Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RONDETAFELGESPREKKEN VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 29 juni 2021
Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: O, hij is er nu. De voorzitter: Ja, hij is er. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Hij is er, klaar. De heer Kemperman: Ik ben inmiddels binnen ja, dank je wel. De voorzitter: Goed, ook welkom René, hallo. Opening De voorzitter: Nou, welkom raadsleden, collegeleden, fractievertegenwoordigers, ambtelijke ondersteuning en luisteraars. Mijn naam is Ramona Beemsterboer, ‘…’ van Hart voor Blaricum en ik mag vanavond uw voorzitter zijn. Welkom bij dit laatste rondetafelgesprek voor het zomerreces, wij ronden deze periode volgende week dinsdag 6 juli af met een raadvergadering en vanavond bespreken we nog een aantal belangrijke punten om onze mening voor deze vergadering te vormen. Ik wil iedereen verzoeken de microfoons uit te doen want ik hoor allerlei bijgeluiden. Hartelijk dank. We hebben vanavond insprekers, wij kunnen dus starten met de agenda. Deze omvat drie onderwerpen en dat wil zeggen de jaarrekening 2020, kadernota voor de begroting van 2022 en zienswijze programmabegroting 2022 en meerjarenraming 20222025. Nou, misschien zijn deze onderwerpen niet voor alle luisteraars even interessant, u staat ook vrij om de opname na deze vergadering te gebruiken mocht u slaapproblemen ervaren. Maar we gaan er toch vanuit dat het goed gaat komen en we proberen er gewoon een levende en vooral informatieve avond van te maken.
Ik heb nog wat mededelingen van huishoudelijke aard. De handopsteekfunctie die kent u inmiddels, daarmee kunt u het woord vragen. Ik doe mijn best ook om dat in de gaten te houden. Ik verzoek u nogmaals dringend om de microfoons uit te doen als u niet aan het woord bent, ‘…’ ruis op de lijn zoals nu. Ja. Gelieve ook tijdens de vergadering goed op te letten als u aan het woord bent geweest om inderdaad het handje weer te laten zakken en de microfoon weer uit te doen. Raadsleden en fractievertegenwoordigers die vanavond het woord niet voeren verzoek ik ook de camera uit te doen. Ik zal bij de eerste ronde iedereen aan het woord laten op grootte van fractie, dus van groot naar klein. In de tweede ronde zal ik dan beginnen met de kleinste partij. Mijn verzoek is om de interrupties te bewaren tot alle fracties hebben gesproken of dit te bewaren voor een tweede ronde. 1.BV Jaarrekening 2020 gemeente Blaricum. De voorzitter: Dan beginnen we met het eerste agendapunt, dat is de jaarrekening 2020 gemeente Blaricum. Onderwerp en een korte samenvatting, jaarlijks legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde bestuur. Dit gebeurt door het ter vaststelling aanbieden van de jaarstukken. En met het vaststellen van de jaarrekening verleent de raad de lenen van het college ‘…’ ten aanzien van het daarin verantwoordde financiële beheer.
De raad wordt daarbij ondersteund door de accountantscontrole en vanavond hebben wij een ambtelijke ondersteuning, die is aanwezig in de vorm van de heer Van der Zwaag, welkom. De financieel onderlegde fractieleden of fractievertegenwoordigers, oftewel onze financiële specialisten, die hebben reeds een bijeenkomst kunnen bijwonen om technische vragen beantwoord te krijgen
met betrekking tot de jaarstukken en ik ga ervan uit dat dit wat het technische gedeelte betreft voldoende is geweest, en zo niet dat zij dit alsnog schriftelijk afhandelen zodat wij ons vanavond op de verdere inhoud kunnen richten. We hebben 45 minuten voor dit onderwerp, dus ik wil u vragen uw vragen kort en bondig te stellen en met name uw samenvatting of opmerkingen te bewaren tot de raadsvergadering van volgende week, want anders hebben we dan niks te bespreken. Goed, ik ga beginnen met de grootste partij, in dit geval is dat Hart voor Blaricum. Ik zou zeggen: de heer Pel, zie ik. De heer Pel: Ja, dank u wel. Nou, we moeten het maar effectief houden vanavond, en welkom luisteraars en kijkers voor vanavond zo die er zijn. Ja, de jaarrekening 2020 daar hebben wij natuurlijk al in kleinere kring over gesproken, misschien is dat wel goed om even te melden. Maar het wordt een beetje eentonig, want hij ziet er ook best aardig uit als je het in vergelijking met andere gemeentes bekijkt. Wederom een klinkend resultaat, en dan zal iedereen zeggen: ja, dat komt natuurlijk door die Blaricummermeent waar heel veel geld uit komt. Dat is ook zo, maar ook nog als je kijkt naar de structurele opbrengst van de jaarrekening, dus zonder al die incidentele meevallers en andere dingen, ziet het er gezond uit. Het is een beetje eentonig verhaal afgelopen jaren, maar het is er niet minder om.
Dus daar wil ik even mee beginnen. En ik wil ook even beginnen met het feit dat wij als Hart voor Blaricum met een aantal mede-indieners ook een amendement ingediend hebben om een reservering die in de jaarrekening gedaan is voor het opplussen zeg maar van de Bijvanck, de rand van de Bijvanck van het groen, daar is een post van 250.000 euro gereserveerd om dat te doen omdat dat niet in de Bijvanckrenovatie zit. Nou, dat is heel voorstelbaar. Maar dat wij een amendement hebben ingediend dat luidt dat we het verzoek van de verbindingsgroep willen honoreren om daar een verbinding te maken ter hoogte van de wal van de Bijvanck ter hoogte van de oversteek Randweg Oost, en dat betekent dat daar een trappetje gemaakt wordt naar de wal zodat voetgangers die over die wal aan de binnenkant lopen daar ook gebruik van kunnen maken. Nou, dat wilde ik even mee beginnen. En kom ik aan mijn twee vragen, want dat is denk ik waar het om gaat. De voorzitter: Graag, ja. De heer Pel: Het raadsvoorstel over het sociaal domein, ja, daar zijn we weer, daar moet de vaststelling, de definitieve vaststelling over 2020 moet nog plaatsvinden, en dat komt omdat er nogal wat rekeningen en dergelijke na-ijlen in het jaar 2021.
Dat zullen wij aanstonds wel gaan meemaken welke dat zijn, maar dat bijplussen, of beter gezegd, tot op heden was het bijminnen op het resultaat, dat zal zijn beslag krijgen op het boekjaar 2021, dus over dit jaar. En dan staat erbij: mits binnen de foutmarge. En nou is mijn vraag: wat is nou die foutmarge en wat gaan wij doen als wij ons buiten die foutmarge begeven op een of andere wijze? Dat is één vraag. De tweede vraag die ik heb gaat over doelgroepenvervoer, en dat hebben wij ook kunnen lezen dat gemeente Huizen die dat ook voor een groot deel organiseert en dergelijke, en ook de regio, dat die een naheffing voor btw heeft gekregen. En het lijkt erop dat andere gemeentes daar ook in die malaise gaan delen dat zij nog een naheffing-btw krijgen op dat doelgroepenvervoer, op leerlingenvervoer. En dat is mijn tweede vraag, hoe groot die kans is dat we daar ook nog schade oplopen en hoe hoog die schade dan bij benadering zou zijn. Nou, dat zijn mijn twee vragen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik wil even afstemmen met de wethouder of zij daar nu antwoord op wil geven of dat zij eerst de hele reeks aan vragen afwacht. Wethouder Kennis: Nou, ik denk dat het het meest handig is als we gewoon per fractie meteen antwoord geven, dan is het ook duidelijk voor degenen die erna komen of zij eventueel daar nog weer een vervolgvraag op zouden willen stellen.
De voorzitter: Ja, precies. Anders gaan we misschien ook zaken vergeten. Wethouder Kennis: Ja, precies. De voorzitter: Wilt u de aftrap doen? De eerste vraag met betrekking tot sociaal domein, wilt u die aftrap doen of … Ja. Wethouder Kennis: Ja, dat … Nou, kijk, wij hebben in het sociaal domein zoals de heer Pel aangeeft inderdaad naheffingen gekregen, nabetalingen moeten doen waarvan wij deze niet meer in de jaarrekening hebben opgenomen, wij hebben in de jaarrekening ook duidelijk aangegeven dat als we binnen die marge bleven, en dat betekent de marge waarmee wij toch een door de accountant goedkeurende verklaring zouden ontvangen, in dat geval, wat dus het geval was, want het bedrag wat wij op dit moment overschrijden of nog moeten verantwoorden is 66.000 euro. Die 66.000 euro valt binnen de marge waardoor we een goedkeurende verklaring krijgen, ondanks het feit dat die 66.000 hier niet is verantwoord. Dat bedoelen we met de marge. Die 66.000 worden verantwoord in de jaarrekening 2021, en dan is het gevolg als wij in 2021 beneden de 38 procent blijven van OZB plus algemene uitkering, dan wordt het in de jaarrekening daar meegerekend, dus binnen de vastgestelde begroting. Zou het zo zijn dat we daar overheen gaan, dan wordt het in ‘21 vanuit de reserve sociaal domein bekostigd.
Dus het is of het een of het ander, wat het ook zou zijn als we het in ‘20 zouden hebben verantwoord. Als wij boven die marge waren gekomen, dus het bedrag zodanig hoog was dat de accountant ons geen goedkeurende verklaringen zou kunnen geven, dan hadden wij dan zo een mooi addendum gemaakt waarbij wij nog een paar velletjes aan u hadden doen toekomen en de jaarrekening hadden aangepast. Dus dan had gewoon de ambtelijke organisatie alsnog extra stukken moeten maken wat als inlegvel bij deze jaarrekening was gekomen. Dat had dan gebeurd. En de tweede vraag over de btw, ja, dat is inderdaad juist. Dat wat waar Huizen achter kwam zijn wij nu allemaal achter, dus ook voor Blaricum geldt hetzelfde verhaal, en bij ons is het bedrag gelukkig wel iets kleiner omdat ons totaalbedrag natuurlijk lager ligt. Wij zitten op ongeveer 7.000 euro btw die wij nog moeten nabetalen. De voorzitter: 7.000 euro, goed. De heer Pel, is dit voldoende of niet? De heer Pel: Ja, ik begrijp ook de antwoorden op die eerste vraag, dat zeg maar die marge, dat zeg maar het bedrag van die, nou, naheffing wil ik niet zeggen, maar nagekomen rekeningen, dat dat 66.000 de begroting overschrijdt van 2020. Wethouder Kennis: Ja, klopt.
De heer Pel: Dan klopt het, hè? En dat ligt binnen die marge die de accountant heeft aangegeven? Wethouder Kennis: Nou, nee, er is gewoon een bepaalde marge waarin je mag afwijken om toch nog een goedgekeurde verklaring te krijgen van de accountant. En dat is minder dan een bepaald bedrag of meer dan een bepaald bedrag, dat staat ook in het accountantsrapport. Als je daarboven komt, dan gaat hij … Dat heeft dus niets te maken met hoe groot het bedrag zelf is, maar alleen als het boven dat bedrag komt, wat wij daarbij mogen afwijken. De heer Pel: Ja.
Wethouder Kennis: En dat telt hij alles bij elkaar op, aan de bedragen die daar dus onder vallen, en als het totaal van die bedragen daarboven komt dan moet je de jaarrekening dus gaan aanpassen want anders krijg je geen goedgekeurde verklaring van de accountant. De heer Pel: Oké. Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga verder met de VVD, de heer Wiegel, mag ik uw vragen? De heer Wiegel: Ja, natuurlijk, vanzelfsprekend. Goedenavond allen. Even een woordje vooraf, RTG is bedoeld om vragen te stellen. Vragen die van een dusdanig zwaarwichtig karakter zijn dat je daarmee ook je mening zou veranderen ten opzichte van het voorstel. Als ik dat als uitgangspunt neem dan komt de VVD tot de slotsom dat we eigenlijk geen vragen hebben. Financieel gezien doen we het alleszins fatsoenlijk, met hoofdletter F, dus in die zin als ik kijk naar de incidentele ruimte die we hebben dan is dat perfect. Toch zou ik de wethouder één kort vraagje willen stellen, en dat gaat dan met betrekking tot de startersleningen, ik begrijp dat we daar een soort potje voor hebben. Maar als ik nu kijk naar de NHG-garanties is er nauwelijks meer onroerend goed te kopen voor, wat is het, iets meer dan 325 of 350.000 euro, althans in Blaricum. Dus ik had willen graag willen vragen aan de wethouder, voorzitter, wat haar visie hier aangaande is.
En afsluitend zou ik willen zeggen dat ja, ons politieke oordeel die behoud ik me nog even voor en dat bespreken we in de gemeenteraad begin juli. De voorzitter: Prima, dank u wel. Wethouder Kennis, vraag en antwoord. Wethouder Kennis: Ja, dank u wel. En dank u wel, voorzitter. Ja, er is inderdaad een bedrag voor vastgesteld wat voor de gemeente Blaricum misschien inmiddels aan de lage kant is, gezien wat er te koop is. Nou is het wel de bedoeling dat het gaat om starters, starterwoningen, het is niet de bedoeling dat je daarmee gesubsidieerd, of tenminste, het is geen subsidie, maar wordt ondersteund om een hele dure woning te kunnen aanschaffen. Ik weet dat er niet zo heel erg lang geleden is die nog een keer omhoog gegaan van volgens mij 3 naar 3,5 of zo, maar het is aan de raad om op een gegeven moment te zeggen van nou ja, gezien de situatie in Blaricum vinden wij dat we die starterslening op een nog hoger niveau moeten tillen.
Ik denk zelf dat je dan een beetje voorbijgaat aan het doel, want het doel is dus wel echt om die groep mensen aan een starterslening te helpen die niet in staat zijn om een hele dure woning te kopen, dus nou ja, dan is 3,5 op dit moment toch nog wel redelijk te kopen in bijvoorbeeld de Bijvanck en ook in de Blaricummermeent, natuurlijk inmiddels trouwens niet meer, in de Blaricummermeent zijn prijzen van huidige woningen echt duur, maar ja, 3,5 jaar, er is wel iets voor te krijgen maar inderdaad niet enorm veel nee, dat ben ik met u eens. Maar dat is denk ik een politiek besluit wat u aan uw mederaadsleden kan voorleggen. De heer Wiegel: Ja. De voorzitter: Mijnheer Wiegel, is dat voldoende? De heer Wiegel: Ja, het is, ik denk dat de toelichting van de wethouder is in die zin voldoende. Dat geeft helderheid aan wat we willen, en misschien zouden de politieke partijen nog eens even bij zichzelf te rade moeten gaan of we daar in die startersleningen niet iets meer dynamiek zouden moeten invoeren, dus afhankelijk van mogelijkheden dat we daar iets mee zouden kunnen doen. Maar ik kan dat ook op dit moment niet overzien hoor, eerlijk is eerlijk. Maar het is er wel eentje waar wij als VVD in ieder geval mee spelen.
De voorzitter: Dank u wel. Nou, mochten er raadsleden zijn die ook geen vragen hebben verder kunnen ze misschien wel even reageren of zij inderdaad, hoe zij denken om die dynamiek wat toe te passen. Maar ik ga even door naar De Blaricumse Partij en dan hebben wij, even kijken, mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kemperman: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan me helemaal aansluiten bij de woorden van de heren Pel en Wiegel. Wij hebben ook niet vragen echt die inhoudelijk kunnen stellen, er is inmiddels door allerlei partijen zijn er zo veel vragen gesteld dat de vragen die ik had beantwoord zijn. En ja, een politieke vraag moet ik dan toch even ook net als de heer Wiegel bewaren tot aan de raadsvergadering. Dank u wel. De voorzitter: Prima, dank u wel. Nou, als we zo doorgaan zitten wij om 10 uur aan de wijn denk ik, dames en heren. De heer Kemperman: Dat mag toch? Wethouder Kennis: Zeker. De voorzitter: Dat mag alsnog hoor. Goed, D66, ik ga eens even kijken wie we hebben. Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Kunt u mij verstaan, ik hoop het. De voorzitter: Zeker, luid en duidelijk.
Mevrouw Lanphen: Ik heb toch wel twee vragen over de jaarstukken, al was het maar om gewoon toch inhoudelijk over deze dingen even te brainstormen met elkaar, en dat gaat met name over de bijstandsverlening en het feit dat we daar 1 ton op overhouden. En dat dit eigenlijk het enige stukje is in de jaarrekening op pagina 60 waarin we iets financieels van de coronamaatregelen terugvinden. We hebben 1,6 miljoen ruim uitgegeven via de Tozo en we krijgen dat uiteraard wel terug, maar het is me niet helder hoe ik dat in de cijfers terugvind, en het is natuurlijk een wonder en ook geweldig dat de bijstandsverlening niet is zeg maar vergroot maar zelfs eigenlijk verlaagd, want anders kunnen we er niet op overhouden, maar we weten allemaal dat we toch ook moeten waken dat het misschien in de komende jaren toch wel aantrekt omdat toch een aantal mensen moeite zullen hebben om hun inkomen te herstellen. Maar mijn vraag is eigenlijk: is er verder nergens zichtbaar wat wij aan al deze verschillende coronamaatregelen uitgegeven hebben, verkregen hebben en overhouden, want daar houden we eigenlijk nu aan over, dat kan ook niet helemaal de bedoeling zijn geweest denk ik. Dat was mijn ene vraag, en de andere vraag gaat over de paragraaf duurzaamheid. En die paragraaf die begint, ik zoek hem er heel even bij, op pagina, ik denk … Nou, misschien dat iemand mij kan influisteren.
Nou, ik heb niet precies de pagina voor me maar wat mij opvalt is dat een aantal van de voornemens niet zijn gerealiseerd of deels zijn gerealiseerd. En daar waar wij duurzaamheid natuurlijk toch met elkaar ook als een speerpunt in het huidige tijdsgewricht zien, is mijn vraag aan de betreffende wethouder wat er gedaan gaat worden de komende tijd om te zorgen dat wij hier wel onze … Dit is pagina 64, ik was dichterbij, en 65 enzovoorts, en dan zie je dat daar toch een aantal dingen niet zijn gerealiseerd. En ik wil speciaal aandacht vragen over op een opmerking van de accountant die zegt dat een integraal plan voor energiebesparing voor de BEL zowel als de BEL-gemeenten ontbreekt, en dat is het
eerste waar iedereen zeg maar eigenlijk moet proberen zich aan te houden. Dus dat is mijn vraag, hoe ‘…’ dat de duurzaamheidsparagraaf zo weinig volledig is ingevuld? De voorzitter: Goed, dank u wel. Wethouder Kennis, beginnen we even met de vraag met betrekking tot bijstandsverlening en hoeveel er is uitgegeven en hoeveel er is overgehouden aan de ‘…’ met de coronamaatregelen, dat is vraag 1. Wethouder Kennis: Ja, ik denk dat dat inderdaad de vraag alles bij elkaar omvattend was van hoe staat het met de corona-inkomsten en de uitgaven. De voorzitter: Ja. Wethouder Kennis: En op dit moment, we hebben het er toevallig ook nog in het college over gehad in verband met de Tozo en in verband met de TONK, en ik heb nog even geïnformeerd bij de betreffende afdeling, er wordt op dit moment weer gewerkt aan een RIB die naar de raden komt, waarin onder andere deze onderdelen weer meegenomen zullen gaan worden. Het wordt natuurlijk in Hilversum en in Huizen voor ons uitgevoerd, het is nogal een ingewikkeld proces op dit moment om te kijken wat wel en niet terecht is uitgekeerd, wat waarvandaan moet komen.
Dus op dit moment, daarom staat het ook niet in de jaarrekening vermeld, is het lastig daar direct een antwoord op te geven, maar er wordt aan gewerkt en de RIB komt eraan, we hebben van de Tozo inmiddels een overzicht gekregen vanuit de regio waar alle regiogemeenten in vermeld staan met inkomsten en uitgaven die op Tozo-gebied zijn gegeven, en die gaat ook in die RIB komen, ik kan hem u ook separaat toesturen als u zegt van nou, ik wil dat alvast hebben, dan kan dat. Dat is geen probleem. Mevrouw Lanphen: Heel graag. Wethouder Kennis: Die zit gewoon in … Die zit in de mail, dus, maar het … Dan krijgt u die, ik stuur hem vanavond nog even naar de griffie, dan kan het naar u doorkomen. En dus ja, dat antwoord daarop moet ik helaas op dit moment schuldig blijven, ik kan u dat niet precies vertellen. Mevrouw Lanphen: Maar ‘…’ aanvullende vraag, is het resultaat op deze in- en uitgaves wel opgenomen in onze jaarstukken? Dus wat we over hebben gehouden of wat we tekortkomen? Wethouder Kennis: Dat denk ik … Dan geef ik heel even het woord aan mijn financieel adviseur, misschien dat mijnheer Van der Zwaag direct antwoord op, volgens mij niet. Maar … De voorzitter: Mijnheer Van der Zwaag. De heer Van der Zwaag: De Tozo die zit neutraal verwerkt in de jaarstukken. Dus inkomsten, uitgaven, resultaat is nul, verwerkt in de jaarstukken. Mevrouw Lanphen: Dus niet verwerkt.
De heer Van der Zwaag: Dus wel verwerkt, maar zowel baten als lasten gelijk en dus resultaat nul. Wethouder Kennis: Maar wat de baten en lasten dan zijn na herberekening, dat is wat mevrouw Lanphen bedoelt, dat staat er niet in. We weten nog niet wat we te veel hebben uitgegeven of te veel hebben
binnengekregen, en dat komt, dat moet nog komen en dat zal dus overgeheveld worden dan naar … Dat is dan in 21 pas inzichtelijk. Mevrouw Lanphen: Helder. Wethouder Kennis: Ja? Mevrouw Lanphen: Ja. Wethouder Kennis: Oké. De voorzitter: Ik zie een handje van wethouder Knoop, ik weet niet of hij een toevoeging hier nog aan heeft of dat ‘…’. Wethouder Knoop: Ja, een kleine. Dat de Tozo neutraal is opgenomen in de stukken dat is logisch, maar als we het hebben over de TONK is dat een regeling die vooral zich afspeelt in 2021. Dus een jaar later dan de jaarstukken van nu. Daar hebben wij een netto begroting van 64.000 euro ruim, daar wordt tot nog toe heel weinig gebruik van gemaakt, vier mensen hebben zich gemeld. En wij hebben net in de colleges in HBEL besloten om de voorwaarden te versoepelen en het bedrag te vergroten van 900 naar 2.700. En dat is bedoeld als een stimulans voor mensen die toch aarzelen om daar gebruik van te maken, en dat is het budget wat wij gekregen hebben van het Rijk, dus als we daaraan overhouden dan is dat voor ons maar we hebben ook afgesproken in HBEL-verband dat de solidariteit zodanig is dat als één gemeente tekortkomt, dat de andere gemeente die overhoudt, dat dat in het kader van de solidariteit onderling verdeeld wordt.
En wij lopen ook nog wel met de TONK, dat moet ik zeggen, stel voor dat de actie die we nu doen succesvol is, lopen we ook nog kans dat wij een tekort zouden hebben in 2021. Maar … De voorzitter: U valt even weg. Wethouder Kennis: Uw microfoon is uitgezet, mijnheer Knoop. Wethouder Knoop: Oké, sorry. Ja, oké. Dus dat is zeer onwaarschijnlijk dat wij daar een tekort oplopen, maar het gaat allemaal bij de TONK om 2021 en de Tozo is zoals al werd gezegd budgettair neutraal opgenomen in de jaarstukken 2020. De voorzitter: Oké. Ik kom toch even op voor de luisteraars die hiernaar zitten te luisteren en kreten horen als Tozo en TONK en RIB, misschien dat we het enigszins wat kunnen verhelderen voor de toekomst, want het is een beetje algebra op dit moment. Wethouder Knoop: Ja, ja. De voorzitter: Goed. Wethouder Knoop: Ja, oké, ik zal er verder niks over zeggen. De voorzitter: Oké, mevrouw Lanphen, dat was de vraag 1. We gaan nu door naar vraag 2, dat ging dus over die paragraaf duurzaamheid vanaf bladzijde 64. Mevrouw Kennis, heeft u dat inmiddels bij de hand?
Wethouder Kennis: Ja, ik heb het bij de hand en ik heb even gekeken en ik heb wel gezien dat er een aantal, vier stuks op oranje staan, maar ik zie geen enkele op rood staan, dus ik weet helemaal niet helemaal precies waar mevrouw Lanphen op doelt. De voorzitter: Het was daar ook de opmerking van de accountant, begreep ik, over het integraal plan dat zou ontbreken. Wethouder Kennis: En dan hebben we het over het integraal plan huisvesting voor de … Mevrouw Lanphen: De integraal plan energiebesparing, dat schijnt iets wat alle overheden moeten doen en ook grote bedrijven. En er wordt van ons allen gevraagd om in 2030 de helft of 55 procent minder energie te gebruiken. Daar vind je niks van terug en ik vind bij die oranje bolletjes, dat kan wel zijn dat er wat aan begonnen is, maar dat wat er ook bijvoorbeeld voorlichtingscampagnes voor bewoners, wat wij als raadsleden ook allemaal zijn, ik heb er niks van gemerkt. Dus ik heb niet het idee dat er heel veel naar buiten is gekomen. Wethouder Kennis: Nee. De voorzitter: Oké. Heeft u daar een kort antwoord op? Wethouder Kennis: Nee, ik begrijp wat u zegt.
Nou ja, ik weet niet of mevrouw Klingenberg als portefeuillehouder hier zelf nog iets an toe wil voegen, maar ik denk dat dat waar u het nu over heeft voornamelijk speelt in 2021, ook dat integraal plan wat gemaakt moet worden, daar zal dit jaar waarschijnlijk aan gewerkt, geschreven gaan worden. En we hebben het nu natuurlijk over het voorbije jaar wat inderdaad in dat jaar niet gebeurd is, dat klopt. Mevrouw Lanphen: Ja, dat is waar, maar het had in het afgelopen jaar ook al moeten gebeuren. Maar het is duidelijk dat het niet helemaal op het netvlies zit, maar als het er maar gaat komen. Wethouder Kennis: Ja, nou ja, ik weet niet of mevrouw Klingenberg in de vergadering zit. De voorzitter: Daar is mevrouw Klingenberg, jazeker. Wethouder Kennis: En of zij daar wat over zeggen wil. Wethouder Klingenberg-Klinkhamer: Nou ja, zoals jullie allemaal weten zit ik drie maanden op deze portefeuille en ik moet dat morgen overleggen, ik kan daar zo geen antwoord op geven, het spijt mij. De voorzitter: U komt erop terug. Mevrouw Lanphen: Heel begrijpelijk. Wethouder Kennis: Het zit nu in ieder geval op het netvlies. Mevrouw Lanphen: Mooi. Wethouder Kennis: En dat is wat u wilde, mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Precies, precies.
Wethouder Kennis: ‘…’ bereikt. Mevrouw Lanphen: Ja. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat was voldoende, mevrouw Lanphen? Mevrouw Lanphen: Ja, dank u wel. De voorzitter: ‘…’, prima. Mijnheer Pel, u heeft uw handje opgestoken. Kan dit voor een tweede ronde wachten? De heer Pel: Een kleine … De voorzitter: Nee? De heer Pel: Een kleine interruptie voordat al onze luisteraars hun computer uit gaan zetten en het licht gaan uitdoen. Mevrouw Lanphen zei dat de overheid van ons gaat vragen om het jaar 2030 meer dan de helft van onze energie te besparen, maar ze bedoelt natuurlijk de CO2-uitstoot. Zo was het toch? De voorzitter: Mevrouw Lanphen. De heer Pel: Daar zit ‘…’ verschil tussen. Mevrouw Lanphen: Energiebesparing is daar een van de methodes toe. De voorzitter: We houden het licht even aan, stel ik voor. Ja. Ja, precies. Wethouder Kennis: We blijven vanavond gewoon even kijken, we houden de lampen aan. De heer Pel: Ja, voordat het verkeerd uitgelegd wordt. De voorzitter: Heel goed, bedankt voor de verduidelijking. Goed, we gaan naar het CDA, de heer Meijer of mevrouw Claushuis, ik zie u beide in beeld. Ik mag één woordvoerder toelaten dus ik denk dat het mijnheer Meijer wordt. De heer Meijer: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Claushuis was iets verlaat maar u ziet haar in beeld, zij zal bij de overige onderwerpen spreken. De voorzitter: Prima.
De heer Meijer: Wij hebben dit gisteren in de steunfractie voorbesproken. Geen vragen vanuit het CDA, wel een compliment voor de verantwoordelijk wethouder. We zijn ook erg blij met de bestemmingen die zij gevonden heeft en voorstelt voor de opbrengsten en wij realiseren ons als partij, en dat moet geen geheim voor geen van u zijn, dat wij zijn van de kleinschaligheid, maar wij zien hier dus toch dat een kleine gemeente zoals Blaricum uitstekend in staat is om zijn financiën op orde te krijgen en te houden, ook in economisch hele moeilijke tijden, en zelfs met een uitermate lastig dossier als het sociaal domein, dus ook mijnheer Knoop als wethouder krijgt van ons alle complimenten. Geen vragen, dank.
De voorzitter: Nou, prachtig, hartelijk dank voor deze mooie woorden. Waar een kleine gemeente groot in kan zijn, zeggen we dan. We gaan door naar de fractie Van Dijk. Mevrouw Van Dijk: Dank u wel, voorzitter. Hoewel de heer Meijer blij is met de bestemmingen die er gedaan zijn vanuit het resultaat wil ik toch, en daar hebben we het al verleden week al over gehad in het vooroverleg, toch nog die opmerking maken dat het me toch nog steeds bevreemd dat direct uit de opbrengst van het resultaat een bestemming voor de groenstrook Bijvanck is gedaan in plaats van dat het middels een begrotingswijziging met een daarbij behorend raadsvoorstel is gekomen, zodat wij daar een redelijk overzicht over 2021 konden nazien t.z.t. Ik heb verder geen vragen, ik heb één opmerking en die maak ik nu geloof ik al drie jaar achter elkaar. Dat gaat namelijk over de rioolheffing huurders. Hij staat er weer in. Wethouder Kennis: Maar niet meer in ‘…’. Mevrouw Van Dijk: Hij staat er weer in bij de totale lastendruk, de rioolheffing huurders die wordt namelijk niet opgelegd, de rioolheffing wordt alleen bij de eigenaar opgelegd. En nou, dat is even mijn bijdrage voor de rekening deze keer. Dank u wel. De voorzitter: Om te voorkomen dat we volgend jaar weer deze vraag krijgen, mevrouw Kennis. Mevrouw Van Dijk: Maar niet van mij. Wethouder Kennis: Ja, nee, precies.
Nou, het antwoord op de eerste vraag heb ik in dat vooroverleg wat wij gehad hebben met de financiële specialisten van de fracties al gezegd dat wij dit inderdaad het praktisch vonden, maar dat u op zich gelijk heeft dat wij het eigenlijk gewoon regulier via een voorstel hadden moeten doen. En ik heb u beloofd dat we het niet meer nog een keer gaan doen, dus ik wil dat hierbij herhalen. Wij gaan dat niet nog een keer doen. De voorzitter: ‘…’ gerustgesteld. Wethouder Kennis: En wat betreft die rioolheffing, ik kan u verzekeren dat hij niet in de begroting staat want ik hem er persoonlijk met de heer Van der Zwaag samen uitgehaald, maar ik denk dat hij hierin staat omdat hij in de begroting stond en het een-op-een wordt overgepakt. Want dat wat in de jaarrekening staat, is namelijk wat in de begroting staat, en als je daar gaat wisselen, dat is hetzelfde wat we vaak als verwarring hebben bij dat er staat van we hebben dat of dat als doel, dan zeggen ze: ja, maar dat is allang afgehandeld. Ik zeg ja, maar dat staat gewoon in die begroting en dat wordt vier jaar lang meegenomen, en dat is hetzelfde met zo’n kadernota die we straks gaan behandelen, dan denk je ook van ja, maar waar komt dit vandaan. Nou, dat is gebruikelijk dat je vier jaar lang meeneemt waar je mee begonnen bent, en dat is in dit geval is de begroting 2020 heeft hij in gestaan, toen heeft u het gezegd.
We hebben hem er toen uitgehaald, maar we hebben hem in de jaarrekening 2020 staan omdat hij er nou eenmaal instond. Dus we weten, we zijn erop, we weten het maar we kunnen niet anders dan hem hier laten staan want anders klopt onze boekhouding niet meer. Mevrouw Van Dijk: Oké. De voorzitter: Goed, mevrouw Van Dijk, u kunt weer rustig slapen vanavond. Mevrouw Van Dijk: Ja, gelukkig wel. De voorzitter: Gelukkig wel, hartstikke goed.
Wethouder Kennis: Ja, ik denk als u er de volgende jaren niet meer bij zit dan zullen we vragen aan de financiële ambtenaren of ze u nog alsnog even een berichtje willen doen toekomen. Mevrouw Van Dijk: Ja, is goed. ‘…’. De voorzitter: Mooi, volgens mij heb ik alle aanwezige fracties voor de eerste ronde nu gehad. Voor de tweede ronde zou ik beginnen met de kleinste partij, dat zou betekenen dat ik weer bij mevrouw Van Dijk uitkom maar die heeft volgens mij net aangegeven dat het zo voldoende is. Of heeft u nog een nabrander? Mevrouw Van Dijk: Nee, dank u wel, dank u wel. De voorzitter: Nee, oké. Volgens mij was de heer Meijer ook ontzettend positief en wil hij het ook daarbij laten. Nou, mevrouw Lanphen, heeft u nog een vraag voor de tweede ronde? Mevrouw Lanphen: Ik zal me aansluiten bij het heuglijk feit dat we dat niet hebben. De voorzitter: Ik ga dit even zwart op witten, moment. Goed. Even kijken, mijnheer Kemperman, u heeft ook uw hand al opgestoken, natuurlijk kom ik ook bij u terecht. U heeft een vraag nog. De heer Kemperman: Dank u wel. Nou, ik was bang dat u zou zeggen: nou, ze hebben geen vragen dus we gaan verder. De voorzitter: Nee, natuurlijk niet. De heer Kemperman: En ik wil toch even reageren op het statement van de heer Wiegel over de starterslening. De starterslening is inderdaad in het leven geroepen om starters aan een huis te helpen.
De huizenprijzen lopen op dit moment gigantisch uit de klauwen zodat je met een starterslening niet zo veel meer kunt, en ik zou het erg op prijs stellen, en misschien kan de wethouder zeggen of ze daar kans toe ziet, om in de komende maand de starterslening zodanig te actualiseren dat die weer voldoet aan het punt waarvoor die is ingericht. Afschaffen van de starterslening is wat ons betreft geen optie. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. Wethouder Kennis, wilt u daarop reageren nog? Wethouder Kennis: Nou ja, het is echt een inhoudelijke vraag en heeft op zich niks te maken natuurlijk nu met de jaarrekening, je zou hem kunnen hebben bedenken onder de kadernota of straks in de begroting, dat lijkt mij het meest logische moment, dus ik zal dit via de portefeuille, inhoudelijk portefeuillehouder mevrouw Klingenberg en zelf met financiën kijken hoe dat zich precies ontwikkelt en wat we dan precies zouden moeten kunnen doen, op wat voor termijn dat is en wat de mogelijkheden zijn. Ik kan daar zo ad hoc geen antwoord op geven, maar we kunnen er even naar gaan kijken. De voorzitter: We bewaren hem even. Goed. Wethouder Kennis: Ja. De voorzitter: De heer Wiegel, wilt u nog reageren? De heer Wiegel: Ja, allereerst dank voor mijn voornaamgenoot dat hij wilde reageren. Nou komt dit nou nog aan bod, dus misschien dat hij er ook nog wel even op wil reageren.
Een starterslening moet doel treffen, en
als je constateert dat de huizenprijzen gewoon behoorlijk gestegen zijn dan moet je als politiek, en dat hoeft niet nu uitgesproken want ik begrijp ook wel dat u wellicht of binnen coalitieverband het wil bespreken met de heer Pel dan wel met uw achterban binnen eigen politieke partijen wil bespreken, dat laat ik graag aan u, maar vanuit de VVD geredeneerd is als je een starterslening hebt, dan moet er ook gebruik van gemaakt kunnen worden. En als je constateert dat de 325.000 euro, zie ik hier op onze website, als maximum wordt aangegeven, ja, dat is wel erg krap. Als ik kijk naar de overige voorwaarden, nou, die zijn echt bedoeld voor onze Blaricummers, dus daar zouden we best eens iets meer voor kunnen doen, dat zal ons idee zou. Terwijl het ons denk ik niet meer echt geld gaat kosten. Maar nogmaals, ik wil niet mensen voor het blok zetten. Het is er eentje, we komen, wat is het, 6 juli bij elkaar. De voorzitter: Daarom, ja. De heer Wiegel: Dus we kunnen het misschien nog leuk wat gedachten over wisselen. En ik wil alleen even toetsen bij mevrouw Kennis of dat ze zegt nou, die weg moet je überhaupt niet opgaan want dat geeft enorm veel problemen, want dan heb ik dat liever van tevoren al wat afgekaderd. Maar als dat niet het geval is en mevrouw Kennis zegt het is een politieke keuze, nou, dan is het aan ons als raad om daarover te beslissen. De voorzitter: Prima.
Nou, ik zie mevrouw Kennis dat inderdaad beamen dus daar gaan we het later over hebben, prima. Dank u wel. Wethouder Kennis: Ik geloof dat, mevrouw Van Dijk steekt haar handje op dus ik denk dat zij nog even terug wil komen op die starterslening. De voorzitter: Mevrouw Van Dijk. En daarna de heer Pel. Mevrouw Van Dijk: Ja, dank u wel. Excuses aan de heer Wiegel, ik was er even aan voorbijgegaan maar dat kwam waarschijnlijk door de huurdersrioolheffing. Dat ik die weer tegenkwam. Uiteraard hoef ik niet te wachten tot het coalitieoverleg en ik steun van harte uw initiatief om daar inderdaad de inzet voor de starterslening te verhogen. Dat wil ik nog even nageven, dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Pel, aan u het woord. Heeft u nog een tweede ronde of wilt u ... De heer Pel: Dank u wel voorzitter, nee, geen tweede ronde maar ik wilde eventjes op dit item terugkomen. De voorzitter: Ja. De heer Pel: Want ik heb het ook zo begrepen en ja, mij wordt een bepaalde positie toegedicht die ik volgens mij helemaal niet heb, maar ik wil er toch wel even op reageren. Ik denk dat iedereen eropuit is om de starterslening effectief te maken, en dat betekent dat we zorgen dat mensen daar goed gebruik van kunnen maken.
En als die 325 of 350 op de een of andere wijze voor ons dorp geïndexeerd kan worden op een zodanige wijze dat die ook weer binnen bereik kan komen voor jongeren, ja, waarom zouden we dat dan niet doen, ik bedoel, dat lijkt mij een goede zaak. Ik zie de voorstellen en ik wilde graag meewerken aan de voorstellen om dat mogelijk te maken, en dat wil ik even meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Prima, dank u wel. Als er verder geen vragen zijn voor de tweede ronde wil ik … De heer Pel: Ik ...
De voorzitter: Ja, oké. De heer Pel: Ik heb die wel, sorry, maar ik wilde deze. Ik heb een hele korte vraag. De voorzitter: Dat kan, ja. De heer Pel: Ja, hele korte vraag en dat gaat over de buurtbus die wij samen met Laren hebben. Tenminste, die wij samen met Laren zouden willen optuigen. En er staat wederom in het voornemen van de buurtbus ouderen, daar is weer post vrijgekomen van 95.400 euro. Aan dit voornemen wordt geen gevolg gegeven, dus mijn vraag is ja, kunnen we hem dan schrappen of niet, want ik vind het leuk om allerlei goede voornemens in de plannen te houden maar als die niet uitvoerbaar zijn dan moeten we daar vanaf stappen en moeten we dat geld misschien ten goede van startersleningen laten komen, lijkt mij. En dat is een vraag, en het laatste wat ik nog even wil toevoegen en dat is meer een opmerking, waar ik persoonlijk heel erg blij mee ben is namelijk dat de dierenopvang van onze gemeente en ook van andere regiogemeentes een extra steuntje in de rug heeft gekregen om in de coronatijd toch goed doorheen te komen, en ik hoop maar dat het ook niet nodig is dat straks ook de coronahonden ook weer straks terugkomen naar de asiels, dat ze daar het geld voor nodig hebben. Maar dat wou ik nog even zeggen, dat ik daar mee ingenomen ben. Voor het dierenwelzijn een goede zaak. De voorzitter: Prima.
De heer Pel: En daar wou ik het even bij laten, dus alleen die vraag over die buurtbus nog even. De voorzitter: Nou, heel goed. Heel goed. Ja, we zouden inderdaad de opmerkingen bewaren voor volgende week maar ik denk dat dit inderdaad een hele mooie is en met name wat u net zei over de coronahonden, we zien genoeg op Facebook voorbijkomen, daar worden we niet vrolijk van, dus dat terzijde. De buurtbus, mevrouw Kennis, wilt u daar nog wel even op reageren? Wethouder Kennis: Ja, de buurtbus komt niet meer voor in de begroting maar daar geldt hetzelfde voor, de buurtbus stond in de begroting 2020 en dan moet hij ook verwerkt worden in de jaarrekening 2020. Maar in 2021 staat de buurtbus niet meer in de begroting en in de begroting straks voor 2022 staat die ook niet meer. Want wij, dat voornemen om dat te gaan doen is met alle OV die we nu hebben aan HOV en aan de andere lijnen die rijden en de mogelijkheden met vervoer via de regio is besloten dat zowel Laren als Blaricum daar niet mee doorgingen. Dus die is verdwenen, maar ja, hij stond er dus ja, dan moet je hem ook wegwerken, dat is niet anders. Dat is hetzelfde verhaal als die … De heer Pel: Oké. Wij zijn nu ‘…’, van mij mag die erin staan maar dan moeten we het ook kunnen uitvoeren denk ik, dan is niet ‘…’, gebleken niet zo te zijn, dus vandaar.
Wethouder Kennis: Nee, maar we hebben hem zelfs gesplitst want we hadden twee posten onder elkaar en die kregen dan een rood bolletje vanwege de buurtbus en toen hebben we het gesplitst zodat het bovenste bolletje wel groen kon worden en het onderste bolletje rood, juist om duidelijk te maken dat het echt alleen om die buurtbus ging die we niet meer gingen doen en die we dus ook niet gedaan hebben. En dat geld is vrijgekomen. En met die dierenwelzijn ben ik blij dat u dat zegt want dat was ook wat ik vond, en als portefeuillehouder dierenwelzijn ben ik een van de initiatiefnemers geweest om ervoor te zorgen dat deze dierenasiels en dierenopvang van de eekhoorntjes en de egeltjes enzovoorts allemaal extra financiën hebben gekregen, dus blij dat u dat ook fijn vindt.
De voorzitter: Mooi, goed nieuws. Mevrouw Lanphen, ik had net opgeschreven zwart op wit dat u geen reacties meer had, maar ik zie dat u zich heeft bedacht. Mevrouw Lanphen: Ik wil graag reageren op de heer Pel die aangaf een suggestie om de buurtbusmiddelen dan in te gaan zetten voor startersleningen. Ik denk dat we een hele goede reserve volkshuisvesting hebben en dat het veel normaler zou zijn om die dan te gebruiken dan de buurtbus, want dat heeft dan meer met mobiliteit te maken of sociaal domein dan met de huisvesting. Dus daar wilde ik even op corrigeren en ik denk dat we als we de starterslening ophogen, dat we ons echt moeten buigen over niet alleen maar de relatie met de waarde van het huis maar ook de relatie met het besteedbaar inkomen of het hypotheekbaar inkomen. Want anders zou de verkeerde groep het gaan gebruiken. Wethouder Kennis: Dat is juist wat u zegt, daar vandaar dat ik net ook zei we moeten wel ook in de gaten houden, maar dat moet bekeken worden en daar heb ik niet genoeg inzage voor, dat het wel bestemd is voor een bepaalde doelgroep en daar moet het natuurlijk voor bestemd blijven, het moet niet zo zijn dat je met een topinkomen een starterslening gaat krijgen om een heel duur huis te kunnen kopen. Maar dat is niet het geval als het huis iets duurder wordt dan 325. Mevrouw Lanphen: Ja.
Wethouder Kennis: Wat dat betreft denk ik dat het voorstel van de heer Wiegel zeer goed uitvoerbaar zou zijn, en dat we daar, naar wat ik al zei, naar gaan kijken. En ik denk dat de opmerking van mijnheer Pel om de buurtbus naar de starterslening te doen niet serieus bedoeld was, of wel, mijnheer Pel? De heer Pel: Nee, dat was meer symbolisch of beeldend om het een, van het een naar het ander. Maar mevrouw Lanphen heeft helemaal gelijk dat als je dat zou willen financieren dat het uit een ander potje moet, en dat … Wethouder Kennis: Uiteraard. De heer Pel: Reserve volkshuisvesting daar ruim voor voldoende is. Wethouder Kennis: Daar hebben we nog voorlopig heel wat startersleningen in zitten. Ja, dat klopt. De voorzitter: Prima, goed. We lopen prima op tijd. 2.BV Kadernota 2022 gemeente Blaricum. De voorzitter: Ik wil heel graag verder naar het volgende agendapunt als u het allemaal goed vindt. Dat betreft de kadernota 2022 Blaricum, dit geeft uitgangspunten voor het proces om te komen tot het opstellen van de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023 tot 25, gemeente Blaricum. De kadernota geeft richtlijnen aan voor het opstellen van de begroting. Even kijken, we hebben de ambtelijke ondersteuning, dat is de heer Theo de Haar, welkom. Voor dit onderwerp staan maar liefst 60 minuten, en dat lijkt veel maar we weten uit ervaring dat dat zo weer voorbij is.
Ook voor dit punt graag uw vragen kort en bondig, en ik begin weer op grootte van de fractie in de eerste ronde en ik geef het woord aan de heer Pel van Hart voor Blaricum. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Ja, de kadernota die is natuurlijk weer even overhoopgegooid met een raadsinformatiebrief waarin ook de ontwikkelingen van de circulaire, de meicirculaire in ‘…’ stonden, nou, die heb ik helemaal nageplozen en ik zag dat daar nog wat optelmanco’s inzaten en die zijn gelukkig hersteld
vanmorgen, dus daar hebben we dan in ieder geval een uitzicht maar het blijft natuurlijk een beetje een tombola van die circulaires. In ons geval pakt die dan weer goed uit, dat is tenminste in ieder geval beter uit dan die al was. Dus dat is mooi meegenomen. Maar ik heb eigenlijk een paar andere vragen die meer te maken hebben met inhoudelijkheid van de kadernota zelf. Waar we naar kijken zijn, ik heb een tweetal vragen die gaat over integraal beheer, en dat is namelijk een overschrijding van datgene wat wij bedacht hadden zoals wij het contract met de aannemer hebben voor de opdracht van het groen in ons dorp. In onze dorpsdelen, beter gezegd. En daar is uit gebleken dat niet alleen areaaluitbreidingen om het zo, onder dat kopje staat die wel, maar het is niet helemaal de waarheid want er is ook een omissie ten aanzien van de hoeveelheid grond, zeg maar vierkante meters die onderhouden moeten worden. Ja, het zijn mijn eigen woorden, het zal vast wel anders zijn, het staat er ook iets anders verwoord maar zo is het wel. En ik vroeg mij dus af, als wij dus niet weten over, omdat wij onze spullen niet op orde waren om dat goed te becijferen, hoe dan dat bedrag wat nu uit de hoed komt dan is vastgesteld.
Dus is dat nou een raming van de uitvoerder die dat bepaald heeft, of komen wij daar zelf nog een keer mee op de proppen wat het zou moeten zijn? Ja, datzelfde geldt ook een beetje voor de ‘…’ bladcampagne, het zijn wel dingen die namelijk ook structureel in onze begroting gaan hangen, dat is 103.000 euro voor dat integraal beheer en dat is 25.000 euro voor die bladcampagne. En bladcampagne, dat is geen, voor de luisteraars, dat zijn niet reclamebladen maar dat zijn de bladen van de bomen die opgeruimd moeten worden. Nou staat erin dat we in die periode van die bladval, dat is natuurlijk in de herfst, dat snapt iedereen wel, dat we dat niet kunnen vragen of verlangen dat een bepaald kwaliteitsniveau gehandhaafd wordt. Dus voor ons dient dan wel, misschien is dat een beetje politiek maar ik geef het wel even mee, toch wel de vraag dient zich aan straks bij begrotingen in hoeverre wij die kwaliteitsniveaus ook op datzelfde niveau, dat hoge niveau wat we afgesproken hebben, kunnen en willen handhaven. Dat is mijn vraag, dus hoe zit dat nou met die uitbreidingen, dat vind ik wel een dingetje. En een tweede vraag die ik voor de eerste termijn heb, dat gaat over de taakmutaties. In het geld wat wij krijgen van het gemeentefonds zit een deel, een aanzienlijk deel, zit ook voor nieuwe taken die de gemeente dient uit te voeren.
Dan staan er een al een aantal genoemd, maar er staat er ook eentje niet genoemd waar wij het recentelijk over gehad hebben, dat is namelijk de inburgering van statushouders. Dat is een nieuwe taak die op ons afkomt en die ben ik dus bij die taakmutaties niet tegengekomen. Mijn vraag is dan: waar zit het dan wel, is het wel meegenomen, komt het nog, zit het in het bedrag, want anders gaan we ons een beetje rijk rekenen met die extra’s, dus ik had verwacht dat het bij die taakmutaties zou zitten, dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Wethouder Kennis. Wethouder Kennis: Ja, integraal beheer. De voorzitter: Ja. Wethouder Kennis: Nou, er is een aanbesteding gedaan waarin een bepaalde hoeveelheid grondoppervlakte, plantsoenen en dergelijke, maaigras, onderhouden plantsoenen, bosplantsoenen, ‘…’ allemaal onderverdeeld is in de aanbesteding gegaan, daar is op ingeschreven, dat heeft SIGHT heeft dat gewonnen, wij hebben die aanbesteding dus ook aan SIGHT gegeven, of die opdracht. Vervolgens in de praktijk kwam SIGHT erachter dat ze meer aan het doen waren dan dat waarvoor ze waren aangenomen, en vervolgens is dat bekeken en beoordeeld en is iedereen gaan lopen en bleek dat inderdaad via de geografische kaart die wij daar dan voor hebben een aantal delen gewoon niet waren meegenomen in de aanbesteding.
Ja, dat is, ja, ik zal bijna zeggen stom, dat is niet helemaal het woord wat je mag gebruiken maar dat was het wel een beetje en dat moet hersteld worden. Dus SIGHT heeft gewoon recht op, heeft dit jaar ‘…’ toch zo verlaten en hier en daar denk ik iets minder veel geïnvesteerd dan normaal gesproken, en die heeft gezegd van ja, als ik volgend jaar dat
allemaal erbij moet doen moet het bedrag gewoon verhoogd worden. En het is natuurlijk aan de raad om te beslissen of we dat willen doen en als de raad zegt van ja, maar wij gaan er echt niet nog meer uit ‘…’ geven aan groenonderhoud, dan zal het niveau op een aantal plaatsen moeten worden bijgesteld, want het hele perceel moet wel, alle percelen moeten wel worden gemaaid of onderhouden. En voor het niveau wat we nu hebben afgestemd komen ze dit bedrag gewoon nog tekort. Dus of het is bijbetalen en hetzelfde niveau houden en alles laten doen, andere ‘…’ is van nou, we gaan dat niet bijplussen, dan zal het niveau naar beneden moeten, dan zullen een aantal plantsoenen van ‘…’ onderhoudende plantsoen naar bosplantsoen gaan, bosplantsoen is twee keer per jaar onderhoud en een gewoon plantsoen vier keer per jaar of vijf keer per jaar, nou, daar zit zo’n heel verhaal achter. Dus ja, dit bedrag is als u wil houden wat u nu heeft zult u het moeten bijplussen in de kadernota ‘…’. De heer Pel: Ja, maar ik begrijp nog even, voor mijn begrip, dat SIGHT ook het contract heeft voor Laren en voor Eemnes. En ik begrijp dat die omissie van het niet precies weten wat er onderhouden moet worden ook op die plek is opgetreden, dus als ik het eventjes projecteer op die andere gemeentes komen die ook een ton tekort, is het 3 ton extra.
Wethouder Kennis: Die hebben iets minder, ik … De heer Pel: Nou ja, oké, maar even voor het voorbeeld. Wethouder Kennis: Maar die komen wel tekort, ja. Die komen wel tekort, klopt. Dat is puur gelegen aan ons eigen materiaal, ons eigen kaartmateriaal waarop we hebben aanbesteed. De heer Pel: Ja, ja. Nou, je kan ook ‘…’ zeggen, maar dat is maar een mening hoor, dat je zo’n aanbesteder ook zelf een rondje laat maken om te kijken wat hij zou moeten onderhouden en wat hij daarvoor moet bieden. Wethouder Kennis: Maar ik denk dat hij niet vierkante meters gaat opschrijven die hij doorheen loopt. Nou ja, ik ga er niet zo inhoudelijk op in want ik weet het, ben er niet bij geweest, maar dit is het verhaal. De heer Pel: Ja, nee. Maar goed, die afweging moeten we dus maken die ik net ‘…’. Wethouder Kennis: Ja, die moet u maken ja, precies. En wat betreft de bladcampagne, ja, wij hebben ieder jaar te kort gehad in de bladcampagne, want we doen altijd een bladcampagne en dan wordt alles wordt opgehaald en wij zeggen dan ook tegen bewoners van als u uw tuin bladvrij heeft gemaakt, werp het rustig in de berm want wij ruimen het op. En dat is iets waar de laatste jaren ook steeds over gesproken is binnen het college of dat nou wel zo verstandig is om dat te blijven doen, en of we niet juist moeten gaan zeggen: jongens, iedereen moet zijn eigen blad opruimen.
En daar gaan we nu proberen heel voorzichtig dat dus meer de mensen bewust te maken van het feit dat ze hun eigen blad op moeten ruimen en dat wij het niet voor hun opruimen. Maar om het niveau te houden dat je zegt als de bladeren gevallen zijn, zijn de bermen schoon, hebben wij die 25.000 euro, of wij, zij, die 25.000 euro extra nodig. En anders gaan we daar meer op overschrijden wat we al een aantal jaar gedaan hebben. Dus dat, ook dat is de keus van zegt u van nou ja, ik vind het niet erg als er hier en daar nog wat blad ligt, of … De heer Pel: Nou ja, het is zo dat wij ook het gras kniehoog laten groeien omdat het goed is voor de insecten, datzelfde geldt voor blad ook hè, wat op de grond ligt. Daar kunnen ’s winters ook heel veel beestjes en insecten in huizen en dat wordt ook weleens vergeten. Misschien is het een idee, maar ik geef het maar even mee.
Wethouder Kennis: Ja, dat, ja. De voorzitter: Goed. ‘…’ natuurlijk ook de veiligheid in acht houden hè, als je daar met je fiets overheen gaat dan kan het ook weleens misgaan met een hoop bladeren, dus … De heer Pel: We hadden het over de berm. De voorzitter: Ja, ja. ‘…’. De heer Pel: Je mag daar niet parkeren, dat weet je. De voorzitter: Ja. Wethouder Kennis: Maar we zijn, er wordt over nagedacht, dat kunnen we doen om iedere keer tegen de tijd dat blad gaat vallen ook mensen erop te gaan wijzen van ruim uw eigen blad op, leg het niet in de berm, dat is niet de bedoeling. Ja, dat is in het verleden is wel gezegd dat het mocht en dat is natuurlijk altijd heel lastig om mensen dan weer terug te draaien en ze nu te leren dat het niet meer de bedoeling is. Nee, maar we gaan ons best doen. De heer Pel: Ja, precies ja. De voorzitter: Dan hadden we nog een vraag over de inburgering, met betrekking tot de … Wethouder Kennis: Ja, die zou ik graag aan de heer Knoop door willen geven. Als hij daar tenminste ‘…’. De voorzitter: Wethouder Knoop. Wethouder Knoop: Mijnheer Pel, wat was de vraag precies ook weer? De heer Pel: Nou, de vraag was: in de taakmutaties van de Rijksoverheid waarmee ze dus ook het gemeentefonds op die manier hebben ge-earmarked, dat gaat dus over nieuwe taken die voor de gemeente in het verschiet liggen en waar dus ook geld bij past. Wethouder Knoop: Ja.
De heer Pel: En nu vroeg ik mij af, want ik ben in die taakmutaties voor 2022 denk ik dat het is, of 21 of 22, ben ik niet tegengekomen het werk wat wij hebben met zijn allen aan de inburgering van statushouders. Wethouder Knoop: Ja. De heer Pel: Dus zit dat er nou in of niet, want we hebben daar toen dit onderwerp aan de orde kwam hebben we het veelal gehad over het feit: gaan wij niet een soort sociaal domein-debacle tegemoet, dat wij te weinig geld krijgen voor dingen die wij moeten doen en dat is ons ‘…’ dat het niet zo is, maar ik zie hem nu nergens meer terugkomen, dus vandaar. Wethouder Knoop: Nou ja, goed dat u dat zegt want er is gezegd in de presentatie in zeg maar in de nota met de hoofdlijnen van het inburgeringsproces dat het door het Rijk betaald wordt. Maar ik krijg signalen dat waarschijnlijk die rijksgelden niet toereikend zouden kunnen zijn, dus ik heb morgenochtend op de agenda
staan met de portefeuillehouder sociaal domein dat we daar wel duidelijkheid over moeten hebben, en eigenlijk zou ik haast zeggen, is het niet acceptabel dat wij weer een taak krijgen die niet voldoende door het Rijk wordt bekostigd. Dus ik zal me ten eerste sterk maken dat hard wordt gemaakt dat er voldoende geld door het Rijk wordt geponeerd om dat inburgeringsproces, de kosten daarvan te dekken. En als dat onzeker is kom ik bij u terug, want dan moeten, en dat moet ik niet alleen bij ons doen maar dat ook in HBEL-verband, dat wij daar toch wel ernstig bezwaar tegen gaan maken want dan krijgen we weer een situatie zoals in het sociaal domein. De heer Pel: Nou, precies ‘…’, ja. Wethouder Knoop: Wij krijgen taken opgelegd waarvan wij straks moeten constateren dat wij daar zelf geld bij moeten doen. Dus u krijgt van mij te horen hoe ik ga varen, dat is er zijn ook een aantal uitgangspunten genoemd in die bespreking met de raad en een daarvan is dat het kostendekkend moet zijn. De heer Pel: Ja. Wethouder Knoop: Dus als dat niet zeker is, dan kom ik bij u terug en dan stel ik ook voor dat we ernstig bezwaar gaan maken dat dat wel kostendekkend moet zijn.
De voorzitter: Is er een kans dat u daarop tijdens de raadsvergadering al een antwoord op zou kunnen geven, of moeten we dat even tot na het reces ‘…’? Wethouder Knoop: Nou, ik kan u wel in de raad vertellen hoe de reactie zal zijn in het portefeuillehoudersoverleg van morgen, maar ik kan u niet garanderen dat ik al een uitspraak heb van het Rijk. De voorzitter: Nee. Nee, ‘…’. De heer Pel: Nee. Oké. Ja, ik zeg het wel even hier omdat zeg maar ook dat het in een van de VNG-bladen al stond, door een hoogleraar bestuurskunde uit Groningen die ook al ons waarschuwde in zijn algemeenheid voor het feit dat zeg maar die inburgering van die statushouders, hoe belangrijk en hoe nuttig en nodig ook, maar wel diezelfde effecten zou kunnen leveren waar wij voor vreesden, laat ik het zo maar even zeggen. Maar goed, dat ‘…’. Wethouder Knoop: Om dat nog even compleet te maken, er is dus door, er is gezegd dat er nog de nadere uitwerking van die inburgering komt in oktober, november. Maar als wij nu al signalen krijgen dat het wellicht niet kostendekkend zou zijn door het Rijk moeten we nu in beweging komen. Dus u krijg dat te horen in de raad hoe ‘…’ ben bij mijn collega’s, en die zullen ook wel zeggen: dat willen we niet, maar dan moeten we actie ondernemen ofwel via de VNG naar het Rijk. De heer Pel: Ja. De voorzitter: U zit er bovenop, wethouder Knoop. Prima.
Dat is voldoende zo, de heer Pel? Ik heb 60 minuten voor dit onderwerp, dat betekent in principe, we zitten nu met tien aanwezige fracties, dat we tien minuten hebben voor iedere fractie. We zitten nu in de eerste ronde dus als dit zo even voldoende is, mijnheer Pel, dan ga ik door naar de VVD, naar mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Ja, ik zal de 10 minuten niet volmaken.
De voorzitter: U heeft nog een tweede ronde, dan mag u er nog bij. De heer Wiegel: Ja. We hebben genoeg over de kadernota gesproken en nogmaals, in de gemeenteraad komen we er wel op terug wat we er echt van vinden. Ik had wel een vraag richting de voorzitter, maar dat gaat met namen over de verbonden partijen. Het lijkt wel afgezien van het Goois Natuur Reservaat dat er voortdurend, en misschien ook de ‘…’, een voortdurende neiging is dat er geld bij moet. En het is bijna een soort autonome neiging die ik zie, misschien overdrijf ik wat maar daar komt het wel een beetje op neer. Dat betekent, je gaat steeds meer als gemeente van het zelf doen word je een soort stuurachtige gemeente, en dan moet je daarmee proberen je, ja, de verbonden partijen onder controle te houden. Maar de vraag is of dat nou eigenlijk echt succesvol is. We hoeven niet allerlei voorbeelden aan te halen maar er zijn er legio waarvan ik denk: daar word je gewoon achteraf geconfronteerd met een verhoging, en ik ben even benieuwd naar hoe mevrouw Kennis aankijkt tegen dat fenomeen, temeer ook omdat een groot deel van onze begroting in feite wordt aanbesteed door dit soort kosten waar we in directe zin niet echt iets mee kunnen doen. Dus dat is iets waar ik een beetje de visie van de wethouder op zou willen horen. En daar houd ik het bij, daar haal ik de 10 minuten ook ‘…’. De voorzitter: Dank u wel.
Wethouder Kennis. Wethouder Kennis: Ja, nou ja, zo … Ja, wat de heer Wiegel zegt is juist, een van de punten ‘…’ ook bij de kadernota zien ieder jaar terugkomen zijn de verhogingen van de verbonden partijen, maar dat zijn over het algemeen verhogingen die waar de verbonden partijen ook zelf niks aan kunnen doen, dat zijn cao’s waar zij aan gehoor aan moeten geven, dat zijn pensioenverhogingen, dat zijn … Het zijn allemaal reguliere verhogingen die ook daar doorgevoerd moeten worden. Dus het is niet zo dat de verbonden partijen denken van nou, we gaan wat meer winst maken hier of wat meer iets leuks doen of zo, het zijn … Je hebt de kosten die zij gewoon ook moeten maken, en die zij daarom ook moeten doorberekenen. Dus ik ben het met u eens dat het heel vervelend is dat wij … Of nou ja, niet heel veel, maar dat het gewoon heel, ja, wat je iedere keer zegt van nou, moet er weer zo veel bij, maar dat zijn geen bedragen waar zij iets anders mee doen dan hun reguliere uitgaven die ze moeten doen. De heer Wiegel: Maar kan ze wel even ‘…’, voorzitter, verlengde daarvan, dat je de meerjarenraming 22-23-24 daar een verhoging in door ziet komen, en die zie ik niet echt. Ik zie zelfs bij GAD dat we na verloop van tijd denken dat het minder wordt.
Terwijl je zou zeggen dan, als je zegt van inflatie, als je zegt van cao, als je zegt van pensioen, dat kan ik alleszins volgen, dan zou je verwachten dat in de meerjarenraming daar ook al een voorschot op genomen wordt. Dus dat doet me bijna denken aan het feit, en ben ik ook geïnteresseerd in wat de voorzitter daarvan vindt, of wat, sorry, wat de wethouder daarvan vindt, is die meerjarenraming eigenlijk gewoon een soort technische, ja, Excel-achtige benadering geweest of wordt er echt gekeken naar de meerjarenraming en worden dit soort kosten ook meebegroot? Dat is mijn tweede vraag, en gelijk mijn laatste hoor, voorzitter. Wethouder Kennis: In principe is natuurlijk van heel veel dingen pas één jaar in de toekomst bekend, andere jaren, ja, weet je niet hoe de ontwikkelingen zich gaan voordoen. Dat geldt natuurlijk voor heel veel zaken in financiënland. Waarom het niet zo is dat wij daar automatisch op anticiperen in de volgende jaren, misschien dat daar mijnheer De Haar als ondersteuning misschien nog iets zinnigs op kan aanvullen. De voorzitter: Mijnheer De Haar. U mag het woord.
De heer De Haar: Het is in principe zo dat door de GR-en worden allemaal zelf begrotingen aangeleverd, die worden ook geaccordeerd en door de raad vastgesteld et cetera. Dus bij een heleboel GR-en ziet u dat het eerste jaar accuraat meebegroot wordt, en daarna is het gewoon een afslag van het eerste jaar. De GAD bijvoorbeeld is een andere, maar dat komt omdat daar bijvoorbeeld heel veel kapitaallasten in zitten, en als er op een gegeven moment investeringen gaan vrijvallen die niet meer in de kapitaallasten zitten dan gaan de kosten zakken en die kunnen ze wel en die zullen ze daar ook gewoon netjes opnemen. Bij een heleboel andere GR-en is er bijna geen toekomstbeeld te maken, tenminste wij krijgen ze niet, dus daar is altijd eigenlijk het eerstkomende jaar gewoon doorgezet de komende drie jaren daarna, en het is niet anders, we krijgen geen extra informatie van die mensen dus we kunnen niet anders dan hun cijfers overnemen. Wethouder Kennis: Ja, en wij hebben inderdaad aan de GR-en natuurlijk, met name ook aan de regio gevraagd om een bezuiniging, nou, u heeft dat als het goed is ook gevolgd, dat er door de portefeuillehouders financiën gevraagd is om die 3 procent te bezuinigen.