Nagekomen bijlage 4: Beantwoording technische vraag GroenLinks bp Plakstraat 8a Winssen - aanvullende vragen
Tekst van het document
EEN VRAAG STELLEN Ik wil de volgende vraag stellen: ☐ Schriftelijke vraag (art. 39 RvO) Schriftelijke beantwoording binnen 30 dagen.
☒ Technische vraag Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering.
☐ Vragenronde (Raadsvergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering, tenzij een actualiteit plaatsvindt, blijkend uit de argumentatie.
☐ Toelichtende vraag ingekomen stukken (Raadsvergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering.
☐ Rondvraag (Commissievergadering) Indienen uiterlijk 16:00 uur de dag voorafgaand aan de commissievergadering.
Onderwerp:
vragen bij agendapunt 6.3 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Plakstraat 8A Winssen
Aanleiding:
Naar aanleiding van uw voorstel hebben wij enkele aanvullende vragen, om tot een juiste oordeel- en besluitvorming te komen; Vraag:
1. De bestaande situatie behelst een vergunning tbv. een pilot. Kunt u ons het eindrapport van deze pilot verstrekken? Wat zijn de belangrijkste conclusies van dit rapport?
2. Het schijnt dat er een bodem procedure loopt tegen de tijdelijke vergunning. Klopt dit, en zo ja, wat is het (juridische) effect daarvan voor het nu voorliggende besluit?
3. Kunt u toelichten waarom er, bij aanvang van de pilot, willens en wetens een niet voor horeca
bedoeld gebouw is neergezet, met expliciete intentie dit uitsluitend toch voor horeca in te zetten, en dat daarvoor toch toestemming is gegeven voor een horeca pilot?
4. Kunt u toelichten hoe kan het dat volgens het geluidsrapport 45 db is toegestaan, soms 70db gemeten wordt en dat dit toch “goed” is?
5. Wat is volgens u de precedentwerking van dit voorstel voor elke andere potentiële ondernemer of burger die op zijn of haar erf een horeca gelegenheid wil starten?
Ondertekening: Datum indiening
:
9-7-2023
Fractie
:
Groenlinks
Naam indiener
:
Freek van Teeseling
Pagina 1 van 4
ANTWOORD OP DE VRAAG Antwoord door: College van B&W Datum: 10-7-2023 Antwoord: 1.
De bestaande situatie behelst een vergunning tbv. een pilot. Kunt u ons het eindrapport van
-
In 2015 is de eerste tijdelijke vergunning voor In de Kas voor een periode van 3 jaar
-
In 2017 is op de aspecten parkeren en geluid geëvalueerd (zie memo bijlage). Hieruit is
-
deze pilot verstrekken? Wat zijn de belangrijkste conclusies van dit rapport?
verleend.
gebleken dat het initiatief voortgezet kan worden.
In 2018 is een verzoek ingediend met het verzoek om de evenementenlocatie permanent te
bestemmen. Dit verzoek is in eerste instantie afgewezen omdat, omdat niet voldaan was aan een goede ruimtelijke ordening. Onder andere het akoestisch onderzoek was niet voldoende en er moesten bouwtechnische aanpassingen gedaan worden. Hierbij is wel een
onderzoeksmogelijkheid genoemd waarbij In de Kas mogelijk alsnog een goede ruimtelijke -
ordening kan waarborgen.
In april 2019 heeft in de kas aangegeven de mogelijkheden serieus te willen onderzoeken, dus het college wil onder voorwaarden meewerken aan verlenging van de tijdelijke
vergunning en aan een bestemmingsplan. In de Kas zal door middel van onderzoeken
moeten aantonen dat hun nieuwe plannen in het kader van een goede ruimtelijke ordening mogelijk zijn. Als dat het geval is, kan de locatie planologisch gezien permanent worden -
gemaakt door een bestemmingsplanprocedure.
In december 2021 heeft het college ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan. In de Kas
heeft in dit ontwerpbestemmingsplan aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bouwtechnisch gezien was de kas goedgekeurd, het akoestisch onderzoek met
bijbehorende maatregelen maken dat er geen geluidsnormen worden overschreden en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Deze verschillende besluitmomenten vormen momenten dat de situatie bij In de Kas getoetst en
geëvalueerd is. Het bestemmingsplan dat nu ter besluitvorming voorligt, vormt de eindevaluatie. In dit bestemmingsplan is aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Derhalve kan In de Kas permanent bestemd worden.
2.
Het schijnt dat er een bodem procedure loopt tegen de tijdelijke vergunning. Klopt dit, en zo ja, wat is het (juridische) effect daarvan voor het nu voorliggende besluit?
Er loopt inderdaad een bodemprocedure tegen de tijdelijke vergunning. Voorafgaand heeft een uitspraak in het kader van een voorlopige voorziening plaatsgevonden. In deze zaak zijn de voorschriften niet inhoudelijk bestreden, noch zijn de uitgangspunten van het aan de
vergunning ten grondslag gelegde akoestisch onderzoek ter discussie gesteld. De zaak beperkt zich tot de vraag of de aan de vergunning verbonden voorschriften duidelijk en handhaafbaar zijn. De
voorzieningenrechter acht de voorschriften grotendeels voldoende handhaafbaar. Aanvullend heeft de rechter:
- bepaalt dat in het aan de omgevingsvergunning verbonden voorschrift 5.1 wordt opgenomen dat vergunninghouder een logboek dient bij te houden, waarin per
evenement wordt bijgehouden hoeveel gasten zijn ontvangen en wat de eindtijd van Pagina 2 van 4
het evenement is;
- bepaalt dat het aan de omgevingsvergunning verbonden voorschrift 5.7 als volgt
komt te luiden: 5.7 De muziekinstallatie moet zijn voorzien van een geluidbegrenzer, die
permanent moet zijn afgesteld op een maximaal langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 65 dB(A).
Deze voorschriften in de vergunning dienen aangepast te worden om ze voldoende duidelijk en handhaafbaar te maken.
De eerste maatregel is verwerkt in het bestemmingsplan. De tweede (fysieke) maatregel is reeds uitgevoerd. Met deze maatregelen zijn de voorschriften voldoende handhaafbaar en zal het
bestreden besluit naar verwachting in stand blijven. Omdat deze maatregelen reeds zijn verwerkt en de voorschriften daarmee voldoende handhaafbaar zijn, heeft de uitspraak in de bodemprocedure naar verwachting geen invloed op het bestemmingsplan.
3.
Kunt u toelichten waarom er, bij aanvang van de pilot, willens en wetens een niet voor
horeca bedoeld gebouw is neergezet, met expliciete intentie dit uitsluitend toch voor horeca in te zetten, en dat daarvoor toch toestemming is gegeven voor een horeca pilot?
Voor de bouw van de kas is op in op 16 september 2014 een omgevingsvergunning aangevraagd
voor het plaatsen van een glazen tuinbouwkas binnen de agrarische bestemming. Op 16 december
2014 is omgevingsvergunning verleend. Deze vergunning is toen getoetst aan het bestemmingsplan en is rechtmatig verleend.
Daarna hebben de eigenaren op 12 april 2015 een verzoek ingediend voor het mogelijk maken van
horeca in de kas. Deze vraag is toen geadopteerd door de werkgroep ‘Ruimte om mee te doen’. Dit verzoek is vervolgens getoetst en onder andere basis van de toenmalige visie op recreatie en
toerisme is besloten om op 17 december 2015 besloten om onder voorwaarden mee te werken aan de pilot. 4.
Kunt u toelichten hoe kan het dat volgens het geluidsrapport 45 db is toegestaan, soms 70db gemeten wordt en dat dit toch “goed” is?
De grenswaarden van 50-45-40 dB (dag-avond-nacht) betreft het toetsingskader voor
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. De grenswaarden van 70-65-60 dB (dag-avond-nacht)
betreffen de grenswaarden van het maximale geluidsniveau (piekmomenten). In de avondperiode is sprake van een overschrijding van de 65 dB in piekmomenten.
Bij een beoordeling van de maximale geluidniveaus in het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ter plaatse van Plakstraat 7, 8 en 10 de geluidbelastingen hoger dan de grenswaarde (70 dB(A) etmaalwaarde) volgens de VNG-publicatie.
De hogere maximale geluidniveaus treden op ten gevolge van het dichtslaan van autoportieren en
het schreeuwen van bezoekers. Aanvullende geluidsreducerende maatregelen worden niet mogelijk geacht. Doordat de educatieve projecten onder begeleiding plaatsvinden en bij festiviteiten altijd personeel aanwezig is, zullen dergelijke pieken door instructies van het personeel en de gasten worden voorkomen. Daarom dienen wel enkele huisregels en (gedrags-)voorschriften in acht te
worden genomen. Deze zijn opgenomen als regels in het bestemmingsplan (artikel 3.1.2 onder d). Deze voorschriften zijn voldoende concreet en duidelijk om op te handhaven.
Pagina 3 van 4
Uit het akoestisch onderzoek met daarbij aanvullende voorschriften kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het geluidsaspect. 5.
Wat is volgens u de precedentwerking van dit voorstel voor elke andere potentiële ondernemer of burger die op zijn of haar erf een horeca gelegenheid wil starten?
Gezien de specifieke kenmerken van dit plan verwachten wij geen precedentwerking. Immers
situaties zijn nooit gelijk, omstandigheden zijn altijd net even anders en een verzoek is altijd specifiek.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders,
Dyanne Kocken secretaris
Corry van Rhee-Oud Ammerveld burgemeester (waarnemend)
Pagina 4 van 4