CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Groenbeleidsplan Blaricum

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente blaricumBij agendapunt: Groenbeleidsplan Blaricum (VOORSTEL TOT INTREKKING)13.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toekomstbestendig behouden en ontwikkelen

GROENBELEIDSPLAN Blaricum

Colofon GROENBELEIDSPLAN Blaricum

Toekomstbestendig behouden en ontwikkelen

2

Opdrachtnemer:

idverde Advies B.V. Oude Apeldoornseweg 41 7333 NR Apeldoorn Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T: 055 312 40 70 E: adviesapeldoorn@idverde.nl

Opdrachtgever:

Gemeente Blaricum Kerklaan 16 1261 JB Blaricum

Opgesteld door:

Ing. Hans Luiten

Projectnummer: Kenmerk:

725210101 Z21003382

Status: Versie: Datum:

Eindconcept 0.5 9 februari 2023

Waarom een beleidsplan? Beleidskaders Aanpak en leeswijzer

“Toekomstbestendig behouden en ontwikkelen”

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Bestaand groen Indeling groenstructuren Groene uitgangspunten Kansen voor groen

Groenbeleving Natuur en biodiversiteit Gezonde leefomgeving Groenbeheer Participatie en zelfbeheer

Kostenimpact Indicatie projectkosten

Samenvatting

Voorwoord

2. Groenvisie

Bijlagen

1. Inleiding

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Voorwoord Blaricum heeft veel voorzieningen en een mooi groen karakter. Uit enquêtes en onderzoeken blijkt dat dit een belangrijk deel van de identiteit van ons dorp is. Blaricum houden we graag prettig leefbaar en groen. Zodat er ook in de toekomst een gezonde, veilige en mooie leefomgeving is.

Wethouder F.C. (Frans) Cornelis

Een uitdaging daarbij is het veranderende klimaat. Steeds vaker is het langer droog, regent het harder en hebben we (tropisch) warme dagen. We kunnen het groen in ons dorp slimmer inzetten. Daarmee versterken we zowel de natuurwaarde als de klimaatbuffering. Met dit Groenbeleidsplan gaan we op zoek naar de juiste balans tussen slimme methodes om goed met het groen om te gaan en de bijbehorende kosten. Dit Groenbeleidsplan legt uit hoe het werkt. Ook vindt u in het plan zogeheten ‘ambitieniveaus’ en geeft het voorstellen voor de uitvoering. Die uitvoering doen we niet alleen, maar samen. Zo geven we een positieve impuls aan onze groene leefomgeving!

4

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

Samenvatting

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Door de uitdagingen die het veranderende klimaat met zich meebrengt, is het belangrijk dat het groen deze rol blijft vervullen en waar mogelijk dit positieve effect versterkt wordt. Dit groenbeleidsplan geeft invulling hieraan: we kijken naar wat er al goed gaat, waar we kansen zien voor verbetering en hoe we dit kunnen aanpakken. De hiervoor in dit plan opgenomen groenvisie is daarbij richtinggevend. De bestaande groeninrichting is ingedeeld naar een hoofdgroenstructuur, nevengroenstructuur en ‘overig groen’. Het hoofd- en nevengroen vormen de belangrijkste onderdelen van de gemeentelijke groenstructuur. Hier heeft het versterken van de groeninrichting dan ook de meeste toegevoegde waarde. De verschillende beleidsthema’s die in dit plan zijn opgenomen sluiten aan op de groenvisie.

Het groen in de gemeente Blaricum heeft een veelzijdige rol: het draagt bij aan een veilige en schone leefomgeving, biedt voedsel en vestigingsplaatsen voor verschillende planten en dieren, zorgt voor

Bij elk thema hebben is een ambitieniveau bepaald, de keuze hiervan onderbouwd en aangegeven hoe we daaraan invulling gaan geven. Samengevat komt dit neer op: • We kiezen ervoor om groen binnen de hoofd- en nevengroenstructuur te behouden en actief te zoeken naar kansen om zowel de natuurwaarde en het klimaatbufferend vermogen van het groen te versterken. Dit met oog voor de bereikbaarheid en (recreatief) gebruik van het groen. • We richten ons op het behouden van identiteitsbepalend groen, zoals op de brinken en engen, en de grote groenelementen. Daarbij denken en handelen we voor de lange termijn omdat volwassen groen de meeste toegevoegde waarde levert. • We stimuleren interactie met en tussen inwoners en lokale (groene) initiatieven, dit met het oog op het beheren en samen vorm geven van de groene leefomgeving. • We zorgen dat we goed zicht houden op de hoeveelheid te beheren groenareaal en wat daarvan de kwaliteit is. Dit vormt de basis voor de periodieke indexatie van het beheerbudget. • We houden strak regie op alle beheertaken en proberen zo duurzaam en (kosten) efficiënt mogelijk te werken. Bij uitvoering van projecten in de buitenruimte betekent dit ook het aangrijpen van kansen om ‘werk met werk’ te maken.

verkoeling in de zomer, voorkomt pleksgewijs wateroverlast en slaat CO2 uit de lucht op.

Wat opvalt is dat de beleidsthema’s erg verschillend zijn, maar de ambities (vertaald naar maatregelen) per thema vaak op elkaar aansluiten. Daarbij is vaak gedacht vanuit de intentie van het bijenconvenant ‘Het Zoemmmt’. Een groot deel van de voorgestelde maatregelen is binnen de bestaande formatie van domein Groen invulling te geven. En anders is hiervoor eenmalig extra (project)budget nodig. Dit plan geeft hiervoor een kostenindicatie per project.

5

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

1. Inleiding

1.2

4. Groenbeleid

5. Financiën

BELEIDSKADERS

Dit Groenbeleidsplan staat niet op zichzelf maar houdt rekening met bestaande beleidskaders en van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Het Groenbeleidsplan is waar mogelijk aangepast op de Omgevingsvisie die voortkomt uit de nieuwe Omgevingswet. In deze nieuwe wet worden 26 bestaande wetten gebundeld voor onder meer bouwen, milieu, water en ruimtelijke ordening. Ook de Wet Natuurbescherming zal opgaan in de Omgevingswet. In lijn met deze wet wordt door de gemeente gewerkt aan een Omgevingsvisie, waarin het groen als integraal onderdeel van de leefomgeving wordt benoemd. De visie zoals in dit Groenbeleidsplan is opgenomen zoomt verder op het groen in. Beide visies sluiten op elkaar aan. Het Groenbeleidsplan is op termijn door te vertalen naar een concreet uitvoeringsplan.

Als gemeente zijn we trots op ons groen. Dat is er in veel verschillende verschijningsvormen. We rekenen hiertoe niet alleen het groen dat in beheer is van de gemeente. Maar juist ook het groen in tuinen en (natuur)gebieden in beheer van derden. Denk hierbij aan het Goois Natuurreservaat, IVN, en de lokale imkervereniging. 1.1

3. Groenstructuur

WAAROM EEN GROENBELEIDSPLAN?

Het bestaande groenbeleid dateert van 2006 en is daarom aan een update toe. Het herzien van plannen geeft een kans om invulling te geven aan recente ontwikkelingen en actuele (maatschappelijke) thema’s. Het behoud van biodiversiteit, werk maken van een leefomgeving die is aangepast aan een veranderend klimaat en het betrekken van bewoners bij het groen(beheer) zijn hiervan voorbeelden. Daarnaast zijn actuele plannen nodig als input voor de op te stellen Omgevingsvisie en als onderbouwing van de financiële uitgaven die hiermee gemoeid zijn. Doel van dit Groenbeleidsplan is om op hoofdlijnen een duidelijke ambitie voor de komende jaren mee te geven. Dit gaat (vooral) over het groen dat in beheer is van de gemeente. We kijken naar wat er al goed gaat, waar we kansen zien voor verbetering en hoe we hier dan invulling aan gaan geven. Dit inzicht bereiken we door: • Een beeld te geven van de huidige en gewenste groeninrichting; • uitgangspunten en maatregelen te beschrijven; • kansen voor uitvoering te benoemen en een globale planning te maken; • een kostenindicatie op te stellen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden aan te haken bij andere projecten binnen de gemeente, maar betrekken actief bewoners en lokale (groene) initiatieven waar dat kan. 6

Samenvatting

1.3

1. Inleiding

2. Groenvisie

ONZE AANPAK

1.4

Dit Groenbeleidsplan is gelijktijdig ontwikkeld met het Groenbeleidsplan van de gemeente Laren. Onder de vlag van de ‘BEL Combinatie’ is hiervoor bewust gekozen. Het samen aangaan van het traject naar een nieuw Groenbeleidsplan geeft veel voordelen: met elkaar zoeken naar kansen om invulling te geven aan de opgaven van vandaag, maar ook die van de nabije toekomst. Dat kan omdat de groenstructuren van beide gemeenten deels met elkaar verbonden zijn en gelijkenis vertonen. Beide plannen hebben een duidelijk eigen karakter, met per gemeente de kwaliteiten, kansen en ambities specifiek gemaakt.

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

LEESWIJZER

Dit Groenbeleidsplan geeft op hoofdlijnen de kaders en uitgangspunten mee voor de wijze waarop we de komende jaren met het groen om willen gaan. Dat begint met een bondige visie op het groen (H2), gevolgd door een indeling van het groen naar groenstructuren (H3). Voor de verschillend beleidsthema’s leggen we ons ambitieniveau vast en bepalen wat ervoor nodig is om dit invulling te geven (H4). In het laatste hoofdstuk (H5) is een uitvoeringsplanning met kostenindicatie op hoofdlijnen opgenomen.

Vanuit de gemeentelijke organisatie is een stuurgroep en een projectgroep opgezet. De projectgroep bereidt voor, werkt uit en reikt concrete beslispunten aan. De stuurgroep, met daarin de verantwoordelijke wethouder per gemeente, hakt knopen door. Er is gekozen voor een overzichtelijk participatietraject: • Met bewoners: zij zijn actief bevraagd door middel van een enquête. De resultaten van de enquête zijn onder andere gebruikt om ambities te bepalen en aan te geven wat hierin prioriteit heeft. • Met bestaande (groene) initiatieven: zij zijn betrokken middels verschillende interactieve sessies. Zowel om input op te halen als het geven van feedback op gemaakte uitwerkingen. Gedurende deze sessies is ook gesproken over de gezamenlijke betrokkenheid de komende jaren. Om zo ook de aanwezige kennis en motivatie om deze in te zetten, te benutten. • Met derden, veelal de natuurbeherende organisaties: zij hebben de keus gehad om gedurende het proces actief het gesprek aan te gaan en/of de planuitwerkingen in een gevorderde versie mee te lezen. Telkens is voor de laatste optie gekozen. De aangereikte input is waar mogelijk en passend verwerkt in het voorliggende Groenbeleidsplan. Het geheel van het proces is aangestuurd vanuit het bureau idverde Advies (vestiging Apeldoorn). Zij hebben de uitkomsten van dit proces verwerkt in het voorliggende Groenbeleidsplan.

7

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

2. Visie op groen

3. Groenstructuur

Toekomstbestendig groenbeheer

4. Groenbeleid

5. Financiën

We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Dit betekent dat we niet de focus leggen op meer groen, maar koesteren en versterken wat we nu al hebben. Het gaat daarbij specifiek om het gemeentelijk groen. En de verbinding daarvan met overige groenelementen en -structuren. Het groen dat we belangrijk vinden leggen we vast op de groenstructuurkaart. We zorgen ervoor dat het vastgelegde groen adequaat beheerd wordt en er vervanging plaatsvindt wanneer dit nodig is. Daarbij hanteren we heldere uitgangspunten. We denken en handelen hierbij altijd met het oog op de lange termijn. Groen heeft tijd nodig om volwassen te worden. Juist het grote groen, als onderdeel van een groen netwerk, levert de meeste toegevoegde waarde. Voor mens en dier.

De visie is richtinggevend en beschrijft waar we naartoe werken als het gaat over het gemeentelijk groen als onderdeel van de leefomgeving. We erkennen dat dit maar een deel is van het totale groenaanbod in onze gemeente. Deze visie staat niet op zichzelf. Er is eerst gekeken naar wat er aan visies en ambities is opgenomen in belangrijke andere plannen, waaronder de Omgevingsvisie.

“TOEKOMSTBESTENDIG BEHOUDEN EN ONTWIKKELEN” 8

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

Samen maken we onze leefomgeving

4. Groenbeleid

5. Financiën

In Blaricum zijn we samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving en de groenbeleving in het algemeen. Het groen dat niet in beheer of eigendom is van de gemeente levert hier een belangrijke bijdrage aan. Bewoners en lokale (groene) initiatieven nodigen we uit om hierin mee te doen. Bijvoorbeeld door mee te denken bij nieuwe (groen)ontwikkelingen, of actief invulling te geven aan ‘zelfbeheer’. Denk daarbij aan bewoners die een plantvak of boomspiegel in de eigen buurt onderhouden. Bewoners stimuleren we om actief ideeën aan te dragen en hiervoor zelfstandig draagvlak te creëren. Dit in lijn met wat beoogd wordt vanuit de Omgevingswet. Als gemeente ondersteunen we hierin waar mogelijk, met praktische kennis en het toetsen van gedane voorstellen.

Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving

Het openbaar groen in onze gemeente is aantrekkelijk, veilig en toegankelijk. Het geeft rust en ruimte voor vermaak voor zowel onze bewoners en bezoekers. Het kenmerkende groen, waaruit ook onze ontstaansgeschiedenis blijkt, blijft behouden. Denk daarbij aan de brinken, de engen (veelal open plekken) en beeldbepalende bomen.

Oog voor natuur en biodiversiteit

We erkennen het grote belang van groen, van bomen, struiken en kruiden, voor het behoud van biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Juist wanneer aanpassing van dezelfde leefomgeving in reactie op de gevolgen van een veranderend klimaat nodig is. Hierbij bekijken we het groen altijd in samenhang met de overige onderdelen die de leefomgeving vormgeven en de verschillende belangen die hierin spelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan water, wegen en bebouwing. De onderdelen moeten elkaar versterken, niet uitsluiten. 9

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

3.1

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

HUIDIGE SITUATIE

Het landschap en de groenbeleving worden sterk bepaald door de situering binnen heide-, bos- en veenweidegebied. Dit maakt (gedeeltelijk) onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In een deel van de omringende bosgebieden staan villa’s op grote kavels, die zelf ook rijkelijk met bos zijn beplant. De verspreid aanwezige engen zorgen voor een ruimtelijke variatie in het groene beeld waarbij de gesloten bosgebieden afgewisseld worden met ‘open ruimtes’. Vanuit het bosgebied richting het centrum is de bosbeplanting steeds minder aanwezig en krijgt meer de vorm van stroken tussen de bebouwing. Dit deels op privé terrein. De kavels zijn hier nog altijd vrij groot en tuinen bevatten veel bomen. De aanwezigheid van deze bomen is van groot belang voor het groene, bosrijke karakter en vormen als het ware de uitlopers van de aaneengesloten grootschalige bosgebieden.

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de groenstructuur binnen onze gemeente. De delen van de bestaande groeninrichting die passen bij de visie, willen we natuurlijk behouden. Op plekken waar dat kan en nodig is, gaan we het groen verder ontwikkelen. Het is daarbij goed te bedenken dat grote delen van het zichtbare groen niet in beheer

Richting de dorpskern van Blaricum is de lanenstructuur minder zichtbaar. De straten zijn smaller en kavels zijn vaak omrand met een haag die het zicht tot de woning ontneemt. Bomen staan voornamelijk op privé terrein. Bij oude boerderijen die door het centrum verspreidt staan zijn leilinden voor het woongedeelte geplant en fraaie hulsthagen langs de erfafscheidingen. In het centrum van het dorp is een brink waar bomen zorgen voor een intieme sfeer en waar leilinden de wegen flankeren.

zijn van de gemeente, maar wel een belangrijk onderdeel uitmaken van de groenstructuur. Denk daarbij aan omliggende bossen, heidelandschappen en landgoederen.

Engen voor akkerbouw

De engen vormen de oorspronkelijke akkers tussen de bebouwing. Dit is een waardevol onderdeel van het oude cultuurlandschap. De engen worden nu grotendeels weer gebruikt waarvoor ze bedoeld waren: het telen van lokale gewassen. Denk daarbij boekweit, rogge, gerst, spelt, aardappelen en zelfs de mosterdplant. De Agrarische Stichting Blaricum en bijenverenigingen zijn hier nauw bij betrokken.

10

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3.2

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

GROENSTRUCTUREN

De groenstructuurkaart laat zien wat de belangrijkste groenelementen zijn in onze gemeente. We maken daarbij onderscheid tussen hoofdgroen, nevengroen en overig groen. Hoofdgroen en nevengroen zijn als ‘structuren’ zichtbaar gemaakt op de groenstructuurkaart. Het is belangrijk om daarbij op te merken dat niet al het groen dat is weergegeven op de kaart daadwerkelijk in beheer is van de gemeente. Dat is voor deel bepalend geweest voor het wel of niet toekennen van groen aan een groenstructuur. Het groen dat er wel is, maar niet op de kaart vermeld staat, behoort tot het ‘overig groen’. De indeling van het groen is een verdere aanscherping van de groenstructuurkaart uit 2006, waarbij rekening is gehouden met: • Nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals de Blaricummermeent; • De opgaven van deze tijd: het behouden van biodiversiteit en het aanpassen van de leefomgeving aan een veranderend klimaat.

Brinkdorpen

De brink is van oorsprong de boerengebruiksruimte om het vee te verzamelen en vanaf daar naar de weides te gaan. Van oorsprong lagen de brinken meer langs de rand van het dorp. Door toenemende bebouwing zijn de brinken ingesloten, maar is vaak de brink als ‘open ruimte’ behouden gebleven. Nog steeds kan de plek een centrale functie vervullen; het is de plek van de wekelijkse markt of bijvoorbeeld ingericht voor recreatie en ontmoeting. Blaricum is een voorbeeld van een brinkdorp.

Of het groen is toebedeeld aan hoofdgroen, nevengroen of overig groen, is vastgesteld door af te vragen in hoeverre het groen: • Bepalend is voor de samenhang/structuur van de groeninrichting; • Invulling geeft aan de groenvisie; • Identiteitsbepalend is of ‘gewoon’ lokaal groen betreft; • Of het voor alle bewoners is of alleen voor een bepaalde straat of buurt Bebouwde komgrens Voor de benodigde vergunningverlening, zoals kapvergunningen, is het vaststellen van een nieuwe “groene” bebouwde komgrens nodig (voormalige ‘bebouwde kom boswet’). Binnen deze komgrens heeft de gemeente zeggenschap, buiten deze komgrens kunnen zowel de provincie Noord-Holland als de gemeente zeggenschap hebben. De “groene” bebouwde komgrens wordt vastgesteld bij de uitwerking van de nieuwe Omgevingswet.

3.3

UITGANGSPUNTEN GROENINRICHTING

In deze tabel zijn de uitgangspunten per groentype vastgelegd. Ook hiervoor geldt dat dit alleen van toepassing is op het groen in beheer en/of eigendom is van de gemeente. Voor al het overige groen kan de gemeente wel gedachten formuleren en deze afstemmen met de beheerders/eigenaren (waaronder bewoners), maar hiertoe in veel gevallen niet verplichten. 11

GROENSTRUCTUURKAART

Hoofd- en nevengroenstructuur

12

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Onderwerp

Hoofdgroen(structuur)

Nevengroen(structuur)

Overig groen

Ambitie

•

Behouden, versterken en ontwikkelen

•

Behouden en versterken

•

Behouden

Inrichting

•

•

Ondersteunt de hoofdgroenstructuur en de inrichting van de openbare ruimte. Levert een bijdrage aan het doel en de functie van een plek. Denk aan verblijven, spelen, fietsen, wandelen, etc.

•

•

Groende dragers, beeldbepalend, verbindende functie tussen en binnen gebieden, structurerend. Levert ruimschoots aan specifieke doelstellingen omtrent beleving, biodiversiteit en een klimaatadaptieve leefomgeving.

Op buurt en straatniveau van toegevoegde waarde. Vormt geen (cruciaal) onderdeel van grotere groenstructuren. Doelmatige inrichting, tot zekere hoogte inwisselbaar, met aantrekkelijke accenten.

Beheer en onderhoud

• •

Conform de afgesproken beeldkwaliteit. Daar waar de inrichting een specifiek doel/functie dient, is indien nodig het beheer hierop aangepast.

Vervanging

•

Minimaal gelijkwaardig vervangen op dezelfde locatie (dus hiervoor ook middelen beschikbaar hebben) in lijn met de bestaande functie(s). Actief zoeken naar kansen om de structuur te versterken en/of ontwikkelen.

Participatie • (bewoners / overige stakeholders) •

Verkoop / verhuur

•

Altijd vervangen, in uiterste gevallen kan dit ook compensatie van groen in de omgeving zijn) . Vervanging is gelijkwaardig aan de bestaande inrichting (of kan daartoe ontwikkelen) met behoud van de bestaande functie(s).

•

Vervangen, tenzij dit onevenredig duur of lastig is. Vervangen mag ook door compensatie in de omgeving. Het areaal groen dient behouden te blijven. De inrichting is flexibel en aan te passen aan de dan aanwezige behoeften van deze plek.

Uitgangspunt bij bewonersparticipatie: ‘Ja, tenzij…’. Bewonersparticipatie wordt in het kader van de Omgevingswet gestimuleerd. Er ontstaat daarbij een meer gelijk speelveld tussen gemeente en bewoners. Beide partijen hebben een eigen rol in het participatieproces, met het oog op het invullen van nieuwe (beoogde) ontwikkelingen.

•

De gemeente formuleert duidelijk kaders en uitgangspunten voor participatie, dit in lijn met de Omgevingswet. Een duurzame instandhouding is wat de gemeente hierin beoogd.

•

Bewoners worden uitgedaagd actief invulling te geven aan bewonersparticipatie door initiatieven aan te reiken. Bij beoogd ingrijpen in het groen informeert de gemeenten bewoners en vraagt hen om hun mening of advies.

•

Komt niet voor verkoop of verhuur in aanmerking.

•

Komt voor verkoop of verhuur in aanmerking. Situatieafhankelijk kan de gemeente hieraan voorwaarden stellen.

13

Samenvatting

3.4

1. Inleiding

2. Groenvisie

KANSEN GROENINRICHTING

4. Groenbeleid

5. Financiën

III. Vergroten aandeel kruidenrijk gras Op tal van plekken in de gemeente bestaat de kans om de normale gras- of bermvegetatie aan te passen naar een meer kruidenrijke variant. Denk aan randen van grote grasvlakten of speciaal voor dit doel te selecteren wegbermen. In sommige gevallen vergt invulling van deze kans enkel aanpassing van het beheerregime, gericht op extensief beheer. Op andere locaties is daarvoor aanvullend ingrijpen nodig, zoals het verschralen (armer maken van de bodem) en inzaaien. Met het uitrollen van deze kans wordt een bijdrage geleverd aan het pleksgewijs versterken van de biodiversiteit en het verbinden van de leefgebieden van talloze insecten en (wilde) bijen. Dit naar verwachting zonder dat dit grote impact heeft op het beheerbudget voor deze locaties zoals nu beschikbaar is.

Een groenkans is te benutten om een bestaand knelpunt op te lossen of extra waarde toe te voegen. Er is niet voor gekozen om een uitputtend overzicht van kansen aan te reiken, maar om juist enkele voorbeelden te benoemen. De uitwerking van de kansen stelt ons beter in staat om, wanneer een ruimtelijke opgave speelt, deze aan te grijpen. Dit is daarna per locatie verder specifiek te maken. Bij voorkeur gebeurt dit vanuit een integrale aanpak. Elk van de genoemde kansen levert een bijdrage aan meerdere beleidsthema’s zoals in het volgende hoofdstuk zijn uitgewerkt. I. In stand houden van waardevol groen dat er al is Dat kan elke type groen zijn, van kruidachtigen, tot struiken en bomen. Ook de overgangssituaties tussen verschillende typen groen zijn waardevol. De kans houdt in dat de bestaande groenelementen en inrichting behouden blijven, tenzij er goede redenen zijn om te kiezen voor een andere inrichting of beheervorm ervan. Hiermee wordt (mede) invulling gegeven aan het ‘toekomstgericht behouden’ van het groen, waarvoor dit Groenbeleidsplan staat. II. Inzetten op verder vergroenen van de leefomgeving Op de brinken De kans om te vergroenen doet zich voor op verschillende brinken in de gemeente. Deze worden nu gekenmerkt door veel verharding (met een naar verwachting beperkte gebruiksfunctie) en weinig gevarieerd groen.

Deze locaties lenen zich uitstekend voor een diverse groeninrichting, bestaande uit bomen, struiken, vaste planten en/of kruidenvegetatie. De voorkeur gaat uit naar een duidelijk onderscheidende groeninrichting per brink, om zo de identiteit per plek te versterken. Bomen en boomstructuren De bomen in de gemeente zijn op verschillende manieren bepalend. Omwille van de natuurwaarde ervan (en alle ander toegevoegde waardes die ze leveren), de schakelfunctie tussen gebieden en de (beeld)beleving ervan. Waar hiaten zijn in bestaande structuren, door uitval van bomen, is er een kans om dit te herstellen. Op plekken waar bestaande structuren ophouden, maar potentieel te verlengen zijn, verdient de kans verder onderzoek. Ook de individuele boom verdient aandacht. Er zijn verschillende locaties, in straten, op overhoeken en op pleinen, waar de beleving ervan vergroot kan worden door het aanplanten van een boom. Bij de keuze in te gebruiken sortiment verdient het de voorkeur om niet alleen te kijken naar wat er van nature goed groeit, maar ook vanuit historisch perspectief tot een keuze te komen. Daarmee wordt het verleden meer zichtbaar.

3. Groenstructuur

14

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

4. Groenbeleid Dit beleid is opgesteld aan de hand van verschillende thema’s. Deze thema’s sluiten aan op de onderdelen van de visie. Per thema is aangegeven wat we hiermee bedoelen. Met behulp van een schaalbalk laten we zien welke keuzes er zijn en welke ambitie we hierin aanhouden. We onderbouwen deze ambitie en laten zien hoe we naar dit ambitieniveau toewerken. In dit hoofdstuk worden de volgende beleidsthema’s behandeld:

15

•

Groen voor beleving

•

Groen voor natuur en biodiversiteit

•

Groen voor een gezonde leefomgeving

•

Toekomstbestendig groenbeheer

•

Participatie en zelfbeheer in het groen

Samenvatting

4.1

1. Inleiding

2. Groenvisie

GROEN VOOR BELEVING

<<< Ambitie >>>

4. Groenbeleid

5. Financiën

Onderbouwing (van de ambitie) i

Beleving en herkenbaarheid van groen zijn van ondergeschikt belang.

3. Groenstructuur

We erkennen dat de groeninrichting een onmisbaar onderdeel uitmaakt van de leefomgeving

--------------------------------------- van bewoners. Van jong tot oud. Het groen nodigt uit om het op te zoeken, erin te verblijven

en actief te recreëren. Zoals wandelen, fietsen, een boek lezen, sport en spel. We streven daarbij naar (het in stand houden van) gevarieerd groen. Groen dat goed aansluit bij de groeiplaats en een zichtbare ‘drager van de identiteit’ van een bepaalde plek is. Daarmee bedoelen we dat oorspronkelijke elementen behouden blijven. Denk daarbij aan de brinken, engen, oude markante bomen, van oudsher bestaande groenstructuren. Samen met andere onderdelen in de leefomgeving, draagt dit bij aan het unieke karakter én de herkenbaarheid van elke plek. Daarmee blijven we ons verbonden voelen met die plek en komen hier graag terug.

Beleving en herkenbaarheid staan centraal bij de (keuze van) groeninrichting.

De groeninrichting bepaalt veelal de identiteit van een plek. Dit kan gelden voor heel de gemeente (verbonden aan de ontstaansgeschiedenis) of heel lokaal: karakteristiek groen dat hoort bij een wijk of buurt. De groeninrichting is vaak sterk bepaald door de bouwperiode en de ideeën omtrent groen die er toen waren. Dat laatste zie je misschien niet meer terug in gekozen soorten beplanting (die kan al vervangen zijn), maar wel in structuren en de beschikbare ruimte voor groen.

Dit geldt niet alleen voor bewoners, maar ook de vele bezoeker die we in onze gemeente mogen verwelkomen. Een deel van de bezoekers keert met regelmaat terug. Dit vergt een leefomgeving die hierop aangepast is. Niet in de laatste plaats om ook de doorstroming van verkeer en voldoende parkeergelegenheid te borgen.

Goed groen zorgt voor herkenning en verbondenheid met een bepaalde plek. Dat is waar je je als bewoner thuis voelt. En in tijden waarin we met elkaar meer vanuit huis werken is het groen er niet alleen voor na werktijd, maar nodigt het ook uit om gedurende de werkdag dit op te zoeken. Om te ontspannen, los te laten en weer op te laden.

16

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Wat gaan we hiervoor doen? Vastleggen van het karakteristiek groen De groenstructuurkaart geeft aan wat de bestaande groenstructuren zijn, met onderscheid tussen hoofdgroen en nevengroen, die we met elkaar in stand willen houden. Zoomen we in op de groenstructuur, dan zien we groenelementen die van zichzelf een uniek en (beeld)bepalend karakter hebben. Deze leggen we vast met als doel om ze vervolgens te beschermen.

Samenwerken met derden Als gemeente spreken we ambities uit en proberen hier actief invulling aan te geven. De eigen rol is op onderdelen ook beperkt. De samenwerking met derden is dan nodig en gewenst. Denk aan de natuurbeherende organisaties en lokale (groene) initiatieven. Dit vergt dat we elkaar ‘in stelling brengen’ waar haalbaar en dit ook procesmatig binnen de gemeentelijke organisatie borgen.

Pleksgewijs voorstellen maken om het groen te versterken Het groen is nooit ‘af’, we zien altijd kansen voor verdere ontwikkeling hiervan. Dit betreft bijvoorbeeld het tijdig en passend vervangen van karakteristiek groen, maar ook het versterken van bestaande groenstructuren. Bijvoorbeeld door bestaande onderbrekingen in te vullen of structuren robuuster te maken.

Werk maken van een schone leefomgeving Beleving van het groen wordt ruw verstoord door aanwezig zwerfvuil. Ook ten aanzien van de andere doelen die we voor het groen nastreven is vervuiling een beperkende factor. Als gemeente sturen we al op gedragsverandering wat de hoeveelheid zwerfvuil moet beperken. Aanvullend daarop helpen we lokale initiatieven (veelal buurtbewoners) om het zwerfvuil in de eigen omgeving op te ruimen. Dit door het beschikbaar stellen van onder andere grijpers en hesjes. Domein groen ondersteund hierin, maar is hier niet verantwoordelijk voor.

Vergroten bereikbaarheid en daarmee beleefbaarheid van groen Het vele groen, van groot tot klein, is wat onze gemeente kenmerkt. De beleving begint vaak al in de eigen straat. Een groene omgeving stimuleert om er gebruik van te maken. Spelen in het groen maakt daar nadrukkelijk onderdeel vanuit. Dit gaat voorbij aan het gebruik van traditionele speeltoestellen en zet in op natuurlijke speelaanleidingen. Waar nodig wordt het gebruik van groen actief gestimuleerd door verwijzing/bewegwijzering. Versterken van beeldbepalend particulier groen Het groen in particuliere tuinen is sterk (mede) beeldbepalend. Het draagt bij aan het geheel van de groenbeleving in onze gemeente. Denk aan de bomen, hagen en struiken. De algemene plaatselijke verordening (APV) wijkt af van hetgeen wettelijk is bepaald: hagen in voortuinen zijn in hoogte niet gelimiteerd en bomen mogen tot op de erfgrens aangeplant worden (dit laatste geldt ook voor de gemeentelijke bomen). Met deze sterke verwevenheid tussen gemeentelijk en particulier groen, is het ook nodig dat bewoners hierin meedoen. De gemeente stuurt op bewustwording en kennisdeling, met ondersteuning vanuit lokale (groene) initiatieven. Zo proberen we ook een verdere verstening van tuinen tegen te gaan.

Besluitvorming (samengevat) • •

• •

17

Het ambitieniveau voor het beleidsthema ‘Groen voor beleving’ is 3,5 (op een schaal van 1 t/m 5). We kiezen voor behoud van groen binnen de hoofd- en nevengroenstructuur en zoeken actief naar kansen om deze te versterken. Dit betreft ook de bereikbaarheid en (recreatief) gebruik ervan. Met specifieke aandacht voor identiteitsbepalend groen. We beoordelen de groenstructuur in samenhang met al het aanwezige particuliere groen. We stimuleren interactie met en tussen inwoners en lokale (groene) initiatieven, waarbij de gemeente overwegend een faciliterende rol vervult.

Samenvatting

4.2

1. Inleiding

2. Groenvisie

GROEN VOOR NATUUR EN BIODIVERSITEIT

<<< Ambitie >>>

4. Groenbeleid

5. Financiën

Onderbouwing (van de ambitie) i

Natuurwaarden zijn van ondergeschikt belang.

3. Groenstructuur

We erkennen dat de groeninrichting onderdeel vormt van het leefgebied van vele soorten

---------------------- zoogdieren en insecten. Zij vinden er plek om te schuilen, voedsel te vinden, voort te planten en veilig te verplaatsen wanneer dit nodig is. Hiervoor is het nodig dat het groen met elkaar in verbinding staat en samen een netwerk vormt. Op die manier is uitwisseling van verschillende populaties dieren mogelijk, wat bijdraagt aan versterking van de soort als geheel. De groeninrichting is erop gericht om in de randvoorwaarden (die zoogdieren en insecten stellen) te voorzien. Zonder hierbij in te zoomen op specifieke doelsoorten.

Het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden staat altijd centraal.

Daar waar dit van toegevoegde waarde is worden specifieke beheermaatregelen overwogen om de ecologische potentie van een bepaalde plek te benutten. Mits dit te combineren is met de overige functies (en daarbij behorende vereisten) van een bepaalde plek. Het ecologisch beheren van bermen is hiervan een concreet voorbeeld: een aangepast maaibeleid mag geen negatieve invloed hebben op bijdrage van bermen aan een verkeersveilige omgeving.

Natuur en biodiversiteit gaat over alles wat boven de grond zichtbaar is en in de bodem gebeurt. De groeninrichting huisvest een grote biodiversiteit. In de praktijk verstaan we hieronder de soortenrijkdom van planten en dieren. Maar eigenlijk bedoelen we veel meer met het begrip biodiversiteit. Op alle schaalniveaus is het belangrijk om de bestaande biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te versterken. Het behoud van bestaande leefgebieden en vestigingsplaatsen is hierin cruciaal.

Integraal werken

Dit lijkt op de korte termijn misschien lastig en tijdrovend. Voor de lange termijn is dit echter cruciaal voor (het behoud van) de kwaliteit van de leefomgeving. Denk aan het belang van goed afstemmen op welke plek een boom komt en waar bijvoorbeeld een lichtmast. Door vooraf goed met elkaar af te stemmen hoe alle noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte in te passen zijn, wordt herstelwerk op een later moment voorkomen.

Door de keuze van de groeninrichting af te stemmen op de groeiplaats ontstaat een situatie waarbij de boven- en ondergrondse situatie met elkaar in evenwicht zijn. Daarmee dragen we bij (aan het ontstaan van) evenwichtige ecologische processen. Dit resulteert vervolgens in ecosystemen en de zogeheten ‘ecosysteemdiensten’. Verschil in groeikracht kan leiden tot overwoekering van gebieden door een enkele soort. Invasieve exoten, zoals de Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw winnen het van lokale inheemse beplanting. Het vergt een duidelijke strategie (bestrijden of beheersen), tijd en (financiële) middelen om woekerende soorten in toom te houden.

Bomen met hoge aantrekkingskracht (op insecten) Bomen vormen onmiskenbaar een belangrijk onderdeel van de groenstructuur als geheel. In onze gemeente zijn dit niet alleen de gemeentelijke bomen (waar dit Groenbeleidsplan over gaat), maar voor een belangrijk deel ook de particuliere bomen. Ook voor het bomenbestand geldt dat kwaliteit gaat voor kwantiteit. Het afwegingskader zoals opgenomen in het kapbeleid is hierin doorslaggevend. Het in stand houden van het bomenbestand vergt dat er tijdig vervangen (en daarmee verjongd) wordt. Dit gebeurt met een gevarieerd en insectenvriendelijk sortiment. De ene boom is hierin van veel grotere toegevoegde waarde dan de andere. Het wordt vaak bepaald door oorsprong van de boom. Hoe langer de boom al in onze gebieden voorkomt, hoe meer de insecten daarop in de regel zijn afgestemd. 18

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Wat gaan we hiervoor doen? Versterken van bestaande groenstructuren We onderzoeken actief de kansen om de bestaande groenstructuur te versterken en daarmee leefgebieden (dat kan voorbij de eigen gemeentegrens reiken) met elkaar te verbinden. Dit specifiek vanuit het oogpunt van behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. De groenstructuurkaart is hierbij een belangrijk vertrekpunt. Voorgestelde maatregelen worden waar mogelijk integraal en gecombineerd met andere (geplande) ruimtelijke ingrepen uitgevoerd.

Ontwikkelen en toepassen beleid omtrent groeiplaatsen invasieve soorten Op verschillende plekken binnen de gemeente zijn er groeiplaatsen Japanse duizendknoop (vastgelegd) en reuzenberenklauw (niet of beperkt vastgelegd). Er is geen vastgesteld beleid hoe hiermee om te gaan: beheersen of bestrijden. Beperkende factor is dat de groeiplaats ook voorkomt op gronden die niet in beheer zijn van de gemeente. Als gemeente willen we tenminste de eigenaar/beheerde hierop wijzen en met kennis over een gerichte aanpak ervan ondersteunen. De uitgangspunten hierin zijn nader beleidsmatig vast te leggen.

Inzichtelijk maken van overige kansen voor biodiversiteit Naast het versterken van groenstructuren willen we pleksgewijs werken aan het behouden en verbeteren van de aanwezige biodiversiteit. Dit door aanpassing van de bestaande inrichting, het beheer of een combinatie hiervan. Het ecologisch beheren van bermen, waardoor een rijke kruidenvegetatie kan ontstaan, is daarvan een voorbeeld. Maar bijvoorbeeld ook het ophangen van nestkasten of realiseren van meer variatie in type en soort beplantingen. Hierin wordt actief de samenwerking gezocht met lokale (groene) initiatieven.

Besluitvorming (samengevat)

Ideeën en suggesties (voor de leefomgeving) integraal benaderen Het groen in onze gemeente staat niet op zichzelf maar vormt een onderdeel van de leefomgeving. Dit betekent dat bij ingrijpen hierin (bijna) altijd afstemming nodig is met andere domeinen binnen de gemeente die hierop invloed uitoefenen. Een voorbeeld van zo’n integrale aanpak: een eventuele aanpassing van het bermbeheer vergt afstemming omtrent de weginrichting en het borgen van de verkeersveiligheid.

• •

Toepassen suggestielijst beplantingen met hoge natuurwaarde Bij het nieuw aanplanten van bomen, struiken en overige planten is er altijd een mogelijkheid te kiezen voor insectenvriendelijk sortiment. Het doel en de functie van een bepaalde inrichting of plek is hierin doorslaggevend. Hiervoor wordt gewerkt met diverse bestaande suggestielijsten van toe te passen sortiment, waaronder deze bomenlijst. In de dagelijkse praktijk is de groenbeheerder niet beperkt tot het maken van keuzes uit deze lijst. Tevens bestaat de mogelijkheid advies in te winnen bij de lokale partijen, zoals de imkervereniging.

• •

• 19

Het ambitieniveau voor het beleidsthema ‘Groen voor natuur en biodiversiteit’ is 4 (op een schaal van 1 t/m 5). We kiezen voor behoud van groen binnen de hoofd- en nevengroenstructuur en zoeken actief naar kansen om deze te versterken. Dit is waar mogelijk ingestoken vanuit de noodzaak om leefgebieden/vestigingsplaatsen te behouden, te versterken en met elkaar te verbinden. We passen het begrip ‘groenfuncties’ toe, dat naast ‘natuurgroen’ bestaat uit ‘beleefgroen’ en ‘groenaankleding’. We zoeken actief naar kansen om de natuurwaarde van het groen (door inrichting en /of beheer) te versterken. We nemen hiervoor onder andere de soortentabel bomen (groen in de stad, WUR) als basis. We ontwikkelen een strategie omtrent de omgang met invasieve soorten, gericht op het beheersen of bestrijden van de soort.

Samenvatting

4.3

1. Inleiding

2. Groenvisie

GROEN VOOR EEN GEZONDE LEEFOMGEVING i

De gevolgen van klimaatverandering zijn van ondergeschikt belang.

<<< Ambitie >>>

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Onderbouwing (van de ambitie)

We erkennen dat het klimaat verandert en dat dit impact heeft op hoe we onze leefomgeving

--------------------------------------- inrichten en beheren. Dit met het oog op het borgen van een gezonde leefomgeving voor de

lange termijn. Bij ruimtelijke opgaven (zoals renovatie of vervanging van de inrichting) is een integrale aanpak doorslaggevend in de mate van het succes ervan. Dit betekent dat we de samenwerking aangaan met andere disciplines die de leefomgeving invullen, zoals wegen, water en wonen. Met elkaar zijn we ervoor om - binnen een juist afwegingskader - te komen tot inrichtingskeuzes met een voor dat moment maximaal haalbaar ‘klimaatbufferend effect’. Dit kan leiden tot een dubbelfunctie van dezelfde plek. Denk aan een (verlaagde) speelplaats die tegelijk als waterberging functioneert bij hevige regenval. Waar de inrichting raakt aan of invloed uitoefent op gebieden in beheer van derden, zal met de betreffende beheerder verdere afstemming plaatsvinden.

Klimaatadaptatie is altijd de norm bij besluitvorming.

Werken aan het behoud van een gezonde leefomgeving vergt dat we ons telkens aanpassen aan veranderende omstandigheden. Binnen dit beleidsthema staat een veranderend klimaat centraal. We merken steeds meer extremen in het weer: meer hevige regenbuien, meer tropische dagen en langere perioden van droogte. Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering noemen we ‘klimaatadaptatie’.

Groot en volwassen groen heeft vaak de meeste positieve impact op een gezonde leefomgeving. Dit kan gaan om een enkele boom of aaneengesloten groenarealen en natuurgebieden. Dit vraagt dat we altijd denken ‘in structuren’ en groen voor de lange termijn ontwikkelen en beheren. Bij eigentijdse ontwikkelingen, zoals het plaatsen van zonnepanelen, is een goede integrale belangenafweging nodig. Daarbij kijken we niet alleen naar de voordelen van zonnepanelen ten opzichte van de waarde van bomen, maar ook naar andere redenen om de boom te willen behouden of kappen. In het kapbeleid is hier een afwegingskader voor vastgesteld.

Groen is hierin doeltreffend in te zetten. Zo leggen bomen COշ vast en leveren ze een grote bijdrage aan het verkoelen van bebouwd gebied. Bovendien vertragen zij ook de snelheid waarmee neerslag de bodem bereikt. In de samenwerking tussen groen en water kan een toegevoegde waarde ontstaan, die de onderdelen afzonderlijk niet kunnen ‘leveren’. Specifieke groeninrichtingen (bijvoorbeeld wadi’s) zijn bedoeld om regenwater op te vangen, vast te houden en door infiltratie af te voeren. In een ideale situatie biedt deze inrichting ook plaats aan de ontwikkeling van diverse natuurwaarden, planten en dieren.

Bewoners doen mee Het uitvoeren van passende maatregelen (in lijn met vastgesteld beleid) is niet alleen een gemeentelijke, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zoals in het plan Laren Regenklaar duidelijk wordt, is ook actie van bewoners nodig. Als we kijken naar de groeninrichting dan zien we dat dit op onderdelen al heel goed gaat. Veel particuliere tuinen zijn groen (in plaats van versteend) met aanwezigheid van bomen, hagen, struiken. Behoud en versterking hiervan is nodig. Als gemeente blijven we het belang hiervan onderstrepen en staan waar nodig bewoners met kennis hierover bij.

20

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Wat gaan we hiervoor doen? Inzichtelijk maken kansen voor een klimaatadaptieve inrichting Het inventariseren van kansen is telkens gekoppeld aan de (mogelijk) negatieve impact door een veranderend klimaat. De vraag die bij gesteld wordt: in hoeverre is de leefomgeving aangepast aan een toename van temperatuur, perioden van droogte, momenten van hevige neerslag? Hierbij wordt gebruik gemaakt van de resultaten uit de klimaatstresstest. De kansen zijn uit te werken naar concrete (groene) inrichtingsvoorstellen (of ontwerpprincipes daarvan).

Groeiplaatsen bomen, struiken en planten inrichten voor de lange termijn Bij nieuw aan te planten bomen kiezen we voor soorten die hier van nature goed groeien. De groeiplaats geeft ruimte om tenminste 20 jaar (voor struiken en andere planten) 40-60 jaar (voor bomen) te ontwikkelen zonder dat kostbare aanvullende maatregelen nodig zijn. Om de kwaliteit van de inrichting van de groeiplaats van bomen te borgen, hanteren we de richtlijnen zoals opgesteld in het Handboek Bomen (meest recente versie). Dit geldt ook voor het behoud van bestaande groeiplaatsen bij werkzaamheden in de leefomgeving. Waar nodig wordt verzocht tot handhaving.

Bevorderen van een integrale aanpak We weten dat groen niet de enige oplossing is naar een gezonde leefomgeving, maar daarbij wel vaak een belangrijk onderdeel vormt. De kracht zit daarmee in de onderlinge samenwerking. Dit betekent dat we (vanuit domein Groen) bij ruimtelijke opgaven actief andere gemeentelijke disciplines betrekken waar er in dit kader voordeel te behalen valt. Andersom verwachten we ook betrokken te worden bij opgaven die niet vanuit domein Groen worden georganiseerd, maar waarbij groen wel een rol vervult.

Opstellen spelregels omtrent bomen en gebruik zonnepanelen Het plaatsen van zonnepanelen komt steeds vaker voor. Juist ook op particuliere woningen. Het verhogen van de opbrengst van zonnepanelen is geen reden om gemeentelijke bomen te kappen en/of te snoeien.

Kennis delen binnen de gemeentelijke organisatie De toegevoegde waarde van groen in relatie tot de thema’s in dit Groenbeleidsplan is binnen de gemeentelijke organisatie nog niet overal voldoende bekend. Dat is begrijpelijk, maar toch willen we hierin verandering brengen. We willen dit bereiken door opgaven waar dit kan integraal op te pakken. En door hierover actief kennis te delen en het belang van groen uit te dragen.

Besluitvorming (samengevat) • •

Toepassen suggestielijst van bomen met groot klimaatbufferend vermogen Bij het planten van bomen is er altijd een mogelijkheid te kiezen voor sortiment met een (specifiek) klimaatbufferend vermogen. Denk daarbij aan de mate waarin de boom in staat is tot het afvangen van CO2 en fijnstof, geluidreductie, verkoelen van bebouwd gebied. We maken hierbij gebruik van bestaande lijsten. De groenbeheerder is dus niet beperkt tot het maken van keuzes uit deze lijst.

• • • 21

Het ambitieniveau voor het beleidsthema ‘Groen voor een gezonde leefomgeving’ is 3,5 (op een schaal van 1 t/m 5). We denken en handelen voor de lange termijn omdat volwassen groen de meeste toegevoegde waarde levert. Dit vergt dat we plantlocaties goed kiezen en voor de lange termijn inrichten. We beschouwen groen als onderdeel van een klimaatadaptieve leefomgeving en stimuleren daarom de interactie met andere domeinen om te komen tot integrale plannen bij ruimtelijke opgaven. We zoeken actief naar kansen om het klimaatbufferend vermogen van het groen te versterken. Door hierop afgestemde inrichting, soortkeuze en beheer. We stimuleren nieuwe ontwikkelingen mits die geen onherstelbare schade opleveren voor bestaande groenstructuren en/of natuurwaarden.

Samenvatting

4.4

1. Inleiding

2. Groenvisie

TOEKOMSTBESTENDIG GROENBEHEER

Innovatie, verduurzaming en inclusiviteit zijn van ondergeschikt belang.

3. Groenstructuur

Onderbouwing (van de ambitie)

4. Groenbeleid

5. Financiën

Binnen het groenbeheer in onze gemeente streven we een duurzame en kosteneffectieve i ---------------------------------------- aanpak na. Dit vergt dat we bij ontwikkelingen altijd beoordelen hoe een ruimte slimmer te benutten of in te richten is. In principe met behoud of versterking van bestaande Er wordt altijd groenelementen. Het optimaliseren van het beheer en onderhoud gebeurt met het oog op gekozen voor de meest innovatie en/ <<< Ambitie >>> schoner, stiller en meer kosteneffectief werken in de leefomgeving. Hierbij wordt gelet op of duurzame en/of een goede afstemming van beheertaken tussen de verschillende uitvoerende partijen. Ook inclusieve oplossing. binnen het groenbeheer willen we een inclusieve gemeente zijn. Dit betekent dat we actief sturen op een gedeeltelijke inzet van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Dit beleidsthema gaat specifiek over het groenbeheer en vormt een onderdeel van de IBOR-taken (integraal beheer openbare ruimte). Een groot deel van het werk wordt uitgevoerd door een vaste groenaannemer of specifiek voor een bepaalde taak ingehuurde aannemer. Overige taken worden uitgevoerd door de eigen buitendienst van de BEL Combinatie. Met verschillende partijen die beheertaken uitvoeren is een goede onderlinge afstemming nodig.

Waar mogelijk maken we ‘werk met werk’. Dat wil zeggen dat we groene maatregelen in de leefomgeving gecombineerd met andere projecten uitvoeren. Denk aan een wegreconstructie: het vernieuwen van bermen en de mogelijkheid tot het behouden of versterken van de bomen(structuur) en eventueel aangrenzende plantvakken komt daarbij altijd wel aan de orde. Het is daarbij van belang dat de afdeling groenbeheer op tijd aangehaakt is. Om mee te denken, voorstellen te toetsen en concrete suggesties aan te reiken. Hiermee werken we toe naar een leefomgeving die goed te beheren is, met een optimale functievervulling zoals bedoeld door de ontwerper. De uiteindelijke keuze voor de inrichting of aanpak wordt mede bepaald door wettelijke kaders en beschikbaarheid van financiële middelen. Dit betekent dat niet alles mogelijk is.

Binnen het groenbeheer liggen kansen om duurzaam te werken. In praktische zin gaat dit over de in te zetten machines en gereedschappen: zijn ze stil en schoon? Als we verder kijken, vanuit de inclusieve gemeente die we (willen) zijn, gaat het ook over het duurzaam inzetten van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.

22

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Wat gaan we hiervoor doen? Actief betrokken zijn bij (integrale planvorming) Positieve invloed uitoefenen op kwaliteit van de leefomgeving vergt dat onze groenbeheerders vroegtijdig bij de planvorming betrokken zijn. We werken dan vanuit de gedachte ‘beheerbewust ontwerpen en ontwerpbewust beheren’. Dit kan beschouwd worden als een preventieve vorm van beheer: de beheerobstakels worden vroegtijdig herkend en zijn in de ontwerpfase nog aan te passen. Niet alleen bij nieuwe plannen, maar ook bij het renoveren of vervangen van de groeninrichting (het groot onderhoud) willen we integraal werken. We streven ernaar om opgaven altijd logisch te clusteren (naar type werkzaamheden) en/of te combineren met andere geplande werkzaamheden. Dit noemen we ‘werk met werk maken’.

Ontwikkelen proces voor overdracht van beheerarealen Het is bekend wanneer welk beheerarealen (bijvoorbeeld door de projectontwikkelaar) aan de gemeenten worden overgedragen. De beheerarealen zijn bij overdracht digitaal beschikbaar (voor gebruik binnen het gemeentelijk beheersysteem) en gecontroleerd op juistheid. De beheerarealen zijn op het moment van overdracht minimaal op de afgesproken beheerkwaliteit. Eventuele achterstanden in beheer zijn bij een tijdige vooropname genoteerd. Werk maken van optimalisatie afstemmingsproces groenaannemer en de buitendienst Onder de vlag van de BEL Combinatie fungeert een eigen buitendienst. De dienst is verantwoordelijk voor specifieke (beheer)taken in de leefomgeving. Op onderdelen werken buitendienst en groenaannemer samen. Dit vergt tijdige en volledige communicatie. Alleen op die manier zijn werkstromen goed op elkaar af te stemmen, waarmee het beoogde resultaat op een (kosten)effectieve wijze wordt behaald. Dit afstemmingsproces is voor verbetering vatbaar en schept kansen om bijvoorbeeld werk met werk maken in ‘grensgebieden’.

Beheerarealen op orde maken en houden Het is enkel mogelijk goed te sturen op beheertaken als het beheerareaal inzichtelijk is. Op een digitale wijze, binnen het gemeentelijk beheersysteem en conform hieraan gestelde eisen. Dit betekent ook de inrichting van de beheerkaart conform BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Gegevens als beheerder, beheergroep (type inrichting), oppervlakte en beheerkwaliteit/groenfunctie zijn hierin mede relevant. Wat digitaal is vastgelegd komt overeen (>95%) met de praktijk.

Stimuleren en aanjagen innovatie in het groenbeheer Zowel voor het werk uitgevoerd door derden als door de eigen buitendienst streven we naar stil en schoon werken. Dat betekent dat elektrisch wordt gewerkt (stil, geen CO2 uitstoot) waar dit kan door dit contractueel vast te leggen naar aannemer (en hierop toe te zien). En bij vervanging van machines en gereedschappen binnen de buitendienst, altijd een elektrische variant te overwegen.

Naleven contractafspraken met derden De gemeente heeft het werk uitgezet bij verschillende externe (groen) aannemers. Een groot deel hiervan betreft het groenonderhoud. De na te komen resultaatverplichtingen zijn contractueel vastgelegd. De gemeente borgt een adequate regievoering op het contract. Hierin is één persoon namens de gemeente het vaste aanspreekpunt. De kwaliteit van regievoeren is gebaat bij continuïteit van betrokken medewerkers en goed opgeleide toezichthouders.

23

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Maatschappelijk verantwoord inkopen Voor de inkoop van groendiensten, machines, gereedschappen, verbruiksmiddelen, e.d. is het inkoopbeleid van de BEL Combinatie van toepassing. Het gaat onder andere om circulair inkopen en inzet van medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt Het circulair inkopen omvat de hele economie: van het moment van winnen van de grondstoffen tot het moment waarop de grondstof weer wordt hergebruikt. Bij de inkoop houden we rekening met wat er wordt gewonnen, hoe het wordt gewonnen en vervolgens geproduceerd. En hoe het wordt gebruikt en de mate waarin dit keer op keer wordt hergebruikt. Circulair inkopen gaat verder dan het duurzaam inkopen, waar landelijke criteria voor zijn. Het groenonderhoud is expliciet geschikt voor inzet van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Als gemeente borgen we dit contractueel (richting groenaannemer) en/of binnen de inzet van de buitendienst. Gestuurd wordt op de inzet van medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt vanuit de eigen gemeente. In tweede instantie vanuit de eigen regio. Periodieke evaluatie van de doelstellingen en in hoeverre deze zijn behaald, maakt hier onderdeel vanuit. Aanhouden van financiële buffer + jaarlijkse indexatie van budget Voor al het werk dat door derden wordt uitgevoerd is de beschikbaarheid van reële financiële buffers noodzakelijk om de doorgang van het werk te borgen.

We rekenen daarbij met marktconforme marges, telkens gekoppeld aan de hoeveelheid en aard van het werk. Dit met als doel om (kleine) tegenvallers op te kunnen vangen, zonder hiervoor telkens college en/of raad te benaderen en hierover verantwoording af te leggen.

Besluitvorming (samengevat) • •

De jaarlijkse indexatie van budget is gekoppeld aan een actueel overzicht van te beheren groenareaal. Waarbij tevens rekening wordt gehouden met een periodieke bijstelling van de tariefstelling zoals contractueel met de groenaannemer is vastgelegd of regulier geldende normen.

• • • 24

Het ambitieniveau voor het beleidsthema ‘Toekomstbestendig groenbeheer’ is 3,5 (op een schaal van 1 t/m 5). We werken hiervoor met data (van beheerareaal) dat up-to-date is en wordt gehouden. Dit vormt mede de basis voor de beoogde jaarlijkse indexactie van beheerbudget. We zijn ons bewust van de beheertaken die we als gemeente uitvoeren en door wie dit wordt gedaan. We houden strak regie op al het werk dat wordt uitgevoerd. Vanuit het bestaande inkoopbeleid geven we invulling aan duurzaam en maatschappelijk verantwoord inkopen van goederen en diensten (o.a. inzet van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt). We handelen waar mogelijk vanuit een integrale gedachte en streven bij ruimtelijke opgaven het ‘werk met werk maken’ na.

Samenvatting

4.5

1. Inleiding

2. Groenvisie

PARTICIPATIE EN ZELFBEHEER IN HET GROEN

Participatie en zelfbeheer zijn van ondergeschikt belang.

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Onderbouwing (van de ambitie)

We erkennen dat van al het groen binnen de gemeentegrenzen maar een beperkt deel i ----------------------------------------------- wordt beheerd door de gemeente zelf. Dit vergt dat we samenwerken met andere betrokken partijen - en dat zijn ook de bewoners - om al onze groenambities invulling te geven. Dit Alle ambities vraagt het herkennen van kansen op verschillende schaalniveaus en samen zoeken naar krijgen invulling <<< Ambitie >>> mogelijkheden om hier invulling aan te geven. door participatie en zelfbeheer.

We benutten de ruimte die de Omgevingswet biedt voor (bewoners)participatie. Dit betekent dat we bewoners, individueel maar ook in een georganiseerde vorm, ruimte geven actief ideeën aan te dragen en hiervoor zelfstandig draagvlak te organiseren. Gedurende deze processen ondersteunt de gemeente met kennis (of het faciliteren hiervan) en het toetsen van gedane voorstellen. Met elkaar ontdekken we wat haalbaar en inpasbaar is. En onder welke voorwaarden realisatie ervan kan plaatsvinden. Zo geven we vorm aan het ‘samen maken van de leefomgeving’, met een gedeelde verantwoordelijkheid. We stimuleren de reeds bestaande (groene) initiatieven hierin een voorbeeldfunctie te vervullen.

Uit de voorgaande beleidsthema’s blijkt dat de mate van het te behalen succes sterk afhangt van de inzet die anderen leveren. We doelen daarmee op bewoners, bestaande (groene) initiatieven en derden, zoals natuurbeherende organisaties. De reden hiervoor is bekend: een groot deel van het totaal aanwezige groen is niet in beheer van de gemeente. Onder participatie verstaan we niet alleen wat anderen bijdragen aan (de kwaliteit van) het gemeentelijk groen, maar ook andersom: de toegevoegde waarde van al het overig aanwezige groen. Veelal betreft dit de tuinen van bewoners. Al dit groen samen kan elkaar versterken en zo bijdragen aan een gezonde leefomgeving met ruimte voor natuur en biodiversiteit.

De Omgevingswet stelt bewoners in staat om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de eigen leefomgeving, wat de persoonlijke betrokkenheid hiermee vergroot. Het ‘zelfbeheer in het groen’ geeft hier voor een deel al invulling aan: bewoners die een klein stukje openbaar groen zelf onderhouden. Dit kan een plantvak of boomspiegel (open ruimte rondom een boom) in de eigen omgeving zijn. 25

Samenvatting

1. Inleiding

2. Groenvisie

3. Groenstructuur

4. Groenbeleid

5. Financiën

Wat gaan we hiervoor doen? Opstellen overzicht van stakeholders + beheeractiviteit We leggen vast wie welke gebieden beheerd en met welke (beheer) doelstellingen dit gebeurd. Met de verschillende partijen borgen we een periodieke afstemming. Dit met het oog op het delen van kennis, uitwisselen van kansen en waar mogelijk gezamenlijk optrekken bij het invullen van ruimtelijke opgaven en ambities.

Kennis over groen delen met bewoners De waarde of het belang van groen vergt kennis en inzicht. Daarmee is het mogelijk om voorbij de waardering van ‘mooi’ of ‘niet mooi’ te kijken. De focus ligt dan op de vraag of groen bijdraagt aan het doel en functie van een bepaalde plek. Dan kan een in toom gehouden rand met braam en brandnetel ineens heel belangrijk zijn (voor bijvoorbeeld vlinders). Het groen in de particuliere tuin speelt hierin een cruciale rol. Hierin willen we bewoners actief meenemen. Ook hiervoor wordt een beroep gedaan op lokale (groene) initiatieven om hier actief invulling aan te geven.

Delen van kansen vanuit overige beleidsthema’s Participatie is nodig om al onze (groen)ambities waar te maken en hiervoor draagvlak te creëren. Onze bewoners spelen hierin een belangrijke rol. We dragen hiervoor actief de toegevoegde waarde van groen uit. En wat dit kan betekenen voor de (keuze van) de inrichting en het beheer ervan. Specifiek voor het particulier groen en de kansen omtrent biodiversiteit en klimaatadaptatie benutten we de beschikbaarheid van capaciteit, kennis en ervaring binnen bestaande (groene) initiatieven. We stimuleren, en faciliteren waar dit kan, de dialoog tussen de verschillende groepen.

Ruimte geven aan initiatieven van bewoners Bewoners dagen we uit ideeën aan te reiken die bijdragen aan de kwaliteit van de (groene) leefomgeving. In lijn met de Omgevingswet zoeken ze eerst zelfstandig, binnen de eigen omgeving, naar draagvlak hiervoor. Als gemeente ondersteunen we hierin met kennis of verwijzen actief door. Aangereikte ideeën toetsen we op haalbaarheid en (financiële) inpasbaarheid. Het (gedeeltelijk) overnemen of afwijzen van ideeën gebeurt altijd goed gemotiveerd en waar nodig aangevuld met gemeentelijke spelregels.

Bewoners actief raadplegen Voor al het ‘overig groen’ raadplegen we bewoners als maatregelen impact hebben op het gebruik of beleving van de directe leefomgeving. Dit op het schaalniveau van een straat of enkele straten. Hiervan kan sprake zijn als we bermen anders willen beheren, plantsoenen toe zijn aan een andere inrichting of bomen worden vervangen. Hierbij speelt de plantlocatie (soms tot op de erfgrens) speelt een rol net als de soortkeuze van de boom. Hiervoor reiken we een selectief aantal mogelijkheden aan.

Inwoners hebben de mogelijkheid om bij te dragen aan het beheer van de groene leefomgeving. Zoals het onderhouden van een plantvak of boomspiegel in de eigen straat. Groenvakken met zelfbeheer maken we met een markering herkenbaar. Daarmee wordt de plek overgeslagen door de groenbeheerder en/of buitendienst. Het zelfbeheer gebeurt altijd binnen de kaders van de gemeentelijke spelregels. Daarmee kunnen we grip houden op de (blijvende) kwaliteit en veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12563427/1