OUD Bijlage 1 Verordening jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
Tekst van het document
HOOFDSTUK 6. VERHOUDING PRIJS - KWALITEIT, KLACHTEN EN MEDEZEGGENSCHAP Artikel 27. Kwaliteitseisen Dit artikel sluit aan bij de kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen zoals opgenomen in paragraaf 4.1. van de Jeugdwet. Artikel 28. Meldingsregeling calamiteiten en geweld In aanvulling op de landelijke regels voor het melden van calamiteiten is in de verordening een bevoegdheid voor het college opgenomen om een toezichthouder Jeugdwet aan te wijzen.
Artikel 29. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen De wet bepaalt dat de verordening regels moet bevatten over de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs en kwaliteit van een voorzieningen. Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs, bevat dit artikel een aantal andere aspecten waar het college rekening mee dient te houden. Lid 1 In dit artikel wordt geregeld dat het college voor het leveren van een dienst door een derde, ofwel een vaste prijs vaststelt, ofwel een reële prijs vaststelt die geldt als ondergrens voor een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde of die geldt als ondergrens voor de vaste prijs. In het geval het college een reële prijs vaststelt, is het mogelijk dat inschrijvers een hoger tarief dan de reële prijs neerleggen. Het is niet mogelijk een lagere prijs neer te leggen. Als het college een vaste prijs vaststelt, dan is het tarief voor de inschrijvers gelijk aan de vaste prijs. Artikel 30. Klachtregeling Het college behandelt klachten van de jeugdige en/of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de Verordening interne en externe klachtenbehandeling 2022.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
45
Voor de melding van klachten over de feitelijke hulpverlening moeten jeugdige of zijn ouders zich richten tot de aanbieder/instelling die de hulpverlening biedt. De klachtmogelijkheid tegenover de aanbieder is geregeld in artikel 4.2.1 e.v. van de Jeugdwet. Artikel 31. Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.10 van de Jeugdwet in samenhang met artikel 2.1.3 lid 3 van de Wmo 2015. Op grond van die bepalingen moet in de verordening worden geregeld hoe ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen en ouders, worden betrokken bij de vormgeving van het jeugdbeleid.
HOOFDSTUK 7 CONTROLE, TOEZICHT EN HANDHAVING Artikel 32. Controle Op grond van artikel 2.9, onderdeel d, van de Jeugdwet dienen in de verordening regels te worden gesteld over de bestrijding van ten onrechte ontvangen van een individuele voorzieningen (natura of persoonsgebonden budget), alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet. Essentieel daarbij is dat het college periodiek controles uitvoert naar het gebruik en de besteding van voorzieningen op grond van de Jeugdwet. In dit artikel van de verordening wordt de basis gevormd voor de aanwijzing van toezichthouders rechtmatigheid op grond van de Jeugdwet. Toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp is belegd bij de IGJ. Artikel 33. Reikwijdte De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de rechtmatigheid van de ingezette jeugdhulp. In dit artikel wordt ondubbelzinnig weergegeven hoe de gemeente de reikwijdte van deze verantwoordelijkheid ziet. Toezicht en handhaving strekt zich uit tot zorg in natura als ook een met persoonsgebonden budget-gefinancierde zorg. Het strekt zich uit tot de wettelijke bepalingen, de onderliggende landelijke en lokale regelgeving en de afgesloten overeenkomsten en subsidierelaties. Artikel 34. Toezicht In dit artikel worden allerlei verschillende typen onderzoek uiteengezet.
Ook dit heeft te maken met de reikwijdte van de toezicht- en handhavingsbevoegdheid van het college. Uiteraard dient bij de inzet van de verschillende typen onderzoek in het oog te worden gehouden dat deze proportioneel moeten worden ingezet. Om dit te borgen wordt een controleplan opgesteld dat de escalatieladder in kaart zal brengen. Artikel 35. Bevel Het bevel is een zwaar middel dat niet lichtzinnig moet worden ingezet. De door de toezichthouder aangetroffen situatie is dermate ernstig dat het treffen van maatregelen geen uitstel kan lijden. Bij zorg in natura zal het bevel zich richten tot de zorgaanbieder. Bij pgb-gefinancierde zorg zal het bevel zich richten tot de budgethouder, omdat we als gemeente daar de juridische relatie mee hebben. De budgethouder zal de aanbieder moeten aansporen om de noodzakelijke veranderingen onverwijld door te voeren. Artikel 36. Inspectierapport De geconstateerde bevindingen worden door de toezichthouder vastgelegd in een inspectierapport. Bij fraudesignalen zal dit een frauderapport zijn. Dit rapport zal doorgezet worden naar de gemeente.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
46
Daarna zal het in de regel, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten, openbaar worden gemaakt door publicatie. In het derde lid is verduidelijkt dat de reactiemogelijkheid zich beperkt tot feitelijke onjuistheden. Dit is nog geen hoor-wederhoor in het kader van een voorgenomen besluit. Dat zal immers plaatsvinden vanuit de gemeente. Dat is ook de reden dat de budgethouder in deze reactiemogelijkheid nog niet betrokken wordt. De budgethouder wordt gehoord in de voorbereiding van een besluit. In het vijfde lid is opgenomen dat de hoofdregel openbaarmaking van het rapport is. Zwaarwegende redenen kunnen maken dat openbaarmaking achterwege blijft. Dit zal zich vooral kunnen voordoen bij fraudeonderzoeken, waar het onderzoek zich meer richt op het handelen (en daarmee verdenkingen tegen) van individuen.
Artikel 37. Aanwijzing De aanwijzing is een eerste stap om te beogen de situatie terug te brengen in de rechtmatige toestand. Bij fraude zal er niet gauw sprake van een aanwijzing, vanwege het doelbewuste onrechtmatig handelen. Tijdens de looptijd van de aanwijzing kunnen al andere maatregelen genomen worden als de situatie daartoe aanleiding geeft. Artikel 38. Hersteltermijn De genoemde hersteltermijn is een uitgangspunt. In de praktijk zal deze afgestemd worden op de aangetroffen situatie, houding en gedrag van de aanbieder, eventuele eerdere constateringen bij deze aanbieder en de veiligheid van cliënten. Artikel 39. Cliëntenstop en verscherpt toezicht Een cliëntenstop dient een dubbel doel. In de eerste plaats is het een middel om de situatie te bevriezen. Het is onwenselijk dat er nieuwe cliënten blijven instromen in een situatie die we als ondermaats of onrechtmatig beschouwen. Het moet prioriteit hebben om de huidige situatie te herstellen, voordat er sprake kan zijn van nieuwe cliënten. In de tweede plaats is een cliëntenstop ook een financiële prikkel voor de aanbieder om vaart te maken met het doorvoeren van de noodzakelijke wijzigingen. In het artikel zijn verschillende vormen van een cliëntenstop opgenomen, die afhankelijk van de situatie kunnen worden opgelegd.
Verscherpt toezicht zal in de regel aan de orde zijn als het noodzakelijk is om tussentijdse voortgang te monitoren. Artikel 40. Vervolgonderzoeksrapport Het ligt in de lijn dat de toezichthouder na afloop van een hersteltermijn de aanbieder opnieuw zal bezoeken en een nieuw rapport zal opmaken. Artikel 41. Handhavingsmaatregelen Bij geconstateerde misstanden volgt handhaving. Dit artikel is de kern van de mogelijkheden die het college daarbij heeft. De rechter heeft eerder in een zaak van de gemeente Almelo geoordeeld dat er een concrete wettelijke basis moet zijn om in het kader van de Jeugdwet een last onder dwangsom op te mogen leggen. Om die reden is deze mogelijkheden opgenomen in deze verordening.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
47
Artikel 42. Inzet privaatrechtelijke middelen en opschorten betaling De maatregelen van artikel 37 zijn bestuursrechtelijk van aard. Met de aanbieders van zorg in natura hebben we daarnaast veelal een contractuele relatie. In lid 1 is nog eens benadrukt dat ook civielrechtelijk tegen misstanden kan worden opgetreden. Deze keuze is aan het college en is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. De handhavingsmaatregelen kunnen ook samengaan met het (verzoek tot) opschorten van betalingen zoals opgenomen in het vierde lid. Artikel 43. Register Jeugdigen en/of ouders die zorg of ondersteuning krijgen mogen een voorkeur aangeven voor een bepaalde aanbieder. Bij een persoonsgebonden budget zijn ze zelfs verantwoordelijk voor de inkoop bij een bepaalde aanbieder. Goede informatie is daarbij essentieel. Om die reden worden inspectierapport bij hoofdregel ook openbaar gemaakt. Op de website van het Regionaal ondersteuningsbureau (ROB) zal het genoemde overzicht worden bijgehouden. Artikel 44. Meldingsplicht Bij toezicht hebben we te maken met schaarse capaciteit. Dit betekent dat in 2015 de keuze is gemaakt om signaalgestuurd te gaan werken. Signalen kunnen afkomstig zijn van (oud-)cliënten, (oud-)werknemers en ook de aanbieder zelf.
Als een aanbieder ziet aankomen dat hij niet langer aan de afspraken met de gemeente kan voldoen, is het primair zijn verplichting om dit proactief bij het college te melden. Op die manier kunnen partijen vroegtijdig met elkaar in gesprek gaan om passende afspraken te maken.
HOOFDSTUK 8. AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN In dit hoofdstuk wordt de afstemming tussen de jeugdhulpplicht ten opzichte van andere wettelijke voorzieningen geregeld. Waar het de afbakening met andere wetgeving betreft, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wmo 2015, is artikel 1.2, van de wet van toepassing. Als de jeugdige aanspraak kan maken op zorgverlening op grond van één van deze (andere) wetten, dan is de Jeugdwet niet van toepassing. Als echter i) meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen en stoornissen en ii) de jeugdige daardoor aanspraak kan maken op zorgverlening uit een recht op zorg uit de Wlz, een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw én de Jeugdwet, dan is het college gehouden een voorziening te treffen op basis van de Jeugdwet. Ook de voorziening als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b, van de Jeugdwet is uitgezonderd van het uitgangspunt dat geen voorziening op grond van de Jeugdwet hoeft te worden verstrekt als aanspraak bestaat op de Wlz, de Zvw, of de Wmo 2015. Een andere belangrijke wettelijke afbakening is te vinden met onderwijswetgeving. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet.
Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit onderwijswetgeving is deze wetgeving voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. Als een gedragswetenschapper Ernstige Dyslexie (ED) vaststelt, maar daarvoor géén behandelindicatie afgeeft, dan is geen sprake van jeugdhulp. Dat betekent dat onderwijs in dat geval
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
48
(ook voor deze jeugdige) verantwoordelijk blijft voor goed lees- en spellingsonderwijs in de klas, eventuele extra begeleiding in de klas en andere specifieke interventies. Het onderzoek van de gedragswetenschapper is overigens wél een vorm van jeugdhulp onder de Jeugdwet. Intelligentietesten die worden afgenomen met een ander doel dan ten behoeve van onderwijs en het vaststellen van de behoefte aan behandeling van leerstoornissen, huiswerkbegeleiding, remedial teaching of motorische remedial teaching (MRT), begeleiding op school (voor zover gericht op het leerproces), dyscalculie, behandeling stoornis op gebied van leren en begeleiding bij ernstige taal- en spraakmoeilijkheden, kunnen wel onder jeugdhulp vallen. Dat is bijvoorbeeld het geval als intelligentieonderzoek nodig is om onduidelijkheid op te lossen die is ontstaan door een opvoedingsprobleem van de ouders over de onderwijsbehoefte van een jeugdige. Of als intelligentieonderzoek onderdeel is van een diagnostisch proces in het kader van jeugdhulp.
Artikel 45. Andere voorzieningen Eerste en tweede lid Op grond van artikel 1.2, eerste lid, onder a, van de Jeugdwet is het college niet gehouden een voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet als er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wlz, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoel in de Zorgverzekeringswet. Evenmin is het college gehouden een voorziening op grond van de Jeugd wet te treffen indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015. Kan de jeugdige aanspraak maken op zorgverlening op grond van één van deze wetten, dan is de Jeugdwet niet van toepassing. Wel geldt volgens dit artikel dat als (i) meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen en stoornissen en (ii) de jeugdige daardoor aanspraak kan maken op zorgverlening uit een recht op zorg uit de Wlz, een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw én de Jeugdwet, het college gehouden is een voorziening te treffen op basis van de Jeugdwet.
Derde lid Op het moment dat er een aanvraag wordt gedaan, terwijl er aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling dan worden de jeugdige of zijn ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger naar de juiste instantie verwezen. Daarmee wordt voorkomen dat ze tussen de wal en het schip vallen.
Artikel 46. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning Op grond van artikel 2.9, aanhef en onder b, van de Jeugdwet moet in de verordening ook geregeld zijn op welke wijze de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Afstemming betekent samenwerking met uitvoerders van andere wet- en regelgeving om de problematiek binnen het gezin te verminderen of zelfs op te lossen. Als de hulp vanuit de Jeugdwet niet (langer) volstaat, dan zal de overgang naar hulp vanuit een andere Jeugdwet goed
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
49
afgestemd moeten worden. Jeugdigen mogen niet in een gat vallen waar aanspraken uit de gelijktijdig toepasselijke wet- en regelgeving niet naadloos op elkaar aansluiten. Eerste lid Het eerste lid bevat een opsomming van wetten en beleidsregels op basis waarvan recht zou kunnen bestaan op voorzieningen die ook relevant kunnen zijn bij het inzetten van jeugdhulp. Met de opname van deze wetten krijgt het college een uitdrukkelijke opdracht en bevoegdheid om de inzet van jeugdhulp in elk geval hierop af te stemmen. De lijst is niet limitatief. Tweede en derde lid Het tweede en derde lid bakenen het doel van het zoeken van afstemming af. Zij normeren de inzet van het college bij de afstemming. Vierde lid Het zorgen voor afstemming van voorzieningen is een uitdrukkelijke opdracht aan het college. Het college is daarbij echter afhankelijk van de medewerking van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger. Het vierde lid maakt duidelijk dat het niet verlenen van de noodzakelijke medewerking kan leiden tot het beëindigen van het onderzoek naar het recht op een individuele voorziening en het weigeren van een individuele voorziening. Het college is daarmee niet gehouden het onderzoek zonder medewerking voort te zetten of een voorziening te verstrekken.
Het college maakt hier wel een afweging, waarbij de onderzoeksbelangen en de eventueel opgegeven redenen om medewerking te weigeren een rol kunnen spelen. Vijfde en zesde lid Het vijfde en zesde lid regelen de afstemming van het recht op voorzieningen bij de overgang naar volwassenheid. Het is belangrijk dat jeugdigen bij het bereiken van het achttiende levensjaar, of het eenentwintigste of drieëntwintigste levensjaar bij verlengde jeugdhulp, niet plotseling zonder passende voorzieningen komen te zitten. Deze bepaling regelt dat er daarom al vanaf het zestiende levensjaar van de jeugdige bij de inzet van voorzieningen wordt gekeken naar de afstemming van de in te zetten voorziening op de mogelijk in de toekomst in te zetten voorzieningen.
HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 47. Evaluatie Deze evaluatie is niet hetzelfde als de evaluatie die op centraal (rijks)niveau (zie artikel 12.2 van de Jeugdwet) plaatsvindt, maar kan wel de daarin verzamelde gegevens gebruiken. Artikel 48. Hardheidsclausule Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of ouders kan afwijken van de bepalingen van deze verordening. Dit geldt dus niet van de in de Jeugdwet zelf genoemde bepalingen. Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen bij een expert. Afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de betrokken jeugdige of ouders. Verder staat uitdrukkelijk opgenomen: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. Gaat het om het verlenen van individuele jeugdhulpvoorzieningen, dan verplicht artikel 2.3 Jeugdwet het college
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
50
maatwerk te verrichten. Gebruik van de hardheidsclausule zal daarom in dat opzicht niet snel aan de orde komen. In uitzonderingsgevallen kan het bijvoorbeeld spelen bij de regels rondom het verstrekken van een persoonsgebonden budget. Bij toepassing van de hardheidsclausule moet het college uitgebreid motiveren waarom in de desbetreffende situatie van de verordening wordt afgeweken.
Artikel 49. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Dit artikel bevat overgangsrecht en regelt welke verordening in een aantal situaties van toepassing is op het moment dat de nieuwe verordening in werking treedt. In het tweede lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten (op basis van de oude verordening) doorlopen, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. Tot slot is in lid 3 vastgelegd dat aanvragen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van de nieuwe verordening beoordeeld worden.
Artikel 50. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
51
Bijlage 1 Protocol (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht in het kader van de Jeugdwet In deze bijlage wordt nader gedefinieerd wat het college verstaat onder het benutten van de eigen kracht en gebruikelijke hulp zoals bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 13: beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. In elk individueel geval past een deskundige de richtlijnen zoals opgenomen in dit document toe afgestemd op de individuele situatie. Benutten eigen kracht Van jeugdigen en ouders wordt, voor zover binnen hun mogelijkheden, verwacht dat zij hun eigen kracht benutten om te voorzien in de behoefte aan hulp en ondersteuning door: • Gebruikelijke hulp te bieden; • Bovengebruikelijke hulp te bieden; • Oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen of te verminderen. Dit kan zowel het vergroten van de draagkracht als verminderen van de draaglast betekenen; • Het belang van het kind voorop te stellen, ook vóór de (werk)carrière en woonruimte; • Zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten; • Werktijden waar mogelijk aan te passen; • Opvoedings- en verzorgingstaken van de andere ouder tijdelijk over te nemen als deze hier tijdelijk niet toe in staat is; • Het sociaal netwerk in te zetten en, waar het sociaal netwerk tekortschiet, te werken aan het vergroten van het sociaal netwerk.
Dit kan ook gaan om het sociale netwerk voor de jeugdige; • De aanvullende verzekering zorgverzekeringswet (in het bijzonder voor vaktherapie) aan te spreken; • Gebruik te maken van informele en professionele- voorzieningen die mogelijkheden bieden tot opvang (zoals de Wet kinderopvang), vrijetijdsbesteding (zoals sporten) of ontlasting (zoals buurtgezinnen of de logeervoorziening (het Respijt) van Ixta Noa), voor de jeugdige met een hulpvraag, voor andere kinderen en de ouder(s); • De jeugdige voltijds onderwijs te laten volgen, te ondersteunen in de ontwikkeling van de daartoe noodzakelijke vaardigheden en zo nodig vervoer van en naar school te organiseren • De eigen problematiek te verminderen en eigen vaardigheden te vergroten, bijvoorbeeld door informatie of steun te zoeken, het deelnemen aan oudergroepen of coaching trajecten vanuit het voorliggende aanbod, hulp te accepteren bij financiële problemen of door een beroep te doen op de Zorgverzekeringswet voor behandeling. • Zaken die op ouderniveau tot conflicten leiden zo goed als mogelijk buiten de interactie met de jeugdige te houden, zich in te spannen voor het maken van afspraken over de omgang met de jeugdige en zich in te zetten voor het staken van eventuele inter-ouderstrijd, ook buiten de aanwezigheid van het kind om.
Ook van gescheiden ouders wordt verwacht dat zij, in het belang van het kind, communiceren of ondersteuning zoeken via bijvoorbeeld mediation. Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is de hulp waarvan wij verwachten dat ouders deze aan hun kinderen geven en die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Ouders zijn verplicht deze hulp te bieden vanuit hun verzorgings- en opvoedingsplicht. Ouders zijn eerstverantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Dit betekent niet per definitie dat de ouder alle gebruikelijke hulp zelf moet bieden. De ouder kan ook organiseren dat een andere persoon deze hulp gedeeltelijk biedt.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
52
Voor de definitie van wat gebruikelijk is, maken wij gebruik van het rapport 'Opgroeien en opvoeden: normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en ouders' van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). In dit rapport (pagina 26 t/m 29) weergeeft het NJI vanuit het levensloopmodel per leeftijdsgroep een overzicht van belangrijke gebruikelijke ontwikkelingstaken, gebruikelijke opvoedingsopgaven en uitdagingen. De hulp van de ouder die hiervoor nodig is, begrijpen wij als gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp kan daarbij zowel bestaan uit handelingen gericht op 'ondersteunen en stimuleren' als op 'structureren en begrenzen'. Dit in lijn met de twee pijlers voor opvoeding die het NJI schetst in het eerdergenoemde rapport (pagina 11): 'De eerste pijler betreft de affectieve band tussen ouders en kinderen, de mate waarin ouders betrokken zijn bij hun kind, de emotionele ondersteuning die zij hun kind bieden en de ruimte die zij hun kind geven om eigen initiatieven te ontplooien. Bij de eerste pijler hoort ook het ondersteunen en stimuleren van de ontwikkeling van het kind: samen praten, uitleg geven, spelen, voorlezen. De tweede pijler betreft het bieden van structuur en houvast en de noodzaak om ongewenst gedrag tijdig te corrigeren. Het gaat dan om het stellen van regels en grenzen aan het gedrag van kinderen en het toezicht houden op wat ze doen.
Het evenwicht tussen ondersteunen en structureren wordt als belangrijk kenmerk genoemd voor het beoordelen van een opvoedingssituatie' Voor de beoordeling van de omvang van de gebruikelijke hulp wordt verder rekening gehouden met: • De leeftijd van de jeugdige. Er bestaan verschillen in de hulp die jeugdigen van dezelfde leeftijdscategorie nodig hebben. Ieder kind is uniek in het tempo en de manier waarop het bepaalde ontwikkelingstaken voltooit. • De aard van de (zorg)handelingen Gebruikelijke hulp kan ook bestaan uit handelingen die niet standaard zijn bij alle jeugdigen, maar wel andere gebruikelijke handelingen vervangen. Voorbeelden hiervan zijn het geven van medicijnen of het geven van sondevoeding in plaats van eten, het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen of het oefenen met pictogrammen in plaats van topografie. • De samenloop, ofwel de frequentie en het patroon, van (zorg)handelingen Handelingen die plaatsvinden binnen de normale dagelijkse hulp aan een kind kunnen gebruikelijke hulp zijn. Voorbeeld hiervan is het aanreiken van spullen of speelgoed na een maaltijd of drinkmoment bij jeugdigen met een lichamelijke beperking. • De met de (zorg)handelingen gemoeide tijd De tijd die zorghandelingen kosten, kan betekenen dat niet langer van gebruikelijke hulp sprake is. Dit is bijvoorbeeld zo bij het wassen en kleden bij een jeugdige met spasticiteit.
Definitie gebruikelijke hulp per ontwikkelingsfase Hieronder zijn per ontwikkelingsfase richtlijnen opgenomen die aangeven wat gebruikelijke hulp is. Gebruikelijke hulp (afhankelijk van de omvang) ongeacht de ontwikkelingsfase van het kind: Alle kinderen hebben nodig: • Een beschermende woonomgeving waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd; • Beschikbaarheid van de ouders; • Betrokkenheid, emotionele- en praktische ondersteuning;
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
53
• •
•
•
• • •
Informatie en uitleg om de wereld te leren begrijpen en zich voor te bereiden op wat er komen gaat; Hulp bij de ontwikkeling van de zelfstandigheid en autonomie, en ruimte om zelf te doen en ontdekken. Uitgangspunt is dat kinderen moeten loskomen van de afhankelijkheid van ouders en een niveau van autonomie moeten ontwikkelen dat past bij hun ontwikkeling. Structuur, houvast, regels, grenzen aan het gedrag en tijdige correctie van ongewenst gedrag nodig, en toezicht op wat ze doen. Het stellen van grenzen en omgaan met boosheid of weerstand van de jeugdige hoort bij het ouderschap. Hulp bij het vergroten van vaardigheden en kennis (bijvoorbeeld ten behoeve van de cognitieve ontwikkeling, taalontwikkeling, motorische ontwikkeling en sociaal emotionele ontwikkeling) Hulp bij de omgang met beeldschermen (tv, tablet, telefoon, tablet) en gaming, (social) media en internet Hulp bij het verplaatsen van/naar voorzieningen, zoals school of jeugdhulp. Hulp bij voor de ontwikkelingsfase van het kind normale uitdagingen;
De handelingen behorend bij bovengenoemde hulp veranderen wanneer een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. Gebruikelijke hulp voor jeugdigen van 0 t/m 2 jaar Deze jeugdigen hebben aanvullend nodig: • Beschikbaarheid en hulp bij alle activiteiten; • Zeer nabij toezicht; • Hulp bij exploratie, spelen en praten, bewegen en verplaatsen; • Hulp bij hun lichaamsbeheersing en fysiologische zelfregulatie (zindelijkheid, zien, horen, eten, drinken, objecten vastpakken, zitten, kruipen, lopen en klauteren); • Hulp bij gebruik van medicatie; • Hulp bij normale uitdagingen: voedingsproblemen; slaapproblemen; scheidingsangst; angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties; incidenteel huilen. Gebruikelijke hulp voor jeugdigen van 2 t/m 4 jaar Deze jeugdigen hebben aanvullend nodig: • Beschikbaarheid en hulp bij alle activiteiten; • Zeer nabij toezicht. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv.
ouder kan was ophangen in andere kamer); • Hulp bij zelfsturing/zelfregulatie (impulscontrole, emoties, gedrag, omgang leeftijdsgenootjes), waaronder ook zindelijkheidstraining en controle bij de toiletgang; • Hulp bij wassen, aan- en uitkleden, eten, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • Hulp bij exploratie, spelen/vrijetijdsbesteding en praten, bewegen en verplaatsen; • Hulp bij het zich in het verkeer begeven; • Hulp bij gebruik van medicatie; • Hulp bij normale uitdagingen (2-4 jaar): angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties; koppigheid; driftbuien; agressie; ongehoorzaamheid; druk gedrag; niet zindelijk zijn; zeuren/driftbuiten om beeldschermgebruik of kopen geadverteerde producten.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
54
Gebruikelijke hulp voor jeugdigen van 4 t/m 6 jaar Deze jeugdigen hebben aanvullend nodig: • Beschikbaarheid en hulp bij veel activiteiten; • Zeer nabij toezicht. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); • Hulp bij zelfsturing/zelfregulatie (impulscontrole, emoties, gedrag, omgang leeftijdsgenootjes), waaronder ook zindelijkheidstraining en controle bij de toiletgang; • Hulp bij persoonlijke verzorging, aan- en uitkleden, eten, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • Hulp bij exploratie, spelen/vrijetijdsbesteding en praten, bewegen en verplaatsen; • Hulp bij het zich in het verkeer begeven; • Hulp bij gebruik van medicatie; • Hulp bij normale uitdagingen (4-6 jaar): niet gegronde angsten; ruzies met leeftijdsgenoten; zindelijkheid; concentratieproblemen, schoolweigering; gebrek zelfsturing; Gebruikelijke hulp voor jeugdigen van 6 t/m 12 jaar Deze jeugdigen hebben aanvullend nodig: • Nabij toezicht. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. jeugdige kan buitenspelen in directe omgeving van de woning); • Geleidelijk minder hulp bij persoonlijke verzorging (bijv. wassen, tandenpoetsen), mogelijk nog wel toezicht nodig; • Hulp bij spelen/ontplooien activiteiten ten behoeve van invulling vrije tijd (bijv. hobby, sport, sociale contacten); • Hulp bij schoolgang of schoolvervangende activiteit.
Uitgangspunt is dat deze kinderen en reguliere dagbesteding op school hebben oplopend van 22 tot 25 uur per week. • Hulp bij bewust leren omgaan met internet en (social) mediavaardigheden; • Hulp bij weinig voorkomende zindelijkheidsproblemen in de nacht; • Hulp bij gebruik van medicatie; • Hulp bij het zich in het verkeer begeven wanneer zij van en naar school, schoolvervangende activiteit of vrijetijdsbesteding gaan. Vanaf circa 8-10 jaar kan een kind dit ook zelf (afhankelijk van de route e.d.). • Hulp bij normale uitdagingen: ruzies, pesten, concentratieproblemen, laag prestatieniveau; niet naar school willen; incidenteel stelen of vandalisme; overmatig gamen/televisie/mediagebruik, (vanaf ca. 8 jaar) cyberpesten Gebruikelijke hulp voor jeugdigen vanaf 12 jaar Deze jeugdigen hebben aanvullend nodig: • Geen voortdurend toezicht; • Toezicht op gebruik medicatie; • Weinig toezicht op persoonlijke verzorging; • Alleen gelaten worden. Jeugdigen kunnen vanaf ca. 10 jaar kort (max. enkele uren) alleen gelaten worden, vanaf ca. 16 jaar een dag en/of een nacht en kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • Vanaf ca. 16 jaar: toenemend meer symmetrie in de relatie, eigen keuzes en beslissingen laten maken;
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
55
• • • •
Hulp bij ontplooien activiteiten ten behoeve van invulling vrije tijd (bijv. hobby, sport, sociale contacten) Hulp bij schoolgang, schoolvervangende activiteit of opleiding. Uitgangspunt is dat deze kinderen en reguliere dagbesteding op school hebben oplopend van 22 tot 25 uur per week. Hulp bij leren vaardigheden zelfstandig wonen; Hulp bij normale uitdagingen: onzekerheid over bijvoorbeeld uiterlijk; onderschatting of soms overschatting van zichzelf; wisselend humeur; incidenteel spijbelen; incidenteel gebruik van alcohol en drugs; twijfels over identiteit of toekomst; problemen met autoriteiten; overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer).
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
56
Bijlage 2 Kwaliteitseisen zorgaanbieders persoonsgebonden budget Het college is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van jeugdhulp, ook als deze wordt geboden via een persoonsgebonden budget. Daarom stelt het college ook kwaliteitseisen aan deze zorgaanbieders. Deze eisen sluiten aan op wet- en regelgeving en kwaliteitseisen gesteld aan gecontracteerde aanbieders. Er wordt, voor zover relevant, onderscheid gemaakt tussen kwaliteitseisen die voor alle vormen of specifieke vormen van jeugdhulp gelden. De eisen 20 t/m 24, gelden niet voor vervoersvoorzieningen. Eisen 1. 2.
3.
4. 5.
6. 7.
8. 9.
De zorgaanbieder staat ingeschreven bij het Handelsregister (conform artikel 5 Handelregisterwet 2007). De zorgaanbieder informeert de budgetbeheerder actief als deze (tijdelijk) niet voldoet aan een of meerdere gestelde eisen uit deze bijlage of afspraken gemaakt met de budgetbeheerder. De zorgaanbieder beschikt over een transparante, ordelijke en controleerbare administratie waarin facturen zijn te herleiden naar de feitelijk geleverde hulp en die voldoet aan de minimumeisen die de belastingdienst stelt aan de zorgaanbieder. De administratie is volledig, juist en actueel. De zorgaanbieder voldoet aan de op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving, waaronder ook de wettelijke deponeringsplichten voor de jaarrekening en de AVG. De zorgaanbieder voldoet ook aan de arbeidstijdenwet en Arbowet. Dit betekent bijvoorbeeld dat een beroepskracht niet langer dan 12 uur aaneengesloten mag werken en niet meer dan 60 uur per week mag worden ingezet. Naleving hiervan is belangrijk om de overbelasting van beroepskrachten te voorkomen. De zorgaanbieder kan een Verklaring Omtrent Gedrag van de rechtspersoon overleggen. De zorgaanbieder is integer. Er is in de afgelopen drie jaar geen sprake geweest van een ernstige fout in de uitoefening van het beroep ofwel gedragingen en omstandigheden met een kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst.
Er is geen gevaar dat het persoonsgebonden budget zal worden gebruikt om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of (ii) strafbare feiten te plegen. De zorgaanbieder past de geldende arbeidsvoorwaarden toe die passen bij de branche (cao of gelijkwaardig). De zorgaanbieder draagt zorg voor de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit door aantoonbaar met een kwaliteitsmanagementsysteem te werken. De zorgaanbieder kan dit aantonen door te overleggen a. een voor de individuele voorziening relevant keurmerk/certificaat. Onder een relevant/keurmerk wordt in ieder geval verstaan een voor de individuele voorziening relevant HKZ (voor zzp’ers), ISO 9001, Prezo, ISO 9001 voor de zorg (NEN-EN 15224)
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
57
10.
11.
12.
13.
14. 15.
16.
17. 18.
certificaat of een ter zake relevant keurmerk zoals het Keurmerk Kwaliteitskompas Gehandicaptenzorg 2023-2028; of b. bewijsmiddelen waaruit blijkt dat er een traject is gestart dat binnen zes maanden in toekenning van dit relevant keurmerk/certificaat resulteert; of c. een gelijkwaardig bewijsmiddel dat past bij de aard en omvang van de aanbieder. Indien de zorgaanbieder van oordeel is te beschikken over een gelijkwaardig bewijsmiddel, is het aan de zorgaanbieder de gelijkwaardigheid aan te tonen. De zorgaanbieder zet continu in op de ontwikkeling van het vakmanschap van zijn beroepskrachten. De zorgaanbieder maakt ten behoeve van de doorontwikkeling van beroepskrachten gebruik van de kennis/richtlijnen/instrumenten die door diverse beroepsverenigingen, brancheverenigingen en kennisinstituten worden ontwikkeld en maakt gebruik van methoden (denk aan casusbesprekingen), zorgaanbieder draagt in ieder geval zorg voor een professionele en werkbare kennisbank voor beroepskrachten. De zorgaanbieder beschikt over een klachtenregeling die ook voorziet in de toegang tot een onafhankelijke klachtencommissie om de onafhankelijke afhandeling van klachten in tweede aanleg mogelijk te maken. Hiertoe kan de zorgaanbieder zich aansluiten bij een geschillencommissie.
De leden van de geschillencommissie zijn in de afgelopen drie jaar op geen enkele manier betrokken geweest bij de zorgaanbieder of personen die invloed of financieel belang hebben in/bij de zorgaanbieder. De waarborgen die de onafhankelijke afhandeling borgen liggen vast (bijv. in klachtenregeling of reglement). De zorgaanbieder doet periodiek, minstens 1 keer per drie jaar, onderzoek naar de tevredenheid en ervaringen van cliënten en beroepskrachten. De zorgaanbieder richt dit onderzoek zodanig in dat de afhankelijkheidsrelatie tussen de jeugdige en de zorgaanbieder de uitkomsten van het onderzoek niet beïnvloed. De zorgaanbieder gebruikt de resultaten van dit onderzoek aantoonbaar om de hulp/dienstverlening aan cliënten te verbeteren. De zorgaanbieder beschikt over voor de hulp/dienstverlening relevante ervaring. Bijvoorbeeld als (voormalig) werknemer of opdrachtnemer van een andere aanbieder. De zorgaanbieder heeft in het afgelopen jaar naar tevredenheid van de werkgever c.q. opdrachtgever vergelijkbare hulp/diensten geboden aan ten minste drie cliënten. De zorgaanbieder werkt conform de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. De zorgaanbieder werkt conform het “Protocol Meldingen calamiteiten/geweld Jeugdhulp Gelderland-Zuid en Mook en Middelaar'' (zie actuele versie website).
Naast de verplichte melding aan de gemeente informeert de zorgaanbieder ook de betrokken verwijzer over de calamiteit en de eventuele effecten hiervan op de zorgvraag van de betreffende jeugdige. De zorgaanbieder biedt locatiegebonden hulp alleen in locaties die geschikt zijn voor de uit te voeren hulp (denk aan aanwezigheid faciliteiten en materialen) en voldoen aan het bouwbesluit en de brandveiligheidsvereisten. De zorgaanbieder zet alleen beroepskrachten in die 18 jaar of ouder zijn; De zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ OF ‘screeningsprofiel 75’ OF ‘screening nummers 12, 41, 43, 84 en 85’ van alle personen die beroepsmatig of als vrijwilliger in contact kunnen komen met cliënten. Deze VOG is bij de start van de hulp (zzp'er) dan wel het dienstverband (medewerker organisatie) nooit ouder dan 3 maanden. Als de zorgaanbieder een zzp’er is (al dan niet onderdeel van een samenwerkingsverband van meerdere zzp’ers),
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
58
19.
20.
21.
22.
23.
mag de VOG tijdens de hulp nooit ouder zijn dan drie (3) jaar. Indien een persoon over een registratie bij een beroepsregister (o.a. BIG/SKJ) beschikt waarvoor een VOG een registratievereiste is, geldt deze eis niet. De zorgaanbieder doet geen intake met de jeugdige of inzet van hulp voordat een individuele voorziening is toegekend. Ook is de zorgaanbieder niet betrokken bij het onderzoek, tenzij het college of de andere organisatie daarom verzoekt. Het onderzoek moet onafhankelijk, zonder invloed van de zorgaanbieder, kunnen worden uitgevoerd. Het college kent een specifieke individuele voorziening toe, omdat deze specifieke voorziening het beste past bij het te bereiken resultaat. De hulp geboden middels het persoonsgebonden budget dient te voldoen aan de eisen zoals geformuleerd in de productbeschrijving van deze individuele werkvoorziening. Alle productbeschrijvingen zijn te vinden via de website. In de productbeschrijvingen kan ook zijn opgenomen dat de hulp gelijktijdig aan een bepaald aantal cliënten moet worden geboden en/of dat er gelijktijdig meerdere hulpverleners de hulp moeten bieden. In geval van beschermd wonen voor jeugdigen, dient de zorgaanbieder ook nadrukkelijk te voldoen aan de beschikbaarheids- en bereikbaarheidseisen zoals opgenomen in de productbeschrijvingen.
Het college of de andere organisatie bepaalt in het onderzoek wat het te bereiken resultaat is van de inzet van de individuele voorziening. De zorgaanbieder en budgetbeheerder stellen binnen drie maanden na de start van de hulp het hulpverleningsplan in lijn met deze afspraken op. De zorgaanbieder vraagt het onderzoeksverslag op bij de jeugdige en/of ouders. Er worden alleen doelen geformuleerd die zijn opgenomen in het verslag van het onderzoek of anderszins zijn afgesproken met het college of de andere organisatie. Het hulpverleningsplan zoals genoemd in eis 17 is perspectiefgericht ver de mening van de jeugdige daarover en de mate waarin de doelen zijn gerealiseerd. Er wordt gezamenlijk met de budgetbeheerder en jeugdige beoordeeld of de gekozen aanpak nog steeds de best passende is. Hierbij wordt expliciet gekeken of de hulp goed verankerd is in de directe leefomgeving. De uitkomsten van de evaluatie resulteren in een bijgesteld hulpverleningsplan, waarin de doelen en activiteiten zijn aangepast aan de uitkomsten van de evaluatie, of afsluiting van de hulp. De zorgaanbieder en budgetbeheerder plannen de evaluatie van het hulpverleningsplan tijdig, zodat uiterlijk 8 weken voor einddatum van de indicatie de laatste evaluatie en het bijgestelde hulpverleningsplan beschikbaar zijn voor het college of de andere organisatie.
De zorgaanbieder biedt verantwoorde hulp van goede kwaliteit. Dit betekent in ieder geval dat (in) de hulp: a. veilig, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend; b. indien nodig het vierogen principe wordt toegepast om de veiligheid en doeltreffendheid van de hulp te borgen. Dit wordt in ieder geval nodig geacht bij risicovolle hulp (bijv. risico zorgmijding) en langdurige hulp (>2 jaar); c. is afgestemd op de reële behoefte en persoonlijke situatie van de jeugdige en andere vormen van hulp die de jeugdige ontvangt; d. qua inzet in verhouding staat tot het te behalen resultaat, resultaatgericht is en varieert in de tijd naar behoefte en noodzaak; e. normaliserend is en gericht op het versterken van de veerkracht, mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn sociale netwerk, zodat de
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
59
24.
zelfregie, zelf- en samenredzaamheid groter wordt. De jeugdige is eigenaar van de hulpvraag en wordt geholpen zichzelf te helpen en de eigen krachtbronnen in te zetten om de eigen doelen in stapjes te bereiken; f. systeemgericht ofwel gezinsgericht is; g. de jeugdige stimuleert om belangrijke anderen te betrekken en dat het netwerk van de jeugdige en/of ouders waar mogelijk een actieve rol heeft binnen de hulp; h. ontwikkellijnen in onderwijs niet onnodig worden onderbroken. Verzuim, thuiszitten en schooluitval worden zoveel mogelijk teruggedrongen en voorkomen. Een ononderbroken schoolgang (of terugkeer naar school) heeft bij jeugdhulp, indien relevant, altijd een plek in het hulpverleningsplan. i. wordt verleend in overeenstemming met de eisen die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs aan de te leveren hulp en beroepskrachten zijn te stellen; j. bestaat uit evidence-based en practice-based methodieken. Als de zorgaanbieder kan aantonen dat deze niet aanwezig zijn of dat deze, gezien de gestelde doelen, niet afdoende zijn, dan maakt de zorgaanbieder gebruik van historisch en in de branche gangbare methodieken.
Als de zorgaanbieder eveneens kan aantonen dat deze niet aanwezig zijn of dat deze, gezien de gestelde doelen, niet afdoende zijn, dan dient de zorgaanbieder aan te tonen dat de gebruikte methodieken gelijkwaardig zijn aan evidence-based, practice-based of historisch en in de branche gangbare methodieken. De hulp wordt geboden door beroepskrachten die voldoen aan de deskundigheidsvereisten. Deze vereisten zijn afhankelijk van de te leveren hulp als volgt: a. Alle beroepskrachten beschikken over een relevant zorg gerelateerde MBO(+), HBO(+) of WO(+)-diploma of vakbekwaamheidsbewijs geregistreerd in het Ervaringscertificaat Register van het Nationaal Kenniscentrum EVC passend bij de functie waarop zij worden ingezet. b. Beroepskrachten worden ingezet conform het Kwaliteitskader Jeugd ofwel de norm van verantwoorde werktoedeling. De zorgaanbieder vertaalt de norm naar de rol, taak en verantwoordelijkheidsverdeling tussen personen werkzaam voor de aanbieder. De zorgaanbieder, zijnde een zzp'er, is geregistreerd bij het SKJ of een register dat naar het oordeel va het SKJ gelijkwaardig is. c. Behandeling wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde behandelaar. Een behandelaar beschikt over een registratie bij het SKJ/BIG/NVRG of indien er sprake is van ggz registratie bij het NVO/NIP/KNMG.
De behandelaar bewaakt de continuïteit en samenhang van de zorgverlening en zorgt dat waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet. Hij/zij zorgt voor voldoende overleg en afstemming tussen betrokken zorgverleners en ziet erop toe dat er één vast aanspreekpunt is voor de jeugdige.
Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026
60