20220706 Transcript Raad Blaricum 16 00 uur
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 6 juli 2022 Aanvangstijd Eindtijd Locatie
: 16.00u : 17.00u : Raadszaal Gemeentehuis Blaricum
Aanwezig 14 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), mw. R.J.C. Beemsterboer-van Urk Dam, J. Landman, mw. A. Brendel, mw. N. Hoogendijk-van Trotsenburg, L.J. van Urk Dam VVD-fractie: mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, P.H. Oyens D66-fractie: P.M. Uitendaal (fv), M. van der Veen De Blaricumse Partij-fractie: Mw. E.J.M. Boersen-de Jong (fv), R.J.H. Kemperman PvdA/GroenLinks: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Afwezig VVD-fractie: R. Wiegel (fv) Voorzitter en griffier: mw. J.N. de Zwart-Bloch, voorzitter mw. T.D. de Jong, griffier A.T.H. van Dijk, commissaris van de Koning in Noord-Holland mw. S. de Kroon, plaatsvervangend kabinetschef
1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Dames en heren, we gaan gebruik maken van de natuurlijke stilte die valt en mijn microfoon die helpt daar ook meteen aan me, geloof ik. Ik ben wel buitengewoon goed verstaanbaar op dit moment volgens mij, hij kan nog wel wat verder weg. Ik open deze bijzondere raadsvergadering. Voor zover ik zo snel kan zien, zijn er geen berichten van verhindering. De heer Wiegel heeft zich afgemeld, fractievoorzitter van de VVD, excuus. Een bijzonder welkom aan onze Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Holland, waar wij toe behoren maar dat hoef ik u niet te vertellen, de heer Van Dijk en zijn plaatsvervangend kabinetschef, mevrouw De Kroon en op de tribune zit onze regiomanager, mag ik je zo noemen? Olga Prins, een oud bekende van ons weer even terug, heel fijn, welkom ook.
2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Aan de orde is het vaststellen van de agenda. Ik neem aan dat u daar geen op- of aanmerkingen bij heeft, dus dat punt slaan we snel over. 3. Mededelingen De voorzitter: Ik stel voor dat we onder agendapunt 3, de mededelingen, even een kort voorstelrondje doen, voordat we op de inhoud ingaan. De heer Pel, ik begin bij u. De heer Pel: Ja dank u wel voorzitter. Willem Pel, ik ben fractievoorzitter van Hart voor Blaricum en al enige tijd woonachtig in dit dorp en sinds 2018 in de raad. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga linksom, de heer Landman. De heer Landman: Oké, mijn naam is Han Landman, lid van Hart voor Blaricum en sinds een aantal jaren ook woonachtig in het prachtige Blaricum. Mevrouw Brendel: Hallo, mijn naam is Aimee Brendel, woonachtig in Blaricum, lid van Hart voor Blaricum en al enige jaren raadslid. Mevrouw Beemsterboer: Hallo, mijn naam is Ramona Beemsterboer, ook van Hart voor Blaricum. Sinds 19 jaar woonachtig in het mooie Blaricum en sinds 2018 in de raad. Mevrouw Hoogendijk-van Trotsenburg: Natascha Hoogendijk, Blaricum, Hart voor Blaricum en een nieuweling in de raad. De heer Van Urk Dam: Mijn naam is Leon van Urk Dam, ook van Hart voor Blaricum. De voorzitter: Er kan er maar één tegelijk aan, ja. De heer Van Urk Dam: Sinds 2010 woonachtig in Blaricum en sinds dit jaar eigenlijk hier in de raad.
Mevrouw Kukupessy: Bea Kukupessy, mijn hele leven wonend in Blaricum. Vanaf ’98 of ’99 lid van de gemeenteraad en ik zit voor PvdA / GroenLinks nu. Mevrouw Boersen-de Jong: Ik ben Liesbeth Boersen, ik ben nu fractievoorzitter van De Blaricumse Partij. Ik heb het niet precies uitgerekend, maar ongeveer 32 jaar in de plaatselijke politiek, anderhalf jaar geleden afgetreden als wethouder en daarvoor in totaal 12,5 jaar wethouder geweest. De heer Kemperman: René Kemperman, lid van de fractie van De Blaricumse Partij en ongeveer ruim twintig jaar actief in de Blaricumse politiek. De voorzitter: Ik ga die kant op, mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Mijn naam is Christien Dobber, lid van de VVD. Ook lid van de VVD in de fractie, woon sinds 1985 in Blaricum en 6 jaar raadslid.
De heer Oyens: Piet Hein Oyens, ik woon 42 jaar in Blaricum en ben lid van de VVD. Ik zit namens de VVD nu in de raad, in het verleden heb ik voor andere partijen in de raad gezeten, maar dat is inmiddels al weer 16 jaar geleden. De voorzitter: Het is een goede traditie in Blaricum om voor verschillende partijen en in verschillende periodes aan tafel terug te komen. De heer Uitendaal: Mijn naam is Peter Uitendaal, fractievoorzitter van D66. Ik ben sinds anderhalve maand raadslid ongeveer en ik woon ook al heel lang in Blaricum. De heer Van der Veen: Ik ben Menno van der Veen, ik woon sinds een jaar of zes in Blaricum in het Blaricummermeent, waar jullie geweest zijn vanochtend. Ik ben het jongste raadslid, denk ik. Pas twee maanden raadslid, dus ik leer van alle enorme aantallen dat ze hier al raadslid zijn. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik ben Ellewies Claushuis, fractievoorzitter van het CDA. Ik was niet van plan om naar een andere partij te gaan en woon sinds 1990 in Blaricum. 4. Openbaar gesprek tussen Commissaris van de Koning en de raadsleden aan de hand van enkele onderwerpen, waaronder regionale samenwerking en duurzaamheid De voorzitter: Hartelijk dank, dan zijn we rond. Zowel door de raad als door de commissaris zijn er een aantal gespreksonderwerpen aangedragen, die gaan we vrij informeel inzetten en ik zou de commissaris als eerste daartoe het woord willen geven.
Commissaris Van Dijk: Ja dank u wel. Nou, ik heb de jaren niet bijgehouden, maar er zit in ieder geval een hoop jaren ervaring in deze raad, al dan niet bij één partij of bij andere partijen. Maar fijn dat wij hier te gast mogen zijn, ik ben hier niet alleen, ik heb mijn kabinetschef bij me, Sabine de Kroon en Olga Prins de regiomanager, het is geen onbekende. Het is ook bewust dat we hier met zijn drieën zijn, omdat het niet alleen een ambtsbezoek is, maar dat natuurlijk ook de samenwerking en gelukkig is die goed, maar dat we dat natuurlijk ook willen benadrukken. Ik ben hier in het kader van mijn rijkstaak dat heet dat je als commissaris niet alleen een provinciaal orgaan bent maar ook een rijksheer taak hebt. Dat betekent dat je bij de burgemeester op het herenkantoor niet alleen verantwoording aflegt aan mijn Staten, dat zou bij u aan de raad zijn, maar aan het kabinet. En een van die taken is dat je in je ambtsperiode minimaal een keer op bezoek gaat bij alle gemeenten in de provincie. Dat zijn er nu nog 44, dat waren er 47 er zijn 3 gemeenten gefuseerd maar dat is rijkelijk veel. Zuid-Holland en Brabant, zitten wel een beetje in de top 3 van Nederland. Er zijn natuurlijk provincies met minder gemeenten en dan kun je wat vaker langsgaan. Het belang van het bezoek wat ik breng is eigenlijk om gewoon de staat van Blaricum eens op te nemen en daarnaar te luisteren.
Dat doe ik eigenlijk in drie stappen, de eerste is een vertrouwelijk gesprek met het college waarbij we als collega’s onder elkaar praten over, hoe gaat het, hoe staat het ervoor en wat zijn de uitdagingen en dilemma’s. Bewust vertrouwelijk, daar maak ik ook geen verslag van, daar kunt u om vragen maar het is er dus niet. Maar het is wel fijn om er als bestuurders met elkaar eens vanuit die optiek naar te kijken. Belangrijk vind ik zelf een stukje maatschappelijk Blaricum opsnuiven, als ik het zo mag noemen dat hebben we ook rijkelijk gedaan, bij de jongerenwerker bij Versa Sport in Bijvanck, waar we even naartoe zijn geweest en daar een goed gesprek gehad met name ook over wat het met de jongeren in Blaricum heeft gedaan in de afgelopen twee jaar. Ik moet wel zeggen, mooi om te zien hoe een aantal zaken zijn opgepakt. Dat waren ook wel hele intieme gesprekken eigenlijk, daar waar het gaat om wat de jongeren hebben beleefd en waar ze tegenaan zijn gelopen. Maar ook goed om te zien hoe het jongerenwerk het oppakt en daarmee verder gaat. We zijn even in
de prachtige wijk geweest, het is natuurlijk een schitterende ontwikkeling zou je kunnen zeggen, aan het meer en ik denk een genot om daar te kunnen en te mogen wonen, want het zag er redelijk vol uit, het is klaar volgens mij, dus wat dat betreft … En we hebben ook nog een veteranenplantsoen geopend net, dat was een toezegging die ik aan Rob Bruintjes een paar jaar geleden heb gedaan op het provinciehuis en ik heb het verhaal ook van de burgemeester gehoord en ik wil u complimenteren met het feit dat er geen motie voor nodig was, om uiteindelijk toch dit veteranenplantsoen op deze manier aan te leggen. We zullen het straks ook nog zien in het in between tussen deze vergadering, want het is een bijzondere dag want we hebben straks ook nog een formele vergadering, een profielschetsvergadering, omdat dit het laatste ambtsbezoek zal zijn wat ik formeel aan Blaricum zal afleggen met deze burgemeester, want de burgemeester gaat er mee stoppen. Vanmiddag dan, of het eind bij de tweede vergadering, zal ik de profielschets opmaken. Wat doe ik met dit soort bezoeken? Ja, het is ook wel bedoeld om toch ook een beetje, je zou kunnen zeggen, de peilstok in de machine te steken van, wat gebeurt er zo bij gemeenten en dat koppel ik ook terug aan de minister. Dat doen wij over het algemeen niet direct herleidbaar, maar meestal in algemene termen over, wat zijn de uitdagingen op de werkvloer.
Die zijn er natuurlijk behoorlijk en ook voor Blaricum, het gaat denk ik relatief goed met Blaricum maar u zit natuurlijk ook in veel samenwerkingsverbanden en dat vraagt ook wat van u als politiek. En het laatste onderdeel is dan ook een gesprek met de gemeenteraad over een aantal onderwerpen die wij belangrijk vinden, die ik belangrijk vind om met u te bespreken en het lijkt me goed, voorzitter, als u dat inleidt en dan kijken we wel een beetje hoe dat loopt. Het is natuurlijk altijd voorbereid, maar wat mij betreft is er ook ruimte om daar soms een beetje van af te wijken. Ik gun mezelf meestal wel de vrijheid om dat stiekem te doen als daar aanleiding toe is. De voorzitter: Dat hebben we vandaag al mee mogen maken. Er zijn een aantal onderwerpen die door uw raad zijn aangedragen, daarvan heb ik in ieder geval nu voor mij, want het is wat ingedikt, deze onderwerpen zijn wat ingedikt, regionale samenwerking waaronder metropool regio Amsterdam en duurzaamheid. Het onderwerp integriteit staat ook op het lijstje bij mij en volgens mij, commissaris, had u het onderwerp bestuurscultuur en regionale samenwerking zelf ook aangedragen. Dan weet ik niet in welke volgorde we wat zullen doen, ik kan ook een van de raadsleden vragen om op de onderwerpen die door de raadsleden zijn aangedragen het woord te voeren.
Ik heb er geen namen achter staan, dus zullen we beginnen met regionale samenwerking waaronder MRA en mag ik dan raden dat de heer Pel dat heeft opgevoerd? De heer Pel: Ik heb het niet opgevoerd, ik weet dat er ook andere sprekers zijn namens andere partijen maar ik wil daar wel iets over zeggen, over MRA, omdat ik afgevaardigde ben namens de gemeente Blaricum in de raadstafel, zoals dat heet. Dat heeft een iets andere structuur gekregen, dat weet ook een ieder. Er is flink getimmerd aan de governance van de MRA en dat lijkt nu ook zijn vruchten te gaan afwerpen. We hebben nu een eerste vergadering gehad met de raadstafel en dan is het even zoeken naar de rollen die we hebben, de rol die de raadstafel heeft is een procesmatige rol, dat betekent dat wij vooral kijken naar de besluitvorming en de voorbereiding van die besluitvorming, dus zijn de gegevens op tijd bij de raden, zijn de raden in positie en dergelijke. Toch menen wij wel eens dat we op bepaalde punten als raadstafel ook nog wel een keer ongevraagd een advies kunnen geven. Dat werkt nu, we hebben nu twee vergaderingen achter de rug als nieuwe raadstafel, die zijn als het goed is nu net allemaal verkozen. Ik heb nog in de vorige periode ook in de raadstafel gezeten, dus dan draag je nog even iets mee natuurlijk.
De vraag in de MRA is natuurlijk wel, wij hebben als regio, die indruk heb ik althans, in vergelijking met de andere regio’s in de MRA een redelijk getrapte manier van besluitvorming. Dat betekent dat zaken die te maken hebben met de verstedelijkingsstrategie en dergelijke, die worden meegenomen naar de regio en daar dienen we met elkaar zienswijzen over in en die gaan naar de MRA en dan zien we wel wat er terugkomt. Toch
heb ik wel een vraag ten aanzien van besluitvorming en ook over die verstedelijking, we zien wel dat er een bepaalde snelheid in zit, in daadkracht, om met de MRA te opereren. Het was niet zo lang geleden, ik meen in Het Parool, een klein weekje geleden, een interview met een voorzitter van een werkgeverscommissie in Amsterdam. Dat was paginagroot en hij gaf aan dat over Amsterdam B en als iemand zich kan voorstellen wat dat betekent, maar dan hebben we het eigenlijk over het IJmeer, dat is het gebied tussen Amsterdam en Almere in dat zijn idee was dat daar best honderdduizenden woningen zouden kunnen verrijzen. Nou, iedereen mag die mening hebben natuurlijk, maar hij wist ook te vermelden dat de MRA en ook de provincie, dat idee omarmen. Dus ik denk nou, hoe mooi kan het zijn als de commissaris, die er al even is die omarming ook ‘…’. De voorzitter: Nou, de commissaris mag meteen wat omarmen en welkom in Blaricum inderdaad. Commissaris Van Dijk: Als ik hem indruk gaat hij uit, of niet? De voorzitter: Nee, dat moet nog handmatig. Commissaris Van Dijk: Ja, ik houd me natuurlijk netjes aan de regels. De voorzitter: Ja zeker, met mij als voorzitter is dat wel aan te raden.
Commissaris Van Dijk: Ik merk soms wel eens in mijn Staat als ik dan zelf een dossier heb en dan neemt mijn vicevoorzitter het over dat ik net als alle Statenleden dan toch de neiging heb om gelijk te antwoorden, zonder dat het via de voorzitter gaat, dus ik ga me daar wel aan houden. Nou een bijzonder artikel, stond er ook bij over welke provincie dat ging of niet? De heer Pel: Ja dat ging over de provincie Noord-Holland. Commissaris Van Dijk: Oh ja, die ken ik wel ja, dus dat is … De voorzitter: Niet Flevoland, nee. Commissaris Van Dijk: Nou pleeg ik natuurlijk nooit uitspraken te doen over dossiers die bij mijn gedeputeerden zitten, maar dit besluit hebben we zeker niet genomen, maar dat wist u waarschijnlijk al, in het college van Noord-Holland. Er wordt natuurlijk wel veel meer gezegd, ook door werkgeversverenigingen en zeker goed dat die ook betrokken zijn bij de discussie, want een van de veranderingen in de MRA is vooral dat ook de samenwerking met onderwijs én ook bedrijfsleven, heel erg van belang is.
Maar ik heb wel een andere vraag aan u, hoe organiseert u dat hier in Blaricum dat u terugkoppelt zeg maar, aan uw gemeenteraadsleden, maar ook hoe de gemeenteraadsleden betrokken blijven bij wat er gebeurt in de MRA? Want dat is denk ik voor een gemeente als Blaricum ook best wel een uitdaging, als gemeenteraad, omdat je natuurlijk in een samenwerking zit met Gooi en Vechtstreek en eigenlijk die ook weer samenkomt in de MRA. Je hebt daar platforms waarbij het gaat over wonen, over ruimte, over natuur en ik zeg dat omdat ik natuurlijk in mijn Staat ook wel eens een discussie heb, over de democratische legitimatie en de aanhaking bij dit soort samenwerkingsvormen, alhoewel het geen gemeenschappelijke regeling is maar een convenant. En in mijn Staten, na die governance switch zou je kunnen zeggen, moties aangenomen waarbij de Staten hebben gezegd, die moties richten we aan onszelf, want wij moeten natuurlijk ook als Statenleden zorgen dat we het op de agenda krijgen. Dus dat we de bestuurders, mijn gedeputeerden, zo nu en dan aan tafel vragen om tekst en uitleg te geven over waar gaat het naartoe, op tijd, zodat je ook de inbreng kunt leveren. Dus mijn vraag is, hoe heeft u dat hier in Blaricum georganiseerd? Omdat, bestuurskracht is natuurlijk niet de grootste, wel op orde, laat ik dat
wel zeggen, maar het lijkt me ook best ingewikkeld om dat allemaal bij te houden. Dus is meer mijn vraag van, hoe blijft u in die veranderende wereld uw rol meespelen? De heer Pel: Nou het is wel frappant dat u dat zegt, we zijn weliswaar niet de grootste, maar toen ik samen met mijn collega, vandaag niet aanwezig, fractievoorzitter van de VVD René Wiegel als mijn plaatsvervanger toetrad tot de MRA, zo’n vier jaar geleden, toen waren wij vanuit Blaricum de enige afgevaardigden namens de regio in de MRA, in die raadstafel. Dus het zegt wel iets over, wat is dan zeg maar de beleving ook van de andere gemeenten. Inmiddels is het zo, gelukkig is dat zo aangegroeid dat ook de overige gemeenten nu zitting nemen in de MRA. Dus dat maakt dat we ook met elkaar ook wel afstemming kunnen hebben over procedurele zaken. Het is, wat ik al even noemde, die getrapte manier van besluitvorming in onze regio, waar we redelijk uniek zijn in de MRA, omdat andere regio’s is mijn indruk, wat ik dan hoor van de collega’s uit Purmerend of elders, die kennen dat principe niet zo. Dus dat betekent dat die gemeenschappelijke regeling die wij hebben met regio Gooi en Vechtstreek, dus eigenlijk een veel dwangmatiger vehikel is om dat te doen.
Wij hebben gemandateerde wethouders in onze regio, die bijvoorbeeld voor verstedelijkingsnota’s of anderszins aangewezen zijn om ons bericht mee te nemen naar de MRA en wij doen dat via zienswijzen, waarin we dus met elkaar, nou wij doen dat als afgevaardigden namens de MRA, om hier zo nu en dan verslag te doen over datgeen wat besproken wordt en wat op ons af komt. De voorzitter: We hebben een vast agendapunt in de rondetafelgesprekken dat zijn min of meer onze commissies, waarin er door leden die afgevaardigd zijn naar verbonden partijen, teruggekoppeld kan worden. Dat is dan vaak het platform om dat te doen als er wat relevants te melden valt. De heer Pel: En we nemen dat mee, hetzij naar de regio hetzij naar de raadstafel, afhankelijk van, is het proces of is het inhoud. De voorzitter: Voldoende zo? Commissaris Van Dijk: Misschien dat er andere raadsleden zijn, die daar ook wat van kunnen zeggen? De voorzitter: Ja, ik wou net zeggen dat, ja. Zijn er andere raadsleden die ten aanzien van dit onderwerp nog de behoefte hebben om te reageren? Commissaris Van Dijk: En dan misschien in zijn algemeenheid als het gaat om … De voorzitter: Ik wou net zeggen, over samenwerkingsverbanden, want mevrouw Dobber is daar ook heel actief in. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja kijk, er zijn allerlei samenwerkingsverbanden waar wij in zitten en daarin hebben wij in principe ook afgevaardigden.
En net zoals mevrouw De Zwart ook zegt, daar hebben wij mogelijkheden voor, voor die terugkoppeling, ook vanuit het college wat er in de regio gebeurt, die mogelijkheid bestaat ook. In het verleden hebben wij in de regio de regioambassadeurs gehad, daar was ik er zelf één van en wij kwamen regelmatig bij elkaar om met alle gemeentes, nu zijn het er zes het waren er zeven, om met elkaar de processen te bekijken van, hoe gaan de processen op onderwerpen, hoe verlopen dingen, wat voor onder werpen willen wij op de agenda hebben, als er regiopodia zijn die wij met alle gemeentes organiseren, wat zijn dan de onderwerpen waar wij aan denken, wat willen wij verder verdiept zien. Dat soort zaken hebben wij met elkaar bekeken, er werd ook eens gekeken hoe we de griffiers meer bij elkaar konden krijgen, omdat die uiteindelijk de
programma’s met elkaar samenstelden, dus dat had een rol, die is nu gestopt, die regioambassadeurs, omdat er natuurlijk vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen, andere mogelijkheden komen. Dus daar zit op dit moment even een vacuüm. Gisteren hebben we toevallig net een motie aangenomen, was het een motie? Ja, het was een motie waarin we in ieder geval hopen dat alle gemeentes in Het Gooi mee willen werken aan het feit dat wij de regio opdracht geven, om te zien hoe we die gemeenschappelijke regeling, wat betreft de adviescommissie, gemeenschappelijke adviescommissies, we hebben informatieplicht in die Wet gemeenschappelijke regelingen. Er zijn een aantal zaken, enquêterecht, die we op de een of andere manier wellicht kunnen formaliseren in de regio, maar daar zullen alle gemeentes aan mee moeten werken en dat wordt nog wel een klus, om alle gemeentes op hetzelfde spoor te krijgen. Maar dan hebben we in ieder geval als gemeente Blaricum er voor onszelf een aftrap aan gegeven. De gemeente Huizen heeft ook een aftrap gedaan, die wilde aanvankelijk alleen beginnen met de gezamenlijke adviescommissie.
Dus we moeten kijken in hoeverre we het hier met elkaar over kunnen hebben en dan zal toch ook wel heel snel uitsluitsel moeten komen, we kunnen niet jaren wachten tot we dit weer in gang hebben gezet, want er zijn een aantal zaken die toch binnenkort weer gaan spelen, zoals de regionale samenwerkingsagenda, die wij iedere vier jaar met elkaar afspreken. Dus we moeten zien hoe we dat weer op de rit krijgen. De heer Pel: Misschien mag ik daar nog iets aan toevoegen? In het verleden, met name die governance en die democratische legitimiteit die u aangeeft in zo’n regio met verschillende grote gemeentes, kleinere gemeentes, een rol speelden. Dat was met name pregnant op het gebied van de regionale samenwerkingsagenda en het tot stand brengen daarvan. Dat was een soort Poolse landdag waarin de amendementen over en weer gingen tussen de gemeentes en dat lang duurde en traag en dergelijke. Wat mevrouw Dobber al zegt, er is nu de Wet op de gemeenschappelijke regelingen die toelaat, hetzij facultatief of verplicht een aantal van die instrumenten toe te gaan passen.
Dan speelde er in het verleden ook nog iets anders, door die governance die er was en ook de manier van besluitvorming destijds, door alle raden in afvaardiging van die raden, zeg maar twee raadsleden in een soort werkgroep onder leiding van, dat heette ook werkgroep Mol, dat was onder leiding van burgemeester Nanning Mol van Laren, die zich heeft gebogen over een aantal issues die wij hebben ondervonden, in het verleden die niet goed gingen. Dat was bijvoorbeeld bij het doelgroepenvervoer en de totstandkoming daarvan, waren er nogal wat gebrouilleerde raden over de manier hoe dat gegaan is. Die werkgroep Mol, ik heb daar ook zitting in genomen samen met een voormalig raadslid, die heeft zich toen gebogen over, hoe kan het nou beter en hoe kunnen we nou de regie, bijvoorbeeld vanuit het algemeen bestuur, beter laten plaatsvinden. Hoe kunnen we de raden eerder, met bijvoorbeeld startnotities, al van de besluitvorming die nog prematuur is maar die wel zeg maar vorm gaat krijgen, hoe kunnen we die meekrijgen daarin. En zo zijn er een aantal van die adviezen uitgebracht en aanvaard door het AB en ook aanvaard door de zes gemeenten. Nou, je kunt je voorstellen dat je zegt, dat is een soort way of working, die we dus afgesproken hebben met elkaar.
En nu worden nog een aantal zaken aangereikt, extra daarbij, zoals die commissie, zoals het enquêterecht, zoals de participatie voor burgers en belangengroeperingen op regionaal niveau. Dus dan ligt voor de hand en dat is de motie waar mevrouw Dobber het over heeft, om te zeggen van, laten we nou eens kijken met diezelfde werkgroep of een werkgroep van ongeveer gelijke samenstelling, hoe dat nou past, de nieuwe werkwijze die we net afgesproken hebben, waarvan de inkt nog niet eens droog is zeg maar en deze extra middelen die ons aangereikt worden dat geeft een beetje weer hoe we er toch mee bezig zijn. Dus het leeft wel, het is niet dat we ieder voor zich en God voor ons allen aan het werk zijn. De voorzitter: Ja, mevrouw Boersen en dan mevrouw Dobber.
Mevrouw Boersen-de Jong: Wij staan al als raad helemaal achter de regionale samenwerking. Wij willen allemaal zelfstandig blijven en wij zien daar dus een meerwaarde in, je móét regionaal samenwerken. Maar wat je merkt en gisteren lag er nog een tweede motie, wat je merkt is dat het nogal een stroperig proces dreigt te zijn zo nu en dan. De gemeente Huizen had ons een motie gestuurd en daarin aangegeven, laten we een snelle stap zetten, een snelle klap geven op de commissie die het algemeen bestuur en de raden kan gaan adviseren. Die motie hebben wij overgenomen als oppositie, omdat wij denken van, nou gaan we er een keer voor. We zijn sterk, we willen eensluidend zijn, we willen een snelle stap zetten. En dan vind ik het wel wat teleurstellend dat is misschien een beetje eufemistisch uitgedrukt dat er dan toch weer een weg gekozen wordt, die weer wat langer gaat duren. Ik zal niet zeggen dat we niet op hetzelfde punt zouden kunnen uitkomen, maar ik zou nou zo graag die regionale samenwerking eens echt heel snel op poten willen krijgen. We zullen natuurlijk van harte meewerken aan de motie die wel is aangenomen, onze motie is niet aangenomen, maar ik denk dat we over onze eigen schaduw heen moeten stappen en ook eens een keer een stukje van ons eigen mandaat moeten willen inleveren, voor het grotere geheel.
Daar merk ik dat in deze raad nog wel een discrepantie in zit, zonder dat we daar hooglopende ruzies over hebben overigens maar, dat wilde ik nog bijdragen. De voorzitter: Dank je en dan ga ik nog naar mevrouw Dobber over en dan … Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja ik denk dat wij altijd wel als raad het voortouw hebben genomen, ook in de regio van allerlei samenwerkingen, omdat wij toch wel afhankelijk zijn ook. We zijn maar een kleine gemeente dus wij moeten samenwerken, we moeten ook op HBEL-niveau, moeten wij samenwerking zoeken en dat doen wij ook op allerlei onderwerpen. En dus wij nemen ook vaak het voortouw, dit ook weer, wij zijn toch de eerste gemeente die hiermee aan de gang gaan. In de regioambassadeurs hadden wij ook het voortouw van, we moeten aan de slag, we moeten samenwerken met elkaar. Grote gemeentes die hebben uiteindelijk natuurlijk wel de slagkracht die nodig is in de regio en wij moeten zorgen dat we aangehaakt blijven. Ik denk dat dat een belangrijke opdracht is aan ons als raad, om de contacten te zoeken met andere gemeentes, iedere keer weer als er een onderwerp is, kijken hoe we dit met andere gemeentes samen op kunnen pakken. Dat vereist best wel wat van een raad, dat klopt. De voorzitter: Kunnen we het vanuit uw raad zo afronden? Ik weet niet of u nog wil reageren en dan wilde ik nog naar een ander onderwerp overgaan.
Commissaris Van Dijk: Ik ging bijna geloven dat u het allemaal met elkaar eens was, maar dat geloof ik ook niet. Ik denk dat er echt wel wat meer dynamiek in uw raad zit dan … Maar ik denk wel dat u allen het juiste onderwerp aansnijdt. Het is goed om te zien hoe u zeg maar heel duidelijk bent over uw toekomst, waarbij u zegt, zelfstandig Blaricum, u heeft ook een mooie nieuwe woonwijk gebouwd, ook nieuwe mensen erbij, dus je zou kunnen zeggen dat, alhoewel u het profiel van een behoudende gemeente, een beheersmatige gemeente heeft, heeft u toch ook de uitdaging van groei naar u toe gehaald. Maar ik denk ook dat het realisme van dat als je de bestuurskracht hebt die je hebt dat dat ook beperkingen met zich meebrengt. Als je die met elkaar onder ogen … Als je het dáár met elkaar over eens bent, kun je politiek over heel veel dingen nog van mening verschillen, hoe je daar verder mee moet gaan, maar dat helpt enorm bij waar je wil samenwerken en waarbij je ook moet accepteren dat je dat soms met drie doet, zoals bij de BEL of in een gemeenschappelijke regeling waarbij natuurlijk meerdere gemeenten aan tafel zitten en dan zullen nog weer meerdere wensen op tafel komen.
Ik heb eigenlijk net na mijn aanstelling, was ik al heel snel in het samenwerkingsverband van Het Gooi en Vecht en toen was u net aan het omschakelen van een heel uitgebreid aanvalsplan, zal ik maar zeggen, naar een wat meer behapbaar plan, wat denk ik heel goed was, want het gaat er
ook om dat je daar focus in aanbrengt, want uiteindelijk wil je als gemeenteraad ook nog ergens over gaan, anders ben je alleen maar aan het stoeien over die vijftig samenwerkingspunten. Dat werden er uiteindelijk uit mijn hoofd gezegd acht of zeven, ik weet het niet meer precies maar zoiets werd het en dat vond ik eigenlijk heel erg goed omdat je daarmee die focus aanbrengt en dan precies duidelijk kunt maken, ook aan uw achterban buiten van, waar je eerlijk in moet zijn, wat je nog wel zelf kunt en waar je ook die ander nodig hebt. Dus dat is denk ik een aandachtspunt dat zal voor u een aandachtspunt blijven, ja ik denk dat als je daar met elkaar de discussie over durft te hebben, maar wel uiteindelijk ook helder maakt voor jezelf, waar wil ik over gaan, wat zijn de punten waar je het Blaricums gevoel, de identiteit van Blaricum mee overeind wil houden. Ja dat zijn denk ik precies de punten waar u hier zelf over wilt gaan en dat is denk ik ook heel verstandig en er zullen ook nog een aantal punten zijn waar je dat met iemand anders doet en dat is … Maar goed, dat is in een huwelijk ook zo, in een relatie, je levert altijd wat in maar je krijgt er als het goed is iets moois voor terug. De voorzitter: Nou dat zijn wijze woorden. Daar gaan we nog niet mee afsluiten. Commissaris Van Dijk: Een tegeltje.
De voorzitter: Een tegeltje, geen tegeltjeswijsheid maar gewoon mooie woorden op een tegeltje. We hebben nog een ander onderwerp staan, duurzaamheid en volgens mij mag ik de heer Uitendaal vragen dat voor ons in te leiden, gaat uw gang. De heer Uitendaal: Ja dank u wel. Ik was niet de enige die dit onderwerp op de lijst heeft gezet, maar het heeft zeker onze aandacht, ik vind het ook een heel belangrijk onderwerp, dan praten we over C02-reductie, energietransitie, afvalstromen en mijn vraag is, wat is in uw optiek de juiste verdeling van activiteiten? Wat hoort echt bij de gemeente en wat ziet u graag dat … Of bij de provincie en wat ziet u graag dat de gemeente oppakt, c.q. het college, c.q. de raad, hoe ziet u die verhoudingen? Er valt een hoop te doen dat lijkt me in ieder geval duidelijk. De voorzitter: Ja, zullen we even kijken of daar nog aanvullingen op zijn? Mevrouw Boersen? Mevrouw Boersen-de Jong: Ik heb nog wel een vraag. In het verleden heeft Tijmen Smit, ik weet niet of u hem nog heeft meegemaakt, maar hij was wethouder in Laren. U heeft een heel pleidooi gehouden en een hele rondtoer door Nederland had ik de indruk, om het onderwerp gebouwgebonden financiering aan de orde te stellen.
Hij is daar niet helemaal in geslaagd, hij heeft ook met leden van de Tweede Kamer hierover gesproken, waarschijnlijk is hij ook bij u met leden van uw raad in discussie geweest, kunt u daar nog iets over vertellen, hoe daar nou de stand van zaken van is? Of ben ik bij u dan niet bij de juiste persoon? De voorzitter: Zijn er nog andere leden van de raad die met betrekking tot dit onderwerp willen reageren? Dat is niet het geval. Ik weet niet of u zich voorbereid had op dit vragenvuur, maar anders adresseren we dat op een ander moment bij iemand anders. Commissaris Van Dijk: Het lijkt een beetje of ik op audiëntie ben en het is toch echt omgekeerd, want u zit hier als verantwoordelijke politiek en dat betekent dat u niet zo moet zitten, maar u moet eigenlijk zitten van, hoe gaan we dat hier met elkaar doen? En dat is een uitdaging en er zijn natuurlijk meerdere gemeenten in Noord-Holland, maar ook in Nederland, ik woon zelf in een huis uit de jaren ’50 om maar iets te noemen, daar heb ik alles aan gedaan wat ik kan doen maar het is nog niet genoeg, in de zin van isolatie dat soort zaken meer. Ook ik zal te maken krijgen met het feit dat er op enig moment een warmtepomp in moet en dat soort zaken meer. Nou, gelukkig in de nieuwste wijken
daar zit geen gas heb ik begrepen, dus daar heeft u al een hele mooie slag gemaakt. Aan hele mooie dorpen zit soms ook een hele grote uitdaging en dat is wel de uitdaging die u met elkaar onder ogen zult moeten zien. Net als de bereikbaarheid en de mobiliteit, daar kunt u ook discussies over hebben, maar deze tijd vraagt als u verjongt en vernieuwt, dan willen de jongeren ook bereikbaarheid, is dan een belangrijk onderdeel dat u hier aan tafel zult moeten bespreken. Vanavond gaan we het er nog over hebben in de profielschets, want hier staan wat equivalenten in, in wat u precies wilt, behoudend of aan de andere kant weer vooruitstrevend dat zijn begrippen die u in beiden terug laat komen. Voor mij was dat verwarrend want ja, gaat u voor de Ferrari of gaat u voor een degelijke auto in de zin van naar vernieuwing en verandering, maar daar zult u met elkaar wel over moeten praten. Dat zijn denk ik ook de mooie periodes waarin u zit, want u hebt net de gemeenteraadsverkiezingen, net een nieuw college, ja dit zullen interessante rondetafels worden, over hoe u daarnaar kijkt en in welk tempo u dat kunt realiseren. Dat is een uitdaging waar we allemaal voor staan en ik vind dat heel interessant want ik draai het eigenlijk een beetje om, want wij zullen dat ook volgen.
Kijk, we hebben natuurlijk een gedeputeerde die verantwoordelijk is voor energietransitie en klimaat, stikstof, netwerkcongestie als je kijkt naar stroom, mobiliteit, verstedelijking, ruimtelijke ordening, maar dat is gemeentegrensoverschrijdend denken zal ik maar zeggen. Uiteindelijk het microniveau, daar bent u van, daar bent u het hoogste orgaan in deze prachtige gemeente. Dus ik heb niet het antwoord voor u, maar ik ga wel heel erg luisteren naar hoe dat zich in deze gemeenteraad gaat ontwikkelen. Dat zal nog best pittig zijn denk ik, want dat zijn ook niet altijd … Daar kun je misschien ook niet altijd alles behouden wat je op dit moment hebt, omdat ook die groei van dit dorp weer vraagt dat je op een aantal terreinen natuurlijk dat ook accommodeert en dat is best lastig. Simpelweg elektriciteitskabels of wat dan ook wat je in de grond moet leggen, ja dan moet de straat open, dat zijn soms prachtige straten waarvan je dat jammer vindt. Of met mobiliteit moeten er soms ook wel eens hele vervelende dingen gebeuren om dat bereikbaar te houden.
Aan de andere kant is dat ook wel weer wat een dorp als Blaricum vraagt, omdat u ook en dat vind ik ook wel weer een stoer besluit, om uiteindelijk die groei in te zetten en dat maakt dat voor de leefbaarheid en de toekomst van dit dorp natuurlijk, ja dat garandeert u een beetje, de winkels, de voorzieningen die er dan nog zijn die houdt u daarmee overeind. Dus dat wordt een spannende periode, maar daar bent u gelukkig niet alleen in en dat is dan ook wel weer fijn, als je dat met collega gemeenten kunt delen over, ja wat kun je daar van elkaar leren en hoe kun je dat ook slim aanpakken. Ik denk dat dat ook een onderwerp zou moeten zijn, ook bestuurlijk, in de samenwerking en ik hoop ook dat … Ik weet niet hoe vaak u als gemeenteraden elkaar ziet, zal ik maar zeggen, maar dit zou nou precies ook een mooi onderwerp zijn om met collega gemeenteraden ook eens over te sparren van, voel je dat op dezelfde manier? Ik was niet zo lang geleden ergens anders op ambtsbezoek en toen had ik ook het idee dat ik een beetje zo, in een soort van vragenvuur zat en toen dacht ik nou, als ik nou maar hier kom met een dik chequeboek en ik schrijf zo nu en dan de cheques uit, maar dan lossen we het probleem nog niet op, want het is veel ingewikkelder dan alleen financiën en ik denk dat u dat ook in de vraag aangeeft.
Het gaat er ook echt om dat mensen voelen dat er dus toch wat gaan veranderen, terwijl ze juist hier wonen omdat het zo mooi is en je eigenlijk dat allemaal wil behouden. Dat is de continue spanning waar wij als bestuur in zitten en dat en dan zal ik weer even mijn mond houden, daarom is het zo belangrijk dat we uitleggen wat we doen. Dat we luisteren naar onze inwoners dat we praten met onze inwoners, maar uiteindelijk moeten we hier ook durven beslissen, want daar bent u voor gekozen. Dat is, kan ik uit eigen ervaring zeggen, niet altijd gemakkelijk. De voorzitter: Mooi, wijze woorden. Ik ga dit onderwerp afronden, want er staat nog een ander onderwerp op de rol en dat is integriteit. Dat is ook een onderwerp, commissaris, wat u zelf had opgevoerd. Mag ik u vragen om dat in te leiden en dan de raadsleden vragen daarop te reageren? Dan zullen we even de volgorde omkeren, u mag de vragen stellen en ja …
Commissaris Van Dijk: Ja ik merk dat, we hebben het heel erg over vertrouwen in de politiek in Nederland en dat vind ik best een issue. Een van de redenen waarom ik misschien ook wel weer terug ben in het openbaar bestuur is dat, verbeter de wereld en begin dan bij jezelf, want ik stoor mij er aan dat mensen dat argument steeds meer gaan gebruiken. Integriteit is daar ook een onderwerp bij, in de kern is integriteit heel mooi, ik bedoel wat we hier doen is heel integer, eigenlijk wat we de hele dag gedaan hebben is, vind ik, heel integer namelijk. Eerlijk en open met elkaar het gesprek aangaan, als je iets niet wilt zeggen dan zeg je het ook, maar dat vereist omgangsvormen en de participatie is daar een mooi onderdeel bij, maar dan wel participeren op een manier dat mensen ook weten waar ze aan toe zijn. Dus waarom, waarover, hoe, maar vooral, wat gaat er mee gebeuren en op welk moment doe je het? Dus dat zijn allemaal elementen, maar ook omgangsvormen in de politiek, hoe ga je met elkaar om? Een pittig debat? Heerlijk, maar op het moment dat iemand in het debat zegt van, ja maar je staat hier te liegen of iets dergelijks, zullen we merken dat dat … Dus het is interessant om te kijken hoe je daarmee omgaat.
Integriteit is natuurlijk ook veel meer, de laatste tijd, de afgelopen weken, heeft u de krant kunnen openslaan, allemaal, of het nou Het Parool, NRC, het ging over belangenverstrengeling, bijvoorbeeld van iemand die op een boerenbedrijf werkt en in de politiek zit. Nou, u zit hier allemaal omdat u maatschappelijk betrokken bent en u heeft allemaal een mening over alles en het is zeker niet zo dat, omdat iemand eigen zaak heeft, of in de middenstand werkt, of in het onderwijs werkt dat hij dan geen mening meer zou mogen hebben over het onderwijs, het tegendeel is waar. Pas op het moment dat het uw persoonlijk belang aangaat, dan moet je er wat van zeggen. Wat ik belangrijk vind is dat wij als voorzitters van onze vergaderingen hebben wij daar natuurlijk een taak en rol in, maar ik vind eigenlijk dat mijn Staten nog een veel belangrijkere rol hebben naar elkaar. Want als het in de kiem gesmoord wordt zal ik maar zeggen, als het uit de hand loopt, dan is het eigenlijk omdat het debat op een eerlijke manier moet blijven plaatsvinden. Ik heb niet zozeer het idee dat het bij u niet goed zou zijn, maar maak het wel bespreekbaar omdat ik wel het idee heb dat op dit moment heel veel inwoners in Nederland kijken naar debatten en het gevoel hebben van, ja waar kijk ik nu eigenlijk naar en waar luister ik eigenlijk naar.
Ik steek u een hart onder de riem dat u allemaal hier maatschappelijk betrokken bent en een baan heeft en ergens wel op enigerlei wijze een link mee zou hebben, maar dat voordat er echt sprake is van belangenverstrengelingen dat je zou moeten verschonen, of iets dergelijks, ja daar zegt de gemeenteraad over, dan gaat het echt wel naar een persoonlijk belang. Dus ik was benieuwd hoe u daar mee omgaat, ik heb vanavond een sessie in de Staten met nieuwe partijen, in maart hebben wij weer verkiezingen, maar ook zittende partijen. Wat ik heel belangrijk vind is dat aan de poort van de partij, bij de selectie van kandidaten dat u een goede selectie hanteert, goed doorvraagt, mensen confronteert met, luister je gaat toch in een soort glazen huis zitten, iedereen kan met je meeluisteren en je kunt soms ook dingen uit het verleden weer terugkrijgen, wees daar transparant over. Dus ik was benieuwd hoe u dat hier heeft georganiseerd en misschien is het ook goed om wat te horen, we zullen het er vanavond ook nog even over hebben tijdens de profielschetsvergadering … De voorzitter: Sorry hoor, ga rustig door. Commissaris Van Dijk: Nee hoor, geeft helemaal niets.
Daar zal ik ook nog wel iets over uw bestuurscultuur vragen, omdat ik ook denk dat het voor de nieuwe burgemeester heel belangrijk is om te weten in wat voor soort omgeving ga ik stappen, maar voor deze vergadering vind ik het ook belangrijk. De voorzitter: Wie wil er reageren? Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja dank u wel voorzitter. Ja, niet in eerste instantie meteen over integriteit, maar wel over hoe belangrijk het is dat je inderdaad midden in de maatschappij staat, want
je hoort om je heen eigenlijk een soort onderstroom van mensen, waar je ook komt dat er een hele grote ontevredenheid is, een zwart-wit-denken en dat onze taak als raadslid en zeg maar in het openbaar bestuur, dus heel belangrijk is om dat te horen en ook daar op een hele goede manier mee om te gaan. Maar het is een lastige discussie, want mensen zijn en waar dat vandaan komt, er wordt heel veel geponeerd en zwart-wit gesteld, hoe je daar op een goede manier mee omgaat. Dat vind ik voor iedereen denk ik hier een uitdaging en we moeten gewoon zorgen dat we juist midden in die maatschappij blijven staan en dat we niet met zijn allen zeggen van, nou we zitten hier leuk aan tafel en we doen ons dingetje, maar gewoon heel goed luisteren en ook de kritische noten, die heel hard gekraakt worden dat je daar op een goede manier mee kunt omgaan. Daar denk ik ook als raad dat dat een onderwerp zou kunnen zijn van, waar loop je tegenaan? Word je ook wel eens aangesproken van, ja wat jullie daar allemaal doen dat is allemaal wel leuk, maar … Dus daar zouden we elkaar ook … Dat is nu nog niet echt een onderwerp geweest, maar hoe reageer je op dat soort kritische berichten en hoe kun je daar ook de bewoners en de inwoners en mensen waar je mee te maken hebt, daar in betrekken.
Dus dat is denk ik een belangrijk … Dus niet zozeer qua integriteit maar wel betrokkenheid en de … Als je je voelhorens uitsteekt dat er echt wel een heleboel aan de hand is, ook in het dorp Blaricum. De voorzitter: Wie wil daar op reageren? Mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja ik zeg wel eens tegen mensen, besturen is niet eenvoudig. Want men denkt altijd van nou, jullie hebben weer zitten praten en dan komt daar weer een besluit uit. Ik zeg ja, maar daar zit wel een heel proces achter. Het is niet zo dat wij denken van nou, wij vinden het leuk om die kant op te gaan. Wij proberen en ik denk dat we daar de afgelopen jaren onze pogingen hebben gedaan, maar daarin denk ik, in ons coalitieakkoord hebben we daar nog eens een keer extra aandacht voor gevraagd, dat is de inwonerparticipatie, mensen meenemen, veel meer meenemen als dat we tot nu toe gedaan hebben. En dan ook uitleggen dat, we nemen mensen wel mee, maar dat wil nog niet zeggen dat ze allemaal hun zin krijgen, wat ze willen en dat is een uitdaging. Want mensen denken, wij zitten in een participatiegroep en dan verwachten ze eigenlijk ook dat hetgeen wat zij inbrengen dat dat ook een-op-een wordt overgenomen en dat kan niet altijd. Dat betekent dus heel veel uitlegwerk, waarom we bepaalde besluiten nemen en dat is het lastige aan besluitneming.
Daar lopen wij allemaal tegenaan, dat weet ik zeker, maar wij willen die participatie van inwoners wel een nieuwe dimensie gaan geven dat we daar toch meer aandacht nog aan vragen dat we mensen toch in een vroeger stadium meenemen, want we hebben ook de afgelopen jaren best af en toe gedoe gehad met inwoners, omdat we daar te laat mee begonnen. Uiteindelijk doen we het voor de mensen, we doen het voor onze inwoners en dat moeten we iedere keer weer goed in onze gedachten hebben. Mensen meenemen en uiteindelijk uitleggen waarom wij tot een bepaald besluit zijn gekomen. Dan kan iedereen zichzelf in de spiegel aankijken en zeggen nou, we hebben dit goed gedaan, want we hebben naar iedereen geluisterd, we hebben met elkaar dit allemaal besproken en we zijn uiteindelijk tot een besluit gekomen. Dat moet dan ook uitgevoerd worden en dat is niet altijd voor iedereen leuk dat besef ik mij heel goed, maar besluitneming is niet eenvoudig en daar begon ik mee. De voorzitter: De heer Pel en dan mevrouw Kukupessy. De heer Pel: Over integriteit, wij wonen en besturen zeg maar een relatief kleinere gemeente. Dat heeft voordelen omdat je daar dichter bij je inwoners staat en heel veel van ons, zeker degenen die al zo lang hier wonen ook, die hier geboren zijn bij wijze van spreken, kennen ook heel veel mensen natuurlijk en dat is mooi.
Maar tegelijkertijd ben je ook een belangenbehartiger en het woord cliëntelisme wil ik niet gebruiken, maar de druk die je vanuit die relatie kan krijgen, ik zeg niet dat die
er is, maar die is natuurlijk aanwezig. Veel sneller dan bij een grote gemeente waar die afstand wat groter is. Dus dat is een soort omgekeerde evenredigheid van zaken, die wel daarmee te maken heeft. Het is voor ons natuurlijk heel belangrijk om zeg maar, toch die belangenafweging te doen, het algemeen belang voorop te kunnen stellen en het managen van die verwachting, wat mevrouw Dobber ook aangeeft dat dat gewoon goed geregeld is in procedures, maar dat eerste, dat verschijnsel dat valt niet te vatten in processen of afspraken dat is zoals iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid beleeft als volksvertegenwoordiger. Dat is een beetje het dilemma. De voorzitter: Dat was hem? Dan ga ik naar mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy: Dank u wel. Ja integriteit is een dingetje, ik denk in elke gemeenteraad. Wij hebben een keurig integriteitsprotocol, maar af en toe gaat er net als in elke gemeente iets fout. Dat is heel jammer, maar mijn vraag is, hoe kan je dit soort dingen uitsluiten? Je zou dat uit moeten sluiten en ik weet niet hoe.
Misschien weet u het? Daarnaast, u gaf het ook al aan wat er afgelopen week is gebeurd met de boeren, hoe veilig ben je nog als bestuurder? Hoe kan je dingen voorkomen dat het niet gebeurt? Aan de andere kant, hoe kan je binnen partijen eventuele foute kandidaten, zorgen dat je die buiten houdt? Ik weet, er zijn verschillende protocollen voor, maar ja … Wij hebben gelukkig zo ver ik weet dat probleem niet dat zal ik er even bij zeggen, maar het kan dus altijd wel gebeuren. De voorzitter: Wie nog verder vanuit uw raad? De microfoon mag weer even uit. Nou dit is een uitgebreide reactie, heel divers. Commissaris Van Dijk: Ik heb u natuurlijk allemaal doorgelicht, dus ik zal u zo aanwijzen wie … Nee laat ik even voorop stellen, als we het over fouten maken hebben, ik hoop dat er in de politiek fouten worden gemaakt, want daar leren we van. Soms hebben we uitdagingen die we niet in een keer kunnen oplossen en dan moeten we dat door trial and error met elkaar stapje voor stapje gaan oplossen. De verduurzaming is daar een van, stikstof, er zijn heel veel zaken waarbij we echt met elkaar een zoektocht hebben om dat in Nederland voor elkaar te krijgen.
Als het om integriteit gaat en het weren van mensen die misschien andere ideeën hebben, of voor eigen belang in plaats van het algemeen belang de politiek in stappen, ja daar kan ik alleen zeggen dat is door als politieke partij daar goede afspraken over te maken, goede gesprekken te voeren, een VOG te vragen et cetera dat mogen wij niet, de burgemeester niet en ik ook niet als het gaat om Statenleden, maar partijen mogen dat wel. Vanavond organiseer ik dus bewust daarvoor een avond met ook de nieuwe politieke partijen die gaan toetreden, met een bureau dat daarin is gespecialiseerd, om uit te leggen wat je kunt doen om dat aan de voorkant in ieder geval zo helder mogelijk te maken. Sluit je daarmee …? Nee daar sluit je natuurlijk niks mee uit, dus dat blijft altijd doorgaan. Wat belangrijk is als het gaat om participatie dat is het andere onderwerp, daar worstelen wij als Staten natuurlijk ook mee en daar staan wij als Provinciale Staten nog weer verder van de inwoners af dan dat u staat. Dat is een van de redenen waarom we dus een werkgroep participatie hebben binnen de Staten, ik ben daar zelf lid van, bewust geen voorzitter want ik wil daar vanuit mijn ervaringen eigenlijk niet een voorzittersrol hebben, maar zelf mee kunnen praten.
Ik ben ook begonnen om aan mijn Statenleden te vragen, wat hebben jullie nodig om beter te kunnen luisteren naar de inwoners? Want het is tegenwoordig, hetgeen ons regeert is natuurlijk een heel ander medium waar wij als overheid nog slecht een antwoord op hebben. Onlangs nog, natuurlijk volop discussie als wij met elkaar wat appjes of sms’jes versturen. Wat ik echt wel vind dat dat te ver gaat, als je dat ook niet meer zou kunnen, want het is een verlengstuk van wat je met elkaar bespreekt, zou kunnen noemen. Wij zijn in de Staten nu zover dat we na de zomer tien uitgangspunten voor participatie vaststellen. Dat zijn de regels die wij in de Staten laten vaststellen en die wij vinden dat bij ieder beleidsproces, die uitgangspunten gehanteerd
moeten worden. Vervolgens heeft dat geleid in de organisatie, die is nu ook in de maak, is bijna af, tot een lange vragenlijst van vragen die ambtenaren zich moeten stellen, wat voor onderwerp is het, wie is de stakeholdersgroep? Het is echt een enorme lading vragen, maar belangrijker antwoord is ook, wanneer, waarvoor, waarom en wat doe je ermee, met de participatie? Dus dat je aan het begin duidelijk maakt wat er aan de hand is. Een van de voorstellen is ook, wat in wat grotere, of in ieder geval beleidsprocessen die misschien zelfs wel over gemeenteraadsverkiezingen heen gaan, want niet alle beleid stopt natuurlijk exact precies in maart, maar gaat door, om daar zelfs ook een besluit van te maken, zodat je het proces als zodanig, een gemeenteraadbesluit in uw geval zou maken, opdat je de bestuurder maar ook de raad zelf, rolvast in dat proces zet. Want niets zo dodelijk als je afspreekt dat je met je inwoners wil participeren om vervolgens toch als raad dan te zeggen ja, we hebben wel naar u geluisterd, maar we gaan het anders doen. Nee, als je dat goed in lijn zet en je geeft aan dat dat geen beslissende stem is van die participanten, maar dat er gevraagd wordt om richting op het moment dat er nog richting gekozen kan worden, heeft u uiteindelijk altijd de laatste stem hier dat is natuurlijk logisch.
Maar in zo’n proces dat met elkaar afspreken dat is natuurlijk best eng, want je gaat aan het begin iets vastleggen. Maar aan de andere kant is het ook wel weer een fijn richtsnoer, omdat ik soms ook wel eens zie dat gemeenteraden over zaken willen gaan waarvan de wethouder gaat, ja maar wat voor soort lampjes wij in de fitting gaan draaien daar moet u zich toch niet mee bezig willen houden? Het gaat hier echt om de grote lijnen, u begrijpt wat ik bedoel en die verleiding is er soms omdat mensen soms gepassioneerd en soms ook geëmotioneerd in een bepaalde ontwikkeling zitten. Met zo’n aanpak maak je in ieder geval duidelijk dat als je … Dat je soms niet ál je inwoners hoeft te betrekken bij participatie als het om iets specifieks gaat en dat je daarmee ook jezelf vergewist van het feit dat je wel ál die vragen hebt gesteld, zodat je je goed gerealiseerd hebt van, oké wat staat er allemaal te gebeuren. En dan heb ik het nog niet over de instrumenten gehad, want dat is natuurlijk nog … De meeste participatieverordeningen dienen vooral in heel veel instrumenten, wat je allemaal zou kunnen inzetten, maar dat vind ik dan een afgeleide van de vraag wat je wil ophalen.
Dat zou wat mij betreft zelfs ook het gebruik van dergelijke instrumenten kunnen zijn, als dat bijvoorbeeld gaat over jongeren of … We hebben het vandaag ook nog met de jongeren over gehad van, hoe kun … Je kunt natuurlijk een jongerenraad, maar dat is een instituut, het gaat erom, wat wil je ermee bereiken en als je wil bereiken dat je wil luisteren naar jongeren, dan moet je misschien ook oren creëren die kunnen luisteren naar jongeren, maar het luisteren naar jongeren dat hebben we vandaag ook gezien, we hebben echt hele mooie gesprekken gehad, maar het gesprek ontstond omdat we geen mening hadden, maar vragen stelden aan de jongeren. En toen kwamen we eigenlijk steeds meer er achter wat zit er nou precies achter en dat vind ik een enorme interessante verkenning en ik zal ook de burgemeester die uitgangspunten doen toekomen, zodat u ook kunt kijken hoe we daar als… Omdat, ik zeg niet dat u dat moet doen, maar ik geef u alleen maar een voorbeeld even aan, maar ik hoop daarmee dat eigenlijk uw positie steeds sterker wordt. Want op enig moment houdt het luisteren op, is uw praten, het debat is klaar en gaat u gewoon een besluit nemen, want is dat wat gewoon nodig is, ook voor de toekomst is dat … En ik zeg niet dat u geen besluiten neemt, maar het is soms zo moeilijk en soms wil je haast maken.
Een goede vriend van mij zei altijd, dat is ook weer zo’n mooi tegeltje, maak haast als je tijd hebt, want je hebt geen tijd als je haast hebt. Dat is natuurlijk feitelijk wat wij ook zien in een aantal problemen van Nederland, daar zijn wij eigenlijk in die haast geslopen, stikstof is daar een mooi voorbeeld van en dat is niet zozeer de verantwoordelijkheid alleen van de gemeenteraad van Blaricum dat zeg ik hier zeker niet, maar dat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dus een heel mooi proces, ook denk ik zo aan het begin van een nieuwe raadsperiode om daar met elkaar over na te denken en dat zal hopelijk ook een beetje de mensen prikkelen, alhoewel de neiging voor mensen die ergens tegen zijn, natuurlijk groter is om aan te haken bij een sessie dan de mensen die voor zijn. Dus dat is ook nog best lastig en een uitdaging en daar hebben wij net zo goed ook mee te maken.
5. Sluiting De voorzitter: Hartelijk dank. We zijn aan het eind gekomen van deze raadsvergadering. Er staat nog een hele grote vraag open, maar die gaan we nu niet behandelen, daar kunnen we het op een ander moment nog wel een keer over hebben. Want mevrouw Kukupessy stipte nog even aan, hoe garanderen we de veiligheid van bestuurders in deze ingewikkelde tijden. Nou u zei daar ook meteen bij, gelukkig lijkt het hier niet zo te zijn dat we daar last van hebben, dus ik laat hem even rusten voor het gemak. Hartelijk dank voor uw komst, dit is voor mij voor vandaag de formele afsluiting. Ik draag zo direct het voorzitterschap over om half zes aan mevrouw Dobber. Tot zover een hele mooie dag gehad met elkaar en ik zal het vervolg niet meemaken inderdaad, maar ik denk dat ik mijn nieuwe collega straks wel kan melden dat dat vast weer een hele mooie bijeenkomst gaat worden, als u opnieuw hier in Blaricum langskomt. We hebben straks nog een aantal attenties om mee te geven, die geven we vooral mee als de chauffeur weer voor staat, want anders dan zijn de handen vol. Dat geldt ook voor mevrouw Prins en, ik moet wel even kijken, mevrouw De Kroon, dat ik die de, die doet er wel toe. We gaan een half uurtje pauzeren, daar is een hapje en een drankje.
We gaan zo direct ook nog formeel heel kort afscheid nemen van de heer Bruintjes, want die heeft nog steeds een heel mooi cadeau van ons tegoed en hij is ook heel blij dat hij dat straks mee terug krijgt naar Hilversum. Dus ik vraag met name de raadsleden zo direct nog even om die kring ook om hem heen te vormen, als hij tenminste terug is uit de kroeg. Maar dat gaan we zo zien, voor nu dank allemaal. Het laatste woord is aan de commissaris. Commissaris Van Dijk: Nee nee, het laatste woord is aan u, want u slaat met die hamer vast deze vergadering af. Maar ik wil u bedanken mede namens Sabine de Kroon en Olga Prins, we waren hier op ambtsbezoek, het was een hele mooie dag, met mooi weer. Maar het is ook mijn laatste formele ambtsbezoek waar u bij zult zijn, dus daar wil ik u voor bedanken en ik denk dat Blaricum het nog steeds heeft, maar zeker heeft gehad, een hele fijne burgemeester dus ik wil u toch echt wel bijzonder bedanken voor dit mooie ambtsbezoek. De voorzitter: Hartelijk dank en ik sluit de vergadering.
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Blaricum d.d. 20 september 2022. mevrouw T.D. de Jong griffier
mevrouw J.N. de Zwart-Bloch voorzitter