Vragen en beantwoording BN&M - Groenbeheerplan
Tekst van het document
EEN VRAAG STELLEN
ZAAK: 662122
Ik wil de volgende vraag stellen: ☐ Schriftelijke vraag (art. 39 RvO) Schriftelijke beantwoording binnen 30 dagen.
☒ Technische vraag Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering.
☐ Vragenronde (Raadsvergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering, tenzij een actualiteit plaatsvindt, blijkend uit de argumentatie.
☐ Toelichtende vraag ingekomen stukken (Raadsvergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering.
☐ Rondvraag (Commissievergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de commissievergadering.
Onderwerp: Groenbeheerplan 2025-2028 Aanleiding:
(Opmerking: dit raadsvoorstel is uitgesteld tot de commissie Ruimte op 21 januari 2025) In de commissie Ruimte van 17 september 2024 staat onder punt 8.1 het Raadsvoorstel
Kwaliteitsniveau onderhoud openbaar groen geagendeerd. Over dit stuk en de bijbehorende bijlagen leg ik graag enkele technische vragen op voorhand voor aan het College ter beantwoording. Vraag:
Het groen is in grote delen binnen de bebouwde kom van de gemeente onderhouden op
beeldkwaliteitsniveau C. Bij een nieuwe contractperiode voor het onderhoud van het groen moet de
nieuwe contractant het beeldkwaliteitsniveau eenmalig ‘optillen’ van een beeldkwaliteitsniveau C naar een mogelijk gewenst niveau B.
1. Zijn deze eenmalige aanzienlijke kosten voor het ‘optillen’ van het niveau opgenomen in het financieel overzicht (bijlage 2) bij scenario 2?
2. Is er een scenario mogelijk waarbij het optillen van het niveau gefaseerd wordt doorgevoerd?
Bijvoorbeeld door pas na het renoveren van een groenvak onderhoud te gaan plegen op niveau B of gebiedsgewijs door de tijd heen het niveau op te tillen naar niveau B.
Afgelopen jaren is er meermaals en veelvuldig ongenoegen geuit door onze inwoners over het
groenonderhoud. Het betrof met name onvrede over de rijkelijke aanwezigheid van onkruid in het
groen. De technische analyse uit 2023 zoals opgenomen in het Groenbeheerplan 2025-2028 (bijlage
1), schetst een situatie waarin slechts 2% van de groenvakken ‘open plekken’ kent en waar onkruid dus vrij spel heeft. De 17% van de groenvakken waar overmatig woekeronkruiden aanwezig is, zijn deze
woekeronkruiden veelal minder beeldbepalen. Ondanks hun dominante en verdringende aanwezigheid, zijn deze onkruiden vaak minder hoog en daarmee minder beeldbepalend zoals brandnetels, bramen en distels.
Pagina 1 van 4
3. Hoe verklaart het College het, in onze ogen, grote verschil tussen de hoge mate van onvrede in de voorliggende jaren bij onze inwoners en de relatief gunstige technische staat van de groenvakken? Een uitgevoerde kostenbatenanalyse in de Nijmeegse wijk Lindenholt wijst uit dat een grijzere
inrichting (lees wegen, pleinen en voetpaden) van de openbare ruimte niet alleen door negatieve
volksgezondheidseffecten slecht scoort, maar ook doordat de aanleg van grijs veel duurder is dan die van groen. Je zou juist verwachten dat groen veel duurder is dan grijs, door de hogere
onderhoudskosten. Deze hogere onderhoudskosten worden echter ruimschoots gecompenseerd door lagere aanlegkosten. Ofwel: grijs heeft niet alleen negatieve maatschappelijke effecten, maar het kost ook meer dan groen. (Bron: http://www.omgevingseconomie.nl/wp-
content/uploads/2015/01/TeebStad-Casus-Nijmegen-Lindenholt.pdf) 4. Kan het College aangeven of zij bij voorgenomen renovaties van de openbare ruimte de
mogelijkheden verkent om minder grijs terug te brengen en het aandeel groen in de gerenoveerde
situatie meer toe te laten nemen om, naast andere maatschappelijke grote voordelen, ook de aanlegen onderhoudskosten van de openbare ruimte in het geheel te reduceren?
De kosten voor de hoognodige renovatie van het openbaar groen in de wijken ‘Beuningen-
Duivenkamp’ en ‘Beuningen-Tinnegieter’ zijn niet opgenomen in de financiële doorrekening van het voorliggende Groenbeheerplan. Deze kosten zijn/worden opgenomen als projectkosten in de reeds voorgenomen renovaties van deze genoemde wijken.
5. Valt deze hoognodige renovatie van de groenvakken in deze wijken (financieel) buiten de boot
wanneer om begrotingstechnische redenen de renovatie van deze wijken wordt uitgesteld tot een nog nader te bepalen moment in de toekomst?
Ondertekening: Datum indiening
:
15-9-2024
Fractie
:
Beuningen Nu & Morgen
Naam indiener
:
Robin Arians
2e datum indiening 13-01-25
Pagina 2 van 4
ANTWOORD OP DE VRAAG Antwoord door: Sander Bouwens Datum: 15-1-2025 Antwoord:
Vraag 1: Zijn deze eenmalige aanzienlijke kosten voor het ‘optillen’ van het niveau opgenomen in het financieel overzicht bij scenario 2? Ja, een nulronde, om de staat van de groenvakken van C naar B-niveau te brengen, is meegenomen in de raming.
Vraag 2: Is er een scenario mogelijk waarbij het optillen van het niveau gefaseerd wordt doorgevoerd? Bijvoorbeeld door pas na het renoveren van een groenvak onderhoud te gaan plegen op niveau B of gebiedsgewijs door de tijd heen het niveau op te tillen naar niveau B. De verwachting is dat dit in de praktijk leidt tot veel uitdagingen voor aannemer en gemeentelijke schouw. In een straat of buurt kan in dat geval het onderhoudsniveau verschillen, waardoor een
onderhoudsploeg het ene vak anders moet onderhouden dan het andere. Daarnaast hoeven we op
korte termijn niet elk groenvak te renoveren. Dus wanneer we deze werkwijze zouden hanteren kan het vele jaren duren voor alles op B-niveau is. Dat is in onze ogen aan bewoners niet uit te leggen. Om die redenen beschouwen we dit als onwenselijk en onwerkbaar.
Vraag 3: Hoe verklaart het College het, in onze ogen, grote verschil tussen de hoge mate van onvrede in de voorliggende jaren bij onze inwoners en de relatief gunstige technische staat van de groenvakken? Allereerst is het percentage van 17% niet (relatief) gunstig. De landelijke systematiek schrijft een percentage van maximaal 5% voor. Bij meer dan 5% kan de aannemer aanspraak maken op
verrekening van meerwerk voor de onkruidbestrijding. Dus extra kosten voor de gemeente.
Daarnaast gaat een deel van de klachten niet over het groen in groenvakken, maar over onkruid op
verharding, randen snoei van beplanting en de hoogte van hagen. Door deze aspecten ook naar een B-niveau te brengen, zullen de klachten naar verwachting afnemen.
Vraag 4: Kan het College aangeven of zij bij voorgenomen renovaties van de openbare ruimte de mogelijkheden verkent om minder grijs terug te brengen en het aandeel groen in de gerenoveerde situatie meer toe te laten nemen om, naast andere maatschappelijke grote voordelen, ook de aanleg en onderhoudskosten van de openbare ruimte in het geheel te reduceren? Jazeker, dat verkennen we. We streven naar 100m2 (Groenbeleidsplan), maar in bestaande wijken is ook ruimte nodig voor parkeren, opstelplaatsen containers, etc. 100m2 Is dan helaas niet altijd
haalbaar. Waar mogelijk grijpen we reconstructies aan om het aandeel groen te verhogen. Denk aan de herinrichting van de Vording, de Thomas van Heereveldstraat, De Klef en het Kerkplein.
Vraag 5: Valt deze hoognodige renovatie van de groenvakken in deze wijken (financieel) buiten de boot wanneer om begrotingstechnische redenen de renovatie van deze wijken wordt uitgesteld tot een nog nader te bepalen moment in de toekomst? Naast de (grootschalige) reconstructies is er jaarlijks beheerbudget beschikbaar voor de
(kleinschalige) herinrichting van groenvakken waar dit noodzakelijk is. In dat kader worden Pagina 3 van 4
momenteel de werkzaamheden in de Duivenkamp uitgevoerd. Het gaat om een beperkte vervanging van vakken waar dit noodzakelijk is. Het krediet voor de reconstructie van het openbaar groen in de wijk Tinnegieter staat nog in de begroting en op de planning voor uitvoer na 2026.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders,
Dyanne Kocken secretaris
Daphne Bergman burgemeester
Pagina 4 van 4