CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 Accountantsverslag Blaricum 2021

Rondetafelgesprek 21 juni 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Blaricum10.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de Raad van de gemeente Blaricum T.a.v. mevrouw T.D. de Jong, griffier Postbus 71 3755 ZH EEMNES

Datum: Kenmerk: Onderwerp:

21 juni 2022 2022.XXX Controle jaarrekening 2021

Geachte Raad, U hebt ons opdracht gegeven om de jaarrekening van de gemeente Blaricum over het boekjaar 2021 te controleren. Zoals vastgelegd in de opdrachtbevestiging hebben wij de controlewerkzaamheden in twee fasen uitgevoerd. In het vierde kwartaal van 2021 hebben wij de interim-controle uitgevoerd, met name gericht op de interne beheersing in de voor de accountantscontrole relevante (financieel administratieve) processen. Onze bevindingen hebben wij verwoord in onze managementletter van 20 januari 2022 gericht aan de gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie. Dit accountantsverslag is als volgt ingedeeld: 1. De hoofdlijnen van onze controle 2. Bestuurlijke afhandeling 3. Actuele ontwikkelingen 4. Het controleproces en beeld van de interne beheersing 5. Verslaggevingsregels nageleefd 6. Resultaat en vermogenspositie 7. Bevindingen jaarrekeningcontrole 2021 8. Materialiteit en oordeel 9. Verplichte rapportageonderdelen 10. Afsluiting Bijlage: Verplichte rapportage inzake de SiSa-bijlage

DE CONTROLE IS NOG NIET AFGEROND. OP 17 JUNI STAAN ONDER MEER NOG VRAGEN OPEN OVER SISA EN VOORZIENINGEN. NAAR VERWACHTING ZAL HET OORDEEL NIET MEER WIJZIGEN EVENALS HET RESULTAAT. TECHNISCHE CORRECTIES ZIJN NIET UITGESLOTEN.

ACCOUNTANTSVERSLAG

1. DE HOOFDLIJNEN VAN ONZE CONTROLE Onderwerp

Bevindingen

Strekking van ons oordeel

Wij verstrekken bij de jaarrekening 2021 van de gemeente Blaricum een goedkeurend oordeel met betrekking tot de getrouwheid van de door het college van burgemeester en wethouders opgestelde jaarrekening. Dit oordeel betekent dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de omvang en de samenstelling van de baten en lasten over 2021 alsmede van de activa en passiva per 31 december 2021. Ook verstrekken wij een goedkeurend oordeel met betrekking tot het aspect rechtmatigheid. Dit oordeel houdt in dat de baten, lasten en balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met relevante wet- en regelgeving, waaronder de gemeentelijke verordeningen.

Verslaggeving en WNT

Wij hebben vastgesteld dat de jaarrekening overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is opgesteld. Tevens is voldaan aan de WNT. Wij hebben de WNT-verantwoording gecontroleerd op basis van het controleprotocol WNT. Wij hebben verder geconcludeerd dat het jaarverslag en de overige informatie die in de jaarstukken is opgenomen, voldoen aan de eisen van het BBV en in materiele zin verenigbaar zijn met de informatie in de jaarrekening en de door ons verkregen controle-informatie. Ten aanzien van verschillende kwalitatieve prestaties is onduidelijk of en zo ja op welke wijze de genoemde prestaties worden onderbouwd.

SISA-bijlage

OPENSTAAND: Wij hebben de SiSa-bijlage gecontroleerd met inachtneming van de Nota Verwachtingen Accountantscontrole die hierover regels bevat. Wij hebben bij de voor u van toepassing zijnde specifieke uitkeringen geen fouten of onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties voor SiSa overschrijden.

Controleverschillen

OPENSTAAND

Kwaliteit van de interne beheersing

Wij hebben tijdens de controle diverse tekortkomingen in de administratieve organisatie en interne beheersing aangetroffen die relevant zijn om te komen tot een oordeel omtrent de jaarrekening. Dit betreft onder meer de totstandkoming van schattingen en delen van de opbrengstverantwoording (belastingen en heffingen).

Geautomatiseerde In overeenstemming met artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek delen wij u gegevensverwerking mee dat er naar aanleiding van de controle van de jaarrekening geen materiële en dataveiligheid bevindingen betreffende de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking zijn op te merken. Belangrijke schattingen in de jaarrekening

Om de jaarrekening te kunnen opstellen is het voor het college en het management noodzakelijk om schattingen te maken en oordelen te verwerken over toekomstige gebeurtenissen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de uiteindelijke uitkomsten kunnen afwijken. De belangrijke schattingen die in de jaarrekening van de gemeente Blaricum zijn opgenomen hebben betrekking op de waardering van vaste activa en de inschatting van de omvang van verplichtingen in de vorm van voorzieningen en

ACCOUNTANTSVERSLAG 2 van 22

overlopende passiva. Wij aanvaarden in materiële zin de gekozen methoden die voor de schattingen zijn gehanteerd. Ten aanzien van de voorzieningen voor groot onderhoud en dubieuze debiteuren hebben we een onzekerheid aangemerkt, omdat het saldo niet in voldoende mate kan worden onderbouwd of dat het niet uitgevoerde onderhoud als nog zal worden uitgevoerd in de komende jaren. Signalen van fraude, Tijdens de controle hebben we op diverse momenten met de voor ons relevante misbruik en geledingen in de organisatie van gedachten gewisseld over eventuele oneigenlijk gebruik fraudegevallen, fraudesignalen en de kwaliteit van de interne beheersing op dit onderwerp. Wij hebben tijdens de controle geen aanwijzingen verkregen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de gemeente Blaricum over het boekjaar 2021. Het college heeft aan ons bevestigd dat in de organisatie geen gevallen gemeld zijn. Resultaat 2021 en vermogenspositie

De gemeente Blaricum heeft over 2021 een positief resultaat behaald van € 2,9 miljoen. Dit resultaat is de optelsom van een totaalbedrag aan gerealiseerde lasten van € 30,0 miljoen en gerealiseerde baten van € 31,6 miljoen. Het saldo van € 2,9 miljoen is het verschil in de vermogenspositie tussen eind 2020 en eind 2021. De Raad heeft echter vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves onttrokken en toegevoegd mochten worden en van dat bedrag is per saldo bijna € 1,4 miljoen aan dotaties gerealiseerd. Het eigen vermogen stijgt hierdoor van € 51,26 miljoen naar afgerond € 52,85 miljoen ultimo 2021.

Continuïteit van de organisatie

Van accountants wordt verwacht dat bij de afgifte van het oordeel vooruit wordt gekeken of er gerede twijfel kan bestaan aan de continuïteit van de organisatie en diens activiteiten in de komende twaalf maanden. Op basis van onze controle hebben we ten aanzien van dit onderwerp geen bevindingen.

ACCOUNTANTSVERSLAG 3 van 22

2. BESTUURLIJKE AFHANDELING De bestuurlijke afhandeling van de jaarstukken bestaat uit de volgende stappen: Het college van burgemeester en wethouders behandelt in de betreffende vergadering de jaarstukken, met inbegrip van de jaarrekening, stelt de jaarstukken daarmee vervolgens op. Op dat moment ontstaan formeel de jaarstukken. De gemeenteraad behandelt vervolgens de jaarstukken en stelt deze vast. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan. Wij verzoeken de gemeente in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen met u te bespreken.

OPENBAARMAKING Bij de jaarstukken hoort de controleverklaring die naar verwachting wordt gedateerd op 5 juli 2022. Wij hebben één exemplaar van de controleverklaring voorzien van een originele handtekening. Dit exemplaar is ten behoeve van uw eigen archief en mag niet worden gepubliceerd. Het andere exemplaar van de controleverklaring is voorzien van de naam van onze accountantspraktijk en de naam van de accountant, echter zonder persoonlijke handtekening. Deze mag openbaar gemaakt worden. Het is niet toegestaan de getekende verklaring openbaar te maken. Deze werkwijze is van belang om misbruik van onze handtekening te voorkomen. Indien wij constateren dat toch gebruik gemaakt is van een controleverklaring met onze handtekening zullen wij u verzoeken dit te herstellen, bijvoorbeeld door de jaarstukken van het internet af te halen, dan wel de fysieke verspreiding ongedaan te maken. Vanzelfsprekend treden wij in die situaties met u in overleg over de manier waarop dit moet plaatsvinden. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Uiteraard vervalt in die situatie onze toestemming tot openbaarmaking. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan.

Wij verzoeken u in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen te bespreken. Wij bevestigen u ermee akkoord te gaan dat het afschrift van onze controleverklaring zonder persoonlijke handtekening, wordt openbaar gemaakt in de jaarrekening, mits de opgemaakte jaarrekening ongewijzigd blijft. Openbaarmaking van de controleverklaring is slechts toegestaan tezamen met de jaarstukken. Hiervoor gebruikt u een exemplaar zonder ons waarmerk. De gewaarmerkte versie van de jaarrekening is uitsluitend voor uw eigen archief. Indien u de jaarstukken en de controleverklaring opneemt op internet, dient u te waarborgen dat de jaarstukken goed zijn afgescheiden van andere informatie op de internetsite. Afscheiding kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de jaarstukken in nietbewerkbare vorm als een afzonderlijk bestand op te nemen of door een waarschuwing op te nemen indien de lezer de jaarstukken verlaat ("u verlaat de beveiligde, door de accountant gecontroleerde jaarrekening"). Dit accountantsverslag brengen wij uit in een versie met en zonder handtekening. De versie zonder handtekening kan in het kader van de bestuurlijke behandeling worden verspreid. De versie met handtekening is alleen bestemd voor uw archief. Verspreiding daarvan is niet toegestaan.

ACCOUNTANTSVERSLAG 4 van 22

3. ACTUELE ONTWIKKELINGEN 3.1 COVID-19: digitaal werken als nieuwe realiteit We kunnen er niet omheen, COVID-19 heeft in 2021 de samenleving, lokaal, nationaal en internationaal gedomineerd. We hebben er bijna allemaal mee te maken gehad, zowel in de werkomstandigheden als thuis. Beperkingen in de bewegingsvrijheid, tijdelijke sluiting van het onderwijs en de horeca, avondklok, hybride werken, we hebben het in 2021 allemaal meegemaakt. Het hybride werken heeft inmiddels zijn plek gekregen in een meer permanente vorm dan oorspronkelijk gedacht. Dat dit hybride werken effecten heeft op zaken als de beveiliging van systemen en data is bij de gemeente Blaricum in beeld. Thuiswerken, digitaal overleg of digitale vergaderingen zijn een nieuwe en blijvende realiteit geworden. Meer dan voorheen vraagt dat aanpassingsvermogen van medewerkers maar ook van organisaties om aan deze nieuwe wensen invulling te geven. Het ontwikkelen van thuiswerkbeleid is een prioriteit geworden, net als het anders organiseren van blijvende betrokkenheid bij de organisatie. In die context is het behouden van cultuur en betrokkenheid bij de organisatie een uitdaging geworden. Ook vraagt dit mogelijk om andere checks and balances in de werkprocessen en in de werk-privé-balans. Bewustwording van bijvoorbeeld nieuwe informatiebeveiligingsrisico’s is blijvend relevant.

3.2 COVID-19 en continuiteit Uiteraard hebben de pandemie en de maatregelen ter beteugeling ervan effecten op de geldstromen van bedrijven en instellingen en dus ook van uw gemeente. Veel activiteiten konden niet doorgaan of moesten anders worden georganiseerd. Dat geldt ook voor de activiteiten en werkzaamheden van de gemeente. U hebt, net als in 2020, allerlei steunmaatregelen uitgevoerd zoals de Tijdelijke Overbruggingsregelingen Zelfstandige Ondernemers (TOZO) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Lasten (TONK). Binnen diverse gemeentelijke programma’s zijn effecten zichtbaar op de baten en lasten, dan wel is er compensatie ontvangen van de rijksoverheid. De financiële gevolgen van Corona zijn toegelicht op diverse plekken in de jaarrekening. Bij de beoordeling van continuïteit is sprake van de beoordeling van zowel de formele continuïteit als een materiele beoordeling. De eerste gaat over het voortbestaan van de organisatie als zodanig en op dat vlak heeft het rijk harde waarborgen getroffen. Uw continuïteit in dat opzicht staat niet ter discussie. Materieel kan het wel zo zijn dat als gevolg van de pandemie activiteiten nu en in de toekomst, niet of anders worden vormgegeven.

Dat kan leiden tot aanpassing in financiering van maatschappelijke instellingen, wijzigingen in kostenstructuur of het ontstaan van kwalitatieve of kwantitatieve leegstand in gemeentelijke gebouwen. Wij adviseren u wel het onderwerp continuïteit meer aandacht te geven in uw planning & control documenten omdat vanaf 2022 wij hierover, net als over frauderisico’s, expliciet moeten rapporteren in de controleverklaring.

3.3 Overgang rechtmatigheid verschoven naar 2023 In eerdere rapportages hebben wij u geïnformeerd over het voornemen van de rijksoverheid om de verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen nog nadrukkelijker bij het college van burgemeester en wethouders te leggen, door het verplicht stellen van een rechtmatigheidsverantwoording als onderdeel van de jaarrekening. Eind mei is het betreffende ACCOUNTANTSVERSLAG 5 van 22

wetsvoorstel door de Tweede Kamer met een ruime meerderheid aangenomen. Dit is een belangrijke stap op weg naar de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. De vervolgstap is dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel zal behandelen. Tevens zal onderliggende regelgeving nog moeten worden aangepast. Vanwege de uitgestelde behandeling heeft het ministerie van BZK begin juni laten weten dat de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording zal verschuiven naar 2023. Dat betekent dat u meer voorbereidingstijd krijgt voor de implementatie. De commissie BBV heeft inmiddels een modeltekst voor de rechtmatigheidsverantwoording gepubliceerd en tevens de Kadernota Rechtmatigheid 2022 uitgebracht die al op de nieuwe situatie is geschreven. Deze kadernota zal, nu de verplichtstelling naar 2023 is doorgeschoven, naar verwachting opnieuw worden geactualiseerd. Vanaf 2023 krijgt de gemeenteraad de bevoegdheid om de grenzen vast te stellen waarboven er in de rechtmatigheidsverantwoording melding moet worden gemaakt van intern geconstateerde onrechtmatigheden en onduidelijkheden. De wetgever zal naar verwachting het maximum van deze grens leggen op 3% van de totale omvang van de lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves). Gemeten aan de omvang van de lasten van de gemeente Blaricum over 2021 (ruim € 30 miljoen) zou dat in uw geval neerkomen op een grens van ongeveer bijna € 1 miljoen.

De gemeenteraad is overigens bevoegd om deze grens lager vast te stellen. Uiteraard kan er pas een rechtmatigheidsverantwoording worden opgesteld als daarvoor in de organisatie in voldoende mate het fundament is gelegd. Dat fundament bestaat uit een combinatie van een adequate procesinrichting en een zekere mate van interne controle om zichtbaar te kunnen maken dat de processen ook daadwerkelijk adequaat verlopen, en leiden tot rechtmatig handelen en betrouwbare informatie daarover. Het gaat dan bijvoorbeeld over de vaststelling van het normenkader, diverse verordeningen, de verantwoordingsgrens, de wijze waarop de interne organisatie van de verantwoording is vormgegeven en eventuele tussentijdse informatievoorziening aan de Raad. Wij hebben geconstateerd dat u hierin nog de nodige stappen moet zetten om te kunnen voldoen aan de eisen voor de rechtmatigheidsverantwoording. De uitvoering ligt weliswaar bij de BEL maar de gemeente Blaricum zal ook in de verantwoording van de BEL naar de gemeente toe scherper moeten letten op de verantwoordingslijnen voor het rechtmatig handelen.

In essentie komt het neer op het realiseren van een stelsel waarbij het expliciet toetsen van processen zoals ten aanzien van personeel, inkopen en aanbesteden ingeregeld is op basis van een risicoanalyse, er een methodologie ontwikkeld is en de organisatorische inbedding, onafhankelijk van de feitelijke uitvoering, een plaats heeft gekregen. Dat is op de schaal van de gemeente Blaricum uiteraard een uitdaging. Tevens is het van belang om voldoende tijd beschikbaar te hebben voor de uitvoering van de controlewerkzaamheden, de evaluatie van de bevindingen en het vertalen ervan naar de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording wordt, omdat het een onderdeel is van de jaarrekening, ook onderdeel van de accountantscontrole en zal met ingang van 2023 zijn inbegrepen in het accountantsoordeel omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.

3.4 Nieuw verdeelmodel gemeentefonds start in 2023 Het huidige verdeelmodel stamt grotendeels uit 1997 en werd door het rijk niet meer passend geacht. Er is natuurlijk ook het nodige veranderd in de afgelopen 20 jaar, bijvoorbeeld de overdracht van taken in het sociaal domein, schaalvergroting bij gemeenten als gevolg van herindelingen, toenemende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de dienstverlening door gemeenten, ontwikkelingen op IT-gebied, om maar een paar voorbeelden te noemen.

ACCOUNTANTSVERSLAG 6 van 22

De afgelopen jaren is er gewerkt aan een nieuw verdeelmodel dat per 1 januari 2023 van kracht wordt. Het doel is een nieuw model wat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Vanuit met name de kleinere gemeenten in de periferie van het land is de perceptie dat zij erop achteruitgaan. Aan de invoering is een overgangsregeling gekoppeld in de vorm van een ingroeipad van 3 jaar. Het maximale herverdeeleffect is beperkt tot € 37,50 per inwoner gerekend over de periode tot en met 2025. Voor Blaricum geldt dat het effect per saldo voordelig is, hetgeen tot voor kort niet werd verwacht. Dit toont de volatiliteit in uw financiering. De rijksoverheid heeft de verwachting uitgesproken dat het model geen eindstation zal zijn en continue onderhoud zal vragen. Daarmee stapt het rijk af van het systeem dat het model voor een langere periode vaststaat en dit betekent dat de stabiliteit van de gemeentelijke financiering afneemt. Dat blijkt ook uit de in de meicirculaire opgenomen doorkijk van de gemeentefinanciën tot en met 2026. Het Rijk kiest ervoor om de, hoofdzakelijk incidentele, middelen die deze kabinetsperiode beschikbaar gesteld worden, niet in te rekenen voor 2026. Dat leidt in het laatste jaar van de komende meerjarenbegroting tot een forse terugval in de te verwachten algemene uitkering.

Over dit ‘ravijn’ wordt de komende periode nog gesproken door de VNG en het Rijk om het perspectief voor 2026 te verbeteren. Het perspectief voor Blaricum is dat het ‘ravijn’ weliswaar leidt tot minder inkomsten maar het meerjarenbeeld blijft positief.

3.5 Oorlog in Oekraïne, vluchtelingen opvangen in Nederland Gemeenten, veiligheidsregio’s en andere betrokken partijen werken samen met de Rijksoverheid om vluchtelingen uit Oekraïne veilige en humane opvang te bieden. De verwachting is dat het aantal vluchtelingen uit Oekraïne dat naar Nederland komt, fors zal zijn. De veiligheidsregio’s en gemeenten werken samen om voldoende opvangplekken te realiseren. In eerste instantie ging het om 50.000 plaatsen, inmiddels wordt het aantal van 75.000 plaatsen genoemd. De Rijksoverheid heeft een Handreiking gemeentelijke opvang Oekraïners uitgebracht, waarvan versie 2.0 van 4 april 2022 op het moment van het schrijven van dit verslag de actuele versie is. Gemeenten worden geacht ruimten en faciliteiten te regelen en leefgeld te verstrekken, waarbij het Rijk heeft aangegeven de kosten integraal te vergoeden. Het is daarom zaak de kosten die de gemeente maakt om deze opvang te bieden scherp te registreren en onderbouwen, zodat te zijner tijd het recht op vergoeding adequaat kan worden aangetoond. Verstrekkingen van leefgeld aan rechthebbenden zonder bankrekening vinden vaak contant dan wel via anonieme pinpassen plaats. Met name bij contant geld is het belangrijk om de kasprocedures juist in te richten. Helder is dat deze opvang het nodige vraagt van de gemeentelijke organisatie.

3.6 Energiecrisis leidt tot oplopende inflatie Mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, maar ook door andere onderliggende factoren zien we de prijzen van grondstoffen, alsmede olie en gas snel oplopen. Dat raakt gemeenten zelf, maar ook de (gesubsidieerde) instellingen, burgers en bedrijven in de gemeente. Als gevolg hiervan hebben de gemeenten de opdracht gekregen om de energietoeslag uit te betalen aan de doelgroep die daarvoor in aanmerking komt. En nadat de afgelopen twee jaren van gemeenten coulance is gevraagd in verband met Corona, liggen nu vragen op tafel hoe de gemeente omgaat met de inflatie in de richting van gesubsidieerde instellingen als zwembaden, musea en theaters. Ook in het eigen gemeentelijke begrotingsproces zullen de kostenstijgingen zichtbaar worden. De begroting voor 2023 zal naar verwachting dan ook de nodige onzekerheden bevatten. Dat geldt uiteraard ook voor de uitkomsten van het lopende jaar.

ACCOUNTANTSVERSLAG 7 van 22

4. CONTROLEPROCES EN BEELD VAN DE INTERNE BEHEERSING 4.1 Het controleproces Een jaarrekeningcontrole is in grote mate extern gereguleerd. Bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden zijn de algemeen geldende “Controle en overige standaarden (COS)” van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants). Gebruikelijk is een verdeling van de werkzaamheden in twee fasen. In eerste instantie, in het boekjaar zelf, voeren we de interim-controle uit. Deze fase is primair gericht op de wijze waarop processen zijn ingericht en interne beheersingsmaatregelen zijn geïmplementeerd. Door een combinatie van interviews, procescontroles en detailwerkzaamheden beoordelen wij de werking van deze interne beheersingsmaatregelen en stellen wij vast dat betrouwbare verantwoordingsinformatie tot stand kan komen. Deze fase hebben we afgesloten met onze managementletter van 20 januari 2022. Bij de jaarrekeningcontrole richten we ons meer op de cijfers en onderzoeken wij of de jaarrekening, zoals die aan de Raad wordt verstrekt, deugdelijk is opgesteld en onderbouwd, dat de inrichting en presentatie voldoen aan de eisen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), dat de waarderingsgrondslagen correct zijn toegepast en de toelichtingen adequaat en volledig zijn.

Ook hebben wij onderzocht of de informatie in de programmaverantwoording en de paragrafen niet strijdig is met het beeld van de jaarrekening. Ten slotte is onderzocht of de baten, de lasten en de balansmutaties rechtmatig zijn, inclusief het opnemen van de vereiste gegevens inzake de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT). Bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden zijn de algemeen geldende “Controle en overige standaarden (COS)” van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, de kadernota rechtmatigheid, het controleprotocol WNT en de verordeningen van de gemeente Blaricum leidend.

4.2 Interne beheersing In onze managementletter van 20 januari 2022 hebben we onze bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van de interimcontrole opgenomen. De hoofdlijn van onze bevindingen bij de interimcontrole was dat de procesinrichting en procedureafspraken in opzet voldoen aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. De gemeente onderkent het belang van interne beheersing en controle en heeft daartoe zowel in de processen als over de processen heen controlemaatregelen gedefinieerd. De aandachtspunten die we eerder hebben benoemd betroffen het verbeteren van de proceskwaliteit binnen het sociaal domein, het voldoen aan de gestelde eisen op basis van de geldende Baseline Informatiebeveiliging Overheid (hierna: BIO) voor wat betreft dataveiligheid, het aanscherpen van het inkoopbeleid met betrekking tot het vaststellen van de prestatielevering, aanbesteden en belastingheffing. Ook de inrichting van de rechtmatigheidsverantwoording is een aandachtspunt. Deze onderwerpen komen voor zover nodig terug in dit verslag. De jaarrekeningcontrole heeft de hoofdconclusie ten aanzien van de interne beheersing onveranderd gelaten. Wel hebben we in hoofdstuk 7 van dit accountantsverslag bevindingen en aandachtspunten opgenomen die voortvloeien uit de waarnemingen tijdens de jaarrekeningcontrole.

Het algemeen beeld uit dit proces is dat de organisatie nauwelijks in staat is om op de afgesproken momenten de interne controles afgerond te hebben en een goed gedocumenteerde jaarrekening op te leveren. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van het team control & finance, maar de uitdagingen zitten vooral in het tijdig ontvangen en beoordelen van informatie van buiten de ACCOUNTANTSVERSLAG 8 van 22

organisatie en de andere teams binnen de BEL. De procesafspraken hierover zijn onvoldoende robuust gebleken en zorgen voor aanzienlijke vertraging in het controleproces. De belangrijkste oorzaken hiervoor liggen in een hoog verloop binnen de BEL waardoor specifieke kennis minder voor handen is, maar ook verzuim, de na-ijleffecten van corona en andere dringende crises zoals de energiecrisis en de opvang van Oekraïners zorgen voor flinke werkdruk binnen de BEL. De noodzaak voor versterking zoals in het nieuwe collegeprogramma is opgenomen is geen overbodige luxe. In dat kader hebben wij met de BEL afgesproken welke aanvullende werkzaamheden in de voorbereiding op de komende controles nodig zijn.

5. VERSLAGGEVINGSREGELS NAGELEEFD De jaarstukken van de gemeente Blaricum moeten voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Deze regels zijn, zoals u weet, anders dan in het bedrijfsleven, zowel qua toerekening van baten en lasten, als ook in de presentatie. Het gaat uiteraard bij decentrale overheden niet om “geld verdienen”, maar om de invulling van de maatschappelijke rol en functie. Daarom geven de verslaggevingsregels veel aandacht aan de beleidsverantwoording in het jaarverslag en aan de toetsing van de uitgaven aan de, door de gemeenteraad ter beschikking gestelde, middelen in de begroting. Daarnaast mogen bepaalde verplichtingen, bijvoorbeeld personele verplichtingen met een jaarlijks gelijkblijvende omvang, niet in de balans worden opgenomen en geldt er een verbod op het consolideren van verbonden partijen. Verbonden partijen moet u benoemen en toelichten in de paragraaf verbonden partijen in het jaarverslag en dat hebt u gedaan. Wij hebben ten aanzien van de inhoud van de jaarstukken en de presentatie van de cijfers in relatie tot de verslaggevingsregels geen significante tekortkomingen geconstateerd. De teksten in het jaarverslag zijn niet inconsistent met het beeld van de jaarrekening. Het jaarverslag, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen, verbindt de inhoudelijke prestaties met de baten en de lasten.

Het jaarverslag bevat de op grond van het BBV voorgeschreven onderdelen. De paragrafen bieden inzicht in een aantal onderdelen van de bedrijfsvoering alsmede het risicomanagement en de relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit.

6. RESULTAAT EN VERMOGENSPOSITIE 6.1 Resultaat 2021 Het boekjaar 2021 is afgesloten met een positief resultaat van € 2,9 miljoen terwijl een klein positief resultaat van € 0,3 miljoen werd verwacht in de primitieve begroting 2021. Dit resultaat is de optelsom van een totaalbedrag aan gerealiseerde lasten van € 30,0 miljoen en gerealiseerde baten van € 31,6 miljoen. Het saldo van € 1,6 miljoen is het verschil in de vermogenspositie tussen eind 2020 en eind 2021. De Raad heeft echter vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves onttrokken en toegevoegd mochten worden en van dat bedrag is per saldo bijna € 1,6 miljoen gerealiseerd. In de jaarrekening is op programmaniveau een samenvatting gegeven van de realisatie over 2021 ten opzichte van gewijzigde begroting. Voor een gedetailleerde analyse verwijzen wij naar de toelichting in de jaarstukken.

6.2 De ontwikkeling van de vermogenspositie Het eigen vermogen is het afgelopen jaar opnieuw gegroeid maar minder snel dan de jaren ervoor omdat de winstneming uit de Blaricummermeent grotendeels wegvalt. De verwachting voor komende jaren is dat het eigen vermogen langzaam zal dalen. Dat is de uitkomst van de huidige

ACCOUNTANTSVERSLAG 9 van 22

meerjarenbegroting waarin onder meer de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds zijn verwerkt maar ook de effecten van de investeringen in de Bijvanck. We merken verder op dat in 2022 de gemeente Blaricum een bedrag ineens krijgt als tegemoetkoming in de in de afgelopen jaren opgelopen tekorten voor de jeugdzorg. Dat betreft bij u een bedrag van € 485.000 De ontwikkeling in het eigen vermogen van de gemeente Blaricum kan als volgt worden weergegeven:

EIGEN VERMOGEN GEMEENTE BLARICUM 60 50 40 Begroting 20-23 30

Begroting 21-24 Begroting 22-25

20 10 0 2019

2020

2021

2022

2023

2024

Daarnaast hebben we in hoofdstuk 3 een aantal recente ontwikkelingen benoemd die nog niet in volle omvang in uw risicoparagraaf wordt vertaald. Ook wordt op dit moment een nieuw college gevormd en kan het coalitieakkoord gevolgen hebben voor de begroting van de komende jaren en de financiële positie die daaruit voortvloeit.

7. BEVINDINGEN JAARREKENINGCONTROLE 7.1 Sociaal domein 7.1.1 Sociale Verzekeringsbank (SVB) Ook in 2021 heeft de SVB geen goedkeurend oordeel bij haar verantwoording van de bestedingen van de PGB’s. De huidige foutpercentages die leiden tot een verklaring met beperking voor zowel de jeugdwet als de Wmo, zijn vergelijkbaar met voorgaand jaar. In 2021 heeft SVB opnieuw geen eigen werkzaamheden uitgevoerd om de feitelijke prestatielevering vast te stellen, waardoor alle gemeenten voor de keuze blijven staan zelf al dan niet in dit verantwoordingsgat te springen. De gemeente Blaricum, of liever de HBEL namens u, heeft dit ook over 2021 gedaan en daaruit komen geen bijzonderheden naar voren. Om die reden zijn de verwachte afwijkingen onder de rapporteringsgrens. De pgb-lasten voor Blaricum zijn beperkt in omvang, ongeveer € 100.000 hetgeen een daling inhoudt van bijna 20 procent ten opzichte van vorig jaar. 7.1.2 Wmo en Jeugdwet via de Regio Gooi en Vechtstreek uitgevoerd De gemeente Blaricum werkt voor inkoop van maatwerkvoorzieningen voor de Wmo en jeugdwet, samen met de andere gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek. De Regio legt aan de gemeenten via een apart kostenoverzicht verantwoording af over de gemaakte kosten. Ten opzichte ACCOUNTANTSVERSLAG 10 van 22

van 2020 zijn een aantal veranderingen opgetreden die een vergelijking met vorig jaar lastiger maken. Sinds 2021 voert de Regio voor u het vervoer uit waardoor deze lasten niet meer in de sociaal domein verantwoording zijn opgenomen maar worden gefinancierd via de bijdrage aan de Regio zelf. Daarnaast is sprake van een daling van het aantal cliënten in het beschermd wonen omdat deze zijn ondergebracht in de wet langdurige zorg. Hier is overigens ook rijksfinanciering op aan gepast. Uit de controle bij de Regio komen een aantal fouten en onzekerheden naar voren. Het niet ontvangen van verantwoordingsinformatie van aanbieders is een terugkerende oorzaak maar de omvang ervan is wel hoger dan vorig jaar. De oorzaak hiervan is een enkele aanbieder die geen verantwoording heeft ingediend. Daarnaast voert de Regio tal van controles uit op de ontvangen informatie, analyseert ze klachteninformatie en voert gesprekken met aanbieders. Bij deze controles constateert de Regio soms dat aanbieders fouten maken in de verantwoording. Deze fouten leiden soms tot onzekerheid over het al dan niet terecht declareren van kosten en soms tot fouten in de gedeclareerde bedragen. In zijn algemeenheid valt op dat aanbieders later dan afgesproken bij de Regio informatie aanleveren en dat daarmee de druk op de verantwoording van de Regio aan de gemeenten ook onder druk staat.

De Regio heeft zelf ook te kampen met krapte in de personele bezetting door verloop en ziekte. Mede hierdoor zijn de onzekerheden die voortvloeien uit het sociaal domein iets hoger dan vorig jaar. De geconstateerde fouten blijven onder de rapporteringsgrens. Voor de gemeente Blaricum betreft het een bedrag aan onzekerheden van € 145.000. De gemeente Blaricum heeft relatief veel cliënten bij een tweetal aanbieders die zorg leveren waarbij niet is vastgesteld of een toewijzing aanwezig is. Daarmee is onzeker of de zorg terecht geleverd is. De kostenontwikkeling in het sociaal domein baart gemeenten al jaren zorgen. De nieuwe inkoop binnen de Regio zorgt in totaal voor een matiging in de kostenontwikkeling, maar de zorgvraag in Blaricum is blijvend hoog.

7.2 TOZO-uitvoering belegd bij Hilversum Een van de steunmaatregelen van het Rijk om de effecten van de lockdowns te compenseren is de TOZO-regeling. Deze regeling is met name gericht op het ondersteunen van kleine zelfstandigen. De regeling bestaat uit een regeling voor inkomensondersteuning en een faciliteit voor bedrijfskredieten en leningen. De gemeente Hilversum voert deze regeling voor u uit, maar de gemeente Blaricum is hiervoor wel zelf verantwoordelijk. Het Rijk heeft in de loop van het jaar de regeling steeds verlengd en de uitvoeringseisen aangepast. Ook is de start van het moment waarop afgelost moet worden uitgesteld. De verantwoording van de TOZO in de jaarrekening is niet aangepast ten opzichte van vorig jaar. Toen hebben we aangegeven uw optimisme dat alle kredieten en leningen binnen een jaar zouden worden terugbetaald niet delen. We constateren dat de presentatie als vordering niet aansluit bij de verwachte looptijd. Dat blijkt ook uit de mate waarin tot nu toe vrijwillig is afgelost. Dit alles maakt de waardering van deze post complex. U heeft ongeveer 90% van de vorderingen uit hoofde hiervan afgewaardeerd. Dat betekent dat u verwacht slechts € 19.000 retour te ontvangen. Gelet op het bedrag dat in 2021 al ontvangen is vinden we die waardering te voorzichtig.

Als de aflossingen in de komende jaren zich op dezelfde voet blijven ontwikkelen zou een totale aflossing van ongeveer € 111.000 plaatsvinden. Dat betekent dat we dit verschil als onzekerheid bestempelen. Wij adviseren u wel om periodiek zelf te beoordelen wat de waardering van vorderingen zou moeten zijn. U koerst hierbij op dit moment uitsluitend op externe informatie zonder deze zelf te beoordelen. De gemeente Blaricum heeft de werkzaamheden inzake TOZO uitbesteed aan centrumgemeente Hilversum. Wij hebben vanuit de accountantscontrole bij de centrumgemeente begrepen dat de ACCOUNTANTSVERSLAG 11 van 22

procedures wat betreft het toekennen van de uitkeringen en het opvolgen van signalen van het Inlichtingenbureau in opzet adequaat zijn. De procedures worden conform het controleplan uitgevoerd. Belangrijk om te benadrukken is dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor het rechtmatig verstrekken van de TOZO-uitkeringen en dat er voldoende opvolging moet zijn en blijven omtrent de IB-signalen. Wij gaan er in dit verband van uit dat de gemeente Blaricum net als vorig jaar door de uitbesteding van de uitvoering van de TOZO aan de gemeente Hilversum bedoeld heeft het M&O-beleid en de opvolging van de signalen van het Inlichtingenbureau als “eigen” normering over te nemen. Uit deze werkzaamheden blijken geen tekortkomingen.

7.3 Europees aanbesteden blijft aandacht vragen We signaleren dat decentrale overheden veel aandacht hebben voor rechtmatig inkopen en aanbesteden. Dat geldt ook voor de gemeente Blaricum. We zien ook in de praktijk dat het een lastig, en soms complex en weerbarstig onderwerp is. Dat heeft met name te maken met het gegeven dat de beoordeling welke procedure aan de orde is niet moet worden bekeken op het niveau van een individuele transactie, maar op het niveau van de zogenaamde ‘CPV-code’, een aanduiding voor gelijksoortige transacties. De aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit geven hier duiding in, maar stellen ook tegelijkertijd dat het niet is toegestaan om voorgenomen transacties onnodig samen te voegen dan wel te knippen. De gedachte achter de regels is transparantie in inkoopprocessen en het voorkomen dat door onnodig clusteren dan wel knippen, de concurrentie wordt “uitgeschakeld”. De afgelopen maanden is in allerlei gremia gesproken over de gesignaleerde kostenoverschrijdingen in het contract met betrekking tot het integraal beheer van de openbare ruimte (IBOR). Ook wij hebben daarover meermaals met de BEL gesproken. Het heeft enige tijd gekost om de feiten en omstandigheden waaronder het contract tot stand gekomen is, welke basisgegevens daaraan ten grondslag lagen en hoe het toezicht en contractbeheer is ingericht.

Geconstateerd is dat het contract destijds Europees is aanbesteed. Daarmee is het contract rechtmatig tot stand gekomen. Dat betekent dat wij de afwijkingen in het contract dienen te beoordelen. Daarbij geldt dat het aanbestedingsrecht u de ruimte biedt om in elk geval tot 10 procent van de waarde van het contract af te wijken. Het is immers bij meerjarige contracten niet ongebruikelijk dat actuele ontwikkelingen leidend tot (beperkte) afwijkingen in de gevraagde dienstverlening. De eerste beoordeling is derhalve of sprake is van een afwijking op het totale contract van meer dan 10 procent voor de drie gemeenten samen. Het is immers een gezamenlijk contract. Omdat een voortzetting van de huidige inzet in de komende jaren niet het streven is, is ook een extrapolatie van de overschrijding van de budgetten niet een-op-een te maken. Door de BEL is beargumenteerd waarom de afwijking met de voorgestelde maatregelen (net) binnen deze marge blijft. Wij hebben daar met de behandelend jurist en het college over gesproken en geconcludeerd dat wij dit standpunt kunnen aanvaarden. Dat betekent niet dat de risico’s weg zijn. Immers heeft deze situatie zich kunnen voordoen door gebrekkige basisinformatie en lacunes in het toezicht. Dat betekent dat ook in het toezicht op de uitvoering en het vergroten van de inzet van eigen medewerkers strak bewaakt moet worden.

Mocht in de toekomst blijken dat de inzet van de leverancier niet is afgenomen, kan dit alsnog tot een aanbestedingsfout kan leiden. We hebben verder geconstateerd dat door stapeling van kleinere opdrachten de aanbestedingsgrenzen bij enkele leveranciers in zicht komt of wordt overschreden. In die situatie is een nadere analyse nodig. Daaruit blijkt dat bij een leverancier de grenzen voor diensten bij de betreffende leverancier, zijn overschreden maar dat vanwege de diversiteit in opdrachten en het onvoorzienbare karakter van enkele daarvan, de aanbestedingswet wel is nageleefd. Wij onderkennen hierin wel een risico voor de toekomst en adviseren u deze activiteiten te gaan aanbesteden, indien de verwachte uitgaven voor de toekomst gelijk blijven. ACCOUNTANTSVERSLAG 12 van 22

Ten aanzien van de verlenging van de projectleiding voor de Blaricummermeent hebben we vastgesteld dat deze stilzwijgend is verlengd en pas achteraf Is bevestigd. Daarmee kan deze verlenging niet los gezien worden van eerdere contracten en zijn de uitgaven in 2021 daarmee, net als in het verleden, niet in overeenstemming met de aanbestedingswet tot stand gekomen. Deze rechtmatigheidsfout wegen we mee in ons oordeel voor een bedrag van € 183.000.

7.4 Opbrengsten heffingen en belastingen leidt tot onzekerheid Zoals bekend is de proceskwaliteit binnen het Team Heffen en Waarderen al enkele jaren dusdanig wisselend dat vanuit accountantsperspectief we niet op de interne beheersing in dit proces kunnen steunen. Om die reden hebben we, net als voorgaande jaren de organisatie gevraagd om zowel ten opzichte van 2020 als ten opzichte van de begroting 2021 een analyse te maken van de opbrengsten, rekening houdend met factoren zoals de wijzigingen in het tarief, de waardeontwikkeling van het vastgoed, de samenstelling van huishoudens en het aantal objecten binnen de gemeente. Binnen de organisatie was geen capaciteit om deze analyse uit te voeren, derhalve hebben wij zelf een analyse uitgevoerd en het verschil tussen de verwachte belastingopbrengsten en werkelijke belastingopbrengsten als onzekerheid aangemerkt. De omvang van de onzekerheid bedraagt € 94.000.

7.5 Begrotingsrechtmatigheid Uw stelsel van begroten en de bewaking ervan, moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de (gewijzigde) begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de Raad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Wij hebben vastgesteld dat de totale lasten de gewijzigde begroting niet overschrijden, maar per programma is het beeld wisselend. Het betreft overschrijdingen die voortvloeien uit openeinderegelingen, dan wel passen binnen het bestaande beleid en niet eerder bekend waren. Daarmee vallen deze overschrijdingen volgens de Kadernota rechtmatigheid in de categorie “onrechtmatig, maar tellen niet mee voor het oordeel van de accountant ”. Door het vaststellen van de jaarstukken 2021 worden deze overschrijdingen alsnog door de Raad geautoriseerd. Begrotingsrechtmatigheid gaat niet alleen over de lasten, maar ook over de (investerings)kredieten. Dit betreft de bedragen die de Raad ter beschikking stelt voor met name investeringen in wegen, riolering, gebouwen en dergelijke. De besteding van deze kredieten is vaak verdeeld over meerdere jaren. In de jaarrekening wordt de stand van zaken met betrekking tot de kredieten ook toegelicht. Daaruit blijkt dat er in 2021 investeringen zijn gerealiseerd die het toegezegde krediet overschrijden. Het gaat om een bedrag van € 32.000.

7.6 Schattingen in de jaarrekening: Onderbouwing moet beter Inherent aan het opmaken van een jaarrekening is dat het college schattingen moet doen. Daarbij hoort dat schattingen uiteen kunnen lopen vanwege het deels subjectieve karakter en de beschikbare informatie. Om die reden zijn schattingen meer dan gemiddeld vatbaar voor beïnvloeding door het management of door derden en daardoor hechten we nog meer dan bij andere jaarrekeningposten aan een gedegen onderbouwing van de schattingen. Deze onderbouwing moet de subjectiviteit in het schattingsproces reduceren, maar een zekere bandbreedte, variërend van een te voorzichtige schatting tot een te optimistische schatting, blijft aanwezig. In het controleproces hebben we ten aanzien van een aantal posten met de organisatie gesproken over de veronderstellingen en de methodieken onder de schattingen. Voor wat betreft de ACCOUNTANTSVERSLAG 13 van 22

onderhoudsvoorzieningen valt het op dat de methode juist is toegepast maar dat een administratief verschil met de jaarrekening niet intern geconstateerd en gecorrigeerd is. Daarnaast wordt ook op dit onderdeel onvoldoende kritisch gekeken naar extern aangeleverde informatie. Daardoor resteren onzekerheden die in de navolgende paragrafen worden beschreven. Overigens hoort het inherent bij schattingen, dat de werkelijkheid uiteindelijk kan afwijken. Om die reden adviseren wij u ook om naderhand een beoordeling uit te voeren op de feitelijke uitkomst zodat u deze beoordeling kunt gebruiken voor toekomstige schattingen.

7.7 Subsidies De gemeente Blaricum verstrekt tal van subsidies aan instellingen in de gemeente om maatschappelijke activiteiten en andere initiatieven te ondersteunen die u belangrijk vindt. De doelstellingen in verordeningen, beleidsstukken en beschikkingen zijn meestal zodanig ruim geformuleerd dat de subsidieontvanger een zekere mate van ruimte heeft in de besteding. Tegelijkertijd betekent dat ook dat er meestal geen eenduidige en objectieve norm is waartegen de prestaties van de subsidieontvanger (moeten) worden afgezet. Veelal is de verantwoording financieel ingestoken en wordt voor het inzicht in activiteiten en prestaties naast het jaarverslag ook gebruik gemaakt van ambtelijk en bestuurlijk overleg. In de afgelopen coronajaren hebben instellingen soms tijdelijk hun deuren moeten sluiten en in andere perioden hun activiteiten moeten uitstellen en/of anders invullen. Ook als evenementen niet doorgaan of als de bibliotheek tijdelijk dicht is, lopen kosten geheel of deels wel door. Om die reden zijn er de afgelopen jaren steunmaatregelen geweest en betrachten overheden coulance in de beoordeling van activiteiten en prestaties in relatie tot de vaststelling van de subsidie. Daarnaast hebben we ten tijde van onze controle in mei 2022 ten aanzien van 1 subsidie nog niet kunnen vaststellen of deze over 2020 definitief is.

Wij adviseren u de termijnen die hiervoor gelden beter te bewaken.

7.8 Blaricummermeent De Blaricummermeent is na ruim 15 jaar bijna klaar. Ultimo 2021 is alle grond verkocht op één kavel na en deze laatste kavel is inmiddels ook verkocht. In 2022 zullen naar verwachting ook de laatste uitgaven plaatsvinden om de inrichting van de wijk te voltooien en het laatste stuk woonrijp maken uit te voeren. De nog te maken kosten zijn ongeveer € 4,0 miljoen. Voor ruim € 1,9 miljoen is dit de nog te betalen vergoeding voor de afkoop van onderhoud van de sluis. De hoogte van deze vergoeding is contractueel vastgelegd. Daarnaast is een bedrag van € 1,7 miljoen geraamd voor nog uit te voeren werkzaamheden. De huidige krapte op de markt voor personeel, materieel met name in de bouwsector, alsmede de hoge inflatie zorgen wel voor onzekerheid of deze raming toereikend zal blijken te zijn. De raming is afgelopen jaar nog geactualiseerd en met € 0,25 miljoen opgehoogd maar pas na de gunning van alle werkzaamheden zal blijken of dit budget toereikend is. Ten aanzien van de winst in de Blaricummermeent bent u vennootschapsbelasting verschuldigd. Op basis van een voorlopige berekening heeft u de te betalen belasting bepaald en in de jaarrekening verwerkt. Ook dit betreft feitelijk een schatting omdat de aangifte nog moet plaatsvinden. De berekeningswijze is consistent met voorgaande jaren.

7.9 Voorziening groot onderhoud Aan de voorziening groot onderhoud liggen beheerplannen ten grondslag. Vorig jaar hebben we geconstateerd dat die onderbouwing onvoldoende is. We hebben vorig jaar het college geadviseerd de komende periode een huisvestingsvisie te ontwikkelen waarin de functies van het gemeentelijk vastgoed voor de langere termijn worden verbonden met het noodzakelijk onderhoud en eventuele keuzes voor (vervangende) nieuwbouw. In deze visie kunnen ook ontwikkelingen rondom verduurzaming en de door COVID-19 aangescherpte ventilatie-eisen een plaats krijgen. ACCOUNTANTSVERSLAG 14 van 22

Op dit moment is deze visie nog niet opgesteld, wij adviseren u om deze visie alsnog op te stellen. De beheerplannen zijn daarentegen wel geactualiseerd. We hebben echter geconstateerd dat er een afwijking is tussen de verwachte omvang van de voorziening op basis van de beheerplannen en de werkelijke omvang van de voorziening in de jaarrekening. Omdat onvoldoende kan worden onderbouwd in hoeverre dit niet uitgevoerde onderhoud in de toekomst alsnog zal worden uitgevoerd, wordt het verschil als onzekerheid aangemerkt. De omvang van de onzekerheid bedraagt € 188.000.

7.10 Onterechte vordering in de balans Tijdens de controle is gebleken dat er een onterechte vordering van € 25.000 op de balans staat. Dit betreft een vordering op een debiteur, echter deze factuur is in 2022 gecrediteerd. Aangezien deze vordering onderdeel uitmaakt van het Financieel Raamwerk Blaricummermeent is besloten om deze niet meer te corrigeren in 2021.

7.11 Legesbaten In sommige gevallen is het niet mogelijk om vooraf een legesnota op te leggen, maar wordt deze achteraf opgelegd. Voor een bedrag van € 52.000 is geen onderbouwing aangeleverd waarom de gemeente Blaricum deze leges achteraf nog in rekening mag brengen.

8. MATERIALITEIT EN OORDEEL Op grond van de verslaggevingsregels, de voorschriften die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvaardigt, alsmede de beroepsregels van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn een aantal rapportage onderdelen verplicht. In dit deel van het accountantsverslag hebben we deze opgenomen.

8.1 Controletoleranties en diepgang van de controle Controletolerantie is de term waarmee accountants aanduiden met welke precisie de controle wordt uitgevoerd. De maximumnormen die hiervoor gelden zijn opgenomen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). De gemeenteraad heeft de mogelijkheid deze normen neerwaarts bij te stellen maar daar heeft u geen gebruik van gemaakt. Het is overigens ook niet gebruikelijk dat wel te doen. Het wettelijk maximum bedraagt 1% van de lasten voor fouten respectievelijk 3% van de lasten voor onzekerheden. Toevoegingen aan reserves worden in dit kader ook als lasten beschouwd. Uw lastentotaal over 2021 bedraagt, inclusief toevoegingen aan reserves, afgerond € 30,0 miljoen. Goedkeuringstoleranties

Grondslag

Fouten Onzekerheden

1% van de totale lasten 3% van de totale lasten

Bedrag (afgerond)

€ 300.000 € 930.000

De rapporteringstolerantie heeft het karakter van een afspraak waarboven wij controleverschillen aan u rapporteren. Op grond van onze eigen vaktechnische regels rapporteren wij afwijkingen van meer dan 5% van de goedkeuringstolerantie. Op basis van deze tabel komt de rapporteringstolerantie uit op € 15.000. Dit bedrag geldt zowel voor controleverschillen met betrekking tot getrouwheid als rechtmatigheid. ACCOUNTANTSVERSLAG 15 van 22

8.2 Overzicht van niet-gecorrigeerde controleverschillen In onderstaand overzicht hebben we de samenvatting opgenomen van de geconstateerde controleverschillen die niet gecorrigeerd zijn. Daarbij is het belangrijk te onderkennen dat bij rechtmatigheidsfouten herstel doorgaans niet mogelijk is, omdat de betreffende handeling niet ongedaan gemaakt kan worden. Ook is het zo dat alle verschillen en onzekerheden met betrekking tot de getrouwheid, ook in het oordeel over rechtmatigheid meetellen, omdat op dit punt de verslaggevingsregels niet zijn gevolgd. Dientengevolge is het onze ervaring dat de grenzen bij rechtmatigheid sneller overschreden worden dan bij getrouwheid. Niet gecorrigeerde controleverschillen in euro

Bedrag

Invloed eigen vermogen ultimo jaar

Invloed resultaat

Factuur niet in het juiste boekjaar gecrediteerd (zie paragraaf 7.10).

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

De schuld inzake de specifieke uitkering A12B (zie paragraaf 9.4) is onvolledig.

€ 16.000

€ 16.000

€ 16.000

Totaal verschillen getrouwheid

€ 41.000

€ 41.000

€ 41.000

Bij de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo bij de Regio Gooi en Vechtstreek is onvoldoende controle informatie ontvangen over de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de verleende zorg door ontbrekende informatie van een aantal zorgaanbieders. Het genoemde bedrag is het aandeel van Blaricum in de ontbrekende informatie (zie paragraaf 7.1).

€ 145.000

€ 145.000

€ 145.000

De voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken is onvoldoende onderbouwd (zie paragraaf 7.2).

€ 89.000

€ 89.000

€ 89.000

Er is onvoldoende zekerheid over de volledigheid van de belastingopbrengsten (zie paragraaf 7.4).

€ 94.000

€ 94.000

€ 94.000

De legesopbrengsten zijn gedeeltelijk niet onderbouwd (zie paragraaf 7.10).

€ 52.000

€ 52.000

€ 52.000

De legesopbrengsten zijn gedeeltelijk niet onderbouwd (zie paragraaf 7.10).

€ 188.000

€ 188.000

€ 188.000

Totaal onzekerheden getrouwheid

€ 568.000

€ 568.000

€ 568.000

Getrouwheidsfouten zijn ook rechtmatihheidsfouten

€ 41.000

€ 41.000

€ 41.000

Investeringskredieten overschreden

€ 32.000

€ 32.000

€ 32.000

Diverse leveringen en diensten zijn ten onrechte niet Europees aanbesteed (zie paragraaf 7.3).

€ 183.000

NVT

NVT

Totaal rechtmatigheidsfouten

€ 256.000

NVT

NVT

Getrouwheidsonzekerheden zijn ook rechtmatigheidsonzekerheden

€ 568.000

NVT

NVT

Totaal rechtmatigheidsonzekerheden

€ 568.000

NVT

NVT

ACCOUNTANTSVERSLAG 16 van 22

Uit dit overzicht blijkt dat de geconstateerde verschillen en onzekerheden voor het aspect rechtmatigheid niet binnen de grenzen van paragraaf 8.1 blijven. Daarom is de strekking van onze controleverklaring goedkeurend voor getrouwheid, maar geven wij een oordeel met beperking af voor het aspect rechtmatigheid.

9. VERPLICHTE RAPPORTAGEONDERDELEN Er zijn vanuit de beroepsregels voor accountants, dan wel vanuit de ontwikkelingen in de maatschappelijke verwachtingen een aantal onderwerpen die in een accountantsverslag moeten worden behandeld. Daar gaan wij in dit hoofdstuk nader op in.

9.1 Onze onafhankelijkheid Onze onafhankelijkheid is één van de hoekstenen van het accountantsberoep. De beroepsorganisatie van accountants NBA heeft de voorschriften in het kader van de onafhankelijkheid opgenomen in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO). De naleving van de beroepsregels, waaronder de ViO, is in de organisatie van HZG Accountants & Adviseurs ingebed. Op basis van onze toetsing aan deze verordening concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij de gemeente Blaricum voldoende is gewaarborgd. Wij zijn als accountant benoemd door de gemeenteraad en dan past het dat we eventuele verzoeken tot het doen van andere werkzaamheden dan controle van de jaarrekening via de griffie melden bij de gemeenteraad, dan wel de jaarrekeningcommissie als vertegenwoordiger van de Raad in de richting van de accountant. Dit geldt overigens niet voor de werkzaamheden die zijn inbegrepen bij de primaire opdracht, zoals de controle van specifieke projectverantwoordingen. Wij hebben in het afgelopen jaar geen meldingen bij de griffie en de jaarrekeningcommissie gedaan en geen andere werkzaamheden voor de gemeente Blaricum uitgevoerd dan de werkzaamheden binnen onze primaire opdracht. Andere aspecten van onafhankelijkheid zijn het uitwisselen van giften en geschenken en langdurige betrokkenheid.

Daarvan is bij u geen sprake. Wij bevestigen voorts dat geen geschenken zijn verstrekt dan wel ontvangen die de in de regelgeving opgenomen grens van € 100 overschrijden.

9.2 Fraude, integriteit en naleving van wet- en regelgeving Van de accountant wordt op grond van de regels van de beroepsorganisatie (NBA) een professioneel-kritische houding verwacht ten aanzien van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude in de jaarrekening maar ook met betrekking tot omkoping, corruptie, ondermijning en de naleving van andere wet- en regelgeving. De aandacht voor het thema fraude en integriteit neemt de laatste jaren steeds verder toe. Het zorgt ervoor dat organisaties steeds vaker gevraagd wordt transparant te zijn in de visie, het beleid en het toezicht op het integer handelen in alle geledingen van de organisatie. Dat gaat dus niet alleen over fraude maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik, het hanteren van gedragscodes en de naleving van andere regelgeving bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu. Dit geldt niet alleen op de werkvloer, maar vraagt ook iets van het gemeentebestuur. De werkzaamheden die de accountant ten aanzien van het onderwerp fraude verricht en de bevindingen op hoofdlijnen worden steeds vaker opgenomen in de controleverklaring. Bij de gemeente Blaricum wordt dat vanaf 2022 verplicht. Het doel van deze paragraaf is om beter duidelijk te maken welke werkzaamheden wij verrichten, en wat de verantwoordelijkheid van organisatie,

ACCOUNTANTSVERSLAG 17 van 22

college en Raad is om voldoende maatregelen te treffen. De Raad heeft ook in dezen een toezichthoudende rol en dient deze zichtbaar in te vullen. Los van de formele verplichtingen is het belangrijk om het gesprek hierover te openen. We hebben in de uitvoering van onze werkzaamheden gemerkt dat er aandacht is voor fraude en integriteit. De zichtbaarheid van deze aandacht en de hieruit voortvloeiende maatregelen in de organisatie en op bestuurlijk niveau is echter beperkt. De accountant maakt zelf ook een inschatting van de frauderisico’s binnen een organisatie, en vormt zich een beeld van de maatregelen van interne beheersing die de organisatie heeft getroffen om mogelijke fraudes van materieel belang te voorkomen en te bezien of deze maatregelen effectief zijn. Datzelfde geldt ook voor integriteitsrisico’s en mogelijke niet-naleving van andere regelgeving. In iedere organisatie bestaat een risico op het doorbreken van de interne beheersing door het management bij de totstandkoming van schattingen. We beoordelen in het kader van onze controle de interne processen op deze schattingen en doen detailcontroles op de uitgangspunten en aannames die aan significante schattingen ten grondslag liggen. Ook zijn we alert op ongebruikelijke transacties, samenwerkingsrelaties en de naleving van procedures die mede tot doel hebben transparantie en integer handelen te bevorderen.

Elementen daaruit zijn controles op de prestatielevering bij inkooptransacties, het naleven van het inkoopbeleid en aanbestedingsregels. Daarnaast onderkennen we risico’s in bepaalde delen van de opbrengstverantwoording, met name waar het incidentele transacties betreft die buiten de normale procedures om gaan. Wanneer sprake is van een aanwijzing voor fraude, dan communiceren wij dit, afhankelijk van de aard van de fraude, met de directie en, in sommige gevallen, bij fraude in de top van de organisatie, of wanneer onvoldoende herstelwerkzaamheden worden ondernomen, met de toezichthouder. In dat geval rapporteren wij daar veelal separaat over. Tijdens onze werkzaamheden besteden wij ook aandacht aan elementen van beïnvloeding en druk die kunnen leiden tot een aantasting van het bestuurlijk handelen binnen de organisatie. Wij vinden het, gelet op het voorgaande, voor de hand liggen dat in de organisatie tenminste eenmaal per jaar gesproken wordt over de (fraude)risico’s. Naast de activiteiten en de maatregelen die hieromtrent getroffen zijn horen hier ook een interne beoordeling of de maatregelen afdoende worden gevonden bij. Tijdens de controle hebben wij een professioneel-kritische houding betracht ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, maar daarbij merken wij op dat onze controle niet specifiek gericht is op het ontdekken van fraude.

Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2021 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude.

9.3 Betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking In overeenstemming met artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek delen wij u mee dat er naar aanleiding van de controle van de jaarrekening geen zaken betreffende de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking zijn op te merken. Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts díe onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid hebben beoogd. Om volledig zicht te hebben op de betrouwbaarheid van alle geautomatiseerde systemen, ook die systemen zonder relatie naar de jaarrekening, is meer uitgebreid en specifiek gericht onderzoek noodzakelijk. Om te komen tot een oordeel over uw jaarrekening is een dergelijk onderzoek niet noodzakelijk. ACCOUNTANTSVERSLAG 18 van 22

Het doel van de IT-omgeving binnen de gemeente Blaricum is dat deze bijdraagt aan een betrouwbare en adequate informatievoorziening. Wij hebben een inventarisatie van de IT-omgeving uitgevoerd en daarbij aandacht gegeven aan het wijzigingsbeheer, de logische toegangsbeveiliging, de continuïteit, monitoring/logging en de informatiebeveiliging. Daarin zijn, ten opzichte van de managementletter, geen andere zaken naar voren gekomen die vermelding verdienen in dit verslag. Wel benadrukken we dat ondanks dat u gebruik maakt van de diensten van derden voor het beheer van uw IT-omgeving, u als opdrachtgever verantwoordelijk blijft om te borgen dat de organisatie aan haar wettelijke verplichtingen aantoonbaar voldoet. Het expliciteren van deze stap is een aandachtspunt. Met betrekking tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming hebben wij vastgesteld dat de gemeente Blaricum voldoet aan de basiseisen waar de Autoriteit Persoonsgegevens zegt op te handhaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11618325/1