20260127 1e omgevingsplanwijziging thematische regels Bijlage 3 Nota zienswijzen ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen & ambtshalve wijzigingen EERSTE OMGEVINGSPLANWIJZING – THEMATISCHE REGELS BLARICUM BEL Combinatie Cluster Ruimte, september 2025
Inleiding 1.
Korte inhoud
De gemeente Blaricum beschikt sinds 1 januari 2024 over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, de Verordening f ysiek leef omgeving (VFL) en de landelijke wettelijke regels d ie in de vorm van de bruidsschat aan lagere overheden zijn overgedragen. De gemeente heef t in het plan van aanpak vastgelegd dat het tijdelijk omgevingsplan met een aantal planwijzigingen tot en met 2031 wordt omgezet naar een def initief omgevingsplan. Op 31 december 2031 dient de gemeente over één omgevingsplan te beschikken volgens de Standaard voor of f iciële publicaties en Toepassingsprof ielen omgevingsdocumenten (hierna STOP/TPOD) voor het gehele ambtsgebied. Op dat moment vervalt het tijdelijk omgeving splan. Deze ontwerpwijziging van het omgevingsplan voorziet in de overzetting van bestaande thematische regels over onder meer Groen, Water, Erf goed, Archeologie, Inf rastructuur, Bouwen en de regels van de Verordening f ysieke leef omgeving (VFL). Ook wordt met deze eerste planwijziging de hoof dopzet van het omgevingsplan in o.a. hoof stukken, af delingen, artikelen en leden vastgeleg d. De voorliggende planwijzigingen maken ten opzichte van de vigerende (tijdelijke) omgevingsplannen geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.
Deze wijziging van de omgevingsplannen leidt niet tot nieuwe of andere nadelige gevolgen voor het milieu. 2.
Terinzagelegging
Het ontwerp van dit plan heef t van vanaf 28 mei 2025 tot en met 8 juli 2025 (voor zes weken) ter inzage gelegen. 3.
Zienswijzen
Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 6 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ingediend door: A. Brandweer Gooi en Vecht B. Gemeente Huizen C. GGD Gooi en Vecht D. Provincie Noord-Holland E. Rijkswaterstaat F. Pharos advocaten 4.
Ontvankelijkheidsbeoordeling
Alle zienswijzen en reacties zijn binnen de ter inzagetermijn binnengekomen en worden in behandeling genomen.
Pagina 1 van 10
5.
Ambtshalve wijzigingen
Naast de aanpassingen op basis van de ingekomen zienswijzen, zijn er ook nog een aantal ondergeschikte ambtshalve verbeteringen doorgevoerd, welke zijn terug te lezen aan het einde van deze nota.
Samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarop Hieronder is een korte, zakelijke weergave opgenomen van de ingediende zienswijzen. De ingediende zienswijzen zijn samengevat of de kernpunten eruit gelicht en direct aansluitend, per onderdeel, van een gemeentelijke reactie voorzien. Aan het einde wordt aangegeven of een zienswijze tot een gehele of gedeeltelijke gegrond- of ongegrondverklaring leidt en wordt aangegeven op welke wijze de omgevingsplanwijziging dient/zal te worden aangepast. Bij de beantwoording van de zienswijzen wordt met name ingegaan op f eitelijke argumenten. Niet nader onderbouwde opmerkingen en aanvullende inf ormatie worden voor kennisgeving aangenomen. A
Zienswijzen van Brandweer Gooi en Vecht Per email d.d. 9 juli 2025
Ingebrachte zienswijzen
Reactie en conclusie gemeente
1. Bij paragraaf 4.2 staan de doelen van 'bouwwerken en andere werken' beschreven. In het kader van duurzaamheid wordt er tegenwoordig vaak gebruik gemaakt van natuurlijke bouw- en isolatiematerialen. Ook komt het steeds vaker voor dat particulieren zelf geproduceerde energie gaan opslaan. In sommige gevallen gelden hierbij ook eisen vanuit de milieuregelgeving. Verder is de gemeente erg bosrijk. Het advies is om bij de nadere uitwerking van deze doelen extra aandacht te hebben voor (brand)veiligheid. Met de ko mst van de Wet private kwaliteitsborging kan de gemeente alleen in het ruimtelijke proces eisen stellen aan gebouwen met een gevolgklasse 1. Mogelijk dat dit op termijn verder uitgebreid wordt. Koppeling met artikel 5.18. 2. Bij paragraaf 4.10 Doelen van 'inf rastructuur en openbaar toegankelijk gebied' staat niet specif iek benoemd dat de bereikbaarheid voor nood - en hulpdiensten geborgd is. Verder is het ook belangrijk dat bij zogenaamde 'piekbuien' de hoof droutes voor de nood- en hulpdiensten goed berijdbaar blijven. Hiervoor heef t de gemeente een zogenaamde 'stress-test' uitgevoerd, zie artikel 4.43. Indien er meervoudig ruimte gebruik van toepassing is, dan is ook de bereikbaarheid weer relevant.
1. Wij danken de brandweer (veiligheidsregio) met de uitgebreide en degelijke zienswijze. De in artikel 4.2 omschreven doelen hebben onder meer betrekking op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het voorkomen van hinder en overlast. Deze doelen zijn algemeen en ruim en omvatten de doelen die de brandweer aangeef t. In die zin vinden wij het niet nodig om de doelen verder aan te vullen. Daarnaast zijn de doelen op zichzelf niet bedoeld voor specif ieke regels. Dit volgt in de oogmerken en inhoudelijke regels waarmee invulling wordt gegeven aan deze doelen. In dit geval betref t dat paragraaf 5.21.
2. In artikel 4.10 worden verschillende doelen omschreven die betrekking hebben op inf rastructuur en openbaar toegankelijk gebied. Deze doelen zijn ruim omschreven. Onder a en b zijn het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid weergegeven. De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten vallen hier onder. Daarnaast zijn de doelen op zichzelf niet bedoeld voor specif ieke regels. Dit volgt in de oogmerken en inhoudelijke regels waarmee invulling wordt gegeven aan deze doelen. Dit blijkt onder meer uit paragraaf 5.2.9. Dat de wegen ook bij grote regenval berijdbaar blijven, valt ook onder het doel Veiligheid. Pagina 2 van 10
3. Bij de paragraf en 4.11, 4.12, 4.13 4.15 en 4.17 gaat het over het plaatsen, aanleggen en veranderen in de openbare ruimte. Het is bij al deze activiteiten belangrijk dat de openbare bluswatervoorzieningen niet geblokkeerd worden maar ten alle tijde vrij toegankelijk blijven met voldoende vrije ruimte rondom de voorziening voor een adequate brandweerinzet. Deels is dit benoemd bij artikel 5.57.
3. Ook op dit punt zijn wij het met u eens. Wij zijn van mening, dat artikel 5.57, waarin door middel van een zorgplicht is aangegeven dat de vrije toegang tot brandputten en vluchtdeuren geborgd moet zijn, af doende is voor het door u gesignaleerde probleem. Daarnaast staat in het hetzelf de artikel omschreven dat de specif ieke zorgplicht voor het plaatsen van objecten op een openbare plaats in beheer van de gemeente in ieder geval ook inhoudt dat voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en op voetpaden overblijf t.
4. Bij artikel 4.33 Doelen van 'natuur' is er geen specif ieke aandacht voor natuurbrandbeheersing terwijl de kans op het ontstaan van een brand steeds groter wordt door de klimaatverandering. Dit heef t enerzijds te maken met recreatie (zoals kamperen) in de natuur maar anderzijds ook met het onderhoud en de vrije ruimte tussen de bebouwing en de natuurgebieden. 5. Bij artikel 4.39 Doelen voor 'milieu' is het belangrijk om ook aandacht te hebben voor onderwerpen die niet in het Besluit activiteiten leef omgeving geregeld zijn maar via de bruidsschat bij de gemeenten belegd zijn. Daarnaast zijn er nog activiteiten die o.a. met de energietransitie te maken hebben waar op dit moment nog geen regelgeving voor bestaat. Via het omgevingsplan is het mogelijk om hiervoor maatwerpvoorschrif ten op te nemen, zie artikel 5.3. 6. De artikelen 5.9 en 5.10 zijn nu nog gereserveerd. De brandweer wil graag inhoudelijk meedenken over de aanvraagvereisten en gelijkwaardige maatregelen. 7. Bij artikel 5.14 gaat het om 'maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de f ysieke leef omgeving'. Is dit artikel specif iek bedacht om invulling te geven aan het ruimtelijk proces bij de Wet private kwaliteitsborging bouwen? In dat geval wil de brandweer hier graag inhoudelijk over meedenken. 8. In paragraaf 5.2.1 is het proces van de Wet private kwaliteitsborging niet benoemd en uitgewerkt.
De gemeente gaat bij dat proces alleen nog over het ruimtelijke proces waarbij aan de voorzijde van het proces input kan worden geleverd via een risicomatrix. De bouwkundige toets van het Besluit
4. In artikel 4.33 is onder andere het beschermen van natuurgebieden als doel opgenomen. Dit is ruim gesteld en het beschermen tegen brand, is daar onderdeel van. Het heef t hier vooral betrekking op oogmerken die gaan over bomen kappen, kamperen en verkeer in natuurgebieden.
5. In artikel 4.39 zijn de doelen voor het milieu ruim omschreven. De door u genoemde energietransitie valt ons inzien onder een doelmatig gebruik van energie en grondstof f en. Daarnaast zijn regels met betrekking tot de energietransitie geen onderdeel van deze planwijziging.
6. Bij wijziging van het omgevingsplan, c.q. de invulling van de gereserveerde artikelen, zullen wij u betrekken.
7. Dit nog niet ingevulde artikel heef t (nog) geen betrekking op de invulling Wet private kwaliteitsborging. Wij zullen u conf orm punt 6 wel betrekken bij een eventuele invulling van het artikel.
8. Dat klopt. Dit is een wettelijke regeling waar wij ons aan moeten houden.
Pagina 3 van 10
bouwen leef omgeving is bij commerciële partijen belegd. 9. Bij artikel 5.20 zou de gemeente een artikel op kunnen nemen over het onderhoud van particuliere bluswatervoorzieningen bij woningen. Het komt voor dat er bij particuliere woningen eigen bluswatervoorzieningen zijn gerealiseerd i.v.m. de grote af stand tot de openbare weg of omdat de openbare bluswatervoorziening ontoereikend is. De brandweer houdt hier geen toezicht op. Bij een brand zal moeten blijken of de voorziening f unctioneert en adequaat onderhouden is. 10. In af deling 8.3 staan de adviseurs benoemd. In welke gevallen gaat de veiligheidsregio/brandweer om advies gevraagd worden? In diverse artikelen staat de mogelijkheid om een vergunning aan te vragen.
11. Hoof dstuk 9 is nog gereserveerd. Er komen steeds minder vergunningen maar meer meldingen. De meldingen komen direct bij toezicht terecht. De brandweer is benieuwd of er nog een soort risicobeoordeling komt om te bepalen hoe met toezicht wordt omgegaan en/of de brandweer dan betrokken gaat worden. 12. Bij paragraaf 11.2.3 staat de regeling f estiviteiten benoemd. De brandweer is benieuwd of er in die gevallen een evenementenvergunning moet worden aangevraagd of een melding moet worden gedaan waarbij ze om advies gaat worden gevraagd af hankelijk van de grootte en de risico's.
9. De regeling waar u op doelt, geregeld in de artikelen 5.4, 5.17 en 5.20 hebben een toepassingsbereik voor de activiteit bouwen. Onderhoud valt daar niet onder. Omdat de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan beleidsluw plaatsvindt is er nu ook geen aanleiding voor nieuwe regelgeving op dit gebied.
10. De desbetref f ende af deling waarnaar verwezen wordt gaat over de aspecten ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie. Als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning wordt de brandweer om advies gevraagd daar waar nodig. Dit is ook onderdeel van het vooroverleg van deze aanvraag. 11. De BEL gemeenten hebben besloten dat de invoering van de Omgevingswet, beleidsluw verloopt. Derhalve worden er geen nieuwe meldingen ingevoerd als daar vanuit bestaand beleid geen aanleiding toe is. Maar mocht hier toch sprake van zijn dan gaan wij gezamenlijk moeten optrekken om te bezien of en hoe omgegaan wordt met toezicht. 12. Dit artikel heef t betrekking op het overgangsrecht in relatie tot het tijdelijk deel In dit geval nog de samenhang met de Verordening f ysieke leef omgeving. Dit heef t geen betrekking op specif iek evenementenvergunningen. De regeling voor evenementen maakt ook geen onderdeel uit van deze planwijziging. De toelichting bij dit artikel luidt onder meer: In artikel 2.21, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een bevoegdheid voor gemeenten om bij of krachtens een gemeentelijke verordening voorwaarden te verbinden aan f estiviteiten om geluidhinder te beperken of te voorkomen.
Deze regels in een gemeentelijke verordening blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet mag de gemeente voorwaarden verbinden aan f estiviteiten in Pagina 4 van 10
dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening. Dit is ondervangen in het betref f ende artikel.
B
Zienswijzen van Gemeente Huizen Per email d.d. 30 juni 2025
Ingebrachte zienswijzen 1. Er zijn woningen die gedeeltelijk in Huizen en gedeeltelijk in Blaricum vallen. Bij die woningen is het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Huizen én het omgevingsplan van de gemeente Blaricum van toepassing en zo ook het risico van een opeenstapeling aan bouwmogelijkheden. Dat is ongewenst. Graag uw aandacht daarvoor zodat ook niet (nu of op een later moment bij verdere aanpassingen in het omgevingsplan) onbedoeld extra bouwmogelijkheden worden gecreëerd.
Reactie en conclusie gemeente 1. De invoering van de Omgevingswet of inwerkingtreding van het omgevingsplan verandert de huidige planologische situatie niet. Met andere woorden bij het oude bestemmingsplan (nu omgevingsplan) zijn er woningen die in twee gemeenten liggen. In Blaricum moeten de woningen binnen het bouwvlak (van de huidige woning) worden gebouwd. De goot- en nokhoogte zijn de reeds toegestane goot- en nokhoogte. De bestaande regels zijn beleidsluw omgezet. Wij verwachten in die zin dan ook geen problemen.
C
Zienswijzen GGD Gooi en Vecht Per mail d.d. 7 juli 2025 De GGD heef t naar de documenten gekeken en geven aan dat het een beleid neutrale overstap lijkt. De GGD vraagt zich af , of dat klopt. Ingebrachte zienswijzen Reactie en conclusie gemeente 1. Vanuit gezondheid is gekeken naar de documenten en daarin komt gezondheid terug in de doelen en tegelijk lijkt er veel nog nader in te vullen, zoals de regels en de programma’s. Voor nu gaat de GGD ervanuit dat dat als er onderwerpen gewijzigd worden die gezondheid beïnvloeden (zoals geluid, luchtkwaliteit, geur) zij apart een bericht krijgen en daarom zullen we nu geen zienswijze indienen. 2. Verder denkt de GGD graag mee met gezondheid beschermende en/of bevorderende normen. Hierbij kan naast de standaard onderwerpen als geluid en luchtkwaliteit ook aan de gezonde voedselomgeving, of aan een programma ‘gezonde leef omgeving’.
D
1. Geluid, lucht, bodem etc. zijn onderwerpen die bij volgende omgevingsplanwijzigingen aan de orde komen. Wij zullen de GGD daarbij betrekken. Op dat moment worden doelen en regels aangaande dit thema ook verder ingevuld.
2. Wij houden ons hiervoor aanbevolen.
Zienswijzen provincie Noord-Holland Pagina 5 van 10
Per mail 7 juli 2025 Gelet op het f eit, dat er in het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt ten opzichte van het huidige omgevingsplan ziet de provincie geen aanleiding om een zienswijze in te dienen. Ingebrachte zienswijzen Reactie en conclusie gemeente 1. 1. Wel zou de provincie graag nog inzicht De planwijziging is op geen enkele manier strijdig met de willen krijgen hoe deze regels van de provincie. De regels zijn overgenomen van de omgevingsplanwijziging aan de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat. Daarnaast instructieregels van de provinciale is de bebouwingscontour houtkap aangewezen. Hierbij is ook omgevingsverordening zijn getoetst. De rekening gehouden met de provinciale instructieregels. Onder instructieregels zijn ter bescherming van de meer ten aanzien van de beschermde NNN-gebieden. Bij provinciale belangen en een volgende planwijziging wordt met de aanvulling van de regels omgevingsplanwijziging mag niet in strijd opnieuw getoetst aan de relevante onderdelen van de met deze instructieregels zijn. Omgevingsverordening.
2. Verder verzoekt de provincie om bij nieuwe omgevingsplanwijzigingen al vroegtijdig in het proces te worden betrokken, voordat het als ontwerpversie ter inzage wordt gelegd. Dat biedt meer mogelijkheden tot af stemming. Ook kunnen eventuele knelpunten met de instructieregels dan vroegtijdig worden besproken.
E
Citaat motivering bijgesloten bij het wijzigingsbesluit: ‘’Het uitgangspunt van de eerste planwijziging is het beleidsluw omzetten van het tijdelijk omgevingsplan. Beleidsluw betekent dat er wel beperkte aanpassingen zijn doorgevoerd van de regels, maar dat er geen nieuw beleid wordt ontwikkeld of mogelijk wordt gemaakt met deze planwijziging. Er is bewust gekozen om zo weinig mogelijk beleid aan te passen, behalve voor de regels waar het echt noodzakelijk was. Bijvoorbeeld de aanpassing van een oude regel, omdat deze te ingewikkeld was om over te zetten. Het betref t daarbij geen grote inhoudelijke wijzigingen, maar kleine tekstuele wijzigingen waardoor de regel beter te begrijpen is. Alle regels die in deze planwijziging zijn opgenomen uit het tijdelijk omgevingsplan zijn ook al eerder vastgesteld door de gemeenteraad. Ook de overgenomen regels uit de bruidsschat zijn bestaande regels vanuit het rijk. Daarnaast worden met deze planwijziging geen nieuwe activiteiten (en geen nieuwe ontwikkelingen) met mogelijke milieugevolgen toegestaan, waarbij getoetst moet worden aan het beleid van de verschillende overheidslagen of aan verschillende milieu- en omgevingsaspecten. De regels van deze planwijziging voldoen hiermee al aan het Rijks -, provinciale en gemeentelijke beleid en daarmee is een onderbouwing van het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten niet nodig. 2.
Bij volgende wijzigingen van het omgevingsplan zullen wij u inderdaad eerder betrekken.
Zienswijze van Rijkswaterstaat (RWS) Per mail 7 juli 2025 Pagina 6 van 10
Ingebrachte zienswijzen 1. In het omgevingsplan (paragraf en 5.2.11 en 5.2.12) wordt o.a. ingegaan op regels ten aanzien van activiteiten aan of nabij wegen. Hierbij wordt aangegeven dat deze regels uitsluitend gelden voor wegen in beheer bij de gemeente. Onduidelijk is of er op basis van de nu voorliggende ontwerp omgevingsplanwijziging ook regels worden gesteld aan activiteiten rondom wegen in beheer bij andere overheden, dit aangezien dergelijke wegen ook binnen het plangebied van het omgevingsplan vallen. Verzoek is dit te verduidelijken. 2. Het ontwerp omgevingsplan beschrijf t regels voor diverse activiteiten die binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. Voor veel activiteiten wordt hierbij ook aangegeven dat het verboden is dergelijke activiteiten uit te voeren zonder omgevingsvergunning. In theorie kunnen de beschreven activiteiten ook plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (in dit geval rijkswegen en wateren). Verzocht wordt om in het omgevingsplan op te nemen, dat in het geval activiteiten plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (en mogelijk van invloed kunnen zijn op het f unctioneren van deze netwerken), er bij de beoordeling hiervan advies wordt gevraagd aan Rijkswaterstaat.
In dit licht zou het daarnaast helpen als er in het omgevingsplan ook een link wordt gelegd met de beperkingengebieden van het Rijk, zodat voor iedereen die het omgevingsplan bekijkt duidelijk is dat er op sommige locaties naast een omgevingsvergunning van de gemeente ook een omgevingsvergunning van Rijkswaterstaat nodig is. 3. Een concreet voorbeeld van bovenstaande zijn de bepalingen ten aanzien van het plaatsen van reclame (paragraaf 5.2.17). Hierin worden regels benoemd ten aanzien van het plaatsen van reclame. In de meeste gevallen is hiervoor een omgevingsvergunning vereist. Verzoek is om bijvoorbeeld in de beoordelingsregels (artikel 5.97) op te nemen dat voor locaties
Reactie en conclusie gemeente 1. Het gaat hier inderdaad om gemeentelijke wegen. Planologische regels voor de hoof dinf rastructuur (rijkswegen) worden meegenomen in de volgende planwijzigingen. In de huidige situatie volstaat het tijdelijk omgevingsplan. Provinciale wegen zijn in beheer en eigendom van de provincie. Dat betekent dat de provincie de beheerder is en zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van regels die bij deze weg horen, via de provinciale Omgevingsverordening.
2. In deze planwijziging zijn er nog geen regels opgenomen die rekening houden met de aanwezigheid van de rijks inf rastructuur. Hierdoor kunnen wij uw verzoek dat in het geval activiteiten plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (en mogelijk van invloed kunnen zijn op het f unctioneren van deze netwerken), er bij de beoordeling hiervan advies wordt gevraagd aan Rijkswaterstaat nog niet verwerken in het omgevingsplan. Daarnaast is de invulling van deze adviesbepaling nog onvoldoende concreet om op te nemen in de planwijziging. Ook kan er juridisch geen koppeling worden gemaakt met de beperkingengebieden van het Rijk. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld de prik op de kaart dan wel de vergunning check of er nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn. Het omgevingsplan mag alleen regels met bijbehorende geometrie stellen voor die aspecten waar de gemeente bevoegd gezag over is. In de volgende planwijzigingen wordt u meegenomen om te adviseren over regels die rekening houden met de aanwezigheid van de rijkswegen.
3. Zie hiervoor de beantwoording onder 2 van deze zienswijze. Aanvullend hierop specif iek dit artikel gaat over de vergunningplicht om handelsreclame te plaatsen op of aan een onroerende zaak. Waarbij in de beoordelingsregel staat dat de omgevingsvergunning in ieder geval wordt geweigerd als: a. het verkeer in gevaar wordt gebracht; b. of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat. Pagina 7 van 10
zichtbaar vanaf het hoof dwegennet (dit kan dus ook voor locaties buiten het beperkingengebied van het Rijk gelden) advies aan de wegbeheerder gevraagd moet worden. Tevens wordt geadviseerd bij de beoordeling gebruik te maken van de handreiking beoordeling objecten langs auto(snel)wegen (Beoordeling van objecten langs autowegen en autosnelwegen I Richtlijn I Rijksoverheid.nl).
Dit artikel is beleidsluw overgenomen uit de Verordening f ysieke leef omgeving gemeente Blaricum. De gemeente ziet geen aanleiding tot een beleidsrijke wijziging met aanvulling zoals voorgesteld in de zienswijze. De gemeente treedt hierover wel graag in overleg bij een volgende planwijziging. De gemeente kan daarnaast in het geval van vooroverleg Rijkswaterstaat alsnog om advies vragen of in elk geval van reclame in de nabijheid van hoof dinf rastructuur van het Rijk sprake is van ernstige hinder, bijvoorbeeld bij de omgevingstaf el.
F
Zienswijze van Pharos advocaten Betreft Schapendrift 37 Per email d.d. 26 juni 2025 Deze zienswijze heef t betrekking op het perceel van cliënten aan de Schapendrif t 37 met kadastraal nummer 3471 (hierna: ‘het perceel’).
Pagina 8 van 10
Ingebrachte zienswijzen 1. In het ontwerpplan is aan (een deel van) het perceel de gebiedsaanwijzing "Buitengebied - agrarisch” toegekend. Deze toekenning is onjuist en niet in overeenstemming met de f eitelijke en planologische situatie. Een deel van de aangewezen grond is namelijk bestemd en in gebruik als tuin. De betref f ende strook maakt geen deel uit van het buitengebied en wordt ook niet als zodanig gebruikt. In het vigerende bestemmingsplan ‘Blaricum Dorp, herziening 2020’ is deze strook expliciet bestemd als “Tuin” (zie bijgevoegde af beelding ter illustratie). 2. Voor zover cliënten kunnen nagaan, leidt de nieuwe gebiedsaanwijzing ertoe dat legaal en bestendig gebruik onder het nieuwe planregime wordt beperkt en/of gewijzigd. Hetgeen indruist tegen het uitgangspunt van een overgang zonder verslechtering van de planologische status van bestaande situaties (rechtszekerheid) 3. Cliënten verzoeken om het ontwerpplan op dit punt aan te passen en de gebiedsaanwijzing voor deze strook grond in overeenstemming te brengen met het daadwerkelijke gebruik en de bestaande bestemming “Tuin”, conf orm het vigerende bestemmingsplan. Daarmee wordt recht gedaan aan de f eitelijke en juridisch
Reactie en conclusie gemeente 1. Dit is een juiste veronderstelling. In het ontwerpomgevingsplanwijziging is de grens niet in overeenstemming met de f eitelijke planologische situatie. De grens wordt aangepast. Zie: Memo zienswijze Schapendrif t 37 eerste omgevingsplanwijziging Blaricum, voor nadere toelichting.
2. De grens wordt conf orm punt 1 aangepast, dan zal er geen sprake meer zijn van verslechtering van de planologische status op dit adres. En is er sprake van een beleidsluwe voortzetting.
3. De grens wordt conf orm punt 1 aangepast, dan zal er geen sprake meer zijn van verslechtering van de planologische status op dit adres. En is er sprake van een beleidsluwe voortzetting.
Pagina 9 van 10
verankerde situatie, alsmede aan de belangen van cliënten. Een correcte aanduiding is van belang om ook in de toekomst planologische duidelijkheid en rechtszekerheid te behouden voor cliënten.
Ambtshalve wijzigingen Blaricum: Ten behoeve van de thematische planwijziging zijn er tussen ontwerp en de vast te stellen versie nog een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Dit betref f en: - Regels opslag voertuigen, vaartuigen, mest, af valstof f en en dergelijke waarbij het artikel van toepassing is op het gehele ambtsgebied. - Het toevoegen van specif ieke aanvraagvereisten bij de volgende artikelen: o Weg aanleggen, veranderen en opbreken o Slopen van karakteristieke gebouwen o Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen o Overige geluidhinder veroorzaken - Het toevoegen van de redengevende omschrijvingen voor de gemeentelijke monumenten aan de bijlage bij de regels. - Het aanpassen van de regeling van beschermde dorpsgezicht . Er is (beleidsneutraal) een regeling toegevoegd voor bescherming van de leilindes en hulsthagen. Het is zonder vergunning verboden leilindes of hulsthagen, ter plaatse van de aangewezen locaties, te verwijderen. - In de regels is verduidelijkt dat de bruidsschat bouwen komt te vervallen. De betref f ende regels zijn omzet naar bouwregels in het omgevingsplan. - Aanpassen van de geometrie met betrekking tot een bouwhoogte. Een locatie gelegen in de gemeente Eemnes was per abuis opgenomen in de geometrie van de bouwhoogte van Blaricum - De regeling kappen is op punten verduidelijkt en aangevuld.
Dit is in lijn met de regeling voor kappen in de Verordening voor de f ysieke leef omgeving. Bijvoorbeeld is toegevoegd dat niet 4 weken van tevoren een melding hoef t te gedaan in geval van noodkap. - Regeling parkeerexcessen. Er is voor de voortgang van het proces richting vaststelling besloten om de regels ten aanzien van parkeerexcessen in de Verordening f ysieke leef omgeving in stand te laten. En deze regeling om te zetten bij een volgende planwijziging. De reden hiervoor is dat de regeling voor parkeerexcessen in het omgevingsplan voorzien moet worden van een beleidsregel parkeerexcessen. Deze beleidsregel is nog niet beschik baar. Daarmee komt de Verordening nog niet (geheel) te vervallen bij deze 1e planwijziging. - Een aantal regels die zijn overgenomen uit de Verordening f ysieke leef omgeving zij verduidelijkt. - Het toepassingsbereik van de regeling voor het rijden in natuurgebieden is in overeenstemming gebracht met de inhoud van het artikel.
Pagina 10 van 10