CConstaterende datblaricum
Koppel je AI →
Document · PDF

20210216 Transcrip Raad Blaricum

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente blaricumBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst en transcript van de openbare raadsvergadering van 16 februari 202112.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE BLARICUM d.d. 16 februari 2021

Aanwezig 15 raadsleden (fv = fractievoorzitter) Hart voor Blaricum-fractie: W.J. Pel (fv), J. Landman, mw. M.G. Bakker, R. Uijldert VVD-fractie: R. Wiegel (fv), mw. A.L.C. Dobber-Spruijt, H.J. Hoijtink De Blaricumse Partij-fractie: mw. G.R. Kukupessy-Rokebrand (fv), R.J.H. Kemperman D66-fractie: mw. C. Francken (fv), mw. J.M.G. Lanphen Democratisch Alternatief Blaricum-fractie: R. Bruintjes (fv) CDA-fractie: mw. P.L.M. Claushuis-Rademaker (fv) Fractie Van Dijk: mw. A.H.M. van Dijk-de Jong (fv) Fractie Beemsterboer: mw. R.J.C. Beemsterboer-van Urk Dam (fv) Voorzitter en griffier: mw. J.N. de Zwart-Bloch, voorzitter mw. T.D. de Jong, griffier Wethouders: mw. A.M. Kennis, mw. E.J.M. Boersen-de Jong, G.C. Knoop

BESPREEKSTUKKEN 1. Opening: berichten van verhindering Voorzitter: Mensen, het is acht uur. Welkom. Ik open de vergadering, we gaan heel snel door de presentielijst heen. Jullie weten zo langzamerhand hoe. De heer Pel heb ik in beeld. De heer Pel: Ja, goedenavond iedereen. Goedenavond voorzitter. Voorzitter: Dank u wel. De heer Landman. De heer Landman: Goedenavond allemaal, voorzitter en iedereen. Voorzitter: Kunt u nog even doorpraten?

De heer Landman: Ja zeker, ik zeg nog maar eens even goedenavond iedereen en ik hoop dat ik nu in beeld ben en dat jullie me horen. Voorzitter: Ja, ik heb u niet in beeld, dat is vervelend. De heer Landman: Ik zie mezelf wel, maar ik zie jullie ook, maar geen idee waarom dat niet werkt. Voorzitter: Nee, dat blijft de wondere wereld van Teams, maar praat nog maar even gewoon door en dan gaan we kijken of dat helpt. De heer Landman: Ik heb even een kleinere galerie gemaakt. Voorzitter: Ja. De heer Landman: Ik weet niet of ik nu in beeld, ik zie jullie allemaal en ik praat nog maar even door. Het ijs is hier weg in de Blaricummermeent, maar jullie zien mij nog steeds niet, begrijp ik. Dan ga ik hem even opnieuw opstarten. Voorzitter: Ja. Dan ga ik ondertussen heel even verder, dan kom ik zo bij u terug. De heel Uijldert, kunt u even wat praten? De heer Uijldert: Goedenavond burgemeester en wethouders. Voorzitter: Ja, prima zo. Mevrouw Bakker heb ik in beeld, die mag zich nog even mondeling melden. Mevrouw Bakker: Goedenavond allemaal. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wiegel heb ik ook in beeld, mag zich ook nog even mondeling melden, goedenavond. De heer Wiegel: Ja, goedenavond voorzitter. Voorzitter: Ja. Mevrouw Dobber. Mevrouw Dobber-Spruijt: Heeft u mij in beeld, burgemeester? Voorzitter: Als u nog even doorpraat heb ik u echt in beeld, ik had wel een foto in beeld.

Voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Hoijtink. De heer Hoijtink, kunt u uw microfoon aanzetten en even doorpraten? Mijnheer Hoijtink? Ga ik ondertussen naar de heer Landman, want die zie ik nu wel in beeld, alleen nog even een teken van leven uit uw mond horen graag. De heer Landman: Ik zal dat gelijk even doen, hier vanuit een smeltend Blaricummermeent, goedenavond. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoijtink? Zou iemand van de VVD-fractie even een belletje kunnen doen, hartelijk dank. Dan wachten we dat nog even af. Mevrouw Kukupessy, ik heb u in beeld. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Goedenavond allemaal.

Voorzitter: Dank u wel. De heer Kemperman, even uw microfoon open graag en geluid erbij. Mijnheer Kemperman. De heer Kemperman: Goedenavond, ik ben er ook weer bij. Voorzitter: Kunt u nog even door… Ja, ik heb u. Ik heb u. De heer Kemperman: U had mij. Voorzitter: Toch iedere keer weer spannend. Mevrouw Francken. Mevrouw Francken: Ja, goedenavond burgemeester. Kunt u mij zien? Voorzitter: Ja. Mevrouw Francken: Of moet ik nog even doorpraten? Oké. Voorzitter: Het is gelukt, heel mooi. Mevrouw Francken: Mooi. Voorzitter: Mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Goedenavond allemaal. Ik hoop dat iedereen mij in beeld heeft. Klopt dat of nog niet? Voorzitter: Nou … Mevrouw Lanphen: Oké, dan praat ik nog een beetje door, misschien dat ik dan wel in beeld kom. Voorzitter: Ik heb nu een foto. Mevrouw Lanphen: Ik heb wel een camera openstaan. Voorzitter: Ja. Dat is dus waarschijnlijk weer net zo’n probleem als twee maanden geleden, maar u bent gezien door mevrouw Broné. Mevrouw Lanphen: Ja? Oké, mooi. Dank je wel. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bruintjes is boven, linksboven voor mij. De heer Bruintjes: Goedenavond allemaal. Voorzitter: Ja. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, goedenavond allemaal. Kunt u mij zien? Voorzitter: Nog even doorpraten graag. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja. Ja.

Voorzitter: Ik denk dat … Mevrouw Claushuis-Rademaker: Het is een heel gedoe altijd om het allemaal weer voor elkaar te krijgen, hè? Voorzitter: Nou, middenboven voor mij is inmiddels, daar komt dus gewoon geen beeld bij. Mevrouw Claushuis-Rademaker: O, oké. Voorzitter: Dat is wat ik nu constateer, maar ik herken uw stem en dat is wel goed. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Oké, prima. Voorzitter: Ja? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, dank u. Voorzitter: Mevrouw van Dijk heb ik in beeld. U mag nog even wat zeggen. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Goedenavond allemaal. Voorzitter: Ja, dank u. Mevrouw Beemsterboer, heb ik ook in beeld. Mevrouw Beemsterboer: Goedenavond allemaal. Voorzitter: Ook middenboven maar wel met beeld gelukkig, goedenavond. En dan gaan we kijken of mijnheer Hoijtink inmiddels contact kan maken met ons. De heer Hoijtink: Ja, sorry, was iets met een probleem, maar ik ben er. Ik ben er. Voorzitter: Ja fijn, dan zijn wij compleet. 2. Vaststellen van de agenda Voorzitter: Aan de orde is agendapunt 2, dat is het vaststellen van de agenda. Ik vraag nog even aan de D66-fractie of agendapunt 5, herinrichting woonwagenterrein Achter Capitten wat u betreft naar de hamerstukken mag of op de agenda moet blijven staan. Mevrouw Francken: Voorzitter, wij hebben een antwoord op onze vragen gehad maar we willen er toch nog iets over zeggen vanavond.

Voorzitter: Mooi, dan blijft het staan. Dat is helder. En dan kijk ik nog even rond, voor zover ik rond kan kijken in deze setting, naar wie er verder nog bij het vaststellen van de agenda het woord wenst te voeren. Niemand. Ja, ik … Mevrouw Van Dijk. De heer Wiegel: Nou, volgens mij mevrouw Van Dijk die wil wel wat zeggen. Voorzitter: Mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja, ik wilde graag op de agenda geplaatst hebben het interpellatiedebat.

Voorzitter: Ja. Mevrouw Van Dijk-de Jong: En dat staat wel op de werkagenda, maar ik vroeg mij af of het ook daadwerkelijk onder iBabs op de agenda geplaatst is. Voorzitter: Dat is inmiddels gebeurd, staat nog onder een slotje en gaan we straks bij het desbetreffende agendapunt vrijgeven. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Oké, dank u wel. Voorzitter: Ja. Dat wordt agendapunt 3a, na de mededelingen. Verder nog iemand bij het vaststellen van de agenda? Nee, dat is niet het geval. 3. Mededelingen Voorzitter: Dan zijn we onder de mededelingen bij agendapunt 3, en als eerste hebben we daar het afscheid van Arie Hogendoorn staan. Ik heb vanochtend even geappt, ik zei hoe bevalt dat, de tweede dag van de rest van je leven? Nou, ik hoorde heel erg goed. Arie, ben jij nog ergens in beeld? Had je straks in beeld, wel leuk als ik je nog even zie. De heer Hogendoorn: Als het goed is moet ik in beeld zijn. Voorzitter: Ja, nu wel, yes. De heer Hogendoorn: Ja. Voorzitter: Bea en ik zullen jou kort toespreken, als het goed is heb je vanmiddag ook bloemen van ons ontvangen thuis. De heer Hogendoorn: Zeker. Waarvoor dank, waarvoor dank. Voorzitter: Ja. Allemaal anders dan anders tegenwoordig, helaas, het is leuker om ze zelf te mogen overhandigen. Arie, ik heb niks op papier gezet. Ik heb al een keer heel groots afscheid van jou genomen.

We hebben inmiddels bijna dertien jaar in allerlei vormen samengewerkt. Toen ik hier kwam, volgens mij zat jij wel in de sollicitatiecommissie kan ik me herinneren indertijd, vertrouwenscommissie. Als adviseur, maar toen ik ook daadwerkelijk begon hadden we tijdelijk een andere gemeentesecretaris en was jij afdelingsmanager bij de BEL-combinatie. Daar hebben we vrij snel in datzelfde jaar een eind aan gemaakt door jou in november 2008 binnen te halen als gemeentesecretaris. En een aantal jaren geleden ben je van functie veranderd en naar het projectbureau Blaricummermeent gegaan. En op enig moment hadden wij een interim gemeentesecretaris nodig omdat Ralph een tijdje uitviel, en toen dacht ik: zou dat wat zijn voor Arie? Dat dacht ik natuurlijk niet alleen, dat dacht ik in samenspraak met de werkgeverscommissie. En je moest daar wel even over nadenken, maar je kwam, dat was ontzettend leuk. Was eigenlijk maar van korte duur, daarna ben je nog even weer ook aan de collegetafel geschoven als bestuursadviseur en heb je je onder andere beziggehouden met de strategische visie die vorige maand is vastgesteld en met de beleidsvisie toerisme en recreatie die vanavond op de agenda staat. En toen kwam je weer terug. En ik moet zeggen dat ik daar ontzettend van heb genoten, dat we op die manier jouw laatste stappen in Blaricum nog samen konden meemaken.

Het was leuk, het is altijd leuk geweest, we hebben goed samen kunnen werken en de griffier heeft ook echt een schakelpositie tussen het college en de raad en samen met de burgemeester en de gemeentesecretaris ook een rol in de

driehoek. En het was een feestje om dat de laatste maanden op die manier te doen, want je merkt gewoon dat jij bijna 48 jaar, 48 en een half jaar als ik het goed heb gemeentelijke ervaring hebt inmiddels, en dat heeft zich dubbel en dwars uitbetaald in de samenwerking. Je mag nu eindelijk van je pensioen gaan genieten, nou, de eerste dagen zijn gelukkig goed begonnen, daar ben ik blij om. De heer Hogendoorn: Zou niet best zijn. Voorzitter: Daar kan niet altijd iedereen hetzelfde van zeggen, dat is voor iedereen anders, dus jij zal dat ook gaan ervaren, misschien komt er af en toe nog een leuke klus langs, dat hoop ik ook voor je. Of misschien wel niet, als je daar gewoon helemaal opeens geen zin meer in hebt. Maar in ieder geval van mij uit wens ik je het allerbeste. Afscheid nemen, en dat geldt voor een heleboel mensen die afscheid hebben genomen het afgelopen jaar, krijgt een beetje een raar tintje omdat we gewoon niets gezelligs kunnen doen met elkaar. Zoals iedereen op het ogenblik die afscheid neemt, dat wat in een goed vat zit verzuurt niet, dus ik hoop dat er nog een moment gaat komen dat we daar wel met elkaar ook fysiek op terug kunnen kijken. Maar voor nu hoop ik dat je gewoon ontzettend gaat genieten en wens ik jou en Sophie en de kinderen en kleinkinderen heel veel geluk in deze nieuwe fase.

En dan mag ik overstappen naar Bea, en misschien dat jij daarna zelf ook nog wel een woordje tot ons wil richten. De heer Hogendoorn: Zeker. Voorzitter: Bea, je hebt het woord. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Beste Arie, onze vorige griffier, Ralph de Vries, gaf aan te vertrekken, hij had een andere baan gevonden. Een klein beetje paniek in de tent en voor de tweede keer moesten wij een beroep op jou doen om dit interbellum in te vullen. Waarom jij? Omdat jij de beste man bent voor deze job, en jij van alles goed op de hoogte bent. Jij bovendien de kwaliteiten bezit om deze functie te vervullen voor de gemeente Blaricum. Gelukkig nam jij voor ons dit voorstel aan. Ik wil je namens de raad heel hartelijk bedanken voor de grote inzet die je getoond hebt en je loyaliteit naar onze gemeente doe. Dank daarvoor. Geniet samen met jouw gezin van de volgende stap in je leven, en dat heb je al een paar dagen gedaan. Heel veel succes verder Arie, dank je wel. De heer Hogendoorn: Dank je wel. Voorzitter: Arie, je hebt het woord. De heer Hogendoorn: Dank je wel Bea en dank je wel Joan, voor jullie mooie en goede woorden. Dank ook voor de bos bloemen die ik vandaag inderdaad ontvangen heb. Het was twee weken geleden was ik precies vijftien jaar in dienst van de gemeente Blaricum. Joan, wij hebben elkaar dertien jaar meegemaakt maar ik ben in 2006 in februari begonnen.

En zoals jij al zei, ik heb al die jaren in verschillende functies voor Blaricum gewerkt. En ik moet zeggen, ik had nooit gedacht dat ik mijn loopbaan hier als interim griffier zou afsluiten. Maar dat is er toch van gekomen, en ik moet zeggen, ik … Allereerst vond ik het een grote eer dat ik dat mocht doen, dat de raad mij daarvoor gevraagd heeft. Maar ik moet ook zeggen, tijdens drie maanden heb ik wel een paar keer gedacht: verdorie, dit had ik misschien eerder moeten bedenken, want ik heb het met heel veel plezier gedaan en ja, ik ben er ook wel achter gekomen dat het een mooi vak is. Dus ik wens mijn opvolgster Tosca bij deze heel veel plezier in haar nieuwe job. En ja, ik zou haar en de raad het advies geven van iets moois denk ik om met de nieuwe griffier op te bouwen, want zij heeft meer tijd dan ik drie maanden geleden had. Ik dank de raad uiteraard voor het vertrouwen wat ze mij heeft gegeven om, ook al was

het een interim periode, om die functie als interim griffier in te vullen. Zoals gezegd, ik heb het met heel veel plezier gedaan en ik wil de raad en ook het college danken voor de samenwerking van de afgelopen tijd. En ik wens u, de raad en het college uiteraard en ook Blaricum, want ik ben van Blaricum wel echt gaan houden, ik wens u het allerbeste toe. En Blaricum is een fantastisch dorp, dus ik hoop hier in mijn pensioen nog heel vaak terug te komen en wie weet komen we elkaar dan tegen. En voor vanavond wens ik u een goede vergadering. Voorzitter: Dank je, Arie. Tot gauw hopelijk. De heer Hogendoorn: Tot gauw. Voorzitter: Ja. Oké, bedankt. Mevrouw Bakker: Het gaat je goed, Arie. De heer Hogendoorn: Tot gauw. De heer Hogendoorn: Dank je wel. Voorzitter: Jullie mogen wel even applaudisseren, als je de microfoon openzet. De heer Hogendoorn: Tot ziens. Voorzitter: We zijn nog bij de mededelingen onder agendapunt 3. Ik heb zo direct mededelingen van mevrouw Boersen en van mevrouw Kukupessy, zijn er anderen die nog mededelingen hebben onder dit agendapunt? Nee, zo niet dan geef ik het woord nu aan mevrouw Boersen. Wethouder Boersen-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Geachte raad, ik heb kennisgenomen van de inhoudelijke punten die u vanavond aan de orde zou willen stellen in een interpellatiedebat, punten die allemaal al eerder met u als raad besproken zijn.

In de wijze waarop u deze punten opnieuw over het voetlicht brengt herken ik mij niet, en de kritiek valt op zijn zachtst gezegd te nuanceren. Hooguit reken ik mijzelf aan dat de communicatie naar uw raad op onderdelen tijdiger en beter had gekund, maar ik ben niet perfect. Ik ben trots op wat ik als wethouder met hart en ziel samen met het college en ondersteund door onze toegewijde ambtenaren de afgelopen zeven jaar heb mogen realiseren voor Blaricum. Mijn laatste zichtbare resultaat is het verkrijgen van de medewerking van Rijkswaterstaat en Waternet om de watergang bij de carpoolplaats te dempen, waardoor de meeste van de 150 bomen niet gekapt hoeven worden. Het is niet zinvol dit interpellatiedebat met u te voeren, omdat de wijze waarop u dit proces hebt ingezet in mijn ogen geen enkele ruimte laat voor een open en onbevooroordeeld gesprek. De door u gekozen insteek heeft inmiddels geleid tot een onwerkbare situatie. Daarom heb ik met pijn in het hart besloten om per direct mijn ontslag als wethouder van de gemeente Blaricum in te dienen, en na ruim dertig jaar politiek en bestuurlijk actief te zijn geweest voor mijn dierbare dorp afscheid te nemen van de Blaricumse politiek. Ik wens u allen veel wijsheid toe in het bestuur van ons prachtig Blaricum, en ik dank u voor de samenwerking in de afgelopen jaren. Voorzitter, hiermee eindigt mijn mededeling.

Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Boersen. Ik ga zo nog kort mevrouw Kukupessy onder de mededelingen het woord geven en dan zal ik de vergadering voor tien minuten schorsen, dan gaan we daarna verder. Mevrouw Kukupessy.

Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wij zijn diep teleurgesteld in het feit dat onze wethouder onverleidelijk op deze manier afscheid moet nemen. De Blaricumse Partij is trots op haar wethouder en trots op de projecten van de raad die zij voor ons dorp heeft bereikt. Dank daarvoor, Liesbeth. Wij blijven toch ondanks dit alles in de coalitie, omdat het belang van ons dorp vooropstaat. En deze is gebaat bij een stabiele coalitie. De Blaricumse Partij zoekt naar een oplossing in deze ontstane situatie. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Voorzitter: Dank u wel. Ik sluit agendapunt 3 af en ik schors de vergadering, ik zie u rond half 9 hier weer terug. Voorzitter: Welkom allemaal, ik heropen de vergadering, voor zover ik kan zien zijn we weer compleet. En we gaan over tot de orde van de dag en dat is agendapunt 3a, en ik zie in ieder geval een handje van mevrouw Van Dijk. Daar begin ik even. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Ja. Dank u wel, voorzitter. Gezien het vertrek van mevrouw Boersen en wij het interpellatiedebat met haar wilden voeren is het weinig zinvol om dit debat nog door te zetten, dus wij willen hem van de agenda afvoeren. Voorzitter: Helder. Agendapunt 3a wordt van de agenda afgevoerd. 4. Beleidsvisie recreatie en toerisme Blaricum Voorzitter: Dat betekent dat we doorgaan naar agendapunt 4 en dat is de beleidsvisie recreatie en toerisme Blaricum.

Ik heb … Mevrouw Claushuis: Voorzitter, sorry dat ik … Ik had mijn handje opgestoken dus ik had graag nog iets gezegd, maar ik weet niet of dat nu het moment daar is. Voorzitter: Nee, dat is niet daar, mevrouw Claushuis want we hebben het agendapunt van de agenda afgehaald door de indieners. Mevrouw Claushuis: Oké. Voorzitter: Ja? Agendapunt 4 betreft de beleidsvisie recreatie en toerisme Blaricum. Ik heb de woordvoerders op de werkagenda staan en ik neem aan dat ik die kan aanhouden en anders hoor ik dat per fractie wel. Zouden de handjes weer omlaag mogen, want ik kom bij u allen langs. En ik wou dit keer beginnen bij mevrouw Beemsterboer. Omgekeerde volgorde. De heer Landman: Oké, oké. Mevrouw Beemsterboer: Ik vind het een prachtig document tot nu toe. Ik denk dat we in de RTG ook al voldoende hebben verteld daarover. Ik denk dat wij niet bang hoeven te zijn voor busladingen vol met toeristen, dat wij als Blaricum juist geschikt zijn voor de dagjesmensen, voor de mensen die een weekendje komen. Dus wat er tot nu toe in staat daar kan ik mij in vinden, ik heb het ook over gehad dat we toen hoopten in ieder geval dat onder andere met de herwaardering van de, of de herijking van de Coultredreef, dat we daar ook hopen op een mooi ruiterpad bijvoorbeeld, of de verbinding tussen alle dorpsdelen toch te verbeteren.

Er zijn genoeg mogelijkheden in ieder geval die dit document bieden, en daar ben ik ontzettend blij mee, dus ik heb voor nu eigenlijk als ik het zo teruglees vrij weinig opmerkingen over het hele document. Daar laat ik het dan bij. Toen was het stil.

Mevrouw Van Dijk-de Jong: Voorzitter, u bent niet te verstaan. Voorzitter. Microfoon. Mevrouw Lanphen: Voorzitter, de microfoon van uzelf. Voorzitter: Ja, ja. Mevrouw Beemsterboer, ik had mijn microfoon even uitgezet omdat er een enorme ruis op de lijn zit. Maar mevrouw Beemsterboer zei nog even iets aan het eind wat ik even niet meer meegekregen heb. Mevrouw Beemsterboer: Nou, nee, dat ik in principe heel tevreden ben over dit document en uitkijk naar alles wat er tot nu toe in staat en hoe we dat gezamenlijk gaan uitwerken, dus meer was het niet, dank u wel. Voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Het is een duidelijk overzichtelijk rapport waarin het DNA van de gemeente Blaricum wordt beschreven. Blaricum wordt omschreven als een authentiek boerendorp, onderverdeeld in kunstdorp en kustdorp. De speerpunten die genoemd zijn, die ook genoemd zijn in de … Nou, ik ben hem even kwijt. In de strategische visie, sorry, in de herijking van de strategische visie. De focus op recreatieve ontwikkelingen voor de inwoners, ‘…’ leefbaar en zichtbaar voor bezoekers, benutten van kansen in de regionale samenwerking en Blaricum in balans. Die sluiten inderdaad, wat ik net al zei, aan bij de herijkte strategische visie.

Het rapport geeft duidelijk aan dat ons dorp is ingericht op de dagrecreatie, waaronder fietsers en wandelaars en watersport. We zijn niet ingericht op dit moment voor grootschaliger toerisme. Er is geen ambtelijke capaciteit volgens het rapport voor de uitvoering van de visie. Dat hoeft ook niet op dit moment, want het dient ook als onderlegger voor de strategische visie en/of de omgevingsvisie. Voor de rest, we hebben het er al over gehad in de RTG, dat het toch wel in de toekomst ook wel drukker zou kunnen worden, hoewel wij denk ik niet een rapport nodig hebben want we krijgen evengoed wel de toeristen. Dus ik denk dat die visie op lange termijn, het zal niet erger worden als dat het nu is, denk ik. Maar ja, het neemt wel mee dat wij als, stel dat de Woensberg toch weer benut zal worden als kampeerterrein, en daar toch ook weer mensen naar het dorp komen, dat wij toch daar meer druk krijgen en dat wij toch moeten gaan denken om het dorp autoluw te maken. Maar dat is dus inderdaad allemaal toekomstmuziek en dat kan allemaal meegenomen worden in de omgevingsvisie. En daar wilde ik het dan nu voor dit moment even bij laten, dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Claushuis. Mevrouw Claushuis-Rademaker: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ik denk dat we een heel mooi rapport voor ons hebben liggen met waar heel duidelijk kaders in staan waarin de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van toerisme en recreatie ingepast zouden kunnen worden. Dus we hebben eigenlijk een hele mooie uiteenzetting van alle typeringen van toeristen die in ons dorp komen en wat wij ze kunnen bieden. En ik denk dat het heel verstandig is, het is ook op verzoek van de raad geweest dat dit rapport geschreven is, dat mochten er in de toekomst ontwikkelingen zijn op het gebied van nieuwe initiatieven, dat wij daar dit rapport heel goed voor kunnen gebruiken om dat te toetsen. Het is natuurlijk niet zo dat we hiermee extra toeristen naar ons toe trekken, want daar hebben we op zich weinig invloed op. We worden wel een beetje gezien als de tuin van Amsterdam, dat is natuurlijk op zich heel mooi. Maar ja, we kunnen daar natuurlijk ons voordeel mee doen en dat binnen de kaders gewoon in goede banen leiden. Ik denk dat we daar heel goed achterliggend stuk voor hebben. Ik vond het leuk om te lezen en ja, het is ook, het staat natuurlijk ook op de site, dus ik denk voor de bewoners heel interessant om te lezen hoe een en ander benaderd wordt en hoe we als

mensen getypeerd kunnen worden. En misschien levert dat ook nog nieuwe ideeën op. Dus ik heb er verder ook niet heel veel over op te merken, dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Claushuis. Dan de heer Bruintjes. De heer Bruintjes: Dank u wel, voorzitter. Een iets ander geluid, maar dat bent u wel gewend van mij. Voorzitter: Ja. De heer Bruintjes: Inderdaad, het leeft makkelijk. Bij de presentatie moet ik zeggen, daar schrok ik, vanwege de manier waarop het dorp wordt gepresenteerd voor een bepaalde doelgroep, of doelgroepen. Daar dacht ik: nee hè, gaan we die naar binnen halen, dan wordt het dorp weer net zo gezellig en vol, even licht cynisch, als de kermis. Dat is eigenlijk het enige. De handhaving op hetgene wat op ons af komt ten opzichte van de kleinschaligheid die wij met zijn allen hier bedoelen maar die ik niet voldoende uit het rapport kan halen. Dus dat was, of is eigenlijk mijn enige opmerking, dat ik mij zorgen maak over de handhaving en vooral het gezellige karakter wat we in het dorp hebben, of we dat kunnen behouden met meer mensen dan nu komen. Dat was hem. Voorzitter: Even nog hoor, ik kom eraan. Mevrouw Lanphen, u heeft het woord. Dank u wel, mijnheer Bruintjes. Mevrouw Lanphen: Bedankt voorzitter.

Wij zijn tevreden dat de visie er nu ligt, het was op ons verzoek dat we een motie hebben ingediend om een visie te schrijven om initiatieven die langskomen te kunnen toetsen aan een kader, want dat was er niet eigenlijk. Dus waar willen we naartoe, in de visie staat ook: Blaricum is eigenlijk een dorp die niet geschikt is voor grootschalig toerisme, die zich vooral richt op recreatie van haar eigen inwoners en mensen die in de buurt wonen. Dat alles wat wij aan initiatieven omarmen dat we dan moeten waken dat dat een extra invloed op de verkeersdrukte gaat hebben en dat wij het wel aankunnen. Eén van de evenementen die wat dat betreft ons enigszins boven het hoofd groeit is natuurlijk als voorbeeld de kermis, daar komen zo ontzettend veel mensen, dat kan je haast niet kwijt in het dorp. Als er initiatieven komen bij het college dan kunnen zij aan de hand van deze toerisme- en recreatievisie toetsen of ze een evenementenvergunning of anderszins af kunnen geven of niet, dus dat helpt.

Wij waren enigszins verrast met hoofdstuk 5 en 6, waar allerlei concrete acties in dit rapport staan, en dat was destijds ook nooit de bedoeling van ons of van de bestuursopdracht en wij zouden het college toch eigenlijk aanraden om die acties vooralsnog te parkeren tot er een nieuw college is of een nieuwe coalitie, en dan moet er gekozen worden wat willen we dan uit gaan voeren en hoe gaan we dat überhaupt doen. We hebben antwoorden gekregen op onze vragen, zijn wij heel blij mee, heel erkentelijk, maar één ding maken we ons wel zorgen om. Er staat in de notitie dat eventueel natuurverlies gecompenseerd wordt wanneer er recreatieve of toeristische activiteiten in de natuur worden toegestaan, maar er is nergens zeg maar geoperationaliseerd hoe je natuurverlies meet of definieert en waar en wie dat dan moet compenseren. Dus wij willen het college toch wel vragen om daarop te letten en wanneer zij tot vergunningen zeg maar overgaan in natuurgebieden dat ze zich heel goed realiseren dat dit wel geoperationaliseerd moet worden vooraf. Maar verder zijn wij blij dat deze visie er ligt en we denken dat het een mooi ingrediënt is voor een volgende raadsperiode. Voorzitter: Dank u. Mevrouw Kukupessy. Nou komt er echt een ander geluid. Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja. Nu komt er echt een ander geluid, ja dat klopt, dank u wel mevrouw de voorzitter.

Voor ons ligt een visie waarvan gezegd wordt dat de aandacht ligt op de

eigen inwoners en buurgemeenten. Maar er wordt wel toerisme aangetrokken. Het DNA van Blaricum is het, daar zijn we het trouwens helemaal mee eens, het authentieke boerendorp, kunstdorp en kustdorp, hetgeen een logische gevolgtrekking is. Daarnaast zal de focus liggen op de kwaliteit, toerisme en recreatie. Er is gekeken naar sterkte- en zwaktepunten. Partners in deze zijn de MRA en Gooi en Vecht. Er is input gekomen vanuit de inwoners, het inwonerspanel, stakeholders plus burgemeester, ambtelijk apparaat en politieke vertegenwoordigers. Het balans in dit verhaal moet focus zijn, maar hoe bereik je die balans? De Blaricumse Partij ziet hier een mogelijke afbreuk van ons dorp in. We zetten de deur op een kier om toerisme binnen te halen, en gaan daar ook beleid voor maken, zoals ruimte geven voor nieuwe initiatieven. Als voorbeelden zijn waterrecreatie, toename van meerdaagse verblijven, enzovoort. Zelfs De Dode Hond wordt voor meer recreatie ontplooid terwijl dit daar door de provincie altijd afgekeurd is. Wij als Blaricumse Partij denken dat de inwoners niet blij zijn met de toename van toerisme vanwege de leefbaarheid in ons dorp. Allemaal weten we dat er dan een grotere druk op de parkeerplaatsen komt. Daarnaast hebben wij in de BELgemeenten geen ambtelijke capaciteit om hieraan mee te werken, dus moet dat door andere partijen gedaan worden.

Wij hebben daar minder vertrouwen in want zij hebben andere belangen dan wij hebben. Naar onze mening gaat het grootschaliger worden dan wij willen, alhoewel ik vanavond van iedereen hoor dat ze het niet grootschalig willen hebben, dat is fijn. Wij zullen de kaders opstellen, maar de deur die nu op een kier gaat staan zou wijd opengezet kunnen worden zodat van regulering weinig tot niet sprake kan zijn. Dat is de reden dat wij niet voor deze visie zullen stemmen. Dank u. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kukupessy. Dan ga ik naar de heer Hoijtink, VVD, gaat uw gang. De heer Hoijtink: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik denk eerlijk gezegd dat het best wel terecht is als we de deur op een kier zetten voor recreatie en toerisme. Ik denk eerlijk gezegd dat om ons mooie dorp en onze mooie omgeving louter en alleen voor onszelf te houden … Voorzitter: O. U beeld bevriest. De heer Hoijtink: Er zijn andere gemeentes, ook in de regio, die bepaalde dingen doen waar wij van profiteren, nou dan mogen van mij Bussumers of Laarders die mogen ook best wel eens het leuk vinden om in Blaricum te zijn of in Blaricum rond te lopen enzovoort. En een paar goede, mooie, fijne toeristen uit andere streken die een weekendje hier door willen brengen lijkt ons ook niet verkeerd.

Maar, nee, het is heel gepast, het moet allemaal buitengewoon met mate en mevrouw Kukupessy, u bent er wellicht zelf nog bij, ook bij een volgende raadsperiode, om als het uit de hand dreigt te lopen om dan luidkeels te roepen van: nee, dit willen wij niet en pas toch op, lieve collega-raadsleden. Dus ja, ik ben daar allemaal niet zo bang voor. Nou, verder we vinden het een uitstekende nota, waarvan we ook inderdaad denken dat we die moeten vaststellen, er is één ding wat ons in ieder geval wel een beetje zorgen baart en dat is, er is iets gezegd over de beperkte ambtelijke capaciteit. En dat brengt ons op het, brengt mij op het volgende punt. Ik zou toch met name ook heel veel aandacht willen schenken aan het zoveel mogelijk inderdaad betrekken van stakeholders in het dorp bij, laten we zeggen, de ontwikkelingen, en dan inderdaad, noem het de commercie maar ook wel sportinstellingen, Stad en Lande, dat soort stakeholders. Want laten we maar zeggen, er zijn natuurlijk best wel de nodige partijen die ook wel degelijk gewoon een belang hebben bij het ontwikkelen van, of verder ontwikkelen van bepaalde zaken. En als die er dan een belang bij hebben, ook een commercieel belang, dan denk ik dat je ook best wel van die partij … Voorzitter: U valt weer weg, mijnheer Hoijtink.

De heer Hoijtink: Ik weet niet hoe het tegenwoordig met VVV’s is, om nou een Blaricumse VVV op te richten dat gaat misschien een beetje ver, maar misschien dat er wel een club van belanghebbenden kan worden opgericht die zelf zaken kunnen ondernemen en die daarvoor dan niet afhankelijk moeten en hoeven te zijn van gemeentelijke functionarissen. Wat niet wil betekenen dat de gemeente zich nergens mee zou moeten moeien want dat zou ik ook niet goed vinden. Maar je kunt natuurlijk best wel het nodige aan initiatieven voor stakeholders overlaten. Nou, dan wil ik nog even speciale aandacht vragen, dat sprak mij, de VVD in ieder geval ten zeerste aan, en dat is de ontwikkeling van die routenetwerken. Ik heb mij laten informeren dat daar zo nu en dan best wel het wat beter in kan, en ik denk dat Blaricum daar ook gewoon een rol in kan vervullen. Ik heb nog wat aandacht gevraagd voor, noem het de hippische sport, alles wat met paarden te maken heeft. Nou, dat is, naar mijn gevoel is dat een prettige doelgroep om te faciliteren in het dorp en in de regio, en ik ben zo vrij geweest u allen eventjes een notitie toe te sturen en daar staat in wat de drempelfactoren en de voordelen zijn, dus wellicht kan degene die zich hiermee gaat bezighouden, met het toch verder ontwikkelen van het toerisme, er zijn voordeel mee doen.

Nog een laatste: waterrecreatie, ik heb het al gezegd tijdens de RTG, houd die waterkwaliteit in de gaten want het is natuurlijk wel heel vervelend als er allerlei dingen ontwikkeld worden en er blijkt over drie jaar dat de waterkwaliteit helemaal niet deugt, en daar schijnt een zeker risico in te zitten. Tot zover, en ik hoop wel dat wij toch wat dingen kunnen opstarten onder dit college en dat we daarvoor niet op een nieuw college hoeven te wachten. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. De heer Hoijtink: Mijnheer Bruintjes steekt zijn handje op, ik vraag of hij een interruptie heeft. De heer Bruintjes: Nou, niet helemaal interruptie, maar ik weet niet hoe het bij de anderen is maar mijn beeld en geluid gaat alle kanten op. Hele stukken mis ik hierdoor. Is dat bij anderen ook zo? Voorzitter: Mijnheer Hoijtink viel twee keer heel even uit, maar pakte dat vrij snel weer op, dus … De heer Hoijtink: Ik heb er, mijnheer Bruintjes, ik heb er ook wel last van hier. De heer Bruintjes: Nu ook weer. Voorzitter: Mijnheer Hoijtink, volgens mij zit u in de kelder. De heer Hoijtink: Dat zou toch ontzettend jammer zijn, als ik zo mijn best doe. Voorzitter: Ja.

Maar ik heb u goed kunnen volgen dus ik ga er ook vanuit dat het goed op band staat en terug te luisteren is, dat hopen we dan in ieder geval, en ik zei net: mijnheer Hoijtink zit volgens mij in de kelder, tenminste zo lijkt het als ik het plafond zie. Dus misschien dat dat ook iets doet voor het signaal. Maar goed. Dit is even wat het is, we hebben af en toe wat kleine hindernissen. Mijnheer Bruintjes, als u uw microfoon weer uit wil zetten en uw handje omlaag, dan ga ik het woord geven aan de heer Landman. De heer Bruintjes: Nou, dan zijn we uitgepraat dus. Voorzitter: Ja. Mijnheer Landman. De heer Landman: Ik heb hem aan staan, dus ik wachtte even op de laatste die ik hoorde. Ja, het valt mij wel op dat ik de laatste paar keer hoor veel over nieuwe college en nieuwe coalitie, terwijl ik denk:

er is een college, er is een coalitie op dit moment, dus … En ik weet dat er volgend jaar in maart andere momenten zijn, maar goed. Waar het mij om gaat, ik heb opgeschreven wat hier gebeurd is in de Blaricummermeent, want de afgelopen week is hier, als je kijkt naar de recreatie met Blaricum on Ice, is er volop genoten al door heel veel recreanten. Als je ziet hoe Blaricum al presenteerde met de afgelopen ijsperiode, dat was al één groot feest, mag ik wel zeggen. Ik heb niet gecontroleerd waar iedereen vandaan kwam, maar er waren wel veel Blaricummers hier te vinden, dat was duidelijk. Ik herhaal even wat in de RTG ook al gesteld is maar ik probeer dat kort te stellen en daarna een aantal punten te melden, dat er namens Hart voor Blaricum grote waardering is voor de duidelijke beleidsvisie die voorhanden is. En zoals eerder gezegd is, van de gemeente moet niet overspoeld raken door toeristen, dagjesmensen die snel er even in gaan zoals in Giethoorn en Kinderdijk gebeurt. We moeten ook oppassen dat Amsterdam, dat we niet de tuin van Amsterdam zijn, dat mevrouw Halsema niet heel veel mensen uit de wereld deze kant op stuurt met grote bussen enzovoort enzovoort, maar dat we dat op de juiste manier met elkaar kunnen bespreken. Samenwerking met andere instanties van omliggende gemeenten, dat werkt inderdaad kostenbesparend en straalt ook de gewenste Gooise eenheid uit.

Belangrijk nog even om te melden is het verschil tussen recreatie en toerisme, dat we daar even op letten, dat recreatie gaat om de eigen bewoners en buurgemeenten. Dus als er vanuit Bussum mensen naar Blaricum komen, mijnheer Hoijtink, zijn ze natuurlijk van harte welkom, maar ook in Bussum kunnen ze zich goed vermaken denk ik. Toerisme gaat om andere delen van het land en verder daarbuiten en daar is nu net het punt om daar zeer terughoudend in te zijn. Duidelijk moet dus zijn dat Blaricum gericht is vooral op de recreatie. Het cijfer wat ik de vorige keer al meldde, dat op pagina 39 staat van de beleidsvisie, geeft aan dat heel veel 55-plussers in 2016 al deze kant op zijn gekomen, vooral Tafelberg en Blaricummerheide hebben gezocht en daarvoor bijna 4,7 miljoen hebben uitgegeven, dus dat zijn toch wel behoorlijke cijfers die daar gelden. Opvallend en logisch is goed omschreven dat er verschil is tussen de belevenis van jongeren en ouderen. Dat bij vaak juist de jongere inwoners gek zijn op de waterrecreatie die volop aan het Gooimeer te vinden is, en als straks Blaricum aan Zee van Jan Geesink komt en het daaruit voortvloeiende projecten wat verleden week in de RTG gemeld is, is het best aardig om daar toch wel ruimte voor te bieden, en dat doen we dus ook. Maar hoe zorg je ervoor dat de stromen op de juiste manier worden geleid.

55-plus groep groeit natuurlijk ook, dat zie je heel duidelijk interessant. En juist voor bed and breakfast, kleinschalig, is dat toch een stukje omzet. Dus niet alle deuren dichtdoen, denken wij. Goed omschreven, de drie verhaallijnen van Blaricum, boerendorp, kunstdorp en kustdorp, prima. De vier speerpunten zijn een goed uitgangspunt, hoef ik ook niet te herhalen want dat staat klip en klaar omschreven. Wat wel verstandig is, denken wij, dat waar er een beleidsvisie zo meteen toch echt een nota gaat komen en dat de participatie-invulling straks belangrijk gaat worden en dat die participatiegroep aangestuurd zal moeten worden vanuit een daartoe aan te stellen ambtenaar. Een selectie van stichtingen, onder andere Blaricum Promotie, bewoners en bedrijven moeten daar dan zitting in nemen om vervolgens met de lokale regionale stakeholders in overleg te treden, maar ook dat is al eerder genoemd. Om zo tot een nota recreatie en toerisme te komen, daar is natuurlijk wel een ambtelijke inzet nodig en daar zal toch wat budget voor vrijgemaakt worden, en wij vragen dan ook ons af of het college bereid is om daar een kostenraming op los te laten, wat dat zou betekenen om een ambtenaar daarvoor vrij te maken. Vervolgens zou zo’n plan voor het einde van het jaar gepresenteerd kunnen worden.

Een aantal vragen, even kort: hoe voorkom je die overkill van bezoekers van het dorp en het Stichtse strand? Daar is niet zomaar een antwoord op te geven, want als er ijs ligt dan stap je in de auto en dan ga je rijden. Maar we moeten ook nadenken hoe we dat kunnen kanaliseren. Afgelopen zomer ook, toen het zo heet was, ook toen waren er heel veel verkeersregelaars hier bij het strand om toch te zorgen dat bij de extreme hitte de boel in goede banen te leiden. Zijn aandachtspunten, denken wij. Zaken die we maar dat komt waarschijnlijk dan toch in die nota terecht, van daar waar dan nu een stuk natuur wordt, de natuur krijgt de vrije loopt, dat betekent dat een goed gegeven is, maar we

zien in de toekomst wel wat er misschien nog kleinschalig kan gebeuren. Maar de basis is dat de natuur zijn gang daar kan gaan. Daarnaast wachten we de plannen af voor de Woensberg, wat gaat er gebeuren op de camping, in samenwerking met de gemeente Huizen. We hopen ook dat er verder samenwerking tot stand komt met de Utrechtse Heuvelrug, dat dat verder uitgebreid wordt. Wat daarnaast belangrijk is, ook dat staat in de visie, dat fietsrecreatie erg belangrijk is. Een uitbreiding van wandel-fietswerk, en het netwerk en de kwalitatieve impuls om bestaande routes aantrekkelijk te maken met bankjes of een theehuisje zou prima zijn. Denk natuurlijk ook aan de aanpassingen straks op de Le Coultredreef. Moeten we er wel voor zorgen dat wandelaars, ruiters, mountainbikes en fietsers en e-bikes niet met elkaar in conflict komen in de beperkte ruimte die Blaricum heeft. In Nijmegen is een voorbeeld hoe dat niet goed geregeld is. Als laatste punt zou ik namens Hart voor Blaricum willen melden dat een toerist, een toerismebelastingverhoging van de toekomst toch over nagedacht zou kunnen worden als de participatiegroep aan de slag gaat, om mee te nemen of dat misschien nodig is om toch delen van de kosten daardoor een stukje terug te krijgen. Of dit zou in de kadernota voor de komende jaren opgepakt moeten worden. Tot zover even mijn betoog. Voorzitter: Dank u wel.

U was de laatste spreker, mijnheer Landman. Portefeuillehouder De Zwart-Bloch: Even in grote lijnen hoor ik positieve geluiden over de nota, positief tot zeer positief, met uitzondering van de heer Bruintjes en de Blaricumse Partij. En waar de grootste zorgen zitten om het maar even zo te zeggen, en dat hoor ik ook bij iedereen wel enigszins terug, is als het wel heel aantrekkelijk wordt, hoe reguleren we dan de drukte en de verkeersdruk die dat met zich meebrengt. Mijnheer Bruintjes, u weet dat u de portefeuillehouder niet interrumpeert, dus uw handje mag weer omlaag. U krijgt straks nog een tweede instantie als daar gelegenheid voor wordt gegeven. Dan wat ik al zei, zorgen om de druk, de wens om toch de wat kleinschalige en dorpse wat Blaricum ook zo aantrekkelijk maakt zo ruim mogelijk te behouden. Volgens mij straalt de nota dat ook aan alle kanten uit en wordt ook helder aangegeven dat het de voorkeur heeft juist die positieve punten van Blaricum te gebruiken, maar er ook rekening mee te houden dat ook, wil je dat in stand houden, dat je ook ervoor moet zorgen dat het niet te groot of te groots gaat worden.

Ik kijk even naar, er worden natuurlijk en passant even wat andere zaken meegenomen die ook in andere dossiers spelen, Le Coultredreef, het autoluw maken van het dorp, is goed om het even aan te stippen maar het is denk ik niet de discussie die u op dit moment met mij wil voeren maar gezegd wil hebben. En ja, mevrouw Lanphen, u heeft dat ook al in RTG gezegd, dat hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 waar al concrete acties in benoemd worden, het is natuurlijk niet zo dat het college denkt: nou, leuk, die acties die gaan wij eens even uitvoeren de komende maanden, zo werkt het niet. Maar het is wel een soort organisch proces geweest dat als je met heel veel mensen spreekt en je krijgt heel veel input en die stakeholders zijn ook heel erg betrokken, dat daar toch ook op een natuurlijke manier een aantal onderwerpen boven komen drijven die de stakeholders ook wel graag benoemd zien en terugzien in die nota. Dat is dit, het is vooral aan u, ik denk dat ik dat vorige keer dat we dit bespraken in een RTG ook duidelijk heb gemaakt, het is vooral aan u om te bepalen wat u daar uiteindelijk als raad met elkaar van wil.

Ik heb ook gezegd: voor dit jaar zit er gewoon niets in de begroting, dat wisten we ook van tevoren, dat wil niet zeggen dat als er kleine initiatieven komen voor fietsroutes, wandelroutes en dat gaat om behapbare bedragen met samenwerkingspartners waar wij al mee optrekken, dan is dat wel te realiseren binnen de budgetten die we voor allerlei van dit soort zaken beschikbaar hebben. Maar als het echt om grote bedragen gaan en we hebben het, sorry, ook over ambtelijke inzet en het vlottrekken van grotere projecten, samenwerking binnen de regio, dan denk ik wel dat het goed is dat er in de kadernota daar een bedrag voor opgenomen gaat worden, en dat kan op twee manieren. Kadernota is vooral ook een sturingsinstrument van de raad, proactief, dus u kunt daar zelf iets voor doen, u kunt ook ons als college vragen om een raming te maken van wat wij realistisch achten. U gaat ook nog de discussie voeren over de omgevingsvisie. Dus in die zin, u

heeft nu de strategische visie vastgesteld, u gaat zoals het er nu naar uitziet zo direct de nota toerisme en recreatie vaststellen, en dan gaat u met de omgevingsvisie aan de slag dus ook daar zijn er waarschijnlijk nog openingen om te sturen op wat u wil. Verkiezingen komen eraan, dat lijkt nog even ver weg maar dat gaat snel genoeg want na het reces gaat u daar waarschijnlijk allemaal mee aan de slag. Kandidatenlijsten, programma’s, dus ook dit biedt net als de strategische visie een mooie onderlegger voor u om uit te putten, want onze inwoners hebben, wat u daar ook van mag vinden, op beide nota’s heel veel input geleverd waar u uw voordeel mee zou kunnen doen, ik ga daar verder niet over. En datzelfde geldt natuurlijk volgend jaar ook voor de coalitieakkoorden en de jaarprogramma’s die daarna volgen. We hebben al heel lang zonder toeristisch beleid gedaan dus in die zin denk ik: dan hangt het ook niet meer op een paar maanden. Maar we merken wel, en het is natuurlijk niet voor niets dat u het ook op de agenda heeft gezet, dat het natuurlijk steeds meer een actueel onderwerp wordt, en dat is het natuurlijk ook geworden denk ik het afgelopen jaar in het kader van corona.

Omdat mensen eigenlijk op dit moment, nou er wordt nog wel gereisd naar het buitenland maar dat is echt mondjesmaat, iedereen blijft in eigen land, gaat dat nu verkennen, ontdekt ook wat voor een fantastisch land wij toch ook in leven. Ook al houden we ervan om de wereld over te reizen, ook Nederland is heel mooi en daardoor zijn we natuurlijk voor het eerst ook geconfronteerd met een druk, verkeersdruk ook met name, die we normaal gesproken niet op deze manier gewend waren en waar we nog op onderdelen een antwoord op moeten gaan vinden. En misschien als we dat antwoord net gevonden hebben en we zijn hopelijk over één of twee jaar weer wat vrijer om te gaan en te staan waar we willen, dan daalt de rust op onderdelen vanzelf misschien wel weer neer, omdat we wat meer bewegingsvrijheid krijgen. Dan de compensatie van natuurverlies, dat is niet geoperationaliseerd, nee, het is gewoon een constatering in deze nota. Ik kan u verzekeren, en dat heeft u natuurlijk van dichtbij kunnen volgen rondom het Stichtse strand, dat met name organisaties als de Vrienden van het Gooi die ook hier aan deelgenomen hebben, de Gastvrije Randmeren, het GNR, de ASB, allemaal natuurlijk ook op het vinkentouw zitten als wij een vinger te veel uitsteken naar onze kostbare natuur. En dan hebben we nog provinciaal toezicht, om maar even wat te noemen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten.

Dus het is niet zo dat er ongemerkt allerlei dingen gebeuren, zeker nu niet meer nu die focus daar ook zo op gericht is. Dat wij niet vanzelf toekomen aan een operationalisatie. En dat voert ook wat ver, denk ik, voor deze nota, dat zit ook veel meer in de uitvoering, dat op het moment dat we projecten inderdaad gaan ontwikkelen, die gaan wij niet ontwikkelen maar mogelijk wel ondernemers, dat dat één van de onderdelen is waar natuurlijk zwaar op getoetst zal worden, en niet alleen door ons. Dus in die zin, ik zal u niet vertellen dat u gerust kunt zijn want dat gaat u zelf over, maar er zal niet zomaar iets gebeuren waar u geen zicht op hebt en waar onze belanghebbenden ook geen zicht op hebben. Dan, nou ja, De Dode Hond is ook nog eventjes genoemd, volgens mij heb ik ook dat in het RTG aangestipt. De vorm van toe… De verschillende vormen van toerisme en recreatie, maar die zijn er ook gericht op educatie, natuureducatie, milieueducatie, en dat is nou typisch iets waar De Dode Hond zich goed voor leent, omdat daar ook bijzondere flora en fauna aanwezig is en dat je heel goed schoolkinderen op die manier vertrouwd kan maken daarmee en ook ervoor kan zorgen dat ze opgroeien met respect voor natuurbehoud. De ambtelijke capaciteit, nou ja, meerdere keren genoemd. Dat zit een beetje in het verlengde van wat ik net ook al aangaf, die hebben we niet, die hebben we ook nooit gehad.

En nogmaals, dan heb ik het toch weer over de kadernota, als u zegt: wij vinden dit zo belangrijk voor Blaricum, wij willen dat daar gewoon iemand is die dat ook actief gaat oppakken en uitvoeren, of een uitvoeringsnota zelfs voorafgaand wat de heer Landman zei gaat opstellen, en met die ondernemers in gesprek gaat, ja, dan moet daar een vrij fors prijskaartje aan hangen. Ik geloof dat ik dat bedrag ook al een keer geschetst hebt maar wilt u dit op een goede manier doen dan zult u toch moeten denken aan een bedrag van tussen de 60, 70 duizend en 100 duizend euro op jaarbasis, en dat is dan een deel voor ambtelijke inzet en een deel voor uitvoeringsbudget, wat we dan ook nodig hebben. Dat doe ik even zo, maar dat doe ik niet zomaar, want daar is natuurlijk wel even over

nagedacht en ja, dat is gewoon waar we globaal aan zouden moeten denken. Dus dan geef ik u dat alvast even mee, mocht u zelf initiatief willen nemen bij kadernota tot een uitvoeringsnota en een ambtelijke capaciteit, dan zal dit bedrag ergens gevonden moeten worden. En dan zullen er mogelijk ook andere prioriteiten gesteld moeten worden. Ik kijk nog even naar de heer Hoijtink, en dat, u zegt hetzelfde wat de heer Landman ook zegt. Zorg nou dat die stakeholders in brede zin ook betrokken blijven bij de toekomstige ontwikkelingen, dat er zoveel mogelijk participatie plaatsvindt, iets van een VVV, ik heb denk ik ook in het RTG gezegd: er is een Regionaal Bureau Toerisme Gooi- en Vechtstreek. Ik hoop dat ik u, wat ik had toegezegd, ook de link daarvan heb doorgemaild. Mocht dat niet zo zijn ga ik dat alsnog doen, want daar worden echt, dat is vrij nieuw, een prachtig nieuwe website sinds een paar maanden waar ongelooflijk veel op staat en ook in coronatijd een verantwoorde manier van recreëren wordt aangereikt waarmee iedereen toch op afstand en verantwoord kan genieten van ons mooie Gooi.

Nou ja, de routenetwerken heb ik het net al over gehad, dat is misschien qua in kaart brengen nog niet de grootste klus, maar mijnheer Hoijtink, u heeft ons ook even een stuk gestuurd van wat paardenvrienden die erg voor het ontwikkelen van, verder doorontwikkelen van paardensport in Blaricum zijn. Want er is al sprake van heel veel paardensport, wil je echt ook verantwoorde routes gaan inrichten, en geschikt maken, dan hangt ook daar natuurlijk wel weer een prijskaartje aan. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de waterkwaliteit, er is op dit moment een druk gesprek gaande over het wel of niet maaien van fonteinkruid en de waterkwaliteit, dat is een duivels dilemma, want het fonteinkruid belemmert de waterrecreatie maar te veel maaien, snoeien doet groeien, blijkt nu toch. En als je het helemaal weghaalt dan gaat dat weer ten koste van de waterkwaliteit en de blauwalg die we indertijd vooral hadden en die ook heel erg giftig is. U zegt ook, mijnheer Hoijtink, niet wachten op een nieuwe coalitie wat u betreft. Nou ja, de open uitnodiging naar u allen is denk ik gedaan. Dan kijk ik nog heel even naar mijnheer Landman, want u had een hele mooie inbreng maar ook wel heel uitvoerig en ik heb druk zitten meeschrijven, maar ik weet niet of ik op alle punten nog heel gedetailleerd in kan gaan. Eén punt pak ik wel even op, dat is de toeristenbelasting, dat heeft u al eerder opgevoerd.

Ook dat lijkt me een onderwerp voor bij de kadernota als u daar uw collega’s in mee krijgt, ik zie al wat non-verbaal nee schudden hier en daar. Ik denk ook op dit moment zonder de camping open, dat dat ook qua overnachtingen misschien niet de grootste bron van inkomsten zal zijn, maar mocht dat in de toekomst toch weer anders worden dan denk ik dat dat de discussie is die u kunt insteken en ook met uw collega-raadsleden kunt voeren tijdig zodat we dat ook op een nette manier zouden kunnen invoeren als dat aan de orde is. En u beziet dat dan eigenlijk als een doelbelasting, want u zegt dan kan dat bedrag ook gebruikt worden voor allerlei toeristische initiatieven. Nou, dat laat ik even voor nu bij u, om dat ook verder ten uitvoer te brengen, dat idee. Ik kijk heel even, ik denk dat ik voor het grootste deel op uw punten ben ingegaan, vast niet allemaal op het detailniveau wat u zou willen maar dat hoor ik dan graag in tweede instantie. Voorzitter: Dan pak ik hem nu even omgekeerd, ik kom bij u allen in dezelfde omgekeerde volgorde weer terug, mevrouw Lanphen, als u dat goed vindt. Mijnheer Landman. De heer Landman: Ja, dank u wel voorzitter, u heeft op de meeste punten al duidelijk signalen gegeven dus dat is prima.

Ik kijk even mijn lijstje na, ik kijk nu naar een belangrijk punt, de fietsrecreatie, dat er geen conflicten ontstaan tussen diverse mensen die gaan wandelen, fietsen, met ruiters, enzovoort, enzovoort. Dat heb ik duidelijk gemeld. Voor de rest heb ik op dit moment niet, we wachten natuurlijk af wat gemeente samen met Rijkswaterstaat gaat uitvogelen, letterlijk en figuurlijk wat betreft de strekdam. En voor de rest zijn we heel benieuwd hoe nu de volgende stappen gezet zouden gaan worden wat betreft de invulling, het inzet van de groep die met zeg maar de participatie aan de slag gegaan is, hoe die verder ingezet gaat worden. Dat is wel een belangrijke, aan de hand daarvan komen we vast tot mooie dingen. Dus dank je wel zover.

Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Hoijtink. De heer Hoijtink: Ik heb geen behoefte aan een tweede termijn, dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Kukupessy, nog behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Kukupessy-Rokebrand: Ja, dank u wel. De Blaricumse Partij is content met uw allen bezorgdheid, u heeft het over de juiste manier kanaliseren dat het niet grootschalig gaat worden. En wij maken daar juist een knip in. Een knip tussen recreatie, alleen recreatie voor Blaricum en de buurtgemeentes, en aan de andere kant het entameer voor toerisme. Daar zijn wij heel erg op tegen, dus dat willen wij überhaupt niet in de visie hebben. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Hartelijk dank, voorzitter. Heel veel dank voor al uw uitleg en ook de overtuiging die u heeft mogen overbrengen dat u heel goed als college gaat opletten wat de aantasting van de natuur betreft, en dat staat ook wel heel goed in deze visie. Ik wil alle raadsleden er ook even aan herinneren dat we een motie hebben aangenomen waarin we gevraagd hebben om een visie, het is geen nota, uitvoeringsnota, het is duidelijk een beleidsvisie. Zodat het college, maar ook de raad, kan toetsen aan een bepaald beleid wanneer er vragen langskomen.

Het is helemaal niet bedoeld geweest om een grote toeristische ontwikkelen te entameren, want dat kan het dorp ook inderdaad gewoon niet aan. Ik wil even reageren op de Blaricumse Partij, op mevrouw Kukupessy, die zegt: ja, Blaricum is een boerendorp, we hebben daarover in de vorige vergadering het ook gehad. Blaricum is een authentiek dorp in het Gooi, zo staat het ook deels in deze nota. Voorheen een boerendorp en het is langzaam een kustdorp geworden, dat was het eigenlijk nooit, maar door de Blaricummermeent is dat veel meer, wordt het veel meer beleeft als kustdorp dan het was. En het was ook een kunstdorp, er hebben ontzettend veel kunstenaars in Blaricum gewoond en er wonen er nu steeds ook weer meer. Ik denk dat de regulering en de deur openzetten dat dat heel erg bij het college ligt, naar aanleiding van verzoeken die binnenkomen. Ik denk dat we op dit moment geen uitvoeringsnota hebben, dat we dus ook nog geen uitvoering geven aan de acties die in deze nota staan, en dat het aan ons allen is, in het kader van zeg maar de kadernota voor volgend jaar, en daarom is het toch niet zo raar om te zeggen dat het iets is voor een volgende coalitie c.q. een volgend college. Want we komen hier pas volgend jaar aan een eventuele uitvoeringsnota toe.

Dat het niet te groots moet zijn, dat is denk ik iedereen met de Blaricumse Partij en de heer Bruintjes en ook de voorzitter van de raad eens, want daarvoor zijn we ook gewoon te klein. En wat ik nog van een inwoner hoorde en wat ik graag aan jullie wil delen is dat het dorpskarakter van Blaricum niet zozeer bepaald wordt door de bebouwde omgeving, maar juist door de onbebouwde omgeving. En dat dat heel erg waard is om onbebouwd te laten, maar dat is de visie die D66 al elke keer verwoordt, dat wij de bebouwde omgeving willen intensiveren zoals het er nu al is, en de onbebouwde omgeving niet willen aantasten. Dit is mijn reactie, met dank aan de voorzitter en haar ruime uitleg. Voorzitter: Dank u wel. Ja, het is altijd erg lastig om mezelf voor te zitten, maar dat weet u, daar moet u maar even mee leven vanavond. U bent binnenkort weer van me af. De heer Bruintjes, tweede instantie? De heer Bruintjes: Ja zeker, voorzitter. Voorzitter: Dat dacht ik.

De heer Bruintjes: Ik vind het jammer dat u de kritische houding van DAB als negatief ervaart. Dat spijt me als dat zo is. Ik heb heel veel dingen op een iets andere manier horen verwoorden, onder andere door de heer Landman van Hart voor Blaricum. Die overigens net als D66 altijd en dergelijken te vuur en te zwaard heeft verdedigd. Dat wou ik toch even gememoreerd hebben, dat dat niet alleen D66 is. Ik vind dat ik niet op één lijn met mevrouw Kukupessy kan worden gesteld, ik zal straks voor stemmen. Alleen met een stemverklaring dat ik angst heb voor de handhaving. Dat is eigenlijk het enige waar ik angstig voor ben, hoe, wanneer loopt het uit de hand en wat doe je dan? Dat is eigenlijk het enige wat ik aan opmerkingen had. Dus voor de rest begrijp ik even niet de negatieve houding die u beschrijft, want dat klopt zeker niet. Voorzitter: Mooi, goed om te horen, mijnheer Bruintjes. Dan mevrouw Claushuis, nog behoefte aan een tweede instantie? Mevrouw Claushuis-Rademaker: Nou, in zoverre, ik heb het vorige bij RTG ook al genoemd, dat dit rapport natuurlijk vooral op Noord-Holland is gericht, op de regio, maar dat heeft u vorige keer zelf ook al bevestigd, dat we ook onderdeel uitmaken natuurlijk van de Utrechtse Heuvelrug. En dat daar in de Gooi- en Vechtstreek ook over gesproken wordt en dat ook in brede zin we daar natuurlijk ook onderdeel van uitmaken.

Niet alleen maar naar boven toe maar ook in de breedte. En dat dat natuurlijk ook door verschillende mensen heel hartelijk ondersteund is en dat we daar natuurlijk ook omdat we zo mooi in het midden liggen daar deel van uitmaken. Maar is eigenlijk meer opmerking dan nog een vraag. Voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even naar mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Het rapport is zo duidelijk en uw toelichting daarop is ook overduidelijk, dus ik heb geen behoefte aan een volgende instantie. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Mevrouw Beemsterboer. Mevrouw Beemsterboer: Ja, dank u wel. Maar het is inderdaad geen uitvoeringsnota, het is gewoon een visie, en de angst voor handhaving zoals de heer Bruintjes heeft begrijp ik nu met zijn uitleg wel, de angst voor de enorme toename zoals mevrouw Kukupessy heeft gedeeld, ja, die deel ik gewoon niet. En uw toelichting was inderdaad uitgebreid maar uitstekend, dus daar wil ik het bij laten, dank u wel. Portefeuillehouder De Zwart-Bloch: Dank u wel. Dan ga ik proberen de tweede instantie van mijzelf wat korter te houden, ik zal mezelf in de hand houden. Mijnheer Landman merkt nog op, de conflicterende stromen die mogelijk kunnen ontstaan, fietsers, mountainbikers, wandelaars. Daar letten we uiteraard op en daar moeten we vooral ook zelf op letten. Paarden trouwens niet te vergeten.

De strekdam natuurontwikkeling daar is in werking gezet, dus vandaar dat ik ook niet overal op ingegaan ben. Ja, die participatie, we hebben natuurlijk een mooi aantal stakeholders in beeld maar we kunnen ze niet te pas en te onpas inzetten, er moet ook echt wel een concreet onderwerp zijn waar we weer met ze verder over praten en ik kan me voorstellen dat als het over waterrecreatie gaat met name degenen die daar inbreng hebben geleverd nog even geconsulteerd worden. Zo hebben we een hele lijst van mensen die hebben deelgenomen waar we af en toe te rade zouden kunnen gaan en die misschien zelf ook wel leuke ideeën hebben. Dus dat houden we goed in de gaten. Dan zegt mevrouw Kukupessy nogmaals, nou ja, de knip ligt voor u vooral tussen recreatie en toerisme. En recreatie kan u mee leven voor de eigen inwoners, voor de omgeving, en grootschalig toerisme niet. Nou, ik denk dat uiteindelijk mevrouw Lanphen daar ook op inging, van die grote

toeristische ontwikkelingen die zijn eigenlijk niet aan de orde, er wordt juist gekoerst op een overzichtelijke groep die heel mooi aansluit bij wat Blaricum te bieden heeft. Vooral ook dat dorpskarakter moet behouden blijven, het moet allemaal niet te groot, niet te meeslepend, zullen we maar zeggen. En ik heb u ook in het RTG, ik val wat dat betreft wel steeds in herhaling maar dat is dan maar even zo, gemeld dat ook de ondernemers die in die stakeholdersbijeenkomst hebben deelgenomen van wie je vanuit commercieel belang zou mogen verwachten dat ze er wel baat bij zouden hebben dat er wat groei in zou zitten, dat ook zij heel erg hechten aan het behoud van het dorpskarakter en de kleinschaligheid. Dus in die zin denk ik dat we best wel een beetje vertrouwen in elkaar mogen hebben dat we dat ook met elkaar koesteren en bewaken. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor de bebouwde omgeving maar ook voor juist de onbebouwde omgeving. Excuus, mijnheer Bruintjes, als ik uw kritische houding verkeerd heb geïnterpreteerd, maar ik ben altijd blij dat dat dan meevalt en dat u zo direct met stemverklaring voor gaat stemmen, en dat het u vooral ook de handhaving van de balans betreft en dat u verder kunt instemmen met het vaststellen van de nota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9922821/1