CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Belastingverordeningen Bijlage 6 Lijkbezorgingsrechten Blaricum 2026

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente blaricumBij agendapunt: Belastingverordeningen 2026 gemeente Blaricum2.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN GEMEENTE BLARICUM 2026 De raad van de gemeente Blaricum; gelezen het voorstel d.d. 11 november 2025 van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, 216 en 156 van de Gemeentewet; B E S L U I T: de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN GEMEENTE BLARICUM 2026

vast te stellen:

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats in Blaricum;

b. particulier graf: een graf, grafkelder daarbij inbegrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken;

2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;

3. het doen verstrooien van as;

c. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

d. algemene gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon gelegenheid wordt geboden om overledenen te gedenken;

e. kindergraf: een particulier of algemeen graf bestemd voor een kind tot één jaar;

f. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin

gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

g. particulier urnengraf: een graf, grafkelder daarbij inbegrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:

h. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; i.

j.

het doen verstrooien van as;

urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

k. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; l.

verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer, waarop aan eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het verstrooien van as.

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de

begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 5 Tarieven A. Rechten voor grafruimten 1. Voor het uitsluitend recht om stoffelijke overschotten te mogen doen plaatsen en te hebben, het doen bijzetten en bijgezet houden van

asbussen met of zonder urnen dan wel het doen verstrooien van as in een bepaald graf, zolang de begraafplaats niet gesloten is verklaard, wordt, onverminderd de rechten, verschuldigd voor het begraven van een stoffelijk overschot, bedoeld in artikel 5, onderdeel B, van deze verordening, geheven:

a. algemeen graf i.

Voor het verkrijgen van gelegenheid tot het doen

begraven en begraven houden van een lijk of asbus in een grafruimte voor de tijd van 10 achtereenvolgende jaren € 287

ii.

Voor het verkrijgen van gelegenheid tot het doen

begraven en begraven houden van een urn of asbus in een algemeen urnengraf voor de tijd van 10 achtereenvolgende jaren € 180

b. particuliere graven i.

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden van drie lijken en/of

meerdere asbussen in één grafruimte voor een termijn ii. iii.

van 20 jaren € 1.649

Voor het zelf uitzoeken van een particulier volwassen

graf wordt een tarief geheven van € 95

Voor het wederinhuren van het recht, bedoeld in

onderdeel b, onder 1, voor de tijd van 10 jaren € 799

c. particulier urnengraf i.

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht tot het doen

verstrooien van as dan wel het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in één grafruimte voor een termijn

ii.

van 20 jaren € 723

Voor het wederinhuren van het recht, bedoeld in

onderdeel c, onder 1 en 2, voor de tijd van 10 jaren € 362

d. Kindergraven i.

ii.

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en het begraven houden van één kinderlijk in één grafruimte voor een termijn van 20 jaren € 571 Voor het wederinhuren van het recht, bedoeld in

onderdeel d, onder 1 en 2, voor de tijd van 10 jaren € 287

2. Het uitsluitend recht tot begraven wordt geacht te zijn verleend onder de voorwaarden nu of later door de gemeenteraad te stellen en slechts voor de tijd, dat de begraafplaats niet gesloten is verklaard.

3. Voor het inschrijven of overboeken van particuliere graven en particuliere urnengraven in het daartoe bestemde register wordt een bedrag geheven van € 35

4. Voor het zelf uitzoeken van een particulier volwassen graf wordt een tarief geheven van € 95

Hierbij mag het particuliere volwassen graf alleen uitgezocht worden aansluitend aan andere (bezette) graven en in door de gemeente te bepalen vakken.

B. Rechten voor het begraven, wederopgraven en herschikken

1.

a. Voor het begraven in een familiegraf op de gewone uren, daartoe in de Verordening op de gemeentelijke begraafplaats aangewezen, wordt een recht geheven voor

i. een graf van 1- en 2-diep van € 1.521

ii. een graf van 3-diep van € 1.776

b. voor het begraven in een kindergraf op de gewone uren, daartoe in de Verordening op de gemeentelijke begraafplaats aangewezen, wordt een recht geheven voor een graf van 1-diep van € 596

c. voor het plaatsen van een asbus op de gewone uren, daartoe in de

Verordening op de gemeentelijke begraafplaats aangewezen, wordt een recht geheven van € 406

d. voor het verstrooien van as van een overledene op de

verstrooiingsplaats van de gemeentelijke begraafplaats wordt een recht geheven van € 253

e. Voor een gedenkplaatje bij de algemene gedenkplaats, wordt een recht geheven van € 150

f. voor het opgraven van een lijk, behalve op rechterlijk gezag, wordt het onder a en b vermelde recht geheven. Indien het lijk, dat

opgegraven is, opnieuw in een ander graf begraven wordt, wordt

het onder a en b van dit artikel vermelde recht wederom geheven.

g. voor het opgraven van een asbus, wordt het onder c vermelde recht geheven. Indien de asbus die opgegraven is opnieuw in een ander graf geplaatst wordt, wordt het onder c vermelde recht wederom geheven.

h. voor het opgraven van een asbus wordt het onder c vermelde recht

geheven. Indien de asbus die opgegraven is verstrooid wordt op de verstrooiingsplaats van de gemeentelijke begraafplaats, wordt het

i.

onder d vermelde recht geheven.

voor het herschikken (schudden) van een graf € 381

2. De in het eerste lid vermelde rechten worden verhoogd met 100%, indien het begraven geschiedt op zaterdagen;

3. De in het tweede lid vermelde rechten worden niet geheven, indien het

begraven na de in dat lid genoemde tijdstippen geschiedt op verzoek van de gemeente.

C. Rechten voor het gebruik van de aula 1. Voor het gebruik van de aula op de gemeentelijke begraafplaats wordt geheven per uur of een gedeelte daarvan, inclusief B.T.W. € 153

2. Zonder dat verder van de begraafplaats gebruik wordt gemaakt:

a. van maandag tot en met vrijdag, inclusief B.T.W. € 316 b. op zaterdag, inclusief B.T.W. € 634

D. Rechten voor het aanbrengen van grafbedekkingen en aanbrengen grafkelder 1. Met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de Verordening op de

gemeentelijke begraafplaats van de gemeente Blaricum is bepaald, wordt

voor het stichten van een grafkelder, voor het plaatsen van een monument, zerk, grafsteen, zwerfkei e.d., voor het aanleggen van een graftuin, het planten van bomen, heesters en struiken, geheven € 141

2. Voor het krijgen van de bevoegdheid tot het inrichten van een grafkelder € 153

E. Rechten voor het onderhoud van graven 1. Het college voorziet in het algemene onderhoud van de begraafplaats tot behoud en verbetering van het aanzien van de begraafplaats. Daarin is

begrepen het eenmaal per jaar schoonmaken van het gedenkteken en het vier keer per jaar verwijderen van onkruid van de grafbedekking. De

rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

2. Aan diegene, op wiens naam de grafruimte staat of bij gebreke hiervan,

diegene die vóór 2010 heeft verzocht het onderhoud van de grafruimte zelf ter hand te nemen en hiervoor van het college van burgemeester en

wethouders toestemming heeft gekregen, worden de volgende rechten geheven:

a. particuliere graven:

i. voor een kindergraf, jaarlijks € 49

ii. voor de overige graven, jaarlijks € 97

b. particuliere urnengraven: i.

c. voor de overige graven, jaarlijks € 49

Reeds afgegeven toestemmingen voor zelfonderhoud blijven in stand voor de

duur van de onder artikel 5, onderdelen A en B genoemde rechten. Afgegeven toestemmingen voor zelfonderhoud kunnen tussentijds worden opgezegd.

Vanaf 2010 worden door het college van burgemeester en wethouders geen toestemmingen voor zelfonderhoud meer afgegeven. Bij nieuwe rechten en

verlengingen vanaf 2010 kan daarom geen aanspraak meer worden gemaakt ii.

op de in dit lid genoemde tarieven. De vergunning vervalt, indien de in de

aanhef van dit lid bedoelde persoon, na waarschuwing door burgemeester en

wethouders, in gebreke blijft de door burgemeester en wethouders voor het onderhoud gestelde voorschriften op te volgen.

3. Voor het onderhoud van de graven van gemeentewege worden de volgende rechten geheven voor:

a. volwassenen graf € 190 b. kindergraf € 97 c. urnengraf € 97

Artikel 6 Wijze van heffing 1. De krachtens artikel 5, onderdeel E, onder punt 2 en 4, verschuldigde rechten

worden geheven bij wege van aanslag.

2. De overige rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota,

waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Het gevorderde bedrag

wordt door toezending of uitreiking van de nota aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

3. Burgemeester en wethouders stellen het model van de onder 2 bedoelde nota

vast.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

1. De onderhoudsrechten, bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4,

zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de

rechten, bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat

aanspraak op ontheffing voor de rechten, bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar

verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de

rechten, bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4, worden betaald

in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde

bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke

termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Andere rechten dan die bedoeld in artikel 5 onderdeel E onder punt 2 en 4

moeten binnen drie maanden na dagtekening van de nota worden betaald.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande

leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel 12 Overgangsrecht 1. De “Verordening lijkbezorgingsrechten 2025”, vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 18 december 2024, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 13. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Lijkbezorgingsrechten gemeente Blaricum 2026".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Blaricum in zijn openbare raadsvergadering van 16 december 2025.

De voorzitter, mevrouw drs. B.M. de Reijke MBA De griffier, mevrouw T.D. de Jong

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16407457/1