B&W RIB 19 december 2023 - Nieuwe beslissing op bezwaar Strandpaviljoen Voorland Stichtse Brug Bijlage Rapport paddenstoelen
Tekst van het document
Ecologisch Adviesbureau Van Tweel Bureau voor ecologisch advies en botanisch onderzoek
Inventarisatie paddenstoelen Voorland Stichtse Brug 2022
0
Ecologisch Adviesbureau Van Tweel Bureau voor ecologisch advies en botanisch onderzoek Kadeneterkamp 44 ASN Bankrekening NL56 ASNB0707118611 8014 CA Zwolle KvK Zwolle: 05064930 Telefoon: 038-4652341 BTW nr. NL002114481B77 GSM: 06-57262672 E-mail: melchiorvantweel@hetnet.nl Aangesloten bij Netwerk Website: www.melchiorvantweel.nl Groene Bureaus
Inventarisatie paddenstoelen Voorland Stichtse Brug 2022 Auteur, veldwerk, cartografie en foto’s Melchior J. van Tweel - Ecologisch Adviesbureau Van Tweel Opdrachtgever Gemeente Blaricum via Royal HaskoningDHV (RHDHV), Contactpersonen: Paul de Jong en Dorien Groot Beverborg Status: Definitief rapport Versiedatum: 24-2-2023 Projectnummer: 147 Foto voorplaat: Overzicht onderzoeksgebied (Foto Melchior van Tweel, 20211004 M003)
1
© Ecologisch Adviesbureau Van Tweel Dit rapport is vervaardigd op verzoek van bovenvermelde opdrachtgever. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ecologisch Adviesbureau Van Tweel, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Dit rapport is niet openbaar. De resultaten in dit rapport zijn het resultaat van onafhankelijk ecologisch onderzoek. Ecologisch Adviesbureau Van Tweel is niet aansprakelijk voor gevolgschade of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Ecologisch Adviesbureau Van Tweel. Opdrachtgever vrijwaart Ecologisch Adviesbureau Van Tweel voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
De kaarten in dit rapport zijn gemaakt in QGIS. De achtergrond van de kaarten (Top10NL) is afkomstig van https://pdok.nl/.
Ecologisch Adviesbureau Van Tweel is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de Gedragscode (2010) en de Richtlijn Veilig en Gezond Werken (2015).
De waarnemingen voor deze opdracht zijn deels eigen waarnemingen, (deels) verzameld en geordend met behulp van waarneming.nl en de hierbij behorende Android-app Obsmapp.
Denk aan het milieu. Is het echt nodig om dit rapport (helemaal) te printen?
Dit rapport is opgemaakt om op een computer bekeken te worden met twee pagina’s naast elkaar. Dat kan bijvoorbeeld in de Adobe Acrobat Reader door bij Beeld – Paginaweergave te kiezen voor Weergave van twee pagina’s.
2
Inhoudsopgave SAMENVATTING .................................................................................................................................... 3 1
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 1.1 1.2
2
METHODE ....................................................................................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4
3
BESCHRIJVING ONDERZOEKSGEBIED EN VOORGENOMEN INRICHTINGSMAATREGELEN ...................... 4 ONDERZOEKSVRAGEN ................................................................................................................. 4
PADDENSTOELEN EN PADDENSTOELENINVENTARISATIES ............................................................... 5 FUNCTIONELE GROEPEN BIJ PADDENSTOELEN ............................................................................... 5 WERKWIJZE ................................................................................................................................ 7 UITVOERING ................................................................................................................................ 7
RESULTATEN ................................................................................................................................. 8 3.1 WEER EN OMSTANDIGHEDEN VOOR PADDENSTOELEN .................................................................... 8 3.2 PADDENSTOELWAARNEMINGEN .................................................................................................... 9 3.3 BIJZONDERE SOORTEN ................................................................................................................ 9 3.3.1 Graskaalkopje (Deconica (Psilocybe) subviscida) ............................................................. 9 3.3.2 Karmozijnwasplaat (Hygrocybe phaeococcinea) ............................................................. 10 3.3.3 Papegaaizwammetje (Hygrocybe psittacina) .................................................................. 10 3.3.4 Zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) ................................................................. 10 3.3.5 Donzige en Baardige melkzwam (Lactarius pubescens en torminosus) ......................... 11 3.3.6 Citroensnedemycena (Mycena citrinomarginata) ............................................................ 11 3.3.7 Grote krulzoom (Paxillus validus) ....................................................................................
12 3.3.8 Oranjerood houtskoolbekertje (Anthracobia macrocystis) ............................................... 12 3.3.9 Warrige graskorstzwam (Laetisaria fuciformis) ............................................................... 12 3.4 KAARTEN MYCOLOGISCHE WAARDE ............................................................................................ 13 3.4.1 Graslandpaddenstoelen ................................................................................................... 13 3.4.2 Brandplekken ................................................................................................................... 15 3.5 ANALYSE................................................................................................................................... 16 3.5.1 Wat zijn de hotspots voor paddenstoelen? ...................................................................... 16 3.5.2 Wat zijn de effecten van de voorgenomen? .................................................................... 16 3.5.3 Wat zijn de effecten van de toename van de recreatie? ................................................. 17 3.5.4 Met welke maatregelen kunnen de effecten worden verzacht of gecompenseerd? ....... 18 3.6 BEHEERADVIEZEN ..................................................................................................................... 19
4
CONCLUSIE .................................................................................................................................. 20
5
FOUTENDISCUSSIE ..................................................................................................................... 20
6
LITERATUUR EN ANDERE BRONNEN ....................................................................................... 20
BIJLAGEN............................................................................................................................................. 21 BIJLAGE 1: OVERZICHT AANGETROFFEN SOORTEN ................................................................................. 21
Samenvatting Het Voorland Stichtse Brug is extensief gebruikt recreatiegebied met een hoge waarde voor graslandpaddenstoelen. Gemeente Blaricum heeft het voornemen om de recreatieve waarde van dit gebied te vergroten onder meer door de aanleg van een horeca-faciliteit. Om de effecten daarvan op de rijke paddenstoelenflora te bepalen is het gebied in de herfst van 2022 onderzocht op paddenstoelen. Daarnaast zijn waarnemingen uit de NDFF van de afgelopen 10 jaar gebruikt. Een groot gedeelte van het bredere grasland blijkt waardevol te zijn voor graslandpaddenstoelen en op oude kampvuurplekjes komen veel bijzondere brandplekpaddenstoelen voor. Als de horeca-faciliteit buiten het voor paddenstoelen belangrijke deel wordt geplaatst zijn er geen grote effecten te verwachten op de bijzondere paddenstoelenflora. Geadviseerd wordt het strand en het grasland anders te beheren waardoor de grote potenties voor paddenstoelen worden benut.
3
1
Inleiding
In september 2022 heeft Gemeente Blaricum via Royal HaskoningDHV (RHDHV) Ecologisch Adviesbureau Van Tweel benaderd voor een paddenstoelenonderzoek in het grasland van het Voorland Stichtse Brug. In dit rapport wordt verslag gedaan van dit onderzoek
1.1
Beschrijving onderzoeksgebied en voorgenomen inrichtingsmaatregelen
Het Voorland Stichtse Brug ligt langs de snelweg A27 (Utrecht-Almere), ten westen van de brug over het Eemmeer/Gooimeer bij Blaricum. Op de luchtfoto hiernaast is het onderzoeksgebied met een blauwe lijn aangegeven. Het gebied bestaat uit strand en grasland en wordt in de zomermaanden en bij zonnige weer vrij druk bezocht door recreanten. De gemeente Blaricum heeft RHDHV gevraagd een natuurtoets uit te voeren voor het gebied Voorland Stichtse Brug. Het Voorland Stichtse Brug is een recreatie- en natuurgebied dat deel uitmaakt van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). De gemeente Blaricum heeft het voornemen om in goede harmonie zowel de natuurlijke kwaliteiten van het Voorland te beschermen, als de recreatieve mogelijkheden van het strand te benutten. Het voornemen is om in het centrum van het gebied (aan de zuidwestzijde van het grasland) een horecagelegenheid te creëren. Uit historische gegevens is bekend dat het gebied een hoge mycologische (paddenstoelen) waarde heeft. RHDHV heeft daarom in een memo “Aanpak actualisatie Natuurtoets” aangegeven dat er ook een inventarisatie van de paddenstoelen gedaan moet worden. Deze inventarisatie geeft invulling aan het mycologische onderdeel van de Natuurtoets.
1.2
Onderzoeksvragen
Het onderzoek focust zich op de effecten die de verwachte toename van de recreatieve druk op de bijzondere mycoflora kan hebben. Hiervoor zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Wat zijn de hotspots voor paddenstoelen? 2. Wat zijn de verwachtte effecten van de voorgenomen maatregelen op de mycologische waarden? 3. Wat zijn de verwachtte effecten van de toename van de recreatie op de mycologische waarden? 4. Met welke maatregelen kunnen de effecten op de mycologische waarden worden verzacht of gecompenseerd?
4
2
Methode
2.1
Paddenstoelen en paddenstoeleninventarisaties
Paddenstoelen1 zijn de zichtbare vruchtlichamen van schimmels die (veelal) onder de grond of in hout leven. Ze zijn daarmee te vergelijken met appels aan een Appelboom. Het verschijnen van paddenstoelen is sterk afhankelijk van het seizoen en het weer. Vooral bij koel en vochtig weer in de nazomer en de herfst zijn veel paddenstoelen te zien, maar ook in de andere seizoen zijn er paddenstoelen aanwezig (maar wel veel minder). Als de omstandigheden ongunstig zijn (bijvoorbeeld te droog of te warm), zijn er maar weinig paddenstoelen te vinden. Sommige soorten kunnen jaren overslaan voordat ze weer zichtbaar zijn, terwijl de schimmels in de bodem aanwezig en actief blijven. De levensduur van veel paddenstoelen is vaak maar kort, tussen enkele dagen en enkele weken. Er zijn echter ook uitzondering. Sommige inktzwammen zijn na enkele uren alweer verdwenen, terwijl houtzwammen soms enkele jaren goed te herkennen blijven. Bovendien zijn veel soorten maar een beperkte tijd van het jaar te vinden. Al deze eigenschappen van paddenstoelen maakt het inventariseren van de paddenstoelenflora moeilijker dan bij veel andere soortgroepen. Er worden snel (veel) soorten gemist, die wel in de bodem (of in ander substraat) aanwezig (en actief) zijn.
Om een (min of meer) compleet beeld te krijgen van de paddenstoelenflora van een gebied zijn gedurende minimaal 5 jaar tenminste 5 inventarisatierondes per jaar noodzakelijk, waarvan tenminste 1 in het voorjaar. Voor veel projecten is deze inspanning onhaalbaar. Om een redelijke indruk van het voorkomen van paddenstoelen te krijgen, is het mogelijk om de inventarisatie in 1 jaar uit te voeren: 1 inventarisatie in het voorjaar en 3 tot 4 in de nazomer en herfst2. Gezien het vorige hoort hier dus wel een kanttekening bij: bij ongunstige omstandigheden in de nazomer en herfst (lees: te droog en/of te warm), levert de inventarisatie onvoldoende informatie op om conclusies over de samenstelling van de paddenstoelenflora te kunnen trekken. Voor de determinatie van de paddenstoelen is in veel gevallen microscopisch onderzoek nodig. Van moeilijker te determineren, meer bijzondere of zeldzame soorten is herbariummateriaal verzameld en zullen foto’s en een beschrijving worden gemaakt. Soms is er ook DNA-materiaal afgenomen en geanalyseerd om tot een juiste determinatie te komen.
2.2
Functionele groepen bij paddenstoelen
Paddenstoelen zijn een onmisbaar onderdeel van ecosystemen. Ze spelen een doorslaggevende functie in de afbraak van organisch materiaal of zijn noodzakelijk voor bomen en andere planten. Paddenstoelen worden traditiegetrouw ingedeeld in een drietal functionele groepen die hieronder verder uitgewerkt worden. Deze indeling is echter een versimpeling van de werkelijkheid, waar nog veel onderzoek naar gedaan wordt. In de praktijk blijken de functies van paddenstoelen veel ingewikkelder in elkaar te zitten. Recent is duidelijk geworden dat schimmels een zogenaamd Wood Wide Web vormen, waarbij schimmels (in het bos) niet alleen onderstaande functies vervullen, maar ook signalen van bomen aan elkaar kunnen doorgeven, bescherming bieden tegen parasieten en nutriënten transporteren van de ene naar de andere boom of plant. De meeste paddenstoelen behoren tot één functionele groep. Sommige soorten kunnen ook meerdere functies vervullen. Een soort als de Platte tonderzwam is een necrotrofe parasiet die jarenlang kan groeien op levende bomen. Als de boom eenmaal gestorven is, kan de soort saprotroof doorgroeien op de stam.
1 Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van in de bodem of ander substraat levende schimmels. Om dit rapport leesbaar te
houden wordt steeds gesproken over paddenstoelen als het gaat om de boven de grond zichtbare vruchtlichamen of over de soort en over schimmels als het gaat om de in het substraat (vooral bodem) levende delen. 2 Voor dit project was een voorjaarsrond helaas onmogelijk vanwege de late aanbestedingsdatum.
5
Saprotroof: Saprotrofe paddenstoelen halen hun energie van dood organisch materiaal. Dit zijn meestal plantenresten zoals bladeren, takken of stammen, maar ook bijvoorbeeld humus in de bodem of verkoolde stukjes hout op een oude brandplek. Er zijn ook soorten die leven van dode delen van dieren, maar dit is een stuk zeldzamer. De saprotrofe soorten zijn cruciaal in de afbraak van strooisel en de nutriëntenkringloop in (en buiten) bossen. Zonder het werk van deze schimmels zou er al snel een decimeters dikke laag bladeren en takken op de bosbodem liggen en zouden de bomen en planten sterven voor gebrek aan nutriënten. Parasitair: Parasitaire paddenstoelen leven van levende planten (en dieren). Ze onttrekken hun voedingsstoffen aan de levende gastheren. Soms heeft de gastheer hier geen of maar weinig last van. Dan spreken we van biotrofe parasieten. Bij necrotrofe parasieten zorgt de paddenstoel ervoor dat de gastheer uiteindelijk afsterft. Dit kan echter tot decennia duren. Ectomycorrhiza: Eén van de meest fascinerende functies van paddenstoelen is ectomycorrhiza. Hierbij groeit de paddenstoel als een soort sok om de worteltopjes van (voornamelijk) bomen en struiken. Dit is een vorm van symbiose, waarbij zowel de boom als de schimmel voordeel hebben. De schimmel transporteert water en nutriënten naar de boom en beschermt deze tegen parasieten.
Als vergoeding ontvangt de paddenstoel suikers en andere organische stoffen van de boom. Er zijn nog meer soorten mycorrhiza, waarbij de paddenstoelen samengroeien met wortels van veel kruiden, maar daar is nog veel over onbekend. Inmiddels is gebleken dat vrijwel alle plantensoorten een of meer soorten mycorrhiza vormen. Ectomycorrhiza (en andere vormen van mycorrhiza) vormen kwetsbare evenwichten. Bij verandering van de omstandigheden kan het evenwicht snel verstoord worden. Als bijvoorbeeld door stikstofdepositie de boom zelf gemakkelijker aan nutriënten kan komen, heeft deze de paddenstoel niet meer nodig. Hierdoor zijn veel ectomycorrhiza vormende paddenstoelen achteruitgegaan.
6
2.3
Werkwijze
Tijdens gunstige omstandigheden (zie paragraaf 3.1) is het onderzoeksgebied gestructureerd onderzocht op het voorkomen van paddenstoelen. Alleen het grasland is onderzocht omdat hier eventuele invloed van de werkzaamheden en verhoogde recreatiedruk te verwachten zijn. De nadruk heeft daarbij gelegen op potentieel interessante plekken voor paddenstoelen, zoals schralere plekken, padranden en open plekken. Als voorbeeld is in figuur 2.3.1 de wandelroute tijdens het veldwerk op 19 oktober weergegeven. Tijdens het veldwerk zijn op alle plekken waar paddenstoelen aangetroffen zijn, waarnemingen aangemaakt in het centrum van de groeiplaats. Deze waarnemingen zijn aangemaakt met de Android-app ObsMapp, waarbij niet alleen de soortnaam, maar ook de exacte coördinaten (afwijking maximaal 10 meter) zijn vastgelegd. Alle waarnemingen zijn via ObsMapp opgeslagen op waarneming.nl waarbij deze zijn vervaagd en een embargo van 1 jaar hebben gekregen. Bij grotere groeiplekken zijn soms meerdere waarnemingen aangemaakt om een idee te krijgen van de verspreiding. Van redelijk wat waarnemingen was in het veld onduidelijk om welke soort het ging. Hier zijn collecties van de paddenstoelen meegenomen voor nadere determinatie (vaak microscopisch) thuis. Deze collecties zijn vrijwel allemaal gedroogd en zullen in het Nationaal Herbarium Nederland (Naturalis) worden opgenomen.
Bij 11 collecties bleek microscopische determinatie onvoldoende en is er DNA (ITS) bepaald. Bij alle collecties heeft dit geleid tot een bevredigende determinatie.
Figuur 1.3.1: Wandelroute tijdens het veldwerk van 26 oktober 2022
2.4
Uitvoering
Het veldwerk is uitgevoerd door Melchior van Tweel (Ecologisch Adviesbureau Van Tweel) op 4 en 26 oktober en 15 november 2022. Vanwege het late tijdstip van opdracht was een voorjaars-veldbezoek en een nazomerveldbezoek helaas niet mogelijk. In graslanden zoals in dit gebied hebben hun top aan het einde van het paddenstoelenseizoen, vanaf de tweede helft van oktober tot november.
7
3
Resultaten
3.1
Weer en omstandigheden voor paddenstoelen
In figuur 3.1.1 zijn van boven naar beneden de neerslag in het onderzoeksgebied3, de omstandigheden4 en de data van het veldwerk weergegeven.
Figuur 2.1.1 – Weersomstandigheden in relatie tot het veldwerk
De omstandigheden voor paddenstoelen in 2022 waren vrij ongunstig. In het voorjaar bleef het lang droog. Na een vrij korte regenperiode begin april werd het snel zonnig waardoor veel van de regen snel verdampte. De zomer van 2022 was lang, warm en zeer droog. Pas begin september begon het te regenen. Ook toen was het tussen de buien door nog steeds warm, waardoor veel van de regen verdampte en niet de gelegenheid kreeg om de bodem in te trekken. Pas begin oktober werden de omstandigheden voor paddenstoelen gunstiger. Tijdens het veldbezoek van 4 oktober waren de omstandigheden redelijk gunstig voor paddenstoelen. De tweede rond is uitgevoerd op 26 oktober toen de omstandigheden matig goed waren. De vooruitzichten waren op dat moment niet dat er nog veel neerslag zou komen. Verder uitstel was daarom geen optie. Tijdens deze ronde viel op dat veel van de uit het gebied bekende graslandpaddenstoelen niet aanwezig waren. Op 15 november is de laatste inventarisatieronde uitgevoerd, vlak voor de omstandigheden ongunstig werden. De conclusie is dat de omstandigheden voor paddenstoelen voor deze inventarisatie matig waren. Vooral veel karakteristieke graslandpaddenstoelen zijn deels gemist. Dit is mogelijk veroorzaakt door de droogte in de zomer die aanhield tot begin september. De paddenstoelen hebben in deze periode mogelijk veel schade opgelopen in de bodem. Toen
3 De gegevens van de neerslag in het onderzoeksgebied zijn afgeleid van de geografische overzichten van het weer in
Nederland op de website van de KNMI: https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/geografische-overzichten 4 Door de omstandigheden van de paddenstoelen in Zwolle en de neerslaggegevens voor Zwolle en het onderzoeksgebied met elkaar te vergelijken is (op afstand) een inschatting gemaakt van de omstandigheden voor paddenstoelen in het onderzoeksgebied.
8
de regen uiteindelijk in herfst kwam, hadden veel paddenstoelen te weinig energie vergaard om vruchtlichamen te vormen.
3.2
Paddenstoelwaarnemingen
In 2022 zijn tijdens 3 veldbezoeken in totaal 379 waarnemingen verzameld van paddenstoelen, verdeeld over 74 soorten. Hoewel dit aantal waarnemingen redelijk hoog is, zijn er uit recente jaar veel paddenstoelen bekend uit het gebied die in 2022 niet zijn aangetroffen. Daarom zijn uit de NDFF5 paddenstoel-waarnemingen opgevraagd uit het onderzoeksgebied. Deze zijn meegenomen in de analyse. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle aangetroffen soorten (inclusief de gegevens uit de NDFF).
3.3
Bijzondere soorten
In het onderzoeksgebied komen veel bijzondere paddenstoelsoorten voor. De meeste zijn typische graslandpaddenstoelen die afhankelijk zijn van matig voedselrijke, ongestoorde graslanden. In dit hoofdstuk worden enkele soorten besproken die in 2022 in het gebied zijn aangetroffen.
3.3.1
Graskaalkopje (Deconica (Psilocybe) subviscida)
Het Graskaalkopje is een kleine bruine paddenstoel die in eerste instantie voor een Franjehoed is aangezien. DNA-analyse heeft deze fout gelukkig gecorrigeerd. Het is een soort die landelijk vrij zeldzaam is en verspreid voorkomt. Het Graskaalkopje groeit vooral op dode resten van grassen, zowel in graslanden als in bossen. In het onderzoeksgebied is de soort eenmaal aangetroffen
5 Opgevraagd d.d. 18-10-2022. Dit betreffen waarnemingen van 2011 t/m het voorjaar van 2022.
9
3.3.2
Karmozijnwasplaat (Hygrocybe phaeococcinea)
De Karmozijnwasplaat is een vrij kleine, maar toch opvallende paddenstoelsoort. De rode hoed wordt gekenmerkt door een karakteristieke zwarte gloed. De soort komt vooral voor in duingraslanden in het Waddengebied. In het binnenland is de soort zeldzaam en komt vooral voor in vochtige schrale graslanden. Ook internationaal is deze soort zeldzaam. Van de Karmozijnwasplaat zijn ruim 40 waarnemingen in het gebied bekend, de meeste komen voor in de natte laagte ten noorden van het toiletgebouwtje.
3.3.3
Papegaaizwammetje (Hygrocybe psittacina)
Het Papegaaizwammetje is een karakteristieke soort van wasplaatgraslanden. De soort is gemakkelijk te herkennen aan de onnatuurlijk aandoende groenige kleur van de hoed en de steel. De soort is vrij algemeen en komt vooral in de duinen veel voor. In het binnenland komt de soorten vooral schrale graslanden en bermen voor. Van het papegaaizwammetje zijn ca 25 waarnemingen uit het gebied bekend, waarvan 1 uit 2022. De soort komt verspreid in het bredere grasland aan de noordoostzijde voor.
3.3.4
Zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica)
De Zwartwordende wasplaat is een soort van allerlei schralere graslanden. Deze soort heeft een kegelvormige hoed die meestal oranjerood is, maar ook geel kan zijn. Opvallend is dat deze soort bij hanteren of ouderdom zwart verkleurd. Van deze soort zijn ca 25 waarnemingen uit het gebied bekend. De soort komt vooral rondom het toitetgebouwtje voor.
10
3.3.5
Donzige en Baardige melkzwam (Lactarius pubescens en torminosus)
De Donzige en de Baardige melkzwam zijn beide soorten van open bossen en vormen mycorrhiza van berkensoorten. Beide soorten wordt gekarakteriseerd door de donzige tot wollige hoed, waarbij de Donzige melkzwam bleek is en de Baardige melkzwam warmere kleuren heeft met duidelijke concentrische ringen. De Donzige melkzwam is een zeer algemene soorten die in het hele land kan worden verwacht. De Baardige melkzwam is zeldzamer en komt vooral op de zandgronden voor. In het onderzoeksgebied kwamen deze soorten in grote aantallen vooral voor tegen de bosrand aan de noordzijde van het gebied. Aan de bosrand, maar ook in het grasland staan veel berken waar deze soorten mee samenleven.
3.3.6
Citroensnedemycena (Mycena citrinomarginata)
De Citroensnedemycena is een tamelijk onopvallende paddenstoel die sterk lijkt op de Bruinsnedemycena, maar heeft een gelige in plaats van bruine rand aan de lamellen. De soort is vrij zeldzaam in Nederland en komt in allerlei schralere biotopen voor, zowel droog als vochtig. De soort gaat sterk achteruit en staat als Bedreigd op de Rode Lijst. De Citroensnedemycena is op 1 plek aangetroffen, ten noorden van het toiletgebouwtje.
11
3.3.7
Grote krulzoom (Paxillus validus)
De Grote krulzoom is een mysterieuze soort en wordt nog maar sinds enkele jaren als een aparte soort onderscheiden, ook wel als Paxillus ammoniavirescens. Eerder werden deze vondsten ondergebracht bij de Gewone krulzoom. In de beschrijving wordt deze soort als zeer groot aangeduid, met een hoed-diameter van tot 30 cm en met een groenverkleuring met ammoniak op de hoedhuid. De vondsten van deze inventarisatie hadden weliswaar de groenverkleuring, maar de hoeden hadden een diameter van maximaal 10 cm. Dat is zelfs voor de Gewone krulzoom aan de kleine kant. DNA-analyse heeft uitgewezen dat het toch de Grote krulzoom moet zijn. De Grote krulzoom is op zes plekken in het onderzoeksgebied aangetroffen, vooral in bij de Populieren aan de noordzijde.
3.3.8
Oranjerood houtskoolbekertje (Anthracobia macrocystis)
In het grasland zijn op enkele plekken oude kampvuurplekjes aangetroffen. Op dit soort plekken kunnen bijzondere paddenstoelen worden aangetroffen. De karakteristieke groep van brandplekpaddenstoelen is in de Rode Lijst aangemerkt als de groep die het snelste is afgenomen in Nederland. Het Oranjerood houtskoolbekertje is een landelijk zeldzame soort die op de Rode Lijst als Ernstig bedreigd is opgenomen. De soort is op één plek in het onderzoeksgebied aangetroffen
3.3.9
Warrige graskorstzwam (Laetisaria fuciformis)
De Warrige graskorst is een buitenbeentje. Deze soort behoort tot de korstzwammen, die vooral als plakkaten op boomstammen en takken groeien. Deze soort groeit echter parasitair op grassen. Het is een landelijk vrij zeldzame soort die in allerlei graslanden voor kan komen. De soort is in 2022 op 7 plekken in het onderzoeksgebied aangetroffen.
12
3.4
Kaarten mycologische waarde
In het onderzoeksgebied zijn veel waarnemingen van paddenstoelen aangetroffen van veel soorten. Bovendien gaat het veelal om soorten die bij het algemene publiek minder bekend zijn. Daarom is ervoor gekozen om de resultaten vooral te presenteren in de vorm van kaarten met op de plekken van de waarnemingen de mycologische waarde in kleuren. De mycologische waarde is opgebouwd uit twee onderdelen. Het belangrijkste onderdeel is de Rode Lijst. Hoe “bedreigder” de paddenstoel op de Rode Lijst staat, des te hoger de mycologische waarde6. Het tweede onderdeel heeft te maken met het biotoop. Soorten die karakteristiek zijn voor graslanden krijgen een “bonus” van 1 punt en soorten die karakteristiek zijn voor zogenaamde wasplaatgraslanden7 een “bonus” van 2 punten. Omdat brandplekken voor paddenstoelen een belangrijk biotoop vormen krijgen karakteristieke soorten van brandplekken ook 2 “bonuspunten”. De totale mycologische waarde (MW) is de som van de mycologische waarde op basis van de Rode Lijst en de “bonuspunten”. In bijlage 1 is in de soortenlijst per soort aangegeven welke mycologische waarde de soorten hebben en hoe die is opgebouwd.
3.4.1
Graslandpaddenstoelen
In figuur 3.4.1 is met kleuren de mycologische waarde van de graslandpaddenstoelen aangegeven op de plekken van de waarnemingen. Op deze wijze ontstaat een kaartbeeld waar de meest waardevolle paddenstoelen voorkomen. Alle gekleurde bolletjes geven de locaties van graslandpaddenstoelen voor. De kleinere grijze bolletjes geven de locaties van de overige soorten aan. Dit zijn vaak soorten die zowel in graslanden als in bossen of ruigten voorkomen. De groene bolletjes geven de locaties van relatief algemene graslandpaddenstoelen weer. De gele, oranje en rode bolletjes geven de plekken weer met zeldzamere en bedreigde graslandpaddenstoelen weer met een hogere mycologische waarde. Allereerst valt op dat de relatief algemene graslandpaddenstoelen over het gehele gebied voorkomen. Dit lijkt logisch te zijn, maar is dat zeker niet. In veel schrale graslanden komen ook de algemene graslandpaddenstoelen vaak geclusterd voor omdat de omstandigheden daar wel, maar op andere plekken niet geschikt zijn. De omstandigheden in het onderzoeksgebied zijn dus vrijwel overal geschikt voor het voorkomen van graslandpaddenstoelen. In figuur 3.4.1b is met een blauwe lijn de verspreiding van de meer bijzondere graslandpaddenstoelen weergegeven. Dit betreft dus een groot deel van het bredere grasland aan de oostzijde van het onderzoeksgebied. Dit betreft zowel vochtig als droger grasland.
Daarbinnen kan nog een gebied worden aangewezen waar opvallend veel oranje bolletjes voorkomen. In dit vochtige gedeelte, dat ten noorden van het toiletgebouwtje ligt en met rood is omcirkeld, komt een concentratie van bedreigde graslandpaddenstoelen voor. Dit gedeelte heeft de hoogste mycologische waarde van het onderzoeksgebied.
6 Thans niet bedreigd (TNB) = Mycologische waarde 0; Gevoelig (GE) = 2; Kwetsbaar (KW) = 4; Bedreigd (BE) = 6; Ernstig
bedreigd (EB) = 8 7 Wasplaatgraslanden zijn onbemeste en onverstoorde graslanden die jarenlang hetzelfde beheer hebben gehad. De omstandigheden zijn veelal matig voedselrijk en niet verzuurd. Deze graslanden worden gekarakteriseerd door veel soorten Wasplaten, Knotszwammen en Satijnzwammen die vrijwel allemaal op de Rode Lijst staan.
13
Figuur 3.4.1b: Idem, Hier met de waardevolste delen omcirkeld.
Figuur 3.4.1a: Verspreiding van karakteristieke graslandpaddenstoelen in het onderzoeksgebied
14
3.4.2
Brandplekken
Door bezoekers van het onderzoeksgebied worden wel eens kampvuurtjes gestookt. Hoewel dit uitdrukkelijk niet de bedoeling is (zie figuur 3.4.2), gebeurt het dus wel. Tijdens het veldbezoek zijn ongeveer 5 plekken aangetroffen waar dergelijke kampvuurtjes zijn
Figuur 3.4.2: Brandplek en toegangsregels
geweest. Aangezien er ook uit de afgelopen jaren specifieke paddenstoelen van dergelijke brandplekken zijn verzameld, kan worden aangenomen dat dergelijke brandplekken er al diverse jaren zijn. In de Rode Lijst van Paddenstoelen (2008) is de groep van de brandplekpaddenstoelen aangewezen als de groep die het sterkste is afgenomen. Vrijwel alle soorten staan op de Rode Lijst. De oorzaak daarvan is het terugdringen van dergelijke brandplekken, zowel kleinschalig zoals hier het geval is, als grootschalig. Branden waar eerder een gangbare beheermethode om bijvoorbeeld heide te verjongen. Door allerlei verordeningen wordt dit nu nog maar mondjesmaat toegepast. In het onderzoeksgebied zijn 8 karakteristieke brandplekpaddenstoelen aangetroffen. In bijlage 1 is aangegeven om welke soort dit gaat.
Figuur 3.4.3a – Verspreiding van karakteristieke brandplekpaddenstoelen. De kleuren zijn dezelfde als in fig. 3.4.1
Figuur 3.4.3b – Idem. Met rode cirkels zijn de zwaartepunten voor brandplekpaddenstoelen aangegeven.
In figuur 3.4.3 is de verspreiding van karakteristieke brandplekpaddenstoelen weergegeven op dezelfde manier als de mycologische waarde is aangegeven in figuur 3.4.1. In figuur 3.4.3b is met rode cirkels aangegeven waar de zwaartepunten zijn voor brandplekpaddenstoelen. 15
3.5
Analyse
De omstandigheden voor paddenstoelen waren in 2022 vrij ongunstig. Doordat de zomer lang, warm en droog was, begon het paddenstoelen seizoen pas medio september. Hoewel de inventarisatie van 2022 een kleine 400 waarnemingen heeft opgeleverd, geeft dit waarschijnlijk maar een beperkt beeld van de mycologische waarde in het gebied, zie paragraaf 3.1. Gelukkig waren er van de afgelopen jaren behoorlijk wat betrouwbare waarnemingen die aanvullend gebruikt zijn voor deze analyse. Om toch antwoorden te formuleren op de onderzoeksvragen zullen deze noodzakelijkerwijs gebaseerd worden op een combinatie van de waarnemingen en expert-judgement.
3.5.1
Wat zijn de hotspots voor paddenstoelen?
De hotspots voor paddenstoelen zijn in paragrafen 3.4.1 en 3.4.2 aangewezen. Een groot deel van het bredere grasland aan de oostzijde van het gebied heeft waarde voor paddenstoelen, met een duidelijke concentratie in de laagte ten noorden van het toiletgebouwtje. Beide betreffen matig voedselrijke graslanden die al jarenlang gunstig beheer (langdurig bestendig beheer; zonder vergraven) hebben gehad. Wat de plekken bij het toiletgebouwtje zo bijzonder maakt is niet helemaal duidelijk. Ogenschijnlijk lijken de omstandigheden hier vrijwel gelijk aan andere delen van het gebied. Mogelijk wordt hier de bodem minder vaak bereden met voortuigen. Ook de brandplekken vertegenwoordigen een grote mycologische waarde. Toch hoeft bij dit project geen rekening gehouden te worden met de huidige brandplekken. Brandplekpaddenstoelen zijn pioniersoorten die gunstige plekken snel kunnen vinden en meestal binnen enkele jaren weer verdwenen zijn als de brandplek wordt opgenomen in de rest van de vegetatie.
3.5.2
Wat zijn de effecten van de voorgenomen?
De effecten van de voorgenomen maatregelen hangen sterk af van de precieze locatie van de voorgenomen horeca-gelegenheid. Behalve dat met de aanleg van het gebouw ruimte in grasland verloren gaat, moet ook rekening gehouden worden met grondwerkzaamheden daar omheen en bijvoorbeeld terassen. In figuur 3.5.1 is met een pijl een gedeelte van het gebied aangegeven waar de aanleg van een horeca-gelegenheid minimale schade zal hebben voor de bijzondere mycoflora. Aanleg van een horeca-gelegenheid in het bredere deel van het grasland zal onherroepelijk leiden tot aantasting van de mycologische waarde.
Figuur 3.5.1: Met een blauwe pijl is aangegeven in welk deel van het gebied een eventuele horeca-gelegenheid minimale schade voor paddenstoelen zal hebben.
16
3.5.3
Wat zijn de effecten van de toename van de recreatie?
De toename van de recreatie op de mycologische waarde heeft voornamelijk betrekking op de betreding van de graslanden en de daarmee samenhangende verdichting van de bodem. De effecten daarvan kunnen niet losgezien worden van het huidige gebruik van het onderzoeksgebied. Op warme dagen tijdens de zomermaanden wordt het gebied volop gebruikt door dagjesrecreanten die het gebied gebruiken om te zonnen en te zwemmen. Deze mensen zullen zich vooral op het zandige strand, op de kade en het aangrenzende (drogere) grasland ophouden. In figuur 3.5.1 valt dit dus buiten het gebied waar de waardevolle graslandpaddenstoelen voorkomen. Verder vanaf het water wordt het grasland bovendien lager en vochtiger, wat minder aantrekkelijk is voor recreanten. Ook buiten deze warme dagen wordt het gebied veel gebruikt door wandelaars en hondenuitlaters (zie figuur 3.5.2). Tijdens het veldwerk zijn in het gebied per dag tot 25 mensen Figuur 3.5.2: Hond uitlaten in het onderzoeksgebied geteld in het onderzoeksgebied, veelal met honden. De invloed van deze mensen zal minder groot zijn dan van dagjesrecreanten, maar hondenpoep kan wel een vermestend effect geven.
Figuur 3.5.3: Zwaar materieel ingezet om aangespoelde Fonteinkruiden te verwijderen
Om het gebied aantrekkelijk te houden voor zwemmers en andere recreanten moet het strand geregeld schoongemaakt worden van aangespoelde Fonteinkruiden. Tijdens het veldwerk op 4 oktober 2022 is geconstateerd dat dit wordt uitgevoerd met zwaar materieel, zie figuur 3.5.3
17
Bij deze werkzaamheden worden geen vaste paden gebruikt. Het materieel rijdt (schijnbaar) willekeurig over het grasland. Zoals in figuur 3.5.4 te zien is lijdt dit soms tot flinke insporing. Naast de werkzaamheden van het verwijderen van het Fonteinkruid, moet het grasland natuurlijk ook meerdere malen per jaar gemaaid worden. Hoewel die niet geconstateerd is, wordt ook dit vermoedelijk door grote (en zware) trekkers uitgevoerd. De bandendruk van deze machines is hoog, waardoor de bodem verdicht wordt en plaatselijk zelf verstoord.
Figuur 3.5.4: Rijsporen van zwaar materieel in het grasland
De effecten op de graslandpaddenstoelen van de machines die het Fonteinkruid verwijderen (en mogelijk ook de trekkers die het grasland maaien), is hoogstwaarschijnlijk vele malen groter dat de effecten die de recreanten hebben. Het antwoord op de onderzoeksvraag is als volgt: De toename van de recreanten in het onderzoeksgebied zal mogelijk een klein effect hebben op de paddenstoelenflora, maar dit effect zal veel kleiner zijn dan de effecten die de machines hebben die het gebied beheren.
3.5.4
Met welke maatregelen kunnen de effecten worden verzacht of gecompenseerd?
Werkzaamheden Voor de aanlegwerkzaamheden is het van groot belang dat in figuur 3.4.1b met blauw omcirkelde gebied gespaard blijft van verdichting en verstoring van de bodem, zoals graafwerkzaamheden, opslag en berijden. In de gevallen dat dit onvermijdelijk is kunnen kortdurend (niet meer dan enkele weken!) rijplaten gebruikt worden. Als de rijplaten langer blijven liggen kunnen de omstandigheden in de bodem zuurstofloos worden wat ongunstig is voor de bodemfauna en schimmels. Brandplekken Hoewel het gebruik van kampvuurtjes verboden is in het onderzoeksgebied, hebben deze wel een bijzondere paddenstoelenflora doen ontstaan. Om deze te behouden wordt geadviseerd één van de twee hieronder aangegeven opties te realiseren: 1. De huidige situatie wordt gecontinueerd. Dit wil zeggen dat het kleinschalig gebruik van kampvuurtjes op het grasveld wordt gedoogd. 2. Er worden een of enkele plekken aangewezen die een permanente status hebben om kampvuurtjes te stoken. Deze kunnen bijvoorbeeld gemarkeerd worden met enkele grote natuurstenen. Het is daarbij belangrijk dat er geen kunstmatige bodem onder de kampvuurplekken wordt aangelegd. Het is voor de brandplekpaddenstoelen van groot belang dat er een relatie mogelijk blijft met de bodem.
18
3.6
Beheeradviezen
Zoals in paragraaf 3.5.3 is geconstateerd is het huidige beheer van het onderzoeksgebied verre van optimaal. Verwijderen van Fonteinkruiden langs het strand Het zal ook in de toekomst noodzakelijk blijven dat de Fonteinkruiden langs het strand moeten worden verwijderd. Eigenlijk is dit een goed teken, want de Fonteinkruiden geven aan dat het water een zeer goede kwaliteit heeft! De effecten van het verwijderen van het Fonteinkruid op de paddenstoelenflora staan beschreven in paragraaf 3.5.3. Geadviseerd wordt om in de toekomst de werkzaamheden uitsluitend over het zand uit te voeren. Aan- en afvoer van materieel en Fonteinkruiden kan dan vanaf van de zuidwestzijde (waar het grasland het smalst is) en vanaf de noordoostzijde (bij de KNRM-reddingsstation) plaatsvinden. Het grasland zou dan niet meer door de zware machines betreden mogen worden. Maaien van het grasland en andere werkzaamheden Het is van groot belang dat het grasland geregeld gemaaid wordt en dat het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor blijft het grasland niet alleen de waarde behouden voor de recreatie, maar ook voor flora en paddenstoelen. Door de afvoer van het maaisel wordt voorkomen dat de stikstofdepositie de omstandigheden verslechtert. Ook voor andere werkzaamheden, zoals het legen van de prullenbakken is het noodzakelijk het grasland te betreden met materieel.
Geadviseerd wordt deze werkzaamheden uit te voeren met zo licht mogelijk materieel en/of te werken met dubbele banden. Op deze manier worden verdichting en verstoring van de bodem voorkomen. Voorlichting Geadviseerd wordt om de bezoekers erop te wijzen dat ze in een bijzonder gebied recreëren. In de zomer kunnen de mensen genieten van de Parnassia’s en in de herfst van de paddenstoelen. Dit zou kunnen door het plaatsen van een informatiebord bij de ingang of bij het toiletgebouwtje. Verwacht wordt dat bij aanpassing van deze beheermaatregelen de paddenstoelenflora zich zal herstellen en dat de hoge potenties die het gebied heeft voor paddenstoelen kunnen worden benut.
19
4
Conclusie
Als de aanleg van de horeca-faciliteit buiten het voor paddenstoelen belangrijke gedeelte wordt gerealiseerd zijn er geen grote bezwaren zijn voor de uitbreiding van het recreatieve gebruik. De effecten van de uitvoering van het beheer zijn veel groter dan de effecten van een eventuele toename van de recreatie.
5
Foutendiscussie
De omstandigheden voor paddenstoelen in herfst van 2022 waren verre van optimaal. De zomer was lang, warm en droog. Dit heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat veel paddenstoelen in de bodem schade hebben opgelopen en ook toen de omstandigheden in herfst beter (lees: natter) werden zich niet boven de grond hebben laten zien. Dit heeft zeer waarschijnlijk geleid tot een grote onderschatting van de mycologische waarde van het gebied. Door waarnemingen van eerdere jaren mee te nemen in de analyse, was het toch mogelijk om onderbouwde uitspraken te doen over de effecten van de voorgenomen maatregelen.
6
Literatuur en andere bronnen
Arnolds, Eef, Mirjam Veerkamp, 2008, Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen, Nederlandse Mycologische Vereniging, Utrecht. Arnolds, Eef, Rob Chrispijn & Roeland Enzlin (red.), 2015, Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, Deel 2, Paddenstoelen Werkgroep Drenthe Verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/
20
Bijlagen Bijlage 1: Overzicht aangetroffen soorten Toelichting: In de eerste twee kolommen staan respectievelijk de Nederlandse en de Wetenschappelijke namen. In kolom 3 is de Rode Lijst (2008) status aangegeven: EB=Ernstig bedreigd; BE = Bedreigd, GE = Gevoelig, KW = Kwetsbaar, TNB = Thans niet bedreigd. In kolommen 4 en 5 staan de verspreiding van de soort in respectievelijk Nederland en Gooi+Utrecht: aaaa = Zeer algemeen, aaa = Algemeen, aa = Vrij algemeen, a = Matig algemeen, z = Vrij zeldzaam, zz = Zeldzaam, zzz = Zeer zeldzaam. In kolom 6 is de Rode Lijststatus omgezet in een Mycologische waarde: GE=2, KW=4, BE=6; EB=8. In kolom 7 is een extra mycologische waarde op basis van het biotoop. Karakteristieke soorten van algemene graslanden hebben waarde 1 en typische soorten van wasplaatsgraslanden en van brandplekken het waarde 2 gekregen. In kolom 8 is de totale mycologische waarde opgenomen: de som van kolommen 6 en 7. In kolommen 9 is het aantal waarnemingen van de soort aangegeven * = Aangepast door nieuwe inzichten of a.d.h.v verwante soorten.
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam Bruine weidechampignon Agaricus cupreobrunneus Kleinsporige Agaricus moellerianus weidechampignon
RL
VNL
VGo
Biot
BE
a
a
Grasland
6
1
7
1
KW*
a*
a*
Grasland
4
1
5
1
Grasleemhoed
Agrocybe pediades
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
15
Vliegenzwam
Amanita muscaria
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
Groene knolamaniet
Amanita phalloides
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
11
Oranjerood houtskoolbekertje
Anthracobia macrocystis
EB
z
z
Brandplek
8
2
10
1
Gewoon houtskoolbekertje Dooiergele mestzwam
Anthracobia melaloma
BE
a
a
Brandplek
6
2
8
1
Bolbitius titubans
TNB* aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
32
Loodgrijze bovist
Bovista plumbea
TNB
aaaa
aaa
Grasland
0
1
1
8
Roze pronkridder
Calocybe carnea
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
1
Spitse knotszwam
Clavaria falcata
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
1
Wormvormige knotszwam Witte koraalzwam
Clavaria fragilis
KW
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
1
Clavulina coralloides
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
2
Gele knotszwam
Clavulinopsis helvola
GE
aaa
aaa
Wasplaatgr
2
2
4
1
Gele knotszwam sl
Clavulinopsis helvola sl
KW*
aaa*
aaa*
Wasplaatgr
4
2
6
2
Verblekende knotszwam
Clavulinopsis luteoalba
KW
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
1
Knotsvoettrechterzwam
Clitocybe clavipes
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Giftige weidetrechterzwam Roestbruin breeksteeltje
Clitocybe rivulosa
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
10
Conocybe rickeniana
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
1
Brandplekinktzwam
Coprinellus angulatus
BE
a
aa
Brandplek
6
2
8
1
Kleine viltinktzwam
Coprinellus xanthothrix
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
1
Rupsendoder
Cordyceps militaris
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Gordijnzwam
Cortinarius
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
1
Lila gordijnzwam
Cortinarius alboviolaceus Cortinarius decipiens var. decipiens
KW
aaa
Diverse
4
0
4
1
TNB
aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
2
Bleke geelvezelgordijnzwam
Cortinarius saniosus
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
Gegordelde gordijnzwam
Cortinarius trivialis
TNB
aa
aaa
Diverse
0
0
0
13
Bietengordijnzwam
Cortinarius umbrinolens TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
2
Geel nestzwammetje
Crucibulum crucibuliforme Cyathus olla
GE
aaa
aaaa
Diverse
2
0
2
1
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Cystoderma amianthinum Dacrymyces stillatus
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
5
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Siersteelgordijnzwam (var. decipiens)
Bleek nestzwammetje Okergele korrelhoed Oranje druppelzwam
aaaa
21
MWRL MWBiot WMSom
#
Nederlandse naam
RL
VNL
VGo
Biot
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Zandkaalkopje
Wetenschappelijke naam Daedaleopsis confragosa Deconica montana
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
2
Graskaalkopje (var. subviscida)
Deconica subviscida var. subviscida
KW*
a
a
Grasland
4
1
5
1
Hazelaarschijfzwam
Encoelia furfuracea
TNB
aa
aa
Diverse
0
0
0
3
Bruine satijnzwam
Entoloma sericeum
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
1
Bruine satijnzwam (var. cinereo-opacum)
Entoloma sericeum var. TNB* a cinereo-opacum
a
Grasland
0
1
1
1
Bruine satijnzwam (var. sericeum)
Entoloma sericeum var. TNB* aaaa* aaaa* Grasland sericeum
0
1
1
2
Eikentrilzwam
Exidia truncata
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Groot mosklokje
Galerina clavata
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
2
Geelbruin mosklokje
Galerina hypnorum
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
2
Geoglossaceae
Geoglossaceae
TNB* aa*
aa*
Wasplaatgr
0
2
2
3
Aardtong p.p. (Geoglossum)
Geoglossum
TNB* aa*
aa*
Wasplaatgr
0
2
2
1
Brede aardtong
Geoglossum KW cookeanum Geoglossum elongatum KW*
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
1
a
a
Wasplaatgr
4
2
6
1
TNB
aa
aa
Wasplaatgr
0
2
2
9
Prachtvlamhoed
Geoglossum glutinosum Gymnopilus junonius
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Vaalhoed
Hebeloma
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
2
Hebeloma cavipes
Hebeloma cavipes
TNB* aaa*
aaa*
Diverse
0
0
0
16
Radijsvaalhoed sl
Hebeloma crustuliniforme sl
TNB* aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
2
Vaalhoed onbekend
Hebeloma spec.
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
6
Kluifzwam p.p. (Helvella)
Helvella
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
1
Roetkluifzwam
Helvella atra
KW
aa
aa
Diverse
4
0
4
3
Witte kluifzwam
Helvella crispa
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Zwarte kluifzwam
Helvella lacunosa
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Schotelkluifzwam
Helvella macropus
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
2
Wasplaat p.p. (Hygrocybe) Puntmutswasplaat
Hygrocybe
TNB* aaa
aaa
Wasplaatgr
0
2
2
2
Hygrocybe acutoconica KW
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
4
Puntmutswasplaat (var. acutoconica)
Hygrocybe acutoconica KW* var. acutoconica
aa*
aa*
Wasplaatgr
4
2
6
1
Scharlaken wasplaat
Hygrocybe coccinea
BE
a
a
Wasplaatgr
6
2
8
13
Zwartwordende wasplaat
Hygrocybe conica
TNB
aaaa
aaaa
Wasplaatgr
0
2
2
17
Zwartwordende wasplaat (f. conica)
Hygrocybe conica f. conica
TNB* aaaa* aaaa* Wasplaatgr
0
2
2
8
Kabouterwasplaat
Hygrocybe insipida
KW
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
8
Gewoon vuurzwammetje
Hygrocybe miniata
TNB
aaaa
aaa
Grasland
0
1
1
16
Gewoon vuurzwammetje (var. miniata)
Hygrocybe miniata var. miniata
TNB* aaaa* aaa*
Grasland
0
1
1
1
Karmozijnwasplaat
Hygrocybe phaeococcinea Hygrocybe psittacina
BE
a
a
Wasplaatgr
6
2
8
35
GE
aaa
aaa
Wasplaatgr
2
2
4
25
Hygrocybe russocoriacea Hygrocybe virginea
BE
aa
aa
Wasplaatgr
6
2
8
1
GE
aaaa
aaaa
Wasplaatgr
2
2
4
5
Roodporiehoutzwam
Kortsporige aardtong Kleverige aardtong
Papegaaizwammetje Geurende wasplaat Sneeuwzwammetje
22
MWRL MWBiot WMSom
#
Nederlandse naam Gewoon sneeuwzwammetje
Wetenschappelijke RL naam Hygrocybe virginea var. GE* virginea
Vezelkop
Inocybe
Geringde viltkop Gewone viltkop
VNL
VGo
Biot
#
2
2
4
7
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
2
Inocybe agardhii
TNB
a
a
Diverse
0
0
0
1
Inocybe dulcamara
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
5
Gewone viltkop sl
Inocybe dulcamara sl
TNB* aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
8
Vlokkige vezelkop
Inocybe flocculosa
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Lila satijnvezelkop
Inocybe lilacina
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
Gevlekte vezelkop
Inocybe maculata
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
2
Wilgenvezelkop
Inocybe salicis
TNB
aa
aa
Diverse
0
0
0
2
Blonde vezelkop
Inocybe sindonia
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
1
Populiervezelkop
Inocybe squamata
TNB
aaa
aa
Diverse
0
0
0
2
Vale knolvezelkop
Inocybe xanthomelas
TNB
aa
aa
Diverse
0
0
0
2
Gewone fopzwam
Laccaria laccata
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
5
Kokosmelkzwam
Lactarius glyciosmus
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
Donzige melkzwam
Lactarius pubescens
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
33
Baardige melkzwam
Lactarius torminosus
KW
aaa
aaa
Diverse
4
0
4
18
Warrige graskorstzwam
Laetisaria fuciformis
TNB* aa*
aa*
Grasland
0
1
1
7
Oranje populierboleet
Leccinum albostipitatum Leccinum aurantiacum
KW*
z
z
Diverse
4
0
4
1
KW
aa
aa
Diverse
4
0
4
4
Bruingrijze berkenboleet
Leccinum cyaneobasileucum
TNB* aaa
aaa
Diverse
0
0
0
5
Harde populierboleet
Leccinum duriusculum
TNB* aa
aa
Diverse
0
0
0
1
Berkenboleet sl
Leccinum scabrum sl
TNB* aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
4
Bonte berkenboleet
Leccinum variicolor
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
5
Kastanjeparasolzwam
Lepiota castanea
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
1
Duinparasolzwam
Lepiota erminea
TNB
aa
aa
Wasplaatgr
0
2
2
1
Roodbruine schijnridderzwam
Lepista flaccida
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Paarse schijnridderzwam Lepista nuda
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
5
Vaalpaarse schijnridderzwam
Lepista sordida
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
2
Melige stuifzwam
Lycoperdon lividum
TNB
aaa
aaa
Wasplaatgr
0
2
2
11
Parelstuifzwam
Lycoperdon perlatum
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Rondsporig pekzwammetje Pijpknotszwam
Lyophyllum anthracophilum Macrotyphula fistulosa
BE
a
aa
Brandplek
6
2
8
1
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Weidekringzwam
Marasmius oreades
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
1
Wieltje
Marasmius rotula
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Grijsbruine grasmycena
Mycena aetites
TNB
aaa
aaaa
Grasland
0
1
1
1
Citroensnedemycena
Mycena citrinomarginata Mycena leptocephala
BE
a
a
Diverse
6
0
6
1
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
8
Gewoon elfenschermpje
Mycena olivaceomarginata Mycena pura
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Papilmycena
Mycena vitilis
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
Gewoon meniezwammetje Gazonvlekplaat
Nectria cinnabarina
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Panaeolina foenisecii
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
26
Rosse populierboleet
Stinkmycena Bruinsnedemycena
aaaa* aaaa* Wasplaatgr
MWRL MWBiot WMSom
23
Nederlandse naam
RL
Vlekplaat p.p.
Wetenschappelijke naam Panaeolus
TNB* aaaa* aaaa* Grasland
0
1
1
1
Spitse vlekplaat
Panaeolus acuminatus
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
14
Grauwe vlekplaat
Panaeolus fimicola
TNB
aaa
aaa
Grasland
0
1
1
6
Grauwe vlekplaat (var. fimicola)
Panaeolus fimicola var. fimicola
TNB* aaa*
aaa*
Grasland
0
1
1
1
Franjevlekplaat
TNB* aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
1
Gewoon plooirokje
Panaeolus papilionaceus Parasola plicatilis
TNB
aaa
aaa
Diverse
0
0
0
8
Plooirokje sl
Parasola plicatilis sl
TNB* aaa*
aaa*
Diverse
0
0
0
19
Gewone krulzoom sl
Paxillus involutus sl
TNB* aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
12
Paxillus spec.
Paxillus spec.
TNB* aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Grote krulzoom
Paxillus validus
TNB* aa*
aa*
Diverse
0
0
0
6
Kleine brandplekbekerzwam
Peziza sepiatra
TNB
z
z
Brandplek
0
2
2
1
Violette brandplekbekerzwam
Peziza subviolacea
BE
z
z
Brandplek
6
2
8
1
Boomgaardvuurzwam
Phellinus tuberculosus
KW
aaa
aaa
Diverse
4
0
4
1
Brandplekbundelzwam
Pholiota highlandensis
KW
aa
aaa
Brandplek
4
2
6
2
Gewone oesterzwam
Pleurotus ostreatus
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Purperbruine brandplekbekerzwam
Plicaria trachycarpa
EB
z
a
Brandplek
8
2
10
1
Esdoornvlekkenzwam
Rhytisma acerinum
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Oranjegeel trechtertje
Rickenella fibula
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
4
Paarsharttrechtertje
Rickenella swartzii
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
4
Russula
Russula
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
3
Vissige eikenrussula sl
Russula graveolens sl
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
2
Grofplaatrussula
Russula nigricans
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Kleine berkenrussula
Russula nitida
TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Kruipwilgrussula
Russula persicina
TNB
aa
aa
Diverse
0
0
0
2
Vergelende russula
Russula puellaris
KW
aa
aa
Diverse
4
0
4
1
Wilgenrussula
Russula subrubens
TNB
aaa
aa
Diverse
0
0
0
4
Schotelrussula
Russula velenovskyi
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
4
Bonte berkenrussula
Russula versicolor
KW
aaa
aaa
Diverse
4
0
4
2
Wimperzwam
Scutellinia
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
1
Gewone wimperzwam
Scutellinia scutellata
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
2
Gele korstzwam
Stereum hirsutum
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Gele trilzwam
Tremella mesenterica
TNB
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
1
Gewone ruige aardtong
Trichoglossum hirsutum KW
aa
aa
Wasplaatgr
4
2
6
1
Zilveren ridderzwam
Tricholoma argyraceum TNB* aa
aa
Diverse
0
0
0
1
Geringde ridderzwam
Tricholoma cingulatum
KW
aa
Diverse
4
0
4
1
Zilvergrijze ridderzwam
Tricholoma scalpturatum Trichophaea hemisphaerioides
TNB* aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
BE
zz
zz
Brandplek
6
2
8
2
Tubaria furfuracea
TNB
aaaa
aaaa
Bol pelsbekertje Gewoon donsvoetje
Gewoon donsvoetje (var. Tubaria furfuracea var. furfuracea) furfuracea Afgeplatte stuifzwam Vascellum pratense
VNL
VGo
aa
Biot
MWRL MWBiot WMSom
#
Diverse
0
0
0
8
TNB* aaaa* aaaa* Diverse
0
0
0
1
TNB
aaaa
aaaa
Grasland
0
1
1
1
Gewone beurszwam
Volvariella gloiocephala TNB
aaaa
aaaa
Diverse
0
0
0
4
Rode boleet
Xerocomus rubellus
aaa
aaaa
Diverse
0
0
0
3
TNB
24