CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nagekomen bijlage 2.1: Beantwoording vragen commissie Ruimte 6 december 2022 - bp Kennedysingel Notaris Stephanus Roesstraat Winssen - definitief

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen19.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan me risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico's worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).

26

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (rode stip) Inrichtingen c.q. bedrijven Uit zowel de gegevens vanuit de provinciale risicokaart als de gemeentelijke signaleringskaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een inrichting. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied is op circa 1 km van de Waal gelegen. Conform het Basisnet Water, is de Waal een zwarte vaarweg (belangrijke vaarweg). Voor een dergelijke vaarweg geldt dat de 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour niet verder dan de oever komt. Het plasbrandaandachtsgebied ligt op 25 m langs de vaarweg. Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van een weg of spoorlijn, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De dichtstbijzijnde transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg, is de A50, op circa 1,5 km van het plangebied. Er is geen sprake van een overschrijding van de plaatsgebonden risicocontour. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een hogedruk aardgastransportleidingen. De dichtstbijzijnde aardgastransportleiding ligt circa 2,1 km ten westen van het plangebied. Gelet op de relatief grote afstand bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. De beoogde woningen zijn daarmee buiten de invloedssfeer van de gasleidingen gelegen.

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

27

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Aan nieuwe woningen worden hoge eisen gesteld aan kierdichtheid. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. De bestaande wegen rond het plangebied zijn geschikt om haaks op een wolk vanaf de vervoersassen te kunnen vluchten. De mogelijkheden om op eigen kracht te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de vervoersassen af te richten. Op die manier worden vluchtende personen afgeschermd door de bebouwing zelf. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron.

Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

Wettelijk kader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het uitvoeren van een watertoets juridisch verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, wordt een watertoets uitgevoerd op basis van de afspraken uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt onder meer de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken. Dit wordt bereikt door waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet mee te nemen in de planvorming. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft hoe rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en andersom. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.

4.8.1

Relevant beleid en regelgeving

Nationaal en provinciaal De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen op het gebied van de waterhuishouding. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Waterschap Rivierenland De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet vergunningen af voor lozingen op oppervlaktewater. Ook verstrekt het waterschap ontheffingen/vergunningen voor activiteiten in en nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van A-watergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater.

28

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Het beleid en de regelgeving van het waterschap is beschreven in:  Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, Verbinden, Vergroenen;  Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en;  Keur voor waterkeringen en wateren; Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, Verbinden, Vergroenen’ beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe zij dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheer zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in acht hoofdthema’s:  Beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen;  Voorbereiden op extreem weer;  Schoon water;  Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur;  Zwemwater;  Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit;  Toewerken naar circulariteit. Gemeente Beuningen Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Het Gemeentelijk Rioolen Waterplan (GRWP 2018-2022) beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie.

 Zorgplicht afvalwater: de gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33)  Zorgplicht hemelwater: perceeleigenaren dienen hemelwater in eerste instantie op eigen terrein te verwerken of op oppervlaktewater te lozen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is draagt de gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (Waterwet art 3.5).  Zorgplicht grondwater: In eerste instantie zijn perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. De gemeente heeft een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). 4.8.2

Beschrijving watersysteem

Grondwatersysteem Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Het maaiveld van het plangebied ligt op circa + 8,8 m NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand van het freatisch grondwater bevindt zich tussen de 1,0 en 1,5 m -mv. Oppervlaktewater Op en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Op circa 80 m ten zuiden van het plangebied is een A-watergang aanwezig.

4.8.3

Doorvertaling bestemmingsplan

Voor de beoogde ontwikkeling is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Dit advies is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Hemelwaterafvoer Op basis van de bodemopbouw zijn binnen het plangebied niet voldoende mogelijkheden van infiltratie van regenwater. Dit heeft tot gevolg dat regenwater binnen het plangebied dient te worden geborgen, waarna het vertraagd via oppervlaktewater of een gescheiden stelsel kan worden afgevoerd. Aangezien de verharding bij de herontwikkeling zal verminderen, is geen noodzaak voor compenserende maatregelen.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

29

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Huidige situatie (m2)

Onderdeel Compensatie onverhard (0%)

Toekomstige situatie (m2)

0

0

Openbaar groen

645,0

716,5

Compensatie verhard (100%)

2.046,4

1.699,4

Gebouw

665,4

841,3

Openbare verharding

1382,0

858,1

Compensatie tuinen (90%)

-

247,5

Tuin (rijtjeshuis)

-

275,0

2.046,4

1.946,9

2

Totaal verharding (m )

Aangezien in Winssen geen sprake is van een gescheiden stelsel en geen geschikt oppervlaktewater in de directe nabijheid van de locatie aanwezig is, zal de hemelwaterafvoer, gelijk de huidige situatie, op het gemengd stelsel moeten worden aangesloten. Het hemelwater dient wel via een gescheiden stelsel binnen het plangebied te worden aangesloten om een afkoppeling later te faciliteren. Wateroverlast In het plangebied is sprake van een geregeld peil van + 6,65 m NAP. Voor voldoende drooglegging zou hier een bouwpeil van +7,95 m NAP de aanbeveling verdienen. Dit peil ligt significant beneden de huidige maaiveldhoogte van + 8,8 m NAP. De huidige maaiveldhoogte bevindt zich globaal 30 centimeter hoger dan de omliggende wegen, dit hoogteverschil is voldoende, dus kan dit peil aangehouden worden. Aangezien de oppervlakte aan verharding minder wordt hoeft, zolang de terreinafwatering niet wordt verminderd, niet aanvullend rekening gehouden te worden met wateroverlast voor de directe omgeving. Wel kan worden overwogen om in de groenstroken langs de straat verlagingen aan te brengen, om zo piekafvoer bij hevige regenval zo veel mogelijk te verminderen. Afvalwater Binnen het plangebied worden 9 nieuwe woningen gerealiseerd. Op basis van een verbruik van 120 liter per dag per woning, betekent dit een vuilwaterafvoer van 1.020 l per dag en 372,6 m 3 per jaar.

In de huidige situatie is er sprake van één woning en een bedrijfspand. Hoeveel rioleringscapaciteit voor het bedrijfspand is gereserveerd is niet duidelijk. Vanwege de beperkte omvang van het plan is naar verwachting geen sprake van een significante toename van de belasting van het aanwezige rioolstelsel.Voor de afvoer van het afvalwater is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de rioolaansluiting. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

30

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.

Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

31

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming Voor de beoogde ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit advies is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Het plangebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 500 m ten noorden van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uit te sluiten. Vandaar dat ten aanzien van de stikstofdepositie naar stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden een onderzoek stikstofdepositie is uitgevoerd.

De resultaten zijn opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de aanlegfase is aan de hand van intern salderen een verschilberekening uitgevoerd. Het verschil tussen de referentiesituatie en de aanlegfase bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. De referentiesituatie betreft het gebruik van het bestaande kantoorpand. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de referentiesituatie vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het kantoorpand en het gasverbruik ten behoeve van de verwarming van het pand. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

32

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Er is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Naar verwachting ligt het plangebied in en langs een geul van een oude meandergordel van de Waal, die actief is geweest tot 500 n. Chr. Ná het inactief worden van de meandergordel zou het plangebied bewoonbaar kunnen zijn geweest. Langs de geul is een weg aangelegd en werd erlangs gewoond in de Nieuwe tijd. Op basis van historische kaarten bestaat in elk geval de verwachting dat nog resten van funderingen uit de late 18 e of vroege 19e eeuw aan te treffen zijn in het plangebied, maar mogelijk zijn ook oudere resten van bewoning en terreininrichting aan te treffen. Deze resten kunnen aanwezig zijn in zowel oeverafzettingen van de Waal als in historische ophooglagen. Uit het veldonderzoek is gebleken dat sprake is van zowel historische ophooglagen als intacte oeverafzettingen. Tot een diepte van 40-50 cm -Mv is sprake van de moderne bouwvoor in de top van ophooglagen. Deze ophooglagen zijn historisch van aard, gezien de aanwezigheid van stukken puin uit de 18e en 19e eeuw.

Deze ophooglagen zijn aangetroffen tot een diepte van 100-130 cm -Mv (7,57,8 m +NAP) en kunnen resten bevatten uit de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Daarnaast zijn vanaf de onderzijde van deze ophooglagen intacte oeverafzettingen aangetroffen waarin sprake kan zijn van archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Deze oeverafzettingen zijn aanwezig tot een diepte van 180-275 cm -Mv (6,1-7,1 m +NAP). Gezien de intactheid van deze afzettingen is sprake van een hoge verwachting. In het plangebied bestaat het voornemen de bestaande bebouwing te slopen en nieuwe woningen te realiseren. Bij de voorgenomen grondroerende werkzaamheden kan het archeologisch relevante niveau en de eventueel hierin aanwezige resten verstoord raken. Daarom wordt geadviseerd om na afloop van de bovengrondse sloop van de bestaande bebouwing een aanvullend karterend en waarderend onderzoek uit te voeren in het plangebied. Dit onderzoek kan gezien de verwachte aanwezigheid van zowel funderingsresten als archeologische grondsporen waarschijnlijk het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Dit onderzoek moet worden uitgevoerd conform een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), waarin de onderzoeksmethodiek en de omgang met eventuele resten beschreven wordt.

Vanwege de bestaande bebouwing en omdat ter plaatse van het plangebied sprake is van bodemverontreiniging, zie subparagraaf 4.2, is het niet mogelijk om voorafgaand aan de sloop en de bodemsanering een aanvullend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek zal in combinatie met de sanering van de bodem worden uitgevoerd. De gemeente is akkoord met het selectieadvies voor vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Het selectiebesluit is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen is in het voorliggende bestemmingsplan de geldende archeologische dubbelbestemming opgenomen. Zodoende vormt het aspect 'archeologie' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

33

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied onderdeel van het gebied dat is aangeduidt als 'oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)'. Ook is ter plaatse van het plangebied een aanduiding voor een herenhuis, nieuwe tijd, opgenomen. In het verleden heeft ter plaatse van het plangebied een herenboerderij gestaan met diverse, grote opstallen. De Notaris Stephanus Roesstraat, ten oosten van het plangebied, is aangeduid als 'weg of pad, situatie 1821' met langs de weg 'wegbeplanting. Door de beoogde realisatie van de wooneenheden in de vorm van een T-boerderij en een notariswoning wordt aangesloten op de vroegere aanwezigheid van woonbebouwing in het plangebied. Ter vergroening van het straatbeeld is aan de zijde van de Kennedysingel en de Notaris Stephanus Roesstraat voorzien in een groenstrook met een lage haag en een bakenboom, waardoor een duidelijk groen kader wordt gecreëerd. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;

34

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal negen wooneenheden toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

35

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2

Bestemmingsregels

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In de bestemmingsregeling is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

36

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren.

5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingen

Het bestemmingsplan kent één bestemming en één dubbelbestemming: Wonen De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor woningen. Voor de situering en maatvoering van de woningen zijn er bepalingen opgenomen met betrekking tot de bouwwijze, de goot- en bouwhoogte, en de situering van gebouwen. Het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als uitgangspunt gehanteerd dat deze op het gehele bouwperceel zijn toegestaan. Binnen de woonfunctie worden onder voorwaarden nevenactiviteiten toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. De 'niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit' is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De 'publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis' is mogelijk indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. In de bestemming is verder een voorwaardelijke verplichting waterberging opgenomen. Deze verplichting regelt dat de te realiseren woningen niet gebouwd/in gebruik mogen worden genomen, als niet wordt voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging.

Waarde - Archeologie 2 (dubbelbestemming) De gemeente Beuningen heeft een archeologische verwachtingenkaart laten vervaardigen, deze is samen met de beleidsnota archeologie vastgesteld door de gemeenteraad op 9 november 2010.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

37

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Het archeologisch beleid is vertaald in 4 dubbelbestemmingen, 'Waarde - Archeologie 1, 2 en 3' en 'Waarde - Archeologisch rijksmonument'. In tegenstelling tot de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1 t/m 3' is er in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch Rijksmonument' geen inhoudelijke bestemmingsregeling opgenomen. Voor archeologische rijksmonumenten geldt namelijk op grond van de Erfgoedwet dat de Minister het bevoegd gezag is, en dat voor werkzaamheden binnen het rijksmonument bij de Minister een vergunning aangevraagd dient te worden. Een regeling in de beheersverordening zou derhalve dubbelop zijn. De gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarde, bekende vindplaatsen, oude woongronden en historische boerderijlocaties evenals een zonering van 50 m rondom de monumenten zijn op de verbeelding opgenomen middels de dubbelbestemming 'Waarde – archeologie 2'. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld in gebieden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 2' (hoge archeologische verwachtingswaarde) wordt bij een omvang van meer dan 100 m2 nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld. De keuze voor 0,3 m is gebaseerd op de gemiddelde verstoringsdiepte in Nederland, ook wel de bouwvoor genoemd.

Deze keuze wordt onderbouwd door een uitspraak van de Raad van State van 23 mei 2007: 'Voorts is aannemelijk dat bij het vergraven en het afgraven van de bodem dieper dan 30 cm de in de bodem archeologische waarden onherstelbaar kunnen worden beschadigd'. In sommige gevallen is het vanuit praktisch oogpunt niet gewenst om een archeologisch onderzoek te eisen. Dit levert slechts administratieve lasten voor zowel de verstoorder als het bevoegd gezag op, terwijl de archeologische winst minimaal is. Dit geldt in situaties waarvan het zeer aannemelijk is dat de bodem geroerd is en de kans op archeologische vondsten minimaal. Dit betreft:  voortzetting van normaal agrarisch gebruik zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van bestaande drainage, aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaarden;  omgevingsvergunningen voor het bouwen waarbij het nieuw te bouwen bouwwerk zich bevindt op de bestaande fundering of ten hoogste 2,5 m hierbuiten;  vervangen of beheren van riolering, kabels, leidingen of bestratingen. Voor gronden aangeduid met de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 2' geldt in geval van bovenstaande situaties een vrijstelling voor archeologisch onderzoek.

38

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van het onderhavige bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook de benodigde bodemsaneringsmaatregelen worden op kosten van de initiatiefnemer uitgevoerd. Er is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde.

Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen:  Provincie Gelderland;  Waterschap Rivierenland.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Inspraak De initiatiefnemer heeft in een bijeenkomst de plannen besproken met de direct omwonenden. Over het algemeen is iedereen tevreden en wordt het een goede ontwikkeling gevonden. Zienswijzen Te zijner tijd zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter visie worden gelegd. De zienswijzen zullen hier of in een separate nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

39

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlagen toelichting

40

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 1

Bodemonderzoek

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

41

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 2

42

Waterhuishoudkundig onderzoek

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 3

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

43

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 4

44

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 5

Verkennend archeologisch onderzoek

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

45

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Bijlage 6

46

Selectiebesluit archeologisch onderzoek

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

47

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Regels

48

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPKenNotSteRstrWIN-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aardkundige waarde: gebieden met waardevolle aardkundige elementen met betrekking tot reliëf en bodem die een bepaalde (beperkte) mate van bescherming genieten; 1.6 archeologische waarden: waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bed & breakfast: een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of

seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.9 begane grondbouwlaag: de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.10 bestaand:  t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;  t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14 bijgebouw: een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid; 1.15 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

49

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag: een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 bouwwijze: de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij: a. onder 'vrijstaand' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; b.

onder 'aaneengebouwd' wordt verstaan dat het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen, die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen; 1.24 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 geliberaliseerde woning voor middenhuur: geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 sub j van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.27 hoofdgebouw: een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.28 mantelzorg: het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een op dat perceel wonende huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.29 niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek

publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse;

50

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

1.30 publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis: een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.31 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aard plaatsvinden, en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van pornografische en/of erotische aard plaats heeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 1.32 voorgevel: de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.33 voldoende parkeergelegenheid: Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'.

Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.34 waterhuishoudkundige doeleinden: doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.35 woning/ wooneenheid: een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

51

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 peil: de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk

voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

52

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.4.2; c. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Situering van bouwwerken

Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met inachtneming van het volgende: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengeschakelde woningen toegestaan, met dien verstande dat de woningen de eerste 10 jaar na afronding van de bouw van deze woningen uitsluitend zijn toegestaan in de vorm van geliberaliseerde woningen in de middenhuur; 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan, met dien verstande dat de woningen de eerste 10 jaar na afronding van de bouw van deze woningen uitsluitend zijn toegestaan in de vorm van geliberaliseerde woningen in de middenhuur; 3. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven; b. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak’, met dien verstande dat erkers aan de voorgevel van het hoofdgebouw zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in 3.2.3; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 3.2.2

Maatvoering van hoofdgebouwen

Voor de maatvoering van hoofdgebouwen geldt het volgende: a. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; 3.2.3

Maatvoering van bijbehorende bouwwerken

Voor de maatvoering van bijbehorende bouwwerken geldt het volgende: a. ter plaatse van de aanduiding 'garage' geldt dat: 1. een maximale oppervlakte van 255 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan; 2. bijbehorende bouwwerken uitsluitend mogen worden afgedekt met een kap, met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 en 6,0 m, met dien verstande dat de eerste verdieping uitsluitend ten behoeve van opslag en technische ruimte mag worden gebruikt. b. voor erkers, balkons en entreepartijen aan de voorgevel van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 4,0 m2; 2. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,2 m; 3. de maximale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt; 4. voorzover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken reeds meer bedraagt geldt de bestaande maatvoering als maximum.

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

53

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

3.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het volgende: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 1,0 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 2,0 m; c. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat de bouwhoogte van pergola's niet meer mag bedragen dan 2,75 m; 3.2.5

Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging

Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan.

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Omgevingsvergunning bouwhoogte bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3 sub b, teneinde een bijbehorend bouwwerk met een maximale bouwhoogte van 5,0 m toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk geldt dat de dakhelling gelijk dient te zijn aan de dakhelling van het hoofdgebouw; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast. 3.3.2

Omgevingsvergunning erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.4, teneinde buiten het bouwvlak erfafscheidingen met een maximale bouwhoogte van 2,0 m toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; e. aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken voor een dakterras; f. meer dan 15 m2 aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren.

54

bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)

bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen

3.4.2

Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit

Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het bruto-vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. uitsluitend is toegestaan een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). 3.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=f955f80a-3fdc-4999-a421-0add3db9d7c5