CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

20240416 Transcript Raad Blaricum

Gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst van de openbare raadsvergadering van 16 april 202417.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 16 april 2024 Aanvangstijd Eindtijd Locatie

: 20.00 uur : 22.05 uur : Raadzaal BEL-kantoor, Eemnes

Aanwezig 15 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), J. Landman, mw. R.J.C. Beemsterboer-Van Urk Dam, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD-fractie: R. Wiegel (fv), mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, P.H. Oyens D66-fractie: P.M. Uitendaal (fv), H.J. Meijer De Blaricumse Partij-fractie: mw. E.J.M. Boersen-de Jong (fv), R.J.H. Kemperman PvdA/GroenLinks-fractie: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Voorzitter en raadsgriffier: mw. B.M. de Reijke, voorzitter mw. T.D. de Jong, raadsgriffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. J.M.G. Lanphen, F.C. Cornelis

1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Goedenavond. Het is dinsdag 16 april. Het is acht uur, dus wij gaan starten met de raad. Ik heb geen berichten van verhindering ontvangen. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Daarom zou ik graag over willen gaan naar punt twee van de agenda en dat is het vaststellen van de agenda voor vanavond. Is er iemand die daarover het woord wil voeren? De heer Kemperman van De Blaricumse Partij. De heer Kemperman: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zou graag het punt waterkwaliteit Blaricummermeent van de agenda af wil halen omdat we vinden dat het niet rijp is voor besluitvorming

De voorzitter: U zou het onderwerp over de waterfilter Blaricummermeent, het voorbereidingskrediet, zou u van de agenda willen halen? Ik kijk rond of daar iemand mee eens is. Ik zie daar geen draagvlak voor, dus dan blijft het toch op de agenda staan. Kan ik dan iemand anders het woord geven? De voorzitter: Mevrouw Boersen van De Blaricumse Partij. Wilt u het andere agendapunt van de raad afhalen? Mevrouw Boersen: Nee hoor, dat wil ik zeker niet. Ik wil wel iets aan de agenda toevoegen, een motie vreemd aan de orde, en ik heb die motie genoemd: motie grondverkopen. De voorzitter: Prima. Dan gaan we die toevoegen en dat wordt dan agendapunt 8a. Dan zie ik de heer Uitendaal van D66. De heer Uitendaal: Ja, dank u voorzitter. Wij willen ook graag een motie vreemd aan de orde inbrengen, genaamd vaccinatiegraad. De voorzitter: Heel goed. Dan wordt dat agendapunt 8b en dan zullen we die straks behandelen. Andere opmerkingen nog over het vaststellen van de agenda? Die zie ik niet. 3. Mededelingen De voorzitter: Dan gaan we naar de mededelingen. Zijn er nog mededelingen uit uw raad? Nee, vanuit het college? Genoeg, maar niet vandaag. 4. Rondvraag (vragen met een actueel en politiek karakter) De voorzitter: Dan gaan we naar de rondvraag. Daar zijn vooraf geen vragen ontvangen, dus die blijft leeg. 5.

Benoeming en beëindiging fractievertegenwoordiger VVD De voorzitter: Dan kunnen we naar het volgende agendapunt, dat is een benoeming en beëdiging van een fractievertegenwoordiger van de VVD. Daarvoor stel ik voor eerst een commissie te benoemen van drie raadsleden voor het onderzoeken van de gevorderde stukken van mevrouw Sips. Daarvoor stel ik voor dat dat zijn mevrouw Brendel, de heer Meijer en mevrouw Kukupessy. Kunt u daarmee instemmen als raad, dan is bij deze de commissie voor de geloofsbrieven benoemd. Dan schorsen wij de vergadering even voor vijf minuten, zodat u dan de geloofsbrieven kunt onderzoeken. En bij deze is de vergadering geschorst. De voorzitter: De vijf minuten zijn om en hierbij open ik de vergadering weer. De schorsing is net aangevraagd voor de commissie van de geloofsbrieven en daarmee geef ik dan de voorzitter van de commissie het woord om een verslag te doen. Mevrouw Brendel: Dank u wel voorzitter. De commissie uit de raad van de gemeente Blaricum, in wie handen werd gesteld de gevorderde stukken ingezonden door mevrouw J. Sips. Josine rapporteert de raad van de gemeente Blaricum dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in het reglement van orde 2024 gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot toelating van mevrouw Sips als fractievertegenwoordiger VVD

van de gemeente Blaricum en was getekend door de commissie: A. Brendel, de heer H. Meijer en mevrouw G. Kukupessy-Rokebrand. De voorzitter: Dat is heel mooi. Dank voor uw advies. Dan kijk ik de raad rond. Zijn daar bezwaren tegen? Die zijn er niet, zie ik. Dus dan kunnen wij overgaan tot het afleggen van de belofte. Dan vraag ik iedereen daarvoor te gaan staan en mevrouw Sips daarvoor naar voren te komen. ‘Ik verklaar dat ik om tot fractievertegenwoordiger benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als fractievertegenwoordiger naar eer en geweten zal vervullen.’ Wat is daarop uw antwoord? Mevrouw Sips: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. U mag even komen feliciteren. We gaan even kort rondje doen, dan mag u even komen feliciteren dan gaan wij weer plaatsnemen. 6. Voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent De voorzitter: Zodat weer een uitbreiding van de raad hebbende, gaan wij weer verder naar het punt nummer zes van de agenda.

Dat is het voorbereidingskrediet waterkwaliteit Blaricummermeent. Wie kan ik daarover het woord geven? De heer Pel. De heer Pel: Ja. Dank u, voorzitter. Woongenot in je leefomgeving en nabijheid van groen en water is voor elke inwoner een groot voorrecht. Daar is gelukkig bij de aanleg van de Blaricummermeent veel aandacht aan besteed en een prachtige wijk om in te wonen en te recreëren tot stand gekomen. Datzelfde water en groen is ook vaak onderwerp van verhitte en emotionele discussies geweest tussen partijen. Het initiatief om nu regie te nemen door de gemeente om een onderzoek te doen naar onder andere de werking van het zandfilter en waterbeheer in dit raadsvoorstel, steunt Hart voor Blaricum dus ook voluit. Ontwerp en aanleg van gesloten circulatie watersysteem in de meentstroom met diverse op elkaar inwerkende onderdelen, zoals ecologische zones, een sluis, duikers, een opvoerpomp, en zandfilter moeten een normatieve waterkwaliteit opleveren. Ondanks dat voornemen kunnen toenemende extreme klimaatomstandigheden van negatieve invloed zijn. Voor de aanleg en instandhouding van het watersysteem heeft het waterschap een vergunning afgegeven aan Blaricum. De waterkwaliteit is en blijft de verantwoordelijkheid van het waterschap. Vergunninghouder Blaricum heeft drie jaar de monitoring van het watersysteem en de kwaliteit door HaskoningDHV laten uitvoeren.

Los daarvan heeft het waterschap in die periode eigen metingen verricht. Deze periode van drie jaar is in december 2023 beëindigd en het water dient nu conform convenant overgedragen te worden aan het waterschap. In deze periode is geconstateerd dat het zandfilterniet of nauwelijks heeft gefunctioneerd. Aantal monsters in die periode is overigens beperkt gebleven van de periode 12 mei 2022 tot en met 13 april 2023. Laat dat nu net de zomerperiode bevatten waarin langdurige droogte en hitte heerste. Het door Hart voor Blaricum opgevraagde referentiejaar 2021 ontbreekt trouwens in die rapportage. Aanbeveling van HaskoningDHV zelf luidt dan ook om deze monitorperiode te verlengen om überhaupt een trendontwikkeling te kunnen vaststellen. Verder is het van belang om te weten, om de werking van het zandfilter, wie daar op toegezien heeft of wie dat zou hebben gedaan of moeten hebben gedaan. Enfin, dat zijn naar ons oordeel onderwerpen om te betrekken in het voorgestelde onderzoek. Wat Hart voor Blaricum betreft, moet dit onderzoek gericht

zijn op de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder Blaricum, met het oog op de aanstaande overdracht naar het waterschap. Het is evident dat de zandfilter daar ook deel van uitmaakt. Dat maakt dat wij gemeend hebben de focus van het onderzoek daarop te amenderen. Tevens is in de commissie al toezegging gedaan om 20.000 euro van het onderzoekskrediet als stelpost te nemen. Voorzitter, nu de belangrijkste strekking van het amendement dat wij ingediend hebben. Één: een onderzoek in te stellen naar de werking van het watersysteem om te voldoen aan de verleende vergunning. En het tweede punt wat we willen veranderen in de besluitvorming is dat de stelpost van 20.000 euro afhankelijk is van een communicatieplan waarbij ook een afschrijvingstermijn genoemd is van dertig jaar. Ten derde, en dat is nieuw in het besluit, vraagt de raad dan een startnotitie of opdrachtbrief voor te leggen waarmee de uitvoeringsparagraaf van het raadsvoorstel opnieuw gedefinieerd wordt. Waarbij stakeholders verantwoordelijkheden van partijen, noodzaak van het filteren en varianten plus kosten levensduur en onderhoudsafspraken in vastgelegd zijn. Ook een communicatieplan en ook de onafhankelijkheid in een objectief adviesbureau om te kijken of we daar ook aan voldoen. Dit even wat betreft amendement en even wat ons betreft voor het eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel.

U dient hiermee dat amendement in. Mag ik voor de band dan even de exacte tekst waarin u het besluit gewijzigd wilt hebben of wilt u dat ik dat oplees? De heer Pel: Nee, ik ga het er even bij moeten zoeken. Ja. Even voor het besluit, het voorgesteld besluit in raadsDe voorzitter: Dat hoeft u niet voor te lezen, maar het nieuwe besluit. De heer Pel: Besluit 1 is het uitvoeren van een onderzoek naar waterbeheer Blaricummermeent. In het bijzonder varianten van de werking zandfilter, omgevingsmanagement en het voorleggen van keuzes aan de raad om te kunnen voldoen aan de verleende vergunning van AGV, het waterschap, met kenmerk AA0719100100. Besluit 2 is een voorbereidingskrediet voor het onderzoek beschikbaar te stellen van totaal 98.000 euro, waarvan 20.000 euro als stelpost voor eventuele communicatie. En de derde, en dat is een nieuw besluit, is een opdrachtbrief voor de start van het onderzoek aan de raad voor te leggen zodat duidelijk is wat precies zal worden onderzocht. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik rond naar de raad. Zijn daar nog anderen die hierover het woord willen voeren? Ik neem aan van wel. Mijnheer Pel, als u uw microfoon weer uit kan zetten. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. PvdA/ GroenLinks staat gewoon achter dit voorbereidingskrediet. De waterkwaliteit moet verbeterd worden. Die is niet goed. Dat staat als een paal boven water.

Dit moet gewoon gebeuren. Ik ga daar niet veel woorden verder meer aan vuil maken. We hebben er al veel over gesproken. Er komen nu twee amendementen heb ik gehoord en ik zou eerst voordat ik op de amendementen in ga, af willen wachten wat de wethouder ervan zegt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder rond. De heer Meijer van D66. De heer Meijer: Dank u wel voorzitter. Ik ga er even van uit dat mijn commentaar of mijn toelichting ook betrekking heeft op ten eerste betrekking heeft op het abonnement met het tweede ook op de uiteindelijke voorstel van het beslisvoorstel van de wethouder, het college. Dus dat doe ik in één keer.

De voorzitter: Zeker, we hebben de afspraak gemaakt we doen het in twee termijnen. Eerst een termijn van de raad, waarin u de mogelijk krijgt om uw punten uiteen te zetten. Dan een termijn van het college en daarna heeft u als raad nog het laatste woord. De heer Meijer: Oke. Er zijn twee belangrijke vragen. Wat willen we bereiken en hoeveel mag dat kosten? Het doel van het onderzoek is voldoende waterkwaliteit. Volgens de normen zou dat een EKR moeten zijn van meer dan 0,6. Het doel van het onderzoek is te borgen in de meentstroom en de Delta die waterkwaliteit. Dat onder andere door verbetering aan te brengen in de werking van het zandfilter. Helaas biedt dat geen volledige garantie voor het voorkomen van blauwalg, maar wel voor een voldoende ecologische kwaliteit. Dat betekent helder, levend water met weinig chemische verontreiniging. Het zandfilter heeft de afgelopen jaren niet goed gefunctioneerd. We delen het déjà vu gevoel van de heer Pel zoals hij verklaarde in de vorige commissievergadering. Een deel van de verantwoordelijkheid voor het functioneren van het filter ligt bij de gemeente. Dit onderzoek moet ook uitwijzen in hoeverre het ontwerp van het hele watersysteem en het zandfilter voldoende waterkwaliteit kan bieden. We zullen het bureau DHV Haskoning nauwkeurig moeten volgen in het onderzoek.

Misschien hebben zij een aandeel in de verantwoordelijkheid voor het niet goed functioneren van het hele en complexe watersysteem zoals het nu is. Het ingediende amendement van Hart voor Blaricum draagt onder andere bij aan een nauwkeurige omschrijving van de opdracht, voordat hij wordt verstrekt. De raad heeft dan nog controle en krijgt dan een duidelijker beeld van de kosten en de baten. Wij vinden dat een prima idee. De D66 fractie is voor het amendement en daarmee voor het geamendeerde beslisvoorstel. Tot zover en dank voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Claushuis van het CDA. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja voorzitter, dank u wel. Wij zijn ook medeondertekenaars van het amendement. Ik wil nog wel even noemen wij hebben het uitgebreid besproken in de commissievergadering. Ik denk dat het college er heel veel werk in heeft gestopt en heel veel technisch onderzoek is gedaan, dus daar gaat een groot deel van de tijd naartoe. Dus dat is zeer te waarderen. En dat het ook in samenspraak is geweest met de bewoners van de Blaricummermeent waar er ook één van ben. Ik wil nog wel opmerken dat er is al veel gezegd, maar dat dit dus niet wil zeggen dat we straks een oplossing hebben voor het probleem, maar alleen dat wij gaan voldoen aan de vergunningseisen.

Dat we daar heel veel aan doen maar dat dat niet wil zeggen dat het uiteindelijk een oplossing is bij wijze van spreken dat je de bodem kunt zien. Maar goed, het CDA is het er mee eens dat daar uitgebreid onderzoek naar wordt gedaan en dat er voldaan wordt aan de vergunning. Want dat is de opdracht die we als gemeente hebben en dat is belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Kemperman van De Blaricumse Partij. De heer Kemperman: Dank u wel voorzitter. Om te beginnen wil ik stellen dat ik natuurlijk het voorstel deel om het voorstel van de agenda af te halen. Dat ik dat niet deed met de bedoeling dat wij tegen verbetering van die waterkwaliteit zijn. Dat zijn we absoluut niet. We willen graag ook dat onze inwoners in de meent mooi schoon water krijgen. Wat ons een beetje angst aanjaagt zijn die grote getallen. En wordt 98.000 euro gevraagd voor onderzoeken en als je daar ja tegen zegt en dat is een beetje het punt waar ik tegen aanloop, als dat afgerond is dan komt daar wat uit en dan ben je haast verplicht om dat ook weer uit te voeren. Want anders heb je die ton gewoon weggegooid en dat is een beetje het punt waar we tegenaan lopen. We hebben verder geen bezwaren tegen dit voorstel, noch tegen het amendement.

Waarbij ik punt drie eigenlijk best heel sterk vind omdat daarin vastgelegd wordt dat degene die het onderzoek gaat uitvoeren van te voren aangereikt krijgt wat het zal moeten bevatten. En daar laat ik het even bij.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiegel van de VVD. De heer Wiegel: Ja voorzitter, dank u wel. Zoals ik naar dit voorstel kijk, die uitgebreid ook in de raadscommissie besproken, dus ik ga daar de woorden niet van overdoen. Praat je over een vergunning die verleend is. Dus we moeten checken of dat klopt en of we verhouden aan de vereisten die in de vergunning staat, dat is 1. Een van de vergunning vereisten is een werkend zandfilter. In 2021 werkte hij wel, maar nu werkt hij weer niet. Of werkt hij weer wel of werkt hij weer niet. Dus het is goed dat we daar eens een keer goed naar kijken want uiteindelijk meten is weten. Als je dat niet doet dan kom je nergens. Kost het geld? Ja, kost het geld. Als dat zandfilter vervangen moet worden, kan ik u vertellen dat het dan veel meer geld gaat kosten. Maar goed dat is wel de realiteit als je met elkaar een Meentstroom bedenkt en implementeert en het past niet, dan moet je daar wat mee doen. Dus in die zin vind ik als VVD vind ik dat we daar heel redelijk mee om moeten gaan. Maar het is niet een vrijbrief. Het is niet een brief van gaat uw gang maar, college doe maar wat je wil, huur maar in wat je wil en we kijken wel waar het schip strandt. Zo moeten we denk ik met elkaar niet omgaan in die zin hebben we het amendement wat dan van de hand komt van de heer Pel, maar overigens in nauwe samenwerking met andere leden \van de coalitie.

Die is tot stand gekomen om daar een invulling aan te geven. Om echt te kunnen zien van oké je hebt die 98.000 euro. Die 20.000 euro moet je een beetje voorzichtig mee zijn, want gebruik het als een stelpost. Als je het nodig hebt dan moet je gebruiken. Maar probeer wel een beetje prudent met geld om te gaan. Het is uiteindelijk geld van ons allemaal. En probeer daar een aantal onderzoeken en alternatieven te kunnen krijgen, zodat we ook duurzaam daarmee om kunnen gaan en dat duurzaam met de Meentstroom met alles wat erbij zit. Met de veranderingen van de regen, we hebben de afgelopen dagen meegemaakt dat we daar een invulling aan kunnen geven. Dus dat was voor ons erg belangrijk en ik denk dat het goed is dat we het college vertrouwen in de zin van die opdrachtbrief komt, hoe we het praktisch moeten regelen met die opdrachtbrief komt moeten we dan wachten tot de raad of niet of anderzijds naar dan moeten we kijken en moeten we wat pragmatisch mee omgaan wellicht. Maar het is denk ik wel goed dat we als raad kenbaar krijgen van wat wil je gaan onderzoeken, hoe wil je gaan onderzoeken en wat moet die opdrachtbrief dan luiden en aan wie? En dat laatste is denk ik ook een belangrijk gegeven. Daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Cornelis voor de mening van het college. Wethouder Cornelis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

Een momentje, even een slok nemen zodat ik niet in schorheid verzand. Ik heb eerst nog een mededeling ook voor de raad specifiek. Dat is dat vanaf heden de rol van projectleider wordt overgenomen van Peter Hoogeveen door Robert Jan van Kooten. Dat is het besluit wat in nauwe samenwerking met de ambtelijke staf gemaakt is. En dat wij erop vertrouwen dat dit de rest van het proces verder ten goede zal komen. En we zullen voor zover dat niet al gebeurd is alle betrokken stakeholders daar ook van op de hoogte stellen. En dat betekent dat die elkaar ook wel weer te zien krijgen. Maar dat was even de mededeling. Dan, ja, ik heb alle commentaar gehoord. Het is wat moeilijk om op een of twee punten antwoord te geven zonder de sessie van vorige week over te doen. Ik wil me beperken tot het amendement in principe. Je zou zelfs kunnen zeggen het is in die zin overbodig dat er niks in staat wat we niet zouden doen als het op een andere manier gevraagd werd. En punt 1 geen probleem, punt 2 hadden we al toegezegd, punt 3 kunnen we doen, zullen we doen, wordt aan gewerkt en in die zin vind ik dat we nu vooral moeten zorgen dat we met zijn allen zo snel mogelijk de kar onderweg krijgen zodat we geen extra tijd verliezen om alle dingen die we willen weten hopelijk voor de volgende budgetronde voor elkaar te krijgen.

De voorzitter: Oke, dank u wel. Dan kijk ik rond naar de raad of er nog behoefte is aan een tweede termijn. De heer Meijer van D66. De heer Meijer: Ja. Dank u wel. De wethouder die refereert aan de laatste commissievergadering, dat begrijp ik. Dat is natuurlijk heel veel gevraagd. Ik heb toen ook onder andere een vraag gesteld over eventuele verantwoordelijkheid van het ingenieursbureau of de uitvoerder met name het kijken naar het zandfilter. Ik heb niet echt een goed antwoord gehoord in die zin van dat de wethouder misschien ook vindt dat daar eventueel fouten zijn gemaakt die achteraf nu door hetzelfde bureau moeten worden geconstateerd. Is dat niet een moeilijke constructie laat ik zo zeggen, hetzelfde bureau weer onderzoek laat doen naar de eventuele fouten die ze misschien hebben gemaakt. De voorzitter: Was dat uw laatste woord? Want in principe is het zo dat in uw eerste termijn als u dan nog vragen heeft kunt u die in uw eerste termijn aan het college stellen. Daarna heeft het termijn van het college en daarna heeft alleen u nog het woord, dus dit was dan een vraag aan uw college, collega's of aan de wethouder? De heer Meijer: Ik zou het liefst natuurlijk aan iedereen, de raad en het college, willen stellen want het is natuurlijk interessant om te weten hoe andere fracties daar ook over denken. Want daar heb ik nog helemaal niks over dit onderwerp iets van gehoord.

De voorzitter: Ja, mijnheer Pel. De heer Pel: Ja, wij hebben daar wel iets van gevonden omdat als u kijkt naar het amendement bij de toelichting. Bij de van mening zijnde. Daar staat bij punt B in de opdrachtbrief, die nog opgesteld moet worden, extra aandacht dient uit te gaan naar het ingenieursbureau en de betrokkenheid in de projecthistorie van Blaricummermeent. Ik denk dat dat voldoende zegt. Wij vragen dus om daar prudent mee om te gaan en zorgvuldig mee om te gaan en die afweging goed te maken. Dus dat is een beetje hetzelfde wat u stelt. Wij hebben het niet over een schuldvraag. De heer Meijer: Mag ik nog wat zeggen? Ik heb het ook niet zozeer nu over een schuldvraag. Maar het kan natuurlijk zijn dat er fouten zijn gemaakt en ik mis een beetje het element van we moeten heel voorzichtig zijn met dit uitzoekwerk en ja er kunnen nu eenmaal fouten zijn gemaakt. Het is een complex systeem dus ik kan me voorstellen dat daar niet op alle mogelijke manieren naar gekeken is, dus daarom maak ik dit punt en ik wil eigenlijk iedereen oproepen om daar zich bewust van te zijn. Dat is het enige waar ik mee bezig ben. De voorzitter: De heer Wiegel, VVD. De heer Wiegel: Ja. Ik denk dat de heer Meijer een terecht punt aanhaalt.

Vandaar ook dat de heer Pel zegt dat we dat keurig politiek omschreven hebben in het amendement, maar wel degelijk met de achtergrond van het kan natuurlijk niet zo zijn dat hoe is dat spreekwoord ook alweer, dat de slager zijn eigen vlees keurt. Daar moeten we natuurlijk toch wat voorzichtig mee zijn. Dat wil niet zeggen dat de slager te apert niet te vertrouwen is, maar het moet natuurlijk wel een beetje betamelijk blij met elkaar blijven. En ik denk dat u dat bedoelt, maar ik denk dat dat met name ook in het amendement wat u ook mede ondertekend heeft dat we dat naar voren hebben gebracht. De voorzitter: Oke, dank u wel. Ik denk dat dat in ieder geval een oproep is en dat die oproep duidelijk is, dat dat in ieder geval nog verder onderzocht moet worden. Nu ligt in ieder geval het investeringskrediet voor. Dan kijk ik nog verder rond. Is er nog iemand die hierover nu het woord

wenst te voeren. Of kunnen we het amendement eerst in stemming brengen? Ja? Is er dan nog iemand die daar een stemverklaring bij wenst te geven, bij het amendement? Ja, mevrouw Kukupessy? Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. De wethouder zei dat het overbodig is, dus ik zal tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder rond. Is er nog iemand die een stemverklaring wenst te geven? Dat is niet het geval. Dan breng ik het amendement A1 in stemming. Wie van uw raad stemt voor dit amendement? Dat is de gehele raad, met uitzondering van PvdA/ GroenLinks en daarmee is dit amendement A1 aangenomen. Dan gaan we daarna het geamendeerde voorstel in stemming brengen. Dat kijk ik rond is voor het geamendeerde voorstel dan nog een stemverklaring vereist vanuit uw raad? Dat is niet het geval. Wie van uw raad stemt tegen dit voorstel? Ik kijk rond. Dat is niemand en daarmee is dit voorstel aangenomen. Ik hou het even dat iedereen wakker blijft. 7. Zienswijze PMD bron- of nascheiding De voorzitter: Dan gaan we over naar het volgende onderwerp en dat is de zienswijze voor PMD bron- of nascheiding. Wie van uw raad mag ik daarvoor het woord geven? Ik zie mevrouw Kukupessy van PvdA/GroenLinks. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wij gaan voorlopig nog uit van bronscheiding, omdat het vanuit het oogpunt van milieubewustzijn beter is.

Daarnaast hebben we het financiële punt. Dat kost acht ton meer, dus voorlopig zien wij alleen maar meer voordelen dan nadelen hier aan. Dus wij zullen voor dit voorstel stemmen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk verder rond. Ik had ook beloofd dat ik nog wat meer ruimte ook voor debat zou geven. Omdat er in de commissie wat minder ruimte voor debat was geweest. Dus ja ik zou zeggen ga los! De heer Van Urk Dam van Hart voor Blaricum. De heer Van Urk Dam: Dank u wel voorzitter. PMD met aan ons de vraag om een formele reactie te geven ofwel een zienswijze in te dienen om nu niet over te stappen op nascheiding. Tot juni 2026 doen we nog een bronscheiding, maar dan gesproken wordt over een onzekere ontwikkeling en een eventuele overstap naar nascheiding. En het gaat ons 780.000 euro kosten, gevolgd door de jaarlijkse kostenstijging van 798.000, weliswaar gebaseerd op diverse aannames en kerngetallen uit het rekenmodel. Dat is nogal wat. In het memo van het algemeen bestuur regio Gooi en Vechtstreek lezen we dat er is gekeken naar diverse scenario's en dat de scheidingsbereidheid van het PMD bij de inwoners iets is afgenomen, maar nog steeds hoog is, 64 procent. Deze kan verder dalen, maar kan ook door inzet van campagnes, goede dienstverlening en continuïteit ook stijgen. Een voordeel bij bronscheiding is dat, mits correct uitgevoerd, de PMD stroom mooi schoon blijft.

Daarnaast bestaat binnen de scholen een duidelijk educatief karakter. Bij bronscheiding laat je kinderen zien hoe het werkt en maak je ze er van bewust hoeveel verpakkingen ze dagelijks gebruiken. Bovendien leer je kinderen direct scheidingsgedrag aan. In BEL-verband, naast Blaricum en Laren, geldt bronscheiding ook voor Eemnes. Wij willen juist binnen BEL-verband zoveel mogelijk optrekken qua beleid. Een ander systeem past daar dus eigenlijk nog niet in. Gezien de jaarlijkse meerkosten voor nascheiding en onzekere richting van het rijksbeleid is er vanuit de GAD geen aanleiding om gemeenten te adviseren om de overstap naar nascheiding op dit moment te maken. Luisterend naar de uitleg van onze wethouder met de argumentatie dat de geraadpleegde consultant niet van plan is om op dit moment een standpunt in te nemen over de bron- of nascheiding en te vroeg investeren een risico met zich meebrengt, plus nascheiding volgens ons college op dit moment duidelijk duurder

is, plus de milieueffecten nog niet duidelijk zijn en er is geen milieukwaliteitsvoordeel, er nog veel onzekerheden zijn met betrekking tot Europese wet- en regelgeving, veel plastic bron- of nascheiden afval wordt verbrand en Nederland te klein is voor alle apparatuur voor nascheiding, heeft Hart voor Blaricum de conclusie getrokken dat dit niet het juiste moment is voor nascheiding van het PMD afval. Op 27 juni zullen we het weten, dan hakt het algemeen bestuur van de regio definitief deze plastic knoop door. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Dobber van de VVD. Mevrouw Dobber: Ja, ben ik te verstaan?. Ja. Wij beginnen ons verhaal in de keuken. Uit een onderzoek blijkt namelijk, even een andere bril opzetten, dat de keuze om wel of niet afval te scheiden hier wordt gemaakt. Op deze plek maken we de afweging om gedrag of routines vast te houden of aan te passen. We hebben het hier niet over een keuken, maar we hebben het over de keukens van 245.000 inwoners van de regio Gooi en Vechtstreek. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb een kleine PMD bak in de keuken, een grotere in de bijkeuken, en een grote oranje container buiten staan. En ik kan mij heel goed voorstellen dat dit voor veel mensen te veel is van het goede.

Daarbij staan er intussen minimaal vier containers in de voor- of achtertuin die niet echt de leefomgeving in onze gemeente verfraaien. Integendeel. Soms moet je een weg banen tussen allerlei vuilcontainers door, voordat je de voordeur ergens hebt bereikt. In ons VVD verkiezingsprogramma stonden wij dan ook kritisch tegenover de PMD afvalbak. Gmeenten zijn sinds 1 juli 2020 wettelijk verplicht om een aantal afvalstromen gescheiden in te zamelen, waaronder plastic, metalen verpakkingen en drankkartons. En dat scheiden van afval doen wij in onze regio helemaal niet slecht. Om glas gescheiden aan te leveren, sparen we zelfs thuis het glas op en brengen we dat glas naar de glasbak elders in de wijk. Daarmee verwachten we nogal wat van onze inwoners, maar dat wordt massaal gedaan. Dat vinden we intussen zo normaal, dat wij ons als VVD niet kunnen voorstellen dat inwoners bij de keuze van nascheiding ineens gaan denken stoppen hiermee. We gaan het helemaal anders doen als de PMD in de restbak mag. Dus de angst dat gft en papier, wat veel gemakkelijker is te scheiden trouwens, ineens bij de keuze van nascheiding niet meer gescheiden worden, lijkt ons wel erg negatief ingestoken. PMD is wel een lastige grondstofstroom om goed te scheiden.

Voor het succesvol scheiden van afval en het behalen van de zogenaamde vangambities, zijn we afhankelijk van kennis en de scheidingsbereidheid van inwoners en de technische technologische ontwikkelingen. Het is voor inwoners niet altijd even duidelijk welk verpakkingsmateriaal in de oranje container, en welke in de container voor het restafval moet worden weggegooid. Door onvoldoende kennis verdwijnt daarom veel plastic materiaal in het restafval en wordt dan onnodig verbrand. Ook het PMD afval wordt vervuild door plastics die daarin niet thuishoren. Naast een huidig afkeurpercentage van 5.3 procent, hebben we ook te maken met een afnemende scheidingsbereidheid van inwoners. Helaas is de trend daarvan dalende en dat betekent dat er ook daardoor PMD verdwijnt in het restafval. De inzet is nu juist dat we het restafval moeten reduceren. Zodat er zo weinig mogelijk afval in de verbrandingsovens terechtkomt. Nascheiding levert daarom zowel financiële winst als milieuwinst op. In 2020 is besloten dat de keuze voor bron- of nascheiding nog vier jaar zou worden uitgesteld, omdat de kosten te hoog waren destijds en er op dat moment een zeer gunstig verlengingscontract van vier jaar kon worden afgesloten.

Nu de mogelijkheid is ontstaan om de verwerkingscontracten voor de PMD en het restafval tegelijkertijd te laten aanbesteden, is dit het moment om in onze ogen te gaan kiezen voor een langjarig nascheidingscontract en niet voor een relatief korte periode door te gaan met bronscheiding. Door een korte duur wellicht financieel minder aantrekkelijk. De vraag is daarbij ook of er over zes jaar voldoende nascheidingscapaciteit is gerealiseerd om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Want naast de verwerking van bedrijfsafval dat toeneemt, gaan ook steeds meer gemeenten over op nascheiding. Er wordt hoog ingezet op een kostenverschil tussen bron-en nascheiding. Uit een

tegenonderzoek dat de gemeente Gooise meren samen met Hilversum in 2021 heeft laten uitvoeren, blijkt dat er nogal wat twijfels zijn over de kostenanalyse van KplusV. De geleerden zijn het dus niet geheel eens over de extra kosten die nascheiding met zich meebrengen ten opzichte van bronscheiding. De eenmalige kosten bij een overgang naar nascheiding bedragen volgens KplusV voor onze gemeente ruim 38.000 euro, hetgeen neerkomt op 3 euro per persoon. De jaarlijkse extra kosten bij nascheiding komen neer op ruim 33.000 euro, oftewel 2,63 euro per persoon. U kent de VVD als een partij die altijd goed op de centen let en voorzichtig is met lastenverhogingen. En toch rollen wij bij deze bedragen niet van onze stoel. Te meer als we ons realiseren dat we bij de huidige bronscheiding veel meer afhankelijk zijn van allerlei variabelen die jaarlijks de afvalstoffenheffing bepalen. Dat leidde in 2022 tot de verhoging van de afvalstoffenheffing van 18 procent. Voor meer personen huishouding kwam dat neer op een verhoging van 61,55 euro. En daar horen we nu niemand meer over. Een belangrijk onderdeel in het kostenvergelijk bron-nascheiding wordt bepaald door de bijdrage uit het afvalfonds. De laatste 10 jaar heeft het afvalfonds, namens het verpakkend bedrijfsleven, echter de vergoeding voor gemeenten steeds verder naar beneden bijgesteld en rekenen zij gemeenten meer af op kwaliteit.

Dus dit blijft kostentechnisch een grote, onzekere factor. En wat wil de inwoner? Ja, er zullen inwoners zijn die graag een persoonlijke bijdrage willen leveren aan een duurzame samenleving door middel van PMD scheiding. Maar de meeste mensen zullen blij zijn met het afschaffen van het scheiden van PMD afval. Voor het gemak alles in een restbak. Technologisch kunnen we nu al veel meer dan vier jaar geleden en die technologie staat ook niet stil. Alleen via technologie is nog milieuwinst te behalen. Dat concludeert ook het adviesbureau KplusV. Als VVD kiezen we voor een toekomstgerichte oplossing. Het is makkelijker om machines te programmeren dan om 245.000 mensen te instrueren. De overheid hoort het inwoners makkelijker te maken en niet moeilijker, een liberale gedachte volgens ons. Nascheiding van verpakkingsafval past hierbij. Voorzitter, wij hebben naar aanleiding hiervan een amendement samengesteld, waarin wij oproepen, althans waar wij in een zienswijze graag opgenomen willen zien dat wij nu moeten overgaan op nascheiding. Ik heb denk ik in mijn betoog de toelichting al enigszins aangegeven. Althans alle punten heb ik in ieder geval naar voren laten komen. Ik zou het besluit misschien nog even voorlezen voor de band. Als zienswijze in te dienen, dat wordt aangeraden om nu over te stappen op nascheiding. Eigenlijk is het maar een woordje verschil. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. U schrapt het niet. Dat lijkt me duidelijk. Dank u wel, als u de microfoon weer uit kunt doen, dan kan ik het woord geven aan de heer Uitendaal van D66. De heer Uitendaal: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal deze termijn ook meteen gebruiken om ons amendement in te dienen. Als eerste bron- of nascheiding van PMD? Dat is de vraag, of beter wanneer kiezen we voor bron-of nascheiding? De fractie van D66 vindt dat bij de te maken keuze, naast financiële afwegingen, het misschien wel zo belangrijk is milieu en duurzaamheid een rol te laten spelen. En dat vanzelfsprekend natuurlijk binnen redelijke financiële bandbreedte. Samen met het college vinden we dat voor de korte termijn te veel onzekerheden en beperkingen bestaan om nu een goed gefundeerde keuze te maken We pleiten er dan ook voor nu geen andere keuze te maken. In de niet nader gedefinieerde toekomst verwachten van een aantal onzekerheden zekerheden of hanteerbare uitgangspunten te kunnen maken. Denk aan een nationaal en Europese regelgeving, een heldere kostenstructuur voor CO2 uitstoot, een marktconforme prijzen voor nascheidingsinstallatie. Dus voor nu nog geen oude schoenen weggooien en met belangstelling de ontwikkelingen volgen op het gebied van duurzaamheidseffecten, regelgeving, prijsontwikkeling en marktaanbod. En dat was voor ons de aanleiding om motie A3 in te vullen.

Excuses voor de late indiening, dat had wat privé oorzaken. Het voorgestelde besluit als zienswijze te dienen dat wordt aangeraden nu niet over te gaan tot nascheiding willen we gewoon laten bestaan. Dat willen we aanvullen met daarnaast aan onze regio mee te geven dat de looptijd van het contract bij de nieuwe

aanbesteding maximaal vier jaar mag zijn, zodat de mogelijkheid wordt gecreëerd om uiterlijk 2028 opnieuw een keuze te maken, dan wel een definitieve keuze te maken, voor bron of nascheiding. De toelichting daarbij is op dit moment bestaat er geen duidelijkheid over de toekomst op het gebied van afvalinzameling. Denk aan de mogelijkheid van verplichte bron-of nascheiding. Er leven verschillende voorkeuren en die worden doorgaans met bronscheiding of overgaan op nascheiding. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de toekomstige kosten van beide varianten. Er is aangegeven dat het mogelijk bestaat een contract af te sluiten met een looptijd van vier jaar, met eindtijd 2030 en dat geeft de mogelijkheid tot het maken van een betere keuze voor bronscheiding of nascheiding in 2028. De in het beslisvoorstel verworden toelichting en kanttekeningen blijven voor de korte termijn nog steeds gelden ons inziens. Dat was ons termijn, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel. En misschien ook nog aangeven dat deze mede is ingediend door andere partijen ook. De heer Uitendaal: Ja, dan moet ik wel naar de officiële professie kijken. De voorzitter: Ja. Ik heb het hier ook staan. Ik heb gezien dat het CDA en PvdA/ GroenLinks deze ook heeft onderschreven en heeft aangegeven deze mede te willen indienen. Als ik daarmee correct ben. De heer Uitendaal: Dank u.

De voorzitter: Wie mag ik dan het woord geven? Mevrouw Boersen van De Blaricumse Partij. Mevrouw Boersen: Ja, voorzitter. Ik heb het niet zo netjes uitgeschreven als mijn voorgangers. Ik heb wel bedacht hoe ik zou beginnen. Bronscheiden of nascheiden, that’s the question. Wat moeten we doen? Wij hebben de discussie een beetje gemist in de RTG. Ik vind de setting namelijk in de RTG of in de commissievergadering wat makkelijker dan in zo'n hele grote zaal. Dus vandaar dat ik niet zo in de discussie op ga nu. Wij hebben een aantal argumenten waarom wij vinden dat we moeten blijven in eerste instantie bij het bronscheiden. Er zijn heel veel onzekerheden in het hele dossier. We hebben ons allemaal goed ingelezen en toch staan de meningen lijnrecht tegenover elkaar. Dat is natuurlijk heel bijzonder. Dat de ene kiest voor bronscheiden en de andere voor nascheiden met dezelfde argumenten als onderlegger. En datgene wat mevrouw Dobber naar voren brengt dat zijn eigenlijk alleen maar suggesties. Dat valt niet te bewijzen. Dus wat ons betreft wij gooien nog geen oude schoenen weg voordat we nieuwe hebben. En voordat we weten welke nieuwe we willen hebben. Dat is één. Het is nog te vroeg en te veel onduidelijk en daar vinden wij D66 ook op ons pad en anderen. Ik kom straks op het amendement van D66 nog terug. Tweede argument: het kost meer. Het kost twee keer acht ton meer.

Één keer acht ton op jaarbasisDe heer Oyens: Voorzitter mag ik even een kleine wijziging aanbrengen? Punt van orde. De voorzitter: Een pot van orde. Ja, gaat uw gang. Mijnheer Oyens. De heer Oyens: Het kost acht tonDe voorzitter: Dat is geen punt van orde mijnheer Oyens. De heer Oyens: Het klinkt veel, maar we hebben over de hele regio-

De voorzitter: Wij hebben inderdaad afgesproken dat een punt van orde elk raadslid mag indienen, maar dit is geen punt van orde. Dit is een tegenargument of een reactie. Dan hebben we afgesproken dat we één woordvoerder per termijn hebben. Dus dat is in dit geval voor u mevrouw Dobber. Als mevrouw Dobber een interruptie wil plegen, dan is ze daar welkom op. Maar ze mag ook zeggen ik wacht nog even tot mevrouw Boersen haar punt heeft gemaakt verder. Mevrouw Dobber: Ik wist niet dat ik ook in de eerste termijn mocht interrumperen. In eerste instantie ga ik straks wel even op de suggesties allemaal in. Acht ton. Ja dat lijkt ontzettend veel, maar als het 2,63 euro en 3 euro is per persoon, dan is dat een heel ander verhaal. En dit gaat over bedragen van per jaar. Dus ja, je kunt het wel enorm opblazen en het hebben over 798 euro en 738.000 euro. Dat lijkt veel, maar laten we toch even in proportie zien dat het voor Blaricum 38.000 euro en 33.000 euro is. Dus dat is toch even in een ander perspectief gezet. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord weer terug aan mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen: Jammer dat ik niet mocht uitspreken voorzitter, want ook ik heb de stukken gelezen. Het is inderdaad voor de hele regio. Twee keer acht ton. Één keer acht ton op jaarbasis en één keer eenmalig acht ton.

Dit neemt niet weg dat er wel 245.000 gezinnen zijn die dan meer moeten gaan betalen. Opgeteld zijn dat die twee keer acht. Nee 245.000 inwoners. De voorzitter: Ik zie weer een interruptie voor u. Mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber: Het zijn niet de gezinnen, het zijn de inwoners. De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen: Het derde argument, voorzitter. Dat vind ik eigenlijk het allerbelangrijkste argument. Op het moment dat wij met elkaar gaan zeggen gooi het maar in een bak, ik stel het heel erg plat, gooi maar weg, gooi alles maar in een bak, maakt niet meer uit, doe maar. Dan ben ik bang, het is een suggestie en u bent daar niet bang voor maar wij wel, dat het feit dat mensen weten dat ze moeten scheiden dat dat in feite minder wordt. Er zal ongetwijfeld dan in die bak, in dat restafval, ook afval komen wat je eigenlijk beter op een andere manier had kunnen afvoeren. Het maakt toch allemaal niet meer uit. Dus dat is het derde argument waarom wij zeggen dat wij nog steeds voorlopig blijven bij de bronscheiding. Tenslotte kunnen wij wel ons wat voelen bij het argument van D66 om vier jaar in plaats van zes jaar een contract aan te gaan. Wij vragen ons alleen af of een contract van vier jaar per jaar niet duurder zou zijn dan het contract van zes jaar. Ik weet niet of u daar in tweede instantie iets over kunt zeggen. U heeft natuurlijk ook geen glazen bol.

Maar dat is de enige angst die wij hebben. Als u zegt, even afhankelijk van uw antwoord, zullen wij uw amendement steunen. Dat is het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wie kan ik dan het woord geven? Mevrouw Claushuis van het CDA. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel voorzitter. We zijn bedolven onder allerlei brieven, meningen en insprekers over de voor- en tegenstanders. Er is voor heel veel te zeggen maar dat betekent ook dat het leeft en dat dit wil ook zeggen dat er een andere gemeentes deze week over beslist wordt. Dus wij zijn wel afhankelijk, want uiteindelijk beslist het GAD met de regio wat er wat er gaat gebeuren. Dus wij hebben uiteraard ook een belangrijke stem daarin, maar het is niet zo dat in de ene gemeente voorscheiding zal plaatsvinden en in de andere gemeente nascheiding. Dus dat wil ik even opmerken. Ook even nog terugkomend op wat mevrouw Boersen zei. In het rapport staat ook

dat de gedragsverandering veel te positief wordt ingeschat, maar dat er maar één procent afname is van het scheiden als je overgaat van bronscheiding naar nascheiding. Dus dat scheidingsgedrag is helemaal niet zo snel te veranderen. Wij hebben natuurlijk allemaal, tenminste bijna allemaal, een redelijk grote keuken waar we ruimte hebben om dingen te scheiden. Waar we ruimte hebben om alle bakken neer te zetten en dat dat bij de gemiddelde inwoner misschien niet zo is en dat we de mensen niet moeten overschatten. Tuurlijk is er een bewustwordingsproces en ik denk dat glas en papier, wat mevrouw Dobber ook zei, glas papier en gft dat dat gewoon heel duidelijk is en dat ook een heel duidelijk onderscheid is. Maar er is zoveel discussie over dat PMD dat je dus links en rechts ook hoort van ja waarom zal ik het nog doen want die zegt dit die zegt dat, dus mensen worden ook onzeker daarin. Dus ik denk dat op den duur en wij komen ook zelf uit een afvalverwerkingsbedrijf hebben gehad. Dus er is altijd vervuiling in, zeker als het ook aangeboden wordt naar de verwerker, dan moet er altijd nog een keer een scheiding plaatsvinden. Dus er zijn altijd handelingen te doen, ook al wordt het gescheiden ingezameld. Het kan nooit zo zijn dat die stroom helemaal schoon is. Dus die 5,3 procent die mevrouw Dobber noemde is zelfs nog na het inzamelen en dat het daarna nog een keer gesorteerd is.

Dan pas het aangeboden wordt aan de afvalverwerkers en er gaat nu alsnog heel veel naar Duitsland. Er zijn een aantal plaatsen in Nederland waar ontwikkelingen zijn voor nieuwe afvalverbranders. Dan wil ik ook nog bij noemen dat voor de calorische waarde, dat is ook weer een technisch verhaal, het belangrijk is om plastic in het afval te hebben, want het is een olieproduct en dat heb je nodig om te verbranden. Dus wij ondertekenen ook de motie van D66. Wij zijn op den duur zeker voor nascheiding, alleen denk ik dat het nu niet verstandig is omdat op hele korte termijn te doen. Eerst afwachten wat er zo in andere gemeentes gebeurt, wat er uiteindelijk op hoger niveau bepaald wordt, op Europees niveau, op landelijk niveau. Want daar zijn we ook van afhankelijk. Dus het heeft nu geen zin volgens het CDA om daar heel snel verandering te brengen, wat de VVD wil, dus wij zullen dat ook niet ondertekenen. Maar je moet het gewoon goed blijven monitoren. Er zijn veel technische ontwikkelingen, dus op den duur zal de conclusie waarschijnlijk wel zijn dat we overgaan op nascheiding. Dat is mijn bijdrage Mevrouw Boersen: Voorzitter, mag ik een vraag stellen aan mevrouw Claushuis? De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen: Ik heb heel aandachtig zitten luisteren naar uw betoog.

Ik was eigenlijk een beetje verbaasd over uw betoog, want u heeft 90 procent van uw tijd besteed aan aan te geven waarom we toch vooral moeten overgaan op nascheiden. U viel mij aan dat u zei van ja, het klopt niet wat u zegt en wij zijn sterk voor bronscheiden. En u geeft in het grootste deel van uw betoog aan we moeten gaan nascheiden. Kunt u daarop reageren? Waarom bent u toch een voorstander van bron- u gaat voor de zienswijze stemmen dat we moeten blijven bij bronscheiden. De voorzitter: Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel voorzitter. Wij zijn op den duur voor nascheiding. Om dat nu te veranderen lijkt ons niet een goed idee, omdat daar de contracten nog lopen en de nieuwe onderhandelingscontracten gaan plaatsvinden. Op den duur zal zijn vanaf 2028. Je kan nu wel zeggen van we gaan daar van allerlei actie op ondernemen om dat te veranderen. Maar ons standpunt is laat het nu even zoals het is. Laat duidelijk zijn wat uiteindelijk de uitkomsten zijn van allerlei bronnen en dan gaan we over op nascheiding. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Urk Dam.

De heer Van Urk Dam: Ik heb ook een vraag aan mevrouw Claushuis. Hoe weet u dit allemaal? Want blijkbaar weet niemand dit, maar u weet blijkbaar iets wat ik in ieder geval niet weet wat er gaat gebeuren. Daar ben ik wel heel benieuwd naar. De voorzitter: Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Als je alle stukken die we hebben toegestuurd gekregen en ook leest gewoon in de media, dan is er een sterke neiging naar nascheiding en het is ook gewoon praktisch denk ik beter. Maar nu ben ik even uw vraag kwijt. De heer Van Urk Dam, wilt u dit nog verder specificeren? De heer Van Urk Dam: Ja, ik lees ook heel veel maar er is nergens iemand die schrijft of het GAD of Milieucentraal die zegt van we gaan nu over op nascheiden want dat is veel goedkoper. Er zijn nog veel te veel onzekerheden. Dat vind ik mooi van het woord prudent van de VVD wat gebruikt wordt, laten we dan voorzichtig zijn met onze uitspraken. Laten we even pas op de plaats maken. De voorzitter: Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Dank u wel. Daarom ondertekenen wij ook mee met D66 om het nu te laten zoals het is, maar dat het toekomst waarschijnlijk anders zal zijn. Dus het is niet zo dat daar nu meteen actie wat ons betreft op ondernomen moet worden, maar dat we wel in de gaten moeten houden wat, ook vanuit hogerhand, beslist gaat worden.

Zeker vanuit de Europese Unie wat er straks voorgeschreven gaat worden, want die heeft ook een belangrijke stem. De voorzitter: De heer UitenDaal van D66. De heer Uitendaal: Ja, dank u wel voorzitter dat u dit debat alsnog eventjes mogelijk maakt. Een eerste reactie op de vraag vanuit De Blaricumse Partij. Ja, het is mogelijk dat een contract van zes jaar voor andere prijzen gaat gelden als voor vier jaar. Dat ga ik niet garanderen, maar het is mogelijk. Maar daarnaast zijn er heel veel andere variabelen die we niet in de gaten hebben. Of waar we nu geen uitspraak over kunnen doen en die misschien wel veel belangrijker zijn. Denk aan de kostenstructuur van CO2 uitstoot. Wat gaat er besloten worden? Wat gaat er nationaal besloten worden? Wat gaat er Europees besloten worden? Hoe gaat de markt voor nascheiding installatie zich ontwikkelen? Er is een trend van groei. Dat zou kunnen betekenen dat op termijn dat bijna een commodity wordt om een nascheidingsinstallatie deels te gaan huren. Er zijn dus zoveel onzekerheden waarvan we verwachten dat die op termijn zekerder worden, maar dat wil niet zeggen dat dat over vier jaar zeker wordt. Bovendien staat in de tekst van het amendement dat dat niet vier jaar wordt, maar maximaal vier jaar wordt om te kijken naar logische momenten waarop je een besluit kan nemen inderdaad.

Dus dat is reactie daarop en als belangrijk onderdeel, dat staat ook in het aanvankelijke betoog: ik denk, dat is de mening van D66, dat we het niet alleen maar moeten hebben over wat kost het en wat is het makkelijkste, maar we moeten ook goed mee laten wegen wat het effect is voor het milieu en voor de duurzaamheid. Dat zou zwaar moeten wegen. Niet alleen dat, maar het moet wel zwaar meegewogen worden. Dank u voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Dobber van de VVD. Mevrouw Dobber: Ja, even op meneer Uitendaal. Als u vooral wil inzetten op die milieuwinst, dan zou u heel snel moeten gaan nascheiden. Want de K- Hoe heet het bureau? KplusV zegt dat de enige manier om milieuwinst nog te verkrijgen is nascheiding. Dat is namelijk technologie. Dus voor de rest

krijg je dat namelijk niet meer voor elkaar. Integendeel. Milieuwinst gaat alleen maar achteruit omdat er meer vervuild restafval komt en we moeten juist van het restafval af. Dat zegt ook zowel de Europese Unie, als ons rijk zegt dat dat restafval moet juist zo klein mogelijk worden omdat dat namelijk verbrand wordt. Daar willen we in 2050 helemaal vanaf. Dus dat zijn gewoon feiten in de verkenning die al gekomen is vanuit het rijk. Ik heb antwoorden gezien vanuit de tweede, eerste kamer op vragen die gesteld zijn, staat ook duidelijk we gaan heen naar meer kwaliteit in plaats van kwantiteit en betekent gewoon dat we af moeten van dat restafval. Dat moet de inzet zijn en niet dat we zeggen we wachten nog even want we weten het allemaal nog niet. We hebben al vier jaar gewacht. We hebben al vier jaar geleden het besluit genomen dat we het uitstellen vier jaar. Daar zijn we dus nu en nu zeggen we dat we het weer vier jaar gaan uitstellen want we hebben nog geen 100 procent zekerheid. Ik kan u één ding zeker geven: we hebben over vier jaar nog geen zekerheid, want alles verandert. Er zijn continu technologische ontwikkelingen, dus wij zullen dan over vier jaar voor de derde keer deze hele discussie weer met elkaar gaan voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kukupessy wilde graag reageren. Mevrouw Kukupessy: Ja. Ik wil dan ook even op het amendement van de VVD ingaan.

U heeft gelijk. Er zitten veel PMD in het restafval. Maar voor ons is het veel belangrijker het mee milieubewust zijn, dus de bronscheiding moest blijven. De mooie variant die hier als variant genoemd wordt is, als u amendement kan wijzigen zou dat heel prettig zijn, als het amendement veranderd wordt in nascheiding van restafval. Dan ga ik met u mee. Maar de bronscheiding blijft voor mij centraal. De voorzitter: Dank u wel. De heer Uitendaal van D66. De heer Uitendaal: Ja. Daar moet ik natuurlijk op reageren. Dank u wel voorzitter. Dat het restafval zo minimaal mogelijk moet zijn, dat is een open deur. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. Dat staat niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat of op dit moment voor onze regio het handiger is om nascheiding te doen. Alleen al als je kijkt naar het effect voor milieu, voor duurzaamheid. Dat is nog geen gelopen race. Er zijn toch te veel andere variabelen die dat mede beïnvloeden. Van wat wordt er afgekeurd? Hoe werken de installaties? Hebben we een contract met een installatie? Voor wat voor periode gaat dat gelden? Dus nogmaals, door die opeenstapeling van andere factoren die ook mede een rol spelen, dat geeft vandaag de doorslag om te zeggen we gaan nog geen oude schoenen weggooien.

Dat kan betekenen dat op enige termijn in de toekomst, en die toekomst willen wij niet verschrikkelijk lang hebben dus het moet niet 10 jaar gaan worden, daarom willen zeggen we moeten de ruimte hebben om in ieder geval maximaal vier jaar overnieuw alle argumenten te kunnen wegen. Dan hoop ik ook dat er tegen die tijd het inderdaad zo is dat het nascheiding een commodity wordt, waar heel veel partijen een aanbod voor kunnen doen. Dat we dan kunnen overstappen en dat we dan met z’n allen samen kunnen overstappen en dan daarna niet meer hoeven over te stappen. Dat is wat ik wilde zeggen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Boersen van De Blaricumse Partij. Mevrouw Boersen: Even reagerend op mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber die stelt er wordt milieuwinst gehaald door na te gaan scheiden. Dat is haar stelling. Ik heb aan het einde van de bijeenkomst in de regio de vraag gesteld aan het bureau wat het rapport had geschreven. Kunnen jullie naast de kosten, want dat was aardig in beeld te brengen, maar kunnen jullie ook iets over milieuwinst zeggen? Wat heeft de voorkeur, bronscheiden of nascheiden? Zij lieten het antwoord in het midden. Dat konden zij op dit moment absoluut niet zeggen. Dat wil niet zeggen dat ze het in de toekomst niet kunnen zeggen, maar op dit moment nu dat wij het besluit moeten nemen, is daar nog

niks over te zeggen. Niks met zekerheid in ieder geval. En verder zegt mevrouw Dobber over vier jaar zitten we weer in dezelfde discussie. Dat zal dan over twee jaar zijn dan, maar ik ga ervan uit dan dat er dan minder onzekerheden zijn dan nu. Want het leven gaat voort en er zullen zekerheden komen op het gebied van de wetgeving, op het gebied van de technologie. Ik denk dan dat we een veel beter besluit kunnen nemen. Veel meer gefundeerd op feiten. De voorzitter: De heer Van Urk Dam was. De heer Van Urk Dam: Dank u wel. Ik heb eigenlijk een vraag aan wethouder Cornelis, als dat mag. Dat heeft te maken met het amendement van D66. Daar staat aangegeven dat het mogelijk bestaat om het contract af te sluiten met de looptijd van vier jaar, eindjaar 2030. De vraag is dan of die vier jaar die nu zijn opgelegd in het amendement wel haalbaar is in relatie tot wat in de zienswijze zoals ons is toegestuurd staat over synchronisatie contractuele termijnen. Of dat mogelijk is überhaupt. De voorzitter: Ik kijk eerst nog even want ik zag ook mevrouw Dobber die graag nog wilde reageren op u als collega’s. Geef ik u eerst nog het woord. Mevrouw Dobber: Ik reageer nog even op mevrouw Boersen. Want die had het over de onzekerheid vanuit het rijk dat er misschien gekozen moet worden voor bron- of nascheiding.

Op dit moment is het al zo dat er misschien al meer huishoudens in Nederland op nascheiding zitten dan bronscheiding. Het gaat om 90 gemeenten, maar het gaat ook om heel veel grote gemeentes. Dus ik vraag u denkt u dat het rijk zover zal gaan om al die huishoudens weer terug te laten gaan naar bronscheiding, omdat dat op een of andere manier beter zou zijn. Daarbij is in de wet milieubeheer de hele afvalscheiding neergelegd bij de gemeentes en betekent dat ook een wetswijziging. Dus denkt u dat dat een reële optie is dat alle gemeentes die intussen naar nascheiding zijn, met name grote gemeentes, misschien over een paar jaar weer allemaal terug moeten naar bronscheiding. Want dat is uw angst. De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen: Ik zou het willen beantwoorden met een wedervraag. Denkt u dat het rijk ons gaat verplichten om de bronscheiding af te schaffen en naar nascheiding te gaan? Het is om het even. Ik weet niet wat het rijk gaat doen. Dat zijn nou juist de onzekerheden waar ik het over heb. De voorzitter: Mevrouw Dobber Mevrouw Dobber: Ik denk niet dat we daar over twee jaar een uitspraak over krijgen. Dus dan kunnen we inderdaad eindeloos doorgaan met elkaar te zeggen we weten het nog niet zeker. Ik denk dat we een stap moeten gaan zetten. En die onzekerheden die zullen er altijd zijn.

Van Europa zullen er continu nieuwe regelgeving komen, dus wat dat betreft de emissie die gaat komen de CO2 emissie. Ik denk dat we op moeten passen dat als wij over een paar jaar, en dat zou dan over vier vijf jaar zijn, naar nascheiding willen gaan dat het nog maar de vraag is of er voldoende capaciteit is tegen die tijd. Omdat er veel gemeentes nu overstappen of eraan denken om over te stappen en het is steeds moeilijker door bestemmingsplannen, door de hele de hele situatie met de CO2 uitstoot, om overal capaciteit te krijgen, land te krijgen om überhaupt dit soort zaken neer te gaan zetten. Dat wordt ontzettend moeilijk in ons land. Dat betekent dat we daar allemaal mee naar het buitenland moeten anders. Dus de vraag is kunnen wij inderdaad voor de toekomst kijken om te zeggen vier vijf jaar, we kunnen zo ergens aansluiten. Dat is nog maar de vraag.

De voorzitter: Dank u wel. Dan zou ik naar het college. Ik zou voorstellen om richting het college te gaan. Mevrouw Boersen: Het wordt welles nietes dus laten we de discussie maar- wat mij betreft worden we het niet eens vanavond. De voorzitter: Het leeft en dat is natuurlijk ook zo. Dat is niet alleen hier, dat is natuurlijk ook in onze maatschappij. Dat is goed dat alle punten hier verwoord worden daarover. Maar ik zou dan nu het woord willen geven aan de wethouder met het preadvies over de twee amendementen en de vraag die daar nog uitstond van Hart Voor Blaricum. Wethouder Cornelis: Ja. Een preadvies. Wij blijven bij onze eerdere afweging. We hebben uiteraard een soortgelijke discussie moeten voeren. We willen zoveel mogelijk wegblijven van meningen van leaps of faith in dingen die onze burgers op hun nek krijgen. Ik zou heel erg kunnen uitbreiden over alles wat we gehoord hebben. Kosten. Ja, besef wel dat komt dan bovenop de kosten die we sowieso structureel of incidenteel ook nog zullen krijgen. Dus op die manier kun je alles klein maken. Ik vind het een beetje- daar gaat het niet om. Soms is de belangrijkste die ergens besproken moet worden degene die niet op papier staat. Het is in dit geval dat helemaal niemand zich wil branden aan het milieuvoordeel. Er is zelfs niemand die gezegd heeft dat het misschien maar een paar ton CO2 scheelt. Vinden wij vervelend.

We hebben heel veel verkiezingsprogramma’s bekeken. Ik de laatste tijd nog een paar extra want ook wethouders worden bestookt met voor en tegen. Die beloven allemaal een goedkopere wereld, goedkoper en milieuvoordeel. Over milieuvoordeel kunnen we niks anders zeggen van dat niemand durft te zeggen dat het beter is en het is duurder. Wij blijven dus bij de andere drie, vier punten. Daar hebben we in elk geval een objectief verifieerbaar punt waarvan we zeggen dat het zo is. Dus om die reden blijven wij daarbij. We hebben geen goede argumenten om te zeggen dat we het een goede beslissing vinden om iets anders te doen. Dus wij ontraden amendement A2 van de VVD. Dan over het tweede amendement, nummer A3. Daar hebben wij ook gesproken, kort helaas want het amendement had wat weinig tijd, over vier jaar en zes jaar. Wij denken dat omdat het hier een zienswijze betreft het signaal van de vier jaar duidelijk genoeg is. Mocht het zo zijn dat er dan een antwoord terugkomt van nee nee nee daar moeten we zes jaar doen, dan komt dat in het voorstel wat dan eventueel door de regio gedaan moet worden. Dan kunnen we daar opnieuw op reageren. Dus ik vind als u dat in gedachten mee houdt en u zich realiseert dat dit niet een opdracht is aan het college anders dan te verdedigen dat we een open oog moeten hebben voor ieder mogelijk milieuvoordeel.

Zeker als dat tegen geringe kosten afgewogen kan worden. Het mag zelfs wat meer kosten, wat mijn persoonlijke mening is, maar dat zullen we zien als de bedragen op tafel liggen. Maar zolang dat niet zo is, moeten we iedere keer blijven checken of die situatie veranderd is. Dan kan ik me heel goed voorstellen dat op een goeie dag de oplossing wel gevonden is. Die zou er technisch heel anders uit kunnen zien dan vandaag. Komt er allemaal aan. Dus wij zijn in principe eens met die kanttekening over let op misschien dat vier jaar niet mogelijk blijft, maar het is een zienswijze hier, wij geven dat mee. Daar zijn wij het eens met en nemen het amendement van D66, CDA, PvdA/ GroenLinks over. Dan heb ik en passantDe voorzitter: Dus amendement A3 een positief preadvies? Wethouder Cornelis: Ja. De voorzitter: Prima.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14235295/1