B&W RIB 24 juni 2021 - Ontwikkeling gemeentefonds naar aanleiding meicirculaire 2021
Tekst van het document
Informatiebrief Raad Blaricum 24-06-2021 Onderwerp Ontwikkeling gemeentefonds naar aanleiding meicirculaire 2021; ter kennisname Portefeuillehouder A.M. Kennis (Blaricum) Openbaar Ja Aanleiding Op 31 mei jl. is de meicirculaire 2021 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Hiermee informeert het Ministerie van Binnenlandse Zaken de gemeenten over de ontwikkelingen in de uitkering van het gemeentefonds. De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. Voorliggende informatiebrief beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen vanuit de circulaire voor de gemeente Blaricum en de nieuwe financiële standen vanuit de uitkering, voor zowel 2021 als het meerjarenperspectief 2022-2025.
Financiële stand gemeentefonds na verwerking circulaire Blaricum
2021
2022
2023
2024
2025
-11.902.405
-12.039.429
-12.097.917
-12.214.185
-12.214.185
Mutaties septembercirculaire '20
-144.195
66.285
91.288
83.341
83.341
Mutaties decembercirculaire '20
-5.344
-18.204
11.799
23.784
23.784
Kadernota 2022
n.v.t.
-11.991.348
-11.994.830
-12.107.060
-12.107.060
-439.930
-414.069
-413.220
-232.783
-309.729
-12.491.874
-12.405.417
-12.408.050
-12.339.843
-12.416.789
Meerjarenraming o.b.v. begroting '21
meicirc '21 Stand na meicirculaire '21
Belangrijkste ontwikkelingen meicirculaire 2021 Extra middelen Jeugd: De belangrijkste ontwikkeling is de extra bijdrage voor de Jeugdzorg in 2021. Het Rijk heeft voor 2021 incidenteel een bedrag van in totaal € 613 miljoen ter beschikking gesteld. Hiervan is een bedrag van € 438 miljoen opgenomen in de algemene uitkering. Het idee achter deze middelen is het dekken van de huidige tekorten in de Jeugdzorg. Voor Blaricum betekent dit een extra bijdrage in 2021 van circa 162 duizend euro. Accres: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkelingen in de Rijks uitgaven. Indien het Rijk in totaliteit meer uitgeeft, komt er meer geld beschikbaar in de Algemene Uitkering. Vanwege de grote stijging in Rijksuitgaven gedurende de coronacrisis was voor 2020 en 2021 deze koppeling losgelaten. In de meicirculaire 2021 is bekend 1
gemaakt dat vanaf het jaar 2022 de rijksuitgaven exclusief corona-uitgaven weer maatgevend wordt. Gezien de teruglopende rijksuitgaven vanaf 2022 heeft dit een negatief effect op de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren vanaf 2022. BTW-compensatiefonds: Ook in 2021 is het bedrag dat beschikbaar is gesteld in het BTWcompensatiefonds niet volledig uitgekeerd. Het bedrag dat niet via BTW-compensatiefonds is uitgekeerd wordt nu via de Algemene Uitkering teruggestort aan de gemeenten. Voor Blaricum levert dit een voordeel op van circa 46 duizend euro. Loon-en Prijscompensatie: De gemeente wordt via het gemeentefonds gecompenseerd voor de loonen prijsontwikkelingen (inflatie). Omdat de gemeente raamt in constante prijzen valt dit bedrag éénmaal per jaar vrij. Dit wordt nominale ontwikkeling genoemd. Dit levert een voordeel op vanaf het jaar 2022. Over het algemeen worden deze middelen aangewend om de kosten voor de stijgende lonen en prijzen te dekken. Wet Open Overheid: Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De invoering van deze wet zal extra kosten met zich mee brengen. Het rijk compenseert de gemeente hiervoor via de Algemene uitkering.
Hiertoe wordt de algemene uitkering in 2022 verhoogd met 21 miljoen euro, welk bedrag oploopt naar structureel 42 miljoen euro in 2026. Daarnaast ontvangen gemeenten vanaf 2022 vijf jaar lang 25 miljoen incidenteel per jaar voor de invoering ervan. Ontwikkelingen samenstelling gemeente: De vaststelling van de bijdrage uit het gemeentefonds gebeurt naar aanleiding van zogeheten “maatstaven”. Deze maatstaven beogen de samenstelling van de gemeente in kaart te brengen. Een voorbeeld hiervan is het aantal inwoners in een bepaalde leeftijdscategorie, bijvoorbeeld 65 t/m 74 jaar of de landoppervlakte van de gemeente in hectaren. De grootste bijstelling van deze maatstaven gebeurt ten tijden van de meicirculaire. De meeste maatstaven voor het nieuwe jaar (2021) zijn dan bekend. De belangrijkste aanpassing is de verwerking van de inwonersgroei vanuit de opleveringen in de Blaricummermeent. In de basis is het zo dat, hoe meer inwoners, des te hoger de uitkering. Daar staat wel tegenover dat ook de WOZ-waarden is opgelopen. De inkomsten vanuit de onroerendezaakbelasting welke samenhangt met de hoogte van de WOZ-waarden wordt in minder gebracht op de algemene uitkering. Per saldo is het effect positief. Per heden zijn nog niet alle maatstaven bekend, het kan daarom voorkomen dat bij de septembercirculaire hierin nog aanpassingen worden gedaan. Verschillen t.o.v.
decembercirculaire (stand kadernota 2022) In onderstaande tabel zijn de eerder genoemde ontwikkelingen cijfermatig opgenomen. Hier dient nog bij vermeld te worden dat de coronasteun uit 2021 in maart deels al was toegezegd en dus niet volledig voort is gekomen uit de meicirculaire. De cijfers betreffen duizendtallen.
2
Blaricum
2021
2022
2023
2024
-12.052
-11.991
-11.995
-12.107
Uitkeringsfactor (incl. accres)
-44
-104
44
150
Ontwikkeling uitkeringsbasis (incl. groei inwoners)
-102
-191
-334
-264
Taakmutaties
-173
-97
-109
-120
IU/DU/SU
-30
-23
-72
-71
WOZ
56
78
92
105
-6
8
8
Begin stand (x1000)
Corona steunpakket
-124
3 D’s in het sociaal domein
-22
Stelposten
-0
-84
-41
-41
Eindstand
-12.492
-12.405
-12.408
-12.340
Taakmutaties In de meicirculaire 2021 zijn er ook een aantal taakmutaties opgenomen. Taakmutaties hebben betrekking op gewijzigde taken die gemeenten uitvoeren. Het uitvoeren van deze taken brengen kosten met zich mee. Het kunnen nieuwe, maar ook bestaande taken zijn. Vooruitlopend op het uitwerken van de gevolgen van de taakmutaties wordt waar nodig een stelpost opgenomen. Deze stelpost is gelijk aan de middelen die het rijk ter beschikking stelt. Taakmutaties
2021
Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek
84.197
Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ
3.695
Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg
73.852
Compensatieregeling Voogdij 18+
2.365
2022
2023
2024
2025
Ketensystemen Jeugd
-142
-148
-148
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken
2.854
2.982
3.033
3.088
3.123
Rijksvaccinatieprogramma informed consent
511 1.537
1.563
1.596
Handhaving energielabel C kantoren
1.501
153
Handelsregister
-595
-612
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
4.758
4.898
4.910
4.927
4.984
Verrekening Voogdij 18+
-2.955
-2.953
-2.952
-2.981
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg
3.555
3.578
3.598
3.642
182
184
185
188
40.707
50.917
61.149
71.664
48.297 97.059
48.412 109.471
48.586 120.144
49.013 131.229
Kinderopvang toezicht en handhaving Wet Open Overheid (structureel) Wet Open Overheid (incidenteel 2022 t/m 2026) Subtotaal:
172.996
De 38% regeling Zoals eerder beschreven bestaan er uitgaven die een directe relatie hebben met de inkomsten. Voor Blaricum geldt dat dit naast de taakmutaties ook de 38% ten behoeve van het Sociaal domein betreft. In onderstaande tabel wordt uitgelegd wat de effecten van de circulaires zijn op de 38%-regeling vanaf de begroting 2021.
3
Meicirculaire 2021
2022
2023
2024
2025
Septembercirculaire 2020
66.285
91.288
83.341
83.341
Decembercirculaire 2020
-18.204
11.799
23.784
23.784
Meicirculaire 2021
-414.069
-413.220
-232.783
-309.729
Extra inkomsten t.o.v. begroting ‘21
-365.998
-310.133
-125.658
-202.604
reservering t.b.h.v. 38% regeling*
139.079
117.851
47.750
76.990
Mutaties t.o.v. de begroting '21
*In Blaricum wordt 38% van de extra middelen vanuit de algemene uitkering gereserveerd voor het sociaal domein. De extra inkomsten sinds de vorige begroting zijn opgenomen in bovenstaande tabel. Over de extra middelen wordt dus een reservering gemaakt voor de 38% die toegekend wordt aan het sociaal domein. Bij de begroting 2022-2025 zal voor de uiteindelijke berekening van de 38% tevens de inkomsten uit de OZB worden meegenomen Effect op het begrotingsresultaat Blaricum
2022
2023
2024
2025
Resultaat na Kadernota 2022-2025
276.773
95.593
-102.254
-114.428
BIJ: Inkomsten Meicirculaire
-414.069
-413.220
-232.783
-309.729
AF: Taakmutaties
97.059
109.471
120.144
131.229
AF: 38% regeling (t.o.v. begroting 2021)
139.075
117.850
47.750
76.989
Begrotingsresultaat na Meicirculaire
98.838
-90.306
-167.143
-215.939
Welke cijfers zijn nog niet opgenomen? De herverdeeleffecten naar aanleiding van de herijking van het gemeentefonds. Zoals bekend wordt momenteel nog onderzocht of het huidige verdeelstelsel recht doet aan de kosten die door de gemeenten worden gemaakt. Per 2023 worden de uitkomsten van dit onderzoek verwerkt in de Algemene Uitkering. De definitieve uitkomsten zijn nog niet bekend. Eind juni wordt verder informatie hieromtrent verwacht. In afwachting van deze berichtgeving is vooralsnog geen rekening gehouden met de herverdeel effecten. De extra inkomsten naar aanleiding van de uitspraak van de arbitrage commissie Naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen heeft het kabinet voor 2022 €1,314 miljard extra beschikbaar gesteld ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Per heden is het nog niet duidelijk hoe veel van deze middelen vrij besteedbaar zijn en welk bedrag er via specifieke uitkeringen naar de gemeente gaat. Ook is nog niet bekend in hoeverre het extra beschikbare geld een structureel karakter heeft. Begin juli wordt verder berichtgeving vanuit BZK verwacht. Tot die tijd zijn de extra middelen nog niet opgenomen in de financiële raming.
4
Bijlage: het gemeentefonds: hoe werkt dat nu? Een korte uitleg over de werking van het gemeentefonds aan de hand van maatstaven, gewichten en uitkeringsfactor. Maatstaven Het gemeentefonds is berekend op basis van een groot aantal eigenschappen van de gemeente, de zogenaamde ‘maatstaven’. Het rijk berekent het gemeentefonds voor de uitbetaling op basis van de laatst bekende gegevens. In praktijk zijn dit vaak conceptgegevens en krijgt een gemeente soms nog jaren later een bijstelling van de uitkering wanneer de definitieve maatstaven bekend zijn. De gemeente beschikt over het algemeen over meer actuele gegevens dan het rijk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan herziening van de WOZ-waarde en bijstelling van het aantal inwoners op basis van geplande nieuwbouw. Eén keer per jaar, naar aanleiding van de meicirculaire, actualiseren we daarom al deze maatstaven gebaseerd op eigen gegevens, om het gemeentefonds zo goed mogelijk te kunnen begroten. Deze geactualiseerde gegevens hanteren we dan ook voor de septembercirculaire. Gewichten Niet iedere maatstaf telt even zwaar mee in de verdeling van het gemeentefonds. Hoe sterk een maatstaf meetelt hangt af van het zogenaamde ‘gewicht’ dat eraan toegekend wordt. De uitkering wordt gevormd door de factor: maatstafaantal x gewicht. Door te variëren in de gewichten kan het rijk de verdeling van het gemeentefonds beïnvloeden.
De maatstaven en gewichten beïnvloeden alleen de verdeling van het gemeentefonds. De totale hoogte blijft landelijk (op macroniveau) gelijk. Uitkeringsfactor In Nederland is er de systematiek van “trap op, trap af” voor de bepaling hoeveel van het rijksbudget naar het gemeentefonds gaat. Hoe hoger de uitgaven van het rijk, hoe hoger het gemeentefonds. Deze verhoging (of verlaging) van het totale budget voor het gemeentefonds, wordt ook wel het “accres” genoemd. Dit accres is voor alle gemeenten gelijk en wordt in de berekening als uitkeringsfactor toegevoegd aan de meeste maatstaven. Voor de meeste maatstaven is de berekening van de uitkering daarom het totaal van: maatstafaantal x gewicht x uitkeringsfactor De meerjarenraming wordt gebaseerd op de meicirculaire van het voorafgaande jaar. Deze meicirculaire 2021 vormt dus de input voor de begroting 2022-2025. De voorgaande begroting 2021-2024 was gebaseerd op de meicirculaire 2020. Het verschil tussen de nieuwe begroting jaarschijf 2022 en de voorgaande begroting jaarschijf 2021, wordt gevormd door de mutaties van de septembercirculaire 2020, decembercirculaire 2020 en de meicirculaire 2020.
5