CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

20221025 Transcript Raad Blaricum

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst en transcript van de openbare raadsvergadering van 25 oktober 202214.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 25 oktober 2022 Aanwezig 14 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), mw. R.J.C. Beemsterboer-van Urk Dam, J. Landman, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD-fractie: VVD-fractie: R. Wiegel (fv), mw. A.L.C. Dobber-Spruijt (tevens waarnemend voorzitter), P.H. Oyens D66-fractie: P.M. Uitendaal (fv), M. van der Veen De Blaricumse Partij-fractie: Mw. E.J.M. Boersen-de Jong (fv), R.J.H. Kemperman PvdA/GroenLinks: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv) Waarnemend voorzitter en griffier: mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, waarnemend voorzitter mw. T.D. de Jong, griffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. J.M.G. Lanphen, F.C. Cornelis Afwezig: CDA: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Voorzitter: mw. J.N. de Zwart-Bloch

Bespreekstukken 1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Hartelijk welkom bij deze raadsvergadering van 25 oktober in de raadzaal van Eemnes. Ik heet u allen van harte welkom, ook thuis, in de zaal. Ik heb begrepen dat er een aantal teamleiders van de BEL Combinatie ook hier in de zaal zijn. Fijn dat u er bent, hartelijk welkom. De voorzitter die normaal hier zit is onze burgemeester, Joan de Zwart, en zij is helaas verhinderd en vandaar dat u het vanavond met mij moet doen, waarnemend voorzitter van de raad. Mijn naam is Christien Dobber en ik ben benoemd tot waarnemend voorzitter in het geval onze voorzitter van de raad niet aanwezig kan zijn. Voor de duidelijkheid, ik ben raadslid en ik mag in principe gewoon stemmen als ik daar toe wil overgaan, dus dat is eventjes de regels die zo zijn vastgesteld. Dit was de opening. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: De vaststelling van de agenda, dat is punt numero twee, gaan we meteen mee door. Ik weet niet of er nog raadsleden zijn die iets willen inbrengen wat betreft agendapunt twee, vaststellen agenda. Amendementen worden straks ingediend bij het programmapunt. Er zijn twee amendementen die zijn ingediend intussen, althans ingediend, die zijn rondgestuurd door onze griffier

1

en nee het zijn er drie en twee moties. Die gaan we straks indienen tijdens het agendapunt. Ik zie dat er geen voorstellen zijn met betrekking tot deze agenda. Had ook niet verwacht, want we hebben in principe maar één belangrijk agendapunt, namelijk de begroting vanavond. 3. Mededelingen De voorzitter: Dan wil ik doorgaan met agendapunt drie, de mededelingen. Ik weet niet of er vanuit het college … sorry. Ik vergeet nog één iemand. Heel goed. Mevrouw Claushuis van het CDA is helaas ook verhinderd vanavond, dus daar zult u niemand zien zitten. De mededelingen. Zijn er vanuit uw raad nog mededelingen? Niet. Uit het college? Ook geen specifieke mededelingen. 4. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 gemeente Blaricum (fin. en alg. beschouwingen, per fractie 5 tot 10 min max.) De voorzitter: Dan gaan we meteen door naar het belangrijkste programmapunt vanavond. Dat is de programmabegroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026. U heeft voor deze financiële en algemene beschouwingen per fractie vijf tot maximaal tien minuten. Die hoeft u niet vol te praten, maar u heeft daartoe wel het recht. Dat is inclusief het indienen van amendementen en moties. Er is altijd in deze raad een afspraak wat betreft de spreekvolgorde van de fracties en dat gaat, de eerste is altijd de oppositie, om en om, oppositie, coalitie en van groot naar klein.

Dat betekent dat we beginnen met De Blaricumse Partij vanavond. Daarna Hart voor Blaricum om eventjes duidelijk de volgorde alvast neer te leggen voor iedereen, dat die zich kan voorbereiden. Partij van de Arbeid/GroenLinks is nummer drie, VVD nummer vier en tot slot D66, de heer Uitendaal. Ik wil eigenlijk meteen beginnen bij mevrouw Boersen, De Blaricumse Partij. Doet u de aftrap en dient u ook meteen de amendementen en moties in die u heeft. Gaat uw gang. Mevrouw Boersen-de Jong: Dank u wel voorzitter. Algemeen. De Blaricumse Partij wil beginnen met het bedanken van het college en de ambtenaren voor hun inspanning om deze heldere begroting op tijd aan ons aan te bieden. De programmabegroting voor 2023 en de meerjarenraming ’24 en ’25 zijn sluitend en in evenwicht. Het college meldt dat het lastige tijden zijn, dat geldt ook met name voor onze inwoners. Helaas merk je daar niet zoveel van in deze begroting. De lokale lastendruk wordt verhoogd en dit is onbegrijpelijk voor ons, omdat de inkomsten van de gemeente circa 800.000 euro hoger zijn dan de uitgaven. Dit overschot wordt weer, wordt aan het toch al zeer hoge saldo van de algemene reserve, nu al 21 miljoen, toegevoegd. Ook in de komende twee jaar is er een overschot voorzien.

Alleen in 2026 is dat niet het geval, maar de wethouder stelde ons gerust dat door de verwachte verhoging van de algemene uitkering in 2026 er toch sprake zal zijn van een aanzienlijk financieel overschot. Niet voor niks formuleerde de wethouder destijds ‘In Blaricum klotst het geld tegen de plinten.’ Het bovenstaande zorgt ervoor dat Blaricum een enorm weerstandsvermogen heeft opgebouwd. De herkende risico’s, de erkende risico’s, de herkende risico’s kunnen maar liefst veertien keer gedekt worden door het aanwezige weerstandsvermogen. Let wel, twee keer is de vereiste, de minimale vereiste. Reserves en voorzieningen. Zoals gezegd, kijkend naar de balans van Blaricum, kan je niet anders dan concluderen dat er veel geld is om eventuele risico’s op te vangen. Het saldo van de algemene reserve samen met de bestemmingsreserves bedraagt aan het einde van dit jaar bijna 50 miljoen. Daar komt dan nog bij de verbetering van het resultaat in de begroting 2022 van 1,9 miljoen, dus de beginstand is 51,8 miljoen. Toch blijft Blaricum maar doorpotten. Begrotingsoverschot 2023, wederom een overschot, 0,8 miljoen. Lokale heffingen. Gezien onze zojuist geschetste buitengewoon florissante financiële positie, zou je verwachten dat de inwoner van Blaricum in 2023 niet zwaarder belast hoeft te worden dan in 2022. Dat kunnen we ons ruim veroorloven.

Ook veel van onze inwoners hebben het thans financieel zwaar, zoals gezegd. Edoch,

2

het college stelt voor de gemiddelde lastendruk voor volgend jaar toch met 104 euro gemiddeld te verhogen. De vergelijking, ik heb een vergelijkend warenonderzoek gedaan, onder andere met onze buurgemeente Huizen, die zit krapper bij kas dat Blaricum, neemt genoegen, Huizen neemt genoegen met 14 euro verhoging. Let wel, het was dus 104 in Blaricum en 14 in Huizen. De verhoging van de Blaricumse lokale belastingdruk bestaat hoofdzakelijk uit twee elementen. 5,4 procent OZB-verhoging en 62 euro verhoging voor afvalstoffenheffing. Middels een amendement, waarvoor wij de steun vragen van onze collega’s, willen we de OZB-verhoging van 5,4 procent en de afvalstoffenheffing achterwege laten, inclusief de rioolheffing. Met andere woorden, onze inwoners die het nu heel erg moeilijk hebben willen wij dit jaar een keer ontzien. Belangrijk onderdeel van de voorliggende begroting is een gevraagd bedrag van ruim zeven ton euro. Dit bedrag is bedoeld om aan de BEL organisatie een kwaliteitsimpuls te kunnen geven. Hiermee moet de BEL organisatie weer toekomstbestendig worden. Deze forse investering juichen wij van harte toe. We weten er nog niet alles van, maar we gaan ervan uit dat het college ons binnenkort meer inzicht verschaft in waar het een en ander voor uitgegeven wordt.

Voorzitter, ik wil nu graag het woord geven aan mijn collega, de heer Kemperman die zijn bijdrage zelf zal voorlezen. De voorzitter: Heeft u dan daarmee het amendement ingediend, dat eerst amendement? Mevrouw Boersen-de Jong: Nou ik dacht dat ik dat had gedaan, maar ik wil dat dan alsnog nog wel even officieel doen. Het is een amendement inhoudende dat de lastendruk dit jaar niet hoger zal zijn dan vorig jaar. Dat is in het kort. De voorzitter: Oké dank u wel. Dat is amendement numero één. Blaricumse Partij, lastenverlaging voor 2023, hierbij ingediend. Dank u wel. Dan gaan we nu, er is nu, ja u wilt het vervolg doen? Oké, gaat uw gang. De heer Kemperman: Dank u wel voorzitter. Deze jonge, deze coalitie heeft gesteld dat in het beleid van deze periode een jongerenraad zou worden gevormd. Helaas hebben we door de hele begroting geen plannen kunnen ontdekken die in die richting wijzen. Er wordt alleen maar enkele keren gemeld dat jongeren zullen worden betrokken bij sommige plannen. Een jongerenraad biedt nog nietkiesgerechtigde jongeren de mogelijkheid om toch hun stem te laten horen en ook in zaken waarbij ze niet betrokken zijn. In de RTG heeft de wethouder getracht aan te geven hoe het college in deze zaak zit. Zij gaf aan dat bij de jongeren in de JOP navraag was gedaan over een dergelijke jongerenraad.

DBP vond de discussie hierover nog niet afgerond en het antwoord op de schriftelijke vraag was ook zeer teleurstellend. De Blaricumse Partij vraagt zich ook af bij welke JOP de informatie door het college is opgehaald of dat in het oude, want in het oude dorp is geen JOP. In de Bijvanck waren er twee. Eén in het park bij het winkelcentrum de Bijvanck en één bij de halfpipe. Die laatste wordt maar zeer zelden gebruikt en dan vaak alleen nog om te dealen. De JOP in het park bij het winkelcentrum Bijvanck is geruime tijd voor het aantreden van dit college gesloten en de gebruikers waren veelal Huizense jongeren. Signalen aan DBP uit het oude dorp geven een ander beeld dan de wethouder heeft. Wij dienen dan ook onze aangehouden motie uit een vorige raadsvergadering opnieuw in om deze jongerenraad alsnog te realiseren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kemperman. Hiermee is de motie M1, sorry M2, De Blaricumse Partij, jongerenraad is ingediend. De heer Kemperman: Dank u wel. De voorzitter: Dan is er zoal een amendement als een motie door De Blaricumse Partij nu …

3

De heer Kemperman: Dat klopt. De voorzitter: Ingediend. Prima. De heer Kemperman: Mag ik het nog afmaken? De voorzitter: U mag het afmaken. De heer Kemperman: Het sociaal domein, eigen bijdrage huishoudelijke hulp. Het sociaal domein blijft een geldverslinder voor de gemeente. Het college wil het gebruik van huishoudelijke hulp aan banden leggen door eigen bijdrage te heffen naar inkomen. De Blaricumse Partij kan zich daar niet in vinden. Vaak worden senior getroffen die niet zonder deze hulp kunnen en bovendien is het wettelijk niet toegestaan. Er zou meer aandacht moeten worden besteed aan het toekennen van deze huishoudelijke hulp, zodat inwoners die het echt nodig hebben deze hulp ook krijgen. Daarmee is dan te voorkomen dat de huishoudelijke hulp gaat functioneren als een vervanger van de interieurverzorgster. De staatssecretaris die hierover gaat heeft aangegeven dat de hiervoor noodzakelijke wetswijziging niet voor 1 januari 2025 wordt ingediend. Als we dan kijken naar de senioren is er geen beleid opgenomen voor senioren. De Blaricumse Partij vindt dat heel triest. Het is van belang om deze grote inwonersgroep en groeiende inwonersgroep niet aan zijn lot over te laten. Belangrijk daarbij is dat de buitenruimte van het dorp zodanig worden ingericht dat de senioren zich makkelijk en veilig kunnen bewegen. Ook de veiligheid binnenshuis mag daarbij niet worden vergeten.

Het gebruik van social media is aan te raden, alhoewel niet alle senioren hierop zijn aangesloten. Dan praten we over het armoedebeleid. Het herkennen van armoede is een complexe zaak. Veel mensen willen niet weten dat ze in armoede leven en het bestuur van de ‘…’ zich dan tot het uiterste moeten inspannen om een dergelijke situatie te herkennen. Dan heb ik als laatste punt de bijstandsuitkering. Het college wil inwoners van een bijstandsuitkering geld laten bijverdienen zonder hen te korten op hun uitkering. De Blaricumse Partij sluit zich daarbij graag aan. In deze moeilijke tijden willen we de minstbedeelde inwoners toch een extra mogelijkheid bieden om zelf de armoede te vermijden. Wel is het een punt dat de kaders hiervan duidelijk worden vastgesteld. Wie mag wel en wie mag er niet en binnen het rijk van welk inkomen is het toegestaan? Ook moeten we nagaan hoe we een groep die tussen wal en schip valt, dus tussen de 120 en de 150 procent van het bijstandsniveau, kunnen laten profiteren van deze maatregelen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kemperman. Dan wil ik doorgaan naar de volgende, Hart voor Blaricum, de heer Pel, gaat uw gang. De heer Pel: Dank u wel voorzitter. De eerste begroting in de nieuwe raadsperiode.

Allereerst bedankt Hart voor Blaricum het college en de ambtenaren voor het vele werk dat tot deze uitgebreide en inzichtelijke boekwerken heeft geleid. Ook de verhelderende vragen en uitlegbijeenkomsten voor financiële fractiespecialisten heeft aan de nodige duidelijkheid bijgedragen. Het lijkt zo onderhand vanzelfsprekend dat Blaricum alsmaar florissante begrotingen en jaarcijfers tovert. De financiële indicatoren voor Blaricum kleuren wederom groen en dat is zeker geen wetmatigheid in gemeenteland. Voorzitter, het moge duidelijk zijn dat de begroting van 2023 en verder meer dan sluitende resultaten laat zien. Voorzitter, toch wil Hart voor Blaricum kanttekeningen plaatsen bij een aantal zaken. Onze inkomsten zijn in belangrijke mate afhankelijk van de algemene uitkering van het Rijk. Tijdens besprekingen van de kadernota in dit voorjaar waren we nog in mineur voor wat betreft deze bijdrage en zagen we de bezuiniging, bezuinigingswolken al samenpakken boven Blaricum. Met de recentelijke circulaires klaarde de lucht op en zagen we het begrotingszonnetje weer schijnen. Het geeft wel aan hoe wispelturig deze bron van inkomsten voor gemeenten is. Alleen al het woord

4

ravijnjaar doet de nietsvermoedende burger huiveren, maar uiteindelijk overheerst het gevoel dat de financiën van Blaricum door en door gezond zijn. Wel moet daarbij aangetekend worden dat het verschil algemene begroting en sluitende structurele begroting aanzienlijk is. Het structurele begrotingsresultaat laat niet veel ruimte om pot te verteren, zoals sommige partijen voorstellen. Een positief resultaat zoals nu voorligt verhult overigens wel dat veel programma’s uit de begroting forse stijging in kosten te zien geeft. Deze zijn niet altijd terug te voeren op inflatie en autonome ontwikkelingen. Sociaal domein spant daar de kroon met toename van negen ton. Uiteraard verklaarbaar en in de aard van de problematiek, het is immers een openeindregeling, lastig beïnvloedbaar, maar wederom zorgelijk. De stevig aangevulde reserve sociaal domein vormt zeker geen overbodige luxe. Hart voor Blaricum stelt voor hier op een later moment met de raad nog eens nadrukkelijk in te zoomen en het normatieve kader van diverse regelingen te kunnen bespreken. De financiële versterking van de BEL juicht Hart voor Blaricum van harte toe. Hiermee zal onze ambtenarenorganisatie in staat gesteld worden de dienstverlening naar onze inwoners op het gewenste niveau te kunnen brengen.

Daarnaast zal een motiverende en inspirerende werkomgeving van invloed zijn op het behoud van personeel en werving naar nieuwe collega’s. Hiermee is een forse investering van de drie gemeenten gemoeid, maar we doen dit om onze zelfstandigheid te handhaven en voor de toekomst te verzekeren. Hart voor Blaricum is geen voorstander om als raad gedetailleerd de investeringen te beoordelen op nut en noodzaak. Wel willen wij de voortgang kunnen monitoren op basis van heldere prestatie-indicatoren. Dan nog even over de inkomsten, kosten van de leges. Jaar op jaar zien we de opbrengsten teruggelopen. Met name bouwleges met het grootste aandeel zal daar door de voltooiing van de Blaricummermeent minder opbrengst genereren. De kostendekkendheid is nu al geraamd op een schamele dertig procent. Dat was in voorgaande jaren aanzienlijk meer. Het is in dat verband merkwaardig te constateren dat de lasten en overhead van die leges, de totstandkoming daarvan, onverminderd hoog blijven, terwijl de inkomsten uit leges drastisch teruggelopen. Er loopt al een onderzoek naar wij begrijpen om hier verbetering in aan te brengen en we gaan daar in december nog eens de vaststelling van de leges waarschijnlijk tegemoet zien. Wat Hart voor Blaricum nu al wil meegeven is de leges voor bomenkap. Blaricum hanteert voor het kappen van 1 tot 3 bomen eenzelfde tarief van ongeveer 150 euro.

Waarom niet beprijzen per boom in plaats van groepen bomen tegelijk. Daarnaast willen wij, met het recente voorval van de ongewenste kap aan de Stichtseweg dat aanvragen voor kapvergunningen zorgvuldiger, groener dus, beoordeeld worden en handhaving bij de uitvoering actiever wordt gevolgd. Bomen nemen een steeds belangrijkere plaats in voor natuur, klimaat en onze leefomgeving. De lastenontwikkeling voor inwoners en huishoudens wordt behoudens inflatiecorrectie in deze begroting goed bewaard. Uitzonderingen hierop, uitzondering hierop vormt de afvalstoffenheffing voor huishoudens. De flinke stijging in de kosten voor verwerking van afval door het GAD heeft in 2022 gezorgd dat zonder ingrijpen deze heffing explosief zou stijgen. In vorige begroting is besloten dat effect niet ineens te nemen, maar een gewenning in te bouwen. Voortzetting hiervan is in de begroting van 2023, die nu voor ons ligt, nagelaten, met als gevolg een verhoging van de heffing voor één- tot meerpersoonshuishoudens van respectievelijk 31 en 62 euro. Hart voor Blaricum zal namens de coalitie een amendement indienen om deze verhoging te halveren en daarmee de gemoeide kosten ten laste van de begrotingsraad te brengen. Het aannemen van dit amendement zal Hart voor Blaricum … Met het aannemen van dit amendement zal Hart voor Blaricum de begroting goedkeuren.

We spreken ons vertrouwen uit in deze begroting als een stevig fundament voor de verwezenlijking van onze ambities uit het coalitieakkoord. Dan wil ik het amendement even indienen waar we het over hadden ten aanzien van de gewenning afvalstoffenheffing en zoals ik al even zei, die bestaat eruit dat wij de verhoging die nog overblijft voor het komende jaar, 2023, dat die verhoging gehalveerd gaat worden, dus respectievelijk die 31 en 62 euro wordt gehalveerd naar 15,50 en 31 euro. Dat is nog steeds een stijging, dat ben ik, zijn we ons van bewust, maar het is nu eenmaal zo dat zowel voor riool als vooraf afvalstoffenheffing het gebruikelijk is dat we deze omslaan naar de

5

inwoners en we willen dat in ieder geval enigszins afvlakken, dus wij zullen op termijn wel weer op een normale honderd procent omslag terugkeren. Voor het jaar 2024, begrotingsjaar, zou een dergelijke gewenning nog kunnen zijn, maar die willen we als dan gaan vaststellen en niet nu. Dat even ten aanzien van het amendement. De voorzitter: Dank u wel de heer Pel. Hierbij heeft u ingediend amendement A2. Ingediend door Hart voor Blaricum, VVD en D66. Gewenning afvalstoffen. Hierbij genoteerd. Dan wil ik doorgaan naar mevrouw Kukupessy, Partij van de Arbeid/GroenLinks, gaat uw gang. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Geachte leden van de raad, geacht college en geachte voorzitter. Allereerst gaat onze dank uit naar de ambtenaren en het college voor deze begroting die financieel mooi in evenwicht is. We maken ons er wel zorgen om, want het gaat niet zo goed met de wereld en met Nederland. De biodiversiteit neemt sterk af, de twee gradengrens van de opwarming van de aarde wordt al niet gehaald, er zijn grote problemen met name in energieschaarste, mede het gevolg van te weinig investeringen in alternatieve, duurzame energie en het gebrek aan een langetermijnvisie. De kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter. Er liggen grote onopgeloste dossiers, onder andere over stikstof, de gaswinning in Groningen, de toeslagenaffaire enzovoort.

Met Blaricum gaat het financieel goed. We hebben een schuldquote van 120 procent, wat zoveel wil zeggen als dat we helemaal geen schulden hebben, in tegenstelling tot vele andere gemeenten. Ook de langjarige begroting ziet er gunstig uit. Genoeg ruimte voor investeringen zou je zeggen. Investering in het milieu, in de lokale zorg en betere bescherming van de minder draagkrachtige mensen in ons dorp. De voorliggende begroting is echter alleen gunstig vanuit economisch perspectief, maar niet gunstig vanuit het perspectief van een bijstandsmoeder, ook niet gunstig vanuit het perspectief van een klimaatdeskundige en niet gunstig gezien vanuit het perspectief van een zorgverlener. Met het plan om de OZB te verlagen geeft deze coalitie een duidelijk signaal af. Ze willen de lasten van de huizenbezitters verlichten. Hiermee worden de mensen die toch al over geld beschikken verder bevoordeeld ten opzichte van de mensen die in huurwoningen wonen. Deze coalitie vergroot de kloof tussen rijk en arm in ons dorp. Dit is onacceptabel voor PvdA/GroenLinks en wij vragen ons af hoe dat nou kan. Wat kunnen we verwachten van een coalitie als er één zinnetje over armoedebestrijding staat. Het aanstellen van een budgetcoach. Er zijn minimale maatregelen op het gebied van klimaat en energie gepland.

Wat gebeurt er met de jarenlange onderzoeken en verzoeken van de Denktank A27 voor nader onderzoek naar geluidsoverlast en fijnstof? We gaan een moeilijke tijd tegemoet. Vergrijzing, vluchtelingen, energie, klimaat, armoede, veiligheid, onderwijs en zorg. Allemaal zaken waar drastische maatregelen genomen moeten worden, maar wat doet deze coalitie? Ouderwetse, kortetermijnpolitiek die op geen enkele manier bijdraagt aan een duurzame langetermijnvisie waarin we een stabiele, gelijkwaardige samenleving vormen. Nee, het beste waar deze coalitie mee kan komen is met het vergroten van de kloof tussen arm en rijk. We moeten echt veranderen. We kunnen niet op dezelfde manier doorgaan. Dat moet wel tot deze raad doordringen, anders worden de beslissingen voor ons genomen, door de natuur die het niet langer volhoudt, door sociale onrust vanwege de toenemende ongelijkheid, afnemende zorg en slechter onderwijs. Dat betekent dat we moeten investeren in lange termijn maatregelen en leiderschap moeten tonen. Anders voorstellen wij een sombere toekomst. PvdA/GroenLinks zal tegen de begroting stemmen zoals die nu voorligt, maar ondanks onze felle kritiek willen we altijd in gesprek blijven. Kennis ontstaat immers op het grensvlak van culturen en meningsverschillen, maar het moet wel duidelijk zijn dat we niet op deze manier verder kunnen gaan en we moeten veranderen.

Wij dienen een motie in over afvalstoffenheffingen, omdat een tijdelijke lastenverlichting niet bijdraagt aan structureel minder afval en een structurele lagere afvalheffing. Dank u mevrouw de voorzitter.

6

De voorzitter: Dank u wel mevrouw Kukupessy. U heeft motie M1 ingediend. Partij van de Arbeid/GroenLinks, onderzoek minder afval genaamd. Dank u wel. Dan ga ik door naar de VVD, de heer Wiegel, gaat uw gang. De heer Wiegel: Ja voorzitter dank u wel. Ik ga niet over doen wat anderen al hebben gezegd, dan wel wat in RTG-verband of tijdens raadsinformatieavonden is besproken. Edoch eerlijkheid dwingt te zeggen dat wij in onzekere tijden leven, die een enorme wissel trekken op ons land, maar ook op Blaricum. We gaan van de ene crisis naar de andere in een tijdsbeslag wat steeds sneller gaat. Mensen krijgen steeds kortere lontjes en het inflatiespook komt nu ook al op ons af en het zal ons in de portemonnee treffen en dan als laatste het terugdringen van stikstof, bouwstoppen ten gevolge en de afschuwelijke oorlog in Oekraïne, om er nog maar een schepje bovenop te doen. Ik zou graag een aantal observaties met u willen delen. We krijgen een sluitende begroting voorgelegd en een meerjarenbegroting die nu naar wij begrepen van de wethouder dat het ravijnjaar geen wordt maar gewoon een woestijnjaar. We kunnen gewoon doorlopen in 2026. Prima zo. Er is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 5,4 procent. Misschien iets te weinig, maar op zichzelf geen overkomelijk bezwaar. Onze financiële positie is robuust, maar waakzaamheid blijft geboden. Waakzaamheid blijft geboden.

We hebben in het voorjaar gezien hoe snel en volatiel de terugmeldingen van de regering kunnen zijn, dus in die zin moeten we altijd voorzichtig zijn. De structurele ruimte is beperkt. Onze BEL Combinatie wordt versterkt, hetgeen een positieve uitwerking moet krijgen op de ambtenarenretentie en klanttevredenheid. Prima zo. De OZB gaat afgezien van de inflatiecorrectie niet omhoog en de uitgangspunt wat leges is en blijft kostendekkendheid. Prima zo. Bijvanck en Bouwvenen staan in de steigers voor verbeteringsslag. Gaat veel geld kosten. Prima zo. Toch hebben nog een aantal vragen voor het college en ook voor onszelf. Laat ik met dat laatste beginnen. Wanneer gaan wij als raad nou eens spreken met elkaar over het nieuwe Reglement van Orde. Dit loopt nu al een hele tijd en ik neem het ook mezelf kwalijk dat we daar toch te weinig aandacht aan hebben besteed. Ik denk als we burgerparticipatie serieus nemen, dan hoort dit soort zaken ook gewoon keurig afgehecht te worden. Er is een motie ingediend onder andere door ons, Hart voor Blaricum en D66 om een incidentele verlaging van de afvalstoffenheffing te doen. Dit lijkt ons gezien de financiële perikelen voor onze inwoners een goed en betaalbare geste. Burgerparticipatie blijft ons bezighouden. We zouden het college willen uitnodigen om waar mogelijk te starten met experimenten. Laten we een keer beginnen.

Experimenteren voor projecten waar een bijdrage van onze inwoners goed en nuttig is. Voorzitter, ik denk dat mevrouw Kukupessy dat al gezegd heeft. Armoedeval is nochtans aan de orde, maar mijn insteek is een iets andere. Mijn insteek is dat voor de absolute minima zijn er allerlei regelingen gemaakt, maar de VVD maakt zich met name zorgen over de middengroepen. Zij zijn de motor van de economie. Zij zijn de aantallen waar om het gaat. Zij, het vertegenwoordigt heel veel mensen en ze worden hard getroffen door het inflatiespook en de alsmaar stijgende energielasten. Onze regering is plannen aan het smeden en aan het voorbereiden, maar ik ben ook benieuwd naar hoe onze wethouder van Sociaal Domein hiernaar kijkt. Voorzitter. Er zijn nog twee onderwerpen die ik wil aanstippen. Het Stichtse Strand. Het Stichtse Strand. Mag ik er nu echt vanuit gaan dat volgende zomer, dus dat is 2023 en hopelijk wordt het weer een prachtige zomer, dat er een keurige strandtent staat, dan wel dat de projectontwikkelaar begonnen is? Zo nee, wat zijn onze opties dan eigenlijk? En als tweede, De Woensberg. De VVD heeft ook ingestemd met het mogelijk maken om voor twee jaar blijvende huisvesting voor de Oekraïense vluchtelingen mogelijk te maken, een afschuwelijk ordeal.

De heer Pel heeft al eens aandacht gegeven, heeft hier al eens aandacht voor gevraagd, maar ook de VVD wil absoluut voorkomen dat na twee jaar er blijvende huisvesting komt op die plaats. We willen de bestemming niet wijzigen, dus teruggeven aan de natuur. En afsluitend voor mijn eerste termijn voorzitter, maak ik me zorgen over de aanwas van vluchtelingen vanuit het buitenland. Het zijn allemaal schrijnende gevallen, maar zo langzamerhand begint Nederland vol te raken. Ik vraag u in VNG-verband bij de

7

regering erop aan te dringen dat andere, veel grotere landen in Europa, gewoonweg meer ruimte hebben voor de broodnodige opvang. Dat Nederland financieel moet bijdragen is prima en daar kunt u op de VVD rekenen. Voorzitter, als afsluiting van mijn eerste termijn zou ik u willen, zou ik via u onze ambtenaren willen bedanken voor hun tomeloze inzet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Wiegel. Dan tot slot mijnheer Uitendaal, D66, gaat uw gang. De heer Uitendaal: Ja dank u voorzitter. Ik loop natuurlijk het risico als vijfde om dingen te benoemen die al eerder benoemd zijn, maar voor de consistentie van het verhaal ga ik toch het hele verhaaltje doorlezen. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Uitendaal: Voor ons ligt de programmabegroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026. Een eerste indruk van de fractie van D66 Blaricum is een gezonde en sluitende begroting voor een financieel gezonde gemeente Blaricum. Indien we dit afzetten tegen de nationale en internationale ontwikkelingen kunnen we verheugd zijn dat de gemeente Blaricum en dat zijn wij allemaal met elkaar samen, in een vooralsnog stabiele en solide situatie verkeren. Dat betekent niet dat de bewoners van Blaricum niet geraakt kunnen zijn door deze internationale ontwikkelingen. Denk aan de energieprijzen en denk aan de nationale inflatie die we ervaren.

In deze programmabegroting is zoals gebruikelijk ruimte voor continuering van de reguliere taken van de gemeente, inclusief de zogenaamde autonome ontwikkelingen. Daarnaast zijn we verheugd dat hierin beleid is opgenomen dat in het collegeprogramma, dat weer een vertaling is van het afsloten coalitieakkoord is opgenomen. Toch vindt de fractie van D66 Blaricum dat een tweetal onzekerheden niet onbenoemd mogen blijven. Als eerste betreft dat de uitgaven van het sociaal domein. Deze uitgaven hebben van oudsher de neiging een grillig en moeilijk voorspelbaar verloop te vertonen. Dat is natuurlijk al onderkend door het college en daar zijn al eerst stappen gezet om hier beter grip op te krijgen. Desalniettemin moeten we ons rekenschap geven van deze deels onvoorspelbare ontwikkelingen en de daarbij behorende financiële risico’s moeten onderkennen. Als tweede moeten we het investeringsplan inclusief ontwikkelingsverzoek 2023-2026 voor onze BEL Combinatie benoemen en dan bedoelen we ook onze BEL Combinatie met onze ambtenaren. In dit plan wordt een totaalpakket geschetst hoe we kunnen bouwen aan een toekomstbestendige en een stabiele BEL Combinatie. Het coalitieakkoord onderstreept al de noodzaak van deze steun aan deze, aan onze organisatie.

Een belangrijke uitdaging in dit plan vormt de invulling van vacatures met eigen, vaste medewerkers die zich langdurig aan onze organisatie willen binden en ik hoef daarbij natuurlijk niet uit te leggen dat menig organisatie al grote moeite ondervindt in het vinden van geschikte kandidaten in deze zeer beperkte arbeidsmarkt. Zeer recent kwam nog in het nieuws dat de provincie Utrecht voor de gemeentes in de buurt evenals grote moeilijkheden ondervond bij de vervulling van vele vacatures. En gezien de nabijheid van deze provincie zullen moeten erkennen dat we deels in dezelfde kandidatenvijver aan het vissen zijn. Hoewel het investeringsplan een doorwrocht start maakt, moeten we toch constateren dat we deels afhankelijk zijn van ontwikkelingen buiten onze invloedssfeer en dat we dit risico moet erkennen. Tot slot nog een dankwoord aan alle medewerkers en het college, die met deze programmabegroting mogelijk hebben gemaakt en aan alle vragen hebben beantwoord. Laten we hopen en eraan werken dat we onze gemeente in financieel gezond en veilig vaarwater houden. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Uitendaal. Dan hebben we denk ik het hele rondje één keer gemaakt. Dan wil ik vragen aan het college, die heeft denk ik nog wel het een en ander te beantwoorden. Ik heb een aantal vragen genoemd. Wilt u even schorsen? Ja, is dat goed? Ja, prima.

8

Hoe lang heeft u daarvoor nodig denkt u? Tien minuten? Prima. Gaan we eventjes schorsen en dan komen we zo bij u terug. Dank u wel. Ik heropen de geschorste vergadering. Iedereen zit weer en ik geef het woord aan mevrouw Kennis namens het college. Gaat uw gang. Wethouder Kennis: Ja dank u wel voorzitter. Ik zal in volgorde van de sprekers ook even kort namens het college reageren en dan beginnen we met De Blaricumse Partij. De Blaricumse Partij. U geeft aan dat de gemeente op dit moment beschikt over een eigen vermogen van ongeveer 51 miljoen euro. Dat is juist. Een groot gedeelte daarvan zijn bestemmingsreserves zoals u weet, maar er zit ook een stuk algemene reserve, helemaal correct. De opbouw van deze 51 miljoen is voortgekomen voor het overgrote gedeelte uit Blaricummermeent, zoals u ook bekend is. De Blaricummermeent is klaar. Dat betekent dat ervan af nu geen extra inkomsten vanuit de Blaricummermeent meer aan de orde zijn. De grote bedragen van vier, vijf, zes, zeven miljoen die wij jaarlijks hebben kunnen toevoegen aan de reserve is afgelopen.

Dat betekent dat we vanaf nu in principe alleen gaan uitgeven en de enige toevoegingen die we nog hebben is de, zijn de begrotingsoverschotten jaarlijks, die in de komende jaren, zoals u ook heeft kunnen zien in de begroting, geen miljoenen meer gaan betreffen, dus de uitgaven gaan ervoor zorgen dat wij in een korter tijdsbestek die 51 miljoen voor een overgroot gedeelte kwijt zullen zijn en dan praat ik onder andere over de Bijvanck, de Bouwvenen, de verduurzaming, de projecten vanuit het collegeprogramma autoluw maken, nieuwe aanbesteding openbaar groen, de BEL Combinatie en niet te vergeten het sociaal domein, die jaarlijks tot nu toe erg veel extra geld kost, dus ik vind de 51 miljoen zijn wij heel blij mee, maar wij realiseren ons ook heel erg dat we er ongelooflijk zuinig op moeten zijn, omdat het op is voordat u het zich realiseert. Dan uw amendement wat u heeft ingediend. Wij hebben op dit moment voor 2023 een structureel begrotingssaldo van 310.000 euro, structureel. Als u daar de hele 18 procent, plus de 1,5 procent riool, plus ongeveer 2 ton OZB-inkomsten via uw amendement op in mindering wil brengen, betekent dat dat wij een structureel tekort hebben van ongeveer 2 ton en dat betekent een structureel tekort in ’23 en een structureel tekort in ’26. Dat betekent het eerste jaar en het laatste jaar van de begrotingscyclus niet structureel in evenwicht zijn.

Ik denk dat u ook weet wat dat dan zou kunnen inhouden, dus uw amendement zal naar ik hoop niet worden aangenomen, want is absoluut voor de gemeente Blaricum niet te realiseren en ik denk dat ik daarmee wat mij betreft voldoende gereageerd heb op De Blaricumse Partij. De heer Van der Veen: Voorzitter. De voorzitter: Ja? De heer Van der Veen: Mag ik daar een verhelderende vraag, want de … De voorzitter: Nou het is niet de bedoeling dat u in discussie gaat met het college. De heer Van der Veen: Nee maar de wethouder zei u weet wel wat daarmee bedoeld wordt. Wethouder Kennis: En daar wordt mee bedoeld dat als je structureel … De heer Van der Veen: En ik weet niet wat u bedoelt, maar kunt u even uitleggen wat u bedoelt? Wethouder Kennis: Ik wil uitleggen wat u bedoelt, wat ik bedoel. Dat betekent dat wij bij de provincie er niet meer door komen en dat de provincie zal zeggen u heeft uw eerste jaar en uw laatste jaar niet structureel sluitend, dus wij gaan provinciaal toezicht opleggen. Dat betekent het. De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel. Gaat u door.

9

Wethouder Kennis: Hart voor Blaricum. Even kijken. U heeft aangegeven, ja eigenlijk niet zo heel erg veel vragen gesteld. Dank voor de positieve dingen die u heeft aangegeven. Uw amendement waarin u negen procent nu wil in mindering opbrengen op de achttien procent die is voorgesteld door het college, die kan de begroting hebben, dus dat is namens het col..., namens de coalitie, dat zal geen probleem zijn. Het feit dat dat niet dit jaar door het college zelf is voorgesteld, omdat het uiteindelijk de Raad is die beslist over een verhoging en in 2022 was de afspraak gemaakt tijdens de behandeling van de regiobegroting door de raad dat wij niet in één keer zouden gaan verhogen, dus het college heeft toen uitgevoerd wat de raad had aangegeven op voorhand. Dit keer heeft de raad op voorhand niks aangegeven, dus hebben wij gemeend gewoon te moeten begroten op deze manier en dat aan de raad te laten om daarin wel of niet te willen strepen. Nou u stelt dat voor als coalitie. Lijkt mij helemaal prima en wat ik zeg, kan de begroting ook leien. De leges.

U zegt terecht dat er al elk jaar aandacht voor gevraagd wordt en dat wij daar ook heel erg druk mee bezig zijn op dit moment, om binnen de BEL Combinatie nou eindelijk inzicht te krijgen in hoe precies de dekking van de leges om die honderd procent kostendekkend te krijgen zal natuurlijk nooit lukken, maar om dat daar gewoon wat beter inzicht in te gaan krijgen. In december komt de legesverordening in de raad en wij hopen op dat moment daar al wel een verbetering in te kunnen aanbieden en ook wat meer duidelijkheid te geven over die kostendekkendheid en daarom zou ik u ook willen vragen, u geeft aan de kapleges eigenlijk al op voorhand al dat u daar een wijziging in zou willen hebben. Ik denk dat het goed zou zijn als u dat via een amendement in de begrotingsraad van december, waar de leges worden behandeld, als u dat op dat moment inbrengt, zodat u ook een inzicht heeft van het totale legesverhaal en misschien dat u dan op dat moment nog wel als coalitie of als raad of als oppositie denkt van nou, daar kan ook nog wel eens iets in veranderen en dan kan dat in één keer verwerkt worden in de leges, dus dat is eigenlijk de vraag.

Als straks de Omgevingswet aan de orde komt zal er sowieso heel veel gaan veranderen in het hele legestraject, want er gaan heel veel vergunningen, heel veel dingen die nu nog vergund moeten worden en waar dus leges voor gevraagd wordt door de gemeente, gaan vervallen, omdat dat dan niet meer door de gemeente geleverd gaat worden en maar door particuliere bedrijven, dus de hele legesinkomsten gaan er totaal anders uitzien als de Omgevingswet in werking treedt en dat is eigenlijk al in, het zal nu waarschijnlijk medio ’23 worden, het gaat steeds uitgesteld worden, dus ik weet niet of het nu deze keer wel doorgaat in medio dit jaar, maar dat zal ook grote gevolgen hebben voor de legesinkomsten. Maar goed, dat is dan op dat moment aan de orde om dat te bekijken. Verder heb ik van Hart voor Blaricum geen vragen gezien. PvdA. U geeft aan dat u de OZB, dat de OZB wordt verlaagd. Ik begrijp niet zo heel goed wat u daarmee bedoelt, want wat er gebeurt met de OZB is hetzelfde wat in de afgelopen acht jaar in de coalitie is gebeurd, in de raad is gebeurd. De inkomsten van de OZB en het tarief hebben de, wat het tarief stijgt of wat de boswaarde stijgt, zakt het tarief, waardoor de gemiddelde OZB-opbrengst ongeveer hetzelfde blijft.

Dat is het beleid wat we in de afgelopen acht jaar hebben gevoerd en wat nu voor het negende jaar gewoon consistent wordt doorgevoerd en volgens mij is zat u de afgelopen acht jaar zelf in de coalitie, dus goed. Voor de rest zijn eigenlijk de vragen die u gesteld heeft meer op het gebied van sociaal domein, dus daar laat ik graag mijn collega voor aan het woord. De VVD. Ja u maakt zich meer zorgen om de middengroepen. Dat begrijp ik, want inderdaad voor de laagste, onderste groepen tot 120 procent is heel veel. Ook daarvan zal waarschijnlijk mevrouw Lanphen nog wel het een en ander gaan zeggen. Wat u heeft zijn twee direct vragen aan mij en de eerste is het Stichtse Strand. Ik ben bang. Ik kan er nog niks definitiefs over zeggen, maar ik ben bang dat het komend jaar geen strandtent zal staan op het Stichtse Strand. Wij zijn in druk overleg met de provincie en de juridische procedure loopt ook nog steeds tegen de vergunning van die wij dus verleend hadden aan de heer Geesink voor het tijdelijke paviljoen. Dat ligt bij de Raad van State en blijkbaar heeft de Raad van State maanden en maanden en maanden nodig om zich voorbereid te hebben. Die procedure is dus nog steeds niet gevoerd. Daar hebben we ook nog geen enkele oproep voor gekregen, dus we weten ook nog helemaal niet wanneer die wel gaat plaatsvinden en de

10

provincie is daar ook wat, wacht daar ook een beetje op hoe zich dat gaat ontwikkelen. We zijn wel in overleg nu weer met Rijkswaterstaat om te kijken wat wij aan extra compensatie zouden kunnen doen wat door de provincie in ieder geval zal worden toegejuicht en dat zou dan mogelijk iets kunnen zijn bij de strekdam en dan zou het door de raad aangenomen plan wat toen indertijd is aangenomen voor de boomstammen, enigszins aangepast gaan worden, maar daar komen we dan uiteraard bij u op terug. Het is zo dat we nu, ik heb er ook toevallig afgelopen donderdag weer overleg gehad met de provincie en met mensen van Royal Haskoning en met een aantal mensen hier uit huis en we zijn met z’n allen heel druk bezig om te kijken hoe en wat en waar we kunnen aanpakken en ik wil gewoon wel eens een keer een definitieve uitspraak hebben over komt er nou ooit wel iets of komt er nooit iets, maar ja daar hangt dus de rechter bij, waar we op moeten wachten en daar hangt de provincie bij, dus ik ben bang dat ik u wederom het bos in moet sturen en het strand in zal moeten sturen en ik kan daar heel weinig zinnigs over zeggen, dus houd goede moed zou ik zeggen. Wij worstelen voort. En dan heeft u het over de bestemming Woensberg. De bestemming van De Woensberg is trouwens geen natuur maar recreatie hè, want u zei terug naar de natuur, maar dat is het niet.

Het is terug naar de recreatiebestemming, want het is een kampeerterrein en wij hebben het twee jaar, de huurovereenkomst is voor twee jaar en over twee jaar verloopt de huurovereenkomst en is dat ook gewoon afgelopen, dus dan gaan of de bewoners die er nog zouden zijn terug naar hun land van herkomst of gaan naar een andere woonmogelijkheid ergens in de regio, maar de huurovereenkomst loopt over twee jaar af en dus mocht er daar op dat moment door wat voor reden dan ook dringend behoefte zijn aan verlenging, dus vanuit het Rijk ook aangegeven nog meer opvang nodig, whatever, dan zal daar opnieuw over overlegd moeten worden met het Rijk, met de verhuurder en met u als raad, dus op dit moment is het de insteek over twee jaar is het afgelopen en wordt het weer gewoon recreatieterrein. Dat is denk ik wat mij betreft, oh wacht even, nee we hebben nog D66. D66 die heeft het gehad over de meerjaren ontwikkelnota en over de grootste angst die daar is of het grootste probleem daar is het werven van nieuwe medewerkers en dat ben ik helemaal met u eens. Het is heel lastig om voldoende personeel te vinden in deze periode waarin iedereen personeel zoekt en op elk vlak mensen geworven worden.

Wij hebben gelukkig ook zeer regelmatig nieuwe medewerkers en dat zijn er echt heel veel, alleen er gaan ook heel regelmatig weer medewerkers weg, waardoor we natuurlijk per saldo steeds dat gat blijven houden. We zitten op dit moment ongeveer op elf procent dat wij medewerkers nodig hebben of tenminste dat wij dus, elf procent is de roulatie, ja de nou ja, ja. Ik zat even aan een goed woord te denken, maar het verloop, juist, heel goed, dank u. Ik weet niet wie het zei, maar heel goed, dus dat is ook een hele grote zorg van de drie colleges van het BEL bestuur, van de BEL directie, van de teamleiders. Ja we zijn er met z’n allen heel erg van bewust en maar ja, je kunt ze, je kunt met de meerjaar ontwikkelnota hopen we dat dat het wat meer aantrekkelijker gaat worden om hier te gaan werken en de manier waarop we gaan werven wordt aan gewerkt, maar u heeft gelijk, dat is een zorgpunt ja. Dus nou ja voor de rest zijn we natuurlijk als coalitie of als college net pas eigenlijk in juli begonnen en meteen de zomervakantie ingerold en zijn we eigenlijk pas sinds kort echt begonnen en gaan we pas echt ons storten op het collegeprogramma, de uitvoering daarvan, dus ik zou de oppositie willen vragen die daar nogal kritisch op zijn, waren, in mijn ogen, geef ons ook heel even de tijd om op te starten. Dank u wel, dat was wat mij betreft.

De voorzitter: Dank u wel mevrouw Kennis en dan waren er nog wat vragen voor mevrouw Lanphen, Sociaal Domein. Wethouder Lanphen: Ja hartelijk dank. Ik deel het gevoel dat er veel zeg maar donkere wolken over ons heen komen. Niet zozeer wat onze begroting betreft, maar gewoon voor ons bestaan en voor de wereld, dus dat gevoel dat kan ik absoluut delen. Ik deel ook het gevoel van onvermogen dat wij dat kunnen oplossen. Wij kunnen de oorlog in Oekraïne hier niet oplossen. We kunnen de huisvesting

11

voor een groot deel ook niet oplossen, dus er zijn ook een heleboel dingen waarin we wat onmachtig zijn. Er wordt gezegd er is heel veel inwoners hebben het zwaar. Dat is zeker waar en dat gaat door alle lijnen in de bevolking heen. Het zijn niet alleen maar de mensen die het heel smal bij kas … nou het geluid is weer terug, ja, ja. Het zijn ook mensen die een groot bedrijf hebben en geen personeel kunnen vinden, dus er is van alles en nog wat gaande, dus dat, die zorg deel ik, maar ik moet ook constateren dat wij al deze problemen niet middels de gemeentebegroting kunnen oplossen, dus er zullen, we hebben zeker een luisterend oor en we bieden ook hulp en er wordt ook zeker aan de minima wordt er enorm veel hulp geboden. Er is aan meer dan 220 huishoudens is die energietoelage verstrekt en die krijgen waarschijnlijk voor het eind van het jaar nog een keer een voorschot op de energietoelage van volgend jaar, wat volgend jaar krijgen ze dat ook, maar wij worden met z’n allen worden we armer en ik denk dat het een constatering is die gewoon waarheid is en we kunnen er iets moois van maken, maar het zal niet mooier worden. Er is wat dat betreft wat ze noemen een negatief sentiment in de markt en dat is er wel even en dat zal nog wel even blijven ook. De Blaricumse Partij vraagt waar ik de info vandaan heb gehaald.

Ik kan het woord JOP gebruikt hebben, maar ik bedoelde (Y)our Place. Dat is een jongerenruimte in de Malbak en daar hebben we een aantal jongeren gesproken en een aantal jongerenwerkers, die ons op het idee gebracht hebben dat een statisch geheel als een jongerenraad dat dat niet echt de oplossing is en dat dat ook niet hetgeen is waar zij naar zoeken. Ik heb inderdaad niet hier in het oudste deel van het dorp de informatie vandaan gehaald, maar wel de plek waar in mijn ogen het centrum voor de jongeren nu is gehuisvest. Vandaar dat wij ook hebben gezegd, want er staat zeker wel in onze begroting iets over jongeren, dat we vooral jongeren willen betrekken en dat we met hen willen gaan kijken waar zij behoefte aan hebben en wat voor naam dat krijgt, dat wil ik even open houden, want op het moment dat je jongerenraad noemt dan denkt iedereen daarmee ook aan iets als een gemeenteraad, maar dan met jonge mensen. Ja en dat is denk ik niet helemaal hetgeen wat we zouden willen. Bovendien is er ook onderzoek dat dat over het algemeen niet zo’n representatief gremium, dat is het gekke woord, maar dat is toch het woord wat ik moet gebruiken, wordt, omdat het altijd een paar individuen zijn die dan uiteindelijk losgezongen zijn van de rest van de jongeren in het dorp, dus wij zijn veel meer voor incidenteel, ad hoc, specifiek en dynamisch heel eerlijk gezegd dan zo’n statisch model.

U zegt ik lees bij de hulp in het huishouden dat wij over willen gaan naar wat Laren al gedaan heeft, dat is eigenlijk een inkomenstoets. Het gaat helemaal niet over een eigen bijdrage naar inkomen. Dat is hetgeen waar de staatssecretaris aan gerefereerd heeft, dat die dat pas in 2025 weer zou kunnen invoeren, dus dat daar nog tijd overheen moet gaan, maar diezelfde staatssecretaris heeft ook gezegd dat hij al deze initiatieven die ook in andere gemeenten gedaan worden om het inkomen te toetsen, om te kijken of mensen hulp bij het huishouden ook eventueel zelf kunnen aanschaffen, vergoeden, dat hij die door de vingers ziet, dus er is een gedoogbeleid, dus het mag van de staatssecretaris en wij hebben HBEL-breed besloten dat wij het voorbeeld van Laren gaan volgen en dat leest u inderdaad ook in de begroting, dat we dat gaan doen. Dat is denk ik het eerste belangrijke. Dan het bijverdienen van mensen met een bijstandsuitkering. Dat gaat ook expliciet om mensen met een bijstandsuitkering. Die mogen al bijverdienen. Dat heb ik in het antwoord op een vraag van De Blaricumse Partij ook gezegd, maar de vraag is of wij dat nog iets zouden kunnen verruimen en dat wil ik ook heel graag in HBEL-verband brengen, zo’n soort project, want dat is meer een project.

Dat is ook in andere gemeentes al vertoond met goed effect en het is met name bedoeld dat mensen weer gaan wennen aan werken en dat ze dan in eerste instantie parttime gaan werken en dat ze niet door parttime werken een deel van hun uitkering verliezen, waardoor ze netto lager uitkomen dan wanneer ze niet werken, dus er is nu geen incentive voor mensen om parttime te gaan werken als ze een uitkering hebben en daar is het eigenlijk voor bedoeld. Ik deel de zorg van de heer Pel dat het sociaal domein toch eigenlijk altijd een avontuur blijft, laat ik het zo maar zeggen en dat je niet vooraf exact kan begroten wat het je allemaal gaat brengen. Als je de pech hebt dat er een aantal inwoners in hele barre omstandigheden komen of hier naartoe verhuizen die een aanspraak maken op een

12

bepaalde voorziening, dan kan je daar heel slecht mee uitkomen en het enige wat we kunnen doen is het zo goed mogelijk begroten en zo goed mogelijk monitoren en we zijn dus heel blij met die ruime reserve sociaal domein, waarop u wilt terugkomen, maar in onze begroting staat ook dat door met name het amendement vorig jaar, dat wij mogelijk met onze reserve sociaal domein boven de max terecht gaan komen en dat we daar dan voor zullen stellen om het overschot naar de algemene reserve over te maken, maar dat moet eerst blijken hoe het gaat uitpakken. Dat is denk ik voor dat. Dan vervolgens de VVD. Die heeft het over de zorg voor de middengroepen. Die zegt ja de mensen met minimum inkomen daar wordt wel voor gezorgd. Daar wordt ook zeker naar gezorgd, maar dat herhaal ik even, ik denk dat we allemaal, hoe rijk we ook zijn, maar we gaan er allemaal op interen en dat is een gegeven en mooier kunnen we het niet maken en dat wil ik ook niet doen, want dan is het eigenlijk mensen een fabeltje vertellen, dus dat is wat mij betreft een antwoord op uw opmerking en eigenlijk ook een antwoord op de opmerking van D66 dat ja het sociaal domein, dat blijft de meest ingewikkelde portefeuille om die beheersbaar te krijgen, dat is echt een tour de force waar ik met heel veel plezier mijn tanden in zet, maar ik kan niet voorspellen hoe het afloopt.

De voorzitter: Nou met deze vrolijke mededeling eindigt de inbreng van ons college. Dank u wel. Wij gaan beginnen met de tweede instantie hier, waarbij we meer in discussie gaan met elkaar. Dan wil ik eigenlijk beginnen bij mijnheer Uitendaal die net geëindigd is. Laten we nu met de tweede instantie met u beginnen. Gaat uw gang. De heer Uitendaal: Ja dank u wel voorzitter. U verrast me een beetje, maar dank daarvoor. Als eerste graag een reactie op amendement nummer één van De Blaricumse Partij. Daarvan moet ik zeggen dat hoewel dit een heel sympathiek amendement lijkt, kunnen we er toch niet mee instemmen. Dat zou namelijk de deur openen voor een structurele verschuiving van de begroting naar extra uitgaven, zonder blijvend resultaat, ten koste van de investeringsruimte die we denk ik in de toekomst nog hard nodig zullen hebben en dat geldt hoe groot onze reservepositie ook is. Ik zou willen refereren aan analogieën met die we wel kennen uit ontwikkelingswerk. Geef armlastigen te eten en dan blijf je dat herhalen of geef iemand de middelen om zelf duurzaam aan de kost te komen en dan heb je een serieuze oplossing. Over A2, daar hoef ik denk ik geen woorden aan vuil te maken. Wil ik graag ook nog reageren op de inbreng van GroenLinks/PvdA. Als eerste zou ik zeggen van ik deel een hoop van de zorgen die u daar formuleert.

Ik zou bijna zeggen van kijk ook nog eens een keertje in het coalitieprogramma en in het collegeakkoord, collegeprogramma sorry, coalitieakkoord en collegeprogramma, waar ook op het gebied van het klimaat en biodiversiteit wel dingen gezegd zijn die hout snijden neem ik aan. Dan even een inhoudelijke reactie over uw motie nummer één. Het is terecht dat we structureel minder afval en een structureel lagere afvalheffing nastreven. Beiden met name, maar ook het eerste is D66 Blaricum uit het hart gegrepen. Minder afval vereist echter acties van bewoners en van producenten. Bewoners kunnen zich beter informeren over keuzes die ze maken en de consequenties die dat oplevert en producenten kunnen bewoners en consumenten producten voorzetten die minder en beter bruikbaar, herbruikbaar afval oplevert. Deze acties die primair echter op een ander niveau genomen moeten worden, voordat ik aan de bewoners, dan denk ik eerder aan regionaal en nationaal en producenten producten laten aanbieden met minder dan wel herbruikbaarder afval zou eerder op nationaal en internationaal niveau opgelost moeten worden. De gemeenten hebben in onze regio taken op dit gebied belegd bij de GAD, de regio. Onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor minder afval en een lagere afvalstoffenheffing is onzes inziens een taak die prima ligt bij de GAD en niet bij de gemeente Blaricum.

Vandaar dat we niet met deze motie kunnen instemmen. Dat voor zover mijn … De voorzitter: Uw tweede instantie. Dank u wel.

13

De heer Uitendaal: Sorry, dat geldt voor mij en ik wil voor de tweede instantie mijn collega het woord geven over motie M2. De voorzitter: Prima. Gaat uw gang. De heer Van der Veen: Ja ik, voor de motie voor de jongerenraad. Wij zijn als D66 een heel groot voorstander van jongerenparticipatie en het betrekken van jongeren bij de politiek en het interesseren van jongeren in de politiek. Een jongerenraad kan hiervan een onderdeel zijn, maar is in onze ogen niet per se het enige of het meest geschikte onderdeel, want bij een jongerenraad vragen we ons af hoe werken de jongerenraad die genoemd worden in Eemnes en Laren, hoe effectief is dit, hoeveel jongeren zijn hier daadwerkelijk bij betrokken, welke leeftijden, welke achtergronden. Er zijn een aantal bronnen die we geraadpleegd hebben over het effect van jongerenraden. Het eerste is een onderzoek van de Universiteit van Utrecht over jongerenparticipatie en jongerenraden en hierin wordt gezegd, ik citeer: ‘Jongerenraden blijken in de praktijk niet representatief te zijn en vormen geen goede afspiegeling van alle jongeren in de gemeente. Het gaat doorgaans om hoogopgeleide en wat oudere jongeren die lid zijn van een jongerenraad en dit vormt een hoge drempel voor andere jongeren en hier schuilt het gevaar dat andere jongeren zich moeilijk met de jongerenraad kunnen identificeren.

Het is dan ook maar de vraag of deze vorm van participatie bijdraagt aan het verkleinen van de kloof tussen jongeren en de politiek. In de praktijk blijkt het moeilijk om een jongerenraad te continueren. Er is sprake van een grote doorstroom van jongeren in de jongerenraad en het is moeilijk om nieuwe jongeren aan te trekken. Oorzaken hiervoor zijn het bereiken van de maximale leeftijd, verhuizing uit de gemeente, tijdgebrek en verminderde motivatie van de leden.’ Einde citaat van de Universiteit van Utrecht. Ik heb een tweede bron. Dat is het Nederlands Jeugdinstituut en zij melden over een jongerenraad, ik citeer: ‘Nadeel van een structurele jongerenraad is dat die vaak van een bepaald type jongeren aantrekt. De goedgebekte jongere die vaardig is en het leuk vindt om mee te denken en in gesprek te gaan met de gemeente. Verschil in voorkeuren, vaardigheden en soms ook sociale achtergronden speelt geregeld ook binnen jongerenraden en kan ervoor zorgen dat jongeren juist afhaken.’ Einde citaat. Als D66 sluiten wij ons eigenlijk aan wat de wethouder net gezegd heeft. Wij denken dat het heel goed is om niet een permanente jongerenraad te installeren, maar juist kijken naar een flexibele vorm van jongerenraad, waarbij je misschien mogelijk meer kijkt naar focusgroepen, waarbij je op verschillende onderwerpen jongeren kan raadplegen, zoals we ook bij de klankbordgroepen hebben.

Belangrijk is dan wel dat de jongeren niet samen met de volwassenen in een klankbordgroep zitten, maar dat er aparte jongerenfocusgroepen zijn, zodat ze daadwerkelijk met de jongeren die discussie aan kunnen gaan. Wij denken dat dit laagdrempeliger is, omdat het voor jongeren niet een heel jaar of een hele periode een traject is, het kost dus minder tijd voor jongeren. Wij denken dat dit laagdrempeliger is, omdat je jongeren kan zoeken met specifieke kennis of die juist betrokken zijn bij een onderwerp en op die manier is de input van jongeren beter te gebruiken. We denken dat dit laagdrempeliger is, omdat je specifieker kan kijken welke leeftijden bij welke onderwerpen betrokken kunnen worden. Er is een enorm verschil in behoefte, kennis en betrokkenheid tussen kinderen uit groep zeven en acht en jongeren van zestien, zeventien en achttien jaar. Wij denken ook dat het laagdrempeliger is, omdat je specifieker kan zoeken naar jongeren uit een bepaalde buurt of omgeving. Jongeren die zelf mee willen praten over hun eigen buurt vergroot hun betrokkenheid en hun politieke interesse. Wij denken ook dat het laagdrempeliger is, omdat je specifieker kan zoeken naar jongeren met verschillende soorten achtergronden en niet alleen de sociale goedgebekte, hoogopgeleide jongeren. D66 is voor veel meer jongerenparticipatie en veel meer betrokkenheid.

We hebben dat ook in het coalitieakkoord opgenomen. Wij vinden dat een jongerenraad dit eigenlijk juist vernauwd in plaats van dat het verbreed wordt. Bij jongerenparticipatie zouden we ook willen kijken naar meer voorlichting en betrokkenheid, al bij groep zeven en groep acht, zodat we kinderen van jongs af aan kunnen interesseren voor hun omgeving en

14

politiek en dat ze vervolgens in focusgroepen weer mee kunnen praten en het jongeren ook echt wat to stand kunnen brengen op die manier. Tot zover. De voorzitter: Nou een heel verhaal mijnheer Van der Veen. Dank u wel. Ik ga door naar de VVD. Mijnheer Wiegel, gaat uw gang. De heer Wiegel: Ja dank u wel. Nog even de amendementen en moties na. Ik had verwacht eerlijk gezegd, maar misschien dat mijnheer Kemperman daarop kan reageren, dat u wederom met het inbrengen van de motie over de jongerenraad, dat u met nieuwe informatie zou komen, want dit is de tweede keer dat u het probeert, dus dan zou het toch logisch zijn dat u met iets nieuws komt, dan wel dat u additionele Informatie heeft en nou als ik nou kijk naar wat de wethouder op dit gebied heeft gezegd, als je toch kijkt wat collega Menno daar nog een keer aan toevoegt, dan denk ik bij mezelf, heb ik zitten slapen of u. De heer Kemperman: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Mag u zeker op reageren, mijnheer Kemperman, gaat uw gang. De heer Kemperman: De motie die vandaag voorligt is in een eerdere raadsvergadering is die ingediend en aangehouden en een aangehouden motie ga ik niet weer tussentijds veranderen.

De heer Wiegel: Nou maar het zou toch logisch zijn als je de eerste keer verzocht wordt om hem aan te houden en daar gaat u mee akkoord, dat u de tweede keer niet hetzelfde verhaal ophangt, dat u dan met een additioneel verhaal komt, waardoor u ons probeert te overtuigen van uw standpunt. Waarom denkt u dat als u met hetzelfde verhaal komt als de vorige keer, dan verandert er toch niks? Maar goed. Dat terzijde. Dan kom ik op de andere motie en dat is de motie met betrekking tot de rioolheffing, ook van De Blaricumse Partij. Nou ik moet u eerlijk zeggen, ik vond het betoog van de wethouder op dat gebied overtuigend genoeg, dus wat mij aangaat afgeserveerd, dus ik zou u ook willen vragen, De Blaricumse Partij, breng hem maar niet in stemming, want dit haalt het niet. Trekken hem dan gewoon terug en breng hem dan als een, hou hem niet aan, maar brengen hem gewoon terug en dan is dat daarmee klaar. Dan gaan we de kapleges … Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, meteen een antwoord daarop … De voorzitter: Ja, een interruptie, ja zeker. Mevrouw Boersen-de Jong: Mag ik … De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: In mijn eigen betoog zal ik straks wat ruimer aandacht kunnen besteden als dat ik dat hier zou doen, dus u krijgt uw antwoord, maar dan als ik aan de beurt ben voor mijn tweede rondje.

De heer Wiegel: Oh maar ik ben graag bereid om mijn tijd in te leveren als u zegt u nu een … dan kunnen we er in ieder geval een debat over hebben. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik wil nu best dat punt … De voorzitter: Mevrouw Boersen, u mag …

15

Mevrouw Boersen-de Jong: Dat was het eerst punt … De voorzitter: Het is een interruptie, dus u mag even doorgaan als u dat wil. Mevrouw Boersen-de Jong: Het was het eerste punt van mijn bijdrage. Mevrouw Kennis die zegt we hebben een eigen vermogen van in totaal 51 miljoen. Nou dat had ik ook gezegd en dat beaamt zij. Zij noemt een aantal projecten. Dat is allemaal correct. Zij zegt daarbij we hebben weliswaar een overschot van bijna acht ton, maar het is niet structureel. Dat zal allemaal waar zijn, maar ik denk dat wij als Blaricum, als we allemaal weten dat er zoveel geld eigenlijk op de plank ligt, dat er zoveel inwoners met name, want daar ben ik het met u eens met middengroepen dat die het meest getroffen worden, dat wij een gebaar kunnen maken en dat wij zeggen als gemeente Blaricum dit jaar, dit jaar gaan wij de lasten nou eens een keer niet verhogen. Als je kijkt naar wat de gemeente Huizen zijn burgers in rekening brengt, ik heb het al gezegd, veertien euro verhoging ten opzichte van vorig jaar. Blaricum doet 104 euro. Neem ik nog … Trek ik daar vanaf de 31 euro van het amendement die de coalitie heeft ingediend, dan is het nog een heel groot bedrag, iets van 70 of 60, 70 euro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12086199/1