CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting + Regels Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling ontwerpbestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk" Winssen27.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer

6 6 7 8 10

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

15 15 16 18 21

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

22 22 22 24 26 28 29 30 32 35 36 37 38

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

39 39 41

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak

42 42 42 42

2

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Bijlagen toelichting

44

Bijlage 1

Diverse bodemonderzoeken - Locatie Verlengde Molenstraat 7A

45

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek - Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14

46

Bijlage 3

Watertoets

47

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming - Locatie Verlengde Molenstraat 7A

48

Bijlage 5

Quickscan Wet natuurbescherming - Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14

49

Bijlage 6

Stikstofnotitie

50

Bijlage 7

Stikstofberekening sloop en bouw

51

Bijlage 8

Stikstofberekening gebruik

52

Bijlage 9

Archeologisch vooronderzoek - Locatie Verlengde Molenstraat 7A

53

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek - Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14

54

Regels

56

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

57 57 62

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Groen - Landelijk groen Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4

63 63 68 69 73 76

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels

79 79 79 80 81 81

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

82 82 82

Bijlagen regels

84

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

85

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteitplan locatie Verlengde Molenstraat 7A

86

Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteitplan locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14

87

Te slopen bebouwing

88

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

3

Bijlage 3 Bijlage 4

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

4

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Toelichting

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

5

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het onderliggende planvoornemens betreft twee locaties. De eerste locatie betreft de kassen met onderliggende grond aan de Verlengde Molenstraat 7A in Winssen. De tweede locatie omvat het achtererf van de Dijk 59 in Winssen, alsmede de Verlengde Molenstraat 14 in Winssen. Beide initiatiefnemers zijn voornemens in het kader van 'ruimte voor ruimte' woningbouw te realiseren. De initiatiefnemer hebben hiertoe ieder bij de gemeente verzocht om gebruik te mogen maken van de gemeentelijke beleidsregels functieverandering Buitengebied. Het college heeft besloten aan beide verzoeken principe medewerking te verlenen. In geval van beide initiatieven is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. De beide plannen worden gezamenlijk in procedure gebracht om een goede ruimtelijke ordening te kunnen waarborgen. Het planvoornemen op de locatie Verlengde Molenstraat 14 wordt namelijk gehinderd door de kassen op de Verlengde Molenstraat 7A en het woningbouwinitiatief op de Verlengde Molenstraat 7A wordt op zijn beurt gehinderd door de omliggende fruitboomgaarden van de initiatiefnemers van het planvoornemen aan de Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14. Locatie Verlengde Molenstraat 7A Dit perceel is afgesplitst van het perceel Verlengde Molenstraat 7 en valt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Verlengde Molenstraat 7 Winssen', dat de gemeenteraad op 29 mei 2018 heeft vastgesteld.

Door de vaststelling van dat bestemmingsplan is het noordelijk deel van het agrarisch bouwvlak komen te vervallen. De gronden ter plaatse van de locatie Verlengde Molenstraat 7A binnen dit verzoek zijn in dat plan meegenomen om te waarborgen dat er niet opnieuw een bedrijfswoning kon worden opgericht op het eerder afgesplitste perceel. Het agrarisch bouwvlak ter plaatse van Verlengde Molenstraat 7A is daarom voorzien van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. Al voor de eigendomssplitsing is gebleken dat het niet langer mogelijk is om in het plangebied een duurzaam glastuinbouwbedrijf te exploiteren. De kassen worden daarom al langere tijd als opslagruimte gebruikt en niet voor de tuinbouw. De initiatiefnemer heeft de gemeente daarom verzocht om gebruik te mogen maken van het functieveranderingsbeleid. Dit betekent dat alle glasopstanden met bijbehorende verharding op het perceel worden gesloopt en verwijderd. In plaats daarvan mag één nieuw woongebouw, met maximaal twee wooneenheden, worden opgericht. De strook grond, ten zuiden van de nieuwe woonbestemming op de Verlengde Molenstraat 7a, valt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Verlengde Molenstraat 7 Winssen'. In dit bestemmingsplan wordt deze strook grond wederom opgenomen. Met de bedoeling om het bouwvlak te laten vervallen, aangezien bebouwing op deze plek niet gewenst is.

De huidige agrarische bestemming blijft gehandhaafd. Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Dijk 59 betreft een fruitbedrijf en voorheen was het tevens een pluimveehouderij. Sinds enkele jaren zijn er echter geen dieren meer en zijn de bedrijfsactiviteiten in deze tak gestopt. De pluimveestal staat leeg. Verlengde Molenstraat 14 betreft een burgerwoning. Initiatiefnemer is voornemens de beleidsregels functieverandering Buitengebied toe te passen op de locatie Dijk 59. De huidige bedrijfswoning op het voorerf, wordt daarbij herbestemd tot burgerwoning. De bedrijfsgebouwen worden gesloopt en in plaats hiervan wordt een burgerwoning gebouwd naast Verlengde Molenstraat 14.

6

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten westen van de kern Winssen. De gronden ter plaatse van de locatie Verlengde Molenstraat 7A staan kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie G, nr. 724 en nr. 722 (deels) en de gronden ter plaatse van de locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 als gemeente Ewijk, sectie G, nr. 751, nr. 828, nr. 830, nr. 832, nr. 880 (deels), nr. 885 (deels), nr. 886 (deels), nr. 887 en nr. 888. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Globale ligging plangebied (rode stip)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

7

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

1.3

Geldend(e) plan(nen)

Locatie Verlengde Molenstraat 7A Voor het plangebied ter plaatse van de locatie Verlengde Molenstraat 7A geldt het bestemmingsplan 'Verlengde Molenstraat 7 Winssen'. Vastgesteld op 29 mei 2018 door de gemeenteraad van Beuningen. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en is vrijwel helemaal voorzien van een ‘bouwvlak’. Binnen het bouwvlak mag het bestaande oppervlak aan kassen eenmalig worden uitgebreid met maximaal 20 /o van de bestaande bebouwde oppervlakte. Het hele bouwvlak is tevens voorzien van de aanduiding 'glastuinbouw' en de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. Verder geldt ter plaatse van de locatie het 'Parapluplan Archeologie', zoals vastgesteld op 11 juli 2023 door de gemeenteraad van Beuningen. Op basis hiervan geldt ter plaatse van de locatie grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en ter plaatse van de noordwesthoek de 'Waarde Archeologie 2'. De beoogde woningbouw ontwikkeling past niet binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Om de functieverandering naar 'Wonen' mogelijk te maken en het agrarisch bouwvlak te verwijderen, zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied moeten worden herzien.

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met ligging locatie Verlengde Molenstraat 7A (rode omkadering) Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Vigerend is het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Dit bestemmingsplan is op 14 juni 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Beuningen. De te saneren locatie aan de Dijk 59 en de bedrijfswoningen hebben de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' met een agrarisch bouwvlak van circa 1 ha. Ook geldt aan de noordzijde de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De ontwikkellocatie ten zuiden van de bestaande burgerwoning aan de Verlengde Molenstraat 14 heeft reeds grotendeels een woonbestemming. Op basis van de geldende woonbestemming mag geen extra woning worden toegevoegd.

8

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Daarnaast geldt ter plaatse van beide percelen het 'Parapluplan Archeologie', zoals vastgesteld op 11 juli 2023 door de gemeenteraad van Beuningen. Op basis hiervan gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4'. Om de beoogde woningbouw, de functieverandering van de bedrijfswoning tot burgerwoning en het weg bestemmen van het agrarische bouwvlak mogelijk te maken, zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied moeten worden herzien.

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met ligging locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 (rode omkadering)

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

9

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

10

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Locatie Verlengde Molenstraat 7A In de bestaande situatie bevinden zich circa 1.280 m2 aan kassen op de onderhavige locatie. Deze kassen zijn vanwege de kleinschaligheid ongeschikt voor de exploitatie van een duurzaam glastuinbouwbedrijf. De voormalige kassen zijn daarom al meerdere jaren in gebruik voor opslag. Er zijn verder geen overige bedrijfsgebouwen aanwezig. Op navolgende afbeelding is een impressie van de kassen weergegeven.

Impressie van de bestaande te slopen kassen Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Aan de Dijk 59 staan een grote pluimveeschuur en enkele kleine bedrijfsgebouwen, alsmede een bedrijfswoning en een mantelzorgwoning. Aan de Verlengde Molenstraat 14 staat een burgerwoning. Op navolgende afbeelding is een impressie van de voormalige bedrijfsbebouwing weergegeven.

Impressie van de bestaande (bedrijfs)woning en de te slopen pluimveestal en mestloods

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

11

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

2.2

Toekomstige situatie

Locatie Verlengde Molenstraat 7A In de toekomstige situatie worden alle kassen gesloopt (circa 1.280 m2), en wordt één woongebouw opgericht van maximaal 800 m3. In dit geval wordt de mogelijkheid geboden om ofwel één vrijstaande woning te realiseren, danwel een woongebouw met twee wooneenheden. Door het verminderen van de verglazing van het landschap, wordt verdere leegstand tegengegaan en kan ter plaatste een aanzienlijke kwaliteitswinst behaald worden. De realisatie van het plan vindt plaats op basis van een inrichtingsplan, waarbij rekening is gehouden met de landschappelijke inpassing van het woongebouw in de omgeving. Op navolgende afbeeldingen zijn de landschappelijke inpassingen weergegeven voor zowel de variant met een vrijstaande woning, als de variant met een woongebouw (twee wooneenheden). Verlengde Molenstraat 7a Winssen. gemeente Beuningen

INRICHTINGSPLAN VARIANT 1 Haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar, kornoelje of sleedoorn, maximaal 2 meter hoog Halfverharding en/of waterdoorlatendeverharding

____

Haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar, kornoelje of sleedoorn, maximaal 1 meter hoog. Haag na hooimijt maximaal 2 meter hoog Bestaande C-watergang

-------

Nieuw te realiseren vrijstaande woning met bijgebouw

-------

Haag. soort veldesdoorn. maximaal 1 meter hoog Groenblijvende haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar, kornoelje of sleedoorn, aan voorzijde perceel maximaal 1 meter hoog Solitaire boom. soort: rode beuk Solitaire boom. soort: linde Handhaven bestaande, hobbymatige boomgaard Bloemrijk grasland Groenblijvende haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar kornoelje of sleedoorn, maximaal 2 meter hoog

Schaal: 1:500 (A3-tormaat) Datum: 14-09-2022

Landschappelijke inpassing van de variant met een vrijstaande woning

12

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

verlengde Molenstraat 7a Winssen. gemeente Beuningen

INRICHTINGSPLAN VARIANT 2 Nieuw te realiseren tweekapper met bijgebouwen Halfverharding en/of waterdoorlatendevertiarding Haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar, kornoelje of sleedoorn, maximaal 2 meter hoog Bestaande C-watergang

Solitaire boom. soort rode beuk

Haag. soort veldesdoorn. maximaal 1 meter hoog Groenbtijvende haag, soort: liguster gecombineerd met hazelaar. kornoelje of sleedoorn, aan voorzijde perceel maximaal 1 meter hoog

Solitaire boom. soort: linde Handhaven bestaande, hobbymatige boomgaard Bloemrijk grasland Groenblijvende haag. soort: liguster gecombineerd met hazelaar kornoelje of sleedoorn, maximaal 2 meter hoog Halfverharding en/of waterdoorlatendeverharding Schaal: 1:500 (A3-formaat) Datum: 14-09-2022

Landschappelijke inpassing van de variant met een woongebouw Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 De agrarische bebouwing aan de Dijk 59 zal grotendeels worden gesloopt. In totaal wordt circa 840 m2 gesloopt. De huidige bedrijfswoning wordt planologisch herbestemd tot burgerwoning. Deze boerderij met bijbehorend achterhuis, alsmede de tijdelijke mantelzorgwoning en het (hobby)paardenschuurtje (circa 13 m2) blijven staan. Het eierlokaal wordt verkleind tot 130 m2. Het huidige agrarische bouwvlak wordt in afmeting teruggebracht tot een woonvlak. In de toekomstige situatie zal er aan Dijk 59 circa 143 m2 aan bijgebouwen blijven staan. Onder de bestemming 'Wonen' mag volgens het bestemmingsplan Buitengebied 120 m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn. Echter omdat hier een groot achtererfgebied aanwezig is mag er wettelijk gezien tot 150 m2 vergunningvrij worden gebouwd. Hierbij moet worden opgemerkt dat het achterhuis in 1954 als onderdeel van het woonhuis is vergund en dus tot het woonhuis wordt gerekend, en dat de mantelzorgwoning vanwege de tijdelijkheid niet als bijgebouw hoeft te worden gerekend. De 143 m2 aan bijgebouwen die blijft staan valt binnen de wettelijk toegestane 150 m2.

Ruimtelijk gezien is een gebouw van deze omvang ook aanvaardbaar omdat het een bijgebouw op het achtererf betreft waar vanaf de dijk en door de nieuwe beplanting ook vanaf de Molenweg geen of nauwelijks zicht op is. Naast de mantelzorgwoning en het bijgebouw wordt er voor hobbymatig gebruik een paardenbak van 20 x 40 m aangelegd. Dit is via een afwijkingsbesluit in het vigerende bestemmingsplan ook al mogelijk. Er worden daarbij geen schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken geplaatst. De afstand van de paardenbak tot de naastgelegen woning bedraagt 30 m. De afstand van het paardenschuurtje tot de naastgelegen woning bedraagt circa 105 m. Volgens de VNG richtlijn voor een gemengd gebied is dit voldoende, zie ook paragraaf 4.4.2 van de toelichting. Bovendien bevindt zich In de tussenstrook van 30 m een dichte bosschage van circa 15 m, waardoor eventuele overlast wordt geminimaliseerd. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt door de paardenbak niet onevenredig aangetast.

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

13

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Op navolgende afbeeldingen zijn een impressie van de betreffende bebouwing en de landschappelijke inpassingen weergegeven. = woning

mzw

= mantelzorgwoning = nieuwe woning = eieriokaal (130 m2)

= te slopen pluimveestal (720 m2) = te slopen mestloods (120 m2) = paardenschuurtje (13 m2)

02020G009» O 2020 Goo&asis-DE SKG

Google Earth

Overzicht te slopen, te handhaven en beoogde bebouwing

INRICHTnNGSPĻA^Dijį^^rWerlengd^Molenstraat 14, Winssen^emeenteBeuninae

ACHTERERF

5 HOOGSTAMBOOMGAARD

7 LAGE GESCHOREN HAAG, beuk, haagbeuk of liguster paardenbak 20 X 40 m

6 LANDSCHAPPELIJKE RANDGEBIEDSEIGENSOORTEN

parkeerplaatsen 3 stuks parkeerplaatsen 2 stuks

16 parkeerplaatsen min 3 stuks

1 GESCHOREN HAAG VAN GEBIEDSEIGENSOORT 2 LANDSCHAPPELIJKE RAND VAN GEBIEDSEIGENSOORTEN _______________________ 3 SOLITAIRE BOOM nieuwe woning met bijgebouw

4 LQSSE HAAG VAN GEBIEDSEIGENSQQRT

agrarisch gebied

ir. Wilja Kuiper

Landschappelijke inpassing

14

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

15

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Onderhavig initiatief betreft het realiseren van maximaal 3 woningen en de functieverandering van een bestaande woning. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Bovendien zorgt de sloop van de kassen en de agrarische bedrijfsbebouwing in het plangebied voor een afname van de hoeveelheid bebouwing in het plangebied en wordt verloedering tegen gegaan.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)' heeft het college van Gedeputeerde Staten op 31 maart 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. Het is de bedoeling om samen keuzes te maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Waarbij de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal stelt. » Gezond en veilig: Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. » Schoon en welvarend: Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.

En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie

16

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

»

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. » De dynamiek op de woningmarkt is groot. Voor ons staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. We hebben zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders en maken hier met onze partners afspraken over.

Ook zijn de meeste woningen verre van energieneutraal en klimaatbestendig. Wij stimuleren innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Ook zijn wij met onze partners in gesprek over hoe we het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer kunnen aanpakken. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van onze inwoners. Planspecifiek Aansluitend op de provinciale duurzaamheidsprincipes, is het de bedoeling dat beoogde nieuwe woningen zonder aardgasaansluiting wordt gerealiseerd. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan bij het streven om leegstand tegen te gaan en het landschap opener en klimaatbestendig te maken. Vanwege de landschappelijke inpassingen van de plannen en de reductie van het verhard oppervlak. In de omgevingsvisie zijn verder geen specifieke doelstellingen geformuleerd, voor het onderhavige plangebied. Het plan is passend binnen de omgevingsvisie.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Op grond van artikel 2.65b van de omgevingsverordening dient in het bestemmingsplan te worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Met dit bestemmingsplan wordt een solitaire glastuinbouwlocatie en een voormalige pluimveehouderij opgeheven en vervangen door wonen (reductie hinder). Daarnaast wordt het verhard oppervlak gereduceerd en vindt een landschappelijke inpassing plaats.

In het onderhavige geval zal het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak van de beoogde woningen niet worden gekoppeld aan het rioolsysteem, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Door de omvang van de percelen, het reduceren van het verhard oppervlak en de landschappelijke elementen kan hemelwater (ook bij hevige buien) beter infiltreren en worden opgevangen. Daarnaast zal rond de woningen beplanting worden aangebracht, waardoor hittestress wordt beperkt en de biodiversiteit binnen het plangebied wordt verbeterd. Ook zal door het beperken van terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. Ten aanzien van waterveiligheid zijn de beoogde woonpercelen in de nabijheid van de dijk gelegen. Ter plaatse van de beschermingszone wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Zodoende zal het waterkerend vermogen niet worden aangetast. Ook zal er geen wateroverlast optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling, aangezien de ingrepen voorkomend uit dit plan het functioneren van het grondwatersysteem niet zullen beïnvloeden.

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

17

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

In artikel 2.2 van de omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals in subparagraaf 3.3.3 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling verder binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen een intrekgebied. Artikel 2.38 van de omgevingsverordening stelt dat een bestemmingsplan voor de gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk mag maken. Hieraan wordt voldaan. Ook is plangebied gelegen in een 'Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied'.

Op grond van de artikelen 3.32b tot en met 3.32i van de omgevingsverordening is het een Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied verboden: » een mijnbouwwerk op te richten; » werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd; » op een diepte van 10 m of meer onder het maaiveld boringen te verrichten, boorputten aan te leggen, in exploitatie te nemen of te hebben en grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben; » afstromend water op of in de bodem te lozen van zonneparken groter dan 1 ha, rijks- of provinciale wegen, parkeerplaatsen voor meer dan 100 motorvoertuigen en bedrijventerreinen met inrichtingen type B of C als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; » meststoffen op of in de bodem te brengen; » een begraafplaats aan te leggen; » IBC-bouwstoffen toe te passen; » grond of baggerspecie toe te passen in oppervlaktewater; » een systeem voor individuele behandeling van afvalwater aan te leggen. Hieraan wordt voldaan. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de verordening. Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Beuningen

De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.

De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: » Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; » Beuningen is gezond, inclusief en veilig; » Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; » Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;

18

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

»

Beuningen is ondernemend en uitnodigend.

Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema’s als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig. Dit resulteert in de volgende opgaven: » Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei; » Betaalbare woningen voor diverse doelgrepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming; » Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; » Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Wonen buiten de kernen In het buitengebied is nieuwbouw van woningen mogelijk ter compensatie van de sloop van (voormalige/agrarische) bedrijfsbebouwing. Dit is ook het uitgangspunt voor het oeverwallengebied.

Hier is echter wel een mogelijkheid om onder voorwaarden op enkele locaties meer woningen toe te staan. Met maatwerk is het mogelijk om in combinatie met kwaliteitsverbetering, behoud en versterking cultuurhistorisch erfgoed, natuur- en landschapsontwikkeling extra woningen toe te voegen in de linten van Ewijk en Winssen. Ook kan gedacht kan worden aan enkele verspreid liggende erfontwikkelingen of buitenplaatsen gekoppeld aan de Van Heemstraweg ten noorden van de kernen Beuningen en Weurt. De situering en omvang van deze ontwikkelingen wordt afgestemd op het omringende landschap. Planspecifiek Conform de omgevingsvisie is de onderhavige nieuwbouw ter compensatie van de sloop van voormalige bedrijfsbebouwing. Bovendien zijn de beoogde ontwikkelingen kleinschalig en hebben ze een dorps en landschappelijk karakter.

3.3.2

Gemeentelijke uitwerking Notitie functieverandering Buitengebied

Het gemeentelijke functieveranderingsbeleid voor de functieverandering van vrijkomende (agrarische) bedrijfsbebouwing naar wonen in het buitengebied van Beuningen is opgenomen in de ‘Gemeentelijke uitwerking Notitie functieverandering Buitengebied’, zoals vastgesteld door het college op 26 januari 2010. Op 3 september 2013 is een aanvulling op dit beleid vastgesteld. In hoofdstuk 3 van dit beleid wordt ingegaan op de gemeentelijke uitwerking in toepassingscriteria van het functieveranderingsbeleid. In het functieveranderingsbeleid zijn 2 sporen opgenomen voor functieverandering naar wonen: 1. Hergebruik van bedrijfsbebouwing voor wonen; 2. Sloop en vervangende nieuwbouw. In beide situaties worden er (gedeeltelijk) extra wooneenheden gerealiseerd naast een eventuele voormalige bedrijfswoning. Planspecifiek Locatie Verlengde Molenstraat 7A Aangezien ter plaatse van deze locatie alleen kassen zijn gesitueerd, is spoor 2 van toepassing. Binnen dit spoor geldt specifiek voor glastuinbouwbedrijven dat als alle glasopstanden op het perceel worden gesloopt, dat dan nieuwe woningen of een woongebouw mogen worden opgericht. In de notitie worden aan de functieverandering naar wonen voorwaarden gesteld. Welke in navolgende afbeelding zijn weergegeven. Voor deze locatie betekent dit dat door de sloop van circa 1.280 m2 kassen, één woongebouw tot maximaal 800 m3 gerealiseerd mag worden.

De gemeente heeft in het principeakkoord aangegeven dat in het woongebouw maximaal 2 wooneenheden mogen worden gerealiseerd.

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

19

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Gesloopte oppervlakte glasopstanden

Functieverandering naar wonen

0-1000 m2

Geen mogelijkheden voor bouw woongebouw

1000 m2 - 2500 m2

1 woongebouw tot max. 800 m3

2500 m2 - 8000 m2

1 woning of woongebouw tot maximaal 1200 m3

8.000 m2

2 woningen of 1 woongebouw tot maximaal 1.600 m3

Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Als minimaal 750 m2 aan gebouwen wordt gesloopt mag één woning worden teruggebouwd. De agrarische bedrijvigheid dient daarbij te worden gestaakt. De onderhavige locatie kan voldoen aan de voorwaarden uit de Beleidsregels. In totaal wordt circa 840 m2 gesloopt en er wordt één woning teruggebouwd. Daarmee is de ontwikkeling passend binnen de gemeentelijke beleidsuitgangspunten. Een ander beleidsuitgangspunt is om de nieuwe woning in de footprint van de gesaneerde opstallen te realiseren. Hieraan wordt niet voldaan. De bouwrechten worden verplaatst van Dijk 59 naar de Verlengde Molenstraat 14. De beoogde locatie van de nieuwe woning heeft in de huidige situatie al een woonbestemming, maar geen bouwvlak. Middels de toevoeging van een woning op deze locatie wordt aangesloten op het bestaande bebouwingscluster. Daarmee wordt bij saneren van de agrarische opstallen een open doorzicht naar het achterland gerealiseerd. Deze ruimtelijke kwaliteitsimpuls is reden om op dit punt af te wijken van het gemeentelijke uitgangspunt.

3.3.3

Woonvisie

De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.

Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Uitgangspunten zijn voorts: » Inbreiding gaat voor uitbreiding, tenzij inbreiding ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit van een wijk of kern (ruimte en groen). Uitbreiding buiten stedelijk gebied zal dan juist een ruimtelijke kwaliteitsimpuls voor het buitengebied (of de overgang van bebouwde kom en buitengebied) moeten bieden of een bijzonder woonmilieu moeten creëren dat niet mogelijk is in de bestaande kern; » De gemeente zet in op transformatie van leegstaand c.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit meerwaarde biedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijke en/of ruimtelijke kwaliteit;

20

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

»

Transformatie wordt als een bredere opgave gezien. Daaronder vallen ook: aanpassingen van woningen met het oog op levensloopbestendigheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/ woningen; » Er wordt ingezet op een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen, waarbij de specifieke kwaliteiten en potenties van de locaties leidend zijn; » De gemeente geeft prioriteit aan projecten die echt op korte termijn ontwikkeld moeten worden, vanwege de behoefte en de impuls die de projecten bieden voor bijvoorbeeld de woningmarkt; » Er wordt ingespeeld op de specifieke behoeften van doelgroepen die in de knel komen op de woningmarkt; » Voor woningbouwinitiatieven wordt een kwalitatieve meetlat ontwikkeld. Deze meetlat moet ervoor zorgen dat (ver-)bouwplannen zoveel mogelijk sporen met de door ons gewenste kwaliteiten. De meetlat wordt toegepast op nieuwe initiatieven, maar ook de huidige projecten worden getoetst. Zo kan de gemeente optimaal op kwaliteit sturen. Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is het vertrekpunt.

Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. Het is belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern wordt gebouwd, passend bij de ontwikkeling van de kern, zodat deze vitaal blijven. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit. Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. De voorgenomen nieuwbouw van maximaal 3 woningen past zowel binnen de woonvisie, alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 1.325 woningen (en daarmee binnen de subregionale woonagenda).

3.4

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

21

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer S parkeren

4.1.1

Verkeer

Locatie Verlengde Molenstraat 7A Omdat er een functiewijziging plaatsvindt van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ zal het aantal voertuigbewegingen afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Net als in de bestaande situatie zal het plangebied ontsloten worden via de doodlopende Verlengde Molenstraat. Er is geen directe verbinding voor motorvoertuigen met de (Waalban)Dijk. Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling is sprake van een afname van het aantal voertuigbewegingen. De vele transportbewegingen van en naar het voormalige bedrijf vervallen immers. Hier tegenover staat een gering aantal verkeersbewegingen met personenauto's van de bewoners van de nieuwe woning. Ten aanzien van de verkeersstructuur kan worden gesteld dat het planvoornemen leidt tot een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.1.2

Parkeren

Locatie Verlengde Molenstraat 7A Bij de bouw van een vrijstaande woning of een twee-onder-een-kap woning, moeten in aansluiting op het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' in de zone 'buitengebied' respectievelijk minimaal 2,0 en 1,8 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein worden gerealiseerd worden. Het te ontwikkelen woonperceel biedt voldoende ruimte om in de maximaal 4 benodigde parkeerplaatsen te voorzien. De benodigde parkeergelegenheden zijn ingetekend in de landschappelijke inpassingen. Daarnaast is het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen geborgd in de algemene regels van dit bestemmingsplan. Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op het eigen terrein en het te ontwikkelen woonperceel biedt voldoende ruimte om in de parkeernorm te voorzien. Bovendien is de verplichting tot het voldoen aan de parkeernorm geborgd in de algemene regels van dit bestemmingsplan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden.

22

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Locatie Verlengde Molenstraat 7A Op deze locatie zijn een historisch vooronderzoek, een verkennend onderzoek en een eindsituatie onderzoek, inclusief een verkennend onderzoek naar asbest, uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor de onderzoeken zijn reeds uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken in en rond het plangebied bekeken, zijn een milieutekening en historische kaarten bestudeerd en is een locatiebezoek uitgevoerd. Op basis hiervan zijn ter plaatse van het plangebied de volgende bijzonderheden en/of bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest): » Algemene bodemkwaliteit verdacht op basis van huidig (glastuinbouwcomplex) en voormalig (boomgaard) gebruik; » Teeltlaag verdacht op bestrijdingsmiddelen (OCB); » Gedempte sloten; » Aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen en/of meststoffen; » Voormalig mestvaalt. Op basis van deze gegevens wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging (incl. OCB, arseen en chroom). Voor wat betreft asbest in de bodem wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie, aangezien het glastuinbouwcomplex is gebouwd in een asbestverdachte tijd en bodemvreemde bijmengingen worden verwacht. De aanwezigheid van PFAS in de bodem en de gedempte sloten betreffen aandachtspunten.

Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit is de hypothese van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreinigingen met diverse NEN, arseen en chroom parameters gesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten moet formeel de gestelde hypothese worden aangenomen, aangezien plaatselijk in het grondwater een licht verhoogd gehalte voor minerale olie is aangetoond dat de norm voor nader onderzoek overschrijdt. In de ondergrond, waar minerale olie is aangetoond in het grondwater, werden geen verhoogde gehalten voor minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In de overige onderzochte grond- en grondwatermonsters voor de algemene kwaliteit zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond, waarbij de indexwaarde van 0,5 niet wordt overschreden, waardoor hier verder geen vervolgstappen noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Huidige en voormalige verdachte bodembedreigende activiteiten Voor de huidige en voormalige verdachte bodembedreigende activiteiten op de locatie is de hypothese gesteld van verdachte deellocaties met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel in de onderzochte grond als in het onderzochte grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor de parameters die niet per definitie kunnen worden gerelateerd aan de huidige en voormalige verdachte bodembedreigende activiteiten. De aangetoonde licht verhoogde gehalten komen overeen met de algemene kwaliteit ter plaatse van de gehele locatie, waardoor deze niet worden gerelateerd aan de huidige en voormalige verdachte bodembedreigende activiteiten. Teeltlaag onderzoek Voor de teeltlaag is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor OCB.

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

23

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

PFAS Op basis van de resultaten voor de PFAS parameters in de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de grond (0,0-1,0 m-mv, klei) voldoet de grond aan de functieklasse 'landbouw/natuur' (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor deze gronden wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Algehele conclusies en aanbevelingen De milieuhygienische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de voorgenomen herontwikkeling is formeel gezien nog in onvoldoende mate vastgelegd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in het grondwater uit peilbuis PB01 een verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond dat formeel gezien de norm voor nader onderzoek overschrijdt. Aangezien in de betreffende grond, waar eveneens zintuiglijk olie is waargenomen, geen verhoogd gehalte voor minerale olie is aangetoond en er geen duidelijke verontreinigingsbron aanwezig is, wordt aangenomen dat sprake is van historische verontreiniging (ontstaan voor 1987).

Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste een stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Aangezien de interventiewaarde vooralsnog niet wordt overschreden is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Geadviseerd wordt om het grondwater uit peilbuis PB01 (in een later stadium) te herbemonsteren voor analyse op minerale olie in verband met de overschrijding van de index van 0,5 om te bevestigen of daadwerkelijk geen sprake is van een sterk verhoogd gehalte voor minerale olie of dat alsnog een nader onderzoek uitgevoerd moet worden om te bepalen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De eindsituatie ter plaatse van de huidige en voormalige bodembedreigende activiteiten is wel in voldoende mate vastgelegd. Geconcludeerd wordt dat de aanwezigheid van de huidige en voormalige bodembedreigende activiteiten niet hebben geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit, Locatie Dijk 59 en Verlengde Molenstraat 14 Op deze locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. In de bodem zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetroffen. Daarnaast is geen asbest aangetoond boven het criterium voor nader onderzoek.

De conclusie van het bodemonderzoek is dat de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor bestemmingswijziging en de voorgenomen bouwactiviteiten. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan, mits ter plaatse van de locatie Verlengde Molenstraat 7A (in een later stadium) het grondwater uit peilbuis PB01 wordt herbemonsterd of nader onderzoek wordt uitgevoerd.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.

24

bestemmingsplan "Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Verlengde Molenstraat en Dijk Winssen

Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.

Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel76 lid 1 Wgh).

De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel. Zonebreedte Aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

Stedelijk gebied 350 meter 350 meter 200 meter

Buitenstedelijk gebied 600 meter 400 meter 250 meter

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Locatie Verlengde Molenstraat 7A De doodlopende Verlengde Molenstraat, die eindigt net voorbij de beoogde woningbouwlocatie, heeft een lage intensiteit en de feitelijke snelheid ter plaatse is dusdanig laag, dat ruimschoots onder de voorkeursgrenswaarde wordt gebleven. De locatie is verder gelegen binnen de geluidszone (200 m) van de Dijk (60 km/uur) die aan de noordzijde voor het plangebied langs loopt. De Dijk is echter verkeersluw en hoofdzakelijk in gebruik voor bestemmingsverkeer. De verkeersintensiteiten zijn dan ook zeer laag. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=a06af4bc-7505-49e2-a9bc-caf2cd30307f