Voorstel uitwerking Kwalitatief evaluatieonderzoek Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen
Tekst van het document
Memo Datum
: 31 augustus 2023
Aan
: Algemeen bestuur
Van
: Harriët Tiemens / Henk van den Berg
Betreft
: Voorstel uitwerking “Kwalitatief evaluatieonderzoek Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (15 juni 2023)
Inleiding Door Nathalie Hugenholtz is in het voorjaar een kwalitatief evaluatieonderzoek verricht. Zij komt in het onderzoek (samengevat) tot de volgende conclusies: 1. Worden de beoogde doelstellingen gehaald? De conclusie luidt dat over het algemeen de respondenten trots en tevreden zijn over het behalen van de beoogde doelstellingen van de GMR in de relatief korte tijd dat het functioneert. Er zijn veel concrete resultaten benoemd. Er zijn ook zorgen of de resultaten van de samenwerking goed verdeeld worden over de regio. Er is waardering voor de inhoudelijke focus, het delen van problemen en betrekken van partners kan verbeterd worrden. 2. Hoe verloopt de onderlinge samenwerking? De onderlinge samenwerking wordt over het algemeen als positief ervaren. Er zijn sucessen geboekt en de samenwerking wordt extern gewaardeerd. Structuur en besluitvormingsprocessen behoeven helderheid en stroomlijning. Een betere afstemming van het ambitieniveau en de snelheid van de GMR op de draagkracht van de gemeenten is nodig. 3. Hoe staat het met de positionering binnen Nederland en binnen Europa? De GMR heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in haar gewenste positionering binnen Nederland en binnen Europa. Het heeft geleid tot financiële middelen en waardering van buitenaf. 4.
Zijn de verwachtingen conform de eigenlijke opdracht? Alhoewel bestuurders nog steeds achter de oorspronkelijke opdracht staan en het belang van de GMR zien blijken in de praktijk een aantal uitdagingen, te weten: - te kort aan ambtelijke capaciteit binnen de verschillende opgaven; - onduidelijkheid wat van wie gevraagd wordt; - de houdtbaarheid van de indeling van de opgaven, ontstaan van cross-overs. - er ontstaat een spanningsveld tussen de oorspronkelijke regio gedachte en de ‘return on investment’ verwachting van gemeenteraden. 5. Zijn de resultaten conform afspraken in de regionale agenda? De resultaten zijn conform de gemaakte afspraken. Overzicht en sturing op de uitvoering van de opgaven kan verbeteren en een andere organisatie- en financieringsstructuur zou onderwerp van gesprek moeten zijn evenals de geconstateerde krapte en aansturingsmogelijkheden in de uitvoering van de opgaven.
1
De resultaten en conclusies brengt Nathalie Hugenholtz tot het advies om te focussen op vier onderwerpen voor de doorontwikkeling van de Groene Metropoolregio. Het DB van de GMR heeft de 4 aanbevelingen overgenomen en hierna worden de aanbevelingen voorzien van een voorstel voor een aanpak. De voorgestelde aanpak zal direct worden opgepakt, mede met het oog op de samenhang met de nieuwe regionale agenda 2023-2028.
Aanbevelingen 1. Construct van algemeen bestuur, dagelijks bestuur en Bestuurlijke Opgaveteams (BOT’s) De gedachte dat de inhoudelijke aansturing vanuit de BOT’s plaatsvindt en met name de bedrijfsvoering vanuit het dagelijks bestuur en algemeen bestuur leidt in de praktijk tot veel onduidelijkheid waar wat nu wordt geagendeerd. Er zou in samenspraak opnieuw gekeken moeten worden welke eindverantwoordelijkheid het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur moeten hebben binnen de GMR én of en hoe zij deze eindverantwoordelijkheid goed kunnen dragen als zij geen tot weinig relatie met de inhoud hebben. Leden van de verschillende BOT’s zijn enthousiast over het functioneren van het BOT, daar vinden het meest inhoudelijke werk plaats, maar niet BOT leden hebben een gevoel van afstand. Kortom: welke versterkte of nieuwe samenwerkingsafspraken zijn hierin gewenst; hoe lopen de voorbereidingslijnen en -tijden, welke personen of partijen zijn daarin op welke manier voorbereidend en besluitvormend op inhoud en proces én heel belangrijk: hoe hou je de raden op een voor alle partijen gewenste manier betrokken? Advies aanpak: Bestuurlijke Opdrachtgevers sluiten voortaan aan bij (een deel van) de vergaderingen van het DB.
DB en Bestuurlijke Opdrachtgevers werken gezamenlijk een voorstel uit om gesignaleerde problemen aan te pakken en leggen dit voor aan 5 Bestuurlijke Platforms en het Algemeen Bestuur. Conclusies verwerken in Regionale Agenda 2025-2028 en, indien nodig, de formele regelingen zoals Gemeenschappelijke Regeling. 2. Indeling van de opgaven Met de groei van het aantal speerpunten binnen de vijf opgaven en de ‘cross-overs’ tussen de opgaven blijkt de huidige indeling van de opgaven niet meer goed houdbaar. Steeds vaker zijn meerdere opgaven betrokken bij een vraagstuk en dat leidt tot verwarring over bijvoorbeeld in welk BOT zaken besproken moeten worden. Ook de huidige financieringsstructuur past niet langer meer bij deze ontwikkelingen. Dit vraagt erom dat voor de agenda 2025-2028 de indeling van de opgaven heroverwogen moet worden en er daarbij opnieuw gekeken moet worden naar de organisatie- en financieringsstructuur. Voorstel aanpak: Instellen van een werkgroep “Inhoud en structuur opgaven” (regionale agenda 20252028). In de werkgroep hebben zitting: - 1 DB-lid - 1 AB-lid - 1 Bestuurlijk opdrachtgever - Netwerkdirectielid - Regiocoördinator - Directeur GMR - Opgavenmanager 2
3. Netwerkorganisatie, personele capaciteit en uitvoering Door de verschillende opgaven en het grote aantal speerpunten daarbinnen komt er wat betreft de uitvoering ervan ook steeds meer werk op de gemeenten af. Bijvoorbeeld het begeleiden van gebiedsontwikkelingen, het voorbereiden van uit te voeren mobiliteitsmaatregelen en werk dat uit de RES voortkomt. Voor gemeenten is het vaak problematisch dit werk uit te voeren door gebrek aan personele capaciteit. Daarbij is het ook vaak problematisch voor gemeenten om capaciteit te leveren voor bijdragen aan de regionale werkzaamheden. De organisatie van voldoende personele capaciteit om ambities te kunnen blijven realiseren zal nadrukkelijk moeten worden opgepakt. Hierbij kan ook nog beter afgestemd worden wat betreft samenwerking met andere partijen, zoals The Economic Board. Voorstel aanpak: - Netwerkdirectie werkt deze aanbeveling verder uit (lopend proces inmiddels), en de aanbeveling wordt verwerkt in de regionale agenda 2025-2028.
4. Elke gemeente moet baat hebben bij de regionale samenwerking Op dit moment wordt het binnen de GMR ervaren dat er onvoldoende aan de gemeenteraad uitgelegd kan worden wat de samenwerking heeft opgeleverd. De raden vragen ook steeds explicieter wat de ‘return on investment’ is voor hun gemeente, mede door gebrek aan uitleg erover en mede doordat er wordt ervaren dat Arnhem en Nijmegen evenredig meer financiële middelen krijgen. Hoewel het de wens is om per gemeente transparant te kunnen zijn over kosten en opbrengsten, gaat het bij succesvolle regionale samenwerking er ook om dat juist het belang van de regio voorop wordt gesteld. Vanuit het idee dat op de langere termijn winst voor de regio ook winst is voor alle in de regio deelnemende partijen. Ook als de verdeling van de opbrengsten op de korte termijn wellicht niet evenredig verdeeld is over alle gemeenten. Dat vraagt een investering op het versterken van deze regionale ‘mindset’. Desondanks moet in de volgende regionale agenda voldoende aandacht zijn voor een goede verdeling van baten over alle gemeenten om hen te blijven binden aan de GMR. Voorstel aanpak: - Gerelateerd aan de volgende regionale agenda 2025-2028 ontwikkelen we een werkwijze of systematiek van monitoring, die gemeenten kunnen gebruiken om de regionale inzet te volgen en naar de eigen achterban te verantwoorden. Hiervoor wordt een advies gevraagd.
De te formuleren opdracht en begeleiding van de opdracht wordt belegd bij vertegenwoordigers van het DB, Bestuurlijke Opdrachtgevers, AB, netwerkdirectie en directie.
3