het betoog van de heer Pel omdat ook de VVD dit onderschrijft dus dat is een op een. Ik zou alleen de klemtoon iets anders wil leggen. Ik zou zeggen, met betrekking tot het eerste agendapunt wat de heer Pel aangaf dat zou ik noemen, een noodrem voor de raadtafel. We hechten eraan dat de raadtafel, zoals naar de woorden van de heer Pel, een dwingend advies kan uitbrengen.
Wij hechten eraan een meer politiek samengesteld bestuur te krijgen, we vinden dat de flexibele schil rond de begroting van de MRA, dat moet niks mistigs zijn. Dat moet keurig gedefinieerd zijn zodat we weten en zodat de burgers weten hoeveel de MRA uiteindelijk kost en ook opbrengt. Als laatste samenwerkingsafspraken graag eerst de consultatie. Dus in die zin, ik zeg niets anders dan de heer Pel, ik wil hem alleen even wat korter neerzetten. Dank u wel. De voorzitter: Dit is dan nog even een mooie samenvatting en een andere klemtoon dus dat kan alleen maar wat toevoegen denk ik aan de kleuring ook voor degenen die hier naar kijken en luisteren. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil er graag ook nog iets aan toevoegen want ik vind het belangrijk om toch te melden, wij vinden als Blaricum met zijn allen hier dat dit heel erg belangrijk is en dit is ook best wel een heel nieuwe manier van besturen, samenwerkingsafspraken maken met een grote uitvoeringsorganisatie gezamenlijk. Dat brengt mij eigenlijk op, we gaan dus nu kijken, als alle gemeentes zelf ook iets hebben ingediend als wij waarschijnlijk, en ik begrijp van de heer Pel dat er al redelijk eensgezindheid is ontstaan bij die raadtafel over waar we iets over willen inbrengen op dit voorstel.
Ik wil er aan toevoegen dat ik het heel erg prettig vind dat als we een transitiecommissie een voorstel maakt en ook bedenkt hoe de raadsleden en de statenleden hierin kunnen participeren, dat het heel goed is dat wij nu een stevig amendement hebben waarin we vanuit ons eigen ‘…’ perspectief nu reageren met hoe wij ons daarin willen laten zien en hoe we ons daar willen profileren. Dus ik hoop dat we daar met z’n allen uit gaan komen. Iets anders is, wat nog niet genoemd is, is dat ik denk dat wij met de regio toch moeten kijken hoe we tot een andere samenwerking komen op dit punt en kunnen kijken hoe de regio ons kan faciliteren in hoe we hier samen kunnen optrekken in de regio. Naar het idee van D66, er zijn wel afspraken gemaakt in de regio over de samenwerking tussen de raden, met de raden, maar we vragen ons af of het niet goed is om daar nog eens even in de constellatie van deze MRA samenwerking en dit governance ‘…’ hoe we de samenwerkingsafspraken en de rol van de provincie om ons te faciliteren in dit nieuwe fenomeen, ons zou kunnen helpen zodat het niet nog een enorme grote taak ernaast wordt naast die we al hebben en dat geldt vooral voor kleine gemeentes want die hebben het, heb ik begrepen, de raadsleden van die gemeentes hebben het vaak drukker dan grote gemeentes. Tot slot iets wat nog helemaal niet genoemd is en dan sluit ik
af. Ik vroeg me af, hoe zit het eigenlijk in ons dorp met in hoeverre hebben mensen nou het idee dat dit speelt en wat die MRA is en wat die ons zou kunnen brengen en zou kunnen geven. Ik zou een lans willen breken dat we daar met elkaar in een volgende ronde, want dit komt natuurlijk weer terug, het proces duurt nog wat langer gelukkig om draagvlak te creëren en tot goede afspraken te komen. Dus ik neem aan dat er voor de zomer en na de zomer het er nog een keer over hebben en ik wil u alle vragen om daar toch eens over na te denken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de MRA ook in Blaricum bij de inwoners gaat leven en dat ze er ook iets van kunnen gaan vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Francken. De heer Pel heeft zijn hand opgestoken, ik ga ervan uit dat u wilt reageren ook op mevrouw Francken? De heer Pel: Ja, voorzitter, dank u wel. Dat punt ten aanzien van hoe kunnen we dat nou levendig maken, zeg maar, in een kleinere gemeente als Blaricum? Dat is mooi. Maar ik heb wel een paar dingen die, zeg maar, ook in de overwegingen van het amendement een rol spelen en daar wil ik toch wel iets over zeggen want het is namelijk zo dat wij gezegd hebben, over die rolverdeling ‘…’.
Een van de overwegingen is een heel belangrijke en daar kwam mevrouw Francken ook op dat wij zeggen Blaricum deel wenst te blijven uitmaken van de MRA en een voordeel ziet in een sterke metropoolregio en een samenwerking. Dat is een aanname die we gedaan hebben en die wij ook uitgesproken hebben met elkaar. We hebben al eens een keer eerder hierover gesproken. Dat lijkt een beetje een open deur maar dat is het zeker niet want het is zo dat ook in het huidige convenant kan een gemeente zoals Blaricum met inachtneming van een opzegtermijn van een half jaar en zonder een noemenswaardige kosten dat MRA lidmaatschap gewoon opzeggen. Want je ziet dat ook gebeuren andersom. We hebben het net gehad over het GNR, we zien ook dat een belangrijke deelnemer van het MRA, zijnde de gemeente Amsterdam, gewoon naar het GNR stapt. Nou, gewoon, ze moeten daar wel 5,2 miljoen voor betalen maar daar ‘…’ genoeg over gesproken. Maar wij willen dus deel uitmaken van die MRA. We hebben er wel eens eerder over gesproken dat het verdraaide lastig is om die meerwaarde echt te vertalen naar datgene wat wij hier in het dorp doen. Ik geef dit even als voorbeeld, Eemnes is het dorp wat een kilometer verderop ligt maar dat is niet zo ver weg, die is geen lid van het MRA. Je moet je afvragen, raakt Eemnes nou zoveel verstoken van alle zegeningen die de MRA straks gaat bedenken.
Dat zijn wel dingen die we met ze allen moeten bekijken. Voor de rest zou nog wel even zeggen dat het MRA, en dat gaat even over die combinatie met de regio Gooi en Vechtstreek, zowel de MRA als de Gooi en Vechtstreek zijn instituten die wij bedacht hebben en waar we aan deelnemen en die leveren ook het nodige op, maar beiden zijn geen democratisch gekozen bestuursorganen zoals de gemeenteraden dat wel zijn en zoals de Staten van de provincie dat ook is. Dus wij hebben altijd een soort getrapte vertegenwoordiging, zoals Blaricum, die gewoon democratische beperkingen gaat opleveren en kan opleveren. Wat je ziet, ook de voorstellen en ook de zienswijzen die nu ligt, die ook door de regio Gooi en Vechtstreek is opgesteld, zie je dus dat, het wordt wel benoemd dus om de paar hoofdstukken kom je tegen dat het belangrijk is en dat we er aan moeten werken maar heel erg vertalen in concrete voorstellen, dat zien we dus weer niet. Dat is de reden geweest waarom we deze punten ook opgenomen hebben in de aanbevelingen, zo noem ik het maar even, maar op de zienswijzen. Wij vermoeden dat ook dat wel voor een groot deel bijval zal krijgen van andere gemeenten en wij hebben ook gemerkt in de raad staat dat dat zeker het geval was. Dus ik verwacht niet alleen in onze regio maar zelfs in andere regio’s dat daar soortgelijke amendementen of onderdelen van amendementen gaan komen.
Nou, dat is wat ik nog even toe wilde voegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heeft u voldoende met elkaar gedeeld, mag ik dat concluderen? Hebt u raadsbreed ook dit amendement ingediend, zou ik dan ook mogen concluderen dat als ik het … Mevrouw Francken, u hebt nog niet voldoende met ons gedeeld.
Mevrouw Francken: Ik wil heel graag nog even, voorzitter, om mijnheer Pel reageren want ik weet niet waar zijn reactie in die zin … Nou, een prima reactie overigens maar het was niet wat mij betreft een aanval op hoe het aanpakken of hoe de motie is geschreven maar meer een aanvulling op wat er in staat en ik wil toch nog even benadrukken dat, het is natuurlijk een heel avontuur eigenlijk. Een bestuurlijk avontuur wat we gaan beginnen om op deze manier op basis van samenwerking een in de MRA beleid te gaan uitvoeren dat is ook wat we nog helemaal niet gewend zijn en ik vind het wel een avontuur. D66 vindt het spannend. Ik denk dat het voor ons allemaal is en wat het ons dorp wel of niet gaat brengen, dat zullen we zien maar in ieder geval denk ik wel, als u het al hebt over nou, als het ons niet bevalt, stappen we eruit. Ik denk dat dat heel jammer zal zijn en ook, ik vind het jammer dat u dat bij voorbaat al zegt want ik, zoals u het opgesteld hebt zegt u eigenlijk, nou, wij kunnen bij-elkaar voordeel halen. De MRA bij Blaricum en Blaricum bij de MRA en we maken onderdeel uit van dit gebied en dit is een heel mooi stuk van de MRA waar we wonen.
Dus als we willen dat dat goed bestuurd blijft en fijn blijft om te wonen en dat we toch echt die tuin van Amsterdam blijven, om het zo maar even te noemen, dan is het toch heel belangrijk dat we hier echt gemotiveerd en met elan mee aan de slag gaan. De voorzitter: Ik denk, voordat we elkaar over en weer echt nog verder verkeerd gaan begrijpen, dat was net al enigszins het geval en vervolgens, nou, de heer Pel mag het van mij zelf zeggen maar houdt u het dan alstublieft kort want ik dacht dat ik deze discussie al aan het afronden was. De heer Pel: Ik houd het kort. Het is geenszins bedoeld om aan te geven dat wij ergens uit moeten stappen, op dit moment, dat is niet het geval. Ik heb alleen aangegeven dat die weg natuurlijk altijd openstaat. En wat onze tuin betreft, het is in eerste instantie onze tuin en niet die van Amsterdam. Is dat is het enige wat ik nog wil zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Ik was net bezig met de samenvatting dat u volgens mij voldoende met elkaar gedeeld had. Nou, dat is nu werkelijk het geval, mag ik hopelijk constateren dat ik er vanuit mag gaan dat amendement nummer 1 met algemene stemmen aangenomen kan worden. Is dat een correcte veronderstelling? Dat is zo.
Dan is amendement nummer 1 met algemene stemmen aangenomen en dan breng ik het geamendeerde voorstel in stemming waarvan ik ook mag aannemen dat ook dat met algemene stemmen aangenomen kan worden. Dat u geen behoefte hebt aan stemverklaringen. Dan hebben wij agendapunt 5 op deze wijze vastgesteld. 6.
Rapport huisvesting vrijwillige brandweerlieden
7.
Traject waardengericht werken Sociaal Domein De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 7 en dat betreft het traject waardengericht werken Sociaal Domein. Ik kijk even, ik heb voor mij staan dat mevrouw Kukupessy graag een motie in zou willen dienen bij dit onderwerp dus ik stel voor haar als eerste het woord te geven en dan kom ik bij u langs. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De Blaricumse Partij maakt zich ernstig zorgen om de houdbaarheid van een goed sociaal domein. Het Rijk heeft een aantal jaren geleden het sociaal domein overgedragen aan de gemeenten en meteen al bezuinigd met een budget van 30% omdat ze dachten dat wij het goedkoper uit konden voeren. Dat merken op landelijk niveau alle gemeentes. Er gaan brieven naar het Rijk, die Blaricum ook ondersteunt, met de titel ‘raden in verzet’. Overal lopen de schulden op in het sociaal domein. ‘…’ probeert nu te bezuinigen door andere in te kopen te doen en volgens de wethouder kunnen we daar flink wat bezuinigingen uithalen. Gelukkig dat u dat doet. Landelijk is het slecht gesteld, ik heb
twee dagen geleden een uitzending op tv gezien wat een drama was, wat het sociaal domein betreft. In verschillende plaatsen worden totaal andere soorten beleid gevoerd. We hebben het nu ook over, ja, leuk nieuw woord, Wmo migranten. Mensen krijgen het in de ene plaats niet en gaan naar de naaste plaats waar wel een goed beleid is. Ik hoop niet dat dat hier gaat gebeuren. Terwijl je ‘…’ plaats te gaan want je hebt recht op een sociaal domein, daar heb je gewoon recht op. Nogmaals, dit is een land als Nederland en het is heel ongebruikelijk dat dit hier gebeurt. Eigenlijk zou het Rijk ook in moeten grijpen, dat het weer terug gaat naar het Rijk want dit kan niet. Je kunt niet zo’n onrechtvaardig sociaal domein hebben. Wij gaan nu waardengericht werken, er worden waarden opgesteld waarin onder andere de adviesraad sociaal domein een grote rol krijgt. Ook de gemeenteraad en de ambtenaren gaan deze waarden bepalen. Ik hoop dat de adviesraad hier een heel grote rol in gaat spelen want zij zijn met name de professionals in deze. In deze waarden, vindt de Blaricumse Partij, moet ook de rechtsongelijkheid worden opgenomen. In de uitzending hoorde ik ook, en dat is helemaal erg, dat mensen met een grote mond wel hun zin krijgen en de timide mensen wordt het afgewezen. Ik neem niet aan dat dit in Blaricum gebeurt maar het is schrikken als je zoiets hoort.
Wij nemen nu dit besluit aan en wij willen er nog extra de nadruk op leggen dat de kwaliteit in het sociaal domein voor mensen die het echt nodig hebben, overeind blijft. Daar staan we, daar hebben we reden voor om dat in de motie in te dienen. Deze motie wil ik bij deze indienen. Wilt u dat ik hem voorlees? Hij is heel kort. De voorzitter: U mag de opdracht voorlezen, mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel. Verzoekt het college het waardengericht werken in het sociaal domein moet erop gericht zijn dat de dienstverlening aan cliënten die het nodig hebben veilig gesteld wordt zodat voorkomen wordt dat burgers tussen wal en het schip vallen. De adviesraad sociaal domein zal hierbij nauw betrokken moeten worden en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dat is motie nummer 4, mevrouw Kukupessy, ‘…’ werken en die is bij deze ingediend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Ik ga voor offerte Hart voor Blaricum naar mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Dank u wel, voorzitter. Hart voor Blaricum stemt in met het traject waardengericht werken. Compliment voor de inzet van wethouder Knoop, van zijn vasthoudendheid en bemiddeling met de andere HBEL gemeenten. Ondanks dat bezuinigingsmaatregelen voor sociaal domein klinkt als vloeken in de kerk, er is gewoon geen keuze.
We zijn gelukkig wel blij met de keus voor stimulans met betrekking tot ondersteuning en de waarde te vertalen met de aandacht voor de integrale aanpak en de mogelijkheid tot maatwerk. We hebben het idee dat er nu volledig wordt voldaan aan het verzoek wat we vorig jaar in de motie hebben neergelegd. Belangrijk is de gelijke manier van optrekken met de volledige HBEL om dit traject goed te kunnen uitvoeren. Met dit traject staat de cliënt centraal en wij vinden deze beoogde manier van werken dan ook efficiënt in theorie. Over de praktijk, ja, daar maken we ons allemaal zorgen over aangezien dit moet uitwijzen of de mensen die het echt nodig hebben de hulp krijgen die ze verdienen. De raden zijn in deze kaderstellend. Ook de betrokkenheid van de BEL-adviesraad sociaal domein in dit traject is essentieel. We willen benadrukken dat de uitwerking hiervan in de praktijk goed moet worden beoordeeld door de mensen die in de zorg staan, de hulpverleners, de thuiszorgmedewerkers, wijkverpleging, zij zijn de professionals. Het betreft niet alleen de beleidsmedewerkers maar zeker ook de mensen op de werkvloer bij het bepalen van de waarde. Laten we waken voor top-down acteren en juist kijken hoe we zowel voor onze professionals als voor de cliënten goed kunnen inrichten en de menselijke maat nooit uit het oog verliezen.
We kijken ook uit naar een terugkerende evaluatie om als raad op de hoogte te blijven. Wat betreft de motie van de Blaricumse Partij, ja, de inhoud lijkt overbodig aangezien de intentie volgens ons al in het document is
vermeld, toch vinden wij de onderstreping dat de menselijke maat in acht wordt genomen en het belang van de cliënt te allen tijde voorop moet komen te staan evenals de betrokkenheid van de adviesraad sociaal domein als extra nadruk, geen overbodige luxe. De moties ondersteunend, roept tegelijkertijd de andere gemeenten op tot samenwerking. Het gaat om cliënten, het gaat niet om cijfers. Hart voor Blaricum vindt dit een aimabele motie en stemt graag voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga door naar mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, dank u wel, voorzitter. In juli 2020 heeft deze raad mede op initiatief van de VVD een motie aangenomen met de titel, zonder waardenvol debat geen norm. De prognose voor de komende jaren lieten toen destijds al een structureel jaren kostenoverschrijding zien in de jeugdzorg en de maatwerkvoorzieningen Wmo. De overschrijdingen waren dermate hoog dat er een moment komt dat het voortbestaan van bestaande voorzieningen in ons dorp onder druk komen te staan. Bezuinigingen worden in vrijwel alle gemeenten zo lang mogelijk op andere domeinen afgewenteld. Onze gemeente heeft nog een reserve sociaal domein maar de bodem daarvan komt wel in zicht op dit moment. De vraag was dan ook, hoe gaan we dit schip keren zeker als de sturingsmogelijkheden binnen het sociaal domein beperkt zijn door wettelijke kaders.
Wat de VVD betreft gaan we de discussie over de kernwaarden sociaal domein zo spoedig mogelijk met elkaar voeren. Wat willen we bereiken voor onze inwoners? De kernwaarden. Hoe willen we dit realiseren? We gaan het hebben over de uitvoering en tot slot kunnen we monitoren of de gewenste uitkomst is gerealiseerd, en daar hebben we dat datasysteem ook voor wat we gaan opzetten. Vragen als keuzevrijheid, mag een zorgvrager zelf bepalen welke zorg voor hem/haar beschikbaar moet zijn? In welke gevallen spreken we van een basisbehoefte en wanneer van een wens en wat moet de gemeente minimaal maximaal aan zorgmogelijkheden aanbieden? En moeten alle maatwerkvoorzieningen van een hoogwaardig niveau zijn of kan het ook een tandje minder? Dit en nog vele andere vragen bepalen op een gegeven moment een normenkader waar een uitvoerende dienst rekening mee moet gaan houden bij het vaststellen van een indicatie. Ook de uitvoerende organisatie heeft houvast nodig om te kunnen bepalen of er een behandeling of een voorziening wel of niet vergoed wordt. Daarvoor moeten duidelijke kaders worden meegegeven om inwoners gelijkwaardig te behandelen en niet afhankelijk te zijn van het persoonlijk inzicht van de indicatiesteller. Het moet mogelijk blijven het sociaal beleid in Blaricum op een fatsoenlijke, consistente en financieel haalbare wijze te blijven uitvoeren.
Dat betekent dat we de moeilijke discussie die we tot nu toe voor ons uit hebben geschoven met elkaar moeten gaan voeren over de maatschappelijke waarde sociaal domein die richting moeten gaan geven aan het lokaal sociaal beleid. Ik wil meteen ook wel even reageren op de motie die ingediend is door de Blaricumse Partij. Het komt op ons een beetje over als een wantrouwen tegenover zowel de discussie die we gaan voeren als tegenover de wethouder die zich toch behoorlijk heeft ingezet voor dit plan. We vragen ons daarbij af, er staat in het verzoek dat de dienstverlening aan de cliënten, de dienstverlening die nodig is veilig gesteld wordt. Ja, wij vragen ons af, wat is de dienstverlening die nodig is? Dat gaan we naar juist kijken met elkaar. En er wordt vervolgens ook gezegd dat we moeten zorgen dat er geen burgers tussen het wal en schip komen. Nee, dat lijkt me duidelijk. En dat hoeven wij ook niet nog eens een keer te onderstrepen. Ik denk niet dat een raadslid hier de bedoeling heeft om burgers tussen wal en schip te laten belanden dus wij vinden deze motie echt onnodig. De adviesraad sociaal domein is er bij betrokken en daar zijn we heel blij mee. En ja, om dan nog eens een keer dubbel dit allemaal op te gaan noemen, het staat er allemaal in en wat ons betreft is deze motie gewoon eigenlijk dubbel. Dus wij zullen deze niet ondersteunen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dobber. Ik ga door naar mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Van Dijk-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Ja, er is natuurlijk al heel veel gezegd, ik zal er niet zo heel veel woorden aan wijden. Wij hebben inderdaad in een motie op 1 juli 2020 een motie ingediend om bezuinigingen in het sociaal domein te voeren. Het was duidelijk dus dat er bezuinigingen moesten plaatsvinden. Daar zijn we allemaal in meegegaan. Waardengericht werken betekent dus een andere manier van werken dus meer efficiënt, meer klantgericht en daarin is ook opgenomen de omgekeerde toets. Dat gaat uit van het bereikte effect en de omgekeerde denkwijze. De bijdrage aan stimulans die dus de mensen gaat helpen met kaderstellen en ook het uitvoerend personeel, dat is natuurlijk heel belangrijk dat daarin geholpen wordt. Daar sta ik ook volledig achter. Ik denk ook, we hebben het over professionals maar ik vind dat namelijk het uitvoerende personeel, dat die juist de professionals zijn en niet wij die achter die bureaus zitten en die alles bedenken want zij zijn juist de mensen die het uit moeten voeren, die daarin met twee benen in de maatschappij, ja, wij staan uiteraard ook wel met twee benen in de maatschappij maar zij weten precies wat de mensen vragen en hoe zij dat moeten behandelen. Ja, voor de rest heb ik hier weinig aan toe te voegen met wat betreft de motie.