20251028 Transcript Raad Blaricum
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 28 oktober 2025 Aanvang Sluiting Locatie
20.00 uur 22.05 uur BEL-kantoor, raadzaal, Eemnes
Aanwezig
Hart voor Blaricum - W.J. Pel, J. Landman, mw. R.J.C. Beemsterboer-Van Urk Dam, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD - R. Wiegel, mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, P.H. Oyens D66 - P.M. Uitendaal, H.J. Meijer De Blaricumse Partij - mw. E.J.M. Boersen-de Jong, K. Hammouti PvdA/GroenLinks - mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand CDA - mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker mw. B.M. de Reijke mw. T.D. de Jong mw. A.M. Kennis, mw. J.M.G. Lanphen, F.C. Cornelis
Voorzitter Raadsgriffier Wethouders
1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Goedenavond, het is dinsdag 28 oktober 2025 en hiermee open ik de vergadering. Het is een minuut over acht. De klok die hier in de raadzaal hangt, die is even een paar minuten achter nog, dus sla daar niet direct acht op. Wij zijn compleet, dus we hebben ook geen bericht van verhindering ontvangen. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: En dan wil ik gaan naar punt 2 van de agenda en dat is de vaststelling van de agenda. Is er iemand bij de agenda die het woord daarover wenst? De heer Pel, Hart voor Blaricum. De heer Pel: Voorzitter, dank u wel. Wij als Hart voor Blaricum zouden voor willen stellen om punt 7, het behandelen van de regeling HBEL sociaal domein, om die als hamerstuk te behandelen. De voorzitter: Dan kijk ik rond. Kan iedereen daarmee akkoord gaan? Ja. Dan zullen we dat overnemen en dan wordt dat punt 8A. En dan gaat dat naar de hamerstukken. Zijn er dan nog anderen die het woord wensen bij de agenda? Die zie ik niet. 3. Mededelingen De voorzitter: Zijn er mededelingen vanuit de raad, of vanuit het college? Die zie ik ook niet. 4. Rondvraag (vragen met een actueel en politiek karakter) De voorzitter: Dan ga ik naar het volgende punt en dat is de rondvraag. Nu hebben wij niet direct voor de rondvraag een specifieke aanmelding gekregen.
Tegelijkertijd hebben wij wel schriftelijke vragen ontvangen met het verzoek die mondeling te beantwoorden. Dat hebben wij echter niet zo opgevat als dat dat aangemeld is voor de rondvraag. En mijn punt is, dat zijn ook punten, onderwerpen die ik zelf zou willen behandelen. En die wat meer, dat gaat over sociale veiligheid, aangemeld door de VVD en dat is, in mijn optiek heeft dat ook wat meer tijd nodig om te behandelen. Dus mijn voorstel is om dat mondeling bij de commissievergadering te gaan behandelen. En dat wij, komende maandag is er een agendacommissie, om dan te bespreken op welke wijze we dat het best kunnen gaan doen. Dat is mijn voorstel ten aanzien van die vragen. Dan kijk ik even naar de VVD. Mevrouw Dobber.
Mevrouw Dobber-Spruijt: Dank u wel. Wij hebben deze vragen gesteld omdat het actuele vragen zijn, naar aanleiding van een aantal zaken die op dit moment spelen. Onder andere in de provincie, waar een motie is aangenomen over veiligheid in de openbare ruimte. En dit is een onderwerp wat ontzettend aanspreekt op dit moment, want wij horen heel veel inwoners zich grote zorgen maken over de veiligheid op straat. Met name voor hun kinderen, maar ook voor vrouwen. En dat speelt natuurlijk in heel Nederland, maar dat speelt ook in onze gemeente. En vandaar dat we dit actuele onderwerp en ik heb ook aangegeven bij het indienen van het van dit onderwerp, dat wij ook begrijpen dat niet al die vragen vanavond beantwoord hoeven te worden. Maar dat we wel verlangen dat het toch wel in ieder geval met name op regionaal gebied, want daarvan zijn wij schrokken, het antwoord van een aantal vragen in de gemeente van Hilversum van het college, waarin het college eigenlijk zegt, wij zorgen voor onszelf en de andere gemeentes … De voorzitter: Ik wil u even vragen procedureel te gaan, niet inhoudelijk nu op deze vragen in te gaan. Dat is waarom ik dus ook zei van, we gaan het nu niet op deze manier behandelen. We verschillen ook van inzicht of het actueel is en hoe actueel het is, dat het ook daadwerkelijk vanavond behandeld zou moeten worden.
Of dat dat, zeker als het gaat om veiligheid op straat, in mijn optiek is dat niet zo acuut dat dit ook daadwerkelijk vanavond behandeld zou moeten worden. En denk ik dat dit het best tot zijn recht zou komen met behandeling in een commissie, waarin we ook goed hierover van gedachten kunnen wisselen. Mevrouw Dobber-Spruijt: Maar als we naar de agenda voor komende maand kijken. Zoals die nu staat, is er geen raadscommissie. Dus dan gaan we al naar december. De voorzitter: Dat is aan de agendacommissie. Dus dan zou ik u verzoeken om dat verzoek aan de agendacommissie te doen. Ik zal in ieder geval vanuit mijn kant meenemen in de agendacommissie, om dan de rondvraag te laten staan en dan kun je in ieder geval een commissie met een rondvraag doen. Mevrouw Dobber-Spruijt: Maar dat houdt wel in dat we ook die vragen beantwoord krijgen, zo spoedig mogelijk neem ik aan? En dat dat niet 30 dagen duurt voordat we de antwoorden op de vragen krijgen? De voorzitter: Dan heeft u voldoende tijd. Maar dan zou, of u zou op een andere manier dat in moeten dienen. Maar u heeft het op dit moment als schriftelijke vragen ingediend en daar staat 30 dagen voor. Mevrouw Dobber-Spruijt: Of zoveel eerder als mogelijk staat erop. De voorzitter: Ja. Mevrouw Dobber-Spruijt: Maar dan kunnen we wel verwachten dat dat ook nu zo spoedig mogelijk naar ons toe komt? En met name die regionale vraag.
Wij willen dat dat zo spoedig mogelijk regionaal wordt geagendeerd. Dus dan wachten we eventjes af. Dan vraag ik de agendacommissie wat die gaat doen. BESPREEKSTUKKEN 5. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 gemeente Blaricum De voorzitter: Is dit voldoende voor het punt rondvraag? Dan gaan we naar de bespreekstukken en allereerst is dat de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 van de gemeente Blaricum. En aangezien dit toch altijd een zeer belangrijk punt markeert in onze raadsagenda en voor de toekomst van de raad en van de gemeente, hebben wij ook algemene beschouwingen daarvoor. En daarvoor
stellen we elke fractie in de gelegenheid hierover achter de katheder plaats te nemen en hierover een beschouwing voor de toekomst, voor deze begroting, te geven. En daarvoor zou ik dan ook willen starten met Hart voor Blaricum. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Het is weer zover. We gaan het hebben over de begroting. Vandaag besluiten we over de laatste begroting van deze raadsperiode. We staan voor verkiezingen, maar kiezen bewust voor stabiliteit. We presenteren een sluitende meerjarenbegroting met een positief saldo, zonder grote verhoging van de lokale lasten. In onzekere tijden met een nieuw kabinet op komst en mogelijke gevolgen voor het gemeentefonds, houden we onze koers vast. We blijven investeren in wat voor onze inwoners belangrijk is. Verkeersveiligheid, een sterk sociaal domein, een schone en goed onderhouden leefomgeving en het tegengaan van ondermijning en digitale criminaliteit. Daarnaast zetten we met woningbouwprojecten als Achter Capitten en Craibosch stappen om Blaricummers hier te kunnen laten wonen en te laten blijven wonen. En we blijven inwoners actief betrekken met onze nieuwe participatie nota. We gaan zorgvuldig om met gemeenschapsgeld en deze begroting geeft vertrouwen. We houden het betaalbaar en investeren in de toekomst van Blaricum. Mooi toch? Dit had mijn beschouwing kunnen zijn, maar dat is het niet.
Dit is in iets andere bewoordingen de tekst van het persbericht namens het college. Dat mag zo zijn, maar daar wil ik dan wel de beschouwing van Hart voor Blaricum aan toevoegen. Want het gaat om de beschouwing van de politieke partijen. Voor ons ligt een sluitende begroting met een positief resultaat van ruim 350 duizend euro in 2026. Ook de meerjarenbegroting laat een mooi saldo zien. Dank aan het college en aan de ambtenaren voor het vele werk en de uitgebreide beantwoording van onze vragen. Toch moet ons iets van het hart. In de kadernota zagen we, in afwachting van de circulaire van het rijk, nog een fors tekort. Dat lijkt een terugkerend patroon te worden. Eerst rode cijfers, daarna pas meevallers uit Den Haag. Wat hard voor Blaricum betreft, kijken we bij een volgende planning en control cyclus hoe we dit anders kunnen organiseren, zodat we niet langer financiële speelbal zijn van wat het rijk over ons heen gooit. Desalniettemin, deze begroting geeft ons een gezond vertrekpunt voor het komende jaar. Hart voor Blaricum is van mening dat deze begroting beleidsarm moet zijn, met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026. Daarom is er bijvoorbeeld geen ruimte opgenomen voor de uitvoering van de verkeersvisie of de implementatie van het RIS, het raadsinformatiesysteem wat er moet komen. Dat is iets waar de nieuwe raad mee aan de slag zal moeten.
Hetzelfde geldt voor andere plannen die nog in de pijplijn zitten. Dat moeten we ons realiseren. Daarnaast pleiten wij wel meer aandacht voor wat wij noemen een Trippel G. Grip op grote getallen. Onze begroting wordt steeds sterker bepaald door oplopende kosten van gemeenschappelijke regelingen en het sociaal domein. Voordat we investeren in verdere versterking van het sociaal domein, zoals het college in haar beschouwing voorstelt, moeten we eerst beter inzicht krijgen in de opbouw van deze uitgaven. Inmiddels gaat dit om zo een 42 procent van onze totale begroting. Overigens lijkt in de begroting het sociaal domein qua kosten wel te stabiliseren, dus dat is op zich goed nieuws, maar zou nog mooier zijn als dat wat afneemt. Het jarenlang zorgvuldig gevoerde beleid ten aanzien van de OZB, waarbij sterke schommelingen voor huiseigenaren worden voorkomen, steunen wij nadrukkelijk en willen wij graag zo houden. Waar het college spreekt van een beperkte stijging voor de lasten van inwoners, zien wij juist een stevige toename van bijna 15 procent in de afvalstoffenheffing voor onze huishoudens. Wij vrezen bovendien dat de overstap naar na scheiding en een mogelijke verhuizing van de vuiloverslag naar het Rijsbergenterrein in Huizen, verdere korte stijgingen met zich mee gaan nemen. Beide beslissingen zouden wat ons betreft niet de voorkeur hebben gehad.
En dat terwijl Blaricum al in een twijfelachtige top staat ten aanzien van de duurste afval gemeente in Nederland, volgens de bron van het COELO. Ook de leges overzichten verdienen wat ons betreft meer duidelijkheid en aansluiting op eerdere jaren. Bij de vaststelling van de verordening eind dit jaar verwachten wij die duidelijkheid alsnog, zodat wij kunnen beoordelen of de tarieven voldoende kostendekkend zijn. Tot slot, de financiële kengetallen blijven buitengewoon sterk en dat biedt een solide basis om met vertrouwen vooruit te kijken. Dank u wel. De voorzitter: Ik wilde net een seintje geven, wilt u gaan afronden? Maar fantastisch, dank u wel. Dan ga ik verder naar de VVD, de heer Wiegel.
De heer Wiegel: Goed. Ik vroeg mij even af in alle eerlijkheid. De heer Pel had zich zo bij de VVD kunnen aansluiten, want ik sluit mij volledig aan bij de woorden van Hart van Blaricum. Ik denk dat hij dat uitstekend gedaan heeft. Grip op grote getallen, maar ook op kleine getallen. Daar wil ik het niet over hebben mevrouw de voorzitter. Ik wil het hebben over, dit is wellicht voor een aantal van ons de laatste Begrotingsraad en dat markeert toch een bijzondere positie die we hebben met elkaar. En als VVD dachten we van, we kunnen wel weer een riedeltje houden. Maar we kunnen ook eens gaan kijken van, wat hebben we nou met elkaar bereikt en hoe zitten we in het spel met elkaar? Dus hebben wij gedacht, we gaan met een aantal medailles komen. De eerste is voor de burgemeester. De voorzitter van deze raad hebben we er eentje. Het lintje komt zo en als de voorzitter mij zou willen helpen? Dan hebben wij gezegd, Barbara bedankt. Wij kijken naar een inspirerende en dicht bij de burger staande wethouder, sorry burgemeester, waar wij heel veel plezier van hebben en we hopen dat je nog vele jaren doorgaat. We gaan door naar de andere kant want we hebben Annemarie. We hebben Annemarie ook, dan ga ik niet de fout maken burgemeester hoor. Voor Annemarie hebben we ook een medaille gemaakt.
Waarbij dan, als wij maar Annemarie zouden moeten typeren, dan zeggen wij betrokken, toegankelijk en kennis van zaken. En misschien kennis met een hoofdletter en een kleine letter. We gaan door, want anders dan kom ik niet door mijn vijf minuten heen. Dan gaan we door naar Frans, onze wethouder openbaar werken, milieu, duurzaamheid en alles wat erbij hoort. Alsjeblieft. Frans kijk ik aan tegen een man die verbindend is, duurzaam en resultaatgericht. We gaan door. Joke. Dank je wel voor al jouw inzet. Sociaal Domein is voorwaar niet een makkelijk dossier, waar heel veel uitdagingen in zitten. Maar jij pakt het met verve op. Ik zou zeggen, alsjeblieft. Tegen Joke zou ik willen zeggen, iedereen telt mee en iedereen is belangrijk. En dat zijn van die woorden die je een keertje gezegd hebt en die zijn mij bijgebleven, want ik vind dat dat eigenlijk wel waar is. Alsjeblieft. Maar goed we laten het niet helemaal gaan. We hebben natuurlijk ook een gemeentesecretaris. Dat zult u begrijpen. Hij mag niks zeggen vandaag, maar hij mag wel gewoon glimlachen, zou ik zeggen. Dus Peter, dankjewel. Ook eentje voor jou en tegen Peter zou ik willen zeggen, als er één man is die is ervaren, strategisch denkend en deskundig. Dus dankjewel. Maar goed ik zie als laatste, mevrouw de voorzitter en dan sluit ik ook gelijk af hoor. Ik zie onze griffier.
Die zie ik al kijken van en ik dan? Maar we hebben voor u ook wat bedacht hoor. Onze eerste adviseur is heel belangrijk. Dank je wel, voor al die goede dingen. Onze eerste adviseur, heel belangrijk en ik zou zeggen onze steun en toeverlaat. Dus ik zou dit als mijn algemene beschouwingen willen houden. Tijdens de eerste termijn, als ik mag zitten, heb ik nog wat kritische opmerkingen en wat andere zaken over hoe de zaak gelopen is en noem maar wat op. De lintjes komen zo. Dus ik dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. En uiteraard brengen wij dit ook geheel aan de organisatie over. Want ik denk dat mevrouw Kennis dat straks als portefeuillehouder ook nog zal doen, maar ook als voorzitter van de raad wil ik dat ook graag nog even namens de gehele raad en het college doen. Dat de organisatie heeft zich echt een slag in de rondte gewerkt, om dit weer allemaal voor elkaar te krijgen. En wij vinden het natuurlijk heel fijn dat wij ook namens de organisatie dit boegbeeld mogen zijn en deze medailles in ontvangst mogen nemen. Hartelijk dank. Dan gaan wij naar de volgende partij. Dat is D66, de heer Uitendaal. De heer Uitendaal: Dank u wel, voorzitter. Ga daar maar eens overheen. Ik ga het toch nog proberen om met een wat andere insteek de algemene beschouwingen te starten.
Inderdaad, dit is de laatste keer dat deze raad zich over de begroting van een volgend jaar buigt en dat alle fracties hierover een algemene beschouwing ten gehore brengen voor de bewoners van Blaricum, het college en natuurlijk de collega-raadsleden. Het is natuurlijk mooi om te constateren dat we voor 2026 een sluitende begroting hebben, zonder vereiste drastische maatregelen. En natuurlijk ook fijn dat we voor de jaren tot en met 2029 ook cijfers in het zwart blijven schrijven, inclusief het effect van de allerlaatste, de aller-, allerlaatste cijfers van het rijk. Daarmee lijkt een huidige coalitieperiode de gemeente met een gezonde financiële situatie achter te gaan laten voor 2026. Inclusief daarbij een voorstel van de voorgenomen activiteiten uit het collegeprogramma al te hebben gerealiseerd. Toch lijkt het de fractie van D66 zinvol om toch een paar uitdagingen te benoemen, die ons te wachten staan. Een aantal
zeer voor de hand liggende uitdagingen en een aantal dat we al te gemakkelijk uit het oog kunnen verliezen. Met en zonder financiële gevolgen, zoals de ICT-omgeving voor de bestuurs- en raadsinformatiesysteem is overduidelijk aan vervanging toe. Onder andere ook om onze bewoners beter te kunnen informeren dan voorheen. Het traject voor vervanging is al in gang gezet, maar de eenmalige en jaarlijkse kosten dienen nog gekend te worden. En net als vorige jaren zullen we kritisch moeten blijven volgen of onze BEL-organisatie kan blijven leveren wat van haar gevraagd wordt. Bijvoorbeeld, kunnen we ambtenaren beter blijvend aan ons binden? En krijgen we meer grip op een gezonde verhouding tussen externe, ingehuurde en interne medewerkers? En niet onbelangrijk, kunnen de drie BEL-gemeenten op termijn op een eerlijke en gelijke wijze blijven bijdragen aan een goed functionerende BEL-organisatie? En dan de zorg. Dat de zorg en de zorgkosten nationaal een heet hangijzer vormen behoeft geen betoog. Maar ook Blaricum, als onderdeel van de regio, kent de nodige uitdagingen voor de komende jaren. Het regionale programma Van Klacht naar Kracht, probeert al de toenemende druk op de zorg te verlichten.
En hoe ontwikkelt zich de vaccinatiegraad in de gemeente? Zijn we al in slaap gesust door decennialang verschoond te blijven van uitbraken van infectieziekten? Denk daarbij even aan de recente uitbraak, beperkt weliswaar, van mazelen in Huizen. En hoe kunnen we in Huizen zorgkosten beperken door preventie de aandacht te geven die het verdient? Ook hier gaat de kost voor de baat uit. En dan wonen. Het is goed te constateren dat significante woningbouw de komende jaren zijn beslag krijgt. Craibosch, het oude Tergooiterrein en de eerste plannen nabij Achter Capitten aan de dorpsrand, geven kansen aan groepen bewoners, inclusief Blaricumse bewoners, die eerder kleinere kansen en of mogelijkheden hadden. Maar ook deze aanstaande uitbreidingen zullen de vraag doen groeien naar aansluiting op het elektriciteitsnet, rioolaansluitingen, schoon water, gezondheidszorg en mobiliteit in al zijn vormen. En in verband met de tijd zal ik een onderwerp overslaan, dat heeft alles te maken met calamiteiten en de sociale cohesie, waar we ook de nodige aandacht aan moeten besteden de komende periode. En D66 zou D66 niet zijn, als we het ook eventjes willen hebben over duurzaamheid. Ooit heeft de gemeente Blaricum de lange termijn doelen voor duurzaamheid vastgelegd. En net als bij de landelijke politiek zijn deze doelen toch enigszins uit zicht geraakt.
En ja, in Blaricum hebben we er wel degelijk werk van gemaakt. Met en zonder steun van de rijksoverheid, onder andere om de eigen woningvoorraad te verduurzamen. Maar ook zullen we ons de komende jaren moeten blijven inzetten om ons aan te passen aan de toekomstige klimaatverandering. De afhankelijkheid van aardgas verder terug te dringen en ons te verhouden met de aanstaande landelijke wetgeving, zoals de Warmtewet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij verder naar de Blaricumse Partij. Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, een woord vooraf hoort niet bij mijn 5 minuten. De voorzitter: Ligt eraan hoe lang het woord vooraf is. Mevrouw Boersen-de Jong: Compliment aan de VVD. Ik vond het heel origineel en het geeft eigenlijk ook aan hoe wij als raad de laatste vier jaar met elkaar hebben gewerkt. Ik vond dat een hele positieve sfeer. Ik loop al lang mee. Er is vaak een hele negatieve sfeer geweest in het verleden, maar ik heb het een hele prettige vier jaar gevonden. Wat zegt hij? De voorzitter: We gaan geen politieke uitspraken vandaag doen hè? Mevrouw Boersen-de Jong: De algemene beschouwingen van de Blaricumse Partij. Allereerst onze waardering voor het college en de ambtelijke organisatie. Er ligt opnieuw een sluitende begroting en dat is geen vanzelfsprekendheid. Het gevreesde ravijn jaar blijkt voor Blaricum een meevaller.
De verwachte daling van de inkomsten uit het gemeentefonds bleef uit. En dat is goed nieuws voor onze gemeente. Toch merken onze inwoners daar weinig van. De lokale lasten stijgen opnieuw, vooral door een hogere afvalstoffenheffing. En de Blaricumse Partij vindt dat we steeds opnieuw moeten kijken naar de balans tussen, enerzijds gezonde overheidsfinanciën en anderzijds de betaalbaarheid
voor onze inwoners. Als Blaricum structureel meer binnenkrijgt dan het uitgeeft, mag de vraag gesteld worden of we niet een deel van dat overschot terug kunnen geven? Dat hebben we al vaker geponeerd. Het zal u niet verbazen dat we dat hier weer zeggen? We kunnen ons dit veroorloven en het zou het vertrouwen in de lokale politiek versterken. Voorzitter, wij staan hier ook met enige trots. Wij willen onze waardering uitspreken voor hoe Blaricum de opvang van Oekraïense vluchtelingen en statushouders heeft georganiseerd. Ze hebben hier een plek gevonden en op één incident na, voor zover ons bekend, horen we weinig over overlast en spanningen. Dat zegt veel over de inzet van onze inwoners, vrijwilligers en het gemeentebestuur. Complimenten daarvoor en ik kijk bewust ook mevrouw Lanphen aan. Dit laat zien dat Blaricum, ondanks zijn bescheiden omvang, groot kan zijn in menselijkheid. En nou heb ik één kritiek punt. Het zal u niet verbazen, dat is de ontwikkeling van het voormalige Tergooi terrein. De meerderheid van de gemeenteraad heeft een plan op Blaricums grondgebied goedgekeurd. Wat absoluut niet Blaricums is volgens ons, terwijl destijds de Bijvanck kronkelig is opgezet, als knipoog naar de kronkel straatjes in het oude dorp.
En er voor de Blaricummermeent naar gestreefd is om er de mooiste wijk van Nederland van te maken, wordt het Tergooi terrein volgens ons volgepropt met ongeveer twintig blokkendozen slash flats van vijf of zes verdiepingen hoog. Voorzitter, als wij naar dit plan kijken dan schiet ons de Bijlmer te binnen. Het mag toch niet zo zijn dat wij hier die Bijlmer creëren? En wij vragen ons af of de vertraging in de realisatie van de woningen ook te maken zou kunnen hebben, of mede te maken kan hebben, met het gebrek aan interesse van ontwikkelaars, die vrezen dat dergelijke woningen moeilijk verkoopbaar zullen zijn? Dan de situatie bij de ASB, die blijft zorgelijk. Het bestuur is uitgedund, de interne verhoudingen zijn verstoord en de koers lijkt te botsen met het agrarisch beleid dat de raad eerder heeft vastgesteld. De leegstand van de aspergeboerderij is daar een pijnlijk symbool van. We hopen dat de burgemeester als enige vertegenwoordiger in het ASB-bestuur een bemiddelende rol kan spelen om het vertrouwen te herstellen. De agrarische sector hoort bij Blaricum en het zou zonde zijn als we dat erfgoed laten afbrokkelen. Kom ik op het groenonderhoud. Blaricum is een groene gemeente en dat willen we ook blijven. De Blaricumse Partij staat voor onderhoudsniveau A bij onze parken, toegangswegen en andere zichtlocaties. Dat is het visitekaartje van ons dorp.
Natuurlijk vraagt dat om zorgvuldige afwegingen in kosten en capaciteit, maar kwaliteit mag wat ons betreft iets kosten. Recent heeft de raad geld beschikbaar gesteld om de groene rand rondom de Bijvanck een opknapbeurt te geven. Kort na de inhaalslag zag het er weer beter uit. Maar goed, groenbeheer stopt niet na een ronde maaien en snoeien. Inmiddels vernemen wij weer klachten over het kwaliteitsniveau van deze rand. Wij horen graag van het college of dit gebied nu wel of niet in het huidige onderhoudsschema is meegenomen en zo ja, op welk niveau? De bereikbaarheid van de nieuwe HOV-halte is vanuit Blaricum Noord goed geregeld, maar vanuit Bijvanck Zuid is het behelpen. Deze raad heeft unaniem een motie aangenomen om daar verandering in te brengen. Maar het voetpad vanaf het Reigerspad is er nog steeds niet. Wij vragen het college om duidelijkheid over de planning en de middelen. Een voetpad lijkt misschien klein, maar het zegt veel over hoe wij omgaan met onze inwoners. Beloofd is beloofd. En voorzitter, dan heb ik een slotzin gemaakt. Tot slot, de Blaricumse Partij is een partij van het midden. Wij willen ons inzetten voor alle Blaricummers. Dat willen we niet doen door vanaf de zijlijn te roepen wat fout gaat, maar door constructief mee te denken over wat beter kan. Dat was het, alstublieft. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de PvdA-GroenLinks.
Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Goedenavond. PvdA-GroenLinks wil beginnen met de ambtenaren en het college te bedanken voor deze meerderjarige sluitende begroting. Het is een beleidsarme begroting, wat al eerder gezegd is, omdat in maart 2026 nieuwe verkiezingen zijn. Dit is niet altijd ons beleid wat hierin staat. Bijvoorbeeld reserves gebruiken om de rioolbelasting laag te houden, vinden wij een sigaar uit eigen doos. Een reserve kan dienen om eventuele tegenvallers op te vangen. Als we dit continueren, is de reserve binnen een paar jaar op en moet er ineens flink extra betaald gaan worden. Een reserve dient om eventuele tegenvallers op te vangen. Maar niet om de lasten langdurig laag te houden, die continu oplopen. Hiermee belast je de volgende gemeenteraden. Het is voor ons heel belangrijk dat iedereen mee kan doen in onze samenleving. Daarnaast hebben wij een groot
tekort aan betaalbare woningen. Het voorstel voor de Achter Capitten, staan wij dan ook volledig achter. De klimaat en biodiversiteitscrisis vragen om een grote verandering. Met deze ontwikkelingen zal het de komende jaren belangrijk zijn dat we onze inwoners, verenigingen, samenwerkingspartners en ondernemers blijven betrekken. Er is juist in deze tijd een behoefte aan een overheid met visie, zowel bij de landelijke als bij de lokale overheid. Er is behoefte aan een gemeenteraad die initiatief neemt, stimuleert, transities in gang zet. Er is behoefte aan dat dit eerlijk gebeurt. Daarom zal PvdAGroenLinks onze toekomstvisie schetsen. Volkshuisvesting. Veel mensen in onze gemeente missen een eigen thuisbasis. Betaalbare huisvesting is noodzakelijk. Veel starters, ouderen en mensen met een middeninkomen zitten vast tussen sociale huur en koop. Zij concurreren binnen een heel klein aanbod. Mensen blijven daarom noodgedwongen op hun plaats zitten, of wonen thuis bij hun ouders. Zij zijn de dupe van dat falende beleid. Er zijn gewoon te weinig sociale huurwoningen. Meer regie vanuit de gemeente, samen met de woningbouwcorporaties, zou ideaal zijn. Wij willen graag een actief grondbeleid. Zo stimuleren we de bouw van betaalbare huur. Kansenongelijkheid. We strijden voor een bestaanszekerheid voor iedereen.
Wat je recht geeft op een fatsoenlijk bestaan, met een vangnet als het tegenzit. Het gaat om een gelijkwaardige samenleving, waarin het goed is om te investeren in voorzieningen en zeker niet het afbouwen van voorzieningen. De onderwijsvoorzieningen blijven gehandhaafd en zo nodig uitgebreid, zoals nu in de Bijvanck gebeurt. Ook de buurthuizen blijven gehandhaafd. PvdA-GroenLinks is al jaren van mening dat een bibliotheek essentieel is. Zij leveren een bijdrage aan de toegankelijkheid van informatie en zouden graag een bibliotheek vestiging in Blaricum zien. Als ontmoetingspunt voor iedere Blaricummer, waar makkelijk kennis en informatie door inwoners kan worden opgehaald. Zo verbinden we Blaricummers met elkaar en verstevigen de sociale samenhang in de gemeente. Wij betreuren dan ook dat de financiën een speerpunt is geworden in het sociale domein. Niet de zorg, maar de financiën. Dat is voor mij onbegrijpelijk. Klimaat en duurzaamheid. Duurzaamheid is direct verbonden aan bestaanszekerheid. Dat betekent ook solidariteit met de toekomstige generaties. Eerlijke groei. De gemeente moet grote en kleine inspanningen doen om klimaatveranderingen tegen te gaan. Tot slot, goede plannen in de gemeenteraad zullen we blijven steunen. Minder groene plannen van het college, coalitie of fracties zullen we proberen te verbeteren. Zo niet, stemmen we tegen.
PvdAGroenLinks gaat voor een eerlijke, sociale, duurzame en groene toekomst. Wij strijden voor een gemeente waar vooruitgang voor iedereen mogelijk is. Dank u. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw beschouwing. En dan gaan we naar de laatste, maar last but not least. Het CDA. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Dank u wel. Geachte voorzitter, college, collega-raadsleden en inwoners van Blaricum. Er zitten wat herhalingen in, maar dat is helaas als laatste niet te voorkomen. Voor ons ligt de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. Een begroting die in een krap tijdsbestek en financieel uitdagende tijden tot stand is gebracht, maar toch stabiliteit laat zien. We hebben veel dank voor alle mensen die hier de nodige inspanningen voor hebben geleverd, want een sluitende begroting in deze tijd is geen vanzelfsprekendheid. Dus nogmaals aan alle college en de medewerkers van de BEL, hartelijk dank. Het college geeft aan dat de begroting structureel sluitend is, met inkomsten van ongeveer 44 miljoen euro en uitgaven die daar net iets onder blijven. Dat is een mooie en belangrijke prestatie, maar tegelijkertijd geen vrijbrief voor comfort. Er rest nog maar circa vierenhalve maand tot de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen en in de komende regeertijd zal een nieuw college en een nieuwe raad niet op een al te zachte kussens bedekte ondergrond kunnen gaan zitten.
We kunnen niet achteroverleunen, maar moeten blijven sturen op een gezonde meerjarenbalans. Vandaag voorzitter, wil het CDA ook verder kijken dan alleen de cijfers, want de begroting is geen boekhouding, maar een richtingaanwijzer. Die aangeeft wat wij belangrijk vinden voor Blaricum en hoe we samen bouwen aan een dorp, dat ook voor de volgende generaties leefbaar blijft. Daarbij opgemerkt dat Blaricum een dorp blijft dat wil vasthouden aan zijn karakter, maar dat de wereld sneller dan ooit verandert. Hoe blijven we in balans en hoe luisteren we goed naar onze inwoners? Voor ons als CDA-fractie geldt, Blaricum moet blijven doen waar we goed in zijn. We vormen met zijn allen en hechte dorpse gemeenschap, met sterke sociale verbondenheid,
een groen karate karakter, mooie rechten en kromme wegen waarover we comfortabel met 30 kilometer snelheid kunnen rijden, we zijn voor woonkwaliteit en we hebben oog voor de toekomst. Maar dat karakter staat wel onder druk, want jongeren vinden moeilijk een plek en ouderen willen graag blijven wonen waar ze geworteld zijn en de ruimte is beperkt. Het CDA is daarom blij dat het gebied van 1,9 hectare Achter Capitten in aanmerking komt voor de ontwikkeling van circa 70 woningen, voor zowel jonge starters als voor ouderen. Het allermooiste zou zijn als we ook ergens buiten dit gebied om, zogenaamde knarrenhofjes zouden kunnen realiseren. Ik noem hierbij toch door het CDA benoemde Slot Ruysdael, tussen de Slotweg en de Meentzoom, de Warandepark driehoek, eigendom van de ASB. En aangezien de onderhandelingen voor het verbreden van de Le Coultredreef uit zeker zijn verlopen, zou dit misschien nog een kans zijn om hier voor een kleine mooie leefgemeenschap voor ouderen te kunnen realiseren. Ook het grote project Craibosch dat op stapel staat en waar als het goed is in de toekomst minimaal 600 wooneenheden worden gerealiseerd, is zowel voor de gemeente Blaricum, die de omgevingsvergunning moet toekennen, als voor de projectontwikkelaar een enorme uitdaging. Hopelijk gaat over twee jaar een schep de grond in.
Het CDA wil ervoor pleiten dat wij als gemeenteraad bij dit soort grote projecten extra externe ondersteuning en advies kunnen inwinnen. Het zou goed zijn als er in de begroting in de toekomst een bepaald budget vrijgemaakt zou kunnen worden, om extern advies in te winnen. De kennis van ons als gemeenteraadsleden is niet altijd toereikend. De grootste uitgavenpost in de begroting is het sociaal domein. Dit zegt iets over onze samenleving. Namelijk dat we omzien naar elkaar. En zorg is niet alleen een kwestie van geld, het is juist een kwestie van gemeenschap en dat is zeker niet alleen een taak van de gemeente. Het CDA wil blijven investeren in samen kracht, in mantelzorgers, vrijwilligers, verenigingen, ondernemers en de vele dorpsinitiatieven die onze Blaricumse samenleving dragen. Maar ook willen we scherp aan de wind zeilen met betrekking tot de toch alsmaar oplopende kosten voor de jeugdzorg en de GGZ. En dat is een belangrijk onderwerp. Ook op het gebied van duurzaamheid zien we ambities. De energietransitie, klimaatadaptie en de vergroening van onze leefomgeving. Het zijn grote woorden, maar de uitvoering speelt zich ook vooral af in ons dorp. We kunnen niet alles tegelijk en niet tegen elke prijs. Het CDA wil graag realisme en draagvlak bij onze inwoners.
We kunnen wel stap voor stap werken aan een duurzaam Blaricum en plannen die haalbaar zijn voor de inwoners en betaalbaar voor de gemeenten. Samenvattend. Het CDA vindt het belangrijk om te begroten met waarde als rentmeesterschap voor onze financiën, zorgzaamheid voor onze mensen, verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons dorp. En tot slot voorzitter, wil ik ook u bedanken voor uw rol als burgemeester. In u komen enthousiasme, betrokkenheid, zichtbaarheid en verantwoordelijkheid samen. En zeker ook samen met het college. Ik denk dat we als gemeenteraad een hele goede keuze hebben gemaakt om u als burgemeester te benoemen en daarmee met veel vertrouwen de volgende raadsperiode in kunnen gaan. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. We krijgen allemaal pluimen vandaag. Ik moest er eigenlijk over denken. Ik zat even te checken, vandaag wordt de nieuwe burgemeester van Huizen bekendgemaakt en op dit moment wordt daarover vergaderd. Dus ik moest ook wel even terugdenken aan mijn eigen benoeming van drie jaar geleden. Dus ik denk dat het een hele spannende periode is in Huizen op dit moment. Zodra we daar iets over horen, dan zal ik u dat even mededelen. Want ook voor ons in het Gooi is het altijd wel heel erg belangrijk met wie wij regionaal te maken hebben. Dus als ik daar meer over weet, zal ik dat even in de mededelingen meegeven.
Dat waren tot zover alle beschouwingen van de politieke partijen en dan kunnen wij over naar de eerste termijn van de raad. Die kan door een andere woordvoerder gedaan worden, dan waardoor de beschouwing is gedaan. En dan kijk ik even rond wie er graag in deze eerste termijn nog een aantal zaken naar voren wil brengen, of vragen wil stellen aan het college over de begroting? Of aan elkaar straks? Dus ik kijk rond of daar nog de behoefte aan is, om in deze eerste termijn van de raad nog het woord te voeren? Ja. De heer Wiegel, VVD. De heer Wiegel: Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch nog een aantal zaken wat markeren, waarvan ik denk dat die erg goed gegaan zijn en het waard is om dat nog wat te onderstrepen. Als we nu kijken
naar de realisatie van de Bergweg Meentzoom, dan denk ik dat we mogen praten over echt een succes. Het ziet er puik uit en ik denk dat heel veel mensen daar nu met plezier over zullen rijden. Renovatie Bijvanck, renovatie Bouwvenen. Volgens mij gaan we er nog wel een keer over spreken, maar denk ik dat die staat goed in de steigers. Het zal best wel wat geld kosten, met name als ik kijk naar de, hoe heet het zo mooi, het Laagwaterpark hè? We moeten er toch voor zorgen dat de mensen in de Bijvanck niet al te veel problemen krijgen in hun kelders. Dus daar zal vroeg of laat iets mee moeten gebeuren, waarbij we ons moeten realiseren dat het nu niet in de begroting staat. Dus daar zal nog wel degelijk een besluit over genomen moeten worden. Maar in ieder geval, waar het de VVD aangaat zullen wij daar enthousiast op meestemmen, als dat voorstel er vanuit het college zal komen. Een paar andere zaken die de revue gepasseerd hebben waarvan ik denk, dat hebben we best als coalitie, maar ook in de breedte in de raad, hebben we het goed gedaan. Als je kijkt naar het isolatie fonds, dat is best goed gegaan. Ik ken van een aantal, persoonlijk van een aantal mensen die daar gebruik van gemaakt hebben en die waren plezierig verrast hoe snel ook de financiële afwikkeling ging en hoe efficiënt dat in elkaar gestoken was. Dus dat geeft aan dat het eigenlijk wel prima gelopen is.
Ik geloof niet dat het helemaal uitgenut is, het fonds als zodanig, dus misschien dat het college nog eens een keer in overweging kan nemen om in ieder geval dat budget maar door te schuiven naar volgend jaar. Waar we wel wat zorgen mee hebben, is de hele ontwikkeling met betrekking tot de regio. Als ik kijk nu naar hoe het gegaan is met het Rijsbergenterrein. Hoe dat aangevlogen is. Dat we eigenlijk overvallen zijn door de ontwikkeling. Ik weet wel dat het nog een aantal jaren gaat duren. Maar toch ook de woorden van de heer Pel onderschrijvend tijdens zijn algemene beschouwingen, vind ik ook dat we met het Rijsbergenterrein, dat we best nog eens een paar keer een robbertje mogen vechten voor onze inwoners. Om maar niet zo makkelijk te zeggen, zet daar maar een verdeelstation neer en we zijn klaar met elkaar. Ik denk dat het moeilijk is. Al weet ik ook wel dat het niet op ons terrein is, dus praten over een ander zijn portemonnee is ook een lastige. Maar ik denk wel dat we een poging, zeker een goede poging moeten wagen. Oekraïners, ik denk dat het ook al genoemd is. Het is prima gegaan in Woensberg. Zelfs de mensen die in de omgeving wonen, die zeggen het zijn eigenlijk best wel aardige mensen die graag willen werken en niet te lui zijn om de handen uit de mouwen te steken. Ik denk dat dat een goede afdronk is van wat we daar hebben.
Ik zou wel het college toch dringend willen aangeven. We hebben een keer eerder met elkaar besproken over Craibosch, dat we echt vinden als VVD dat het nu uit moet zijn met de asielzoekers daar. Maar dat we echt stappen gaan stappen gaan nemen om het onroerend goed bouwklaar te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Ik denk dat het heel belangrijk is. Ik denk dat belangrijk is voor ons, ik denk dat belangrijk is voor onze inwoners, om dat te gaan doen. Ik zit even snel mijn lijstje af te vinken of ik iets gemist heb, mevrouw de voorzitter. Ik denk het niet, daar laat ik het bij. Dus mijn algemene waardering is zeker voor het college, maar ook voor de ambtenaren dien aangaande. Die daar hard voor gewerkt hebben, die ervoor zorgen dat wij als inwoners plezierig wonen in Blaricum en nog vele jaren. Dank u wel De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder nog rond. De heer Pel, Hart voor Blaricum. De heer Pel: Voorzitter, ik wil op een aantal zaken even ingaan, die ons nog even bezighouden en die in de algemene beschouwingen niet zo naar voren gekomen zijn. Want dat zijn natuurlijk allemaal fijne verhalen en positief gestemd, maar hier en daar zijn er toch wel, ook op het gebied van onze begroting, wel wat kritische noten. Ik wil beginnen met het gemeentefonds.
Ik dacht dat het in de beschouwing van D66 even kwam dat men zei, wat fijn dat het tot 2029 allemaal zo goed loopt met de begroting en de positieve saldo's. Ja. We doen dat altijd om meer jaren dicht te ramen, maar we weten tegelijkertijd ook dat dat gemeentefonds toch een hele onbetrouwbare invloed heeft. En tot nu toe is die, ik noemde dat wel eens met kaas, wie heeft mijn kaas gepikt? Ik weet niet of u dat nog wel kan herinneren, dat verhaal van die muizen die steeds altijd die kaas kregen en ineens was dat er niet meer. Maar dat kaas dat kan een keer toch verdwijnen of minder worden. En daarom is het uitermate belangrijk dat wij toch, zoals ook het CDA zegt, scherp aan de wind blijven zeilen. En een aantal keren viel het woord over het sociaal domein, dat dat geen boekhoudkundig verhaal is, maar dat het om mensen gaat en dat het gaat om de minder krachtige ook te ondersteunen in hun leven.
Daar staat Hart voor Blaricum natuurlijk volledig achter, maar tegelijkertijd en dat heb ik herhaalde keren al gezegd, is het zo dat wij wel een grip moeten hebben op wat die uitkomsten zijn en waar wij mogelijk nog bij moeten sturen. Zoals u weet hebben we wettelijke taken en daar wordt al snel achter verscholen, dat dat dus zoiets is als het weer. Daar kunnen we niks aan doen. Maar we hebben ook niet-wettelijke taken. En die moeten we echt goed uit elkaar kunnen halen en weten waar we ons geld aan besteden, om ook die keuzes te kunnen maken, die belangrijk zijn. Zolang het allemaal goed gaat, zal dat geen probleem zijn. Maar er komt een moment dat je toch gedwongen wordt om daar maatregelen te nemen. En dit zijn toch wel de grote zaken. Dan heb ik het niet eens over die gemeenschappelijke regelingen, waar ook de heer Wiegel over aangaf hoe dat zit bij de regio. De regio heeft ook al een keer een taakstelling gekregen om wat zuiniger aan te doen. Door de fondsen die alle gemeentes krijgen die het ravijn jaar wat draaglijker maakt, hebben ze dat toch weer een jaar uitgesteld. En ik heb, wij hebben daarbij gezeten, mevrouw Dobber en ik, bij dat verhaal en daar hebben we ook vragen over gesteld. Dat we zeggen, waarom doe je dat nou? Want je geeft weer die ruimte om weer te kijken. Maar eigenlijk moeten ze toch wel pas op de plaats maken ten aanzien van hun investeringen.
En dat Rijsbergenterrein, al even genoemd, is daar één van. Het wordt een soort bedrijvenverzamelterrein, waar niet alleen GAD met zijn met zijn vuiloverslag, maar ook het regiovervoer en andere diensten misschien daar hun intrek nemen. Dus het wordt groter, groter, groter en de vraag is of dat op die plek dat allemaal zo handig is. Dat even ten aanzien van het verhaal over zaken. Craibosch daar is het al even over gehad. Wij hebben daar de tijd die het nam, ook de statushouders gehuisvest en dat is mooi geweest. Wij hebben daar ook bij afgesproken dat dat tot een bepaalde datum zou zijn en die datum die is midden volgend jaar, is die ook zover om ook te zorgen dat de planvorming voor de realisatie van die 600 woningen, ook niet in gevaar komt daardoor. Want anders komen we in een soort houtgreep met elkaar mogelijk en dat hebben we niet zo afgesproken. En dat hebben we ook zo laten weten, dacht ik. Dus dat kan geen verrassing zijn. Nog even over een paar punten die voor de rest genoemd zijn in het verhaal. Ik ben even benieuwd naar die bibliotheekfunctie, waar PvdA-GroenLinks het over had. Waar die zou moeten komen? Misschien dat daar iets over gezegd kan worden? Voor het overige denk ik dat wij, zoals het er nu voorstaat, de begroting 2026 en ik kijk liever niet naar 2027, 28 en 29. Ik hoop dat het zo gaat lopen als het is.
Maar vooral 2026 is voor ons belangrijk en ook voor de nieuwe raad is dat belangrijk om te weten, hoever hun polsstok reikt om ook beleid, zoals u allemaal uitgesproken heeft, ook te kunnen realiseren. Wij zullen als Hart voor Blaricum in ieder geval de begroting zoals die er nu ligt, steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die het woord wensen te voeren in de eerste termijn? Die zie ik niet, dan ga ik naar een reactie vanuit het college. Ik had een paar vragen wel gezien, maar mevrouw Kennis, geef ik u als eerste het woord. Mevrouw Kennis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb geprobeerd om te luisteren of ik vragen hoorde. Ik moet zeggen dat de meeste beschouwingen eigenlijk meer een beschouwing was, wat heel fijn was, waar wij ik denk heel blij mee zijn, met de beschouwing zoals ze gedaan zijn. Want die zijn vanuit alle partijen positief, ook voor ons ambtelijk apparaat, is al door de burgemeester aangegeven. Wij zullen dat zeker doorgeven, want er is binnen dit apparaat door alle afdelingen, niet alleen financiën, maar ook door alle andere inhoudelijke afdelingen, beleidsafdelingen, hard gewerkt om deze begroting weer voor u klaar te maken. Voor de andere twee gemeenten klaar te maken. Zodat daar voor de komend jaren weer een financieel stuk ligt. Dus daarvoor zal, ook namens mij, de dank worden overgebracht aan de ambtelijke organisatie.
Ik weet niet zeker, maar volgens mij zijn de enige vragen die ik gehoord heb dat enigszins als vraag gezien kon worden, vanuit de Blaricumse Partij gekomen. En dat was de lokale lastendruk, dat die aardig is toegenomen. En daar heeft u helemaal gelijk in. Dat klopt. Maar om het 100 procent kostendekkend te maken, was dit het bedrag wat wij moesten voorstellen. En verder is het aan de raad om daar een visie op te hebben. Teruggeven aan de inwoners. Bij u is het een jaarlijks herhalend terugkomende opmerking en daar zal ik hetzelfde antwoord op geven, als dat ik de laatste jaren doe. U kunt daarvoor proberen meerderheid in deze raad te krijgen en dan zal het college dat uiteraard uitvoeren. Craibosch. U gaf aan dat u zich afvroeg
of deze woningen misschien slecht op de markt lagen, omdat ze in uw visie er niet aantrekkelijk uitzien. Ik heb geen enkele reden om te denken dat dat hier speelt. Dus nee, dat is niet een reden die wij kunnen aangeven. Voor de rest was er een opmerking over de ASB. Dat was ook gewoon meer een opmerking. Het groen. Daar had u een directe vraag aan mijn collega, over de rand en het voetpad. Ik neem aan dat de voorzitter straks, de heer Cornelis, daar een gelegenheid geeft om daar antwoord op te geven. Dan heb ik PvdA-GroenLinks, die zijn blij met Achter Capitten. Dat begrijp ik, dat u daar blij mee bent, want daar gaan we wel proberen om en voor de andere doelgroep, meer woningen in Blaricum te gaan realiseren. Daarbij hebben wij ook nog de oude renbaan Hazenleger, zoals u weet, waar de zes seniorenwoningen vervangen gaan worden door in principe zes nieuwe seniorenwoningen en twaalf starterswoningen. Dus ook daar wordt tegemoetgekomen aan de vraag vanuit de raad voor starters- en seniorenwoningen. CDA vroeg of ik een pot met geld in de begroting wil opnemen voor advies. Een post. Ik heb opgeschreven pot, maar misschien was het post. Die staat in de begroting. U heeft daar geld dat u kunt gebruiken om advies in te winnen en als dat niet voldoende is, dan is het een kwestie van via de algemene reserve aangeven van, wij hebben wat geld nodig om advies in te winnen.
En dan hebben wij gelukkig voldoende reserve om daaraan tegemoet te komen. De voorzitter: Ik zie een interruptie. De heer Pel, Hart voor Blaricum. De heer Pel: Niet zozeer een interruptie, maar ik had in de algemene beschouwing nog wel een vraag gesteld, of misschien niet zo duidelijk een vraag, maar toch wel een dilemma opgeworpen, over de planning en control cyclus. Ten aanzien van de kadernota versus de begroting en of we daar misschien toch een andere vorm voor kunnen vinden. Maar nu stellen we die kadernota vast en die is meestal negatief en later stellen we hem weer bij. Dus dat was even de vraag. De voorzitter: Mevrouw Kennis. Mevrouw Kennis: Ik heb dat niet direct zoals, u heeft wel aangegeven dat inderdaad de Kadernota waarin nog geen geld beschikbaar is van de Meicirculaire, wat dan daar nog niet in is opgenomen, dat daardoor die in dit geval negatief was en via de Meicirculaire de begroting dus positief werd. Dat is correct. Ik zou niet zo direct weten hoe je dat anders kan doen, want dan zou het betekenen dat we de Kadernota pas kunnen gaan laten vaststellen als de Meicirculaire binnen is en bewerkt. En dan moet u in de zomer terugkomen. Dan krijgen we een zomervergadering en dat denk ik niet dat iemand wil. Dus vandaar dat de Kadernota pas, als de kadernota behandeld wordt, de meicirculaire daar nog niet in zit.
Maar misschien dat u daar straks nog, want als dat de vraag was, dus om de Kadernota te behandelen, inclusief de Meicirculaire ... De voorzitter: De heer Pel. De heer Pel: De vraag was dat wij jaarlijks een circus doorlopen, waarin we zien dat die Kadernota erbarmelijk staat en meestal negatief en dat er geen enkele ruimte is om welk beleid dan ook, nog in te stoppen. Dat advies wordt dan meegegeven. En dat we dat dan gaan vaststellen of ter kennisgeving aannemen. En we hebben ook jaren gehad dat dit gewoon een Kaderbrief was en dat zou ook kunnen natuurlijk, want als het zo is ja ... De voorzitter: Ja, dat klopt. Mevrouw Kennis. Mevrouw Kennis: Dank u wel. Ja, dat is juist. Alleen door u als raad is aangegeven, dat u geen brief meer wenste, maar dat u weer gewoon een Kadernota wilde hebben. Dus ik denk dat u dan als raad moet aangeven dat u vindt dat er vanaf nu een Kaderbrief moet komen. Dat is wat we hadden in een periode dat we zelf zeiden van, we weten helemaal niet meer waar we aan toe zijn. Dat jaar kunt u zich ongetwijfeld herinneren, dat we drie keer een stuk nastuurden om te kijken, vanuit wat hebben we nou eigenlijk? Toen hebben we gezegd, we kunnen beter een Kaderbrief geven. Dat hebben we
gedaan en toen is uitdrukkelijk gezegd, wij wensen volgend jaar weer een Kadernota. Dus de wens ligt bij u. Ik ben het met u eens dat een Kaderbrief op zich voldoende zou kunnen zijn. Maar dat is aan de raad, niet aan het college. En voor de rest had u eigenlijk ook niet echt direct vragen. Ja, de afvalstoffenheffing fors gestegen. Dat heb ik net al gezegd. Rijsbergenterrein zal in gaan houden dat het waarschijnlijk ook nog forser zal gaan stijgen. Ook dat is juist. Dat hebben we in de commissievergadering ook al aan de orde gehad. Dat zijn dan dingen die, als ze zelf gebeuren regionaal, dan zullen wij ze door moeten berekenen in de afvalstoffenheffing. En dat is wat het is, denk ik. De leges, daarvan gaf u ook nog even aan, dat u voor december verwacht dat u een gedetailleerder beeld krijgt over de leges, dus per onderdeel bouwvergunningen, paspoorten, enzovoort. En niet meer gewoon A plus B is C lijst. De heer Pel: Als ik daar nog even op in mag haken? De voorzitter: De heer Pel. De heer Pel: Anders dan voorgaande jaren, hebben we dit keer een nieuwe opstelling gekregen in drie delen, die onnavolgbaar waren en waar geen aansluiting zat.
Bij de voorgaande jaren, terwijl ook op onderdelen waar je dat zag, want er zat ergens wel een staatje in met die lege inkomsten en dan zat er ergens bij deel 3 en daar zag je dan een onderdeel waar de lege inkomsten bijvoorbeeld 2500 euro waren, in de komende jaren. En de kosten daarvan 60.000 euro jaarlijks. Dat soort dingen moeten eruit. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij voor lege opbrengsten van 2500 euro per jaar. 60.000 euro kosten maken. Dat kan toch niet? De voorzitter: Ik zou wel even willen voorkomen dat we de discussie in de commissie daarover opnieuw gaan doen, want we hebben in de commissie ook de discussie hierover gehad. Maar mevrouw Kennis. Dus ik zou u niet hierover in detail, maar het gaat nu even over, volgens mij heeft u al de toezegging gedaan dat daar nog meer informatie over naar de raad toe gaat komen? Mevrouw Kennis: Ja. Ik heb in de commissie gezegd dat ik het op zou nemen met de afdeling financiën, om te kijken of we in de decemberraad een wat duidelijker stuk zouden kunnen produceren. Uiteraard heb ik dat gesprek gehad met financiën en ik hoop dat er nog iets duidelijker in komt waardoor u iets meer inzicht krijgt. Maar ik ben bang dat dat pas in 26 gaat gebeuren. Dus dat stuk wat echt per onderdeel en exact op de juiste financiële cijfers gebaseerd, dat is op dit moment niet te produceren. Dus ik ga kijken wat ik voor u doen kan op dat punt.
En voor de rest had ik volgens mij voor D66 sluitend, gezond, inderdaad ook verder geen echte vragen. Grip op de BEL. Uiteraard zijn wij druk aan het, proberen wij die grip te houden en sluitende, gezonde begroting. De voorzitter: Klopt, ik zag ook inderdaad zelf niet directe vragen meer, dus ik denk dat het misschien handig is om de vragen die er wel waren, even de heer Cornelis dan het woord te geven. En de vraag is of u dat hier wil beantwoorden, of misschien straks ook bij het onderwerp wat straks nog op de agenda staat, over groen. Maar ik geef u even het woord. De heer Cornelis. De heer Cornelis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Uw laatste opmerking slaat uiteraard op de vraag over de rand van de Bijvanck. Het hele korte antwoord geef ik nu en ik stel inderdaad voor de rest per artikel bij agendapunt 6 te behandelen. De rand van de Bijvanck tussen, ik zal maar zeggen de Tennisvereniging en de Viersloot rondom, bestaat uit bosplantsoenen en parkachtige structuren van verschillende complexiteiten. En die staan op dit moment in het plan, wat we straks op de agenda punt 6 gaan bespreken, op niveau B ingeschaald. Dan stel ik voor de rest op dat moment te doen. Dan, dank voor de vraag over het olifantenpaadje.
Dat geeft mij de gelegenheid om te zeggen, dat wij de afgelopen week geconcludeerd hebben, dat wij geen dekking in een bestaand programma hebben kunnen vinden, die de toets van de kritiek kan doorstaan. En we bereiden nu met spoed een raadsvoorstel voor, om het budget daarvoor te krijgen.
De voorzitter: Er komt een raadsvoorstel voor additioneel geld te vragen voor dat voetpad waar u om heeft gevraagd, m mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Het zal ongetwijfeld aan mij liggen, maar ik vind het vanavond heel moeilijk verstaanbaar. Ik weet niet of ik de enige ben, maar misschien kunnen we iets duidelijker in de microfoon spreken? De heer Cornelis: Ik zal er nog wat dieper in kruipen de volgende keer. De voorzitter: Volgens mij waren dat de vragen voor u, mijnheer Cornelis. Mevrouw Lanphen, u had nog iets over de bibliotheek denk ik met name? Gaat uw gang. Mevrouw Lanphen: Ik had niet het gevoel dat het een vraag aan mij was, maar meer een vraag aan degene die daar een opmerking over maakte. Dat was mevrouw Kukupessy van PvdA-GroenLinks. Ik ben heel erg in mijn nopjes over alle algemene beschouwingen en de opmerkingen die over het sociaal domein zijn gezegd. En ook de opmerkingen over de Oekraïne en de statushoudersopvang ben ik heel tevreden mee, want ik denk inderdaad dat we onszelf daarvoor mogen complimenteren. Hart voor Blaricum zei van, ik vind het belangrijk dat wij de minder draagkrachtigen goed ondersteunen. Dat is ook precies wat er gebeurt. Maar ik wil graag inzicht in de wettelijke en nietwettelijke taken om eventuele afwegingen te kunnen maken. Daar ben ik ook druk mee bezig.
En dat weet u denk ik ook, want dat heb ik u ook een keer laten zien, dat ik een heel overzicht heb gemaakt van de wettelijke en niet-wettelijke taken. Ik zal daar nog mee doorgaan en u vroeg ook in uw algemene beschouwing beter inzicht te krijgen in de opbouw van de kosten van het sociaal domein. Ik kan u zeggen dat u heel binnenkort de prognose weer krijgt, over de kosten van het sociaal domein in 2025. En daarin wordt heel duidelijk onderscheiden precies waarvoor wat betaald wordt. Dus er wordt aan uw behoefte voldaan. Verder gaf u iets, ik ben namens dit college ook de vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de regio. Dan gaf u aan, dat u het jammer vond dat de bezuinigingen, of de ombuigingen, of hoe het mogen heten, die door de raden zijn gevraagd voor 2026, omdat dat het ravijn jaar zou gaan worden. Dat die vooruitgeschoven zijn. Maar u kunt daar op niet al te lange termijn een conceptvoorstel voor verwachten waarop u uw zienswijzen kunt indienen. Het is wel zo dat wij natuurlijk als hele kleine gemeenten nog steeds zelfstandig zijn, door vooral heel veel uit te besteden en samen te werken. Dat we een heel groot deel van onze wettelijke taken niet zelf uitvoeren. Daar betalen we ook anderen voor, die het voor ons uitvoeren.
En ik denk dat in het kader daarvan wij steeds meer wat je noemt een regie gemeente worden, wat ook hele goede ambtenaren nodig heeft die de regie ook daadwerkelijk kunnen voeren. Het is wel een ontwikkeling waarvan ik het gevoel heb dat die onafwendbaar is voor zo een kleine organisatie, zo een klein achtige gemeente. Over de bibliotheek, denk ik dat dat een vraag was aan mevrouw Kukupessy. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u nog het gevoel dat u geen antwoord heeft gekregen op een aantal dingen waar u nog wel antwoord op wenst? Die zie ik niet, dan kunnen we over naar de tweede termijn. Ofwel mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Ik zou graag mijnheer Pel nog even willen beantwoorden. De voorzitter: Dat mag u in de tweede termijn dan doen. U mag meteen dan ook het woord voeren in de tweede termijn. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. Of ik weet waar er een plek moet komen voor deze bibliotheek? Er komt misschien, daar heeft mevrouw Lanphen ons over ingelicht, er komt misschien wettelijk de taak
dat elk dorp een bibliotheek moet hebben. Ik heb nu vanavond even gauw nagedacht waar dat zou kunnen, maar dat gaat niet zo. Dat moet onderzocht worden. Misschien is er ruimte in de Blaercom, onderin in de kelder. Misschien is er ruimte in de school, maar dat kan ik nu zo niet zeggen. Dat moet onderzocht worden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u nog verder in de tweede termijn, dat u ook nog zegt van, ik wil het woord daar nog verder op voeren? Nee? Dan kijk ik nog verder rond of uw raad nog het woord verder wenst te voeren in tweede termijn? Mevrouw Boersen, van de Blaricumse Partij. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik werd getriggerd door het antwoord wat mevrouw Lanphen gaf aan mijnheer Pel. Namelijk, u weet toch dat ik met een lijst bezig ben van wettelijke en niet-wettelijke taken? En dan vraag ik, de vraag is aan mijnheer Pel, u wilt een lijst hebben van wettelijke en nietwettelijke taken. Maar u heeft ook in uw algemene beschouwingen uitgesproken dat alle mensen die niet zelf kunnen betalen, dat de minder draagkrachtigen die moeten voorzien worden van hulp. Laat ik het zo formuleren. Ik zie die match niet helemaal van, als er een minderdraagkrachtige aanspraak wil maken op een toevallig niet wettelijke taak. Zegt u dan, het is niet wettelijk, jammer dan? Want u wil zo een groot onderscheid maken tussen die twee taken. De voorzitter: Mijnheer Pel.
De heer Pel: Het feit dat we inzicht willen hebben in de kostenopbouw en ook dan een kenmerk willen kunnen maken tussen waar wij invloed op hebben en waar niet. En daarom noemde ik die wettelijke taak omdat, ik noemde even het voorbeeld van, dat is net uit het weer. Als er vanuit de jeugdzorg of wat dan ook gewoon meer cliënten komen, dan hebben we daar gewoon voor te zorgen. Dat is een wettelijke taak. Maar er zijn ook niet-wettelijke taken, of er zijn misschien regelingen die wij zelf vonden als politiek, dat dit belangrijk is om daarin mee te doen. Ik neem het voorbeeld even aan bijstandsnormen. Dat sommige gemeentes doen 130 procent, anderen 120. Je kan misschien wel 150 procent maken, snap je? Dat zijn afwegingen die je als politiek met elkaar maakt. En als je dat kan bekostigen, dan doe je dat op deze manier. En alleen het inzicht daarin en dat heb ik al eerder gemeld. Het inzicht daarin hebben, maakt dat je mogelijkerwijs in de toekomst als dat nodig is, ook keuzes kan maken waar je ingrijpt op onderdelen. Maar dat wil niet zeggen dat ik nu voorstander ben om alle niet-wettelijke taken dan maar te gaan schrappen. Dat is niet de bedoeling, want die zijn misschien hartstikke belangrijk en zijn we het met zijn allen over eens dat dat moet blijven, of misschien nog wel meer moet zijn dan dat het nu is. En dat is het enige waarom we dat inzicht hebben.
Het enige wat ik gemerkt heb is dat, bij een programma als sociaal domein, waar we bijna 20 miljoen per jaar besteden en alleszins goed, dat wij als raad niet precies weten hoe dat opgebouwd is. En ik denk dat wij onszelf een dienst bewijzen als we proberen dat inzicht wel te hebben. Dat op het moment dat het nodig is, dat we ook kunnen zeggen, dat wel, dat niet. Of dat blijven we doen, vinden we belangrijk. Maar er kan aanstonds komende jaren een periode komen dat anderen dat voor ons besluiten, dat we dat moeten gaan doen. Dat we vanuit het gemeentefonds gewoon gekort worden. Dat we op die zaken, je hoort het al ook vanuit de landelijke politiek, dat men morrelt aan de jeugdzorg. Dat ze dingen anders willen gaan doen, of versoberen. En daar zal je toch rekening mee moeten houden. Dat is het enige antwoord dat ik kan geven. Het gaat dus niet om dat ik weer, dat wij als Hart voor Blaricum nu keuzes willen maken op basis van de financiën die er komen, maar dat we gewoon het inzicht willen hebben om mogelijkerwijs dat in de toekomst, wanneer het nodig is, wel te kunnen doen. De voorzitter: Mevrouw Boersen, de Blaricumse Partij.
Mevrouw Boersen-de Jong: Ik was even bang, mijnheer Pel, dat u bijvoorbeeld een taak, een project als preventie, dat is niet de wettelijke taak, dat u dan zou zeggen van, daar doen we niet meer aan want zoiets dergelijks zou juist de kosten naar beneden kunnen brengen. Maar ik heb u goed begrepen.