20241105 Transcript Raad Blaricum
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 5 november 2024 Aanvangstijd Eindtijd Locatie
: 20.00 uur : 22.45 uur : Raadzaal BEL-kantoor, Eemnes
Aanwezig 15 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), J. Landman, mw. R.J.C. Beemsterboer-Van Urk Dam, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD-fractie: R. Wiegel (fv), mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, P.H. Oyens D66-fractie: P.M. Uitendaal (fv), H.J. Meijer De Blaricumse Partij-fractie: mw. E.J.M. Boersen-de Jong (fv), R.J.H. Kemperman PvdA/GroenLinks-fractie: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Voorzitter en raadsgriffier: mw. B.M. de Reijke, voorzitter mw. T.D. de Jong, raadsgriffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. J.M.G. Lanphen, F.C. Cornelis
01 BESPREEKSTUKKEN 1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Goedenavond, het is dinsdag 5 november, acht uur en hiermee open ik de vergadering. Ik heb geen berichten van verhindering ontvangen, maar wat ik wel even wil doen is een welkom heten aan de cursisten van de cursus Politiek Actief. Heel erg leuk dat er weer een aantal mensen zijn geweest die deze avonden hebben bijgewoond. Ik heb hele positieve verhalen al daarover gehoord, dus ik zou inderdaad oproepen voor de volgende keer, sluit je daar zeker bij aan. Dus in ieder geval welkom en leuk dat jullie er zijn. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan wij verder naar punt 2, dat is vaststellen van de agenda. Zijn daar vanuit u als raad nog opmerkingen over, de agenda? Niet?
3. Mededelingen De voorzitter: Dan gaan we naar het punt mededelingen. Zijn er mededelingen? Die zie ik ook niet vanuit het college. Die zitten op dit moment wat verder weg, ik zie ze even wat minder goed. Maar we hadden al gezegd, dat betekent wel dat ze wat dichter op het college zitten als iemand hier moet spreken achter het katheder. Dat kan zijn voor- en zijn nadelen hebben. 4. Rondvraag (vragen met een actueel en politiek karakter) De voorzitter: Dan gaan we naar de programmabegroting…De rondvraag. Er zijn ook voor de rondvraag zijn er geen vragen ontvangen. Dat zijn de vragen met een actueel en politiek karakter die dan gesteld kunnen worden. En als die niet van tevoren zijn ingediend, dan kunnen we dus inderdaad naar het volgende punt. 5. Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 gemeente Blaricum De voorzitter: Dat is de programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 van de gemeente Blaricum. Daarvoor gaan we eerst starten met een beschouwing per partij. En die krijgen daarvoor vijf minuten. En dat zal van groot naar klein zijn. Elke fractie mag dan hier plaatsnemen, achter het katheder, om daarover een betoog te houden. Na afloop van het betoog kunnen er eventueel nog vragen door u gesteld worden als raad en daarna gaan we over naar de eerste termijn van de raad, als iedereen geweest is.
Dus ik wil de heer Pel van Hart voor Blaricum uitnodigen om achter het katheder plaats te nemen voor zijn beschouwing. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Geacht college, raadsleden en toehoorders. Met name bijzonder welkom voor de aspirant, misschien leden en nieuwe politici, politica. De beschouwing over de begroting van 2025 en verder. Dit is sinds 2018 mijn zevende algemene beschouwing over de begroting van Blaricum. Net als bij de resultaatrekeningen is er elk jaar een bepaald patroon te ontdekken. Te weten, een voorlopige raming in de kadernota, met daarin waarschuwende vinger dat er geen ruimte bestaat voor al te woeste plannen. Dan de begroting, zoals we vanavond hebben, met meevallende Rijksbijdragen en een sluitende begroting. En vervolgens klinkende cijfers in het resultaat van het jaar daaropvolgend. Dat is een beetje het patroon, het ritme waarin we tot nu toe hebben gezeten. Geen slecht ritme. Deze begrotingscyclus verloopt ook nu ongeveer op diezelfde wijze. Kadernota hebben we ter kennisneming aangenomen door sterk gewijzigde Rijksbijdragen uit de meicirculaire. De meicirculaire, voor wie dat niet weet, of circulaires, dat zijn rapportages die wij krijgen van de Rijksoverheid. Hoeveel geld een gemeente krijgt voor dat komende jaar en de jaren daarop.
Doorrekening van de septembercirculaire, recentelijk, werpt toch weer een ander, gunstiger licht op onze begroting. Tot zover de overeenkomst met voorgaande jaren. Laat ik beginnen met de nieuwe begroting, welke in een aantal programma's is vereenvoudigd en onderling vergelijkbaar gemaakt met andere gemeenten waarin we samenwerken, Eemnes en Laren. Een verbetering, zou ik zeggen. De begroting 2025 schetst een riant resultaat en structureel nog eens positief en dat geeft de burger moed. De jaren daarna, 2026 tot 2028, geven een andere wending. Wat is het geval? De Rijksbijdragen uit het gemeentefonds gaat veranderen en ten nadele. In bestuurlijk Nederland kortweg het ravijnjaar genoemd. Dit wordt veroorzaakt door aangekondigde stijlwijziging van de Rijksoverheid inzake het gemeentefonds, wat ik zo even noemde. Kortom, alle gemeenten krijgen minder geld. De een veel minder, de ander minder minder. Of mag ik dat niet zeggen? Nu lijkt het ravijn voor Blaricum niet een echte afgrond te zijn. Zeg maar een slootje. Tenminste, als de meerjarenbeloftes van de circulaires waargemaakt worden. Dat zou dus voor de gemeente als Blaricum, met een stevige financiële reputatie, al fierljeppend, overkomelijk moeten zijn, dat slootje.
Echter, in de commissievergadering werd de stormbal al gehesen. College, wat is uw plan in dat geval? Waar moeten we op bezuinigen? Groen? Wegen? Zwembad sluiten? Oh nee, we hebben geen zwembad. Of misschien toch wel een, weet ik niet. Gaan we de reserves opeten? Laten we brieven schrijven naar Den Haag? Of met de hele VNG op het Malieveld laten vastplakken? Hart voor Blaricum steunt het initiatief om extra geld te vragen voor extra taakstellingen die we vanuit het Rijk toebedeeld krijgen. Maar in de eerste plaats zullen wij in het jaar 2025 scherper aan de wind moeten gaan zeilen wat betreft onze uitgaven en inkomsten. Wachten tot de tegenwind gaat waaien is nooit een goed idee. Dak repareren als de zon schijnt wel. Het potverteren van onze algemene reserves of verhogen van de OZB is voor Hart voor Blaricum een no-brainer. Bezuinigen op groen onderhoud? Onmogelijk. Je kunt het onderhoud wat niet uitgevoerd is nu eenmaal niet verminderen. In 2025 schijnt qua begroting de zon uitbundig. Juist dan zal de raad, maar in elk geval Hart voor Blaricum, actie moeten nemen om het dak te repareren. Desgevraagd in de commissie, waar onze grootste financiële risico's liggen, werd door het college ook sociaal domein genoemd. 44 procent van onze uitgaven gaan daaraan op. En wij hebben begrepen dat ongeveer 1500 van onze inwoners op de 13.000, zo'n 11 procent, daar gebruik van maken.
Logisch voor Hart voor Blaricum om vooral daar prioriteit van te maken. En ik hoor een aantal raadsleden al zeggen, maar dat is toch een open eindregeling? Ja, deels is dat zo. Maar nieuwe wetgeving, scherpe normenkader en minder meer mentaliteit kan het schip keren voordat de wal dat doet. En daar staan helaas nu helemaal de beste stuurlui. Hart voor Blaricum dankt het college en de ambtenaren voor het vele werk wat is gaan zitten in de begroting nieuwe stijl en zal de begroting, zoals die er nu ligt, willen vaststellen en instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog reacties vanuit uw raad hier op dit betoog? Die zie ik niet. Dan gaan we verder naar de VVD. Dank u wel. Mijnheer Wiegel. De heer Wiegel: Voorzitter, dank u wel. Dames en heren, leden van de gemeenteraad en inwoners van Blaricum. Vandaag staan we hier om de gemeentelijke begroting van Blaricum te bespreken. Een begroting die niet alleen cijfers en getallen bevat, maar ook de toekomst van onze gemeente en de kwaliteit van leven van onze inwoners weerspiegelt. Het is een kans om onze visie te delen om samen te werken aan een gezonde financiële toekomst. Laten we beginnen met een positieve noot. Blaricum is een prachtige gemeente met een sterke gemeenschap en een rijke geschiedenis. Eentje om te behouden, edoch, we zullen onze ogen niet moeten sluiten voor de vooruitgang.
We hebben veel om trots op te zijn. Maar zoals we allemaal weten, zijn er ook uitdagingen die we niet uit de weg kunnen gaan. Zoals? Een van de belangrijkste randvoorwaarden is dat we onze incidenteel geld niet moeten gaan inzetten voor structurele projecten. Incidenteel geld is bedoeld voor tijdelijke oplossingen en niet voor het financieren van langdurige verplichtingen. Wat betreft de onroerende zaakbelasting, de OZB, willen wij als VVD benadrukken dat we op voorhand niet tegen een verhoging zijn. Maar dit moet wel het laatste redmiddel zijn, nadat we alle andere mogelijkheden hebben onderzocht en benut. We moeten creatief en innovatief zijn in onze benadering van de begroting. Het is cruciaal dat we eerst kijken naar alle andere manieren om onze financiën op orde te krijgen, zodat we onze bewoners niet met onnodige belastingverzwaring belasten. We roepen het college op om nauwgezet te kijken naar de reden van structurele onderuitputting. Is het alleen capaciteitsgebrek? Is het teveel bureaucratie? Weliswaar heeft de onderuitputting een tijdelijk financieel voordeel, maar de VVD had liever gezien dat de projecten op tijd waren gerealiseerd. Een van de grootste risico's die we momenteel onder ogen zien, is de ongebreidelde stijging van het budget voor het sociaal domein. Dit is een zorg die we serieus moeten nemen. De kosten blijven stijgen.
En als we niet oppassen, kunnen deze uitgaven onze begroting in gevaar brengen. Daarom roepen we de verantwoordelijke wethouder op om de bereidheid uit te spreken om indien noodzakelijk onconventionele maatregelen te overwegen. We moeten de stijging van deze kosten stoppen en ervoor zorgen dat we binnen onze
financiële mogelijkheden blijven. Dit zal ook gepaard moeten gaan met een mentaliteitswijziging. De Wmo en jeugdzorg zijn geen recht, maar een voorziening om mensen te helpen waar dit absoluut noodzakelijk is. Weliswaar zijn er ook nog andere mogelijkheden te bedenken dan gelijk het medische circuit terecht te komen. Daarnaast wil ik graag een belangrijk punt aanstippen over de ambtelijke samenwerking met Laren en Eemnes. We bevinden ons in een situatie waarin deze gemeenten te maken hebben met moeilijke financiële positie. Dit kan een risico vormen voor onze samenwerking, omdat zij mogelijk niet in staat zijn om de gestegen ambtelijke lasten te dragen. Het is van cruciaal belang dat we ons bewust zijn van deze uitdaging en dat we samen naar oplossingen zoeken. We moeten ervoor zorgen dat deze samenwerking niet alleen ons voordeel is, maar ook duurzaam en haalbaar blijft voor alle betrokken gemeenten. Laten we ons inzetten voor een sterke samenwerking die de lasten eerlijk verdeelt en de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners waarborgt. Het is duidelijk dat de asielproblematiek een urgente kwestie is die aandacht en actie vereist. Zowel de locatie Woensberg als locatie Tergooi Blaricum zijn van tijdelijke aard. Het is dus van belang dat er concrete plannen zijn voor na afloop van de vergunningsperiode.
Zijn er al gesprekken gaande met Oekraïense vluchtelingen die de Woensberg, dat Woensberg echt een tijdelijke locatie is? Dus dat ze ook nadenken over hun eigen toekomst. Craibosch is bedoeld als tijdelijke huisvesting voor statushouders. Nu lezen wij tot onze verbazing in het regioplan van de provincie dat locatie Tergooi is genoemd in relatie tot alleengaanden. Hoe kan dit nu, wetende dat de gemeenteraad zich heeft verzet tegen zogenaamde alleengaanden? Ten slotte willen we graag het zogenaamde ravijnjaar aanstippen. De VVD roept het college op om proactief na te denken en met voorstellen te komen voor deze periode. Ons uitgunstpunt is duidelijk, wij willen niet de gemakkelijkste weg kiezen zoals bezuinigen op groenvoorzieningen of alle andere belangrijke diensten. Blaricum is een unieke gemeente met hoge levenskwaliteit. En de VVD is van mening dat we niet moeten tornen aan het serviceniveau voor onze inwoners. We moeten ervoor zorgen dat we onze groene ruimtes en voorzieningen behouden, omdat deze essentieel zijn voor het welzijn van onze gemeenschap. Laten we samenwerken aan creatieve en duurzame oplossingen die de kwaliteit van leven in Blaricum waarborgen, zelfs in moeilijke tijden. In conclusie, laten we samenwerken aan een begroting die niet alleen financieel gezond is, maar ook recht doet aan de behoeften van onze inwoners.
Laten we zorgen dat we incidenteel geld niet gebruiken voor structurele projecten en dat we de OZB alleen verhogen als een allerlaatste redmiddel. En dat we trachten om het sociaal domeinbudget onder controle te houden. Samen kunnen we Blaricum sterker maken en een toekomst creëren waar we allemaal trots op kunnen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen voor de heer Wiegel, voordat u wegloopt, op basis van dit betoog? Nee? Dan gaan we naar de volgende, dat is D66, mijnheer Uitendaal. De heer Uitendaal: Dank, voorzitter. Welkom, toehoorders, college en raadsleden. U heeft het al meer gehoord vanavond, de begroting van de gemeente Blaricum in 2025 ziet er goed en gezond uit. En als kers op de taart laat de laatste septembercirculaire van het Rijk bovendien zien dat voor het jaar 2026 de zaken er zelfs, rooskleuriger dan aanvankelijk verwacht, eveneens gezond uitzien. Kunnen we dus nu rustig achteroverleunen? U raadt het al, geenszins. De overgrote meerderheid van de gemeenten in Nederland kijkt met angst en beven uit naar de nadering van het zogenoemde ravijnjaar 2026. Het jaar waarin de Rijksoverheid de financiering van de gemeenten eens over een andere boeg gaat gooien. Het zat er al aan te komen en de minister liet recent nogal doorschemeren dat hij geen ruimte ziet de gemeenten alsnog de helpende hand te bieden.
Nu kunnen we zeggen, dit is een landelijk probleem en de gemeente Blaricum kan financieel wel tegen een stootje. Anders dan andere gemeenten in Nederland. Maar de gemeente Blaricum is geen eiland. Allerlei nationale en internationale ontwikkelingen houden geen halt bij de gemeentelijke grenzen. En die ontwikkelingen raken ons ook, vroeger of later. Zo heeft Nederland grote behoefte aan woningen, maar ook aan
ruimte om die woningen te bouwen. Nu hebben we wel een mooi nieuwe woonwijk in het verschiet, in het voormalig Tergooi-terrein, Craibosch, maar niet met alleen traditionele woningen, maar juist ook voor groepen die tot nog toe wat minder aan hun trekken kwamen. Een andere ontwikkeling, het Planbureau voor de Leefomgeving liet recent een waarschuwing horen die inhield dat de door onszelf gestelde duurzaamheidsdoelen een zeer grote kans hebben om vooral niet gehaald te worden. En dat zijn ook doelen die we, in andere bewoordingen, ook onszelf hebben gesteld in de gemeente Blaricum. En daar over onze schouders ophalen, gaat het onderliggende probleem zeker niet verdwijnen. Meer dan voldoende aanleiding dus, vindt D66, om ook in Blaricum de verduurzaming ter hand te nemen. En gelukkig kunnen we waarnemen dat stappen in die richting al worden gezet, met en zonder de hulp van de Rijksoverheid. En dan is er nog natuurbehoud. Terecht staat Blaricum bekend als een fraai dorp in een nog fraaiere natuurlijke omgeving. Het GNR doet er alles aan om dit kostbare bezit te koesteren en te bewaren voor toekomstige generaties. Maar net als elders in Nederland wordt er om de schaarse ruimte gestreden voor bestemmingen naast natuurbehoud als woningbouw, energietransitie en economische activiteiten. Dilemma's ook in Blaricum die volgens D66 om een zorgvuldige afweging vragen.
En dan de kwestie vluchtelingen en asiel. Deze groepen mensen die aan de deur kloppen in Nederland op zoek naar een veilige haven. Blaricum vervult zijn rol door asielzoekers met status tijdelijk te huisvesten en Oekraïners op te vangen. Door landelijk beleid worden de onzekerheden op dit vlak alleen maar groter en zullen, wederom in regionaal verband, hoopt D66, onze plan moeten trekken. En als roze olifant in de kamer natuurlijk het sociaal domein. Moeilijk voorspelbare uitgaven waar wel een verplichting tegenover staat om de gevraagde steun te bieden. Met name op het gebied van de jeugd kunnen we voor financiële verrassingen komen te staan. Het probleem is onderkend. Er wordt al aan gesleuteld, aan een oplossing binnen de marges van het mogelijke en in samenwerking met de gemeente Huizen. Hebben wij voor de nabije toekomst voldoende middelen om deze uitdagingen het hoofd te bieden? Dat wachten we af. Een andere belangrijke uitdaging, is al eerder genoemd, voor de drie BEL-gemeenten blijft natuurlijk de ontwikkelingen volgen binnen de BEL-combinatie . Een moeizaam pad in de ogen van D66 met name op het gebied van de arbeidsmarkt waar we maar beperkt invloed op kunnen uitvoeren. Klimaatadaptatie, aan de bewoners van Zuidwestelijk Spanje hoeven we niet meer uit te leggen dat het klimaat aan het veranderen is.
En ook deze ontwikkelingen stopt niet bij onze gemeentelijke grenzen. Kunnen we pieken in het komende hemelwater in de toekomst ook nog adequaat bergen en afvoeren? Behouden we of krijgen we genoeg bomen om de hittestress in de toekomst voor te zijn? En ook niet onbelangrijk is de aanstaande landelijke bezuiniging op het gebied van de gezondheidszorg en de bestrijding van infectieziekten, in een recente brandbrief van de regionale GGD. Er gaat landelijk worden bezuinigd op de preventie en dit staat in schril contrast met een eerder in onze raad aangenomen D66-motie die extra inspanning van onze GGD vraagt om actie te ondernemen. Met name omdat in onze gemeente de inentingsgraad tot onder het landelijke norm is gedaald. Afsluitend, over veel van deze ontwikkelingen worden echter in Den Haag door het nieuwe kabinet heel anders gedacht dan voorheen. Soms door doelstellingen te amen zonder noodzakelijke middelen in te zetten of wetgeving te regelen en soms door problemen te ontkennen en vooral business as usual te faciliteren, En soms zelfs door bestaande oplossingen naar de prullenbak te verwijzen, neem als voorbeeld de Spreidingswet. Kortom, we zullen meer dan voorheen en zeker vanaf 2027 ons schrap moeten zetten om die ontwikkelingen die we ook echt in Blaricum het hoofd moeten bieden en kunnen bieden.
En als het aan D66 ligt doen we dat wel overwogen, met gezond verstand en met respect voor een ieder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Prima in de tijd ook. Ik kijk rond. Dan gaan we naar De Blaricumse Partij, mevrouw Boersen.
Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, ik sta hier, maar eigenlijk had op mijn plaats de heer Kemperman moeten staan. De heer Kemperman neemt de volgende raad afscheid en wij hadden afgesproken dat hij deze algemene beschouwingen of deze financiële beschouwingen, want de heer Kemperman is echt van de financiën, voor zijn rekening zou nemen. Het mag niet zo zijn, dus ik lees voor uit zijn werk waar uiteraard de hele fractie achter staat. Wij beperken ons tot financiële beschouwingen, want onze algemene beschouwingen hebben wij al gehouden bij de kadernota. De begroting voor 2025 is evenals voorgaande jaren sluitend, zowel materieel als financieel. Het is weer een flinke inspanning geweest en De Blaricumse partij dankt het college en ook vragen wij het college onze dank over te brengen naar de ambtenaren en de overige betrokkenen. Zoals reeds in de algemene beschouwingen bij de kadernota 2025 is aangegeven, gaat Blaricum een periode tegemoet waarin het niet altijd vanzelfsprekend is dat de begroting sluit. Ook het overschot dat we de laatste jaren zo gewend waren is voor 2025 flink afgenomen. Voor 2026 stapelen zich donkere wolken op. Nu geeft de septembercirculaire wel enig soelaas, maar voor ‘27 en ‘28 wordt een niet sluitende begroting verwacht. Dat houdt in dat we zeker kritisch moeten zijn op wat we doen en welk effect dit heeft op het resultaat.
Dat sluit eigenlijk naadloos aan op wat de VVD en Hart voor Blaricum met name gezegd heeft, hebben. Dus wij zitten daar niet ver vanaf. Investeringen die gepland zijn lijken geen effect te hebben op dit resultaat. Maar de realiteit is echt anders. En ik wil dat heel graag uitleggen. Als je een groot project op de agenda staat en daar staat dan een paar miljoen aan kosten, dan wordt altijd gezegd, ach, het valt wel mee, want dan gaan we afschrijven. De kapitaallasten kunnen of door 20 jaar of door 40 jaar gedeeld worden. Dat lijkt dan voor het jaar erop heel aantrekkelijk en het jaar daarna ook, want het zijn kleine bedragen. Maar het neemt niet weg dat je dat 20 of soms 40 jaar lang op de begroting ziet staan. Dat houdt in dat in die periode het resultaat moet worden gebruikt om deze lasten te betalen. Als straks, onder andere de projecten Bergweg, Meentzoom en de Le Coultre-dreef klaar zijn worden de bijbehorende kapitaallasten uiteindelijk ten laste van het resultaat gebracht. In feite zadelen we het nageslacht op met deze lasten. Ze hebben natuurlijk ook de revenuen daarvan, want ze rijden over een mooie weg, maar toch. Dan hebben we het nog niet eens over investeringen voor het autoluw maken van ons dorp en de al maar toenemende uitgaven voor het sociaal domein. Dat sluit ook weer naadloos aan op vorige sprekers.
Evenals in juli van dit jaar bij de kadernota is het voor ons een signaal om de tering naar de nering te zetten. We zullen moeten nagaan op welke onderwerpen we met iets minder kunnen en welke zaken we moeten laten vallen. Wij hebben er dus voor gekozen om nu die zaken nog niet te noemen, in tegenstelling tot de voorgangers. Gezien de cijfers, met name voor de jaren 2026 en 2028, gaat De Blaricumse Partij geen voorstel doen om de OZB te verlagen. Wij hopen dat de OZB op hetzelfde peil kan blijven. Helaas nee, alhoewel dit was toegezegd door de coalitie. De coalitie had ons toegezegd, onder aanvoering van de heer Pel, om een deel van datgene wat overbleef, dan weer terug te sluizen naar de inwoners. Tot op heden heeft De Blaricumse Partij van dergelijke activiteiten niet zoveel gemerkt. Voorzitter, laat ik heel positief afsluiten. En het is welgemeend, Blaricum heeft een goede kapitein op haar financiële schip, die best heel zuinig is met de centjes. En daar heeft De Blaricumse Partij alle vertrouwen in. De voorzitter: Dank u wel. Dat was inderdaad geen trap onder het katheder. Dan gaan wij verder naar de PvdA/GroenLinks, mevrouw Kukupessy. Oh, ik kijk even rond. Zijn er vragen? Ja. Er waren net allemaal geen vragen, dus ik was even…Ik zie aan twee kanten. Ik geef eerst de heer Pel dan nog even het woord. De heer Pel: Ja, ik was genoemd, maar kijk, twee vragen.
Wij worden op één adem genoemd met ook andere partijen als het gaat om de jaren na ‘25, ‘26 tot en met ‘28. Ik denk dat ik duidelijk heb laten doorschemeren dat die jaren, als je kijkt naar wat er nu staat, die zijn tot en met ‘27 positief. Alleen in ‘28 gaat 166.000 in de min. Dat is op een begroting van 40 miljoen niet veel. Dus laten we
niet net doen alsof dit groot is. Ik vraag even af of dat in lijn is met wat ook mevrouw Boersen heeft bedacht. Ten tweede even de opmerking over het terugsluizen van de gelden naar de inwoners. Dat is een enkele maal is dat gebeurd waar het ging om de milieuheffing. Toen is dat, omdat er een enorme stijging kwam in het jaar. En als er kosten zijn die met milieuheffing, afval, ophalen van vuil en dergelijke, dat doen we in de regio. Als dat maar enigszins gebeurt, dan wordt dat direct omgeslagen naar de inwoners. Dat is datgene wat u ieder jaar ook krijgt. Daar hebben we enigszins een keer een verlichting in aangebracht op enig jaar. Maar daarna voor OZB hebben wij dat nooit gedaan, als ik het wel heb. Dat was mijn vraag, om dat even toe te lichten. De voorzitter: Mevrouw Boersen, dan geef ik toch u even de gelegenheid om daarop te reageren. Mevrouw Boersen-de Jong: Op die laatste vraag, en nou kom ik een beetje in een moeilijk pakket, omdat ik natuurlijk voor heb gelezen uit de andermans werk. Op die laatste vraag, ik heb begrepen, mijnheer Pel, dat u een aantal keren heeft toegezegd, toen bij de begroting, of bij de rekening geld overbleef, dat dat geld niet direct naar de algemene reserve doorgesluisd zou worden, maar dat we erover zouden nadenken of we niet op enig moment de inwoners daarvan konden laten profiteren en een eenmalige teruggave te doen.
Dat hebben wij verder, wij hebben geen initiatief genomen, maar ook de coalitie heeft dat initiatief niet genomen. En op de eerste vraag, ik moet u zeggen dat ik daarop het antwoord schuldig moet blijven. Ik weet het echt niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Had ik nog van de heer Wiegel ook een vraag gezien voor mevrouw Boersen? De heer Wiegel: Dank u wel, voorzitter. Jazeker. Dank voor de bijdrage, voorzitter, die De Blaricumse Partij gegeven heeft. Maar ik begrijp even één ding niet. U maakte een verwijzing naar de Le Coultredreef en de Bergweg. En toen had u het erover, we hebben eenmalige bijdrage of we hebben jaarlijkse bijdrage. Maar wat wilt u nou eigenlijk? De voorzitter: Dat was uw vraag, mijnheer Wiegel? Dan mag u de microfoon uitzetten. Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, wat wij willen is denk ik een vraag naar de bekende weg. Dat hebben wij al uitentreuren met u besproken. Zo erg zelfs dat u er een beetje genoeg van kreeg. Dus ik denk dat ik maar niet op de inhoud in moet gaan. Alleen wat wij hebben willen zeggen is dat zowel de Bergweg als de Le Coultre-dreef projecten zijn die heel veel geld kosten. En die kosten miljoenen. Wij hebben ons afgevraagd of je dat moet doen. Dan krijgen wij het antwoord, dat is een investering.
En die investering die wordt in 40 jaar afgeschreven, dus daar hebben we eigenlijk helemaal niet zoveel last van elk jaar. En wat ik heb willen zeggen is bij die financiële beschouwingen. Het is natuurlijk waar dat je per jaar daar niet zoveel last van hebt. Maar je neemt het wel 40 jaar mee. En als je het over een investering hebt van 3 miljoen. Of misschien wel met de Le Coultre-Dreef erbij 6 miljoen. Ik moet naar mijn rechterbuurman kijken hoeveel dat dan wel niet is op jaarbasis. Maar dat is een behoorlijk bedrag. En daarmee heb ik willen zeggen, je zadelt in feite het nageslacht ook op met de uitgaven die wij nu doen. En ik heb ook willen zeggen daarmee dat we daar heel goed over moeten nadenken voordat we dergelijke grote bedragen uitgeven. En dan, kijk de Bergweg die is al besloten, maar de Le Coultre-Dreef nog niet. En wij zijn heel bang dat de Le Coultre-Dreef echt een project gaat worden wat heel veel geld gaat kosten. En dat is eigenlijk als schot voor de boeg voor de Le Coultre-Dreef. Dat was het, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Ik wilde vragen, als er nog verdere vragen of discussies zijn, om dat tot uw termijn te bewaren. Dit was even een vraag op de beschouwing. Zijn er verder nog vragen voor mevrouw Boersen op haar beschouwing? Die zijn er niet. Dan ga ik nu wel over naar mevrouw Kukupessy van PvdA/GroenLinks voor haar beschouwing. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Allereerst gaat onze dank uit naar de ambtenaren en het college voor deze begroting, die structureel en incidenteel goed in evenwicht is. De begroting 2020 ziet er financieel goed uit. Daarna wordt het minder rooskleurig. We krijgen fors minder geld van Den Haag, terwijl er wel grote taken en verantwoordelijkheden bij onze gemeente zijn neergelegd. Dat dwingt ons om in de toekomst keuzes te maken. PvdA GroenLinks vindt dat je op sommige gemeentelijke taken simpelweg niet kan beknibbelen. Zo moet de gemeente voldoende ondersteuning bieden aan inwoners die dat nodig hebben. Het gaat dan om met name jeugdzorg, schuldhulpverlening, maatschappelijke ondersteuning en financiële ondersteuning voor mensen met een heel laag inkomen. Omdat de kloof tussen arm en rijk steeds meer zichtbaarder wordt, moet voldoende geld beschikbaar blijven. Ook vinden we preventieve, voor alle kernen en wijken toegankelijke voorzieningen van groot belang voor het welbevinden van de inwoners.
Tegelijkertijd moeten we ook samen met onze uitvoeringspartners kijken waar we de ondersteuning en het welzijnswerk kunnen verbeteren, zowel in kwaliteit als wat betreft de kosten. Ook op het gebied van duurzaamheid en energietransitie wil PvdA/GroenLinks dat onze gemeente haar steentje bij blijft dragen. Zo voorkomen we dat onze inwoners letterlijk in de kou komen te zitten. De Hut van Mie is een mooi voorbeeld hoe inwoners en gemeenten samenwerken aan een duurzame toekomst. PvdA/GroenLinks ziet juist in de samenwerking, tussen overheid en inwoners, de sleutel tot succes. Maar de gemeente moet helaas ook minder leuke beslissingen nemen. We kunnen niet meer alles doen wat we nog zouden willen. Sommige ambities kunnen we uitstellen, andere ambities zullen we wat kleiner moeten maken of een oplossing zoeken in een meer slimme, efficiënte uitvoering. Om toch te zorgen dat deze gemeente een fantastische plaats blijft om te wonen, werken en recreëren, vinden wij dat we, zo nodig vanaf 2026-2027 een kleine bijdrage van de OZB mogen verhogen. De andere kant is, als we dat niet doen, dat we moeten gaan bezuinigen op kwalitatief goede voorzieningen die we nu voor onze inwoners hebben. De tijd zal het uitwijzen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Zijn er nog vragen? Nu niet. Dank u wel. Dan gaan we naar het CDA, mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Dank u wel.
Ik wil niet te veel in herhalingen vallen, maar dat gebeurt natuurlijk toch een beetje als je als laatste bent. Geacht college, mederaadsleden en belagstellende in de zaal. Ik hoop dat jullie vooral met deze verhalen een beetje het idee krijgen hoe alles reilt en zeilt. En dat is niet altijd even makkelijk, maar bij deze ook veel dank voor de ambtenaren die dit tot stand hebben gebracht, het college. Het is niet altijd makkelijk geweest, gezien ook de wisselende bezetting op het BEL-kantoor. Het heeft van iedereen iets extra's gevraagd. Ik heb eigenlijk nog even meteen een vraag. We krijgen 29,9 miljoen uit het gemeentefonds, dat is 71 procent van onze begroting. We hebben 12.725 inwoners. En dan zou je zeggen, als je het terugrekent, dat je ongeveer 2.300 euro per inwoner zal krijgen. Maar ik heb een ander staatje gezien waarop stond, en dat heb ik van mevrouw Lanphen gekregen, dat het 1.300 euro is. Dus dat is een vraag. De rest, maar als je hem terugrekent vanuit de cijfers die we hebben, dan dus ik vond een discrepantie. Dus dat is een vraag. Wat we al gezegd hebben, er is een structurele sluitende boekhouding. Maar het Rijk gaat 2,3 miljard bezuinigen op alle 452 gemeenten. Dus het heeft op elke gemeente in het land invloed. En het is ook niet voor niks dat daar een groot protest tegen is.
Als je kijkt naar hoe dat omschreven wordt, dan staat er een ravijnische grote kloof met steile wanden. Die leek in de eerste instantie heel stijl, maar nu met de septembercirculaire zal dat wat minder zijn. En
ziet het er wat positiever uit. Maar regeren is vooruitzien. Dus we moeten ook gewoon, wat iedereen eigenlijk al gezegd heeft en waar ik bij een heleboel kan aansluiten, kijken hoe we dat op lange termijn, want het is onze verantwoordelijkheid, hoe we dat op gaan lossen. En er staat een onbenutte OZB van 2,78 miljoen. In hoeverre is dat mogelijk dat er van bovenaf opgelegd wordt dat je dat moet gaan benutten? Dat is een vraag. En ik weet dat het geen populair onderwerp is, omdat het onze inwoners zwaarder belast. Maar goed, het zijn nogal wat onzekere politieke beslissingen die van bovenaf opgelegd worden en er zal sowieso bezuinigd moeten worden. En we hebben natuurlijk als Blaricum, waar we heel blij mee zijn, de renovatie van de Bijvanck. Dat staat voor 35 miljoen op de lijst. En we hopen dat dat zo blijft. En dat ziet er op zich heel mooi uit. Er staat er ook nog in de toekomst dat we gaan renoveren in de Bouwvenen. En zoals iedereen inmiddels kan zien, zijn er her en der wat wegen die open liggen. Met name de Meentweg en de Meentzoom. En het CDA vraagt zich dus af, in hoeverre is het verantwoord om ook nog een hele grote uitgave te doen voor de Le Coultre-dreef. We hebben als gemeenteraad, zijn we hierover nog in het ongewisse. We hebben nog geen cijfers gezien. En we zijn toch kritisch, ook al hebben we in het verleden daar misschien wat positiever tegenover gestaan.
Ook gezien de oorspronkelijke waarde van deze weg. Het is namelijk een landschappelijke weg met een agrarisch karakter. En het is bedoeld, het uitgangspunt is geweest om de Le Coultre-dreef te herzien om het verbindingsgevoel tussen de dorpsdelen te verbeteren. Maar goed, de pot kan ook hier op raken. En de CDA is van mening dat je die verbinding ook op een hele andere manier tot stand kunt brengen. En dat is met name wat voor ons belangrijk is, is het investeren in het sociale weefsel. En dat we onze inwoners moeten uitnodigen om een functie in de maatschappij te vervullen. En dat doen al heel velen. Maar we zien ook dat er een latente behoefte aanwezig is om deel te zijn van de maatschappij. En dat geldt ook voor Blaricum. En vooral bij de jongeren. Dit lijkt in tegenspraak met hoeveel van onze jongeren in het leven staan, ze zijn veel aanwezig op sociale media. Ze volgen alles, maar het is toch, blijkt in de praktijk, heel moeilijk vinden mensen het om één op één in gesprek te gaan met iemand of iemand zomaar op straat aan te spreken. Bijvoorbeeld als je je hondje uitlaat. Even lachen naar iemand. Of iedereen die je tegenkomt gedag zeggen. En dat geeft, als je dat wel doet, een heel groot stuk positiviteit mee. Waardoor je ook meer het samenlevingsgevoel krijgt. Het lijkt wel of we dat steeds meer verleren door het drukke leven wat we leiden.
Goed, gelukkig heeft Blaricum een heel rijk gemeenschapsleven in de vorm van de Dag van het Werkpaard, kermis en zoals vorige week de lichtjesavond bijeenkomst op de verschillende kerkhoven. Om de overledenen te herdenken. Dat geeft denk ik ook een heel bijzonder gevoel dat je ook deel uitmaakt van een groter geheel. En dat het algemeen belang dan ook boven het eigen belang gaat. Je kan ook gemeenschapszin versterken door aan je buurvrouw of je buurman te vragen of je iets kunt betekenen, zeker als het oudere mensen zijn. Omdat ze moeite hebben om het dagelijks leven rond te krijgen. En dan zou er misschien ook minder GGZ zorg nodig zijn. En dan kan er eventueel ook het beslag op de Wmo verminderen. En de overheid, vindt het CDA, hoeft zich niet met alles te bemoeien. Mensen weten vaak zelf beter wat ze nodig hebben en dat bevordert ook de zelfredzaamheid. Tuurlijk is het voor de allerzwakste in de samenleving wel de bedoeling. Maar we zijn er in de loop van de tijden veel te veel van uitgegaan dat de overheid maar overal voor kan klaarstaan. Het blijkt dat dat dus gewoon in de toekomst niet meer haalbaar is. De voorzitter: Mevrouw Claushuis, gaat u afronden? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, ik ga afronden. De voorzitter: U zit op de zes en een halve minuut. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Oh, ik had thuis korter geklokt. Verder wil ik als slot iets zeggen over onze huisvesting.
Geen origineel onderwerp, maar wel belangrijk. Afgelopen 28 oktober stond er
in de Volkskrant een stuk over het nieuw geopende complex. De Stadsveteraan in het Amstelkwartier in Amsterdam. Dat gaat om 145 woningen die om een gemeenschappelijke binnentuin zijn gebouwd, waar mensen vanaf 55 jaar kunnen wonen. Dat noemen ze de zogenaamde Friendswoningen. De voorzitter: Maar dit klinkt eerder als een nieuw onderwerp dan als een afronding. Dan wil ik u toch even vragen om echt uw laatste twee zinnen uit te spreken. Mevrouw Claushuis-Rademaker: In ieder geval is het zo dat we hopen dat ook in de toekomst veel mensen hier goed kunnen wonen. En dat ze niet naar de Spaanse zon vertrekken, maar onder de Blaricumse zon blijven. En met veel omringd worden door sociale zorg. Dank u. De voorzitter: Hartelijk dank. Als u nog even blijft staan, misschien zijn er nog vragen. Ik kijk rond, die zijn er niet. Dank u wel. Dan gaan wij naar de eerste termijn van de raad. U heeft natuurlijk al veel kunnen wisselen van uw gedachten over de begroting. Maar ik geef u in de eerste termijn nog de mogelijkheid ook voor het indienen van moties en amendementen. En die verzoek ik dan u ook in de eerste termijn te doen. Eventueel nog vragen te stellen of vragen mee te geven aan het college, zodat het college daarna op kan gaan reageren. Wie kan ik voor de eerste termijn van de raad het woord geven? Mijnheer Pel, Hart voor Blaricum.
De heer Pel: Normaal moet ik altijd veel sneller mijn vinger opsteken om aan het woord te komen, maar dit keer niet. Zoals gezegd vinden wij de begroting, en dat heb ik al eerder gezegd, we zijn geen kortzichtige partij, maar wat begrotingen betreft kunnen we beter maar gewoon één jaar vooruit kijken. Dat heeft veel meer zin ook. Bovendien is het zo dat er in 2026 is er nog eens verkiezingen, gemeenteraadsverkiezingen namelijk. Dus over je graf heen regeren wordt dan al moeilijker. Nogmaals, onze partij is ervan om zaken niet uit te stellen, maar om te proberen om in 2025 ook al de koe bij de horens te vatten. Daar waar wij zien dat er met meer verstand gekeken kan worden. Daar reken ik niet toe dat we lopende projecten ineens gaan afblazen. Zoals Le Coultre-dreef of Bergweg, Meentzoom. Want het zijn gewoon projecten die voortkomstig zijn uit onze gemeentelijke verkeer- en vervoersplannen. Die al bij wijze van spreken onder…Die wij al onder verantwoordelijkheid van de vorige wethouder hiervoor al hebben opgestart. Dus ik begrijp niet zo goed waarom dat nu ineens de bezuinigingsdrift zo ineens naar voren komt. Dit zijn overwegingen die goed gebaseerd zijn, die we met zijn allen besproken hebben. Die bijdragen aan de infrastructuur van ons dorp en die ook bijdragen aan de karakteristieke uitstraling van het dorp, waar we met zijn allen naar koesteren. Dus dat ten eerste.
Wij zoeken met name, en dat is ook, dat heb ik aangegeven… Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, zou ik een interruptie mogen plegen? De voorzitter: U mag een interruptie plegen, maar wel als iemand de zin heeft afgemaakt, normaal gesproken. Maar gaat uw gang, mevrouw Boersen Mevrouw Boersen-de Jong: Want de heer Pel gaat over op het volgende onderwerp. Ik had al wat eerder willen interrumperen. De Le Coultre-dreef, daar hebben we nog helemaal geen geld voor gevoteerd volgens mij. Dus het besluit is absoluut niet genomen. Datgene wat mevrouw Claushuis heeft verteld, dat onderschrijven wij. Wij onderschrijven niet de mening van de heer Pel dat de Le Coultre-dreef al in het GVVP gestaan heeft. Want de Le Coultre-dreef maakt volgens mij geen onderdeel uit van het GVVP. Het enige onderdeel wat wel in het GVVP stond, wat te maken had met de Le Coultre-dreef, was het toestaan van het vrachtverkeer op de Le Coultre-dreef. Dat is door de raad uit het GVVP gehaald. En de rest van de Le Coultre-dreef is een apart project geweest op
initiatief van een groep bewoners die op de avond of de dag van de B100 bij elkaar gekomen zijn en die daar ook dan dat initiatief genomen hebben. De voorzitter: Dank u wel. GGVP, voor de luisteraars en voor de toeschouwers. Mevrouw Boersen-de Jong: Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Pel terug. De heer Pel: Ja, ik was eigenlijk al van plan om even koffie te gaan halen, want ik dacht even dat dit een betoog aan het worden was in plaats van een interruptie. Wij hebben in dit huis de gewoonte om een interruptie kort in een paar zinnen te doen, niet een heel betoog. Ik heb al gezegd dat wij lopende projecten, en daar bedoel ik onder andere de Bergweg, Meentzoom mee, en wij hebben al eerder natuurlijk in deze raad al een soort voorontwerp voor de Le Coultre-dreef ook al besproken en ook al de budgettaire consequenties van 1,6 miljoen, die weten wij ook al. Dus dat is iets verder dan dat. Daar ga ik in mijn begroting niet verder over spreken, maar ik constateer alleen dat in dit huis ineens een wind waait die lijkt alsof we nu ineens onze projecten gaan afblazen. Omwille van een normaal boekhandkundig feit dat als wij een investering doen, dat we die over een langere termijn van 40 jaar, net alsof je een huis koopt, wordt die ook in 30 jaar afbetaald, dat we dat doen.
En dat betekent ook dat de eerdere projecten die we al gedaan hebben, of die lopen, die lopen natuurlijk weer af en daar komt weer geld van vrij. Zo werkt het spel, het financiële spel. Ik neem dat mevrouw Boersen niet kwalijk, omdat zij niet de financiële woordvoerder is van haar fractie, maar zo zit het wel in elkaar. Ik wil over de begroting zelf dan opmerking maken, over de post die wij hebben voorzien voor de uitbreiding van formatieplaatsen in de BEL, zowel op openbare veiligheid als voor asielopvang, die wij vooralsnog bekostigen uit de reserves opvang Oekraïne. Daar is een uitleg over gekomen, er zijn ook technische vragen over gesteld. De vraag is wel, hoewel ook accountants ernaar gekeken hebben om te zeggen, dat zou je de eerste drie jaar wel kunnen doen, om te bekostigen uit iets wat eigenlijk incidenteel geld is. Als je mensen gaat aannemen, is dat nooit incidenteel, want je ontslaat ze niet na drie jaar. Dus je houdt ze aan en dan is het wel gepast om te weten, wat ga je dan na die drie jaar doen. Dan komen ze dus gewoon op de payroll van de Bel en moeten wij ze gewoon structureel gaan betalen, net zoals Laren en Eemnes dat ook gaan doen. Dus dat is wel een vraag die ik heb, hoe we daar tegenaan kijken. Mijn fractie is daar eigenlijk op tegen om structureel, om incidenteel geld voor structurele zaken aan te wenden.
Daar wil ik het even in eerste termijn bij laten. Voor het overige heb ik weinig opmerkingen over de begroting, anders dan dat die er gezond uitziet. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder rond. Mijnheer Oyens van de VVD. De heer Oyens: Dank u wel, voorzitter. Zoals we hebben gezegd, de begroting, en in feite is dat unaniem ook gezegd, ziet er degelijk en goed wel doortimmerd uit. We kunnen daar het college voor bedanken, want dat is in het verleden wel eens anders geweest. Maar wij zitten hier in Blaricum op dit moment nog in een gemeente waar we financieel het goed hebben, laat ik het zo zeggen. Maar we kunnen natuurlijk niet ontkennen dat het in de toekomst wat minder wordt. Maar daar verbaasde mij dan ook een opmerking van De Blaricumse Partij dat de investeringen die we nu doen tot ver over ons graf doorlopen. En dat is wat de heer Pel ook zegt, maar dat soort boekhoudkundige zaken zijn doodnormaal. Dat moet eigenlijk voor iedereen heel normaal zijn. En door het ooit toestaan van een investering in een gemeente weet je dat jarenlang, en dat kan soms wel eens 40 jaar lang zijn, er op de begroting een kostenpost staat. Dus dat daar opeens een opmerking over gemaakt wordt van, over je graf heen regeren, verbaasde mij hooglijk. Alsof wij hier als kleine kinderen zitten die het niet weten. Dat is één ding.
Het tweede is dat ik het goed vind dat wij met zijn allen hier toch even hebben
stilgestaan bij de toekomst. Wij hebben als VVD gevraagd ook aan het college of zij bereid zijn om ons inzage te geven. Want het schijnt zo te zijn dat daar al over nagedacht is en hulde daarvoor. Dat mocht er in de toekomst, want wij zijn natuurlijk een beetje in slaap gewandeld door altijd maar een circulaire te krijgen. Of het nou een zomer-, herfst- of voorjaarscirculaire is, waar er bijna, eigenlijk bijna altijd, zeg maar altijd, het voor de gemeente Blaricum beter uitziet dan wij voorzien hadden. Daar word je een beetje lui van. Heel eerlijk gezegd. En dus iedereen denkt van, oh god, oh god, er komen ravijnen aan, die blijken later een slootje te zijn. En nu denkt iedereen van, we regeren nog een jaartje voort en daarna zal het ook wel weer meevallen. Dat zou hopelijk best wel kunnen. En daarom hebben wij als VVD gevraagd aan het college, hebben jullie een plan B? Stel je voor dat de overheid zegt van, het is klaar, jullie hebben genoeg geld gekregen van ons en zoek het verder zelf maar uit. Wat gaan we dan doen? En daar, ik heb begrepen dat dat plan er wel is. En ik ben, en wij als VVD zijn bijzonder geïnteresseerd in, waar hebben jullie aan gedacht? Want we kunnen met zijn allen wel met kaasschaven over alle uitgaven heen gaan, maar dat levert maar heel weinig op.
En dan moet ik toegeven dat er een aantal mensen hier hebben gezegd, de OZB verhogen moeten we toch eigenlijk ook wel, zij het heel ver in ons achterhoofd, in gedachten houden dat dat wellicht ooit wel eens een keer mogelijk zou kunnen zijn. En dat vind ik wel een eerlijke uitspraak. Want zeg nooit nooit. Dus zover is de VVD hier wel content mee, hoe wij als raad er nu op dit moment mee om gegaan zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder. Mijnheer Meijer van D66. De heer Meijer: Dank u wel, voorzitter. Het verbaast mij hogelijk dat er nu plotseling weer een discussie wordt opgerakeld over de Le Coultre-dreef. We zijn met de Le Coultre-dreef jarenlang, ik denk dat met die werkgroep die we hebben aangehoord, of althans een aantal van deze raadsleden hebben aangehoord, voldoende tijd gehad om al onze bedenkingen erover los te laten. Ik moet zeggen, ik vind het heel erg vreemd, want als je het toch gaat bezuinigen, dan zijn er toch wel meer posten dan deze post waar je naar kunt kijken. Dus ik vraag me echt af waarom, na al die discussie en al die jaren, die moeite die we in hebben gestoken en die werkgroep er ook in heeft gestoken, dat we nu deze discussie weer gaan voeren. Dus dat is eigenlijk mijn vraag aan mevrouw Boersen en ook aan het CDA, mevrouw Claushuis. De voorzitter: Dank u wel.
Iemand anders die in eerste termijn nog het woord wil voeren? Dus u mag ook hier op reageren, maar dat is wel ook meteen uw termijn. Mevrouw Claushuis van het CDA. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Dank u wel. Dat je ergens heel lang over praat en allerlei ideeën hebt, wil nog niet altijd zeggen dat het dan per se door moet gaan. En er is ook een uitspraak van, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Want kijk, dat er onderhoud moet gepleegd worden aan wegen, dat is onze taak. En dat er ook iets moet gebeuren aan de Le Coultre-dreef, maar er ligt nu een plan wat heel ver gaat, waar zelfs grond voor aangekocht moet worden. En dan kan je je afvragen, welk nut dient deze uitgave? En we hebben nog niet eens een voorstel gehad van hoe groot überhaupt die uitgaven zijn. Dat zijn grote uitgaven. Dus als raad hebben we nog geen voorstel gehad. En ik ben het met u eens dat er al heel lang over gepraat wordt, maar dat wil niet zeggen dat je dan bij nader inzien toch weer iets ter discussie kunt stellen. En dat je zegt van, misschien moeten er gaten gemaakt worden, andere lantaarnpalen, weet ik veel wat. Maar doe dat dan op een andere manier. En het is nog geen plan wat er loopt, zoals de Bergweg en de Meentzoom. Dat is allemaal financieel onderbouwd. Maar dit nog niet. Dus ik vind dat we daar zeker een discussie over moeten voeren.
Ondanks dat er een werkgroep heel druk mee is geweest. Dus dank u wel.
De voorzitter: Was dat ook uw eerste termijn meteen? Dank u wel. Dan kijk ik verder rond. Mevrouw Kukupessy, PvdA/GroenLinks. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. Zoals iedereen zegt is het een hele positieve begroting dit jaar. En we denken allemaal aan bezuinigen in de toekomst. Kaasschaafmethode heb ik al gehoord. En het opschroeven van de OZB eventueel. Wat ik nu interessant is, is wat onze inwoners zouden willen. Is het mogelijk dat we een poll opzetten om te kijken wat inwoners willen. Ik denk dat inwoners het helemaal niet erg vinden namelijk als de OZB iets omhoog gaat. Als de voorzieningen die we hebben kwalitatief maar heel goed blijven. En ik denk dat je dat duidelijk aan moet geven. En dat er dan een keuze gemaakt kan worden. Wij kunnen die keuze wel maken, maar een poll zou ideaal zijn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Pel. De heer Pel: Wat dacht u van verkiezingen? De voorzitter: Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Ja, dat is ook een goede. Maar we moeten niet voor die tijd al, want in ‘26, of de volgende begroting, moeten er misschien al keuzes gemaakt worden. En dan is het laat. De voorzitter: Dank u wel. Was dat uw termijn, mevrouw Kukupessy? Mevrouw Boersen, van De Blaricumse Partij. Mevrouw Boersen-de Jong: Ja, over de Le Coultre-dreef is inmiddels al heel veel gezegd, daar ga ik dan maar niet zo heel veel op in.
Ik heb mijn financieel deskundige, die heeft berekend dat het toch echt wel grote bedragen zijn die ieder jaar op de begroting staan. Tussen de ton en de anderhalve ton. En dan praat ik over de Bergweg, Meentzoom en de Le Coultre-dreef. Maar het zijn toch echt grote bedragen die zo lang op de begroting blijven staan. Dan een opmerking over de Wmo. Ook wij zien dat de Wmo een kostenpost is die heel hoog is. Wij moeten grote uitgaven doen om dat allemaal te betalen. In de commissie heeft de wethouder gezegd, natuurlijk is het veel geld. Ik wil het eigenlijk ook een beetje relativeren. Het is veel geld, maar wij zitten absoluut niet bij de topgemeenten die het meeste geld hiervoor nodig hebben. Dus ik wil ook nog…Natuurlijk, ik maak me ook zorgen. Maar niet zo grote zorgen dat ik denk dat daar nu echt het mes in gezet moet worden. We moeten wel heel goed kijken naar met name de jeugdzorg. Maar dat is in goede handen van de wethouder. Die kan er misschien straks in haar instantie nog iets over zeggen. Maar zo dramatisch als hier vanavond over gesproken is, denk ik dat dat niet nodig is in het toch relatief rijke Blaricum. Er zijn mensen die onze steun daarin echt heel hard nodig hebben. Dan het laatste wat ik heb opgeschreven is 1,6 miljoen. Ik ken dat bedrag van 1,6 miljoen ook. Dat was dan voor de Le Coultre-dreef.
Wij kunnen niet in de toekomst kijken, maar ik schat in dat die 1,6 miljoen te weinig is voor het plan wat nu aan het in wording is. Maar we zullen zien. Ik hoop dat het bij 1,6 miljoen blijft. Voorzitter, verder, wij gaan niet in tweede instantie verder nog iets zeggen. Wij zullen van harte instemmen met deze begroting. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de termijn van het college en dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Kennis. Wethouder Kennis: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met dat ik dacht dat we misschien een hele korte schorsing hadden. Maar ik begreep dat we dat niet doen. Dat is ook verder niet zo erg, maar dan kan ik de vraag van mevrouw Claushuis niet beantwoorden, want dat was een hele moeilijke over hoeveel we per inwoner kregen. U ging allerlei bedragen door elkaar delen en zei dat
mevrouw Lanphen een andere berekening had gemaakt. Ik dacht, ik vraag het even aan onze Brahim die op de gang zit. Maar dat kan ik dus nu niet doen, want we schorsen niet. Dus u krijgt dan, sorry, maar daar weet ik geen antwoord op. De voorzitter: Mevrouw Kennis, ik moet eerlijk zeggen, ik vind dat ook een redelijk technische vraag. Dus die had ik ook niet verwacht hier in de raad. Als u daar nog een antwoord op geeft, ik neem aan dat dat niet van toepassing is of u dan wel of niet voor de begroting stemt. Dus dat u daar alsnog later antwoord op krijgt is prima, maar ik zou inderdaad zeggen dat u daar nog antwoord op krijgt, maar niet nu in de termijn van het college. Wethouder Kennis: Oké, dank u wel. Ik dank u allen voor uw dank die u heeft uitgesproken. En die zal ik zeker overbrengen aan onze ambtenaren die heel erg druk bezig geweest zijn om deze begroting weer voor u in orde te maken. En zoals ook door u ook aan is gegeven is dat door best onder grote druk gebeurd, omdat wij toch wel wisselingen hebben gehad in onze Blaricum adviseur. En ik heb in de commissie ook al aangegeven dat ik erg blij ben met de inzet die gedaan is vanuit de afdeling Financiën. En met name vanuit Brahim, dat wat hij gedaan heeft om in zo'n korte tijd toch dit voor u allemaal zo duidelijk op te schrijven. Dus die dank geef ik heel graag door.
De begroting die wij vanavond behandelen en ook vaststellen is de begroting waarin de septembercirculaire nog niet was verwerkt. Dus we praten over een begroting die er anders uitziet dan inmiddels de situatie er uitziet. Dat maakt het heel erg lastig natuurlijk. Dat maakt het ook lastig voor de inwoners als die nu over de begroting horen wat de stand van zaken is, want die is niet meer wat in dit boekwerk staat wat ter inzage ligt. De septembercirculaire heeft gelukkig een veel positiever effect gehad dan wij verwacht hadden. Wat inhoudt, zoals ook al door een paar van u is gezegd, dat we voor ‘25 heel ruim, maar ook voor ‘26 en ‘27 eigenlijk geen problemen voorzien. Nou is een circulaire, waar we het ook in de commissie over gehad hebben, altijd zeer, onbetrouwbaar is misschien bijna het woord dat je daarvoor moet gebruiken. Ik ben iedere keer verbaasd als ik een circulaire krijg wat daar dan allemaal weer voor nieuwe dingen in staat. Dus het is geen enkele garantie dat de septembercirculaire van dit jaar over september in ‘25 nog steeds dezelfde cijfers gaat geven als die wij nu voorzien. Wel voor ‘25, dat staat vast. Dat is geen probleem. Maar de jaren daarna zou het zeker zo kunnen zijn dat wij moeten gaan nadenken over, hoe houden wij onze begroting sluitend. Daar hebben we het in de commissie ook al over gehad.
Wij zullen u als college zeker daar een voorstel over doen, maar het is ook aan u als raad om ervoor te zorgen dat u iedere keer heel goed nadenkt waar u ja tegen zegt. Wat u voorstelt. Wat heeft het voor financiële gevolgen op de lange duur. Dus het is natuurlijk de raad die in principe uiteindelijk bepaalt wat er wel en niet in een begroting komt te staan. Investeringen, ben ik eens met mevrouw Boersen, dat is inderdaad iets wat lange termijn drukt. Maar het hebben van een op een goede manier onderhouden openbare ruimte is erg belangrijk. En op het moment dat je daarin minder begint te doen dan dat je zou moeten doen krijg je dat absoluut terug. Ik heb dat van diverse, in diverse gemeenten gezien waar bezuinigd is op openbare ruimte. Die vervolgens na een aantal jaren daar gigantische investeringen moesten doen om ervoor te zorgen dat al die enorme gaten die overal vielen weer werden opgelost. Dus investeringen, klopt is drukt op de komende jaren, maar is denk ik wel noodzakelijk om daarvoor te zorgen dat de openbare ruimte er fatsoenlijk uitziet. En zoals de heer Oyens aangaf, dat is altijd al zo geweest. En wat de heer Pel ook zei, het ene vervalt en het nieuwe komt ervoor in de plaats. Dus het is boekhoudkundig denk ik geen probleem als je investeringen pleegt. Als je maar in de gaten houdt hoeveel, uiteraard moet je daar op letten.
Uw verhalen over de OZB teruggave daar heeft de heer Pel op gereageerd. Ik ben dat eens met wat de heer Pel aangaf. We hebben wel op de GAD teruggegeven, maar nooit op de OZB. OZB is iets waarvan je kunt zeggen, op een gegeven moment als je zou moeten bezuinigen kan je de inkomsten verhogen. Dat doe je dus door de lasten onder andere de OZB. Maar dat is iets wat je als laatste pas doet. Tenminste, is tot nu toe altijd de policy
van deze raad geweest. Eerst kijken waar je kunt bezuinigen op uitgaven voordat je gaat bezuinigen, of voordat je gaat verhogen op inkomsten. Ik neem aan dat dat nog steeds zo is. Ik kan u trouwens wel vertellen dat de provincie inmiddels onze begroting heeft goedgekeurd. En daar helemaal blij mee is. En heeft aangegeven voor volgend jaar op een normale wijze toezicht op de begroting te zullen hebben. Als voor een gemeente die dus een goede begroting heeft ingediend. Dus dat is in ieder geval een leuke mededeling. De OOV medewerker. We hebben geprobeerd om u uit te leggen in de antwoorden van de technische vragen waarom we dit gedaan hebben. Dit is een gezamenlijke met zijn drieën besloten investering de op dit moment voor de andere gemeenten, in ieder geval voor de gemeente Eemnes lastig lag. U heeft aangegeven dat Eemnes en Laren, iemand van u heeft aangegeven dat Eemnes en Laren alle twee er niet goed voor stonden. Dat is niet correct. Dat was u, mijnheer Wiegel. Laren heeft geen, niet de problemen die…Eemnes heeft grote problemen, Laren heeft op dit moment geen problemen. Voor ‘25 is die ook goed sluitend. Eemnes niet. Maar goed, in ieder geval hebben we om die reden gezegd, we willen nu die drie OOV medewerkers kunnen aanstellen, want die hebben we echt nodig. Die gaan bijvoorbeeld onderzoeken voor de VVD wat de mogelijkheden van camera toezicht zijn.
Om maar iets te noemen. We hebben daar nu geen capaciteit voor binnen de BEL. We willen gewoon heel graag meer op veiligheidscapaciteit hebben, zodat we ook dingen kunnen gaan uitzoeken. Behalve alleen maar de going concern te doen. We hebben toen gezegd, we nemen voor ‘25 in de begroting op tegen de gemiste Bel-uren. We hebben hem niet verder opgenomen, alleen maar voor ‘25. En op het moment dat we zeggen, dat u zegt, maak er een structurele post van, dan gaat hij vanaf ’26 gewoon regulier in de begroting meelopen als een structurele post. Want dat kan onze begroting makkelijk hebben. Maar ik denk dat het beter is dat we daarvoor, dat als u voor dit jaar accepteert, dat we het op deze manier dekken. Dat we met elkaar straks daarover gaan praten als we ook gaan praten over die projectorganisatie waar we het over gehad hebben. Die we eventueel voor alle vluchtelingen hier binnen de BEL zouden willen, in het leven willen roepen. En daar moet ook een dekking voor gevonden worden. Dus het lijkt mij het beste dat we dat op dat moment gezamenlijk met elkaar bespreken. En niet hier nu in de begrotingbehandeling. Even kijken of ik nog iets mis. De VVD, ik heb u al antwoord gegeven, mijnheer Oyens, dat ik ga kijken en dat wij zeker met ideeën naar u toe gaan komen. Maar dat ik ook hoop dat u zelf heel goed oplet. Want dat blijft absoluut noodzakelijk.
De GroenLinks-fractie wil dat ik een poll voor de OZB uitzet. Ik denk dat u daar, dat als raad zelf zou kunnen aangeven dat u bij de volgende dingen, enquêtes die we hebben bijvoorbeeld dat zou naar voren zou kunnen brengen. Maar op dit moment hebben wij een begroting die niet toept om bezuinigen. En ik denk dat je dan ook op dit moment beter, zou ik zeggen, niet moet praten over eventuele verhogingen van OZB. Zou ik adviseren. Maar ik ga er in principe niet over. Ik heb het gevoel... De voorzitter: Ik zag nog een vraag van het CDA over of er opgelegd kan worden om die onbenutte belastingcapaciteit in te gaan zetten. Die had mevrouw Claushuis in haar beschouwing opgenomen. Wethouder Kennis: Ja, dat kan opgelegd worden op het moment dat je een artikel 12 gemeente wordt. Op het moment dat je als provincie, dat de provincie vaststelt dat de begroting op een dusdanige manier is, dat zij daar een preventief toezicht op, of nee, niet een preventief, maar dan, ja precies die, toezicht gaan houden. Op dat moment gaat de provincie dus zeggen wat je wel en niet mag doen. En als je dan uitgaven te doen hebt die niet gedekt kunnen worden, dan kan de provincie zeggen, je gaat je OZB maar verhogen. Dus op die manier wel, ja, maar verder niet. Dus zolang wij een normaal sluitende begroting hebben en normaal alles functioneert, kan de provincie ons nooit opleggen dat we OZB moeten verhogen.
En we hebben die afspraak gemaakt dat we dat met die communicerende vaten laten werken, waardoor we in principe de opbrengst van onze OZB stabiel is. Dus op het moment dat de huizen erg veel goedkoper zouden worden, gaat automatisch de OZB omhoog, om ervoor te zorgen dat de totale opbrengst van onze OZB op hetzelfde niveau blijft. En
daar is onze begroting op dit moment ook voor de langere termijn op gebaseerd. Heb ik daarmee wel alle vragen beantwoord, voorzitter? De voorzitter: Ja, volgens mij wel, maar kijk even rond. Wethouder Kennis: En even voor het publiek is het misschien nog leuk om te zeggen dat ik alle fractievoorzitters gewaarschuwd heb, dat als ze hier iets verkeerd zeiden, dat ik ze zou knijpen. Maar dat ik dat niet heb hoeven doen. De voorzitter: Ik kijk even verder rond, waren daarmee ook alle vragen die er nog waren vanuit de raad beantwoord? Mevrouw Lanphen, had u een vraag? U wilde nog de termijn van het college gebruiken. Wethouder Lanphen: Ik wil graag nog reageren op een aantal dingen die gezegd worden over het sociaal domein. Dus daar mag ik wel op reageren, toch? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Lanphen. Wethouder Lanphen: Hartelijk dank. Want ik voel me natuurlijk aangesproken door een aantal van de sprekers die heel erg omineus over het sociaal domein doen. Dat hebben wij met elkaar natuurlijk ook gedaan, maar de heer Pel zegt, het is 44 procent van onze uitgaven. Zo wordt het ook gepresenteerd in de huidige begroting. Maar ik wil daar wel bij opmerken dat daarin opgenomen zijn de ontvangsten en de uitgaven die wij op dit moment even gelijk inschatten voor de opvang van de Oekraïners.