CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

20210601 Transcript Raad Blaricum

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst en transcript van de openbare raadsvergadering van 1 juni 202126.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 1 juni 2021 Aanwezig 15 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), J. Landman, mw. M.G. Bakker, R. Uijldert, mw. R.J.C. Beemsterboer-van Urk Dam VVD-fractie: R. Wiegel (fv), mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, H.J. Hoijtink De Blaricumse Partij-fractie: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv), R.J.H. Kemperman D66-fractie: mw. C. Francken (fv), mw. J.M.G. Lanphen Democratisch Alternatief Blaricum-fractie: R. Bruintjes (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Fractie Van Dijk: mw. A.H.M. van Dijk-de Jong (fv) Voorzitter en griffier: mw. J.N. de Zwart-Bloch, voorzitter mw. T.D. de Jong, griffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. M.S.M. Klingenberg-Klinkhamer, G.C. Knoop

1. Opening; berichten van verhindering De voorzitter: Welkom allemaal, ik open deze vergadering. We gaan ervan uit dat de heer Wiegel wat later ter vergadering komt, en ik zal daar zo bij het opnemen van de presenties rekening mee houden. Want voor zover ik weet zijn er verder geen berichten van verhindering ontvangen. Ten behoeve van het geluid stel ik voor dat u toch maar niet allemaal tegelijk uw microfoon opengooit, maar u weet ongeveer wanneer u aan de beurt bent en dan wel graag de microfoon open en even doorpraten tot ik u ook in beeld heb. Mijnheer Pel heb ik in beeld, die mag alleen nog even geluid laten horen. De heer Pel: Ja, goedenavond burgemeester, goedenavond kijkers en luisteraars in dit mooie dorp. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Landman. De heer Landman: Ook vanuit de Blaricummermeent goedenavond allemaal. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Uijldert heb ik ook in beeld.

1

De heer Uijldert: Ja, ook vanaf de Bijvanck, goedenavond allemaal. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Ja, goedenavond, vanuit Blaricum dorp. De voorzitter: Mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Goedenavond vanuit een zonovergoten Bijvanck. De voorzitter: Ja. Nou, de heer Wiegel slaan we dan even over. Mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, vanuit de Bijvanck, goedenavond allemaal. Ben ik in beeld intussen? De voorzitter: Niet bij mij, nog even doorpraten graag. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, ik … Ben ik nu in beeld? De voorzitter: Ja. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, goedenavond. De voorzitter: Ja. Mijnheer Hoijtink, u mag ook nog wat langer praten en duidelijker. De heer Hoijtink: Goedenavond allemaal. Ja, wat zullen we er eens verder eventjes over zeggen. De zon schijnt hier niet want ze is verscholen achter de bomen. Heeft u mij … De voorzitter: Nee, ik zie u niet maar de griffie ziet het wel. De heer Hoijtink: O jee. Oké. De heer Uijldert: Ik zie hem wel. De voorzitter: En de heer Wiegel is ook binnen, daar mag ik nog even geluid bij hebben. De heer Wiegel: Ja, goedenavond, een beetje zitten knoeien om binnen te komen. De voorzitter: O jee. De heer Wiegel: Vanwege een verandering van e-mailadres, het ging een tijdje goed maar opeens weer niet, maar ik ben er weer hoor, dus … De voorzitter: U bent er gelukkig. Ja. De heer Wiegel: Alive and kicking.

Dank u wel. De voorzitter: Mooi, houden zo. Mevrouw Kukupessy kan ik ook zien. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, goedenavond allemaal uit ons Blaricum. De voorzitter: Goedenavond. Mijnheer Kemperman kan ik zien, mag even iets van zich laten horen.

2

De heer Kemperman: Vanuit mijn thuis ook een goedenavond voor iedereen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Goedenavond burgemeester en alle collega’s en luisteraars. Nou, we gaan het nog missen om ons de hele tijd weer zo te introduceren. De voorzitter: Ja. U hoeft alleen nog maar te tekenen straks, dan denken we weet u nog wel, die goede oude tijd. Mevrouw Lanphen. Mevrouw Francken: Die goede oude tijd. Ja, komt terug. Mevrouw Lanphen: Goedenavond allen. De voorzitter: U mag nog even doorpraten voor mij. Mevrouw Lanphen: Goedenavond allen, luisteraars, aanwezigen, raadsleden, collega’s, college. De voorzitter: Ja. Goedenavond. En mijnheer Bruintjes. Luid en duidelijk graag. De heer Bruintjes. De heer Bruintjes: Hij gaat … Ja, nu wel hè? De voorzitter: Ja, beeld en geluid. Heel mooi. Mevrouw Claushuis mag ook even wat langer doorpraten. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, goedenavond allemaal. Ben ik in beeld? De voorzitter: Ja. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja? Oké. De voorzitter: En dan als laatste mevrouw Van Dijk, die heb ik al in beeld. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Goedenavond allemaal, fijne vergadering. De voorzitter: Dank je wel, dank u wel.

De collegeleden zijn ook aanwezig, die ga ik vragen inclusief de gemeentesecretaris om hun camera’s uit te zetten als ze niet deelnemen aan de vergadering, dat geldt in ieder geval voor de heer Knoop die ik nu in beeld had. Dank u wel. Mooi, we zijn compleet. 2. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan is aan de orde agendapunt 2, dat betreft het vaststellen van de agenda. Ik geef u in ieder geval mee dat tijdens het RTG van 25 juni is voorges… Van 25 mei, neem ik aan. Tijdens het RTG van … Ja. Nou, in ieder geval het afgelopen RTG, laten we het niet te ingewikkeld maken, is het voorstel gedaan om de zienswijze jaarstukken 2020 en de programmabegroting 2022 veiligheidsregio Gooi en Vecht niet meer te bespreken maar als hamerstuk te behandelen. Is dat een ordevoorstel waar u allen mee in kan stemmen? Ja? Dan gaan we dat zo doen. Dan heeft u ook onder dit agendapunt de gelegenheid om uw moties vreemd aan de orde in te dienen tenzij, ik ga iets te snel, er nog andere stukken op de agenda staan waar u voorstellen voor wilt doen om die niet als bespreekstuk te behandelen. Is dat eventueel nog het geval?

3

De heer Pel: Ja, voorzitter, ik wou een voorstel doen over het koersdocument. Wij hebben daar in de laatste RTG hebben we het juist wel op de bespreking gezet om eventuele inwoners daar ook op te kunnen laten reageren. Dus hij staat natuurlijk wel nu als vanavond als bespreekstuk, maar ik moest toch eigenlijk constateren in de vorige RTG, maar dat is mijn persoonlijke waarneming, dat er niet veel reacties op waren van de raadsleden zelf. Dus als de collegae daar zich in zouden kunnen vinden dan zou wat mij en wat ons betreft zou het ook een hamerstuk mogen worden. De voorzitter: Is er een collega die daar niet mee in zou kunnen stemmen, het koersdocument ook als hamerstuk te behandelen? Mevrouw Francken, u wilt het wel behandelen? Mevrouw Francken: Sorry, ik druk op het verkeerde knopje. Ja, ik zag nog meer handjes opgestoken. Ik aarzel, dus als er meer zijn dan vind ik toch goed omdat het een heel mooi stuk is en dat wat ook aandacht verdient nog even kort te memoreren, hoeft voor mij niet lang te duren, maar zou het wel zonde vinden. Net dat het ook in de RTG niet doorgegaan is. De voorzitter: Dan hoor ik ook nog even wat de heer Wiegel daarover te zeggen heeft. De heer Wiegel: Ja voorzitter, ik was iets te snel met mijn handje.

Ik had eigenlijk in willen spreken op agendapunt 11, het jaarstukken 2020 BEL-combinatie, wat ik me ook afvroeg, in ieder geval vanuit de VVD zouden we ons daar niet tegen verzetten of we die ook een hamerstuk zouden doen. Dus over dit onderwerp ga ik mee met de woorden van de heer Pel. De voorzitter: Dan ga ik toch even terug naar mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, ik sluit me daar dan bij aan, als ik de enige ben. De voorzitter: Ja? Ja, dat lijkt me dan niet zinvol. Mevrouw Francken: En ik heb dus nu al gezegd wat ik graag wilde zeggen, dus prima. De voorzitter: Ja. Ja? Dan wordt het koersdocument ook een hamerstuk en dan is het voorstel om datzelfde te doen met stukken van de BEL-combinatie. Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen? Mevrouw Lanphen: Even de microfoon aan. Ik zou daar wel even enige bespreking aan willen wijden, mede gezien ook de opmerkingen die uit andere gemeenten hierover gekomen zijn. De voorzitter: Dan blijft die staan. Zijn er nog meer voorstellen van orde? Van deze orde? Dat is niet het geval, dan kunnen we nu overgaan tot de moties vreemd aan de orde, er zijn er bij mij vier aangekondigd die nu inderdaad dan ook officieel ingediend mogen worden of kunnen worden. En dan begin ik even bij Hart voor Blaricum, motie vreemd aan de orde die ook nummer 1 heeft meegekregen, route buslijn 200.

Zal ik ze gewoon maar even oplezen? Dat is misschien onorthodox maar we hebben een volle agenda en we brengen ze straks gewoon in bespreking, dus dan kunt u uw woordje doen. Dan ook motie nummer 2 vreemd aan de orde, ingediend door D66 en VVD, over inwoner en lokale politiek. Motie 3 vreemd aan de orde, ingediend door de VVD, de RES, regionale energiestrategie 2.0. En motie nummer 4 vreemd aan de orde, ingediend door de VVD, en die ziet op VNG afvalbeleid. Dat is even cryptisch uitgedrukt maar dat wordt straks wel nader toegelicht, dat gaat om een motie op het VNG-congres wat aanstaande is. Alle vier de moties vreemd aan de orde kunnen behandeld worden onder agendapunt 11a. Is er dan verder nog iemand die iets bij het vaststellen van de agenda zou willen melden? Dan is de agenda bij dezen vastgesteld.

4

3. Mededelingen De voorzitter: En dan ga ik over naar de mededelingen. Vanuit het college zijn er geen formele mededelingen, ik kan u wel meedelen dat de wethouder Knoop vandaag verjaart en dat ook heeft gevierd. Maar we gaan het luisteraars en kijkers thuis maar niet aandoen om nog een keer voor hem te zingen, dat wordt echt een kakofonie. Maar namens ons allen bij dezen nogmaals van harte gefeliciteerd. En ik weet in ieder geval dat namens uw raad de heer Bruintjes graag een mededeling zou willen doen. Mijnheer Bruintjes, u heeft het woord. Graag kort en bondig, zeg ik er even bij. De heer Bruintjes: Ja, dat was met de griffier besproken, dat dat kort en bondig zou zijn. De voorzitter: Mooi. De heer Bruintjes: Ik heb al uitgebreid aan de coalitie medegedeeld waar het om ging, en nou, dat was duidelijk. Dat wil ik hier kort en bondig in de raad melden. Om persoonlijke reden ik dan toch afzie van deelname van de coalitie, en dat heeft te maken met het uiteindelijk voor mij onwerkbaar zijn van de situatie zoals die ons toen DAB in een keer gehalveerd werd qua zetels. Daar wou ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere raadsleden die mededelingen hadden? Dat is niet het geval. 4.

Startnotitie Inburgering 2022 ‘Een nieuw thuis’ De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 4 van deze raadsagenda, en dat betreft de startnotitie inburgering 2022, Een nieuw thuis. En ik heb een aantal woordvoerders doorgekregen en ik heb ook voor mij staan dat mevrouw Francken bij dit onderwerp een motie zou willen indienen, dus ik denk dat het goed is haar als eerste het woord te geven. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, dank u voorzitter, dat is fijn. Ik wil graag beginnen met wat in de motie staat voor te leggen met het idee dat, wij hebben wat vragen gesteld over de mensen die na de statushouders ook naar Nederland komen. In de vernieuwing van de nieuwe wet die dus nu in dit raadsvoorstel uitgewerkt is voor onze gemeente staat dat mensen die hier moeten inburgeren zowel de inburgeringskosten als de taalcursus voortaan vergoed krijgen daar geen lening meer voor hoeven afsluiten. Vervolgens kwamen wij er eigenlijk in de stukken niet zo goed uit, en er zijn wat vragen over en weer gegaan, of dat ook geldt voor de mensen die daar achteraankomen, dus de familieleden die ook een statushouderspositie hebben en die dus ook moeten integreren en ook zo’n inburgeringscursus en ook een taalcursus moeten doen.

Dus ik zou graag willen weten of het inderdaad zo is, want het is me niet helemaal helder geworden, of dat ook vergoed wordt voor deze mensen die later naar in dit geval Blaricum komen. En ik hoop dat ik mijn vraag zo duidelijk gesteld heb, en eigenlijk is dat iets wat als dat zo is, dat ik eigenlijk heel blij ben met hoe het stuk is uitgewerkt, hoe het voorstel eruitziet en vind ik het ook heel spannend om te kijken, als dit gaat lukken, hoe dit beter beslag krijgt in de kwaliteit van inburgering van mensen die hier naartoe komen, want zowel taal als het land goed leren kennen is een hele belangrijke voorwaarde om hier binnen te komen en te wennen en te acclimatiseren, maar ja, dat was tot nu toe altijd met gelijk een grote lening om dit te betalen, die cursussen, en dit maakt een enorme slag ook omdat als we dit gaan doen de gemeente ook kan kijken of mensen zich inschrijven voor de cursus, er naartoe komen en hun diploma’s halen, en daar kan dan eventueel op gehandhaafd worden, dus het is daarmee ook een hele business geworden om in te burgeren.

5

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Eerste inbreng. De voorzitter: Eerste termijn, staat mij bij dat u al een reactie heeft gekregen op een technische vraag rondom het onderwerp van uw motie. Mevrouw Francken: Ja. Maar daarin ben ik dus niet bevestigd in dat dat zo is dat de statushouders die volgen, van eenzelfde familie of gezin, dat die ook die bekostiging krijgen en geen lening hoeven af te sluiten voor inburgering en taalcursus. De voorzitter: Nou, dan gaan we zo direct even straks over naar het college. Mevrouw Francken: Graag. De voorzitter: Want kijk, ik was even aan het peinzen of dat handig zou zijn om dat nu meteen te doen maar ik maak even het rondje af. Dan doen we dat, dan komen we daar desnoods in tweede instantie nog even op terug. Mevrouw Francken: Oké. De voorzitter: Dan ga ik over naar mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Ja, het stuk op zich spreekt natuurlijk voor zich, het is een duidelijk stuk. Het is opgelegd door de overheid, dus daar moeten wij als gemeente aan voldoen. Ja, in de praktijk moet nog uitwijzen hoe het verder gaat verlopen. Wat betreft de motie van mevrouw Francken, of tenminste van D66, wil ik graag nog heel even de reactie horen van de wethouder want ik heb het idee dat het allemaal al is vastgelegd.

Dat wat ik begreep uit de beantwoording is dat de mensen, dus als er zeg maar een statushouder hier is, en er wordt zijn familie hierheen gehaald, dat dat door de gemeente ook wordt bekostigd. Is het zo dat een Nederlandse man, of vrouw hè, maakt niet uit, hier woont en die wil dus iemand uit het buitenland hier naartoe overhalen, dan zal hij of zij zelf daarin moeten voorzien om de inburgering te kunnen plaatsvinden. Dus ik wacht heel even de reactie af van de heer Knoop, ik ga ervan uit dat hij de wethouder is. En dan daarna zal ik dan, nou ja, zeggen of ik wel of niet meega in de motie. Dank u wel. De voorzitter: Ja. Dan mevrouw Claushuis. Ik noem uw namen omdat ik u op heb gekregen als woordvoerder, dat betekent niet per definitie dat u allemaal zich geroepen moet voelen om het woord te voeren als u dat verder niet meer van plan was. Maar ik loop u wel allemaal voor de duidelijkheid even na, mevrouw Claushuis, wenst u nog het woord te voeren? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. Nou, eigenlijk niet, het lijkt me een duidelijke notitie dus dat is prima zo. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Bruintjes, wenst u het woord te voeren over dit onderwerp? De heer Bruintjes: Ja graag. De voorzitter: Gaat uw gang.

6

De heer Bruintjes: Als ik het goed begrepen heb zijn degenen die na degene die statushouder geworden is, dat die mensen hun eigen cursus zelf moeten betalen. Als ik dat goed begrepen heb dan vind ik dat een keurige regeling, en als ze van tevoren kennis van het land moeten hebben en ook voordat ze hier komen Nederlands goed spreken, ook dat vind ik een lovend iets omdat ik nu nog steeds te veel mensen tegenkom die zich niet kunnen uitdrukken in onze taal en ook de weg niet kunnen vinden daardoor. Dus als ik dat zo begrepen heb dan vind ik het op zich voldoende. Heb ik het verkeerd begrepen dan zal ik het ongetwijfeld van de collega’s horen. De voorzitter: Mooi. Dank u wel, mijnheer Bruintjes. Dan mevrouw Kukupessy, wenst u het woord nog te voeren over dit onderwerp? Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, dank u wel, graag. De Blaricumse Partij vindt het stuk inburgering een volwassen stuk. Hopelijk komt er op deze manier meer samenhang in de processen. Wel willen wij aangeven dat er nog wel een paar puntjes in staan waar wij onze zorgen over uitspreken. Ten eerste zijn dat de boetes die opgelegd kunnen worden, dat zou op een andere manier kunnen. Mensen die op het financieel minimum zitten kan je deze boetes niet vragen. Misschien zou er een ander middel zijn dan een financieel middel te bedenken.

Ten tweede, bij de ambitie die we hebben hebben we het over banen, maar voor deze groep liggen de banen niet voor het oprapen. Dat weten we allemaal. Is er niet een mogelijkheid, maar dat kunnen wij niet als gemeente alleen doen maar in de regio, om een soort melkertbanen te creëren? Ten derde is de schaalgrootte van de HBEL te klein, dat geeft u zelf aan, om op elk moment in de leerroute in te stromen. Hopelijk gaat dit straks allemaal van een leien dakje, zo niet, hopen wij dat we het nog aan kunnen passen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kukupessy, heer Hoijtink. De heer Hoijtink: Ja, dank u wel. Ja, nou ja, de VVD vindt het ook een serieus en realistisch stuk. We vinden het ook goed dat daar bepaalde eisen in worden gesteld aan de statushouders. Ja, we zitten met dezelfde problemen als D66 dus ik weet het nog steeds niet precies hoe het nu echt zit. Wij vinden in ieder geval ook dat er een ongelijkheid tussen Nederlanders, met een Nederlandse nationaliteit, die een partner binnen willen halen van buiten de EU, die, nou ja, dan hebben we begrepen dat de partner of de Nederlander, de Nederlandse partner, die moeten zelf voor de kosten opdraaien van de taalcursus enzovoort. En als dat voor statushouders anders zou zijn dan zouden we dat toch een vreemde zaak vinden, het is toch wat ons betreft meten met twee maten en daar hebben we bezwaren tegen.

Maar we horen het graag van de wethouder zo hoe het precies zit. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoijtink. De heer Hoijtink: Tot zover. De voorzitter: Ja. Dank u. Dan mevrouw Beemsterboer als hekkensluiter. Mevrouw Beemsterboer: Dank u wel, voorzitter. Hart voor Blaricum stemt in met de startnotitie inburgering 2022, en toch kan zij zich niet onttrekken aan de zorg die we ook hebben ervaren met de transitie Wmo naar gemeente in 2015. De regie ging hier ook terug naar de gemeente maar wel in samenwerking met de diverse partijen gaat die terug naar de gemeente. Er komen drie nieuwe leerroutes om in te burgeren. Verder bijna een kwart van de statushouders krijgt te maken met PTSS of depressie in verband met vluchtverleden en dit maakt dat er bij de gemeente ook wel genoeg expertise nodig is om voor de mentale en fysieke gezondheid van de statushouders in de gemeente,

7

en onze vraag is wel: is die expertise ook aanwezig? En dan de taaleis, van A1 naar B1, wij zijn gewoon heel erg benieuwd naar de eerste resultaten en ervaringen in 2022 en wij vragen de wethouder dan ook om tijdige evaluaties omdat er nu al veel sprake is van uitval en ontheffing. De taakstelling voor huisvesting van statushouders voor gemeenten is in dit jaar met 50 procent verhoogd. Gezien de huisvestingsproblematiek zich niet alleen in Blaricum voordoet maar in het hele land zien we ook dit als een uitdaging, omdat we de verplichting als gemeente hebben om een x aantal statushouders te huisvesten. Nou goed, er zijn veel vragen gesteld en de antwoorden zijn grotendeels gegeven over hoe men verwacht dat ze uitgevoerd worden. Het lijkt voor nu een goede, doordachte notitie, toch plaatsen we wel de opmerking dat we vermoeden dat menig Nederlandse inwoner zou wensen dat er zo veel zorg, geld en begeleiding was voor zijn of haar om het leven weer een beetje op de rails te krijgen. En dat gezegd hebbende zullen we zeker instemmen met de notitie en met name de medewerkers vanuit de gemeente die hierbij betrokken zijn heel veel succes wensen met het treffen van alle voorbereidingen voor de wet ingevoerd kan worden.

Wat betreft de motie van D66, ja, wij hadden toch het idee dat de vragen die wij al eerder ook schriftelijk hebben gesteld toch goed zijn beantwoord door de medewerkers en de wethouder. Namelijk de nareizende gezinsleden van statushouders krijgen dezelfde dienstverlening als de statushouder die als eerste een verblijfsvergunning in Nederland heeft ontvangen. Dat houdt ook in dat de gemeente verantwoordelijk is voor de betaling van de gehele inburgering. Dus wij vonden de motie in eerste instantie wat overbodig, maar misschien dat de wethouder nog een aanvulling heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Beemsterboer. Dan ga ik over naar het college, wethouder Knoop. Camera en microfoon mogen nu aan. En goed als u als eerste op de motie reageert denk ik, en dan nog even wat andere onderwerpen meepakt. Wethouder Knoop: Ja. Even kijken hoor. De voorzitter: Heeft u uw camera aan? Wethouder Knoop: Ja. Ik ben het even aan het opzoeken. De vraag van … O, sorry. De voorzitter: U heeft uw camera in ieder geval, wij zien u niet, laten we het zo zeggen. Wethouder Knoop: Ja, ja, oké. De vraag van de motie of degenen die na de statushouder naar Nederland kunnen komen, of die hun inburgering zelf moeten betalen, daar is dacht ik duidelijk een antwoord op gekomen door de ambtenaren dat die inburgering en die taalkosten, dat die betaald worden ook door de overheid.

Dus dat denk ik is dat misverstand, of dat beeld dat die dat wel moeten betalen, denk ik dat hebben we weg kunnen nemen. Wat betreft de situatie als iemand iemand naar Nederland wil halen van buiten de Europese Unie, met een Nederlandse nationaliteit trouwt met iemand van buiten de EU, zo moet ik het even precies zeggen, en wil deze persoon naar Nederland halen, dat wordt anders behandeld. Ten eerste moet er sprake zijn van dat degene die komt, dat die zich in zijn levensonderhoud kan voorzien, en dat de overkomende partner in het buitenland daar een taaltoets doet en na aankomst moet de migrant ook inburgeren maar moet die taalcursus zelf betalen. Dus daar wordt wel duidelijk een onderscheid gemaakt in laat maar zeggen de statushouders en zijn gezin of de mensen die nakomen, dat dat helemaal betaald wordt door de overheid, maar in de situatie van iemand die met een Nederlandse nationaliteit iemand van buiten de Europese Unie wil halen, dat wordt dus anders behandeld en moet eigenlijk de desbetreffende persoon zelf de kosten betalen. En moet ook aangeven of die voldoende inkomen heeft om zich te onderhouden. Wat mevrouw Kukupessy betreft, ik denk dus dat ik met dat antwoord mevrouw Francken en mevrouw Van Dijk heb beantwoord. Mevrouw Kukupessy heeft het ook nog over boetes.

8

Nou, ten eerste denk ik als wethouder dat het goed is dat de serieusheid van de inburgering in deze nieuwe inzet die bij de gemeente komt veel strenger is, de vrijheidsgraden zijn veel minder groot, en ik begrijp van mevrouw Kukupessy best wel als je met boetes werkt, ten eerste is dat als je dat moet doen vervelend, en ik zal op me nemen dat in de nadere uitwerking kan worden gekeken of er voor boetes ook andere middelen zijn om mensen die niet doen wat er moet gebeuren in de inburgering, of dat op een andere manier kan worden gestimuleerd, laat ik dat dan zo maar zeggen. Dus daar mag u me op aanspreken, er is wat aangekondigd door de ambtenaar dat die uitwerking gaat plaatsvinden de komende jaren en dat dan in het najaar verschijnt. Wat betreft die melke… Of er een soort melkertbanen zijn, dat weet ik niet, die vraag zal ik ook meenemen. U heeft misschien wel heel erg sterk op uw netvlies, mevrouw Kukupessy, wat de karakteristieken zijn van die melkertbanen. Dat dat misschien meer geëigend is voor die statushouder en die mensen die in Nederland komen. Dus die vraag zal ik ook meenemen, is dat iets, maar in principe heeft u kunnen lezen dat men eigenlijk zoekt naar de weg via de Participatiewet om mensen met een leerwerkopleiding, om die bereid te maken voor de arbeidsmarkt en een conditio sine qua non, een basiseis is dat de mensen wel de Nederlandse taal beheersen.

Of de schaalgrootte van de HBEL voldoende is dat weet ik niet, dat zullen we moeten bekijken en ervaren, maar ik zal er wel aandacht voor vragen of dat in HBELverband kan of dat dat op regioverband moet gebeuren. Mijnheer Hoijtink, hij had het over die twee benaderingswijzen voor de statushouders en hun gezin en voor degenen die iemand buiten de Europese Unie wil binnenhalen. Ja, daar wordt een verschil gemaakt. Daar kan ik dus niet van zeggen dat ik dat kan veranderen. Ik kan hooguit nagaan of laten nagaan wat de reden is waarom men deze twee groepen op een andere manier behandelt. Mevrouw Beemsterboer vroeg ook nog naar een tijdige evaluatie. Nou, we gaan beginnen per 1 januari. Er zit dus nog een nadere uitvoering van deze inburgeringsopzet aan te komen in de loop van dit jaar. En ik hoop ook, en ik zal ervoor waken, dat in die uitvoeringsscenario ook wordt vastgesteld na hoeveel tijd er een evaluatie zal plaatsvinden.

Maar nou had u het ook nog over, mevrouw Beemsterboer, over middelen om geloof ik de gezondheid van mensen of de mobiliteit te bewaken, kunt u dat nog even voor mij herhalen, die vraag? Dat ik daarop in kan gaan? Mevrouw Beemsterboer: Dat was een opmerking met betrekking tot, ik pak hem er even bij, dat er toch wel een hoop mensen te maken hebben met PTSS of depressie in verband met vluchtverleden en dat daar toch wel specifieke expertise voor nodig is om dat te begeleiden. Wethouder Knoop: Ja. Ja. Nou ja, dat zal … Kijk, die ervaring zal ook dus tot uitdrukking moeten komen in de voorzieningen die getroffen worden op voorhand, preventief, dat er middelen zijn om als dat vaak voorkomt dat men daar ook op kan inspelen. Dus dat moet ook eigenlijk een aandacht krijgen in die uitvoeringsnotitie. Dus we hebben nu een paar punten waarvan ik zeg als wethouder: daar moeten we voor waken dat dat in de uitvoeringsnotitie terugkomt, en een tweede is: ik denk dat de motie van D66, met alle respect, is beantwoord, heel duidelijk beantwoord dat in ieder geval de gezinnen, leden die na de statushouder binnenkomt dat die financieel op eenzelfde wijze worden behandeld als een statushouder. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag u uw camera en uw microfoon weer uitdoen. Wethouder Knoop: Oké. De voorzitter: Dank u wel. Dan begin ik maar even bij mevrouw Francken weer opnieuw. Gaat uw gang.

9

Mevrouw Francken: Ja, dank u. Nou, wij zijn blij met de duidelijke antwoorden van de wethouder, want zoals het uit de reacties van de collega’s blijkt was het niet helemaal zo duidelijk voor iedereen. En het is ook nieuw, dus misschien nog niet zo gek. Maar in ieder geval zijn we blij met het antwoord en daarmee trekken wij de motie in, want die is daarmee wat ons betreft overbodig geworden. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond wie … Mevrouw Francken: Ik wilde nog graag even reageren op wat de wethouder zegt, mag dat nog, voorzitter? De voorzitter: Ja. Ja, ja, nee, zeker, ik dacht dat dit uw finale woord was. Mevrouw Francken: En over wat mevrouw Kukupessy heeft gezegd, want ik was blij dat ze dat te berde heeft gebracht over die zogenaamde melkertbanen. Ik wil de wethouder graag meegeven, ik heb dat ook wel in de RTG gezegd, dat als je dus een inburgeringscursus doet en een taalcursus, dat het zo ontzettend belangrijk is, en dat is ook bij onderzoek gebleken, dat je wat je daar leert in de praktijk brengt. Dus dat je ook aan het werk gaat.

En een melkertbaan is een … Wat een melkertbaan is dat zullen we nog zien, maar ik kan u wel zeggen tot op heden dat ik weet dat in Huizen de mensen heel vaak te werk gesteld werden bij de Tomingroep, bij de kringloopwinkel, bij de voedselbank, zodat ze onder de mensen waren, iets te doen hadden naast dat ze natuurlijk niet de hele week met die cursus bezig zijn, en de kans krijgen om Nederland te leren kennen en ook de taal te oefenen. Dus ik hoop dat dat goed terechtkomt in het nieuwe plan en het uiteindelijke plan, dat we dat op die manier ongeveer gaan doen. Dat was wat ik nog wilde zeggen. De voorzitter: Nou, dat was heel mooi, dank u wel mevrouw Francken. Ik zie in ieder geval handjes van mevrouw Kukupessy en de heer Bruintjes, en de heer Hoijtink komt daar ook bij. Mevrouw Kukupessy. Gaat uw gang. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Heel kort, ik wilde de wethouder bedanken voor mijn zorgpunten en ook het meenemen van de zorgpunten. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Bruintjes. De heer Bruintjes: Dank u wel, voorzitter. Het verhaal van de wethouder is duidelijk. Wat niet duidelijk is, is wie nou uiteindelijk kosten draagt. De staat geeft bevel dat het op die wijze uitgevoerd moet worden, de gemeente moet het uitvoeren, maar de gemeente moet blijkbaar ook voor alles opdraaien.

Dat is mij niet duidelijk geworden of de gemeente dat ten koste van, nou ja, de collega die heeft het al over een PTSS. Nou, trek je dan dit geld over waar je u tegen zegt. Als wij dat als kleinere gemeente moeten gaan ophoesten wordt het onbetaalbaar. Ongelukkig voor die mensen om daarnaast, een melkertbaan is genoemd, nou, wat wel geflopt is en waar mensen heel veel last hebben van is het dat melkertsysteem, want mensen werden na een periode van anderhalf jaar gewoon weer ontslagen en dan gesubsidieerd een goedkope bonus voor de werkgever en de werknemer stond na een bepaalde periode weer op straat. Dus in ’s hemelsnaam andere banen met enig respect wat uitgevoerd kan worden. Dus dat wou ik er nog even over zeggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruintjes. Datgene wat u zegt, prima, ik denk dat waar u mee begon is eigenlijk een technische vraag en die hoort niet in deze raadsvergadering thuis dus die gaan we eventjes wegzetten wat dat betreft, daar krijgt u nog een latere reactie op. Mijnheer Hoijtink.

10

De heer Hoijtink: Ja, dank u wel. Nou, ik ben ook blij met het antwoord van de wethouder. Ik hoor inderdaad graag, ja, verklaring voor het verschil tussen behandeling van Nederlandse ingezetenen en statushouders, maar dat krijgen we te horen dus ik kijk daarnaar uit. Ik ben een beetje minder blij met de toezegging dat er een soort eigen regeling gaat bedacht worden om, laten we zeggen, het opleggen van boetes te vermijden. Niet dat ik zo dol ben op boetes, maar ik vind wel dat afwijken of af proberen te wijken van wat landelijk geregeld is en wat wordt opgelegd door het Rijk, ja, dat vind ik eigenlijk niet zo’n goed idee want allerlei gemeentes in Nederland die willen nog weleens eigen beleid gaan voeren daar waar dat niet de bedoeling was. En daar klinkt dit eerlijk gezegd ook een beetje naar, en dat, nou ja, daar zijn wij niet zo’n voorstander van. Maar ook dat wacht ik met belangstelling af, wat die eigen regeling gaat worden. Want ik vond, wij waren eigenlijk wel blij dat er gewoon eisen worden gesteld ook aan statushouders, dat vinden wij ook terecht. En de hele aanpak vonden en vinden wij prima zoals het is geformuleerd, en daar andere eigen, ja, regelingen voor gaan treffen dat vinden niet zo geschikt. Maar dat wilde ik even kwijt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en dan kijk ik of er vanuit uw raad verder nog sprekers zijn.

Mevrouw Francken, mijnheer Hoijtink, mag uw handje omlaag doen, dank u. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, ik wil toch graag even reageren, ik kan het niet laten, op mijnheer Hoijtink. Het is natuurlijk wel zo dat u niet geringschattend moet doen om wat het betekent om een andere taal te leren, zeker als je uit een islamitisch land komt. En ook is het, die inburgeringscursus zitten vragen bij en onderwerpen die niet altijd even eenvoudig zijn, dus het zit niet altijd in dat mensen dat niet willen doen of zich er niet aan houden, maar ook dat het af en toe niet meevalt. De heer Hoijtink: Nee, maar als ik mag antwoorden, soms is dat namelijk toch wel het geval, en ik denk ook niet dat dat te ontkennen valt. Mevrouw Francken: Oké, dat ben ik met u eens. Maar ik vind toch, ja, laten we wel een beetje mild zijn over inderdaad wat mevrouw Kukupessy ook zei, dat mensen niet veel geld hebben. De heer Hoijtink: Nou, wat collega Beemsterboer al heeft gezegd is dat een heleboel Nederlanders die zouden mogen willen dat ze, laten we zeggen, ook zo, laat ik zeggen, goed verzorgd worden als inderdaad als statushouders, dus over het algemeen ben ik van mening dat die inderdaad weinig te klagen hebben. En opnieuw eisen stellen, daar is niks op tegen. Mevrouw Francken: Maar dat zeg ik ook niet. De voorzitter: Ik ga deze discussie sluiten met uw welnemen.

U heeft uw punten gemaakt, u bent het op dit punt niet op alle fronten met elkaar eens, dat is ook niet altijd noodzakelijk, kan prettig zijn maar dat is wat anders. Ik schaar de vraag en de reactie van de wethouder over de boetes ook onder de technische vragen. En datzelfde geldt ook eigenlijk voor de melkertbanen want daar is nu ad hoc op gereageerd, het lijkt me goed dat daar nog even een inhoudelijke reactie op volgt met alle mitsen en maren, en dan kunnen we het daar vervolgens met elkaar over hebben want we hebben het nu over een startnotitie. En het is heel fijn dat u daar allen zo bij betrokken bent en uw inbreng levert, maar voor nu wou ik hem wel gaan afronden en wou ik ook even rondkijken om te kijken of er behoefte is aan stemverklaringen of hoofdelijke stemming. En dat is, volgens mij heb ik die pauze lang genoeg laten vallen, niet het geval. Daarmee is de startnotitie inburgering 2022, Een nieuw thuis, aangenomen en krijgt u nog op drie technische opmerkingen uit uw debat een reactie. Dank u wel. De heer Bruintjes: Ik stak mijn hand op.

11

De voorzitter: Nee, nee, nee, dat is nu voorbij, mijnheer Bruintjes. Zo werkt het niet. Ik heb het onderwerp zojuist afgerond. We gaan door naar agendapunt 5. De heer Bruintjes: Dat u mij niet ziet is heel vervelend. De voorzitter: Nou, u weet wat u moet doen om uw handjes op te steken, ik heb vrij lang gewacht op uw reacties, die kwamen niet, het onderwerp is nu afgerond. 5. Zienswijze begroting 2022, begrotingswijziging 2021, resultaatbestemming 2020 Regio G&V De voorzitter: Dan zienswijze begroting 2022, begrotingswijziging 2021, resultaatbestemming 2020 regio Gooi en Vechtstreek. Daar heb ik in ieder geval staan dat de heer Pel, namens de coalitie staat hier, een amendement in wil dienen en ik geef hem daartoe het woord. Gaat uw gang. De heer Pel: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben het over met name de begroting van de regio 2022 tot en met 2025. En daar is ook het raadsvoorstel op gebaseerd omdat daar een zienswijze op uitgebracht is. Ik zal het heel kort even aangeven, de zienswijze gaat vooral over een aantal punten die in de begroting als bezuiniging zeg maar staan, en die daar in de zienswijze genuanceerd worden. Oftewel, in een aantal van die gevallen wordt die bezuiniging gevraagd om die te schrappen dan wel milder te maken of in ieder geval te temporiseren.

Het amendement wat daarover gaat, die gaat over twee zaken, dat is namelijk de houdbare meerjarenbegroting, wij willen dus een aanvulling op de zienswijze. En dat wil zeggen dat wij vragen of die forse financiële taakstelling die er staat, waarin ten dele ook wordt voorzien door voorgestelde maatregelen, dat die de suggesties die wij doen als gemeente om een aantal van die maatregelen niet uit te voeren dan wel te temporiseren, of die maatregelen ook financieel gemaakt kunnen worden, oftewel: kunnen wij zien wat de effecten zijn van zaken die niet doorgaan? Dat is één punt van het amendement, het tweede punt heeft te maken met de GAD. Die zit in zwaar weer, ook financieel. Kunnen ze niet veel aan doen, maar wat wij vragen is om de keuze die er is voor de manier van inzamelen, dat heeft te maken met voorscheiding, wat wij nu kennen, en nascheiding, of dat de principe-uitspraak daarover versneld uitgevoerd kan worden. Want dan weten wij ook ten aanzien van de GAD wat ons te doen staat op meerdere fronten. Ik neem even u mee in herinnering dat wij het hebben gehad over de Bijvanckrenovatie waar dat misschien handig voor zou zijn, maar ook denk ik voor de processen van de GAD zelf om te kijken of op die wijze, om een keuze te maken eerder, of daar ook efficiencyvoordelen in de werkwijze tot stand kan kunnen waardoor de begroting er misschien wat beter uitziet.

Nou, dat is even het verhaal over het amendement zoals we dat indienen. Ja. De voorzitter: Was u daarmee klaar, want zo leek het, maar … De heer Pel: Ja, nou, ik heb nu voorgelezen wat het amendement is. En ik weet niet of ik nu mag ingaan op het stuk zelf. De voorzitter: Ja, dat bedoelde ik eigenlijk meer. De heer Pel: Ja, precies, want dat is nog een ander verhaal. En zonder in herhaling te vallen van wat wij op de RTG allemaal besproken hebben zien we dat de regio ten aanzien van de begroting de komende jaren toch wel in zwaar weer zit. Aan de ene kant hebben de gemeenten gevraagd om een besparing te realiseren in de begroting van 3 procent, nou, dat is in 2020 niet gehaald. Maar nu wordt er dus een serieuze poging ondernomen om dat wel te halen, of om in ieder geval gedeeltelijk te halen. Maar we zien aan de andere kant door de uittreding van Weesp, ook door de GAD wat we net

12

genoemd hebben, dat daar behoorlijke gaten geslagen worden. Die weliswaar opgevangen worden, maar wat wel in zich heeft dat wij alsnog een forse verhoging krijgen van de afvalstoffenheffing voor de inwoners van de regio. En ik heb het specifiek over de inwoners van de regio, omdat het een bedrag is van bijna 1,3 miljoen euro. Voor Blaricum is dat uiteraard wat minder, maar op een van de technische vragen die wij gesteld hebben blijkt dus dat zoals het er nu naar uitziet het effect voor de inwoners van Blaricum zo is dat voor een eenpersoonshuishouding dat een verhoging is van 20 euro per jaar, met afvalstoffenheffing, en dat voor een meerpersoonshuishouden dat het dubbele is, oftewel 40 euro. Nou, alles is ons eraan gelegen, het is misschien niet afwendbaar, en nogmaals, maar alles is ons eraan gelegen om te kijken: kunnen wij de kostenstijgingen die dat met zich meeneemt, kunnen we dat ook gaan beheersen in de komende tijd? Nou, daar wil ik het even voor in eerste instantie bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En ik zie dat mevrouw Kukupessy daar in ieder geval op reageren en dan maak ik nog even het rondje af. Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel, ik wil op de motie reageren. Punt 2, daar hebben we het over de efficiencyvoordelen bij de afvalscheiding.

Maar voor ons is het, voor de Blaricumse Partij is het ook heel belangrijk dat de duurzaamheid meegenomen wordt en niet alleen de efficiency. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, helder. Mijnheer Hoijtink. De heer Hoijtink: Graag reageren op die, tenminste, ik neem aan dat dat nu de bedoeling is, op het … De voorzitter: Ja, ja. Ja. De heer Hoijtink: Op het amendement, of gaan we het over het amendement straks hebben? De voorzitter: Nee hoor, u mag het over het amendement hebben en over de inhoud van het stuk. Beide graag. De heer Hoijtink: Oké. Oké. Nou, dan zal ik reageren in ieder geval op het amendement. Moet ik eventjes mijn tekst erbij halen, mijn spiekbrief. Ja, dat de mening van de VVD over die kwestie van voor- of nascheiding van PMD-afval, dus wel of niet continueren van het gebruik van die oranje bakken, is hun collega’s in deze raad best wel goed bekend, denk ik. De VVD denkt al langere tijd dat nascheiding feitelijk de voorkeur verdient, en op 27 oktober jongstleden heeft de raad een motie van de VVD aangenomen waarin is uitgesproken dat besluitvorming, en ik citeer letterlijk, besluitvorming over bron- of nascheiding PMD dient plaats te vinden op een dusdanig tijdstip dat de regio Gooi en Vechtstreek ervan verzekerd kan zijn dat er onmiddellijk na afloop van het huidige verwerkingscontract PMD tot nascheiding van PMD kan worden overgegaan.

De voorzitter: Mijnheer Hoijtink? De heer Hoijtink: Ja? De voorzitter: Zou u uw camera aan willen zetten? Wij zien u niet. De heer Hoijtink: Dat is wel een groot gemis, dat ben ik met u eens. De voorzitter: Ik herken uw stem uit duizenden, maar daar twijfel ik er niet aan, maar …

13

De heer Hoijtink: Nou, dat zal ik toch eventjes doen. Ja. Heel goed. Dat is dan nu gebeurd, dank u wel voor de tip. Ja, wij zijn dus eigenlijk heel blij dat de meerderheid van de raad inmiddels kennelijk ook van mening is dat besluitvorming over voor- of nascheiding nu gewoon heel opportuun is. Want die meerderheid wil een aangekondigd onderzoek daarnaar versneld uitvoeren. Bravo, chapeau. Echter, welk onderzoek wordt daar bedoeld? Als het het onderzoek K+V betreft, dat is een onderzoek in 2020 en in opdracht van de GAD, ja, dat is natuurlijk al uitgevoerd. En daar lijken aannames in te staan waar wel de nodige vragen over gesteld moeten worden. Ik heb daar wel voorbeelden van. Nou, de financiële resultaten van het PMD scheiden worden ook sterk beïnvloed door de kwaliteit eigenlijk van het verzamelde PMD-afval. Nou, die kwaliteit die laat best wel vaak te wensen over en die is vaak slechter dan in dat onderzoek in ieder geval wordt gehanteerd.

Nou ja, een second opinion over dat K+V-rapport, mede gezien het feit dat dat K+V-rapport in opdracht van de GAD is uitgevoerd, en dan een second opinion met name over de berekeningen die er in dat rapport staan, als dat tenminste de bedoeling is van de coalitie, om dat rapport eigenlijk te hanteren, een second opinion over die resultaten en kosten van beide systemen die daar in dat betreffende rapport met elkaar worden vergeleken, dat lijkt ons inderdaad heel erg raadzaam. En als dat nou de bedoeling is, dat daar dan nog eens een keertje heel goed door een neutrale partij naar gekeken wordt, ja, dan stemmen wij graag voor die motie. De voorzitter: Nou, kijk, was dat geen mooie afronding van uw betoog, en de heer Pel wil daar vast nog even op reageren. De heer Pel: Ja, als het even mag. Op de uitspraak, en ik denk dat we, de heer Hoijtink, VVD en wij, elkaar wel kunnen vinden. En natuurlijk is het zo dat de motie die in het najaar door de VVD ingediend is en ook aangenomen is uitging van het feit van je moet een besluit nemen over die vooren nascheiding wat op tijd is om die verwerking, want we zitten contractueel nog een paar jaar aan die verwerking vast, om die verwerking zodanig anders te krijgen als het nodig is. Dus dat had met name de horizon van die verwerking in zich.

En wat hier bedoeld is, is dat wij zien, en dat geven de getallen van de GAD ook wel aan, dat het speelveld in die afvalstoffen, ik ben geen kenner hoor, maar dat dat zodanig veranderd is dat de prijzen ook anders komen te liggen, restafval anders komt te liggen dan enige tijd geleden nog gebruikelijk was om aan te nemen. Dus dat is niet meer het geval nu. Dus in die zin, en ik weet niet of het onderzoek van K+V, dat hebben wij niet bedoeld hoor, wij willen gewoon dat het principebesluit, en of daar een onderzoek voor nodig is of een second opinion, vinden we allemaal prima, maar dat het principebesluit om die werkwijze vast te stellen, voor-, nascheiding, wat dan ook, om dat vooral naar voren te trekken. En nogmaals, dit is een zienswijze hè, dus het betekent dat wij als Blaricum dit voorstellen aan de regio om te doen. Wij gaan niet, wij kunnen niet dicteren dat het gebeurt, en ook niet op de wijze waarop het gebeurt. Dus dat wou ik nog even als aanvulling op de heer Hoijtink aangeven. De voorzitter: Mooi. Nou, dan hoop ik dat dat de heer Hoijtink tevreden heeft gesteld. De heer Hoijtink: Ja, ik wil alleen nog eventjes zeggen dat, laten we zeggen, die veranderingen van omstandigheden, die zijn op zich natuurlijk niet nieuw, dat is een proces wat al heel lang gaande is.

En het is eigenlijk al, nou, ik geloof zelfs een jaar of zes gaande sinds het besluit om over te gaan tot die oranje bakken die door veel in ieder geval van onze inwoners bepaald niet geliefd zijn geworden. Maar goed, het ziet er in ieder geval naar uit dat de coalitie en de VVD het met elkaar eens zijn dat het goed is om goed onderzoek te doen, en ja, dat hadden we ook vorig jaar al kunnen doen hoor, maar toen was de raad, de rest van de raad was toen nog niet zo ver, dus vandaar die motie die we toen hebben ingediend. En nou ja, het ziet er nu goed uit, we mogen hopen dat de rest van de regio zich bij deze mening aansluit, en dat we nu heel serieus gaan kijken naar het afschaffen van die

14

oranje bakken. Want dat lijkt ons een goede zaak. Ook meer op een aantal redenen, hoor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u meneer Hoijtink. Voor nu denk ik dat dit debatje onderling mooi is geweest, en goed is geweest, kan ik beter zeggen, want mooi is multi-interpretabel. Ik ga nog even naar D66, mevrouw Lanphen, om te kijken wat uw inbreng is ten aanzien, met name van dit amendement en overig natuurlijk. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Wij hebben als gemeente Blaricum het deel van onze wettelijke taak, het inzamelen van huishoudelijk afval bij de regio neergelegd, samen met de andere Gooise gemeentes om daar schaalgrootte, efficiency en doelmatigheidsslag mee te maken. Daarmee zijn wij onderdeel van een groter geheel, verschillende belangen van gemeenten en inwoners met elkaar verenigd moeten worden. Geen makkelijke taak en zeker niet altijd tot ieders tevredenheid. We hebben grote waardering voor de taken die de regio in het afgelopen jaar voor ons heeft uitgevoerd. Hoe zij ons geholpen hebben in verband met de coronacrisis waarvoor hier een woord van dank op zijn plaats is, zeker aan de GGD en de GAD-medewerkers in het bijzonder.

In het beslisvoorstel voor vanavond staat als doel dat de gemeenteraad in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting 21, de resultaatbestemming 19 en verder kennis te nemen van de jaarrekening 19. Dit is een oude tekst, denk ik, uit een voorgaande versie, want het gaat natuurlijk over de jaren hierop volgend. En het zijn de verkeerde jaartallen en wij zijn in principe van zins om met de zienswijze in te stemmen, terwijl we de tweede en de derde zin kunnen lezen als geen zienswijze in te dienen op die zeg maar jaarrekening en ook de aanpassing van de begroting 21. Er is iemand die heel erg door me heen piept omdat die zijn microfoon nog heeft aanstaan, ik weet niet wie dat is. Dat de dienstverlening niet voor dezelfde prijs op het huidige niveau kan blijven is begrijpelijk, en wanneer we dat toch zo willen houden, zoals ook in onze zienswijze is verwoord, zal dit een aanpassing van de afvalstoffenheffing betekenen. Niet alleen voor onze inwoners, maar voor alle inwoners in de hele regio. Want wij beslissen hier niet voor alleen maar onze inwoners, wij beslissen hier voor velen. Als D66 hebben wij gewaarschuwd in de RTG dat wanneer wij die bezuinigingen die voorgesteld zijn weer willen terugdraaien door onze zienswijze, dat we die bezuinigingen dan niet zullen gaan halen.

De coalitie lijkt daarop te reageren met het indienen van dit amendement. Wij zullen niet voor dit amendement stemmen, ten eerste omdat een financiële doorrekening zoals in het amendement staat van de door ons afgewezen bezuinigingen eigenlijk al in het stuk staan op pagina 4 van het derde document wat ons is doen toekomen. En de impact op de taakstelling dus ook, en wij hebben niet de gelegenheid om onze zienswijze later in te dienen, dus de financiële doorrekening die zal geen effect meer hebben op onze zienswijze. Dit had wat ons betreft een technische vraag vooraf kunnen zijn. Daarnaast staat de grondstoffenvisie en de analyse van de afvalstroom PMD in de regio voor volgende maand op onze raadsagenda. Ik heb dat in de stukken voor het aanstaand presidium gezien. Dus ik vraag me af of we deze onderwerpen niet beter daar kunnen bespreken dan nu, en dat wij dus gewoon overgaan tot het vaststellen van de zienswijze zoals die nu voor ons ligt. Dat is wat ons betreft de inbreng, en wanneer wij bezuinigingen af willen slaan dan moeten we dus ook daarmee erkennen dat we daarmee ook duurder uit zullen zijn. Dus dat is denk ik fair play. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Lanphen. Ik wijs u er even op dat er een gewijzigd raadsbesluit is toegevoegd op basis van uw eerdere opmerking hierover. Mevrouw Lanphen: O, die heb ik vandaag nog niet gezien.

Dan kijk ik nu … De voorzitter: Hij zit gewoon bij mij in de stukken.

15

Mevrouw Lanphen: Dan kijk ik meteen, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat lijkt me goed. Ik zag een handje van mijnheer Pel maar ik zag ook een handje van de heer Bruintjes. En dat handje was er eerder, dus ik ga even over naar de heer Bruintjes. Gaat uw gang. De heer Bruintjes: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een stemverklaring straks. Ik wou heel graag ook aansluiten bij de woorden van de VVD. Het terugdringen van het aantal oranje bakken zou mooi zijn, de ruimte via tuintjes, met name in de Bijvanck, zou een prachtige oplossing zijn. Nascheiding zijn wij altijd al een voorstander van geweest, dus ja, ik zag al met al leek het me zeer veel voordelen. En dat wou ik graag melden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pel nog als laatste, neem aan dat dat een interruptie was. De heer Pel: Nou ja, het is in ieder geval een reactie op wat mevrouw Lanphen aangeeft. Zij schermt nu met het feit dat er afvalscheiding en PMD in volgende vergaderingen op het menu staat. Maar dat neemt niet weg dat er nu een zienswijze gevraagd wordt, en een zienswijze gegeven wordt, op de begrotingsresultaten van de regio. En die begrotingsresultaten zien er niet goed uit. Ik weet wel dat mevrouw Lanphen en D66 de grotere regio tot ook een wondermiddel zien, maar wij moeten wel, ook in het kleine Blaricum, heel kritisch blijven opletten op wat daar gebeurt en welke kosten daar gemaakt worden.

Want het wordt een beetje een rupsje nooitgenoeg anders, en we willen daar toch wel goed naar kijken wat daar aan de hand is. En het is helemaal niet zo gek, vinden wij althans, om als je zo veel bezuinigingsmaatregelen aangeeft dat je die kan temporiseren of op een andere manier kan doen, dat je dan ook zegt: ja, dat stel ik wel voor, maar beste regio, kunt u ook even aangeven of datgene wat u ons voorgeschetst heeft, of dat dan ook nog houdbaar is? Ja, en natuurlijk, wij snappen ook wel dat die afvalstoffenheffing omhoog gaat. Dat is duidelijk. Maar dat wil niet zeggen dat nu, tot nu toe is er in de zienswijze en in de begroting nauwelijks woorden aan vuil gemaakt dat dat het geval is. En het is natuurlijk wel effectief lastig voor onze inwoners om dat mee te maken. Dus vandaar deze zienswijze en aanpassingen op de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel, dank u wel. Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb inmiddels uw nieuwe raadsbesluit gevonden, het zat onderaan in mijn zeg maar systeem en omdat ik een aanmerking had gemaakt op het voorgaande raadsbesluit is het voorgaande raadsbesluit bij mij er niet uitgevallen, misschien bij de anderen wel. Dat is dan duidelijker.

Ik wil graag op de heer Pel reageren, want hij schrijft ons aan dat wij de regio een wondermiddel vinden, dat is absoluut niet het geval maar ik vind wel dat we moeten erkennen dat we voor een aantal zaken zelf niet de juiste schaalgrootte hebben, dus genoodzaakt zijn om samen te werken. En ik wil hem er ook op wijzen dat er wel in het voorstel zoals de regio aan ons aanbiedt ook 1,1, 1,2 miljoen op bezuinigd wordt. En wat wij doen is op die 1,2 miljoen bezuinigingen middels onze zienswijze eigenlijk afdingen, en ja, dat moeten we dan ons ook realiseren dat we daarmee ook ten gevolge daarvan de afvalstoffenheffing ook zelf verhogen. Dus dat is even wat ik daarover wilde zeggen. De voorzitter: Ik denk dat het goed is, wat ik net ook al zei, u weet elkaar niet altijd te overtuigen maar het is wel belangrijk dat u over het voetlicht kunt brengen wat uw standpunten zijn, en dat is denk ik goed gebeurd. Dan ga ik nog even naar het college en wethouder Kennis om te kijken of zij nog vanuit het college wil reageren op wat er gedeeld is zojuist.

16

Wethouder Kennis: Ja, dank u wel voorzitter. Wat mij betreft kan het heel kort zijn. Ten eerste om te beginnen zijn het niet de colleges die die 3 procent bezuinigingen aan de regio gevraagd hebben maar de portefeuillehouders financiën. Vervolgens zijn ze bij de regio hard gaan proberen om die 3 procent waar portefeuillehouders financiën om gevraagd hadden te realiseren, daar is het voorstel vanuit de regio voor gekomen en alle colleges hebben vervolgens het inhoudelijk in de colleges besproken. En daar zijn denk ik in alle gemeenten zienswijzen uitgekomen die financiële gevolgen zullen hebben. Dus wij zullen nu als gemeenten het teruggeven aan de regio inclusief de amendementen die worden ingediend, daar zal het verder ter behandeling bij het AB worden neergelegd met een advies, en vervolgens komt het dan terug aan dat was de eindconclusie was, en ik heb al, wat ik vernomen heb, hebben wel alle gemeenten zitten tornen aan de bezuinigingen. Dus de 3 procent die wij als portefeuillehouders financiën graag gerealiseerd hadden willen zien zullen zeker niet lukken. Maar wat het uiteindelijke resultaat gaat worden, dat komt nadat gemeenten teruggekoppeld hebben en het AB heeft besloten. Dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dat was het.

Ik ga ervan uit dat wij geen tweede instantie nodig hebben, we gaan wel het amendement in stemming brengen want ik heb net gehoord dat dat in ieder geval niet unaniem ondersteund wordt, dus dan moet ik het in stemming brengen. En dan kunt u ook meteen uw stemverklaringen nog afleggen als daar behoefte aan is. En dan denk ik … Mevrouw Kukupessy. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u, ik zou graag nog een vraag aan mijnheer Pel willen stellen hierover. Punt is voor mij of hij kan aangeven of het niet ten koste gaat van de duurzaamheid. En anders moet ik dat in een stemverklaring meenemen. De heer Pel: Wij gaan daar … U bedoelt, ik neem aan dat u doelt op het tweede punt uit het amendement ten aanzien van de GAD en de voor- en nasplitsing, of heffing, hoe noem je het ook alweer, inzameling. De duurzaamheid die speelt volgens mij in beide situaties een rol en die moet voor ons ook een rol spelen, alleen heeft die hier vooral kenmerk gehad om te kijken van wat is nou de beste oplossing in efficiency en effectiviteit van het soort van inzameling die je doet. En daar speelt duurzaamheid ook een rol. En nog zo veel andere dingen. De voorzitter: U had al medeondertekend, mevrouw Kukupessy, dus ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat u dit soort discussies van tevoren met elkaar zou hebben gevoerd.

Dat is kennelijk dan voor nu even anders, dat is maar zo, maar ik ga nu amendement nummer 1 in stemming brengen en dan hoor ik wel wat uw stemverklaringen zijn. Mijnheer Pel, amendement nummer 1. De heer Pel: Ja, nou, mijn stemverklaring is dat wij zien dat dit amendement in ieder geval een completer beeld geeft van de zienswijze die wij nodig hebben om mee te delen aan de regio. En ik stem uiteraard voor het amendement. De voorzitter: Voor. Mijnheer Landman. De heer Landman: Dat kan heel kort, ik ben natuurlijk voor het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Uijldert. De heer Uijldert: Ik stem voor het amendement. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Ik stem ook voor het amendement, voorzitter.

17

De voorzitter: Nog heel even doorpraten graag. O, u bent in beeld bij de griffie. Komt goed. Mevrouw Beemsterboer, ook even doorpraten of uw camera aanzetten. Mevrouw Beemsterboer: Ik heb mijn camera aan, voorzitter. De voorzitter: O ja, ik zie nu alleen maar een logo. Mevrouw Beemsterboer: Ik stem zeker voor dit amendement. Kunt u mij inmiddels zien? De voorzitter: Wij hebben u niet in beeld. Nee. Mevrouw Beemsterboer: Nee? De voorzitter: Nee. Hoor wel veel vogeltjes, maar … Mevrouw Beemsterboer: Die zijn niet van mij. De voorzitter: O. Mevrouw Beemsterboer: Maar dan herhaal ik het nog een keer … De voorzitter: U moet even iets duidelijker praten misschien. Mevrouw Beemsterboer: Ja. De voorzitter: Harder. Mevrouw Beemsterboer: Ik stem voor het amendement. En ik heb geen vogeltjes. De voorzitter: Ja, u bent in beeld. Mevrouw Beemsterboer: Oké. Gelukt. De voorzitter: Ik heb ze ook niet, en wij waren de enige met de microfoon open. De heer Wiegel. De heer Wiegel: Ja voorzitter, ik ben ook voor, dank u wel. De voorzitter: Dank u, mevrouw Dobber. Ook even wat langer doorpraten graag. Mevrouw Dobber-Spruijt: Ja, ik ben voor dit amendement en ben heel blij met het onderzoek naar voor- en nascheiding. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoijtink. De heer Hoijtink: Ook voor het amendement. Ik ben voor. De voorzitter: Mevrouw Kukupessy.

Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel, ik stem ook voor dit amendement met de opmerking erbij dat het niet ten koste mag gaan van de duurzaamheid.

18

De voorzitter: Mooi. Mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: Ik stem voor het amendement. De voorzitter: Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Voorzitter, ik stem tegen het amendement. De voorzitter: Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Ik stem ook tegen en ik heb net duidelijk gemaakt waarom, dus ik hoef dat niet opnieuw te herhalen denk ik. De voorzitter: Ik denk het ook niet. Nee. Dat lijkt me niet nodig, lijkt me voldoende. Dan kan er historisch onderzoek gedaan worden over een jaar of 30 wat u ook alweer gezegd had op de band. De heer Bruintjes. De heer Bruintjes: Voor, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ik ben ook voor het amendement. De voorzitter: Dank u, en mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ik stem voor het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Is amendement nummer 1 aangenomen met 13 stemmen voor en 2 stemmen tegen. Dan ga ik nu het geamendeerde voorstel in stemming brengen en dan vraag ik u toch nog heel even hetzelfde wat ik daarnet deed, ik ga de stilte echt lang genoeg laten vallen, maar doet u handjes of even de microfoon open want wees u zich ervan bewust dat ik u niet allemaal in beeld heb. Want de vraag is, en die komt nu: is er behoefte aan stemverklaringen of hoofdelijke stemming? Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Die is er.

Ik wil graag een stemverklaring uitbrengen waarom ik nu tegen de zienswijze stem, want ik vind dat we hiermee de regio om nieuwe berekeningen vragen die geen enkel effect meer kunnen hebben op onze zienswijze. En hen daarmee in mijn ogen tot overbodig werk zeg maar aansturen en daarnaast dat de PMD-analyse volgende maand op onze agenda staat, dus daar hoeven we nu niet over te besluiten. De voorzitter: Stemt u voor of tegen het geamendeerde voorstel? Mevrouw Lanphen: Tegen de geamendeerde zienswijze. Met spijt in mijn hart, maar het is zo. De voorzitter: Goed. Ik zie een handje van de heer Bruintjes. Gaat uw gang. De heer Bruintjes: Ja, ik was even de microfoon kwijt. Ik stem uiteindelijk voor het hele voorstel, met de gedachte erachter dat er veel minder plastic gebruikt hoeft te worden. En ja, een prima voorstel dus.

19

De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Francken, zie ik ook een handje van. Mevrouw Francken, microfoon, beeld, camera graag. Mevrouw Francken: Ja, het is weer zover. Ik wil nog graag benadrukken dat ik het ook heel jammer vind om tegen te stemmen, maar het is niet anders. Vind het jammer dat het zo van tafel gaat, de zienswijze. De voorzitter: Dat waren de stemverklaringen die u af wilde leggen, mag ik dan concluderen, ik ga toch maar even proberen om het mezelf en u wat makkelijker te maken, dat dezelfde stemverhoudingen gelden als bij het stemmen voor amendement nummer 1 en dat betekent dat het voorstel is aangenomen met 13 stemmen voor en 2 stemmen tegen. 6. Zienswijze conceptbegroting 2022 en conceptjaarstukken 2020 Werkvoorzieningschap Tomingroep De voorzitter: Gaan wij door naar agendapunt 6, en dat betreft de zienswijze conceptbegroting 2022 en de conceptjaarstukken 2020 van het werkvoorzieningschap van de Tomingroep. Daar heeft de heer Kemperman aangegeven een amendement in te willen dienen, amendement nummer 2, en ik geef daarom de heer Kemperman, er staat achter namens de hele coalitie, het woord. Gaat uw gang. De heer Kemperman: Dank u wel. Als je praat over het werkvoorzieningschap, dan praat je over Tomin, Tomingroep. Het resultaat van Schap wordt altijd aangeduid door de Tomingroep. De Tomingroep heeft de laatste jaren een negatief resultaat gescoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10364466/1