CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

20220920 Transcript Raad Blaricum

Gemeenteraad 25 oktober 2022, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst en transcript van de openbare raadsvergadering van 20 september 202224.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 20 september 2022 Aanwezig 14 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), mw. R.J.C. Beemsterboer-van Urk Dam, J. Landman, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD-fractie: mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, P.H. Oyens D66-fractie: P.M. Uitendaal (fv), M. van der Veen De Blaricumse Partij-fractie: Mw. E.J.M. Boersen-de Jong (fv), R.J.H. Kemperman PvdA/GroenLinks: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Voorzitter en griffier: mw. J.N. de Zwart-Bloch, voorzitter mw. T.D. de Jong, griffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. J.M.G. Lanphen, F.C. Cornelis Afwezig: VVD-fractie: R. Wiegel (fv)

BESPREEKSTUKKEN 1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Dames en heren, gaat u alstublieft uw plaatsen innemen. Welkom, ik open deze vergadering. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heer Wiegel en volgens mij zijn we verder compleet. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Aan de orde is agendapunt 2, dat betreft het vaststellen van de agenda. Ik weet dat er in ieder geval een motie vreemd aan de orde ingediend gaat worden. De heer Pel knikt, u mag hem nu indienen. En dan hebben we het zo even over het vaststellen van de rest van de agenda. Gaat uw gang. De heer Pel: Ja, het betreft een motie vreemd aan de orde over het voornemen van de tijdelijke gewijzigde bestemmingsplan van de Woensberg, voor het huisvesten van Oekraïners aldaar.

1

De voorzitter: Dank u wel. Die gaan we behandelen onder agendapunt 9a. Is er verder nog iemand die bij het vaststellen van de agenda wat wil delen met ons? De heer Kemperman en dan de heer Pel en mevrouw Dobber. De heer Kemperman. De heer Kemperman: Dank u wel voorzitter. Ik wou graag agendapunt 7 verhuizen naar de hamerstukken. De voorzitter: Agendapunt 7 is de bestuursopdracht Omgevingsvisie. Ik kijk even of u daar allen mee in kunt stemmen. Ja, dan wordt dat een hamerstuk. De heer Pel. De heer Pel: Dat was ook mijn voorstel. De voorzitter: Oh, was dat ook uw voorstel, mevrouw Dobber? Mevrouw Dobber-Spruijt: Nee, ons voorstel was ook om het herstelbesluit bestemmingsplan Blaricum Dorp, herziening om die ook naar de besluitnemende raad. De voorzitter: U moet zo direct wel, voor dit ga ik het herhalen, maar dat u straks even wat dichter bij de microfoon spreekt. Mevrouw Dobber stelt voor om agendapunt 9, betreft het herstelbesluit bestemmingsplan Blaricum Dorp herziening 2020 via de bestuurlijke lus, ook als hamerstuk te behandelen. Mevrouw Boersen: Wij zouden daar graag een opmerking over willen maken. Dus niet naar de hamerstukken. De voorzitter: Dan blijft hij staan. Verder nog bij het vaststellen van de agenda? Niemand? Dan hebben we de agenda zo vastgesteld. 3. Mededelingen De voorzitter: agendapunt 3 betreft de mededelingen.

Iemand nog bij de mededelingen? Nee, vanuit u raad niet? Vanuit het college hadden we vanochtend ook vastgesteld dat er geen mededelingen waren. 3a Installatie nieuwe fractievertegenwoordiger D66 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 3a, dat betreft de installatie van de nieuwe fractievertegenwoordiger voor D66, dat is de heer Mauk Koch, die zit daar op de tribune. U mag naar voren komen, u heeft aangegeven dat u de belofte wil afleggen. Mag ik u vragen om te gaan staan? Mag wel iets verder naar voren komen, een beetje afstand is goed tegenwoordig, maar zoveel is wel heel erg veel. Ik geef u zo direct de microfoon als u mij nazegt, helemaal aan het eind als ik de tekst heb voorgelezen. Dat verklaar en beloof ik, want dat moeten we goed op de band te hebben. Ik verklaar dat ik om tot fractievertegenwoordiger benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen, of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als fractievertegenwoordiger naar eer en geweten zal vervullen. Zegt u mij zo na: dat verklaar en beloof ik. De heer Koch: Dat verklaar en beloof ik.

2

De voorzitter: Het staat er mooi op, gefeliciteerd. Ik moet niet over mijn eigen stoel struikelen, die achter mij staat. Wij hebben een bloemetje voor u, kijk eens. Het is altijd wel een kunst om het recht te houden kan ik u vertellen, want er zit water in. Dus ze blijven goed. Ik wens u heel veel succes, volgens mij bent u redelijk nieuw, voor ons in ieder geval en wij mogelijk ook voor u. De voorzitter: Dan klopt het dat u redelijk nieuw bent, wij voor u en u voor ons. Ik hoop dat u het erg naar uw zin zal gaan hebben en een mooie bijdrage zal kunnen leveren. Van harte gefeliciteerd. 4. Bouwvenen vaststellen Definitief Ontwerp Infrastructuur herinrichting De voorzitter: Dan gaan wij door met agendapunt 4 en dat betreft de Bouwvenen, het vaststellen van het Definitief ontwerp infrastructuur herinrichting. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Kemperman, u popelt. Gaat uw gang. De heer Kemperman: Dank u wel mevrouw de voorzitter. De herinrichting van de infrastructuur van de Bouwvenen vindt De Blaricumse Partij een goede en duidelijke zaak. Het initiatief daartoe is genomen in de vorige raadsperiode. De uitwerking ervan is helder en de burgers zijn volop betrokken door het instellen van de klankbordgroep. De uitkomsten van de beoordeling waren tijdens de RTG nog niet beschikbaar van de politie en die zouden later naar de raad toegestuurd worden.

Ik weet niet hoe de stand van zaken is, maar misschien kan ons de wethouder daarover informeren. Uit de reactienota van de inwoners is gebleken dat de gemeente goed naar hen heeft geluisterd. Niet alle wensen van de inwoners zijn gehonoreerd omdat het wettelijk niet kon of omdat er met de klankbordgroep andere afspraken zijn gemaakt. Desondanks hebben zich een klein aantal inwoners zich gemeld bij de RTG om hun wensen nog eens kenbaar te maken. Zij gaven aan dat de keuze van de leden van de klankbordgroep niet erg gelukkig is geweest. Bij volgende projecten zou een betere spreiding moeten worden gehanteerd. De wethouder heeft in de RTG toegezegd bij de verdere uitwerking van de plannen de vijf mensen die zich in de RTG gemeld hebben tegemoet te komen. Wij juichen dat toe. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie verder? Aan mijn linkerhand, gaat uw gang. Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Dank u wel. Ik steun het plan, het project, maar tijdens de RTG is gebleken dat de projectleider geen aandacht heeft besteed aan het verschil tussen grasbetontegels en gewone parkeerplaatsen. Grasbetontegels zijn namelijk officiële parkeerplaatsen en daar is de projectleider aan voorbij gegaan. En dat maakt zeker voor de Scheimel een enorm verschil.

Mag ik dat aan de wethouder vragen? De voorzitter: Eigenlijk zijn de raadsvergaderingen niet meer voor vragen bestemd, maar … Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Nee, maar dit is, in de RTG hebben we dit besproken en het klopt gewoon niet, dat plan. Dus we kunnen nu wel instemmen, maar ik ben daarop tegen. De voorzitter: Nou, mevrouw Hoogendijk, we gaan … Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Op die tegels. De voorzitter: We gaan zo even kijken hoe de wethouder dit gaat afvangen. Dit was uw betoog? Ja … Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Dank u.

3

De voorzitter: Even kijken, mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Ja, dank u wel. Het is goed om te weten dat de participatie in deze heel goed is geweest. Dank daarvoor. Dat blijkt uit alle aanpassingen in het stuk. Het is wel jammer dat de Scheimel vergeten was, maar in de RTG is dat heel duidelijk naar voren gekomen. En dat wordt verholpen. Ja, ik kom dan ook op, de insprekers waren niet blij met de betongrastegels. Maar er is een toezegging geweest, dat daarnaar gekeken zou worden. Dus daar zijn we heel blij mee. Al met al vinden wij het een goed gedragen plan. Dank u. De voorzitter: dank u wel. Ga even naar de overkant. Gaat uw gang mijnheer Oyens. De heer Oyens: Ja, zoals al eerder gezegd, dit is eigenlijk een heel goed plan, er is heel goed over gesproken met de omwonenden. Op één puntje na en dat hebben we in de RTG nadrukkelijk kunnen horen, het parkeren is een probleem. In die zin, dat men de manier waarop het voorstel is geformuleerd om te gaan parkeren daar, niet door iedereen gedragen werd, met name een bepaalde groep aan de Scheimel, die blijkbaar – of het lijkt zo in ieder geval- niet helemaal meegenomen is in het participatieproject.

Gelukkig is er toegezegd dat met deze mensen nog gesproken zal worden en dus neem ik aan - trouwens, ik neem het niet eens aan, ik ga ervan uit, dat daarmee ook dit toch wel kleine probleem lijkt mij zo, ik heb er laatst weer overheen gefietst en dat moet makkelijk op te lossen zijn- dat dit opgelost kan worden. Dus wij steunen dit voorstel van harte. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even, mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel. Ik heb over het plan zelf niet zoveel opmerkingen, want die staan allemaal netjes uitgewerkt, de vragen en antwoorden. Dat is duidelijk. Ik heb nog wel even gekeken, maar ik weet niet of het een vraag is die ik nu kan stellen, over het uiteindelijke bedrag wat met dit hele plan gemoeid is. Ook misschien voor de inwoners, ik weet niet of ik die vraag nu aan de wethouder kan stellen. Waarschijnlijk niet. De voorzitter: Nee. U heeft een paar weken gehad allemaal om vragen te stellen en eventueel … Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, ik dacht dat ik het terug kon vinden, maar het was niet heel makkelijk in de stukken terug te vinden. Maar het plan kunnen wij mee instemmen. De voorzitter: De heer Uitendaal. De heer Uitendaal: Dank u wel voorzitter. We zijn blij dat in dit traject het participatietraject goed is gevolgd.

Er is wel aangetoond dat niet iedereen altijd meegenomen is en iedereen altijd de neuzen in dezelfde kant kunnen opstaan, maar laten we het zien als een leertraject en kijken hoe we dat de volgende keer misschien ietsje beter kunnen doen om ervoor te zorgen dat we zoveel mogelijk bewoners aan het begin van het traject kunnen betrekken. Voor de rest een prima plan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn wij volgens mij rond. Ja. Wethouder Cornelis, u heeft het woord. Wethouder Cornelis: Ja, ik zal proberen om, wat ik er op dit moment van kan zeggen, kort te memoreren. In eerste instantie, de vragen van de politie, was de eerste vraag, daar heb ik nog geen officieel antwoord op gekregen. Ik verwacht er geen problemen, maar de bemanning daar en de stapel vragen blijkbaar, dat had ik wel graag sneller gewild, maar ik heb hem nog niet. Dan is er de Scheimel. Wat er interessant is aan de Scheimel is dat, er zijn zeker mensen van de Scheimel meegenomen in het traject, kunt u ook lezen in de lijst van mensen. Maar het was een

4

aaneengesloten blokje op de hoek, die precies daar met die parkeerplaatsen in hun maag zaten. En dat gaan wij oplossen. In totaal gaat het om een paar parkeerplaatsen op een groter aantal met iets verderop in die hoek – als het nou een andere hoek van het plan was zou ik zeggen dat kan nog vervelend worden- maar iets verderop is ook nog een grote parkeerplaats. In principe ga ik ervan uit dat ze daar uitkomen en dat wij doen wat gedragen is op dat moment. En daar zitten we verder niet principieel in, als het er een paar minder moeten worden op die plek omdat ze ze niet voor hun deur willen hebben, dan zitten wij daar verder niet mee. Dan is er de laatste vraag die ik, nee, twee vragen nog waar ik antwoord op kan geven. Er is een officiële parkeerplaats, er is gras, er zijn van die plastic vierkante vakken met gras erin. En dan zijn er, wat op een van de insprekers met foto’s getoond werd met een soort van zigzagtegels, waar gras door groeit en ze hebben allemaal voor- en nadelen. Als iemand dat werkelijk niet voor zijn neus wil hebben, oké, ook dat zal in de inspraak toch moeten worden zoals ze het willen hebben. Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat in dat gesprek er ook op gewezen zal worden dat de ervaringen op andere plaatsen, wat die zijn. Ik denk dat het zeker geen vierkante matten worden.

Het is wel zo dat ik uit eigen ervaring u kan vertellen, ik woon aan de Bierweg en ik ken de Stachouwerweg ook goed en we hebben een tijd lang niet die zigzagtegels gehad. Nou, je kon je eigen post niet uit de brievenbus krijgen ’s winters zonder dat je regenlaarzen aantrok. Want er hoef maar een paar keer iemand te parkeren en het is gebeurd en je hebt blubber. Niettemin, als men dat werkelijk prefereert, op dit moment is het belang van ons allemaal en van de hele wijk dat wij een vaste situatie krijgen zodat we door kunnen gaan met veel duurdere processen van het intekenen van alles wat er ondergronds moet gebeuren om dat weer netjes nieuw te maken. Wellicht, een van de opties die we nadrukkelijk gaan bekijken, zoals u ook weet en gehoord hebt, zelfs de optie van een warmtenet wordt bekeken. Maar dan moet je de leidingen niet halverwege weer hoeven te veranderen. Dus dat is hoe we erin zitten, zo democratisch als we kunnen. Dan durf ik, gezien de diverse delen van het programma –en u moet mij vergeven- ik durf geen exact bedrag te noemen. Het is het bedrag dat daarvoor in de begroting stond, het is niet anders. Maar omdat het dus een infrastuk is en de andere twee durf ik het niet zondermeer te zeggen. Ik ben niet zeker genoeg van mijn zaak. Dat antwoord moet ik, maar het is eerder in de begroting opgenomen en het is exact dat bedrag.

Meer kan ik nu helaas … De voorzitter: Meer hoeft u wat mij betreft nu ook niet te zeggen, want de afspraak is dat de raadsvergadering niet voor vragen meer bedoeld is. Er is ruim de tijd voorafgaand. Ik snap dat altijd weer, nou ja goed, dat het de nieuwsgierigheid opwekt, maar de raad heeft indertijd in de raad een totaalbedrag beschikbaar gesteld voor de Bouwvenen en, ik kijk al even naar de wethouder Financiën of zij het uit haar hoofd weet. En als dat niet zo is, dan zorgen we wel even dat die nog op papier naar u toekomt. Maar ik denk dat we daar nu niet gezien de status van dit voorstel in moeten blijven hangen. Ik ga door naar de tweede instantie. Wie nog? Mevrouw Hoogendijk. Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Wij steunen het definitieve ontwerp en we stellen het op prijs dat de wethouder de grastegels nog gaat bekijken. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dat is een hele mooie conclusie in tweede instantie. Aan mijn rechterhand nog iemand in tweede instantie? Is niet aan de orde. Ga ik het voorstel in stemming brengen. Zijn er nog stemverklaringen wat u betreft? Zijn er tegenstemmen? Ook niet aan de orde, beide niet aan de orde. Voorstel is aangenomen. 5. Actualisatie Speelruimteplan Blaricum 2022-2030 De voorzitter: Agendapunt 5 betreft actualisatie van het Speelruimteplan Blaricum 2022-2030.

Ik ga even links aan de overkant beginnen want ik zie op mijn lijstje dat daar moties ingediend gaan

5

worden en dan is dat handig om die meteen mee te kunnen nemen. Mevrouw Kukupessy, ik begin bij u. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. U vraagt om het geactualiseerde Speelbeleidsplan vast te stellen, inclusief de benodigde budgetten. Dat doen we dan omdat van alle kanten het plan goed bekeken is. Het ziet er gewoon goed uit. Partij van de Arbeid / GroenLinks is nog wel benieuwd wat de inwoners ervan vinden en dat gaat u per wijk regelen. Wij zijn niet zo blij met de drie optionele projecten die erbij staan. Zoals de urban league, daar komt mevrouw Boersen met een motie mee die wij medeondertekenen. Hetzelfde geldt voor de JOP, dat die in het park weer terug gaat komen. Laten we hier alstublieft niet aan beginnen. Vanaf de eerste dag dat de JOP in het park stond is er armoede geweest. Constant klachten, zelfs bedreigingen, ongeoorloofd gedrag. Het staat in een veel te onzichtbare hoek. Zoiets moet je op een plek doen waar het zichtbaar is voor iedereen. Dan gebeurt er veel minder. Daarom komen wij ook met een motie om de JOP hiervan te verwijderen en nooit meer in deze plek terug te laten komen. De voorzitter: Dat was ook meteen uw inbreng rondom het Speelruimteplan, mevrouw Kukupessy. U dient in motie nummer 3 en als u denkt van, hoe kunnen we zo opeens verspringen in de aantallen. Moties en amendementen zijn van tevoren genummerd zodat we de tel niet kwijtraken onderweg.

Dan hebben we dat ook helder in beeld en dan snapt u hoe we dat doen met de nummering. Ik geef het woord aan mevrouw Boersen want die heeft in ieder geval ook de behoefte om een motie in te dienen en haar visie te geven op het Speelruimteplan. Gaat uw gang. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, compliment voor het gedegen onderzoek wat hier op tafel ligt. Het is een prachtige inventarisatie en een hele goede basis om de speelplekken, de speelwerktuigen weer up-to-date te maken, gefaseerd in de jaren. Het is een groot bedrag, maar wij hebben dat als partij er graag voor over. Mevrouw Kukupessy heeft al aangehaald de JOP, daar ga ik niet verder op in. Alleen met te zeggen dat wij die motie zullen ondersteunen om de redenen die mevrouw Kukupessy al heeft aangegeven. De motie die wij indienen, ook medeondertekend door mevrouw Kukupessy, moet ik even denken hoe de partij ook al weer heet. Ik draai hem weleens om, maar het is Partij van de Arbeid / GroenLinks. Dat is de motie skatepark. Wat is er namelijk aan de hand, het is inmiddels al meer dan een half jaar geleden dat wij als partij benaderd zijn door een groep jongeren, die niet echt bij elkaar horen maar ook onafhankelijk van elkaar, ons vroegen of het niet mogelijk was om op Blaricums grondgebied een skatepark te realiseren.

We weten allemaal hoe het afgelopen is met het skatepark in de Blaricummermeent, dat was misschien voor de omwonenden een succes, maar voor de jongeren, voor de fanatieke skaters, voor de stepjesberijders, de skateboarden en de BMX’jes een grote teleurstelling. U geeft in dit Speelruimteplan ruimte aan de opmerking, wij komen daar te zijner tijd nog wel op terug. Dan gaat het om de JOP en dan gaat het om het skatepark. Dat vonden wij wat mager en wij zouden heel graag dat wij u als college de opdracht mee konden geven, het verzoek konden doen om toch zo snel mogelijk met een skatepark te beginnen. En dan moet u skatepark niet zien als alleen voor skaters, maar ik heb vandaag nog even contact gehad met een van de initiatiefnemers hiervan, en die zegt het is ook BMX, het is ook step, het is van alles en nog wat. Daar kunnen ook andere toestellen komen. Wij vullen dat niet in als raad. Daarom heb ik een zo, nou vaag is een verkeerd woord, maar een zo globaal mogelijk een motie opgesteld waarin wij het college verzoeken om, waar het college het gunstig acht en hoe, enzovoort. Wij vullen niks in, maar probeert u op Blaricums grondgebied nou dat skatepark te realiseren. Nogmaals, we noemen geen locatie, we noemen niet wat er moet komen. We noemen uiteraard ook die participatie, dat u met de omwonenden in gesprek gaat.

We noemen geen bedrag, alles is open, wij willen heel graag dat de jeugd, die toch vooral moet bewegen - en niet achter de computer moet blijven zitten- en het is een Olympische sport, dat is het al, een Olympische sport, dat we zoveel mogelijk jongelui hiermee

6

enthousiast krijgen en dat we helemaal geen JOP meer nodig hebben, want iedereen wil gaan skaten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie verder? De heer Landman. De heer Landman: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor steeds JOP, maar ik kan dat niet meer vinden. Volgens mij is dat al uit het verhaal verdwenen. Dat even een opmerking vooraf. Hart voor Blaricum ondersteunt graag het collegevoorstel om de plekken waar kinderen in de wijk spelen te actualiseren. Vooral in de Bijvanck is het zeer gewenst, maar ook in het Dorp vinden wij het erg belangrijk. Ook zijn we enthousiast dat dit via een participatietraject gaat verlopen, waarbij we ervan uitgaan dat dit overleg niet in de wijk gebeurt, maar per buurt. Want die buurten zijn natuurlijk veel groter dan alleen de wijk. Als blijkt dat de buurt er niet uitkomt, dan zal de raad de juiste afweging moeten maken. Diverse buurten hebben een veranderende leeftijdssamenstelling ondergaan. En zo zou zomaar een wipkip vervangen kunnen worden door een jeu de boules-baan. Maar laten we ook rekening houden met de oma’s en opa’s die regelmatig worden ingeroosterd om op de kleinkindjes te passen en dan graag samen nog even willen schommelen. We zijn tegen om bovenwijkse voorzieningen in de buurten neer te zetten. Het moet echt buurtgericht zijn.

Wel zijn we enthousiast over het urban sportsonderdeel, zoals dat ook in de Blaricummermeent is gerealiseerd. We vinden wel dat deze sporttoestellen verdeeld in de wijken van de Bijvanck en het Dorp neergezet moeten worden, waardoor een soort parcours zal ontstaan en dan niet op één locatie geconcentreerd zal worden. Wellicht is het een idee om met een aantal sportscholen in contact te treden en het in gezamenlijkheid op te pakken. Graag wel willen we bekijken hoe er zoveel mogelijk onderhoudsvriendelijke toestellen gebruikt kunnen worden, om de onderhoudskosten zoveel mogelijk in de hand te houden. Budgettair wordt er een kleine vier ton uit de begroting voor de renovatie Bijvanck gehaald. Het andere gedeelte wordt gesteld op zes ton. Toch samen bijna een miljoen euro, belangrijk. Hart voor Blaricum is daarmee akkoord, maar het hoeft natuurlijk niet op. Als blijkt dat er andere, goedkopere oplossingen worden bedacht in het participatietraject. Zover. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Landman. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel voorzitter. Wij tekenen als CDA ook de motie nummer 2 mee. We hebben natuurlijk enige tijd geleden de discussie gehad. Inmiddels hebben wij meerdere kleinkinderen en neefjes en nichtjes, wonen in Amsterdam en Soest.

In Soest is ook, niet in de wijk maar aan de buitenrand van de doorgaande weg, een heel mooi skatepark, ja het is een speelpark waar heel veel kinderen, met veel respect, met verschillende leeftijden bezig zijn. Het wordt heel drukbezet en er is ook daaromheen allerlei gelegenheid om te zitten. Dus het lijkt mij een heel goed idee, want als ik wandel met de hond in de Blaricummermeent, dan heb je zo mooi dat dat pad een beetje afloopt en daar zie je toch heel veel jonge mensen skaten. Dat is denk ik een hele geliefde bezigheid dus ik denk dat het belangrijk is dat dat goed onderzocht wordt. Dat urban running, daar hebben we ook al een keer eerder over gesproken, over zo’n urban park waar mensen gewoon eigenlijk vrij gebruik van kunnen maken en ik denk, zeker in deze tijd waar de abonnementen op de sportclubs - we hadden het er net al even over- dat die door heel veel ouders niet meer betaalbaar zijn, dat ze gewoon de mogelijkheid hebben -en zeker in een nieuwe wijk met jonge mensen die ook steeds groter worden- de mogelijkheid hebben om daar goed te bewegen. Wat er nu ligt is natuurlijk een heel mooi plan, is voornamelijk op de wat jongere jeugd gericht, maar belangrijk is om ook de oudere jeugd goede mogelijkheden te geven.

En het voorstel van de heer Landman om dat in samenwerking te doen met de omliggende sportscholen of andere verenigingen, we hebben natuurlijk aan de rand van de Blaricummermeent ligt een prachtig sportpark wat bij Huizen hoort, je kan samen misschien tot een heleboel mooie oplossingen komen. Dank u.

7

De voorzitter: Dank u wel. U zei net motie nummer 2, dat is de motie die mevrouw Boersen net indiende, dat u daar medeondertekenaar van bent. Ik hoorde mevrouw Kukupessy dat ook net zeggen. Mevrouw Kukupessy: Alleen De Blaricumse Partij tekent mee. De voorzitter: Maar die heeft hem ingediend, dus waarom heeft u dat gemeld dan? Mevrouw Kukupessy: … om het skatepark. Ja, klopt. De voorzitter: Ja? Oké. Dank u wel. Goed, de heer Oyens, had ook het woord gevraagd. Gaat uw gang. De heer Oyens: Ja, voorzitter, het is al herhaalde malen gezegd: het is een goed doortimmerd stuk waar participatie ook heel actief is in meegenomen. Daar ben ik ook blij om, staat ook in het coalitieprogramma dat participatie hoog op onze prioriteitenlijst staat. Maar even formeel gezien, ik heb het stuk helemaal doorgelezen inclusief alle bijlagen en daar staat in informatienota bladzijde 2: de urban-sportplek JOP wordt separaat voorgelegd. Dan denk ik van, nou dat hoort dus blijkbaar niet tot dit voorstel. Vervolgens wordt er een motie ingediend, dat is dus eigenlijk een motie VADO. Want het hoort helemaal niet bij dit stuk, want dit is uit het stuk gehaald. Dus daar raakte ik even het spoor bijster. Heel formeel gezien, ik begrijp dat dit allemaal heel erg speelt, maar ik denk wel dat we het walletje bij het schuurtje moeten laten.

Dat gezegd hebbende, is het wel van heel groot belang dat we in de gaten houden dat de hele groep jeugd, uitgegroeid boven de speelpleintjes, dat daar ook aan gedacht wordt. We weten dat daar in het verleden het nodige mis gegaan is, dus wij hebben nu de kans om het nodige te herstellen. Dat betekent dat er met de gebruikers en de mensen daaromheen, wij hebben hier ook een inspreker gehad die daar goede ideeën over had, dat daar eens goed over gesproken wordt, want het is natuurlijk niet zo dat wij als raad gaan bepalen wat zij zouden moeten willen. Dat is een achterhaald idee. Nee, we gaan vragen en in goede participatie aan de mensen die daar gebruik van zouden moeten maken: wat willen jullie nou precies? Wat willen jullie daarmee gaan doen? Wat is nou precies het plan? Help ons daarmee. Of schrijf zelf wat mee, dat zou nog mooier zijn. En dan kunnen we dat eens gaan kijken, waar we dat zouden kunnen inpassen, hier in Blaricum. Dat maakt mij, en trouwens dat zou ons allemaal niet echt moeten uitmaken, of dat nou op welke plek dat is. En daarom ben ik ook, wil ik het helemaal openhouden voor het college om dat onderzoek te gaan doen, op een zodanige wijze dat wij straks, en dat hoeft niet natuurlijk straks echt te zijn, met een goed voorstel naar ons toe over dit toch wel heikele kan onderwerp.

Want daar moet ook verdraaid goed over nagedacht worden, want we weten wat er allemaal in het verleden is gebeurd. Vandaar dat wij open willen houden A: wat moet daar nou precies komen, en dan wil ik het woord JOP ook niet meer horen en ik wil ook het woord skatepark niet meer horen, nee, het zou eigenlijk een sportieve, positieve activiteit moeten zijn voor jeugd die daar met plezier samenkomt op een plek waar iedereen mee kan leven. En dat zou het dan ook daarmee open willen laten. Vandaar dat de motie die er is ingediend mij te beperkend is. Ik wil het college alle ruimte geven om daar goed over te praten. En natuurlijk is het idee om daar sportscholen bij te betrekken uitstekend. Maar ik wil niet dat er nu al gezegd wordt: daar niet, daar niet, daar niet. Want dan weten we dat we over een volgende vergadering een motie krijgen dat het niet in het oude dorp mag komen en dan daarna niet in de Meent. Dus daar hebben wij niets aan. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ga je gang.

8

De heer Van der Veen: Ja, er is al heel veel gezegd en met heel veel kunnen wij ons ook wel vinden. Ik vind het ook een prachtig plan. Ik ben grootgebruiker van de speelruimte, ik heb een zoontje van vier, dus ik hobbel van speeltuintje naar speeltuintje. Dus ik profiteer daar ontzettend van. We hebben echter wel een aantal opmerkingen. Een aantal opmerkingen die deels ook al gemaakt zijn. Dat ligt in de eerste instantie op de doelgroep. Ik denk dat het plan zich heel erg richt op jongere jeugd en te weinig op oudere jeugd. Zoals al gezegd is. Ik heb dat in percentages uitgerekend. Van de 49 speelruimtes die er komen in Blaricum, is voor de doelgroep 0-5 jaar 78 procent beschikbaar. Voor de doelgroep 5-10 jaar is ook 78 procent beschikbaar. Voor de doelgroep 10-15 jaar gaan we naar 39 procent. Voor de doelgroep van 15-20 jaar gaan we naar 24 procent. En ik denk dus dat wat wij doen voor de oudere jeugd nadrukkelijk te weinig is. Dan kom je, blijkbaar, als je voor de oudere jeugd iets wil doen uit bij een JOP. Ik denk dat een JOP, duidelijk ook door de inspreker de heer Slotema aan is gegeven, wat daar het nadeel van is. En ik denk dat iedereen die opmerking herkent. Ik denk echter ook dat je verder kan kijken dan dat en dat je kan kijken hoe je een plek kan ontwikkelen waar jeugd juist beweegt en waar jeugd sport en waar jeugd niet rondhangt.

En ik denk dat we misschien het ouderwetse term van een JOP moeten veranderen in wat je daar juist wel kan doen in plaats van alleen maar rondhangen. We zullen daarom ook niet de motie steunen dat meteen een plek uitsluit, omdat ik denk dat je niet in de ouderwetse JOP-termen moet denken als je iets voor de oudere jeugd doet. Als je iets voor de oudere jeugd wil doen, is het allerbelangrijkste dat we niet over de oudere jeugd praten, maar dat we met de oudere jeugd praten. En daarvoor is het van belang denk ik, dat we ook wat we in het coalitieakkoord hebben staan, dat we gaan kijken naar een jeugdadviesraad en dat we proberen die zo snel mogelijk op te tuigen. Want dan kunnen we aan jeugdigen vragen: wat vind je leuk? Dan kunnen we kijken of we jeugd kunnen bereiken en te zeggen: wat mis je in Blaricum? In plaats van dat we gaan kiezen wat we over jeugd beslissen, moeten we met jeugd gaan praten en moeten we jeugd zelf laten beslissen en ons advies laten geven. En ik vind dat dat te weinig terugkomt in het plan en ik vind dat we daar ook in de percentages die ik aan heb gegeven, echt te weinig doen voor de oudere jeugd. Tot slot, ben ik heel blij met de participatie die we ingaan met omwonenden.

Ik denk dat het wel belangrijk is dat we het breder trekken en dat we ook kijken naar scholen, dat we kijken naar BSO, dat we kijken naar sportcoaches, dat we kijken naar jongerenwerk, dat we kijken naar sportscholen. Er is zoveel kennis op te halen bij al die instanties, en niet alleen over kennis wat je kan doen voor de leeftijden, maar ook voor kennis welke materialen succesvol zijn voor bepaalde leeftijden. Ik denk dat we daar in het participatieproces veel breder dan alleen maar omwonenden moeten kijken. Dat we veel meer instanties aan moeten laten sluiten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Veen. Volgens mij zijn we rond. Ik kijk heel even naar de wethouder voor misschien de behoefte aan een korte reactie. Hoeft niet. Wethouder Cornelis: Heel kort. De meeste adviezen die u geeft komen neer op goed management en daar kunt u ons op aanspreken. Natuurlijk gaan we dat, al deze tips doen. De participatie die we voor ogen hebben gaat capaciteit kosten. Een van de redenen dat wij ook al in het eerdere voorstel hebben gezegd, we hebben daar bewust een stuk uit gehaald, ook omdat dat opnieuw capaciteit vraagt van diezelfde mensen die nu ook eerst die participatie goed zouden moeten doen. Dus we zijn, het college is, kan zich bij alle standpunten die we gehoord hebben wat voorstellen. Maar om alles nou tegelijk te moeten doen.

We zouden liever eerst de zaak op gang hebben, dan krijgen we een heleboel nuttige informatie voor fase twee als we nog willen kijken naar wat we met bijvoorbeeld een skatepark, een jeugdsportplaats, welke plek die zou moeten hebben in het totaal. Het is voor ons meer een kwestie van dat dit geen slecht idee is, maar de timing voor ons is op dit moment, we zouden liever eerder het ene doen en dan de andere goed. En dan hebben we een hele hoop geleerd wat we anders parallel moeten doen. Dat is gewoon praktisch management. Dat is een korte reactie en ja, ik heb een lijstje gemaakt, maar het komt erop neer dat de zorgvuldigheid die er ingegaan is,

9

die moet herijkt worden, want het is een jaar oud, dus die participatieronde moet ook, maar natuurlijk gaan we dat zo doen. De voorzitter: Helder. Lessen over participatie worden meegenomen en verder heeft u een tweede instantie om nog op elkaar te reageren en dan gaan we zo kijken hoe de stemming uitpakt. Mijnheer Landman. De heer Landman: Dank u wel. Ik had zonet ook al even op de motie moeten reageren, maar dat heb ik even verzaakt want verzuimd. Want ook wij vinden dat er moet gekeken worden naar die ideeën die leven binnen de jongeren en dat daarbij de locatie Bijvanck meegenomen moet worden in het participatietraject, ook weer met de wijkbewoners. Dus dat even als reactie op het eerste voorstel van de JOP. Daar hoef ik niet op te reageren want het staat niet in het plan, dus die leg ik naast me neer. Hart voor Blaricum vindt wel, heb ik ook in de RTG gezegd en begrepen, dat op dit moment geen onveilige speeltoestellen in de wijken staan die al eerder aandacht zouden hebben. Dat heb ik begrepen, ik ga ervan uit dat dat ook zo is dus. Als blijkt dat diverse locaties niet hoeven te wachten op de totale renovatie van de Bijvanck, dan mag er van Hart voor Blaricum al veel eerder aangevangen worden. Staat ook al voor een deel zo in het programma. Wat me wel opvalt, en dat hoor ik van meerdere kanten, van een concentratie van urban sports op één plek.

Daar zit natuurlijk een gevaar in van dat op één plek veel oudere jongeren, jongere ouderen en noem alles maar op bij elkaar gaat hangen. Wij hebben voorgesteld, en dat is net zoals in de Blaricummermeent al gerealiseerd is, om een parcours te maken. Dat je dus over een langer traject oefeningen kan doen die nodig zijn. Het voorstel, wat wij ook stellen, van de jongeren uiteraard erin betrekken, maar wel zoveel mogelijk dan op de locaties die er zijn in goed overleg met de buurtbewoners. Zo ver, dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even, mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, ik denk dat er sprake is van een spraakverwarring veroorzaakt door meerdere versies van dezelfde soort motie. Ik hoor de heer Oyens zeggen: wij willen eigenlijk alles openhouden, en ik praat dan over de motie, openhouden de locatie en wat en hoe, enzovoort. Dat is ook exact het dictum van deze motie. Deze motie geeft aan dat we geen locatie noemen. We zeggen niet, we zeggen wel er komt een skatepark, maar dat moet u zien als een begin waarop alles nog ingevuld wordt. Ik heb dat ook aangegeven, een skatepark, dat is een breed begrip waarbij ook BMX enzovoort allemaal gesitueerd zou kunnen worden. We noemen heel bewust geen locatie. We noemen dus niet waar, heb ik gezegd, en we noemen ook niet wat. Dat heb ik ook gezegd. Dus ik begrijp niet helemaal wat de heer Oyens nu bedoelt.

De suggestie om de gebruikers erbij te betrekken, is iets wat ik heel vanzelfsprekend vind. Het was zo vanzelfsprekend dat ik het niet heb meegenomen, maar ik ondersteun dat van harte. Er wordt door de heer Oyens gezegd: wat willen jullie? Wat willen de gebruikers nou precies? Desnoods, schrijf zelf wat. Ik denk dat de gebruikers niet kunnen wachten om aan de gang te gaan, liever gisteren dan morgen. Ik begrijp ook niet, ik ben er eigenlijk vanuit gegaan dat deze motie door heel veel partijen ondersteund zou worden omdat eigenlijk alle partijen hebben aangegeven in de RTG, toen de heer Van der Veen insprak, en ook in de nazit, dat iedereen daar heel enthousiast voor was. De intentie, ik zou u willen oproepen om de intentie van de motie dan te onderschrijven: het college alle ruimte te geven om met de gebruikers in gesprek te gaan, te participeren, alles wat u heeft genoemd, maar laten we nu de gebruikers met een goed gevoel naar huis gaan dat er inderdaad ook draagvlak is om indien mogelijk zo’n skategebeuren, al dan niet met BMX of wat dan ook waar behoefte aan is, en met name ook voor de wat oudere jeugd, zoals de heer Van der Veen zelf heeft aangegeven die er bekaaid bij af is gekomen, te realiseren.

10

De voorzitter: Dank u wel, u bent duidelijk genoeg geweest volgens mij. Mevrouw Kukupessy De heer Oyens: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ik kan me voorstellen dat dat u wilt reageren. Lijkt me goed. Ik kom zo bij u. Gaat uw gang. De heer Oyens: Mevrouw Boersen heeft mij persoonlijk aangesproken, wat ik zeer plezierig vind. Ik zou die motie wel willen ondersteunen, maar mevrouw Boersen die spreekt zichzelf tegen. Want er staat letterlijk in de motie: een skatepark. Maar nee, ze bedoelt eigenlijk: het kan alles zijn zolang er maar voor de jeugd iets actiefs bedacht wordt. Dus ik zou best die motie wel willen ondersteunen, maar dan zou u het woord skatepark eruit moeten halen. Bijvoorbeeld hebben wij hier bedacht: een sportieve activiteit voor jongeren daarvoor in de plaats te zetten. Dan houdt u dat open en wordt het woord skatepark ook vermeden, waarmee het idee zou zijn dat het nou specifiek daarom gaat. U heeft het zelf gezegd, daar gaat het ‘m niet om. En wij hebben het ook gezegd, daar gaat het ‘m ook niet om. Dus ik denk dat we elkaar daar wel in zouden kunnen vinden. De voorzitter: Mag ik u nog aanvullen? Want u zei ook in samenspraak met jongeren. De heer Oyens: Uiteraard in samenspraak met jongeren, want er gaat iets komen, we willen graag dat er iets komt voor een doelgroep die ons moet gaan vertellen wat ze graag willen.

En dat is natuurlijk het stuk participatie wat er straks uit moet gaan komen, dat we daar met z’n allen over om de tafel gaan zitten. En liefst met iedereen erbij die daar iets over kan zeggen en wil zeggen. Want daar moeten wij tenslotte het mee doen. Ik hoop, de wethouder hield zich nogal op de vlakte over wanneer dat dan zou kunnen, die wil eerst liever het eerste stuk afmaken –en dat snap ik vanwege de ambtelijke capaciteit- maar het zou toch wel prettig zijn als we iets meer zouden kunnen horen over wanneer zoiets nou zo eens een keer in gang gezet zou worden. Bijvoorbeeld volgend jaar. Dat zou ik een mooi antwoord vinden. De voorzitter: Ik kijk even, mevrouw Boersen wilt u nog reageren op de suggestie van de heer Oyens? Mevrouw Boersen-de Jong: Ja, als de heer Oyens vindt dat ik het woord skatepark te, dat hij dat woord skatepark te letterlijk moet nemen, dan kunnen we daar een ander woord voor zoeken en vinden. Ik zit helemaal niet vast aan het woord skatepark. Wat ik wil is in samenspraak met de jongeren datgene realiseren waar zij behoefte aan hebben. Wij hadden de ervaring en tot twee keer toe de vraag voorgelegd gekregen van twee groepen jongeren: waarom geen skatepark? Nou, toen ben ik waarschijnlijk te kort door de bocht, heb ik het woord skatepark overgenomen. Maar als dat een ander woord moet zijn, prima.

De voorzitter: Ik hoor zo graag van u of u dat gaat aanpassen, want ik denk dat we daar … Mevrouw Boersen-de Jong: Als dat draagvlak vindt bij de anderen en daardoor de motie inderdaad op een meerderheid kan rekenen, dan wil dat met alle plezier aanpassen. De voorzitter: Goed, ik ga even de heer Landman horen, want hij stak ook net zijn hand op. De heer Landman: Ja precies, want ook dat sluit aan bij hetgeen wat ik daarstraks al stelde, het gaat om welke ideeën leven er bij de jongeren. We hebben natuurlijk sportclubs, die zijn er natuurlijk al, je kan gaan sporten op de plekken die daarvoor zijn aangewezen. Maar als je dat in de buurt gaat doen,

11

dan is het wel van groot belang, ik snap dat er heel veel plekjes te bedenken zijn, maar dat de buurt waar dat dan in gedachte is, dat die daar zeker in meegenomen moet worden. Want iedereen wil van alles en nog wat, maar niet in je achtertuin. En dat is een beetje het punt dus als er zo’n ideeënfestival gaat komen, probeer dan zo veel mogelijk die groep die dat initiatief neemt, ook direct dan terug te koppelen met buurtbewoners. De voorzitter: Mevrouw Boersen. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter, dat spreekt eigenlijk ook weer voor zich, die participatie. Je kunt tegenwoordig, niet alleen tegenwoordig maar ook al in het recente verleden, je kunt niets realiseren zonder de buurt daarbij te betrekken. Dus ja, dat spreekt voor zich, een participatieproces. De voorzitter: De heer Van der Veen, de andere. De heer Van der Veen: Ja, geen familie van trouwens. Ik heb de motie van De Blaricumse Partij begrepen zoals die was. Dat het inderdaad was om te onderzoeken. Ik vind het echt een uitstekende toevoeging van de VVD om dat niet te vernauwen tot een skatepark maar te kijken hoe je in het algemeen in sport uitgebreider gaat doen. Ik ben het ook eens met de heer Landman dat je niet alles moet centreren op één plek en dat het goed is om te kijken naar meerdere plekken wat je zou kunnen doen. Echter noemt de heer Landman: we hebben ook sportclubs waar gesport kan worden.

Ik werk voor een sportclub, onder andere, en ik merk op dit moment al de financiële last die mensen dragen en waardoor mensen bepaalde sporten niet meer doen bij een sportvereniging. Wij zien dat in opzeggingen, we zien dat in aanmeldingen. Dus ik denk dat het heel goed is, zowel voor oudere jeugd, zelfs ook voor volwassenen, om in de publieke ruimte te kunnen sporten en dan meer te kunnen doen dan dat je zegt je kan sporten bij een sportvereniging. Ik ben voor sportverenigingen, want ik werk bij sportvereniging. De voorzitter: Goed, ik ga even, mijnheer Landman wil graag reageren. De heer Landman: Laatste, het is niet of-of, het is gewoon en-en zijn. De voorzitter: Prima. Mevrouw Kukupessy had ook nog het woord gevraagd, maar ik geef eerst even mevrouw Boersen het woord om te horen hoe ze precies het dictum van de motie zou willen aanpassen. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik zou heel graag een paar minuten willen schorsen om dan even te overleggen wat ik dan zou moeten opschrijven om de steun van de raadsleden te krijgen. De voorzitter: We schorsen een paar, een paar minuten maar. Maak het niet langer dan dat. Volgens mij heb ik u net al de tekst aangeleverd. Dames en heren, ik heropen de vergadering.

Ik heb begrepen dat de schorsing heeft opgeleverd dat degene die in ieder geval daarbij aanwezig waren, zijn gekomen tot een nieuw verzoek aan het college en ik krijg net van mevrouw Boersen de tekst daarvoor voor mij en ik denk dat het de bedoeling is dat ik die ook voorlees. Mevrouw Boersen-de Jong: U kunt ‘m ook voorlezen, maar dan heeft u ‘m in ieder geval. De voorzitter: Ik zou bijna zeggen u heeft bijna een artsenhandschrift maar ik kan proberen om het te ontcijferen. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik lees ‘m wel voor. Zal ik ‘m voorlezen dan?

12

De voorzitter: Ja, heel graag. Mevrouw Boersen-de Jong: De tekst wordt dan: verzoekt het college de mogelijkheid voor het realiseren van een of meerdere sportieve activiteitenlocaties voor jongeren in samenspraak met de betrokken jongeren en met inachtname van het overeengekomen participatietraject. De voorzitter: Dat wordt dan vervolgens het nieuwe verzoek van het college, staat nu in ieder geval op de band en u heeft daar allen kennis van kunnen nemen. Ik denk dat we zo gaan kijken als we de motie in stemming gaan brengen of dat ook het beoogde resultaat heeft gehaald. Mevrouw Boersen-de Jong: Voorzitter sorry, ik onderbreek, te onderzoeken is nog weggevallen, maar dat kunt u wel ergens zelf invullen. De voorzitter: We gaan kijken hoe het woord te onderzoeken op een nette manier, zonder dat daar achteraf discussie over ontstaat zeg ik er dan maar meteen bij, daar nog aan toe kunnen voegen. Dat was het volgens mij met betrekking tot motie nummer 2. En mevrouw Kukupessy zit al heel lang te wachten tot zij zelf het woord mag voeren. Gaat uw gang. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Ik vind het een beetje apart. Er zijn, mijnheer Landman en mijnheer Oyens, willen niet over de motie praten omdat het niet staat direct in de tekst, maar het wordt als optie meegenomen. De voorzitter: Wij hebben het nu over motie 3, voor de helderheid voor alle luisteraars.

Mevrouw Kukupessy: We hebben het over de JOP, ja. Terwijl we daar de andere optie wel behandelen. Heel apart in mijn optiek. Dat snap ik niet. Maar daarnaast is er trouwens ook ingesproken hierover. Dus ik vind het heel vreemd waarom wij hier niet over spreken terwijl ik voor honderd procent zeker kan zeggen dat de meerderheid van de buurtbewoners hier erg op tegen is. Dank u. De voorzitter: De heer Oyens, wilt u nog reageren, of? De heer Oyens: Nee, daar heb ik geen … De voorzitter: Nee. Dat was het wat u betreft, mevrouw Kukupessy? Misschien nog even voor de verheldering, want anders denkt iedereen, die blijft zo hangen. Het JOP wat u uit wilt sluiten in het Speelruimteplan, daarvan is aangegeven dat het helemaal niet in het Speelruimteplan staat wat we vanavond met elkaar vaststellen. Vandaar de opmerking; het hoeft niet … Mevrouw Kukupessy: Hetzelfde als de skatebaan. De voorzitter: Niet helemaal, maar laten we die discussie verder niet voeren. We gaan het voorstel in stemming brengen en dan gaan we beide moties in stemming brengen en dan kijken we hoe dat uiteindelijk tot resultaat leidt. Ik breng in stemming: de actualisatie van het Speelruimteplan Blaricum 2022-2030. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Zijn geen stemverklaringen. Zijn er tegenstemmen? Dat is ook niet aan de orde. Dan is het voorstel aangenomen.

Ik breng in stemming: motie nummer 2, ingediend door De Blaricumse Partij met een gewijzigd verzoek aan het college zoals we net met elkaar hebben gedeeld. Zijn daar nog stemverklaringen bij? Die zijn er niet. Mag ik de vingers omhoog zien van leden van u raad die voor motie nummer 2 stemmen? Kijk eens aan, dat is raadsbreed. Daarmee is motie nummer 2 aangenomen. Dan breng ik in stemming: motie nummer 3.

13

En daar luidt het verzoek aan het college van de mogelijkheid voor het realiseren van een JOP in het Bijvanckpark uit te sluiten in het Speelruimteplan. Zijn er nog stemverklaringen bij deze motie? Die zijn er niet. Mag ik de vingers omhoog zien van de leden van u raad die voor motie nummer 3 stemmen? Dat is één lid van Partij van de Arbeid / GroenLinks, de indiener, twee leden van De Blaricumse Partij. Daarmee is motie nummer 3 verworpen. 6. Aanpassen Nota van Randvoorwaarden voor de herontwikkeling van het Tergooiterrein De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 6, betreft aanpassen van de Nota van Randvoorwaarden voor de herontwikkeling van het Tergooiterrein. Wie wil de aftrap doen? Ik ga de heer Uitendaal een keer als eerste het woord geven. Gaat uw gang. De heer Uitendaal: Ja dank u voorzitter. We willen meteen van de gelegenheid gebruik maken om motie M5 in te dienen, dan hebben we het over de duurzaamheid. Is dat zeer belastend? Kan ik nu even een korte inleiding van geven. De voorzitter: Ja, als u wel, de microfoon iets dichterbij haalt. De heer Uitendaal: Nog dichter bij de microfoon? Gaan we dat proberen. Een oude waarheid zegt, dat is dan wel Engelstalig: there is no planet B. We moeten zuinig zijn op de wereld die we hebben. Heel veel mensen zullen dat beamen, maar het betekent ook dat het consequenties heeft voor de keuzes die je zelf maakt.

En ik denk dat dat ook moet gelden voor de stapjes die wij zetten in Blaricum en dus ook over het Tergooiterrein. Daar worden we bij geholpen door inzichten en kennis die aanwezig is in de MRA en de provincie Noord-Holland. Die hebben inmiddels samen een convenant Toekomstbestendig Bouwen samengesteld en nog een convenant Houtbouw. Dat geeft ons de gelegenheid om die heel goed gespecificeerde uitgangspunten mee te geven in de onderhandelingen over de nieuwe Nota van Randvoorwaarden aan het college. Dat doen we heel graag en bovendien wordt in de motie uitgerekend dat er op het gebied van groen meer ruimte zal gaan ontstaan dan in het verleden het geval was. Dat is voor ons het uitgangspunt om ervoor te zorgen dat de groene ring, dat hij minimaal moet blijven bestaan en eerder moet kunnen worden uitgebreid. Dat was alles in een nutshell, bedankt. De voorzitter: Dank u wel. U heeft motie nummer 5 hiermee ook ingediend. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben een voorstel gekregen om de Nota van Randvoorwaarden aan te passen en met name de belangrijkste punt is om de weg vrij te maken voor het slopen van het gebouw wat er nu staat. Allereerst wil ik beginnen dat wij als CDA geen goed gevoel over dit voorstel hebben wat voorligt. Het geeft ons onvoldoende zekerheid over wat voorgesteld wordt ook uitgevoerd kan worden.

Het geeft ons geen gemoedsrust. Gebleken is dat de statements die gemaakt zijn, namelijk dat sloop en nieuwbouw minder CO2 geven, niet kloppen. Dat sloop-nieuwbouw zeker niet duurzamer is dan transformatie. En de transformatie was het allereerste uitgangspunt waar de volledige raad mee heeft ingestemd en dat is in april 2020 voor de laatste keer geweest. We zijn nu ruim twee jaar verder en we hebben in deze tijd wat betreft het CDA geen steekhoudende argumenten gehoord waarom transformatie niet zou kunnen plaatshebben. We hebben te maken met een partij die aan tafel zit waarvan de mensen hoogopgeleid zijn om hun doelen goed te bereiken, maar wij – ook voor de overige raadsleden geldt dat- zitten hier om namens de Blaricumse inwoners een zo goed mogelijk resultaat te behalen, dat weloverwogen is met de juiste informatie. Wij hebben het net uitgebreid gehad over participatie, dat is meerdere keren gevallen, dat een besluit niet kan genomen worden zonder participatie. Het is nu zo dat de inwoners wel

14

geïnformeerd zijn maar niet hebben geparticipeerd in het voorstel wat nu voorligt. Tergooi is in 1990 gebouwd en opgeleverd als modern, robuust en zeer goedgebouwd ziekenhuis en zeker niet met intentie om nog maar dertig jaar te laten bestaan. De intentie is toen voor een veel langere tijd ingezet. Het is toentertijd ook een lang proces geweest, waren er veel discussies over en er is een mooi gebouw –mooi tussen aanhalingstekens- neergezet met vijf verdiepingen, waarvan twee onder de grond, de kenmerkende zandgrond van dit gebied. Je zou kunnen zeggen dat het een soort semiatoombunker is, zodanig goedgebouwd is dit. En het is juist een uniek herontwikkelingsgebouw met een mooie hoge plafonds, denk ook wat in het nieuwe bouwbesluit staat, waarvan al diverse voorzieningen aanwezig zijn. Je kunt uiteraard discussiëren of het uiterlijk mooi is of niet, maar er zijn ook vele voorbeelden van gebouwen die getransformeerd zijn en die er prachtig uitzien met hangende tuinen, nieuwe houten panelen, die een totaal ander uitzicht geven dan wat het nu is. Dus de discussie of iets mooi is of lelijk, daar gaat het nu even niet om. We hebben gisteren een prachtige lezing gehad weer van Thomas Rau, die ook eerder hier is geweest over de transformatie van gebouwen, dat we bezig moeten gaan met een nieuwe manier of een andere manier van het omgaan met materiaal wat beschikbaar is voor ons.

Want die zijn namelijk niet onbeperkt beschikbaar. Die materialen groeien niet aan een boom waarvan je steeds weer kunt oogsten. Hij zegt ook, en daar ben ik het helemaal mee eens, dat we slecht in staat zijn op een verantwoorde manier met ons eigendom om te gaan op het moment dat het niet meer aan onze eisen voldoet. We kunnen op een andere manier tegen eigendom gaan aankijken door te regelen dat de we producten niet langer in eigendom hoeven te hebben om ze te gebruiken. Zo kunnen wij ervoor zorgen dat we materialen niet langer verbruiken maar slechts gebruiken. Daarbij wil ik ook nog opmerken dat, het is nu een compact gebouw en dat het straks een enorm verschil zal maken of je de BVO-meters in een compact gebouw hebt, of dat je dit verspreid over terreingebouwen. En ik denk dat iedereen zal schrikken als je in praktijk zou zien wat dit teweegbrengt. Laat staan dat er ook nog bovengronds nabij de verschillende gebouwen geparkeerd zou moeten worden. Kortom, wij zijn helemaal niet overtuigd dat we onze oorspronkelijke Nota voor Randvoorwaarden zouden moeten openbreken. Het argument dat er dan meer wooneenheden gebouwd zouden kunnen worden is ook niet goed beargumenteerd. Immers, we hebben nooit de vergelijking voor ons gekregen hoeveel er in het oude gebouw gerealiseerd zouden kunnen worden ten opzichte van de eventueel nieuw te bouwen wooneenheden in een nieuwe situatie.

Wat gebeurt er bij onverwachte problemen tijdens het slopen, ik noem ook even de buurgemeenten in Huizen, die met het BNI- gebouw ook problemen heeft. Dus er zijn allerlei aspecten die, waarvan wij niet overtuigd zijn dat wij deze Nota voor Randvoorwaarden moeten openstellen. Dit was in eerste instantie mijn reactie. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Claushuis. Ik kijk even nog richting de VVD, mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal even dicht bij de microfoon gaan zitten. Ruim drie jaar geleden heeft deze raad kaders vastgesteld voor de herontwikkeling van het ziekenhuisterrein Tergooi Blaricum. Voor de verkoop van het terrein was het noodzakelijk dat er duidelijkheid kwam over de planologische mogelijkheden voor potentiële kopers van het terrein. En op basis van een aantal voorgestelde ontwikkelingsvarianten is er toen een keuze gemaakt voor de zogenaamde hub-Blaricum-variant. Voor de VVD was erg belangrijk dat de gekozen variant het beste voldeed aan de wens om zowel woningen als werkgelegenheid te realiseren met het behoud van veel groen. En dat deze variant ook in het kader van duurzaamheid het hergebruik van het bestaande gebouw inhield, oftewel niet slopen, was voor ons een kritische noot bij de uiteindelijk gekozen hubvariant.

Op 28 januari 2020 heeft deze raad de Nota van Randvoorwaarden vastgesteld, waaronder de voorwaarden van het transformeren van het huidige gebouw. En daarop heeft op 28 april dat jaar nog enige verduidelijking plaatsgevonden over de realisatie van een ondergrondse parkeergarage waar de VVD altijd groot voorstander van is geweest. Vanaf het moment van de

15

vaststelling van de randvoorwaarden tot op heden hebben er diverse sessies plaatsgevonden met de uiteindelijke koper, ontwikkelaar van het terrein. Die gingen over de duurzame consequenties van amoveren casu quo het transformeren van het huidige gebouw. En de raad had transformatie van het huidige gebouw vastgelegd in de Nota van Randvoorwaarden en de ontwikkelaar kon met deze voorwaarden volgens eigen zeggen geen aanvaardbaar en exploitabel stedenbouwkundig plan realiseren. Diverse onderzoeken en uitkomsten hebben er uiteindelijk toe geleid dat we opnieuw met elkaar om tafel moeten. Want om zondermeer akkoord te gaan met een destijds cruciale voorwaarde, het transformeren van het huidige gebouw ook al waren wij daar geen voorstander van, is ook voor de VVD onaanvaardbaar. De VVD vindt dan ook terecht dat we met het eventueel instemmen met sloop-nieuwbouw de overige uitgangspunten in de Nota van Randvoorwaarden opnieuw moeten bekijken en bespreken. Temeer daar wij destijds bij de vaststelling van de randvoorwaarden niet wisten dat de uiteindelijke koper de realisatie van een woonzorglandschap voor ogen had. Dat brengt nogal wat consequenties voor onze gemeente met zich mee. Wij denken ook dat de forse inzet van de ontwikkelaar op zorgwonen kan betekenen dat er aanspraak op gemeentelijke voorzieningen in de toekomst, zoals de WMO, fors zal toenemen.

En dat voor een kleine gemeente als Blaricum het financieel wel haalbaar moet blijven. Daarom is het in onze ogen juist om het aantal zorgwoningen te maximeren, zoals ook in de nieuwe aandachtspunten is terug te vinden. De overige nieuwe aandachtspunten kunnen wij als VVD volledig onderschrijven en wij hopen dan ook dat het college met deze aandachtspunten realistische onderhandelingsruimte wordt meegegeven. Wel willen wij opmerken dat wij geen eigenaar zijn van dit terrein en dat we daarvan, bij alles met wat we wel graag terug willen zien in het onderhandelingsresultaat, onszelf daarvan goed rekenschap moeten geven. Toch heeft de VVD één aandachtspunt dat zij graag toegevoegd wil zien en dat betreft de toekomstige toewijzing van sociale huurwoningen. Wij willen daarvoor graag hierbij een motie indienen. In de Nota van Randvoorwaarden is namelijk vastgelegd dat sociale woningbouw bij voorkeur, ik herhaal bij voorkeur, in eigendom en beheer komt bij een toegelaten woningcorporatie. Ook als VVD zouden wij graag zien dat woningcorporaties bij dit project betrokken worden, vooral vanwege de daarmee vastgestelde toewijzingsbeleid sociale huurwoningen.

Dus mocht de betrokkenheid van woningcorporaties om een of andere reden spaak lopen, dan vinden wij wel dat de toewijzing van deze woningen moet plaatsvinden gebruikmakend van de regels die wij daarvoor hebben opgesteld in de regionale huisvestingsverordening. Alleen op die manier vindt er een rechtvaardige en goede verdeling plaats van schaarse sociale huurwoningen in Blaricum en onze regio. Tot slot voorzitter, het college is nu aan zet en zal met het onderhandelingsresultaat bij de raad terugkomen. Pas dan kunnen wij de definitieve voorwaarden met elkaar gaan vaststellen. Intussen hebben wij begrepen dat de ontwikkelaar een proces van participatie gaat starten met de buurtbewoners en tegelijkertijd verzoeken wij dit college ook de bewoners van de Koningsbuurt verder mee te nemen in het gemeentelijk proces om te komen tot een gedragen stedenbouwkundig plan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dat is motie nummer 4 die u indient. Ik ga naar de overkant de heer Pel. De heer Pel: Ja dank u wel, voorzitter. Nou, er is al het nodige gezegd. De voorzitter: Het geluid is niet helemaal goed. De heer Pel: Misschien zo beter? De voorzitter: Ik zou sowieso even iets verder naar u toe halen, microfoon, dan kijken we even en anders, nee naar toe.

16

De heer Pel: Hij was al dichtbij, maar … De voorzitter: Ja, maar toch. De heer Pel: Zo gaat hij beter. Goed genoeg? De voorzitter: Ja, dank u. De heer Pel: Ja, Tergooi heeft al wat voeten in de aarde gehad. Wij zijn op een gegeven moment ook, vorig jaar, in de vorige periode in een impasse gekomen met de initiatiefnemer-eigenaar over de Nota van Randvoorwaarden. Wij hebben dat als Hart voor Blaricum zelf ook getraineerd om dat zorgvuldig aan de orde te stellen en dat besluit ook goed te kunnen nemen. Vandaag zijn we zover dat we ons inziens een goed besluit kunnen nemen. Want die impasse, die kan in ieder geval doorbroken worden door een nieuwe set van randvoorwaarden mee te geven aan het college om te onderhandelen. En ik zeg met nadruk meegeven, want de uitkomst van zo’n proces is niet altijd gewis dat dat ook allemaal precies zo uitkomt in de percentages zo iedereen zo ziet, voor zich. Dat betekent dus dat we gezien hebben dat in het verleden de percentages bijvoorbeeld voor het gebruik en de functie, want daar gaan wij over, het gaat over een bestemmingsplan, dan hebben we het niet over of iets mooi of lelijk is. Het gaat over een bestemmingsplan, daar bepalen we de functies voor werken, wonen in de gradaties zoals ze er staan. Die blonken niet uit in duidelijkheid, die percentages, die staan ons inziens staan die nu duidelijk om mee te geven in onderhandeling.

En dat betekent dat, en dat is al even gezegd, dat bijvoorbeeld de hoeveelheid woonzorg ook nu beter gelimiteerd is en gecapt voor wat betreft het aantal, waarmee ook de gemeente Blaricum wat meer zekerheden kan hebben in de toekomst over aanspraak in de WMO bijvoorbeeld. Dan iets over sloop en nieuwbouw, ja in het verleden heeft natuurlijk wel de situatie gegolden dat wij hebben gekeken naar de duurzaamheid en toen was ook aan de orde dat iets laten staan aanmerkelijk beter voor het milieu zou zijn dan het slopen. Er zijn allerlei ontwikkelingen geweest in die tussentijd, die hebben mogen vernemen en zien dus dat er nu een situatie optreedt waarin je kan zeggen: ja, het slopen zal waarschijnlijk iets meer in die transitie, zal dat iets meer CO2 opleveren dan nieuwbouw. Maar ja, er zijn op deze manier, en dat is ook aangekondigd, als je weer onderzoeken extra gaat doen, op die manier kun nog tien onderzoeken op verschillende aspecten uitvoeren om dat weer te meten. Wat je bijvoorbeeld niet gemeten, eerst hier, hoe dat in de exploitatieperiode gaat, hoe zich dat gaat gedragen. Want die gebouwen, zoals gesteld, die zullen voor heel veel jaren blijven staan. Ook deze nieuwe gebouwen. Voor ons is het in ieder geval evident en belangrijk geweest dat op deze manier toch gekeken wordt naar: kan je duurzaam bouwen? Ook nieuwbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11968364/1