CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Rondetafelgesprek 27 juni 2023, gemeente blaricumBij agendapunt: AGENDA - De hieronder genoemde tijden achter de onderwerpen zijn indicatief. In werkelijkheid kan hiervan worden afgeweken voor wat betreft de aanvangstijd en duur.17.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RONDETAFELGESPREK VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 27 juni 2023

Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal. Ik wou de vergadering openen van 27 juni 2023, de RTG. Hartelijk welkom allemaal, allemaal in de zaal, raadsleden, mensen thuis die allemaal weer aangesloten zijn. Fijn dat u er bent. Ik wou eventjes een rondje aangeven hoe wij hier zitten met elkaar. Aan de rechterkant van mij zit de heer Uitendaal van D66. Dan mevrouw Claushuis van het CDA. Dan mijnheer Oyens van de VVD. Dan onze burgemeester, mevrouw De Reijke. En dan heb ik hiernaast zitten twee mensen van de BEL Combinatie, de heer Van Velen en de heer Van Eijsden. Die komen. Mevrouw Kennis die naast mij zit, onze wethouder Financiën komt die assisteren. Mijn naam is Christien Dobber. Naast mij zit onze griffier, mevrouw De Jong. Dan de heer Pel van het Hart van Blaricum. Mevrouw Boersen van De Blaricumse Partij. En mevrouw Kukupessy, Partij van de Arbeid/GroenLinks. Dan heb ik denk ik iedereen even aan u voorgesteld, zodat we even duidelijk ook thuis weten wie hier allemaal aanwezig zijn. Iedereen graag hun telefoon uit, want dat stoort vreselijk, dat er niet allerlei piepen en filmpjes en geluiden tevoorschijn gaan komen hier vanavond. 1.

Rondvraag / mededelingen De voorzitter: We hebben vanavond een financiële avond. Dat betekent dat we met elkaar de jaarstukken 2022 van de gemeente Blaricum gaan bespreken en vervolgens de kadernota 2024. Maar daarvoor geef ik graag nog even het woord aan onze burgemeester, mevrouw De Reijke die twee vragen c.q. mededelingen heeft aan de raad. Zij zal dit met ons delen en naar aanleiding daarvan is het mogelijk om een vraag te stellen, maar het is niet de bedoeling dat we hier discussies gaan voeren, dus een dringende vraag is mogelijk en anders het vriendelijk verzoek om dat schriftelijk te doen als u echt iets wilt weten van haar over de onderwerpen die ze nu bespreekbaar gaat maken. Ik geef het woord aan mevrouw De Reijke, gaat uw gang. Burgemeester De Reijke: Dank u wel. Ook leuk om het eens van deze kant mee te maken. Dat heb ik nog niet eerder gedaan, dus dan, ik denk dat ik het wel kan, zeggen we dan. Nee, ik wilde u graag even meenemen als raad in de voorbereidingen op de kermis en daarover zal ook een RIB, een raadsinformatiebericht volgen, maar ik wilde dat toch graag even in de openbaarheid met u delen. Ter voorbereiding van de kermis hebben we met alle partijen om tafel gezeten. En dan bedoel ik ook de horeca, de Oranjevereniging, de hulpdiensten.

En dat hebben we ook in een vroegtijdig stadium gedaan om te zorgen dat we goed voorbereid zijn, ook op de komende kermis. Er is daarnaast is er een evaluatie geweest van de kermis van 2022 door een externe partij. Die heeft ook aanbevelingen gedaan. Daar hebben we ook naar gekeken en hebben we ook gezorgd om te kijken van hoe kunnen we dat nou meenemen? Een van de zaken die daarin naar voren kwam was ook het belang van het spreiden van de drukte en in dat kader hebben we aangegeven dat de horeca dan ook op zaterdag, vanaf zaterdag ook buitenbarren kan gaan plaatsen, juist vanwege die spreiding dat dat dus beter zou zijn. Dat was vorig jaar niet en daar zag je dat er binnen gewoon te veel drukte kwam en ook buiten te veel drukte was, die niet goed gemanaged kon worden. Toen moest er op het laatste moment besloten worden om toch nog buitenbarren te plaatsen. Vandaar dat we dat nu op een andere manier hebben gedaan. Dan is uiteindelijk zijn we dus ook vroegtijdig in gesprek geweest over de vergunningen. Die vergunningen die worden nu as we speak worden die nu opgesteld door de horeca en die worden vroegtijdig dan ook ingediend, zodat we die dan ook vervolgens nog kunnen gaan beoordelen. Wat ook een van de uitgangspunten is, en dat is eigenlijk sowieso zo, de politie is niet verantwoordelijk voor evenementenbeveiliging en dat hebben we ook

duidelijk neergezet, dus we hebben ook gezegd de horeca is gezamenlijk verantwoordelijk voor de beveiliging op straat, dus niet alleen binnen, voor hen binnen, maar dat ze ook de beveiliging op straat moeten regelen. Uiteraard zetten we natuurlijk een combinatie in voor de beveiliging, voor de veiligheid en dat is dus de beveiliging op straat, dat is de boa's en dat zullen ook de politie zijn, die zal natuurlijk wel aanwezig zijn. En zeker in geval van calamiteiten staan ze ook stand by in voldoende mate om dat op te gaan pakken. Verder wil ik graag aangeven dat ik bezig ben met het bekijken of ik van de bevoegdheid gebruik kan gaan maken om cameratoezicht in te gaan zetten. En daarnaast hebben we ook gezegd wij … zijn we ook de voorbereidingen aan het treffen dat als er overlast veroorzaakt wordt, dat we die mensen die dus daadwerkelijk overlast en opruiend of agressief gedrag vertonen, dat we die snel ook van een gebiedsverbod kunnen opleggen. Dus ook van die bevoegdheid ben ik van plan om gebruik te gaan maken. Dat gezegd hebbende hopen we natuurlijk gewoon dat het een hele mooie en leuke en gezellige kermis wordt. En daar gaan we dan ook voor en daar kijk ik dan ook zeker naar uit. Maar ik wilde in ieder geval dit alvast meedelen dat we dus met de voorbereidingen hard bezig zijn. Tot zover. De voorzitter: Tot zover.

Er was nog iets, alleen … Burgemeester De Reijke: Ja misschien dit eerst, dit onderwerp … De voorzitter: Ja, eerst ‘…’ afronden. Burgemeester De Reijke: als daar vragen over zijn. De voorzitter: Ik wil even weten of er een prangende vraag is. Ja, mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, de cameratoezicht mogelijk met een gebiedsverbod. Is dat dan direct of … De voorzitter: Even de microfoon aanzetten graag. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. ‘…’ (buiten de microfoon) De voorzitter: ‘…’ uit. (buiten de microfoon) Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, u noemt cameratoezicht, dat het een mogelijkheid is en dan een gebiedsverbod instellen, maar is dat dan één op één, is dat direct mogelijk op het moment dat het geconstateerd wordt dat er een gebiedsverbod wordt ingesteld? Want anders heeft het natuurlijk weinig zin. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Reijke. Burgemeester De Reijke: Ik hoor eigenlijk een beetje twee vragen. Eén, het cameratoezicht. Het cameratoezicht gaan we dus meteen al inzetten. Dus dat, tenminste, dat moet nog door ook de officier van justitie moet daarvoor toestemming geven, dus dat is nog wel een procedure. Dat willen we zoals we dat er nu naar uitzien gaan we dus onderzoeken of dat dus direct vanaf het begin kunnen inzetten voor de gehele periode. Gebiedsverbod staat daar eigenlijk los van.

Het gebiedsverbod kan dus op het moment dat er geconstateerd wordt, kan er op dat moment dan een gebiedsverbod afgegeven worden en dat geldt dan natuurlijk ook voor de dagen erna, dus dat betekent dus dat je als je snel dit constateert, kan je dat op dat moment doen. Ook worden natuurlijk social media wordt ook in de gaten gehouden of er bijvoorbeeld opruiende groepen zijn, dan zou je die ook van tevoren een gebiedsverbod kunnen uitvaardigen daarvoor. Dus dat wordt ook nauwlettend in de gaten gehouden.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oyens. De heer Oyens: Ja. Ik heb toch één vraag nog, die grijpt hier direct ook op in. Er zijn nogal wat demonstraties aangekondigd de komende tijd en dat kan betekenen dat er ook politiemacht wordt onttrokken uit deze regio om daarbij te helpen. Wat is dan het gevolg voor de kermis? Wat kunnen we dan niet meer of moeten we dan op een andere manier gaan ingrijpen? Dat is één. De tweede … De voorzitter: Eén vraag graag. De heer Oyens: De tweede vraag … De voorzitter: Dat grijpt erop in? De heer Oyens: Die heeft direct daar ook betrekking op, want hoe wil je dan dat gebiedsverbod gaan handhaven als de politie elders wordt ingezet? De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mevrouw De Reijke. Burgemeester De Reijke: Ja we hebben vroegtijdig ook in de regio afgestemd dat wij dus verwachten dat dit een evenement is met een risicoprofiel waarbij er mogelijk politie-inzet nodig zal zijn. Dus ook regionaal hebben we dat afgestemd dat mocht het nodig zijn dat er dus inderdaad gewoon voldoende politie ook aanwezig kan zijn. Dus ja dat is inderdaad over de politie-inzet, dus ook de demonstraties in die periode verwachten we dat dat minder zal zijn, omdat het ook vakantie zal zijn.

En ook wij kijken natuurlijk ook als regio dan dat je niet een aantal evenementen die risicovol zijn dat je die tegelijkertijd plant, zodat we daar niet verwachten dat het een probleem zal zijn. Als het nodig is, dan staat de politiek er. Dus dat is ten aanzien van de politie-inzet. Dan het gebiedsverbod handhaven. Ja dat is dus, dat is afhankelijk … Ja ik moet zeggen ik heb dat eerlijk gezegd ook nog niet direct meegemaakt van op welke wijze je dat echt in gaat zitten en of de politie dat doet of dat je ook de boa's daarvoor in kan zetten en of dat ook bijvoorbeeld al preventief op een bepaalde manier ingezet gaat worden. Maar je kan in ieder geval die gebiedsverboden afgeven. En op het moment dat iemand, ja er moet natuurlijk wel op meldingen moet daarop gehandhaafd worden, dus op moment dat daar dus daadwerkelijk een melding is dat iemand zich begeeft met een gebiedsverbod in dat gebied, dan moet ook de politie ingezet worden. De voorzitter: Oké, dank. Ga ik naar de andere kant, de heer Pel. De heer Pel: Ja. In het verleden was het zo, de laatste keer en althans, wat ik meegemaakt heb, dat de horeca ook verantwoordelijk was voor de beveiliging van hun gebied en dat ze daar ook bewakers en surveillanten ingezet hebben. En zodanig, niet alleen zeg maar hun eigen etablissement, maar in een straal daaromheen werd dat verzorgd.

Nou hebben we een beperkt aantal gelegenheden die dat doen. Ik ga ervan uit dat ze dit jaar dat weer gaan doen en zorgen. Maar we zijn in het afgelopen jaar ook geconfronteerd met nogal wat handel in drugs en dranken en andere zaken, die net buiten die gebieden natuurlijk plaatsvinden, want natuurlijk slimme jongens die dat allemaal bedenken. Die zorgen dat ze dan daar niet gesnapt worden. Is het dan wel de taak van politie of boa's om daarop te letten? Wordt dat meegenomen, die handel in drugs en drank en andere zaken? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Reijke.

Burgemeester De Reijke: Ja dank u. De voorzitter: Mijnheer Pel, ja even de microfoon uit. Burgemeester De Reijke: Dank u wel. Zoals ik het heb begrepen, zoals ook in de evaluatie staat, was er in het verleden was er wel beveiliging, maar dat was niet altijd de verantwoordelijkheid van de horecaexploitanten. Die waren veel meer echt in een klein gebied. We hebben nu echt gezegd jullie zullen in een breder gebied verantwoordelijk zijn voor de beveiliging, dus dat is nu echt uitgebreid ten opzichte van voorgaande jaren. En dat beantwoordt eigenlijk ook uw tweede vraag, dus dat zal inderdaad ook meegenomen worden om te kijken hoe we daar het zo veilig mogelijk kunnen doen. Er is ook bijvoorbeeld geopperd om soort van meer verlichting op straat aan te brengen. Dus daar gaan we ook naar kijken op welke wijze we daar invulling aan kunnen geven. De voorzitter: Oké dank. Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik had ook de vraag over de handhaafbaarheid van het gebiedsverbod. Maar ja ik denk niet dat we daar verder mee komen. Ik heb nog een andere vraag.

Alle maatregelen die u nu voor heeft gesteld en ook de uitbreiding van de toezichthouders van de horeca, dat die een groter gebied onder zich moeten beveiligen, is daar overeenstemming over met de horecaondernemers? Of zijn dit alleen maar ideeën van de gemeente en moet daar nog met de horeca over overlegd worden? De voorzitter: Oké dank u. Mevrouw De Reijke. Burgemeester De Reijke: Daar is al zeker overeenstemming over. We hebben gezegd dit zijn onze kaders, zo moet u het doen. Dus. Maar ze hebben ook aangegeven dat ze het zo gaan doen. De voorzitter: Nou dat is ook prettig. Oké. Ja, heel goed. Mevrouw Kukupessy ook nog een vraag? Mevrouw Kukupessy: Nee. De voorzitter: Niets? Dan hou ik het even hierbij. U had nog een mededeling c.q. rondvraag. Burgemeester De Reijke: Ja inderdaad, nog een mededeling. Ik wilde graag even mededelen dat wij morgen hebben wij een in de veiligheidsregio een algemeen bestuurlijk overleg. En mogelijk heeft u ook wat reuring ook gezien over de brandweer en dat gaat met name over het dekkingsplan, maar ook over de inrichting van de organisatie. Nu maak ik mij ook zorgen daarom en wij hebben ook gesprekken gevoerd met de brandweer, de lokale brandweer, met de postcommandant, maar ook met de brandweerleiding.

Dus dat hebben we al individueel gedaan en we zullen dat ook straks in het algemeen bestuur doen en we hebben ook in het AB hebben we ook gevraagd of de … daar zal niet morgen een besluit over gaan vallen. Maar ik ga in ieder geval de zorgen overbrengen zoals die ook bij ons lokaal geuit zijn. En zij zullen in het najaar gaan ze ook verder een presentatie geven over het dekkingsplan om … Dus dat wilde ik in ieder geval even mededelen. De voorzitter: Heel goed. Dat zie ik meer als een mededeling waar we geen vragen nu over stellen. Morgen wordt dat besproken en dan horen wij verder wel als er bijzonderheden zijn, dan zullen wij daar zeker ... Mevrouw …: Misschien met de barbecue. De voorzitter: Ja. Ter verduidelijking?

Mevrouw Boersen-de Jong: Ik weet niet waar het over gaat. U heeft het over een dekkingsplan, reuring. Ik heb helemaal geen reuring gemerkt nog. Noch in de krant, noch in het dorp. Nou ben ik misschien niet in het dorp geweest ... Mevrouw …: Gooi en Eemlander. Mevrouw Boersen-de Jong: Gooi en Eemlander? Oké. Dan heb ik de Gooi en Eemlander niet goed genoeg gelezen. De voorzitter: Misschien is het goed dat u na afloop van … na morgen misschien nog even een korte mededeling aan de raad kan doen schriftelijk, zodat we even weten waar gaat het over en wat is er uiteindelijk uit dat, wat brengt u naar de veiligheidsregio en komt daar nog iets uit. Ik begreep dat dat niet meteen gaat gebeuren, maar dat dat meer is een gesprek dat u heeft in de veiligheidsregio hierover, dus besluiten worden niet genomen, maar misschien wel goed om even iedereen weer op dezelfde hoogte te krijgen, want blijkbaar zijn er mensen die niet weten waar dit over gaat, dus dan is het wel aardig om misschien even om dit bij te praten. Dat we dat niet nu allemaal gaan bespreken. Burgemeester De Reijke: Dat is een goed idee. Ik denk dat het goed is om de raad daar even alvast over te informeren wat hier, wat er speelt en dan zal ik zorgen dat u daarover geïnformeerd wordt als raad. De voorzitter: Helemaal goed. Mevrouw Boersen, daarmee bent u weer helemaal aangehaakt.

Mevrouw Boersen-de Jong: Ik spam altijd de krant dus ik ben heel benieuwd in welke krant het gestaan heeft. Oké. Mevrouw …: Is u net geappt. De voorzitter: Oké. Goed. Ik rond dit onderwerp verder af. Dank u wel voor deze mededeling in ieder geval. 2.BV.60m Jaarstukken 2022 gemeente Blaricum De voorzitter: Dan gaan we over tot de onderwerpen die wij vanavond met elkaar gaan bespreken en dan beginnen we met de jaarstukken 2022. Jaarlijks legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en het gevoerde bestuur. Dit gebeurt door het ter vaststelling aanbieden van de jaarstukken. Die hebben wij allemaal gekregen. De definitieve jaarstukken hebben wij afgelopen vrijdag allemaal ontvangen. Met het vaststellen van de jaarrekening verleent de raad de leden van het college decharge ten aanzien van het daarin verantwoorde financiële beheer. Voor deze vergadering heeft een afvaardiging van de raad een gesprek gehad met de accountant over de definitieve vaststelling van de jaarstukken. Vandaar dat deze vergadering ook iets langer, later begon. Dan geef ik om te beginnen het woord aan mevrouw Kennis die ook voordat wij met elkaar een rondje gaan doen met vragen ten aanzien van de jaarstukken ons even over de collegevisie een beetje meeneemt, want dat hebben we eigenlijk gemist in de stukken die wij tot nu toe hebben gekregen.

Normaal zit daar wel iets bij, maar aangezien het allemaal vrij laat allemaal tot ons is komen is het misschien goed om het proces en een beetje de visie van het college op de jaarstukken even met haar, van haar te vernemen. Gaat uw gang mevrouw Kennis. Wethouder Kennis: Ja dank u wel voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat het college vandaag vanmorgen in de B&W de jaarstukken pas zelf heeft vastgesteld. Die u dus vrijdag heeft gekregen, hebben wij

zelf ook vrijdag voor het eerst gekregen als college en afgelopen of vanmorgen dus pas vastgesteld. Ik heb gister een overleg gehad met de accountant of we deze stemmen die dus naar u en naar het college zijn gegaan en daarin aan de hand daarvan is het accountantsverslag gemaakt wat u vervolgens zaterdag van mij heeft ontvangen, dus het is een zeer ongebruikelijke procedure geweest waar wij heel erg, nou verdrietig wil ik eigenlijk ‘…’ (storing audio) het beste woord over zijn, maar wat niet anders is dit jaar. We hebben met man en macht gewerkt zowel binnen de afdeling Financiën als binnen het wethouderskantoor om de boel allemaal nog zodanig voor elkaar te krijgen dat we het op tijd bij de provincie kunnen indienen. Daarom ligt dit stuk nu voor. Ik hoor u zeggen dit is het definitieve. Ja, dit is het definitieve wat uw aanstaande dinsdag gaat vaststellen, maar ik heb vernomen van de accountant dat er toch nog een klein addendum aan gaat zitten komen voor een paar dingetjes die voor de raad, ik wou zeggen niet interessant zijn, maar dat mag waarschijnlijk niet gezegd worden van de accountant, maar die voor de provincie erin moet staan, die hier nog missen, dus Pomp zal nog aan de bak moeten om voor volgende week dinsdag een stukje te maken. We gaan geen nieuwe jaarrekening maken, maar gewoon een paar A4’tjes met een nietje erdoor gaat u nog toegevoegd krijgen.

Dus dat nog even. Ja, het is zeker geen schoonheidsprijs, maar ja goed, dat heb ik net al uitgelegd. Een tekort aan mensen, aan menskracht. En we hebben net in het vooroverleg van zeven tot acht met financieel specialisten al dit besproken met de accountant en we gaan onze uiterste best doen om het volgend jaar beter te doen. Dat is het enige wat ik u kan toezeggen. Het college heeft wel vertrouwen in het feit en ook de accountant heeft vertrouwen in het feit dat het momenteel beter gaat. We hebben het nu natuurlijk over de stukken van 2022. Inmiddels zitten we al een half jaar in 2023 en binnen de BEL hebben we het beter op orde. Er is meer grip op gekomen. De ambtenaren hebben meer het gevoel dat we het met elkaar moeten doen, maar ook de colleges en raden ‘…’ (storing audio) Die … We zetten met elkaar de schouders eronder en dat gaat het … we merken de verbetering. Ook de accountant heeft de verbetering duidelijk gemerkt en dat net ook nog even aangegeven in zijn vooroverleg dat het echt … Het college is heel blij met het feit dat we in ieder geval op tijd de stukken kunnen vast laten stellen door de raad en die op tijd naar de provincie gestuurd kunnen worden. Ik weet niet of u verder nog iets van mij zou willen horen , voorzitter, of dat dit voldoende is.

De voorzitter: Ik denk dat we zo dadelijk wel met elkaar in gesprek gaan hierover, dus dan zullen er wel de nodige vragen nog komen, verwacht ik in ieder geval. Daarvoor zitten we bij elkaar. Ik zou een rondje willen maken. Wie heeft een vraag? De heer Uitendaal: Ja dank u voorzitter. De uitleg die de wethouder het geeft, is meer dan verhelderend en ook heel erg duidelijk. Dank aan allen en dat zijn heel veel mensen geweest in de BEL-organisatie, de wethouder zelf, de accountant en al die mensen die ondersteunen. Ware het niet dat we nu in de situatie zitten, dat we vrij laat informatie krijgen waar we toch een serieus oordeel over moeten geven, onder andere de jaarstukken van 2022. Er zijn allerlei verklaringen voor en die zijn ook helemaal terecht, denk ik ook. Maar los van de verbeteringen die nu gesignaleerd zijn, zou dat kunnen betekenen dat we in de toekomst andere prioriteiten moeten stellen om ervoor te zorgen dat de stress die we nu hebben moeten ervaren of die met name jullie hebben moet ervaren om dit allemaal met alle avond- en nachtwerk en weekendwerk voor elkaar te krijgen om dat te voorkomen en misschien moeten we dan andere prioriteiten gaan stellen of in de werkzaamheden van het ambtelijk apparaat in het begin van 2024. Wat denkt u dat mogelijk is? De voorzitter: Een vraag voor mevrouw Kennis.

Wethouder Kennis: Ja ik zou niet zo goed weten hoe je een jaarverslag, een jaarrekening en een begroting zou kunnen veranderen. Je kan een heel klein, dun begrotinkje maken, dan heb je ook een heel klein, dun

jaarverslag, maar in principe zijn dit dingen die we gewoon wettelijk moeten aanleveren. En de provincie die moet dit ontvangen om te kijken wat er in de gemeente Blaricum gebeurd is. Ik zou niet weten hoe je dit zou kunnen versimpelen. Dus. De voorzitter: Mijnheer Uitendaal. De heer Uitendaal: Het is niet mijn idee of voorzet om het te versimpelen, maar zijn er keuzes die we misschien in het begin van 2024 anders moeten maken voor wat betreft de prioriteiten om onder minder druk en hoogspanning toch hetzelfde resultaat en het tijdige resultaat te geven, zodat iedereen de tijd kan nemen om de stukken te maken c.q. de stukken te beoordelen. Kan dat consequenties hebben voor de prioriteiten voor het ambtelijke apparaat of voor het college aan het begin van 2024? Dus niet versimpelen, maar kunnen we eerder beginnen en moeten we misschien andere prioriteiten stellen? De voorzitter: Wat bedoelt u met prioriteiten? De heer Uitendaal: De werkzaamheden van het ambtelijke apparaat aan het begin van 2024. De voorzitter: Dat is de afdeling, zeg maar. De afdeling Financiën? De heer Uitendaal: Er is mij duidelijk geworden dat de financiële overzichten niet alleen maar een taak is van de financiële afdeling, maar dat het voor alle programma's geldt inderdaad. Dus iedereen zal daar zijn steentje aan moeten bijdragen. De voorzitter: Duidelijk ja. Mevrouw Kennis.

Wethouder Kennis: We zijn dit jaar begonnen met een enorme achterstand, ontstaan met name door te weinig ambtenaren, te weinig fte. Wij hebben dit nu ingehaald. We zijn op dit moment redelijk bij. Vandaar ook dat het stuk geproduceerd is. Als wij vanaf nu voldoende bezetting hebben, dat is natuurlijk wel een voorwaarde, want als je geen mensen hebt, kun je ook niet werken, maar als de hoeveelheid ambtenaren voldoende is, op het niveau waar het nu op is, als we die weten vast te houden, dan gaan wij beginnen in een vroeger stadium dan dat we dit jaar hebben gedaan, want dan is de boel ook op orde, dus dan hoeft er niet eerst maanden gezocht te worden naar dingen die niet op orde waren en dan gaan wij ervan uit dat wij ‘24 straks de jaarrekening ‘23 op een fatsoenlijke manier aan u, ruim voldoende van tevoren kan worden aangeleverd. Dus in principe hoeft er niks te veranderen en gaan we er toch voor zorgen dat ie op tijd gaat komen. En dan alleen onder voorwaarde dat wij natuurlijk niet plotseling een leegloop van de afdeling Financiën zouden krijgen of van welke andere afdeling dan ook, want dan hangt weer allemaal met elkaar samen. Maar als we deze bezetting op pijl weten te houden, komt het volgend jaar goed. Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Uitendaal, heeft u nog een tweede vraag? De heer Uitendaal: Ja, ik heb een tweede vraag en die gaat wat dieper in, meer op details wat betreft het uitvoeringsdocument. Daarin staat dat er in 2021 de opbrengst van de grondverkopen gerealiseerd zijn. Er staat in voor en na een begrotingswijziging van 2022 dat de verwachting is van circa 9 miljoen op zou brengen. De praktijk zegt dat er maar 46.000 gulden opgebracht wordt. Mevrouw …: Euro.

De heer Uitendaal: Is dat iets wat we dan nog gaan krijgen of is dat iets naar achteren geschoven of is dat, nou zoekgeraakt neem ik aan van niet, maar … De voorzitter: Op welke pagina's ziet u dat? De heer Uitendaal: Op bladzijde 32, vrijwel onderaan, opbrengt voor verkopen. ‘…’ (buiten de microfoon) De voorzitter: Het uitvoeringsprogramma. 32, we kijken allemaal met u mee. Even kijken. Uw vraag was dat er bij grondverkopen ... De heer Uitendaal: Waarom verschilt het … sorry. Waarom verschilt de realisatie van 2020 zo enorm ten opzichte van van de begroting 2022 voor wat betreft opbrengsten. Ik neem aan dat het gaat over ‘…’ De voorzitter: Er wordt even gezocht in de stukken die wij allemaal hebben. Wethouder Kennis: Ik denk dat dit een hele technische vraag is, mijnheer Uitendaal, dus ik denk dat het als u een antwoord wilt hebben waarop u ook antwoord krijgt, dat het misschien beter is dat we dat even op kwartier zetten. Ja toch? Want ik denk dat we nu … De voorzitter: Krijgt u daar … Wethouder Kennis: We kunnen wel gaan gokken en kijken, maar dit, in principe is het dit boek. Daar kunt u vanavond in de RTG gewoon vragen over stellen, want daar zit voor het meest politieke vragen of simpele vragen.

Als u over het uitvoeringsprogramma gaat, wat eigenlijk alleen voor het college is en waarvan de financieel specialist soms kunnen terecht terugkijken, als u daar vragen over heeft, dan is het eigenlijk automatisch altijd technisch. Dus als u er nog meer vragen over heeft dan zou ik graag … De voorzitter: Dat geldt dan voor vanavond sowieso. Die vragen … Wethouder Kennis: Ik hoor nu pagina 79 in dit boek. Daar krijgt u het antwoord. Dit is altijd het heen en weer boeken van allerlei dingen en hier staat het in, het eindresultaat. Dat staat altijd in dit boek, dus ik raad altijd iedereen aan om niet te kijken in het uitvoeringsprogramma, maar als u dat toch wel doet, als u dat wel doet ... De voorzitter: Een echte daad, toch iets gevonden in het uitvoeringsprogramma. Wethouder Kennis: Ja als je dat wel doet, wordt het al automatisch technisch, dus maar goed. We geven het u nog even schriftelijk door voor de raadsvergadering. De voorzitter: Ja. Dan ga ik door naar de volgende. Mevrouw Claushuis, wilt u de volgende zijn? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja hoor. De voorzitter: Twee vragen graag. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik vrees misschien dat dit ook een technische vraag is. De voorzitter: Dan komen we daar gauw achter.

Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee ik heb een verschil in … Het gaat over natuurlijk de Bijvanck, wat een heel groot project is en dan gaat het over de dekking van de kapitaallasten en daar staat er dat een nieuwe opzet … De voorzitter: Welke bladzijde heeft u het? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Pagina zes van de kadernota. De voorzitter: Kadernota? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee wacht even hoor. Nee dan ben ik eventjes … Nee dat is het volgende onderwerp. Ja. De voorzitter: Ja want hier is pagina zes … Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja maar er staat wel in het besluit van de jaarstukken staat wel over de dekking kapitaallasten bij, dus dat raadsbesluit. Wethouder Kennis: Ja dat klopt. Dat … Ja. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja dus dan is het of … Maar daar staat een … Maar ik weet niet hoe ik dat dan nu moet begrijpen, want er staat een begrotingssaldo van 269.024 en dan een 569.000 in 2027, een structureel voordeel, maar dat is, dat heeft natuurlijk wel indirect te maken met hier de kapitaallasten van de Bijvanck, maar dat kan ik misschien wel beter in de volgende ronde stellen. De voorzitter: Dit hoort echt bij de kadernota. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, maar het staat … Het raadsbesluit staat wel in de jaarstukken. De heer …: Is daar een reserve voor nu? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja.

Wethouder Kennis: In de jaarstukken staan altijd … dat raadsbesluit wat u nu aanhaalt, hebben we pas recent genomen, dus … De voorzitter: Even de microfoon. Wethouder Kennis: Het kan nooit in de jaarstukken … Mevrouw Claushuis-Rademaker: De jaarstukken 2022 … De voorzitter: Het gaat om het afgelopen jaar hè? Wethouder Kennis: Ja, dus … Mevrouw Claushuis-Rademaker: 2022. Ja. Goed, ik kom er zo meteen op terug. Ja. De voorzitter: Ja. Prima. Heeft u nog een tweede vraag?

Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja die gaat ook over kadernota. Ja, de jaarstukken … Ik kom er zo meteen even ... Ik moet even zoeken. Sorry. Voor de verwarring. De voorzitter: Ga ik even door naar mijnheer Oyens. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u. De heer Oyens: We hebben een … Ik moet eerst zeggen dat ik gezien de problematiek van de bezetting toch een compliment moet maken aan de financiële mensen dat we toch, zij het op het aller-, allerlaatste moment de nodige cijfers hebben gekregen. Het vinden van inzichten was erg kort tijd, maar we hebben met de account een goed gesprek gehad. En daar is één ding heel erg naar voren gekomen en dat is eigenlijk het onderwerp en dat spreekt mij heel erg aan, het onderwerp contractmanagement. In feite is het zo dat gemeente Blaricum heel, heel veel van de werkzaamheden heeft uitbesteed. De BEL is in feite ook een uitbesteding en waar wij dus van moeten leren omgaan in de toekomst voor nu en zeker is van wat kost het, wat levert het op en de controle achteraf en daar hebben we het met de accountant ook over gehad en die zegt ook van ja daar schort het nog wel eens aan. Maar ik heb gehoord inmiddels ook in de gesprekken met waar u bij was dat daar hard aan gewerkt wordt. Dus dat vind ik, dat is in ieder geval het feit dat we dit onderkennen, vind ik al goed en het feit dat we daar wat aan doen is natuurlijk helemaal prima.

Dat zijn in ieder geval belangrijke dingen. Ik heb in ieder geval een vraag over, misschien ook wel een beetje technisch, maar in ieder geval, wij doen soms dingen niet en dat komt omdat we de mensen niet hebben of de contracten zijn nog niet klaar, weet ik veel wat en dat wordt het jaar overgegooid en dat heet dan dat we het doorschuiven naar het volgende jaar. Logisch, want dan gaan we het waarschijnlijk het volgende jaar dan hopelijk wel doen en dat geld gaat dan ook mee. Maar intussen hebben we 10 procent inflatie gehad, maar dat staat er dan niet bij. Krijgen we dan nog naderhand een begrotingswijziging omdat we tekorten hebben, want we weten dat het natuurlijk niet genoeg is. En dat mis ik dan eigenlijk in de stukken van nu. Dat is eigenlijk mijn eerste vraag. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kennis. Mijnheer Oyens, kunt u de microfoon even uitzetten? De heer Oyens: Oh sorry. De voorzitter: Ja. Wethouder Kennis: De overheveling die plaatsvindt is sec het bedrag wat bestemd was in ’22. Dat is het bedrag wat meegaat naar ’23. Op moment dat er in ‘23 uitvoering gaat plaatsvinden en het zou blijken dat daarvoor een tekort ontstaat in de uitvoering, krijgt op dat moment de raad het verzoek om eventuele aanvulling van budget, dus dat wordt niet in de jaar… heeft niet, hoort niet thuis in de jaarrekening, omdat we daar het bestaande budget overnemen.

Dus straks heeft u mogelijkerwijs kans, alhoewel wij er altijd naar streven om binnen datzelfde bedrag straks het uit te voeren. Mocht dat echt niet lukken, dan … Inmiddels zijn de prijs weer wat aan het zakken. De gasprijzen zijn weer wat lager geworden, de bakstenen worden weer wat goedkoper, dus wie weet, wie weet. Maar in ieder geval mocht het zo zijn dat we meer geld nodig hebben, dan krijgt u daar volgend jaar van mij of tenminste in de loop van het jaar een raadsvoorstel voor. De voorzitter: Mijnheer Oyens. De heer Oyens: Dit was tot zover. Ik wacht even nog bij de volgende ronde.

De voorzitter: Prima. Dan ga ik naar mijnheer Pel. De heer Pel: Ja dank u wel voorzitter. Op de valreep toch nog een heel lijvig boekwerk, dus daar is het nodige over gezegd en de nodige inspanning die daar getroost is, die wordt weer bijzonder gewaardeerd. Het resultaat, om daar eens mee te beginnen. Dat is misschien ook wel aardig. Een resultaat van 2,7 miljoen. Dat is ook niet gering. Enigszins geflatteerd, omdat natuurlijk wel daarin zit een opbrengst Blaricummermeent van zeven ton en een extra, een surplus van het gemeentefonds wat hoger uitviel met één komma één, maar dan toch nog ongeveer negen ton aan autonome resultaat wat we geboekt hebben. Dat even vooraf. Ik heb een vraag over het sociaal domein. En het gaat over het volgende. Wij hebben vorig jaar in de zomernota een dotatie gedaan voor het sociaal domein, omdat daar ook een dreigend tekort, toen al, zou optreden van 4,5 ton en ik hoorde iets van zevenhonderd zoveel duizend euro gedoteerd hebben. Daar voorafgaand hebben we per amendement, hebben we zelf nog aan meegewerkt samen met mijnheer Kemperman hebben we nog een miljoen gestort in het reserve sociaal domein. Wat we nu zien en daar zou ik graag een verklaring over willen hebben, is namelijk dat het resultaat, of nou het resultaat, in ieder geval de verschilanalyse sociaal domein op het oog dus meevalt. Het is eigenlijk een overschrijding van 290.000 euro.

Nog geen drie ton. Kunt u mij zeggen wat zeg maar op pagina 145 staat, namelijk het overzicht van alle dotaties en onttrekkingen van sociaal domein, op dat resultaat, wat de invloed geweest is van die onttrekkingen op dit ‘...’ (storing audio) Dat is eigenlijk de vraag. ‘...’ (storing audio) Onderaan pagina 145, reserve sociaal domein, dan ziet u een opvolging van reeds onttrokken begroot, dat was zeg maar het verlies … Mevrouw …: Ja, ja. ‘…’ (storing audio) Dat stukje bedoelt u? De heer Pel: Toegevoegd. En dat was één miljoen plus die zevenhonderdduizend uit de zomernota. En dan zien we nog een toegestane toevoeging en een extra onttrekking. En uiteindelijk resulteert dat bij sociaal domein in een overshoot, dus een overschrijding van 290.000 euro. De heer …: ‘…’ (storing audio) De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Pel: Dus is er te weinig toegevoegd, maar mijn vraag is gewoon hoe beïnvloedt dat nou het resultaat, omdat het een heen en weer geschuif is geweest met onttrekkingen en andere zaken. Wethouder Kennis: Op pagina 90? De heer Pel: ‘…’ (storing audio) staan. Wethouder Kennis: ‘…’ (storing audio). Daar staat die 90.000 euro, want die is 750.000 euro. De hogere inkomsten uit ‘…’ (storing audio) en algemene uitkeringen ‘…’ (storing audio) hebben we overgeheveld omdat wij dachten dat we een tekort hadden. Daar had het niets mee te maken.

We hebben in de septembercirculaire of junicirculaire of meicirculaire, ik weet het niet, maar een of andere circulaire hebben we geld gekregen en we hadden een hogere uitkering van de OZB en dat, automatisch door de 38 procentregeling die door de raad in het leven is geroepen, moeten wij dan als wij extra inkomsten hebben, zijn we verplicht om daarvan 38 procent of zijn wij, heeft u ons verplicht om daarvan 38 procent uit te rekenen en te doteren en daar is dit bedrag van. Dus het had niets te maken met tekorten van het sociaal domein. Het had te maken met extra inkomsten die de gemeente Blaricum kreeg en waarvan wij de ene helft in het algemene

uitkeringsverhaal stopten en het andere gedeelte, dus die 7,5 ton, overhevelden naar het sociaal domein reserve. De heer Pel: ‘…’ (Buiten de microfoon) Ergens staat wel dat zeg maar toentertijd 4,5 ton voorzien werd waar we overschrijding zouden krijgen, maar daar kom ik nog even terug. Dit is mijn eerste vraag, dus ik wil, ik zou graag, want ik denk dat het toch wel wat mistig van het worden is met al die onttrekkingen, om te zien waar we werkelijk over spreken als we het over sociaal domeinen hebben. We geven van onze begroting van 35, 36 miljoen geven wij 10 miljoen uit aan sociaal domein. Hebben we ook inkomsten voor, dat snap ik ook allemaal wel, maar dan is het wel zaak dat wij weten wat voor resultaten we daarmee halen. Want we zien jaar op jaar natuurlijk wel dat het groeit en toeneemt. Het is een openeindregeling. Ik kan er ook niks aan doen, maar dat is wel de situatie. Dat is mijn vraag over deze. Een andere vraag die ik heb ... De voorzitter: Even een ogenblikje. De heer Pel: Sorry. De voorzitter: Mevrouw Kennis. Wethouder Kennis: Ik zie … ja. Ik zie dat mevrouw Lanphen heftig zwaait en ook iets wil zeggen, dus ik … Wethouder Lanphen: Mag dat? De voorzitter: Ja, van mij wel. Gaat uw gang. Wethouder Lanphen: Ik neem even deze microfoon. Het is namelijk voor het eerst dat hetzelfde sociaal domein binnen die 38 procent blijft van de algemene dekkingsmiddelen.

Dus ik moet eigenlijk zeggen de vlag mag uit, want dat hebben we tot op heden nog nooit bereikt en dat zie je op diezelfde pagina die u, waaraan u refereert. Daar zie je dat de algemene dekkingsmiddelen zijn iets van twintig miljoen. Het saldo is zeven, even afgerond. En dat blijkt precies die 38 procent. Dus wij geven niet meer uit dan we hadden bedoeld. Dat we verkeerd begroot hebben en dat we meer uitgeven dan we begroot hebben, is iets anders. En u heeft ook gelijk als u zegt de uitgaven stijgen, maar de inkomsten stijgen ook en daarmee is de ruimte voor het sociaal domein ook groter geworden. Maar ik moet heel eerlijk zeggen dat ik heel blij ben dat we nu eindelijk op die 38 procent zijn gekomen, want we komen van 46 of zo. Dus het is echt prachtig. Wethouder Kennis: Ik wil u niet … Mevrouw Lanphen, maar houdt u er wel rekening mee dat in het sociaal domein nu ook de inkomsten van de Oekraïnegelden zijn opgenomen en dat daar … Wethouder Lanphen: ‘…’ (Buiten de microfoon) sociaal. Wethouder Kennis: Dat is heel sociaal, dat ben ik helemaal met u eens, maar daardoor zijn de uitgaven of in verhouding of de inkomsten in verhouding mooier geworden … De voorzitter: Het kwam goed uit, ja. Wethouder Kennis: Dus het kwam wel heel goed uit. Ik wil u niet meteen weer in een dip praten, maar dat is wel het geval. Wethouder Lanphen: Het realistische verhaal.

De voorzitter: Het realistische verhaal is net gekomen. Wethouder Kennis: Ja en u heeft ook net de kadernota, bij de kadernota die we straks behandelen, extra sociaal domein verhaal aan de orde gehad, dus goed. We doen ons best. De voorzitter: Mijnheer Pel, gaat u verder. De heer Pel: Ik ga mijn tweede vraag stellen. Dat heeft te maken met de inkomstenkant. Zoals we zien gaat ten opzichte van 2021 gaat het gemeentefonds omhoog. Het is nu al van onze inkomsten 52 procent heb ik uitgerekend. In het jaar daarvoor was het 48 procent. Dat is van bijna zestien naar negentien miljoen gegaan. We raken natuurlijk wel steeds meer afhankelijk van die gemeentefonds. Het is niet anders, maar het is zo. Aan de andere kant hebben we lokale heffingen zoals de WOZ en leges en andere zaken en wat wij zien daar is dat het terugloopt en het loopt terug vanwege precario, dat houdt namelijk op, de precario-inkomsten. Dat is ook, wisten we ook van tevoren. Dat is geen verrassing. Maar het schept wel zeven ton die we vorige jaren nog wel hadden en nu niet meer. En de bouwleges. De bouwleges die nog vorig jaar negen ton waren, die zijn gehalveerd. Vierenhalve ton. En dat heeft ook een oorzaak. Het heeft namelijk vanwege het feit dat we dus minder bouwen, omdat ‘…’. Iedereen snapt dat.

Wij hebben en ik heb vorig jaar ook wel eens gevraagd over die inkomsten en leges over die kostendekkendheid van met name, kunt u zich nog herinneren. We zien hem nu ook weer teruglopen naar 25 procent, waar die vorig jaar 35 was. Daar zou dacht ik in BEL-verband naar gekeken worden. We kunnen niet alles kostendekkend maken. Dat hoeft ook niet en dat mag ook niet allemaal, begrijp ik. Maar we willen toch kijken. En mijn vraag is hoe staan wij daarvoor? Is daar enige progressie zichtbaar waarin dat misschien ook wat uitkomst gaat bieden? We moeten ook aan die kant de inkomstenkant bewaken. We zijn niet uitsluitend afhankelijk van het gemeentefonds. De voorzitter: Duidelijk. Wethouder Kennis: Ja u heeft helemaal gelijk. U heeft daar ook verschillende keren aandacht voor gevraagd. We zijn er ook in de organisatie druk mee bezig geweest. Er is een bepaalde methode, ik probeer net even gauw terug te kijken hoe die heette, maar ik kan er niet zo snel op komen … De heer …: ABC. Wethouder Kennis: De ABC. Hoe zeg je? De heer …: Activity-based costing. Wethouder Kennis: Activity-based costing methode. Hebben we daar, hebben we het op die manier hebben we het geprobeerd te berekenen en daar zijn conclusies uitgekomen. Daar is een, hebben we een rapport gekregen.

Extern is dat onderzocht en daarvan hebben wij als portefeuillehouders Financiën gezegd dat wij dat niet echt de beste manier van berekenen vonden. Er wordt op dit moment hard gewerkt aan een andere manier van berekenen die tegenover deze manier wordt gezet en voordat de begroting aan de orde is, hebben wij als het goed is voor u nieuwe legestarieven en hebben we daar beter zicht op. We moeten ook rekening houden met de Omgevingswet, omgevingsvisie waarin ook het een en ander gaat veranderen in de leges, dus dat zal ook meegenomen moeten worden. Maar er wordt volop aan gewerkt. En ik weet dat het uw zorg, maar ook de zorg van ons is om dat beter de grip op te krijgen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mevrouw Boersen.

Mevrouw Boersen-de Jong: De vraag van de bouwleges, die had ik ook. Ja het is, we hebben niet samengewerkt, maar ik heb, ik dacht van ja dat moet je toch van tevoren weten dat de Blaricummermeent ophoudt, dus dan begroot je toch niet zoveel. Maar goed. Die vraag heeft u beantwoord. Ik heb een andere vraag. Op bladzijde 70, bovenaan. De begraafplaats. U heeft daar een nadeel van een kleine 40.000 euro. Wij hebben in het verleden veel mensen begraven uit de hele regio. Toen de begraafplaats vol dreigde te worden en er geen draagvlak was voor een andere locatie om die erbij aan toe te voegen, heeft de meerderheid van de raad besloten om alleen Blaricummers te begraven. Wat is nu het resultaat van dat besluit? Moet daar geen steeds geld bij, bij die begraafplaats of is dit incidenteel en hebben andere jaren weer wel een overschot? Of is de kostendekkendheid 100 procent? De voorzitter: Mevrouw Kennis. Misschien kunt u de microfoon even uitzetten. Wethouder Kennis: Wat ik u wel kan vertellen, is dat wij aanmerkelijk minder begrafenissen hebben dan we vroeger hadden en dat komt doordat we nu alleen nog Blaricummers begraven, dus daar heeft u helemaal gelijk in. Er is op dit moment voldoende ruimte. Alleen begraafplaatsenleges, je hebt verschillende leges.

Je hebt de leges voor het graf zelf, voor de begrafenis zelf, daarna heb je de leges voor tien jaar het hebben of twintig jaar het hebben van een eigen graf en daarbuiten heb je ook nog een keer het onderhoud, wat ook nog weer een bepaald bedrag kost. Je bent verplicht om een reservedekking te hebben voor dat onderhoud, omdat je dat geld in één keer krijgt voor die tien jaar, moet je het in reserve stoppen, omdat je het in tien jaar terug moet geven. Dus het is een heel ingewikkelde constructie en heel veel berekeningen bij en of we nou per saldo op dit moment veel geld minder inkomsten krijgen, ga ik kijk of misschien jij daar antwoord op kan geven? Nee, dus dat … De heer …: Of dat een structureel ding is. De voorzitter: Beschouw je als een technische vraag. Wethouder Kennis: Ja ik denk dat het heel lastig wordt om te beantwoorden of het incidenteel of structureel is. Het is in ieder geval zo op dit moment. Maar of dat volgend jaar hetzelfde is, ja meer begrafenissen zullen we ... De heer …: Daar heb je geen weinig op. Ten minste, over het algemeen heb je daar weinig invloed op. De voorzitter: Misschien ‘…’ Wethouder Kennis: Nee daar hebben we weinig invloed op. Maar ik ga er even naar laten kijken door de mensen van de begraafplaats zelf of vragen hoe dat precies zit met inloop en aanloop. Ik ga proberen om u voor de raadsvergadering een antwoord te geven.

Mevrouw Boersen-de Jong: Het gaat er mij niet om dat u er heel veel effort in stopt, maar een beeld te krijgen van. Je kan op een gegeven moment zeggen nou ik draai aan de knop dat we weer iets ruimhartiger gaan begraven, zodat we wat meer inkomsten hebben zodat we … nou klink dat … De voorzitter: Liesbeth haalt het geld overal vandaan. Ja, ja. Mevrouw Boersen-de Jong: De goed verstane begrijpt exact wat ik bedoel. Maar ik zeg het misschien een beetje verkeerd. Het is niet de bedoeling dat ik hier met een pistool ga rondlopen of u, maar je zou een iets

ruimhartiger beleid kunnen voeren wat betreft het toestaan van overleden mensen om op de begraafplaats de Woensberg begraven te worden. Dat is de eerste vraag. Wethouder Kennis: Mag ik heel even nog uw ... Ik wou toch nog heel even reageren, want u zei net waarom begroot je zoveel voor die Blaricummermeent want je weet toch dat die Blaricummermeent bijna klaar is. Daar wou ik toch nog even antwoord op geven. We hebben namelijk op de Blaricummermeent een enorme versnelling gekregen in de laatste twee jaar en dat wist niemand. Daar hadden we niet op gerekend. We hebben echt als een gek verkocht in die periode en die begroting die wordt natuurlijk meerjaren gemaakt, dus die maak je al vier jaar van tevoren, dus voor ‘22 stond dat bedrag erin vier jaar geleden. Dus het is niet zo heel gek. Dat het bedrag te hoog was. Voordat u denkt dat ik te hoog begroot had. De voorzitter: Ook dit probleem … Wethouder Kennis: In ‘23 hebben we een duidelijk stuk ... Mevrouw Boersen-de Jong: Dat was niet mijn vraag. Wethouder Kennis: In ‘23 hebben we hem daarom een stuk verlaagd, juist om die reden wat u zegt, je weet toch dat je klaar bent met bouwen. Hebben we gedaan. De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: De tweede vraag betreft bladzijde 76. Ja, op gevaar af dat dat technisch is.

Overigens ben ik vergeten te melden, wat mijnheer Oyens aan zijn betoog wel aan het begin van zijn betoog wel heeft gezegd, complimenten voor de ambtenaren en voor de wethouder dat ze ondanks de werkdruk die het heeft opgeleverd, toch in die korte tijd die cijfers toch bij ons hebben kunnen voorleggen. De heer Pel: Heb ik ook gezegd. Mevrouw Boersen-de Jong: Dat heb jij ook gezegd, dat weet ik, sorry. Jij zei dat in wat bedektere termen. Ik leg hem gewoon neer. Dan die vraag die ik heb over de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en een inkomsten rioolheffing op bladzijde 76, een voordeel van 38.000. En dan heb ik een dotatie voorziening riool van 190.000 nadeel. Ik begrijp niet helemaal waarom. De voorzitter: Het is een vrij technische vraag moet ik eerlijk zeggen. Mevrouw Boersen-de Jong: Ja, daarom, dat zei ik ook. De voorzitter: Ja. Mevrouw Boersen-de Jong: Het mag ook als een technische … En datzelfde geldt voor de afvalstoffenheffing. U mag dat echt als een technische vraag behandelen. Wethouder Kennis: En de dotatie stond op pagina? Mevrouw Boersen-de Jong: Op 76 en 77. De voorzitter: Het staat hier.

Mevrouw Boersen-de Jong: Ik was niet in de gelegenheid om die vraag eerder te stellen. Het gaat dus om de inkomsten rioolheffing, een voordeel, inkomsten afvalstoffenheffing, een voordeel. En op de volgende bladzijde heb ik ineens twee grote posten nadeel. Wethouder Kennis: We gaan het even voor u opschrijven, maar het heeft te maken met het feit dat we meer inkomsten hebben gekregen, dat we alleen maar kostendekkend mogen zijn met riool. Je mag geen geld overhouden, dus op moment dat je dat doet, dan moet je dat doteren en dat is wat we hier gedaan hebben. Maar hoe het precies zit met de bedragen heen en weer, dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar daar heeft het mee te maken, we hebben meer rioolheffing ontvangen dan we hebben uitgegeven en op dat moment moet je doteren. Dat is een regel van de accountant. Mevrouw Boersen-de Jong: In feite was de leges riool, de rioolheffing was te hoog. Wethouder Kennis: Ja, zo zou je het kunnen … Mevrouw Boersen-de Jong: En de afvalstoffenheffing was dus ook te hoog. Is misschien wel belangrijk dat we dat even voor ons of voor ogen hebben wat betreft de begroting die we eerder … De heer …: Afvalstoffenheffing ‘…’ (buiten de microfoon) De heer …: ‘…’ (buiten de microfoon) Dat is toch geen GBM? Mevrouw Boersen-de Jong: Toch riool? De heer …: GMB is … Mevrouw Boersen-de Jong: De afvalstoffenheffing is anders ja. U heeft gelijk.

Ja … Wethouder Kennis: Het gaat wel … De voorzitter: Mevrouw Kennis komt daarop terug, op dit verhaal. Wethouder Kennis: Ja. Het geldt inderdaad wel voor het riool, maar we moeten onthouden dat we de riool vanaf nu in het kader van de Bijvanck ook aan het verhogen zijn. Dus een verlaging, want voel dat u denkt … De heer …: Ik voel hem al. Wethouder Kennis: Ik kan wel verlagen. Nee mevrouw Boersen, hij kan niet verlaagd worden, want we gaan juist nog iets meer verhogen om de Bijvanckriool te kunnen dekken. De voorzitter: Duidelijk. U krijgt nog een antwoord hierop. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Ja, dank u wel. Eerst graag twee opmerkingen. Dezelf… Ik wil me aansluiten bij de vorige sprekers wat betreft de complimenten voor de ambtenaren en het college. Ze zijn er nu, dus het kan nu. Mijn tweede opmerking is dat ik eigenlijk bezorgd ben voor het sociaal domein. In mijn optiek zijn de middelen belangrijker dan de kwaliteiten. Daar wil ik toch wel mijn bezorgdheid over uitspreken. Dan heb ik twee vragen. U kunt begrijpen dat dat geen financiële vragen voor mij zijn. Op pagina 50 heeft u het over de dorpsfeesten en ons authentieke karakter. Ik kom dat al jaren tegen. Maar ik heb nergens nog een definitie

van ons authentieke karakter gezien. Het zou fijn zijn als die er een keer komt. Dat is mijn eerste vraag, wanneer komt die? En op pagina 57 heeft u het over de toegankelijkheid van De Malbak. Heeft u het over de twee toegangsdeuren achter. Die zijn er nog steeds niet. Er is er één, de binnendeur. De hele zware deur aan de buitenkant is nog steeds een drama. Dus ik hoop dat dat heel snel opgelost wordt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kennis, de authentiek, de verklaring van authentiek in ons dorp. Wethouder Kennis: Volgens mij hebben we dat in onze structuurvisies staan en wat dat is. En ja, meer dan dat kan ik er niet van maken. Als u daar niet tevreden over bent, maar dat is wat wij, wat u als raad in de structuurvisie heeft opgenomen. Mevrouw Kukupessy: ‘…’ (buiten de microfoon) Wethouder Kennis: Ik ben bang dat ik u in het kader van de financiële jaarrekening hier nu niet kan helpen met een definitie over en authentiek. En wat … Andere vraag. Ik ben er nou helemaal van schrik ben ik hem weer kwijt. De heer …: 56. De voorzitter: Dat ging over De Malbak. Wethouder Kennis: Oh De Malbak, ja. De voorzitter: En de ‘…’deuren. Wethouder Kennis: Ik kan u vertellen dat ik niet anders weet dan dat De Malbak is aangepast zoals het door De Malbak is verzocht. Mevrouw Kukupessy: Nee.

Wethouder Kennis: En als dat niet het geval is, dan hoor ik dit nu voor de allereerste keer, dus het was wel handig geweest als ik dat eerder had geweten, want dan had ik daar allang de mensen van grondzaken en vastgoed op aangesproken, want die hebben uitgevoerd, naar wat mij is verteld, wat door Sabine van De Malbak is aangevraagd. Mevrouw Kukupessy: Nee. De buitendeur is ook aangevraagd. De voorzitter: Misschien kunt u even de microfoon aanzetten, want anders ... Mevrouw Kukupessy: De buitendeur is ook aangevraagd en die is nog steeds niet aangepast terwijl dat de zware deur is. De binnendeur is niet zwaar en die is aangepast. Wethouder Kennis: Ik heb het nu opgeschreven. Mevrouw Kukupessy: Dank u. De voorzitter: Even uw microfoon. Ja.

Wethouder Kennis: Ik schrijf het nu op en ik ga erachteraan. Dat is, nou ja wat ik zeg, het is jammer dat u dit pas in het kader van de … want ik weet hier niet van en ik weet niet of mevrouw Lanphen wel weet dat er nog iets moest worden aanpast. Nee, die schudt ook nee. Dus wij weten als college dit niet. Mevrouw …: ‘…’ (buiten de microfoon) Mevrouw …: Nee, nee, nee. Wethouder Kennis: We komen hierop terug verder. De voorzitter: Ja. Ik neem aan dat we hier verder nog wel van horen. Wethouder Kennis: We gaan ernaar kijken. De voorzitter: Oké. Beetje moeten oppassen dat we niet te veel in technische vragen gaan naar bladzijdes et cetera. Ja, u mag wel naar bladzijdes verwijzen, maar dat we niet allerlei cijfers hier, want het wordt voor de mensen thuis natuurlijk ook en trouwens in de zaal ook, wordt het allemaal wel erg lastig als je de stukken niet voor je hebt. Dus liefst vragen waarbij we niet eindeloos hoeven te bladeren in onze boekwerken die wij hier voor ons hebben liggen. En dan ga ik in tweede instantie naar mijnheer Uitendaal. Heeft u nog vragen? De heer Uitendaal: Nee dank u wel. De voorzitter: Niet voor tweede instantie. Ja, mevrouw ... Mevrouw Claushuis-Rademaker: Claushuis. De voorzitter: Het is Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja dat gaat ook nog even over het sociaal domein. Want daar mocht u declaraties nog nakomen.

Nagekomen boekingen, die worden pas laat verwerkt. Maar is er enig inzicht op wat er nu nog te verwachten staat aan te declareren facturen? Is daar helemaal geen enkel zicht op? Maar dat heeft ook geen invloed meer op 2022? Wethouder Kennis: Nee, dat is afgesloten. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee, het is helemaal afgesloten en dat is niet meer terugwerken … Nee dat kan ook niet. Maar, is daar enig inzicht in, wat er nog over 2022 gedeclareerd kan worden? De voorzitter: Mevrouw ‘…’. Wethouder Kennis: Nee dat is er niet, dus kunnen we wel … De voorzitter: Nee. Dat is er niet. Nee. Wethouder Kennis: Wat we niet ontvangen hebben, daar hebben we ook geen inzage in, want anders hadden we, inzicht, anders hadden we het in de jaarrekening meegenomen. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee hoor, mijn vraag is …

Wethouder Kennis: Ja. Nee, we kunnen … In ‘23 komt dat weer wat we dan binnenkrijgen … De voorzitter: Dat is de grote verrassing van sociaal domein altijd, ieder jaar weer. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Het sociaal domein, ja. Dat is helaas het geval. De voorzitter: Heeft u nog een tweede vraag? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nee, dat is voor … ja. De voorzitter: De kadernota. Ja. Mijnheer Oyens, nog een vraag? De heer Oyens: Ja, ik heb nog één vraag. De accountant heeft in het rapport, maar dat heb ik ook pas vandaag voor het eerst gezien, toch best wel wat op- en aanmerkingen gemaakt over zaken die verbetering behoeven. Dat is niet zo erg. Dat hoort erbij. Maar krijgen wij als raad nog een terugkoppeling van het college over hoe om te gaan met al deze punten? Het zijn er nogal wat. Wat wordt ermee gedaan? Wat zijn de, met name vind ik belangrijk, wanneer krijgen wij te horen wat eraan gedaan wordt en wanneer het opgelost wordt? Dat vind ik een heel belangrijke, want dan kunnen wij zelf ook kijken, ook een soort contractmanagement van wanneer loopt het nu zoals het zou moeten lopen. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Kennis. Wethouder Kennis: Ja dat is gebruikelijk dat dat gebeurt. Opvolging van de managementletter krijgen wij als college en krijgt u vervolgens ook mee. De heer Oyens: Wanneer? Wethouder Kennis: Dan kijk ik even naar mijn rechterzijde.

De heer …: Wij moeten ‘…’ (buiten de microfoon) en ik denk dat we ‘…’ (buiten de microfoon) Q3, Q4 dat we daar … De voorzitter: Er wordt hier een beetje gefluisterd. De heer Oyens: Q3. Dit heeft niks met een definitief rapport te maken. Nu heeft onze accountant inmiddels al een aantal, een fiks aantal punten ter verbetering genoemd. Dus die kunt u zeggen van nou daar hebben wij kennis van genomen, wij nu net ook. Daar gaan we mee aan de slag. Wanneer denkt u dan deze punten aan te pakken en op te lossen? Daar gaat het er mij om en dat hoeft niet overmorgen te zijn. Dat snap ik ook. Maar ik vind het wel belangrijk om te weten als raad dat die accountant zegt van nou dat en dat en dat behoeft verbetering. Wat gaan we daaraan doen en wanneer denkt u dan dat op te lossen? Gegeven het feit dat personeelsproblemen niet onbekend zijn. De voorzitter: Oké. Mevrouw Kennis. Wethouder Kennis: Dat zal na de zomer zijn. De heer Oyens: Na de zomer.

Wethouder Kennis: Maar dat, in ieder geval begin na de zomer zeg maar, september zo … ja september. Laten we ervan uitgaan dat we streven naar september. De heer Oyens: Ik hoop dat de griffier dat agendeert. De voorzitter: De griffier kan schrijven. Wethouder Kennis: ‘…’ een toezegging opschrijven hoor, dus dat staat er. Daar ben ik zeker van. De heer Pel: Voorzitter, mag ik … De voorzitter: Ja natuurlijk. Mijnheer Pel. De heer Pel: Mag ik daar een opmerking over maken? De voorzitter: Ja. De heer Pel: Want dit is niet voor de eerste keer dat een raadslid vraagt om die managementletter en de opvolging daarvan om dat te monitoren. Dat mag allemaal wel, maar het gaat het meest van tijd over de interne processen van de BEL. Daar zijn wij niet verantwoordelijk voor. Daar is al, de bestuurders van het AB zijn daar wel verantwoordelijk voor en die geven die opdracht mee, maar wij gaan, ik althans niet als Hart voor Blaricum, gaan dus monitoren welk onderdeel van de interne organisatie nu eens verbeterd zou moeten worden. Het gaat verbeterd worden, maar dat wil ik meegeven. Dus de toezegging dat wij eind van, in september iets zouden krijgen. Ik vind het allemaal prima, maar wij hebben een vaste rapportagecyclus over wat er in de BEL verbeterd gaat worden. Dat wil ik eraan toevoegen. De voorzitter: Goed. Toevoeging is genoteerd, neem ik aan ook.

Mijnheer Pel, heeft u voor de tweede ronde? De heer Pel: Ja. Twee zaken die mij beziggehouden is namelijk de verbonden partijen en daar werd al eerder over gezegd in de vorm van contractmanagement, maar dat gaat iets verder dan dat. Het gaat gewoon over wat zij voor ons doen en wat dat kost en dergelijke en of het iets oplevert. Daar zien we van dat ten opzichte van het jaar daarvoor of ten opzichte van 2021 de meeste van die verbonden partijen zoals de BEL en zoals HBEL en dergelijke, die verhouden zich redelijk ten aanzien van de kostenontwikkeling die het jaar daarvoor was. Ik heb het over ‘22 ten opzichte van 21 hè, dus niet over 23. Dat zal vast een ander beeld geven met de inflatie en dergelijke. Maar er is één uitschieter bij en dat is de regio Gooi en Vechtstreek. Daar was de bijdrage vanuit Blaricum 2,1 miljoen euro en die is in 2022 2,7. Dat is een verschil van 650.000 euro, oftewel 30 procent, 31 procent. Ik heb het vooruitgerekend. Dat betalen wij meer. Wij zien die begrotingen voorbijkomen. Gaan we straks nog een keer naar kijken in de raad. Mijn vraag is er zijn natuurlijk wel dingen gebeurd in die tussentijden, dat begrijp ik, het leerlingenvervoer is er één van bijvoorbeeld. Wat zijn de belangrijkste ingrediënten die dat veroorzaakt hebben, dat verschil? Ik noemde er al een.

En als dat zo is, bijvoorbeeld leerlingenvervoer en Wmo taxi en als die zaken meer, zou het dan niet zo zijn dat je daar ook een besparing terugziet in ons sociaal domein waar we dat voorheen hebben bekostigd aan die kant? En dat is een beetje een vraag die ook nog een rol speelt, dus dat is vraag één. Wat is de verklaring voor die 6,5 ton. Ik hoef het niet allemaal … meer grote lijnen. En zou dat niet ergens anders dan dat soort zaken terug te vinden zijn in besparing? De voorzitter: Zullen we deze eerst even beantwoorden?

De heer Pel: Deze was eerst. De voorzitter: Misschien is het wel zo handig. Wethouder Kennis: Kijk, in principe is deze vraag die u nu stelt waardoor is de regio duurder geworden, zou je moeten doen bij de begroting jaarrekening regio. Dan kunnen we kijken van wat staat daarin waardoor de bijdrage van Blaricum hoger is geworden. Wij hebben met het vaststellen van die jaarrekening of nee, met de begroting, hebben we geaccepteerd dat dit het nieuwe bedrag is wat we voor ‘22 betalen en dat is ook wat we betaald hebben. Het is dan in principe niet aan de afdeling Financiën om te kijken waar zit dat verschil in. Dat verschil wordt ons via die begroting vanuit de regio aangerekend. Toen hadden we moeten kijken, zijn we het eens met wat daarin staat. Niet nu achteraf. Dus deze vraag is een beetje lastig in het kader van jaarrekening Blaricum. Ik begrijp wel wat u zegt. En als het inderdaad vervoerskosten zouden zijn, dan moeten die in mindering ook terug te vinden zijn in het sociaal domein. Daar heeft u ook gelijk in. Want dan hebben we geen eigen, toen hadden we een eigen vervoer. Maar dat durf ik niet te zeggen. Kan ik zo blind hier uit de jaarrekening niet vinden en ik geloof ook als ik naar mijn rechterhand kijk dat mijn adviseur dat ook niet kan. Dus ik wil wel kijken of we er iets zinnigs over kunnen zeggen voor de raadsvergadering, maar nu kan ik er u geen antwoord op geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13013696/1