CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 20231.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp

Nummer(agenda) Registratienummer Registratiecode Auteur Status

: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023 : : bb23.00014 : *bb23.00014* : André Goudriaan : Openbaar

Raadsvergadering

28 februari 2023

Commissie 1 Datum Commissie 2 Datum B&W-vergadering Portefeuillehouder

S&B 15 februari 2023

17 januari 2023 F.M.H.P. Houben

Samenvatting Dit voorstel gaat over een aanpassing van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen. Het beleid blijft grotendeels intact. Inhoudelijk zijn enkele aanpassingen gedaan, waaronder het toevoegen van een hoofdstuk over het toezicht op rechtmatigheid en doelmatigheid van maatwerkvoorzieningen en het creëren van de mogelijkheid om mondeling een aanvraag in te dienen. Daarnaast zijn indexeringen toegepast en is een aanzienlijk aantal redactionele aanpassingen gedaan. Besluit om 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023 inclusief toelichting en bijlagen vast te stellen conform bijlage 1; 2. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023 met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2023; 3. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 met ingang van 1 januari 2023 in te trekken.

Inleiding Jaarlijks wordt de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen (hierna: de verordening) aangepast, bijvoorbeeld om zaken te verhelderen, redactionele verbeteringen door te voeren en indexeringen toe te passen. Daarom volgt hierbij een voorstel om de verordening te actualiseren. De voorgestelde wijzigingen zijn wat betreft de inhoud beperkt van aard, zodat gesteld kan worden dat het beleid van de afgelopen jaren ook in 2023 voortgezet wordt. De wijzigingen hebben vooral betrekking op: 1. Toezicht en handhaving in het geval van maatwerkvoorzieningen; 2. Het creëren van de mogelijkheid om mondeling een aanvraag in te dienen; 3. De indexering van vergoedingen en tarieven, bijvoorbeeld voor persoonsgebonden budgetten; 4. De opbouw van de verordening; 5. Redactionele wijzigingen. Beoogd effect Een verordening die duidelijkheid verschaft aan inwoners en professionals over het beleid dat gemeente Beuningen voert wat betreft maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

Argumenten

1.1 De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid op het gebied van de Wmo 2015 en voor rechtmatigheid op basis van de Jeugdwet. In het Rijk van Nijmegen hebben we dit grotendeels via het Regionaal Ondersteuningsbureau georganiseerd. De afgelopen jaren hebben we als regio Rijk van Nijmegen de nodige ervaring opgedaan met toezicht en handhaving. Het blijkt noodzakelijk om in de verordening te beschrijven hoe we toezicht en handhaving uitvoeren. Dat heeft als meerwaarde dat we een duidelijkere en explicietere grondslag hebben voor de uitvoering van toezicht en handhaving. Daarom bevat de verordening een nieuw hoofdstuk waarin uitgebreider omschreven wordt hoe we het toezicht en handhaving uitvoeren (hst. 6, artt. 24 t/m 36). Deze artikelen beschrijven onder andere welke reikwijdte toezicht en handhaving heeft, welke instrumenten er ingezet kunnen worden en welke maatregelen genomen kunnen worden. Dit alles geldt zowel voor zorg in natura als persoonsgebonden budgetten. 1.2 Het beleid rondom toezicht en handhaving wordt regionaal aan gemeenteraden voorgesteld Aan alle gemeenteraden in het Rijk van Nijmegen wordt voorgesteld om de verordening aan te passen wat betreft toezicht en handhaving binnen de Wmo en de Jeugdwet.

Een uniform beleid faciliteert een eenduidige regionale aanpak en beperkt daarmee de kans op onderlinge verschillen, wat de kracht van het toezicht- en handhavingsbeleid geen goed zou doen. 1.3 Mondeling aanvragen versnelt in sommige gevallen het indicatieproces Het Sociaal Team ziet zich geconfronteerd met een groot aantal meldingen van inwoners. Dit leidt tot een aanzienlijke belasting en zodoende zijn in de praktijk enkele operationele verbeteringen doorgevoerd. Zo is in bepaalde gevallen de procedure voor een heronderzoek vereenvoudigd, bijv. voor de hulp bij het huishouden. In die gevallen blijkt het soms wenselijk om – wanneer we telefonisch in contact komen met een inwoner en de situatie bespreken – die betreffende inwoner de gelegenheid te geven om mondeling een aanvraag in te dienen, zodat verlenging sneller afgehandeld kan worden. Daarom wordt voorgesteld daarvoor een grondslag te creëren in deze verordening. 1.4 Indexeringen zijn toegepast De persoonsgebonden budgetten (hierna: pgb’s) zijn geïndexeerd. Op basis van onder andere caoontwikkelingen is eind 2022 besloten om de tarieven voor zorg in natura met 6% te indexeren en het voorstel is nu om datzelfde percentage toe te passen op de indexeringen van pgb’s. Daarom worden budgethouders in staat gesteld om adequate ondersteuning in te (blijven) kopen.

Voor enkele pgb’s is – conform het uitgangspunt dat al meerdere jaren in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp is vastgelegd – gekozen voor een indexering op basis van de consumentenprijsindex (CPI). Dit resulteert in een verhoging van diverse budgetten met een percentage van 9,7%. 1.5 De opbouw van de verordening is gewijzigd en er zijn de nodige redactionele aanpassingen

doorgevoerd De verordening is inhoudelijk gelijk aan voorgaande versies (met uitzondering van de hierboven genoemde wijzigingen). De indeling is wel aangepast en er zijn de nodige redactionele wijzigingen doorgevoerd. Dit is gedaan vanuit het oogpunt van een zo helder mogelijke opbouw en omschrijving van het beleid. 2.1 Vaststelling met terugwerkende kracht is noodzakelijk Eind december is het laatste indexeringspercentage bekend geword en dat maakte het onmogelijk om dit raadsvoorstel eerder aan uw Raad toe te zenden. 3.1 Dit behoeft geen verdere toelichting

Kanttekeningen 1.1 Toezicht en handhaving behoeft blijvend aandacht Als regio hebben we de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met toezicht en handhaving. Het is een complex onderwerp dat de nodige zorgvuldigheid vraagt. Met de nieuwe artikelen zetten we een stap voorwaarts, maar de praktijk zal uitwijzen waar verdere aanpassingen gewenst dan wel noodzakelijk zijn. In ieder geval is duidelijk dat toezicht en handhaving de nodige inzet blijft vragen en dat zou in de toekomst ook financiële implicaties kunnen hebben. 1.2 De indexeringen vallen dit jaar fors uit Het behoeft geen betoog dat de aanzienlijke indexeringen financiële implicaties hebben. Deze indexeringen vloeien voort uit een systematiek die we de afgelopen jaren eveneens toegepast hebben. De financiële implicaties daarvan zijn dus niet het gevolg van gewijzigd beleid. Financiën Zoals hierboven al beschreven, zijn diverse bedragen geïndexeerd. Voor pgb’s voor producten zoals begeleiding is een indexering van 6% toegepast en daarmee kiezen we voor dezelfde systematiek als die bij de regionaal gecontracteerde zorg in natura is toegepast. Voor zogenoemde eenmalige pgb’s, bijvoorbeeld voor woon- of vervoersvoorzieningen is een indexering conform de consumentenprijsindex toegepast.1 Dat resulteert in een indexering van 9,7%.

De financiële effecten van deze indexeringen zijn nog niet met zekerheid te ramen, omdat dat sterk afhangt van het volume. Wat betreft de pgb’s voor jeugdhulp en Wmo-producten zoals begeleiding verwachten we over 2022 een realisatie van € 431.000. Een indexering van 6% leidt dan tot een toename in de kosten van afgerond € 26.000. Voor 2023 is in de gemeentelijke begroting een bedrag van € 382.000 geraamd en dan leidt een indexering van 6% tot een toename van afgerond € 23.000. In de begroting is echter meerjarig een afname van kosten voor pgb’s jeugd begroot en bezien vanuit dat perspectief leidt de indexering dus tot een grotere druk op de bestaande pgb-budgetten, vooral wat betreft de pgb’s voor jeugdhulp. Het budget voor pgb’s jeugd is namelijk geraamd op € 336.000 in 2022, € 298.000 in 2023 en € 258.000 voor 2024 en verder. Er lijkt voor deze pgb-uitgaven dus onvoldoende dekking te zijn in de bestaande budgetten. Het voorstel is om bij de Perspectiefnota een integrale afweging te maken van de kosten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning en daarin ook te beoordelen welke aanpassingen voor de kostenplaatsen 46620086 (PGB-voorzieningen Wmo 2015) en 46820020 (PGB Jeugd) nodig zijn. Mogelijk dat binnen het programma Jeugd nog ruimte gevonden kan worden om de toename in kosten als gevolg van indexeringen van de pgb’s te dekken.

De indexering van het pgb-tarief voor hulp bij het huishouden met 6% resulteert naar verwachting in een toename in kosten van ongeveer € 1.560 ten opzichte van de verwachte realisatie over 2022 (nl. € 26.000). Deze uitgaven drukken op het budget 46720000 (PGB Wmo-voorzieningen). Ook hier resteert een beperkte overschrijding, namelijk ongeveer € 1.850,- Ook hier geldt dat het voorstel is om bij de Perspectiefnota een aanpassing te doen.

1 In Beuningen hebben we de afgelopen jaren het indexeringspercentage gebruikt dat Schulinck via de

online kennisbank Wmo jaarlijks bekendmaakt. Dit percentage is afgeleid van de Consumentenprijsindex alle huishoudens zoals het CBS die berekent. Het CBS publiceert het jaargemiddelde over de periode januari tot en met december. De VNG en Schulinck kiezen er om praktische reden voor om een jaar te laten lopen van december tot en met november. Aangezien we de Schulinck-methode in Beuningen al jaren volgen, is die ook in de verordening toegepast en zodoende rekenen we met een percentage van 9,7%.

De indexering van eenmalige pgb’s conform de consumentenprijsindex is lastiger te ramen gezien de onvoorspelbaarheid van het aantal voorzieningen. Naar verwachting zal het financiële effect daarvan tussen de € 5.000 en € 10.000 bedragen.

De effecten van de indexeringen zijn als zodanig nog niet verwerkt in de gemeentelijke begroting 2023, omdat die indexeringen toen nog niet bekend waren. Daarom is het voorstel om deze indexeringen te verwerken in de Perspectiefnota. Tijdspad De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2023. Duurzaamheid N.v.t. Communicatie Betrokken partijen, zoals het Sociaal Team worden geïnformeerd over het vaststellen van de verordening. De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over de voorgestelde wijziging van de verordening. Evaluatie Op diverse manieren bewaken we het functioneren van de verordening. Enerzijds geeft concrete casuïstiek aanleiding om te beoordelen in hoeverre de verordening tot knelpunten leidt. Daarnaast geeft jurisprudentie richting aan de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet en daarmee aan de inhoud van de verordening. De financiële effecten worden gevolgd via de reguliere P&C-cyclus. Bijlagen 01 Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023 (at23000106) 02 02 Overzicht van wijzigingen verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023 (at23000107) Burgemeester en wethouders, Dyanne Kocken secretaris

Daphne Bergman burgemeester

Besluit d.d.

Esther Jonkman griffier

Daphne Bergman voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=16b5253f-87d1-42f6-a95b-4af35e58e3c1