CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2023-2027

Commissie Samenleving & Bestuur (S&B) 21 juni 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 202310.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-75

To ta a l

0

-7 5

Mutaties reserves: In de contractvorming die plaatsvond voor ontzanding van Geertjesgolf, werd afgesproken dat jaarlijks een bedrag gestort wordt voor ‘Maatschappelijke compensatie’. Er werd door de Raad voorgesteld om in 2024 eenmalig € 75.000 te onttrekken uit deze bestemmingreserve ‘Reserve H1 maatschappelijke compensatie’ voor het onderzoek renovatie van het Van Ghentplein te Winssen.

4.6 Financiële vertaling technische uitgangspunten

Met betrekking tot de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 gelden de

- 25 -

volgende uitgangspunten: 1. De programmabegroting moet voldoen aan wettelijke vereisten. Sinds 1 januari 2004 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Dit sluit zoveel als mogelijk aan op de verslagleggingvoorschriften van privaatrechtelijke rechtspersonen, maar laat wel ruimte aan de specifieke begrotings- en verantwoordingsvoorschriften voor gemeenten. De programmabegroting 2024 moet voldoen aan de algemene bepalingen zoals deze zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, boek 2, Titel 9 en de meer specifiekere bepalingen zoals vermeld in het BBV en de Gemeentewet. In de gemeentewet (artikel 189 lid 2) staat aangegeven dat de raad erop toe ziet dat de begroting duurzaam in evenwicht is. 2. De programmabegroting dient duidelijk en transparant te zijn. De programmabegroting moet in eerste instantie duidelijk zijn voor de raadsleden. Zij moeten op basis van deze begroting gefundeerde besluiten kunnen nemen. Daarnaast is het van belang dat het college op basis van de programmabegroting duidelijk wordt geautoriseerd tot het doen van uitgaven. Niet alleen moet duidelijk zijn hoeveel het college uit mag geven, maar ook moet duidelijk zijn welke maatschappelijke effecten de gemeenteraad nastreeft. Ten slotte is de programmabegroting van belang voor derden.

De provincie toetst de begroting; de burgers kunnen in de begroting zien hoe de gemeente omgaat met de beschikbare middelen. 3. Het bestaande beleid is de basis voor de programmabegroting. De programmabegroting 2024 wordt opgesteld op basis van huidig beleid. Dit wil zeggen dat de programmabegroting 2024 inclusief de genomen raadsbesluiten tot en met de raadsvergadering van juli 2023 worden opgenomen. Daarnaast worden ook de toekomstige ontwikkelingen vanuit het coalitieakkoord 2022-2026 opgenomen met de financiële gevolgen.

- 26 -

 Coalitieakkoord In de inleiding is vermeld dat het college het coalitieakkoord gaat vertalen in concrete voorstellen t.b.v. de programmabegroting voor de komende 4 jaar. Een nieuwe investeringsagenda zal hier deel van uitmaken. Het college wil daarmee invulling geven in de komende begrotingen vanuit het coalitieakkoord.  Investeringsagenda In het kader van de investeringsagenda wordt op basis van de feitelijke en demografische ontwikkeling van wijken, investeringen in beeld gebracht. In dat verband zal ongetwijfeld ook de bredere ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie worden meegenomen: waar is versterking nodig. Ook deze uitbreiding kan worden gekoppeld aan de groei van de gemeente. Bij de begroting hopen wij daar de eerste resultaten van te kunnen presenteren om zo de raming van de investeringsopgaven te kunnen onderbouwen.  Kostenstijgingen Daarbij geldt dat de hoge kostenstijgingen hier en daar ook aanpassingen in de begroting behoeven en wellicht om redenen van betaalbaarheid ook prioritering. Er is sprake van een hoge stijging van energie en voedsel (van invloed op CPI), bouwkosten en kosten van grond-, weg- en waterbouw. De begroting zal naar verwachting niet in staat zijn al deze stijgingen binnen de bestaande budgetten te kunnen opvangen. Op dit moment is er nog steeds sprake van forse prijsstijgingen.

In de voorbereiding van de begroting zal bekeken worden waar deze uitgangspunten incidenteel of voor een langere periode niet meer kloppen. Te denken valt aan bijvoorbeeld budgetten voor onderhoud van wegen of groen. Die worden dan in de begroting aan u voorgelegd. De volgende afwijkingen zijn hierop toegestaan en zullen apart worden weergegeven in de programmabegroting 2024: a.) Autonome groei Onder autonome groei vallen alle financiële ontwikkelingen die veroorzaakt worden door onder andere het uitbreiden van aantallen inwoners, woningen of aanvragen voor voorzieningen bijstand, WMO, paspoorten of leerlingenvervoer. In de meerjarenbegroting 2024-2027 wordt nagenoeg geen rekening gehouden met autonome groei. b.) Loonontwikkeling Het voorstel is om voor de loonontwikkeling 2024-2027 een percentage te hanteren van 5%. Dit percentage is een zo realistisch mogelijke inschatting. c) Prijsontwikkeling/ realistisch begroten 1. Wij hanteren al meerdere jaren het uitgangspunt van ‘realistisch begroten’. Op het moment dat bestaande activiteiten duurder worden leidt dit tot een aanpassing van het budget. Op voorhand wordt er geen ophoging van budget opgenomen bij deze systematiek. 2. In de begroting 2023 zal bij kredieten, die nog niet uitgegeven maar wel geraamd zijn, geen rekening worden houden met automatische prijsontwikkelingen zoals hierboven genoemd bij punt 1.

d.) Kapitaallasten - Rentelasten: Bij het berekenen van het omslagpercentage wordt rekening gehouden met 1,5% voor nieuwe langlopende leningen. Voor het deel van het financieringstekort dat de gemeente kort weg mag zetten (kasgeldlimiet) wordt rekening gehouden met 0%. Er worden geen rentekosten over eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (voorzieningen) berekend.

- 27 -

- Doorberekening rente: De commissie BBV heeft in de vorm van een stellige uitspraak aangegeven dat we voor de grondexploitaties het rentepercentage moeten relateren aan de verhouding “vreemd vermogen/totaal vermogen”. Een reden hiervoor is onder meer de VPB-plicht voor gemeenten. Hierdoor rekenen we aan de grondexploitatie een rentepercentage toe van afgerond 3,0%, meerjarig hanteren we hetzelfde percentage. Voor de riolering en afval wordt gerekend met 3,5%. Voor de overige investeringen is dit het rente omslagpercentage, geraamd 2,5%. - Vrijvallende kapitaallasten De vrijvallende kapitaallasten komen ten gunste van het begrotingsresultaat. - Inzetten kapitaallasten nieuwe investeringen Voor nieuwe investeringen wordt in het jaar volgend op het jaar van de investering de volledige kapitaallast berekend. - Actualisatie investeringsprogramma Het investeringsprogramma voor de komende jaren heeft te maken op onderdelen met prijsstijgingen door grondstof- en personeelstekorten. Riolering materialen, asfalt bij wegwerkzaamheden en hout en staal in de bouw zijn schaars en kostbaar. Het gevolg is dat verleende kredieten voor projecten niet meer afdoende zijn. Ook beheerplannen voor de openbare ruimte, het GRP en het IHP leiden tot investeringen.

Als daarbij de actuele prijzen in beeld zijn, kan ook gekeken worden naar wat de organisatie (die ook te maken heeft met een krappe arbeidsmarkt) en de gemeente daadwerkelijk kan laten uitvoeren. Op basis hiervan kunnen aan u voorstellen worden voorgelegd voor indexering van kredieten, fasering en prioritering. Deze ontwikkeling is ook actueel bij het opstellen van een investeringsagenda. e.) Algemene uitkering/ Meicirculaire 2023 Als we alle vraagstukken in beeld hebben gebracht, is natuurlijk de spannende vraag: ‘Wat krijgen we van het Rijk vergoed?’. Hiervoor bent u reeds geïnformeerd over de huidige problemen ten aanzien van het jaar 2026. Wij vertalen de uitkomsten van de meicirculaire om het budgettaire kader voor de programmabegroting te bepalen. f.) Ontwikkeling lokale lasten OZB-Ontwikkeling De ontwikkeling van het OZB-tarief en de leges wordt voor de programmabegroting 2024 vastgesteld op een stijging van 9,0% en vervolgens vanaf 2025 op 3%. Als gemeente zien we ons evenals voorgaande jaar geconfronteerd met prijsstijgingen in de markt van onder meer personele lasten, brandstof en bouwmaterialen. Door groei van taken en verantwoordelijkheden van gemeenten en de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt loopt de gemeente tegen haar grenzen aan. Dit geheel maakt dat het spanningsveld tussen ambities, uitvoeringskracht en beschikbare (financiële) middelen toeneemt.

Het is een logische stap om een stuk compensatie via de onroerendezaakbelasting te laten verlopen. Ook de uitkering van het gemeentefonds voorziet niet in een volledige compensatie van loon- en prijsstijgingen. In 2023 is rekening gehouden met 3% stijging wat een structureel hogere OZB-opbrengst betekent. Voor 2024 leidt 1% OZB-verhoging tot ca € 82.000 meer opbrengsten voor de gemeente.

Kostendekkende leges Voor de retributies (riolering en afval) geldt het uitgangspunt maximaal 100% kostendekking. Het streven is om de leges zoveel mogelijk 100% kostendekkend te laten zijn. Hierin zat tot en met 2023 nog ruimte. Deze is ingezet vanaf 2024. Het is de verwachting dat per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking treedt. Hiervoor zal een nieuwe legestabel worden gemaakt. Over de belangrijke onderdelen wordt u hierover later geïnformeerd.

- 28 -

Een overzicht van de uitgangspunten: Uitgangspunten begroting 2024 - 2027

2024

2025

2026

2027

Loonontwikkeling*

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

Kortlopende geldleningen o/g

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Langlopende geldleningen o/g

1,5%

1,5%

1,5%

1,5%

Rente doorbelasting aan:

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

-

Grondexploitatie

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

-

Riolering en afval

3,5%

3,5%

3,5%

3,5%

-

Investeringen rente omslagpercentage

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

Ontwikkelingen overige lokale lasten***

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

Onroerende zaakbelasting trendmatige verhoging**

9,0%

3,0%

3,0%

3,0%

Leges verhoging kostendekkende ****

100%

100%

100%

100%

Uitkering gemeentefonds

Mei-23

Mei-23

Mei-23

Mei-23

* 2024-2027 reeds 3% indexering toegepast. Extra verhoging met 2% per jaar naar 5% voor alle komende jaren. ** Onroerende zaakbelasting wordt trendmatig jaarlijks met 3% verhoogd. Extra verhoging in 2024 met 6% naar 9% heeft het volgende financiële effect. Latere jaren blijven 3%. ***o.a. leges burgerzaken (indien er geen sprake is van een gemaximeerd bedrag) **** De vergunning taken naar een kostendekkend niveau brengen.

- 29 -

Hieronder zijn de grootste wijzigingen van de uitgangspunten in financiële gevolgen vertaald. Tabel 4.6: Fin an ciele gevolgen u itgan gspu n ten begrotin g 2024-2027 Bedragen in € 1000 (+ = baat,voordeel/ -= last,nadeel)

2024

2025

2026

2027

Loonstijging personeel naar 5 % i.p.v. 3% (+ 2%)

2023

-550

-870

-1.200

-1.700

Onroerende zaakbelasting 2024 9% i.p.v. 3% (+ 6%)

480

495

510

525

Leges kostendekkendheid 100% (was 73%, 1% = € 7.000)

175

175

175

175

Toeristenbelasting van € 1,68 naar € 2,- (+ 19%, 1% is € 2.200)

42

42

42

42

147

-1 5 8

-4 7 3

-9 5 8

To ta a l

0

4.7 Dekking vanuit spaarprogramma Tabel 4.7: Inzet spaarprogramma Bedragen in € 1000 (+=baat,voordeel/ -=last,nadeel)

2023

2024

Onttrekking uit de jaarlijkse toevoeging (spaarprogramma)

679

1.366 1.366 1.366 1.366

Totaal

679

1.366

2025

2026

2027

Product: Storting reserves dienstjaar

1.366

1.366

1.366

De algemene reserve is het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. Dit vormt een buffer voor financiële tegenvallers. De algemene reserve wordt jaarlijks aangevuld in het kader van het spaarprogramma met € 1.366.000. Om begrotingsjaar 2023 sluitend te maken wordt voorgesteld om in 2023 € 679.000 van het spaarprogramma minder toe te voegen aan de algemene reserve en inzet van het spaarprogramma vanaf 2024 voort te zetten voor het volledig beschikbare bedrag.

- 30 -

4.8 Afkortingenlijst AU BBV BZK CAO CEP CPI DRAN EZ GGD GMR GGZ GREXEN GRWP GRP GS HAN IHP IOAW LAG LOS LPO MFA MGR ODRN OZB P&O POH Qx R&T SHV vGRP VRGZ VNG VPB WMO WOZ

Algemene Uitkering Besluit Begroting en Verantwoording Binnenlandse Zaken Collectieve Arbeids Overeenkomst Centraal Economisch Plan Consumenten Prijs Index Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen Economische Zaken Gemeentelijke GezondheidsDienst Groene Metropool Regio Geestelijke GezondheidsZorg Grondexploitaties Gemeentelijk Riool en WaterPlan Gemeentelijk Rioleringsplan Gescheiden stelsel Hogeschool Arnhem Nijmegen Integraal HuisvesteringsPlan Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers Locale Actie Groep Lokale Ontwikkel Strategie Loon prijs compensatie MultiFunctionele Accommodatie Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen Onroerende ZaakBelasting Personeel en Organisatie Praktijk Ondersteuner Huisarts Kwartaal x Recreatie en Toerisme Schuldhulpverleners verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Vereniging Nederlandse Gemeenten Vennootschapsbelasting Wet Maatschappelijke Ondersteuning Wet Waardering Onroerende Zaken

- 31 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=6b9b6645-817b-4842-bf49-c2b035c7f3d7